2 Korintiërs 12:9 | Genade – alles wat je nodig hebt!

Wil je iets verkopen, dan moet je komen met een gelikt succesverhaal. Maar de boodschap van het kruis vraagt een heel ander verhaal: genade verdient een kwetsbaar verhaal. Als wij zwak zijn, kunnen we vertellen dat genade alles is.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in de afscheidsdienst van Franeker.

Liturgie
Zingen: Opwekking 789
Stil gebed
Zingen: Votum en groet (Sela)
Zingen: GKB Gezang 147 : 1, 3 en 4
Afscheidswoord Hanneke
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: 2 Korintiërs 11 : 30 – 12 : 10
Zingen: GKB Psalm 73 : 9 en 10
Preek over 2 Korintiërs 12 : 9
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Kinderen terug
Leefregels: Matteüs 5 : 3 – 10
Zingen: Opwekking 331
Viering avondmaal
Zingen: NLB Psalm 103c : 1, 3 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Gezang 416 : 1, 2, 3 en 4
Zegen

Genade – alles wat je nodig hebt!

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik sta hier vandaag voor het laatst
Of in ieder geval voor het laatst als eigen voorganger van deze gemeente –
want ik ben zeker wel van plan terug te komen,
maar dan als gastvoorganger.
Deze laatste keer wil ik terug naar de eerste keer: 1 april 2012.
Ik studeerde en was beroepbaar,
en ik mocht in Franeker ‘op beroep’ komen preken.
Hanneke was niet mee, die was zogenaamd ziek,
maar eigenlijk net in verwachting van Daniël.
Van de vrouwenvereniging kregen we toen nog een kaartje
waarin Hanneke beterschap werd gewenst.

dia 2 – genade – alles wat je nodig hebt!
Die allereerste keer preekte ik over 2 Korintiërs 12:9:
‘”Je hebt niet meer dan mijn genade nodig,
want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.”
Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid,
zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.’
Ik had die tekst toen niet bewust voor Franeker uitgekozen:
het was gewoon de meest recente preek die ik geschreven heb.
Maar deze tekst is altijd dicht bij mij gebleven –
en daarom heb ik juist deze tekst gekozen om mee af te sluiten.

“Je hebt niet meer dan mijn genade nodig”,
dat is alles wat ik in de jaren hier in Franeker heb willen zeggen.
Genade, genade en nog meer genade!
Daarom het thema vanmorgen:
genade – alles wat je nodig hebt.

1. Gelikt succesverhaal
dia 3 – gelikt succesverhaal
Maar is dat echt zo?
Is genade alles wat je nodig hebt?
De christenen in Korinte hebben daar zo hun vragen bij.
Genade alleen – dat is toch wat mager –
in een bloeiende kerk mag je toch wel meer verwachten?
Dat is in ieder geval wel de boodschap van de leraren in de Korintische kerk,
door Paulus sarcastisch ‘die geweldige apostelen van u’ genoemd.
Zij staan voor een gelikt succesverhaal.

dia 4 – in Korinte: charismatische leraren – beheersen verteltechniek
Een gelikt verhaal:
ze weten precies hoe je een verhaal aantrekkelijk presenteert.
In mijn boekenkast staat een boek met de prachtige titel:
‘ijs verkopen aan Eskimo’s’ – over allerlei presentatietechnieken.
Daar hoefde je die Korintische leraren dus niets over te vertellen.
Zij beheersten de verteltechniek, de retorica, tot in de puntjes.
Als zij iets vertelden, hingen de mensen aan hun lippen.
Zij zouden inderdaad zelfs aan Eskimo’s ijs kunnen verkopen.

dia 5 – vertellen succesverhalen
Bovendien is het een succesverhaal.
Ze praten graag over de successen van het geloof.
Als ‘gewone’ christen tel je eigenlijk niet mee.
Je moet je recht van spreken in de kerk verdienen
door aan te komen met verhalen over bijzondere godservaringen,
verhalen over mensen die door jou tot geloof zijn gekomen,
of verhalen van mensen die God door jou genezen heeft.
Het is trouwens prachtig als deze verhalen verteld kunnen worden,
maar niet om elkaar op grond hiervan te beoordelen.

dia 6 – Paulus steekt daar bleek bij af
Dat gebeurde in Korinte wel.
Vergeleken met die ‘superapostelen’ steekt Paulus bleek af.
Hij moet het van zijn inhoud hebben,
niet van zijn charismatische voorkomen.
Hij zegt het zelf in hoofdstuk 11:
‘ook al ontbreekt het mij aan welsprekendheid, kennis bezit ik genoeg.’
Oftewel: Paulus heeft echt iets te zeggen,
maar slaagt er niet altijd in de boodschap aantrekkelijk over te brengen.

Bovendien komt Paulus niet met een succesverhaal –
al kan hij dingen vertellen waar menig christen jaloers op is.
Maar hij vertelt liever over tegenslag en zwakte.
Over die keer dat hij in Damascus was,
en de stad hermetisch werd afgesloten voor een klopjacht op Paulus,
en Paulus in een mandje over de stadsmuur naar beneden werd gelaten.
Klinkt voor ons als een stoer heldenverhaal,
maar werd toen gezien als een aftocht om je voor te schamen.
Of die doorn in het vlees – wat het ook maar precies is.
In de ogen van de Korintische christenen
is Paulus daarom het kneusje onder de apostelen.

dia 7 – ook wij aanbidden kracht
Volgens mij is er niets nieuws onder de zon.
De christenen in Korinte horen graag een gelikt succesverhaal –
dat geldt voor ons niet minder.
Onze samenleving aanbidt kracht.
Als jij een verhaal te vertellen hebt,
en daar mensen graag in wilt meenemen,
dan kun je maar beter met een gelikte presentatie komen.
Want, verwend als we zijn, vinden we het al snel saai.
We willen een show.

En ook wij houden van succesverhalen.
De eerste vraag die wij stellen als iemand ons ergens van wil overtuigen,
is deze: ‘wat heb ik eraan?’
Reclamemakers doen niet anders dan die vraag beantwoorden.
En het mooiste is als je in 1 zin kunt zeggen wat je ergens aan hebt.
Vertaald naar het christelijk geloof wordt dat: ik geloof omdat het werkt.

Net als Paulus kan ik die verwachtingen niet waarmaken.
Ik heb grote bewondering voor cabaretiers die de zaal kunnen bespelen,
die precies weten waar ze mee bezig zijn en de aandacht perfect weten vast te houden.
En ik weet ook wel: vaak zit daar een heel team achter,
of gaan er aan de show maanden voorbereiding inclusief try-outs vooraf,
maar toch: ik kijk naar hen op.
Zelf ben ik niet zo’n ster.
Ik zou graag al lopend over het podium mijn verhaal willen doen,
maar sta nog altijd veilig achter de lessenaar,
en werp om de zoveel woorden een blik op mijn uitgeschreven tekst.

Ik heb ook al geen succesverhalen.
Heel veel weet ik gewoon niet, en bij vlagen vind ik geloven moeilijk.
Om het nog maar niet te hebben over al die manieren van geloven.
Wat ik moet denken van gebedsgenezing, de evolutietheorie of Israël,
ik vind het maar wát verwarrend!
Ik ben geen supergelovige met indrukwekkende godservaringen,
maar ik houd wel van Jezus,
en kan niet anders dan steeds weer getroffen te worden
door hoe het kruis van Jezus de wereld op zijn kop zet.
That’s it.

2. Genade verdient een kwetsbaar verhaal
dia 8 – genade verdient een kwetsbaar verhaal
En dan vind ik het schitterende van 2 Korintiërs 12: dat is genoeg!
Natuurlijk voel ik de verleiding het mooier te maken,
maar het hóeft helemaal niet!
Paulus wil ook graag een krachtiger verhaal kunnen neerzetten,
hij bidt daar om, hij smeekt van zijn ‘doorn in het vlees’ bevrijd te worden,
zodat hij de boodschap van Jezus krachtiger kan brengen,
maar God zegt tegen Paulus: ‘nee!’
Want de boodschap van genade verdient een beter verhaal.
Geen gelikt succesverhaal – dat vertelt dat genade niet genoeg is.
Genade verdient een kwetsbaar verhaal,
waarin Gods kracht, waarin het wonder van het kruis, kan blinken!

dia 9 – geen succes, maar de kracht van het kruis
Geen succesverhaal dus,
over hoe geweldig het leven als christen wel niet is.
‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig,’ zegt God tegen Paulus,
‘wánt kracht wordt zichtbaar in zwakheid’.
Wij vertellen graag over onze successen, ik ook,
maar als het over God gaat,
vertellen je mislukkingen een veel krachtiger verhaal!

Als er iemand is die met een krachtig verhaal kan komen,
dan is het God wel!
Als God naar deze wereld komt,
dan mag je verwachten dat het zo overweldigend is
dat iedereen op knieën valt om hem te aanbidden.
Maar zo kwam God dus niet.
Niet krachtig, maar als een zwakke baby,
die zijn leven begint als vluchteling.
Daarmee is de toon gezet.
Ook zijn verdere leven is geen klassiek succesverhaal:
steeds meer mensen moeten niets van hem hebben,
tot Jezus uiteindelijk uit de weg geruimd wordt aan het kruis.
Dat is geen succesverhaal – het is een complete mislukking!
Maar juist die mislukking is het hoogtepunt in Gods reddingsplan voor de wereld!
‘Kracht wordt zichtbaar in zwakheid’ – Jezus is het ultieme bewijs.

Als we dat echt geloven,
dan moeten we dus ook niet met allerlei succesverhalen komen aanzetten.
We hoeven het christelijk geloof niet te verkopen
door duidelijk te maken welke voordelen je er allemaal van hebt.
Soms ‘werkt’ geloven helemaal niet.
Paulus smeekt om genezing – maar hij moet het met genade doen.
Dat is best een lastige boodschap, zeker voor mensen die graag resultaat zien,
maar christelijk geloof gaat niet om voordelen: genade is genoeg!
En waar wij zwak zijn, niet kunnen vertellen van onze successen,
daar kan Gods kracht zichtbaar worden.

dia 10 – geen show, maar een kwetsbaar verhaal
Genade verdient ook geen gelikt verhaal.
Er is geen uiterlijk vertoon nodig om Christus aan de man te brengen.
Want daar druipt het succes vanaf.
Je kunt nog zo zeggen dat het niet om succes gaat,
maar als je ondertussen een professionele show optuigt,
die niet onderdoet voor wat je op de televisie te zien krijgt,
straal je wel degelijk uit dat we als kerk krachtig moeten zijn.
Maar de boodschap van genade verdient een kwetsbaar verhaal.
We hoeven Christus niet in de markt te zetten,
de boodschap van het kruis, de boodschap van genade,
die overtuigt in zichzelf.

Ik heb wel eens preken gehouden waar ik tevreden over was.
Dat waren dus niet mijn beste preken…
Als een preek ervoor zorgt
dat ik bijzonder in mijn nopjes ben met mijzelf,
dan is er ergens toch iets mis gegaan!
Gelukkig heb ik vaker dat ik na een preek denk: dat had beter gekund.
Dat houd mij klein, en laat mij beseffen dat het een wonder is
dat God door mij heen mensen wil aanspreken,
en dat dat nog gebeurt ook!

dia 11 – het effect: genade blinkt!
Daarmee komen we bij het effect:
als we geen gelikte succesverhalen vertellen,
dan kan genade blinken.
Want gelikte succesverhalen, die gaan niet over God.
Die verhalen zeggen: ‘kijk mij nou’.
Dat past perfect in onze samenleving,
en ook in Korinte werden de mensen graag opgemerkt.
Maar niet ik moet gezien worden – Gód moet gezien worden!
Niet míjn kracht, maar zíjn genade!

Ik heb het mogen merken, deze jaren in Franeker.
Als ik deed alsof ik sterk was,
want ik ben dat niet, ik doe maar alsof,
dan lukt het niet van genade te vertellen.
Maar als ik me realiseerde dat ik de antwoorden niet heb,
en als ik de pijn van het leven voelde,
juist dan konden we samen dicht bij God komen.
Ik heb het gemerkt in het bezoekwerk,
in het contact met jongeren op catechisaties,
in het preken: als ik zwak was, ontstond er ruimte voor contact.
Juist daar kon genade schitteren!

3. Verspilde moeite?
dia 12 – verspilde moeite?
Toch heb ik me er niet gemakkelijk vanaf gemaakt.
Ik heb heel wat tijd gestoken in het voorbereiden van preken.
Ik heb cursussen gevolgd om beter te kunnen preken,
en dat boek gelezen: ‘ijs verkopen aan Eskimo’s’.
Had ik dat allemaal beter niet kunnen doen,
en moet ik dat boek maar verbranden?
Is dat verspilde moeite geweest
die de boodschap van het evangelie alleen maar in de weg staat?

dia 13 – genade verdient een zorgvuldig verhaal
Nee, dat geloof ik niet.
De boodschap van het kruis verdient het om met zorg gebracht te worden.
Een preek is niet bedoeld als een slecht en saai verhaal,
waarin voorgangers zoals ik hun eigen onkunde tonen.
Paulus zegt wel van zichzelf dat hij niet welsprekend is,
ondertussen nuanceren zijn brieven dat beeld op zijn minst.
Als je Paulus’ brieven eens in z’n geheel leest,
dan valt al snel op dat Paulus een duidelijke opbouw gebruikt.
Die opbouw kun je ook nog naast de verteltechniek van die tijd leggen,
de klassieke Griekse retorica,
en die blijkt Paulus uitstekend te beheersen!
Paulus maakt daar vrijmoedig gebruik van,
om de boodschap van het evangelie met kracht neer te zetten.

Als we over Jezus vertellen,
dan mogen we gebruik maken
van alles wat de communicatiewetenschappen ons leren –
zodat als mensen afknappen, dat niet is omdat ze tijdens de preek in slaap vallen!
Als we over Jezus vertellen,
dan moeten we ook niet blijven steken bij hoe moeilijk geloven is,
bij onze twijfels en moeiten,
maar moeten we vertellen van Gods kracht.

dia 14 – maar nooit ‘kijk mij eens’
Maar het moet geen: ‘kijk mij eens preken’ worden.
Want ik geloof dat God veel interessanter is,
veel meer je aandacht waard, dan dat ik dat ben.
Paulus leert zichzelf niet groot te maken, maar God,
en ik hoop dat dat in mijn preekwerk ook steeds te proeven is.

4. Sta genade niet in de weg
dia 15 – sta genade niet in de weg
Dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij:
voor ons allemaal geldt dat we er niet zijn om onszelf groot te maken,
maar om God groot te maken.
Als we echt geloven dat genade alles is wat je nodig hebt,
dan moeten we die genade ook niet in de weg staan.

dia 16 – gids
Een mooi voorbeeld kwam ik tegen in een boekje van Max Lucado.
Hij vertelt over een jongeman die in een museum rondleidingen geeft.
De mensen die hij rondleidt zijn onder de indruk van de prachtige schilderijen,
en de jongeman neemt alle complimenten dankbaar in ontvangst.
Het voelt alsof de complimenten voor hem zijn,
al kan hij zelf absoluut niet schilderen.
Hij wordt trotser en trotser,
tot hij op een dag voor de schilderijen gaat staan,
en iedereen hem bewonderen kan in plaats van de schilderijen.

dia 17 – durf zwak te zijn – dan komt er ruimte
Ik als predikant, wij als kerk,
moeten niet vóór de boodschap van genade gaan staan.
Doe niet alsof jouw leven één groot succesverhaal is!
Houdt de schijn niet hoog dat jij een geweldig leven hebt,
door alleen mooie dingen te delen en moeilijke dingen voor jezelf te houden.
Juist als we eerlijk zijn, naar elkaar en naar God,
als we zwak durven te zijn
en toe kunnen geven dat we niet alle antwoorden hebben,
juist dan komt er ruimte voor God,
ruimte om elkaar bij het kruis van Christus te ontmoeten!
Het eerlijke, kwetsbare verhaal van genade
is veel mooier dan de gelikte succesverhalen die je overal hoort.

dia 18 – avondmaal
Daarom vind ik het ook zo mooi dat we vandaag avondmaal vieren.
Dat is misschien een beetje gek in een afscheidsdienst,
maar ik ben er heel blij mee!
Want aan de maaltijd van Jezus zijn we allemaal gelijk.
Daar zijn geen succesvolle en minder succesvolle christenen.
We komen er als zwakkelingen, als losers,
die weten dat Gods genade alles is!
Daar komen we bij hem die voor ons zwak geworden is.
Zijn genade is alles wat je nodig hebt!
Amen.




Psalm 56:4-5 | Voor niemand bang

Ben je wel eens bang? Voor wat mensen van jou en van je geloof vinden? Psalm 56 is een gebed van David die in het nauw zit. Van hem kun je leren hoe je vrijmoedig christen kunt zijn, zelfs als de druk groot is je geloof voor jezelf te houden.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2, 3, 4 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 67 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 4 : 1 – 31
Zingen: GKB/NLB Psalm 118 : 2, 3 en 5
Luisterlied: Psalmen voor Nu 56
Preek over Psalm 56 : 4 – 5
Zingen: Opwekking 717
Kinderen terug
Leefregels: Matteüs 6 : 1 – 6 en 16 – 18
Zingen: NLB Gezang 912 : 1, 2, 3, 4, 5 en 6
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Psalm 146c : 1, 2 en 3
Zegen

Voor niemand bang

Inleiding
dia 1 – zwart
Het klinkt stoer en onverschrokken:
‘ik ben niet bang’, ‘angst ken ik niet.’
Dat lijkt mij iets voor superhelden,
niet voor gewone mensen.

dia 2- asterix en de noormannen
Ik moest in ieder geval direct denken
aan het stripboek ‘Asterix en de Noormannen’,
later verfilmd als ‘Asterix en de Vikingen.’
De Noormannen kennen geen angst.
En daarmee bedoel ik niet alleen dat ze nergens bang voor zijn,
ze hebben gewoon geen idee wat angst is.
Iedereen is altijd maar bang voor hen,
maar ze hebben geen idee hoe dat nou voelt: bang zijn.

Ik zou denken: wees blij,
het is echt geen pretje om bang te zijn,
maar daar denken die Noormannen anders over.
Zij hebben ergens opgevangen dat angst je vleugels geeft.
Dat lijkt ze wel wat!
Dus ze gaan op zoek naar iemand
die hen kan leren wat het is om bang te zijn.
Hoe dat afloopt, dat moet je zelf maar lezen.
Het gaat me nu even om die stoere, onverschrokken kerels,
die gewoon geen idee hebben wat het is om bang te zijn.

dia 3 – voor niemand bang
Ik ben niet zo’n held.
En jullie ook niet, vermoed ik.
Wat angst is, dat weten we allemaal.
Ook als het gaat om geloof zijn we vaak niet zo heldhaftig.
Ik zou in ieder geval wel een minder bange christen willen zijn,
die vrijmoedig voor zijn geloof uitkomt,
en die het oprecht geen moer kan schelen wat anderen daar van denken.
Maar daarvoor ben ik te gevoelig voor wat mensen van me vinden.

Vandaag gaat het over de vraag:
hoe kun je zo’n christen zonder angst worden?
Het antwoord op die vraag lezen we in Psalm 56:4-5:
‘In mijn bangste uur vertrouw ik op u.
Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?’
We duiken vandaag in dat antwoord met het thema: ‘voor niemand bang’,
en ik hoop dat dit antwoord jouw en mijn angst weg mag nemen!

1. Bedreiging
dia 4 – David: bedreigd door Saul en de Filistijnen
Psalm 56 is een Psalm van David, en David heeft alle reden om bang te zijn.
David is op de vlucht, voor koning Saul.
In de oorlogen met de Filistijnen heeft David zich bewezen als een held.
Nu is David de rijzende ster van Israël: de mensen lopen met hem weg.
Maar koning Saul kan het niet langer verdragen:
de mensen zouden hem, de koning, moeten bejubelen,
niet dat snotjong dat achter de schapen is weggetrokken!
Saul ziet David als grote concurrent,
iemand die hem nog eens van de troon zal stoten.
Saul zal pas gerust zijn als David dood is.
Als David dat beseft, als hij ontdekt dat het Saul menens is, slaat hij op de vlucht.

Zo belandt David in Gat, waar een zekere Achis de dienst uitmaakt.
Achis is één van de Filistijnse stadsvorsten.
Ja, een Filistijn.
In zijn loopbaan in Sauls leger
heeft David heel wat Filistijnen vernederd.
Je kunt je dus voorstellen dat David in Gat geen graag geziene gast is:
hij heeft zich bij Filistijnen vrij onmogelijk gemaakt.
Je zou je zelfs kunnen afvragen wat David daar te zoeken heeft:
je vlucht toch niet naar je grootste vijand?
Blijkbaar is het de veiligste plek die David kan bedenken,
maar gastvrij wordt hij er niet onthaald.
De Filistijnen grijpen hem – dit is hun kans om wraak te nemen!
Maar als David doet alsof hij kierewiet geworden is,
laten ze hem met rust.

Je kunt dit verhaal nalezen in 1 Samuël 21.
Dit verhaal staat op de achtergrond van Psalm 56.
David wordt bedreigd, van alle kanten.
Saul wil van hem af, de Filistijnen ook.

dia 5 – Petrus en Johannes: de eerste christenvervolging
Vandaag is het de zondag voor de vervolgde kerk.
Want wereldwijd worden christenen om hun geloof bedreigd.
Dat is niets nieuws.
Vorige week vierden we Pinksteren,
vierden we dat de Geest muren afbreekt,
zodat het goede nieuws van Jezus naar alle volken gaat.
Maar zodra dat gebeurt, zodra christenen over Jezus gaan vertellen,
roept het direct weerstand op.

In Handelingen 4 lees je het allereerste verhaal van christenvervolging.
Petrus en Johannes vertellen iedereen over Jezus,
maar dat wordt hen door de Joodse leiders niet in dank afgenomen.
Ze mogen zich voor de Joodse raad verantwoorden.
Maar voor ze die kans krijgen,
mogen ze eerst een nachtje in de gevangenis doorbrengen.
Met een beetje geluk, volgens de Joodse leiders dan,
zullen ze na die nacht braaf ja en amen zeggen op alles wat de leiders willen.
Bedenk dat de cel in die tijd nog veel minder een pretje was dan bij ons.
Geen keurige eenpersoonscellen met toilet en bed.
Nee, een muffe ondergrondse ruimte die je deelt met misdadigers en ongedierte,
je behoeftes doe je maar ergens in een hoekje,
en slapen kan op de harde grond.
Als je tenminste slapen kunt,
want de stank is niet harden en het is er vies warm.
Daar mogen Petrus en Johannes de nacht doorbrengen,
zodat ze het voortaan wel laten nog over die Jezus te beginnen.

dia 6 – Nederland: druk om geloof privé te houden (prive)
Dit soort dingen gebeurt nog altijd – maar niet in Nederland.
Toen ik vanochtend naar de kerk liep,
hoefde ik niet steeds over mijn schouder te kijken,
of in de spiegelende etalageruiten,
om te zien of ik door iemand gevolgd werd.

Toch hebben we, ook in Nederland, wel degelijk met druk te maken.
Er is sociale druk om je geloof vooral voor jezelf te houden.
Wat je gelooft is privé, iets voor achter de voordeur.
Prima als je gelooft, moet je zelf weten, maar val anderen er niet mee lastig.
Natuurlijk, die sociale druk is van een heel andere orde dan vervolging,
maar ook dit is een vorm van bedreiging:
als je je als christen niet aan deze ongeschreven regels wilt houden,
lig je er gewoon uit.
En het resultaat is uiteindelijk hetzelfde: we houden onze mond.
Want dat is het doel dat de vijand, de duivel, met christenvervolging heeft:
dat christenen hun geloof voor zichzelf houden.
Ook zonder fysieke bedreigingen
is de sociale druk al genoeg om ons koest te houden.
En dat terwijl na Pinksteren het goede nieuws van Jezus de wereld over moet!

2. Bang? Of toch niet?
dia 7 – de logische reactie: angst
Van al die bedreiging, van al die druk, wordt je bang.
Dat is de logische reactie.
David vraagt het zo mooi:
‘wat kan een sterveling, wat kan een mens mij aandoen?’
Nou, dan kan ik wel een paar dingen bedenken.
Mensen kunnen je pijn doen,
met hun vuisten, maar ook met hun woorden.
Mensen kunnen je in de steek laten en verraden.
Mensen kunnen de vreemdste dingen van je vinden.
Natuurlijk wordt je daar bang van!

David kan erover meepraten.
Al die dingen waar ik bang voor ben,
zijn voor David de dagelijkse realiteit.
En David doet ook niet alsof het niets voorstelt:
‘in mijn bangste uur vertrouw ik op u’.
‘Mijn bangste uur’: David is dus ook bang!
In de woorden van de Psalm voor Nu: ‘als ik bang ben.’
Christenen zijn geen Noormannen die geen idee hebben wat angst is.

dia 8 – niet bang voor mensen
Maar David gaat verder:
‘als ik bang ben, reken ik op u,
op God en op zijn Woord, op hem vertrouw ik.
Ik ben niet bang, wat kan een mens mij doen.’
Hoor je het? ‘Als ik bang ben… Ik ben niet bang!’
David is bang, maar toch ook niet.

De reden die David geeft: het zijn maar mensen.
Mensen kunnen dan wel heel bedreigend overkomen,
maar het gaat niet om mensen!
Jezus zegt dat ook, in Matteüs 10:
‘wees niet bang voor hen
die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden.
Wees liever bang voor hem die in staat is
én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.’
Net als David zegt Jezus: wees niet bang voor mensen.

Dat heeft Petrus zich goed in de oren geknoopt.
In Handelingen 4 is bij Petrus geen spoor van angst te bekennen.
Misschien wel omdat hij geleerd heeft
van toen hij bang was er voor uit te komen dat hij bij Jezus hoorde,
en daarom Jezus maar vervloekte.
Nu is van die Petrus niets meer over:
voor de Joodse raad staat een man die geen angst kent.
Het interesseert Petrus niets dat hij wordt aangeklaagd:
hij ziet dit als een kans de leiders over Jezus te vertellen,
en hén zelfs aan te klagen omdat ze Jezus afwijzen.
Je moet het maar durven!
Als Petrus en Johannes dan toch worden vrijgelaten,
maar wel een spreekverbod meekrijgen,
leggen ze dat naast zich neer met deze woorden:
‘kunnen wij het tegenover God verantwoorden
om wel naar u te luisteren en niet naar hem?’
Daar heb je hem weer:
het gaat niet om wat mensen van ons vinden,
het gaat om wat God van ons vindt.

Mensen kunnen van je vinden wat ze willen,
maar God heeft het laatste woord.
Daar is David, en ook Petrus, diep van doordrongen.
En God vergeet niet wat jij moet doormaken.
God vangt je tranen op in zijn kruik:
hij bewaart je verdriet, er wordt wat mee gedaan.
‘Staat het niet alles in uw boek?’ vraagt David.
Daarbij bedoelt hij in dit geval niet dat God alles bij voorbaat al weet,
maar dat God alles bijhoudt wat gebeurt, om eens recht te doen.
Daar bidt David om, met heftige woorden:
‘toon uw toorn, God, en sla dat volk neer.’
En David vertrouwt erop, zo sterk dat hij het opschrijft alsof het al is gebeurd:
‘als ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’

dia 9 – want God is voor ons
Het gaat niet om wat mensen vinden, maar wat God vindt.
Maar dat is op zich nog geen reden niet bang te zijn.
Want wat vindt God eigenlijk?
Is God niet ook een van de tegenstanders om bang van te worden?
Voor David is het geen vraag.
In alles wat hij meemaakt, waar al zijn zekerheden onderuit gehaald worden,
blijft een ding als een paal boven water staan: God staat mij terzijde.
Dát is het geheim van niet bang zijn, voor niemand niet.

Het doet denken aan Romeinen 8:
‘Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard,
maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven,
ons met hem niet alles schenken?’
Daar zie je ook direct dat het helemaal niet zo logisch is dat God vóór je is.
Daar heeft God een afschuwelijke prijs voor betaald.
Door Jezus mogen wij het David nazeggen: ‘God staat mij terzijde.’
Dat is niets minder dan een wonder!
Het is geen vanzelfsprekendheid dat God ons wel steunt:
God is een onverwachte medestander!
Jezus heeft het onmogelijke gedaan: door hem is God vóór ons.

Als je dát beseft, dan kun je zo’n christen zijn die niet bang is
voor wat anderen mensen van jou en jouw geloof vinden.
En dat is dan geen stoerdoenerij,
dat jij voor niets of niemand bang bent,
omdat jij overal boven staat, zoals die Noormannen die geen angst kennen.
Nee: het is omdat Gód overal boven staat.
Het gaat dan ook niet om jouw of mijn heldhaftigheid,
maar om die van God!

3. Focus op God
dia 10 – camera
Ik stelde aan het begin de vraag:
hoe kun je een christen zonder angst zijn?
Dat kun je als je niet bang bent voor mensen
omdat je weet dat God vóór ons is.

Dat is iets wat je zomaar weer vergeet.
Je bent druk met van alles,
je komt heel wat mensen tegen,
die dan ook weer van alles van je vinden,
of ze het nu tegen je zeggen of niet.
Wat mensen van je vinden, dat komt vanzelf wel binnen.
Maar om te ontdekken wat God van je vindt
-wat dus de sleutel is om niet bang te zijn-
moet je tijd nemen, moet je focussen.

Dat doe je bijvoorbeeld als je foto’s maakt.
Je hebt iets wat je op de foto wilt zetten,
bijvoorbeeld je hond – dat is dan het onderwerp,
en je hebt een achtergrond.
Het onderwerp en de achtergrond
krijg je niet tegelijkertijd scherp op de foto.
Net zoals wanneer je je hand op 10 centimeter van je gezicht houdt,
je niet tegelijkertijd je hand en alles wat daar achter is scherp kunt zien.
Dan moet je focussen: scherpstellen op het onderwerp,
dat waar je foto echt om gaat.
Ook als christen moet je focussen:
steeds weer scherpstellen op waar het wél om gaat – wat God vindt,
zodat wat mensen vinden niet meer is dan vage ruis op de achtergrond.

dia 11 – Bidden: hét recept tegen angst
David merkt ook dat als hij op God focust, zijn angst verdwijnt:
‘in het uur dat ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’
Want als je God aanroept, leer je dat hij voor je is.
In Handelingen 4 zie je dat ook gebeuren.
Als Petrus en Johannes weer vrij zijn,
gaan ze samen met de andere leerlingen bidden.
Nadat ze hun verhaal hebben gedaan, roepen ze God aan.
In het hele bijbelboek Handelingen zie je steeds mensen bidden.
En heel bijzonder: dan bidden ze niet dat er een einde aan de vervolging komt,
maar ze bidden: ‘stel ons in staat vrijmoedig over uw boodschap te spreken.’
Door te blijven bidden kunnen ze zich eraan blijven vasthouden:
wij staan er niet alleen voor, God is met ons!

Dus wil je niet langer bang zijn?
Wil je vrijmoedig over je geloof kunnen praten?
Dan moeten we bidden!
Samen: in de kerkdienst, op de kring, in een gebedsgroep.
Maar ook alleen: op vaste momenten van de dag,
maar ook in de auto, in de trein, op de fiets, onder het stofzuigen –
voortdurend gefocust op God.
En dan mogen we bidden voor onszelf:
dat we niet vergeten dat God vóór ons is,
dat we niet bang zijn voor mensen,
en dat God laat zien met wie we het evangelie kunnen delen.
Maar ook bidden voor anderen,
en dan denk ik vandaag vooral aan die vervolgde kerk.

dia 12 – opwekking
Bidden, tijd met God, is noodzakelijk:
je focust op wat er echt toe doet.
Dus neem daar elke dag zo’n uur voor, of een half, of twee.
En soms misschien ook even wat meer.
Zelf was ik afgelopen week op een predikantencongres,
om elkaar te bemoedigen om op God gericht te blijven.
Velen van jullie waren vorige week op Opwekking,
wat je enorm kan helpen op God te focussen.
Maar een stilteweekend kan net zo goed zo’n vorm zijn
om buiten het drukke leven om
je eens extra op God te richten.

dia 13 – Psalm 56: op God vertrouw ik
Hoe je het ook doet: roep God aan!
En dan hoop ik dat je gaat merken dat je het David kunt nazeggen:
‘Op God vertrouw ik, angst ken ik niet!’
Amen.




Psalm 87:5 | De Geest breekt muren af

Friezen, Groningers, Hollanders, Marrokanen, Turken: bij ons doet afkomst ertoe. We bouwen muren tussen volken, maar ook om onszelf heen. De Geest breekt die muren af: als je in Jezus gelooft, tel je als geboren Jeruzalemmer.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: ‘Kom heilige Geest’ (Sela)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Kids Opwekking 241
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen: Psalm 87 : 1 – 7
Zingen: GKB Gezang 105 : 1, 2, 3, 8 en 9
Lezen: Handelingen 2 : 1 – 13
Zingen: GKB Psalm 87 : 1, 2, 3, 4 en 5
Preek over Psalm 87 : 5
Zingen: Opwekking 767
Kinderen terug
Onderwijs avondmaal
Zingen: ‘Aan uw tafel’ – Sela
Viering avondmaal
Zingen: Opwekking 718
Gebed
Collecte met luisterlied ‘Heal Our Land’
Zingen: Opwekking 488
Zegen

De Geest breekt muren af

Inleiding
dia 1 – vlaggen
In de 2 bijbellezingen zijn heel wat exotische volken langs gekomen.
In Psalm 87 Rahab, Babel, Filistea, Tyrus en Nubië.
Handelingen 2 noemt er nog veel meer,
zoals Kappadocië, Frygië en Pamfylië – van die heerlijke tongbrekers.
Hoe dan ook: het is een bont gezelschap.

Hoog tijd dus om naar de wat minder exotische volken te gaan.
Dan beginnen we – hoe kan het ook anders – met de Friezen.
Je kunt natuurlijk een hele discussie beginnen
over de vraag wanneer je een Fries bent,
maar laten we het simpel houden:
je bent een Fries wanneer je in Friesland geboren bent.
Wie hier is er dan een Fries?

dia 2 – fryslan
Volgens de tekst op dit shirt heb je het dan getroffen.
Voor mij, als Drent, zitten hier ook nogal wat tongbrekers in,
dus ik zal het maar even in vertaling voorlezen:
‘ik heb er niet voor gekozen Fries te zijn,
ik heb gewoon geluk gehad.’

dia 3 – vooroordelen
Tenminste, zo denken Friezen zelf erover.
In de rest van Nederland staan ze bekend
als stugge blonde schaatsers –
als we dit kaartje tenminste moeten geloven.

Zoals gezegd – ik ben geen Fries.
Ik doe graag alsof ik een Drent ben,
maar in mijn paspoort staat toch echt ‘Hardenberg’.
Ik kom dus uit Overijssel, al bestaan er geen Overijsselaren.
Je bent een Sallander of een Tukker.
Ik een Sallander – kan ik ook niets aan doen.
Volgens de kaart het land van de beekjes en de boeren.

Eens kijken wat we nog meer hebben.
Groningers in de zaal? Stoicijnse boeren!
Hollanders? Kaaskoppen!
Zeeuwen? Gierig, en staat als eerste onder water.
Limburgers? Corrupte onbegrijpelijke reserve-belgen.
Wie heb ik nu nog gemist?

Om zulke vooroordelen kun je lachen – tenminste: dat hoop ik maar.
Ik heb er in ieder geval nooit nadeel van ondervonden
dat ik geboren ben in de gemeente Hardenberg.
Maar wat als ik geboren was in Marokko?
Of gewoon in Nederland, maar met Marokkaanse wortels? of Turkse?
Dan krijg je met minder onschuldige vooroordelen te maken.

dia 4 – De Geest breekt muren af
Wat wij doen, is dit: wij bouwen muren.
We schermen af: Friezen zijn geen Groningers,
en al helemaal geen Hollanders.
Maar vandaag vieren we Pinksteren.
Het feest van de Geest die muren afbreekt.
Lees maar in Psalm 87:5: ‘met recht kan men van Sion zeggen:
“welk volk ook, het is hier geboren, de Allerhoogste houdt Sion in stand.’
Niks geen volken die niet welkom zijn: iedereen mag erbij horen.
Want de Geest breekt muren af!

1. Muren bouwen…
dia 5 – bouw
Maar voordat er muren gesloopt worden,
moeten ze er natuurlijk eerst zijn.
En ze zijn er: aan muren geen gebrek.
We blijven maar muren bouwen…

dia 6 – Psalm 87 lijkt wij tegenover zij
Psalm 87 lijkt ook die kant op te gaan.
Het is een echt stadslied, waar Jeruzalem wordt bezongen –
want Sion, dat is een andere naam voor Jeruzalem.
Jeruzalem is beter dan alle andere steden van Israël.
Om nog maar niet te spreken over de steden buiten Israël.
Toen ik in Kampen ging studeren leerde ik het Kamper stedelied.
Kampen wordt erin verheerlijkt,
en is uiteraard beter dan alle andere plaatsen – vooral Zwolle…
Zo begint Psalm 87 ook: Jeruzalem tegenover de rest.
Het is ‘wij’, Jeruzalem, tegenover ‘zij’, de anderen.
Er staan muren om Jeruzalem, letterlijk.
‘De Heer heeft de poorten van Sion lief.’
Als je Jeruzalem in wilt komen, moet je door de poorten.
En daar wordt eerst gekeken of jij wel naar binnen mag.

Psalm 87 begint herkenbaar.
Nee, wij bezingen Jeruzalem niet.
En Kampen waarschijnlijk ook niet.
Maar het Friese volkslied natuurlijk wel!
Wie zei er net ook alweer dat je Fries was? – o, nu durven jullie niet meer. ;)
In ieder geval: wij bouwen muren.

dia 7 – we beschermen onszelf met muren
En soms zijn muren heel goed.
Ik bedoel, ik ga vandaag niet de bouwsector afkraken.
Ik ben blij dat ons huis muren heeft!
Dat houdt de kou en de regen buiten.
Maar vaak houden onze muren meer buiten.

dia 8 – muur
Soms bouwen we letterlijk muren om onszelf te beschermen.
In de Verenigde Staten moet een muur langs de grens met Mexico komen
om Mexicanen buiten de deur te houden.
Geen idee wat de stand van zaken rondom dat project is trouwens…
Iets verder terug is het IJzeren Gordijn, dat Europa in tweeën deelde.
En een heel gevoelige: in Israël staan muren tussen Israël en de Palestijnen.

Maar ook als we niet letterlijk muren bouwen,
kunnen we toch heel wat muren opwerpen.
Je komt Nederland echt niet zomaar in:
daar moet je de goede papieren voor hebben.
En als je een Arabische achternaam hebt
is het echt moeilijker om aan werk te komen.

Maar we bouwen niet alleen muren tussen volken.
We bouwen ook muren om onszelf heen.
Want eigenlijk is iedereen een bedreiging voor jou!
Mensen doen elkaar akelige dingen aan,
dus bescherm je jezelf met een hoge muur.
En dat is lastig: we zijn gemaakt voor relaties,
en volgens mij verlangt iedereen naar verbinding, naar contact,
maar ondertussen durven we ons niet bloot te geven,
en verschansen we ons achter onze muren.

dia 9 – sinds Babel regeren angst en superioriteit
Waar komen die muren eigenlijk vandaan?
In de bijbel wordt daar al vroeg over verteld, in Genesis 11.
Het is het verhaal van de torenbouw van Babel.
De mensen vinden van zichzelf dat ze heel wat zijn,
en bouwen een enorme toren,
als een soort monument voor de mens,
om te laten zien waar we allemaal toe in staat zijn.
Maar ook wel als muur om God buiten te houden.
God reageert door verwarring te zaaien:
de mensen kunnen elkaar niet meer verstaan,
en gedesillusioneerd pakken ze hun bezittingen,
om overal te gaan wonen.
Vanaf die dag doet het er toe van welk volk je bent.
Binnen de kortste keren werd de mensheid gedreven
door een giftige mengelmoes van angst en superioriteit.
We zijn bang voor iedereen die anders is,
en tegelijk voelen we ons beter.

Dat is niet zo best…
Je zou verwachten dat als Jezus op aarde komt,
hij het helemaal anders gaat doen.
En ja, Jezus zinspeelt er wel op dat het anders gaat worden,
dat hij niet alleen koning van de Joden is, maar van de hele wereld,
maar tijdens zijn leven op aarde gaat Jezus grotendeels met de muren mee.
Jezus houdt buitenlanders nog op afstand.
Als in Matteüs 15 een buitenlandse vrouw Jezus om medelijden smeekt,
reageert Jezus als volgt:
‘ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’
Lekker nationalistisch…
Het wordt nog bonter: ‘het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen
en het aan de honden te voeren.’
Hoor ik dat goed: zijn Israëlieten kinderen en buitenlanders honden?!
Het is dat de vrouw blijft aandringen: ‘maar de honden eten toch de kruimels’ –
anders zou ze onverrichterzake naar huis zijn gekeerd.
Bij Jezus blijven de muren nog even staan.

2. De Geest breekt muren af
dia 10 – sloopkogel
Totdat het Pinksteren wordt.
Dán moeten de muren er toch echt aan geloven.
De Geest haalt met zijn sloopkogel de muren omver.
Het is genoeg geweest met die verdeeldheid,
met dat steeds buitensluiten van iedereen die anders is.
Jezus zinspeelde er al op,
maar nu het Pinksteren is, nu de Geest komt, wordt het werkelijkheid.
De deuren, of in de taal van Psalm 87: de poorten, gaan nu wagenwijd open.
Zoals Johannes het zegt in Openbaring 21 over het nieuwe Jeruzalem:
‘de poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn.’
Pinksteren is het begin daarvan, het begin van nieuwe eenheid.

dia 11 – zelfs de grootste vijand hoort erbij
Psalm 87 lijkt een typisch stadslied te zijn, tot je bij vers 4 aanbelandt:
‘ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen.
Filistea, Tyrus en Nubië zijn allen hier geboren.’
Dat is heel andere koek dan die muren!
Niks geen ‘wij Jeruzalem’ tegen ‘zij de rest’.
De rest, alle andere volken, zij horen er helemaal bij!

En het zijn niet de vriendelijkste volken.
Er is natuurlijk gradatie.
De meeste Nederlanders zullen niet zo veel tegen Denen hebben.
Denen vormen voor ons geen bedreiging,
eigenlijk lijken we best wel op elkaar, dus we kunnen prima vrienden zijn.
Met een land als Polen is het al wat moeilijker, ook al zitten we samen in de EU,
maar Rusland is pas echt bedreigend.
In Psalm 87 zijn het juist de meest angstaanjagende volken die genoemd worden!
Vooral Rahab, een andere naam voor Egypte, en Babel:
de grootmachten van de toenmalige wereld,
altijd op zoek naar mogelijkheden hun rijk te kunnen uitbreiden,
en Israël moest dus altijd vrezen voor annexatie.
Met de Filistijnen was het altijd ruzie,
en de Tyriërs hebben Israël met Baäl opgezadeld,
wat bepaald geen aanwinst was…
Wat Nubië, oftewel Ethiopië, in dit rijtje doet, is niet helemaal duidelijk,
maar laat in ieder geval zien dat ook verre landen meedoen.
Maar verder is het vooral: zelfs de grootste vijand hoort erbij!

In Psalm 87 is dat nog profetie,
maar in Handelingen 2 begint het werkelijkheid te worden.
Als al die mensen uit al die landen
de leerlingen van Jezus in hun eigen taal horen spreken.
In Babel ontstonden de talen, met Pinksteren overwint de Geest de taalbarrière.
Nu moet ik wel iets preciezer zijn:
die mensen in Jeruzalem, dat zijn voor het grootste deel Joden.
Joden die overal ter wereld woonden, maar wel Joden.
Geen ‘echte’ buitenlanders.
Maar dat begint met Pinksteren wel:
het goede nieuws van Jezus gaat de wereld over,
klinkt in alle talen en bereikt alle volken.
Dat talenwonder is het begin daarvan.

dia 12 – niet te gast, maar genaturaliseerd in Jeruzalem
In Psalm 87 loopt het uit op een soort naturalisatieplechtigheid.
God zelf schrijft de volken in.
Want die volken, overal vandaan, zijn bij God niet te gast:
ze gelden als geboren Jeruzalemmers.
Ze krijgen hun inburgeringsdiploma, zonder er iets voor te doen.

Ook wij, Nederlanders.
Wie bij Jezus wil horen, wordt genaturaliseerd tot Jeruzalemmer.
Paulus schrijft erover in Efeziërs 2:12-14:
‘Bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus,
geen deel had aan het burgerschap van Israël
en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden.
U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God.
Maar nu bent u, die eens ver weg was,
In Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed.
Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt,
de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken.’
Dat Hardenberg in mijn paspoort staat is niet langer relevant.
Van mij mag je best trots zijn dat je een Fries bent, maar voor Christus telt het niet.
Hij zegt: ‘ben je Fries? Kun je ook niets aan doen!
Maar door mij tel je mee: ook jij wordt een Jeruzalemmer.’

dia 13 – eenheid, niet van de mens maar van de Geest
Door de Geest ontstaat er een nieuwe eenheid.
Maar wel een andere eenheid dan de eenheid van Babel.
Die was gebaseerd op trots: ‘kijk ons nou!’
Het was een eenheid van hoogmoed,
van mensen die het zonder God willen doen.
De eenheid die met Pinksteren begint is anders.
Niet op basis van mensen, maar op basis van de Geest.
In Psalm 87 zie je dat ook: ‘mijn bronnen zijn alleen in u.’
Wat ons samenbindt, is niet dat we op elkaar lijken,
niet onze gezamenlijk hobby’s of idealen,
maar Gods liefde voor ons, het offer dat Jezus gebracht heeft en onze liefde voor hem.
Op die basis breekt de Geest muren af,
om een nieuwe eenheid te maken.

3. Zoek elkaar
dia 14 – zoek elkaar
Met zo’n God, met zo’n Geest,
kunnen wij ons natuurlijk niet langer achter muren verschansen.
Hij zet de poorten wijd open – dan wij ook.
Laten we elkaar zoeken!

dia 15 – in de kerk en in de wereld (contact)
Als je bij Jezus hoort, dan horen daar geen muren bij,
maar poorten die uitnodigend open staan.
We bouwen geen muren, we halen ze juist onderuit!
Christenen staan in dienst van de Geest – de Oppersloper.
Dus zoek elkaar, in de kerk.
Laten we geen groepen maken, clubjes gelijkgestemden.
Zulke muren horen hier niet.
Laten we naar elkaar luisteren, écht luisteren, en elkaar begrijpen.
Laten we ons naar elkaar bloot geven,
de muren weghalen die we om onszelf neer zetten,
en die dat verlangen naar echt contact zo in de weg staan.
Zoek elkaar, ook in de wereld.
Want door de Geest mogen we laten zien
dat er een alternatief is voor muren,
een alternatief voor dat eeuwige wij/zij-denken.
Sta open voor wie anders is dan jij,
stap over die drempel heen en leer die ander kennen.
Wees in hoe je met mensen omgaat
een uitnodiging om ook ingeschreven te worden in Jeruzalem.

dia 16 – geen angst en trots, maar vreugde!
Ja, dat kan eng zijn.
En wat we minder graag toegeven:
daar voelen we ons ook wel eens te goed voor.
Maar de Geest wil je veranderen.
Die angst en die trots van je wegnemen.
Besef dat ook jij een vreemdeling in Jeruzalem was.
De Geest wil met je aan de slag,
wil je helpen bij het leven als christen,
en dan kun je de angst en het superioriteitsgevoel wegdoen.

Dan gaat een hele wereld voor je open.
Samen in Jeruzalem, samen rondom Christus, is het groot feest.
Zo sluit Psalm 87 af: ‘en dansend zingen zij.’
Want bij Jezus kom je thuis.
Als alle muren verdwijnen, we met God leven en elkaar in de ogen kijken,
dan is het feest – het is de hemel.
In de kerk, en vandaag in het bijzonder bij het avondmaal,
beginnen we met die wereld zonder muren.
Amen.




Johannes 8:12 | Jezus is de sleutel tot echt leven

In het donker zie je niets. Niet waar je bent, niet hoe de wereld er uit ziet, niet wat je moet doen. In het licht ga je het allemaal begrijpen. Jezus zegt: ‘ík ben het licht’. Je gaat de wereld en het leven niet begrijpen door je verstand, of door dicht bij jezelf te blijven, maar door Jezus te volgen.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: NLB Psalm 27 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels: 1 Johannes 1 : 5 – 10
Zingen: NLB Gezang 637 : 1, 2 en 4
Lezen: Johannes 8 : 12 – 30
Zingen: GKB Psalm 36 : 3
Preek over Johannes 8 : 12
Zingen: Opwekking 595
Kinderen terug
Zingen: Kids Opwekking 46
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 214
Zegen

Jezus is de sleutel tot echt leven

Inleiding
dia 1 – licht
Het gaat vandaag over licht en donker.
Jezus is het licht, en zonder Jezus is het donker.
Dat thema van licht en donker kom je in de bijbel veel tegen,
en er zijn ook heel veel liederen over geschreven.
Dat was voor vandaag wel makkelijk:
ik hoefde niet lang te zoeken naar liederen die we konden zingen.

Een belangrijk thema dus,
maar wat bedoel je er nou eigenlijk mee
als je zegt dat Jezus het licht is?
Wat is het verschil tussen leven in het licht, en leven in het donker?
Dat wil ik graag duidelijk maken met een experiment.
Daarbij heb ik een vrijwilliger nodig, het liefst iemand onder de 12.
Wie wil mij even helpen?

Ik zal uitleggen wat de bedoeling is.
Ik heb Daniëls bestuurbare auto meegenomen,
en de opdracht is heel simpel: rijdt hem naar de piano.
Maar dat is eigenlijk te simpel, dus we maken het iets moeilijker:
dat doe je geblinddoekt.
Ben je er klaar voor?

Laten we maar stoppen met die blinddoek,
en het ook nog even zonder blinddoek doen!

Het verschil lijkt mij duidelijk.
Met een blinddoek voor je ogen
heb je geen flauw idee waar je mee bezig bent.
Je ziet niet waar die auto staat en wat de handigste weg naar de piano is.
Op goed geluk laat je de auto rijden,
je botst veel, maar je komt niet bij de piano…
Het donker is een complete chaos!

dia 2 – Jezus is de sleutel tot echt leven
En nu naar die uitspraak van Jezus.
Johannes 8:12: ‘Jezus nam opnieuw het woord.
Hij zei: “Ik ben het licht voor de wereld.
Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft.”’
Anders gezegd: ‘zonder mij is het alsof je geblinddoekt leeft.
Je ziet de wereld en het leven niet zoals het is,
je kunt het niet begrijpen, en daarom ook geen goede keuzes maken.
Met die blinddoek voor je ogen kun je niet leven zoals het bedoeld is.
Maar ík ben het licht, en als je daar je ogen voor open doet,
dan kun je leven zoals het is bedoeld, dan kun je écht leven!’
Thema vanmorgen is: Jezus is de sleutel tot echt leven.

1. Pogingen het leven te vatten
dia 3 – pogingen het leven te vatten
Met dat thema van licht en donker kun je veel kanten op,
en ik twijfel er niet aan dat je nog veel meer kunt zeggen
over dat Jezus het licht voor de wereld is,
dan wat ik er vandaag over zeg.
Het stukje wat ik er vandaag uit wil halen
is dat je in het licht de wereld en het leven beter begrijpt,
en dan dat je daardoor ook de goede keuzes kunt maken.
Net als met die auto: zonder die blinddoek
is het geen enkel probleem om de goede weg naar de piano te vinden.
Mensen zijn altijd op zoek geweest naar dat licht,
om te proberen het leven te vatten,
om een betere wereld te krijgen, die klopt.

dia 4 – Joods: God is het licht, de wet een lamp
Laten we kijken naar 3 pogingen, 1 van vroeger, 2 van nu.
Eerst die van vroeger: de Joden in de tijd van Jezus.
Want zij zijn de eersten die het Jezus horen zeggen:
‘ik ben het licht voor de wereld.’
Maar wat was volgens de Joden nou eigenlijk het licht,
de sleutel tot het leven zoals het bedoeld is?

Nou, het Joodse antwoord is heel duidelijk: God zelf is het licht!
Bijvoorbeeld Psalm 27: ‘de Heer is mijn licht.’
Al het licht komt van God.
En dat licht komt naar mensen toe door Gods woord, door zijn wet.
Bijvoorbeeld Psalm 119: ‘uw woord is een lamp voor mijn voet,
een licht op mijn pad.’
Dus: wil je in het licht leven, wil je leven zoals het bedoeld is,
houd je dan aan wat God zegt!
Houd je aan de wetten, ze zijn er niet voor niets,
God heeft ze gegeven zodat je in het licht leeft.
Tegen díe achtergrond doet Jezus zijn uitspraak.

Maar hoe proberen wij, in onze cultuur, het leven te vatten?
Wat is voor ons het licht, de sleutel om dit leven en de wereld te begrijpen?
Dat is een vraag over heel grote dingen,
dus ik vind dat ik er voor de verandering
ook eens 2 grote woorden tegenaan mag gooien: modernisme en postmodernisme.
Want die woorden hebben te maken met hoe wij proberen het leven te vatten.

dia 5 – modernisme: het verstand is het licht (Verlichting)
Eerst het antwoord van het modernisme: gebruik je verstand!
In de moderne tijd is het verstand heel belangrijk.
Eerst had je de middeleeuwen, ook wel dónkere middeleeuwen genoemd,
daarna breekt langzaam maar zeker de moderne tijd aan,
om in de tijd van de Verlichting, de 18e eeuw, volop door te breken:
het verstand is het licht geworden waarmee we naar de wereld kijken.
Daar zit dus zelfs al die tegenstelling tussen donker en licht in:
na de donkere middeleeuwen kwam de Verlichting.
Best een arrogante manier om tegen de middeleeuwen aan te kijken…

Hoe dan ook: sinds die tijd is de westerse samenleving
sterk gestempeld door het verstand.
Moderne wetenschap kwam op en had voor allerlei problemen een oplossing,
zelfs voor dingen waarvan we niet eens wisten dat het een probleem was.
Het heeft de wereld onherkenbaar veranderd.

Nog altijd kijken we naar de wetenschap.
Moet het milieuvriendelijker?
Laat de wetenschap maar een oplossing geven.
Mag er niemand meer dood gaan aan kanker?
We zetten de wetenschap aan het werk.
Moet het verkeer veiliger worden?
Dat is een mooi klusje voor de wetenschap!
Want het gezonde verstand ziet het leven zoals het is,
en de knappe koppen verbeteren deze wereld.

dia 6 – postmodernisme: jíj bent het licht
Maar naast dat modernisme is het postmodernisme ontstaan,
vooral sinds de 2e Wereldoorlog.
Dat postmodernisme zegt: het is verstand is beperkt.
Kennis is relatief, en wat voor de een waar is, is dat voor de ander niet.
Maar met welk licht moet je dan de wereld in kijken?
Het postmoderne antwoord: het licht, dat ben jij zelf!

Even iets concreter: hoe maak je keuzes?
Natuurlijk gebruik je je gezonde verstand,
maar wat je heel veel hoort is: ‘je moet doen wat voor jou goed voelt.’
Dát is typisch postmodern.
Je keuzes zijn jóuw keuzes, daar moeten anderen van afblijven.
Jij bent het licht, en als je maar dicht bij jezelf blijft,
dan leef je zoals het leven bedoeld is.

2. Jezus: de sleutel tot leven
dia 7 – Jezus: de sleutel tot leven
Jezus zet daar iets heel anders tegenover:
‘ík ben het licht voor de wereld.
Wil je het leven begrijpen, wil je een wereld die klopt,
wil je leven zoals het bedoeld is,
dan ben ik de sleutel: je moet bij mij zijn!’
Bij Jezus gaat de blinddoek af, zie je wat je aan het doen bent,
hoe je moet denken over wat er in je leven en in de wereld gebeurt,
zodat je kunt leven zoals God het heeft bedoeld.

dia 8 – enorme pretentie: alleen bij Jezus is licht
Het grote punt van Jezus is: ík ben het!
Dat is nogal een uitspraak, met een enorme pretentie.
Stel je voor dat je iemand tegenkomt die zegt: ‘wil je leven in het licht?
Stop maar met zoeken, je moet bij mij zijn, want ik bén het licht.’
Zo iemand lach je uit, of je bent verbijsterd, of boos,
maar de kans is vrij klein dat je hem serieus neemt.
Toch zegt Jezus het: je moet bij mij zijn –
ik ben de enige bij wie licht is.

Zet dat maar eens tegenover die pogingen van ons.
Tegenover dat modernisme, met z’n verstand.
Jezus zegt: dat verstand gaat je niet redden,
dat verstand gaat de problemen van de wereld niet oplossen,
en geeft je niet het leven zoals het bedoeld is.
En eigenlijk weten we dat ook wel…
Het probleem van de wereld zit dieper, in de mensen zelf,
die met kennis prachtige dingen kunnen doen,
maar ook de meest afschuwelijke.

Het postmodernisme doet het niet veel beter.
Dicht bij jezelf blijven, dat klinkt mooi,
maar ik schrik wel eens van wat er allemaal in mijzelf is.
Ik geloof niet dat ik daar dicht bij moet blijven!
Jezus zegt: je moet niet dicht bij jezelf blijven,
want in jezelf is het donker,
maar ík ben het licht, dus blijf bij mij!

Maar Jezus zegt het óók tegen de Joden,
die God als hun licht hadden en de wet als een lamp.
Tegen de Farizeeën, de beste gelovigen, de vroomste mensen die je kon vinden.
Jezus zegt: ‘jullie denken dat je in het licht leeft?
Vergeet het maar! Als je niet in mij gelooft zul je in je zonde sterven.
Want ík ben het licht.’

dia 9 – Jezus mag het zeggen: hij komt van de Maker
Als Jezus dat zegt, houdt iedereen zijn adem in.
Oei, is Jezus nu niet te ver gegaan?
Iedereen weet dat Gód het licht is, en nu noemt Jezus zich het licht?
Hoe durft hij?! Wie denkt hij wel niet dat hij is?!
Jezus stelt zich op één lijn met God – dat kan hem de doodstraf opleveren.
Maar Jezus is niet bang, hij weet dat zijn tijd nog niet gekomen is.

Wel volgt er een lange en verhitte discussie.
Wat daarin opvalt: het woord ‘licht’ komt er niet een keer meer in voor.
Het gaat helemaal over de vraag waar Jezus vandaan komt.
Het lijkt een lang zijspoor, muggenziften met de Farizeeën,
in plaats van het te hebben over waar het over móet gaan.
Maar dat is het niet: juist omdat Jezus van de Vader komt,
kan Jezus het licht van de wereld zijn.
Jezus zet God en de wetten uit de bijbel niet aan de kant,
maar zegt: ‘ik kom van God,
en in mij zie je nog veel beter wie God is.
Ik kom van jullie Maker, ik bén jullie maker.
Geeft mij dat niet het recht te zeggen dat ik het licht ben?
Dat ik de sleutel ben tot het echte leven?
Als er iemand is die weet hoe het leven bedoeld is, dan ben ik het wel!
Dus geloof mij als ik zeg dat ík het licht ben.’

dia 10 – echt leven: liefde die geeft
Maar wat zie je dan?
Als je je open ogen doet voor het licht van Jezus?
Wat leer je dan over het leven?
Je ziet liefde.
Geen oppervlakkige en kleffe liefde, maar opofferende liefde.
Je ziet Jezus leven op een compleet nieuwe manier.
Jezus gaat niet op zijn gezonde verstand af –
dan zou hij lekker bij de Vader zijn gebleven.
Jezus gaat, God zij dank, niet af op wat goed voelt – hij draagt juist zijn kruis.
Jezus gaat op een verrassende manier met Gods geboden om,
en blijft het maar zeggen: het gaat om liefde.
Niet die kleffe liefde, maar die liefde die alles geeft.
Jezus geeft zichzelf.
Hij, het licht voor de wereld, wordt gekruisigd, en dan wordt het 3 uur donker!
Het licht gaat de duisternis in,
en verdrijft zo de duisternis die hem niet kan houden.
In dat alles laat Jezus zien wat leven is,
en dat niet alleen: hij maakt het weer mogelijk!
Als hij het licht in je leven is, dan zegt Jezus dat je zelf ook licht hebt.
Dát is de sleutel tot echt leven.

3. In het licht
dia 11 – in het licht
Jezus zegt: ‘ik ben het licht voor de wereld.
Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft.’
Wil je in het licht leven, dan komt het dus aan op Jezus volgen.

dia 12 – al het andere is duisternis
Want al het andere is duisternis.
Als Jezus niet jouw licht is,
is het alsof je met een blinddoek voor
die bestuurbare auto bij de piano probeert te parkeren.
Al die manieren waarop wij proberen het leven te vatten,
het zijn allemaal pogingen om zonder Gods licht te leven.
We zeggen tegen God: ‘we zoeken het zelf wel uit!’
Maar als mensen denken dat zij het licht gevonden hebben: berg je dan maar!
Maak niet de fout in het donker te blijven en in je zonde te sterven!
Bij God, alleen bij God, vind je het leven zoals het bedoeld is.
Alleen Jezus is het licht!

dia 13 – laat Jezus je licht zijn!
Dus doe die blinddoeken af
en vertrouw erop dat je bij Jezus het echte leven vindt.
Ook als het wel eens anders lijkt.
Want het is niet zo dat als jij met de liefde van Jezus gaat liefhebben,
dat iedereen je dan ook die liefde teruggeeft.
Je zult oneerlijk behandeld worden – net als Jezus.
Maar geef niet op!
Want liefde, échte liefde, is wat de wereld nodig heeft,
is wat het leven leven maakt.
Laat Jezus je licht zijn – dan leef je echt!
Amen.




Johannes 6:35 | Jezus vult je leegte

Voel je je wel eens leeg? Jezus zegt: ik ben het brood van het leven, en als je daarvan eet, krijg je nooit meer honger. Jezus heeft het over de honger van het hart. Hij is veel beter dan welke sensatie ook maar.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB/NLB Psalm 66 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 734
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Johannes 6 : 25 – 59
Zingen: GKB Psalm 78 : 1 en 7
Preek over Johannes 6 : 35
Zingen: Opwekking 520
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: NLB Gezang 675 : 1
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Gezang 687 : 1, 2 en 3
Zegen

Jezus vult je leegte

Inleiding
dia 1 – martenastins
Vorig weekend was ik met de kinderen in het Franeker museum: museum Martena.
In het museum is van alles te zien,
van het leven in een stadskasteel – want dat was het museumgebouw –
tot de geschiedenis van de Franeker universiteit.
Je blijft je klein voelen als je in de professorenkamer staat,
en wordt aangekeken door zo’n 30 hoogleraren,
bij wie er geen glimlach of bemoedigend knikje van af kan.
Alsof ze zeggen: ‘je bent gezakt.’

dia 2 – kunstwerk
Laten we dus maar snel naar de leukere delen van het museum gaan.
Het hoogtepunt is toch wel de zolder,
waar 2 ‘mechanische meesterwerken’ worden tentoongesteld.
Een enorme miniatuurkermis,
en een kunstwerk waar een bijbelverhaal over koning Salomo wordt nagespeeld.
Over die laatste wil ik het even hebben.

Dit kunstwerk is gemaakt door een zekere Jan Elzinga,
en in het museum wordt het een ‘mechanisch kunstwerk’ genoemd.
Ik zou er ook geen betere naam voor kunnen vinden.
Het lijkt wat op een poppenkast of marionettenshow,
maar dan zonder dat mensen de poppen moeten bewegen:
daar zorgt de techniek voor.

Een elektromotor drijft de boel aan,
en via een heel stelsel van overbrengingen
komen de poppen in het kunstwerk in beweging.
In 35 minuten wordt het verhaal nagespeeld
van 2 vrouwen die bij koning Salomo komen
en ruzie hebben over een kind: van wie is het kind?
En dat dus allemaal mechanisch!

Elzinga bouwde dit meesterwerk rond 1900,
had een speciale kist om het in te vervoeren,
en trok daarmee, per trein, het land door,
om zijn voorstelling overal uit te voeren.
Zelfs de koningin, Wilhelmina, kwam kijken!
Maar na verloop van tijd had iedereen het wel gezien,
35 minuten was ook wel wat lang voor dit verhaal,
en nog belangrijker: de bioscoop rukte op,
en daar was het spektakel nog veel groter dan bij dit kunstwerk.

dia 3 – Jezus vult je leegte
Mensen blijven altijd op zoek
naar dingen die nog spectaculairder zijn.
Eigenlijk best een triest verhaal: is het nou nooit ons goed genoeg?
Er is een leegte die we proberen te vullen, maar het lukt maar niet.
Maar dan zegt Jezus, in Johannes 6:35:
‘Ik ben het brood dat leven geeft.
Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben,
en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’
Anders gezegd, en dat is ook het thema:
Jezus vult je leegte.

1. Een hongerig hart
dia 4 – waar het om gaat: rusteloos en leeg gevoel
Want in Johannes 6 gaat het niet zozeer over eten en drinken.
Ja, Jezus noemt zichzelf het brood,
maar de honger waar Jezus het over heeft,
is een andere honger dan wanneer je een tijdje niet hebt gegeten.
Het is niet zo dat je als christen nooit meer hoeft te eten
omdat je als je in Jezus gelooft nooit meer last hebt van een rammelende maag.
Jezus heeft het over een diepere honger, de honger van het hart.

Maar wat is dat dan?
Het heeft te maken met het voelen van een leegte in je.
Je mist iets in je leven, iets om vóór te leven.
Het leven gaat z’n gangetje,
maar wat stelt jouw leven eigenlijk voor, wat heeft het voor zin?
Is dit alles, is dit leven?
Het is een rusteloos, ontevreden, gejaagd gevoel.
Je kunt niet even stilstaan,
want dan verveel je je, en wordt je gek van jezelf.

dia 5 – onze manieren om de honger te stillen (bingewatchen)
Misschien herken je die honger van het hart,
misschien vind je het ook nog wat te vaag.
Wat veel minder vaag is,
is hoe wij proberen dat gevoel van leegte op te lossen.
Dat kan werkelijk van alles zijn.
Ik heb het al eens eerder genoemd: bingewatchen.
Niet 1 aflevering van een tv-serie kijken,
maar direct de halve serie op 1 avond.
Het viel mij laatst op dat de Nederlandse Publieke Omroep
er zelfs reclame mee maakt:
de beste series om te bingewatchen…
De hele avond kijk je tv, maar waarom?
Is het misschien omdat je vlucht voor een leeg gevoel?
Maar het kunnen ook hele andere dingen zijn.
Eten bijvoorbeeld: dat eten, en vooral ook goed eten,
of dat nu gezond of lekker of milieubewust is,
dat eten zo belangrijk voor je is, dat het een levensdoel wordt.
Nog duidelijker is het bij verslavingen:
roken, seks, drugs, gamen,
maar ook de verslaving aan complimenten, werk of geld uitgeven:
waar loop je voor weg?

De oude Romeinen zeiden het al: ‘geef het volk brood en spelen.’
We moeten vermaakt worden om een leegte te verstoppen.
We hebben Jan Elzinga’s nodig, met hun voorstellingen,
bioscopen en Netflix, en misschien nog wel heftiger.
Want je hart heeft honger.

dia 6 – Johannes 6: mensen op zoek naar sensatie
Dat is precies de reden dat in Johannes 6 zo veel mensen bij Jezus zijn.
Ze zoeken een verzetje, wat sensatie.
Ze hebben Jezus aan het werk gezien, en dat was veelbelovend.
Dat wordt aan het begin van Johannes 6 beschreven:
de mensen hebben gezien wat voor wonderen Jezus heeft gedaan,
en komen daarom achter hem aan.
Er is wel een probleem: ze hebben geen eten meegenomen.
Maar gelukkig: van 5 broden en 2 vissen deelt Jezus uit.
Iedereen heeft genoeg: er blijft zelfs over!
Zo’n wonder is precies wat de mensen zo trekt in Jezus.

dia 7 – Victor
Dus de volgende dag zijn ze er weer, op zoek naar nog meer sensatie.
En Jezus doorziet het.
‘Jullie komen niet voor mij.
Jullie zien de wonderen die ik doe,
maar zien de God die erachter zit over het hoofd.’
De mensen behandelen Jezus als een soort rondtrekkende Victor Mids,
iemand die de meest waanzinnige trucs kan doen,
en waar je niets van wilt missen.
Want hun hart heeft honger!

2. Jezus is Gods ‘superfood’
dia 8 – Jezus is Gods ‘superfood’
Maar Jezus is geen illusionist.
Het volk kan dan wel brood en spelen zoeken,
dat is niet waar Jezus voor gekomen is.
De mensen zoeken het verkeerde,
en daarom zegt Jezus: ‘ik ben het brood dat leven geeft.’

dia 9 – superfood
In de supermarkt, of speciale gezondheidwinkels, kun je het tegenkomen:
een schap vol met ‘superfoods’.
Geen gewoon eten, maar extra gezond en voedzaam.
Gojibessen, chiazaad, zeewier, en meer van dat soort exotische dingen.
Maar ook gewonere dingen zoals boerenkool en tomaten horen erbij.
Jezus, zou je kunnen zeggen, is Gods superfood.
Veel beter dan al die dingen waarmee wij ons hongerige hart voeden.
Jezus als levensbrood is zo voedzaam,
dat als je er van eet, je nooit meer honger zult hebben!
Dát is nog eens superfood!

dia 10 – wij krijgen steeds weer honger
Het geeft direct ook het probleem aan
van de dingen waarmee wij onze honger proberen te stillen.
Ze kunnen wel even dat gevoel van leegte, die onrust, wegnemen,
maar het komt altijd weer terug.
Sterker nog: wat je eerst voedzaam vond,
geeft na verloop van tijd steeds minder voldoening,
dus het moet steeds heftiger.
Eerst was dat kunstwerk van Salomo’s oordeel een belevenis,
maar toen de bioscoop oprukte, had dat kunstwerk afgedaan.
En wat is er, juist in onze wereld, enorm veel te beleven!
Virtual reality, wereldreizen, extreme sporten –
je moet het allemaal een keer gedaan hebben.
En dan steeds net weer een schepje er bovenop.
Want uiteindelijk krijg je steeds weer honger.

Jesaja profeteert daar al over.
Luister maar naar Jesaja 55:2:
‘Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is,
je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?’
Wij jagen maar door, maar wat levert het op?
Komen we echt tot rust, tot onze bestemming,
in al de dingen die de wereld aan brood en spelen biedt?
Maar Jesaja gaat verder:
‘luister aandachtig naar mij, en je zult ruimschoots te eten hebben
en genieten van een overvloedig maal.’

dia 11 – Jezus vult je echt
Dát is Jezus, en ik denk dat als Jezus zegt dat hij het brood van het leven is,
hij deze tekst uit Jesaja ook in het achterhoofd heeft.
Jezus zegt: ‘ik vul je echt!
Ik ben veel beter voedsel dan die verzetjes waar jullie achteraan lopen.
Jullie proberen voor de leegte in je te vluchten.
Maar ik wil die leegte vullen.’
En let op: het brood dat Jezus geeft,
dat zijn niet de wonderen die Jezus doet,
niet de wonderlijke goocheltrucs waar de mensen achteraan lopen.
Jezus zegt ‘ík ben het brood.’
Net zoals hij later, in Johannes 14, zegt: ‘ík ben de weg.’
2 Weken geleden hadden we het erover:
Jezus wijst niet de weg, maar ís de weg.
Zo is het hier ook: Jezus geeft geen brood, maar is zelf het brood.

Dat is natuurlijk een raadselachtige uitspraak.
Verderop werkt Jezus het iets meer uit.
Het brood waar hij het over heeft, dat is zijn lichaam.
Jezus zal zijn leven geven,
om een nieuwe relatie met God mogelijk te maken.
Jezus zal sterven en in een nieuw leven opstaan,
en zo het patroon doorbreken van een mensheid die zich heeft overgeleverd aan het kwaad.
Door Jezus mag jouw oude mens sterven,
en mag je opstaan in een nieuw leven, een leven met God.

dia 12 – echt leven is verbonden zijn met God
Want dát is het echte leven.
Jezus zegt het ook: ‘wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.’
‘Eeuwig leven’ – dat gaat niet alleen over dat het leven eindeloos is.
Eeuwig leven is in de bijbel altijd dat je met God verbonden bent.
Je bent gemaakt om op God aangesloten te zijn,
en zo lang je dat niet bent, zul je dat rusteloze gevoel houden.
Dat hongerige hart hoort niet bij het leven, maar bij de dood.
Echt leven is leven met God.
Voor dat leven is Jezus het brood.
Brood: dat is een eerste levensbehoefte.
Zonder te eten kan niemand leven.
Zo is Jezus ook: van levensbelang.
Als je dít brood eet krijg je echt leven!

3. Is er geen ander brood?
dia 13 – is er geen ander brood?
Dat zegt Jezus.
Maar is het echt zo?
Is hij het enige brood dat je honger kan stillen?
Klopt het wel dat alleen hij de leegte vult?
Is er geen ander brood?

dia 14- Jezus als brood roept weerstand op
Niet voor niets roept Jezus’ verhaal grote weerstand op bij de Joden.
Ik moet zeggen: Jezus probeert zijn boodschap ook niet vriendelijk te verpakken.
Moet je horen: ‘als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u.’
Nee, natuurlijk bedoelt Jezus niet dat we als kannibalen moeten aanvallen,
maar hij zegt het wel bewust op deze schokkende manier!
Waarbij je ook nog moet bedenken
dat het voor de Joden nog veel schokkender was dan voor ons.
Joden hadden hun voedselwetten, en 2 hoofdpunten daarvan zijn
dat je geen rauw vlees eet en dat je geen bloed drinkt.
In de woorden die Jezus kiest sluit hij precies bij die regels aan,
en lijkt het alsof Jezus die regels aan zijn laars lapt.
Maar Jezus zegt het expres op deze manier
om binnen te komen bij die mensen die trucjes willen zien
en achteraf met hun vrienden bespreken hoe interessant het wel niet was.
Jezus wil niets minder dan dat ze hém aannemen.

Maar dat heeft wel een hoge prijs.
Eten van het brood dat leven geeft
is zeggen: de dood van Jezus is nodig om mij leven te geven.
Daar moet je dus wel je trots voor opzij zetten.
Het is nogal vernederend.
Eigenlijk zeg je ermee: ‘ik ben verantwoordelijk voor het onrecht dat Jezus is aangedaan.’
Prachtig dat Jezus het brood is,
maar om het te eten moet je jezelf, met al je pretenties, opgeven.
Ook daarom lijkt het me niet zo gek de vraag te stellen:
is er geen ander brood?

dia 15 – maar: Jezus is de enige die je aan God verbindt
Vaak lijkt dat er in ieder geval wel te zijn.
Laten we niet doen alsof christenen gelukkig zijn,
terwijl wie geen christen is steeds die leegte voelt.
Nee: christenen kunnen die leegte net zo goed voelen,
en hun toevlucht nemen tot aards brood.
Net zo goed kunnen niet-christenen heel gelukkig zijn,
en niet het gevoel hebben dat er iets in hun leven mist.

Tóch geloof ik dat er uiteindelijk geen ander brood is dan Jezus.
Als het klopt dat we gemaakt zijn om met God te leven,
om aangesloten te zijn op onze maker,
als het klopt dat de honger die wij hebben een honger naar God is,
dan is Jezus écht de enige die je kan vullen.
En dat geloof ik!
Zonder God kunnen wij het heel aardig voor elkaar hebben,
je kunt er een heel eind mee komen in het leven,
maar uiteindelijk mis je het belangrijkste.
Augustinus, een kerkleider uit de 4e en 5e eeuw, zei het zo:
‘onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in u.’
Dat is precies wat christenen door de eeuwen hebben ervaren:
écht leven is leven in verbondenheid met God.

4. Eet van het levensbrood
dia 16 – eet van het levensbrood
Dus wil je leven, écht leven,
wil je dat die knagende onrust in je verdwijnt?
Eet dan van het levensbrood!

dia 17 – laat Gods geschenken niet Gods plaats innemen
Dat betekent niet dat je moet stoppen met al die andere dingen die ik noemde.
Een avond op de bank hangen en series kijken: prima.
Aandacht besteden aan goed eten: niets mis mee.
Seks, geld, werk: bij goed gebruik zijn het prachtige cadeaus van God!
Het gaat er niet om dat je als christen nergens meer van zou mogen genieten,
omdat je pas van Jezus écht gelukkig wordt.
Nee: geniet van de mooie dingen in het leven die God geeft!
Als je maar niet verwacht dat die dingen de honger in je hart kunnen wegnemen.
Laat al die mooie dingen van God niet in de plááts van God komen.
Dat je pas gelukkig bent als… nou ja, noem maar op.
Nee, de basis is dat je echt leeft als je met God leeft,
en dan mag je met een gerust hart van zijn geschenken genieten.

dia 18 – geloof ‘in’ Jezus: omarm hem!
Maar wat is dat dan, eten van het levensbrood?
Jezus legt het zelf al uit, nog voor hij zegt dat hij het brood is:
‘dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft.’
Geloven in Jezus dus – dat is alles!
Maar ‘geloven in’ is wel meer dan ‘geloven dat’:
je kunt geloven dat Jezus geleefd heeft,
is gekruisigd, is opgestaan en op een dag terug komt: je houdt het voor waar.
Geloven ‘in’ gaat verder: je eet het levensbrood,
je omarmt wie Jezus is, je maakt het je eigen.
Net als brood: je kunt er naar kijken,
maar daar wordt je honger niet minder van.
Dan kun je het maar beter eten!
Geloven in Jezus is niet alleen kijken, maar ook eten.

En dan hoop ik dat je iets proeft wat naar meer smaakt.
Dat je iets proeft van het echte leven.
Dat je je minder leeg voelt, je honger en rusteloosheid gestild worden.
Dat je ervaart dat Jezus je echt geluk geeft,
en dat je al die andere mooie dingen kunt relativeren.
Jezus zegt: ‘ik ben het brood dat leven geeft.’
Eet jij van dit hemelse brood?
Amen.




Johannes 15:5 | Vruchtbaar geloven

Christen zijn is niet hetzelfde als afwachten. Nu Jezus bij zijn Vader is, gaat hij door met zijn werk door zijn volgelingen heen. Als je aan Jezus verbonden bent, draag je vrucht. Dat is dan ook het geheim van een bloeiend geloofsleven en een aantrekkelijke kerk: blijf dicht bij Jezus!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Psalm 95 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: NLB Gezang 656 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels: Galaten 5 : 13 – 26
Zingen: GKB Gezang 164 (canon)
Lezen: Johannes 15 : 1 – 17
Zingen: NLB Psalm 80 : 4, 6 en 7
Preek over Johannes 15 : 5
Zingen: NLB Gezang 838 : 1, 3 en 4
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 710
Zegen

Vruchtbaar geloven

Inleiding
dia 1 – ziek
3 Weken geleden was ik ziek.
De griep die half Nederland al geveld had, kreeg ook mij in z’n greep.
Dus ik was heel erg zielig – vraag maar aan mijn vrouw…

Nu duurde die griep wel erg lang.
Ik ben wel eens 1 of 2 dagen ziek,
maar dat ik een hele week het liefst in bed lig,
dat heb ik volgens mij nog nooit eerder meegemaakt.
Dus toch maar eens de huisarts gebeld voor een afspraak – wat ik ook nooit doe.
Maar het was een vruchtbaar bezoekje.
Binnen 5 minuten stond ik weer buiten,
mét een recept voor een antibiotica-kuurtje.
Thuis ben ik direct met de kuur begonnen,
en tot mijn grote verbazing voelde ik me binnen een uur weer lekker,
na een week waarin mijn hele lichaam zeurde.
Natuurlijk, ik was er nog niet,
ik was blij dat ik nog even rustig aan kon doen om wat aan te sterken,
maar vanaf mijn bezoek huisarts was de stijgende lijn ingezet.

Het lijkt me dat je het daar als huisarts ook voor doet.
Het is fijn als je werk resultaat heeft.
Liever zo dan dat ik na een week weer op het spreekuur zou verschijnen
met de mededeling dat het allemaal niets heeft geholpen.
Resultaat is mooi!

dia 2 – leren
Je gaat ook niet een avond, misschien zelfs tot diep in de nacht,
leren voor een belangrijke toets
om vervolgens een 3,5 te halen.
Natuurlijk, dat kan gebeuren, en dat is balen.
Dan heeft jouw blokken helemaal geen zin gehad.
Als je toch een nacht doorhaalt om te leren,
dan wil je ook wel graag resultaat zien.

dia 3 – vruchtbaar geloven
Resultaat: daar heeft Jezus het ook over.
Dat lees je in Johannes 15:5:
‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.
Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.
Maar zonder mij kun je niets doen.’
Als wij in Jezus blijven, gebeurt er iets: we dragen vrucht!
In Jezus geloven werkt iets uit, heeft resultaat.
Daarom is het thema vanmorgen: vruchtbaar geloven.

1. Verlangen naar vrucht
dia 4 – verlangen naar een bloeiend geloof
‘Blijf in mij’, zegt Jezus, ‘dan zul je vrucht dragen.’
Wat een heerlijke belofte is dat!
Ik denk dat iedereen die in Jezus gelooft hier wel naar verlangt.
Zoals een huisarts blij is als zijn behandeling resultaat heeft,
zoals je blij bent als je na een nacht blokken ook een hoog cijfer haalt,
zo wil je als volgeling van Jezus ook vrucht dragen.

In je persoonlijke leven.
Dat je merkt dat geloven je een ander mens maakt.
We hebben uit Galaten 5 gelezen over de vrucht van de Geest.
Over liefde, vreugde en vrede,
over geduld, vriendelijkheid en goedheid,
over geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Wat is het heerlijk als je bij jezelf steeds meer van die vruchten ziet.
Dat je bijvoorbeeld een driftkikker bent, dat is nu eenmaal je karakter,
maar dat je merkt dat je jezelf steeds beter kunt beheersen.
Of dat je een somberaar bent,
maar je merkt dat geloven in Jezus je vreugde geeft,
en dat daardoor je sombere inslag je leven niet beheerst.
Helemaal mooi is het als anderen dat ook aan je zien:
‘wat is dat aan jou, dat je zo’n rust over je hebt?
Kun je mij leren hoe ik dat ook kan krijgen?’

Ook als gemeente verlangen we naar vrucht.
We willen graag een bloeiende, groeiende, levendige en aantrekkelijke gemeente zijn.
Een gemeente waar het helemaal geen vraag is
of je op zondag wel of niet naar de kerk gaat,
omdat het zo fijn is er te zijn dat je het echt ziet als het hoogtepunt van je week.
Dat je geen betere manier kunt bedenken om de week te beginnen
dan samen te zijn met de gemeente.
Een gemeente waar je ook niet op het laatste moment nog binnenkomt,
maar waar je het liefst een half uur voor de dienst er al bent,
omdat je zo graag andere gemeenteleden ontmoet,
en dat het dan zo goed is samen dat de dienst maar een kwartiertje later begint.
Een gemeente waar we elke week gasten mogen verwelkomen,
die zich direct thuis voelen omdat de sfeer goed is.
Een gemeente die onmisbaar is voor je geloof,
en waar je enthousiast over vertelt aan anderen.

dia 5 – vrucht: laten delen in Gods liefde
Want dát is vrucht dragen.
Als wij vrucht dragen, dan is de liefde in alles te proeven.
In het gedeelte dat we uit Johannes 15 lazen,
heeft Jezus het eerst over vrucht dragen, en daarna over liefde.
Daar komt vrucht dragen uiteindelijk op neer:
blijf in de liefde van Jezus, heb elkaar lief.
Geen gemakkelijke opdracht, want Jezus vertelt hoe ver die liefde gaat:
‘er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’
En dat is voor Jezus geen grootspraak: het is precies wat hij gaat doen.
Liefde is dé vrucht, ook in Galaten 5:
al die vruchten van de Geest beginnen met de liefde.

Maar die liefde is niet alleen naar binnen toe,
dat je het als gemeente goed hebt met elkaar,
maar de buitenwereld op afstand houdt.
Jezus zegt juist:
‘ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen.’
Op weg gaan: dat zegt Jezus vaker als hij zijn leerlingen er op uitstuurt
om de wereld te vertellen over het koninkrijk van God.
Vrucht dragen is ook dat die liefde van Jezus naar buiten gaat.
Dat Gods liefde door jou heen anderen bereikt.
Dat we een gemeente zijn waar mensen in aanraking komen met Jezus,
dat we uitstralen hoe goed het is met Jezus te leven.
We zijn een vruchtbare gemeente als mensen tot geloof komen.

dia 6 – of is het allemaal voor niets geweest?
Jezus zegt dit allemaal als de vrucht verder weg lijkt dan ooit.
Het is donderdagavond.
Eerder die avond hebben Jezus en zijn leerlingen gegeten.
Na het eten ontstond er een heel gesprek aan tafel – dat is Johannes 14.
Aan het einde van dat hoofdstuk zegt Jezus: ‘kom, laten we hier weggaan.’
Ik houd het er maar op dat ze dat inderdaad hebben gedaan,
dat ze hun sandalen hebben aangetrokken voor een avondwandeling.
Ze gaan op weg naar de olijfgaard – het einde tegemoet.
Want dat is het: in de olijfgaard zal Jezus gearresteerd worden,
en dan is het afgelopen.
Is het dan allemaal voor niets geweest?
Het lijkt erop dat Jezus’ eigen leven vruchteloos blijft.
Hij heeft zijn best gedaan, hij heeft ook een beweging op gang gebracht,
maar dat wordt nu vroegtijdig ten einde gebracht.
Juist nu lijkt het dat het leven van Jezus zinloos is geweest, zonder resultaat.

Tijdens die laatste avondwandeling begint Jezus over de wijnstok en de vruchten.
Precies wat de leerlingen nodig hebben.
Ze hebben 3 jaren van hun leven aan Jezus gegeven.
Jaren waar ze ook heel wat andere dingen hadden kunnen doen.
Bouwen aan een carrière, bouwen aan een huis, bouwen aan een gezin.
Maar dat hebben ze allemaal op een lager pitje gezet,
want Jezus had op hen een onweerstaanbare aantrekkingskracht.
Wat hebben ze deze jaren veel geleerd – ze hadden ze nooit willen missen.
Maar is het nu voorbij?
Eindigt het in een grote domper,
en moeten ze na de onvermijdelijke dood van Jezus
weer terug naar het leven zoals het was voor Jezus kwam?

2. Vruchtbaar geloven
dia 7 – Jezus is de wijnstok: visitekaartje van God (wijnstok)
En dan zegt Jezus: ‘nee!
Het wordt allemaal anders, zeker weten.
Ik ga terug naar mijn Vader.
Het zal niet meer zo worden als de afgelopen 3 jaren.
Maar die jaren waren nog maar het begin!
De beweging die ik in gang heb gezet, stopt niet.
Door jullie heen ga ik verder met mijn werk!’

Jezus vergelijkt zichzelf met een wijnstok, een druivenplant.
Misschien wel omdat ze tijdens hun avondwandeling langs een wijngaard liepen,
en Jezus aan de hand van de wijnstokken die iedereen daar ziet
nog eens uitlegt wie hij is.
Jezus is niet zomaar een wijnstok, maar de wáre wijnstok.
In de bijbel, in het Oude Testament,
wordt Israël op verschillende plaatsen met een wijnstok vergeleken.
Bijvoorbeeld in Psalm 80, waar we al uit zongen.
Als je in Amsterdam een van de vele souvenirwinkels binnenloopt,
vindt je overal tulpen, klompen en molens – en wiet.
Dat zijn onze nationale symbolen.
In de souvenirwinkels van Jeruzalem staat alles in het teken van de wijnstok.

Maar die wijnstok is wel een pijnlijk symbool.
In Jesaja 5 gaat het over hoe teleurgesteld God is in zijn wijngaard.
Het was Gods bedoeling dat Israël dicht bij God zou leven,
dat het leven in Israël daardoor goed zou zijn,
en dat andere volken daardoor aangetrokken zouden worden tot Israëls God.
Maar daar is bitter weinig van terecht gekomen.
Israël had moeten bloeien, en zo een visitekaartje van God moeten zijn,
maar volgens Jesaja 5 hangen er slechts wrange druiven.
Van deze wijngaard wil je geen wijntje!

Maar Jezus is de wáre wijnstok.
Eentje waar heerlijke druiven aan hangen!
Jezus wordt gedreven door de liefde van de Vader,
en iedereen, zelfs Jezus’ vijanden, merkt dat aan hem.
Jezus wijst steeds naar de Vader,
nodigt steeds uit om de Vader te eren.
Jezus is hét visitekaartje van God.

dia 8 – Jezus draagt vrucht door zijn volgelingen heen
Uniek aan deze ik-ben-uitspraak van Jezus,
is dat hij niet alleen ‘ik ben’ zegt, maar ook ‘jullie zijn’.
Jezus is de wijnstok, zijn leerlingen, zijn volgelingen,
en daar horen Jezus’ volgelingen vandaag net zo goed bij, zij zijn de ranken.
Nu moet ik bekennen dat ik van plantenkunde niet zoveel verstand heb,
en ik me bij ranken dus niet echt een goede voorstelling kan maken.
Ik heb nog geprobeerd op internet uit te zoeken hoe dat zit,
maar ik ben er weinig wijzer van geworden…
Toch denk ik dat het beeld wel duidelijk is:
druiven groeien niet direct aan de stam, daar zit altijd nog iets tussen.
Dát zijn de volgelingen van Jezus.

Het leven van Jezus is niet vruchteloos,
ook niet als hij na Pasen teruggaat naar zijn Vader.
Jezus draagt vrucht door zijn volgelingen heen.
De verbondenheid tussen Jezus en zijn leerlingen blijft,
ook al is het anders dan het in de afgelopen 3 jaren was.
Als wij aan Jezus verbonden blijven,
dan stroomt de liefde van Jezus door ons heen,
en dan worden de vruchten van Jezus werk in ons zichtbaar.
In je eigen leven: dat je steeds meer op Jezus gaat lijken.
En in de gemeente: dat we een bloeiende gemeente zijn.

Er zit wel een andere kant aan.
Een harde kant ook.
Er zijn ranken die geen vrucht dragen.
Gelovigen, aan wie niet te merken is dat ze bij Jezus horen,
waar Jezus liefde niet doorheen stroomt.
Kerken, die in zichzelf gekeerd zijn.
Dan zegt Jezus: ‘zulke ranken, daar heb ik niets aan.
Ze zitten alleen de groei van de andere ranken maar in de weg.’
Deze ranken worden afgesneden van de wijnstok.
Vrucht dragen is voor christenen niet een extraatje,
iets voor de Jesus-freaks onder ons.
Als je als christen geen vrucht draagt, dan is er iets goed mis!

dia 9 –uiteindelijke doel: de grootheid van de Vader
Het christelijk geloof wordt wel eens vertekent.
Alsof het er om gaat dat je in Jezus gelooft,
dat hij is gekruisigd en opgestaan,
dat daardoor jouw zonden worden vergeven
en je in de hemel mag komen, het einddoel.
En op zich is dat nog waar ook,
maar het is wel een verknipt, een half evangelie.
Jezus zet het in Johannes 15 anders neer.
Geloven in Jezus is veel meer dan bepaalde dingen voor waar houden.
Het is in Jezus blijven, innig aan hem verbonden zijn.
Als dat zo is, dan draag je vrucht.
En dan komt er een heel ander einddoel, vers 8:
‘de grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden
wanneer jullie veel vrucht dragen.’
Hét doel is de grootheid van de Vader!

Daarom is het ook zo pijnlijk als onder christenen geen liefde te proeven is:
dan zijn we niet bepaald een aanbeveling voor de Vader.
Maar dragen we vrucht, als christen en als gemeente,
dan is dat niet alleen mooi voor ons,
omdat dat een fijne, positieve sfeer geeft,
maar geven we vooral de Vader eer!

3. Zelf aan de slag?
dia 10 – zelf aan de slag?
Nu heb ik vorige week juist gezegd
dat geloven geen kwestie is van stappenplannen.
Jezus zegt: ‘ik ben de weg’ –
dat betekent dat, hoe hard we het ook proberen,
we met alles wat wij doen niet dichter bij God komen.
Er is maar één manier: dicht bij Jezus leven, die je bij God brengt.
Moeten we nu toch weer zelf aan de slag?

dia 11 – een opdracht, maar vooral een belofte!
Jezus geeft zeker opdrachten.
‘Blijf in mijn liefde.’
‘Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben.’
‘Ik draag jullie op om op weg te gaan en vrucht te dragen.’
Maar het zijn geen dingen om zelf mee aan de slag te gaan.
Jezus zegt ook: ‘zonder mij kun je niets doen.’
Het begint met het dicht bij Jezus blijven!
En als je dat doet, gebeurt er wat.
Dat is een opdracht, zeker, maar het is nog meer een belofte.
Jezus zegt: ‘als iemand in mij blijft en ik in hem,
zál hij veel vrucht dragen.’
Jezus zegt dus niet dat je dan veel vrucht móet dragen,
maar dat het zal gebeuren!
Laat Jezus’ liefde binnenkomen, dan zal het je in beweging zetten.

4. Het geheim van vrucht
dia 12 – het geheim van vrucht
Het is fijn om resultaat te zien,
en het is ook de bedóeling dat christenen vrucht dragen.
Het verlangen naar dat je meer op Jezus gaat lijken,
het verlangen naar de vrucht van de Geest,
het verlangen naar een bloeiende, aantrekkelijke gemeente:
dat is een goed verlangen.
Maar wat is het geheim?

dia 13 – het begint met dicht bij Jezus blijven
Wij hebben vaak de neiging het te zoeken in vormen en plannen.
En er is helemaal niets mis mee
om met enige regelmaat bestaande vormen kritisch tegen het licht te houden.
Zijn we nog op de goede weg,
of doen we de dingen zo omdat we ze altijd zo gedaan hebben?
Soms moeten dingen veranderen,
soms moet je gewoon actie ondernemen.

Maar het geheim van vruchtbaar geloven
is zo eenvoudig, en tegelijk zo moeilijk:
blijf heel dicht bij Jezus Christus.
Als wij een bloeiende gemeente willen zijn
en het zoeken in vormen en actieplannen,
dan zitten we op het verkeerde spoor.
Het begint met dat we hecht aan Jezus verbonden zijn.

dia 14 – 1. laat je snoeien (snoeischaar)
Daarover nog 2 dingen.
Het eerste: soms moet er gesnoeid worden.
Jezus zegt: ‘elke rank die vrucht draagt, snoeit mijn Vader bij.’
Bij een druivenplant kan het zijn
dat er zoveel bladeren zijn, dat de druiven in de schaduw hangen.
Dat kan ook in je leven als christen gebeuren:
dat er zoveel dingen in je leven zijn die jij belangrijk vindt,
dat alle energie daarheen gaat, en je nauwelijks vrucht draagt.
Je gaat op in je werk, je probeert je leven onder controle te houden,
je zit vol zorgen, je voelt druk om uit het leven te halen wat er in zit:
allemaal dingen waardoor je vruchten in de schaduw komen.
Laat je dan snoeien!

dia 15 – 2. houd Jezus’ woorden vast
Het tweede: Jezus verwijst naar zijn woorden en zijn geboden,
dat is waar je in moet blijven.
Dat is al iets tastbaarder dan ‘blijf in mij’.
Blijf bij wat Jezus heeft gezegd, wees daarmee vertrouwd.
Zoals ik ergens las:
‘richt je leven zo in dat je jezelf geen dag de kans geeft Jezus te vergeten.’

Blijf in Jezus – dat is het geheim van een vruchtbaar geloof.
Dat is het geheim van een bloeiende kerk.
Dan wordt de grootheid van de Vader in ons zichtbaar.
Amen.




Johannes 14:6 | Weg met je stappenplannen!

Voor alles maken we stappenplannen. Naar elk levensdoel is een stappenplan te bedenken. Maar kun je met een stappenplan ook dichter bij God komen? ‘Nee’, zegt Jezus, ‘ík ben de weg.’ Geen stappenplannen, maar Jezus!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 369
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: OB Psalm 42 : 1, 3 en 5
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels
Zingen: NLB Psalm 130c
Lezen: Johannes 13 : 31 – 14 : 21
Zingen: GKB Psalm 1 : 1, 2 en 3
Preek over Johannes 14 : 6
Zingen: NLB Gezang 622 : 1, 4 en 5
Kinderen terug
Onderwijs avondmaal
Luisterlied: Opwekking 797
Viering avondmaal
Zingen: NLB Gezang 405 : 1 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

Weg met je stappenplannen!

Inleiding
dia 1 – checklist
Wie mij een beetje kent, weet dat ik een groot liefhebber van structuur.
Ik kan niet ergens aan beginnen
en dan maar zien waar het schip strand:
ik heb een systematische aanpak nodig.

Daarom vind ik het heerlijk
om op vrije avonden te priegelen met modelbouwpakketten.
Natuurlijk, je kunt zo’n doos openmaken,
de onderdelen uit het raam duwen
en op goed geluk de boel in elkaar lijmen.
Dat kan, maar dat is niet slim.
Met een systematische aanpak kom je veel verder.

Dus begin ik met de bouwtekening.
Het eerste uur van het bouwen van mijn locomotief
besteed ik aan het grondig bestuderen van de tekening.
Ik wil eerst snappen wat er gebeurt, voor ik er zelf aan begin.
Vervolgens maak ik mijn eigen plan,
want ik ben wel zo eigenwijs
dat ik het met enige regelmaat beter weet dan de tekeningen…
Ik draai de volgorde wat om,
en bedenk welk onderdeel wanneer geverfd moet worden.
Als ik dat hele stappenplan in mijn hoofd heb,
ben ik er eindelijk aan toe de eerste onderdelen aan elkaar te lijmen.
Heerlijk, zo’n gestructureerd project!

dia 2 – weg met je stappenplannen
Vandaag gaat het over stappenplannen.
Ik houd daar van: je weet precies waar je aan toe bent.
Thomas houdt daar ook van.
Hij vraagt Jezus naar de weg om bij de Vader te komen.
En dan krijgt Thomas een raadselachtig antwoord.
Johannes 14:6: ‘Jezus zei: “ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.”’
Jezus geeft Thomas geen stappenplan, maar wijst op zichzelf.
Daarom is het thema vanmorgen: weg met je stappenplannen!

1. Stappenplannen
dia 3 – situatie: een gesprek over de tijd na Pasen (bord op schoot)
Jezus doet die uitspraak, ‘ik ben de weg, de waarheid en het leven’,
op de laatste avond met zijn leerlingen.
Ze zitten aan tafel, en natuurlijk niet alleen om te eten.
Als je met vrienden eet,
dan ga je niet met je bord op schoot voor de tv zitten.
Dan leg je juist je telefoons opzij,
eventueel spreek je een ludieke straf af
voor degene die als eerste de verleiding niet kan weerstaan
toch op zijn telefoon te kijken,
en je maakt tijd om met elkaar te praten.

dia 4 – (afbeelding weg)
Vanavond heeft Jezus zijn leerlingen heel wat te zeggen.
Jezus weet van alle veranderingen die eraan komen.
Nog een paar uur en Jezus wordt gearresteerd.
Jezus zal sterven, maar ook weer opstaan.
Vanavond is het moment om de leerlingen voor te bereiden
op de tijd na Pasen.

Er ontstaat een heel gesprek,
maar de leerlingen van Jezus begrijpen maar weinig van wat Jezus zegt.
Thomas, die zo graag duidelijkheid wil, kan er niets mee.
Waar gaat Jezus nou naartoe, en hoe kunnen zij daar komen?
Thomas vraagt naar de weg, naar een stappenplan:
hoe komen we weer bij u?

dia 5 – stappenplannen geven duidelijkheid (stappenplan)
Thomas is een Jood uit de eerste eeuw,
maar als westerling in de 21e eeuw had hij het ook niet slecht gedaan.
Want wat kunnen wij druk zijn met het plannen van onze levensweg!
Op school wordt je getraind om doelen te stellen,
en vervolgens een stappenplan te maken hoe je dat doel kunt bereiken.
Op al je levensdoelen kun je een stappenplan loslaten.
In onze samenleving zijn je mogelijkheden onbegrensd,
jij stippelt de weg uit naar je toekomst,
en voor die weg ben jij alleen verantwoordelijk.

Nu gaat het in Johannes 14 niet over algemene levensdoelen,
het gaat over de weg naar God, de Vader.
Maar ook op het vlak van godsdienst houden we van stappenplannen.
Dat verklaart ook een stukje van de populariteit van het Boeddhisme:
dat heeft gewoon een achtvoudig pad naar verlichting.
Heerlijk, zo’n stappenplan.
Net als met een bouwpakket: je begint gewoon met stap 1.
Maar ook christelijke boeken met stappenplannen doen het goed:
een beter gebedsleven in 10 stappen,
een betere leerling van Jezus worden in 40 dagen, enzovoort.

dia 6 – Thomas zoekt zo’n stappenplan
Als Thomas Jezus naar de weg vraagt,
zoekt hij zo’n antwoord: een stappenplan.
Dat past ook helemaal in het Jodendom.
‘De weg’ is daar een belangrijk thema.
Neem bijvoorbeeld Psalm 1:
er is een weg van rechtvaardigen en een weg van wettelozen.
En natuurlijk is het de bedoeling om op de goede weg te blijven!
Dat is de weg van Gods wet.
Zeker in de tijd van Jezus waren regels in het Jodendom heel belangrijk:
‘houd je aan Gods regels, houd je aan de extra regels, houd je aan nog meer regels,
en je bent op de goede weg: de weg naar God.’
Zo’n antwoord zoekt Thomas: een stappenplan.
‘Doe dit en dit en dit en dit, dan blijf je op de goede weg,
en zul je bij mijn Vader en mij zijn.’

2. Jezus in plaats van stappenplannen
dia 7 – de weg is geen stappenplan maar een persoon
Maar Jezus geeft niet het antwoord dat Thomas graag wil horen.
Geen stappenplan, maar: ‘ik ben de weg, de waarheid en het leven.’
Al die stappenplannen, Jezus schuift ze van tafel,
en in plaats daarvan schuift hij zichzelf naar voren: ‘ík ben de weg’.
Want de weg naar God is geen stappenplan,
wij kunnen niet allerlei stappen zetten om dichter bij God te komen.
Er is maar één weg, en dat is een persoon: Jezus Christus.

dia 8 – verdwaald
‘Ik bén de weg,’ zegt Jezus.
Dat is belangrijk: Jezus vertelt de weg niet, maar is zelf de weg.
Als je in een grote stad verdwaalt bent,
en je vraagt een voorbijganger naar de weg,
dan is de kans groot dat je na zijn derde aanwijzing
de draad al weer helemaal kwijt bent.
Jezus vertelt de weg niet, hij ís de weg.
‘Blijf bij mij,’ zegt Jezus,
‘ik ben voor jou gekruisigd en opgestaan.
Jij hoeft niets meer te doen, ik brengt je bij mijn Vader.’

dia 9 – Jezus heeft zich aan alle stappen gehouden
Niks geen stappenplannen dus.
En dat is maar goed ook, want geen mens kan zich aan die stappenplannen houden.
Dat merk ik al bij die bouwpakketten van mij:
hoe goed ik ook lees, ik maak altijd wel een fout.
Dat je zelf de weg van je leven uitstippelt,
dat klinkt mooi, maar in de praktijk krijg je te maken
met allerlei onvoorziene omstandigheden,
waardoor je weg heel anders loopt dan gepland.
En die stappenplannen om bij God te komen,
die werken gewoon niet!
De Joden deden zo hun best, met al hun regels,
maar 1 foutje, en je kon weer opnieuw beginnen…

Maar Jezus maakt geen foutjes.
Als ik Psalm 1 lees of zing,
dan zakt de moed me wel een beetje in de schoenen:
de rechtvaardige mens moet wel perfect zijn!
Dat ben ik dus niet – sorry…
Maar Jezus is het wel!
Alle wetten, alle regels, alles om heilig te zijn,
Jezus heeft zich eraan gehouden, Jezus heeft het gedaan!
Daarom is hij voor ons een nieuwe weg,
hoeven wij geen stappenplannen te volgen,
maar moeten we bij Jezus zijn.

dia 10 – genade: Gods Weg komt naar jou toe
Want het klinkt wel leuk, al die stappenplannen,
een beter gebedsleven in 10 stappen, dat vind ik heel aantrekkelijk,
maar het is genadeloos.
Stappenplannen leveren je over aan jezelf: jij moet er wat van maken.
En je weet hoe het dan gaat…
Je begint er vol goede moed aan,
met een beetje geluk kom je tot stap 5,
maar als je met stap 6 begint ben je stap 1 alweer vergeten,
en na een maand ben je weer terug bij af.
Een stappenplan is genadeloos, Jezus niet.
Jezus is de weg, de waarheid en het leven:
hij is de waarheid in eigen persoon en hij belichaamt het leven!

Het christelijk geloof gaat niet over alles wat wij moeten doen.
We hebben vorige week Pasen gevierd, en blijven het vieren:
juist daar wordt duidelijk dat Jezus zoveel meer is
dan een wijze man van vroeger aan wie je een voorbeeld kunt nemen.
Nee: hij is de nieuwe weg naar God!
Het christelijk geloof werpt je niet op jezelf terug,
niet jij moet een weg gaan, moet allerlei stappen volgen,
maar Gods weg komt naar jou toe!
Wanneer je in Jezus gelooft, is God nooit ver weg.
Dan hoef je niet naar hem toe te klimmen.
Jezus zegt: ‘dan zijn jullie in mij en ik in jullie!’

3. Doe je stappenplannen weg
dia 11 – doe je stappenplannen weg (prullenbak)
Ik voel me vaak een Thomas.
Thomas, die eerst niet kan geloven dat Jezus is opgestaan.
Thomas, de nuchtere man die snakt naar duidelijkheid.
Ik zou graag een stappenplan krijgen om dichter bij God te leven.
Ik zou graag willen dat geloven duidelijker is:
Jezus liefhebben, dat is zo vaag.
Zeg mij gewoon wat ik moet doen!
Maar hoe ik ook aan stappenplannen gehecht ben, Jezus is veel beter!
Stappenplannen lijken mooi, maar je moet het zelf doen.
Jezus zegt: ik doe het voor je, mijn genade is voor jou genoeg.
Dus zeg ik, tegen mijzelf en tegen jullie:
doe je stappenplannen toch weg!
Denk niet dat jij dichter bij God kunt komen
door hoe jij je best doet en de stappen volgt!

dia 12 – wees een ‘aanhanger van de Weg’
Weet je hoe de eerste christenen genoemd werden?
‘Aanhangers van de Weg’ – je komt het tegen in het bijbelboek Handelingen.
Doe je stappenplannen weg en wees een aanhanger van dé Weg.
Je komt niet bij de Vader door een stappenplan uit te voeren:
Jezus wil je bij de Vader brengen.
Geloof daarom in hem, vertrouw hem, leer hem steeds meer kennen.
Ga met Jezus om, leef met hem!
Want híj is de Weg.

(Vandaag mogen we hem ook ontmoeten in het avondmaal.
Daar mogen we 1 worden met onze Heer.
Daar mogen proeven van wat hij voor ons doet.)
Wij mogen onze stappenplannen in de prullenbak gooien,
want Jezus heeft alles al voor ons gedaan:
hij is de weg, de waarheid en het leven!
Amen.




Johannes 18-19 | De koninklijke weg

Wat laat Jezus’ weg naar het kruis zien? Van een afstandje lijkt Jezus het slachtoffer. Maar als je luistert naar wat Jezus zegt, hoor je een opmerkelijke kracht. Dit is de weg van een koning!
Voor wie deze meditaties in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com.

Liturgie
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 90 : 1
Gebed
Introductie
Lezen: Johannes 18 : 1 – 11
Meditatie 1: Jezus en de soldaten
Zingen: GKB Psalm 27 : 1 en 2
Lezen: Johannes 18 : 12 – 24
Meditatie 2: Jezus en Annas
Zingen: LvK Gezang 178 : 1, 6 en 7
Lezen: Johannes 18 : 25 – 40
Meditatie 3: Jezus en Pilatus I
Zingen: LvK Gezang 281 : 1, 3 en 4
Lezen: Johannes 19 : 1 – 16a
Meditatie 4: Jezus en Pilatus II
Zingen: LvK/GKB Psalm 2 : 1 en 4
Lezen: Johannes 19 : 16b – 30
Doven Paaskaars
Meditatie 5: Missie volbracht!
Zingen: GKB Psalm 22 : 13 en 14
Lezen: Johannes 19 : 31 – 42
Zingen: LvK Gezang 195 : 1, 4 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Gezang 192 : 1, 2, 5 en 6
Zegen

De koninklijke weg

Introductie
Vanavond staan we stil bij het evangelie van het kruis.
We luisteren naar het verslag van Johannes 18 en 19,
en denken daar in verschillende meditaties verder over na,
naar aanleiding van verschillende uitspraken van Jezus.
Van een afstandje lijkt het misschien dat Jezus een weerloos slachtoffer is.
Maar in de uitspraken van Jezus schuilt een opmerkelijke kracht.
Jezus is geen slachtoffer, maar de koning op weg naar zijn troon.
De weg van het kruis is de koninklijke weg!

Jezus en de soldaten
Ze hebben het zekere voor het onzekere genomen.
Vanavond zal Jezus niet ontsnappen.
De hogepriesters hebben een overmacht aan soldaten gestuurd
om er zeker van te zijn dat ze Jezus arresteren.
De ingangen van de Olijfgaard worden bewaakt,
voor het geval Jezus het in zijn hoofd mocht halen te vluchten.
Aan alles is gedacht, zelfs aan fakkels en lantaarns,
voor als Jezus zich in de tuin zou verstoppen.
Nee, dit kan niet meer mis gaan!

Of wel soms?
In de eerste confrontatie met Jezus wordt duidelijk hoe de verhoudingen liggen.
Jezus weet dat ze er aan komen,
neemt het heft in eigen handen, stapt op en af, en vraagt vriendelijk:
‘heren, zijn jullie naar iemand op zoek, kan ik jullie helpen?’
De soldaten zijn op hun hoede:
‘is dit hem nou of niet?
Hij lijkt op Jezus, maar hij zal toch niet zo stom zijn
om regelrecht onze armen in te lopen?’
Ze geven antwoord: ‘we zoeken Jezus uit Nazareth’.
Dan zijn ze aan het goede adres, en Jezus antwoordt: ‘ik ben het’.
Meteen vallen ze omver, op de grond.

Wat is dit?!
Ze waren nog wel met zo’n overmacht gekomen, zodat niets mis kon gaan.
maar nu heeft Jezus de touwtjes in handen!
Nu is er wel iets bijzonders met die woorden, ‘ik ben het,’ aan de hand.
Juist in Johannes komen die woorden ‘ik ben’ steeds terug.
‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ ‘ik ben de goede herder,’ enzovoort.
Steeds als Jezus ‘ik ben’ zegt, maakt hij zichzelf bekend.
Dan wordt iets van zijn majesteit zichtbaar.
Een verpletterende majesteit, die de soldaten op de grond werpt.
Tegenover Jezus zijn de machtige soldaten machteloos.

Maar Jezus loopt niet weg.
Eerder wel, in Johannes 8:
‘Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien.
Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.’
Dat kunstje had hij kunnen herhalen, maar hij doet het niet.
Hij wacht tot de soldaten weer zijn opgekrabbeld,
en het gesprek herhaalt zich: ‘ik ben het’.

Jezus neemt de leiding, en laat zich arresteren.
Daarbij bedingt hij nog een vrije aftocht voor zijn vrienden.
Maar zelf gaat Jezus met de soldaten mee.
Doelbewust: dit is de weg die hij gaan moet.
Hij moet de beker drinken die de Vader hem gegeven heeft.
De beker van vernedering, van lijden en van dood.
Want zo kan hij jou redden.

Jezus en Annas
Ook al heeft Jezus duidelijk laten merken dat hij heus niet zal ontsnappen,
toch wordt Jezus geboeid afgevoerd.
De eerste die hij te spreken krijgt is Annas,
een voormalig hogepriester.
Aan Annas de eer om Jezus aan het praten te krijgen.

Dat is nodig, want ze hebben niks.
Nou ja, ze hebben Jezus, maar er is geen aanklacht!
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat Jezus in de loop van de dag
alweer op vrije voeten gesteld moet worden.
Het is aan Annas Jezus te ondervragen, om te vissen naar strafbare uitspraken,
en dan de aanklacht klaar te maken.
Maar het oordeel ligt natuurlijk bij voorbaat al vast.

Annas wil je niet tegenover je hebben.
Hij kijkt dwars door je heen
met ogen waar werkelijk niets van af te lezen valt.
En je weet: hij kan met je doen wat hij maar wil,
je bent overgeleverd aan zijn genade,
en laat hij nou net niet om zijn genade bekend staan…

Maar Jezus is niet onder de indruk.
Zoals hij er bij zijn arrestatie boven stond, zo ook nu.
Annas stelt een algemene openingsvraag,
maar Jezus gaat er niet op in.
‘U weet toch wel waarom u mij hebt laten oppakken?
Ik heb geen geheimen, u vraagt naar de bekende weg.
U weet wie ik ben, u weet wat ik gezegd en gedaan heb,
dus waarom ondervraagt u mij nog?
En als u echt de aanklacht niet op orde hebt,
dan weet u toch wel dat niemand tegen zichzelf hoeft te getuigen?
Misschien kunt u beter andere getuigen oproepen!’

Jezus maakt duidelijk dat deze hele zitting niet deugt.
Maar daar laat hij het ook bij.
Jezus gaat niet in discussie.
Hij draagt geen redenen aan
waarom hij onmiddellijk vrijgelaten zou moeten worden.
Jezus heeft de touwtjes in handen,
en láát het onrecht over zich heenkomen.
Precies zoals hij het altijd onderwezen heeft.
Jezus kiest ervoor deze schijnvertoning te ondergaan.

Jezus en Pilatus I
Uiteindelijk wordt Jezus uitgeleverd aan Pilatus,
de stadhouder van de Romeinen.
Pilatus houdt zich graag verre van de Joodse godsdienst,
en met het Joodse volk heeft hij ook niets.
Hij baalt ervan dat hij naar Jeruzalem gedetacheerd is.

Pilatus zit niet op Jezus te wachten.
Zijn eerste vraag aan de Joodse leiders is dan ook:
‘waar wordt deze man eigenlijk voor aangeklaagd.?’
We hebben al gezien dat dat een gevoelig punt is: er is geen aanklacht.
De Joden komen dan ook niet met een aanklacht,
maar bluffen: ‘u weet toch wel dat we hem nooit bij u hadden gebracht
als hij geen misdadiger zou zijn?’
Uiteindelijk trekt Pilatus aan het kortste eind,
en moet ook hij Jezus ondervragen.

En dan komt voor het eerst in deze hoofdstukken het woord ‘koning’ voorbij.
Pilatus vraagt: ‘dus u bent de koning van de Joden?’
De vraag verraad dat Pilatus precies weet waarom de Joden Jezus uitleveren:
omdat Jezus beweert dat hij de messias is.
Maar in godsdienstige zaken heeft Pilatus geen interesse.
Voor hem telt maar één ding:
is deze koning een bedreiging voor de keizer?
Als hij dat niet is, is alles best.
Trouwens, nu Pilatus Jezus zo ziet
kan hij zich niet voorstellen dat Jezus een bedreiging zou zijn.

Weer laat Jezus merken dat hij er boven staat:
‘waarom stelt u deze vraag eigenlijk?
Kan het u werkelijk iets interesseren of ik de koning van de Joden ben,
of is deze vraag u door de Joden ingegeven?’
Schoorvoetend moet Pilatus toegeven.
Maar Jezus blijft welwillend:
‘terug naar de vraag: u wilde weten of ik koning ben.
Ja, dat ben ik, maar mijn koninkrijk is niet van hier.
Ik ben een ander soort koning.
Geen koning met politieke ambtities.
Anders had ik mijn vrienden wel voor me laten vechten in de Olijfgaard.
U weet wat daar gebeurt is toch?
Uw soldaten konden niet tegen me op, en toch ben ik meegegaan.
Want ik ben koning van Gods nieuwe wereld.
Dit hele proces kan dat niet tegenhouden.’

‘Mijn koninkrijk hoort niet bij deze wereld.’
Belangrijk om dat in de gaten te houden.
Om geen verkeerde, bijvoorbeeld politieke, verwachtingen van Jezus te hebben.
Ja, in deze wereld wordt al iets van zijn koninkrijk zichtbaar,
maar dat koninkrijk is niet van hier!

Jezus en Pilatus II
Het zal Pilatus allemaal een zorg wezen.
Nee, hij gelooft niet dat Jezus iets verkeerd heeft gedaan.
Maar als die Joden hun zinnen op hem hebben gezet,
dan krijg je het niet meer uit hun hoofd gepraat.
Hij zal de Joden hun zin wel weer geven.

Nu komen de Joden eindelijk wél met een aanklacht op de proppen:
Jezus heeft zich de Zoon van God genoemd,
en volgens de Joodse wet betekent dat dat Jezus moet sterven.
Nu krijgt Pilatus het Spaans benauwd.
Hij is helemaal niet blij dat er nu een aanklacht ligt.
Nee: hij vraagt zich juist af of hij hier zijn vingers wel aan wil branden.
Als Romein kende hij uit zijn eigen godsdienst
genoeg verhalen van goden die kinderen op aarde verwekten.
Zou Jezus in directe verbinding staan met de godenwereld?
Pilatus doet nog een laatste poging Jezus te redden.
Hij begint een nieuwe ondervraging, ‘waar komt u vandaan?’,
maar Jezus zwijgt.

‘Maar Jezus,’ zegt Pilatus, ‘weet je dan niet dat je in mijn handen bent?
Ik ben je laatste kans om het hier levend vanaf te brengen,
dus werk toch met me mee!’
En weer reageert Jezus koninklijk:
‘beste Pilatus, u kunt wel denken dat u machtig bent,
maar de enige macht die u hebt, is u door God gegeven.
U bent niet mijn laatste kans dit te overleven.
Ik ben in Gods handen, en wat hij wil, zal gebeuren.’
Pilatus wordt er radeloos van:
tegenover Jezus voelt hij zich helemaal niet zo zeker,
het lijkt wel alsof Jezus hem ondervraagt in plaats van andersom.

Wat Pilatus niet zal hebben beseft,
is dat Jezus hier verwijst naar zijn eerdere woorden, in Johannes 10:
‘Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf.
Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen –
dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’

Laat Pilatus zijn plek kennen!
Net als wij trouwens.
Laten wij ook onze plek kennen.
Beseffen dat God groter is dan wij,
en dat God niet van ons afhankelijk is.
Niet wij zijn koning, maar Jezus!

Missie volbracht!
Pilatus heeft zijn macht niet aangewend om Jezus van de kruisdood te redden.
Als Jezus niet meewerken wil, moet hij dat zelf weten,
maar Pilatus heeft hem in ieder geval een kans gegeven.
Zelf is Pilatus er wel klaar mee: hij heeft meer te doen vandaag.
Hij geeft Jezus mee aan de hogepriesters en zijn eigen soldaten,
om Jezus te kruisigen.
En zo gebeurt het.

Jezus lijkt slachtoffer,
van het Joodse complot en van Pilatus’ willekeur.
Maar vlak voor Jezus zijn hoofd buigt en de geest geeft,
maakt hij nog één keer duidelijk dat hij geen slachtoffer is,
maar dat dit de weg is die hij moest gaan.

Aan het kruis rondt Jezus zijn taken op aarde af.
Zijn taak om te sterven voor de schuld van de wereld.
Maar ook zijn taak om te zorgen voor zijn moeder,
van wie wordt aangenomen dat ze weduwe was.
De oudste zoon heeft de plicht voor zijn moeder te zorgen.
Die zorg draagt Jezus over aan zijn beste vriend: Johannes.
Als hij dat gedaan heeft, weet Jezus dat zijn werk klaar is.

Dat zijn ook Jezus laatste woorden: ‘het is volbracht’.
Dit is geen zucht van verlichting,
‘gelukkig, dat hebben we maar weer gehad’,
dit is niet het ongelukkig einde van een veelbelovende man.
Nee, Jezus roept uit: ‘mijn missie is volbracht!’
Zoals het in het Engels zo mooi klinkt: mission accomplished.
De taak, de missie, die de Vader Jezus te doen had gegeven is voltooid.
Denk niet dat dit Jezus overkomt: zijn sterven is zijn laatste daad.
Om nu voorgoed het kwaad van zijn kracht te beroven.
Nu is duidelijk dat Jezus niet alleen boven alle menselijke vijanden staat,
de Joodse hogepriesters, Pilatus,
maar zelfs boven de gevaarlijkste vijand: de duivel.

Nu kan Jezus zijn troon innemen, nu kan hij koning worden.
De weg van het kruis bleek de koninklijke weg.
Het laatste offer is gebracht, nu kan er iets nieuws beginnen!
‘Het is volbracht’: het is de overwinningskreet van Jezus.
Het is misschien wat vreemd,
op Goede Vrijdag zijn we niet in een jubelstemming,
maar met Jezus mogen we ook vandaag al juichen:
Jezus heeft zijn missie volbracht!




Hebreeën 11:29 | Geen weg terug

De Israëlieten zijn vrij, maar hebben heimwee naar het slavenleven in Egypte. Bij de Rode Zee bevrijd God hen daarvan, zodat ze écht vrij zijn. Ook ons wil God echt vrij maken: zodat er geen weg terug is naar de slavernij van de zonde.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: E&R-bundel 394 – Maak een vrolijk geluid voor de Heer! Elly en Rikkert
Opwekking 240 – Hosanna, hosanna de Koning komt!
Stil gebed
Votum en Groet
Zingen: Opwekking Kids 46 – Jezus is..
Opwekking Kids 85 – Als ik mijn ogen sluit
Gebed door een kind
Wetslezing: De wet van Mozes uit de ‘KIJKbijbel’
Zingen: GKB Gezang 7 – De Koning van Egypteland
GKB/LvK Psalm 106 : 1, 3 en 4
Bijbelverhaal vertelling: Mozes en de rode zee (n.a.v. Exodus 14)
Zingen: Hoe kwam Mozes door de zee?
Preek over Hebreeën 11:29
Zingen: NLB 168 – Let my people go
Gebed met voorbedepunten uit de zaal
Collecte
Zingen: Sela: Juicht/ Hij is verheerlijkt
Zegen

Geen weg terug

Inleiding
dia 1 – ameland
Wie is er wel eens op Ameland geweest?
En hoe ging je er dan naartoe?
Precies: met de boot natuurlijk.
Je zou ook nog kunnen vliegen,
en soms kun je zelfs over de Waddenzee lopen.
Maar dan moet je wel iemand bij je hebben
die daar verstand van heeft: een gids.
Want anders moet je zwemmen…

dia 2 – auto waddenzee
Is iemand vorige week toevallig
bij de dijk bij Sint Jacobiparochie geweest?
Anders heb je misschien deze foto wel gezien: iemand?
Vorige week stond daar een auto in de Waddenzee.
Die hoort daar dus niet!
Ook al kun je Ameland daar aan de overkant zien liggen,
je kunt er niet met de auto naar toe!

Ik moest natuurlijk direct denken
aan de Farao met al zijn strijdwagens die ook in de zee zijn gestrand.
Dus werd ik nieuwsgierig naar het verhaal achter deze auto.
Laat ik met het goede nieuws beginnen:
de mensen in deze auto konden op tijd wegkomen,
en zijn dus niet zoals de Farao verdronken.

In de auto zaten een paar vrienden die dachten:
‘als je over de Waddenzee kunt lopen,
dan kun je er ook over rijden.’
Zo gezegd, zo gedaan, maar het ging mis: de auto kwam vast te zitten.
De vrienden hebben nog geprobeerd de auto met een andere auto los te trekken,
maar voor ze het wisten werd het vloed.
Ze hebben de auto achtergelaten en zijn naar de kant gerend.
In een interview zegt de eigenaar van de auto:
‘Het was echt heel stom.
Ik heb er veel van geleerd.
De komende tijd moet ik op mijn fiets naar mijn werk.’

dia 3 – Hebreeën 11:29
Je kunt niet zomaar door de zee,
daarover gaat het bijbelverhaal van vandaag.
De Israëlieten zitten in de val:
voor hen een zee waar ze niet doorheen kunnen,
achter hen de Farao met zijn beste soldaten.
Maar dan gebeurt er een wonder!
Dat staat ook in Hebreeën, de brief uit de bijbel waar we deze weken mee bezig zijn.
Hebreeën 11:29:
‘Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land;
toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen.’
Daar gaat het vanmorgen over.

1. Heimwee naar Egypte
dia 4 – woestijnreis
De Israëlieten zijn alweer een paar weken op reis.
Ze gaan van Egypte naar Kanaän,
het land dat zij van God mochten hebben.
Wat waren ze blij toen ze uit Egypte vertrokken!
Dat ellendige Egypte met die gemene Farao…
De Farao had een hekel aan de Israëlieten,
en liet hen heel hard werken, maar betaalde hen niet.
Luisterde je niet naar de Farao,
dan kreeg je met de Egyptische soldaten te maken.
Dat liet je dus wel uit je hoofd!
Maar nu zijn ze vrij!
Nooit meer werken voor Farao,
nooit meer bang voor zijn soldaten.
‘Wij gaan naar Kanaän!’

dia 5 – Sinaï
Vol goede moed gingen ze op reis,
ze liepen zingend de woestijn in.
Maar nu zijn ze door de liedjes heen.
Ze hebben alles al minstens 10 keer gezongen,
en ze zijn nog lang niet in Kanaän.
Het is geen leuke reis: ze gaan dwars door de woestijn.
Het is er warm, stoffig en droog.
Er zit altijd zand tussen je boterhammen
en je benen worden moe van al dat lopen.

Sommige mensen beginnen zich af te vragen:
‘waarom zijn we eigenlijk weggegaan uit Egypte?
Nee, die Farao was niet aardig,
maar verder was het er zo slecht nog niet!
We hadden huizen, we hadden genoeg te eten,
en je wist tenminste waar je aan toe was.
Nu lopen we maar wat door die woestijn.’
Ze beginnen heimwee te krijgen naar Egypte.
Gek he? Het was in Egypte helemaal niet fijn,
maar toch willen ze wel terug.

dia 6 – ingehaald
Maar het wordt nog erger.
Hoor je het al? Ssst…
Daar in verte: het klinkt als paarden.
O nee, kijk dan toch, wat een stofwolk!
Iemand schreeuwt: ‘help, de Egyptenaren!’
Ja hoor, het is het leger van Egypte.
Voor hen ligt de zee, achter hen zijn de Egyptenaren,
ze kunnen geen kant op, ze zitten als ratten in de val.
Iedereen zoekt Mozes:
‘Mozes, waarom heb je ons meegenomen uit Egypte?
Waarom hebben we die praatjes van jou
over dat beloofde land geloofd?
In Egypte hadden we het veel beter.
Waren we er maar nooit aan begonnen!’

Zo kan het gaan.
Eerst zijn de Israëlieten superblij dat ze bevrijd zijn,
maar nu willen ze terug naar het slavenleven daar.
Het klinkt misschien gek, maar dat kunnen wij ook hebben.
Want volgens de bijbel waren wij ook slaven.
Niet van Egypte, maar van de zonde.
Soms wil je je misschien even niets van God aantrekken,
omdat het leven zonder God leuker lijkt.
Je valt terug in oude patronen.
Dan heb je ook een soort heimwee naar Egypte.

2. Geen weg terug
dia 7 – keer om
God wil dat niet.
God heeft de Israëlieten uit Egypte bevrijd,
nu moeten ze geen heimwee krijgen naar Egypte!
Daarom zorgt God ervoor dat er geen weg terug is.

Ja: God zorgt ervoor.
De Israëlieten kunnen geen kant op, ze zitten in de val.
Maar dat is geen domme pech!
God zelf heeft ervoor gezorgd dat ze ingesloten zijn.
God wijst het volk de weg door de woestijn,
maar God neemt wel een vreemde weg.
Ze hadden zo door kunnen lopen naar Kanaän,
maar van God moesten ze omdraaien.
Daardoor staan ze hier klem tussen de Egyptenaren en de zee.

dia 8 – kiezen
Weet God dan niet hoe gevaarlijk die Egyptenaren zijn?!
Waarom doet hij dit?
Omdat hij de Israëlieten van hun heimwee af wil helpen!
Nu kunnen ze kiezen.
Geven ze zich over aan de Egyptenaren?
Dan worden ze weer slaven, net als vroeger.
De Egyptenaren zijn wel boos op hen,
en misschien moeten ze nog harder werken dan eerst,
maar de Egyptenaren zullen hen niet vermoorden:
levend zijn ze veel nuttiger!
Of geven ze zich over aan God?
Vertrouwen ze God als hij zegt dat ze door de zee moeten lopen
en dat ze dan niet zullen verdrinken?

Israël kiest. Voor God.
In Hebreeën staat het heel stoer:
‘door het geloof trokken ze door de Rode Zee.’
Maar de Israëlieten klagen vooral!
Zo stoer en dapper waren ze niet.
Maar ze gaan wel!
Met z’n allen lopen ze naar de zee.
Ze zijn bang dat ze zullen verdrinken,
ze moeten maar hopen dat God daar iets aan zal doen,
maar ze gaan wel!
Dát is geloven.

dia 9 – doortocht
En dán komt God in actie!
Het is een spectaculaire redding!
De wolk van God schuift tussen de Israëlieten en de Egyptenaren.
Het is nacht, maar voor de Israëlieten geeft de wolk licht.
Bij de Egyptenaren wordt het juist nog donkerder dan een normale nacht.
En als Mozes zijn stok boven de zee houdt, laat God het hard waaien.
Zo hard dat er een pad door de zee komt.
‘Kom met me mee’ roept Mozes, en daar gaan de Israëlieten.
Eerst kijken ze nog bang om zich heen,
naar het water dat door de wind wordt tegengehouden.
Wat als het stopt met waaien?
Maar het stopt niet en ze lopen naar de overkant, allemaal!

dia 10 – Egyptenaren
De Egyptenaren denken: dat kunnen wij ook!
Zij zijn nergens bang voor,
en rijden met hun wagens de zee in, de Israëlieten achterna.
Maar al snel komen ze vast te zitten, net als die auto in de Waddenzee.
Het wordt nog erger: de wind gaat liggen en het water komt terug.
Nu zitten de Egyptenaren in de val.
Ze kunnen geen kant op en verdrinken.

Nu is Israël écht vrij!
Israël heeft nu heel duidelijk voor God gekozen,
ze hebben Egypte nu echt losgelaten,
en God heeft met de Egyptenaren afgerekend.
Nu is er geen weg terug naar Egypte.
Nu kunnen ze echt op weg naar het beloofde land.

dia 11 – Pasen
Over 2 weken is het Pasen.
Dit bijbelverhaal lijkt daar misschien niet zoveel mee te maken te hebben.
Maar schijn bedriegt!
Dit verhaal gaat over echte vrijheid,
en dat is precies waar Pasen ook over gaat!
De Israëlieten worden gered terwijl dat onmogelijk leek. Jezus ook!
Toen Jezus werd gekruisigd, leek alles verloren.
Dit kon gewoon niet meer goed komen.
Het leek ook niet meer goed te komen, want Jezus stierf.
Tóch kwam het goed, toen niemand het nog durfde te geloven:
Jezus stond op uit de dood!
De Israëlieten ontsnappen door de Rode Zee,
Jezus ontsnapt door de dood heen.
Daardoor is er geen weg meer terug:
Jezus heeft afgerekend met de dood en met de duivel.
Zodat jij écht vrij kunt zijn!

3. Kies voor Jezus!
dia 12 – vertrouwen
In Hebreeën 11 gaat het niet alleen over de Israëlieten
die door de Rode Zee heen trekken:
het gaat over allemaal mensen die geloven.
Al die mensen, zegt Hebreeën,
de Israëlieten bij de Rode Zee ook, zijn voor ons een voorbeeld.
Ze zeggen allemaal: kies voor God, kies voor Jezus!
Durf jij dat?
Durf je te kiezen voor iets wat je niet ziet?
Want God kun je niet zien.
Je moet er maar op vertrouwen dat hij doet wat hij zegt.

Hebreeën zegt: doe dat!
Je kúnt God vertrouwen.
Hij heeft Israël gered van de Egyptenaren,
dwars door die zee heen!
Hij heeft Jezus zelfs door de dood heen gered!
God weet heel goed wat hij doet – vertrouw hem maar!

dia 13 – bij Jezus horen
Het verschil tussen Farao en onze vijand, de duivel,
is dat de duivel niet verdronken is.
Hij probeert je nog altijd te verleiden.
Probeert je weer slaaf te maken van de zonde.
Hij zegt tegen je dat je dom bent.
Of dat je lelijk bent.
Dat je nergens goed voor bent.
Of dat je te slecht bent voor God.
Geloof hem niet, trek je niets van hem aan!
Als jij bij Jezus hoort, heeft de duivel niets over je te zeggen.

Als je in Jezus gelooft, gaat God met je bezig.
Hij wil je helemaal vrij maken van de duivel,
zodat je nooit meer heimwee zult hebben naar de zonde.
Misschien brengt hij je in moeilijke situaties, net als Israël,
waar je keuzes moet maken zodat je geloof kan groeien.
Maar hoe moeilijk het ook wordt:
als God met je bezig is, is er geen weg terug!
Dan hoor je bij Jezus,
en kan niets of niemand de vrijheid van je afpakken,
zelfs de dood niet!
Dan is er geen weg meer terug,
want Jezus zegt: jij hoort bij mij!
Amen.




Hebreeën 10b-13 | Blijf op reis met Jezus

Als je gelooft, wil je graag het verschil merken. De Hebreeën ook. Maar vergeet niet dat je als christen op reis bent! Hebreeën 10b-13 werkt uit wat het betekent dat je niet voor deze wereld leeft. Deze preek is de 3e in het leesproject over Hebreeën en gehouden in een dienst van verootmoediging.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 733
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 32 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Hebreeën 10 : 19 – 39
Zingen: LvK Gezang 103 : 1, 2 en 3
Lezen: Hebreeën 12 : 28 – 13 : 8
Zingen: GKB Psalm 97 : 2
Preek
Zingen: LvK Gezang 442 : 1, 2, 3 en 4
Kinderen terug
Zingen: GKB Gezang 155 : 1, 2 en 3
Gebed met verootmoediging
Zingen: GKB Gezang 155 : 4 en 5
Collecte
Zingen: Opwekking 706
Zegen

Blijf op reis met Jezus

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik houd van een goede voorbereiding – dat is het halve werk.
Dus als wij op vakantie gaan, lees ik me graag goed in.
Dat kan natuurlijk op internet,
maar ik geef de voorkeur aan de papieren reisgids.
Bijvoorbeeld deze, over Londen.

Natuurlijk kun je ook zonder reisgids op pad,
al denk ik dat je dan een groot deel van de voorpret mist.
Misschien nog wel belangrijker:
reken er maar op dat je ook de mooiste dingen mist.
Zonder reisgids kom je niet veel verder dan de platgetreden paden,
in Londen de Big Ben, de Tower Bridge en The London Eye.
Maar er is zoveel meer te zien, en wat minder massaal toeristisch.
Een reisgids vertelt waar je moet zijn.

Maar ook waar je niet moet zijn.
Zonder reisgids kun je in een museum belanden
dat er van buiten wel heel leuk uit ziet,
maar dat toch echt niet de moeite waard is – de entreeprijs trouwens ook niet.
Deze reisgids heeft bovendien een stadsplattegrond,
zodat je een handige route door de stad kunt nemen.
Zonder die plattegrond loop je heel wat extra kilometers.

Tot slot biedt een reisgids ook onmisbare informatie.
Bijvoorbeeld dat de auto’s in Londen links rijden.
Belangrijk bij het oversteken:
de auto’s komen van de kant waar je het niet van verwacht.
Je zult dat maar missen
en vervolgens in een Londense ambulance worden afgevoerd…
Ok, ook zonder reisgids weet je dat soort dingen wel,
maar het is essentiële informatie!

dia 2 – blijf op reis met Jezus
De laatste hoofdstukken van Hebreeën, hoofdstuk 10-13, lijken op een reisgids.
Volgens Hebreeën zijn we namelijk op reis, op weg naar de stad van God.
Net als een reisgids geeft Hebreeën ervaringsverhalen en praktische aanwijzingen,
allemaal om te weten waar je voor leeft.
Daarom is het thema vandaag: blijf op reis met Jezus!

1. Hier en nu
dia 3 – Hebreeën tot nog toe: Jezus is het beste
We zijn aanbeland in het slot van de brief.
Al 2 keer eerder hebben we het over Hebreeën gehad,
en het lijkt me goed daar even op terug te blikken
zodat we weer weten waar we in de brief zitten.

Hebreeën is een bijbelboek dat vol is van Jezus.
Dat is míjn grootste ontdekking van dit leesproject.
Ik wist dat Hebreeën een ingewikkeld bijbelboek is
waar steeds een vergelijking wordt getrokken tussen oud en nieuw,
maar dat het hele boek over Jezus gaat en over dat Jezus beter is dan al het andere,
dat was ook voor mij nieuw.

Jezus is beter dan profeten en engelen – dat was Hebreeën 1 en 2,
en daarom verdient zijn boodschap alle aandacht.
Jezus is beter dan Mozes – Hebreeën 3 en 4,
hij leidt ons naar het leven waar we naar verlangen.
Jezus is beter dan de priesters – Hebreeën 5-7,
hij is onze tussenpersoon bij God, de beste die we kunnen wensen.
En Jezus is beter dan alle offers samen – Hebreeën 8-10,
Jezus is de hogepriester die zichzelf offert,
en daarmee een nieuwe relatie met God mogelijk maakt.
Kortom: met Jezus heb je goud in handen!

Die boodschap hebben de Hebreeën nodig.
Want ze staan onder druk hun geloof in Jezus op te geven.
Het zijn christenen met een Joodse achtergrond,
en ze dreigen terug te vallen in de klassieke Joodse godsdienst.
Geloven in Jezus kost hen te veel,
ze zijn hun eerste enthousiasme alweer verloren,
zijn het zat dat hun vroegere Joodse vrienden niet meer met hen willen omgaan.
Waarom zouden ze in Jezus blijven geloven?

Met die vraag staat dat moeilijke bijbelboek opeens helemaal niet meer zo ver weg!
Waarom zou je in Jezus blijven geloven? – dat is vandaag een veel gestelde vraag.
Altijd maar weer Jezus, mag het niet wat minder?
We hebben het gehad, 3 weken geleden,
over een ‘maar-ik-geloof-het-wel’-geloof.
Een geloof waar je in moeilijke tijden op kunt terugvallen,
maar wat verder geen dagelijkse werkelijkheid is.
En 2 weken geleden over een ander gevaar,
dat we het hele kerksysteem zo belangrijk maken
dat voor Jezus in de kerk geen plek meer is.
Hebreeën zegt: Jezus is allesbepalend,
Jezus is het beste dat ons kon overkomen,
dus wees niet zo stom Jezus aan de kant te zetten!

dia 4 – maar wat merk je daar vandaag van?
Daar in brief zitten we nu dus.
En ik stel me zo voor dat die Hebreeën met instemming hebben geluisterd:
het was allemaal wat weggezakt,
maar nu ze deze boodschap horen,
weten ze weer waarom ze het nieuws van Jezus
vroeger zo enthousiast hebben aangenomen.
Ze blijven alleen met één vraag zitten:
prachtig wie Jezus is en wat hij voor ons gedaan heeft,
maar wat merken we daar nu van?
De boodschap van Jezus is schitterend, maar wat komt er van terecht?
We worden om Jezus uitgelachen als het mee zit,
en om Jezus in de gevangenis gezet als het tegen zit.
Jezus kwam toch om een nieuw leven te brengen – is dit het nu?

De Hebreeën zouden graag zien dat ze hier en nu wat meer merken
van hoe geloven hun leven positief verandert.
Een herkenbaar verlangen.
Als je gelooft in Jezus,
dan wil je ook graag zien welk verschil dat maakt voor jouw leven nu.
En misschien zeggen we wel dat er meer is dan dit leven,
maar leven we in de praktijk gewoon voor deze wereld.
Gaat het christenen er net zo goed om
uit het leven te halen wat er in zit,
om hier en nu gelukkig te zijn, want je leeft maar één keer.
Dus wordt je blijer van een gezellige avond met vrienden,
van een dikke auto of van avontuurlijke reizen
dan dat je blij wordt van Jezus.

2. Blijf op reis met Jezus
dia 5 – treincoupe
Daarom introduceert Hebreeën een nieuw beeld: geloven in Jezus is een reis.
Als jij in de trein naar Londen zit, we houden maar even milieubewust,
en je leest in de trein die reisgids waar ik het over had,
dan weet je waar je naartoe gaat.
Dan kijk je niet rond in de treincoupé om je af te vragen: ‘is dit het nu?’
Natuurlijk niet: dit is Londen nog niet, dit is de reis!
Of als je in Londen bent aangekomen,
en toch de massa toeristen naar The London Eye bent gevolgd,
het giga-reuzenrad aan de Theems,
dan ga je je in de wachtrij ook niet beklagen dat het uitzicht tegenvalt:
straks wordt het mooi, daar heb je een lange wachtrij voor over.

dia 6 – geloven in Jezus is een reis
Zo is het met geloven in Jezus ook:
het leven hier en nu is de reis, niet de bestemming.
In de vorige hoofdstukken van Hebreeën komt dit niet voor,
maar vanaf hoofdstuk 10 opeens in elk hoofdstuk.
Daarom kun je de reis naar de nieuwe stad zien
als hoofdthema van het slot van de brief.
In hoofdstuk 10 nog wat verborgen, ‘laten we belijden waarop we hopen’,
en daarna explicieter: Abraham ‘zag uit naar een stad met fundamenten,
door God zelf ontworpen en gebouwd’ – hoofdstuk 11,
wij ‘staan voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God’, – hoofdstuk 12,
en hoofdstuk 13: ‘onze stad is immers niet blijvend,
wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt.’
Christen zijn op reis naar die nieuwe stad!

Dit deel van Hebreeën kun je in drieën delen.
De 2e helft van hoofdstuk 10, waar het slotdeel mee begint,
kun je zien als een soort inhoudsopgave waar alles wat daarna komt
alvast kort wordt aangestipt.
Hoofdstuk 11 en het begin van hoofdstuk 12
houden je voor dat je niet de enige bent op reis.
De 2e helft van hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13
maken het nog wat praktischer: hoe blijf je op de goede weg?

dia 7 – je bent niet de eerste op reis
Je bent niet de eerste op reis – dat is Hebreeën 11 en 12a.
Denk maar aan die reisgids: die staat vol met ervaringen van anderen.
Dus niet het gelikte reclamepraatje van de Londense PR, maar hoe het echt is.
Dat gebeurt in Hebreeën ook.
Er wordt een hele lijst genoemd van mensen die ook op reis zijn gegaan.
Als jij op reis bent, dan hoor je bij Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes, enzovoort.
En dan staat er in vers 13 en 14: ‘zij allen zijn in geloof gestorven;
wat hun beloofd was, zagen ze geen werkelijkheid worden,
ze hebben slechts een glimp ervan begroet,
en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.
Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland.’
Ze hadden een doel voor ogen,
zo mooi dat ze hun hele leven op aarde als een reis zagen.

Zulke moeilijke reizen zijn wij niet gewend.
Nog niet eens zo heel erg lang geleden
moest je een avonturier zijn om de wereld over te trekken.
Van mensen die emigreerden naar Canada
werd gedacht dat je ze nooit meer zou zien.
Nu stap je in het vliegtuig, en 9 uur later ben je er.
De wereld ligt aan je voeten.
Alleen de Floortje Dessings van deze wereld
weten nog dat je voor reizen moeite moet doen.
Maar de reis naar de hemelse stad is dus ook zo’n reis die niet vanzelf gaat.

Hebreeën wijst daarbij ook op Jezus:
‘denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag,
liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis.’
Dus: ook de reis van Jezus, of zelfs júist de reis van Jezus, was zwaar:
aan het kruis, door God verlaten.
Hoe hield Jezus die reis vol?
Net als die mensen die eerder op reis gingen:
door zich te richten op de toekomst,
door te denken aan hoe mooi de bestemming zou zijn.
Die bestemming heeft Jezus bereikt, als eerste,
om zo ook ons het reisdoel te laten bereiken.

dia 8 – praktische aanwijzingen voor de reis
Dan, in Hebreeën 12b en 13, wordt het praktischer: hoe blijf je op reis?
Een reisgids geeft allerlei praktische aanwijzingen:
van hoe je je het beste door de stad kunt verplaatsen,
tot of je wel of geen paraplu moet meenemen.
Zo geeft Hebreeën ook aanwijzingen.
Die kun je in drieën verdelen.
Als eerste zijn er aanwijzingen
over dat je als reisgenoten aan elkaar verbonden bent.
Een citytrip naar Londen kun je nog wel in je eentje doen,
maar op de zwaardere reizen kun je niet zonder elkaar.
Zo is het met de christelijke reis ook: je hebt elkaar nodig.
Zelfs als het gevaarlijk is om samen te komen.
Bij de Hebreeën bleven sommige mensen weg uit angst voor vervolging,
en zij worden aangespoord: blijf niet weg, we moeten het samen doen!

Als tweede zijn er de aanwijzingen over heilig leven.
Als het gaat om seks, als het gaat om geld:
laat je leven nu al beheersen door het leven dat komt.
Als derde zegt Hebreeën: zorg dat Jezus centraal blijft staan.
Daarom die waarschuwing in Hebreeën 10
over dat er geen vergeving is als we willens en wetens blijven zondigen.
Daar kun je een preek op zich over houden,
maar kort gezegd gaat het erom dat je Jezus niet afwijst.
Hebreeën 13 zegt dat ook heel duidelijk: blijf bij Jezus,
in plaats van dat je een eigen versie van geloven maakt.

Al die aanwijzingen kun je zo samenvatten: leef voor je bestemming!
Christenen zijn vreemdelingen: als volger van Jezus leef je niet voor deze wereld.
Houd steeds het reisdoel voor ogen, ook als je het nog niet ziet.
Blijf op reis met Jezus!

3. En nu dan?
dia 9 – en nu dan?
Geloven in Jezus betekent niet dat je snel resultaat ziet.
Maar gaat geloven alleen over de toekomst?
Doet vandaag er dan niet toe,
maakt geloven nu geen verschil?

Zelf vind ik dat een lastige vraag.
Ik geloof niet dat geloven alleen over de toekomst gaat.
Geloven gaat ook gewoon over het dagelijks leven.
En niet eens alleen over hoe je dan moet leven.
Op een of andere manier is de toekomst al een beetje begonnen.

dia 10 – de toekomst breekt al door
Daarvan zie je in Hebreeën iets terug.
In hoofdstuk 10: ‘dankzij het bloed van Jezus
kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom.’
Er is dus nú al iets veranderd.
Nog het meest duidelijk staat het in Hebreeën 12:
‘u stáát voor de Sionsberg, de stad van de levende God.’
Nu al dus!

Hoe dat allemaal precies zit, dat weet ik niet.
Maar op een of andere manier breekt de toekomst al door.
We zitten midden in een lange en soms moeilijke reis,
maar als je dicht bij Jezus bent, ervaar je ook al wat van de bestemming.
Wat God geeft is niet alleen maar toekomstmuziek.
De nieuwe wereld breekt al door.
Des te meer reden om niet voor de oude wereld te leven.

4. Bij het kruis
dia 11 – bij het kruis
In de praktijk doen we dat vaak wel,
leven we alsof de oude wereld, het hier en nu, alles is.
Alsof we niet op reis zijn, maar de bestemming al hebben bereikt.
Daarom, met een moeilijk woord, ‘verootmoedigen’ we ons vandaag voor God.

dia 12 – verootmoedigen: je klein maken
Verootmoedigen – wat is dat?
Het is je klein maken voor God.
Hebreeën 12:29 zegt: ‘onze God is een verterend vuur.’
Als we zien hoe volmaakt en heilig hij is, zien we ook hoe onheilig wij zijn.
Als wij beseffen wie God is, dan willen we ons voor hem verstoppen –
zoals Adam en Eva deden.
Verootmoedigen is je klein maken,
tegen God zeggen dat je je voor hem schaamt.
Het is belijden waar wij tekort in schieten – als mensen en als gemeente.

Dat gaan we straks doen in ons gebed.
Aan de ene kant omdat bij de kerkenraad een vraag uit de gemeente kwam
waarin het verlangen werd uitgesproken ons samen te verootmoedigen.
Aan de andere kant omdat we wel eens vergeten ons te verootmoedigen,
en het juist in de lijdenstijd heel goed past ons klein te maken.

Vanuit Hebreeën alvast 2 dingen waarvoor we ons verootmoedigen.
Hebreeën zegt: je hebt elkaar nodig.
Zijn wij als gemeente echt een eenheid, een gemeenschap?
Is het zo dat als 1 lid lijdt, alle leden meelijden?
We doen ons best, maar wat schieten we tekort!
Wat zijn we allemaal druk bezig om ons eigen leventje te leiden,
waar we proberen de kerk ook nog een plekje in te geven.
En als het gaat om elkaar aanspreken op je geloof:
dat durven we gewoon niet, we laten elkaar los.
Hebreeën zegt ook: we verwachten de stad die komt.
Maar wat worden we in beslag genomen door deze wereld.
Wat zijn we druk om hier een mooi leven op te bouwen.
Alsof de oude wereld onze bestemming is.

dia 13 – kruis
Deze dingen, en meer, brengen we bij het kruis.
Want God is een verterend vuur,
maar Jezus heeft aan het kruis dat vuur voor ons ondergaan.
Hij ruimt alle al te menselijke rotzooi voor ons op.
Bij het kruis mogen we samen met Jezus verder op reis.
Amen.