Micha 7,18-20 – Puinruimen. Alleen God kan vergeven

Liturgie

  • Voorzang: NG 33
  • Votum / Groet
  • Zingen: Ps. 86,3.5
  • Wet
  • Zingen: Ps 85,1.3
  • Gebed
  • Lezen: Ex 15,1-18
  • Zingen NG 7,1.5
  • Lezen: Micha 7
  • Zingen: Psalm 30,1.3
  • Tekst: Micha 7,18-20
  • Preek
  • Zingen: LB 365
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: LB 26,1.2.4
  • Zegen

Opmerking: bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar. Voor meer informatie: mail \nhansburger@filternet.nl  

Opmerking 2: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: \n hansburger@filternet.nl   

Preek – Puinruimen. Alleen God kan vergeven

 [Dia 2]

Tekst: Micha 7,18-20

[Dia 3]

[Na lezing tekst dia 4] 

Broers en zussen, broertjes en zusjes,  

1. Vergeef me. Een doodgewone uitdrukking. Het spijt me. [Dia 5] Al weer een tijd geleden was het een populair TV-programma. Vergeving lijkt iets vanzelfsprekends. Zeker als het om God gaat, is het vanzelfsprekend. Natuurlijk vergeeft God, daarvoor is hij er toch?  

Tegelijk zie je dat vergeving helemaal niet vanzelfsprekend is. Wanneer mensen bij dehulpverlening belanden, worden ze vaak gestimuleerd om zichzelf en hun eigen gevoelens serieus te nemen. Vergeving blijkt dan juist heel lastig.  

Ik wilde de preken over Micha graag afsluiten met een preek over de laatste verzen van Micha. Pas deze week realiseerde ik me waar die tekst over gaat: over vergeving. We zijn hier in de gemeente nu al een tijdje aan het kennismaken. Daarbij wordt ons wel duidelijk dat vergeving hier in de gemeente duidelijk een thema is, op allerlei manieren . Ik wil daar verder niet concreet op in gaan in deze preek. In deze preek gaat het over God die vergeeft. Maar wel wil ik benadrukken dat wij alleen kunnen vergeven omdat God vergeeft.  

Vergeven is vanzelfsprekend, in onze christelijke wereld. We zijn er allemaal aan gewend geraakt: God vergeeft onze zonden. Maar vanzelfsprekend is het niet. [Dia 6] Stel je voor dat je een camping hebt, met een flink aantal stacaravans op het terrein. Iemand heeft brand gesticht en je staat op een morgen voor een veld vol met afgebrande caravans? Wat heb je dan aan vergeven, daar komen die caravans niet mee terug. Laat die brandstichter eerst maar eens voor nieuwe stacaravans zorgen! 

Ook in Micha 7 proef je dat vergeving niet vanzelfsprekend is. Wie is een God als u, die vergeeft?Het bijzondere van God is, dat hij vergeeft. Het bijzondere van Micha 7 is, dat het aan het eind staat van het boek Micha. Na al dat onrecht, na al die uitbuiting, na al die afgoderij: vergeving? 

Als je in het Hebreeuws kijkt, dan zie je dat er in vers 18 staat: wie is een God als u die schuld wegneemt? Het hebreeuwse woord voor schuld vergeven is schuld wegnemen. Je zou vergeven kunnen vergelijken met puinruimen. [Dia 7]

Zonde betekent: in een puinzooi terecht komen. Vuil, afval, kapotte en verbrande resten.  Vergeven is puinruimen. Dat wil zeggen: de puinhoop opruimen die een ander gemaakt heeft.  Dat kan helemaal niet. Dat hoeft toch ook niet?

Inderdaad. Vergeven hoeft niet. Vergeving kan niet. Geen mens kan vergeven. Geen van de goden kan vergeven.  Vergeving vergelijk het met puinruimen. Het is niet vanzelfsprekend.  

2. Niemand kan vergeven. Er is er maar één die anders is. En dat is de enige echte God. [Dia 8] Het bijzondere van God is, dat zijn Zoon mens geworden is om onze schuld weg te nemen, onze puinhoop op te ruimen. Wij hebben een ruïne van ons leven gemaakt, en daar zoekt hij ons op, vol liefde. God die mens wordt, in onze puinzooi. Het is zo’n bekend verhaal: de geboorte van Jezus.Maar het is ook zo verbazingwekkend: vol liefde zoekt God ons op in die kleine baby, om onze zonden weg te nemen. Verbaas je je er nog over?  

Maar waarom zou God vergeven?  God is boos over de zonde, en terecht. Hij straft Israël om hun zonde in de ballingschap. Dat moest. Het kon zo niet langer. Maar God wil anders, zegt Micha. God is geen beul die zonder emotie iemand uit zijn dodencel haalt en een dodelijke injectie geeft. God is niet slecht, God is goed, en God is trouw. [Dia 9] 

Trouw? Aan wie is God iets verplicht dan? Denk nog eens aan dat eerste voorbeeld: als ik een camping heb, met een veld vol met sta-caravans, en er wordt brand gesticht. Dan sta ik op een morgen voor een veld vol met afgebrande caravans. Aan wie ben ik dan verplicht om te vergeven? Wat heeft vergeving met trouw te maken?  

Dat zie je in vers 20. God is het aan zich zelf verplicht. Hij heeft iets gezworen, aan Jakob en aan Abraham. Hij had een verbond gesloten met Abraham. Dat verbond hield twee dingen in:Abrahams nageslacht zou een groot volk worden, het eerste, en via Abraham zou de hele wereldbevolking gezegend worden, het tweede.

En daar is nog niets van terecht gekomen. Via Abraham, via zijn kinderen, via het volk Israël  de wereld zegenen? Dat volk bakt er niets van en keert zich juist ook van God af. Abrahams nageslacht een groot volk? Er is door de ballingschap nog maar een kleine rest over. Het verbond met Abraham heeft dus nog niets opgeleverd: Israël, het volk van Abrahams kinderen, is geen groot volk meer, laat staan dat via dat ontrouwe volk de wereld gezegend is.  

Maar God is trouw aan zijn eed, aan zijn verbond met Abraham. Daarom gaat hij verder met dat restje van die familie van Abraham, dat volk Israël. Hij had het aan Abraham belooft, en hij wil de wereld zegenen.  Micha was er van overtuigt. En God was trouw aan zijn eed: zijn Zoon wordt mens om de schuld weg te dragen.   

3. Alleen God kan zonde vergeven, dat zei ik net.Maar waarom kan alleen God schuld vergeven en aan zonde voorbijgaan? Waarom kan alleen God puinruimen, als je het daarmee dan wilt vergelijken? 

Dat heeft te maken met wat vergeven eigenlijk is. En het heeft te maken met wat zonde eigenlijk is.  

Ik zei al dat in vers 18 in het hebreeuws letterlijk staat: schuld wegnemen. Schuld is kennelijk iets, te vergelijken met vuil, beschadiging, puin. Het is iets dat bedekt of weggenomen moet worden. En wie kan dat?  

Als je in vers 19 kijkt wordt er een verband met nog iets anders gelegd. Er staat dat God zijn voet op onze zonden zal zetten, en onze zonden in de diepe zee zal gooien. Je voet op iemand zetten, dat doe je met een vijand die je overwonnen hebt. En wie gooi je in de zee? Wij zouden denken: afval. Maar in de bijbel zijn het vooral de vijanden die in de diepe zee verdwijnen. [Dia 10] En dan dachten ze meteen aan farao. God had zich over Israël ontfermd en hen uit Egypte bevrijd. Maar Farao, de heer van Egypte, kwam achter hen aan. Alsnog dreigde er gevaar. Maar God overwon zijn vijanden en deed ze teniet. God liet al die vijanden verdrinken in de zee. Zonde, het is als een vijand. Zonde is als slavernij, als Farao die zijn slaven niet wil laten gaan.  

Maar zonde is toch gewoon dat je iets fout doet? Dat je niet netjes leeft?  

Nee! Dan onderschat je de zonde. Zonde is een vijand, die je in zijn greep wil krijgen. Wie de zonde doet, wordt een slaaf van de zonde. Zonde is niet met God leven. Zonde is leven zonder brandstof, zonder warmte, zonder liefde. Zonde is leven los van de levensbron. En daarom is zonde onvrijheid, liefdeloosheid, een verslaving waar je niet van af komt.  

Stel je voor: die rest van dat volk dat door God bevrijd is uit Egypte, het zit opnieuw vast in slavernij. Eigenlijk zit het nog steeds vast in slavernij. Niet die machtige volken zijn het probleem. Het probleem is die geestelijke macht.  

En wat is vergeving: vergeving is dat die macht gebroken wordt. Onze schuld, onze zonde, onze opstand tegen God, het is onze vijand. Als God onze schuld wegdoet, dat bevrijdt hij ons van onze vijand. Daarom is vergeven nog meer dan puinruimen. Vergeven is bevrijden. Bevrijden van een macht die ons in zijn greep houdt. Dat kan geen mens. Alleen God kan ons bevrijden van onze zonde.   

4. Maar hoe doet God dat dan? Micha zegt dat God anders is dan alle mensen, dan alle afgoden. God is een God die vergeeft. Maar Micha zegt ook dat God dit weer zal doen – en hoe dan?  

Micha was een profeet, die vooruitkeek. En hij zag scherp. God had Israël uit Egypte bevrijd, en hij zou zich weer over zijn volk ontfermen.God had Israël bevrijd van de farao, en de Egyptenaren in de diepten van de zee gegooid. Hij zou zijn volk weer verlossen van zijn vijanden.En daarbij denkt Micha uiteindelijk niet aan die volken die Ïsraël in ballingschap hadden gebracht. Daar denkt hij natuurlijk ook aan. Maar de grootste vijand van Israël is niet de ballingschap, maar die zonde. Die verslavende macht.Micha verwachtte dat God die macht van de zonde eens zou breken.  

En dat wil zeggen: zonder het te weten verwachtte Micha Jezus Christus. [Dia 11]Hij werd mens in onze kapotte wereld. Zijn dood is de zee waarin onze zonden verdwijnen. 

Hoe dan? Hoe kan de dood van Jezus de zee zijn waarin mijn zonde verdwijnt? Hoe kan mijn grootste vijand verdrinken in de dood van Jezus? 

Ja, hoe kan dat? Het is een diep geheim, een geweldig geheim.  

Het leek precies omgekeerd: het leek alsof Jezus verdronk in de zonde en de dood. Een kleine baby in een kribbe. Later een slappeling aan een kruis die niet voor zichzelf op kwam.  

Maar het was anders!Jezus stond op uit de dood. Toen Jezus stierf, stierven wij met hem.Toen Jezus gestraft werd, werd onze zonde gestraft. Wij, zondaren, wij verdwenen met Jezus in de dood.Maar Jezus stond op, en wij staan met hem op. Dood voor de zonde. Het is anders: toen Jezus stierf, stierf de zonde. De dood van Jezus is de dood van de dood. 

Snap je het nu?Nee? Ik ook niet: het is een diep geheim.Maar dit weet ik wel: Jezus is opgestaan uit de dood. En ik zal met hem uit de dood opstaan. En dan is mijn zonde helemaal weg.Nu al leef ik in Christus. Nu al is de macht van de zonde gebroken. Vergeven, weg. Weg! Al onze zonde teniet gedaan.Al onze schuld vergeven.Onze zonde geworpen in de diepte van de dood van Jezus. 
 

Dat is nog eens een bevrijding. Jezus’ dood is de zee waarin onze zonde verdwijnt.  

5. Vergeven, dat is puinruimen. Vergeven, dat is de macht van de zonde breken. Vergeven, dat is bevrijding van je grootste vijand. Wie kan dat dan God alleen?  

Mensen kunnen dat niet. Ik kan niet door jou te vergeven de macht van de zonde in jouw leven breken. Als jij een puinhoop van je leven hebt gemaakt, kan ik wel zeggen: ik vergeef het je, maar daarmee is er nog weinig veranderd.Mensen kunnen niet vergeven.Mensen hoeven niet te vergeven. 

Maar voor wie in Jezus Christus gelooft is het anders. [Dia 12]Wij zijn gewend om tegen elkaar te zeggen: God heeft mij zoveel vergeven, dan moet ik ook de ander vergeven. Maar bekijk het eens van een andere kant:  

Wie in Jezus Christus gelooft, die weet: er is een God die de macht van de zonde gebroken heeft. Als God de macht van de zonde in het leven van die ander breekt, dan kan ik die ander ook vergeven.Die ander heeft mij iets aangedaan, van mijn leven een puinhoop gemaakt.Maar als God die ander vergeeft, dan ruimt God het puin van die ander op, ook in mijn leven.Vergeeft God die ander die mij iets aangedaan heeft? Dan betekent dat ook dat hij mij wil genezen. Dus: als God die ander wil vergeven, betekent dat ook dat hij mij wil genezen. Dat is puinruimen.En daarom kan ik die ander ook gaan vergeven.  

Of nog anders: Er is een God die van Abraham een groot volk heeft gemaakt. Hij wil de hele wereld zegenen. Hij bevrijdt ons uit de slavernij van de zonde. En ik mag getuigen van zijn vergeving. Ik mag laten zien dat de macht van de zonde gebroken is. Ik ben in Christus en zijn Geest woont in mij.God wil door mij heen laten zien wie hij is. God wil door mij heen laten zien dat hij voorbijgaat aan zonde. 

Iemand maakt er een puinhoop van? Door te vergeven kan ik laten zien: God kan daar wat aan doen! Iemand heeft zichzelf klem gezet? Door te vergeven kan ik laten zien: God wil je bevrijden.Door ons heen wil God dat laten zien. 

Als wij vergeven, betekent dat niet dat wij puin ruimen, dat wij de macht van de zonde breken. Dat kunnen we helemaal niet. Maar God wel, en God gaat verder met puinruimen, door ons heen. De snippers die overblijven, die zijn voor ons. Getuigen van Gods vergeving, dat mogen we zijn. Wij kunnen elkaar alleen vergeven omdat God onze puinzooi opruimt.   

6. Ja wacht even, dat gaat me te snel. Laten we eens even concreet worden. Stel dat ik iemand vermoord heb. De familie van mijn slachtoffer kan dat niet herstellen door te zeggen: We vergeven het je. Zij kunnen mijn schuld niet wegnemen, want het slachtoffer blijft dood. Maar is dat bij God niet net zo? Wat heb ik aan een God die mij mijn moord vergeeft, maar mij en de familie van het slachtoffer achterlaat met een puinzooi? Wat houdt dat puinruimen dan nog in? 

Dat is een hele belangrijke vraag. Hoe weet ik dat Gods vergeving echt iets voorstelt? Hoe weet ik of God onze zonde echt opruimt?  

Kijk dan naar Jezus Christus. Wij denken bij vergeving meestal alleen aan de dood van Christus. Maar je moet ook op zijn opstanding letten. Wil je zien dat God vergeven heeft? Kijk dan naar de opgestane, onschuldig, rechtvaardig, heilig.Zo zullen wij ook zien dat God ons vergeven heeft als wij met Christus opstaan. [Dia 13] Dan zijn wij genezen en hersteld, maar onze slachtoffers ook. Als ik iemand vermoord heb, zal God diegene weer levend maken. Ook mijn slachtoffers zullen genezen zijn.  

Dit is een preek over vergeving in Adventstijd. Advent, de tijd van verwachting en van uitzien naar Jezus. Micha verwachtte dat God zou komen om de zonden van zijn volk weg te doen. Wij verwachten dezelfde Heer die Micha verwachtte. Jezus is mens geworden in een kribbe, Gods Zoon temidden van onze puinzooi. Onze zonden zijn verdwenen in zijn dood. Maar we zien het nog niet. We zien de gevolgen van onze zonde nog. We zien nog niet dat we onschuldig, rechtvaardig, heilig zijn.

Maar Jezus komt! Hij zal zichtbaar worden – opgestaan uit de dood, beloond voor zijn gehoorzaamheid, onschuldig, heilig. En dan zullen wij het ook zien: wij zijn onschuldige mensen – God heeft onze zonde weg gedaan! 

Wie is als God? [Dia 14]

God heeft wat moeten slikken. God heeft gezien hoe kwetsbare mensen uit zijn volk onder de voet gelopen werden. God heeft moeten verdragen dat het volk waardoor hij de wereld wilde zegenen, hem belachelijk maakte. Lees het boek Micha. 

Maar die God, die vergeeft. Wie is een God als hij, die schuld vergeeft en aan zonde voorbijgaat?Wie is als u, die zich over ons ontfermt in Jezus Christus? U die al onze zonden teniet doet en ons leven geneest; die onze zonden werpt in de diepte van de dood van Jezus Christus; U, die in Abraham de hele wereld zegent

Wie is een God als u?  




Micha 5,6-8

Liturgie

  •  Voorzang: Ps 93,1.3
  • Votum / Groet
  • Zingen:  Ps 84,3
  • Wet
  • Zingen: Gez 10,1
  • Gebed
  • Schriftlezing: Micha 5
  • Zingen NG 44,1.2
  • Tekst: Micha 5,6-8
  • Preek
  • Zingen: LB 434,2.4.5
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 9,1.2
  • Zegen

Opmerking: bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar. Voor meer informatie: mail \n hansburger@filternet.nl .

Opmerking 2: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: \nhansburger@filternet.nl .

Preek over Micha 5,6-8

Broers en zussen, broertjes en zusjes, gemeente van Jezus Christus  

1. Het is volop zomer. Al dagen is het droog. Bloemen hangen er verlept bij. Gister op het journaal werd opnieuw regen voorspeld, maar het is de vraag of die regen ook zal vallen. Eerder werd ook al regen voorspeld, en gebeurde er niets. Maar nu lijkt het er op dat het inderdaad gaat regenen. In de loop van de dag is de bewolking toegenomen. Het is drukkend warm. En dan – ja inderdaad, het begint te regenen. Een heerlijk zacht verfrissend buitje. Wat vooral opvalt is die geur – die heerlijke zomerse geur die je alleen ruikt als het net geregend heeft. Weet je wat ik bedoel?  Probeer het je voor te stellen, die geur, die heerlijke zomerse regen. 

En dan … [grommen als een leeuw]

Verderop zie je schapen in een weiland lopen. Maar wat is dat? Er rent een leeuw, hij springt over het prikkeldraad. Waar komt die vandaan? Een leeuw – in Nederland! Je hoort een schreeuw, gemekker van een schaap. Het eerste schaap heeft hij te pakken. De witte wol kleurt rood van het bloed. Maar de leeuw is niet te stuiten. Nog een, en nog een. Dan zie je een man aan komen rennen, in overall. Verbijsterd is hij. Zijn schapen! Wat doe je, tegen zo’n leeuw? Wie houdt hem tegen?  

Wat een dag – eerst die heerlijke frisse regen, en dan opeens die leeuw.Wat een schril contrast.  

Het contrast dat je vindt in Micha 5.  Een dauw die van de HEER komt, regendruppels op het groen.En een machtige leeuw tussen het wild, een leeuw die vertrapt en verscheurt en er is niemand die hem tegenhoudt. Wat een contrast.  

Hoe kan dat samen gaan? Hoe kan dat overblijfsel van Jakob met beide vergeleken worden? Hoe kan dat overblijfsel tegelijk als dauw zijn – heerlijk, aangenaam, prettig – en als een leeuw – bedreigend, verscheurend, gruwelijk?  H

et eerste beeld, dat is aantrekkelijk. Maar het tweede? We kennen het bijbelse beeld van een leeuw. Misschien heb je wel de film over Narnia gezien, The Lion, the Witch and de Wardrobe. Die leeuw, dat is een held, een dappere maar vriendelijke leeuw. Maar niet zo wreed en verscheurend. Verschrikkelijk toch, vergeleken te worden met zo’n leeuw? Hoe kunnen beide beelden tegelijk van toepassing zijn op die rest van Jakob? En wat moeten wij daar in vredesnaam mee aan? 

Laten we daarom eerst eens kijken wat er met die rest van Jakob bedoeld wordt.   

2. Het is een terugkerend motief in de bijbel. Er is verval, maar een kleine rest van aanhangers van de HEER blijft over. Zo was het in de tijd van Elia. Wie trok zich nog iets aan van de HEER? Elia was het zat. Hij alleen was overgebleven. Maar hij vergiste zich: de HEER had gezorgd dat Elia niet alleen is. Er zijn 7000 mensen over die niet geknield hebben voor Baäl.

God oordeelt, maar een kleine groep mensen overleeft het oordeel. Zo was het in de tijd van de zondvloed. Een kleine groep van acht mensen overleeft, en mag overnieuw beginnen. Zo vind je het ook bij de profeten. Amos, Jesaja, Zefanja, en dus ook Micha. De ballingschap zal desastreus zijn voor het volk, maar er zal een rest overblijven. Een rest van getrouwen, een rest die overleeft, een rest die terugkeert.  

God wil veel. Hij schept een wereld – en door de zondvloed blijven er maar acht over.God begint overnieuw: een groot volk uit Abraham – maar de ballingschap loopt uit op een klein overblijfsel.  

Interessant.Maar wat moet ik daar mee?  

Wacht even, haak nog niet af.

Want wat is de kern van die rest? Die rest is gegroepeerd rondom Sion en David. Sion, dat is de plaats van de tempel waar de HEER woont. En David, dat is het koningshuis, de gezalfde van de HEER, door wie God zijn volk regeert.

En waarom is dat belangrijk? Omdat er van David en van Sion een lijn loopt naar Jezus Christus. Hij is de zoon van David, door wie God ons regeert. Hij is de grote hogepriester, door wie God bij ons woont. Het hart van die rest van Jakob wordt gevormd door onze Heer. Hij is de vervulling van de boeken van het OT, en daarmee ook van deze profetie.  

Als je deze verzen wilt begrijpen, dan moet je naar Jezus Christus kijken.Hoe kan die rest van Jakob tegelijk vergeleken worden met heerlijk frisse regen, en met een brute verslindende leeuw?Dat kun je alleen maar gaan begrijpen als je gaat zien hoe Jezus Christus de vervulling is van deze profetie.  Jezus is als frisse dauw, en als een verscheurende leeuw.  

Maar dan kun je het als christen ook op jezelf gaan toepassen. Verbonden met Jezus Christus, in Christus, word je als christen een onderdeel van die rest van Jakob.  

Wat?  

Ja, dat betekent: jij en ik, als frisse dauw en als een verscheurende leeuw.  Laten we eerst eens kijken hoe beide beelden van toepassing zijn op Jezus Christus. En daarna, hoe beide beelden ook van toepassing worden op ons, christenen.    

3. Jezus Christus is als dauw voor wie van Gods genade geniet.

Laten we eens precies lezen wat er in het eerste beeld over het overblijfsel van Jakob gezegd wordt.Het is als dauw, die van de HEER komt. Dauw – de kleine druppeltjes vocht waardoor het gras ’s morgens nat is, ook al heeft het niet geregend. Niemand kan zo even dauw maken. Juist als het droog is, zoals in Israël, is dauw iets kostbaars om blij mee te zijn. Een verademing is het, elke morgen weer.En die dauw, die komt van de HEER. Zo is Jezus: een verademing, die van de HEER komt.  

Of als zachte regen op het groen. In een droog land is regen helemaal geweldig. Een heerlijke frisse regen, waardoor alles weer gaat groeien. Verlepte bladeren worden weer stevig.  

Opvallend is wat hier verder staat: dat groen, dat verwacht niets van een mens, ziet niet naar mensenkinderen uit. Micha leefde in een wereld zonder sproei-installaties. Irrigatie was in Israël niet mogelijk. Wat heb je van mensen te verwachten, als plant, wanneer het droog is? Niets – regen, daar heb je wat aan. Zo is Jezus: als je niets meer van mensen verwacht, als je weet dat mensen je niet zullen of kunnen helpen – dan is er die wonderlijke verkwikkende hulp. In de figuur van Jezus.  

Jezus is voor ons als de dauw, als frisse zomerregen.

Voor ons?

Ja voor ons als we zijn zoals dat groen. Als we niets verwachten van een mens. Als we iets van de HEER willen krijgen. Hij is om van te genieten. Jezus Christus is een verademing. Een opluchting. Geniet van Hem, van zijn genade, van zijn liefde! 

Doe je dat? Ben je als groen, dat niets van mensen verwacht?Verlang je naar iets dat van de HEER komt? Verlang je naar iemand die van de HEER komt?  

Als ik eerlijk ben: ik lang niet altijd. Ik verwacht nog best wat van mezelf, en ook van mensen om me heen. Rust nemen om te genieten van de liefde van Christus, zo maar komt het er niet van. Drukke mensen, mensen wie de tijd uit de vingers glipt achter de TV of achter internet, rusteloze mensen.Herken je dat? 

Het is Advent. Een goed moment om je voor te nemen: ik wil genieten van genade. Ik wil me laten besproeien met dauwdruppels, met regen. Ik verwacht het van de HEER. Jezus Christus van u wil ik genieten.   

4. Tegelijk is hij een sterke leeuw die Gods vijanden vernietigt.

Een leeuw, de koning van de dieren, die destijds in Israël nog in het wild voorkwam. Hij komt hier vooral naar voren als een sterk en woest beest, niet te houden. Krachtig. Die kracht kan alleen maar van God komen. Doordat het overblijfsel van Israël als dauw van de HEER is, is het ook sterk als een leeuw.  

Dat maakt alleen de vraag des te lastiger: Waarom zo woest? Vertrappen en verscheuren – dat is nu niet waar we graag het eerst aan denken als het over Jezus gaat.  

Jezus heeft twee gezichten, blijkt. Voor wie het niet van mensen verwacht, maar van God, is hij als dauw, of als frisse regen. Maar voor de aanvallers van Gods volk, voor de vijand, is hij heel anders. Jezus vertrapt of verscheurt niet in het wilde weg. Hij zet zijn kracht gericht in, tegen Gods vijanden. 

Ik denk dat wij makkelijk onderschatten wat er nodig is om vrede op aarde te brengen. Vrede is mooi, en dat willen we allemaal graag, maar hoe ziet de weg naar vrede eruit? De vijanden van God zijn geen lieverdjes. Ze hebben een bloedhekel aan God. God is goed, en zij zijn in en in slecht. Evil. In de diepste zin van het woord. Waaraan je dan moet denken? De zonde, de duivel, en hun vriendjes, de mensen die aan hun kant staan. Onderschat niet hoe hard het er aan toe gaat in het gevecht tussen de leeuw en die vijanden van God. 

En raak er niet door ontmoedigd! We zijn zo snel ontmoedigd. Het is in het leven met de Heer net als met Petrus die over het water liep. Zolang hij naar Jezus keek, liep hij over het water. Maar hij ging op de golven letten, en hij schrok, en hij zonk weg in het water… Net zoals we vaak zo weinig genieten van Gods dauw, van Gods regen, kijken we ook vaak zo weinig naar Jezus Christus. En we onderschatten zijn kracht. Ja, en dan raak je ontmoedigd.  

Maar het is Advent – Jezus komt. Verwacht hem ook! Jezus is een sterke leeuw, bedreigend voor wie zijn vijand is. Maar voor wie aan zijn kant staat geldt: je kunt je geen betere helper wensen. Zijn kracht is Gods kracht. Als jouw vijanden Gods vijanden zijn, dan kun je op hem rekenen. Die vijanden zullen worden vernietigd, want Jezus Christus is een sterke leeuw.   

5. Een krachtige leeuw en verfrissende dauw, dat is Jezus Christus voor ons.  

Want die dauw, dat zie je in zijn opstanding. Stel je voor dat je een leerling van Jezus Christus was. Je rabbi, die indrukwekkende rabbi, die lieve man van wie je zoveel houdt, hij wordt bruut vermoord aan een kruis. En waarom? Ze willen gewoon van hem af. Maar dan gebeurt het wonder. Hij staat op uit de dood. Niets had je meer van mensen te verwachten. Maar God is er. De dauw daalt uit de hemel neer, de frisse regen van Gods Geest. En Jezus wordt levend! Wonderlijke genade.

En je gaat zien, dat zijn dood een dood voor jouw zonde is. Zijn bloed bevrijdt van zonde. Een diepe vrede komt er in je hart. Wat een opluchting, wat een ruimte, wat een verademing. Zijn opstanding en zijn dood voor onze zonde – het is als dauw uit de hemel. Wij worden bevrijd de zonde, wij staan met hem uit de dood op – dauw die van God komt. 

Hij is een leeuw, die opstond uit de dood. Hij is overwinnaar en bevrijder. Dat wil zeggen: Jezus Christus is jouw bevrijder! Hij is het niet maar in het algemeen, nee, hij is mijn bevrijder. Hij is opgestaan. Hij is de leeuw die voor mij de dood overwon en die mij bevrijdt van de zonde.

En hij is gestorven, zodat wij met hem sterven en zodat de zonde niets meer te makken heeft in ons leven. Hij is de leeuw, die er voor zorgt dat wij met hem sterven en opstaan. 

Ik vind het zulke mooie beelden. Jezus is als verfrissende dauw, hij is als een sterke leeuw. Betrek ze op jezelf! Jezus Christus is gestorven en opgestaan, zodat wij met hem sterven en opstaan.

Ga daarom op zoek naar wat die beelden in jouw leven betekenen.Hij is verfrissende regen voor jou – hoe dan? Hij is een sterke leeuw die jou bevrijdt – hoe dan? Dat kun je ten diepste alleen zelfontdekken.  

Neem zo’n beeld als die frisse regen. Neem de tijd om zo’n beeld op je in te laten werken en toe te passen op je zelf. Praat er met anderen over. Bid om inzicht in jezelf. Jezus Christus is de dauw in mijn leven. Waar heb ik dauw nodig? Waar ben ik dor en droog? Hoe kan Christus voor mij een verademing zijn, een verfrissing? Zoek naar die frisse regen, en ervaar hoe Jezus Christus een verademing is.  

 6. En word dan zelf verfrissend als de dauw en sterk als een leeuw!

Want het mag dan waar zijn, dat Jezus Christus het centrum is van dat overblijfsel van Jakob, daarmee is niet alles gezegd. Jezus Christus lijkt rond zijn sterven en opstanding de enige te zijn, maar dat is hij zeker niet. 

Micha zegt: te midden van machtige volken stelt dat overblijfsel van Jakob iets voor! Daar zorgt de HEER voor – het is als dauw van de HEER. Daarom is het ook sterk als een leeuw. Dat overblijfsel van Jakob wordt een steeds grotere groep. Immers: Christus groeit uit tot een lichaam. Wij mogen het lichaam van Christus zijn. Wij zijn in Christus. Hij is het overblijfsel van Jakob, maar wij mogen er in Christus bij horen.  

En dus kun je die twee beelden ook op een andere manier op jezelf toepassen. Ja zeker, Christus is voor mij een verademing, frisse dauw, heerlijke zomerregen.En Christus is mijn bevrijder, een sterke leeuw die mijn vijanden rauw lust.Maar daardoor word ik iemand anders. Als Jezus echt in je leven doorwerkt, als zijn Geest echt in je woont, dan verandert God mensen.  

Dan worden wij allemaal verfrissend als de dauw. Een heerlijke koele zomerregen. Dan zijn wij temidden van machtige volken een verademing, een opluchting. Hier is echte liefde. Hier is vergeving te vinden. Hier word ik niet afgerekend op hoe ik er uit zie. Hier is niet belangrijk of ik geslaagd ben in het leven of niet. Hier vind ik God! Wat een wonder.  

Dan worden we ook sterk als een leeuw. De Geest van de HEER woont immers in ons. Dan zijn we niet onder de indruk van machtige volken. Dan zijn we integere christenen, vol van vrijmoedigheid. Dan staan we voor ons geloof in Jezus Christus en zijn we niet stuk te krijgen. Dan dragen we het goede nieuws van Jezus Christus uit in onze omgeving. 

Maar laten we onszelf niet overschatten! Wij zijn van onszelf geen verademing. Verfrissende dauw, zo worden we alleen als we eerst zelf ons laten verfrissen door de regen van de Heilige Geest, waarmee Christus ons besproeit. Wij zijn van onszelf niet sterk. Een krachtige leeuw, dat worden we alleen als we ons laten bevrijden door de leeuw van Juda en als zijn Geest ons steeds weer vult met kracht.  Word zo, in Christus, verfrissend als de dauw en sterk als een leeuw. 




Micha 4,6-8

Liturgie

  •  Voorzang: Ps 48,1
  • Votum / Groet
  • Zingen: Ps 48,3.4
  • Gebed
  • Lezen: Micha 3,12-4,14
  • Zingen Gez 8,1.4
  • Tekst: Micha 4,6-8
  • Preek
  • Zingen: LB 125,1.3.4
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen: NG 85
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Ps. 72,5.8-10

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl .

Preek Micha 4,6-8

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus, gasten

1. Wat moet je als niet-jood met deze tekst? O

p het eerste gezicht klinkt het mooi, vooral als je je zelf kreupel voelt; als je je kunt herkennen in verstrooiden en verdrevenen. Er is hoop voor mij!

Maar maak je je dan niet blij met een dode mus? Immers, het gaat hier helemaal niet over kreupelen en verdrevenen in het algemeen. Het gaat hier over Joden die in ballingschap gegaan zijn.

Als je nu Da Costa heet, of Cohen, Pereira of Polak, Hamburger, Moskowics of Van Praag, Boom of Gans, Asher, Levy of Goldschmidt, dan heb je een typisch joodse achternaam. En dan is het ook een mooie tekst. Deze tekst biedt hoop voor Joden die verdreven zijn en in de verstrooiing, de diaspora leven.

Want gaat het hier niet over het herstel van de staat Israël? De Joden die her en der terecht gekomen zijn, zij mogen terug. De joden die getroffen zijn door onheil dat God hen heeft aangedaan, die worden weer een groot volk.

Op de tempelberg zal weer een tempel verrijzen. De verwoeste paleizen van de berg Sion zullen worden herbouwd. De vroegere heerschappij komt weer terug in Sion. Israël wordt weer een onafhankelijke staat. Aan het hoofd van de staat Israël zal weer een afstammeling van David staan. Sterker nog, de God van Israël zal weer regeren in het land.

Maar ik heet Hans Burger, en geen Hamburger. Ik ben geen Jood. Het is me nog niet opgevallen dat iemand van jullie hier een Joodse achternaam heeft; voor zover ik weet heeft niemand van ons Joods bloed; ik kan me natuurlijk vergissen. Ik had een vriendje vroeger, met een Joodse vader. Voor hem is dit natuurlijk mooi. Maar voor mij?

Het is toch zoiets als wanneer een Vlaamse nationalist droomt van een onafhankelijk Vlaanderen? Ik ben geen Vlaming. Wie weet is het mooi voor de Vlamingen, wanneer er een vrij en onafhankelijk Vlaanderen is, met een Vlaamse taal en een afstammeling van een oud Vlaams geslacht als staatshoofd. Maar ik ga over tot de orde van de dag en leidt mijn eigen Nederlandse leven.

Laten we eens kijken vanmiddag wat het goede nieuws is in deze paar verzen. Om dat goede nieuws op het spoor te komen, gaan we eerst eens kijken hoe God hier naar voren komt. Hoe leren we in deze verzen God kennen? Wie is deze God van de Joden? En wat heeft dat ons te zeggen?

2. Want wat is dat voor een God? Een God die onheil brengt en daarna weer mooie dingen belooft? Is zo’n God wel te vertrouwen?

Laten we eens wat beter lezen. Hoe zit het precies met dat onheil en die mooie beloften? Hoofdstuk 3, een hoofdstuk over grof onrecht door het volk begaan, eindigt met oordeel. Terecht oordeel ook, als je de eerste hoofdstukken van Micha leest. Sion wordt omgeploegd als een akker. Jeruzalem wordt een ruïne. De tempelberg wordt een overwoekerde heuvel. En die verwoeste stad wordt hersteld. De paleizen van de vesting Sion worden herbouwd. Jeruzalem wordt weer een koningsstad.

Maar zo iets doe je toch niet?  De relatie tussen God en zijn volk wordt in de bijbel wel vergeleken met een huwelijk. God hield van zijn volk. Maar dat volk ging vreemd. Andere goden kregen de voorkeur. Overspel, afgoderij, onrecht. Vind je het gek dat er dan een eind aan komt? Terecht toch, dat God Israël buiten de deur zet? In ballingschap! Onze relatie is kapot. Finito.

Ben je geen slapjanus als je daar weer op terugkomt? En hoe gezond is het, om als er zoveel gebeurd is, de draad weer op te pakken?

De bijbel zegt dat er iets anders aan de hand is. Hier is geen sprake van een psychische stoornis, of van een zwakke persoonlijkheid. Integendeel.

God is geen God die uiteindelijk toch niet zonder Israël kon, en een volk nodig heeft om iets voor te stellen.

God is geen God die uit het lood geslagen door wat hem allemaal overkomt, uiteindelijk rare dingen gaat doen.

Integendeel: God is GOD. En God is LIEFDE.

Weet je wel wat dat betekent: God is God. God is liefde. Dat betekent dat Gods liefde niet stuk te krijgen is. Dat betekent dat Gods plannen niet kunnen mislukken. Het betekent dat God het emotioneel op kan brengen om ondanks zoveel teleurstelling toch van zijn volk te blijven houden. Hij is de enige die dit voor elkaar kan krijgen.

Want het is nogal wat. Denk eens aan al het onrecht waar Micha tegen protesteert. Denk eens aan de ontrouw van het volk. En dan toch lief blijven hebben, puur uit liefde.  Onvoorstelbaar, zo’n God.Als je je daar niet meer over verbazen kunt, dan ben je wel iets kwijtgeraakt. Zo is onze God! Een wonderlijke en verbazingwekkende God.Hij is al onze aanbidding waard!Geef hem dan ook je lof en dank, aanbid hem! Niemand is dit meer waard dan hij.

3. Denk je eens in wat God eigenlijk doet. De puinhopen van een mislukking zijn de basis van een ongedachte toekomst. Zo blijkt des de bijzonderder hoe groot Gods liefde is!

Maar is God dan niet iemand die op zichzelf kickt en alles laat mislopen, zodat des te beter uitkomt hoe bijzonder hij is? Iemand die alles in het honderd laat lopen en dan als reddende engel optreedt?

Dat zou je soms haast denken. Maar dan benader je God met wantrouwen; wat je dan niet ziet is dat mensen de boel hebben laten mislopen; dat God echt pure goedheid is.

Want kijk eens goed wat er gebeurd: God staat bij de puinhopen van een mislukt verbond met Israël. Israël heeft zijn wetten niet gehouden en het verbond gebroken. Hij zit met een vastgelopen verbond met David: altijd een koning op Davids troon, maar wat moet je met een koninklijke familie die zijn God negeert?

En het volk? Kreupelen die niet meer kunnen lopen. Verstrooiden die her en der wonen. Getroffen door Gods oordeel. Een restje invalide mensen. Uiteengevallen en versplinterd. Een volk zonder enige kracht, dat niets meer voorstelt.

En Jeruzalem? Tempel en paleizen zijn verwoest. De troon is verdwenen, mocht er een troonpretendent opduiken. Hopeloos. Wat kun je daar nog van maken?

En dat is precies het bijzondere! Deze puinhopen zijn de basis van een ongedachte toekomst. God had een plan: van Abraham een groot volk maken. En via dat volk heel de aarde zegenen. Hij had een plan: een volk met een koningshuis: Davids huis. En via dat huis van David de aarde regeren. Ook al is het niets geworden met dat volk en dat koningshuis, toch geeft God niet op. Het uithoudingsvermogen van God is zo immens groot – onvoorstelbaar. Hij geeft niet op. En hij kan het ook: uit deze puinhopen een geweldige toekomst klaarmaken – Gods rijk op aarde.

De kreupele, gehandicapte mensen, verstrooid over heel de toenmalige wereld, worden de basis van een groot volk. De puinhopen van Jeruzalem worden herbouwd. De berg van de HEER zal overal bovenuit torenen.  Dat is typisch God. Hij geeft water in de woestijn. Hij vat liefde op voor een volk dat hem haat. Een onuitputtelijke bron van goedheid en liefde – dat is onze God! Zo is God – onvoorstelbaar geduldig en creatief.

Bekijk hem niet met wantrouwen, maar geloof het: God is echt goed. De puinhopen van een mislukking zijn de basis van een geweldige toekomst.

4. Het centrum van die geweldige toekomst is de koning.

Want hoe ziet die toekomst er uit?  Het volk Israël keert terug uit ballingschap. Het zal een groot volk worden. Sion en Jeruzalem worden in de oude glorie hersteld. Er zal weer een koning op de troon van David zitten: een koning in Sion.

Moet je daarbij denken aan het herstel van de staat Israël in 1948? Gaat het erom dat de Al-Aqsa moskee, die nu op de tempelberg staat verdwijnt en op die plek een tempel en een koninklijk paleis herrijzen? Moet de staatsvorm van de staat Israël nog aangepast worden, zodat er een zoon van David koning van Israël wordt?

Op het eerste gezicht zou je dat misschien denken. Maar er is iets wat niet in het plaatje past: heel centraal in Micha 4 is dat de HEER koning is. De volken komen naar Sion en Jeruzalem vanwege de HEER. Het zal vrede op aarde worden omdat de HEER het gesproken heeft. De HEER zal er voor zorgen dat het volk uit ballingschap terugkeert. De HEER zal koning zijn. En haast terloops wordt er dan in vers 8 ook nog opgemerkt dat de vroegere heerschappij terug zal keren, dat wil zeggen: dat het huis van David hersteld zal worden. De hoofdrol is niet weggelegd voor David. Ook niet voor Israël. En ook niet voor Jeruzalem. De hoofdrol is voor Sion en voor de God van Sion.

We kunnen daarom niet blijven staan bij de huidige staat Israël. Of die staat een rol zou kunnen spelen in de terugkeer van het Joodse volk uit ballingschap, of die staat een stap zou kunnen zijn in de vervulling van deze profetie durf ik niet te zeggen.

Waar het om gaat, is dat de HEER koning is in Sion. Van de HEER hangt alles af, in Micha 4. De berg van de tempel van de HEER zal overal boven uit torenen. De volken komen naar die tempel. Ze komen voor het onderwijs van de HEER, voor zijn rechtspraak. De HEER zal vrede geven op aarde. De HEER zal zijn volk herstellen. De HEER zal koning zijn.  Het centrum van die geweldige toekomst – echte wereldvrede – is de HEER. En dat is ook niet gek. Als je ziet wat een geweldige God Hij is. Hij is liefde. Hij is trouw. Zijn plannen mislukken niet. Hij is niet stuk te krijgen. Zijn uithoudingsvermogen, zijn incasseringsvermogen, zijn liefde, ze zijn eeuwig en eindeloos.

5. Hier gaan ook de wegen van Joden en christenen uiteen.Daarbij is het breekpunt niet eens hoe je tegen de staat Israël aankijkt. De grote vraag is: wie is de Jood Jezus van Nazareth?

Let daarom eens hier op: er zit iets raars in deze tekst. Aan de ene kant is de HEER koning, aan de andere kant krijgt Jeruzalem de vorige heerschappij terug. Daarbij moet door Micha gedacht zijn aan het koningshuis van David, dat kan niet anders. De HEER had immers ook beloofd, dat er altijd een afstammeling van David koning zou zijn. Wie is er nu koning, de HEER, of een zoon van David? Is dat niet een bron van nieuwe problemen – twee kapiteins op een schip, dat kan toch niet goed gaan?

Christenen zijn ervan overtuigd dat God die problemen bij voorbaat opgelost heeft. Immers, wie is die koning, de beloofde Messias? Jezus van Nazareth. Het koningschap van de HEER gecombineerd met het koningschap van David is geen tweekoppig monster; nee, Jezus Christus verenigt in zichzelf die beide lijnen: hij is God die regeert op aarde, en hij is Davids Zoon die regeert in Jeruzalem.

De vraag is of je daarin meegaat. Niet Messias-belijdende Joden doen dat tot op de dag van vandaag niet, Messiasbelijdende Joden en andere christenen wel.

Er is alle reden om te zeggen: Micha profeteert over Jezus Christus. Hij kwam om Gods koninkrijk op aarde te brengen. Hij was ook de afstammeling van David, via Jozef en Maria.Het leek dat hij verslagen werd, toen hij aan het kruis geslagen is.Maar zijn opstanding liet zien dat het anders is: Jezus Christus is koning. Jezus Christus regeert over Joden en Romeinen. Jezus Christus regeert over de zonde en de dood. Jezus Christus is machtiger dan de duivel. Jezus Christus regeert in de hemel, in het hemelse Jeruzalem. En daarmee is de berg van de HEER verheven boven alle andere bergen.

In zijn kruis en opstanding werd ook het probleem van de ballingschap definitief opgelost. En dat heeft hij veel dieper gedaan dat het ooit eerder is geprobeerd. Niet alleen de verstrooiing van het Joodse volk over heel de aarde pakt hij aan. Hij begint een steek dieper: de vervreemding die er is tussen God en zijn volk, de geestelijke machten die Israël in de greep hebben – die wordt aangepakt.  Jezus Christus is de beloofde koning: de HEER die koning is in Sion, de zoon van David.

6. Ik begon de preek met de vraag wat ik als niet-jood met deze tekst moet: waarom is het goed nieuws?

Je voelt in Micha 4 al aankomen dat het wel goed nieuws is: de volken van overal willen het meemaken. Het koningschap van de HEER brengt wereldvrede.

Het bijzondere is de koning zelf, de HEER. Bijzonder is ook de manier waarop hij koning is. Als je ziet hoe Jezus Christus de vervulling is van deze profetie, dan ga je dat zien. Als Jezus Christus het volk van Israël weer herstelt, dan doet hij dat maar niet door een nieuwe staat Israël te stichten. Dan overwint hij meteen alle geestelijke machten die het volk in hun greep hebben. Want daar ligt de oorzaak, dat het steeds mis ging tussen God en zijn volk, dat het volk in ballingschap ging, dat het maar niet botert tussen Joden en Palestijnen.

Het nieuwe verbond, het verbond van Jezus Christus, brengt ons een nieuw hart. Want hij bevrijdt van de zonde, van ons eigen zwakke bestaan, van de dood, van de duivelse machten die ons in hun greep hebben. En dat kan hij ook: want de HEER is de enige God op aarde.  En dat gaat iedereen aan! Dat je bevrijdt kunt worden van de zonde, de duivel en de dood, dat is voor iedereen van belang. Weer in vrede met God leven en in vrede met elkaar – dat is enorm belangrijk. Zeker als je ziet wat een bijzonder iemand die God is – de enige God op aarde, God die liefde is. Een onvoorstelbare God. Onze schepper. Bij hem zijn, dat levert een onvoorstelbare toekomst op.

In Jezus Christus doet God dingen waar Micha nog maar nauwelijks van had kunnen dromen. En ook wij bevatten nog maar nauwelijks wat er gebeurt als deze profetie volledig in vervulling gaat. Het zal ook onze stoutste verwachtingen overtreffen – daar kun je zeker van zijn.

Jezus Christus is nog in de hemel, in het hemelse Jeruzalem. Die stad moet nog zichtbaar worden, als Jezus Christus zichtbaar wordt. Hij moet nog rechtspreken over alle volken, om zo alle conflicten en oorlogen op te lossen. Dan zal er vrede zijn.

Het is vandaag de tweede Adventszondag. De tijd om te verlangen naar de komst van Jezus Christus. Er is alle reden om daarnaar te verlangen. Er komt een toekomst is, die bepaald wordt door de HEER, door Jezus Christus – onze geweldige God.  Verlang daarom naar de komst van Jezus Christus – de HEER die koning is, de zoon van David. Immanuël – God met ons.

Kom, Heer Jezus, kom.




Micha 3,8

Liturgie

 Voorzang: Psalm 52,1.5.6
Votum / groet
NG 85
Schuldbelijdenis met Ps 51,1.4
Genadeverkondiging: 1 Petr 2,9-10
LB 15,1.2
Gebed
Schriftlezing:
2 Tim 1,6-10;
Micha 3
Ps 82,1.2
Tekst: Micha 3,8
Preek
Zingen: LB 95,1.3
Wet
Gez 38,3-5
Gebed
Collecte
Gez 26a,1.2
Zegen      

Preek over Micha 3,8

 Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus  

1. De Micha-campagne vraagt om sterke mensen. Het vraagt erom dat we ruggegraat hebben, en ons eigen spoor durven trekken. Een spoor van recht doen, trouw liefhebben, en ootmoedig met God wandelen. Om dat te doen moet je sterk in je schoenen staan. Loskomen van onze maatschappij, van wat daarin gewoon is, nodig lijkt. En dat is lastig – wij zitten meer aan deze maatschappij vast dan we denken. 

Aan het eind van onze tijd in Kampen viel me dat weer eens op. We hadden het prima. Een aantal van onze vrienden had het nog wat beter. En zij gingen auto’s en huizen kopen, terwijl wij nog niet zover waren. Als je studeert en niemand heeft een auto, iedereen reist met openbaar vervoer, en woont op kamers, is het geen enkel probleem als je ook geen auto hebt en op kamers woont. Maar wat gebeurt er als je leeftijdsgenoten, eerder dan jij, auto’s en huizen gaan kopen? Toen viel me opeens op hoe auto’s en huizen status geven. En voor ik er erg in had, zonder dat ik het wilde, merkte ik ook dat ik daar gevoelig voor was. Alsof je minder voorstelt als je nog geen auto en geen huis hebt. En nu is het allemaal weer gladgestreken, heb ik een auto en een huis. In theorie wist ik het natuurlijk wel – bezit geeft status. Maar toen merkte ik het opeens ook bij mezelf – als mijn omgeving die statussymbolen heeft, dan wil ik ze ook. Zo vast zitten we kennelijk aan onze maatschappij. Om daarvan los te komen, moet je sterk zijn.  

Maar ook om onrecht aan de kaak te stellen, moet je sterk zijn. Als je in een bedrijf werkt en je loopt er tegen aan dat er onrecht gepleegd wordt; dat dingen worden geproduceerd ten koste van anderen; dat het milieu vervuild wordt, wat doe je dan? Meestal is er geen klokkenluiders-regeling. Ben je dan sterk genoeg om aan de slachtoffers van het onrecht een stem te geven? 

Om als christen in je omgeving een licht te zijn en buitengewone liefde te laten zien, trouw, ootmoed, eerbied voor God; ook dan moet je sterk zijn. Als je bang bent dat het christelijk geloof saai en achterhaald is, dan wil je ook niet als christen bekend staan. Als je op wilt vallen omdat je Jezus volgt en net als hij je vijanden liefhebt, dat vraagt om innerlijke kracht.  

Zo was het ook bij Micha. Hij had moed nodig om zijn volk te confronteren met hun onrecht. Een boodschap als die van Micha vraagt om sterke mensen.   

2. Micha was sterk. Stel je voor. Micha was gewoon een boer. En hij gaat naar Jeruzalem, zeg maar Den Haag, het Binnenhof. Hij stapt de ministerraad binnen en begint de hoge heren de les te lezen. En niet zomaar, hij windt er geen doekjes om.  

Jullie haten het goede en houden van het kwaad, zegt hij. Het is nogal plastisch hoe hij omschrijft wat ze doen: de mensen van het volk stropen ze de huid van het lijf. Het vlees halen ze van de botten af. Wat doen die leiders? Hun volk slachten ze af om er een stoofpot van te maken die ze lekker op gaan zitten eten.  

Het oordeel dat hij aankondigt is ook niet mals: God zal jullie verlaten. Hij kondigt een godsverduistering aan. God zal niet meer spreken tegen jullie profeten, jullie zieners en waarzeggers. Ze denken dat het allemaal goed zal gaan. Ze denken dat God in hun midden is. Jeruzalem, Sion, daar woont God. Wat kan ons gebeuren? Maar Sion is gebouwd op bloed, en Jeruzalem op onrecht. Sion zal worden omgeploegd als een akker, Jeruzalem wordt een ruïne.  

Waar haalt hij het lef vandaan? Gewoon iemand uit de provincie, die in het regeringscentrum van leer trekt. Hoe durft-ie? Het lijkt wel of hij denkt dat hij de waarheid in pacht heeft.

Bescheiden is hij ook nog niet. Tegenover die profeten, die Gods stem niet meer zullen horen en die af zullen gaan, plaatst hij zichzelf: Jullie horen niets meer van God, maar ik ben vol van kracht, ik ben vol van de Geest van de HEER. 

Daar ligt het spannende punt: is deze man arrogant? Overschreeuwt hij zichzelf? Of is hij inderdaad spreekbuis van iemand anders? Heeft hij niet de waarheid in pacht, maar is het Gods Geest die hem vult en die door hem spreekt?   

In onze tijd hebben mensen het niet zo op iemand die de waarheid in pacht heeft. Iemand die zijn eigen gelijk verabsoluteerd.  

Mensen hebben de waarheid ook niet in pacht. Maar als Gods Geest in iemand woont en door iemand spreekt, dan hoor je de Geest van de waarheid in eigen persoon spreken. Dan is het ook niet gek dat Micha sterk is. Dat is de reden waarom hij vol van kracht is, waarom hij de moed heeft om zo op te treden tegen zijn volksgenoten. Hij is vol van de Geest van de HEER. Daarom is Micha sterk genoeg om zo op te kunnen treden.   

3. Hoe sterk zijn wij, postmoderne christenen?

Veel vrijgemaakt-gereformeerden zijn hun ideologische veren kwijtgeraakt, net zoals dat bij anderen in Nederland het geval is. Weg met de grote verhalen… Betekent dat ook dat we een stuk oriëntatie kwijt zijn? Wat betekent het eigenlijk om Gereformeerd te zijn? Christenen raken in Nederland in de minderheid, terwijl de Islam in opkomst is. Dat kan leiden tot een gevoel van onveiligheid. Maar ook tot de vraag: waarom ben ik eigenlijk christen en geen Moslim? Moslims geloven toch ook in God? 

De grote verhalen zijn we kwijt, maar we zijn wel allemaal ons gevoel heel belangrijk gaan vinden. En heel makkelijk voelen we een stuk onbehagen. Als het om christenen gaat: of je nu aan de rechterkant kijkt, of aan de linkerkant, of het nu gaat om mensen voor wie er in de kerk veel te veel verandert of om mensen voor wie de verandering niet snel genoeg kan doen, beide groepen beroepen zich op hun gevoel. Ik voel me hier niet prettig bij. Je trekt je terug op je eigen gevoel, daar mag niemand aankomen, maar meer dan een eigen gevoel is het soms ook niet. Een gesprek over meningsverschillen wordt hier heel lastig door. We zijn ons gevoel veel belangrijker gaan vinden – maar zijn we daar sterker door geworden?Ik denk het lang niet altijd. Het kan ten koste gaan van oriëntatie en overtuiging, tot verdeeldheid leiden en het brengt ons dus niet verder. Je kunt niet alleen op je gevoel koersen. 

 Micha heeft het in vers 5 over mensen die over vrede praten zolang ze te eten hebben, maar die iedereen die hun niet op hun wenken bedient, de oorlog verklaren. Dat doet mij direct denken aan postmoderne Nederlanders. Zolang het goed gaat, is het gezellig. Maar onder de oppervlakte van lekker eten en gezellige TV gaat een immense leegte schuil. Een diep gevoel van onbehagen. Een verlies van oriëntatie en angst voor de toekomst. Er hoeft maar iets te gebeuren, of de stemming slaat om. De moord op Pim Fortuyn en op Theo van Gogh hebben dat laten zien. En het kan zo weer gebeuren.  

Hoe postmodern zijn wij, christenen? Hoeveel leegte gaat er schuil onder onze mooie kerkelijke buitenkant?  Zouden wij zo op durven treden als Micha? Durf je het van jezelf te zeggen: Ik ben vervuld van kracht? Ik heb de Geest van de HEER? Ikzelf lang niet altijd.   

Wij mensen zijn niet automatisch gevuld met kracht, gevuld met Gods Geest. Laten we daarom alsjeblieft eerlijk zijn voor onszelf: hoe leeg zijn wij? Daarvan hangt het immers af, hoe sterk we zijn als postmoderne christenen.  

4. Stel nu dat je schrikt en constateert: ik ben niet sterk, ik zou dit nooit van mezelf durven zeggen. Ik zie in mijzelf inderdaad een stuk leegte.  Wat dan? Gaan we dan ontmoedigd naar huis – mooi voor Micha, maar niet haalbaar voor mij? Micha was een echte profeet, hij leefde dicht bij God. En wij, wij zijn maar gewone christenen… 

Dat is dus niet Gods bedoeling. God wil je niet ontmoedigen, wanneer je leest over Micha. We hebben ook uit 2 Timoteüs gelezen. Paulus zegt daar iets tegen Timoteüs, maar dat geldt niet alleen voor Timoteüs, dat geldt voor alle christenen.God heeft ons niet een Geest van lafhartigheid gegeven, maar een Geest van kracht, liefde en bezonnenheid.  

Onze zwakheid heeft niet het laatste woord! Kom op. Laat Micha je niet ontmoedigen. God heeft ons geen geest van lafhartigheid gegeven. God heeft ons een andere Geest gegeven. Het is Pinksteren geweest. In de christelijke kerk woont de Geest van God. Tempel van Gods Geest mogen we immers zijn.

Micha was een profeet, vol van de Geest van God. Jezus Christus was een profeet, vol van de Geest van God. En Jezus Christus doopt ons met de Heilige Geest, zodat wij christenen zijn, profeten net als hij en net als Micha. Die Geest die in Micha woonde, dat is ook de Heilige Geest die God ons gegeven heeft. Ja, gegeven heeft. In iedereen die in Jezus Christus gelooft, woont de Heilige Geest.  

Lees deze tekst uit Micha dus niet als een ontmoediging. Het is juist een stimulans – zo sterk als Micha was, zo sterk kan ik ook zijn. Micha was niet sterk omdat hij nu zo bijzonder was, hij was sterk omdat de Geest van God in hem woonde. En dus kan ik net zo sterk zijn, omdat diezelfde Geest ook aan mij beloofd is en ook in mij woont.  

Zoek daarom je kracht in God. Je kunt doen alsof de Geest van God je niet gegeven is. Je kunt denken: ik geloof niet dat die Geest in mij woont. Dan zul je ook de kracht van die Geest niet ervaren. Geloven dat die Geest in je woont, wil zeggen: er van uit gaan dat het zo is. Je kracht bij God, bij Gods Geest zoeken. En dan ga je er ook iets van merken – Gods Geest woont inderdaad in mij, net als in Micha.   

5. Gods Geest is de enige die onze leegte kan en wil vullen.Mensen zijn net blikjes frisdrank. Als je twee blikjes naast elkaar zet, de een is leeg, de ander is nog vol, en je probeert beide blikjes te verfrommelen, wat zie je dan? Het lege blikje knijp je zo in elkaar, maar bij het volle blikje lukt je dat niet.

Micha heeft het er hier over dat hij gevuld is, vol van kracht, vol van de Geest van de HEER, vol van recht en moed. In de NGB-51 zie je dat beter dan in de NBV. Als je vol bent, dan lijk je op een vol blikje frisdrank. Niet fijn te knijpen. Maar als je leeg bent, dan ben je zo verfrommeld. Dan ben je niet sterk genoeg voor iets als een Micha-campagne. Dan ben je sowieso niet sterk genoeg om als christen overeind te blijven in deze maatschappij. Pas als we gevuld zijn, kunnen we ook sterk zijn. 

Maar, mensen zijn blikjes die lek zijn. Iedereen die christen is, heeft de Geest ontvangen. Dat mogen we geloven. Laten we dat ook geloven. Dat wil zeggen: in mij, christen, woont de Heilige Geest. Maar niet iedereen in wie de Geest woont, is ook vol van de Geest. En als je vol bent van de Geest, blijf je niet automatisch vol van de Geest. Integendeel, wij mensen lijken op blikjes die lek zijn. Wij zijn blikjes die leeglopen. Eenmaal vol is niet altijd vol. Daarom is het dan ook dat Paulus kan zeggen in Ef 5,18: laat de Geest van God u vervullen. Steeds weer moeten wij vol worden van de Geest van God.  

Hoe doe je dat?
Wat je niet moet doen is de Geest teleurstellen. Dingen doen die tegen de Geest van God ingaan. Wat je ook niet moet doen is het vuur van de Geest uitdoven, door te zondigen en door te leven in een geest van lafhartigheid. Verder werk je de Geest tegen wanneer je de duivel de ruimte geeft. 
 

Nee, geloof dat de Geest van God ook aan jou gegeven is. Geloof dat de Geest van God ook in jou woont. Je bent toch christen? Je kunt alleen in Jezus Christus geloven wanneer je de Geest gekregen hebt. Bid de Geest om je hele leven te vullen. Om overal aanwezig te zijn, je helemaal te doortrekken. Om je te stempelen. Strek jezelf uit naar God, vol verlangen, steeds weer. En bid elke dag: Heilige Geest, vul mij opnieuw. Gods Geest is de enige die onze leegte kan vullen.  

6. Gods Geest is een Geest van integriteit, recht en kracht. Gods Geest kun je niet zien, maar je kunt wel de vrucht van de Geest zien. Kracht, rechtvaardigheid, moed, zegt Micha. Kracht, liefde en bezonnenheid, schrijft Paulus aan Timoteüs. Of kijk naar de vrucht van de Geest die Paulus beschrijft in Galaten 5: liefde, dat wil zeggen: vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. 

En dat is maar goed ook. Want misschien denk je wel: ik wil wel vervuld worden met de Geest, maar het lukt me niet. Ik voel niets bijzonders, er gebeurt niets.  

Denk dan aan wat Jezus zegt in Johannes 3: de Geest is als de wind. Je ziet hem niet, maar je ziet wel wat de wind doet: je hoort zijn geluid, je ziet de bomen bewegen. Je kunt de Geest niet zien of voelen. Wel kun je de effecten van de aanwezigheid van de Geest opmerken. Dat kan een gevoel zijn, maar ook iets anders.

Of denk aan de gelijkenis van de talenten: de Geest is als talenten die je krijgt. Als je ze in de grond stopt, gebeurt er niets. Waar het om gaat is dat je de Geest gebruikt, zoals je die talenten moet gebruiken. Leef met de Geest, bid steeds weer om zijn aanwezigheid, en leef in de Geest. Dat wil zeggen: leef in geloof. Leef in het spoor van Jezus Christus. Leef met de bijbel. Leef met God.  

En geloof het: we hebben geen Geest van lafhartigheid gekregen. Dat wil zeggen: doe niet alsof je laf hoeft te zijn. 

Geloof, reken erop, ga ervan uit, vertrouw erop dat de Geest van God in je woont. Zie je dan niet hoe de vrucht van de Geest in je leven rijpt? Dan is de Geest er toch! Een Geest die hart heeft voor gerechtigheid, voor een eerlijke wereld. Een Geest die hart heeft voor armen. Een Geest van liefde. Een Geest van bewogenheid en medelijden. Een Geest van creativiteit. Een Geest met oog voor wie zwak is en hulp nodig heeft. Een Geest die niet tegen zonde en onrecht kan. Een Geest die je maakt tot mensen uit één stuk. Integer, vol van recht. Vol van moed en kracht.   

Die Geest, die we nodig hebben om sterk te zijn – die Geest is de Geest die in MIcha woonde. Het is de Geest van Jezus Christus.  

Geloof dat je die Geest ontvangen hebt. Geloof dat die Geest in je woont. En laat die Geest je steeds weer vullen.       




Micha 2

Liturgie

  • Franeker zondagmorgen 22 oktober 2006  
  • Voorzang: Ps 2,1.2
  • Votum & Groet
  • Zingen: Ps 2,3.4
  • Wet: Lev. 19 een aantal gedeeltes
  • Zingen: Ps 1,1.2
  • Gebed
  • Schriftlezing: Micha 2 en 1 Kon 21,1-16
  • Zingen: Ps. 14,3-5
  • Tekst: Micha 2
  • Preek
  • Zingen: LB 294,1.2.4.5.6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 68,1.3.13 
  • Zegen

Preek over Micha 2

 

 1. Het was mooi voorjaarsweer. De zon scheen en verspreidde een aangename warmte. Het was gelukkig nog niet de tijd van zomerse hitte. Dan moest je hier niet staan, dacht Willem Alexander. Hij stond op een dakterras boven op zijn paleis en keek uit over Wassenaar. Wat lag het paleis toch mooi, net buiten het dorp, in het bos.

Kijk, daar kwam een pickup aan met lekkere verse voorjaarsgroente in de achterbak. Willem Alexander kreeg trek. Het was toch jammer dat de groentetuinen zo ver van het huis af lagen. Dit huis was mooi, absoluut. Maar wat meer eigen land dichtbij zou erg gemakkelijk zijn. Hij draaide zijn hoofd en zag de tuin van zijn buurman. Dat was eigenlijk de perfecte plek voor een mooie moestuin. Hij moest eens met die Nabot gaan praten.  

Een paar dagen later lag Willem Alexander ’s nachts wakker. Nabot wilde zijn tuin niet verkopen. Maar hij wilde die tuin gewoon hebben. Woest was hij vanmiddag bij Nabot weggegaan. Kon hij iets bedenken om die tuin in handen te krijgen? 

Als Maxima aan Willem Alexander zou vragen wat er aan de hand was, zou zij niet kunnen doen wat Izebel allemaal bedacht. Gelukkig niet. Nederland heeft een rechtsstaat en een overheid die eigendomsrechten van individuele burgers beschermt.

Dat is iets om God dankbaar voor te zijn.  Er zijn wel landen in de wereld waar de overheid nog wel zo te werk gaat. Corrupte regimes, die hun macht en invloed gebruiken om er zelf beter van te worden. Ze gedragen zich alsof ze een bezettingsmacht in eigen land zijn. De gewone burger is niet veilig op zijn land en in zijn huis.

Maar gelukkig is er in veel landen een goed georganiseerde rechtsstaat, waar praktijken zoals Micha ze beschrijft niet meer mogelijk zijn. Ver van je bed dus, zo’n hoofdstuk? Of zouden dergelijke vormen van machtsmisbruik op een wat subtielere manier nog steeds te vinden zijn?  

Denk eens aan de keiharde concurrentie in het bedrijfsleven. Stel je voor dat je een kleine buurtsuper hebt, een eigen winkel, en je komt terecht in een prijzenslag tussen prijsvechters en de andere grote supermarkten die Nederland rijk is.            

Of denk aan een multinational, die geld genoeg heeft om via een vijandig overnamebod andere bedrijven op te kopen; die zijn activiteiten zo verdeelt dat het hoofdkantoor daar staat waar het belastingtechnisch zo gunstig mogelijk is; de productie is daar waar geen milieuregels zijn, of waar geen arbeidsinspectie is.   

 

2. Ja, hoe ver van je bed is dit, wat Micha beschrijft? Kwaad heeft de neiging om zich te verstoppen. Zonde zoekt het liefst een plekje ergens achter de schermen, waar je niet opvalt maar wel veel invloed hebt. En dan heb je een profeet als Micha nodig om het onrecht aan de kaak te stellen.  

Wat dat betreft verschilt onze tijd niet van die van Micha. Toen waren het grootgrondbezitters die land bij land voegden, nu zijn het multinationals die nietsontziend kunnen opereren.

Zolang religie over prettige dingen gaat is het ok. Maar als het over geld, economie of macht gaat, wordt het ingewikkelder. Zijn macht, en geld niet twee van de afgoden van onze tijd? Ga eens naar Amsterdam-Zuid en rijdt over de A10 langs de Zuid-As. Je ziet het WTC, het ING kantoor, het hoofdkantoor van de ABN-AMRO. Je ziet de macht van het geld, van de economie.            

Net als in de tijd van Micha geldt: als je macht hebt om te doen wat je wilt, dan doe je dat. Een tijdje geleden haalde de Probo Koala het nieuws – dat schip met chemisch afval dat door een Nederlands bedrijf naar Ivoorkust werd gestuurd om daar de troep te dumpen, met dodelijke slachtoffers tot gevolg. Hoe vaak zouden zulke dingen gebeuren zonder dat ze het nieuws halen?

Als je de macht hebt om te doen wat je wilt – wie staat je in de weg? Zou God iets vinden van onrecht dat begaan wordt? God is toch liefde?

Ik vind de tegenwerpingen in vers 7 griezelig herkenbaar. Zou God oordelen? God heeft toch het goede met ons voor? Zou God zo snel zijn geduld verliezen, hij is toch een God die vergeeft? God wil toch dat we gelukkig worden? En sneaky verplaats je het gesprek van je eigen falen naar een religieuze discussie: God is toch liefde…! 

En dan vers 11. Dat is ironie. Wat Micha aan de kaak stelt, dat zijn die voorgangers die alleen maar een prettige vorm van religie verkondigen. Religie waar je blij en vrolijk van wordt, maar die voorbij gaat aan de echte problemen. Wijn en drank, daarbij moet je denken aan iets als ‘bubbelbad-christendom’: Christenen die lekker bubbelen in een prettige boodschap van aanvaarding en dat is het dan.  

Ook zo herkenbaar is de manier waarop het kwaad ontstaat. Je ligt op je bed, en je begeerte neemt je mee. Dit wil ik – hoe krijg ik het voor elkaar? En als de begeerte bevrucht is, dan baart ze zonde schrijft Jakobus. Als je dan ook nog de macht hebt om de dingen naar je hand te zetten, dan doe je het zo maar. Macht corrumpeert. Hoe ver van je bed is dit, wat Micha beschrijft?   

 

3. Micha keert zich tegen mensen die anderen geen ruimte gunnen om te leven. Geen ruimte, dat wil zeggen: geen middelen van bestaan, geen ruimte om te wonen, geen plek voor gezelligheid of geluk. In hoeverre doen wij dat ook, op een subtiele manier? 

Wie van jullie heeft wel eens gehoord van de ‘ecologische voetafdruk’? De ecologische voetafdruk, dat is de hoeveelheid oppervlakte van de aarde die nodig is om de levensstijl van iemand, of van een gebied, mogelijk te maken. Hoeveel land is er nodig om alles wat je eet en koopt en verbruikt te produceren, en om al het afval dat je achterlaat kwijt te raken?  Waardoor wordt die ecologische voetafdruk bepaald? Dan moet je denken aan gebruik van landbouwgrond, gebruik van ruimte voor huizen en wegen, gebruik van energie, de hoeveelheid afval die je produceert, de hoeveelheid brandstof die je verbruikt enz.  

Per wereldbewoner is er momenteel 1,7 ha beschikbaar voor de ecologische voetafdruk. In India, meet de gemiddelde voetafdruk 0,8 ha. In de Verenigde staten is de gemiddelde voetafdruk 8,5 ha. De gemiddelde Nederlander gebruikt 4,7 ha. Onze gezamenlijke voetafdruk in Nederland is 21 keer zo groot als Nederland, zo groot als Frankrijk ongeveer. 25 % van de wereldbevolking hoort bij de rijke landen. De voetafdruk van die rijke landen samen is al groter dan het totale beschikbare aardoppervlak.  Als alle mensen op deze aarde op dezelfde manier zouden gaan leven als mensen in de rijke landen, dan ging de aarde volledig naar de maan. Oftewel: wij leven hier in een rijk land als Nederland op kosten van de ruimte van mensen in armere landen. 

Nu kun je zeggen: ok, maar zo’n ecologische voetafdruk dat is maar een rekenmodel. In het echt valt het wel mee. Maar ga eens na. Je voetafdruk wordt bepaald door:- de hoeveelheid benzine die je verbruikt- of je al of niet op vliegvakantie gaat - of je streekproducten eet, of voedsel dat twee of drie keer half europa doorgesleept is op weg naar de goedkoopste productie-faciliteiten- hoe energiebewust je leeft- verpakkingsmateriaal dat je weggooit- eten dat je weggooit- of je spullen lang gebruikt en repareert, hergebruikt, of dat je zodra een trend voorbij is en iets niet meer in de mode is, iets nieuws koopt en het oude weggooit En dan hebben we het nog niet eens gehad over iets dat hier los van staat: het onrecht begaan door internationale bedrijven dat wij mee in stand houden door hun producten te blijven kopen.   

 

4. Wereldwijd gezien horen wij Nederlanders bij de rijken. Rijken lopen altijd het risico om te weinig oog te hebben voor de minderbedeelden. Dat kan op een heel brute manier, zoals Micha het beschrijft. Het kan ook meer op een subtiele manier, via onze ingewikkelde economische systemen. 

Wat kunnen wij doen om mensen in armere landen hun levensruimte niet te ontnemen of terug te geven?  

Daar wil ik drie dingen over zeggen:

- economische systemen zijn niet de baas. Het kan lijken dat de economie niet te veranderen is en je tegen de markt niet op kunt. Maar boven alle machten staat Jezus Christus. Hij is de Heer van alle Heren, ook van directeuren van multinationals. Dat wil zeggen: geef je niet gewonnen aan hoe de wereld op dit moment economisch in elkaar zit. Zoek naar mogelijkheden om dingen anders te doen. Dat brengt bij het tweede:

- alleen kun je niet veel, maar samen wel. Wanneer groepen consumenten samen bepaalde produkten gaan kopen, of bedrijven boycotten, dan heb je macht als consument. Bijvoorbeeld: als ik geloof 15% van alle Nederlanders koffie met een Max Havelaar keurmerk gaat kopen, is daarmee een koffiegigant als DE al gedwongen om zelf eerlijke koffie te gaan verkopen. Anders verliezen ze teveel marktaandeel. Er loopt nu wereldwijd een Micha-campagne. Sluit je daarbij aan. Koop eerlijke koffie, eerlijke kleding, andere eerlijke produkten. Koop eens wat minder zodat je de wat duurdere eerlijke produkten kunt betalen.

- verklein je ecologische voetafdruk door sober te leven. Soberheid is niet alleen goed voor je portemonee, of voor het milieu. Het is ook een heel bijbelse deugd. Paulus schrijft: wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. Door sober te leven neem je bovendien minder ruimte in deze wereld in. Laat je ruimte voor mensen in armere landen om ook te leven. Sober leven, dat wil zeggen: wees zuinig met energie. Bezoek eens een kringloopwinkel of marktplaats.nl en koop eens iets tweedehands ipv nieuw. Laat je auto eens staan, maak minder kilometers. En die vliegvakantie, is dat nu echt nodig?  

Overigens: het is niet zo dat ik hier zonder zonde ben. Ook voor mij is deze Micha-campagne weer een stimulans om soberder te gaan leven. Laten we het samen proberen en elkaar erin meenemen. Let hierbij op het slot van vers 7. Micha geeft een belofte: als je de rechte weg gaat, dan betekenen zijn woorden voorspoed.   

 

5. Waarom zouden we ons eigenlijk iets aantrekken van onrecht, van ongelijkheid in de wereld? Ik heb hier mijn eigen huis, mijn eigen tuin, mijn eigen baan, mijn eigen spullen. Wat heb ik dan met de rest van de wereld te maken? Micha laat zien dat je je vergist, als je zo denkt. Je moet hem wel even goed lezen.

Kijk eens in vers 4. Daar gaat het over een erfdeel; het stuk land dat je zeg maar van God in erfpacht hebt gekregen. In Israèl wisten ze: ons land is niet van onszelf. De hele aarde is van God. En wij hebben het land Israël van God gekregen om in te leven. Iedereen krijgt een stukje land in erfpacht, een erfdeel. Dat wil zeggen: je mag het gebruiken om van te leven, maar God blijft de eigenaar.

En kijk eens naar vers 9. Het gaat daar over de luister waarmee God kinderen heeft bekleed. Het is God, de schepper die hen bekleed.  Oftewel: God is schepper van deze wereld, en tegelijk haar eigenaar. De christelijke traditie kent hier het begrip ‘rentmeester’. Wij zijn geen eigenaar van ons bezit, we zijn rentmeester.  

Een rentmeester is een beheerder van een landgoed dat niet van hemzelf is. Een graaf of zo, iemand van adel, heeft een stuk land, maar hij beheert het niet zelf. Het beheer geeft hij in handen aan een rentmeester. En die eigenaar die vindt iets van hoe de rentmeester zijn landgoed beheert. Hij is tevreden wanneer er goed voor het landgoed gezorgd wordt. Maar als de rentmeester het land verwaarloost, vruchtbare stukken grond laat overwoekeren met onkruid, dan wordt het een ander verhaal.  

Zo is het ook met God. Deze aarde is van God. En God vindt iets van de manier waarop wij met de aarde omgaan. Vandaar dat God Europa, en het rijke westen zal oordelen. Als je de rechte weg gaat, dan hoef je daar niet bang voor te zijn. En als je onder de voet gelopen wordt door mensen die rijker en machtiger zijn dan jij, dan heb je iets om naar uit te kijken: God zal jou in je recht herstellen. Maar als je die rechte weg niet gaat, ja, dan kon het wel eens zijn dat je een probleem hebt. Laten we dat niet met vrome praatjes buiten de deur houden, zoals dat in vers 6-7 gebeurt. Wij geloven dat Jezus Christus terug zal komen om te oordelen de levenden en de doden.   

 

6.Die naam van Jezus Christus brengt me bij het slot van de tekst, vers 12 en 13. En tegelijk bij de vraag: hoe ga je als rijke westerling, die op veel te grote voet leeft, om met de dreiging van Gods komende oordeel? Want als je ontdekt dat je ecologische voetafdruk veel te groot is, en dat je mensen in armere landen de levensruimte beneemt en onder de voet loopt, wat doe je dan?

Laten we eerst eens naar vers 12-13 kijken. Opeens, na een stuk waarin Micha oordeel aankondigt, volgt er een heilsprofetie. Er is een overblijfsel dat het oordeel zal overleven. Dat overblijfsel zal samengebracht worden binnen een omheining. Vermoedelijk wordt daar de ballingschap in Babel mee bedoeld. Opvallend genoeg: dat overblijfsel is toch nog een grote groep mensen.  

En dan: deze groep mensen zal uitbreken, onder leiding van hun koning, sterker nog, onder leiding van de HEER zelf. Dat slaat op de terugkeer uit de ballingschap, maar tegelijk op veel meer. Het gaat niet alleen om de terugkeer uit de ballingschap in Babel, maar ook om de terugkeer uit de ballingschap van de zonde. En dat schaap dat een bres slaat, dat is Jezus Christus, die de dood overwint. Die koning, die tegelijk de HEER zelf is, dat is de beloofde Messias, God en mens.  

Bij hem ligt ook de oplossing voor ons: hoe gaan wij om met onze levensstijl, als rijke westerse mensen? Wat doe je als je je schuldig weet vanwege je veel te grote ecologische voetafdruk?  

Voor mijzelf ligt het geheim in wat Luther zegt: dat we in Christus tegelijk zondaar en rechtvaardige zijn. We zijn zondaar, we staan schuldig vanwege ons deelnemen aan onze consumptiemaatschappij. Tegelijk mogen we in Christus rechtvaardig zijn. Ook al leven we met vuile handen, we hoeven hier niet onder te bezwijken. Christus is immers ook bezweken onder onze te luxe levensstijl.            

Daarmee loop ik het gevaar dat ik Gods oordeel en mijn eigen schuld te makkelijk naast me neerleg. Daarom heb ik me de afgelopen tijd ook voorgenomen hierbij iets anders te bedenken: wat Paulus zegt: we moeten met Christus sterven en opstaan. Onze rijke westerse consumptieve levensstijl moet sterven. Een soberder manier van leven kan in de kracht van Christus’ opstanding ontstaan.  Als je weet dat Christus ook bezweken is onder onze luxe en onder onze afvalberg, dan mag je geloven dat Christus ook is opgestaan. Voor onze onschuld, voor ons nieuwe leven. Leef dat nieuwe leven! De koning gaat ons immers voor, de HEER zelf gaat aan het hoofd.




Micha 6:8

Preek over Micha 6,8 – Micha-zondag

Liturgie
Voorzang Ps 24,1.2
Votum en zegengroet
Zingen: Ps 111,4.6
Micha-zondag: korte introductie Micha-campange
Wet en Luk 6,20-26
Zingen: NG 80
Gebed
Schriftlezing: Micha 6; Deut 10,12-22
Zingen: Ps. 40,3
Tekst: Micha 6,8
Preek
Halverwege preek: LB 473,1.2.4.5
Na preek zingen: LB 285,1.3.4
Zingen: ‘Heer leer ons recht te doen’
Zingen: Ps. 72,1.6.7
Zegen

Preek over Micha 6,8

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus, onze Heer,
1. Begin: twee chocoladerepen.
Welke is lekkerder?
Verschil tussen beide repen?
Er is een verschil dat je niet kunt proeven: 100% slaafvrij.
Chocolade gemaakt van cacao;
Vaak slaven betrokken bij productie.
Elke chocoladereep: kan goed dat slaven gewerkt hebben om cacao te maken.
Geen enkele chocolade-reep: zeker dat er geen slaven bij betrokken zijn geweest.
Deze chocolade: 100 % slaafvrij.
Hoe zit dat? Als je chocolade koopt, ben je dan mee schuldig aan uitbuiting, aan slavernij? Teun van der Keuken ontdekte dat er slaven gebruikt worden bij de productie van cacao. Hij vond zichzelf daarom meeschuldig aan een misdaad: slavernij. Hij is naar de politie gegaan en heeft zichzef aangegeven. ‘Ik ben mee schuldig aan het uitbuiten van mensen als slaaf.’ Maar hoe hij ook aandrong, niemand wilde hem opsluiten in een cel. Nu heeft hij als alternatief deze chocolade op de markt gebracht; gegarandeerd 100% slaafvrij.
Wij zijn rijk en welvarend. De winkels in Nederland liggen vol. Maar ten koste van wat en vooral: ten koste van wie?
Neem onze kleding. Veel kleding wordt tegen lage lonen in derde wereldlanden geproduceerd. De lonen in de kledingfabrieken in bijvoorbeeld India en Pakistan zijn zo laag dat ouders wel gedwongen worden hun kinderen te laten werken. Bij de productie van katoen worden pesticiden gebruikt. Die pesticiden komen weer in het grondwater terecht. Omdat er slechte drinkwatervoorzieningen zijn, krijgen mensen die stoffen binnen. Daardoor worden er in gebieden waar katoen verbouwd veel mismaakte kinderen geboren worden.
Is onze wereld gebouwd op onrecht?
Er is zoveel onrecht in deze wereld, zoveel ongelijkheid. Tegelijk zit onze wereld ook zo ingewikkeld in elkaar. Je kunt er moedeloos en cynisch van worden. Het makkelijkst is het om je ogen te sluiten en te genieten van de welvaart die je in Nederland hebt.
Zijn wij van die gewetenloze mensen, waar Micha het over heeft? Valt onze welvaart onder de categorie ‘schatten in het huis van een gewetenloos mens, schatten door onrecht verkregen’?
Met Micha vraagt de Micha-campagne christenen om onrecht en armoede niet zomaar naast je neer te leggen. En dat is niet zonder reden. God ziet armoede en onrecht niet door de vingers. Er komt een moment dat God ook West-Europa zal oordelen.
Maar wat moeten we dan doen? Stel dat God Europa zou aanklagen zoals Micha Israël aanklaagde.
Europa, eens was je een christelijk werelddeel. Wat heb ik fout gedaan? Ik was je God. Jullie hebben mij in Christus leren kennen, de God die bevrijdt van de zonde en de dood. Ben je dat vergeten?

2. Menselijke antwoorden hierop voldoen niet. Want hoe reageren mensen hierop? Het antwoord van Israël in vers 6-7 is wat dat betreft onthullend.
Je hebt gelijk, Micha. We zijn God vergeten; en deze wereld is niet echt een eerlijke wereld. We zijn inderdaad wel een beetje materialistisch geworden met z’n allen. Wat kunnen we de HEER aanbieden om het goed te maken?
Laten we een nationale TV-actie organiseren: wie geeft het grootste offer? Jij geeft een gewoon brandoffer? O, maar ik geef een eenjarige stier. Hallo, kijk mij dan eens: ik geef wel duizend rammen. En ik dan: ik doneer tonnen olie, mooie olijfolie waar God van houdt.
En nog iemand anders verschijnt voor de camera: ik ben bereid om mijn oudste kind te slachten op het altaar. Ja, ik zal het maar eerlijk zeggen: ik ben een zondaar en ik heb veel misdaan. Ik heb mijn oudste er voor over om het weer goed te maken.
Een kinderoffer nota bene. Een heidense gewoonte waar God een hekel aan heeft. Uit het vervolg wordt wel duidelijk dat dit allemaal geen oplossing is. Wat mist er dan? Het volk wil het toch weer goedmaken.
Inderdaad, er is een onrustig schuldgevoel dat gestild moet worden. Maar het blijft een kwestie van de buitenkant. Mooie woorden, mooie offers, maar in het gewone leven veranderd er niets. Ook in de tijd van Micha was er een vorm van kapitalisme, waardoor de rijken steeds rijker werden en de armen steeds armer. Daaraan veranderde niets. Uiterlijk wil het volk God weer dienen, maar van binnen verandert er niets.
Ik kwam in verband met Micha 6 een zinnetje tegen dat bleef hangen: ‘de mens wil van alles afstand doen, behalve van zijn zonde.’ Slechte gewoontes zijn het lekkerst, zingt De Dijk ergens in een nummer. Ik wil veel opgeven, volhouden dat ik iets voor God over heb, maar wil ik ook mijn zonde, mijn slechte gewoontes kwijt?
Als je op die manier tegen het antwoord van het volk aankijkt, dan is het zo herkenbaar.
We voelen ons schuldig – laten we vaak naar de kerk gaan. Laten we geld geven voor het goede doel. Maar als je je schuldgevoel afkoopt zonder verandering in het gewone leven, wat is het dan waard?
Kerkgang, geld geven, TV-acties, het haalt niets uit wanneer het daarbij blijft. Ook de millennium-doelen van de VN zullen niet gehaald worden wanneer het bij mooie woorden op papier blijft. Onze wereld blijft een oneerlijke wereld. Het onrecht blijft. Menselijke antwoorden voldoen niet.

3. Wat is dan Gods antwoord? Zo komen we bij vers 8. Een prachtig vers; misschien heb je wel eens gehoord dat iemand zei
‘Geen schoner woord met groter kracht, dan Micha 6 en wel vers 8’
Het is een korte samenvatting van waar het God in zijn wet om gaat. Deze samenvatting gaat terug op Deut. 10. Heb ontzag voor God, volg hem. Hij is een eerlijke God die niet corrupt of omkoopbaar is. Hij komt op voor weduwen, wezen en vreemdelingen.
In Deuteronomium blijkt verder wat daarvoor nodig is: Besnijdt je hart. En daar zit precies het probleem. Wanneer ons hart niet besneden is, blijft staan dat alles wat we doen geen echte oplossing is. Dan blijft alles wat we doen, een kwestie van de buitenkant. Offers, kerkgang, TV-acties – maar onze mentaliteit veranderd niet. Ons leven wordt niet een leven doortrokken van liefde. Het is niet de eerbied voor God die ons leven stempelt.
Hoe komen we dan zover dat we gaan doen wat God wil? Hoe besnijden wij ons hart? Het OT loopt erop uit, dat het verbond tussen God en Israël stukbreekt. Tegelijk wordt er een nieuw verbond beloofd. Dit verbond zal brengen wat het verbond met Israël niet gaf: precies die besnijdenis van het hart, zie Jer 31 en Hebr 10.
Gods antwoord op onze oneerlijke en goddeloze wereld: de besnijdenis van ons hart, dat wil zeggen: de Heilige Geest komt in ons wonen. Wij krijgen de gezindheid van Christus.
Een eerlijke wereld is niet maakbaar door mensen. Op sommige punten is de wereld nu al verder verwijderd van de realisering van de millennium-doelen dan toen ze vastgesteld werden. Een van de doelen is het terugdringen van ziektes als TBC. Inmiddels is het aantal gevallen van TBC juist toegenomen. Wij maken niet even een betere wereld, als mensen.
Er kan alleen iets veranderen wanneer God ons van binnen verandert. Micha komt niet met een sociaal plan, maar hij laat zien: de mensen zelf moeten veranderen. Sociale plannen klinken mooi, maar het zijn papieren tijgers. Ons hart moet besneden worden. Wij moeten gevuld worden door de Heilige Geest, die de wet van God binnen in ons, op ons hart schrijft. Onze mentaliteit moet de mentaliteit van Jezus worden. Ons karakter het karakter van Christus.
Gods antwoord op onze oneerlijke wereld is dat Hij ons verlost van onszelf, oneerlijke mensen. Hij wil ons hart veranderen. Wil je dat God zo met je aan het werk gaat?
Als je dat wilt, laten we dan nu samen zingen, LB 473,1.2.4.5

4. En waar loopt die verandering van het hart dan op uit? Micha noemt drie dingen, die ik nu langs zal lopen.
Het eerste is recht doen. Micha begint aan de buitenkant. Begrijp me dus goed: ik zeg dat eerst ons hart besneden moet worden wil er echt iets veranderen. Maar dat wil niet zeggen dat het dan niet meer op recht doen aan komt.
Recht doen – dat wil zeggen: eerlijk zijn. Geen leugen, geen bedrog. Iemand niet benadelen of voortrekken. Een liter is een liter, een kilo een kilo. Eerlijke handel. Geen afpersing en uitbuiting, maar mensen een faire prijs bieden voor hun producten.
Neem nu zo’n initiatief als die slaafvrije chocolade. Tony’s Chocolonely. Je kunt het kopen bij de wereldwinkel. Dat is een voorbeeld van recht doen. Juist christenen zouden zulke initiatieven moeten ontplooien of steunen.
Maar maakt het wel wat uit? Is onze wereld niet zo oneerlijk dat alles wat je doet een druppel op een gloeiende plaat is? Waarom zou ik eerlijk zijn als niemand in mijn omgeving eerlijk is? Misschien ben ik een beetje cynisch geworden, maar ik geloof er niet meer in.
Je wordt inderdaad cynisch als je allerlei grote idealen over tafel ziet gaan, die voorbij gaan aan ons diepste probleem: ons zondige hart. Deze wereld is niet maakbaar.
Er zijn nogal wat cynische mensen in Nederland. En wat krijg je dan? Mensen die uiteindelijk gewoon voor zichzelf leven. God is geen cynicus. En wij horen bij God. God is een verlosser, die ons hart en onze wereld verlost. Wij mogen het zout van de aarde en het licht van de wereld zijn. Daarom: doe recht. Het maakt wel uit. Het zet mensen aan het denken. Of het brengt een beetje verlichting, verbetering misschien. En als alle christenen in Nederland niet cynisch zijn, maar recht doen, dan zet dat zoden aan de dijk. Juist daarom is het belangrijk om wel recht te doen, ook als het niets lijkt uit te maken.
Opnieuw is de vraag: wil je dat God zo met je aan het werk gaat, dat je verandert en recht gaat doen? Op te vallen, zoals licht opvalt in een donkere nacht? God maakt ons bekend hoe hij wil dat we leven: recht doen, ook als het weinig lijkt uit te maken.

5. Met het tweede dat Micha noemt, daalt hij iets verder onder de oppervlakte af. God wil niet alleen dat wij recht doen, maar ook dat wij trouw liefhebben.
Trouw, dat wil zeggen: dat je in de verhoudingen waar in je staat, je inzet. En je blijft inzetten. Trouw, dat is blijven. Trouw dat is niet weglopen als het moeilijk wordt. Trouw, dat is niet er tussenuit knijpen als het gras elders groener is. Wie trouw is, zoekt de ander en blijft de ander zoeken.
Trouw liefhebben, dat wil zeggen: je hebt het trouw-zijn je helemaal eigen gemaakt. Je hebt het verinnerlijkt. Het is je verlangen om trouw te zijn.
Recht doen, dat voorkomt dat een gemeenschap verloedert door bedrog en onrecht. Trouw liefhebben, dat maakt een gemeenschap sterker.
Wat trouw liefhebben voor ons betekenen kan, zie je als je doorkrijgt wat het tegenovergestelde is. Want de neiging om het tegenovergestelde te doen, zit in ons. Het is niet voor niets dat ons hart besneden moet worden en wij de gezindheid van Jezus Christus moeten krijgen. Zonder de Heilige Geest die in ons woont, doen we het niet: trouw liefhebben.
Wat is dan het tegenovergestelde? Kijk om je heen. In Nederland wordt geklaagd over verkilling van de maatschappij. Er wordt geklaagd over agressie tegen hulpverleners, maar ook over lompheid bij de hulpverleners zelf. De sociale ruimte verruwt. Mensen voelen onbehagen en zijn ontevreden. Bang ook. Gemeenschapszin neemt af. Hoeveel verbroken verhoudingen zijn er niet. Kijk om je heen, maar kijk ook naar jezelf.
Hoe snel haak ik af als iemand lastig is en denk ik – zoek het zelf maar uit? Hoe lang blijf je je inzetten voor je omgeving? Soms denk je zomaar: Ik ga weg en begin ergens anders overnieuw. Onbehagen en onverschilligheid, je draagt het vaak meer met je mee dan je zou willen.
Het medicijn tegen verkilling van onze verhoudingen is, dat we trouw liefhebben. Dat is ook wat God wil: trouw liefhebben. Je inzetten voor je gezin, je omgeving, je buurt, je werk, je gemeente. Maar ook: je inzetten voor mensen verder weg, die God op je weg plaatst.
Wat hebben wij het ook hier nodig dat de Heilige Geest ons vult. Dat Christus’ gezindheid de onze wordt. En Goddank: het wordt ons ook gegeven. Trouw is een vrucht van de Geest. Bid erom dat ook deze vrucht in ons rijpt. Want trouw liefhebben, dat is het medicijn tegen de verkilling van onze relaties.

6. Met het derde wat Micha noemt komen we uit bij de wortel van alles: wandelen met God. De weg van God gaan. Daar begint het allemaal, en daaruit volgen die andere dingen: recht doen en trouw liefhebben.
Let op hoe Micha het zegt: de weg gaan van jouw God. God is niet zomaar iemand. God wil ook niet zomaar iets. God is jouw God. Dat moet je horen tegen de achtergrond van Micha 6. Je proeft er de teleurstelling van God. Hij kiest voor een uitermate kwetsbare opstelling: Israël, wat heb ik dan fout gedaan? Waarom ben je mij vergeten?
En als het volk dan met uiterlijke dingen komt, dan is het antwoord: ik wil geen kadootjes, ik wil geen buitenkant, ik wil niet iets van je; ik wil jou. Jezelf.
Ieder van ons persoonlijk spreekt Micha namens God aan. Proef daarin Gods liefde: God wil geen grote moeilijke dingen. God wil dat we dichtbij hem leven. God houdt van ons en verlangt ernaar dat we hem liefhebben. God verlangt ernaar met ons te wandelen, zoals Henoch met God wandelde. En zoals Jezus, de zoon, dichtbij zijn Vader leefde.
En dan nog meer: we zijn maar mensen. Jij mens, tegenover de HEER, de ontzagwekkende. De Heilige, de liefdevolle. Wanneer zijn we bij God meer op onze plek dan wanneer we nederig zijn. Dat wil zeggen: wanneer we al onze trots kwijt zijn en ophouden de schone schijn op te houden. Als je nederig bent overschat je jezelf niet meer. Het gaat dus niet om kruiperigheid of minderwaardigheid. Nee: wees gewoon jezelf als klein en zwak mensje.
Juist om de Micha-campagne een christelijke campagne te laten zijn is dit belangrijk: wij zijn niet de grote revolutionaire wereldverbeteraars. Wij zijn kleine zwakke mensen die verlossing nodig hebben. Wij verwachten het van God.
De problemen in deze wereld zijn immers te groot voor ons. Hoeveel ontwikkelingshulp is er al niet gegeven. Maar wat kunnen wij nu echt veranderen aan het onrecht in deze wereld? Soms kun je je machteloos voelen. Eerlijke chocolada, 100% slaafvrij. Maar hoeveel producten in onze winkels worden er op een oneerlijke manier geproduceerd? Hulpeloos maar schuldig, zijn we dat niet?
Maar God is er! God is onze verlosser. God brengt een nieuwe wereld. God brengt een wereld zonder armoede en onrecht. En omdat die God er is, omdat wij met die God wandelen, mogen we ons verzetten tegen armoede en onrecht. Als we met die God wandelen, dan laten we God in ons werken. Dan zie je af van jezelf en ga je nederig de weg van God. Dan doe je mee met wat God doet.
Wees daarom geen trotse wereldverbeteraar, wordt niet cynisch, maar wandel nederig met God.