Openbaring 22:7 | Vol verwachting 2018 in

Wat gaat het nieuwe jaar brengen? Veel over de toekomst weten we niet. Wel weten we dat Jezus zegt: ‘ik kom spoedig!’ Wat betekent die belofte voor jouw plannen voor het nieuwe jaar?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 1 : 1, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 122 : 1 en 2
Gebed
Lezen: Openbaring 22 : 6 – 21
Zingen: LvK Gezang 296 : 1, 2 en 3
Preek over Openbaring 22 : 7
Zingen: ELB 263 : 1, 2, 4 en 6
Gebed
Mededelingen
Collecte
Geloofsbelijdenis
Zingen: LvK Gezang 398 : 1, 2, 6 en 7
Zegen

Vol verwachting 2018 in

Inleiding
dia 1 – zwart
Er wordt deze dagen heel wat teruggeblikt.
2017 is bijna voorbij, en wat kan er in zo’n jaar veel gebeuren.
In de wereld, in je eigen leven, en ook in de kerk.
2017 gaat voor onze gemeente de geschiedenisboeken in
als het jaar waarin CGK en GKv één zijn geworden.
Er valt natuurlijk nog veel meer te zeggen,
maar ik ga geen kerkelijk jaaroverzicht geven.
Vanavond wil ik met jullie juist vooruit kijken.
Want 2018 komt eraan!

Ik vind het altijd weer spannend wat een nieuw jaar gaat brengen.
Niet dat daar een zinnig woord over te zeggen is,
je weet niet wat er in 2018 gaat gebeuren,
zou je het wel weten, dan is direct de spanning er vanaf, maar toch…
Wat hoop je van 2018?
Waar kijk je naar uit, en waar zie je tegen op?
Wat zijn jouw plannen?
Waar wil je mee doorgaan, en wat wil je anders gaan doen?

Laat ik er maar niet omheen draaien:
voor mij persoonlijk is het spannend wat er in het nieuwe jaar zal gaan gebeuren.
Een paar weken geleden heb ik jullie verteld
dat ik contact heb met een gemeente die mij mogelijk wil gaan beroepen.
Hoe dat zich verder ook ontwikkelt,
en welke keuzes er ook maar gemaakt worden,
reken maar dat het voor ons spannend is!

dia 2 – vol verwachting 2018 in
Maar niet alleen wij kijken vooruit.
Ook Jezus kijkt vooruit!
Daarover gaat het in Openbaring 22.
Daar lezen we in vers 7: “’Ik kom spoedig!’
Gelukkig is wie zich houdt aan de profetie van dit boek.”
Wat betekent die belofte voor hoe wij met de toekomst bezig zijn?
Daar staan we vanavond bij stil, met als thema:
vol verwachting 2018 in.

1. Terug in de realiteit
dia 3 – Openbaring 22: het slotwoord
We hebben ons de afgelopen maand al meer beziggehouden met het boek Openbaring.
We hebben verschillende visioenen gelezen,
die Johannes heeft gezien en voor ons heeft opgeschreven.
Johannes zag de meest fantastische taferelen in de hemel:
een woedende draak, engelenlegers, een schitterende stad, en nog veel meer.
Dat moet overweldigend zijn!
Ik denk dat er daarna geen dag meer voorbij is gegaan
waarop Johannes níet aan die visioenen heeft gedacht!

Maar nu heeft Johannes alles gezien en is de vraag: hoe nu verder?
Nu landen we weer met beide benen op de grond,
terug in de realiteit van elke dag.
Wat betekenen die visioenen dan nog?
Er zit zo’n enorm verschil tussen de wereld van die visoenen
en jouw en mijn leven vandaag.
Interessant hoor, die visioenen,
maar is het nog meer dan ‘dat weten we dan ook maar weer’?

Daarover gaat Openbaring 22.
Je zou het het slotwoord, het nawoord, van Openbaring kunnen noemen.
Deze week las ik een boek met een nawoord,
waarin de schrijver vertelde wat de historische achtergrond van het boek was.
Dan blijkt het boek opeens niet alleen een mooi verhaal,
maar ook een realistische kijk in een vergeten stukje geschiedenis.
Zo’n nawoord zet het boek midden in de werkelijkheid.

dia 4 – wat doe je ‘met de kennis van straks’?
Dát is wat in Openbaring 22 ook gebeurt.
We hebben een blik in de toekomst gekregen,
en nu is de vraag: wat ga je er mee doen?
We zeggen wel eens: ‘met de kennis van nu…’

dia 5 – pech
Als ik vóór onze vakantie had geweten
dat we op de terugweg met een defecte dynamo
langs de Duitse Autobahn zouden komen te staan,
dan had ik vóór de vakantie die dynamo al laten vervangen.
Met de kennis van nu had ik andere keuzes gemaakt.

Openbaring geeft ons kennis van straks.
Wat doe je met die kennis van straks?
Neem je het ter kennisgeving aan?
Of ga je andere keuzes maken?
Wat betekenen de visioenen van Johannes in jouw leven?

2. Vol verwachting
dia 6 – 1. de toekomst is al begonnen
Uit het nawoord van Openbaring
wil ik 3 dingen halen om vol verwachting 2018 in te gaan.

Het eerste: de toekomst is al begonnen!
Neem bijvoorbeeld vers 6: het moet binnenkort gebeuren.
Of vers 10: ‘houd de profetie van dit boek niet geheim, want de tijd is nabij.’
Ik hoop dat ik in mijn vorige preken over Openbaring
duidelijk heb kunnen maken dat veel van Johannes’ visioenen
gewoon over onze tijd gaan, niet over een verre toekomst.
De geestelijke strijd bijvoorbeeld, die Johannes steeds ziet terugkomen:
dat gaat over wat christenen in de tijd van Johannes al meemaakten,
maar net zo goed over onze tijd.

‘De tijd is nabij,’ dat betekent ook dat je niet moet uitstellen.
Daarom die uitnodiging in vers 17:
‘de Geest en de bruid zeggen: kom!’
Net zoals in Psalm 122, die we zongen:
kom met ons mee, kom nú aan de kant van Jezus staan!

dia 7 – 2. Jezus komt terug
Maar het nawoord kijkt ook verder vooruit.
Dat is het tweede: Jezus komt terug!
Het lijkt misschien een beetje een rommelig nawoord,
het springt van de hak op de tak,
met allerlei losse opmerkingen die weinig met elkaar te maken lijken te hebben.
Maar steeds komt terug: ‘ik kom spoedig!’
Drie keer, in vers 7, 12 en 20.
Het is het refrein van dit slotwoord: ‘ik kom spoedig!’

Wanneer Jezus terugkomt, dat weet niemand,
maar wees ervan verzekerd dát Jezus terugkomt.
Het zijn niet wat vreemde hersenspinsels of wanen van Johannes.
Nee: ‘wat hier gezegd is, is betrouwbaar en waar.’
Reken erop dat Jezus terugkomt, wees vol verwachting,
en ga met die verwachting 2018 in: Jezus komt spoedig!

Wat vind ik dat moeilijk!
Als ik eerlijk ben, dan is de terugkomst van Jezus voor mij heel ver weg.
Ik reken erop dat ik dat niet ga meemaken,
dat ik tegen die tijd al lang overleden ben.
Dan wijst Openbaring 22 mij terecht:
houd de verwachting levend,
laat het geen sprookje zijn voor een verre toekomst,
maar iets reëels, iets echts, waar je op rekent.

dia 8 – lééf uit die verwachting
En dan kun je het ook niet meer voor kennisgeving aannemen.
Dat is het derde: lééf uit die verwachting.
Want als je weet wat er gaat gebeuren,
dan heeft dat invloed op wat je vandaag doet.
Als ik van tevoren had geweten dat de dynamo het zou begeven,
had ik me voorbereid door alvast een nieuwe te laten monteren.
Of zoals ik ergens las:
‘wie morgen de elektrische stoel krijgt, leeft anders dan iemand die morgen trouwt.’
Johannes heeft zijn visioenen voor ons opgeschreven,
zodat wij kennis hebben over de toekomst,
zodat we vooruit kunnen kijken terwijl we al weten wat er gaat gebeuren,
en ons daarop kunnen voorbereiden!
Ook dát komt in Openbaring 22 steeds terug.
Als Jezus elk moment terug kan komen,
dan is het leven op deze oude wereld relatief,
en ga je daar niet meer volledig in op.

3. Waar blijft Jezus?
dia 9 – waar blijft Jezus?
De verwachting dat Jezus snel terugkomt, is levensveranderend.
Maar komt Jezus snel terug?
Het staat er zo mooi, ‘ik kom spoedig’…
Maar waar blijft Jezus?
Tenzij er in de komende 4 uren nog wat gebeurt,
gaat 2017 de geschiedenisboeken in
als het jaar waarin Jezus nog steeds niet is teruggekomen…
Had Jezus niet beter kunnen zeggen:
‘ik kom, maar reken er maar op dat het nog wel even duurt!’

dia 10 – 1. Gods tijd is anders dan de onze
Daarover 2 dingen.
Het eerste: God kijkt anders naar de tijd dan wij.
In 2 Petrus 3 gaat Petrus op die vraag in:
‘waar blijft Jezus nu? Hij had toch beloofd te komen?’
Het antwoord lees je in vers 8 en 9:
‘één ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters:
voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.
De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen;
hij heeft alleen maar geduld met u,
omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.’
Nee, ik begrijp er niets van waarom Jezus nog niet terug is gekomen.
Vanaf de aarde gezien duurt het al een eeuwigheid.
Maar in Openbaring krijg je steeds het hemelse perspectief,
en God kijkt nu eenmaal anders naar de tijd dan wij.

Het gebeurt in de bijbel trouwens veel vaker:
dat mensen moeten wachten en er al bijna niet meer in geloven.
Neem bijvoorbeeld Abraham.
God had beloofd dat hij en Sara een kind zouden krijgen,
maar er gebeurt niks, en ondertussen is Sara al veel te oud om kinderen te krijgen.
Ze geloven niets meer van Gods belofte,
en Abraham rommelt aan met Hagar, Sara’s slavin,
om toch nog nageslacht te krijgen.
Het wachten duurde lang, voor het gevoel van Abraham en Sara té lang,
maar God heeft zijn belofte wel degelijk waar gemaakt:
Sara kreeg, ondanks haar hoge leeftijd, een zoon: Isaak.

dia 11 – 2. vergeet niet waar het echt om gaat!
Het tweede: vergeet niet waar het echt om gaat –
of de terugkomst van Jezus voor jou realiteit is.
Je kunt je helemaal verliezen in die vraag: ‘waar blijft Jezus nou’,
maar dat is niet de vraag waar het om gaat!
Je kunt er hele theorieën omheen bouwen, los gaan op allerlei speculaties,
maar het blijven redeneringen op een veilige afstand van jezelf.
De grote vraag is: geloof jij dát Jezus terugkomt,
en dat het elk moment zo ver kan zijn?
Ga je aan Gods tijd rekenen, of reken je erop dat Jezus komt?

4. Wees een pelgrim!
dia 12 – wees een pelgrim
Ga vol verwachting 2018 in.
Reken erop dat Jezus elk moment kan komen, en leef daarnaar!
Ga daarom 2018 in als een pelgrim.
Ja, een pelgrim…
Katholieken hebben wat meer met pelgrimages dan protestanten,
want protestanten hebben nu eenmaal niets met heilige plaatsen.
Maar katholieken hebben niet het alleenrecht op pelgrimages:
Psalm 122 is ook al een pelgrimslied.
Dus: wees een pelgrim.

dia 13 – jabikspaad + pelgrim
Pelgrims zijn op reis.
Ze beginnen bijvoorbeeld in St. Jacobiparochie,
om het Jabikspaad via Franeker naar Hasselt te lopen.
Vanuit Hasselt kun je zelfs doorlopen tot Santiago de Compostella in Noord Spanje,
de bekendste bedevaartplaats in Europa.
Pelgrims zijn altijd in beweging.
Ze overnachten in een herberg of zetten een tent op, en trekken weer verder.
Want ze zijn op weg naar een einddoel, dáár gaat het om.
Tegelijk is de reis zelf ook belangrijk.
Anders waren ze wel op het vliegtuig gestapt…
Lopen of fietsen, bepakt met een zware rugzak,
is niet de snelste manier om op je bestemming te komen.
Maar de route doet er ook toe.
Onderweg ontmoet je mensen.
Onderweg heb je alle tijd om na te denken.
Onderweg leer je van weinig middelen te leven.

dia 14 – maak van de reis niet je bestemming!
Ga 2018 als zo’n pelgrim in.
Als iemand die op reis is, op weg naar de bestemming.
Leef niet alsof deze wereld de bestemming is.
Wat kan ik druk zijn met al mijn plannen!
Dan vergeet ik weer dat ik een pelgrim ben.
Leven als pelgrim betekent: ga niet in die plannen op.
Je bent een reiziger, die leeft in een tent, een tijdelijk huis,
niet in een villa die tot in lengte van dagen moet blijven staan.
Ga niet op in alles wat het leven te bieden heeft.
Het is prima om met de toekomst bezig te zijn,
te bedenken wat jij in 2018 wilt gaan doen,
de reis doet er ook toe,
maar maak van de reis niet je bestemming.

Want Jezus zegt: ‘ja, ik kom spoedig.’
Ga met die verwachting 2018 in.
‘Amen, kom, Heer Jezus!’
Zeg jij het mee?
Amen.




Openbaring 21:2-3 | De hemel op aarde

Een nieuwe hemel en nieuwe aarde? Heb jij er zin in? Of mag het nog wel even wachten? Het nieuwe is onbekend, en daarom kun je een afwachtende houding aannemen. Johannes ziet hoe het zal worden, zodat wij er ook zin in kunnen krijgen.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom
Adventskaars
Zingen: ‘Wijs mij de weg naar Bethlehem’ (Sela)
Votum en groet
Zingen: LvK Psalm 87 : 1, 3 en 4
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels
Zingen: LvK Gezang 26 : 1 en 3
Lezen: Openbaring 21:1 – 22:5
Zingen: LvK Gezang 28 : 1, 2 en 4
Preek over Openbaring 21 : 2 – 3
Zingen: Opwekking 520
Kinderen terug
Onderwijs avondmaal
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Viering avondmaal
Zingen: GKB Psalm 36 : 2
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Gezang 288 : 1, 5 en 7
Zegen

De hemel op aarde

Inleiding
dia 1 – botsauto’s
Ik zal een jaar of 10 zijn geweest.
We hadden een familiedag in attractiepark Drouwenerzand.
Het was er toen allemaal wat eenvoudiger dan tegenwoordig,
maar ik vermaakte me er uitstekend!
Glijbanen, draaimolens, en als hoogtepunt: de botsauto’s.
Als ik dan ook nog wat ooms zo gek kreeg om mee te doen
was het feest helemaal compleet.

dia 2 – kabelbaan
Maar bij een attractie bleef ik weg: de kabelbaan.
Nee, niet zo’n kabelbaanwaar je een aanloopje moet nemen
en dan op een wankel zitje springen
en hopen dat je er onderweg niet vanaf kukelt…
Bij deze kabelbaan moest je met een trap omhoog om bij er te komen,
je zat op een fatsoenlijke stoel, volgens mij zelfs in een kleine cabine,
en zodra je met een muntje had betaald
kwam het stoeltje in beweging voor een rit langs de boomtoppen.

Dan moet je net mij hebben.
Voor geen goud dat ik daar in zou stappen.
Mijn zusje wel, de waaghals!
De hele dag zeurde mijn familie aan mijn kop:
‘wil je niet ook eens de kabelbaan proberen?’
Neuj, echt niet!
Zo zei ik dat natuurlijk niet.
Ik zal wel een smoesje bedacht hebben,
maar uiteindelijk was ik er gewoon te bang voor.
Stel je voor dat je neerstort…

Toen we bijna weggingen, werd het gezeur alleen nog maar meer.
‘Kom op Mark, één keer.’
Ik heb mij over mijzelf heengezet en ben gegaan.
En nog een keer, en nog een keer.
Wauw, wat was dat gaaf!
En toen moesten we alweer naar huis.
Ik had de hele dag erin kunnen zitten,
maar ik had zitten miepen dat ik niet durfde…
Wat had ik er spijt van dat ik die kabelbaan niet eerder had ontdekt!

Misschien zijn jullie niet zo bang aangelegd als ik.
Dat is al snel zo, kan ik je vertellen…
Maar toch: je hebt allemaal wel van die dingen die nieuw zijn,
waar je absoluut geen zin hebt,
en achteraf blijkt het fantastisch en wil je niets anders meer.

dia 3 – de hemel op aarde
Ik denk dat het met die nieuwe hemel en aarde ook zo is.
We hebben een schitterend visioen gelezen,
maar ik hoor niet vaak: ‘o, wat heb ik daar toch zin in!’
Nee, het mag nog wel even duren…
In deze preek wil ik je iets van de toekomst laten zien,
met als thema: ‘de hemel op aarde’,
en ik hoop dat het je helpt om er zin in te krijgen!
Want wat is het mooi, Openbaring 21:2-3:
‘Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem,
uit de hemel neerdalen, bij God vandaan.
Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht.
Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep:
“Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.
Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.”’

1. Wat komt ervoor terug?
dia 4 – Openbaring 20: God doet het kwaad weg
Net als vorige week eerst een korte terugblik.
Vorige week lazen we Openbaring 20.
Een pittig hoofdstuk maar waar het om gaat:
God maakt definitief een einde aan het kwaad.
Het is een grote opruiming op de aarde: God doet al het kwaad weg.
Ik heb afgelopen week mijn boekenkast opgeruimd:
alle boeken die ik nooit gebruik gaan weg.
Zo doet God met het kwaad, en het komt nooit meer terug!

dia 5 – wat komt in plaats van het kwaad?
Maar wat dan wel?
Als al het kwaad weg is, wat komt ervoor in de plaats?
Mijn boekenkast zal zich wel weer vullen met nieuwe boeken.
Maar wat komt nu in plaats van het kwaad?
In de adventstijd gaat het om verwachten, maar wát verwacht je eigenlijk?

In Openbaring 20 is het nog oorlog.
Er wordt heftig gevochten, steden worden belegerd,
dag en nacht hoor je kanonnen bulderen.
In Openbaring 21 zijn de kruitdampen opgetrokken.
Dan kom je in een heel andere wereld: er kan gebouwd worden.
Hoe moet de wereld er nu uit gaan zien?

Wat je terugkrijgt is niet automatisch beter.
Ik denk dat over het geheel genomen,
Nederland na de 2e Wereldoorlog mooier is geworden,
maar wat hebben we in die tijd ook lelijke blokkendozen gebouwd!
Het kan ook heel anders.
Met gejuich wordt een dictator verdreven,
maar even later regeert de volgende dictator met harde hand.
Je kunt het kwaad wel opruimen, maar wat krijg je ervoor terug?
Dáárover gaat het visioen van vandaag.

dia 6 – ‘we moeten het nog maar zien’
Maar misschien maakt die vraag, ‘wat krijg je ervoor terug’,
ook wel dat we niet overlopen van enthousiasme.
Dat ‘zin’ wel een erg groot woord is,
we nemen liever een afwachtende houding aan,
en eigenlijk mag het ook nog wel even duren.
Want wat je hebt, dat ken je, en wat komt, dat is altijd afwachten.
Daarom zat ik de hele dag in de botsautootjes,
en liet ik die kabelbaan graag aan mij voorbij gaan.
Ik las ergens over een predikant die de gemeente had gevraagd
wie echt zin had in de terugkomst van Jezus.
Hij had net zo goed kunnen vragen wie er na de kerkdienst
nog even wilde helpen met de afwas:
daar waren meer vingers omhoog gegaan…

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde, het is onbekend, het is zo ongrijpbaar.
Deze wereld kennen we, en wat ervoor terugkomt, dat moeten we nog maar zien.
Zo gaat dat met nieuwe dingen.
Nieuwe dingen kunnen heel eng zijn, bedreigend.
Wij mensen, houden van vastigheid.
Ik denk dat zelfs mensen die altijd op zoek zijn naar iets nieuws
op een of andere manier tradities hebben, dingen die altijd hetzelfde blijven.
Zo zitten we nu eenmaal in elkaar: dat geeft ons een beetje zekerheid.
Wat komt daar voor terug?

2. De hemel op aarde
dia 7 – audiotour
Johannes krijgt het in een visioen te zien en deelt het met ons!
Hij krijgt een rondleiding in de hemel op aarde.
Misschien heb je in een museum wel eens een audiotour gedaan.
Je krijgt een koptelefoon op,
en hoort via de koptelefoon aanwijzingen hoe je moet lopen
en informatie over wat je nu eigenlijk ziet.
Zoiets overkomt Johannes,
alleen dan niet met een koptelefoon, maar een engel die hem rondleidt
in wat er voor die oude vertrouwde wereld in de plaats komt.
Met Johannes mogen wij ontdekken hoe het zal zijn.
Zodat wij er ook zin in kunnen krijgen!

dia 8 – aards: de toekomst is op een nieuwe aarde
Het eerste wat opvalt is hoe aards het er allemaal uitziet.
Het clichébeeld van de toekomst is niet zo aantrekkelijk…
Samen met de engelen hang je rond op wattige wolken,
je zingt mierzoete liedjes, en verder is er weinig te doen: het is er een tikje saai.

dia 9 – afmetingen
Johannes ziet iets heel anders:
‘ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem,
uit de hemel neerdalen, bij God vandaan.’
Het is niet zomaar een stadje:
het is 12.000 bij 12.000 stadie groot, dat is 2300 bij 2300 kilometer!
Om even een indruk te geven:
dat is van Franeker naar Sint Petersburg in Rusland,
dan door naar Istanboel in Turkije,
om via Madrid weer terug te gaan naar Franeker.
Dan heb je ongeveer een rondje om die stad gereden.
Echt een gigantische stad dus, het vult de wereld.
Wat een gezicht moet dat zijn als die stad uit de hemel komt!
Eerst een klein stipje, maar het wordt groter en groter,
totdat zo ver je kijken kunt, alles stad is.
Wij gaan dus niet omhoog, voor een plekje op de wolken,
onze woonplaats komt juist omlaag, naar de aarde!

dia 10 – afbeelding weg
Het is een nieuwe aarde,
waar je aan de ene kant vertrouwde dingen ziet,
maar waar het aan de andere kant compleet anders is.
God pakt het grondig aan.
Niet een likje verf hier en een nieuw bloemetje daar,
om het weer zo mooi te maken als het ooit was:
nee, het is een grondige verbouwing, waar niets blijft zoals het was,
maar het tegelijk wel de aarde blijft.

dia 11 – jaspis
De gebouwen bijvoorbeeld.
In Franeker vind ik het oude stadhuis al indrukwekkend, of de oude stinsen.
Het Paleis op de Dam in Amsterdam doet daar nog een schepje bovenop:
als je daar rondloopt, misschien met zo’n audiotour,
komen de dure materialen je overal tegemoet.
Maar bij het nieuwe Jeruzalem valt het in het niet!
Een stadsmuur om die gigantische stad van ‘jaspis’,
een steen die je normaal in sieraden gebruikt.
De straten van zuiver goud: er is nergens op bespaard.

dia 12 – afbeelding weg
Of neem de natuur.
In Friesland is heel wat water, maar er is weinig in te zien: veel te troebel.
Door het nieuwe Jeruzalem stroomt een glasheldere rivier.
En die bomen: fruitbomen kennen we.
Maar bomen waar elke maand weer vruchten aan hangen?!
In nieuw Jeruzalem is altijd vers fruit!
En elke maand is het weer anders!
Geen appelboom die niets anders geeft dan appels.
De ene maand appels, de andere maand ananas,
en weer een andere mand een totaal andere vrucht, maar lekker!

Vergeet ook alsjeblieft dat luieren op de wolken.
Je hoeft je in het nieuwe Jeruzalem niet te vervelen.
We zullen als koningen ‘heersen’.
Dat woord komt uit het begin van de bijbel.
Het is de opdracht die God aan de eerste mens geeft: heers!
Zorg voor de natuur, laat elkaar genieten van je talenten.
Het is geen luilekkerland, wat best leuk is voor een maandje,
maar waar de eeuwigheid toch wel wat lang voor is…
Er is werk aan de winkel!

dia 13 – hemels: God woont bij ons
Dat is de aardse kant.
Er is ook een andere kant: de hemelse.
De hemel komt op aarde.
Dat lees je in het hele hoofdstuk.
Vers 3: ‘Gods woonplaats is onder de mensen.’
Vers 11: ‘de stad schitterde door Gods luister.’
Vers 22: ‘God is haar tempel.’
Vers 23: ‘over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht.’
Hoofdstuk 22 vers 3: ‘de troon van God en van het lam zal daar in de stad staan.’
En vers 5: ‘God, de Heer, zal hun licht zijn.’

Dit is nog wel het mooiste van alles,
en hét grote verschil met de oude wereld: God woont er!
Prediker zegt in Prediker 5: ‘God is in de hemel en jij bent op aarde.’
Maar dan niet meer: de hemel komt op aarde,
God komt op aarde wonen, de hemel en de aarde schuiven in elkaar.
Daar is het echt ‘God met ons’: Immanuël!
Jezus was al op aarde, woonde tussen de mensen,
stelde zich aan het gewone leven bloot.
Hij deed het onopvallend, maakte zich klein – een baby in een voerbak.
Maar in nieuw Jeruzalem is het voor iedereen te zien: God met ons, Immanuël!
Dat is ook direct het antwoord op die vraag:
nu God al het kwaad heeft opgeruimd, wat komt er voor terug?
God zelf!

dia 14 – kubus
Opvallend is dat Johannes geen tempel ziet.
In dit visioen komen allerlei profetieën uit het Oude Testament terug,
waaronder Ezechiël 40-48.
Ezechiël krijgt ook een visioen over Jeruzalem.
Maar bij Ezechiël heeft de tempel een heel belangrijke plaats: daar woont God!
In nieuw Jeruzalem is geen tempel, dat is niet meer nodig.
God laat zich niet meer in een tempel opsluiten,
er is gewoon geen plekje meer waar God niet is!
Misschien daarom ook de eigenaardige vorm van die stad.
De oppervlakte is niet alleen 2300 bij 2300 kilometer,
hij is ook 2300 kilometer hoog!
Een kubus, net zoals het allerheiligste van de oude tempel.
Ik denk dat die maten symbolisch zijn: God woont op de hele aarde.

dia 15 – afbeelding weg
Met nieuw Jeruzalem is het als met die kabelbaan:
als je eenmaal door de nieuwe aarde gegrepen bent,
wil je nooit meer terug naar de oude.
Dat profeteert Jesaja al, ver voor Jezus.
Jesaja 65: ‘ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Wat er vroeger was raakt in vergetelheid,
het komt niemand ooit nog voor de geest.
Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat ik schep.’
Als ik dit hoor, dan krijg ik er zin in!

3. God als middelpunt
dia 16 – God als middelpunt
Was het maar alvast zover…
Maar niemand weet wanneer het zo ver is.
Ook dat is advent: wachten.
Maar het is geen afwachten, niet: ‘we zullen wel zien…’
Het is wachten met God als middelpunt.

dia 17 – zet God nu al centraal in je leven
Want als in nieuw Jeruzalem alles om God draait,
begin daar dan vandaag al mee!
Nee, wij kunnen die stad niet bouwen: die komt uit de hemel.
Maar we kunnen wel leven als burgers van nieuw Jeruzalem.
Wij kunnen er niet voor zorgen dat het in heel de wereld om God draait,
wel kun je God in het midden van je eigen leven zetten.

Hoe zou dat eruit zien? God als middelpunt?
Kijk dan maar naar Jezus.
De baby in de voerbak, zonder enig aanzien.
De uitgehongerde man die in de woestijn Satan weerstaat.
De rondtrekkende rabbi, met oog voor de minsten.
De biddende strijder:
‘laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’
De gekruisigde, die het kwaad overwint door het goede.
Hoe ziet jouw leven eruit als je God centraal stelt?
En dan niet even op een zondagmorgen, maar dat je leeft vanuit het besef:
ik leef niet voor mijzelf, ik leef voor God!
Moet je daar niet aan denken, ga je liever je eigen gang,
dan moet je je afvragen: ‘is die nieuwe hemel en aarde wel iets voor mij.’
Want daar is het overal God!

dia 18 – krijg er zin in
We hebben er wat van gezien,
en ik hoop dat het je afhelpt van het ‘onbekend maakt onbemind.’
De toekomst ziet er prachtig uit!
Wat Johannes ziet is onbeschrijflijk mooi –
hij geeft er woorden aan, maar het is niet in woorden te vatten.
Nieuw Jeruzalem zit vol verrassingen en ontdekkingen, genoeg voor de eeuwigheid.
Laat die afwachtende houding toch los.
Bij mij begint het in ieder geval te kriebelen: ik krijg er zin in!

dia 19 – bruiloft van het lam
Vier zó vandaag ook het avondmaal.
Als je straks het brood eet en de wijn drinkt,
laat het je zintuigen prikkelen, je verlangen naar die nieuwe wereld.
Het is een voorproefje van het feestbanket
waar God de tafels in nieuw Jeruzalem al voor dekt.
Besef: wij zijn niet van hier,
wij leven voor de hemel op aarde.
Amen.




Openbaring 20:1-15 | Het einde van het kwaad

Het kwaad lijkt nu eenmaal bij de wereld te horen. Een wereld zonder kwaad, dat is haast niet voor te stellen. Toch belooft God dat er eens definitief een einde komt aan het kwaad. Dus doe niet alsof je maar met het kwaad moet leren leven.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom
Aansteken adventskaars
Zingen: GKB Gezang 77 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 125 : 1, 2, 3, 4 en 5
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen: Openbaring 20 : 1 – 15
Zingen: GKB Psalm 110 : 1, 2 en 5
Preek
Zingen: LvK Gezang 126 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Als alles duister is (Sela)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Psalm 97 : 1, 2 en 5
Zegen

Het einde van het kwaad

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag gaat het over het einde van het kwaad.
Stel je eens voor: een wereld waar alles goed is!
Dat kúnnen we ons dus niet voorstellen…
Ik ben zo aan het kwaad gewend,
dat ik geen idee heb hoe een wereld zonder kwaad eruit ziet…

Aan sommige dingen lijkt nooit een einde te komen.
Wie is er wel eens in Barcelona geweest?
Ik niet, maar ik wil het er toch even over hebben.
Of eigenlijk over een gebouw in Barcelona,
waar aan de bouw ook maar geen einde lijkt te komen: de Sagrada Familia. (dia 2)

dia 3 – Europa 1900
In 1882 werd de eerste steen gelegd, en nog altijd wordt eraan gebouwd.
Moet je nagaan: 1882!
Toen was koning Willem III koning van Nederland.
Wat is er sinds 1882 enorm veel gebeurd!
Er zijn 2 wereldoorlogen gevoerd,
en de kaart van Europa zag er heel wat overzichtelijker uit.

dia 4 – straatbeeld
Het treinverkeer begon net op gang te komen,
auto’s moesten nog worden uitgevonden,
alleen de zweverige types droomden over vliegmachines,
en het hele elektriciteitsnet moest nog worden uitgerold.
Ik zou bijna zeggen: álles is na 1882 veranderd.
Behalve dat nog altijd aan de Sagrada Familia wordt gebouwd.

Niemand weet beter dan dat het werk in uitvoering is.
Dat hoort er gewoon bij!
De Sagrada Familia hoort niet af te zijn, aan de bouw hoort geen einde te komen,
het hoort werk in uitvoering te zijn!
Barcelona waar niet aan de Sagrada Familia wordt gebouwd,
dat kan niemand zich voorstellen!

dia 5 – Sagrada 2
Toch lijkt het erop dat het onvoorstelbare gaat gebeuren.
Er is zowaar een officiële opleveringsdatum:
in 2026 zou de Sagrada Familia af moeten zijn.
Al zal er ook altijd wel gerenoveerd moeten worden,
dus er zullen altijd bouwvakkers aan het werk blijven.
Maar toch: er komt een einde aan de bouw!
Wat zal dat wennen zijn…

dia 6 – het einde van het kwaad
Hoe ver weg en onvoorstelbaar het soms ook lijkt, er komt een einde aan.
Maar geldt dat ook voor het kwaad in de wereld?
Of hoort het kwaad er nu eenmaal bij?
Daar staan we vanuit Openbaring 20 bij stil,
met als thema: het einde van het kwaad.
Je kunt het je niet voorstellen, maar er kómt een einde aan het kwaad!

1. Komt er nog een einde aan?
dia 7 – Openbaring 12: overwinning én strijd
Eerst een terugblik op vorige week.
Toen ging het over een visioen in Openbaring 12 over de vrouw en de draak.
We hebben het toen gehad over de vraag:
‘waar blijft die overwinning van Jezus nou?’
De wereld lijkt nog net zo donker als toen Jezus werd geboren,
en wat is het soms ontzettend moeilijk om te geloven!
We zagen dat Jezus wel degelijk van Satan gewonnen heeft.
Satan, de draak, lijdt de ene na de andere nederlaag,
maar is een buitengewoon slecht verliezer,
die zelfs in zijn val zo veel mogelijk ellende wil veroorzaken.
Die strijd zien wij nog elke dag.

dia 8 – komt er nog een einde aan de strijd?
Maar komt daar ook nog een keer een einde aan?
Net als dat niemand beter weet dan dat aan de Sagrada Familia gebouwd wordt,
zo weet ook niemand beter dan dat Satan het ons moeilijk maak.
Maar dat kan toch niet zo doorgaan tot in de eeuwigheid?
Zou het werkelijk zo zijn dat we er maar aan moeten wennen
dat je geloof altijd wordt aangevallen,
en dat je altijd weer op je hoede moet zijn voor die draak?
Dan ziet het er niet best uit!
Mooi hoor, dat Jezus gewonnen heeft,
maar als dat betekent dat het voor ons altijd oorlog blijft,
dan wordt ik daar niet blij van.
Dan is het christelijk geloof helemaal niet hoopgevend,
dan maakt het juist doodsbang!

dia 9 – kaars en schijnwerper
Kerst is het feest van het licht.
In een donkere wereld, een wereld die vol is van het kwaad,
komt Jezus zijn licht brengen.
Maar het is eerder een kaarsje dan een schijnwerper.
Jezus komt door de achterdeur, in een onopvallend hoekje van Israël.
En geen misverstand daarover:
ik vind het prachtig dat Jezus niet de macht komt opeisen, maar zich klein maakt.
Wat mij betreft één van de mooiste mysteries van het geloof.
Maar ik vraag me ook af: gaat die schijnwerper nog eens aan?!
Mooi hoor, die kleine kaarsjes in een donkere wereld,
maar wordt het niet eens tijd om deze wereld in het volle licht te zetten?

dia 10 – Openbaring: de vijanden 1 voor 1 verslagen
Dat is precies waar het boek Openbaring naartoe werkt.
Vanaf Openbaring 12 worden verschillende vijanden geïntroduceerd.
Vanaf Openbaring 16 wordt 1 voor 1 met die vijanden afgerekend,
tot uiteindelijk 1 vijand overblijft,
en direct ook de grootste, de gevaarlijkste: de draak.
Daarmee komen we in Openbaring 20:
hoe loopt het af met de draak,
die al verloren heeft, maar nog steeds tekeer gaat?
Komt ook daar een einde aan?

2. Het einde van het kwaad
dia 11 – het einde van het kwaad
Ja, ook met de draak wordt afgerekend.
Dát is de boodschap van Openbaring 20.
Dit bijbelhoofdstuk heeft tot heel wat speculaties geleid
over wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Ik ga daar zo op in, daar kun je bij dit hoofdstuk nu eenmaal niet omheen,
al kan ik er niet alles over zeggen,
dus als je nog vragen hebt: stel ze me gerust na de dienst.
Maar Openbaring 20 gaat niet over eindtijdscenario’s:
de boodschap is dat het kwaad definitief wordt verslagen.
Het onvoorstelbare gebeurt:
er komt een eind aan het werk van Satan!

dia 12 – Satan is gebonden
Net als in Openbaring 12 ziet Johannes een visioen.
Uit de hemel komt een engel.
Hij lijkt op een politieagent uit een arrestatieteam.
Hij draagt een wapenstok, handboeien,
en heeft de sleutel van de best beveiligde cel ter wereld.
Deze agent-engel arresteert de draak en sluit hem op: opgeruimd staat netjes.
1000 Jaar zit de draak vast.

dia 13 – uitstap’je’: zijn de 1000 jaar nu of straks?
Daarmee zitten we midden in de speculaties.
Waar gaat dit visioen over?
Wanneer zijn die 1000 jaar?
Daarover wordt al bijna 2000 jaar stevig gediscussieerd.
Je kunt die 1000 jaar op 2 manieren uitleggen:
ze moeten nog komen of ze zijn al lang bezig.
Direct maar wat ik denk: ik geloof dat wij nu in die 1000 jaar leven.

Maar eerst die andere uitleg: de 1000 jaren moeten nog komen.
In Openbaring 19 gaat het al over de terugkomst van Jezus.
Openbaring 20 gaat dan verder: als Jezus is teruggekomen op aarde,
laat hij een van zijn engelen Satan opsluiten.
Dan regeert Jezus 1000 jaar: het 1000-jarig vrederijk.
Aan het einde daarvan gaat Jezus terug naar de hemel
en wordt de draak nog een keer losgelaten.
Dat is de tijd van de ‘grote verdrukking’.
Dan komt Jezus voor de 2e keer terug,
rekent nu definitief af met de draak,
en dan begint de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Als je Openbaring 20 zo leest, dan lijkt dit een logische uitleg.
Zoals ik ergens las: ‘wat er bij mij niet in wil, is dat Satan nu gebonden is.’
Dat snap ik helemaal, dat is ook mijn eerste reactie.

Toch zitten er nogal wat haken en ogen aan deze uitleg.
Om te beginnen: nergens anders in de bijbel lees je hierover!
In de bijbel gaat het vaker over het einde van de tijd,
maar nergens over een tussenrijk van 1000 jaar.
Bovendien gaat Openbaring 20 niet over een vrederijk.
Het hele woord ‘rijk’ komt er niet in voor, net als ‘vrede’.
Over dat soort dingen gaat het pas in Openbaring 21 en 22.
Verder roept het de vraag op:
als Jezus 1000 jaar als aardse koning regeert, en dan korte tijd afwezig is,
hoe kan Satan dan nog een enorme menigte mobiliseren
voor een laatste poging de christenen uit te roeien?!
En als laatste, en misschien wel belangrijkste:
in Openbaring 20 staat dat de messias in die 1000 jaar regeert.
Als die 1000 jaar nog moeten komen, regeert Jezus nu dan niet?!

Daarom geloof ik dat de 1000 jaar de tijd is tussen Jezus’ hemelvaart en terugkomst.
Satan zit nu gevangen – en nee: daar lijkt het niet op.
Maar Openbaring 20 zegt ook wát Satan in die 1000 jaar niet doet:
hij kan de volken niet meer misleiden.
Vóór Jezus kende alleen Israël God,
andere volken hadden hun eigen goden.
Ná Jezus gaat het goede nieuws de wereld over:
in elk land op aarde wonen volgelingen van Jezus.
Dát is de gebondenheid van Satan.
Openbaring 20 is geen vervolg op Openbaring 19,
maar vertelt hetzelfde vanuit een andere invalshoek.

Ook al grijpt het kwaad om zich heen,
ook al lijkt het er niet op dat er ooit een einde aan komt,
houd vast aan dat Jezus nu al koning is,
en dat Satan met zijn laatste stuiptrekkingen bezig is.

dia 14 – Satan wordt definitief verslagen
Maar dan gaat het verder.
Satan wordt losgelaten.
Hij ontsnapt niet, hij wordt losgelaten.
Satan begrijpt er niets van, maar je zult hem niet horen klagen.
Hij trekt er op uit om zo veel mogelijk medestanders te verzamelen.
Met een gigantisch leger drijft hij de christenen in het nauw,
om voorgoed met hen af te rekenen, en zo met Jezus’ verlossingswerk.
Maar voor hij goed en wel tot de aanval kan overgaan, is het alweer afgelopen!
Er komt hulp uit de hemel,
en met een enorm vuur worden Satan en zijn bondgenoten definitief verslagen.
Nu is de bevrijding echt!

Hoe het zit met die periode dat Satan los is, dat weet ik niet.
Zo’n laatste, heftige strijd, dat maakt me wel een beetje bang.
Is die tijd nu al aangebroken? Zou kunnen.
Ik denk dat er nog wel iets komt als een laatste opleving van Satan.
Maar hij is verslagen voor je het beseft!

dia 15 – de dood wordt verslagen
En dan kan ook afgerekend worden met de laatste vijand.
1 Korintiërs 15: ‘de laatste vijand die vernietigd wordt is de dood.’
Johannes ziet het gebeuren.
‘Het dood en het dodenrijk stonden hun doden af.’
Het staat er alsof ze schoorvoetend opgeven:
ze hadden de doden graag willen houden, maar ze zijn hun macht kwijt.
Wat een gebeurtenis moet dat zijn!
Overal gaan graven open, op het strand spoelen mensen aan,
zo ver je kijken kunt, overal mensen!
De dood heeft geen macht meer over hen.
Het is einde oefening: nu is het kwaad definitief verslagen!

3. Is God harteloos?
dia 16 – een hard oordeel: hoe kan dat?
Toch gaat het nog even verder, met wat mij betreft het moeilijkste stukje.
Al die tot leven gewekte doden moeten voor Gods troon verschijnen.
Over hun levens zijn boeken vol geschreven, nu worden ze geoordeeld.
Staat je naam niet in het boek van het leven,
dan wordt je in de vuurpoel gegooid!
Dat is schokkend!
Als ik dit soort dingen in de bijbel lees, dan voel ik een steek.
Nu is eindelijk met het kwaad in eigen persoon afgerekend,
dan verwacht je dat het nu allemaal vrede en liefde is,
maar nee hoor: er volgt een keihard oordeel.
Is God dan harteloos?

dia 17 – is de hel ‘pech gehad’?
Als je in de bijbel over het laatste oordeel leest,
kan je inderdaad dat gevoel bekruipen.
Maar dat zou ook kunnen komen door het beeld dat wij van de hel hebben,
wat niet perse hetzelfde is als wat de bijbel erover zegt.
Misschien is dit wel jouw beeld:
in dit leven moeten we keuzes maken.
De keuze om te geloven in Jezus Christus,
maar ook keuzes van wat je met je leven doet.
Je hebt nú nog de tijd de goede keuzes te maken, tot Jezus terugkomt.
Dán is het te laat.
Dan dringt opeens tot je door dat je de verkeerde keuzes hebt gemaakt,
en sta je in paniek voor Gods troon als de boeken worden geopend.
Maar Jezus is onverbiddelijk:
‘jij hebt verkeerd gekozen, nu moet je de consequenties maar dragen.
Je hebt je kans gehad, pech gehad!’

dia 18 – de hel: met het kwaad willen leven
Ik wil er een andere manier van kijken naast zetten,
die mij verder helpt, en jullie misschien ook.
In Openbaring 20 wordt afgerekend met het kwaad.
Dáár gaat het in dat laatste oordeel ook over.
Het kwaad komt niet alleen van buiten, maar zit ook in mij.
Ik wil God zijn in mijn leven, zoals Adam en Eva God wilden zijn.
In een wereld zonder kwaad kan het kwaad dat in mij zit ook niet langer bestaan!

Dan is de grote vraag: wíl je dat?
Wil je het kwaad uit je leven verwijderen?
Of ben je er zo aan gehecht dat je het niet los kunt laten?
Laten we niet doen alsof de keuze tussen goed en kwaad makkelijk is!
We zijn van het kwaad gaan houden,
we hebben het kwaad omarmd,
het kwaad is een stukje van onszelf geworden, wat we koesteren.
Maar dat stukje kan niet door het oordeel heen!
Het moet weg.
Jezus wil het uit je snijden.
Jezus levert geen half werk.
Hij wil niet alleen jouw zonden vergeven,
hij wil het kwaad uit jouw leven amputeren.
Als jij dat niet wilt, als je met het kwaad wilt blijven leven,
dan kies je voor het leven zonder God.

4. Nee tegen het kwaad
dia 19 – nee tegen het kwaad
Er komt een einde aan het kwaad.
Nu is het kwaad nog overal, maar het is een aflopende zaak.
Wat betekent die toekomstsverwachting voor het leven vandaag?
Dit: zeg nu al ‘nee’ tegen het kwaad.

dia 20 – wen niet aan het kwaad
Daarover 2 dingen.
1: Wen niet aan het kwaad.
Je zou kunnen denken dat het erbij hoort,
dat het kwaad er nu eenmaal is,
en dat je daar maar beter mee kunt leren leven.
Wat kunnen we afgestompt raken.
Kinderen kunnen helpen om dat te zien.
Thuis lezen wij na het eten altijd uit de kinderbijbel.
Daar staan echt niet alleen lieve verhalen in.
Voor mij zijn die verhalen zo bekend dat ik er niet meer van schrik.
Onze kinderen wel: die zijn geschokt dat Jezus wordt gekruisigd.
Zij zijn nog niet aan het kwaad gewend, ik helaas wel.
Zorg ervoor dat het kwaad nooit gewoon wordt.
Laat de rauwe werkelijkheid maar binnenkomen,
wees maar boos om hoe verschrikkelijk oneerlijk het allemaal is,
en huil als je ziet wat mensen elkaar allemaal aandoen.
Want het kwaad hoort er niet bij!
Er komt een einde aan.
Met die hoop hoef je nooit aan het kwaad te wennen.

dia 21 – vecht tegen het kwaad in jouw leven
Het tweede: vecht tegen het kwaad in jouw leven.
Nee, dat doe je niet alleen.
Jezus wil je helpen, met zijn Geest.
En Jezus geeft je mensen om je heen die je helpen.
Als bij dat laatste oordeel de vraag is
of Jezus het kwaad uit je weg mag snijden,
dan is nu al de vraag of je zonder het kwaad wilt leven!
Vind je het kwaad eigenlijk wel fijn, of baal je van het kwaad in jou?
Omarm het kwaad niet, maar blijf vechten!

dia 22 – Jezus maakt het af! (licht)
Volgende week vieren we het avondmaal.
Het is een voorproefje van het grote feest
als Jezus is teruggekomen naar de aarde.
Het grote feest dat het kwaad verslagen is.
Probeer deze week het kwaad weer te haten!
En eens komt dat feest.
Jezus maakt af waar hij met kerst mee begonnen is.
De kaarsjes in een donkere wereld
maken plaats voor een wereld waar God zelf het licht is!
Amen.




Openbaring 12:17 | Een woedende verliezer

We hebben al zo vaak kerst gevierd, maar heeft de komst van Jezus de wereld echt veranderd? Het lijkt er niet echt op. Johannes krijgt in een visioen een andere manier van kijken aangereikt: Jezus is overwinnaar, Satan niet meer dan een slechte verliezer.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom
Adventskaars
Zingen: LvK Gezang 127 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 91 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Openbaring 12 : 1 – 18
Zingen: Psalm 7 : 1, 3 en 7 (LvK=GKB)
Preek over Openbaring 12 : 17
Zingen: GKB Gezang 109 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Leefregels: Efeziërs 6 : 10 – 18
Zingen: Opwekking 800
Mededelingen 1
Gebed
Mededelingen 2
Collecte
Zingen: GKB Gezang 70 : 1, 2 en 3
Zegen

Een woedende verliezer

Inleiding
dia 1 – tegeltje
‘Meedoen is belangrijker dan winnen.’
Nou, dat weet ik niet hoor…
Als ik met een spelletje meedoe, dan win ik liever.
Niet dat ik slecht tegen mijn verlies kan,
maar winnen geeft een fijn gevoel, verliezen niet.
Of zijn er hier mensen die expres verliezen?
Precies, dat dacht ik al!

Het ergste is als je al weet dat je verloren hebt,
maar het spel is nog niet afgelopen.
Er zijn spellen waar het tot het laatst spannend blijft,
en je op het allerlaatste moment nog kunt winnen,
maar er zijn ook spellen waar je niet meer kunt winnen,
maar het spel is voorlopig nog niet afgelopen…
Je bent aan het verliezen, maar het spel gaat door.
Wat doe je dan?
Je kúnt je verlies sportief opvatten.
Je kunt nu eenmaal niet altijd winnen.
Je blijft lekker meedoen, probeert er nog het beste van te maken,
en als anderen je uitlachen om hoe slecht je het spel speelt,
lach jij gewoon lekker mee.
Aan het spel is niet veel eer te behalen,
dus schenk je ondertussen nog een rondje drinken in,
en zet je een schaaltje borrelnootjes op tafel.

Het kan ook dat je wat minder makkelijk met je verlies omgaat…
Je gaat valsspelen, je gaat zitten mokken, je loopt gewoon weg,
of je probeert degene die aan het winnen is
het zo moeilijk mogelijk te maken door te pesten.

dia 2 – een woedende bedrieger
Vandaag gaat het over een verliezer.
We lazen over hem in Openbaring 12.
Het is de draak, Satan.
Hij is absoluut geen sportieve verliezer.
Lees maar in vers 17:
‘de draak was woedend op de vrouw
en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht,
met allen die zich aan Gods geboden houden
en bij het getuigenis van Jezus blijven.’
Satan, dat is het thema, is een woedende verliezer!
Hij heeft al verloren, maar weigert het te accepteren.

1. Waar blijft die overwinning?
dia 3 – waar blijft die overwinning?
Satan heeft verloren, Jezus heeft gewonnen.
Toen Jezus werd geboren is het ingezet,
en na hemelvaart is Satan verslagen.
Dat staat ook in Openbaring 12:
‘nu zijn de redding, de macht
en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden,
en de heerschappij van zijn messias.’
Wauw, dat klinkt fantastisch – Jezus is overwinnaar!
Er is alleen een probleem: je ziet er zo weinig van…
Waar blijft die overwinning nou?

dia 4 – bedreiging van buiten: vervolging (patmos)
Dat is de achtergrond van het boek Openbaring.
Jezus mag dan gewonnen hebben,
in de praktijk hebben christenen het heel moeilijk.
Zoals Johannes, die dit visioen krijgt en voor ons heeft opgeschreven.
Johannes ziet deze dingen op Patmos.
Tegenwoordig ga je met TUI naar een all-inclusive resort op Patmos
voor een zonovergoten vakantie,
maar in de eerste eeuw stond Patmos wat minder goed aangeschreven.
Patmos werd door de Romeinen gebruikt om lastpakken weg te werken.
Johannes zit niet voor zijn lol op Patmos,
hij is verbannen omdat hij iedereen over Jezus vertelde.
Over Jezus vertellen was zijn leven,
en daar zit je dan op het uitgestorven Patmos…
Waar blijft die overwinning van Jezus nou?

dia 5 – amfitheater
Johannes komt er nog genadig vanaf.
Christenen in zijn tijd hebben met de wreedste vervolgingen te maken.
Berucht is de Romeinse keizer Nero.
Hij liet christenen in stampvolle arena’s de strijd met wilde dieren aangaan.
Dat werd, ik citeer de website wikikids.nl,
gezien als een ‘gezellig uitje voor het hele gezin’.
Aan kijkwijzers deden ze nog niet…
Is dat nou de overwinning van Jezus?

dia 6 – bedreiging van binnen: aanvechting
Christenen hebben te maken met vervolging,
maar dat is nog niet alles:
van binnen worden ze net zo goed bedreigd.
In Openbaring 2 en 3 moet Johannes namens Jezus
pittige dingen schrijven aan verschillende gemeenten:
‘u hebt de liefde van weleer opgegeven’,
‘u houdt vast aan dwaalleer’,
‘uw gedrag schiet tekort in Gods ogen’,
‘u bent lauw geworden.’
Geloven in Jezus blijkt helemaal niet zo makkelijk te zijn!

Dat is bij ons niet anders.
In Nederland kom je er als christen goed vanaf,
maar wereldwijd is christenvervolging nooit weggeweest.
Ook in landen waar godsdienstvrijheid is,
hebben christenen te maken met pesterijen of sociaal isolement.
Om het nog maar niet te hebben over vervolging door overheden.

Maar ook in Nederland is geloven in Jezus niet zo makkelijk.
Christenen staan bekend om hun verdeeldheid,
in de kerk kom je een hoop oppervlakkigheid tegen,
om het nog maar niet te hebben over schandalen onder de nieuwe #ChurchToo.
En nog helemaal los van de kerk:
ook in je eigen leven is geloven gewoon moeilijk.
Je twijfelt: is het wel waar, bestaat God wel,
of hebben we dat onszelf wijsgemaakt?
Je worstelt met jezelf: hoe kan God ooit van mij houden,
Gods liefde is vast niet voor mij.
Je geloof verflauwt: ooit was je hart vol van Jezus,
maar nu is geloven voor jou niet veel meer dan een gewoonte.
Je voelt aanvechting: je wordt verleid dingen te doen
waarvan je weet dat het je bij God weg trekt – en toch doe je het.

Heeft Jezus overwonnen?
Wat zie je daar dan van?
Zou geloven dan niet veel gemakkelijker moeten zijn?
Als Jezus de winnaar is, waarom is deze wereld dan zo verrot?
We hebben nu al zo vaak kerst gevierd,
dat het licht doorbreekt in een donkere wereld,
maar is er na kerst ooit iets veranderd?

2. Een woedende verliezer
dia 7 – een woedende verliezer
Dat soort vragen zijn de achtergrond van dat visioen in Openbaring 12.
Johannes ziet dat Jezus wel degelijk de overwinnaar is,
dat de overwinning van Jezus en het verlies van Satan een feit is,
maar dat Satan een slechte, een woedende verliezer is,
die in zijn val zo veel mogelijk schade wil aanrichten.

dia 8 – kip zonder kop
Je kunt Satan vergelijk met een kip zonder kop.
Als je een kip onthoofdt,
kan hij daarna nog een volle minuut rondlopen!
En nee, don’t try this at home…
Waarom ik erover begin: zo’n kip is al dood,
daar is niets meer aan te veranderen,
en toch lijkt hij nog te leven.
Zo is Satan ook: hij is onthoofd,
hij is al verslagen, en rent nu als een kip zonder kop rond,
om nog zo veel mogelijk ellende teweeg te brengen.

Dat is de boodschap van het visioen.
Misschien een moeilijk visioen, met al die beeldspraak en symboliek,
maar allereerst is het een razend spannende film
die Johannes tussen de sterren te zien krijgt.
Laten we meekijken.

dia 9 – 3 nederlagen: 1. Satan kan Jezus niet tegenhouden (vrouw-draak)
Je ziet een vrouw aan de hemel.
Niet zomaar een vrouw: de zon, maan en sterren zijn haar attributen.
Een koning herken je aan zijn attributen:
een koningsmantel, een kroon, misschien een scepter.
Deze vrouw is een koningin.
Ze is zwanger, en de bevalling gaat niet makkelijk.
Maar op het scherm verschijnt de tweede hoofdpersoon,
een verschrikkelijke draak!
Een achteloze zwiep met zijn staart, en het regent sterren.
Het lijkt alsof hij het niet eens doorheeft.
De draak is op missie: hij wil het kind.
Hij stelt zich strategisch op voor de vrouw en wacht op het kind.
Je houdt je adem in, je doet je ogen half dicht omdat je het eigenlijk niet wilt zien.
Die vrouw is toch geen partij voor een draak?!
Maar in een flits is het voorbij:
het kind wordt geboren en weggevoerd naar God.
De draak heeft het nakijken: hij lijdt zijn eerste nederlaag.

De draak is Satan, dat zal duidelijk zijn.
Het kind is Jezus.
Wie de vrouw is, is minder duidelijk.
Je kunt aan Maria denken,
maar dan loop je in het vervolg van het hoofdstuk vast.
Anderen denken aan Israël of aan de kerk,
maar het meest waarschijnlijke is een combinatie:
de vrouw is het volk van God van alle tijden.
Satan doet alles om te voorkomen dat Jezus geboren wordt,
maar voor Satan het beseft is het hemelvaart,
en Satan staat erbij en kijkt erna.

dia 10 – 2. Satan komt de hemel niet meer in (Michaël)
Maar zo makkelijk laat de draak zich niet afschudden!
Laten we verder kijken.
De draak beseft dat hij het kind heeft laten lopen
en zet de achtervolging in naar de hemel.
Daar kwam hij vaker: als aanklager kon hij in en uit lopen.
Maar nu niet!
Hij wordt opgewacht door Michaël en zijn leger.
De draak komt de hemel niet meer in en wordt op aarde gegooid.
Voortaan is de hemel voor hem gesloten.
Aarzelend krabbelt de draak op, hij likt zijn wonden,
en beseft dat hij zijn tweede nederlaag heeft geleden.
Nu Jezus koning in de hemel is heeft Satan daar niets meer te zoeken.
Zoals Johannes het zegt: ‘de aanklager is ten val gebracht’.

dia 11 – 3. Satan kan de kerk niet uitroeien (vleugels)
Ondertussen loopt dat levensgevaarlijke monster wel op aarde rond.
Daarover gaat de laatste scene van de film.
Als hij het kind niet grijpen kan, dan maar de moeder!
Satan zet de aanval op de gemeente in.
Maar de vrouw krijgt 2 vleugels, symbool voor Gods bescherming,
en vliegt de woestijn in, buiten het bereik van de draak.
De draak probeert het nog en spuwt een rivier achter haar aan.
Vreemd: vuurspuwende draken ken ik, maar water?!
Hoe dan ook: de vrouw krijgt hulp uit onverwachte hoek.
De aarde drinkt de rivier op.
De draak is kansloos.
Nederlaag nummer 3.
De gemeente van Christus is veilig,
nooit zal Satan de kerk kunnen uitroeien.

dia 12 – Satan kan zijn verlies niet accepteren
Maar Satan geeft niet op.
Vers 17: ‘de draak ging weg om strijd te leveren
met de rest van haar nageslacht.’
Hij verzet de bakens: nu maakt hij jacht op individuele christenen.
En dát is wat Johannes, de christenen in de 1e eeuw, en wij nog altijd ervaren.
Satan lijdt de ene na de andere nederlaag, hij is verslagen,
maar blijft vechten voor een verloren zaak.
Hij neemt in stijl afscheid,
door zo veel mogelijk paniek, angst en chaos te veroorzaken.
En specifiek heeft hij het op christenen gemunt.

Het is dus niet gek dat je twijfelt,
of het nu aan God is of aan jezelf.
Niet gek dat je passie voor Jezus afzwakt.
Niet gek dat je de wereld voelt trekken.
Dat is geen teken van kleingeloof!
Dan nog eerder van dat Satan jouw geloof het waard vindt om aan te vallen.
Ja, in Christus mogen we overwinnaars zijn,
maar dat betekent niet dat het leven als christen een en al overwinning is:
Satan doet alles om het je moeilijk te maken.

3. Waarom zou je dit geloven?
dia 13 – waarom zou je dit geloven?
Christen zijn is geen succesverhaal.
Je geloof wordt van binnen en van buiten bedreigd.
Het visioen in de hemel geeft daar een verklaring voor:
het betekent niet dat de overwinning van Jezus niets waard is –
juist dóór de overwinning van Jezus maakt Satan jacht op christenen.
Maar waarom zou je dit geloven?
Waarom niet gewoon de conclusie trekken
dat Jezus minder macht heeft dan je dacht?
Je kunt altijd wel alternatieve verklaringen bedenken,
maar wordt het niet eens tijd de werkelijkheid onder ogen te zien?

Waarom zou je dit geloven?
Die vraag heb ik mijzelf gesteld.
Waarom geloof ik dat Jezus gewonnen heeft,
en Satan niet meer is dan een slechte verliezer?

dia 14 – 1. omdat de bijbel het zegt
Allereerst, heel simpel, omdat de bijbel het zegt.
En echt niet alleen in Openbaring 12:
Jezus zelf is er ook duidelijk over
dat zijn volgelingen het echt niet makkelijk gaan krijgen.
Ik geloof wat de bijbel zegt,
ik geloof dat de bijbel het beste verhaal is om de wereld te begrijpen,
en ik geloof dus ook dat Jezus koning is
en Satan zijn verlies niet kan accepteren.
Omdat de bijbel het zegt.

Ik weet ook wel:
de echte sceptici overtuig je daar niet mee.
En ook in mijzelf zit zo’n scepticus, die altijd vragen blijft stellen.
Is er nog meer te zeggen dan:
‘je moet het geloven omdat de bijbel het zegt’?

dia 15 – 2. omdat de kerk niet uit te roeien is
Ik denk van wel.
Johannes heeft gelijk gekregen.
Satan heeft op allerlei manieren geprobeerd van de kerk af te komen,
maar de kerk bleek eenvoudigweg niet uit te roeien.
Christenen hebben altijd met strijd te maken gehad,
maar de kerk is er nog altijd, sterker: die groeit nog elke dag.
Als Jezus niet echt de winnaar is, snap ik niet hoe dat kan.
Geen enkele godsdienst heeft zo’n onmogelijke start gehad
als het christelijk geloof.
Jezus vermoord, zijn volgelingen vanaf het begin bedreigd.
Maar ook geen enkele godsdienst is zo snel gegroeid:
al snel waren overal groepjes christenen.
Johannes heeft gelijk gekregen:
Satan heeft verloren.

dia 16 – 3. omdat het past bij de stijl van Jezus
Het past ook bij Jezus.
Zijn weg naar de overwinning was geen triomfantelijke weg.
Jezus ging de weg van het lijden, tot het kruis aan toe.
Juist door het kwaad te ondergaan, maakte hij het krachteloos.
Dat is wat mij zo trekt in Jezus, waardoor ik steeds weer getroffen word.
Dan is het toch ook niet gek
dat Jezus’ volgelingen ook met het kwaad te maken krijgen?
Dan leer je, zoals Paulus zegt in 2 Korintiërs 12,
dat echte kracht zichtbaar wordt in zwakheid.

4. Blijf bij de winnaar
dia 17 – blijf bij de winnaar
Ja, ik geloof dat Jezus koning is en dat Satan verloren heeft.
Maar Satan is een woedende verliezer,
en daarom is geloven nooit vanzelfsprekend.
Als christen ben je onderdeel van een strijd,
die je winnen kunt als je dicht bij de winnaar blijft!

dia 18 – 1. wapen je
Daar nog 2 dingen over.
Het eerste: wapen je.
Zoals Petrus in 1 Petrus 5 schrijft:
‘wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel,
zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.
Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof,
in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld,
onder hetzelfde leed gebukt gaan.’

Als je christen bent wordt je geloof aangevallen.
Of het nu door vervolging is, verleiding of twijfel.
Wees er niet verbaasd over, het hoort erbij!
Laten we niet doen alsof, als je eenmaal christen bent, het allemaal vanzelf gaat.
Het is gevaarlijk als we onszelf en elkaar dat wijsmaken.
Volgeling van Jezus zijn is elke dag weer een gevecht.
Dus zorg dat je scherp blijft!
Leef met Jezus, investeer in je relatie met hem,
en help elkaar om dicht bij Jezus te blijven!

dia 19 – wees niet bang
Het tweede: wees niet bang.
Petrus schrijft verder: ‘maar al moet u nog korte tijd lijden,
God, de bron van alle genade, heeft u geroepen
om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister.
God zal u sterk en krachtig maken,
zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.’
Besef dat de draak geen poot meer heeft om op te staan,
rondloopt als een kip zonder kop.
Ja, hij kan het ons moeilijk maken,
maar hij heeft al bij voorbaat verloren!
Hij is een gemene, maar uiteindelijk een machteloze vijand.
Als je bij God bescherming zoekt, hoef je voor geen vijand bang te zijn!

dia 20 – advent
Daarom durf ik ook dit jaar kerst te vieren,
ook al lijkt er helemaal niets veranderd.
De vijand is verslagen, Jezus is koning, …,
en hij komt terug!
Amen.




Johannes 1 en Openbaring 21 | God is bij ons

Deze preek is van Sam Wells, predikant van de Anglicaanse kerk van St. Martin-in-the-Fields, Trafalgar Square, Londen. Vertaald door Dingeman van Wijnen, die deze preek als leespreek gehouden heeft.

Liturgie
Voorzang: Psalm 96:1 en 3 (Gereformeerd Kerkboek)
Votum en zegen
Aanvangslied: Psalm 84, Psalmen voor Nu : Wat hou ik van uw huis
Gebed
Schriftlezing 1: Johannes 1:1-18
Schriftlezing 2: Openbaring 21:1-4
Lied: Lied 114:1 en 3 (Liedboek voor de kerken): Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen
Prediking
Amenlied: Lied 125:1, 3 en 5 (Liedboek voor de kerken); O, kom, o kom, Immanuel
Wetslezing
Lied: Psalm 119:62 en 63 (Gereformeerd Kerkboek)
Voorbede door de ouderling van dienst
Collecte
Slotlied: Ik zal er zijn van Sela
Slotzegen

God is bij ons

Geliefde gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

Het is midden in de zomer, maar ik neem u mee naar de maand december. Ik ga drie scènes voor u oproepen die voor de meesten van u, en ik denk iedereen, vertrouwd zullen zijn.
Hier is de eerste. Die gaat over uw verhouding tot het meest lastige familielid dat u heeft. Laten we ons die situatie voorstellen, ook als u misschien niemand kunt bedenken. Misschien kent u iemand die echt problemen heeft met iemand in zijn familie. Stelt u het zich maar voor, laten we zeggen: je vader. Het is bijna Sinterklaas, maar je hebt geen idee wat voor cadeau je je vader moet geven. Dat je geen cadeau kunt bedenken is misschien wel symbolisch voor de moeite die je altijd hebt gehad met je vader: waar kan jij, juist jij, hem nu blij mee maken? Uiteindelijk besteed je meer dan je van plan was aan iets waarvan je niet eens weet of hij er wel blij mee zal zijn. Je probeert het probleem op te lossen met geld, maar van binnen weet je wel dat geld uitgeven de oplossing niet is. Dan is het Sinterklaas en je vader pakt het cadeau uit. Uit zijn gedwongen glimlach en zijn halfslachtige knuffel om je te bedanken blijkt wel dat het opnieuw niet gelukt is om de kloof tussen jullie te overbruggen.
De tweede scène. Familie of vrienden komen logeren tijdens de Kerstdagen. Je wilt dat alles op rolletjes loopt. De e-mails vliegen over en weer, over wie waar gaat slapen, en of ze de hond mee mogen nemen. Je gaat helemaal uit je dak met boodschappen en bakken en braden, en je bent voortdurend bang dat je iets vergeet, of dat er iets aanbrandt. De keuken is je domein en iedereen moet uit de buurt blijven. En zelfs op de dag zelf doe je eigenlijk niks anders dan nog snel dingen opwarmen of de jus of het toetje nog gauw even afmaken. Bij het afscheid nemen krijgt iedereen drie zoenen en je zegt: jammer dat we niet wat meer konden praten. En als ze weg zijn zak je neer op de bank, misschien wel in tranen van pure uitputting.
En hier is de derde scène. Het voelt alsof er iets niet helemaal klopt aan het hoge bedrag dat je besteedt aan vuurwerk met Oud en Nieuw; je hart breekt voor al die mensen die het zwaar hebben en in kou en armoede leven, mensen die als ze aan het nieuwe jaar denken alleen maar duisternis zien. Dus je besluit het geld dat je anders aan vuurwerk uitgaf nu over te maken naar een aantal goeie doelen, voor een hospice of adoptiekinderen of voor een koe of een paar kippen voor mensen die het veel harder nodig hebben dan jij en je vrienden.
Wat hebben deze drie scènes met elkaar gemeen? Ik wil jullie de gedachte aanreiken dat ze alle drie draaien om één klein woordje, het woordje: voor. Als we meeleven met mensen voor wie Oud en Nieuw moeilijke dagen zijn, dan willen we graag iets voor hen doen. Als we graag willen dat onze gasten het met Kerst naar hun zin hebben, dan hebben we de neiging al onze tijd te gebruiken om dingen voor hen te doen. Eten koken, het huis op orde maken, van alles organiseren om ze bezig te houden. Als we het gevoel hebben dat de relatie met onze vader niet goed is, dan zegt ons gevoel dat we iets voor hem moeten doen dat zijn hart misschien zal doen smelten en alles weer goed kan maken. En deze gebaren van ‘voor’ doen er toe, omdat ze een uiting zijn van een heel leven van proberen om relaties beter te maken, de wereld beter te maken, betere mensen van onszelf te maken, door dingen voor mensen te doen.
Het lijkt erop dat het woordje ‘voor’ samenvat wat iemand tot een bewonderenswaardig persoon maakt, dat het woordje laat zien wat er zo goed is aan het christelijk geloof. We koken voor, we kopen kadootjes voor, we geven geld voor, allemaal om te laten zien dat we onszelf inzetten ‘voor’.
Maar hier is wel een probleem.
Al die gebaren zijn hartelijk en gul, en vriendelijk en in vele gevallen opofferend en nobel, het is heel goed en warm en bewonderenswaardig. Maar op één of andere manier raken ze het hart van het probleem niet. Je geeft je vader zijn geschenk maar de kloof wordt niet overbrugd. Je slooft jezelf uit in gastvrijheid maar dat gesprek met de mensen om wie je geeft is er niet van gekomen. Je geeft ruimhartig aan goeie doelen, maar de armen blijven vreemden voor je. ‘Voor’ is een prachtig woord, maar het heft de onvrede niet op, het overbrugt geen misverstanden, het lost vervreemding niet op, het haalt mensen niet uit hun isolement, en vooral: ‘voor’ is niet de manier waarop God met ons omgaat.
God maakt de wereld niet in orde voor ons. God overlaadt ons niet gewoonweg met goede dingen, God overstelpt ons niet met zegeningen om zich vervolgens verdrietig en gepasseerd te voelen als we al die pakjes openmaken en er helemaal niet blij en dankbaar voor zijn. ‘Voor’, dat is niet het hart van God.
Soms zouden we willen dat dat wel zo was. Wat zouden we graag willen dat God ons allemaal blij en gelukkig zou maken en ons zou omringen met allemaal mooie en goede dingen. Als we boos zijn op God dan is dat vaak omdat we het gevoel hebben dat God zich niet aan de afspraken houdt en te weinig voor ons doet.
Maar God laat ons iets anders zien. God spreekt een heel ander woord. In het Evangelie naar Mattheüs zegt de engel tegen Jozef: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven, wat in onze taal betekent: God is bij ons.’ In het Evangelie naar Johannes krijgen we een samenvatting van waar het in het christelijk geloof om gaat: ‘Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond.’ Het is een onaanzienlijk woordje, maar dit is het woord dat het hart vormt van het christelijk geloof: het woordje ‘bij’. Johannes zegt: ‘Het Woord was bij God… het was in het begin bij God. Zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.’ Met andere woorden, voordat er ook maar iets anders was, was er al een ‘bij’. Het bij elkaar zijn van God en het Woord, of, zoals christenen het zijn gaan noemen, van de Vader en de Zoon, dat ‘bij’ is het allerbelangrijkste wat we van God kunnen zeggen. En we denken aan hoe Jezus zijn leven op aarde afsluit, wat zijn laatste woorden op aarde waren volgens Matteüs: ‘Ik zal bij jullie zijn, voor altijd.’ Met andere woorden, er zal nooit een tijd zijn dat ik niet ‘nabij’ ben.
En als het bijbelboek Openbaring de eeuwige toekomst van God beschrijft, dan zegt de stem uit de hemel dit: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.’
En daarmee zijn we zomaar tegen het belangrijkste woord van de bijbel aangelopen. Het woord dat het hart van God en de aard van Gods doel en Gods toekomst voor ons beschrijft. Dat kleine woordje is: bij. Dat is wat God was in het begin, dat is wat Gods bedoeling was voor alles wat hij schiep. Dat is wat God op het oog had toen hij een verbond aanging met zijn volk Israel. Dat is waar het allemaal om draaide toen God naar ons toe kwam in Jezus. Dat is wat het sturen van de Heilige Geest betekende. Zo zal onze toekomst bij onze Heer er uitzien. Het zit allemaal in dat ene kleine woordje: bij. Gods hele leven en al Gods daden en zijn grote doel worden daardoor gevormd: dat hij bij ons wil zijn.
In allerlei opzichten is ‘bij’ veel moeilijker dan ‘voor’. Je kunt ‘voor’ doen zonder een gesprek, zonder een relatie, zonder in je leven echt ruimte te maken voor de ander. De reden waarom dat Sinterklaasgeschenk voor je vader niet werkt is niet omdat ‘voor’ verkeerd is, niet omdat er iets verkeerd is aan gulheid, maar omdat de enige oplossing voor je vader en jou is, dat jullie lang genoeg bij elkaar zitten om elkaars verhalen te horen; om alle misverstanden en alle pijn op een rij te zetten die jullie verstandhouding op een punt bracht waar een geslaagd Sinterklaascadeau niet meer ging lukken. De reden waarom je in tranen neerplofte op de bank toen de Kerstgasten vertrokken waren is, omdat het echte werk is: er achter komen hoe je de verantwoordelijkheden kunt verdelen en dan werkelijk bij elkaar kunt zijn in de keuken en in de rest van het huis, zodat een logeerpartij van een paar dagen een vreugde van bij elkaar zijn wordt in plaats van de last van er voor de ander zijn. Wat het besluit om het vuurwerkgeld weg te geven toch een beetje hol maakt is niet dat de betrokkenheid niet echt en goed en hartelijk is, maar het feit dat wat eenzame en verdrietige en arme mensen meestal het hardste nodig hebben niet geschenken of geld is, maar de trouwe aanwezigheid van iemand die echt om hen geeft. Daar snakken ze naar, naar nabijheid. Iets voor ze doen, voedsel of geld of geschenken, kan het gebrek aan nabijheid niet goedmaken.
Maar we zijn allemaal een beetje bang voor ‘bij’. Omdat ‘bij’ meer van ons lijkt te vragen dan we kunnen geven. We hebben liever dat goed doen op het niveau van ‘voor’ kan blijven, want daar kan het ons geen pijn doen. We weten allemaal dat er met Kerst meer ruzie wordt gemaakt in gezinnen dan de rest van het jaar. Misschien komt dat wel omdat je het hele jaar druk kunt zijn met allemaal dingen voor die ander doen, terwijl als er niks anders te doen is dan bij elkaar zijn, je er achter komt dat bij elkaar zijn veel moeilijker is dan iets doen voor elkaar.
En soms is het gewoon allemaal te moeilijk. Soms is het nieuwe jaar een grote opluchting, als je weer gewoon dingen voor anderen kunt gaan doen en het bij elkaar zijn weer een jaar aan de kant mag.
*
En daarom is het geweldig, bijna ongelooflijk goed nieuws dat God niet tevreden was met ‘voor’. God zegt ondubbelzinnig: ik ben bij jullie. Zie, mijn woonplaats is bij jullie. Ik ben bij jullie in de straat komen wonen. Ik ben met jullie, alle dagen, mijn naam is Immanuel, God is bij ons.
Natuurlijk was er ook een element van ‘voor’ in het leven van Jezus. Hij was er voor ons toen hij genas en onderwees, hij stierf voor ons aan het kruis, voor ons stond hij op en voer op naar de hemel – allemaal dingen die God kan en die wij niet kunnen. Maar de kracht van de dingen die God voor ons deed ligt daarin dat ze gebaseerd zijn op het feit dat hij ons nabij is. God heeft ‘voor’ niet opgeheven. Maar in de komst van Jezus heeft God gezegd dat er nooit meer een ‘voor’ zal zijn dat niet gegrondvest is in een fundamenteel en onveranderlijk en eeuwig en volstrekt onwankelbaar ‘bij’. Dat is het goede nieuws van de menswording van Christus.
Hoe vieren we dit goede nieuws? Door zelf bij mensen te zijn die in armoede en ellende leven, zelfs als er niets is wat we voor hen kunnen doen. Door bij mensen te zijn in hun verdriet en rouw, ook als we niet weten wat we zeggen moeten. Door bij diegenen te zijn met wie we moeite hebben en naar hen te luisteren en naast hen te staan, in plaats van ons ermee af te maken door ze een mooi cadeau te geven of een gebaar te maken waar we de situatie weer even mee kunnen redden. Door stil te zijn bij God in gebed en niet meteen op te springen om dingen voor God te doen. Door te kijken naar al onze relaties en ons af te vragen of alles wat we voor de ander doen voortkomt uit een fundamentele betrokkenheid bij hen; of vanuit een diepe behoefte om te ontsnappen aan het ongemak, de uitdaging, het geduld, het verlies aan controle, dat meekomt met bij hen zijn.
Niemand zou meer in de verleiding kunnen komen om zich terug te trekken in het dingen voor ons doen dan God. God weet beter dan wie ook wat een ergerlijk ondankbaar, gevoelloos en zelfvernietigend stelletje wij kunnen zijn. Het grootste deel van onze tijd willen we maar één ding: dat God de boel snel in orde maakt en ons verder met rust laat. Maar dat is niet Gods manier. God had alles in zijn eentje kunnen doen, maar God koos er voor om dat niet te doen, hij koos ervoor het met ons te doen. Terwijl het hem het kruis kostte. Dat is het verbijsterende nieuws van het woordje ‘bij’.
Laten we een ogenblik nadenken over het kruis in het licht van wat we gezien hebben over het woord ‘bij’. Het kruis wordt meestal geschetst als het ultieme moment van ‘voor’, de definitieve stap die alleen God kon zetten, en gelukkig ook zette, vóór ons. In werkelijkheid is het kruis Jezus’ diepste demonstratie van bij ons zijn. Maar in de wreedste ironie van de geschiedenis is het ook het moment waarop Jezus ontdekt dat noch wij, noch de Vader bij hem bleven. Denk aan de smartelijke woorden van Jezus: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten. De eeuwenlange geschiedenis en de hele wijde wereld vol van juist niet bij elkaar zijn, van al die miljoenen mensen die geheel alleen en zonder iemand waren en elke dag weer zijn, het komt allemaal bij elkaar aan de voet van het kruis.
Jezus ervaart de harde werkelijkheid van de zonde, want zonde is ten diepste: leven zonder God.
Jezus ervaart de diepte van het lijden, want lijden is meer dan wat ook: leven zonder troost.
Jezus ervaart de angst van de dood, want dood is het woord dat we geven aan: zonder alles zijn, zonder adem, zonder verbondenheid, zonder bewustzijn, zonder lichaam.
Jezus ervaart de grootste eenzaamheid die we maar bedenken kunnen: zonder de Vader te zijn, en dus ook niet God te zijn, want op dat moment was hij zonder nabijheid – en dat is de essentie van God zijn.
Jezus geeft alles wat hij is om bij ons te kunnen zijn, om ons te kunnen omarmen en ons op te nemen in het wezen van God. Alles heeft hij gegeven, ook al zijn wij steeds weer vastbesloten om zonder hem te willen zijn.
Hij heeft meer gegeven dan wij ons zelfs maar kunnen voorstellen.
Want om ons bij de Vader te laten zijn heeft de Zoon voor dit moment het bij de Vader zijn opgegeven. En de Vader zelf verlangde er zo naar om bij ons te zijn, dat hij voor dit moment het bij de Zoon zijn opgaf, wat het wezen is van wie hij is.
Wij zien het voor onze ogen gebeuren, op het meest intense en cruciale moment in de geschiedenis. Jezus, de mensgeworden God, moet kiezen tussen bij de Vader zijn of bij ons zijn. En hij kiest: ons. En tegelijk moet de Vader kiezen tussen de Zoon bij ons te laten zijn, of hem voor zichzelf te houden. En hij ook hij kiest: bij ons.
Dat is toch niet te geloven?
Nee. Dat is niet te geloven.
Maar dit is het woord, dat u vanmorgen als evangelie verkondigd wordt.
Amen.




Openbaring 21,11 – Levende stenen-doorschijnend voor Gods glorie

Samen God eren (1)

Startzondag – voorbereiding heilig avondmaal

Start nieuwe kringen

Liturgie

Voorzang Gez 158
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen Ps 7,1.7
Gebed
Lezen:
- Openbaring 21,9-27
- Ezechiël 28,11-15
- Ex 28,15-21 en 29
Zingen: Gez 74,1.4.5
Preek over Openb 21,11
Zingen: Gez 70
Zelfbeproeving en wetslezing: voorbereiding op het Heilig Avondmaal
Toewijding aan elkaar – zingen: EL 213
Gebed
Collecte
Zingen Gez 71
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar; en ook een samenvatting met verwerkingsvragen, kijk hier.

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Openbaring 21,11 – Levende stenen – doorschijnend voor Gods glorie

1. De eerste week school zit er weer op – voor de basisschool al weer de eerste twee. De kop is er af. Ook in de kerk beginnen we met een nieuw seizoen. Catechisaties – die beginnen over een week, deze week nog niet; club – gister een heerlijke startactiviteit, straks na de dienst foto’s; een nieuw jaarthema: ‘Samen God eren’; kerkenraad, huisbezoeken, Alpha-cursus, de Agrarische Dagen komen er al weer aan. En – niet te vergeten: nieuwe kringen. [dia 2]

Hier naast mij staan ze: de stenen neergezet volgens het logo van het vorige jaarthema – ‘levende stenen’. Met voor elke kring een steen. Als je er woensdag bij was heb je het al gezien. Anders kun je straks nog even komen kijken.

Levende stenen – die samen God eren.

Vandaag is het startzondag. Een nieuw begin.

Dat nieuwe begin maken we met God. En dat maken we voor God, om Hem groot te maken. Want het gaat om Hem!

We zijn op weg naar een moment dat God zelf een nieuwe start maakt. Als er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen. Als het nieuwe Jeruzalem uit de hemel naar beneden komt. Als God bij de mensen komt wonen. Geweldig! Dan hebben we een gezin, een kring, waar God zelf zichtbaar bij is!

Ja, die nieuwe start – die is er als Jezus terugkomt. En toch, die nieuwe start is al eerder begonnen. Met Pasen, toen Jezus opstond uit de dood. Met Pinksteren, toen de Heilige Geest kwam. En dus heeft Johannes’ visioen over dat nieuwe Jeruzalem ons iets te zeggen als wij vandaag beginnen met een nieuw seizoen. Als wij beginnen met kringen, die de namen dragen van edelstenen. Edelstenen die verwerkt zijn in de fundamenten van de muur van die stad van straks.

Die stad, dat is de bruid van Jezus Christus, het lam – kijk in vers 9. Die stad, dat zijn wij, de kerk van Christus. Die stad, dat is het bouwwerk dat God nu aan het bouwen is in de Heilige Geest. Overal waar levende stenen samen zich bij Jezus voegen. Als wij ons samen geven aan Hem, als levende stenen, dan ontstaat hier al iets van die nieuwe stad. Dan is hier al de hemel op aarde aan het neerdalen!

2. Zie je het voor je?

Johannes staat op een hoge berg, met prachtig uitzicht. Kijk, daar! Daar komt uit de hemel een metropool naar beneden. Geweldig groot. Een enorme vierkante stad. [dia 3] Kijk eens hoe groot hij zou zijn als de stad op de middellandse zee neer zou dalen. Het kaartje is niet zo mooi, maar duidelijk genoeg, denk ik. Het witte vierkant geeft de grenzen van de stad aan.

En de stad is net zo hoog – een kubus, een pyramide? Ik weet het niet. We zullen het later zelf wel zien, als we er bij zijn.

Maar waar het me nu vooral om gaat is vers 11: [dia 4]

De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis (waarschijnlijk diamant).

Zie je het voor je? Probeer het je voor te stellen. [dia 5] Veel mooier dan Parijs bij nacht. Parijs noemen ze wel de lichtstad. Overal flonkert licht in het donker. [dia 6] Nee, overal fonkelen diamanten, lijkt het wel. En dan is het niet maar de zon die erop schijnt. Stralende diamanten, waar een goddelijk licht doorheen schijnt. Hoe je je dat voor moet stellen? [dia 7] Ik weet het niet.

Maar het vooruitzicht is prachtig. De stad van mensen, de bruid van Jezus, de gemeente die af is, de nieuwe mensheid. En tegelijk de stad die helemaal doortrokken is van God. Doorschijnend voor God. Kristalhelder – en er doorheen schittert God – Gods glorie, Gods heerlijkheid.

De Bijbel zegt steeds dat Gods heerlijkheid, Gods lichtende glorie, onze glorie en onze heerlijkheid zal worden. Gods pracht en praal onze pracht en praal.

Denk aan dat mooie beeld in 2 Korinte 3; [dia 8] Mozes komt bij God en zijn gezicht gaat stralen doordat hij bij God is. Gods glorie straalt van hem af. Zo mogen wij Jezus in het gezicht kijken – door de Geest, door geloof. Wij mogen als het ware ook gaan stralen van Gods glorie. Hoe meer we hem weerkaatsen, hoe meer wij gaan stralen. Zoals het in vers 18 staat:

Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd.

Hier in Openbaring 21 komt het zo naar voren dat wij, dat die hele stad, doorschijnend is geworden voor Gods glorie. [dia 9]Als prachtige flonkerende diamanten die het licht van God alle kanten op kaatsen.

Hoe lijkt je dat? Verlang jij daarnaar?

Helemaal doortrokken, doorstraald worden door Gods glorie en heerlijkheid?

3. Johannes zien op allerlei manieren dat het een geweldig mooie stad is. Zo horen we over de fundamenten van edelsteen. 12 edelstenen. Vers 19 en 20: [dia 10]:

De grondstenen van de stadsmuur waren versierd met allerlei edelstenen. De eerste was van jaspis, de tweede van lazuur, de derde kornalijn, de vierde smaragd, de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist.

Opnieuw om te laten zien: het wordt een prachtige stad. Op die prachtige stad mogen wij vooruitgrijpen. Daar mogen wij naar verlangen. Zo mogen we hier al samen gemeente zijn – in liefde en in één Geest verbonden. Daarom hebben we die stenen gekozen als namen voor de nieuwe kringen.

Wat betekenen de stenen?

Ze komen vaker in de Bijbel terug. Twee stukken hebben we gelezen. Zoals vaker, grijpt Openbaring terug op Ezechiël. Daar komen de stenen voor in Ezechiel 28. [dia 11] Gek genoeg zijn het daar de sieraden van de koning van Tyrus, zoiets als de hoer van Babylon uit het boek Openbaring. Die koning van Tyrus was voor zijn zondeval iemand van paradijselijke schoonheid. Hij leefde in de tuin van Eden. Als engel van God. Die edelstenen zijn een teken van zijn paradijselijke pracht.

Die schoonheid van die edelstenen is straks niet meer voor Tyrus, of voor Babel. Dan zal de bruid van het lam, Gods volk zelf, versierd zijn met die stenen. Die stenen laten zien: het paradijs is terug op aarde.

Ze herinneren ook aan het borstschild van de hogepriester. [dia 12] De hogepriester droeg hier voor zich een rechthoekige tas die bezet was met 12 edelstenen. Eén steen voor elke stam van Israël. Waarom was dat? Aäron kwam namens het volk bij God. En dan staat er in Exodus 28,29:

Zo draagt Aäron telkens als hij het heiligdom binnengaat, de namen van Israëls zonen op zijn hart, op de borsttas voor de orakelstenen, om de HEER steeds opnieuw aan hen te herinneren.’

Daar staan de stenen voor de 12 stammen van Israël. Hier in Openbaring dragen ze de namen van de 12 apostelen van Jezus Christus – samen het fundament van de kerk.

God had het voorspeld in Jesaja 54, 11-12: [dia 13]

Met fijne leem zal ik je stenen inleggen,

op saffier zal ik je grondvesten.

Ik maak je torens van robijn,

je poorten van beril,

je muren van kostbare edelstenen.

Johannes ziet het nu werkelijkheid worden.

4. Maar nu terug naar ons. Wij starten met een nieuw seizoen. Met nieuwe kringen, genoemd naar die 12 edelstenen. Aan het begin van dat nieuwe seizoen wil ik speciaal jullie aandacht vragen voor dat ene vers, vers 11 [dia 14]:

De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis (diamant).

Want dat vers houdt voor ons een bemoediging en een opdracht in. Eerst die bemoediging.

Want, nieuwe kringen… Het is wel een stap – toch? Nieuwe mensen leren kennen, bij mensen op een kring komen die je niet hebt uitgezocht, investeren in vertrouwen. Heb ik daar zin in? Heb ik daar de puf voor?

Misschien wel niet.

Maar dat is niet het laatste wat hierover te zeggen is.

Waarom is die bruid van Jezus zo mooi? Is dat haar eigen goddelijke pracht? Dat zou niet best zijn. Zie jij jezelf zo worden? Wij krijgen rimpels, grijze haren, worden kaal, onze gewrichten verslijten, onze huid wordt oud. Jeugdige frisheid verdwijnt. Schoonheid vergaat.

Nee, Gods schoonheid komt door ons heen stralen. Zoals een diamant waar zonlicht op valt. Ik vind dat een geweldig bemoedigende gedachte. Dat begint nu al. Want Paulus zegt als het over dat goddelijke licht gaat [dia 15]:

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.

Gods luister, dat is Gods kracht en macht. Gods goedheid en puurheid. Gods heilige liefde. Gods stralende licht.

Dat licht schijnt nu al, in ons hart. En ook al zijn we nog aarden potten en nog geen doorschijnende diamanten, nu al wordt Gods glorie hier zichtbaar. Door jou, als gelovige. Door iedereen die bij Jezus hoort.

Wat betekent dat – voor jou, als je weinig puf hebt voor een nieuwe kring?

Wij mogen – ook op de nieuwe kringen – doorschijnend worden voor God.

Dan schijnt Gods liefde door jou heen – het wordt jouw liefde.

Dan werkt Gods kracht in jou – het wordt jouw kracht.

Gods goedheid krijgt vorm in jou – het wordt jouw goedheid.

Gods licht zet jou in het licht – het wordt licht dat jij weer naar anderen uitstraalt.

Dat is altijd super om te bedenken. Zeker nu – als we beginnen met een nieuw seizoen en als we beginnen met nieuwe kringen.

Laat je bemoedigen: nu al schijnt er door ons heen een geweldige heerlijkheid, een geweldige kracht!

5. Het is ook een opdracht. [Dia 16]

Wanneer schittert een diamant?

Als er licht op valt, als de diamant puur is, en als de diamant schoon is.

Zo is het hier ook. Gods licht schijnt. Maar vang jij dat licht op? [klik]

Hoe vang je het licht van de zon op? Door naar de zon toe te gaan, buiten te zijn, uit de schaduw te komen.

Hoe vang je het licht van God op? Door naar God toe te gaan. Bij Hem te zijn. Na te denken over wat hij in de Bijbel zegt – zijn liefdesbrief. Laat zijn liefde binnen komen! Denk er over na. Neem het op in je hart. En kom uit de schaduw – de schaduw van je zonde. Van een leven zonder God.

Hoeveel tijd breng jij per dag door samen met God? Als dat helemaal niks is… Vergelijk dat maar met iemand die bruin wil worden in de zon, en constant in de schaduw zit. Dat werkt niet.

Vang het licht van Gods luister op!

En dan, de diamant moet puur zijn. Niet vermengd met ander gesteente. Helemaal licht doorlatend.

Zo kunnen wij ook zijn. Hoe word je dat? Het heeft alles te maken met je ego. [klik] Met het verschil tussen ootmoed en hoogmoed, zoals de Bijbel dat noemt. Wie trots is, hoogmoedig, arrogant – kijk mij eens! Wie altijd met zichzelf bezig is – bezorgd, angstig, – wat zullen de mensen van me denken? Hoe moet ik dit nu weer doen? Die houdt zijn eigen ego overeind. Mensen met een groot ego kunnen niet Gods licht doorlaten. Daar kan niks doorheen schijnen. Daarom moet je ego sterven met Christus. Laat jezelf los. Word ootmoedig. Klein, vol vertrouwen op God. Zonder grootspraak. Zonder pretenties. Zonder met je ellebogen te werken. Niet verkrampt. Maar open, ontvankelijk. En innerlijk vrij in Christus. Laat je ego los!

En tenslotte: schoon. Heilig. [klik]Niet door zonde besmet. Zonde is als vuil dat vlekken maakt op die diamant. Zonde – denk aan hebzucht. Leugens. Een koud hart. Niks met God hebben. Dat God je koud laat. Porno. Naar vrouwen kijken. Je bezatten en uit de band springen, zodat je niet meer weet wat je doet. Jaloezie. Geroddel. Vul maar in. Je wordt er vies van. Wie juist heilig is, die is schoon. Die wordt licht-doorlatend!

Maar: als je in de schaduw leeft, of een groot ego hebt, of je vies voelt, vol met vlekken – aarzel dan niet. Zoek het licht op van Gods liefde! Het mag en het kan nu nog – dankzij Jezus. In dat licht verdwijnt de schaduw. Sterft je ego. Wordt vuil en zonde weggedaan.

6. Of de kringen goed gaan draaien, heeft dus ook te maken met hoe jij en ik persoonlijk leven. Hoe wij gemeente zijn met elkaar, dat hangt af van onze bekering van zonde, van onze heiligheid. Hoe heiliger wij zijn, hoe mooier ons leven met de Heer is, hoe meer onze gemeente kan bloeien en groeien.

En tegelijk: die kringen zijn er juist ook voor bedoeld om elkaar daarbij te helpen. [dia 17]

In je eentje sneeuwt het gebed zo maar onder. Neem je geen tijd voor de Bijbel. Leef je op jezelf. Eenzaam.

Samen kom je tot bloei. Samen kun je bidden. Voor elkaar bidden ook – wat is het mooi als een ander voor je bidt. Samen kun je elkaar bemoedigen en stimuleren. Heerlijk, dat dat kan. Zo vond ik het vorige week, toen Anna gedoopt werd, heerlijk om hier zelf te zitten, aangesproken te worden.

Het wordt dan als het goed is een positieve spiraal: groeien in liefde, groeien in gebed, groeien in Gods woord, groeien als nieuwe mensen.

En dat is soms doorbijten. Natuurlijk.

Ik ben niet makkelijk. Ik ben een zondaar van mezelf.

Jij bent niet makkelijk. Jij bent ook een zondaar van jezelf.

15 soms lastige mensen bij elkaar – dat is een kring.

Maar het is Gods luister die over die 15 mensen heen schijnt.
En het is Gods eer dat die 15 mensen een gemeenschap vormen.

God stelt zijn liefde beschikbaar – hou van elkaar.

God stelt zijn vergeving beschikbaar – vergeef elkaar.

God stelt zijn kracht beschikbaar – zet je in en ga ervoor!

Leef zo dat je God eer bewijst – help elkaar daarin. Neem elkaar daarin mee.

En dan, als Gods glorie op ons, in ons, door ons heen schijnt, dan worden we zelf steeds meer een levend eerbewijs aan God. Een levend getuigenis: God is er. Hier in ons midden. Kijk maar hoe wij met elkaar omgaan. Kijk maar hoe hier mensen uitgroeien in Christus.

Een goed lopende kring, een bloeiende gemeente: het is een gevolg van Gods glorie die op ons schijnt. En daarom tegelijk een bewijs van Gods glorie. Een eerbewijs aan God!

Leef samen als levende stenen – dan doe je het: samen God eren!




Openbaring 19,1-10 – Door het avondmaal: aanbidding, verlangen, gemeenschap

Viering Heilig Avondmaal

Liturgie

Voorzang LB 281,1.3.4
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen: Ps 134
Wet
Zingen Ps 148,1.4.5
Gebed
Lezen: Openbaring 19,1-10
Preek over Openbaring 19,1-10
Zingen: Gez 70
Gebed
Collecte

Avondmaalsviering
Lezen formulier
Geloofsbelijdenis
Zingen Gez 126,1.5
Viering
Zingen Gez 71
Dankgebed
Zingen LB 114,2.3
Zegen

Opmerking: ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Openbaring 19,1-10 – Door het avondmaal: aanbidding, verlangen, gemeenschap

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Waar verlang jij naar?

Naar de bruiloft van het lam?

Dat verlangen kan zomaar wegzakken. Als je jong bent en aan een nieuwe opleiding gaat beginnen. Als je midden in het leven staat en geniet van allemaal mooie dingen. Als je kleinkinderen komen logeren. Het is hier toch prima?

De bruiloft van het lam, hij verdwijnt zomaar achter de horizon.

Net zoals God zomaar achter de horizon verdwijnt.

Daarom komen we elke zondag hier in de kerk.

Hier kunnen we weer gaan beseffen: samen met de mensen en de engelen in de hemel mogen we God aanbidden.

Daarom vieren we het avondmaal – we zouden het vaker moeten doen. Er staat hier voorin de kerk een gedekte tafel. Straks worden we uitgenodigd om het mee te vieren. Vanuit die viering zijn allerlei lijnen te trekken. Eén daarvan is de lijn naar de toekomst.

Als Jezus het avondmaal instelt, zegt Hij – kijk maar in Lucas 22:

‘Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’

En even later, bij de beker:

‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’

En Paulus zegt in 1 Korinte 11:

Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.

We vieren avondmaal tot Jezus komt. Tot het avondmaal vervuld wordt in het koninkrijk van God.

We zijn op weg naar de komst van Jezus Christus; naar het koninkrijk van God, naar een geweldig feest: de bruiloft van het lam. Wij zien dat vaak als toekomstmuziek. Het ligt achter de horizon. Wij leven hier en nu.

Maar avondmaal vieren we opdat ons geloof versterkt wordt, en dat wil dus ook zeggen: om scherp in beeld te houden waarnaar we op weg zijn. Zo staan we bij het avondmaal vanmorgen stil bij Openbaring 19. Om die horizon weer open te breken. Om de aanbidding en het verlangen levend te houden. En om van daaruit samen een gemeenschap te zijn. Drie kernwoorden dus vanmorgen: aanbidding – verlangen – gemeenschap.

2. Aanbidding.

Hallelluja – dat komt uit het Hebreeuws. Loof de HEER: loof – hallelu – JHWH – ja.

God prijzen, loven, aanbidden?

Doe jij dat wel eens? Hoe vaak zeg je het zelf in je gebed: Heer, we prijzen u? We maken u groot? We bewonderen u? We aanbidden u vol eerbied?

In de muziek is het herontdekt: worship, aanbiddingsmuziek.

Tegelijk: onze samenkomsten heten ook niet voor niets eigenlijk ‘erediensten’. We komen hier om God te dienen, door hem te aanbidden, te eren. Wist je dat?

Het gaat hier om God.

De Paus, Paus Benedictus heeft een boek geschreven over Jezus. Daarin zegt hij: wat Jezus ons weer geeft, dat is God. Toen ik dat las vond ik het teleurstellend, is dat nu alles wat je kunt zeggen? Is dat het nu – Jezus brengt ons weer bij God?

Maar later dacht ik: zie je wel wat je eigenlijk doet? Ik vind het belangrijk dat ik verlost word, dat ik vrede krijg, dat ik bevestiging vind. Maar God, hoe belangrijk is die voor me? Stel je voor dat je een vriend hebt van wie je veel houd. Maar als je op bezoek komt, cadeaus geeft, heeft je vriend alleen oog voor de cadeaus en niet voor jou. Zo blijft het ikke ikke ikke – en God … kan stikke. God komt nog steeds niet in beeld. Wat is dat eigenlijk kwetsend voor God.

In hoeverre herken jij dat? Waarom ben jij christen? Voor jezelf, je eigen redding, dat jij kracht krijgt, dat jij in de hemel komt en vrede krijgt, dat jouw leven zinvol is?

Of is jouw geloof ook meteen de vervulling van het eerste gebod: God liefhebben met heel je hart, heel je verstand, al je kracht? Zo ziet Maarten Luther, een kerkvernieuwer uit de 16 eeuw het: wie gelooft, wie op God vertrouwt, vervult daarmee meteen het eerste gebod. Want God echt vertrouwen, dat kan niet zonder van Hem te houden.

En zo is het natuurlijk als het goed is. Geloven is natuurlijk geloven dat God redding geeft, dat Hij machtig is, dat Hij al het kwaad uit de wereld weg doet. En dan God zien als een machtige redder. En Hem daarom bewonderen. Blij zijn met Hem. Van Hem houden.

Kijk in Openbaring 19:

‘Halleluja! De redding, de eer en de macht zijn van onze God, want zijn vonnis is betrouwbaar en rechtvaardig. Hij heeft immers de grote hoer, die door haar ontucht de wereld in het verderf heeft gestort, veroordeeld en het bloed van zijn dienaren op haar gewroken.’

Wat we hier vieren, hier aan deze tafel. Dat is redding. Dat is dat de macht van het kwaad gebroken is. Dat alle slechtheid weggedaan wordt – uit ons leven, uit onze wereld. En dat God er weer is! Weer onze God!

Laat het avondmaal dus een reden zijn om God te loven. Te prijzen. Te aanbidden. Van Hem te houden met heel je hart, heel je verstand, en al je kracht!

3. Verlangen. Dat is het tweede woord.

Laten we wel zijn: God maakt het ons niet moeilijk, om van Hem te houden. Integendeel, Hij maakt het ons juist makkelijker – om echt van Hem te gaan houden. Kijk wat Hij ons allemaal geeft.

Kijk hoe Hij naar ons toekomt – in de persoon van Jezus Christus. Hij heeft alles voor ons over gehad – zichzelf, zijn eigen leven. Hij zoekt ons hart – Hij wil ons, als zijn lief, zijn vriendin, zijn vrouw, zijn bruid. In zijn liefde wil Hij eigenlijk maar één ding: dat er liefde brandt in ons hart. Verlangen naar Hem.

Wat brandt er in jouw hart?

Is dat verlangen naar Jezus – onze bruidegom?

Of brandt er iets anders? Verlangen naar macht, naar geld, naar wraak, naar … Ja, vul het maar in.

Of misschien helemaal niks – omdat je hart kil is, verveeld, verzuurd?

Stel je het eens voor – er staat een bruiloft gepland, kaarten zijn verstuurd, alles is georganiseerd, de bruidegom heeft een geweldige verrassing bedacht voor zijn bruid, en de bruid heeft geen zin meer.

Beste mensen – laten we avondmaal vieren – om het verlangen naar onze bruiloft levend te houden. Misschien betrap je jezelf wel op een koud hart. Kom dan hier aan tafel – een tafel van vergeving en vernieuwing. Kom met berouw en een gebed om vergeving in je hart – Heer, vergeef me mijn koude hart. En proef hier weer de liefde van God. Liefde waar je warm van wordt.

En kleed dan jezelf met zuiver stralend linnen – met goede daden. Laat je leven een uitdrukking zijn van verlangen naar de bruiloft van het lam. Een bruid in de laatste weken voor de bruiloft, die is druk met van alles. Laatste dingen regelen. Ceremoniemeesters spreken. Jurk passen. Afspraak maken bij de kapper. Zo leven – dat je nog mensen om je heen uitnodigt om mee te gaan. Dat je ruzies die er nog zijn bij legt. Dat je Jezus, de bruidegom, verrast met je liefde. Met liefde voor zijn gemeente.

Gebruik dit avondmaal om jezelf opnieuw te richten op de bruiloft, om te verlangen naar de bruiloft van het lam.

4. Aanbidding, verlangen. En gemeenschap. Dat is het derde woord. We gaan straks in de hemel dineren – het bruiloftsdiner. Dan wordt het leven een feest. Dan is er liefde – vrede – blijdschap – een geweldig feest!

Dat is wat we hier met elkaar delen – we zijn allemaal op weg naar hetzelfde diner. En we houden allemaal van dezelfde Heer. Daarom zijn we hier ook een gemeenschap – niet omdat we van orgelmuziek houden, of gehecht zijn aan bepaalde manier van zingen, of omdat we op dezelfde politieke partij gestemd hebben, of omdat we dezelfde hobby’s hebben, of omdat we even oud zijn.

Het avondmaal is een herinnering aan wat ons bindt. Wat ons tot een gemeenschap maakt.

Laat dat het ook zijn wat ons bindt: Jezus Christus. Dat gaat niet vanzelf. Soms maken ruzies het alleen maar ingewikkelder. Daarom begint het in de kerk met elkaar vergeven. Die kleren van zuiver stralend linnen, daar hoort ook bij: je broer of zus in de kerk vergeven. In liefde elkaar vasthouden. Samen een gemeenschap zijn.

Want zou dat niet Gods ideaal zijn: allemaal aan één tafel:

Joukje en Gerlean en Bram en Marry en Marion en Arie en Sjirk en Janke en Emil en Otto en Gea en Jitse en Margriet en Jan en Leo en Marc en Klaas en Tjibbele en Dingeman en Wieger en Herman en Sietske en Astrid en Kor en Jaquelien en Hemke en Erna en Jacoba en Sjanie en Watze en Petra en Evy en noem maar op – samen aan één tafel. God legt ons niets in de weg om zo nu al samen één te zijn – integendeel, dat is wat Hij wil. Samen één in aanbidding van God. Samen één in onze liefde voor Jezus Christus. Samen op het bruiloftsfeest van het lam – en daarom nu hier samen één in Christus.




Openbaring 3,7-13 – Wees trouw tot aan de overwinning, Jezus is zo machtig!

Voorbereiding voor het Heilig avondmaal / zondag voor de vervolgde kerk

Liturgie

Voorzang: Ps 43,3.4.5
Stil gebed
Votum / groet
Zingen Ps 125
Gebed
Lezen
- Openbaring 3,7-13
- Jesaja 22,20-25
Zingen: LB 125,1.4
Preek over Openbaring 3,7-13
Zingen: LB 296
’s Morgens: Lezen eerste deel avondmaalsformulier I
‘s Middags: geloofsbelijdenis
Zingen Gez 90
Gebed
Collecte
Zingen Ps 145,1.2.4
Zegen

Opmerking:

- ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Openbaring 3,7-13 – Wees trouw tot aan de overwinning, Jezus is zo machtig!

Beste mensen, of je hier nu te gast bent, of lid van de gemeente, broer of zus in de Heer,

1. We staan vandaag stil bij de vervolgde kerk. De zondag van vorige week is door Open Doors uitgeroepen tot zondag van de vervolgde kerk. Maar een week later kunnen we er ook bij stilstaan!

De vervolgde kerk – het zijn onze broers en zussen. Denk aan Butros. Butros leeft in een land met een strenge Moslimregering, ergens in het Midden-Oosten. Hij is geboren als Moslim, maar hij is christen geworden.

Hij studeerde in Engeland. Waarom zou hij daar niet blijven? Hij had genoeg redenen en kansen om in Engeland te blijven. Daar is het veilig. Daar is geen vervolging. Maar op een kruispunt in zijn leven ontmoet hij Anne van der Bijl, de oprichter van Open Doors. En die motiveert hem om terug te gaan. En hij gaat, samen met zijn vrouw Nadira. Butros voelt zich door God geroepen om niet in het veilige Engeland te blijven, maar terug te gaan. Terug naar zijn eigen land, om daar het evangelie te verspreiden. Om daar de vervolgde kerk toe te rusten.

Wat een moed is daarvoor nodig! Het is levensgevaarlijk wat hij doet.

Leven in zijn land is gevaarlijk – bomaanslagen, gevechten, Moslimextremisme. Zijn werk is gevaarlijk – een christen met een Moslimachtergrond heeft het zwaar. Vervolging door de overheid, door Moslimextremisten. Je kunt vermoord worden. Mishandeling door de familie, of verstoting – jij hoort niet meer bij de familie!

Als de telefoon gaat, schrikt Butros elke keer weer. Hij durft de telefoon soms nauwelijks op te nemen. Wat zou het zijn: een bericht dat er iemand gedood is, of gearresteerd? Een bedreiging: ‘We willen dat je vertrekt uit ons land. Doe je dat niet, dan weten we je te vinden. We zullen je vermoorden!’

Butros’ mede-christenen verliezen soms de moed. Wanhopig zijn ze soms – alle christenen in hun land vluchten of worden gedood! Hoe moet het verder? Uitgeput. Moedeloos. Kwetsbaar.

Maar wat zien ze ook hoe Jezus aan het werk is! Ze hebben geleerd met alles naar de Heer toe te gaan. Bij God vinden ze nieuwe kracht. Butros heeft als kerkleider veel activiteiten opgezet: cursussen, beroepsopleidingen, onderduikcentra voor bedreigde christenen. En steeds weer zijn er Moslims die Christen worden!

Butros zegt zelf: Onze roeping is om God te vertrouwen en te gaan waar Hij ons zendt. God vraagt ons niet om succesvol te zijn, maar om trouw te zijn.’

Kleine kracht, weinig invloed, voor het oog weinig succes, een gevaarlijk bestaan – en toch trouw zijn. Wat een voorbeeld kunnen zij voor ons zijn!

2. Wij zijn ook een minderheid geworden. Met de ChristenUnie en het CDA in de regering hadden christenen de afgelopen jaren invloed in ons land. Tegelijk voel je het verzet daartegen sterker worden. Nog maar zo’n 18 % van de Nederlanders is bewust Christen. Hoeveel was dat vroeger?

Misschien worden wij ook wel een bedreigde minderheid. Soms ben ik bang dat God bezig is de kandelaar uit Nederland weg te nemen. Dat Hij zijn kerk elders op de wereld laat groeien, maar hier niet meer. Dat christenen die de Bijbel echt serieus nemen een bedreigde minderheid worden.

Wat zou dat met jou doen?

Stel je voor dat ik als dominee over 20 jaar niet meer mag zeggen dat Jezus de enige weg naar God is? Dat je in de kerk het homohuwelijk moet bevestigen? Dat je anders een steen door je voorruit kunt krijgen en dat de politie niks doet? Als ik die vragen echt op me in laat werken, kan het me aanvliegen. Zouden wij het aankunnen, leven in Nederland als een minderheid met minder rechten dan anderen? Een bedreigde minderheid?

Dan hebben we het voorbeeld van de vervolgde kerk alleen nog maar harder nodig! Het mooie van een preek voorbereiden is, dat ik mezelf dan mag bemoedigen met wat hier in de Bijbel staat. Net als Butros en andere vervolgde christenen. Laat je bemoedigen door wat Jezus schrijft, in die brief aan Filadelfia, lang geleden. Bang blijven, het hoeft niet!

Wat Jezus schrijft aan die gemeente lang geleden, heeft ook voor ons betekenis. Ze zijn een kleine minderheid. Een bedreigde minderheid. Ze hebben weinig invloed.

Maar Hij is er! En Hij is heilig en betrouwbaar.

Heilig. God is heilig – zo is Jezus Christus heilig. Uniek, anders dan mensen, goed, puur, volmaakt.

En betrouwbaar. Politici in Den Haag kunnen door de mand vallen. Nu in verkiezingstijd beloven ze van alles – maar wat maken ze ervan waar? Christen-politici kunnen de mond vol hebben van de waarde van het gezin, en vreemd gaan. Zo is Jezus niet – hij is een koning bij wie we veilig zijn. Hij is betrouwbaar.

Vertrouw je aan Hem toe! Durf je dat? Het is het beste wat je kunt doen.

3. Want Hij is machtig

Hoor maar hoe Hij zich voorstelt – vers 7 en 8:

Dit zegt hij die heilig en betrouwbaar is, die de sleutel van David heeft – wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit, kan niemand openen: Ik weet wat u doet. Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor u openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten.

Daarin klinkt Jesaja 22 door. Toen was het een minister, een zekere Eljakim. Hij mocht regeren namens Davids huis. Over hem wordt gezegd:

Ik zal hem de sleutel overhandigen van het huis van David; wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit, kan niemand openen.

Maar omdat zijn hele familie aan hem ging hangen, was zijn machtige positie ook zo weer voorbij. Zijn macht werd ook zijn einde. Alles valt en gaat te gronde, zegt Jesaja.

Hoe anders is het hier, bij Jezus. Te gronde gaan kan hij niet. Want welke sleutels heeft hij, daar op de troon van David? Kijk in Openbaring 1,18:

Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.

Zie je hoe belangrijk die macht van Jezus Christus is? Ook voor ons hier en nu, net zoals het toen voor Filadelfia belangrijk was?

Het gaat niet alleen over de macht over het dodenrijk. Ook nu is Jezus degene die opent en die sluit –lees vers 8:

Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor u openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten. Want ook al hebt u weinig invloed, u bent trouw gebleven aan wat ik heb gezegd en hebt mijn naam niet verloochend.

Wie gelooft in Jezus Christus en wie daaraan vasthoudt, die vindt een open deur. Waar je dan aan moet denken? Het betekent dat daar in die gemeente de deur wijd openstaat, naar het koninkrijk van God. En die belofte mogen wij op onszelf toepassen. Als wij trouw blijven aan wat Jezus heeft gezegd en als wij zijn naam niet verloochenen, dan is er ook hier voor ons een deur die wijd open staat.

Niemand kan daar iets aan veranderen. Sterker nog, sommige tegenstanders zullen zich bekeren. Lees vers 9. Joden die de gemeente dwars zaten, ze zullen tot inkeer komen. Ze zullen het inzien: Die christelijke gemeente, dat zijn de mensen die bij Jezus horen, de beloofde Messias.

Jezus heeft alle macht in hemel en op aarde. Als hij de deur open zet, dan krijgt niemand die dicht. En als hij de deur dicht doet, dan krijgt niemand hem open.

Laat je daardoor bemoedigen. Hij is sterk en machtig. Hij is heilig en betrouwbaar. Als je Hem voor je laat zorgen, dan ben je veilig.

4. Dat betekent dus niet dat het allemaal van een leien dakje gaat. Denk weer aan de vervolgde kerk. Aan Butros. Hij wordt bedreigd. Zijn werk is soms levensgevaarlijk.

Maar Jezus heeft het hier ook over ‘de tijd van beproeving’, vers 10, die binnenkort aan zal breken. En die tijd van beproeving treft heel de aarde en al de mensen die op aarde leven. In die beproeving zullen alle mensen op aarde op de proef gesteld worden.

De weg naar het koninkrijk van God is geen gladde weg zonder hobbels. Als je de rest van het boek Openbaringen leest, zie je dat. Er komt oorlog. Er komt honger. Er wordt dood en verderf gezaaid. Er zijn dodelijke ziektes en er zijn wilde dieren. Er komen milieu-problemen. De natuur gaat dood. Planten en dieren sterven.

Die tijden van beproeving zijn er steeds geweest, de aflopen eeuwen. Oorlogen. Aardbevingen. Hongersnoden. Ziektes. Ze kunnen ook nu weer komen. Als de beurzen steeds weer instorten, als de Euro het niet zou redden, als de spanningen tussen groepen in ons land zouden toenemen – libertijnen die niks van godsdienst moeten hebben, christenen, moslims, ontevreden mensen die zich laten leiden door hun onderbuik. We zijn zo kwetsbaar met elkaar. Alleen al een vulkaan op IJsland kan heel het vliegverkeer stil leggen, met grote economische gevolgen. Je weet niet wat de toekomst brengt. Maar tijden van beproeving zullen er steeds weer zijn.

Ze hebben een duidelijk doel: de mensen op aarde op de proef stellen. In welke zin? Dat lees je in Openbaring 9,20-21:

Maar de andere mensen, die deze plagen overleefden, keerden zich niet af van hun zelfgemaakte goden. Ze bleven die goden aanbidden en de beelden van goud, zilver, brons, steen en hout, die niet kunnen horen of zien en zich niet kunnen verroeren. Evenmin braken ze met hun leven van moord en toverij, van ontucht en diefstal.

Wat willen mensen, wat willen jullie? Moord en toverij, ontucht en diefstal? Een graaicultuur, een wereld waarin op seksueel gebied alles te koop is, de paranormale wereld? Willen ze afgoden – en die zijn er genoeg in onze wereld! Alles waarop je je vertrouwen stelt, alles wat je leven vulling en betekenis moet geven, wordt een afgod, als het niet God zelf is.

Dat moet duidelijk worden. Hoe reageer jij op een crisis, op lijden, op tegenslag? God stelt ons op de proef: kiezen we daarin tegen God – blijven we leven los van Hem? Of bekeren we ons en is Hij vanaf nu de enige voor wie we gaan? Doe je wat Hij wil?

5. Voor die tijd van beproeving hoeven we niet bang te zijn. Want Jezus is ons houvast. Hij houdt ons vast.

Daar hoort tegelijk een oproep bij. Jezus belooft zijn trouw aan wie Hem trouw is. Die trouw komt in de brief steeds terug: de gemeente in Filadelfia is trouw gebleven een wat Jezus heeft gezegd en heeft zijn naam niet verloochend, vers 8. Ze zijn trouw gebleven aan Jezus’ gebod om stand te houden, vers 10.

Ook verderop in Openbaringen wordt dat benadrukt. Lees Openbaring 13 vers 10 en 14 vers 12. Het komt aan op de standvastigheid en de trouw van de heiligen. Het komt erop aan je te houden aan Gods geboden en aan het geloof in Jezus.

Dus zegt Jezus het ook: Houd vast aan wat u hebt.

Wil jij in de tijd van beproeving volhouden? Hou dan vast aan wat je hebt.

Waar moet je dan aan denken?

Niet aan je bezit, je geld, je baan, je welvaart, je comfort, je vakanties. Juist niet.

Houd vast aan wat je geleerd hebt over Jezus: houd vast aan het geloof in Hem, blijf gehoorzaam aan zijn woord.

Vroeger waren wij een kerk waar heel veel duidelijk was, goed geregeld, duidelijke afspraken, duidelijke verwachtingen. Dat voelde soms verstikkend en beklemmend, niet altijd de vrijheid van Christus. Tegenwoordig doen we niet meer zo moeilijk, zo ging het vroeger, zeggen we dan. Maar schieten wij van de weeromstuit niet door? Zo maar kan dan de klad erin komen. En goede gewoontes verdwijnen. Wat leer je aan je kinderen?

Naar de kerk gaan. Twee keer wordt één keer. En je gaat eens naar de camping, je viert je verjaardag, je gaat naar familie, naar vrienden. En één keer wordt soms geen een keer. Je laat de kinderen maar thuis. Je gaat om de veertien dagen. Soms één keer per maand.

Bijbellezen. Vroeger werd er aan tafel uit de Bijbel gelezen, vaak drie keer per dag. Nu gebeurt het zo maar dat we de Bijbel lezen – ja natuurlijk, op zondag in de kerk. Verder niet? Nee, verder niet. Nog maar één keer per week!

Stel jezelf op de proef voor de tijd van beproeving komt en het te laat is.

Houd jij vast wat je hebt?

Nee, dan gaat het niet om een Bijbelvertaling, of om een psalmberijming, of om een liedbundel, of om een orgel.

Maar wel om Bijbelstudie. En wel om zingen voor God – psalmen, gezangen en geestelijke liederen – met wat voor muzikale begeleiding ook maar. Om inzet voor de gemeente, voor Jezus Christus.

Steeds weer in alles vasthouden aan Jezus, aan het geloof in Hem, gehoorzaam zijn aan Hem. In alles.

Is dat waar jij voor gaat? Blijf zo leven!

Of niet? Bekeer je dan!

6. Want het gaat hier wel ergens om. Jezus zegt, vers 11:

Ik kom spoedig. Houd vast aan wat u hebt, dan zal niemand u de lauwerkrans kunnen afnemen.

Jezus komt terug. Hij komt snel, zegt Hij.

Snel? Het is ruim 1900 jaar geleden dat Johannes dit opschreef. Hij komt snel? Hij komt nooit, zul je bedoelen.

Nee, zegt de Bijbel: 1000 jaar zijn voor God als één dag. Zijn dag komt wel degelijk snel dichterbij. En tot Hij komt zullen er elke dag mensen sterven. Oud – en jong. Hoe sterven ze? Ben jij klaar om de Heer te ontmoeten – Hij die heilig en betrouwbaar is?

Houd vast wat je hebt, houd vast aan Hem – dan ben je er klaar voor. Dan ontmoet je Hem als overwinnaar. Dan kan niemand je de lauwerkrans afpakken.

Want Jezus is trouw. Als Jezus ons vasthoudt, dan kan er niks mis gaan. Dan krijg je de medaille, de erekrans – een huldiging als overwinnaar.

Wat je dan krijgt kan niet meer kapot. Denk nog eens aan Jesaja 22. Daar wordt over Eljakim, die minister gezegd:

Ik zal hem bevestigen, als een pin in stevige grond; voor zijn familie zal hij als een erezetel zijn.

Maar als het gewicht van zijn hele familie er aan komt te hangen, gaat het mis. Dan

zal de pin in stevige grond losraken. De hele last die eraan hangt, komt omlaag, alles valt en gaat te gronde.

Zo gaat het bij Jezus niet. Jezus maakt je tot een zuil in de tempel van God, als je overwint.

Lijkt je dat niks? Een beetje de hele dag pilaar staan te zijn? Saai en onbeweeglijk?

Maar bedenk dan wat dit beeld wil zeggen.

God is hier een tempel aan het bouwen. Een tempel van levende stenen. In die tempel mag je als overwinnaar een steunpilaar zijn. Een ereplaats in het bouwwerk. Gods naam staat in jou gegrift. De naam van Gods stad. De nieuwe naam van Jezus. Niet te gronde gaan. Eeuwig leven. Eeuwig leven op een eervolle plek.

Heb jij wel eens wat gewonnen? Op een erepodium gestaan, terwijl je een medaille of een beker kreeg?

Jezus belooft ons een eeuwig erepodium. Een krans die niet verdort. Hij houdt ons vast, houd Hem daarom vast.

Wees trouw tot aan de overwinning, Jezus is zo machtig!