Matteüs 7:1 | Oordelen? Weg ermee!

Oordelen – daar moeten we niets van hebben. Maar ondertussen staan we altijd met ons oordeel klaar… Waarom oordelen we eigenlijk? Jezus wijst de weg uit het oordelen!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: LvK Gezang 328 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalmen voor Nu 145
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Matteüs 6 : 19 – 34 (als wetslezing)
Zingen: GKB Psalm 27 : 4 en 7
Lezen: Matteüs 7 : 1 – 12
Zingen: GKB Psalm 9 : 1, 5, 6 en 15
Preek over Matteüs 7 : 1
Zingen: Opwekking 378
Kinderen terug
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: NLB Gezang 416 : 1, 2, 3 en 4
Zegen

Oordelen? Weg ermee!

Inleiding
dia 1 – zwart
‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.’
Jezus doet wel eens uitspraken die aanstoot geven,
maar deze bevalt me wel!
Ik ben blij dat ik geen gedachten kan lezen,
want ik denk niet dat ik tegen alle oordelen die ik dan tegenkom
zou zijn opgewassen.
Iedereen die van alles van je mag vinden: nee dank je!
Fijn dat Jezus zulke mensen op hun plek zet.
Ík voel me wel thuis bij dit gebod van Jezus: oordeel niet.

Totdat… ik eerlijk word…
Want Jezus zegt dit niet tegen anderen.
Hij zegt het tegen jou, tegen mij.
‘Mark, oordeel toch niet!’
Want oordelen, daar heb ik zelf ook een handje van.
Ook ik sta altijd met mijn oordeel klaar.

dia 2 – Range Rover
Zoals vorig jaar.
En nee: dat was niet de laatste keer dat ik een oordeel had.
We gingen op vakantie en reden met de auto van de veerboot.
Op het haventerrein moesten we even wachten.
Alle auto’s werden in keurige rijen opgesteld.
Iedereen volgde de aanwijzingen van de verkeersregelaars op,
het hoort er nu eenmaal bij.
Behalve één vrouw.
Van het type: ‘mijn tijd is kostbaar,
ik moet nog shoppen,
dus voor mij maak je maar een uitzondering.’
Dat straalde ze aan alle kanten uit.
Ze reed een Range Rover Evoque,
een grote en dure auto, bedoeld om mee te imponeren.
Ook al regende het, het was per slot van rekening in Engeland,
haar dure designerzonnebril bleef voor haar ogen.
Als Very Important Person verdien je natuurlijk een VIP-behandeling.
En ja hoor, de verkeersregelaars konden haar wat.
Ze reed rechtstreeks naar de uitgang,
alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Gelukkig greep een van de verkeersregelaars in,
en gaf haar duidelijk te verstaan dat ze zich in de rij kon aansluiten.
Gerechtigheid!

Je hoort het: ik had mijn oordeel over deze vrouw klaar.
Maar waarom eigenlijk?
Waarom oordeel ik?
Waarom erger ik me aan zo’n vrouw?
En waarom geniet ik ervan als ze op haar plek wordt gezet?

dia 3 – oordelen? weg ermee!
Toch maar weer even terug naar Matteüs 7:1:
‘oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.’
Jezus zegt dit niet met het oog op anderen,
maar met het oog op jezelf.
Jouw oordelen? Weg ermee!

1. Oordelen overal…
dia 4 – oordelen: anderen naast de hoge lat leggen
Waarom begint Jezus er eigenlijk over?
Het lijken in Matteüs 7 allemaal losse opmerkingen,
die weinig met elkaar te maken hebben.
Toch zit er wel degelijk een logica achter.

In Matteüs 5 en 6 heeft Jezus de lat hoog gelegd.
De mensen die overal vandaan waren gekomen om naar Jezus te luisteren,
keken enorm op tegen de schriftgeleerden en de Farizeeën.
Ze leken zo heilig te leven,
niet te betrappen op wat voor fout dan ook maar.
Maar Jezus veegt er de vloer mee aan:
“als jullie gerechtigheid niet groter is
dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën,
zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.”
Als zelfs het leven van de Farizeeën niet goed genoeg is,
wanneer is het dan wel goed genoeg?!
Jezus legt de lat hoog.

En wat gebeurt er dan?
Dan ga je anderen naast die lat leggen!
Hij is hypocriet, zij zit vast aan geld, enzovoort.
Wat als je van anderen ziet dat ze de fout in gaan?
Dat ze niet leven zoals Jezus ons voorhoudt?
Neem je ze dan de maat?
Zeg je: ‘ohh, dat mag niet!’
Jezus kent dat menselijke trekje van het wijzen naar een ander.
Dáárom begint Jezus erover: oordeel niet.

En dan zijn ook die Farizeeën net mensen.
Als het om oordelen gaat: de Farizeeën konden er wat van.
Eén van hun ongeschreven regels was:
‘zondaars, daar ga je niet mee om.’
Ze haalden hun neus op
voor tollenaars, hoertjes, melaatsen en bedelaars.
O ja, ze stopten bedelaars heus wel wat toe,
maar hielden hen verder op veilige afstand.
Zulke oordelen waren overal.

dia 5 – onze dubbele verhouding met oordelen
En bij ons?
Bij ons is er iets geks aan de hand.
Aan de ene kant moeten wij niets van oordelen hebben.
Deze uitspraak van Jezus past perfect in ons straatje.
Wie ben jij om een oordeel over een ander te hebben?
Verschil mag er zijn en ieder maakt zijn eigen keuzes,
daar moet jij je niet mee bemoeien.
Zoals het liedje:
’15 miljoen mensen, op dat hele kleine stukje aarde,
die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde.’
We zijn tolerant en verdraagzaam.

Of we denken dat we dat zijn.
Want er is ook een andere kant.
We moeten niets van oordelen hebben,
maar ondertussen hebben we overal ons oordeel over klaar!
Bankiers zetten we aan de kant als graaiers, vluchtelingen als gelukzoekers,
en werklozen als uitkeringstrekkers.
Iedereen die anders is dan wij, wordt keurig van een labeltje voorzien…
We hebben een mening, over de tuin van de buren,
over de muziekvoorkeur van jongeren,
en over dat de dominee geen stropdas draagt.
En óf we elkaar de maat nemen!
Meer dan ooit moet je overal een mening over hebben.
Maar waarom?
Waarom moet je overal iets van vinden?
Waarom zijn oordelen overal?

2. Oordelen? Weg ermee!
dia 6 – oordelen? weg ermee!
‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.’
Dat zijn geen woorden van Jezus waar we ons thuis bij voelen.
Ja, in theorie wel: we weten dat de wereld er van oordelen niet mooier op wordt.
Maar we doen het allemaal.
Toch zegt Jezus: ‘oordelen? weg ermee!’

dia 7 – wat oordelen zijn: je plaatst je boven de ander
Dan is het natuurlijk wel de vraag wat Jezus precies met oordelen bedoelt.
Bedoelt Jezus dat je nergens meer een mening over mag hebben?
Dat als een buurman je trots vertelt hoe hij de belastingdienst oplicht,
dat je dat helemaal prima moet vinden,
want je mag per slot van rekening niet oordelen?
Of als een vriend zijn kinderen slaat, en niet zachtjes,
dat hij dat dan vooral zelf moet weten?
Nee, dat bedoelt Jezus niet.
‘Oordeel niet’, dat betekent niet dat alles goed is.

Waar het om gaat, is dat een oordeel
een manier is om je boven een ander te plaatsen.
Als je een oordeel hebt, heb je geen oprechte zorg over een ander,
maar gaat het je uiteindelijk om jezelf.
Als ik bijvoorbeeld bankiers als graaiers aan de kant zet,
dan kan het best kloppen dat de bonussen van bankiers te hoog zijn,
maar het probleem is dat ik mijzelf beter voel.

dia 8 – Lucas 18 : 9 – 14
Jezus vertelt over zulke oordelen een korte gelijkenis.
Laten we die gaan lezen: Lucas 18:9–14.
Het klinkt zo vroom…
‘God, ik dank u…’
Maar in werkelijkheid is die Farizeeër zelfingenomen:
zeer tevreden met zichzelf,
dankbaar dat hij niet zo’n loser is als alle anderen.
Hij heeft zijn oordeel klaar,
niet om de ander er verder mee te kunnen helpen,
maar om zichzelf beter te kunnen voelen.
Dat is het probleem met oordelen:
het gaat helemaal niet om de ander,
het gaat om jezelf, om je eigen zelfbeeld wat op te poetsen…

dia 9 – overspelige vrouw
Als je wilt weten wat Jezus bedoelt met ‘oordeel niet’,
dan kun je het beste naar Jezus zelf kijken.
In Johannes 8 brengen de Farizeeën een vrouw bij Jezus
die op overspel is betrapt.
Ze willen haar stenigen, maar Jezus steekt er een stokje voor.
Als Jezus alleen met de vrouw overblijft, vraagt hij:
“’heeft niemand u veroordeeld?’
‘Niemand, heer’, zei ze.
‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus.
‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’”
Jezus keurt niet goed wat deze vrouw gedaan heeft.
Hij noemt het zonde, en drukt haar op het hart niet meer te zondigen.
Maar Jezus laat deze vrouw in haar waarde,
behandelt haar als een gelijke.
Niet als iemand om je schande over uit te spreken
zodat je eigenwaarde weer een boost krijgt.
Dát bedoelt Jezus dus met ‘oordeel niet.’

dia 10 – je oordelen slaan op jezelf terug!
Maar waarom niet?
We doen het allemaal.
Waarom moeten we van Jezus veranderen?
Om te beginnen omdat het gewoon niet eerlijk is!
‘Huichelaar’, zegt Jezus, ‘verwijder eerst de balk uit je eigen oog.’
Wat is het makkelijk om over iedereen oordelen te hebben,
maar kijk toch eerst naar jezelf!
Moet jíj een oordeel hebben over ander?

Trouwens, dat oordeel dát je hebt,
dat kan wel eens meer over jezelf zeggen dan over de ander.
Wat je zegt ben je zelf – daar zit meer waarheid in dan je misschien denkt!
Die splinter die je in het oog van een ander ziet,
kan zomaar komen uit de balk in je eigen oog…
Wat zegt het over mij dat ik een oordeel heb
over iemand in een dikke auto die voordringt?
Probeer ik goed te praten dat ik zelf ook een grote auto heb?
Ben ik jaloers op mensen die altijd hun zin krijgen?
Of iets anders: als je als moeder allemaal oordelen hebt
over hoe andere moeders hun kinderen opvoeden,
is het dan uiteindelijk niet dat je onzeker bent
over hoe je het zelf aanpakt?
We gebruiken oordelen om onze eigen onzekerheid achter te verstoppen.

Maar de belangrijkste reden om niet te oordelen:
‘op grond van het oordeel dat je velt,
zal er over jou geoordeeld worden.’
Dat bedoelt Jezus niet als een algemene waarheid.
Ja, het is vaak zo, dat als jij anderen de maat neemt,
dat ze dan jou ook de maat gaan nemen.
Maar Jezus heeft het over God:
oordeel jij hard over anderen, dan oordeelt God ook hard over jou.
Hoe wil je dat God jou oordeelt?
Wil je echt dat God op elke slak zout legt?
Wil je dat God al jouw fouten afstraft?
Of hoop je dat God mild oordeelt, je spaart en genadig voor je is?
Ik wist het wel!
Dan zegt Jezus: doe dan ook zo met anderen.

dia 11 – Jezus maakt vrij van oordelen
Jezus wil je vrij maken van oordelen.
Weg met alle oordelen, want ze houden je gevangen.
In je oordelen over anderen vlucht je van jezelf.
Je schreeuwt hard over de ander
om je eigen gebreken, zwakheid en zonden
niet onder ogen te hoeven zien.
Je oordeelt anderen, om jezelf niet te hoeven oordelen.
Maar Jezus biedt een andere weg.
Hij zegt: ‘kijk maar eerlijk naar jezelf.
Misschien schrik je van wie je bent.
Misschien vlucht je er wel het liefste voor weg.
Maar het hoeft niet.
Ik kijk naar je, en ik kijk niet weg.
Geef je oordelen maar aan mij.
Ik liet mij kruisigen, om jou van oordeel vrij te maken.
Van Gods oordeel, maar ook van je oordeel over jezelf.
Ik veroordeel je niet – dus veroordeel alsjeblieft jezelf niet!
Vlucht niet van jezelf door anderen te oordelen,
maar weet dat je waardevol bent in mijn ogen!’

3. Wat dan wel?
dia 12 – wat dan wel?
Niet oordelen dus.
Maar wat dan wel?
Als je iets ziet van een ander dat niet goed is, een splinter,
wat moet je daar dan mee?

dia 13 – verwijder de balk!
Begin dan met je eigen balk!
Verwijder de balk uit je eigen oog.
Kijk eerlijk naar jezelf.
Die uitspraak van Jezus, ‘oordeel niet’,
is niet bedoeld om anderen mee om de oren te slaan,
als ze zich volgens jou ergens niet mee moeten bemoeien.
Het is bedoeld om jezelf voor te houden:
wat zijn míjn oordelen eigenlijk,
waarin voel ik me beter dan anderen,
en kijk ik zelfs op hen neer?
Haal de balk uit je oog!
De balk van ergernis,
de balk van je superieur voelen,
de balk van voor je eigen fouten vluchten.

Verwijder de balk, dat is: heb de ander lief!
Kijk niet naar een ander
om jezelf met hem of haar te vergelijken
in de hoop dat die vergelijking gunstig uitpakt,
zodat jij je weer goed over jezelf kunt voelen.
Dan draait het allemaal om jou.
Liefde draait juist om de ander.
Je gebruikt de ander niet om jezelf goed te voelen,
maar wilt juist dat de ander zich goed kan voelen.
Omarm de ander, sluit hem of haar in je hart.
Dan pas, niet eerder, heb je het recht
om over splinters in het leven van de ander te beginnen.
Eerst iemand onvoorwaardelijk liefhebben,
zoals Jezus jou onvoorwaardelijk liefheeft,
dan pas kun je eerlijk over splinters beginnen.

dia 14 – laat de splinter niet zitten
En dat is dus wel de bedoeling: laat de splinter niet zitten.
Dat is iets anders dan alsnog oordelen.
Jezus zegt niet: als je de balk uit je eigen oog hebt gehaald,
dan mag jij oordelen.
Nee, Jezus zegt: ‘pas dan zul je scherp genoeg zien
om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.’

Houd er dus rekening mee, ook dat is weer die balk,
dat je niet scherp genoeg ziet!
Jij kunt wel denken dat de ander een splinter heeft,
denken dat een ander bij God vandaan gaat,
maar je kunt het ook verkeerd zien!
Kan het ook zijn dat de splinters die jij, in liefde, bij een ander denkt te zien,
in werkelijkheid je eigen vertekende blik zijn?

dia 15 – splinter
Je zou er bijna niet meer aan beginnen.
Maar als er een splinter is, moet die eruit!
Je hebt vast wel eens een splinter gehad, in je vingers, of in je voet.
Dat kan pijnlijk zijn, helemaal als het gaat ontsteken.
Een splinter in je oog, dat lijkt me nog pijnlijker!
Als ik een splinter in mijn oog zou hebben,
dan zou ik blij zijn als iemand hem eruit haalt!

dia 16 – (afbeelding weg)
Ik denk dat je maar weinig mensen hoeft te vertellen wat hun splinter is.
Diep van binnen weet je het van jezelf wel.
Misschien is het je ongeloof, of je bezorgdheid,
je gierigheid, je trots, je verslaving.
Maar kom maar eens van je splinter af!

Daar mogen we elkaar dus bij helpen.
Door Gods liefde aan elkaar door te geven.
Door niet te oordelen, maar te helpen.
Of beter nog: samen hulp te zoeken.
Je kunt proberen een ander van z’n splinter af te helpen,
maar de beste splintertrekker, dat is Jezus!
Wil je een ander echt helpen, ga dan samen naar Jezus.
Bid voor elkaar, of Jezus die pijnlijke splinters weg wil halen.

Bij Jezus vindt je altijd genade,
ook al heb je een balk voor je kop.
Liever dan jou te oordelen,
liet Jezus zich aan de ruwe balken van het kruis spijkeren,
balken vol splinters,
om jou van alle oordelen vrij te maken.
Amen.




Matteüs 6:1 | Geloven draait om God

Geloven draait om God. Dat klinkt logisch. Toch is er het gevaar allerlei vormen in stand te houden, zonder dat het nog om God draait. Dan houd je een leeg religieus systeem over. Jezus zet de Vader (weer) in het middelpunt.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 717
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Psalm 139 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Matteüs 6 : 1 – 18
Zingen: GKB Psalm 38 : 5 en 11
Preek over Matteüs 6 : 1
Zingen: GKB Psalm 25 : 1, 6 en 7
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Opwekking 599
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Gezang 456 : 1 en 2
Zegen
Amen: LvK Gezang 456 : 3

Geloven draait om God!

Inleiding
dia 1 – zwart
Waarom doe je dingen zoals je ze doet?
Sommige gewoonten kun je prima uitleggen.
Andere gewoonten zijn gewoon ontstaan,
zonder dat je er een bepaalde reden voor had.
Nog weer andere gewoonten
waren nuttig toen ze ontstonden,
maar slaan nu eigenlijk nergens meer op.
Het zijn lege vormen geworden.

dia 2 – kip
Ik kwam laatst een mooi verhaal tegen over zo’n lege vorm.
Helaas weet ik de bron niet meer,
maar het verhaal is te mooi om niet te vertellen.
Ik kon het verhaal dus ook niet meer opzoeken,
dus vergeef me als de details niet kloppen…

Het gaat over een jonge vrouw die net zelfstandig woont.
Ze heeft zin in kip uit de oven,
zoals haar moeder dat altijd maakte.
Een echt familierecept, want moeder heeft het weer van oma.
Dus ze belt haar moeder voor het recept.
De meeste dingen in het recept klinken wel logisch.
De kruiden, de temperatuur, hoe lang het in de oven moet.
Maar 1 aanwijzing is wel een beetje vreemd:
de kip moet door midden gesneden worden,
voordat het de oven in gaat.
Dus dochter vraagt aan moeder waarom dat zo is.
‘Dat is gewoon zo, zo doe ik dat altijd!
Het hoort bij het recept, dus houdt je er maar gewoon aan.’

Toch blijft dochter het een beetje vreemd vinden.
De volgende keer dat ze haar oma ziet, vraagt ze ernaar.
Misschien dat die weet waar het voor nodig is.
Maar oma begint te lachen:
‘ach ja, zo deden we dat vroeger.
Een hele kip paste niet in onze oven, 2 halve wel.
Maar tegenwoordig heb ik een grotere oven,
en doe ik gewoon de hele kip erin!’
Er was ooit een reden om de kip te halveren,
maar die reden is er niet meer.
Wat over is gebleven, is een lege vorm.

dia 3 – Geloven draait om God!
Dat is waar Jezus in Matteüs 6 tegen waarschuwt.
Tegen lege vormen.
Daar staan we vanmorgen bij stil, vanuit Matteüs 6:1:
‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen
voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden.
Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.’
Jezus waarschuwt tegen godsdienst, godsdienstige gewoontes,
die lege vormen zijn geworden.
Het klinkt misschien als een open deur,
maar het is goed dat Jezus het ons hier voorhoudt:
geloven draait om God!
Jouw geloof ook?

1. Lege godsdienst
dia 4 – lege godsdienst
We zijn al een paar weken onderweg
in deze toespraak van Jezus, de Bergrede.
Het begon met de vraag: hoe wordt je gelukkig?
Daarna ging Jezus in op de wet van God,
wat uitkwam bij die opdracht van vorige week: wees volmaakt.
Nu gaat Jezus verder met onderwijs over het geloofsleven.
Jezus heeft het over ‘de gerechtigheid beoefenen’.
Dat zijn de godsdienstige dingen die je doet.
Voor de Joden zijn dan 3 dingen belangrijk,
het godsdienstige leven heeft 3 pijlers:
geven, bidden en vasten.
Precies de onderwerpen waar Jezus over begint.

‘Let op’, zegt Jezus, ‘dat je het niet voor mensen doet!’
Het kan heel vroom overkomen wat je doet,
maar doe je het ook echt voor God?
Of zijn het lege vormen geworden?
Een lege godsdienst?

dia 5 – spotprent
Jezus maakt met zijn woorden
een spotprent van de Joodse godsdienstigheid.
Ja, een spotprent.
Zoals bijvoorbeeld deze – even een kijkpauze.
Het gaat over de kabinetsformatie.
In een spotprent worden dingen altijd overdreven, en dat is hier ook zo:
alsof de ChristenUnie een kussentje is
op de bank van VVD, CDA en D66.
Maar die overdrijving heeft wel een functie:
de maker van een spotprent wil een punt maken.
In dit geval dat de ChristenUnie het risico loopt
niet volwaardig mee te doen met de andere partijen.
Een spotprent overdrijft de werkelijk
om zo een punt te maken.

dia 6 – godsdienst: voor God, of om gezien te worden?
Dat doet Jezus ook.
Hij overdrijft, en je ziet het voor je.
‘Wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond.’
Ik zie het al uitgetekend:
een omroeper met een trompet,
met daarachter de gulle gever,
bij wie de mensen in de rij staan voor een handtekening.
Jezus overdrijft om zijn punt maken:
geef je om er zelf beter van te worden?

Over bidden heeft Jezus al net zo’n spotprent.
Op elke straathoek staan mensen te bidden.
Ze stellen zich strategisch op, zodat iedereen hen ziet.
Zijn ze klaar met bidden, dan lopen ze naar de volgende straathoek,
om daar hun ritueel te herhalen.
Weer een lichte overdrijving, maar met een punt:
bid je om gezien te worden?!

Soms hoef je geen spotprent te maken.
Als de werkelijkheid de grappen inhaalt.
Dat geldt voor het vasten.
De vroomste Joden vasten 2 dagen in de week.
En laten dat nou net toevallig de 2 marktdagen zijn,
de dagen dat het het drukste is op straat.
De mensen vasten om gezien te worden.

dia 7 – andere wereld: geloof verstoppen
Nu moet ik eerlijk zeggen dat die Joodse godsdienstigheid
ver van mij afstaat.
Ik heb niet zo die neiging vroom te doen in het openbaar,
om gezien te worden.
Ik vind dat eerder ongemakkelijk.
Als ik in een restaurant eet, bid ik niet meer.
Ik ben ermee gestopt.
Aan de ene kant ben ik misschien te bang
wat de andere gasten er van vinden,
maar het is ook dat ik me in een restaurant
niet met mijn hele hart op God kan richten.
Hoe dan ook, ik denk dat wij het eerder moeilijk vinden
om in het openbaar te bidden,
of op andere manieren met je geloof bezig te zijn,
dan dat wij op die manier proberen aanzien te krijgen.

Dat is niet zo gek, want we leven in een heel andere wereld.
In onze wereld geeft geloof je geen aanzien.
Als je gelooft, en dat in het openbaar laat zien,
ben je eerder een merkwaardig geval…
Wil je dat mensen je zien en waarderen,
dan kun je beter je geloof achter de voordeur laten…

dia 8 – wat zijn jouw motieven?
Godsdienstige dingen doen,
naar de kerk gaan, bidden, bijbellezen,
christelijke liederen zingen, stille tijd,
bij ons speelt dat motief van ‘gezien worden’
denk ik niet zo’n grote rol.
Maar zijn onze motieven dan zuiver?
Dat denk ik toch ook weer niet.
Je gelooft omdat het zo vertrouwd aanvoelt,
het geeft je een veilig gevoel,
het geeft vastheid in een ingewikkeld leven.
Je gelooft om de mensen,
het geeft je een sociaal netwerk,
en als het slecht gaat een sociaal vangnet.
Je zet je in voor de kerk
omdat je er waardering voor krijgt,
dan wel niet uit de wereld, maar wel van kerkgenoten.
Je gelooft omdat het je gewoon een fijn gevoel geeft.
En ik ben er vast nog wel wat vergeten.
Maar als dit alles is, dan is ook onze godsdienst leeg!

2. Geloven draait om God
dia 9 – geloven draait om God
Want geloven draait om God.
Ja, geloven kan bepaalde voordelen geven,
maar daar gaat het niet om!
Het gaat om God!
Dat klinkt zo logisch, maar toch…

dia 10 – voor mensen? dan loon van mensen!
Misschien verwacht je van Jezus nu een tirade:
mensen maken misbruik van godsdienst,
ja, zelfs van de Vader in de hemel.
Maar Jezus pakt het hier juist subtiel en fijnzinnig aan:
‘dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.’
Geven om gezien te worden,
bidden en vasten om gezien te worden,
geloven om de voordelen die het geeft:
prima, ga vooral je gang,
maar je moet niet denken dat het voor God ook maar iets betekent.
Draait je geloof om mensen,
dan krijg je ook je beloning van mensen.

dia 11 – sponsoring
Er is niets mis met bijvoorbeeld sponsoring.
Als een ondernemer uit onze gemeente
onze website wil sponsoren in ruil voor advertentieruimte op de website,
dan verbiedt Jezus dat niet.
Maar zie het wel zoals het is: een slimme zakelijke transactie,
iets waar beide partijen voordeel van hebben.
Niet als iets waar God je voor zou moeten belonen.

dia 12 – draait jouw geloof om God?
Jezus laat je naar jezelf kijken.
Als alle onzuivere motieven om God te dienen wegvallen,
wat blijft er dan nog van mijn geloof over?
Wat als je giften door niemand gezien worden,
als je linkerhand niet eens weet wat je rechterhand doet,
oftewel: je geeft zelfs niet voor het goede gevoel dat het je geeft,
zou je dan nog steeds geven?
Wat als je niet op straat gaat bidden,
maar in de voorraadkast van je huis?
Zou je dan net zo intensief bidden?
En wat als je wilt vasten,
maar wel gewoon doucht, jezelf verzorgt,
zodat je niemand ziet dat je vast?
Zou je het nog de moeite waard vinden?
Als geloven niet meer zo fijn vertrouwd is,
als het sociale netwerk van de kerk tegenvalt,
en je nauwelijks waardering voor je inzet krijgt,
wat blijft er dan over?
Is het lege godsdienst geweest, of draait het bij jou echt om God?

Jezus zegt niet dat je nooit in het openbaar mag bidden.
Jezus zelf bidt ook in het openbaar.
Sommige van zijn meest intieme gebeden
kan iedereen in de bijbel gewoon nalezen.
Je hoeft je geloof niet krampachtig verborgen te houden.
Maar wees eerlijk over je motieven!
Draait jouw geloofsleven echt om de relatie met je hemelse Vader?

dia 13 – laat God niet verdwijnen!
Dan kunnen vormen niet op zichzelf staan.
Laat dat niet gebeuren!
Dat we druk zijn met onze godsdienst,
dat het lijkt alsof het heel wat is,
maar dat God er sluipenderwijs uit verdwijnt.
Dan houden we een religieus systeem in stand
dat net zo belachelijk is als het halveren van de kip
omdat de oven daar vroeger te klein voor was…
Geloven draait om God!
Zodra het niet meer om God gaat,
om onze relatie met de Vader,
om Jezus, die onze redder is,
en de Geest die levend maakt,
dan slaat ons geloof nergens meer op.
Dan houden we lege vormen over.
En de eersten die daar doorheen prikken,
dat zijn de jongeren en de buitenwereld.

3. Geef, bid, vast!
dia 14 – geef, bid, vast
Laat het hier dus alsjeblieft om God draaien!
Niet om de vormen, maar om de Vader.
En tegelijk: die vormen kunnen wel degelijk helpen.
Jezus zegt niet: ‘dat geven, bidden en vasten van jullie,
het slaat werkelijk nergens op, stop er maar mee.’
Jezus roept juist op om deze vormen op een goede manier te gebruiken,
als manieren om intiem met de Vader om te gaan.

dia 15 – geef: uit liefde voor de Vader
Dus: geef!
Want van goed geven groei je naar de Vader.
Dus niet geven omdat dat zo hoort,
uit plichtsbesef of een schuldgevoel,
ook niet omdat het je een goed gevoel geeft,
je jezelf een schouderklopje kunt geven,
of omdat je verwacht dat het zich wel weer terugbetaalt,
maar uit liefde voor je Vader.
Geef, of het nu van je tijd is, je geld of je talenten,
en doe het voor je hemelse Vader.
Dan zul je proeven van Gods vrijgevigheid.

dia 16 – bid: maak Gods naam groot
En bid!
Ook hier weer: laat het om God draaien.
Ja, hij is in jou geïnteresseerd,
hij wil graag weten wat je bezighoudt,
het van jezelf horen, omdat je voor God geen verstoppertje hoeft te spelen.
Maar bedenk ook wat Jezus zegt:
‘jullie Vader weet wat jullie nodig hebben,
nog voor jullie het hem vragen.’
En als Jezus dan vertelt hoe wij moeten bidden,
dan komen al die dingen die ons bezig houden
daar nauwelijks in voor.
Het gebed dat Jezus leert, het Onze Vader,
draait helemaal om God.
Het gaat om zijn naam, zijn koninkrijk en zijn wil.
In het gebed vraag je de Vader
dat het ook in jouw leven om hem mag draaien.
Maak Gods naam groot in alles wat je bidt!

dia 17 – vast: leer verlangen naar God zelf
En vast!
Misschien is dat nieuw voor je.
Voor mij wel.
Vasten is geen onderdeel van mijn leven met God.
Ik kan niet uit ervaring vertellen wat het is
en waarom je het zou moeten doen.
Ik heb me er deze week eens wat in verdiept,
om erachter te komen wat vasten nu precies is
en waarom je het zou doen.

Een week lang niet eten en alleen maar water drinken,
dat is vasten, dat lijkt mij wel duidelijk.
Maar als je nu een maand geen alcohol drinkt?
Of geen tussendoortjes?
Of geen beleg op je brood?
Of stopt met facebook?
Of met roken?
Is dat allemaal vasten? Niet perse.
Vasten is een periode stoppen met iets goeds.
Eten en drinken is goed, je hebt het nodig,
en toch zie je er een periode van af – dat is vasten.
Maar roken is toch al niet goed, dat is een verslaving.
Van een verslaving moet je niet vasten, maar afkicken.
En je mag ook wel merken dat je vast.
Voor mijn gevoel is geen beleg op brood wel erg klein,
doe dan liever een week zonder lunch.

Waarom zou je het doen?
In het boekje Honger naar God van John Piper las ik dit:
‘Dat onze honger naar God zo zwak is,
komt niet doordat hij smakeloos zou zijn,
maar omdat wij onszelf volproppen met andere dingen.’
‘De grootste vijand van een verlangen naar God
is niet vergif maar appeltaart. (…)
De grootste bedreiging van onze liefde tot God
zijn niet zijn vijanden, maar zijn gaven.’
Vasten helpt je het niet te laten draaien om eten en drinken
en alle andere mooie dingen die God geeft,
maar om God zelf!

Geef, bid en vast.
Doe het voor God, zonder bijbedoelingen.
Dan is je geloof niet leeg, maar een relatie met God.
Dan beloont de Vader in de hemel je:
je zult zijn goedheid en liefde ervaren.
Amen.




Matteüs 5:48 | Volmaakt zijn?!

Ben jij volmaakt? Nee? Jezus geeft als opdracht: ‘wees volmaakt!’ Is alleen het beste goed genoeg voor Jezus? Wil hij ons perfectionisten maken, voor zover we dat nog niet waren? Wat moet je met zo’n opdracht?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 381 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 113 : 1 en 2 (GKB=LvK)
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Matteüs 5 : 17 – 48 (is tegelijk wetslezing)
Zingen: Opwekking 136 : 1 en 2
Preek over Matteüs 5 : 48
Zingen: LvK Gezang 473 : 1a, 2v, 3m, 4v, 5m en 10a
Kinderen terug
Onderwijs avondmaal
Zingen: ‘Aan uw tafel’ (Sela)
Viering avondmaal
Zingen: Psalm 103 : 1, 5 en 7 (GKB=LvK)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Opwekking 334
Zegen

Volmaakt zijn?!

Inleiding
dia 1 – toetsen
De vakantie komt eraan.
Voor sommigen is het al begonnen,
anderen zijn druk bezig met de laatste loodjes.
Toetsen maken bijvoorbeeld.
Hard leren, en hopen dat je een cijfer haalt waar je tevreden mee bent.

Daar ben ik vandaag benieuwd naar: wanneer ben je tevreden?
Het maakt natuurlijk ook uit om welk vak het gaat.
Ik was voor het vak Grieks met een lager cijfer tevreden
dan ik voor natuurkunde zou zijn.
Dus voor het gemak nemen we even 1 vak: Engels.
Misschien is het al lang geleden dat je toetsen moest maken,
maar beeld het je toch maar even in:
als je deze week een toets Engels zou moeten maken,
met welk cijfer zou je dan tevreden zijn?
Wie is met een 5 al tevreden?
Een 6? Een 7? Een 8? Een 9?
En wie is pas tevreden met een 10?

Zelf ben ik een perfectionist, en niet snel tevreden.
Met een 8 kan ik tevreden zijn,
maar dan wil ik wel weten wat ik moet doen om er een 10 van te maken.
Mijn eerste onvoldoende herinner ik me nog heel goed.
Een 4, voor een onaangekondigde woordjestoets Engels.
Ik had het niet geleerd en viel door de mand.
Ik schaamde me rot…
Thuis heb ik het niet verteld – pas later.
Met mijn docent ging ik nog in discussie,
want ik vond dat hij niet eerlijk had nagekeken,
en ik een 5 had verdiend.
Dat had ik ook, daar ben ik nog van overtuigd,
maar ik denk dat die docent mij iets wilde leren:
je mag ook wel eens een onvoldoende halen.

dia 2 – volmaakt zijn?!
Ik vind dat nog steeds moeilijk, niet perfect zijn,
maar ik begin het een beetje te leren.
Maar dan lees ik wat Jezus zegt, in Matteüs 5:48:
‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’
Help!
Dit kan toch niet?
Is voor God alleen een 10 goed genoeg?
Dan zijn we allemaal gezakt!
Wat wil Jezus tegen ons zeggen?
Daar wil ik met jullie bij stilstaan.

1. Volmaakt, ik?!
dia 3 – Jezus legt de lat hoog
‘Wees dus volmaakt’…
Ga er maar aanstaan!
Volmaakt? Ik?!

De mensen, die Jezus overal vandaan gevolgd zijn,
zullen zich ook hebben afgevraagd waar ze aan begonnen zijn.
Ze snakten naar ruimte, vrijheid, en gewoon een beetje geluk.
Was dat nou te veel gevraagd?
Het lijkt van wel, want Jezus gaat er met de zweep overheen.
De mensen vonden al die regels van de Farizeeën al zo moeilijk,
maar Jezus maakt het helemaal bont:
hij legt de lat torenhoog.

‘Dacht je dat je er was als je geen moord pleegt?
Welnee, dat is maar een begin!
Nee hoor, alleen al als je denkt: “ik kan die vent wel schieten”,
dan ben je net zo schuldig.
O, en denk niet dat het wel meevalt,
het brengt je in het vuur van de Gehenna.’
Au, dat doet zeer!
Klinkt alsof we allemaal bezig zijn
met een enkele reis naar de hel…

Houd nu maar op Jezus,
voor dit helemaal uit de hand loopt.
Maar Jezus weet van geen ophouden.
‘Dacht je dat je er was als je geen overspel pleegt?
Houd toch op!
Als je alleen al kijkt naar andere mannen of vrouwen,
wegdroomt, en fantaseert hoe het is met hem of haar een relatie te hebben,
dan ben jij net zo goed een overspelige!
Nee, merk je dat je oog je in verleiding brengt,
amputeer je oog dan!’
Brr, wat gruwelijk!
Wat als we dit rechtstreeks zouden toepassen?
Het zou hier een bloederige bende worden!

Jezus gaat maar door.
‘Wees altijd eerlijk.
Verzet je niet tegen wie kwaad doet.
Keer de andere wang toe.
Heb niet alleen je naaste lief, maar je vijand net zo.’
Het zijn allemaal goede regels, daar niet van.
De wereld zou er echt beter van worden
als mensen gaan doen wat Jezus hier zegt.
Maar het klinkt zo onhaalbaar.
Alsof je perfect moet zijn.
Alsof je volmaakt moet zijn…

dia 4 – wees volmaakt!
O, wacht, dat is dus precies wat Jezus zegt.
‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’
Een beetje volmaakt, dat bestaat natuurlijk niet.
Nee, je moet volmaakt zijn zoals God dat is…
Dat is dus bij voorbaat mislukt.
Het doet denken aan een veel oudere wet.
In het bijbelboek Leviticus staat het een paar keer,
bijvoorbeeld in Leviticus 19:2:
‘Wees heilig, want ik, de Heer, jullie God, ben heilig.’
Hoe onmogelijk wil je een wet hebben?
En Jezus doet daar helemaal niets vanaf!

dia 5 – moedigt Jezus perfectionisme aan? (perfectionisme)
Ik zei al: ik ben een perfectionist
die moet leren dat ik niet perfect hoef te zijn.
Perfectionisme is een groot probleem.
Hoe veel mensen hebben zichzelf door hun perfectionisme
niet al in de knoop gewerkt?
Wat een ellende, als het nooit goed genoeg is wat je doet!
Nooit kun je tevreden zijn, want het kan altijd beter.
Je kent ook altijd anderen die het beter kunnen dan jij.
Dan ben jij niet goed genoeg…
Dus doen we maar alsof.
Proberen we ons wat beter voor te doen.
Delen we de hoogtepunten van ons leven,
maar verstoppen de dieptepunten…

Werkt die oproep van Jezus dat niet in de hand?
Om nu ook voor God mooi weer te gaan spelen?
‘Wees volmaakt,’ daar kun je op 2 manieren op reageren.
Je kunt buiten je schoenen gaan lopen,
als je denkt dat jij inmiddels toch wel volmaakt bent.
En wee degene die kritiek op jou durft te hebben, want jij bent al volmaakt!
Maar bij de meeste mensen
zal toch de moed hen in de schoenen zakken.
‘Volmaakt? Ik?! Dat kan ik nooit!’

dia 6 – kaartje
Bij mijn schoonmoeder in de woonkamer hangt een kaartje.
‘Zakt moud die ien schounen, goa op kop stoan.’
Nu is mijn Fries inmiddels beter dan mijn Gronings,
maar als je alle ou’s door oe’s vervangt, kom je een heel eind.
‘Als de moed je in de schoenen zakt, ga dan eens op de kop staan.’
Laten we dat maar gaan doen: anders naar deze tekst kijken.
Want ik geloof niet dat het Jezus’ bedoeling is ons wanhopig te maken.

2. Volmaakt zijn
dia 7 – volmaakt zijn
Wat dan wel?
Ik wil 4 dingen noemen die helpen
om op een andere manier naar die uitspraak van Jezus te kijken.
Niet dat ik het nu precies begrijp,
ik blijf het een lastig bijbelgedeelte vinden.
Maar ik heb wel wat dingen gevonden
die je op weg kunnen helpen.

dia 8 – met regels ben je er niet (regels)
Het eerste: met regels ben je er niet.
In vers 20 doet Jezus een stevige uitspraak
over de beroepsgelovigen van toen:
‘als jullie gerechtigheid niet groter is
dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën,
zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.’
De mensen die naar Jezus komen luisteren hebben juist bewondering hen.
Als er dan toch mensen perfect zijn,
dan komen de schriftgeleerden en Farizeeën dicht in de buurt.

Maar Jezus’ oordeel is vernietigend.
‘Die Farizeeën, ze zijn goed in regels maken,
en zich daarna aan die regels houden,
maar meer is het ook niet.
Het ziet er dan misschien wel indrukwekkend uit,
maar ze zijn drukker bezig met de regels dan met God.’
En dan geeft Jezus zijn eigen uitleg van Gods geboden,
en is duidelijk dat ook de Farizeeën daar niets van bakken.

Die woorden van Jezus moet je dan ook niet zien
als nog weer een paar extra regels,
die je ook weer kunt afvinken als je maar goed je best doet.
Dan ben je nog niet verder gekomen dan de Farizeeën.
Volmaakt worden, dat gaat niet om je aan de regels houden.

dia 9 – de Vader is volmaakt
Wat dan wel?
Dat is het tweede: de Vader is volmaakt.
Volmaakt zijn is geen kwestie van je aan de regels houden,
maar van lijken op je Vader in de hemel!
Híj is volmaakt!
Hij is ‘liefdevol en genadig, geduldig, trouw en waarachtig.’
Zo stelt God zich in Exodus 34 aan Mozes voor.
Hoe volmaakt wil je het hebben!
De Vader is volmaakt, en daarom kan hij zich IK BEN noemen, JHWH.
Hij is wie hij is, niet iemand die zich steeds anders voordoet.
De Vader is iemand uit 1 stuk.
Jezus zegt: wordt zoals jullie Vader!
Mooi trouwens, dat Jezus zonder enige reserve
van zijn Vader zegt dat hij ook onze Vader is!

dia 10 – Jezus lijkt op de Vader
Toch wordt het er nog niet makkelijker van:
wie lijkt er nou de Vader?
Dat is het derde: Jezus lijkt op de Vader!
In vers 17 zegt Jezus over de Wet en de Profeten:
‘ik ben niet gekomen om ze af te schaffen,
maar om ze tot vervulling te brengen.’

‘Vervullen’, wanneer gebruik je dat woord nou?
Ik denk vooral bij wensen: een wens kan in vervulling gaan.
Een verjaardagswens bijvoorbeeld:
in augustus wordt ik 30, dus ik ben bezig met mijn verlanglijstje.
Als ik de dingen krijg die erop staan, worden mijn wensen vervuld.
Of iets heel anders, als je familie ver weg hebt,
alleen met het vliegtuig te bereiken,
en je wilt ze heel graag eens zien, en het gebeurt:
dan gaat een wens in vervulling.

Zo is het met Jezus ook.
Jezus vervult de wet.
Dat betekent, heel simpel, dat Jezus de wet houdt!
En dan niet op de manier van de Farizeeën,
die zich aan de regels hielden,
maar op de manier die Jezus ons voorhoudt:
Jezus is volmaakt, zoals de Vader.
Als je naar Jezus kijkt, leer je de Vader kennen,
want Jezus lijkt op hem!

dia 11 – de opdracht is een belofte
En wij dan?
Dat is het vierde: de opdracht is een belofte.
In de oude bijbelvertaling stond: ‘gij dan zult volmaakt zijn.’
Daar maken wij een opdracht van: ‘wees volmaakt’.
Maar als ik tegen iemand zeg: ‘jij zult rijk worden’,
dan is dat geen opdracht, maar dan beloof ik iets!
‘U, jij, zult volmaakt zijn’ is het allebei:
het is een opdracht, iets waar wij naar moeten streven,
maar ook een belofte: je hoeft het niet zelf te doen.
Jezus geeft zijn Geest, om jou te veranderen.
Dan ga je steeds meer op Jezus en de Vader lijken.
Zoals ik iemand laatst hoorde zeggen:
‘als zelfs ik even en een beetje belangeloos kan liefhebben,
dan moet God wel bestaan!’
Als je met Jezus leeft, dan ben je al volmaakt in Gods ogen!

3. Volmaakt, ik?! (2)
dia 12 – volmaakt, ik?! (2)
En toch…
Ik kan er van alles over zeggen,
maar het blijft ook een onmogelijke opdracht!
‘Wees volmaakt’, wie? Ik?!

dia 13 – laat het ongemak maar staan!
In de loop van de jaren zijn er heel wat pogingen gedaan
om onder de woorden van Jezus uit te komen.
Een aantrekkelijke gedachte vind ik dat Jezus de lat hier zo absurd hoog legt,
dat voor iedereen duidelijk is dat het niet kan.
Jezus zou ons een spiegel voorhouden,
duidelijk willen maken dat niemand zonder zonde is,
dat niemand volmaakt is, behalve God.
Jezus zou ons willen zeggen dat we het zelf niet kunnen,
zodat we leren leven van zijn genade.

Dat is ook wel waar, maar niet wat Jezus hier zegt!
Hij zegt niet: ‘het lukt jullie toch niet volmaakt te zijn’,
maar ‘wees volmaakt’.
Jezus houdt ons voor zo te leven,
dan moeten wij niet proberen daar onderuit te komen.

Laat het maar gewoon staan.
Accepteer maar dat Jezus dingen zegt
waar wij aanstoot aan nemen.
Jezus is geen brave, burgerlijke God,
die dingen zegt die in ons straatje passen.
Jezus komt juist scherp uit de hoek.
Geloven mag best een beetje ongemakkelijk zijn!

4. Wees volmaakt!
dia 14 – wees volmaakt!
Dus ja: wees volmaakt.
We kunnen proberen er onderuit te komen,
maar Jezus zegt het gewoon.
Jezus wil jouw leven!

dia 15 – wil jij volmaakt zijn?
Wil jij volmaakt zijn?
Dat is de vraag waar het om gaat.
Wil jij doen wat God wil?
Wil je hem alles geven, steeds zoeken naar hoe je voor hem kunt leven?
Of wil je liever je eigen ding doen?
En moet God het maar goed vinden,
want hij houdt per slot van rekening van je…?

Misschien denk je dan direct aan anderen,
die zich volgens jou te gemakkelijk van geloven afmaken.
Maar vergeet niet naar jezelf te kijken!
Wil ik echt Jezus mijn hele leven geven?
Wil ik echt naar God luisteren in al mijn keuzes?
Of houd ik ook wat stukjes van mijn leven voor mijzelf?

Je zorgen over anderen kunnen terecht zijn.
Het kan ook een vooroordeel zijn.
Er is maar één manier om erachter te komen: ga in gesprek.
Misschien wordt het een verrassend gesprek:
dat allerlei vooroordelen ontkracht worden.
Maar misschien klopt je zorg ook.
Dan is het goed om in gesprek te zijn,
want we helpen elkaar om bij Jezus te blijven.
Dat beloven we zelfs, bij belijdenis en doop.
Dan nog geldt trouwens:
wees hard voor jezelf en mild voor anderen.
Nergens zegt Jezus dat je het oog van de ander moet uitrukken…

dia 16 – kijk dan naar Jezus!
Wees volmaakt – maar hoe dan?
Moeten we de zweep erover halen?
De regels nog eens duidelijk neerzetten,
en misschien nog wel een beetje verder aanscherpen?
Moeten we ons uiterste best doen?
Alles uit onze wilskracht persen?
Nee, vergeet het maar.
Dat is wat de Farizeeën deden.
Dan mis je precies het punt van Jezus.
Jezus zegt: ‘kijk naar mij!
Wie mij ziet, ziet de Vader.
Geef mij je leven, dan laat ik je op mij lijken!’

dia 17 – avondmaal
Jezus wil je leven, niet minder.
Want hij gaf zijn leven, niet minder.
Dat gedenken we, maken we ons eigen, bij het avondmaal.
Hij gaf zijn leven,
om onvolmaakte mensen volmaakt te maken.
Amen.




Matteüs 5:3 | Gelukkig de ongelukkigen

Hoe word je gelukkig? Het is misschien wel de grootste vraag die mensen hebben. Jezus begint er de bergrede mee. Maar hij wijst een heel andere weg naar geluk dan je zou denken: de weg van zwakte!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 457 : 1, 2 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 331
Leefregels
Zingen: OB Psalm 32 : 1 en 4
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Matteüs 5 : 1 – 16
Zingen: LvK Psalm 37 : 1, 2 en 4
Preek over Matteüs 5 : 3
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Kinderen terug
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Gezang 170 : 1, 2 en 3
Zegen

Gelukkig de ongelukkigen

Inleiding
dia 1 – zwart
‘Gelukkig…’
Jezus zegt het maar liefst 9 keer:
‘gelukkig ben je als…’
Jezus wijst de weg om gelukkig te zijn.
Ik denk dat het de grootste vraag is die mensen hebben:
‘hoe word ik gelukkig?’
Jezus vertelt het gewoon!

Klinkt goed toch?
Ja, totdat je kijkt wat er nu eigenlijk staat…
Iedereen heeft wel ideeën over wanneer je gelukkig bent,
maar ik vermoed dat de ideeën van Jezus daar ver van afstaan.

dia 2 – Clinton
Philip Yancey, een Amerikaanse schrijver,
schrijft in zijn boek ‘Jezus zoals ik hem niet kende’
over dat hij een ontmoeting zou hebben met Bill Clinton,
die toen nog president van de VS was.
Soms verlang ik wel weer terug naar die goede oude tijd…
In ieder geval: Yancey mocht Clinton vertellen
wat christenen belangrijk vinden van een regering.
Yancey moet denken aan die ‘gelukkig-uitspraken’ van Jezus.
Als je van die woorden een advies aan de president maakt,
hoe zou het dan klinken?
Ik lees maar even voor wat Yancey er van zou maken:

(citaat uit Yancey, Jezus zoals ik hem niet kende, blz. 106, wegens auteursrechten hier niet overgenomen)

dia 3 – gelukkig de ongelukkigen
Wat een absurd advies zou dat zijn!
Maar zo ongeveer moet het wel hebben geklonken
in de oren van de mensen die achter Jezus aan zijn getrokken
en deze woorden uit Jezus mond hoorden!
Je kunt die woorden zo samenvatten:
gelukkig zijn de ongelukkigen.
Wat moet je daar toch mee?
Daar wil ik vandaag met jullie naar kijken,
vooral vanuit vers 3:
“Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.”

1. Gelukkig de sterken?
dia 4 – grote verwachtingen van Jezus
Jezus zit op een berg,
en om hem heen een grote mensenmassa.
Ze zijn hem achternagetrokken, overal vandaan.
Jezus was nog maar net begonnen met zijn openbare optreden.
In Galilea, een achtergestelde provincie van Israël.
‘Kom tot inkeer’ had Jezus gezegd,
‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’
Jezus had een groep leerlingen om zich heen verzameld,
en toen was het snel gegaan.
Jezus is de rijzende ster van Galilea.
Zijn populariteit wordt met de dag groter.
Al snel komen mensen uit heel Israël naar Galilea,
om een glimp van die Jezus te kunnen opvangen.
Ze zien in Jezus een rebel
die af kan rekenen met de gevestigde orde.

Het zijn heel verschillende mensen, daar om Jezus heen,
maar in één ding zijn ze allemaal gelijk:
ze hopen op geluk.
Geef hen eens ongelijk:
wie wil er nou niet gelukkig zijn?!

Wat meer geluk kunnen ze ook wel gebruiken.
Het leven in Galilea is zwaar.
Israël is onderdeel van het grote Romeinse rijk,
maar heeft voor de Romeinen niet bepaald de hoogste prioriteit.
De belastingen zijn hoog, en er staat weinig tegenover.
Je moet je maar met de situatie redden.

De mensen dromen.
Ze dromen van een held die het gevecht met de Romeinen aangaat
en hen een verpletterende nederlaag bezorgt.
Dan zijn ze ook direct van die tollenaars af,
die hun ziel aan Romeinen verkocht hebben
en nu hun volksgenoten oplichten.
Ze dromen van een onafhankelijk Israël
waar het leven goed is,
waar anderen vol bewondering naar kijken.
Ze dromen van een sterke held
die op zijn beurt het volk weer aanzien geeft.
Gelukkig de sterken, denken ze,
want de sterken hoeven niet over zich heen te laten lopen.
Met die dromen lopen ze achter Jezus aan,
in de hoop dat hij die sterke held is.

dia 5 – onze bewondering van kracht
Gelukkig de sterken…
Dat klinkt niet zo gek.
Ook in onze wereld moet je sterk zijn.
Wij kijken op tegen krachtige mensen,
mensen die onafhankelijk zijn, zichzelf kunnen redden,
mensen die zelfverzekerd zijn, zich niets aantrekken van wat anderen vinden,
mensen die zichzelf neerzetten.
Kijk maar naar een willekeurig blok reclame op de TV:
je ziet krachtige, zelfbewuste mensen.
Zulke mensen bewonderen we.
Mensen die vol energie zitten,
die allerlei ballen tegelijk in de lucht weten te houden,
die elk probleem zien als een mooie uitdaging.
Met een houding van: ‘wij doen het wel even.’
Met hen identificeren we ons graag,
want de sterken, die zijn gelukkig.

Ok, misschien overdrijf ik wat,
maar het is wel het verhaal dat de wereld ons vertelt.
En ik ben bang dat het ook in de kerk diep is doorgedrongen.
We zetten ons graag als krachtige mensen neer.
Zelfs als je een rotweek achter de rug hebt,
of door een zwarte periode in je leven gaat,
zeg je al snel dat het naar omstandigheden goed gaat
en dat je niet mag klagen…
We houden van krachtige mensen:
mensen die van aanpakken weten,
die hun verantwoordelijkheid nemen
en zo de kerk verder helpen.
Gelukkig de sterken…

2. Gelukkig de ongelukkigen!
dia 6 – gelukkig de ongelukkigen!
Dan krijg je bij Jezus een koude douche.
Niks geen ‘gelukkig de sterken, en ik zal jullie sterk maken’.
Nee, in al die zaligsprekingen, in al die ‘gelukkig-uitspraken’,
stelt Jezus de verwachtingen radicaal bij.
Het klinkt allemaal niet heel gelukkig, wat Jezus zegt.
Stel je een land voor,
vol mensen die Jezus hier gelukkig prijst.
Ze zijn verdrietig, worden vervolgd en uitgescholden.
Dat klinkt als een nogal ongelukkig land.
Maar Jezus zegt: ‘gelukkig de ongelukkigen’.

dia 7 – het koninkrijk bestaat uit zwakke mensen
Jezus sluit niet aan bij de droom die mensen hebben: integendeel!
Jezus zet geen sterke mensen neer, maar zwakkelingen:
mensen die over zich heen laten lopen.
Dat koninkrijk, waar Jezus zijn verkondiging mee begon,
en waardoor Jezus zulke mensenmassa’s op de been bracht,
dat koninkrijk bestaat uit zwakke mensen,
die naar de maatstaven van de wereld wel diep ongelukkig moeten zijn.
En denk niet dat je er 1 of 2 uitspraken van Jezus uit kunt pikken
waar jij jezelf wel in herkent,
en de rest lekker kunt laten voor wat ze zijn.
Nee: die ‘geluk-uitspraken’ zijn een totaalpakket:
samen geven ze een beschrijving van echt geluk.

dia 8 – ‘jullie zijn pas echt gelukkig’
Hoe zou dit zijn overgekomen
op de mensen die Jezus gevolgd zijn
in de hoop dat hij hen weer gelukkig zou maken?
Voor velen zal het een teleurstelling zijn geweest:
‘ik zoek geluk, geen ongeluk!’
Maar de meeste mensen blijven zitten.
In Matteüs 7, als Jezus eindelijk is uitgesproken,
staat dat de mensen diep onder de indruk zijn van Jezus’ woorden.
Jezus is niet iemand die mooie praatjes verkoopt,
maar iemand die weet waar hij het over heeft.

Bekijk het eens anders.
Wat voor mensen zie je op die berg?
Zijn dat nou zulke krachtige mensen?
Nee, het zijn mensen die door het leven gebutst zijn,
aan hun lot overgelaten door de wereld van de sterken.
Zij krijgen te horen: ‘willen jullie gelukkig zijn?
Geluk is veel dichter bij dan je denkt!
Je hoeft niet eerst sterk te worden om gelukkig te zijn.
Nee, jullie zijn pas echt gelukkig te prijzen!’
Jezus geeft niet allerlei onmogelijke opdrachten,
nee: hij ziet de mensen, beschrijft hun situatie,
en verklaart hen gelukkig.

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn.’
Ik denk dat al die uitspraken van Jezus hier samenkomen.
Of met de woorden van de Bijbel in Gewone Taal:
‘het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.’
Dat is waar het uiteindelijk om gaat:
weten dat je niets hebt, dat je zonder God niemand bent.
Dan zegt Jezus: gelukkig ben je.
Het is niet voor niets dat Jezus
aan de lopende band zulke mensen aantrekt.
Tollenaars, melaatsen, hoeren, bezetenen, bedelaars:
mensen voor wie Jezus de laatste hoop is.

dia 9 – in ongeluk het geluk vinden
Jezus zegt er iets achteraan:
‘gelukkig wie nederig van hart zijn
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’
Dat klinkt misschien als: ‘het is nu even afzien,
maar jullie tijd komt nog wel.’
Dat is niet wat Jezus bedoelt.
Eerder zei hij al: ‘het koninkrijk is nabij’.
Wanneer je weet dat je God nodig hebt,
dan begint dat koninkrijk al, dan mag je dat geluk al vinden.

Dat klinkt misschien nog wat raadselachtig.
Laat ik wat vertellen over mijn eigen ervaring.
Ik herken dat ik juist in dieptepunten,
juist op de moment dat ik op mijn zwakst ben,
een heerlijke rust over mij heen krijg.
Als ik me niet groot voor hoef te doen.
Als alle pretenties wegvallen.
Als ik mijzelf tegenkom.
En me dan realiseer dat ik voor God
me helemaal niet anders voor hoef te doen dan ik ben.
Dat ik bij hem zwak mag zijn,
en dat hij me nooit afwijst.
Dát is voor mij het diepste geluk.

3. Streven naar ongeluk?
dia 10 – streven naar ongeluk
Gelukkig de ongelukkigen!
Moet je dan maar streven naar ongeluk?
Je machteloos en arm maken?
Moet je de pijn dan maar opzoeken,
alles om maar gelukkig te worden?

dia 11 – oplichters
Deze week in het nieuws
was dat veel Nederlanders slachtoffer zijn geworden
van een stel oplichters uit India
die zich aan de telefoon voordeden als medewerkers van Microsoft.
Ga je met hen in zee,
dan nemen ze eerst de controle over je computer over,
en direct daarna ook de controle over je bankrekening…
Moeten we ons maar laten oplichten,
om bij die groep gelukkigen van Jezus te horen?

dia 12 – zwak zijn is geen doel op zich
Nee, dat is dus niet de bedoeling!
Het goede nieuws van Jezus is nu juist dat hij bevrijdt!
Jezus geneest de zieken.
Jezus komt op voor de armen.
Jezus haalt mensen uit hun isolement.
Zwak zijn, niets te vertellen hebben,
dat is geen doel op zich!

Waar het Jezus om gaat, is het hart.
Wat zijn de dingen waarvan jij gelooft dat je er gelukkig van wordt?
Als je ’s avonds in bed ligt en wilt gaan slapen,
waar denk je dan aan?
Hoe zie jij jezelf graag?
Je hebt best kans dat het je vertelt
hoe jij probeert God niet nodig te hebben.
Ook als je niet zwak bent,
als je krachtig bent en het je voor de wind gaat,
ook dan kun je dat geluk van Jezus vinden.
Als je maar niet denkt dat je gelukkig bent ómdat je krachtig bent.
Denk jij dat je jezelf gelukkig kunt maken,
of weet je dat je God nodig hebt?

dia 13 – voor krachtige mensen is het wél moeilijker
Eerlijk is eerlijk:
voor rijke, krachtige, succesvolle mensen is dat moeilijker
dan voor arme, zwakke, mislukte mensen.
Juist als je niets hebt,
als je niet alleen arm van geest bent,
zoals het in nog weer andere bijbelvertalingen staat,
maar ook daadwerkelijk arm,
is er ook niet de verleiding om ergens anders je geluk te zoeken.
Je hebt gewoon geen keuze.
Krachtige mensen hebben het moeilijker:
ze hebben zoveel reserveopties.
Op het eerste gezicht lijken die ook gelukkig te maken,
en dat op een manier die nergens pijn doet,
maar schijn bedriegt…

4. Durf zwak te zijn!
dia 14 – durf zwak te zijn!
Deze week keek ik met Hanneke een of andere serie.
Welke serie, dat doet er nu even niet toe.
In ieder geval had de hoofdpersoon veel aan zijn hoofd,
hij liep hard tegen zichzelf aan,
en verzuchtte: ‘ik ben zo moe.’
Dat raakte mij: ‘ik ben zo moe.’
Wat vinden we het moeilijk om dat toe te geven!
Wat doen we vaak alsof we vol energie zitten.
Maar mag je ook nog moe zijn?
Durven we zwak te zijn?

dia 15 – mag ik zwak zijn?
Ik vroeg het mijzelf af: mag ik van mijzelf zwak zijn?
Mag ik God nog nodig hebben?
Of moet ik altijd indruk maken,
altijd antwoorden hebben
en altijd vooruit gaan?
Wat vermoeiend is dat trouwens!
Het wordt misschien zelfs wel van mij verwacht, juist als dominee.
Dat ik indruk maak, met een krachtige presentatie,
dat ik antwoorden heb, namens God,
en dat ik vol plannen zit voor de toekomst van de kerk.
Jezus wijst mij een andere kant op:
mag ik nog met lege handen staan?
Mag ik het niet weten?
Mag ik moe zijn en huilen?
Wat een ruimte geeft dat!

dia 16 – geven we elkaar ruimte zwak te zijn?
Laten we elkaar alsjeblieft die ruimte geven!
Laten we hier in de kerk niet doen alsof we sterk zijn.
Dan overschreeuwen we onszelf alleen maar.
In één ding zijn we allemaal gelijk:
zonder God zijn we nergens!
Laten we zwak zijn!
Als Jezus zegt: ‘gelukkig wie nederig van hart zijn’,
waarom zouden wij dan zo nodig willen laten zien dat we sterk zijn?
De kerk is een verzameling van zwakkelingen, van losers.
Laten we alsjeblieft niet de indruk wekken dat het anders is!

Geef elkaar de ruimte om zwak te zijn.
Dat betekent vooral dat je luistert.
Dat als iemand vertelt over wat moeilijk is,
dat je dan niet met allerlei antwoorden komt,
want dat is maar al te vaak een manier om te vluchten voor zwakheid,
maar dat je naast iemand gaat staan
en de pijn van de ander toelaat in je eigen hart.

dia 17 – in de puinhopen mag je het koninkrijk vinden!
Mag jij zwak zijn?
Stop met vluchten.
Met doen alsof jij krachtig bent.
Wees niet bang om jezelf onder ogen te komen.
Niet bang om anderen onder ogen te komen.
Niet bang om God onder ogen te komen.
Want in je zwakheid ben je sterk!
Juist daar, in de rokende puinhopen van het leven,
mag je het koninkrijk vinden,
mag je ontdekken dat God je alles wil geven.

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’
Amen.




Matteüs 7:24-27 | Luister naar Jezus!

Wat doe je met wat Jezus zegt? Daar vertelt Jezus een verhaal over. Het gaat over 2 mannen die een huis bouwen. De één luistert, de ander gaat zijn eigen gang. Op welke bouwer lijk jij?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Kids Opwekking 57 (Vlammetjes)
Kids Opwekking 40 (Je hoeft niet bang te zijn)
Stil gebed
Zingen: Kids Opwekking 326 (Votum en groet)
Zingen: GKB Gezang 171 (Wees stil voor het aangezicht van God)
Gebed (door kind?)
Lezen: Matteüs 7 : 24 – 27 uit NBV en kinderbijbel
Zingen: Kids Opwekking 74 (Een wijs man)
Opwekking 160 (Don’t build your house)
Preek
Zingen: Kids Opwekking 156 (Jezus is de rots)
Psalm 1 (De Nieuwe Psalmberijming)
“Ken je Gods gebod” (melodie: Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht)
Gebed met voorbedepunten uit de zaal
Mededelingen
Collecte
Zingen: Joh. de Heer 150 (Welk een vriend is onze Jezus)
Zegen

Luister naar Jezus!

Inleiding
dia 1 – IKEA
Wie is er wel eens in de IKEA geweest?
Veel dingen die je bij de IKEA kunt kopen
moet je thuis zelf in elkaar zetten.
Dat vindt ik zelf het allerleukste van de IKEA:
dat als je thuis komt, je iets moois in elkaar mag zetten.
Een kast, een bureau, een stoel, dat soort dingen.
Wie heeft er wel eens zo’n IKEA-bouwpakket in elkaar gezet?
Of net zo’n pakket, maar dan van een andere winkel?
Helpen geldt trouwens ook!
Dus als je wel eens hebt geholpen met zo’n bouwpakket,
bijvoorbeeld door schroeven aan te geven,
steek dan je vinger ook maar op!

Aan wie mag ik daarover wel een paar vragen stellen?
Wat heb je in elkaar gezet?
En lukte het meteen, of heb je een fout gemaakt?
Hoe wist je eigenlijk hoe je het in elkaar moest zetten?

dia 2 – kast
Lang leve de handleiding.
Ik heb hier de bouwhandleiding van een kast die bij ons op de gang staat.
Er staat precies in met welke plank je moet beginnen,
welk schroefje in welk gaatje moet,
en hoe je dan verder moet.
Het ziet er heel simpel uit,
maar zonder die handleiding was het me nooit gelukt…

Is er hier toevallig ook iemand die dacht:
‘ach, die handleiding heb ik niet nodig,
het lukt me zo ook wel, zo moeilijk kan het niet zijn,’
en dat je er dan daarna achter kwam
dat die handleiding toch zo gek nog niet is?
-bij ja: vertel eens!
-bij nee: ik geloof er niets van dat niemand zo eigenwijs is!

dia 3 – luister naar Jezus!
Een handleiding vertelt je wat je moet doen.
Net zoals Jezus zegt wat je moet doen.
Daarover gaat het vandaag.
Jezus zegt hoe je moet leven.
Wat Jezus zegt is eigenlijk ook een soort handleiding.
En de grote vraag is: wat doe je met die handleiding?
Luister je naar Jezus of niet?

1. Jezus’ woorden: wat doe je ermee?
dia 4 – bergrede
Dat verhaal van Jezus,
over die verstandige en die eigenwijze man,
is niet zomaar een leuk verhaal.
Als Jezus een verhaal vertelt,
wil Jezus dat je iets van het verhaal leert.

Jezus vertelt dit verhaal
helemaal aan het einde van een lange toespraak.
Heel veel mensen luisteren naar Jezus,
omdat ze benieuwd zijn naar wat Jezus te zeggen heeft.
Dat gaan we nu natuurlijk niet allemaal lezen,
dat gaan we de komende weken nog wel doen,
maar even een paar dingen die Jezus zegt.
Jezus zegt:
‘het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben.’
Jezus zegt ook:
‘Wie kwaad wordt op een ander, moet gestraft worden.’
Of, nog zo’n leuke:
‘Verzet je niet tegen iemand die jou kwaad doet.’
En wat dacht je van deze:
‘Je moet niet proberen om rijk te worden op aarde.’

En nu is Jezus aan het einde gekomen van die lange toespraak.
De grote vraag is nu:
wat gaan de mensen er mee doen?
En wat ga jij er mee doen?
Luister je naar wat Jezus zegt?

2. Je bent verstandig als je luistert
dia 5 – meer
Daarom vertelt Jezus dat verhaal
over die twee mannen
die allebei een huis bouwen.
Ze bouwen geen IKEA-kast, maar een huis.
Zonder handleiding is het al best moeilijk zo’n kast in elkaar te zetten.
Zelfs als hij er van buiten goed uitziet,
kan het zomaar zijn dat je toch ergens een schroefje vergeten bent,
waardoor de kast minder stevig is.
Maar een heel huis in elkaar zetten zonder handleiding,
dát is natuurlijk nog veel moeilijker!

Jezus vertelt over een verstandige meneer.
Hij heeft een mooi plekje gevonden voor zijn huis,
echt een heel mooi plekje.
Het is op een heuvel, vlakbij een meertje.
Die meneer ziet het al helemaal voor zich:
elke ochtend lekker zwemmen in het meer.
Je hebt er ook een schitterend uitzicht over de bergen van Israël.
Vlak bij het huis staat een sinaasappelboom,
en laten sinaasappels nu net het lievelingseten zijn van deze meneer.

dia 6 – graven
Hij wil dus graag een huis bouwen, maar wel een goed huis.
Er is niet echt een handleiding over hoe je een huis moet bouwen,
maar er zijn wel allemaal boeken over huizen bouwen geschreven.
Deze verstandige meneer heeft heel veel van die boeken gelezen.
Hij wil goed weten waar hij aan begint.
Zelfs toen hij al die boeken gelezen had,
vond hij nog steeds dat hij niet genoeg wist.
Hij vraagt hulp van een architect en van een timmerman,
en leert van hen een heleboel.
En eindelijk begint hij met bouwen.
Hij heeft geleerd dat het niet slim is om op zand te bouwen.
Dus begint deze meneer te scheppen.
Hij graaft een groot gat, tot hij bij de rotsen onder het zand is.
Het is veel werk, hij wordt er heel moe van,
maar hij wil graag een stevig huis.
Dan begint hij een muur te metselen, op de rots.
Het is de fundering van het huis.
Hij bouwt, en bouwt, en bouwt,
en eindelijk is het huis klaar.

Maar wat is dat nou?
Deze meneer is niet de enige die hier wil wonen.
Het is ook zo’n mooi plekje!
Er is nog een meneer aan het bouwen.
Gezellig, een buurman erbij.

dia 7 – op zand
Maar buurman pakt het heel anders aan.
Hij houdt niet zo van werken, daar wordt hij zo moe van.
Hij heeft ook niet zoveel gelezen over huizen bouwen.
‘Zo moeilijk kan het toch niet zijn?’ denk hij,
dus hij begint maar gewoon met bouwen.
De verstandige meneer ziet het en loopt naar zijn buurman toe:
‘wat fijn dat je hier ook komt wonen.
Maar weet je, het is niet slim om op het zand te bouwen.
Als het dan gaat regenen, spoelt je huis weg!’
Maar zijn buurman wil er niets van weten:
‘ach, dat zal vast wel meevallen.
Trouwens, waar bemoei je je eigenlijk mee?!’
En hij bouwt rustig verder, houdt lange pauzes,
tot zijn huis eindelijk staat.

dia 8 – storm
Maar dan…
Donkere wolken, een flits, een harde wind.
Als dat maar goed gaat!
Die storm gaan we even nadoen.
Ik heb een paar mensen nodig die heel hard kunnen blazen!
Wie komt mij helpen?

We hebben de twee huizen nagebouwd,
en we gaan kijken wat er gebeurt als het stormt.
We beginnen met het huis van de verstandige meneer.
Zometeen, als ik het zeg, mogen jullie proberen het huis omver te blazen.
Jullie zijn de wind.
En de andere mensen zorgen voor het geluid:
het geluid van de storm, van de regen en het onweer.
Oke, daar gaan we: de storm begint.

Stop maar: dit huis is stevig!
Eens kijken wat er met het huis van de buurman gebeurt,
die niet wilde luisteren…
Laat het maar weer stormen!

En stop maar weer.
Die buurman had toch maar beter kunnen luisteren…

dia 9 – bergrede
Jezus zegt: ‘als je naar mij luistert, doet wat ik zeg,
lijk je op die verstandige meneer.’
Jezus wil dat als hij iets zegt, dat je het dan ook doet.
Het is verstandig om naar Jezus te luisteren.
Dan is Gods nieuwe wereld voor jou.

Maar als je niet naar Jezus luistert,
dan lijk je op die eigenwijze buurman.
Als je Jezus’ woorden wel hoort, maar er niets mee doet,
of er een paar dingen uithaalt die je wel mooi vindt,
en de rest gewoon lekker laat zitten,
dan ben je heel onverstandig bezig.
Als je Jezus niet serieus neemt,
en het gewoon op je eigen manier wilt doen,
dan raak je God kwijt!
Je kunt geen christen zijn,
en tegelijk niet naar Jezus luisteren.
Daar waarschuwt Jezus voor.

3. Dat lukt toch nooit?!
dia 10 – dat lukt toch nooit?!
Het klinkt heel logisch:
luister gewoon naar wat Jezus zegt!
Zo simpel is het.
En tegelijk is dat ook best moeilijk.
Want doen wat Jezus zegt,
dat lukt toch nooit?!
Wie heeft er nog nooit
lelijke dingen geschreeuwd in een ruzie?
… Precies, niemand, dat dacht ik al!

Nog iets anders,
en dat is denk vooral een vraag van grote mensen:
moet je je dan aan de regels houden
om bij God te kunnen horen?
Jezus redt ons toch?
Dan hoeven het toch niet zelf te doen?

dia 11 – vrede
Ja, alleen Jezus redt.
Die redding verdien je niet door te doen wat Jezus zegt.
Maar waar het om gaat is dit:
Jezus vergeeft je niet alleen wat je verkeerd hebt gedaan,
Jezus geeft je ook een nieuw leven.

In die lange toespraak van Jezus gaat het over dat leven.
Over het leven zoals God dat heeft bedoeld.
Het zijn geen regeltjes
waarmee wij kunnen bewijzen dat we Jezus’ liefde waard zijn.
Nee, Jezus zegt: ‘zo gaat het in de wereld waar ik koning ben.’
En wat een mooie wereld is dat!
Een wereld waar mensen geen ruzie maken
en geen lelijke dingen over elkaar zeggen:
daar wil ik graag wonen!

Wil je leven in zo’n wereld?
Dan zegt Jezus: begin er maar mee.
Nee, dat kun je niet zelf.
En het gaat vaak ook mis.
Maar Jezus zal je helpen, met zijn Geest.

4. Luister naar Jezus!
dia 12 – luister naar Jezus!
We kunnen het heel ingewikkeld maken, maar Jezus is duidelijk.
Hij zegt: ‘luister naar mij.’
Jezus geeft een handleiding.
Niet om een kast in elkaar te zetten,
niet om een huis te bouwen,
maar voor het leven.
Luister naar die handleiding, doe wat Jezus zegt.

dia 13 – bergrede
Als Jezus zegt: ‘het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘zonder God kan ik ook best gelukkig zijn.’
Als het dan gaat stormen, stort je huis in:
je komt erachter dat het zonder God niet lukt.

Als Jezus zegt: ‘wie kwaad wordt op een ander, moet gestraft worden,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘ja, maar hij heeft het zelf verdiend dat ik kwaad op hem word.’
Misschien is dat wel zo,
maar jij hebt ook verdiend dat Jezus kwaad is op jou.
Toch vergeeft hij jou!

Als Jezus zegt: ‘verzet je niet tegen iemand die jou kwaad doet,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘ik laat niet met mij spotten.
Als je mij slaat, sla ik je terug!’
Want daar wordt het alleen maar erger van.

Als Jezus zegt: ‘je moet niet proberen om rijk te worden op aarde,’
wees dan niet eigenwijs en zeg niet:
‘ja, maar met geld is toch niets mis?’
Dat is het ook niet, maar wel als je probeert veel te krijgen…

dia 14 – luister naar Jezus!
Luister naar Jezus!
Hij weet waar hij het over heeft.
Jezus deed zelf wat hij zei.
Als je doet wat Jezus zegt,
dan ga je steeds meer op hem lijken.
Dus luister naar Jezus, dan ben je verstandig!
Amen.




Matteüs 25:14-30 | Jezus geeft zijn koninkrijk in beheer

Jezus vergelijkt ons met beheerders. Maar wat is eigenlijk goed beheer? Jezus zet de gangbare ideeën daarover op zijn kop. Het koninkrijk, dat moet je niet zorgvuldig bewaren, het is om gebruikt te worden!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: ‘Hand en voet’ (E&R 260)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 139 : 1, 6 en 7
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Matteüs 25 : 14 – 30
Zingen: LvK Gezang 63 : 1, 2 en 3
Preek
Zingen: Opwekking 710
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: LvK Gezang 78 : 1, 2 en 3
Avondmaal: onderwijs en viering
Zingen: LvK Psalm 150 : 1 en 2
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Opwekking 602
Zegen

Jezus geeft zijn koninkrijk in beheer

Inleiding
dia 1 – zwart
Er zijn van die baantjes, die moet je gewoon een keer gehad hebben!
Beddentester bijvoorbeeld: dan wordt je slapend rijk.
Of chauffeur bij een autoleasemaatschappij:
je rijdt rond in de nieuwste auto’s, en krijgt er nog voor betaald ook.
In die categorie heb ik er nog één: de huisoppasser.
Die past goed bij de gelijkenis van Jezus.

dia 2 – huisoppas
Is er hier iemand die ervaring heeft als huisoppasser?
De rest, en ik ook, kan weer wat op z’n bucketlist schrijven.
Als huisoppasser, de naam zegt het al, pas je op het huis van een ander.
De eigenaar is op reis, misschien op een lange vakantie,
en zoekt iemand die voor het huis zorgt.
De planten water geven, post opruimen, tuin bijhouden, schoonmaken,
eventueel zorgen voor huisdieren, dat soort taken.
En belangrijk: het huis bewonen,
zodat inbrekers hun kans niet kunnen grijpen.
Het zijn vaak niet de armste huiseigenaren die zo’n oppas inhuren,
dus reken maar op een aangenaam verblijf
in een huis dat van alle gemakken is voorzien.

Ik wil jullie voorstellen aan 2 oppassers.
Oppasser 1 is een vrouw met verantwoordelijkheidsgevoel.
Bij haar is je huis in veilige handen.
Ze doet precies wat je van een oppas verwacht:
ze zorgt ervoor dat je je huis bij terugkomst
net zo aantreft als je het hebt achtergelaten.
Maar dan nog net een beetje schoner:
de vieze pannen die je op het aanrecht hebt achtergelaten zijn afgewassen,
en die logeerkamer waar je nooit komt, heeft een stofzuigbeurt gekregen.

Oppasser 2 is een creatieve man.
Bij hem weet je maar nooit hoe je je huis terugkrijgt.
Als het behang in de woonkamer hem niet aanstaat,
plakt hij er gewoon behang naar zijn smaak overheen.
Hij kan niet stilzitten, en ziet precies de mogelijkheden van het huis.
Bij terugkomst is je huis uitgebreid met een enorme dakkapel,
is de muur tussen woonkamer en keuken verdwenen,
en is de tuin opnieuw aangelegd.

2 Oppassers. Welke zou jij aannemen?
Wie kiest er voor oppas 1? (Dat dacht ik al.)
En wie voor 2? (Jullie durven!)

dia 3 – Jezus geeft zijn koninkrijk in beheer
Jezus vergelijkt ons met zulke huisoppassers:
dienaren die hij een grote schat nalaat.
Jezus geeft zijn koninkrijk in beheer.
En de vraag is: wat voor oppas ben jij?

1. In beheer
dia 4 – Jezus vertrekt, maar komt terug
Jezus vertelt over een man die op reis gaat.
Wanneer hij terugkomt, weet niemand.
Natuurlijk vertelt Jezus dit verhaal niet zomaar.
Het is de week voor Pasen.
Met zijn leerlingen is Jezus naar Jeruzalem gegaan
om daar het Pesach-feest te vieren.
Wat de leerlingen niet weten, maar Jezus wel,
is wat er gaat gebeuren.
Jezus weet dat hij gekruisigd zal worden,
dat hij zal opstaan en naar de hemel zal gaan.
Zijn tijd als mens op aarde nadert het einde.
Daar wil Jezus zijn leerlingen op voorbereiden.
In een lang hoofdstuk, Matteüs 24,
vertelt Jezus over de verwoesting van de tempel,
het einde van de tijd, en de terugkeer van de Mensenzoon.
Jezus zal binnenkort vertrekken, maar hij komt terug!
Net als die man die op reis gaat.

dia 5 – Jezus geeft zijn schat in beheer
Maar de man laat zijn personeel niet met lege handen achter.
Hij had ze kunnen ontslaan:
wat heeft hij aan een kok en een schoonmaker als hij toch niet thuis is,
maar hij geeft ze juist een grote verantwoordelijkheid:
hij geeft ze zijn hele vermogen in beheer.

dia 6 – talenten
Nu heb ik iemand nodig die goed is in rekenen.
Wie komt mij even helpen?
Ik wil graag uitrekenen hoeveel geld die man verdeelt.
Een talent is een blok zilver van 34 kilo,
en is ongeveer waard wat een gewoon mens in 15 jaar verdient.
Een modaal inkomen, dus wat de gemiddelde Nederlander verdient,
is volgens het internet ongeveer 2800 euro per maand.
Hoeveel verdien je dan per jaar? 2800×12=33.600
Maar zo’n talent, daar moest je 15 jaar voor werken,
wat is 1 talent dan waard? 33600×15=504.000
Dat is een half miljoen euro!
Wie vond het, net als ik, oneerlijk
dat de laatste dienaar maar 1 talent kreeg?
Hij krijgt een kapitaal in handen, een half miljoen!
En om het rekensommetje nog even af te maken:
de man verdeelt 8 talenten, hoe veel is dat? 504.000×8=4.032.000.
Die man is dus een multimiljonair!

dia 7 – …: zijn koninkrijk
Jezus is die rijke man, en wij zijn de dienaren.
Jezus geeft zijn talenten in beheer.
Maar wat zijn die talenten eigenlijk?
Een talent is iets waar je goed in bent.
Denk aan het programma ‘Holland got talent’.
Of aan het weekthema van het gemeenteproject: ‘gaven en talenten’.
Daarom heb ik deze gelijkenis ook gekozen voor vandaag.
Maar bij nader inzien gaat het niet over
dat iedereen talenten heeft,
en dat de een wat getalenteerder is dan de ander,
en dat wij nu die talenten moeten gebruiken.
Nee, de talenten zijn een schat.
Jezus geeft ons zijn schat in beheer.
Die schat, in 1 woord, is Jezus’ koninkrijk.
Dat is waar Jezus het steeds over heeft: zijn koninkrijk.
En als je de schat meer woorden wilt geven:
vergeving, leven, bevrijding, genezing, geloof, hoop en liefde.
Dat is de schat die Jezus in beheer geeft
tijdens zijn afwezigheid op aarde.

dia 8 – hoe beheer je de schat?
Hoe ga je met zo’n schat om?
Hoe ben je een goede oppas over Jezus’ koninkrijk?
Wat zou jij doen,
als iemand jou een half miljoen toevertrouwt?
Ik wist het wel!
Ik zou er zeer zorgvuldig mee omgaan,
zodat de eigenaar als hij terugkomt zijn geld terug kan krijgen.
Ik zou het goed van mijzelf vinden
dat ik niet 20.000 euro achterover had gedrukt,
om zelf ook van de schat te profiteren.
Ik zou het doen als huisoppasser nummer 1:
met een groot gevoel voor verantwoordelijkheid.
Of, in het verhaal van Jezus, dienaar nummer 3:
dat is tenminste iemand die je kunt vertrouwen!

2. Goed beheer
dia 9 – de schokkende ontknoping!
Jezus denkt daar anders over,
dat is het schokkende van zijn verhaal.
Dienaren 1 en 2 gaan hun boekje ver te buiten.
Net als huisoppas 2.
Alle toehoorders bij Jezus’ verhaal zullen het erover eens zijn geweest:
dienaren 1 en 2 kunnen een voorbeeld nemen aan hun voorzichtige collega.
Je moet er toch niet aan denken
dat als je je kok vraagt op 2,5 miljoen euro te passen,
dat hij op eigen houtje ermee gaat investeren?!
Zo’n dienaar verdient ontslag!

De rijke man komt terug van zijn reis,
en roept zijn dienaren op het matje.
Je zou verwachten dat dienaar 1 en 2 nu de wind van voren krijgen:
‘zijn jullie helemaal gek geworden?!’
Maar ze krijgen iets heel anders te horen:
‘voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar.’
Betrouwbaar?! Kom nou!
Er is er maar 1 betrouwbaar, dat is dienaar 3.
Hij zal de hemel wel in worden geprezen.
Maar nee: ‘je bent een slechte, laffe dienaar.’
Juist deze verantwoordelijke man wordt op staande voet ontslagen.

dia 10 – de aard van de schat: je moet hem gebruiken
Hoe kan dit?
Wat bezielt die rijke man?
Hij heeft op z’n minst eigenaardige ideeën over wat goed beheer is…
Om daar iets van te snappen, moeten we beter naar de schat kijken.
In het verhaal van Jezus gaat het om veel geld,
en dan heeft dienaar 3 helemaal gelijk.
Maar Jezus vertelt dit verhaal ook niet
om advies te geven over hoe je met een groot geldbedrag van een ander omgaat…
Jezus geeft zijn koninkrijk in beheer,
en het verhaal gaat over hoe je dáár mee omgaat.
Deze schat vraagt erom gebruikt te worden:
dat is de aard van deze schat.

Als je deze schat wegstopt, wordt hij waardeloos.
Net als een zak aardappels die te lang in de voorraadkast liggen.
Ze gaan stinken en rotten, en je kunt ze maar beter weggooien.
Het koninkrijk van Jezus wordt waardeloos als je het verstopt.
Net als liefde: als je geen liefde geeft, zal je liefde vanzelf verdampen.
De schat van Jezus moet juist gebruikt worden:
dan vermenigvuldigt de schat.
De 5 talenten worden er 10!
Het is met het koninkrijk net als met die uitspraak over liefde:
‘liefde delen is de enige manier om haar te vermenigvuldigen.’

Jezus laat jou een schat na.
Zijn grootste geschenk, dat is hij zelf!
Zijn leven is jouw leven!
Die schat kun je niet voor jezelf koesteren.
Met die schat moet je bezig gaan,
deze schat groeit als je ervan deelt.
Je ervaart pas echt de zegen van deze schat
als je met de schat voor anderen een bron van zegen bent.

dia 11 – een risico, maar nooit saai!
Best spannend, zo’n schat die je niet in de grond kunt verstoppen,
maar die erom vraagt gebruikt te worden.
Want het kan natuurlijk misgaan!
De 5 talenten zijn er 10 geworden, maar het hadden er ook 2 kunnen worden.
Dat is het risico van investeren…
Kies je ervoor met de schat aan de slag te gaan,
dan verandert de schat steeds.
Voor jezelf is misschien nog wel duidelijk wat de schat waard is,
trouwens, misschien is dat ook helemaal niet zo duidelijk,
maar nog veel lastiger is wat het koninkrijk kan betekenen in levens van anderen.
Laat ik het zo zeggen: als je met de schat bezig gaat,
wordt de schat nooit saai!

3. Hardvochtige reactie?
dia 12 – hardvochtige reactie?
Maar saai is natuurlijk wel zo veilig…
Huisoppasser 1 is misschien wat saai,
maar zou juist daarom mijn voorkeur hebben.
De rijke man in het verhaal reageert wel erg hardvochtig
tegen dienaar nummer 3.
Niks geen beloning voor het zorgvuldig bewaren van de schat:
‘gooi hem eruit, in de uiterste duisternis,
waar men jammert en knarsetandt.’
Is dat niet wat overtrokken?

dia 13 – oneerlijk, zodat wij weten wat Jezus wil
Ja, dat is het!
Dit is oneerlijk van die rijke man.
Je laat de boel de boel,
zadelt je personeel met je vermogen op,
geeft geen instructie wat ze ermee moeten doen,
en straft vervolgens degene af die het meest verantwoordelijk heeft gehandeld.
Dat kan niet!

Het verhaal is schokkend oneerlijk.
En ík geloof dat dat precies de bedoeling van Jezus is.
Dienaar 3 wist dan misschien niet wat de bedoeling van zijn baas was,
Jezus vertelt ons dit verhaal zodat wij het wel weten.
Die dienaren hadden geen instructies gekregen,
maar Jezus geeft ons wel degelijk instructies
hoe we zijn koninkrijk moeten beheren.
Jezus zoekt mensen als huisoppasser 2,
die met het huis aan de slag gaan.
Jezus waarschuwt voor de veilige weg
van het evangelie van Gods koninkrijk verstoppen.

dia 14 – verstoppen loopt dood, want: geloven draait niet om bewaren
Die weg loopt dood, om tenminste 2 redenen.
De eerste is dat geloven niet draait om bewaren.
Gods koninkrijk is geen museumstuk!
In een museum probeer je dingen zo goed mogelijk te bewaren.
Daarom mag je in musea oude voorwerpen vaak niet aanraken:
je huidzuren kunnen de museumstukken aantasten.
Geloven gaat niet om het veiligstellen
van een aantal onveranderlijke leerregels en leefregels.
Dat is wat de Farizeeën in Jezus’ tijd doen.
In Matteüs 23 krijgen zij er stevig van langs:
‘wee jullie, huichelaars!
Jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien,
maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden.’
Ze beschermen de wet zorgvuldig,
komen vroom over, hebben overal een antwoord op,
maar léven niet met God.
Terwijl geloven geen kwestie van bewaren is,
maar een kwestie van léven met God.

dia 15 – geloven draait niet om jou
Reden 2: geloven draait niet om jou.
De veilige weg kies je voor jezelf.
Dienaar 3 ging er vanuit dat hij met de schat wel kon investeren,
maar de winst toch weer bij zijn baas moest inleveren.
Waarom zou je dan die moeite doen?
Met z’n eigen geld was hij waarschijnlijk anders omgegaan:
dat had hij tenminste op de bank gezet om rente te krijgen.
Dienaar 3 liet het om zichzelf draaien, in plaats van om zijn baas.
Dat kun je met de schat van het koninkrijk ook doen:
‘als het maar goed zit tussen God en mij, als ik maar gered ben.’
Dat is spelen met vuur, je zet je redding op het spel!
Het gaat niet om jou,
het gaat om Jezus Christus en zijn schat: het koninkrijk!

dia 16 – verstoppen maakt bang
Als je de schat verstopt, blijft angst over.
Dienaar 3 zegt het: ‘uit angst besloot ik uw talent te begraven.’
Angst voor God, angst om het fout te doen.
Maar dan heb je de schat nooit goed bekeken.
Pak de schat liever aan, gebruik hem,
en de angst verdwijnt als sneeuw voor de zon.

4. Wees een goede beheerder!
dia 17 – 1 Korintiërs 4
Paulus schrijft in 1 Korintiërs 4:
‘Men moet ons beschouwen als dienaren van Christus,
aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd.
Van iemand die deze taak vervult, wordt verlangd dat hij betrouwbaar is.’
Wees een goede, wees een betrouwbare beheerder van het koninkrijk!

dia 18 – 1 kijk, en blijf kijken
Begin maar met kijken.
En blijf kijken!
Een schat die je verstopt, kun je niet meer bekijken.
De schat van het koninkrijk vraagt erom
dat je er steeds weer naar kijkt.
Als je dat doet, ontdek je steeds nieuwe kanten.
Ontdek je telkens weer dat de schat nog waardevoller is dan je dacht.

Jezus wil dat je thuis raakt in zijn schat,
dat je je zijn koninkrijk eigen maakt,
dat je zijn evangelie doorleeft.
Niet als een handboek ‘hoe-word-ik-gered’,
wat je dan ook weer mooi weet,
waarna je de schat kunt laten verstoffen,
maar als een schat die je leven vormt.

dia 19 – bijbellezen
Dat is natuurlijk nog een beetje abstract:
hoe blijf je naar die schat kijken?
Gelukkig heeft God een boek vol laten schrijven over zijn schatten: de bijbel.
Donderdag, op de gemeentevergadering, staan we er uitgebreider bij stil.
De bijbel is een boek om in te schatgraven.
Geen boek dat je een keer doorleest en dan kent,
maar een boek waar je steeds opnieuw naar kijkt,
waar steeds nieuwe schatten in verborgen blijken te liggen.
Lees de bijbel, bekijk de schat, en blijf kijken!

dia 20 – 2 laat de schat zijn werk doen
Dat is 1: een goede beheerder blijft de schat bekijken.
Dan 2: gebruik de schat ook!
Of, beter gezegd, laat die schat zijn werk doen!
Want niet jij gaat aan de slag met de schat,
de schat gaat aan de slag met jou!
De schat is het koninkrijk van God,
en als je die schat in jou zijn werk laat doen,
begint dat koninkrijk ook in jouw leven.
Bijvoorbeeld als het gaat om vergeving:
de schat is dat je door God vergeven bent,
en als je die schat zijn werk laat doen,
zul je zelf ook een vergevingsgezind persoon worden.
Laat de schat zijn werk doen:
dat is tot zegen voor jezelf, voor de gemeente en de wereld.

dia 21 – 3 gebruik je talenten voor de schat
Nog 1 ding, dat is 3: gaven en talenten.
Het gaat in het verhaal van Jezus niet over je talenten.
Maar je talenten doen wel mee!
Gebruik je talenten voor de schat.
Ieder heeft zijn eigen talenten.
Ga daar maar naar op zoek, het projectboek helpt je op weg.
Hoe kun jij op jouw manier het koninkrijk beheren?
Wat kun jij bijdragen?
Met de dingen waar je goed in bent?
Met je tijd en aandacht, met je gebed.
Maar ook met je geld: je hebt het van God in beheer gekregen.
Denk daar thuis en op de kring maar verder over na.

dia 22 – welkom bij het feestmaal!
Het koninkrijk beheren, dat is nogal wat!
Ik voel me dan best tekort schieten!
Maar laat je niet ontmoedigen.
Als je met de schat wilt leven,
als je oprecht zoekt naar hoe je de schat gebruiken mag,
dan mag je horen wat dienaar 1 en 2 hoorden:
‘voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar.
Wees welkom bij het feestmaal van je heer.’
Van dat feestmaal mag je vandaag een heerlijke voorproef krijgen!
Amen.




Matteüs 28:11-15 | Opstanding: geloof jij het?

Is Jezus echt opgestaan? Het christelijk geloof staat of valt ermee, maar hoe geloofwaardig is het? Er zijn allerlei alternatieve verhalen over de opstanding. Dat is niet nieuw, Matteüs noemt als zo’n verhaal: het verhaal van de bewakers. Welk verhaal geloof jij?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: OB Psalm 68 : 10 en 16
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 44 : 1, 2, 4, 6 en 7
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Matteüs 28 : 1 – 20
Zingen: GKB Psalm 111 : 1, 2, 4 en 6
Preek over Matteüs 28 : 11 – 15
Zingen: Opwekking 689
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: LvK Gezang 87 : 1, 2 en 5
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Psalmen voor Nu 145
Zegen

Opstanding: geloof jij het?

Inleiding
dia 1 – zwart
Het is Pasen geweest:
het feest dat Jezus uit zijn graf is opgestaan.
Maar kun je dat wel geloven?
Of is het gewoon een sterk verhaal?
Daar gaan we vanmorgen mee bezig.

dia 2 – schaken
Mijn opa was een echte verhalenverteller.
Ook was hij een fervent schaker.
Eén van de verhalen die hij graag vertelde,
speelde zich dan ook af op de plaatselijke schaakclub.
Mijn opa wist zijn clubgenoten wijs te maken
dat hij een Russisch schaakmeester bereid had gevonden
simultaan te schaken tegen de leden van de club.
Helaas was mijn opa die avond verhinderd,
dus het feest zou zonder hem plaatsvinden.

Dachten de andere schakers tenminste…
In werkelijkheid doste mijn opa zich als Rus uit,
en speelde die avond zelf tegen de schaakclub.
Ze trapten er allemaal in.
Eén van de schakers kwam dichtbij:
hij merkte op dat die vreemde Rus
net zulke zetten deed als mijn opa.
Maar de enige juiste conclusie trok hij niet.

dia 3 – zwart
Sterk verhaal toch?
Maar is het geloofwaardig?
Wat denk je zelf: is dit waargebeurd of niet?
Wie denkt dat het waargebeurd is?
En wie denkt van niet?
Het goede antwoord is: het is waargebeurd.
Tenminste, als ik mijn opa mocht geloven…
Hij had wel vaker sterke verhalen.
Of het echt gebeurd is, we zullen het nooit weten…

Wat voor nu vooral interessant is:
waarom is zo’n verhaal geloofwaardig, of juist niet?
De eerste vraag is dan: is het mogelijk?
Bij dit verhaal lijkt me dat wel.
Dan de vervolgvraag: is het waarschijnlijk?
Dat is een heel ander verhaal.
Meestal mislukken dit soort grappen,
omdat de uitvoering wel heel erg goed moet zijn.
Bovendien is het verdacht dat mijn opa er die avond zelf niet was.
Helemaal als je hem kent en weet dat hij altijd in was voor een geintje.
Bovendien wordt zelfs zijn schaakstijl herkend.
En dan toch denken dat hij echt een Russisch schaker is?

Wat je doet als je bepaalt of iets geloofwaardig is,
is het verhaal leggen naast de wereld die je kent.
Hoe gaat het normaal in de wereld?
Past dit bij je verwachtingspatronen?

dia 4 – opstanding: geloof jij het?
Pasen past daar niet bij.
De opstanding van Jezus, is dat geloofwaardig, geloof jij het?
Dat is het thema van vandaag.
Natuurlijk, de opstanding moet je allereerst vieren,
je kunt het helemaal niet beredeneren.
Toch houdt Matteüs zich al met de geloofwaardigheid bezig.
Daarom wij vandaag ook.

1. Een oude discussie
dia 5 – een oude discussie
Ja, Matteüs houdt zich er al mee bezig.
Is Jezus echt opgestaan uit de dood?
Dat is dus niet typisch een vraag voor moderne mensen,
die vaak sceptisch zijn over bovennatuurlijke verschijnselen.
Het is een oude discussie die nog altijd speelt.

dia 6 – opstanding past niet in ons wereldbeeld
Dat Jezus geleefd heeft aan het begin van onze jaartelling,
dat hij bij de grootheden van de wereldgeschiedenis hoort,
dat hij op een tragische manier aan zijn einde is gekomen:
dat zijn dingen waar eigenlijk iedereen het wel over eens is.
Maar dat Jezus is opgestaan?
Dáár begint de discussie.
Het past niet in ons wereldbeeld, is het niet gewoon een mythe?

dia 7 – leerlingen in de war?
Maar hoe komen die verhalen over de opstanding dan de wereld in?
Daar gaan verschillende theorieën over rond.
De vriendelijkste is dat Jezus’ leerlingen helemaal in de war waren
toen ze hun verhaal de wereld in brachten.
Dan hoef je ze in ieder geval niet voor bedriegers uit te maken!
Vergelijk maar even met dat verhaal van mijn opa:
misschien was hij er zelf van overtuigd dat het zo gebeurd was,
en hebben zijn clubgenoten hem in die waan gelaten.
Het is in ieder geval best aannemelijk dat de leerlingen in de war waren.
Zou het kunnen dat ze zo naar Jezus verlangden,
dat dat verlangen met hen aan de haal ging,
en ze niet meer in staat waren te onderscheiden wat werkelijkheid was?

dia 8 – leerlingen bedriegers?
Een andere theorie is lelijker:
de leerlingen waren ordinaire bedriegers.
Ze hebben een sterk verhaal verzonnen
om er zelf beter van te worden.
Hun verhaal is zo mooi
dat mensen het graag zouden willen geloven.
Als je met elkaar afspreekt welk verhaal je gaat vertellen,
en je zet je overtuigingskracht goed in,
dan kun je mensen alles laten geloven.

dia 9 – alleen geestelijke opstanding?
Er is nog een theorie, die ook onder christenen z’n aanhang heeft.
Het is een theorie van bepaalde theologen.
We zouden de bijbel verkeerd begrepen hebben
als we eruit opmaken dat Jezus lichamelijk is opgestaan.
Jezus ís opgestaan, maar dat moet je niet als iets lichamelijks zien,
het is een manier van zeggen dat Jezus voortleeft,
dat Jezus op een geestelijke manier is opgestaan.
De leerlingen van Jezus wisten dat,
maar door de jaren heen is het verhaal steeds verder aangedikt,
tot een lichamelijke opstanding aan toe.
Daar kun je je best wat bij voorstellen:
dikke kans dat ik het verhaal van mijn opa ook heb aangedikt!

dia 10 – past ook niet in wereldbeeld toen
Maar die hele discussie is dus niet nieuw!
Ook toen wisten ze al heel goed dat dood gewoon dood is.
Een opstanding, dat past niet in ons wereldbeeld,
maar het paste net zo goed niet in het wereldbeeld toen.
Laten we dus vooral niet doen
alsof wij nu eindelijk het licht hebben gezien:
de opstanding is altijd al een probleem geweest.

dia 11 – grafroof door leerlingen?
Ook Matteüs schrijft over zo’n alternatieve theorie.
Die theorie komt nog het dichtste bij de theorie van bedrog:
Jezus’ leerlingen zouden in de nacht van zaterdag op zondag
stiekem naar het graf zijn geweest
en Jezus’ lichaam hebben meegenomen.
Het verschil met de moderne variant, zit hem in het lege graf:
in de tijd van Matteüs werd algemeen aanvaard
dat het graf van Jezus leeg was.
Er werd een alternatief verhaal gegeven
om dat lege graf te verklaren.

2. Een geloofwaardig verhaal
dia 12 – een geloofwaardig verhaal
Wat moet je met al die verhalen?
Kun je dan nog geloven dat Jezus is opgestaan?
Vanuit Matteüs kun je er meer over zeggen.
Als je Matteüs goed leest,
is het een behoorlijk geloofwaardig verhaal!

dia 13 – Jezus’ vijanden geloven het direct
Kijk maar naar het verhaal van de bewakers.
Zij krijgen de schrik van hun leven.
Ze bewaken het lichaam van Jezus,
maar opeens is er een aardbeving en zien ze een engel.
De soldaten vallen flauw van angst.
Als ze weer bijkomen, ontdekken ze dat het graf leeg is,
en met lood in hun schoenen stappen ze naar hun opdrachtgevers,
de hogepriesters in Jeruzalem,
om daar hun verhaal te doen.

Wat opvalt is dat de hogepriesters het verhaal direct geloven.
Ze gaan niet zelf een kijkje ter plaatse nemen.
Het graf is leeg, daar twijfelen ze geen moment aan.
Nu moet verdere schade voorkomen worden,
en ter plekke smeden ze een complot.
De bewakers krijgen een flinke zak geld mee
om met een alternatief verhaal naar buiten te treden:
dat Jezus’ leerlingen terwijl de bewakers sliepen het graf hebben geopend.

dia 14 – een ongeloofwaardig alternatief verhaal
Dat verhaal rammelt aan alle kanten.
Hoe is het mogelijk dat soldaten slapen?
Dat is gewoon plichtsverzuim, waar zware straffen op staan.
Niet voor niets bieden de hogepriesters aan
dat zij ervoor zorgen dat de bewakers buiten schot worden gehouden.
Maar goed, stel dat ze inderdaad hadden geslapen,
zouden ze dan niet wakker zijn geworden van de leerlingen?
Die zullen vast zo stil mogelijk hebben gedaan,
maar die zware steen wegrollen, dat kan niet zonder geluid!
Maar als ze zó diep sliepen,
hoe kunnen ze dan weten dat het Jezus’ leerlingen waren?
Dit verhaalt deugt niet.

Toch is juist dit het oudste alternatieve verhaal over de opstanding!
Dat heeft Matteüs niet verzonnen,
hij daagt zijn lezers uit het na te vragen.
Dit verhaal doet ‘tot op de dag van vandaag’ de ronde, zegt hij.
Uiteraard bedoelt hij niet vandaag, 30 april 2017,
maar de tijd waarin hij dit allemaal opschrijft.
De eerste lezers kunnen heel makkelijk controleren
of wat Matteüs schrijft wel klopt:
door aan Joden te vragen hoe zij tegen de opstanding aankijken.

Hoe Matteüs weet van het omkoopschandaal weet, is onbekend.
Misschien is een van de bewakers tot geloof gekomen,
omdat hij niet kon leven met de leugens die hij verspreidde.
Maar ook zonder die informatie is duidelijk
dat het verhaal dat onder de Joden rondgaat ongeloofwaardig is.
Het graf is leeg, daar was iedereen het over eens,
en de alternatieve verklaring blijkt zo lek als een mandje.

dia 15 – opstanding, dat verzin je niet!
Dat betekent niet dat het logisch is de opstanding te geloven.
Jezus’ meest nabije vrienden hebben daar grote moeite mee!
In tegenstelling tot de hogepriesters,
hielden zij er geen rekening mee dat er iets zou gebeuren.
Maria en Maria kunnen het bijna niet geloven,
maar doen desondanks hun verhaal bij de leerlingen.
In de versie van Lucas staat dat de leerlingen het maar kletspraat vinden.
Ze geloven het gewoon niet!
Zelfs als ze Jezus later in Galilea ontmoeten,
staat er dat enkelen nog twijfelden.

Als die leerlingen zo sluw waren geweest de opstanding te verzinnen,
dan hadden ze nooit over die twijfel geschreven.
Ook niet over de vrouwen trouwens,
want een getuigenis van vrouwen werd in die tijd niet serieus genomen.
Maar alle evangeliën noemen zowel de vrouwen als de twijfel!
Het laat in ieder geval ook zien
dat ze prima in staat waren helder te denken.
Voor mensen met wanen, staan ze veel te veel met beide benen op de grond!
Juist die hele staat van verwarring
pleit ervoor de opstanding serieus te nemen.

3. Een ware revolutie
dia 16 – een ware revolutie
Is geloven dan logisch? Nee!
Er zijn genoeg mensen die afhaken bij het christelijk geloof,
juist omdat ze het niet met hun verstand kunnen rijmen.
Laten we niet doen alsof zij dom zijn!
Het punt is: er zijn genoeg argumenten te geven,
maar de uiteindelijke beslissing is een keuze.
De beslissing valt in je vooronderstellingen.
Pasen is voor die vooronderstellingen een ware revolutie.

dia 17 – planetarium
Dat soort revoluties zijn niet populair.
Mensen houden graag vast aan wat ze kennen.
Wat de boer niet kent… precies, dat vreet hij niet.
En dat geldt echt niet alleen voor boeren.
Neem bijvoorbeeld Copernicus,
van de theorie dat de zon niet om de aarde draait, maar andersom.
Tegenwoordig is dat algemeen aanvaard,
maar Copernicus kwam heel wat tegenstand tegen.
Mensen wilden er gewoon niet aan.
Zelfs eeuwen later moest Eise Eisenga een Planetarium bouwen
om de mensen duidelijk te maken hoe het zat.
Zo’n radicaal andere manier van denken, daar houden we niet van.

dia 18 – opstanding is iets compleet nieuws
Pasen is nu juist zo’n revolutie die je wereldbeeld op z’n kop zet.
De opstanding van Jezus past in geen enkel systeem,
niet van toen en niet van nu.
Er is maar één manier waarop je in de opstanding kunt geloven:
dat is geloven dat hier iets nieuws gebeurt,
van een compleet andere orde dan alles wat we kennen!
Om het te geloven heb je een bepaalde ‘frisheid van geest’ nodig,
je moet je overgeven aan het onbekende, het nieuwe, het onbegrijpelijke.
De vraag is of je daarvoor openstaat.

dia 19 – niet of je het kunt, maar of je het dúrft te geloven
De hogepriesters in ieder geval niet!
Ze horen en geloven het verhaal van de bewakers,
en tóch geven ze opdracht tot een alternatief verhaal!
Het gaat er bij die hogepriesters niet om dat ze het niet kúnnen geloven,
omdat ze het gewoon een onwaarschijnlijk verhaal vinden.
Dan hadden ze ook niet voor leugens betaald:
ze hadden er gewoon op kunnen vertrouwen dat niemand de bewakers zou geloven.
Maar daar vertrouwen ze niet op.
De waarheid mag niet naar buiten komen.
Ze willen het bij het oude systeem laten,
en daarin is geen plaats voor de opstanding.

Uiteindelijk is de vraag niet wat je kúnt geloven, maar wat je wílt geloven.
Als je het wilt geloven, dan hoeft je verstand niet in de weg te staan.
Als je het aandurft je wereldbeeld niet dicht te tikken,
je te laten verrassen door wat God doet,
dán kun je de opstanding geloven.

4. Welk verhaal geloof jij?
dia 20 – welk verhaal geloof jij?
Uiteindelijk is het dus een keuze:
argumenten geven niet de doorslag.
En dan is de vraag: welk verhaal geloof jij?

dia 21 – hoe belangrijk is Pasen voor jou?
Dat is een vraag voor iedereen!
Niet alleen een vraag voor de twijfelaars onder ons.
Ook als je ik-weet-niet-hoe-lang christen bent,
als je nog nooit aan de opstanding hebt getwijfeld,
is de vraag: welk verhaal geloof jij?
Want het gaat niet alleen om een verhaal dat je met je verstand gelooft,
het gaat over door welk verhaal je je leven laat vormen.

En ik vraag het me dus af:
hoe belangrijk Pasen voor christenen nu eigenlijk is…
Is Pasen het centrum van het geloof,
of is het een happy end bij Goede Vrijdag en hangt het er wat bij?
Met Goede Vrijdag valt de nadruk
op dat we door het offer van Jezus vergeven zijn
en dat hij plaats voor ons maakt in de hemel.
Maar dan nemen we genoegen met te weinig:
Pasen is een nieuw begin voor de hele schepping!

dia 22 – Pasen: Gods toekomst is al begonnen!
Pasen betekent dat Gods nieuwe wereld is begonnen.
Dat er niet alleen hoop is voor de toekomst,
maar dat heden en toekomst in elkaar schuiven.
Dé revolutie van Pasen is dat Gods toekomst al begonnen is!
Het leven op aarde is niet een reis naar een bestemming:
deze aarde, die God nieuw maakt, ís onze bestemming!
Dat betekent dat wat jij hier met je leven doet, er toe doet!
Daarom schrijft Paulus in 1 Korintiërs 15:
‘zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer,
in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.’

dia 23 – duurzaamheid: doet de schepping ertoe?
Dan is de vraag: hoe kan ik leven voor die nieuwe wereld?
Hoe kan ik mij in dienst stellen van Gods plan, Gods missie?
En dan gaat geloven opeens ook over bijvoorbeeld duurzaamheid.
Pasen is Gods ‘ja’ tegen deze wereld.
Dit is geen tijdelijke verblijfplaats, waar het niet uitmaakt hoe we er mee omgaan.
Geen woning die we helemaal kunnen afleven.
Deze wereld gaat niet naar de haaien, maar krijgt van God een nieuw begin!
Houd jij van de schepping,
en wil je je inzetten voor het behoud van die schepping?
Durf je pijnlijke keuzes te maken?
Bijvoorbeeld minder vlees eten,
de auto vaker laten staan,
zonnepanelen plaatsen, ook als het financieel niets oplevert?
Ook dát is geloven in de opstanding!

Let op: Gods nieuwe wereld is niet opeens van ons afhankelijk.
Wij hoeven de aarde niet te redden.
Uiteindelijk doet God het.
Maar die kleine dingen die wij kunnen doen,
die dingen die heus de wereld niet veranderen,
die doen ertoe bij God,
en herinneren je eraan dat God met iets nieuws bezig is.

dia 24 – welk verhaal geloof jij?
Er gaan allerlei verhalen over de opstanding.
Welk verhaal geloof jij?
Ook met het oog op het avondmaal dat we volgende week vieren:
is het Pasen, ook in jouw leven?
Ik wíl Pasen geloven.
Ik wil me graag laten meenemen in de nieuwe dingen die God doet.
Doe je mee?
Amen.




Psalm 22:32b | Een God van daden!

Is geloven een kwestie van doen? Dat imago heeft geloven wel eens. Maar het gaat niet om wat wij doen, het gaat om wat Gód doet! Het is Pasen: God neemt de regie.
In Franeker heb ik de korte versie van deze preek gehouden, de tekst hieronder is de iets langere versie.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 95 : 1, 2, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘De steen is weg’ en ‘Klap in de handen van blijdschap’
Gebed
Zingen: Opwekking 614 (Milan op gitaar)
Kinderen naar club
Lezen: Matteüs 28 : 1 – 10 en Psalm 22 : 28 – 32
Zingen: LvK Psalm 92 : 2 en 3
Preek over Psalm 22 : 32b
Zingen: GKB Gezang 99 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Onderwijs belijdenis en doop
Getuigenis Julia
Zingen: ‘Mighty to Save’ (Hillsong)
Belijdenis en doop
Zingen: NLB Gezang 416 : 1, 2, 3 en 4
Collecte
Felicitaties
Gebed
Zingen: LvK Gezang 215 : 1, 2 en 3
Zegen

Een God van daden!

Inleiding
dia 1 – zwart
‘Hij is een God van daden.’
Mooi, dat klinkt als een daadkrachtige God.
En een beetje daadkracht, dat is niet verkeerd!

Bij mij komt daadkracht bij vlagen…
Het hangt er ook vanaf of ik iets leuk vind.
Bij leuke dingen ga ik voortvarend te werk.
Bij minder leuke dingen, wil ik het nog wel eens uitstellen.

dia 2 – onkruid
Bijvoorbeeld onze tuin.
Daar is meer dan genoeg te doen,
maar ik vind het gewoon niet leuk.
Dan erger ik me aan onkruid tussen de tegels,
aan bladeren uit de herfst die nog overal liggen,
aan een lading zand rondom de zandbak,
aan het hoge gras en woekerende planten,
en ik doe niets…

Alsof de tuin zichzelf bijhoudt.
Nou, mooi niet dus!
Die tactiek volg ik nu al een paar jaar,
door alleen het hoogstnoodzakelijke te doen,
maar daar wordt het dus alleen maar erger van…
Hoe langer je het werk in de tuin uitstelt,
hoe ontmoedigender het wordt eraan te beginnen.
Je kunt dan wel leuk verstoppertje spelen tussen het hoge onkruid,
dat dan weer wel…

dia 3 – resultaat
Dit jaar heb ik besloten het anders te doen.
De tijd die ik besteed aan me ergeren aan de tuin,
kan ik beter besteden aan het bijhouden van de tuin.
Elke week een paar uurtjes in de tuin,
en ik erger me al een heel stuk minder.
Eindelijk heb ik er de daadkracht voor gevonden.
Stiekem ben ik het zelfs een beetje leuk gaan vinden…

dia 4 – een God van daden
Daadkracht is een positieve eigenschap.
Geen woorden, maar daden.
De handen uit de mouwen.
Psalm 22 zegt: zo is God!
Het past perfect bij Pasen.
We vieren dat Jezus is opgestaan: Gods grootste daad.
Nou en of: hij is een God van daden!

1. Kwestie van doen?
dia 5 – kwestie van doen?
Daadkracht is iets moois.
Je zou denken dat bij zo’n God van daden
daadkrachtige mensen passen.
Dat God wil dat wij de handen uit de mouwen steken.
Is dat zo?
Is geloven een kwestie van doen?

dia 6 – je moet zoveel…
Het is in ieder geval een vooroordeel over christenen.
Christenen moeten zo veel…
Tja, en zo’n vooroordeel komt natuurlijk ergens vandaan:
misschien doen christenen ook gewoon veel.
Soms heel positief: door bijvoorbeeld iets voor de samenleving te doen.
Het schijnt dat christenen flink meer geld aan goede doelen geven
dan de gemiddelde Nederlander.
Maar het kan ook vermoeiend zijn: je moet zoveel…
Je móet je houden aan de regels, je móet goed leven, je móet het goede voorbeeld geven.
Is dat waar het christelijk geloof voor staat?
Is het proberen een goed mens te zijn,
en zo goed mogelijk Gods regels naleven?

Die vragen hebben alles met Pasen te maken.
Als het geen Pasen was geworden, als Jezus niet was opgestaan,
dan was het antwoord: ja, geloven is een kwestie van doen.
Het voorbeeld van Jezus volgen, dat is wat dan nog overblijft.

dia 7 – Jezus gaf hoop op betere wereld
Als Jezus niet was opgestaan…
Voor Maria en Maria is het helemaal geen vraag.
Hun Jezus is dood.
En daarmee is een droom uiteengespat.
Ze hadden zo gehoopt dat er nu echt iets zou veranderen.
Dat mocht ook wel, want ze leefden in een genadeloze wereld.
Een wereld waar de grootste mond en de dikste portemonnee het voor het zeggen hadden.
Maria en Maria dus niet.
Als vrouwen werden ze sowieso al geacht hun mond niet open te trekken…

Jezus was in hun leven gekomen.
En hun leven was nooit meer hetzelfde geweest.
Zeker voor Maria, de moeder van Jezus.
Nog voor ze getrouwd was, was ze zwanger van Jezus.
Vanaf dat moment was Jezus haar leven.
Maar ook voor de andere Maria:
zij was bezeten door zeven demonen.
Jezus had ze uitgedreven.

Jezus was anders dan anderen.
Hij had geen grote mond of dikke portemonnee,
en toch liepen de mensen met hem weg!
Jezus had iets wat anderen niet hadden.
Vrede. Kracht. Vastberadenheid. Liefde.
Aan Jezus kon je je toevertrouwen.
Dat hadden Maria en Maria gedaan.
Ze geloofden in het koninkrijk waar Jezus het steeds over had.
Waar de laatste de eerste zou worden.
Nu is de hoop vervlogen.

dia 8 – nu zelf aan de slag?
Ja, en wat nu?
Wat blijft er nog over van Jezus?
Het zijn vooral de herinneringen.
Herinneringen aan wat Jezus heeft gedaan: zijn wonderen.
Herinneringen aan wat Jezus heeft gezegd: zijn onderwijs.
Jezus heeft het dan wel niet voor elkaar gekregen,
maar kunnen zijn volgelingen dan niet verder met zijn gedachtegoed?
Om, in de geest van Jezus, dat koninkrijk toch wat dichterbij te brengen?
Er is werk aan de winkel!

Dat is ook waar David staat aan het begin van Psalm 22.
Er zijn genoeg herinneringen aan God.
David weet wat God allemaal voor zijn voorouders heeft gedaan.
Maar zelf voelt David zich alleen.
Merkt David niets van God,
en zit er voor David niets anders op dan zelf te vechten voor zijn leven.
Een gevecht dat bij voorbaat verloren is…

Zo zou je het christelijk geloof kunnen zien.
Jezus heeft het voorbeeld gegeven, nu zijn wij aan zet.
Nu is het aan ons om Jezus’ levensfilosofie in de praktijk te brengen.
Om het hemels koninkrijk op aarde te brengen.
Daar kunnen we wel wat daadkracht bij gebruiken!

2. Een Gód van daden!
dia 9 – een God van daden
Ik vind dat best ontmoedigend klinken!
Zo daadkrachtig ben ik nou ook weer niet…
Is geloven een kwestie van doen?
Gelukkig niet!
Het gaat niet over mensen die daadkrachtig zijn,
maar over een Gód van daden!

Het christelijk geloof gaat niet over wat wíj allemaal moeten doen,
het gaat om Góds daden.
Het is geen advies, geen schat aan levenswijsheid,
maar nieuws: het gaat om iets wat gebeurd is.
Geen woorden van God, waar wij ons voordeel mee kunnen doen, maar daden.

dia 10 – Jezus is opgestaan: een daad van God
David heeft daar al iets van gezien.
De eerste helft van Psalm 22 is wanhopig.
David schreeuwt zijn klacht uit naar God.
Hij voelt zich door God aan zijn lot overgelaten.
Zijn tegenstanders wrijven het er nog eens extra in:
‘laat die God van je je bevrijden, hij houdt toch van je?’
David ziet al voor zich hoe ze hem een langzame dood laten sterven.
Maar halverwege kantelt de Psalm, en opeens is het een Paaslied!
David vindt zijn vertrouwen op God terug,
en komt in een jubelstemming.
En dan eindigt het schitterend: hij is een God van daden!
David gebruikt grote woorden:
overal op aarde zullen mensen zien wat God heeft gedaan,
en zich in aanbidding voor God buigen.

De hele Psalm kun je als Psalm van Jezus lezen,
en dat geldt voor dit gedeelte zeker.
Wat God voor David heeft gedaan ging niet de hele wereld over,
maar wat God voor Jezus heeft gedaan wel!
Hij heeft hem opgewekt uit de dood!
En óf hij een God van daden is!

Matteüs 28 zit vol daden.
De aarde beeft.
Een engel daalt af uit de hemel.
De engel rolt de steen weg.
De bewakers bij het graf zijn doodsbenauwd.
Matteüs wil één ding goed duidelijk maken: God is hier bezig!
En dan brengt de engel het grootste nieuws aan Maria en Maria:
‘Jezus is hier niet, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft.’
De engel zegt het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is…
Maar stel je Maria en Maria eens voor.
Hoe vaak zou de engel het gezegd hebben,
voor het bij de vrouwen doordrong?
En dan de ontlading: ‘hij leeft! he did it!’
Ze zullen elkaar in de armen zijn gevallen,
met tranen in hun ogen: God heeft het gedaan!

dia 11 – christelijk geloof: geen filosofie, maar nieuws
God is een God van daden – dát is Pasen.
Dit is groot nieuws!
Zou het vandaag gebeuren, dan zou het in mum van tijd de wereld over gaan.
Het zou ‘breaking news’ zijn bij CNN.
Voorpaginanieuws bij alle kranten.
Trending Topic op Twitter, met hashtag ‘HeLives’.
Elke talkshow zou Maria en Maria uitnodigen om hun verhaal te doen.
Het evangelie, het goede nieuws, is, de naam zegt het al: nieuws!

Dát is de kracht van het christelijk geloof.
Het christelijk geloof is geen filosofie of levenswijsheid,
waarmee je uiteindelijk toch weer op jezelf wordt teruggeworpen.
Nee, het gaat niet om jouw daadkracht.
Geloven is geen kwestie van doen.
Gód heeft het gedaan – het is fantastisch nieuws.
God trekt de regie naar zich toe.

Daarom dooft het verhaal van Jezus ook niet uit.
Zou Jezus alleen mooie dingen hebben gezegd
en een aansprekend, maar ook onbereikbaar, voorbeeld hebben gegeven,
dan was hij vanzelf vergeten,
of op zijn best in een rijtje filosofen van vroeger terecht gekomen.
Maar Jezus is opgestaan, en dat nieuws is de hele wereld over gegaan.
Het dooft niet uit – ook niet in onze tijd.
Dat gevoel hebben we misschien wel eens,
maar elke dag komen mensen tot geloof!
Wereldwijd groeit de kerk – en dat is nooit anders geweest!
Maar niet alleen ver weg: ook in Nederland komen mensen tot geloof.
Nee, niet massaal, maar gewoon, één voor één.
In Franeker mochten we daar vanochtend getuige van zijn,
en dat was heel bijzonder.
Hij is een God van daden!

3. En nu wij
dia 12 – en nu wij
Jezus is opgestaan.
Maar dat is nog niet het hele verhaal.
Niet alles wat nieuws is, betekent ook iets voor jou.
Is Pasen de uitzondering die de regel bevestigt?
Jezus is aan de dood ontsnapt,
dat is nieuws wat je misschien vrolijk maakt,
maar is het ook meer dan een mooie uitzondering?

dia 13 – the 33
Vorige week zag ik de film The 33.
De film vertelt het waargebeurde verhaal van 33 mijnwerkers in Chili.
In de zomer van 2010 komen zij vast te zitten in de mijn.
Terwijl ze in de mijn aan het werk zijn, stort een groot deel van de mijn in.
Ze kunnen nog net op tijd uitwijken naar een schuilplaats.
Maar er is geen weg naar buiten…
Het duurt maanden voordat ze worden bevrijd.
Maar uiteindelijk is het zo ver.
Een enorme boormachine heeft een smalle tunnel gegraven,
van de buitenwereld naar de schuilplaats.
De reddingswerkers laten een capsule in de tunnel zakken, als een soort lift,
met ruimte voor één persoon.
In de schuilplaats wordt de capsule met groot gejuich onthaald,
en al snel wordt de eerste mijnwerker gered.
Maar daar blijft het natuurlijk niet bij:
de 33 worden 1 voor 1 naar boven gehaald.
Toen de eerste mijnwerker gered was, wisten ze: nu wij ook!

dia 14 – Pasen is: nu wij ook
Dat is Pasen: nu wij ook!
God heeft de tunnel geboord, de uitweg uit de dood.
Jezus is de eerste die er door God uitgehaald wordt,
maar zeker niet de enige!
Wij zijn als die mijnwerkers, die gezien hebben dat de eerste gered werd,
en weten dat ze nu zelf ook gered zijn.
Daarom kan Paulus zelfs zeggen:
‘hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt’ – Efeziërs 2.
Het ís al zover!

God is een God van daden.
Hij heeft Jezus gered, en nu ben jij aan de beurt!
Dat is waar het christelijk geloof om draait.
Geen kwestie van doen, maar van God verwachten.

dia 15 – durf je te vertrouwen?
Een mooi voorbeeld is David.
David is lang op de vlucht geweest voor koning Saul.
Het zou goed kunnen dat hij Psalm 22 in die periode heeft geschreven.
Twee keer had David de kans om Saul te doden,
je kunt het vinden in 1 Samuël 24 en 26.
Dat zou in één klap een einde maken aan al zijn problemen.
Maar David deed het niet.
David wilde niet het heft in eigen handen nemen.
Hij wist dat God een God van daden was, dat God hem zou redden.
Daar bleef hij op wachten.

Natuurlijk, dat betekent niet dat we onze handen overal maar van moeten aftrekken,
donaties naar goede doelen moeten stopzetten,
ons opsluiten in een comfortabele schuilplaats,
en maar wachten tot God iets doet.
Christen zijn is leven voor een betere wereld,
Jezus heeft er van alles over gezegd.
Het is alvast leven voor Gods koninkrijk, die betere wereld,
in het vertrouwen dat God die wereld brengt.

Durf jij het?
Te vertrouwen dat God een God van daden is?
Durf jij het niet jezelf te redden, maar God je laten redden?
Durf jij het niet jouw daden maar Gods daden te vertrouwen?

God is een God van daden.
Jezus is opgestaan, hij leeft!
Laat ieder hem prijzen.
Ook dat is Psalm 22.
Het maakt niet uit, uit welk land je komt.
Het maakt niet uit, hoe geslaagd of mislukt je jezelf vindt.
Het maakt niet uit, hoe oud of jong je bent.
Jezus is opgestaan, hij leeft!
En nu wij.
Halleluja!




Psalm 22:26-27 | De tafel van leven

Overdenking bij een avondmaalsviering op Witte Donderdag. In Psalm 22 wordt de tafel gedekt, een tafel van leven. Net als bij het avondmaal.
Voor wie deze overdenking in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com.

Liturgie
Zingen: Psalm 118 : 10 (GKB=LvK)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 175 : 1 en 2
Gebed
Lezen: Matteüs 26 : 20 – 30
Zingen: LvK Gezang 364 : 1, 2 en 3
Lezen: Psalm 22 : 26 – 27
Overdenking
Luisterlied: Sela – Getsemane
Viering avondmaal (Dienstboek)
Zingen: Psalm 103 : 1, 4 en 9 (GKB=LvK)
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 116 : 1a, 3v, 5m, 7v, 8m en 10a
Zegen

De tafel van leven

In Psalm 22 wordt de tafel gedekt: een tafel van leven.
Ook wij zitten vanavond aan tafel.
Niet helemaal letterlijk, maar toch!
Onze tafel is gedekt met brood en wijn,
om daarin Christus te ontvangen.
Ook een tafel van leven!

De sfeer in Psalm 22 is helemaal omgeslagen.
Aan het begin van de Psalm leek het ondenkbaar
dat het zou uitlopen op een feestmaaltijd.
De eerste helft van de Psalm is één grote klacht.
Maar dan komt het: ‘u hebt mij geantwoord’.
Afgelopen zondag stonden we er bij stil.
En dan wordt het feest!

‘Van u komt mijn lofzang.’
Een beetje merkwaardig om het zo te zeggen.
Je maakt er al snel van: ‘mijn lofzang is vóór u’.
Dat staat er dus niet: de lofzang komt ván God.
God heeft geantwoord, God heeft David nieuwe moed gegeven,
David durft God weer te vertrouwen,
en daarom verdient God de lof.
‘Van u komt mijn lofzang’:
‘God, u hebt mij geantwoord, en daarom geef ik u eer.
Dat hebt u verdiend!’

Hoe doe je dat dan?
Je kunt het tegen God zeggen, je kunt het zingen,
maar bij David is het meer.
‘Mijn geloften los ik in.’
Blijkbaar heeft David God iets beloofd,
dat als God hem zou antwoorden,
dat David dan iets voor God zou doen.
Denk aan een dankoffer – dat past ook goed in Psalm 22.
In Leviticus 7 kun je over zo’n dankoffer lezen.
Het bestaat uit een offerdier, bijvoorbeeld een lam, samen met broden.
Een deel daarvan wordt verbrand, en zo aan God aangeboden.
Maar er bleef ook over, om zelf van te eten.
Bij een dankoffer hoort een feestmaaltijd!
En daarom: ‘zij zullen eten en worden verzadigd’.

David eet niet in z’n eentje, het is geen snelle hap voor de tv.
David brengt zijn dankoffer ‘bij wie u vrezen’:
het is een offer in de kring van wie ontzag hebben voor God.
Zij mogen mee-eten van Davids dankoffer.

Davids offer heeft betekenis voor anderen:
zij mogen mee-eten van de offermaaltijd.
Net als wij vanavond mee mogen eten
van de offermaaltijd van Christus.
Onze tafel is niet gedekt met gebraden lamsvlees:
Christus zelf is het offerlam.
Door brood en wijn te ontvangen, krijgen we deel aan zijn offer.
Geen dankoffer, maar een verzoeningsoffer.
Jezus geeft zijn leven niet uit dankbaarheid,
maar om vrede te stichten tussen God en mens.
Juist dat offer geeft ons ook alle reden dankbaar te zijn.

In de Katholieke kerk wordt het avondmaal de ‘eucharistie’ genoemd.
Dat is Grieks voor ‘dankzegging’.
Het avondmaal is geen dankoffer,
met het offer van Jezus is het afgelopen met de offers.
Het is wel een maaltijd waar we dankbaar delen in het offer van Christus.
Juist aan de avondmaalstafel wordt duidelijk: Jezus deed het voor ons!
Het wordt persoonlijk: ík mag delen in de overwinning die Jezus behaald heeft.
Hij stierf daar aan het kruis niet voor niets, hij stierf voor mij.
Daarom zegt hij: ‘neem, eet, dit is mijn lichaam.’

Van die maaltijd wordt je pas echt verzadigd.
Jezus zegt, in Johannes 6:
‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald;
wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.
En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’
De tafel is gedekt, het is een tafel van leven!

Maar voor wie is de tafel?
Wie zijn de tafelgenoten, die in het offer mogen delen?
‘De vernederden zullen eten’, zegt Psalm 22.
‘De vernederden’ – wie zijn dat?
Het is ook maar net hoe je het vertaalt.
Je kunt ook zeggen: ‘de armen’, of: ‘de zachtmoedigen’.
Dan doet het mij denken aan de zaligsprekingen in Matteüs 5:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’
Of, in de oude vertaling:
‘Zalig de armen van geest,
want hunner is het koninkrijk der hemelen.’

Als er iemand arm van geest en nederig van hart is,
dan is het Jezus wel!
Hij dekt de tafel voor mensen die hem willen volgen,
van hem willen leren nederig en zachtmoedig te zijn.
Die dan wel midden in de wereld staan,
maar weten dat hun schat in Gods koninkrijk is.
Die niet langer roemen in zichzelf, maar roemen in Christus Jezus.

David sluit af met een tafelwens:
‘voor altijd mogen jullie leven!’
Een wens als ‘leve de koning’: dan wens je de koning leven toe.
Zo’n wens is dit ook: David wenst zijn tafelgenoten leven voor altijd toe.
Precies waar het avondmaal op wijst.
Jezus zelf legt die verbinding:
er komt een dag dat hij met zijn tafelgenoten opnieuw wijn zal drinken
in het koninkrijk van zijn Vader.

Bij een feestelijke maaltijd hoort een toost.
‘Ik wil graag een toost uitbrengen op…’
Zo sluit David af:
‘laten we drinken op het leven voor altijd!’
Ook wij gaan zo drinken.
Laat het een toost zijn op het eeuwige leven!
Wij komen aan de tafel van leven.
Eet, drink, en leef in eeuwigheid!
Amen.




Psalm 22:22b | Jezus is Gods antwoord

Een vraag vraagt om een antwoord. Ook onze vragen aan God. Maar wat is eigenlijk een antwoord? Verhoort God gebeden pas als hij ingrijpt? God grijpt niet altijd rechtstreeks in ons leven in. Wél geeft hij zijn Zoon. Dat is het grootste ingrijpen. Uiteindelijk is Jezus Gods antwoord!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 117 : 1 (LvK=GKB)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 90 : 1 en 2
Gebed
Luisterlied: Psalm Project 22
Kinderen naar club
Lezen: Psalm 22 : 20 – 25 en Matteüs 27 : 50 – 56
Zingen: Opwekking 176 (2x)
Preek over Psalm 22:22b
Zingen: Psalm 118 : 1, 7 en 9 (LvK=GKB)
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: GKB Gezang 168 (canon)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Psalm 67 : 2 en 3
Zegen

Jezus is Gods antwoord

Inleiding
dia 1 – vragen
Bij ons thuis worden heel wat vragen gesteld.
Vooral Daniël is een echte vragenkampioen.
Dat varieert van: ‘waarom mag ik mijn boterham niet zelf smeren?’
met het antwoord: ‘dat duurt te lang, we moeten over 5 minuten naar school’,
tot de vraag: ‘wanneer komt Jezus nou eens terug?’
We hebben Daniël namelijk verteld dat als Jezus terugkomt, opa ook weer bij ons is.
Hoe dan ook, een antwoord op die vraag moeten we hem schuldig blijven…

De leukste vraag van de laatste tijd:
‘waarom zeggen jullie zo vaak daarom?’
Toen ik niet direct een antwoord gaf, had Daniël er zelf al één bedacht:
‘ik denk dat jullie dan bedoelen dat je er nog even over na moet denken.’
Onder andere, ja, maar ook omdat we wel eens moe worden van zoveel vragen…

‘Daarom’ is natuurlijk geen antwoord.
En Daniël heeft zijn nieuwsgierigheid niet van een vreemde!
Ook ik wil alles weten.
Ik kan me helemaal in vragen vastbijten,
tot ik de antwoorden gevonden heb.
Bijvoorbeeld voor een preek als deze:
voor jullie duurt die zo’n 20 minuten,
maar voor mij zijn daar heel wat vragen aan vooraf gegaan.
Maar ik wil net zo goed snappen hoe de wereld in elkaar zit.
Ik wil antwoorden!

dia 2 – Jezus is Gods antwoord
De afgelopen weken stonden we stil bij vragen uit Psalm 22.
Nu is daar opeens het antwoord!
Vandaag gaat het over Gods antwoord.
Jezus is Gods antwoord!
Dat doet me denken aan het verhaal van een predikant die een kindermoment deed.
Hij vroeg de kinderen: het is bruin, het klimt in bomen en heeft een grote staart.
De kinderen bleven een tijdje stil, tot eindelijk iemand zei:
‘het klinkt als een eekhoorn, maar het zal Jezus wel weer zijn…’
Jezus kan een gemakkelijk antwoord worden.
Is hij echt het antwoord op onze vragen?
En wat betekent dat dan?
Vandaag gaan we op zoek, jawel, naar een antwoord.

1. Een antwoord?
dia 3 – een antwoord?
Bij een antwoord hoort natuurlijk een vraag.
Een antwoord op een vraag die niemand stelt,
die zelfs bij niemand opkomt, dat is geen antwoord.
Een antwoord is altijd érgens een antwoord op.

dia 4 – de vraag: ‘waarom’ en ‘help me dan’
Dat is in Psalm 22 niet anders.
De vorige keren ontdekten we al
dat het niet alleen Davids vragen zijn,
maar ook de vragen van Jezus en van onszelf.
David heeft het er moeilijk mee
dat God hem, in ieder geval voor zijn gevoel, in de steek laat.
Het wordt er ook nog eens ingewreven door zijn tegenstanders:
‘waar is die God van je dan?’.
En David vraagt God: ‘waarom?!’
Net als Jezus, die ook nog eens te grazen is genomen,
aan het kruis hangt, in afwachting van zijn dood.
Ook Jezus vraagt: ‘waarom?!’

Een herkenbare vraag.
Waarom is de wereld zo verrot?
Waarom doet het leven zo’n pijn?
Neem nu dat ongeluk in Harlingen, 2 weken geleden.
Een vader en een zoontje uit het leven gerukt door een trein.
Dan breekt mijn hart: ‘waarom, mijn God, waarom?’

De waarom-vraag is niet de enige in Psalm 22.
Er is nog een levensgrote vraag: ‘help me dan!’
Die vraag stelde David al eerder in de Psalm,
maar in het gedeelte van vandaag heel uitgebreid.
‘Blijf niet ver weg, grijp toch alstublieft in!
Laat me niet alleen, doe toch iets!’
David vraagt het nog:
blijkbaar heeft hij de moed nog niet helemaal verloren.

dia 5 – Psalm 22 kantelt: ‘u hebt mij geantwoord’
En dan kantelt de Psalm: ‘U geeft mij antwoord.’
Eén zinnetje maar, je leest er zomaar overheen.
Toen we met Psalm 22 begonnen, 5 weken geleden,
hebben we de versie van Psalmen voor Nu geluisterd.
Daarin wordt dit zinnetje steeds herhaald.
Het heeft ook een eigen melodie,
om te benadrukken dat de Psalm hier omslaat.

Waar ik dan heel benieuwd naar ben is: wat verandert er dan?
God geeft antwoord, maar wat ís dan het antwoord?
Wat is het antwoord, op al die waarom-vragen?
Wat is het antwoord, wanneer we God smeken om in te grijpen?
Psalm 22 laat het bij dat zinnetje: u geeft mij antwoord.
Eigenlijk nog sterker: u hébt mij geantwoord.

dia 6 – wat is dan het antwoord?
Is de situatie opeens veranderd?
Greep God opeens in?
Psalm 22 zegt er niets over.
Ik vind het ook niet erg waarschijnlijk.
Misschien stel ik het me verkeerd voor, dat kan natuurlijk,
maar ik stel het me zo voor dat David zich ergens verstopt heeft,
en in zijn schuilplaats Psalm 22 schrijft, als een gebed.
Ik neem aan dat David die Psalm in 1 keer heeft geschreven,
en dat de situatie niet tijdens het schrijven veranderd is.
Maar wat is dan het antwoord?

Voor Jezus geldt dat ook:
zijn vragen aan God veranderen zijn situatie niet.
Jezus sterft aan het kruis, God houdt dat niet tegen!
Tóch kan ook Jezus zeggen: God heeft mij geantwoord.
Waar het om gaat: wat is een antwoord?
Is het pas een antwoord als God de situatie veranderd?
Ik denk het niet!

2. Jezus is Gods antwoord
dia 7 – Jezus is Gods antwoord
Maar wat dan wel?
Wat is Gods antwoord onze vragen?
Onze waarom-vragen, en onze gebeden om hulp?
Uiteindelijk is Jezus het antwoord dat we van God krijgen!
In Psalm 22 mag je dat ook lezen.

dia 8 – Davids antwoord: nieuw vertrouwen op God
Dat is natuurlijk niet het antwoord dat David krijgt.
In mijn eerste preek over Psalm 22 zei ik:
‘Davids vragen komen tot rust.’
In die richting moet je het antwoord zoeken.
Davids situatie verandert niet, maar David zelf wel!
Al biddend, al smekend, vindt David nieuw vertrouwen op God.
Ik zei al: ‘u geeft mij antwoord’ is nog wat te zwak,
‘u heeft mij geantwoord’ is beter.
Even technisch: in het Hebreeuws kun je, als je ergens heel zeker van bent,
zeggen dat het al gebeurd is.
David is er opeens heel zeker van dat God antwoord geeft,
dat God hem niet in de steek laat.
David vertrouwt God volledig, dát is het antwoord.
Dat zit al in hoe David God noemt: ‘mijn sterkte’.
David zit in grote problemen, maar God is zijn kracht!

dia 9 – gebed om kracht
Hoe geeft God antwoord?
Hoe verhoort God gebeden?
Daar hoeft God de situatie dus niet voor te veranderen!
Misschien ken je dit gedicht wel:
“Ik vroeg om kracht, en God gaf me moeilijkheden om me sterk te maken.
Ik vroeg om moed, en God gaf me angsten om te overwinnen.
Ik kreeg niets waarom ik vroeg, ik kreeg alles wat ik nodig had.”

dia 10 – Jezus’ antwoord: God is met iets bezig!
Ook Jezus krijgt antwoord.
Het zit zelfs al in de vraag: ‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
Dat is niet alleen een vraag: het is de eerste regel van Psalm 22.
Ze hadden toen nog niet zo’n systeem dat alle Psalmen een nummertje kregen.
In plaats daarvan gebruikten ze de eerste regel als titel.
Aan losse coupletten deden ze toen ook al niet.
Wij zingen niet zo vaak een Psalm in zijn geheel,
voor de Joden was het juist ondenkbaar een Psalm op te knippen.
Als Jezus dus vraagt: ‘waarom?’, komt heel Psalm 22 mee.
Inclusief het veel vrolijkere slot!
Met de vraag geeft Jezus woorden aan zijn lijden,
maar er zit ook al een antwoord in.
Niet om de vraag te relativeren:
dat Jezus verlaten werd, dat is echt!
Denk ook niet: ‘ach, hij wist toch wel dat hij weer zou opstaan.’
Maar Jezus blijft hopen, blijft geloven dat God met iets bezig is!

Even later sterft Jezus,
maar daarmee is het vertrouwen van Jezus niet beschaamd.
Hij wíst dat hij zou sterven, dat God dat niet zou veranderen,
en tóch blijft hij vertrouwen!
Jezus gelooft dat zijn dood niet voor niets is: dat is zijn antwoord.

dia 11 – Jezus als antwoord: God gaat naast je staan
God laat je niet zitten met je vragen.
Hij kijkt niet weg als je in de problemen zit, dat is Psalm 22:25.
Dat doen wij wel: als het te heftig is, te dichtbij komt,
dan zetten we de tv gewoon uit.
God doet dat niet.
Sterker nog: hij komt er bij, hij ondergaat de problemen zelf.
Dat is Jezus: God identificeert zich met de zwakke!

Jezus is Gods antwoord.
Jezus is God die niet wegkijkt.
Jezus is God die in jouw vragen komt.
God geeft antwoord!
Ook als hij je niet direct uit de problemen haalt.
God kan situaties veranderen, en dat dóet hij ook.
Maar niet altijd.
Wat God wel altijd doet: hij gaat naast je staan.
Dát is Jezus.
Door hem mag je erop vertrouwen: het komt goed!

3. Is dat wel een antwoord?
dia 12 – is dat wel een antwoord?
Maar is dat eigenlijk wel een antwoord?
Wat heb je hieraan, als alles je is afgepakt?
Is het geen dooddoener: Jezus als oplossing voor al je problemen?
Het klinkt soms zo makkelijk…
Ik zou het niet snel zeggen tegen iemand die diep in de put zit,
die terecht allerlei vragen aan God stelt of zelfs woest is op God.
Dan kun je toch niet zeggen:
‘joh, ik snap je probleem, maar Jezus is het antwoord.’
Dat gaat natuurlijk veel te snel!

dia 13 – na Jezus’ dood gebeurt er van alles
Is er wel een antwoord?
Daarom hebben we dat vreemde gedeelte uit Matteüs 27 er bij gelezen.
Na de dood van Jezus gebeurt er van alles!
Psalm 22 heeft een kantelpunt, maar Matteüs ook!
Dít is het kantelpunt in Matteüs.
Het ging alleen maar bergafwaarts,
het leek op een grote teleurstelling uit te lopen
waar Jezus als een mislukkeling sterft,
maar dan verandert alles!
Jezus’ vertrouwen was terecht, zijn dood is niet voor niets.

Het voorhangsel van de tempel scheurt.
Opeens ligt het heiligste deel van de tempel open.
Want nu Jezus gestorven is, is de tempel overbodig geworden.
De aarde beeft, en allerlei mensen staan op uit de dood.
Matteüs is de enige die het noemt, en we weten er maar weinig van.
Ze verschijnen, maar verdwijnen ook weer.
Verderop in de bijbel lees je niets meer over deze mensen.
En ze zullen toch niet voor een tweede keer gestorven zijn?
Het lijkt op Jezus na zijn opstanding:
ook hij is er opeens, en dan is hij ook weer vertrokken.
Hoe dan ook: Jezus blaast zijn laatste adem uit,
en direct komen gestorven mensen tot leven!
God heeft geantwoord.
Dat merkt de Romeinse centurio ook:
opeens beseft hij dat Jezus geen gewone man was, maar Gods Zoon.

dia 14 – de wereld is nooit meer hetzelfde!
Is die Jezus voor jou een antwoord?
Matteüs wil duidelijk maken: de wereld zal nooit meer hetzelfde zijn.
De dood van Jezus verandert alles!
Je hoeft je niet meer neer te leggen bij een wereld die door en door verrot is,
want de dingen die wij kunnen zien, hebben niet langer het laatste woord!
Jezus is geen antwoord in de categorie waar wij onze antwoorden zoeken.
Jezus is een veel groter antwoord.
Daarom is het soms moeilijk dit antwoord te vinden.
Daarom kan het soms zelfs een dooddoener worden,
die de goede vragen wegdrukt.
Jezus is geen makkelijk antwoord en ook geen antwoord dat je makkelijk vindt.
Maar als je het vindt, dan is het een beter en echter antwoord
dan welk antwoord je ook maar kunt krijgen!

dia 15 – wat betekent Jezus voor jouw vragen?
Nee, Jezus is niet een makkelijk antwoord op al onze vragen.
Al helemaal geen antwoord om de vragen van anderen niet serieus te nemen.
Soms is het beter geen antwoord te geven.
Om maar gewoon te zeggen: ‘ik weet het niet’.
Ja, ik geloof echt dat Jezus het antwoord is,
daarom vertrouw ik God,
maar dat betekent niet dat ik op al mijn vragen een antwoord heb.
Jezus is geen antwoord om anderen mee om de oren te slaan.
Zoek liever uit: hoe is Jezus voor mij een antwoord?
Wat betekent Jezus voor míjn vragen?

4. Een wereld gaat open!
dia 16 – open lucht
Op grauwe, mistige dagen,
ben je haast vanzelf wat meer in jezelf gekeerd.
Geluiden op straat klinken een stuk zachter,
je kunt niet zo ver kijken,
je kunt er zelfs somber van worden.
Het lijkt even alsof je alleen bent.
Heerlijk als dan de mist optrekt, de lucht openbreekt,
en je opeens alles in het zonlicht ziet.
De wereld gaat voor je open!

dia 17 – antwoord haalt je uit jezelf
Ik hoop dat je het vinden mag:
dat Jezus ook een antwoord op jouw vragen is.
Dan gaat er een wereld voor je open!
Je problemen en je vragen zorgen er vaak voor dat je in jezelf gekeerd bent.
Je hebt het al druk genoeg met jezelf,
en je moet er niet aan denken ook nog iets met de problemen van anderen te moeten…
Je trekt je terug, want dat is het veiligste.
Je leeft in een soort mist.
David heeft dat ook: het enige wat hij nog ziet, zijn leeuwen en beren.
Gods antwoord is als de zon die doorbreekt.
Hij haalt je uit jezelf,
je hoeft niet meer vast te zitten in de problemen.

Als David dat ontdekt,
als hij zijn vertrouwen op God terugkrijgt,
is hij opeens niet meer alleen op de wereld.
Hij is niet meer omringd door stieren, honden en leeuwen,
en meer tegenstanders die hem naar het leven staan,
maar ziet opeens de kinderen van Jakob, het volk van Israël.
De mist is opgetrokken!
Gods antwoord is niet iets tussen David en God:
zodra David antwoord heeft, moet hij denken aan zijn volksgenoten.
Hij wil dat iedereen weet dat hij antwoord heeft gekregen.
Want Gods antwoord is niet alleen voor David,
iedereen moet het weten!

dia 18 – samen God loven, doe je mee?!
In Hebreeën 2 gaat het over de weg van Jezus.
Jezus moest door het lijden heen,
maar is nu met eer en luister gekroond.
En dan wordt Psalm 22 in Jezus’ mond gelegd:
‘Ik zal uw naam bekendmaken aan mijn broeders en zusters,
u loven in de kring van mijn volk.’
Jezus heeft antwoord gekregen, en dan trekt de mist op:
Jezus’ gedachten gaan naar ons uit!

Als God antwoordt, houdt het dan niet voor jezelf!
Als je bij Jezus rust vindt, deel het dan!
Doe maar mee, met vers 24:
‘loof hem, allen die de Heer vrezen, breng hem eer!’
Want God hoort.
Hij liet zijn Zoon niet voor niets sterven.
Jezus is het antwoord dat God ons geeft.
Geef hem alle eer!
Amen.