Matteüs 28,6a – Jezus is opgestaan!

Pasen

Liturgie

Voorzang: Psalm 50,1.2.11
Votum / Groet
Zingen: LB 215
Gebed
Schriftlezing: Matteüs 28
Gez 95
Preek over Matteüs 28:6a
Gez 99
Wet
Zingen Psalm72,7.10
Gebed
Collecte
Zingen Psalm 134,2.3
Zegen
Zingen: Ga nu heen in vrede en maak het waar

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- bij deze preek is een powerpoint-presentatie beschikbaar; mail voor meer informatie

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Matteüs 28,6a – Jezus is opgestaan!

Broers en zussen, gemeente, gasten hier bij ons,

1. Jezus is opgestaan! Ongelooflijk maar waar. Alle reden om feest te vieren. En dat doen we dus ook. Een Paasontbijt, een sing-in, een feestelijke kerkdienst. We komen samen, we zingen, geweldig. En we zijn blij, net als de vrouwen die Jezus gezien hebben op die morgen. [Teken maar een mooi blij gezicht op je blad!] We vieren feest, want Jezus leeft!

Wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen; dat doet onze God. Hij heeft Jezus levend gemaakt uit de dood. Het loopt niet dood op onze levens, op deze wereld. Er is een nieuw leven, er komt een nieuwe wereld. Laten we dus feestvieren; laten we zelf ook mooie, blije gezichten hebben – niet alleen tekeningen op het kinderblad, maar wij allemaal. Wees blij! Jezus leeft!

Maar het gekke is: er wordt vandaag in drie wereldgodsdiensten feest gevierd:. Allereerst het Joodse Pesach-feest. Dinsdag is het begonnen, en het loopt tot en met maandag. Een week lang feest vieren om erbij stil te staan hoe de God van Israël de voorouders van het Joodse volk bevrijd heeft uit hun slavenbestaan in Egypte. Vandaag is ook de geboortedag van Boeddha. In Japan dragen kinderen dan een bloem in hun haar. In Boeddha-tempels wordt vandaag door velen geurige thee over een beeld van Boeddha als baby gegoten. En wij, christenen, vieren vandaag het feest van de opstanding van Jezus Christus.

Christenen, Joden, Boeddhisten – allemaal vieren ze feest. En dan kunnen de vragen je opeens overvallen. Vieren we allemaal ons eigen feest? Maar is Jezus dan niet de beloofde Messias van de Joden?

En als je Jezus naast Boeddha zet: wij staan stil bij de opstanding van Jezus, Boeddhisten bij de geboorte van Boeddha. Twee feesten voor stichters van twee godsdiensten. Leuk voor als je bij die godsdienst hoort. Pasen – leuk voor als je christen bent? Maar wat als ik geen christen ben?

En dan wordt het de vraag: wat vieren we eigenlijk precies op Pasen? Daar staan we vanmorgen bij stil. We doen dat aan de hand van het verhaal dat Matteüs ons vertelt. Hij was Jood, tijdgenoot en leerling van Jezus. Hij heeft Jezus gezien na zijn opstanding. We letten vooral op wat de engel zegt: Hij is hier niet – hij is opgestaan – zoals hij gezegd heeft.

Ik hoop dat jullie na afloop van de preek het met me mee kunnen zeggen: Ik ben ervan overtuigd dat wij hier terecht Pasen vieren. En niet iets anders. Immers: Jezus is opgestaan.

2. Hij is hier niet, zegt de engel. De vrouwen kwamen naar zijn graf kijken. Terug naar de plek waar ze zijn lichaam dood achter hadden gelaten.  De begrafenis had overhaast plaats moeten vinden. Daarom komen ze nu terug om het werk af te maken. Een laatste eerbewijs.

En dan is het graf opeens open. En er zit een engel. En die zegt: Hij is hier niet. Teken maar een open graf op je blad.

Zo begint het verhaal van de opstanding. Een leeg graf. Niemand heeft gezien dat Jezus uit de dood opstond. Niemand had het vast kunnen leggen op foto of film. Nergens wordt er ook verteld hoe het in zijn werk is gegaan. Hij is hier niet.

En hier bij ons – hier is hij ook niet. We kunnen niet naar hem toe gaan om een foto van hem te maken. Dat is best lastig. We vieren een feest, en we doen dat vol overgave en uitgebreid, maar waar is de hoofdpersoon? We zien hem niet eens…

Zou het daardoor komen dat de wereld er niet anders van geworden is? Ja … is hij eigenlijk wel opgestaan? Of is het alleen maar een mooi verhaal?

Jezus is opgestaan in een nieuw, geestelijk lichaam. Wat het is om op die manier uit de dood te zijn opgestaan, dat weet alleen hijzelf. Hij heeft zichzelf maar een paar keer laten zien aan zijn volgelingen. Verder is hij verborgen, is hij bij God. De opstanding blijft daarmee een geheim, tot het moment dat Jezus Christus terugkomt,

Toen moesten de vrouwen het doen met die woorden van de engel. En met die verschijningen van Jezus aan zijn volgelingen. Wij moeten het doen met de verhalen uit Matteüs en de andere evangeliën.

Gelukkig dat we die verhalen hebben. Dat God ervoor heeft gezorgd dat we weten wat de engel heeft gezegd. Dat zijn dus erg belangrijke woorden. En gelukkig dat Jezus zich heeft laten zien aan zijn volgelingen. Wij moeten het tenslotte doen met hun verhalen.

Maar als je niet wilt, dan kun je de opstanding van Jezus ook makkelijk ontkennen. En dat gebeurt dan ook in het verhaal dat we lazen. Jezus spreekt je niet tegen.

3. Alleen is er wel iets raars aan de hand met die mensen in het verhaal, die ontkennen dat Jezus is opgestaan. Ze schudden niet onverschillig hun hoofd – wat een onzin-verhaal. Nee, ze willen het niet weten. Desnoods worden er getuigen omgekocht.

Wat staat er dan op het spel voor die Joodse leiders? Dat is ook onze vraag: wat maakt het uit of Jezus nu wel of niet is opgestaan? Laten we proberen daar achter te komen. Wat betekende het toen, voor de Joodse leiders, voor die Joodse vrouwen, voor die Jood Matteüs, dat Jezus al of niet was opgestaan? We gaan na wat het antwoord van Matteüs daarop zou zijn geweest. Misschien gaan wij dan ook beter begrijpen wat het uitmaakt, of Jezus al of niet is opgestaan.

Laten we beginnen met wat het uitmaakt voor Jezus zelf. De oudsten en hogepriesters voelden dat natuurlijk donders goed aan: als Jezus zou opstaan uit de dood, hadden zij een nog veel groter probleem. Dan waren ze nog niet van Jezus af; en dan werd het alleen nog maar erger.

Waarom? Nou, ga maar na: zij vonden Jezus een bedrieger. Maar als hij opgewekt wordt uit de dood zoals hij heeft gezegd, dan is hij toch een profeet. En dan kon dat voor het besef van de Joden alleen maar door God zelf gedaan zijn. God heeft Jezus levend gemaakt. Dat zegt dus alles over hoe God de Vader tegen Jezus aan kijkt. Hij is geen verleider of godslasteraar. Geen opstandeling of bedreiging van de politieke orde.

Integendeel, Jezus is ten onrechte ter dood veroordeeld. Jezus is wel degelijk de Zoon van God. Hij is de beloofde zoon van David. In de opstanding wijst God hem aan: dit is mijn koning. Dit is de Messias door wie ik Israël en de wereld verlos. Hij krijgt van God alle macht in de hemel en op de aarde. Hij wordt de hoogste Heer, hoger dan koningen, keizers en presidenten.

En dat is voor iedereen van belang. Door Jezus Christus komt God zelf naar ons toe. Door Jezus Christus komt de mensheid weer bij God. Door Jezus Christus komt er wereldvrede. Door Jezus Christus leren we te leven in liefde.

Bij Hem moet je dus zijn! Hier vind je rust en vrede. Hier vind je God zelf. Je kunt het ontkennen. Als je zonder Jezus Christus verder wilt leven, dan merk je niet wat je mist. Maar als je in Hem gelooft en Hem volgt, dan zul je het ondervinden. Hij leeft!

Jezus is opgestaan. Dat betekent alles voor wie Jezus zelf is. Hij is door God zelf gestuurd en aangesteld. Hij is de beloofde Messias, door wie God Israël en de wereld verlost.

4. Hij is opgestaan, zegt de engel. Dat zegt niet alleen iets over wie Jezus is; het betekent ook iets voor God zelf en voor Gods koninkrijk.

Waar is God, vragen veel mensen. Misschien vraag je het jezelf ook af – waar is God? Waarom grijpt hij niet in? En waar is Gods koninkrijk waar Jezus het steeds over had? Als Jezus sterft, blijkt toch dat Gods rijk niet komt. Het wereldrijk van Rome heeft het voor het zeggen; of de machtspolitiek van enkele religieuze leiders. Uiteindelijk hebben het onrecht, de zonde, en de dood toch het laatste woord.

Zo lijkt het vaak – toch?

Maar de opstanding laat zien: zo is het niet!God heeft zijn Zoon naar de aarde gestuurd. Hij doet wat Hij heeft gezegd. En Hij laat het onrecht niet bestaan. Hij laat niet toe dat Jezus afgeschreven wordt als een mislukte koning die zichzelf overschat heeft.  Hij zet het recht. En op een heel bijzondere manier: Hij gebruikt dit grove onrecht ook nog om ons van onze zonden te verlossen. Hij maakt Jezus weer levend uit de dood. Gods koninkrijk is niet verslagen, Gods koninkrijk heeft overwonnen! Jezus Christus is overwinnaar!

De vijanden van Israël zijn verslagen. En daarmee ook onze vijanden. En dan gaat het niet maar alleen om een Romeins wereldrijk, of om machtsbeluste religieuze kopstukken. Hier behaalt Gods recht de grote overwinning op het onrecht. Hier overwint Gods liefde onze zonde. Hier is de schepper sterker dan de dood. God verslaat de kwade machten – de duivel is zijn macht kwijt.

En dus vieren we feest. Een feest dat iedereen aangaat. Dit is niet een feest voor mensen uit een specifieke godsdienst. God behaalt hier een enorm succes in het aanpakken van de problemen van de hele wereld, problemen waar ieder mens tegen aan loopt.

Onrecht. Machtsmisbruik en corruptie. Liefdeloosheid en zonde. Ziekte en lijden. Kwaad en absurditeit. De dood.

God staat er boven. Gods koninkrijk is nabij en zal komen. Jezus Christus is overwinnaar!

Maar mensen sterven toch nog steeds? Er zijn toch nog steeds mensen die elkaar pijn doen?
En – ik wil niet vervelend doen – maar zelfs in de kerk vind je toch liefdeloze mensen? Soms zijn Boeddhisten liefdevoller dan christenen.

Is de opstanding van Jezus Christus niet iets anders: God heeft zijn eigen zoon willen redden. Daarna hebben ze zich samen teruggetrokken. Want horen we ooit nog wat van ze? Wat betekent Pasen voor ons, hier en nu?

5. Met die vragen komen we bij een derde punt. Hij is opgestaan zegt de engel. Wat zegt dat over ons en over onze wereld? Wat zegt dat over mij?

Laten we het niet moeilijker maken dan het is. De bijbel is er heel helder over: Jezus Christus is opgestaan en naar de hemel gegaan. En daarom is het verhaal nog niet af. De enorme gevolgen van de opstanding van Jezus Christus zijn nog maar gedeeltelijk zichtbaar. Er is nog veel wat tastbaar moet worden, op het moment van de voltooiing van de wereld, als Jezus terugkomt. Wat zijn die enorme gevolgen dan?

Twee heb ik al genoemd. De eerste: Je moet bij Jezus Christus zijn. Hij heeft alle macht en hij regeert deze wereld. Hij is bezig alle wereldproblemen op te lossen. Zijn aanpak is grondig. Hij is bij de meest grote problemen begonnen: het kwaad, de zonde, de dood. En daar is de beslissing gevallen, toen Hij stief en uit de dood opstond.

Het tweede: God is er en God grijpt in. Als je ziet wat God al bereikt heeft, dan kun je er zeker van zijn: Gods koninkrijk zal hier op aarde komen. God trekt zich niet terug en blijft niet veilig buiten schot. Integendeel, zijn Zoon is mens geworden en is voor ons gestorven. Het gaat God om ons!

En dat heeft grote gevolgen voor mij, voor jou, voor onze wereld. Jezus Christus is opgestaan uit de dood en zijn graf was leeg. Hij heeft een nieuw lichaam gekregen – verbeterd, verlost, genezen. Als dat met Jezus kan gebeuren, dan ook met ons allemaal. Dan kunnen alle graven open gaan. En dat zal gebeuren. De opstanding van Jezus Christus laat zien: God laat zijn schepping niet los. Hij maakt een nieuwe schepping. Heel, gaaf, ongeschonden. Geen onrecht meer, geen oorlog meer, geen kapotte relaties meer. Wereldvrede. Dat is ons perspectief.

En daardoor zal er niet alleen straks iets veranderen. Er is nu al iets veranderd. Tot aan de voltooiing van de wereld, als alles nieuw wordt, is Jezus Christus zelf bij ons. De opgestane is niet ver weg, veilig opgeborgen in de hemel. Onze Heer is bij ons, hier en nu, door de Heilige Geest. In ons leven heeft Hij het voor het zeggen, en niet de zonde, niet de duivel. Er is nu al vrijheid. Er is nu al liefde. Door Jezus Christus.

6. Enorme gevolgen. Maar het hangt van een ding af: komt Jezus terug en krijgt de opstanding echt een vervolg als Jezus terugkomt? Of is het allemaal gebakken lucht?

En dan zijn we ook weer terug bij het begin van de preek. Wat maakt het uit of Jezus opgestaan is of niet? Wat maakt het uit of je vandaag Pasen viert, of een Joods pesach-feest, of de geboorte van Boeddha?

Kijk dan naar de laatste woorden van de engel waar we vanmorgen bij stilstaan: zoals hij gezegd heeft. Jezus Christus doet wat hij zegt.

Wie Boeddha volgt, volgt een spirituele weg naar innerlijke bevrijding. Wie Jezus volgt, de opgestane, gaat over een weg die God voor ons gebaand heeft. Een weg niet maar naar innerlijke bevrijding, maar naar een helemaal vernieuwde wereld – mens, maar ook aarde en natuur.

Wie het Joodse Pesach blijft vieren, staat wel stil bij Gods ingrijpen: lang geleden toen Hij Israël bevrijdde uit Egypte. Maar God is verder gegaan. Het volk Israël was een experiment dat mislukte. En bovendien: het gaat God niet alleen om de Joden, maar om heel de wereld. Dat hebben Gods profeten steeds tegen Israël gezegd, lees het OT maar na. Wie Pesach blijft vieren, ziet niet dat de beloofde messias gekomen is. Die ziet niet dat Pasen een nieuw bevrijdingsfeest is. Niet maar bevrijding uit Egypte, maar uit de zonde, de dood. Niet maar bevrijding voor het volk Israël, maar voor ieder die mee wil naar Gods nieuwe wereld.

In geen enkele godsdienst is er iemand als Jezus, die aankondigde te zullen sterven en op te staan. En bij wie het dan ook gebeurde. God heeft Hem weer levend gemaakt. In het christelijke Paasfeest blijkt dat de God van Israël naar ons, naar deze hele wereld, toekomt in Jezus Christus. Waar het Pasen wordt, daar zijn God en mensen weer bij elkaar. Daar is weer gemeenschap, daar is weer leven met God.

Jezus doet wat Hij zegt. Hij had gezegd dat Hij zou sterven, Hij had gezegd dat Hij op zou staan. En dat niet zomaar, als interessante stunt. Hij is Gods koning, door God zelf aangesteld, door wie Gods koninkrijk komt.

Betrouwbaar. Je kunt op Hem aan. Hij is een rots om op te bouwen, zelfs als je niets meer over houdt, zelfs als je sterft. Jezus Christus, de opgestane Heer, is je eeuwig houvast.

Hij regeert en is bij ons. Nu.

Hij komt. Zometeen.




Matteüs 27,37 – Is dat mijn koning?

Goede vrijdag

Liturgie

Voorzang Psalm 72:7
Votum / groet
Zingen: Psalm 61: 1, 2, 3
Gebed
Schriftlezing: Matt 27,27-50
Stilte
Zingen Gez 89 (was GK 14): 1,2,3,4
Preek over Matt 27:37
LB 181, 2-5
Gebed
Avondmaalsviering:
Zingen LB 358,1
Formulier 4
Zingen LB 358,2.3
Gebed
Geloofsbelijdenis van Nicea
Zingen LB 358,4.5
Viering
LB 358,6
Dankgebed
Zingen Opwekking 545
Collecte
Zingen LB 294: 1,2 ,3, 6
Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Matteüs 27,37 – is dat mijn koning?

1. Daar hangt hij dan – die koning. ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij’ had hij geroepen. In het begin had je nog wel eens gedacht dat hij wat was. Je had soms gedacht: zou hij inderdaad de messias zijn, de koning, de zoon van David? Bijzonder was hij beslist. Die genezing vergeet je nooit weer. Een man die niet kon lopen. Zo’n stinkende bedelaar – hij liep weer. Nee echt, het is geen grap – hij kon niet lopen, maar die Jezus trok hem overeind, en hij liep.

Maar nu wist je wel beter – wat een slapjanus. ‘Anderen heb je gered – kun je jezelf niet redden?’ Wat een messias… Je kunt jezelf ook overschatten. Natuurlijk, Jezus was bijzonder. Zo’n man als hij, die zie je niet elke dag. Hij zei mooie dingen. Hij had zieken genezen.

Maar het was hem in de bol geschoten. Zoon van God, wilde hij zijn. Wat een pretenties – op een ezeltje jezelf laten toejuichen alsof je de beloofde koning bent. Dat is vragen om moeilijkheden. Wat een zelfoverschatting, vind je niet?

Het is een mooie grap van de prefect – dat bordje op het kruis. ‘Jezus, de koning van de Joden’. Die Pilatus is trouwens ook een slapjanus, waait met alle winden mee. Je handen wassen in onschuld en dan toch die Jezus kruisigen als een politiek gevaar. Pilatus zag natuurlijk ook wel in dat die Jezus nooit echt gevaarlijk kon zijn. Maar juist daarom was dat bordje zo’n goeie grap ‘Jezus, de koning van de Joden.’ Net zoals die kroon van dorens.

Hé mooie koning, waar blijf je nou met al je verhalen over het koninkrijk van God? De mensen ergens lekker mee maken, mooie wonderen doen. Daar hang je nou. Kom maar van dat kruis af – dat zal nog es een mooi wonder zijn. Hoewel je gruwt van het gekreun, van de krampstuipen die door het naakte lijf trekken, moet je er toch om lachen. Een koning, een messias, een zoon van God – wat een grap.

Ja, je lacht. Maar volgens mij sta je je ook op te winden. Je maakt je kwaad op die Jezus, met z’n mooie praatjes. Zijn zelfoverschatting irriteert je. Natuurlijk, je bent te beschaafd om zelf met steentjes te gooien, zoals die jochies daar doen. Maar het klopt toch? Je staat je op te winden…

Daar hangt hij dan – een bespotte koning.

2. Een mislukte koning, die sterft als een slaaf.

Als er iets duidelijk was voor iedereen, Joden en Romeinen, dan was het dit: Jezus was als koning-in-spé volstrekt mislukt.

Ga maar na, wie werden er gekruisigd? Rovers, slaven die moeilijk gingen doen, opstandelingen. Mensen die een gevaar vormden voor de politieke orde, maar dan vooral arme sloebers, het gepeupel. Als je uit een belangrijke Romeinse familie kwam, zou je niet snel gekruisigd worden. Natuurlijk, het getuigt van lef als je probeerde je tegen de Romeinen te verzetten, koning wilde worden los van de keizer van Rome. Maar als je dan gekruisigd werd was het ook volstrekt helder: Rome maakt de dienst uit. Jezus werd ervan beschuldigd dat hij het volk in opstand wilde brengen. Pilatus was er niet echt van overtuigd, maar alla, een doodstraf meer of minder maakt niet uit. Deze ongevaarlijke man werd geëxecuteerd als opstandeling, als de volgende revolutionair die door armoede gedreven zich probeerde te verzetten tegen Rome’s oppermacht. Op een gruwelijke manier, de meest wrede vorm van doodstraf. Zo’n slavendood sterven – dan ben je als koning mislukt. Jezus is een mislukkeling.

Kun je dat wel zeggen – is dat niet oneerbiedig? Jezus wist toch dat hij zou sterven, hij was toch Gods Zoon, naar de aarde gestuurd om voor ons te sterven?

Zeg dat niet te snel. Vraag het een Israëliet die erbij was. Was Jezus de Zoon van God?Als er voor een Jood iets duidelijk was, dan was het dit: wie opgehangen wordt aan een kruis, die is geen Zoon van God. Als je daar hangt, dan ben je door God in steek gelaten. Dan ben je een gevloekte. Uitgekotst door de mensen, maar ook door God verworpen. Als je daar hangt, dan ben je in elk geval geen Messias. Als er iets absurd is, dan is het een gezalfde die tegelijk een vervloekte is.

Heel lang was het onduidelijk geweest – was Jezus nu iets, of niet? Was hij een profeet, of meer dan dat, misschien wel de beloofde Zoon van David, de Messias? Of was hij bezeten, een gek, een krankzinnige? Nu wist iedereen het: dit was een gestoorde godsdienstwaanzinnige. Denken dat je koning bent, zoon van God, messias, maar aan het kruis belanden – dan ben je als koning volstrekt mislukt.

3. Hier wordt zichtbaar dat we zo’n koning niet willen.

Joden, Romeinen, Grieken, Moslims, Nederlanders of wie ook maar – zo’n koning hoeven we niet. Iemand met zulke hoge pretenties, die zich zo te pakken laat nemen. Koning willen zijn, maar dan zonder enig verzet je laten arresteren – dan verdien je het om gekruisigd te worden. Een koning die zich laat arresteren, die met zich laat sollen, die niet wil dat anderen voor hem vechten – dat kan toch niets zijn?

Zo kijken mensen tegen Jezus aan. Wij willen een indrukwekkende koning. Wij willen een koning die in onze kaders past. Iemand die de wereld verbetert. We willen een sterke man, of iemand met een sociaal hart. Een politicus die de problemen aanpakt. Die al die slappe ambtenaren, managers, politici, en ministers in Den Haag eens laat zien dat het allemaal anders moet, beter kan.

Maar wil je een koning als Jezus? Jezus wijst niet naar de anderen, Jezus wijst naar jou en naar mij. Hij is geen koning bij wie ik in het gevlei kan komen, maar die door mijn pretenties heen prikt.

Een koning die de diepste problemen blootlegt en me met mezelf confronteert.Jezus belooft ons veiligheid, maar pakt ons onze afgoden af. Jezus laat zien dat God een liefdevolle Vader is, maar legt ook de vinger op ons wantrouwen. Wij vertrouwen God niet en kunnen ons niet aan hem overgeven. Wij willen best goed leven, maar volmaakte liefde… Hoe meer deze koning ons dicht op de huid komt te zitten, hoe feller ons verzet.

Wil je een koning als Jezus?

Wij zijn het kruis als een mooi symbool gaan zien. Maar hoor je er nog de aanklacht in – wij mensen hebben de koning van God gedood. Wij mensen – opstandelingen zijn we. Herken je dat?

Als het kruis iets laat zien, is het dat Jezus ons irriteert. Als het kruis iets laat zien is het dit: God is irritant. Gods koning willen we niet. Wij hebben hem gedood. Wat zijn wij voor mensen? Wat zit er diep in ons een minachting voor God. Wat kunnen we om ons heen gaan slaan wanneer we met onze diepste zwaktes geconfronteerd worden. De filosoof Nietzsche vertelde het verhaal over de dwaas die rondliep en riep: we hebben God gedood. Een christen weet dat Nietzsche ten diepte gelijk had: wij hebben Jezus gekruisigd. Wij wilden Gods koning niet. Wij hebben God gedood. Dit is onze zonde: dat we Jezus Christus niet wilden.

Het kruis laat zien, dat wij zo’n koning niet willen.

4. Terwijl hij een koning is die voor zijn onderdanen sterft. Jezus, de koning, de Messias, de Zoon van God – hij zelf is er ook nog.

Een koning? Een bespotte koning, een mislukte koning, een verworpen koning. Dat is hij. Dat wilde hij zijn. Een mislukkeling, slachtoffer van onrecht en pesterijen, een godslasteraar, een opstandeling, uitgekotst door de mensen, verlaten door God, een gevloekte.

In Hem werd God één van ons. Zo kwam God bij ons mensen – gepeste mensen, mislukte mensen, uitgekotste mensen. Mensen die lijden. Beschadigd, mislukt, vloekend, opstandig. Zondige mensen. Mensen onder een vloek.

Maar niet zomaar. God kwam in Christus niet bij ons om samen met ons onder te gaan in de dood. Jezus Christus kwam om echt onze koning te zijn. Een koning die naast zijn onderdanen komt staan. Een koning die ons bestaan draagt.

Een koning die ons op zijn rug neemt. Hij draagt ons allemaal op zijn rug. En dus staat hij helemaal onderop. In het diepste van de modder en ellende waar wij in zitten. Daar gaat hij staan. Daar tilt hij ons op. En vandaar neemt Hij ons mee. Weg uit die modder, die zooi van mislukking, weg uit de zonde. Hij draagt ons bestaan daar weg en brengt ons ergens anders. In het rijk van Gods vrede.

Jezus is de koning die ons in Gods koninkrijk brengt. Zijn dood vormt een dikke streep onder de inzet van zijn optreden: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij’. Zijn dood laat ons zien wie we zijn: mislukte mensen, slaven van de zonde, zondaren op wie Gods vloek rust. Zijn dood is een aanklacht tegen onszelf: wij hebben hem gedood. Wij willen Gods rijk helemaal niet. We willen Gods koning niet. We willen God niet.

Hoor je dat in het kruis van Golgotha: Een aanklacht vanwege jouw onrecht, jouw opstand tegen God?Hoor je de oproep: kom tot inkeer?

Als je dat hoort, dan is het ook zijn kruis dat ons in het koninkrijk brengt. Alleen dankzij Jezus’ dood is het koninkrijk van de hemel ook werkelijk nabij. Alleen dankzij Jezus’ dood kunnen we gehoor geven aan Jezus’ oproep: kom tot inkeer, want het koninkrijk is nabij. Alleen omdat Jezus onze koning is, zijn we er diep van overtuigd dat we in Gods rijk zullen komen.

Geloof dat Jezus jouw koning is, die voor jou is gestorven en de losprijs voor je leven heeft betaald. Begin een nieuw leven omdat het koninkrijk nabij is.Geloof in Hem – de koning die ons brengt in Gods koninkrijk.




Matteüs 21,1-17 – Gods koning komt naar zijn stad – hoe reageer je?

Palmzondag

Liturgie

Voorzang Ps 8,1.2.6
Votum / Groet
Psalm 24,4.5
Wet
Gebed
Lezen: Matt 21,1-22
LB 42,1.3
Preek over Matt 21,1-17
Zingen Gez 40
Gebed
Collecte
Zingen LB 120
Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over Matteüs 21,1-17 – Gods koning komt naar zijn stad – hoe reageer je?

29 april 2015.  Morgen is een bijzondere koninginnedag. 35 jaar na haar troonsbestijging zal koningin Beatrix afstand doen van de troon. Voor het eerst sinds lange tijd zal Nederland weer een koning hebben. Prins Willem-Alexander zal vanaf morgen koning Willem IV zijn. Willem IV, de grote zoon van de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje. Hij is de laatste jaren alleen maar populairder geworden. De roep om een nieuwe koning werd steeds sterker. Morgen is het dan zo ver. Hij is de koning van het volk.

Maar wat gebeurt daar? Gejuich klinkt vanaf het Malieveld. Al snel gonst het rond het Binnenhof. Willem-Alexander is op een open wagen gaan staan, getrokken door een tractor. Zo is hij de Koningskade afgereden en heeft hij zich laten toejuichen. Op het Malieveld heeft hij vanaf de wagen het volk toegesproken. Als een echte actievoerder. En nu, omringd door mensen, komt hij van het Malieveld over de Korte Voorhout richting de Hofvijver. Het lijkt wel een soort Prinsjesdag, maar dan een prinsjesdag van het volk.

De tractor rijdt om de Hofvijver heen, het Binnenhof op. Willem-Alexander staat op de open wagen en zwaait de mensen toe. Oranje boven! Oranje boven, wordt er gescandeerd. Op het Binnenhof aangekomen, springt hij van de wagen af. Door de kleine ingang van de Tweede Kamer, die daar is, gaat hij naar binnen. Bij de portier gekomen, rent hij diens hok binnen, gooit een monitor op de grond, trekt stekkers uit computers en gaat verder. Hij heeft zich kennelijk goed voorbereid. Hij weet stoppenkasten te vinden, en schakelt op een aantal punten de stroom uit. Hij rent over de roltrappen, die nu stilstaan, naar de vergaderzaal van de Tweede Kamer. Daar is iedereen in verwarring. Het is er schemerdonker. Hij gooit de papieren van de aanwezige ministers op de grond en gaat achter het spreekgestoelte staan. Hij wacht tot een camera-man hem goed in beeld heeft. Dan roept hij: dit parlement heeft zijn langste tijd gehad! Het parlement, dat ben ik.

Buiten klinkt gejuich. Leve de koning! Leve de koning. Binnen is iedereen perplex.

Zo klonk er ook gejuich in Jeruzalem: Hosanna voor de Zoon van David! Hosanna! Maar in de tempel was iedereen perplex. Wat gebeurt hier? Het is vandaag Palmpasen.

Het verhaal is zo bekend: Jezus komt naar Jeruzalem en hij zit op een ezeltje. Hij gaat naar de tempel en treedt daar op. Maar wat doet Jezus eigenlijk?

2. Jezus van Nazareth claimt dat hij de beloofde koning is. Lange tijd heeft hij zich in de provincie opgehouden, in Galilea. Als mensen hem koning wilden maken, gaf hij ‘niet thuis’. Maar nu is het moment gekomen. Nu gaat hij naar de residentie van David, Jeruzalem, de stad van de tempel. Nu maakt hij overduidelijk: ik wil de beloofde koning zijn. Ik ben de grote zoon van David, de vader des vaderlands.

Hij doet dat door iets in scène te zetten. De profetie van Zacharia was bekend. De vredekoning, die naar Sion komt. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op het jong van een ezelin. Jezus wist wat er zou gebeuren als hij zo op een ezel naar Jeruzalem zou gaan. En precies dat zet hij doelbewust in scène. Vanaf nu treedt hij op als koning. Hij vordert een rijdier. Nouja, een rijdier? Het rijdier is niet echt koninklijk. Een koning rijdt op een paard. Dit is een lastdier, een ezel. Geen steigerend paard, waar je niet bij in de buurt durft te komen. Geen galopperend paard, dat al voorbij is voor je er erg in hebt. Zijn rijdier is een ezel: langzamer, lager, lelijker. Deze koning is toegankelijk. Je kunt dichtbij hem komen. Hij stuurt je niet weg. Hij wil geen indruk maken om ons op afstand te houden. Je kunt bij hem terecht. Hij is zachtmoedig. Vriendelijk en genadig. Een koning vol liefde.

Hij is dan ook geen koning met het zwaard in de hand. Bij hem geen mitrailleur aan de heup, geen hand aan de trekker. Hij is niet omgeven door marcherende soldaten, door tanks en rijdende raketwerpers. Integendeel. Cavalerie, of die nu bestaat uit paarden en wagens, of uit tanks, heeft zijn langste tijd gehad bij deze koning. Dit is de koning die wereldvrede brengt.

Jezus had van alles kunnen zeggen over zijn koningschap. Maar dit is veel effectiever. Wat Jezus hier doet is eigenlijk een soort gelijkenis. Jezus doet het precies volgens het Boek. En zo zegt hij meer dan duizend woorden kunnen zeggen.

Die beloofde koning uit Zacharia– dat ben ik. En ik ben niet zomaar een koning. Ik kom naar mijn stad. Jeruzalem is mijn residentie, mijn hofstad. Ik kom voor die oude troon, de troon van David. Ik kom als de beloofde Messias.  Ik ben de grote zoon van David. Ik kom Israël verlossen. Ik kom wereldvrede brengen. Zo is hij ook onze bevrijder.

3. Zo komt Hij Jeruzalem binnen. Daarna gaat hij naar de tempel van Sion. Net als andere koningen deden in het Oude Testament. Wat was er vaak een verval, en dat ging ten koste van de tempel. Als er dan een koning kwam die weer echt God wilde dienen, begon die vaak met de tempel. De tempel schoonmaken, de tempeldienst in ere herstellen. Ze begonnen met het belangrijkste. Wat zou het volk zijn zonder God? Zo is Jezus ook een koning die met het belangrijkste begint. Wat zijn de mensen zonder God?

En dus gaat Jezus in de stad van David naar de tempel. Denk je in wat de betekenis van die tempel is voor de Joden. Deze tempel is hun nationale trots. Op heel de aarde is er maar één God. En die éne God heeft maar één tempel, hier in Jeruzalem. Wat Mekka is voor de Islam, dat is de tempel in Jeruzalem voor de Joden. Dit is het enige heiligdom van de enige God. Dit is de enige plek op aarde waar mensen weer met God in het reine kunnen komen. Hier wordt immers geofferd. Hier, in Sion, ligt ook de hoop van de wereld. Vanuit Sion zal God de wereld verlossen.

En let dan goed op wat er vervolgens gebeurt. Uit Johannes weten we dat Jezus twee keer opgetreden is in de tempel. De eerste keer jaagt hij de handelaars de tempel uit. Met een touw drijft hij alle dieren uit het heiligdom. Maar deze tweede keer is Jezus radicaler. De tempel is een rovershol geworden. Een plek voor types als Barabbas. Nationalistische terroristen verschuilen zich hier. Hier past geen schoonmaak meer, hier past alleen maar een definitieve sluiting.

We noemen dit een ‘tempelreiniging’. Maar dat is het dus niet. Jezus legt de hele tempel stil. Als er geen geld meer gewisseld kan worden, kan niemand meer met tempelgeld betalen. Dan kunnen er geen offers meer gekocht worden. En waar geen offers meer gekocht worden, daar wordt niet meer geofferd. Markus vertelt dat Jezus niet toestond dat iemand ook maar een voorwerp over het tempelplein droeg.

Waarom zo radicaal? Dat proef je in wat volgt op de tekst. Sinds deze preek snap ik die verzen opeens. Jeruzalem met haar tempel is als een vijgeboom zonder vruchten. Laat die maar verdorren. Deze tempel levert niet echt wat op. Hier komen mensen niet dichter bij God. Hier is geen aanbidding vanuit het hart. Hier ontstaat geen echte toewijding. Laat die tempelberg maar in zee verdwijnen.

Vanaf nu komt er een andere tempel. De tempel, dat is Jezus Christus zelf. De tempel in Jeruzalem is verwoest, zoals Jezus hier voorspelde. Voortaan bestaat het huis van gebed in de persoon van Jezus Christus. Hij is het offer. Hij is de hogepriester. Hij is de plek waar God woont. Wil je God ontmoeten, wil je bij God zijn, dan moet je bij Jezus Christus zijn. Gods tempel, dat is het lichaam van Christus.

Wil je bij Hem zijn? Wil je God ontmoeten? Voortaan moet je niet meer naar Jeruzalem, en al helemaal niet naar Mekka. Voortaan ben je bij God als je bij Jezus Christus bent. Waar Hij is, daar is God.

4. Maar wie is Hij? Is hij wel zo zachtmoedig? Het begint zo mooi: de intocht op Palmpasen. Een koning op een ezelsveulen, zachtmoedig, een vredekoning. Maar wat is daar even later van over? Hard optreden in de tempel, een vervloeking van een vijgeboom die net als de tempel geen vrucht oplevert, harde woorden over de tempelberg: gooi hem maar in zee wat mij betreft. Wat is er dan nog over van zijn zachtmoedigheid?

Wat zou je denken van een koning Willem IV die naar de tweede kamer gaat en zegt: Dit parlement heeft zijn langste tijd gehad. Ik ben het parlement?

Wat vind je dan van een koning Jezus, die naar de tempel gaat en zegt: Deze tempel heeft zijn langste tijd gehad. Ik ben de tempel?

Jezus is inderdaad scherp. Net als de profeten kondigt hij Gods oordeel over de tempel aan. Hij heeft inderdaad twee gezichten. [Kinderen: kijk maar op je blad, op de achterkant. Daar zie je twee dieren] Jezus is een lam, maar Hij is ook een leeuw. Hij is beide tegelijk, een lam en een leeuw.

Hij komt als een lam. Toegankelijk, vriendelijk, zachtmoedig, in dienst van de vrede, de vrede tussen God en mens. Hij komt ook als leeuw. Scherp wijst hij de zonde aan. Hij confronteert je met jezelf, met je falen, met je onvermogen. En scherp is hij als je hem afwijst. Als je niet wilt dat Hij je koning is, dan brengt hij Gods oordeel.

Maar ook dan komt hij als lam. Dit harde optreden in de tempel heeft geleid tot zijn dood. Nu zijn de priesters en de bijbelgeleerden het zat. Deze Jezus moet dood. Hij is een gevaar voor ons land. Zijn optreden is het einde van onze godsdienst. En dan wil hij sterven voor zijn volk. Dan is hij opnieuw een lam, dat de zonden van de wereld wegneemt. Een echte vredekoning.

Totdat hij komt als leeuw. Als je het lam blijft afwijzen, als je niet door Hem van Gods woede verlost wilt worden, dan kom je opnieuw tegenover Jezus te staan. Dan zal Hij je oordelen.

Want hij komt namens God. Met pretenties: echte verlossing, echte vrede, echte oplossingen; en dat allemaal in opdracht van de enige echte God. Als God zelf op aarde.

Hij komt als lam. Alleen als je hem afwijst, dan is hij ook een leeuw. Dan brengt hij Gods oordeel.

5. En dan is dus de vraag: hoe sta je tegenover Jezus? [Kinderen: volgens mij is er een vraag die daarover gaat] In het verhaal reageren mensen op twee manieren op Jezus. De menigte die hem volgt, is dolenthousiast. Nu komt er eindelijk een koning die Gods volk zal verlossen. Israël wordt hersteld, de Romeinen het land uit. Nu komt het vrederijk.

De stad Jeruzalem daarentegen, de hofstad, raakt wel in opschudding. Maar mee juichen doen ze niet. Ze vragen: Wie is dat nu weer? Een koning uit Galilea hoeven ze niet. De leiders in de tempel zijn hevig verontwaardigd: waar haalt Hij het lef vandaan?

Ook na zijn kruisiging en opstanding blijft die tweedeling. Mensen die na de kruisiging bij Jezus terugkeren en inzien: deze mens is inderdaad de beloofde koning. God heeft hem aangesteld als koning en messias. Hij brengt echt vrede tussen God en mensen. Zijn zachtmoedigheid is mijn redding geweest.

Anderen blijven hem op afstand houden, desnoods tegen beter weten in. Deze Galileeër, dit mannetje uit de provincie, mijn koning? Zou zijn dood, gekruisigd als een rover, meer betekenen dan deze tempel, door hem weggezet als rovershol?

De keus blijft: hoe sta je tegenover Jezus? Is hij je koning, die jouw leven regeert, die je vrede geeft, die je in Gods koninkrijk brengt? Roep je van harte: Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer? Juist omdat je ziet hoe Hij als lam van God voor jou gestorven is?

Of wil je hem niet? Geen zachtmoedige vriendelijke koning?Geen koning die zo scherp ons onvermogen bloot legt? Geen koning met zulke pretenties – dat hij de nieuwe tempel van God is? Geen koning uit de provincie, zonder glamour, zonder geld, zonder groots machtsvertoon?

Jezus is een leeuw en een lam. Een lam, zachtmoedig, benaderbaar, toegankelijk. Een leeuw, die je scherp op je tekorten wijst. Gods lam, gestorven voor je zonden. Een leeuw, die je tegenover je kunt vinden als je Hem afwijst.

Hij stelt je voor de keus: Hosanna, of ongeloof. Je wordt voor die keus gesteld. Luister daar niet over heen, maar kies.

6. Kies je voor Hem, dan hoor je bij zijn lichaam, de gemeente. Wat dat betreft is het van belang te zien wat Jezus precies uit het OT citeert in vers 13. Jezus zegt: er staat geschreven: mijn huis moet een huis van gebed zijn. Dat staat in Jesaja 56. Jesaja schrijft (vers 7): Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’. Voor alle volken. Ook voor vreemdelingen, ook voor allochtonen. En dan niet alleen voor Turken, Grieken, Egyptenaren, Italianen, Marokkanen; maar zelfs voor mensen die nog verder weg wonen: Nederlanders, Friezen.

Wij zijn volgelingen van de beloofde koning, de Zoon van David: Jezus Messias. Volgelingen uit de volken die vol verwachting naar het hemelse Sion komen. Daar staat immers de troon van David. Daar is de nieuwe tempel van de Heer. Jezus Christus is immers de nieuwe tempel.

Aanbid God dan ook in Jezus Christus. Via Hem kom je bij God, voorbij het voorhangsel, voor de troon in de hemel. Aanbid Jezus Christus zelf, God als mens op aarde. Juich Hem toe: Hosanna voor de Zoon van David! Hosanna in de hemel!

Maar je moet meer zeggen: het lichaam van Christus is de nieuwe tempel. [Even voor de kinderen: nu komt het antwoord op de laatste vraag op jullie blad] Wij, die in Jezus Christus geloven, wij zijn samen een nieuwe tempel voor de levende God. Dat is een geweldig voorrecht. God woont niet meer alleen op die ene berg in Jeruzalem. God woont overal waar de kerk van Jezus Christus te vinden is. De Heilige Geest woont immers in de gemeente. Een geweldig voorrecht!

Maar ook een opdracht van Jezus Christus zelf. Wat zijn we samen: een rovershol, of een huis van gebed? Wat zou Jezus doen als Hij hier kwam: de tent sluiten, of iedereen uitnodigen om hier te komen bidden?

Wees in Franeker een huis van gebed voor de volken. Voor arm en rijk, voor Turk, Nederlander en Surinamer, voor jong en oud, voor wie houdt van orgel en voor wie houdt van een combo. Een huis van eerbied, een huis gevuld door Gods Geest zelf, een huis waar het goede nieuws van Jezus Christus alles bepaald. Een huis van vrede. Wees als je koning: nederig, zachtmoedig. Toegankelijk en open, liefdevol en geduldig. Leef in dienst van zijn vrede!




Matteüs 20,28b – Het kruis van Christus: zijn leven als losgeld voor velen

De betekenis van het kruis van Christus (4)

Preek over Matt 20,28b – het kruis van Christus: zijn leven als losgeld voor velen

Liturgie

  • Voorzang: Ps. 134,1.2
  • Votum/groet
  • Zingen: Ps 134,3
  • Wet
  • Zingen LB 175,1.2.4
  • Gebed
  • Doop met LB 335,1.2.4-6.8-9
  • Schriftlezing- Rom 6,1-14- Matt 20,17-28
  • Zingen: Psalm 49,2.3.5
  • Preek over Matt 20,28b
  • Zingen Gez 89 (GK14),1.3.4(’s middags geloofsbelijdenis
  • Zingen: Gez 139 (GK 30),1.3)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 139 (GK 30),4.5.6
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

- bij deze preek is ook een powerpointpresentatie beschikbaar. Voor meer informatie: mail hansburger@filternet.nl

Preek over Matt 20,28b – het kruis van Christus: zijn leven als losgeld voor velen

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus, en u die hier als gast bij ons bent,

1. Agou was hoogzwanger. Wanneer zou het kind geboren worden? Het was al avond, en ze zaten samen in hun hut, ergens in Zuid-Soedan. Plotseling hoorden ze paarden aan komen rennen, geschreeuw. Ze schrokken, dat betekende niet veel goeds op dat late tijdstip. Zes gewapende mannen kwamen hun hut binnen en sleurden hen naar buiten. Haar man trok zich los en rende weg. Maar ver was hij niet gekomen; een van de mannen haalde de trekker over.

Zes dagen hadden ze moeten lopen. Tien vrouwen uit het dorp, aan de polsen vastgebonden met hetzelfde touw, samen met nog andere gevangenen. Haar kind was er gelukkig ook bij. Net zoals die eerste dag, toen haar man vermoord werd, werd ze elke dag verkracht.

Na die zes dagen lopen kwamen ze in een dorp. Aangekomen in het dorp was ze ook nog bevallen, van haar tweede kind. Zenab had haar gekocht. Vanaf dat moment was Agou echt een slavin. Zenab was wel getrouwd, maar had geen kinderen. Ze had Agou nauwelijks rust gegund. Net bevallen of niet, Agou was slavin, Zenab had haar nodig. In de keuken, in een hoekje op de grond mocht Agou slapen samen met haar kinderen. Koken, dat werd haar werk, eten niet. Als het om eten ging, moesten Agou en haar kinderen maar afwachten wat er over bleef.

Zenab bleek een kreng te zijn. Als ze niet snel genoeg deed wat Zenab wilde, kwam die stok weer te voorschijn. Rode striemen op haar huid. Op een dag werd Zenab zo pissig dat ze dreigde haar te doden. Ze riep: “Ik heb je gekocht, je bent van mij! Als ik wil vermoord ik je, niemand zal me tegenhouden.’

Maar op een dag kwam er een kleine arabier. Hij kocht Agou en haar kinderen van Zenab. Hij nam haar mee naar het zuiden, samen met andere slaven die hij opkocht. Agou was bang geweest: waar zou hij hen brengen? Waarom reisden ze ’s nachts? Ook toen verteld werd dat ze op weg waren naar de vrijheid vertrouwde ze het niet.

Tot vandaag. Ze kwamen bij die Amerikaan. Hoeveel had hij voor haar betaald? Ze wist het niet. Maar toen – ze kon haar oren nog steeds niet geloven. Toen had hij tegen hen gezegd: Jullie zijn vrij! Je kunt terug naar je dorp, je familie, je vrienden.

Hij had hen vrijgekocht…! Hij had de prijs voor haar vrijheid betaald.

2. Agou was vrijgekocht. Het losgeld was betaald.

Ook vanmorgen staan we stil bij de betekenis van de dood van Jezus Christus. En tegelijk bij de betekenis van de doop van Jurre. Vanmorgen denken we na over dat beeld: hij heeft zijn leven gegeven als losgeld voor velen. Door zijn dood worden we vrijgekocht. Zijn leven is het losgeld waardoor we geen slaven meer zijn.

Vrijheid door de dood van Jezus?Een kruisdood als losgeld voor mij? Hoezo – ik ben toch vrij? Hoe kan de dood van iemand van lang geleden mij vrijheid bezorgen?

Vrijheid vinden we allemaal enorm belangrijk. We leven immers in het vrije, democratische Europa. De vrijheden, de verworvenheden van onze rechtsstaat, daar staan we voor. We zijn vrij. Maar wat heeft die vrijheid met Jezus te maken? Moet de kerk ons vrij maken? Wat een onzin! De kerk zegt alleen maar wat wel en niet mag. De kerk maakt mensen juist onvrij!

Het is geen makkelijk beeld, dat beeld van losgeld. Want inderdaad, de kerk heeft boter op haar hoofd. Wie namens de kerk over bevrijding spreekt, moet toegeven dat de kerk soms ook verstikkend is. En iedereen heeft zo zijn opvatting van vrijheid. Hoe word je echt vrij? Daarover verschillen de meningen nogal.

Vrij, dat ben je als je niet vast zit in een gevangenis, als je geen slaaf bent. Vrij, dat ben je als je genoeg geld hebt om te kunnen doen wat je wilt. Vrij, dat ben je als je een Nederlands paspoort hebt en overal heen kunt reizen. Hoezo moeten we vrij worden? We zijn toch allang vrij?

Nou ja, je hoeft niet heel slim te zijn om te weten dat hiermee niet alles gezegd is. Echte vrijheid is ook innerlijke vrijheid.Kijk naar iemand als Britney Spears. Ze heeft het gemaakt als popster, ze heeft genoeg geld, ze heeft een Amerikaans paspoort. Maar is ze echt vrij? Als je hoort hoe ze zich heeft ontpopt als feestbeest, hoe ze zich heeft kaalgeschoren, hoe haar privé-leven in duigen ligt, hoe ze opgenomen moest worden in een afkick-kliniek? Ze kan doen wat ze wil, desnoods een tongzoen met Madonna, maar is ze vrij?

Of voor de ouderen, die nog van voor Britney Spears zijn: denk aan de tennisser Boris Becker. Het schijnt dat hij gezegd heeft dat hij zich nooit zo leeg gevoeld heeft als nadat hij Wimbledon gewonnen had.

Lijken we allemaal niet een beetje op Britney Spears, of Boris Becker? Zo vrij zijn we toch niet? Vandaar dan ook dat de aandacht voor spiritualiteit weer toegenomen is. Er is meer dan welvaart alleen. Zo zijn er allerlei mensen die ons een weg wijzen naar echte, innerlijke vrijheid.

3. Jezus zegt: mijn leven is het losgeld voor jouw vrijheid. Hij zei dat in een wereld, waarin slavernij heel gewoon was. Slaven die waren er in Israël, slaven die waren er in heel het Romeinse rijk. Soms trof je het als slaaf, soms niet. Maar altijd was je eigendom van iemand anders. Je was geen mens. Je eigenaar kon met je doen wat hij wilde: je een been breken, je tanden uitslaan, je met een priem in het oog steken, je aan de ketting leggen en in een hondenhok opsluiten – het gebeurde allemaal.

Maar slaven konden vrijgekocht worden. Als het losgeld was betaald, dan was je ook vrij – helemaal vrij.

Zo was dat in Israël ook. Je kon in slavernij terecht komen, maar je kon dan ook weer vrijgekocht worden. Er waren ook andere situaties dat er losgeld betaald werd. Bijvoorbeeld om een straf af te kopen.

Het OT laat ook zien dat er één situatie is waar geen losgeld aan helpt. Dat zie je in Psalm 49. Daar gaat het over de dood:

‘Geen mens kan een ander vrijkopen, wat God vraagt voor een leven, is niet te betalen. De prijs van het leven is te hoog, in eeuwigheid niet op te brengen. Onmogelijk dat iemand voor altijd zou leven, de kuil van het graf nooit zou zien.’

Niemand ontkomt aan de dood. Van de dood koop je niemand los. De prijs die je dan moet betalen is te hoog. Hoe vrij je ook lijkt, uiteindelijk komt er een eind aan je vrijheid en sterf je.

Maar wat zegt Jezus hier: hij zal niet maar één keer die hoge prijs betalen, hij zal die prijs betalen voor velen. Vele malen die enorm hoge prijs, Jezus betaalt hem. Hij koopt ons vrij. Hij geeft ons een nieuw leven, een vrij leven. Buiten de gevangenis, niet meer als slaaf, vrij als een vogel. Vrijheid waar geen eind aan komt. Vrijheid waar de dood geen eind meer aan maakt.

Maar het meest verbazingwekkende heb ik dan nog niet eens genoemd: hij betaalt die enorm hoge prijs met zijn eigen leven. Hij geeft zijn eigen leven om ons vrij te maken. Zijn eigen leven, stel je voor.

Hij sterft, en wij nooit meer. Hij betaalt de prijs, en wij worden voor altijd vrij. Zijn kruisiging is onze bevrijding. Dat is een diep geheim. Hij heeft ons gekocht. Wij waren slaven, maar hij heeft de prijs betaald. We zijn weer vrij!

4. Zo laat Jezus Christus zien wat onze onvrijheid is.Echte vrijheid, dat willen we allemaal wel. Zelfhulpboeken, boeken over spiritualiteit, ze vinden gretig aftrek. Maar Jezus zegt iets verbazingwekkends: jullie worden pas echt vrij als ik voor jullie sterf.

Dat is moeilijk te begrijpen. Jezus formuleert het heel kort: sterven als losgeld voor velen. Dat verwijst naar een rechtszaal: de straf wordt afgekocht. De velen voor wie Jezus sterft, liggen dus kennelijk onder een straf. Een straf voor wat de bijbel zonde noemt. Daarom sterven ze. En wie een zondaar is, die is helemaal niet vrij, maar een slaaf van de zonde. Door zo over losgeld te spreken, verwijst Jezus naar de zonde, naar de straf op de zonde, naar het vastzitten in de gevangenis van je eigen schuld.

Opnieuw niet zo makkelijk te begrijpen. Zonde is zo’n afgesleten woord. En we voelen ons juist vrij – toch?

Maar Jezus laat zien dat we niet vrij zijn. We lijken allemaal op Britney Spears: innerlijk niet vrij. Nee, we zijn gevangen, op allerlei manieren.

Gevangen in ons verleden. Beschadigd door wat anderen ons aangedaan hebben. Misvormd door het leven. We zitten vast aan wat we zelf kapot hebben gemaakt en wat ons blijft achtervolgen. Je zult maar je eigen relatie kapot hebben laten gaan, ruzie hebben met je ex, je kinderen niet meer mogen zien als je niet afkickt.

Gevangen in je verleden.Maar ook gevangen in slechte gewoontes en verslavingen. Ik ben te dik, maar ik kan het snoepen niet laten. Ik drink eigenlijk veel te veel, maar een avondje stappen zonder drank is ook niet leuk. Ik heb een buitenechtelijke relatie en ik kan er niet mee stoppen, al baal ik ervan dat ik mijn man bedrieg

. Of gevangen in je koppigheid. Moet ik mijn leven beteren? Moet ik dat van jou horen? Weet je wel wat jij me aangedaan hebt. Kom niet aan me, ik wil het zo. Zo doe ik het, en het kan me niet schelen wat jij ervan vindt.

Gevangen in je onvermogen om lief te hebben. Bang voor mensen die dichtbij komen, leeg van binnen. Hou van me, hou van me, zie me staan, wijs me niet af, maar ik vertrouw je niet dus raak me niet aan.

Gevangen in je schuld. Je hebt gelijk, maar ik wil het niet weten. Ik was fout maar dat kan ik niet toegeven, dan stort mijn wereld in. Wat had ik dan moeten doen?

5. Jezus komt om ons vrij te kopen uit die gevangenschap. Daardoor ontdekken we onze gevangenschap. Maar daardoor ontdekken we vooral wat echte vrijheid is.

Het lijkt in eerste instantie raar: Jezus Christus koopt ons door zijn dood. Daardoor wordt hij onze Heer. Dat wil zeggen: hij wordt onze nieuwe eigenaar. Wat nou, vrijheid?

Vrij ben je als je kunt doen wat je wilt. Vrij ben je als niemand je tegenhoudt. Vrij ben je als je van niemand last hebt. Dat zou je denken.

De bijbel zegt dat het anders is. Je ziet het ook aan hoe iemand als Britney Spears vastloopt, triest genoeg. Vrij zijn is niet kunnen doen wat je wilt. Want je bent of slaaf van de zonde, of je bent slaaf van Jezus Christus.

Vrij zijn is eerst en vooral: vrij zijn van je eigen onrust. Innerlijke vrede vinden. Liefde kunnen ontvangen, en liefde kunnen geven. Die vrijheid geeft Christus. Want wat is daarvoor nodig?

Als eerste: dat je weer bij God bent. Zonder angst, zonder schuldgevoel, zonder dat je weg zou willen rennen. Heerlijk, weer thuis bij Vader. En dat is wat Jezus Christus ons geeft: een herstelde relatie met God.

Als tweede: dat je vrij bent van zonde. Zoals je vrij kunt zijn van een virus, zo moet je vrij worden van zonde. Zoals je vrij moet komen uit een gevangenis, zo moet je vrij worden van schuld. Zoals je vrij wordt van een verslaving, zo moet je vrij worden van je slechte begeertes.

Als derde: dat je innerlijke leegte en onrust gevuld wordt. Dat gebeurt als de Heilige Geest in je komt wonen om Gods liefde in je hart te storten. Als de Geest je hart vult met de vrede van Christus.

Laat je zelf niet voor de gek houden. Laat je niet misleiden door wat soaps je voorhouden, door wat de bladen je voorspiegelen, door al die mooie zelfhulp-spiritualiteitboekjes.

Echte vrijheid komt er alleen wanneer Jezus Christus je vrij koopt. Echte vrijheid komt er alleen wanneer je weer bij God bent. Echte vrijheid is er alleen door de Heilige Geest.

Het is niet erg om een nieuwe heer en eigenaar te krijgen: Jezus Christus. Probeer het zelf: gehoorzaam hem, en merk dat dat je vrij maakt. Ervaar dat zijn juk zacht is, en zijn last licht. Volg hem en zie dat je leert vertrouwen, dat je leert liefhebben. Gehoorzaam hem, je nieuwe heer, en merk het: hij maakt je vrij!

6. Vanmorgen is Jurre gedoopt. We hebben ook uit Romeinen 6 gelezen. Daar gaat het over de doop, maar ook over slavernij. We waren slaven van de zonde. De zonde was de Heer in ons leven. We moesten zondigen.

Hoe komt er een einde aan die slavernij? Door de dood van Christus. Paulus werkt het zo uit: als Christus sterft, sterven wij, wij die in Christus geloven. Daardoor is de zonde ons allemaal kwijt als slaven. Voor de zonde, onze oude eigenaar, zijn we dood. De zonde heeft in ons leven niets meer te zeggen. Wij zijn niet langer slaven van de zonde.

Hoezo, niet langer slaven van de zonde? Ik merk toch nog de neiging om te zondigen? Ik merk nog dat de zonde trekt. Hoezo dan, vrij van de zonde?

Het is inderdaad zo: de neiging om te zondigen zit ons nog in het bloed. Maar daarmee is niet alles meer gezegd. Vroeger moesten we die neiging volgen. En nu zijn we dat niet meer verplicht. De zondaar is namelijk dood en begraven.

Dat vraagt om geloof. Dat vraagt erom, dat je op een andere manier naar jezelf kijkt. Dat vraagt om de doop. Als je gedoopt wordt, wordt je in Christus Jezus gedoopt. Dat wil zeggen: je gaat kopje onder in Christus. Je sterft met Hem en je wordt met Hem begraven. Vanaf dat moment is er nog maar één ding wat telt: Christus. Niets anders meer.

Leer jezelf zo zien in geloof. Leer ook Jurre zichzelf zo te zien. Zoals Paulus het zegt: Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. Niet langer slaven van de zonde, maar vrije mensen.

Precies het effect van de dood van Jezus Christus wordt zichtbaar in de doop. Jezus heeft door zijn dood het losgeld voor ons leven betaald. Wij krijgen een nieuwe eigenaar. De doop markeert die wisseling van eigenaar. De doop is de overdracht van de oude naar de nieuwe eigenaar.

Houd je daaraan vast, als de zonde nog aan je trekt. Tenminste, als je gedoopt bent. Laat je doop je houvast zijn. Omdat Christus je houvast is.

En als je niet gedoopt bent: geloof in Jezus Christus. Laat zijn dood de prijs zijn die voor je leven betaald wordt. Laat je dopen net als Jurre en wordt bevrijd uit de slavernij!

Jezus Christus is Heer. Hij heeft ons gekocht. Hij maakt ons vrij. Geloof in Hem!




Matteüs 20,28a – Het kruis van Christus: een voorbeeld van liefde

De betekenis van het kruis van Christus (3)

Liturgie

  • Voorzang: Ps 91,1
  • Votum / Groet
  • Zingen: Ps 122,1.3
  • Wet met 1 Joh 2,3-11
  • Gez 156 (NG 79)
  • Als genadeverkondiging: 1 Joh 2,12-14
  • Gebed
  • Lezen Matt 20,17-28
  • Zingen: Gez 61
  • Tekst Matt 20,28a
  • Preek over Matt 20,28a
  • Zingen: Gez 164 in canon(’s Middags Geloofsbelijdenis Gez 107,1.2.4 (GK 29))
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 133
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over Matt 20,28a – het kruis van Christus: een voorbeeld van liefde

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. What would Jesus do? Een goede vraag om te stellen.

Maar ook een hele heftige. Lees bijvoorbeeld de eerste brief van Johannes, hoofdstuk 3,16:

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

Jezus heeft zijn leven voor ons gegeven. Daarom horen wij ons leven te geven. Het zal je maar gezegd worden. En de grap is: het wordt ons gezegd.

Je zult maar altijd geleerd hebben om jezelf op te offeren, niet voor jezelf op te komen, daardoor in de problemen gekomen zijn, bij een psycholoog beland zijn, en geleerd hebben om assertief te zijn. En dan Jezus met zijn voorbeeld.

Ook vanmorgen staan we stil bij de betekenis van het kruis van Jezus Christus. Het kruis als voorbeeld van liefde.

Kan het kruis wel een voorbeeld zijn? Sterven voor de zonden, dat kan toch niemand? Jezus Christus heeft toch zelf gezegd voordat hij stierf: ‘Het is volbracht.’ Door het kruis worden we verlost van de zonde. Hoe zou ik Jezus daarin kunnen volgen?

Het kruis is uniek en eenmalig, absoluut. Door de kruisiging wordt de ban van de zonde opengebroken. Tegelijk zegt Jezus het in onze tekst zelf, dat hij door zijn kruisdood ons een voorbeeld geeft: Wees elkaars dienaar, zoals ik, de mensenzoon, ook gekomen ben om te dienen. Hij zegt zelf dat zijn dood een voorbeeld voor ons is.

Maar is het dan geen slecht voorbeeld? Het loopt uit op je eigen vernietiging, als je zo Jezus volgt – toch? Wat moet je met zo’n dodelijk voorbeeld?

Vanmorgen gaat de preek over de vraag hoe het kruis een voorbeeld voor ons kan zijn. De bijbel is er immers helder over dat het kruis ook een voorbeeld is.

Maar de vraag is: hoe is de kruisiging een voorbeeld? Het is geen voorbeeld van een wanhoopsdaad, geen aanmoediging om zelfmoord te plegen, alleen of met je gezin. Het is niet de bedoeling dat we allemaal naar Jeruzalem gaan, en vervolgens met een kruis op de rug naar de heuvel Golgota lopen. Maar hoe is de kruisiging dan een voorbeeld? Daarover gaat deze preek.

Voor we verder gaan: neem eens iemand in gedachten die je zou willen of moeten dienen, maar bij wie je het tegelijk heel moeilijk vindt om te dienen. Kom ik verderop in de preek op terug.

2. Wat is de aanleiding eigenlijk? Hoe komt Jezus ertoe om de discipelen zijn eigen dood voor te houden als een voorbeeld?

Jezus had drie leerlingen, die zijn speciale vertrouwelingen waren: Petrus, en de twee zonen van Zebedeüs – dat waren Jakobus en Johannes. Ze zijn onderweg naar Jeruzalem, en de spanning stijgt. Nu zal de ontknoping komen. Zal Gods koninkrijk aanbreken? Jakobus en Johannes voelen aan dat het er nu op aan zal komen, net als hun moeder. Samen gaan ze naar Jezus toe. Zouden zij, vertrouwelingen van Jezus, niet een speciale plaats mogen hebben in Gods koninkrijk? Dat zou natuurlijk een geweldige eer zijn!

De andere leerlingen horen hiervan. Woest zijn ze. Doen zij onder voor die twee, die Jakobus en Johannes?  Wat denken ze wel, die twee heren? Wat een arrogantie! De twaalf doen niet voor elkaar onder als het om eerzucht gaat. De macht lonkt – wie zou hem niet grijpen? Zullen zij niet alle twaalf minister worden in Gods rijk, als Jezus koning wordt? Waarom zouden dan juist die twee vice-premier worden onder koning Jezus?

Zo gaat dat onder mensen – Jezus legt haarfijn de vinger op de zere plek. Macht corrumpeert, en het lijkt wel of niemand daartegen bestand is. Als je eenmaal de macht hebt, dan gebruik je die voor jezelf, voor je naaste omgeving. In elk geval goed voor jezelf zorgen. Werk jezelf op, gebruik je ellenbogen. En zorg dat je opvalt, dat je boven komt drijven. Eenmaal aan de top – wat loopt het dan vaak uit op corruptie, op onderdrukking, op machtsmisbruik. Of subtieler: geldingsdrang, haantjesgedrag, jezelf op de voorgrond plaatsen.

Nou en – wat is daar mis mee? Waarom zou je niet goed voor jezelf zorgen? Mag je je niet laten gelden, mag je weer niet ergens voor gaan? Moeten we allemaal grijze muizen worden?

Nou nee, Jezus was nu niet echt een grijze muis. En juist Jezus ging ergens voor. Daarom riep hij zoveel verzet op.

Het gaat om iets anders. Wat God wil, is ruimte om te leven voor iedereen en niet alleen voor een happy few. Elkaar een leven van vrijheid geven in plaats van elkaar onder de duim te houden. Ruimte voor groei en ontplooiing, in plaats van vol wantrouwen elkaar inperken en beknotten. Geen geldingsdrang die over anderen heen walst, maar zorg die het leven van de ander laat opbloeien.

3. Daarom is Jezus gekomen. Hij brengt Gods koninkrijk. Je zou verwachten dat hij koning wil worden.

Je zou verwachten dat hij komt om gediend te worden. Je zou verwachten dat hij bij het laatste pesachfeest Petrus zou vragen om zijn voeten te wassen. Petrus, die altijd haantje de voorste was, moest maar eens voelen wie de baas was. Jezus heeft het voor het zeggen, en Petrus moet dat nog maar eens goed voor ogen hebben. Een vernedering voor de ogen van iedereen om heel helder te maken dat hij, Jezus, de hoogste koning is.

Maar dat doet hij niet.

Je zou denken dat hij gewoon niet durft. Hij ziet dat hij verzet op roept. Hij schrikt ervan. Hij wordt bang en doet maar alsof hij de eer aan zichzelf houdt. Met de moed der wanhoop kiest hij voor een vlucht naar voren. Nog een keer wil hij schitteren, nog een keer wil hij alle aandacht trekken. Je overgiet jezelf met benzine en steekt jezelf aan op een plein, om alle aandacht te krijgen voor jouw verhaal. In wanhoop dood je je kinderen en pleegt dan zelfmoord. De kruisiging als ultieme zwakte. Niet meer weten hoe het verder moet, en dan doen alsof je groot en sterk bent, maar ondertussen geef je op en sterft als een zwakkeling.

Nee, zo is het niet. Hij is een bodyguard, die de VIP waar hij voor moet zorgen met zijn eigen lijf beschermt. Hij ziet de kogel aankomen, en gooit zichzelf ervoor. Hij vangt de kogel op met zijn eigen lijf. Hij is een herder, die de wolf ziet komen. De wolf wil de kudde uit elkaar slaan, doden, opvreten. Maar de herder gaat het gevecht aan en riskeert zijn leven, voor de schapen.

Zijn sterven is echte dienstbaarheid. Hij heeft echt oog voor de belangen van zijn leerlingen, die velen voor wie hij zich geeft. Hij is gekomen met een missie, een opdracht van zijn Vader. Er is juist kracht, moed, liefde voor nodig om dit te doen.

Hij wil sterven, omdat Hij weet dat zijn dood hun redding zal betekenen. Hij brengt Gods koninkrijk. Maar hij is een koning die echt voor zijn onderdanen opkomt. Hij laat zien wat een echte koning is: iemand die zijn onderdanen dient. Een koning, die de rol van bodyguard op zich wil nemen. Een koning die niet zelf de VIP uithangt. Nee, een koning die zijn onderdanen ziet als de echte VIP’s.

4. Maar hoe kan hij dat? En vooral: hoe kan hij voor ons een voorbeeld zijn dat wij kunnen volgen? Drie dingen daarover in de rest van de preek.

A. Het kan uit geloof in God, zijn Vader, die zelfs de doden weer levend maakt. Aan het begin van het stuk dat we lazen, zegt Jezus niet alleen dat hij zou sterven. Hij zegt ook dat hij weer levend gemaakt zou worden. Opgewekt uit de dood, door God, zijn Vader.

Jezus was bang voor wat hij mee zou gaan maken. Denk aan Jezus zoals hij bad in Getsemane: hij zweette bloed van angst. Hij was bang voor het lijden, bang voor de pijn, bang voor de eenzaamheid, bang voor de marteling. Maar tegelijk was hij niet bang dat hij zichzelf kwijt zou raken. Hij was niet bang dat dit het einde zou zijn. Hij was er vast van overtuigt dat Hij er door zou komen. Hij zou sterven, maar ook weet levend gemaakt worden. God, die doden levend maakt, zou Hem weer levend maken.

Oog hebben voor de belangen van anderen, de anderen dienen, je leven geven voor de anderen, het betekent dat je zelf iets verliest. Je raakt een deel van jezelf kwijt. Het kost je wat. Voor iemand zorgen, het kost je tijd. Als ouders oog hebben voor hun kinderen, gaat dat misschien ten koste van hun carrière. Je kunt je tijd en energie maar één keer gebruiken. Gebruik je je tijd en energie voor de anderen, dan niet meer voor jezelf.

Anderen dienen, open staan voor anderen, anderen liefhebben, het maakt je kwetsbaar. Wie zegt dat ze het waarderen? Wie zegt dat je niet juist door degenen die je lief hebt op je ziel getrapt wordt? Haat kan niet afgewezen worden. Liefde wel. Daarom maakt juist liefde kwetsbaar.

Maar in het spoor van Jezus is dat een minder groot probleem. Als je net als Jezus op God vertrouwt, zijn en onze Vader, dan is dat verlies maar tijdelijk. Zelfs al zou het je leven kosten, dan nog zal God je weer levend maken uit de dood, net zoals Hij Jezus opwekte. God zal je tranen drogen. God zal je verwondingen genezen. Grote kans dat een dienstbaar leven een leven met pijn en teleurstelling zal zijn. Maar die pijn en teleurstelling zijn tijdelijk. Van eeuwige duur is de liefde van God, die zelfs doden opwekt.

Denk nog eens aan die persoon die je zou willen dienen. Misschien doet diegene je wel pijn. Hoe zou dit je kunnen helpen: uit hetzelfde geloof in God als Jezus dat had, kun je zijn voorbeeld volgen: het geloof in God die tranen droogt, pijn geneest, zelfs de doden weer levend maakt

. Dienen kan afzien zijn, pijn doen, moeite kosten. Jezus kon dat doorstaan door geloof in God zijn Vader. Zo kan het voor ons ook moed geven, dat God pijn zal genezen, tranen zal drogen. Moeite, verdriet, die dienen met zich meebrengt, ze hebben niet het laatste woord!

5. Het tweede:

B. Het kan, omdat hij gekomen is om ons te dienen en lief te hebben.Je hebt van die mensen die gaan bijvoorbeeld werken bij Artsen zonder grenzen. Ergens in de wildernis van Afrika verzorgen ze zieken in noodhospitalen. Een indrukwekkend voorbeeld van hoe je zou kunnen leven. Het kan je inspireren, maar vaak gebeurt dat niet echt. Het geeft je misschien eerder een schuldgevoel – zo zou ik eigenlijk ook moeten zijn. Je staat erbij, en je kijkt er naar. ‘Wat knap – maar niets voor mij.’ Of: ‘Was ik ook maar zo, maar ja, ik ben zo niet’.

Bij het voorbeeld dat Jezus geeft is het anders. Bij Jezus is het niet zo dat je er bij staat te kijken.

O het was een wonder / ’t was een wonder boven wonder / Hi hi hi ha ha ha / ‘k Stond erbij en ik keek ernaar’

Jezus komt niet om gediend te worden, maar om te dienen. Dat wil zeggen: Jezus komt om ons te dienen. Jou, mij, u.

Zeg het me maar eens hardop na, en vul je eigen naam in.‘De mensenzoon is gekomen om mij, Hans Burger, te dienen.’ (2x)

Die velen, dat zijn wij: iedereen die gelooft dat deze Jezus de beloofde Messias is. De mensenzoon die Zoon van God is. Daar kun je alleen maar voor jezelf bij stil staan. Doe dat dan ook. Blijf er niet bij staan kijken, maar laat jezelf door Jezus dienen. Hij heeft mij gediend.Hij heeft mij lief.Hij houdt van mij. Hij heeft zijn leven gegeven voor mij.

Dat is pas een wonder boven wonder.  Maar hier hoort geen verwondering van het type ‘Hi hi hi ha ha ha.’ Nee, verwondering die stil valt. Liefde die je hart raakt.
Dienstbaarheid die diep ontroert.

Christelijke dienstbaarheid begint bij die verwondering. Gemeente zijn vanuit het evangelie begint hier. Het besef dat hier de wereld op zijn kop staat: De VIP die zijn bodyguard redt. De koning die knecht wordt.God die mensen dient.

Als je dat gaat zien, hoe Jezus jou liefheeft en dient, verandert er iets in je hart. Je harde hart wordt zacht, je koude hart warm. Je lege hart wordt een hart vol liefde. Dan leer je zelf ook liefhebben. Laat je hart veranderen, door Jezus die jou liefheeft en dient.

Denk nu nog eens aan die persoon uit het begin die je zou moeten dienen. Zou je ermee geholpen zijn je te bedenken dat Jezus jou gediend heeft en liefheeft?

Als je merkt dat je hart koud is, bid dan dat je Jezus’ liefde voor jou mag zien. Bid dat zijn liefde je hart raakt. Bid dat het je hart veranderd. Laat hem zo jouw lege hart vullen met zijn liefde, laat zijn zachtheid je harde hart veranderen.

6. Het derde:

C. Het kan, omdat zijn Geest ons de gezindheid van Jezus Christus zelf geeft.

Waarom dient Jezus Christus ons? Om ons te bevrijden uit de greep van de zonde en om ons een nieuw bestaan te geven. Waaraan zie je dat Jezus Christus ons dient? Precies daarin: in dat nieuwe leven. Jezus Christus geeft ons zijn Heilige Geest. Die Geest komt in ons wonen. Door die Geest komt Jezus zelf in ons wonen. Door die Geest krijgen we dezelfde gezindheid als Jezus Christus.

Je hoeft niet bang te zijn dat je jezelf verliest. Het voorbeeld van Jezus is niet slecht. Het is geen dodelijke weg. Jezus wijst ons een weg, maar geeft ons ook alles wat op die weg nodig is.

Hij geeft ons het geloof in zijn Vader, die pijn en verwondingen geneest, en die zelfs doden levend maakt. Hij geeft ons zijn eigen liefde – Hij houdt van jullie! En Hij wil zelf in ons aanwezig zijn. Hij woont zelf in jullie door de Heilige Geest. Zijn gezindheid wordt jouw gezindheid. Dat wil zeggen: zijn mentaliteit, zijn karakter wordt uw mentaliteit. Zijn bereidheid om te dienen wordt de mijneZijn liefde wordt onze liefde. Zijn voorbeeld wordt onze navolging. Bid daarom. En blijf daarom bidden.

Dat is leven als christen vanuit het evangelie.Dat is gemeente zijn vanuit het evangelie.Het evangelie gaat immers over de dienstbaarheid van Jezus Christus. Zijn liefde voor jou, voor u, voor mij, dat is het goede nieuws. En dat goede nieuws, dat is ons nieuwe leven. Gemeente zijn vanuit het evangelie: in het evangelie komt ons gemeente-zijn mee.Jezus kwam om ons te dienen. En door dat Hij ons dient, worden wij dienstbaar. Jezus kwam om ons lief te hebben. En doordat Hij ons liefheeft, groeit zijn liefde in ons.

Denk nog eens, nu voor het laatst, aan die persoon uit het begin. Hoe kan dit je helpen om die persoon te dienen: Jezus geeft ons zijn gezindheid door zijn Geest.

Als je merkt dat je niet wil, dat je geen zin hebt, vraag dan om de bereidheid van Jezus zelf. Vraag of de Geest jouw mentaliteit wil veranderen, Bid om de gezindheid van Jezus Christus. En merk hoe dan in jou de wil groeit om te dienen, lief te hebben.

Dus: Jezus kruisdood is een voorbeeld van dienstbaarheid. Maar geen onhaalbaar voorbeeld.

Wij kunnen zijn voorbeeld volgen:

A. Het kan uit geloof in God, zijn Vader, die de doden weer levend maakt.

B. Het kan uit geloof in Jezus Christus, omdat hij gekomen is om ons te dienen en lief te hebben, om zo ons hart te vullen met zijn liefde.

C. Het kan uit geloof in de Heilige Geest, omdat die ons de gezindheid van Jezus Christus zelf geeft. Amen




Matteüs 26,28 – Het kruis van Christus: zijn bloed voor ons vergoten

De betekenis van het kruis van Christus (2)

Liturgie

  • Voorzang: Gez 90 (was GK 15)
  • Votum/groet
  • Zingen: Ps 113,1.2
  • Wet
  • Zingen: Gez 155,3.4.5 (was GK17)
  • Gebed
  • Lezen: Matt 26,17-30
  • Zingen Ps 116,1.2.6.7
  • Preek
  • Zingen Gez 69 (was GK 18)
  • Gebed
  • Avondmaalsformulier
  • Zingen LB 203,5.6.7
  • Viering
  • Zingen: Gez 139,4.5 (was GK 30)
  • Collecte
  • Zingen Ps 117
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over Matt 26,28– het kruis van Christus: zijn bloed voor ons vergoten

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. In deze lijdenstijd staan we stil bij de betekenis van de kruisiging van Jezus Christus. Twee weken geleden stonden we stil bij het wonder van het kruis, een wonder van Gods liefde. Vandaag vieren we het avondmaal. We gedenken dat Jezus zijn lichaam en zijn bloed voor ons gegeven heeft. We eten het brood en drinken de beker.

Eén van die twee, het bloed, is een belangrijk motief als het gaat om het kruis van Jezus Christus. Als de betekenis van het kruis door de apostelen wordt aangeduid, gaat het vaak over ‘bloed’.

Jezus heeft ons gekocht met zijn bloed. Door zijn bloed krijgen we vergeving van zonden. Het bloed geeft ons vrede en brengt ons weer bij God. In de brieven van Paulus komt het een aantal keren naar voren, en zeker in de brief aan de Hebreeën. Juist die brief gaat over de betekenis van het bloed van Christus, het offer dat hij heeft gebracht als de grote hogepriester.

Vanmorgen staan we samen stil bij juist dat aspect van het kruis van Christus: zijn bloed voor ons vergoten. En we doen dat naar aanleiding van Jezus’ woorden bij de beker: ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden’.

Stel het je voor hoe Jezus het zegt. Hij weet dat het niet lang meer duurt voor hij zal sterven. Hij heeft zoveel verzet opgeroepen, dat zijn dood nu onafwendbaar is geworden. Maar hij wil ook sterven. Niet om zelfmoord te plegen. Niet om een martelaar te zijn. Hij weet dat hij de knecht van de Heer is, de beloofde Messias. Hij weet dat zijn dood onze verlossing betekent. Hij wil sterven, voor velen, voor ons.

Stel je voor. Hoor hem het zeggen: ‘Mijn bloed’, ‘voor velen vergoten’. Zo bekend. Maar ook zo bijzonder: Jezus heeft het over zijn eigen bloed.Hij geeft zijn eigen leven voor ons!Hoor hem het zeggen, als je straks uit de beker drinkt. ‘Drinkt allen hier uit, dit is mijn bloed, vergoten voor jou’.

Maar voordat we het avondmaal gaan vieren, staan we eerst wat langer stil bij de betekenis van dat bloed. Voor Jezus en zijn leerlingen had dat bloed een betekenis die het voor ons niet vanzelf meer heeft. Laten we daarom samen nagaan, waaraan zij dachten bij ‘bloed’.

2. Wanneer zegt Jezus het eigenlijk, ‘Dit is mijn bloed’? Dat is van belang om te begrijpen waaraan zijn leerlingen dachten toen hij het zei.

Jezus en zijn leerlingen vierden het Pesach-feest. Dat feest herinnerde aan de uittocht uit Egypte. God had zijn volk uit de slavernij bevrijd. Het was een bevrijding door het oordeel heen. Gods oordeel had Egypte getroffen, in de tien plagen. Gedeeltelijk had dat oordeel het volk Israël wel getroffen, gedeeltelijk niet. Bij de laatste plaag waren allen oudste zonen in Egypte gedood. Alle oudste zonen, behalve de oudste zonen van het volk Israël. Waarom hun zonen niet?

Vanwege bloed. Het bloed van het Pesach-lam hadden de Israëlieten aan hun deurposten gesmeerd. Waar HEER op zijn nachtelijke tocht door Egypte bloed zag, ging hij niet naar binnen. In andere huizen doodde hij wel de oudste zonen. Door het bloed van het Pesach-lam ging Gods oordeel aan Israël voorbij.

Het Pesachfeest, dat was het feest van bevrijding, uit slavernij, maar ook bevrijding van het oordeel. Dankzij het bloed van het lam.

Tegelijk was het een feest van hoop. Wat was er over van het volk Israël? Een rest was er nog, in Juda en Galilea, teruggekeerd uit ballingschap. Maar het herstel van het volk Israël, het herstel van het koningschap van David, de komst van Gods rijk, daar werd nog op gewacht. Het Pesach-feest riep verlangen op naar een nieuwe bevrijding.

En op dat feest neemt Jezus de beker, laat de discipelen eruit drinken, en zegt: dit is mijn bloed. Jezus trekt alle lijnen naar zichzelf toe. Zelf gaat hij in het midden staan. Het gedenken van die bevrijding uit de slavernij van Egypte van lang geleden; het verlangen naar definitief herstel van het volk Israël, definitieve terugkeer uit de ballingschap – het krijgt zijn vervulling in Jezus. Bevrijding uit slavernij, terugkeer uit ballingschap, het herstel van het volk Israël: het komt er door het bloed van Jezus Christus.

Daarmee doet Jezus hier een enorme claim. Je kunt er op twee manieren op reageren. Je kunt weggaan en Jezus verraden, zoals Judas. Je kunt Jezus erom uit de weg ruimen, zoals de geestelijke leiders en de Romeinse overheid deden.

Je kunt ook de beker aannemen, en drinken. Dit is Jezus bloed, gegeven voor mij. Zijn dood het is mijn bevrijding, het is het einde van mijn slavernij, het is het herstel van Gods volk en van de hele schepping.

Drink zo de beker, als we straks avondmaal vieren.

3. Maar waarom heeft dit bloed dan zo’n grote betekenis? Israël vierde het Pesach-feest omdat ze uit Egypte geleid werden en naar het beloofde land werden gebracht. Daar werd de bevrijding heel concreet. Hoe kan dat bloed van Jezus, vergoten toen hij gekruisigd werd, zo’n grote impact hebben? Is zijn dood echt vergelijkbaar met de uittocht?

Het staat ver van onze leefwereld af – bloed, offers, een altaar, een priester. Sinds Jezus zijn er geen offers meer nodig, maar daardoor moeten we ook meer moeite doen om te begrijpen waarom zijn offer nog wel nodig was; wat de betekenis was van zijn bloed.

Daarom hebben we het OT nodig, om te weten wat Jezus’ leerlingen gedacht hebben toen Jezus zei: ‘Dit is mijn bloed, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.’ Daarom staan er in het leesrooster voor deze week een aantal gedeelten uit het OT, waarin duidelijker wordt wat dat bloed voor betekenis had.

Bloed.

Bloed doet iets met zonde, met schuld. Het lijkt wel of bloed zonde, vervuiling, onreinheid, onheiligheid, schuld, absorbeert en in zich op neemt. Bloed bedekt zonde. Bloed verzoent onze schuld. Het leven van het offer wordt gegeven in de plaats van het leven van de zondaar. Zo wordt het offer getroffen door Gods doodsvonnis. Het offer sterft en neemt door zijn bloed de zonde als het ware mee in zijn dood. Met als effect: de barrière die er tussen ons en God is, wordt opgeruimd. Er is een muur die ons van God scheidt: onze zonde. Het bloed ruimt die zonde op. Door het bloed worden we zo weer bij God gebracht. Het offer sterft in plaats van de zondaar, de zonde wordt bedekt, en de relatie met God wordt hersteld.

Dit is mijn bloed, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden, zegt Jezus.

En zijn discipelen zouden het kunnen snappen. Ik hoop dat jullie er nu ook iets meer van snappen. Tussen mij, tussen ons en God in, stond die muur. De muur van de zonde. Het bloed van Jezus bedekt die zonde. Jezus neemt die zonde mee in zijn eigen dood. De zonde, de muur is weg. Door Jezus’ bloed staat er niets meer in tussen God en ons.

Avondmaal vieren is: de beker nemen en drinken. Zijn bloed vergoten tot vergeving van mijn zonden. Zijn bloed ruimt mijn zonde op en brengt mij zo weer bij God.Dat is de echte bevrijding van slavernij. Dat zorgt voor echte terugkeer uit ballingschap. Daar wordt echt het leven genezen.

Drink zo de beker, als we straks avondmaal vieren.

4. Jezus zegt nog iets. Dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond. Dat herinnert opnieuw aan de uittocht uit Egypte. God had Israël bevrijd uit de slavernij. Daarna werd er bij de Sinaï een verbond gesloten. God had zijn wet gegeven. Mozes had voorgelezen uit het boek van het verbond. Daarna nam Mozes het bloed van het verbond, en besprenkelde daar het volk mee. Het gedeelte waarin dit beschreven wordt, is ook opgenomen in het leesrooster. Dat was het bloed van het Oude verbond.

Nu zegt Jezus: Drink uit deze beker, dit is mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond. Het oude verbond was stukgelopen, verbroken door het volk. De profeten hadden een nieuw verbond aangekondigd. Jezus zegt: ik breng dat nieuwe verbond.

Dat nieuwe verbond is een verbond dat niet meer stuk kan. Nu is de bevrijding uit de slavernij van de zonde definitief. Nu is de terugkeer uit de ballingschap van de schuld een terugkeer voor altijd. De zonde is verzoend door het bloed van Jezus. Onze relatie met God is een nieuw verbond. Een verbond dat niet stuk kan, als je leeft in eenheid met Christus, als de Geest in je woont. Dan kan onze relatie met God niet meer stuk.

Avondmaal vieren is: de beker nemen en drinken. Door zijn bloed opgenomen in het nieuwe verbond. Ik, wij, we hebben door Jezus Christus en de Heilige Geest een relatie met God die niet meer stuk kan. Wij delen in het nieuwe verbond.

Stel je voor: dat allemaal door het bloed van Jezus. We hebben het niet zomaar over bloed. We hebben het over het bloed van Jezus Christus. Gods lieve Zoon. Hij wist dat zijn volksgenoten hem zouden doden. En hij wilde zich laten doden. Hij wilde voor hen sterven. Voor ons. Hij wilde door zijn bloed onze zonde bedekken. Hij wilde door zijn bloed ons bevrijden. Hij wilde door zijn bloed ons weer bij God brengen, in een nieuw verbond. Daarom wilde hij sterven.Stel je voor: hij wilde sterven.

Wij vieren feest. We drinken de beker van de dankzegging. We toasten op Gods goedheid.

Stel je voor: wij vieren feest – dankzij het bloed. Dankzij de dood van Jezus. Zijn dood, zijn bloed – het is ons leven.

Avondmaal vieren is: je verbazen over zijn dood – voor jou, voor u.

Wat een liefde.

Wat een wonder.

Wat een Heer hebben wij.

 




Matteüs 21,33-44 – Het kruis van Christus: wonder van Gods liefde

De betekenis van het kruis van Jezus Christus (1)

Liturgie

  •   Ps 115,1.6
  • Votum / Groet
  • LB 177,1
  • Wet
  • LB 175,1-3
  • Gebed
  • Lezen: Jes 5,1-,7
  • Ps. 80,5.7.8
  • Tekst: Matt 21,33-46
  • Preek
  • Ps 118,1.8.9
  • Gebed (’s Middags: Geloofsbelijdenis met Gez 109,1.3.4 (GK19))
  • Collecte
  • LB 192,1.2.3.6
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.   

 

Preek over Matteüs 21,33-44 – het kruis: wonder van Gods liefde

 Gemeente van Jezus Christus,   

1. Het is vandaag de eerste zondag van de lijdenstijd: de tijd waarin christenen stil staan bij het lijden van Christus, en toeleven naar Goede Vrijdag en Pasen. Zoals jullie in ‘De Voorbode’ hebben kunnen lezen, staan we in de kerkdiensten de komende tijd stil bij de vraag: wat is het goede nieuws van het kruis van Jezus Christus?

Wie van jullie draagt er een kruisje om de nek?

Je hebt allerlei kruisjes: kleine zilveren, grotere van hout, nog grotere van goud, prachtig versierd in kerken. Het kruis is een mooi symbool geworden. Een bekend christelijk symbool, embleem van het rode kruis bijvoorbeeld. Een glad en gepolijst symbool. Klein en hanteerbaar. Vraag een christen wat de kern van het christelijk geloof is, en grote kans dat je als antwoord krijgt: Jezus is voor onze zonden gestorven. Aan het kruis natuurlijk. We zijn er zo mee vertrouwd geraakt, dat we het risico lopen dat het niet meer tot ons doordringt wat er eigenlijk gebeurt.

Daarom wil ik in de komende weken met jullie steeds stilstaan bij één aspect van de betekenis van de kruisiging van Jezus Christus. Maar voordat ik allemaal mooie dingen ga zeggen, is het belangrijk om eerst iets anders voor ogen te hebben.

Hoe is het ooit ter wereld mogelijk dat het kruis een positief symbool geworden is? Hoe kunnen wij rondlopen met mooie gladde kruisjes om onze nek? Hoe kan een wrede marteldood een bron van vergeving en nieuw leven zijn? Hoe kan er uit een misdaad verlossing voort komen?

Laten we wel wezen: de kruisiging is een geperfectioneerde vorm van wreedheid. Hangen aan een kruis staat garant voor een optimale combinatie van pijn, lijden, volksvermaak, afschrikking, niet te snel sterven, maar uiteindelijk wel de doodstraf ondergaan. Als je aan een kruis kwam te hangen, was je een loser. Rome maakte heel helder: wij zijn de baas. En dit is een misdadiger, een revolutionair, een opstandeling. Maar een die verloren heeft.

Jezus, de gekruisigde. Dat is zoiets als een enge, gevaarlijke TBS-er die vooral niet moet ontsnappen.

Wij zijn er zo aan gewend geraakt, dat het niet meer tot ons doordringt: verlost door een gekruisigde? Wat een absurditeit. Hoe verzin je het. Wie aan een kruis komt te hangen, die heeft het niet goed aangepakt.

Laten we daarom er eerst eens bij stil staan, hoe bijzonder het is, dat juist dat kruis een positieve betekenis heeft gekregen.

2. We doen dat aan de hand van de gelijkenis van de pachters in de wijngaard. Jezus vertelt die gelijkenis nadat Hij op een ezelsveulen Jeruzalem is binnengehaald; nadat hij geldwisselaars en duivenverkopers de tempel uit gesmeten heeft.

Jezus liep al langer aan tegen wantrouwen, kritische vragen, en verzet van de kant van de Joodse leiders. Het besluit dat hij moest sterven, was al lang genomen. Al geruime tijd zwierf hij rond om zijn bedreigers voor te zijn. Hij wist dat deze acties zijn dood zouden betekenen.

De religieuze leiders komen bij Jezus en roepen Hem ter verantwoording. Opnieuw een uiting van hun verzet.Waar haalt u het lef vandaan om deze dingen te doen? Wie heeft u de bevoegdheid gegeven om zo op te treden?

Zeg nu niet te snel –die Joodse leiders ook met hun verzet. Gelukkig zijn wij anders.

Zijn wij anders? Hoe zouden wij nu op Jezus reageren? Haalt hij hun niet het bloed onder de vingers vandaan, door te zeggen dat de mensen in de Casino’s en in de Rosse buurten eerder Gods Rijk binnengaan dan al die vrome dominees?

Ze waren zo vroom. En Jezus waardeert hun ijver, hun gerechtigheid.Maar hij ontmaskert ze ook. Hij laat ze hun eigen tekorten zien. Ze denken dat ze het redelijk goed met zichzelf getroffen hebben. Maar Jezus confronteert hen met zichzelf. De dingen waaraan ze hun veiligheid ontlenen – hun sabbatsviering; hun status; hun volgelingen, die nu opeens met Jezus weglopen; hun indrukwekkende gebeden; hun gulheid waarvan iedereen onder de indruk was – Jezus prikt er dwars doorheen.

Au. Het zou mij ook pijn gedaan hebben. En jou?

Jezus prikt door alles heen en confronteert je met je hart. Vooral als je het goed met jezelf getroffen hebt, is dat niet leuk: afstand doen van je macht, je aanzien, je positie. Als iemand fijntjes laat zien dat je een blinde vlek hebt voor je eigen tekort. Je wilt het toch ook liever niet zien?

En dan zijn verhaal. Het legt hun harten open en bloot op straat. Het is een profetie: jullie zullen mij doden. Ik ben de laatste in een lange rij van profeten. Steeds hebben jullie de profeten afgewezen, genegeerd, gedood.

En nu kom ik – de laatste, en ook mij zullen jullie doden.Die Jezus willen ze niet. Hij vraagt teveel eerlijkheid. Wat is hier voor moois aan? Is het kruis van Jezus niet een tragische ontknoping van een triest conflict?

3. Is het kruis van Jezus niet een climax van een trieste geschiedenis?

Het is gewoon een verhaal, maar het is de religieuze leiders wel overduidelijk. Het knoopt aan bij een gedeelte van Jesaja, het lied van de wijngaard. Israël wordt vergeleken met een wijngaard. Maar die wijngaard levert geen vruchten op. Niet anders dan onrecht en rechtsverkrachting.

Gek genoeg gaat in het verhaal van Jezus de landheer weg. Daardoor komt de verantwoordelijkheid voor de wijngaard helemaal in handen van de pachters te liggen. De verantwoordelijkheid voor de vrucht van Israël komt zo bij de religieuze leiders te liggen. Of Israël vrucht oplevert, hangt voor een groot deel van hen af.

Maar dat is niet het enige wat gek is. Als je ziet wat er gebeurd, is het allemaal steeds verontrustender. Wat gebeurt hier?

De landheer wil natuurlijk iets terugzien van zijn wijngaard. Dus hij stuurt knechten om een deel van de opbrengst in ontvangst te laten nemen. Zo stuurde God profeet na profeet om zijn volk tot inkeer te roepen. Om te vragen naar vruchten. Zo kwam ook Johannes de Doper. ‘Breng vruchten voort die bij het nieuwe leven horen.’ Maar wat doen de pachters? Ze mishandelen, doden, en stenigen die knechten. ‘Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd”, zal Jezus later zeggen.

Het meest opvallende is echter het gedrag van de landheer. Hij is zo onvoorstelbaar geduldig. Het heeft hem al vele knechten gekost. En hij blijft maar knechten sturen. Hij pakt ze niet hard aan, maar blijft de pachters een kans geven.

Uiteindelijk kiest hij voor de meest ontwapenende oplossing die hij kan bedenken. Hoewel hij al alle reden heeft om die pachters de laan uit te sturen, en andere pachters te zoeken. Knecht na knecht heeft het hem gekost. Maar hij kiest niet voor een harde aanpak, hij probeert hun hart te raken. Hij stuurt zijn eigen zoon. Kwetsbaarder kun je jezelf niet maken. Hij neemt het risico dat ze ook zijn zoon doden, net zoals ze al die knechten gedood hebben.

Zo is God dus! Zo geduldig. Zo goed. Zo ontwapenend. Zo kwetsbaar. Dat is liefde. Het liefste wat hij heeft, stuurt hij. Hij stuurt zijn bloedeigen zoon. Hij blijft de pachters een kans geven. Hij blijft ze vertrouwen geven. Ze hebben het niet verdiend – maar toch doet hij het. Is er ooit ergens grotere liefde getoond? Is er iemand die meer geduld heeft kunnen opbrengen?

4. Nooit is er groter liefde bewezen dan door God, die zelfs zijn eigen Zoon zond naar Israël. Des te schokkender is de reactie van de pachters. God kiest voor een oplossing die ontwapenend is. Hij wil de leiders van het volk niet kwijt. Ondanks alles wat ze zijn knechten aangedaan hebben. Hij vergeeft het ze. Hij blijft hun hart zoeken.

Jezus zet zichzelf zo tegenover de leiders van het volk neer. Ik ben de allerlaatste die God jullie kan sturen. Ik ben de zoon. In mij zoekt Gods liefde jullie hart. Proef je dat wel? Zie je dat wel?

Nee, jullie zien het niet. Ik kan niet doordringen tot jullie hart. Er staat een muur tussen mij en jullie, tussen God en jullie in. Jullie zullen mij doden, net zoals in het verhaal.

Dat is het meest schokkende in deze gelijkenis. De pachters zijn zo verblind, dat ze tegen elkaar zeggen: Die zoon, dat is de erfgenaam. Als we hem doden, is er niemand meer om de wijngaard over te nemen, als de landheer sterft. Dan is de wijngaard voor ons!

Een volstrekt absurde redenering. Ook al zou er geen erfgenaam meer zijn, nieuwe pachters zijn altijd te vinden. En als ze de zoon van de landheer vermoorden? Is er dan voor de pachters nog een reden om op welwillendheid van de landheer te rekenen?

Zo verblind zijn de pachters, dat ze ook de zoon doden. Zo verblind waren de religieuze joodse leiders, dat ze Jezus gedood hebben.

Zeg nu niet te snel: dat waren zij. Als het goed is, leer je als christen zien dat je niet zo anders bent dan die Joodse leiders. Wij zijn maar zondige mensen, mensen die geen vrucht dragen. En Jezus komt te dichtbij. Hij is te goed – ik wil niet in die spiegel kijken. Hij is te ontwapenend – ik wil mijn wapens niet kwijt. Hij is te kwetsbaar – ik moet hem wel kwetsen. Een christen leert zien: Het zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten, zoals Revius lang geleden dichtte. Wij mensen, wij hebben u gedood. Wij hebben Gods zoon gedood. Wij hebben Gods liefde afgewezen.

Wat is hier voor moois aan, aan die dood van Jezus?

De dood van Jezus – het is het einde van alle hoop. De moord op Jezus – het is het failliet van de mensheid. De dood van Jezus heeft geen positieve betekenis. Het is slecht nieuws, het slechtste nieuws dat je je voor kunt stellen.

5. Het verhaal gaat verder. En de preek gaat verder. Maar hoe – wat zal de landheer nu doen?

Er is maar een ding dat je redelijkerwijs kunt verwachten. Als liefde zo afgewezen wordt, dan knapt er iets. Als je je eigen zoon stuurt om het hart van mensen te bereiken; en als zij dan je zoon vermoorden, omdat zo stom zijn om te denken dat zij dan de eigenaars van de wijngaard zullen worden…

Dan kun je je niet anders voorstellen dan dat de landheer zijn woede botviert op die pachters. Op de meest wrede manier die je je voor kunt stellen zal hij ze doden. Iets anders kunnen de religieuze leiders zich dan ook niet voorstellen. Op een mensonwaardige manier zal hij die pachters ombrengen.

Dat is de meest logische reactie die je je voor kunt stellen. Als je daar op doordenkt, als je bedenkt hoe Jezus gedood is, als je beseft dat je zelf niet zo veel anders bent dan die Joodse leiders …

Wat zou dat betekent hebben voor de wereld? Voor ons? Niet veel moois. Besef dat goed, want des te meer besef je hoe wonderlijk het vervolg is.

Er wordt niets gezegd over een brute wraak op de pachters. Alleen dat zij geen pachters meer zijn. De joodse leiders raken hun functie kwijt. Maar die moord op Gods Zoon, dat is niet het einde. Dat is een nieuw begin. Gods liefde blijft de doorslag geven. Die vermoorde Zoon, die verworpen steen, Hij wordt de hoeksteen van een nieuw begin. Zijn dood blijkt een dood voor onze zonden. Hij opent voor iedereen, ook voor ons, de weg naar God.

Niet langer alleen de Joden, maar ook de heidenen. Ook de Nederlanders, ook de Friezen hier in Franeker en omgeving. De dood van Jezus heeft voor ons de weg naar God geopend.

Maar daar is niets vanzelfsprekends aan. Het is volstrekt ongedacht wat hier gebeurt. Dat die tragische geschiedenis deze ontknoping zou krijgen – dat kon niemand verzinnen.

Dit is dankzij de Heer gebeurd. De Heer, die uit liefde zijn Zoon stuurde. De Heer, die Jezus opwekte uit de dood. De Heer, die als enige in staat is om het kwaad ten goede te keren. De onwil van die religieuze leiders van toen, hun brute zonde, God heeft het gebruikt voor onze verlossing.

Toen ik hier was met het schrijven van de preek wist ik niet goed hoe ik verder moest: hoe kun je hier woorden aan geven – aan dit grote wonder?

6. En wat zijn wij mensen dan bot – Jezus is voor mijn zonden gestorven, maar wat gaan wij vaak over tot de orde van de dag. Alsof er niets gebeurd is! Alsof God niet mijn hart zoekt.

Maar God zoekt wel ons hart. God heeft ons lief, dat is het goede nieuws.

Wat is dan leven vanuit het evangelie? Drie dingen, 3 V´s:

1. Verontrusting. Die Joodse leiders die zijn een waarschuwing voor ons als gemeente. Israël, zolang het niet gelooft in haar Messias, blijft een waarschuwing voor de heidenen, de Nederlanders, die wel in Jezus Christus geloven. Gemeente zijn vanuit het evangelie, dat betekent: leven als gewaarschuwde mensen.

Jezus eindigt onheilspellend. Zijn woorden herinneren aan Daniël 2; als u het op wilt zoeken, het staat in Dan 2,31-35: Nebukadnezar ziet een groot beeld – machtige wereldrijken. Maar Gods rijk komt, als een grote steen, die aan komt rollen. Alle wereldrijken worden verpulverd door deze steen. Jezus Christus brengt Gods koninkrijk op aarde. Onheilspellend voor iedereen die niets met Jezus Christus te maken wil hebben. Wie zich stoot aan die bleke zwakkeling, die zich liet kruisigen, die zal zelf gebroken worden.

2. Verwondering. Maar gemeente-zijn vanuit het evangelie dat betekent vooral: leven als mensen die zich verbazen over die wonderlijke liefde.

De schrik moet je om het hart slaan, als je merkt dat het kruis je niets meer zegt. Als het een cliché geworden is, een mooi glad symbool dat verder betekenisloos is.

Ik hoop zo dat we allemaal steeds weer het wonder zien. Het wonder van het kruis van Jezus Christus. Het wonder van de liefde van God. Liefde voor vijanden. God heeft zijn vijanden lief, de moordenaars van zijn zoon. Gemeente zijn vanuit het evangelie, dat is: je bent een vijand van God, maar je ontdekt dat God van je houdt. Je ontdekt dat God onze grootste zonde – de moord op zijn Zoon – gebruikt om ons te verlossen. Wij, gestorven met Jezus Christus. Dood voor de zonde. Bevrijd en verlost. Wie kan dat bedenken? Wie zich niet aan de gekruisigde stoot, die vindt in Jezus het leven.

3. Vrucht. Gemeente zijn vanuit het evangelie, dat is wel vrucht dragen. Leven in de liefde. Liefde voor vijanden. Dat is niet altijd leuk – precies die liefde voor vijanden brengt een kruis met zich mee. Draag dat kruis achter Jezus aan. Bouw op de hoeksteen. Gods vermoordde zoon wordt de hoeksteen van een nieuwe tempel, de tempel van de Heilige Geest. Een tempel waarin iedereen die gelooft in Jezus Christus een levende steen is. Een gereinigde tempel, en geen rovershol. Een huis van gebed. Een plek, waar God wil wonen.




Matteüs 4,24b – Het goede nieuws van de wonderen van Jezus Christus

Morgendienst (met doop)

Voorzang: Gez 171,1.3
Votum / Groet
Zingen: Ps 96,1.2
Wet
Zingen: Ps 146,3.6
Gebed
Lezen:
- Jes. 35
- Matt 4,12-25
Zingen: Gez 27,1.4.5
Tekst Matt 4,24b
Preek
Zingen: Ps 145,1.2.3
Doop
- Zingen Gez 10-
 Zingen Opwekking 136
Voorbedegebed
Collecte
Zingen Gez 167,1.2.3 
Zegen

 

Middagdienst

Votum / Groet
Zingen: Ps 96,1.2
Gebed
Lezen:
- Jes. 35
- Matt 4,12-25
Zingen: Gez 27,1.4.5
Tekst Matt 4,24b
Preek
Zingen: Ps 145,1.2.3
Gebed
Geloofsbelijdenis
Gezang 107,1.3.4
Collecte
Zingen Gez 73 ,1.4.5.6 
Zegen

 

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: