Johannes 5,1-18 – Ken jij Jezus? Hoe zie je Hem?

Gezinsdienst

Liturgie

Welkom
Voorzang:
- Gez 38 – Zoek eerst het koninkrijk van God
- EL 462 – Maak een vrolijk geluid voor de Heer
- Opw 462 – Aan uw voeten Heer
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Gez 158 Als een hert
Wet
Zingen: Gez 156 – Heer ik kom tot u
Gebed
Bijbellezing: Joh 5,1-18
Zingen: E&R 248
Preek over Joh 5,1-18
Zingen: Psalm 116,1.2.4.10
Gebed
Collecte
Zingen: Opw 334
Zegen

Opmerkingen:

- ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar

Preek over Johannes 5,1-18 – Ken jij Jezus? Hoe zie je Hem?

1. Kennen jullie Jezus?

[dia 3]

Wie zien jullie daar?

Zit Jezus er ook bij?

Zo ziet Jezus er meestal uit: witte kleren, lang donker haar, een baard.

Zo wordt hij altijd getekend.

Zou hij er zo ook echt uit gezien hebben?

Wie heeft er wel eens een foto van Jezus gezien?

Niemand, want die hebben we niet..

Kun je dan Jezus wel kennen? Kun je hem leren kennen? Wat denken jullie? [Vragen?]

Ja dat kan. Je kunt Jezus leren kennen. Door de verhalen in de Bijbel.

Ik hoop dat jullie Jezus graag steeds beter willen leren kennen. Daarom gaan we vanmorgen eens goed naar dit Bijbelverhaal luisteren.

2. Het was feest. Als de Joden feest vierden, dan gingen ze niet naar de kerk. Dan gingen ze naar Jeruzalem, naar de tempel. [dia 4]

Wie kent er Joodse feesten? [vragen]

Pascha

Loofhuttenfeest

Wekenfeest

Poerimfeest

Ik weet niet precies welk feest het nu was. Dat maakt ook niet uit. Het was een feest van de Joden.

Zo leer je Jezus kennen. Hij ging graag voor een feest naar het huis van God.

En jij? Ga jij graag naar het huis van God? Naar de kerk?

Jezus dus wel!

Tijdens dat feest ging Jezus naar een tehuis. Hoe zouden wij het noemen? Een verzorgingstehuis? Een ziekenhuis? Nou, zoiets.

Het was een tehuis met in het midden twee zwembaden. [dia 5] Kijk maar. Het heette Betzata. Of Bethesda. Ze hebben in Jeruzalem resten teruggevonden van het bad. En daarom denken ze dat het er zo uit gezien heeft.

Het had vijf zuilengangen. Vijf grote gangen met pilaren. Aan de voorkant, de achterkant, de beide zijkanten, en één in het midden, tussen de twee zwembaden door.

En die gangen lagen vol met zieke mensen. Jezus ging op ziekenbezoek.

Ook zo leer je Jezus kennen. Hij ging op ziekenbezoek. Ga jij wel eens op bezoek bij zieke mensen? Jezus dus wel. En Hij wil graag dat wij dat ook doen.

3. Er liggen een heleboel zieke mensen.

Ze kunnen niet zien.

Of ze kunnen niet goed lopen.

Gehandicapten die krukken nodig hebben.

Of een rolstoel.

Jezus gaat naar één zieke man toe.

Weet je naar wie?

Een man die al 38 jaar ziek is.

Hoe oud ben jij? [Vragen?]

Ik ben 35 jaar. Pas over drie jaar ben ik 38 jaar.

Zo lang was die man al ziek.

En hij is alleen. Niemand komt naar hem toe. Er komt niemand bij hem op bezoek.

Dat is erg? Dan wordt hij vast nooit meer beter. En als je dan ook nog alleen bent!

Jezus ziet Hem. Jezus gaat juist naar hem toe.

Hoe weet Jezus dat eigenlijk allemaal?

Kent die zieke man Jezus? Nee, hij weet niet wie Jezus is.

Maar Jezus kent Hem wel. [dia 6]

Jezus weet precies wat er met Hem aan de hand is!

Precies die ene man, met wie het zo slecht gaat. Jezus ziet Hem. En hij weet alles over hem!

Nou moet je eens goed opletten. Ik begon met de vraag: kennen jullie Jezus?

Misschien denk je dan wel: ik ken Jezus eigenlijk maar een klein beetje. Of ik ken Jezus helemaal niet; net als die zieke man. Ik kan Jezus niet eens zien. Nog nooit een foto van Hem gezien.

Maar weet je wat zo mooi is?

Jezus ziet ons wel.

Jezus kent ons ook.

Jezus weet precies wat wij meemaken.

Hij weet ook wat we nodig hebben.

Jezus ziet jou – ook al zie jij hem nog niet.

Jezus kent jou – ook al ken jij hem nog niet.

Denk je daar wel eens over na?

Dat is belangrijk. Jezus weet precies wie jij bent.

Als je dan vraagt: Here Jezus, wilt u voor mij zorgen? Dan kan hij dat doen!

4. [dia 7]

Die man heeft dat nog helemaal niet door.

Hij ligt daar.

En er komt iemand naar hem toe. Het is Jezus, maar dat weet die man niet.

Jezus vraagt: Wil je gezond worden?

De man zegt:

Gezond worden? Daar geloof ik niet meer in.

U weet toch wel hoe het hier werkt?

Zo nu en dan komt er een engel in het water. Door die engel komen er golven. En als je dan als eerste in het water gaat, dan word je genezen.

Maar hoe moet ik daar komen? Ik ben alleen, niemand brengt me er naartoe. Ik ben altijd te laat. Er is altijd al iemand anders in het water gesprongen, of gegooid.

De man weet niet beter. Hij is ziek. Hij zal hier blijven tot hij dood gaat. Zo is het nu eenmaal.

Maar dan zegt Jezus:

Sta op, pak je matras, en ga lopen!

Dat zeg je toch niet!

Dat is lomp.

Je zegt toch ook niet tegen iemand in een rolstoel: Spring eruit, en ren weg met je eigen stoel?!

Maar de man doet het! [dia 8]

Hij staat op.

Hij rolt zijn matras op.

Hij legt hem op zijn schouder.

Daar gaat hij!

38 jaar ziek.

En nu: Jezus geneest hem.

Daar loopt hij weer!

De man hoeft helemaal niet te wachten tot het water weer beweegt.

Hij hoeft niet de eerste te zijn die in het water gegooid wordt.

Hij kan lopen.

Hij kan zelfs zijn eigen matras weer dragen.

Zo kan Jezus iedereen die ziek is beter maken.

Jou ook? Of je opa? Of je vriendinnetje?

Hij kan het zeker. Maar ik weet niet of hij het nu al zal doen.

Jezus maakt nu nog niet iedereen beter.

Net als toen: ook toen bleven er ook een heleboel zieke mensen in Betzata.

Jezus heeft er daar toen maar één beter gemaakt.

Maar Hij kan het wel.

Als Hij het doet dan laat Hij zien: Ik zorg ervoor dat straks alles weer goed en mooi is. Dan is er niemand meer ziek.

Daar gaat Hij voor zorgen.

Kan dat? Ja, daar kan Jezus voor zorgen.

Weet je waarom?

Dat zegt Jezus aan het eind. Ik ben net als mijn Vader. Wij werken altijd. En dan bedoelt Jezus: God is mijn Vader. En ik ben ook God. Dus Jezus is net zo machtig als God! Daarom kan hij zieke mensen beter maken. Daarom kan Hij voor jou en voor mij zorgen.

Zie je hoe je Jezus leert kennen in zo’n Bijbelverhaal?

Heb jij Hem nu beter leren kennen?

Ik hoop het – en ik hoop vooral dat je meer van Hem gaat houden!
Want Hij houdt ook heel veel van jullie.

En ik hoop dat jullie ook op Hem gaan lijken – steeds meer.

[dia 9] Dus als ik alles nog een keer op een rijtje zet:

Wie is Jezus?

Jezus gaat graag naar het huis van God.

Jezus gaat graag op ziekenbezoek

Jezus ziet jou en kent jou

Jezus vraagt wat je graag wilt

Jezus geneest!

Jezus is Gods Zoon…

5. Zo leer je Jezus hier kennen.

Maar je ziet hier ook mensen – hoe zij reageren op Jezus. Hoe kijken zij tegen Jezus aan? En hoe zie jij Jezus? [dia 10]

Samen met de grotere mensen wil ik nog eens naar deze geschiedenis kijken. Nu vanuit de vraag: Hoe zie jij Jezus?

We beginnen in vers 6 tot 8. Jezus vraagt aan die zieke man: Wil je gezond worden?

Beter worden? De man bedenkt helemaal niet dat Jezus hem beter wil maken. Hij hoopt dat Jezus hem wel naar het bad wil brengen. Maar is dat wat Jezus wil geven? Een beetje helpen iemand naar het water te dragen?

De reactie van deze man is typisch voor wat het evangelie dat Johannes schrijft. De zieke snapt de diepe bodem van Jezus’ vraag helemaal niet.

Net zoals Nikodemus vorige week in hoofdstuk 3 niet snapte wat Jezus bedoelde, toen het ging over een geboorte van boven.

Zo reageren mensen kennelijk zo maar op Jezus: ze pikken de diepere, de geestelijke laag niet op in wat hij zegt.

De man verwacht bovendien veel te weinig van Jezus. Terwijl de overvloed die Jezus wil geven, veel groter is. Denk aan twee week geleden, het verhaal van de bruiloft in Kana. Een overvloed van wijn, topwijn!

Zo reageren mensen kennelijk zo maar op Jezus: ze verwachten veel te weinig van Hem. Ze hebben helemaal niet door wat Hij kan geven!

Met die zieke man houdt Johannes ons een spiegel voor. Zie je hoe die zieke man op Jezus reageert?

Wat herken jij zelf daarvan?

Pik jij die diepere laag wel op? Of leef jij vaak nogal oppervlakkig?

Heb jij door wat Jezus allemaal wil geven? Hoeveel verwacht jij van Jezus?

Wij doen dat allemaal niet vanzelf – ik ook niet. Zonder de Geest wordt ons leven zomaar oppervlakkig en leeg.

Bid steeds weer dat je door de Geest mag leven. Dat de Geest je antenne geeft voor de diepte in Jezus’ woorden.

Bid dat de Geest je de ogen opent voor de overvloed die Jezus uitdeelt.

Je helpt om veel van Jezus te verwachten.

En Haïti dan?

Geeft Jezus daar ook overvloed?

Geneest Jezus daar ook?

Wat moeten ze daar van Jezus verwachten?

Het is niet gek als die vragen opkomen. Maar ik kan nu niet meer dan wat stukken van een antwoord aanreiken.

En wat moet ik daar op afstand over zeggen? Vraag het de mensen op Haïti zelf eens. Zie hoe mensen op Haïti zich tijdens een openlucht kerkdienst laten troosten door het lichaam van Christus. Hoor iemand God danken als ze gered wordt uit het puin.

Als ik me dan even beperk tot wat je leest in deze geschiedenis: Jezus genas die ene man die al 38 jaar die was en geen hulp had. Hem zag Hij. Ik ben ervan overtuigd dat Jezus oog heeft voor zijn broers en zussen op Haïti. Hij ziet en hij weet. Het zou best kunnen dat Jezus op Haïti aan gelovige christenen veel van zijn overvloed kwijt kan. Veel meer dan in een Nederlands ziekenhuis. Hoeveel geloof vindt Hij daar? Het zou me niet verbazen als christenen op Haïti meer van Jezus verwachten dan veel mensen hier in Nederland.

Jezus geeft je leven geestelijke diepgang. Hij geeft overvloed. Je mag veel van Hem verwachten!

6. En let ook eens op vers 14.

Jezus zegt tegen die man: Je bent nu gezond geworden. Zondig niet meer. Anders zou je iets ergers overkomen.

Wat bedoelt Jezus hiermee?

Hij laat zien: een lichamelijke genezing is het begin. Maar wil je echt leven? Zondig dan niet meer. En de belangrijkste zonde in Johannes, dat is: niet in Jezus geloven. Niet in God geloven.

Als je zondigt, roep je uiteindelijk Gods eeuwige oordeel over je af. Dat is erger dan 38 jaar ziek zijn. Erger dan een aardbeving op Haïti.

Hoor je het Jezus zeggen?

Beste man, je bent nu genezen, maar je bent pas echt genezen als je opnieuw geboren bent en een nieuw leven leidt. Als je in mij gelooft.

Maar wat doet die man?

Als de Joden boos op hem worden omdat hij nota bene op sabbat met zijn matras rondloopt, schuift hij alle schuld van zich af – die man die me beter heeft gemaakt, die zei dat ik dat moest doen; vers 11.

Als hij later ontdekt wie Jezus is, vertelt hij het aan de Joden. Heel anders dan de blindgeborene waarover het in Johannes 9 gaat. Die roept de Joodse leiders op tot geloof. Deze man wil de Joodse leiders te vriend houden. De dingen niet op scherp zetten. Zelf geen gevaar lopen.

Ook dat is een spiegel. Als Jezus je iets moois gegeven heeft, als je hebt gemerkt wie Hij is. En dan?

Ga je door met zondigen? Of geloof je in Jezus Christus en gehoorzaam je Hem?

Kies ik er voor om voor alles de mensen tevreden te houden? Dingen niet op scherp te zetten omwille van de lieve vrede?
Of staat Jezus op de eerste plaats? Is God in alles de eerste? Wat de mensen ook zeggen?

7. Want, dat als laatste, die hebben alles met elkaar te maken. Jezus en God.

De Joden worden mega-nijdig aan het eind. Jezus stelt zichzelf gelijk aan God – vers 18. En dat voelen ze goed aan.

Jezus stelt zichzelf boven de sabbat.

En wat nog erger is: Hij vergelijkt zichzelf met God. Hij zegt zelfs: Ik doe net zoals mijn Vader. God – zijn eigen Vader? Ze willen Jezus doden.

Wat roept dat bij ons op?

Is Jezus arrogant? Overschreeuwt hij zichzelf? Maakt Hij het zichzelf moeilijk voor niks?

Of geloof je Hem – vol bewondering en aanbidding?

Wie gelooft in Jezus die ziet: Hij spreekt de waarheid.

Hij is de Zoon van God, zelf God.

Zo leer je Hem hier kennen.

Daarom gaat hij graag naar het huis van zijn Vader.

Daarom ziet Hij jou en kent Hij jou.

Daarom kan Hij genezen.

Hij is Gods Zoon.

Hij luistert.

Hij helpt.
Hij geneest ons lijf en ons leven.

Wees daarom blij!

Samen een huis voor God – een huis van levende stenen!




Johannes 3,3-8 – Zoek elkaars hart, zoek echt geestelijk leven

Liturgie

Voorzang Gez 121,1.2.3
Stil gebed
Votum / groet
Zingen Gez 121,4.7.9
Wet
Zingen: Ps 96,1.4
Gebed
Schriftlezing:
- Joh 2,23-3,21
- Joh 1,6-13
Zingen: Gez 103,1.5.6
Preek over Joh 3,3-8
Zingen: Gez 105,1.2.3.5
Kinderen
Gebed
Collecte
Zingen Ps 16,1.3.5
Zegen

Opmerking: ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 3,3-8 – Zoek elkaars hart, zoek echt geestelijk leven

1. Jasper komt op school. Het is maandag. Weet je wat hij zaterdag heeft gedaan? Hij wil het aan iedereen vertellen.

Op het schoolplein rent hij ’s morgens naar Marco toe. ‘Hé, weet je waar ik zaterdag geweest ben?’ Maar Marco luistert niet. ‘Wacht even, ik ben aan het knikkeren.’

Dan de meester, die komt net naar buiten gelopen. ‘Meester, meester!’ ‘Ha Jasper, goed weekend gehad? O wacht, ik moet even de moeder van Esmé spreken. En weg is de meester.

Ze willen niet naar Jasper luisteren!

Terwijl hij zaterdag in Artis is geweest! In de dierentuin!

Wat zou jij willen als jij iets te vertellen hebt?

Dan wil je dat ze naar je luisteren toch?

Als je naar elkaar luistert, dan heb je contact.

Wat is dat eigenlijk, contact?

Als je op een feestje met elkaar zit te praten, heb je dan echt contact? Sterke verhalen, moppen, roddels? Heb je dan echt contact? Je kunt een grote mond hebben, anderen aan het lachen maken, en je toch alleen voelen. Terwijl niemand het mag weten.

Van de week had ik zo’n moment dat ik voelde: nu heb ik echt contact.  Ik zat in een groep. Tijdens ons gesprek deden we op een gegeven moment een rondje. Iedereen zou iets vertellen over hoe zijn verbondenheid met de Here Jezus in zijn leven doorwerkt. We hadden daarvoor al een tijd met elkaar gepraat, en de sfeer was prima. Maar toen iedereen vertelde over Christus in hem, werd het contact dieper. Dan gebeurt er iets moois. Ik voelde me meteen veel dieper verbonden met hen dan daarvoor.

Als je allebei christen bent, dan kun je een diep geestelijk contact met elkaar hebben. Hoe vaak heb jij zulk contact met een ander?

Ik maak lang niet altijd echt contact. In pastorale gesprekken probeer ik het te doen, als dominee. Maar gewoon, als ik iemand even spreek? Dan blijven gesprekken vaak oppervlakkig. Ik heb ook lang niet altijd zin om me in mijn hart te laten kijken.

Ook als christenen kun je zitten praten, zonder je in je hart te laten kijken. Zelfs als je het over de kerk hebt. Dan gaat het alleen over de dingen die we met elkaar doen. Over de stropdas van de dominee, of het kapsel van de vrouw van je wijkouderling, of over de liederen die we zingen, of over wat je van het orgelspel vond.

2. Je kunt ook over Jezus praten, zonder dat je hart er bij is. Discussiëren. Op afstand blijven staan. Beoordelen. Kijken hoe het precies zit, zonder jezelf te geven.

Ik weet niet hoe Nikodemus precies bij Jezus kwam. Ook hij praatte over Jezus. Maar hij praatte over Jezus met Jezus zelf. ‘Rabbi, wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is.’ Hij wil weten wie Jezus is. Hij zoekt naar handvatten om grip op Jezus te krijgen.

Hij is welwillend, nieuwsgierig. Maar hij laat zich niet in zijn hart kijken. Vriendelijk maar afstandelijk.

Ik zou geen moeite hoeven te doen om hierin mee te gaan. Vriendelijk en afstandelijk praten over Jezus. Zonder dichtbij te komen. Zonder echt op een geestelijk nivo te belanden. Maar ik heb ook vaak genoeg gemerkt: Als je door durft te steken, in je hart laat kijken, dan kan er iets moois gebeuren.

Jezus durft het. Hij stoot door naar een dieper, een geestelijk nivo.

Jezus laat zich ook niet misleiden. Hij weet wat er in mensen omgaat, 2,25.

‘Nikodemus, heb jij wondertekenen gezien?

Maar zie je in die wondertekenen ook een teken van het koninkrijk van God?

Wil jij niet alleen die tekenen zien maar ook dat koninkrijk?’

En daar zit iets bij in over wie Jezus zelf is. ‘Wil jij mij zien als degene die bij Gods koninkrijk hoort? Die jou in Gods rijk kan brengen?

Nikodemus, dan moet jij opnieuw geboren worden.’

In het Grieks staat er een woord dat je op twee manieren op kunt vatten: van boven geboren worden. Of voor de tweede keer geboren worden. Expres een dubbelzinnige uitdrukking. Zo is het allebei: het gaat om een tweede geboorte. En dat is een geboorte van boven.

Dus wat doet Jezus?

Nikodemus komt om vriendelijk maar afstandelijk te praten. Hij wil wel eens kijken wat voor iemand die Jezus is. Hij wil meer informatie. Hij wil zelf bepalen hoe hij tegenover Jezus moet staan. Zo kunnen wij ook praten met een niet-christen. En soms voel je dan: nu kan ik dieper – me in mijn hart laten kijken. De ander laten zien: zonder Jezus loop je vast. Maar je doet het niet.

Of over wat er in de kerk moet gebeuren. Over wat er goed gaat en wat er niet goed gaat. Maar ons hart blijft buiten schot.

Dan zegt Jezus: laten we even stoppen met discussiëren. We hebben het even niet over of je ergens voor bent of ergens tegen.

Laten we eerst eens kijken of we werkelijk met elkaar verbonden zijn.

Laten we eerst eens kijken: Wie ben jij tegenover God?

Volgens mij zouden wij dat ook steeds moeten doen. Contact zoeken van hart tot hart. Elkaar zoeken op geestelijk nivo.

3. Dat wil niet zeggen dat je dan meteen diep geestelijk contact hebt. Hoe ging het bij Jezus en Nikodemus?

Ik zei net: Jezus gebruikt in het Grieks een uitdrukking die je op twee manieren kunt verstaan: van boven geboren, en voor de tweede keer geboren. Expres dubbelzinnig.

Nikodemus heeft dat niet door. ‘Hoe kun je nu voor de tweede keer geboren worden? Ik kan toch niet weer helemaal klein worden, een baby in de baarmoeder, en dan weer geboren worden?’ Hij denkt alleen maar horizontaal. De link met boven, met God, daar heeft hij geen oor voor.

Terwijl hij veel weet van God en van de Bijbel. Hij was één van de Joodse leiders, een leraar van Israël, een Farizeeër zelfs. Dat waren mensen die heel Bijbelgetrouw waren en heel serieus probeerden volgens de wet van God te leven. Maar hij snapt niet wat Jezus zegt.

Zo erg is het dus met ons mensen.

Nikodemus snapt niks van wat Jezus zegt – en daarmee laat hij ongewild zien: wij moeten echt veranderen. Wij hebben geen oog voor God, voor Gods rijk. Als wij niet van boven geboren worden, opnieuw geboren worden, dan blijven wij alleen maar menselijk denken. Pas wie van boven geboren is, die kan vanuit boven denken en geloven en kijken.

Hoe is dat bij ons? Denk jij alleen horizontaal, net als Nikodemus?

Vanuit wat mensen doen, hoe mensen reageren, hoe mensen zijn? Zo gaat het nu eenmaal en mensen verander je niet. Mij niet, die ander niet. Hoe zouden mensen kunnen veranderen?

Zo kan het bij ons gaan. Dat je heel veel kennis hebt. Dat je veel weet van wat in de Bijbel staat. Dat je precies weet hoe het hoort in de kerk.

En dat je toch alleen maar horizontaal denkt. En niet echt snapt wat de Jezus ons wil leren en waar het goede nieuws van Jezus Christus over gaat.

Kan dat echt?

Ja. Dat je wel kennis hebt, maar geen liefde.

Dat je wel heel actief bent, maar niet vol van Gods genade.

Dat je wel volgens de letter alles precies goed doet, maar de Geest mist.

Dat je veel over de kerk praat, maar niet vanuit Jezus Christus spreekt en denkt.

Kennis, je inzetten in de kerk, het is goed en belangrijk. Maar met alleen kennis en inzet kom je niet in Gods koninkrijk.

Dat zeg ik niet, dat zegt Jezus zelf. Alleen wie geboren wordt uit water en geest kan het koninkrijk van God binnengaan.

4. Jezus zegt nu niet tegen Nikodemus: Wat ben jij dom. Ben je niet opnieuw geboren of zo? Ga dan maar naar huis en kom terug als het zover is. Ik praat alleen met wedergeboren christenen.

Natuurlijk niet. Als je ergens opnieuw geboren wordt, dan is het als je naar Jezus’ lessen luistert. Doe dat: goed luisteren naar Jezus!

Wat bedoelt Jezus met die tweede geboorte, die geboorte van boven?

Een heftige bekeringservaring? Een heel warm gevoel van binnen? Moet je dan een stem gehoord hebben? Er zijn mensen die dat denken. En die een beetje bang worden: dat heb ik nog niet meegemaakt. Ik ben dus nog niet opnieuw geboren.

Die schrik kan terecht zijn. Nikodemus is vast ook geschrokken. Kom ik dan niet in Gods koninkrijk?

Niet als je niet opnieuw, van boven geboren bent.

Maar luister wel wat Jezus zelf zegt over die tweede geboorte.

Het is geboren worden uit water en geest, vers 5. Water reinigt en maakt schoon. Die nieuwe geboorte komt er dus door reiniging en vergeving van zonde. Helemaal opnieuw mogen beginnen.

De Geest geeft je nieuw leven. Die nieuwe geboorte gebeurt dus als de Geest in je komt wonen.

En Jezus zegt, vers 6: als je uit een mens geboren bent, ben je menselijk. Dat geldt voor iedereen. Wij zijn geboren als mensen en we blijven mensen. Dus we moeten allemaal opnieuw geboren worden. Maar allemaal moeten we ook zeggen: wij kunnen daar zelf niet voor zorgen.

En zegt Jezus: wat geboren is uit de Geest, is geestelijk. Opnieuw geboren zijn, is geestelijk geworden zijn. Dat wordt je door de Heilige Geest. Die zorgt er dus voor dat jij en ik opnieuw geboren worden. Als de Heilige Geest in ons komt wonen, dan gebeurt het.

Wedergeboorte is geen bijzonder gevoel. Al voel je als het goed is na je nieuwe geboorte wel steeds meer voor Jezus!

Wedergeboorte is niet hetzelfde als bekering. Je wordt opnieuw geboren – dat overkomt je. Terwijl je jezelf bekeert. Natuurlijk hoort bekering er wel direct bij: je baalt van je zonde, van je oude menselijke leven. En je wilt graag geestelijk leven – dat is bekering.

Na je nieuwe geboorte ben je niet meteen uitgegroeid. Wie geboren wordt, is een baby. Maar na je geboorte ga je wel groeien naar volwassenheid.

Dus wat is die nieuwe geboorte?

Dat is het begin van je nieuwe leven als christen. Nieuw geestelijk leven dat je krijgt doordat de Heilige Geest in je komt wonen

5. Maar hoe weet ik of ik opnieuw geboren ben? Het blijft zo toch een beetje vaag.

Jezus geeft een voorbeeld om het duidelijk te maken: vers 8 (voorlezen).

Daaraan zie je twee dingen:

Als eerste: Het is inderdaad een geheim. Denk aan de wind, zegt Jezus. En leef je dan even in hoe het vroeger was: zonder buienradar, zonder weerkaarten met hoge- en lagedrukgebieden. Dan is de wind mysterieus: waar komt hij vandaan, waar gaat hij heen?

Zo is het ook met uit de Geest geboren zijn. Je krijgt er niet precies grip op.

En dat is niet gek. Ik kan dat voor jullie gelukkig niet anders maken. We hebben hier met een Goddelijk geheim te maken – je staat hier voor Gods grootheid, God die onzichtbaar is, en overal, die zo machtig is.

Maar ook een tweede. Als het waait, hoor je de wind in het riet. Of je hoort de storm bulderen. Waait het? Dat is meteen duidelijk, daar hoeft niemand over te twijfelen.

Zo is het ook duidelijk of de Geest in je woont en je dus opnieuw geboren bent. Of niet.

Als de Geest in je woont, dan merk je dat.

Kijk maar: Wat doet de Geest?

De Geest zorgt ervoor dat je erkent: Jezus is Heer. En dat je Jezus wilt gehoorzamen. De Geest geeft geloof.

De Geest zorgt ervoor dat je in je gebed tegen God ‘Vader’ durft te zeggen. Als Gods eigen kind durf je met Hem om te gaan. De Geest is immers Geest van het gebed. En van het kind van God-zijn.

De Geest is ook de Geest van leiding. Hij zorgt er bijvoorbeeld voor dat je wakker wordt met een bemoedigend lied in je hoofd. Of dat je precies een gedeelte uit de Bijbel leest dat je nodig hebt.

Of Hij laat je je zonde ontdekken. Dat je baalt van je zonde omdat je God verdriet doet.

Als in jouw leven de vrucht van de Geest groeit, dan doet de Geest dat: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

De Geest legt Gods liefde in je hart. Zo kun je er zeker worden dat God van je houdt, en je niet bang voor God hoeft te zijn.

Elke keer dat we hier gemeenschap met elkaar ervaren, zorgt de Geest voor verbondenheid.

En zo zou ik door kunnen gaan.

Dit is de kern: de Geest brengt je bij Jezus. Zorgt dat je in Jezus gelooft en van Jezus gaat houden. Zorgt dat je één bent met Jezus. Dat Jezus steeds meer in ons vorm krijgt. Dat we komen in Gods rijk.

6. Zie je de Geest werken, zoals je de wind ziet waaien? Bij jezelf en bij anderen? Waar je dat herkent, daar is de Geest in jou en in anderen aan het werk!

En heb je het er met elkaar over?

Zou je het tegen iemand durven zeggen: ‘Ik ben bang dat ik nog niet wedergeboren ben? Of misschien is er een begin van nieuw leven, maar het is zo klein. Ik heb nog zo weinig oog voor wat God geeft, en daar verlang ik wel naar. Hoe ga jij daar mee om, kun jij me helpen?’

Durf je het te zeggen tegen iemand die je wat beter kent: ‘He weet je, ik hoor je over van alles praten, maar eigenlijk nooit over de Here Jezus. Je praat vaak zo horizontaal. Wie is Jezus voor jou eigenlijk? Laat jij je leiden door de Heilige Geest?’

Als je zo zo elkaars hart zoekt, dan krijg je echt contact en stimuleer je elkaar. Dan kunnen er momenten zijn dat ik met iemand praat en dat we beiden tranen in de ogen voelen opkomen. En je voelt je diep verbonden: we horen bij dezelfde Heer – Jezus Christus. En dezelfde Heilige Geest wil ons beiden zoveel geven! Dat is zo bemoedigend.

Laten we dat steeds zoeken: die verbondenheid proeven. Dat zeg ik ook tegen mezelf. Bij elkaar, voor elkaar, dat nieuwe leven zoeken, dat de Heilige Geest geeft.

Dan heeft het zin om te praten over wijken en groepen.

Over hoe ouderen en jongeren samen gemeente kunnen zijn.

Over wat we in een kerkdienst doen; in een themadienst, een gezinsdienst.

Als je alleen daar maar over praat, dan ben je het misschien heel erg met elkaar eens. En dan zijn die anderen zo dom bezig.

Of je bent helemaal niet eens. En dan krijg je ruzie.

Maar er zit een laag onder: de laag van je hart. Van de gemeenschap van de Heilige Geest. De laag van een geboorte uit God en van nieuwe, onverwachte mogelijkheden. Daar worden we één, één gemeenschap van levende stenen.

Waar leer je dat, waar vind je dat?

Je leert het van Jezus – kijk hoe Jezus echt contact zoekt met Nikodemus. Doorstoten naar een dieper nivo.

Jezus is het ook die dat nieuwe leven geeft – lees maar verder in Johannes 3: hij werd verhoogt aan het kruis, opdat iedereen die gelooft in Hem eeuwig leven heeft. Het staat er twee keer, vers 15 en 16.

Leef met Jezus, luister naar Jezus, geloof in Jezus, gehoorzaam Jezus.

En de Geest zal waaien.

Dan worden mensen opnieuw geboren uit God

Dan groeit ons nieuwe leven uit.

We zullen echt contact met elkaar hebben.

We zullen de vrucht van de Geest in onze gemeente zien!




Johannes 2,1-11 – Kijk, de heerlijkheid van Jezus: wat een wijn!

Liturgie

Voorzang  Gez 132,1.4.6
Stil gebed
Votum / groet
Zingen Ps 92,1.2.5
Wet
Zingen Ps 119,49.66
Gebed
Schriftlezing (en tekst): Joh 2,1-11
Zingen Gez 115,1.2
Preek
Zingen: LB 288,1.5.7.8
Gebed
Collecte
Zingen Gez 52
Zegen

Opmerking: ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 2,1-11 – Kijk, de heerlijkheid van Jezus: wat een wijn!

1. Koud is het hè? Stel je voor dat je nu zou trouwen, met zo’n trouwjurk met een blote rug of zo. Bibberkoud, verschrikkelijk. Buiten is het koud, maar bij de bruiloft in Kana belanden we in andere sferen. Zoiets als waar Janneke nu zit, op Cyprus, een graad of 20, 22 is het daar nu. Zo is het weer in Kana ook, of warmer. Leuk trouwens: een preek schrijven over een bruiloft terwijl je alleen thuis bent en je vrouw op Cyprus zit. Maar goed, wat zou het geweest zijn, voorjaar?

Met het weer zat het vast goed. Het vroor niet, er lag geen sneeuw. Nee, het was weer om feest te vieren.

En dat deden ze.

Jezus’ moeder, Maria was ook op het feest. Net als Jezus en zijn eerste leerlingen. En toen was de wijn op!

Was het een feest van familie? In elk geval: Maria voelt zich verantwoordelijk. Dus ze gaat naar haar zoon toe: De wijn is op! Kunnen we daar wat aan doen?

Ik kan me ergens voorstellen dat mijn moeder zo ook naar mij toe zou kunnen komen. En zeker als Jozef al overleden is – hij komt niet meer voor in het verhaal. Dan ga je naar je oudste zoon toe: ‘Jezus, de wijn is op!

Moeten we naar de winkel gaan? Zou Levi, de oom van onze buren nog wijn in voorraad hebben?’

Of zou Maria aan een wonder gedacht hebben? Ik weet het niet. Misschien wel niet. Jezus had nog nooit in het openbaar wonderen gedaan. Misschien ook wel…

Wat reageert Jezus dan gek.

‘Mevrouw, is dat uw zaak of mijn zaak? Mijn tijd is nog niet gekomen.’

Hoe zou jij reageren als je iemand iets vraagt, en je krijgt zo’n antwoord?

Zou je boos worden? Gepikeerd?
‘Ok, dan hoeft het niet meer!’

Zou je in discussie gaan?

En als het je eigen zoon was?

En… als jij iets aan Jezus vraagt, en je zou zo’n reactie krijgen:

‘Meneer, wat wilt u van mij? Mijn tijd is nog niet gekomen?’

Als je heel graag iets van God wilt krijgen en je hebt het gevoel dat God niet reageert, afstandelijk is, niet luistert?

Zou je dan teleurgesteld raken in God? Minder gaan Bijbellezen, minder gaan bidden? Sneller toegeven aan je verveling, je knorrigheid, je verslavingen?

Als ik het bij mezelf houd: misschien wel… Subtiel wraak nemen – het kan tussen mensen gebeuren, je kunt het ook richting God doen. Als je je zin niet snel genoeg krijgt.

2. Kijk eens hoe Maria reageert. Ze gaat niet in discussie, ze wordt niet boos. Ze heeft wel goed geluisterd. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’

Jezus zegt het vaker in het Johannes-evangelie. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Dan gaat het meestal over het beslissende moment van zijn verheerlijking. Door te sterven aan het kruis zal Hij zijn heerlijkheid laten zien en naar zijn Vader gaan.

Pas als het zijn tijd is, dan zal Hij zijn heerlijkheid laten zien. Zo zegt hij het hier ook: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’?

Zou hij … bedoelen dat Hij straks iets gaat doen?

Maria heeft inderdaad goed geluisterd.

Kijk maar wat ze doet.

Ze rekent erop dat Jezus vroeg of laat iets zal doen. Ze stapt naar de bediening toe. ‘Zie je die man daar? Als hij straks naar jullie toekomt, moet je doen wat Hij zegt. Al denk je: waar is dat nu weer goed voor?’

Ze gaat niet zitten mokken.

Ze gaat niet zelf iets op touw zetten.

Ze loopt Jezus niet in de weg.

Zie je hoe Maria een prachtig voorbeeld geeft van geloof?

Ze gelooft in Jezus – Hij gaat straks iets doen. Wat, wanneer, dat weet ze niet. Maar ze is vol verlangen. Ze blijft vol verwachting. Jezus gaat iets groots doen. Hij zal ons niet in de steek laten.

Ze gaat voorbereiden: mensen klaar maken. Dan staan ze straks klaar als er iets gedaan moet worden. Dan krijgt Jezus alle ruimte. Dan kan hij geweldige dingen doen.

Hoe doe jij dat, als je moet wachten? Als Jezus Christus niet direct ingrijpt in je leven? Ook al bid je er nog zo hard om?

Ga je zelf druk aan de slag – als Jezus het niet doet, dan moet ik maar?

Haak je af – dan maar niet?

Ik denk dat het ons vaak wel zo vergaat. Stoppen met bidden, en zelf iets gaan organiseren. Of helemaal niks doen. Ik herken dat ook bij mezelf.

Neem een voorbeeld aan Maria. Laten we het tegen elkaar zeggen:

Vroeg of laat gaat Jezus iets doen – omdat Hij het zelf beloofd heeft.

Misschien heeft hij jou daarbij wel nodig.

Sta klaar voor als Jezus jou oproept en een opdracht geeft.

Voor als iemand hulp nodig heeft.

Voor als er iets in de gemeente gedaan moet worden.

Voor als we kunnen getuigen van onze Heer.

Wees voorbereid – voor als de tijd van Jezus gekomen is!

3. Waar Jezus geloof vindt, daar gaat Hij ook aan de slag.

Voor de eerste keer gaat Hij een wonderteken doen.

Daarbij gaat Hij doelbewust te werk. Hij kiest zes grote stenen watervaten uit. Want ze waren groot. Weet je hoeveel twee of drie metreten is?

Dat is tachtig tot honderdtwintig liter. Bij elkaar dus zo’n 600 liter – 600 literpakken met drinken.

Maar wat waren dat voor watervaten?

Het gaat er niet alleen om dat ze groot waren. Jezus kiest ze ook om een andere reden uit. Ze stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel.

De wetten van Mozes schrijven voor dat wat onrein is, gewassen en gereinigd moet worden. De Joodse wetgeleerden hadden dat verder uitgebreid: wanneer je iets moest wassen, wanneer je je handen moest wassen.

Hygiënisch.
Maar ook kosher – rein volgens de regels van God.

Zo had God het zijn volk geleerd: leef volgens mijn regels, leef rein en heilig.

Die watervaten verwijzen naar die regels van Mozes.

Weet je nog wat er in Johannes 1 staat, vers 16 en 17?

‘Uit zijn overvloed hebben wij allemaal ontvagen, zelfs genade in plaats van genade. Want de wet is via Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.’

De gave van de wet van Mozes was een gave van Gods genade.

Maar nu komt er iets in plaats van die wet.

Jezus gaat die wetten van Mozes overtreffen met een veel grotere gave. De overvloed van zijn genade en waarheid.

Op welk nivo leven wij?

Op het nivo van de wetten van Mozes?

Of op het nivo van de vervulling: de overvloed van genade en waarheid van Jezus Christus?

De wetten van Mozes zijn goed. Proberen te leven volgens de wetten van Mozes is goed. Dan streef je ernaar om rein te zijn. Heilig. Toegewijd aan God. Je doet het keurig volgens de regels. Dat is waardevol – je leven kosher.

Maar lukt dat streven altijd als wij zelf aan de slag gaan?

Nee.

Je kunt er heel druk mee zijn, maar word je dan ook iemand die echt op God lijkt? Die echt vol is van God?

Nee.

Het blijft karig. Keurig, maar afgepast. De haren netjes gekamd, nette kleren, nette mensen.

Maar getuigt zo’n leven van Gods overvloed?

Nee.

Ik – en ik denk veel van ons – we moeten ervoor oppassen dat we niet blijven hangen op het nivo van Mozes. Netjes volgens de regels leven, en dan is het wel goed.

4. Want Jezus laat die vaten niet voor niks helemaal met water vullen. Tot de rand toe. Ze lopen zowat over.

Is dat de overvloed van Jezus? Een overvloed van reinigingswater?

Dat we alle regels kunnen houden? Dat alle onreinheid weg is? Dat we helemaal op en top keurig zijn?

Het lijkt erop. Want als de bediening ervoor gezorgd heeft dat de vaten helemaal vol zijn, zegt hij: Schep er nu wat uit, en geef het aan de ceremonie-meester.

Dus, daar lopen twee mensen van de bediening met een grote pollepel. Ze gieten wat in een beker, en ze geven het aan de beste man. Die weet natuurlijk dat de wijn bijna op is. Hij drinkt.

‘Wat is dit? Waar hebben jullie dit vandaan? Wow, dit is fluweel op je tong. Wat een bouquet! Wat een nasmaak. Dit is een topwijn!’

En hij rent naar de bruidegom.

‘Wat doe jij nou?

Normale mensen die schenken op hun feestje eerst de goede wijn.

En dan later, als er goed gedronken is, dan kun je ook die goedkope nog eens schenken. Dan proeven ze het niet meer precies.

Jij hebt de allerbeste wijn tot het eind van het feest bewaard!’

Bij de deur naar de keuken staat Jezus te kijken. Zijn ogen glimmen.

Ze hoeven niet te weten waar die wijn vandaan komt.

Vandaag is het feest! Het feest van de liefde van het bruidspaar.

Daar gaat het om.

Dat feest moet doorgaan – het moet nog mooier worden.

Zo is de overvloed van Gods goedheid en waarheid.

Jezus kiest er bewust voor om het zo te doen.

Stenen watervaten, om alles keurig kosher te maken.

Ze staan nu vol met een overvloed van wijn – topwijn.

In plaats van een keurig leven volgens de wetten van Mozes komt iets anders.

Proef je het? Wat ervoor in de plaats komt?

Hoe zou je dat voor jezelf omschrijven?

Gods liefde, Gods overvloed, Gods goedheid en waarheid, de genade van Jezus Christus, zo is het dus:

Voor een keurig leven volgens de wetten van Mozes komt iets anders in de plaats.

Het beste op het laatst.

Hij schept iets nieuws.

Topwijn, zodat het feest van het leven door kan gaan.

Topwijn, zodat het leven nu echt een feest wordt.

Topwijn, wijn van ware liefde.

Proef je er iets van?

Ken jij zelf die volheid?

Ik denk dat niemand van ons die overvloed volledig kent.

Is dat onze eigen schuld?

Misschien ook wel – vaak zijn we al snel tevreden.

Misschien laten we wel veel te veel liggen.

5. En dan?

Denk aan Maria.

Laat je niet ontmoedigen.

Misschien sta je God wel in de weg. Laat je Gods overvloed teveel liggen.

Die ontdekking kan een nieuw begin zijn!

Zorg dat je oog krijgt voor de heerlijkheid van Jezus en voor de overvloed die Hij geeft. Misschien is die overvloed wel dichterbij dan je denkt. Verborgen, maar wel zo heerlijk.

Want …hoe ging het toen in Kana?

Probeer je eens in te denken hoe het daar was.

Hoeveel mensen hebben toen gesnapt wat het betekende – wijn uit die reinigingsvaten?

Hoeveel mensen hebben werkelijk door gehad wat er gebeurd was?

Was er toen in Kana al vrede op aarde? Was toen alles al klaar?

Misschien werden er wel mensen dronken die met elkaar op de vuist gingen.

Misschien gooide iemand met een zatte kop wel een hele stapel borden omver.

Jezus laat zijn heerlijkheid zien – maar wie hebben er oog voor gehad?

Jezus’ leerlingen geloofden in Hem. Over de bedienden wordt niets gezegd.

Zijn grootheid was zichtbaar, maar ook nog verborgen.

Jezus’ grootheid is vaak nog verborgen – en tegelijk zo heerlijk.

De heerlijkheid van Christus die sterft aan het kruis – verschrikkelijk. En zo kostbaar.

De heerlijkheid van Christus in de hemel die je niet ziet – lastig. En zo belangrijk.

De heerlijkheid van Christus – die het op zijn manier doet. Op wie je moet wachten. Die soms anders te werk gaat dan je verwacht.

Zie jij de grootheid van Jezus? In jouw eigen leven?

Voor Jezus’ grootheid kun je oog krijgen.

Je krijgt er oog voor als je Jezus leert kennen.

Als je gaat ontdekken wat zijn heerlijkheid inhoudt.

Bijvoorbeeld in de geschiedenis van de bruiloft in Kana.

En dan ook in je eigen leven.

Ken jij Jezus uit de Bijbel? En herken je Hem dan in je leven van elke dag?

Ik sprak eens iemand die door ziekte aan huis gebonden zat. Ze kon geen kant op. Ze had veel pijn. Ze vertelde: Regelmatig denk ik: Ik heb iets nodig, hoe moet ik daar nu weer aan komen? Ik ben alleen, maar ik wil ook niet iemand anders vragen. Hoe ga ik dat oplossen?

En elke keer als het zo is, dan komt er iemand binnen. Elke keer word ik op tijd geholpen.

En ze was er zelf enorm dankbaar voor. En ze hield van haar Heer.

Daar zie ik de grootheid, de heerlijkheid van Jezus.

Zo begint het – voor wie het wil zien.

6. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Toen in Kana was er heel veel wijn.

Maar het was alleen nog maar wijn.

Jezus staat in Kana aan het begin van zijn weg. Hij doet zijn eerste wonderteken. Een veelbetekenend begin. Hier ga ik jullie brengen. Zo overvloedig wordt Gods feest!

Ook wij zijn nog op weg naar de volle overvloed van dat feest.

Tegelijk is er na Kana al wel meer gebeurd.

Het uur van Jezus is echt gekomen. Als hij sterft en opstaat uit de dood. Als Hij naar zijn Vader gaat. Als Hij ons bij zijn Vader brengt. Kijk in Johannes 14 vers 2 en 3. Hij is er nog mee bezig om ons in het huis van de Vader te brengen. Maar we zijn wel verder dan toen in Kana.

Toen was de volheid van de Heilige Geest er nog niet. Nu is het Pinksteren geweest. De Geest is gekomen in overvloed: rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie gelooft – Joh 7,38-39.

Van wie gelooft – precies dat wat wat typerend was voor Maria en de leerlingen: ze zagen zijn eerste wonderteken – en ze geloofden in Jezus.

Wie gelooft in Jezus, die ziet steeds weer zijn grootheid en die vindt zijn overvloed.

Wij kunnen Jezus’ overvloed nog niet volledig kennen – dat komt nog.

Maar we kunnen wel op een te laag nivo blijven hangen, door gebrek aan geloof.

Alsof er alleen vaten met reinigingswater zijn. Alsof alleen Mozes er is.

Jezus is er.

De Heilige Geest is er.

De overvloed van levend water is gaan stromen.

Verborgen nog, maar onmiskenbaar.

Wat moet je doen als je verlangt naar die overvloed?

Kijk dan vol verlangen uit naar Jezus.

En kijk naar Jezus zelf – Jezus zoals je Hem bijvoorbeeld in deze geschiedenis leert kennen.

Kijk naar Hem, leer Hem kennen, ontdek wie Hij is en wat Hij wil geven.

Geloof dat er in Hem een volheid is.

Geloof dat die volheid er ook voor ons is door de Heilige Geest.

Verlang naar die volheid en bid er om.

Houd er serieus rekening mee dat die volheid kan gaan stromen.

Zoals Maria deed – jongens, als Jezus een opdracht geeft, moet je doen wat Hij zegt. Dat wij klaar staan om de overvloed van Jezus op te vangen en door te geven.

Soms zul je het zien en ervaren: wat een overvloed.

En verder, als zijn uur nog niet gekomen is:

Wees blij en verlang naar wat komen gaat. Gods uur komt!




Johannes 1,1-18 – 2010: een jaar vol van goedheid en waarheid?

Liturgie

Voorzang: LB 1
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 19,1.3
Wet
Zingen Ps 19,4.5
Gebed
Schriftlezing Joh 1,1-18
Zingen Gez 27,1.4.5
Preek over Johannes 1,1-18
Zingen LB 169,1.2.4.6
(’s Middags:
Geloofsbelijdenis
Zingen LB 341,1.3 )
Gebed
Collecte
Zingen Ps 33,1.3.8
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 1,1-18 – 2010: een jaar vol van goedheid en waarheid?

1. Folle lok en seine yn it jier 2010!

Jullie hebben het elkaar al gewenst, of gaan dat straks doen na de dienst. Zonder jullie nu de hand te schudden, wil ik het jullie allemaal toewensen. Een jaar waarin we samen mogen leven voor God. Een jaar waarin we Jezus Christus centraal mogen stellen. Een jaar met erediensten waarin we samen God groot maken. Een jaar waarin we in Franeker en omgeving het licht van Jezus uit mogen stralen. Een jaar waarin we ons in mogen zetten voor de opbouw van elkaar en van de hele gemeente.

Veel heil en zegen…

Waar haal je dat eigenlijk vandaan?

Lekker eten kun je kopen. Net als kleren volgens de laatste mode. Een nieuwe auto. Boeken om te lezen, films om te kijken. Een nieuw mobieltje, een MP-3 speler.

Maar om iets te kunnen kopen, moet je wel geld hebben. En geld moet verdiend worden. En een baan, die moet je vinden. Je zult maar werkeloos zijn en een baan zoeken in deze tijd. Of afhankelijk zijn van de melkprijs die de melkfabriek je biedt. Of last hebben van de economische teruggang.

Geld, het ligt niet voor het oprapen.

Net zoals gezondheid. Je kunt kopen wat je wilt, maar gezondheid is nergens te koop. Mijn moeder heeft een jaar geleden haar bovenarm gebroken, maar die arm is nog steeds niet geheeld. Gezondheid, het is niet te koop.

En heil en zegen, waar haal je dat vandaan?

Hoe zorg je ervoor dat het in 2010 goed gaat met jou, met je gezin, met je vrienden? Kun je daar wel voor zorgen?

Heil en zegen moet je krijgen. Iemand moet het je geven. Ja toch?

Wie dan?

Kijk maar in vers 16-17 van Johannes 1.

Daar staat:

Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. Want de wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.

Johannes zegt dus: we kunnen Jezus ontvangen (vers 12) en dan ontvangen we uit zijn overvloed goedheid en waarheid.

Heil en zegen moet je krijgen, je kunt het niet afdwingen.

Maar je kunt wel Jezus ontvangen – degene die heil en zegen geeft!

Waarom juist Jezus?

Daar zegt Johannes 1 heel veel over. Laten we eens kijken wat het begin van Johannes ons te zeggen heeft aan het begin van 2010.

(Gods Woord is iemand)

2. Johannes 1 is niet geschreven in SMS-taal. Sowieso is Johannes een boek dat je rustig moet lezen. Snel snel, dat werkt niet bij Johannes. Dit evangelie wil je juist leren doordenken. Dieper leren kijken. Verder dan je neus lang is.

Vers 1-18, de proloog zoals dit stuk genoemd wordt, is dan bovendien een stuk geschreven op plechtige toon. Veel woorden worden herhaald, kijk maar in vers 1-2:

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God

Johannes grijpt hier terug op het begin van de Bijbel, Genesis 1: In het begin schiep God de hemel en de aarde. God sprak, en het gebeurde. God zei: Er moet licht zijn. Er moet jong groen komen. Er moeten sterren komen, een zon, een maan. Er moeten vogels zijn  – en het gebeurde allemaal.

God schiep door te spreken. Zoals het in Psalm 33,9 staat (we zingen aan het eind van de dienst uit die psalm):

Want hij sprak en het was er,

hij gebood en daar stond het.

Johannes begint zijn boek met dat Woord. Dat Woord dat God sprak en waardoor Hij schiep. Alles is ontstaan doordat God sprak. Zo zegt Johannes het ook, in vers 3 en 4:

Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.

Dat Woord van God is er vanaf het begin. Het is eeuwig. Alles wat er is, is geschapen door dat Woord. Vanaf het begin is er leven in het Woord. Vanaf het begin is het Woord het licht van de wereld. Het Woord van God is een bron van kracht en licht.

Het lijkt haast wel of dat Woord iemand is. Een macht, een kracht, die er altijd al is. Als ik iets zeg, dan zijn dat gedachten die ik omzet in geluid. ‘Folle lok en seine.’ Woorden worden een trilling in de lucht, en via de geluidsinstallatie en de lucht bereiken ze jullie oren. Ze roepen hopelijk iets bij je op, en dan zijn mijn woorden weg.

Gods Woord lijkt hier iets anders. Het Woord was er in het begin, het was bij God, het was zelf God.

Raadselachtig klinkt het hè?

Het lijkt inderdaad wel of dat Woord iemand is. Alsof er in God twee iemanden zijn, God, en zijn Woord. Samen zijn ze God, en toch zijn ze twee. Een soort twee-eenheid.

(Dat Woord – Jezus – is altijd al het licht dat in de duisternis schijnt)

3. Wat, of wie, is dat woord?

Kijk dan eens in vers 14: het woord is mens geworden.

En vers 18: Hij is de enige Zoon, die aan het hart van de Vader rust.

Sinds zijn geboorte, sinds Kerst, kennen wij Hem als een mens: Jezus Christus.

Volg je het nog?

Hier wordt iets duizelingwekkends gezegd. Het Woord van God, is inderdaad Iemand. Hij was er altijd al. Hij was bij God. Hij was God. Er zijn inderdaad twee ‘iemanden’ in God. Het Woord is de eniggeboren Zoon van de Vader, die altijd dichtbij zijn Vader geweest is. God is een Vader en een Zoon, die vanaf het begin van elkaar houden. Samen zijn ze God. En alle mensen bestaan dankzij dat Woord van God, dankzij de Zoon van God. Die wij sinds Kerst kennen als de mens Jezus Christus.

Weet je wat dat betekent?

Jezus is niet zomaar iemand.

Ieder mens heeft al een band met Jezus.

Je kunt zeggen: Wat heb ik met Jezus te maken? Niks!

Maar dan vergis je je!

Ieder mens heeft altijd al een band met Jezus. Jij ook. Ik ook.

Want Jezus is het Woord van God dat mens geworden is.

En het Woord van God is de bron van leven voor iedereen.

Ieder mens, elk dier, elke vogel, elke vis, elke plant, alles bestaat dankzij het Woord van God, dankzij de eeuwige Zoon van God.

Alleen, er is iets ontzettend mis gegaan. Dat proef je wel in Johannes 1. Kijk maar wat Johannes schrijft over het donker, over de wereld.

Gods Woord is het licht van de wereld. Maar de wereld? De wereld is door het Woord ontstaan, maar de wereld kent Hem niet. Het licht schijnt in het donker. Kennelijk is de wereld donker geworden. Het donker heeft het licht niet in haar macht gekregen. Kennelijk probeert het donker dat! Het donker vecht kennelijk met het licht.

En dat herkennen we toch? Is jouw wereld is soms niet donker?

En dat donker, dat laat zich niet zo maar wegduwen.

Als je ’s nachts in je donkere slaapkamer het licht aandoet, en de lamp brandt, dan is het donker weg.

Zo is het in onze wereld niet.

Gods Woord is het licht van de wereld. Maar het donker wil niet weg. Het donker is een macht die zich verzet.

Ieder mens heeft al een band met Jezus, altijd al.

Maar in onze wereld wordt dat weggeduwd.

Er zit in onze wereld een diep verzet tegen God en tegen het Woord.

Maar het licht is sterker dan het donker!

(Gods goedheid en volheid zijn mens geworden in Jezus Christus)

4. Want het licht heeft zich niet weg laten drukken. Het licht is naar onze wereld gekomen. Sterker nog: het licht is in onze donkere wereld gekomen. Gods Woord is mens geworden.

Kun je het je voorstellen?

Het Woord van God is zelf God. En dat Woord is mens geworden. Gods grootheid in een mens. Gods goedheid en waarheid in een mens.

Die woorden ‘goedheid en waarheid’ herinneren aan Mozes. Aan Exodus 33 en 34. Mozes wilde God zien. Maar dat kon niet: hij mocht Gods gezicht niet zien. Hij mocht God alleen op de rug kijken. Precies zoals het in Johannes 1,18 staat: niemand heeft ooit God gezien. Mozes hoorde wel Gods naam. God roept zijn eigen naam uit en gebruikt daarbij die twee woorden die hier terugkomen: God, groot in goedheid en waarheid. Het woord dat mens geworden is, is ook vol van goedheid en waarheid, Johannes 1 vers 14. Nu zijn goedheid en waarheid niet maar een naam die in het voorbijgaan uitgeroepen wordt, ze zijn in Christus Jezus gekomen, vers 17. Bij ons.

En nu kom ik terug bij mijn vraag uit het begin.

Lok en seine, heil en zegen, waar haal je dat?

Dat krijg je – van Jezus.

Begin je nu te snappen waarom?

Het Woord van God is de bron van leven en van licht. Alles bestaat dankzij dat Woord. Hij is vol van Gods goedheid en waarheid – Hij is zelf God. Het Woord is mens geworden als Jezus Christus. God is mens geworden – Jezus. We hebben het net gevierd met Kerst. De grootheid van God zie je in Hem – de grootheid van Gods enige Zoon. Hij is zelf vol van goedheid en waarheid. En uit zijn overvloed worden wij met goedheid overstelpt, vers 16.

Lok en seine, heil en zegen, je krijgt het uit de overvloed van Jezus. Want Gods grootheid van goedheid en waarheid is in Jezus. Jezus is er de belichaming van. In Jezus wordt het vlees en bloed. Jezus Christus is zelf de overvloed van Gods goedheid en waarheid.

Ik kan er niet goed woorden voor vinden. Het is te groot om te zeggen.

Gods Woord, de bron van leven, zelf God, de overvloed van Gods goedheid en waarheid, Gods grootheid, het wordt een mens van vlees en bloed.

De machtige, eeuwige Schepper, te heilig en te groot om in de ogen te kijken, Hij zoekt ons in onze donkere wereld. Zijn Woord wordt een mens, met wie je kunt praten, die je wel in de ogen mag kijken. En je ziet in zij ogen: Ik houd van je. Die vertelt over zijn Vader. Die Gods liefde dichtbij brengt.

(Ontvang je Jezus, of niet?)

5. Maar dan zie je iets absurds gebeuren.

Net zo raar als dat donker dat probeert het licht in haar macht te krijgen. Denk nog even terug aan je slaapkamer. Als het donker is, en je knipt het licht aan, dan is het donker weg. Dat donker vecht niet terug, probeert het licht van je lamp niet weg te zuigen. Het donker in onze wereld wel.

Zo komt het Woord van God dat alles geschapen heeft in de wereld, maar de wereld kent Hem niet!

Zo komt het Woord van God als de mens Jezus Christus in de wereld, naar zijn eigen mensen – zijn eigen volk Israël. Maar zijn eigen volk heeft hem niet ontvangen!

Hoe kan dat?

Dat is het absurde van de zonde.

De volheid van Gods goedheid en waarheid komt naar ons toe. Jezus Christus. Hij is in eigen persoon Gods goedheid en waarheid. Hij wil uit zijn overvloed ons overstelpen met heil en zegen. Ontvang Jezus in je huis, in je hart, en je krijgt het. Heil en zegen in 2010!

Maar de wereld, zelfs Gods eigen volk, ze ontvingen hem niet!

Mensen reageren op twee manieren op Jezus.

Ze ontvangen Jezus wel of niet.

Als je Hem wel ontvangt, dan krijg je een geweldig voorrecht: dan mag je kind van God zijn.

Dan wordt je uit zijn goddelijke overvloed overstelpt met heil en zegen.

Als je Hem niet ontvangt, dan loop je dat allemaal mis!

Johannes laat zien: er zijn mensen die Jezus niet ontvangen, en er zijn mensen die Hem wel ontvangen. Dat is geen interessant weetje. Johannes heeft een duidelijk doel. Hetzelfde doel dat Johannes de Doper had: getuigen van het licht, opdat je gelooft. Aan het eind van zijn boek, in 20,31 vertelt hij waarom hij zijn boek schrijft:

opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Hij wil dat we Jezus ontvangen. Ontvang Hem!

Hij wil dat we bij Jezus heil en zegen zoeken in 2010. Zoek je heil en zegen bij Hem.

Hij wil dat we leven door zijn naam! Leef door zijn naam!

Hij doet een oproep: ontvang Jezus!

Laat het niet donker blijven in je leven.

Herken je in je hart het donker? Ik wel.

Jezus zelf waarschuwt: uit ons hart komt onreinheid, slechtheid, kwaad. Nergens anders vandaan. Herken je dat bij jezelf: dat donker dat niet weg wil?

Zonde die je niet op wil geven?

Zo ben ik nu eenmaal – mij verander je niet meer.

Pak me dat niet af – het is zo lekker.

Waar bemoei jij je mee – dat is mijn keus!

Dat is het donker.

Ontvang Jezus. Laat zijn licht overal in je leven schijnen. Tot in de donkerste hoekjes van je hart.

(Wat krijg ik dan?)

6. Waarom moet ik voor heil en zegen bij Jezus zijn? Met die vraag begon ik de preek.

Omdat Jezus God is – Gods eeuwige Zoon die mens geworden is. Omdat in Jezus de overvloed van Gods goedheid en waarheid naar ons toekomt.

Maar wat heb ik daar aan?

Heb ik dan genoeg geld om alles te kopen wat ik wil?

Krijg ik dan een baan als ik werkeloos ben?

Word ik dan niet ziek in 2010?

Wat levert het me op?

Misschien inderdaad geld, gezondheid, een baan. Misschien ook niet. Maar is dat het belangrijkste? Wat heb je aan geld, aan gezondheid, aan een carrière, als je alleen bent? Als je van binnen onrustig en leeg bent?

Ken jij dat van jezelf? Je eigen onrust, je eigen leegte, je eigen eenzaamheid?

Er is maar één die je leven zo kan vervullen dat je dat kwijtraakt. God. Gods liefde.

En weet je wat Jezus je geeft als je Hem ontvangt?

Een geweldig voorrecht: het voorrecht om kind van God te worden.

En dat kun je nergens kopen. Niemand wordt als kind van God geboren. Kijk maar in vers 13. Niemand wordt als kind van God geboren.

Kind van God word je, als je uit God geboren wordt.

Hoe dat werkt, daar gaat het hier niet over.

Maar het hoort wel duidelijk bij elkaar: Jezus ontvangen – en uit God geboren zijn.

Wie uit God geboren is, die ontvangt Jezus.

En wie Jezus ontvangt, die is uit God geboren.

Jezus ontvangen, geloven in Jezus, dat betekent: kind van God worden.

Jezus is de eniggeboren Zoon van God.

Maar wij kunnen opnieuw geboren worden, uit God, en net als hij kinderen van God zijn.

Gods Zoon maakt ons kinderen van God.

Dat is bijzonder!

Want dat betekent:

Nooit meer alleen zijn. Omdat God er is.

Een diepe vervulling in je leven krijgen. Omdat je thuis komt bij God. Een overvloed van goedheid en waarheid.

Gods goedheid, dat betekent: Hij houdt van je. Hij laat je niet vallen. Hij verrast je altijd weer op een onverwachte manier. Hij is leuk.

En Gods waarheid, dat betekent: Je kunt op Hem aan. Hij bedondert je niet. Hij is puur en echt. Je zult steeds weer verstelt staan: door met Hem te leven kom je tot je recht.

Ontvang Jezus.

Dan wordt 2010 een jaar vol van genade en waarheid.

Dat verzeker ik jullie in de naam van Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Amen.




Johannes 6,1-15 – We danken God, want Jezus zorgt voor ons

Dankdag voor gewas en arbeid

 

Liturgie

Voorzang LB 448,1.3.4
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen: Gez 146,1.2
Gebed
Lezen: Johannes 6,1-15
Zingen: Ps 33,2
Preek
Zingen: Ps 33,1.8
Dankgebed:
- inleidend zingen: gez Gez 159,1
- danken voor eten en gewas
- danken voor werk, pensioen, uitkering
- danken voor school en studie
- danken voor wat we als gemeente krijgen
- afsluiten met gez 159,2
Collecte
Zingen Ps 150
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 6,1-15 – We danken God, want Jezus zorgt voor ons!

1. Johannes 6 leek me een mooi gedeelte om vanavond over te preken. Ik wilde graag een gedeelte uit het Johannes-evangelie nemen. En dan is op dankdag deze geschiedenis een goede mogelijkheid. Toen ik ermee bezig ging, viel me op hoe bemoedigend dit verhaal is. We kunnen God danken, want Jezus zorgt voor ons!

Ik vind het mooi dat er zulke bemoedigende stukken in de Bijbel staan. Want misschien ben je hier wel heen gekomen met zorgen in je hart.

Kijk om je heen in onze gemeente en daarbuiten en je ziet de gevolgen van de economische crisis. Je leest hoe onzeker de toekomst is. Het afgelopen jaar was economisch een slecht jaar. En als je hier dan nu zit – werkeloos? Op zoek naar een baan? Als de fabriek waar je werkt failliet is gegaan?

Je hoeft het nieuws maar een beetje te volgen om te weten dat de boeren een veel te lage prijs krijgen voor hun melk.

En wat zijn de vooruitzichten voor komend jaar? Zo nu en dan zie je berichten dat de economie door het diepste dal heen is. Anderen spreken dat weer tegen. In de bouw, bij de overheid, in de zorg, moet de grote klap nog komen, zeggen ze.

Wie moet je geloven? Hoe ziet de toekomst er uit? En dan hier zitten om te danken? Kun jij God danken met een onbezorgd hart? Of kom je hier vol met zorgen?

Tegelijk: ik sprak vandaag Klaas Wiersma even om te horen hoe het landbouwjaar 2009 was. Hij vertelde dat het een prachtig seizoen geweest is. Het was mooi weer. De regen kwam steeds op tijd. En nu met dankdag staan de koeien nog buiten. Dat had hij nog nooit meegemaakt. De oogsten zijn goed: veel mais en gras, van goede kwaliteit. Alles is zonder problemen gelopen, het land is niet beschadigd door zware machines in te natte grond.

Economisch en financieel kun je je zorgen maken. Laten we ook zien wat we hebben gekregen van God, het afgelopen jaar. We hebben allemaal eten en drinken. Velen van ons zijn gezond. We hebben een huis om in te wonen. We mogen samen gemeente van Jezus Christus zijn – we hebben zeker reden om te danken.

Maar goed, de zorgen over de economische crisis blijven. Over de gevolgen op langere termijn. En als je dan naar Johannes 6 luistert, dan hoor je daar dingen die ik heel mooi en bemoedigend vind.

2. Je zult maar met een groepje van 13 je in de heuvels terug willen trekken. Even rust. En als je dan neerploft op een berg, zie je in de verte massa’s mensen. Duizenden mensen komen je achterna. In de middle of nowhere.

Ze komen voor Jezus. Jezus had wonderen gedaan: veel zieken had hij genezen. Ze willen meer!

Ze zijn in het gebied waar Filippus vandaan komt. Filippus weet dus de winkels wel te vinden. Dus Jezus vraagt aan Filippus: waar kunnen we brood halen voor al deze mensen?

Filippus slaat eerst eens aan het tellen en aan het rekenen. Hoeveel mensen zijn er? Wat eten ze per persoon? Hoeveel brood hebben we dan nodig? En wat kost dat? Nou, als ik een krappe berekening maak, kom ik uit op 200 denarie. 200 dagen werken. Je moet ruim een half jaar werken om al die mensen te eten te geven. En dan hou je zelf niks over om van te leven!

Dus Filippus zegt tegen Jezus: naar de winkel gaan? Dat hoeven we niet te proberen. Dat kunnen we nooit betalen voor al deze mensen!

Andreas hoort ze praten. Hij gaat op onderzoek uit om eens te kijken wat er eigenlijk in voorraad is. En dat is knap weinig. 5 gerstebroden. Beslist geen luxe broodjes. Gerstebrood, dat eten de armen. En nog twee visjes. Wat heb je daaraan voor zoveel mensen, zegt hij tegen Jezus.

Maar weet je wat Jezus aan het doen is? Hij is ze aan het testen: geloven jullie wel in mij? Zelf weet hij allang de oplossing. Hij heeft een plan.

Hoe is dat met jou? Lijk jij op Filippus of Andreas?

Filippus sloeg aan het rekenen. Hij hield geen rekening met wat Jezus kon doen.

Andreas begon te tellen. Wat Jezus kon doen, telde hij niet mee.

Je gaat rekenen, je gaat tellen. Je bekijkt de cijfers van de afgelopen maanden. Je maakt prognoses voor de toekomst. En je denkt: oei, dat wordt hem niet. We lopen helemaal vast!

Thuis. We krijgen te weinig binnen. Laten we de giften voor de kerk en zo maar even stopzetten. Even wat minder in de collecte.

In je bedrijf. We moeten gaan snijden, dit lukt nooit meer. Je ligt ’s nachts wakker van de zorgen.

In de kerk. Wat is er niet allemaal gebeurd? Kijk eens wat er nu weer speelt! Je verliest de moed.

3. Hoezo is Jezus ze aan het testen dan? Is de reactie van Filippus en Andreas niet zo logisch als wat?

Hun reactie is logisch, zolang je Jezus niet kent.

Maar Jezus weet al wat hij gaat doen. Hij doet alsof er niks aan de hand is. Vijf gerstebroden en twee vissen? Prima!

‘Laat iedereen maar gaan zitten.’

Het is voorjaar, de tijd voor Pasen. Overal is nog lekker fris groen gras. Dus zitten is geen probleem.

Als iedereen zit, neemt hij brood en vis en spreekt het dankgebed uit.

‘Geprezen bent u, Heer onze God, koning van de wereld, die brood uit de aarde tevoorschijn doet komen’.

Wat is dat voor raars? Jezus doet net alsof er geen probleem is! Hij maakt de mensen blij met een dooie mus! Nu denken ze dat ze eten krijgen. Maar er is helemaal geen eten!

Hij dankt God – terwijl hij zich juist zorgen moet maken.

Kan hij dan niet tellen? Niet rekenen?

Maar Jezus maakt zich geen zorgen. Onbekommerd dankt Hij God voor zijn gaven. Alsof er meer dan genoeg is.

Wat zou jij gedacht hebben van Jezus? Wat doet hij nu weer?

Maar Jezus gaat uitdelen. Stukken brood, stukken vis. Hij blijft uitdelen. Hij blijft uitdelen en het gaat maar door! Er zitten wel 5000 mannen in het gras, dus met vrouwen en kinderen erbij zijn het misschien wel 20.000 mensen. En ze krijgen allemaal te eten, zoveel als ze willen. Er is zelfs over. Uiteindelijk hebben ze aan het eind meer dan in het begin. Elke discipel kan er de komende tijd van eten: twaalf manden met stukken brood en vis.

Wat een maaltijd!

Je begint met te weinig.

Er is veel te weinig voor iedereen!

Maar je geeft het aan Jezus.

En met dat weinige kan Jezus iedereen meer dan genoeg geven.

Dat is toch geweldig bemoedigend?

Wij gaan rekenen en tellen. We maken een reële inschatting en we zien: dit gaat niet lukken.

Maar Jezus neemt dat in zijn handen. Het is maar weinig. Het lijkt nooit genoeg. Toch: Hij deelt het uit. En het wordt alleen maar meer. Hij blijft delen. Meer dan genoeg voor iedereen!

Wat zullen Filippus en Andreas gedacht hebben?

Hun rekenen, hun tellen, hun prognoses, wat blijft ervan over?

Het klopte allemaal, het was allemaal reëel – zo lang je geen rekening houdt met Jezus.

Als Jezus voor je zorgt, dan heb je nooit te weinig!

4. De mensen zijn laaiend enthousiast over Jezus. Hij moet koning worden!

Maar Jezus wil niet dat ze hem koning maken.

In z’n eentje gaat hij ervan door.

Dat moet ons aan het denken zetten.

Jezus kan veel met weinig. Dat onze mogelijkheden klein zijn, voor Jezus maakt het niet uit. Weinig geld, weinig capaciteit, weinig energie – Jezus kan er altijd wonderlijk veel uit halen.

Bemoedigend in een tijd van crisis.

Een opsteker in onze gemeente.

Maar: het gebeurt wel op de manier van Jezus.

Hoe ga jij daar mee om?

Mag Jezus zelf bepalen hoe Hij voor jou zorgt?

Ben jij alleen dankbaar als jouw verlanglijstje afgewerkt is?

Geloof je dat als Hij voor je zorgt, het goed met je zal gaan?

En dat is soms best lastig.

Wij leren immers: je moet eerst goed voor jezelf zorgen voordat je voor anderen kunt zorgen.

Eerst mijn eigen huis en hypotheek op orde. Eerst aan mijn eigen energie denken. Dan kan ik ook wat geven aan anderen, aan de kerk: tijd, geld, energie.

En dan gaan we rekenen. Tellen. Oei, te weinig…

Jezus leert ons iets anders: Kijk niet naar je eigen voorraad, maar kijk naar mij! Geef je hele voorraad, geef jezelf aan mij. Vertrouw me: als ik ervan uit ga delen, houd jij meer dan genoeg over.

Geloof in mij!

Wees onbezorgd.

Wees dankbaar.

Jezus laat zien: Ik ben er. Ik houd van jou. Ik zal goed voor je zorgen.

Laat je dat doordringen tot in je hart?

Geloof jij dat?

Vijf broden en twee vissen. Hij maakt er eten van voor duizenden mensen. En dan nog zijn er twaalf manden over. Jezus heeft dit niet voor niets gedaan. Als je verder leest in Johannes 6 dan zie je dat. Jezus wil laten zien: Ik ben het levende brood. Ik geef jou nog veel meer dan brood en vis. Ook ik geef mezelf – voor jullie.

Ook Jezus geeft zichzelf. Hij is voor ons gestorven aan het kruis. Hij zelf wil in ons wonen. We leven als we zijn lichaam eten en zijn bloed drinken. Door Hem mogen we leven als Hij in ons is en wij in Hem. Leven voor altijd.

Geloof in Jezus.

Dan krijg je altijd alles wat je nodig hebt. Misschien niet zo luxe: gerstebrood is ook goed. Maar wel meer dan genoeg om van te leven.

Dan kun je God altijd danken.

Dat gaan we doen. We danken God, want Jezus zorgt voor ons.




Johannes 21,6-7a – De Heer is er!

Uitzending Radio Eenhoord

Dienst samen met Dordt College Concert Choir

Liturgie

Voorzang Gez 132,1.6
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 100,1.2.3 (vers 2 in het engels)
Wet
Zingen: LB 460,1.2.3 (vers 2 in het engels)
Gebed
Schriftlezing: Johannes 21,1-14
Dordt College Concert Choir

“Praise to the Lord” (German Chorale, arr. F.M. Christiansen)

“Grant Unto Me the Joy of Thy Salvation” (J. Brahms)
Tekst: Joh 21,6-7a
Preek
Zingen: Gez 99,1.2.3 (vers 2 in het engels)
Gebed
Collecte
Dordt College Concert Choir
“The Best of Rooms” (R. Thompson)
“O Lord God” (P. Chesnokov)
Zingen: Ps 117
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Joh 21,6-7a – De Heer is er!

Beste luisteraars, gasten, lieve mensen, broers en zussen,

1. De Heer is opgestaan. Jezus leeft. Zo hebben we Pasen gevierd. Zo vieren we straks hemelvaart. Prachtig – of niet?

Het leven gaat wel gewoon door. Iedereen die in havo 5 of VWO 6 zit heeft maandag examen nederlands. VMBO 4 heeft op dinsdag examen nederlands. Dat gaat door, of Jezus nu is opgestaan of niet. Iedereen gaat morgen gewoon weer aan het werk. Je bent natuurlijk blij als je een baan hebt. Maar de werkeloosheid stijgt onder christenen vast net zo hard als onder niet-christenen. De vissersboten in Harlingen varen gewoon elke week de Noordzee op om vis te vangen. De opstanding van Jezus verandert daar niets aan.

Ik weet niet of u christen bent. Ik weet ook niet waar u luistert. In de auto, of thuis; ziek of gezond. Ik weet al helemaal niet of u Pasen gevierd hebt en wat u straks met hemelvaart gaat doen. Maar allemaal herkennen we denk ik de vraag: Jezus is opgestaan – maar heeft dat iets veranderd?

En zo gingen die vissers op het meer van Galilea ook gewoon weer vissen. Petrus, Thomas, en vijf andere leerlingen van Jezus. Heel normaal. Dat wordt niks anders doordat Jezus is opgestaan. Vissen is vissen.

En dan vangen ze niets. Ze zijn een tijd druk bezig geweest, maar ze hebben niks gevangen. Hoe zouden ze zich gevoeld hebben? Herken je het zelf – je bent een tijd druk bezig geweest, maar je inspanningen leveren niks op? Op welk moment voelde jij je nutteloos, mislukt? Je hebt keihard gewerkt op school. Je wilde voor je examen uitkomen op een 6. En je laatste cijfer was een 4… Je bent een eigen zaak begonnen en het begon net te lopen. Maar de economie stort in en binnen no time zit je in de rode cijfers. Of misschien zat je in het bestuur van een vereniging. Wat een tijd heb je erin gestoken, energie aan mensen besteed. Maar er ontstaat een conflict en heel de vereniging spat uit elkaar. Stank voor dank krijg je.

Jezus is opgestaan. Maar nog steeds gebeuren er dingen waardoor je zo moedeloos wordt.

En dan komt er ook nog iemand vragen: Heb je ook vis gevangen? Nee.Je hebt geen zin om beleefd te zijn. Botweg ‘nee’.

Jesus is risen. Great – is n’t it?

Well, is it? Does it make a difference? You go to college as before Easter. You do your work as everyone else – Christian or not. Fishermen go fishing, just like every other day. And then you catch nothing. No fish. Do you recognise that feeling? You worked hard to achieve results, but it gave you nothing.

Sometimes you can lose heart. And if then someone asks: Haven’t you any fish? Your answer is a harsh ‘no’.

2. Maar die man op de kant is een aardige man. Hij denkt met ze mee. ‘Gooi het net aan stuurboord uit, dan zullen jullie vinden.’

Stuurboord, dat is de kant van de boot waar toen het roer zat, de stuurriem. Een soort grote roeispaan die aan de zijkant hing om mee te sturen. Niet handig dus om aan die kant je net uit te gooien. Het net en de stuurriem zitten elkaar in de weg. Je kunt of niet goed vissen, of je kunt niet goed sturen. Een rare tip.

En wat zou het uitmaken? Zou je opeens wel wat vangen als je het net aan de andere kant van de boot hangt?

Maar ze doen het. En later ontdekken ze: het is Jezus die dat zei. Jezus is opgestaan. Hij staat aan de oever en hij roept. Lieve mensen: zo is het eigenlijk nog steeds. Hij staat in de hemel en hij wil ons dingen duidelijk maken.

Hoe hij dat doet?

Jezus Christus gebruikt als eerste de bijbel om ons dingen te leren. Hij leidt ons ook door de Heilige Geest. De Geest kan een concrete opdracht uit de bijbel toepassen op een situatie in jouw leven. God leidt ons ook door ons ergens te brengen. Ook daarin kan hij ons iets duidelijk maken. Dat jij daar iets kunt doen wat past bij wat de bijbel zegt.

Lees jij de bijbel? En sta je er dan open voor dat Jezus zelf je iets wil leren? Sta jij open voor de leiding van de Heilige Geest? Dat Jezus je misschien wil leren om iets te doen wat jij maar raar vindt? Of te ver vindt gaan?

Misschien heb je het zelf wel eens meegemaakt. Dat je leerde om iets anders te doen dan je altijd gewend was.

Een voorbeeld. Je leest in de bijbel over liefde. En je moet opeens denken aan iemand met wie je ruzie hebt. Diep in je hart weet je: ik zou die ander op moeten zoeken om te praten. Waarschijnlijk is het geen toeval dat je dat denkt. Je mag leren de leiding van de Heilige Geest te herkennen die de bijbel in jouw leven toepast. Je mag biddend vragen om bevestiging: Is dit uw weg, Heer? Ook als jij het misschien raar vindt, veel te ver vindt gaan. Waarom moet ik als eerste een stap zetten?

Sta open voor wat Jezus je wil leren. Ook al lijkt het raar. Want Jezus wil ons leiden door de bijbel, door de Heilige Geest.

That man on the shore says kindly: “Throw your net on the right side of the boat and you will find some.”

A strange direction. But they do, and they find!Jesus is risen, standing in heaven.

Are you really open to what he wants to teach you? Open to the guidance of the Holy Spirit? To where God leads your life? And what if you think: He goes too far? This is not normal?

3. Hoe raar het ook is, de leerlingen doen het. Ze weten nog niet eens dat Jezus het zegt…Ze gooien het net uit aan stuurboord. Ze trekken het net door het water. Voor ze het weten is het net zo zwaar dat ze het niet meer omhoog krijgen.

Het is zo veel dat ze de vissen tellen en later nog precies weten hoeveel het er waren. Als je vaak vist, onthoud je niet wat je allemaal vangt: hoe zwaar, hoe groot, hoe veel. Behalve als het een record is: een kabeljauw van 37 kilo. Een koolvis van 20 kilo. Een karper van 14,5 kilo. Hier waren het 153 grote vissen.

De leerlingen voeren Jezus’ opdracht uit en ze worden gezegend met een enorme overvloed aan vissen. 153 grote vissen. Mega.

Zie je de glorie en de macht van Jezus? Hij is opgestaan als Heer. Op afstand stuurt hij de vissen naar het net en ze vangen. Hij heeft immers alle macht in hemel en op aarde.

En natuurlijk gaat het Jezus niet om de spannende truc. Hij wil iets duidelijk maken. Dat net vol met die 153 vissen is een belofte voor ons allemaal. Zo zal het vanaf nu gaan. Hij is in de hemel, zoals hij nu op de kant staat. Maar ze gaan niet alleen. En wij ook niet. Hij is bij ons, verborgen, maar zeker. De Heer is er. Jezus is zelf aan het werk. Hij is gekomen om ons leven te geven en overvloed!

Stel je voor dat ze niet naar Jezus geluisterd hadden. Dan hadden ze niks gevangen. Jezus vraagt soms dingen van je die je maar raar vindt. Die te ver gaan. Die anders zijn dan je gewend bent.

Hoe vaak gebeurt het dat je iets in de bijbel leest, maar dat je het niet doet – omdat het te ver gaat, omdat je het raar vindt? Dan zul je ook niet merken wat Jezus je wil geven als je wel gehoorzaamt! Dan blijft je net leeg. Je blijft zitten met een gevoel van doelloosheid. Waar span ik me nu voor in?

Als wij echt doen wat hij zegt, dan kan hij ook door ons werken. Hoe meer jij Jezus gehoorzaamt, hoe meer hij via jou zijn overvloed uit kan delen. Als jij naar hem luistert, dan kun je hem ook aan het werk zien. En daar komt overvloed. Geweldig toch?

See the glory and the power of the risen Lord. He gives them a net full of large fish, 153.

Like he stood on the shore, he is now in heaven. There he fulfils the promise of these 153 fishes: he has come that we may have life, and have it to the full.

If they had not obeyed him, they would have found nothing. How often does it happen, that you do not obey? That your life remains empty? If we do what he says, he can work through us and bless us abundantly.

4. Wat zei Jezus eigenlijk?

Gooi het net aan stuurboord uit, en jullie zullen vinden.

Wat vonden ze eigenlijk? Veel vis. Eten, inkomsten, een record. Wat zoeken mensen? Rijkdom, carrière, sterrenstatus, gezondheid. Wat zoek jij?

Jezus belooft ons leven en overvloed. Zou het Jezus dan om dat soort dingen gaan?

Zij vinden inderdaad een overvloed van vis. Maar is dat het belangrijkste? Wat gebeurt er als het net tjokvol zit? Dan zegt de leerling van wie Jezus hield: ‘Het is de Heer.’ Ze vinden niet alleen vis, ze vinden Jezus.

Jezus Christus vinden, dat is het allerbelangrijkste. Want dan vind je God. God is er – voor jou. Dan vind je Gods liefde. God houdt van jou! Dan vind je leven dat nooit ophoudt – je mag leven voor altijd, voor eeuwig. Je bent niet waardeloos, gedoemd te mislukken. Er is een overvloed van liefde, voor iedereen die Jezus gevonden heeft. En Jezus wil deze vissers gebruiken als vissers van mensen. Vanuit de hemel stuurt hij ze naar hen toe. Zij mogen weer anderen bij Jezus brengen als nieuwe leerlingen. En wij mogen dat.

Ze vinden Jezus, maar ze rekenden er niet op dat hij er zou zijn. Herken je dat? Reken jij erop dat Jezus staat toe te kijken hoe jij druk bezig bent? Dat Jezus jou aanwijzingen geeft? Je zegent met zijn overvloed van liefde?

Jezus’ leerlingen niet. Ik zelf ook niet altijd.

Maar hoe meer wij van Jezus houden, hoe eerder het je opvalt: hier is Jezus aan het werk. ‘De Heer is er!’ Herken je dat ook?

Tussen die ene discipel en Jezus was een speciale band. Jezus hield speciaal van die ene discipel – waarschijnlijk Johannes. En Johannes hield veel van Jezus. Doordat hij zo van Jezus houdt, ziet hij het als eerste. Het is de Heer!

Wonderlijk. Zo groot, zo mysterieus. Jezus is er. Zijn liefde is er in overvloed. Voor jou. Voor mij. Voor ons als gemeente.

Ben je moedeloos? Voel je je als de discipelen: je hebt de hele nacht gezwoegd en niets gevangen? Wat heeft al je werk opgeleverd?

Maar de Heer is er. Dat maakt alles anders. Hij kijkt toe vanuit de hemel – al hebben wij het lang niet altijd door. Hij houdt van ons. Hij zegent ons overvloedig als wij doen wat hij zegt. Hoe meer je zelf van Jezus houdt, hoe eerder je hem ziet. ‘Het is de Heer!’

Jesus says: ‘Throw your net on the right side of the boat and you will find.’

What would you like to find? And what do you think is the most important to find?

They do not find just fish. They discover: It is the Lord. The disciple whom Jesus loved sees it firstly. Love for Jesus gives you eye for Jesus.

Don’t lose heart. Jesus lives. He blesses us abundantly. The more you love him, the more you will see him. ‘It is the Lord!’




Johannes 1,1-18 – In the light

Liturgie

Welkom
Zingen:
- Opwekking nr 462 Aan Uw voeten Heer
- Opwekking nr 549 Ik kniel neer en belijd
Aansteken kaars
Stil gebed
Votum / Groet
Zingen: Opw 334 Heer uw licht en uw liefde schijnen
Gebed
Filmpje: zie //www.godtube.com/view_video.php?viewkey=f11b37c51f5c76fcaff7
Stellingen:

1. Het leven dat is één groot feest. Mooi, mooi, mooi man. Zoepen als een grote en te keer gaan als een beest. (Mannenkoor Karrenspoor)
2. Het filmpje is te zwartwit
3. Leven in het licht is saai, leven in het donker is veel spannender
4. Zoek het licht in jezelf: innerlijke harmonie
5. Een goed weekend: feesten in de donkere nacht
6. Een goede zondag: het licht van Jezus Christus
7. Leven in het licht = ‘nee’ zeggen tegen je eigen impulsen (vgl Paulus, Romeinen 13,12-14)

Lezen: Joh 1,1-18
Preek
Filmpje met nummer ‘In the light’ (DC Talk): zie //nl.youtube.com/watch?v=uEgjN9rdgMs
Zingen Ps 146:1, 6 en 8
Gebedspunten
Gebed
Geloofsbelijdenis: Gez 161,1-4

Collecte

Zingen LB 456,1.2
Zegen

Opmerking: Ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Johannes 1,1-18 – In the light

1. Licht en donker. Daar gaat het filmpje over, daar gaat het over in Johannes 1.

Hé, maar… als je zo dat filmpje ziet – Is het wel zo erg met dat donker? Is het niet veel te negatief?

Donker, zwart, de nacht – het hoort toch gewoon bij het leven? Een beetje horror maakt het leven toch spannend?

Black metal bijvoorbeeld. Als je kijkt naar dit soort bands, naar hoe hun platen er uit zien, hun internet-sites: dan zie je veel zwart. Weinig licht, veel donker. Satanistische, oude heidense of Germaanse symbolen. Veel bloed, schedels, horror-achtige taferelen. Zou het kwaad kunnen?

Of denk aan een jaarlijkse dance-feest in Amsterdam, Sensation black. Iedereen in zwarte kleren. Je hoort een stem: Everything fades to black Black is the identity we all share Black is the force that drives us allGrappig toch?

Kijk eens op hyves – daar heb je ze ook: angels of darkness, prince of princess of darkness. Niks mis mee – gewoon een beetje spelen met donkere symbolen.

Enne – laten we even wel zijn: alcohol, drugs, seks – wat is daar zwart aan? Daar moet je toch gewoon van genieten? Je bent maar één keer jong – leef je uit en geniet ervan!

Wat denk jij?

Maar…Als je leest over jongeren die op steeds jongere leeftijd met alcohol in aanraking komen, terwijl alcohol zeker voor je 18e je hersens beschadigt? Als je leest over coma-zuipen: zoveel drinken dat je in coma raakt – om stoer te doen?

Als seks verwordt tot misbruik? Het schijnt dat één op de vijf jongeren ooit met een vorm van seksueel misbruik geconfronteerd wordt.

Als je in een blog op een hyve van zo’n princess of darkness leest over zelfmoord? Als je bedenkt dat er jaarlijks twee keer zoveel mensen dood gaan door zelfmoord dan er sterven in het verkeer? Zo’n 1600 mensen per jaar! Onder jonge vrouwen tussen 15 en 25 jaar is zelfmoord zelfs de grootste doodsoorzaak.

En als depressie volksziekte nummer 1 wordt, wat sommigen beweren? Hoeveel mensen lopen er dan niet in Nederland rond die het niet meer zien zitten? Die leven in het donker? Die het licht niet meer kunnen zien? En daar zitten ook nogal wat depressieve jongeren bij!

Zeg nu zelf: maakt het weinig uit, donker of licht? Geloof je dat zelf?

Het is een leugen van de duivel dat er met het donker niet zoveel mis is. Achter het donker zit een kwade macht: satan.

2. Maar waar is dan het licht?

Jomanda zegt: ik ben ‘the lady of the light’. In de New Age winkel aan de Godsacker – schrik niet, ik ben er geen vaste klant – kun je ook van alles vinden over licht. Maakt het uit waar het licht vandaan komt? Als het maar op een of andere manier licht wordt. Toch?

Ook dat is een leugen van de duivel.Kijk in Johannes 1,9: daar hebben we het over het echte licht. Het echte licht dat licht geeft aan ieder mens.

Johannes 1 is geen makkelijk stuk om te lezen. Je ziet dat er boven staat: ‘Het woord is mens geworden’. Waar gaat het dan over? Het woord, dat is Jezus. Gods Woord wordt mens in Jezus.De bijbel zegt dus: Jezus is het ware, het echte licht. Jezus zorgt ervoor dat het licht is in het leven van iedereen.

Weet je wat dat betekent? Ons leven is gemaakt door God. Het is gemaakt voor het licht. Al het licht komt bij God vandaan. Maar het is donker geworden in de wereld. Er is veel duisternis: kwaad, ellende, lijden, conflicten. Ons leven is kapot en beschadigd. Dat herken je toch wel, in je eigen leven, in de levens van mensen om je heen? Alleen Jezus kan ons leven weer heel maken. Dus ook jouw leven. ‘In the light’ – dan gaat het ook over wie jij bent.

Wie ben jij? Ben jij blij met jezelf?Je hebt vrienden, klasgenoten, collega’s. Die vinden wat van je. Wat zeggen ze over je, rechtstreeks of achter je rug om? Zo, die zit onder de pukkels? Wat een arrogante botterik? Heeft-ie met z’n hoofd onder de grasmaaier gelegen? En wat denk je zelf als je eerlijk bent? Baal je soms van jezelf? Voel je je alleen staan? Is het eigenlijk donker bij jou van binnen?

Of denk aan het filmpje. Je kunt gevangen raken.

Door teveel drinken, verslaving aan alcohol of drugs. Door hebzucht en teveel geld uit geven, vastlopen in schulden.Door experimenteren met seks en door misbruik. Dat zijn geen dingen die ver van je af liggen. Hoeveel jongeren in Nederland lopen zo vast! Wanhopig, depressief.

Wat doet Jezus dan? Hij stapt naar je toe en steekt zijn hand uit. Ondanks je zonden. Die zonden neemt Hij op zich en bevrijd je ervan.

Wanhopig? Het hoeft niet meer. Jezus geeft je nieuwe kansen, nieuw leven.

In een dip? Het hoeft niet meer. Jezus wil je blijdschap geven, vrede, rust in je hart.

Jezus breekt je gevangenis open, vergeeft je zonde, geeft je nieuwe vrijheid, geneest je pijn.

Maar weet je wat ik het mooiste vind? Jezus houd van je. En Jezus maakt jou zelf nieuw. Die twee allebei.

Als je in Jezus gelooft, word je kind van God.God zelf zegt tegen je: als je gelooft in Jezus, ben je mijn kind. Jezus overstelpt je met goedheid en waarheid, zo staat het hier. Twijfel daar niet aan maar geloof in Jezus: Hij geeft je geweldig veel. Twee dingen, zei ik net; Hij houdt van je, dus Hij laat je nooit in de steek. En tegelijk maakt Hij je nieuw, je mag op Hem gaan lijken.

3. Maar nu gebeurt er iets geks.

Normaal als het nacht is, en je slaapt, dan is het donker op je kamer. Als je goeie gordijnen hebt en geen verlichte wekker, dan kan het helemaal donker zijn. Gelukkig weet jij natuurlijk op tast je weg wel. Het lichtknopje vinden, dat is geen enkele moeite. Je doet het licht aan – en dan is het licht. Het donker is weg. Wat zou je denken als je ziet dat de gloeidraad van je lamp rood werd, en verder al het licht verdween in het donker?

Misschien heb je wel eens gehoord van een zwart gat. Wie weet wat dat is? Dat is een hemellichaam dat licht opzuigt. Al het licht dat op een zwart gat schijnt, verdwijnt in dat donker van het zwarte gat. Donker wordt opeens een kracht die met het licht vecht.

Zo gaat het hier in Johannes 1 ook. Er lijkt wel een gevecht aan de gang tussen donker en licht. Het donker wil het licht uitdoven. Het donker wil het licht in zijn macht krijgen. Er is een donkere macht die tegen het licht in gaat!

Ik las pas een verhaal over een vrouw die aan wicca deed – heksen die de godin vereren en het heidendom weer oppakken. Omdat een vriend van haar christen geworden is, wil ze een keer naar een kerkdienst om te bewijzen dat God niet bestaat. Maar dan de nacht ervoor krijgt ze een vreselijke ervaring. Ze vertelt: ‘Mijn lichaam begon te kolken als lava en uit mijn binnenste kwam een dreigende, angstaanjagende stem die niet van mezelf was. Doodsbang greep ik de bijbel die ik die ochtend had gekocht en begon willekeurige gedeeltes te lezen. ,,Ik ben van Jezus!” riep ik. Na een half uurtje stopte het en viel ik met mijn bijbel in m’n armen in slaap. Nu had ik de ware macht achter de godin gezien – maar ook dat Jezus veel sterker is.’

Achter het donker zit een macht die vecht met het licht. Het donker wil niet verdwijnen door het licht. Het wil niet gezien worden. Het vecht uit alle macht om er te blijven en juist het licht in zich op te zuigen – zoals een zwart gat doet.

Maar zegt Johannes – en dat vind ik geweldig mooi: de duisternis heeft het licht niet in zijn greep gekregen. De duivel heeft alles gedaan om Jezus Christus weg te krijgen. Verzoekingen in de woestijn, misschien ken je dat verhaal wel. Uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis – weg met die Jezus. Maar Jezus heeft de duivel de grootste afgang bezorgd die je je maar voor kunt stellen: Jezus stierf en werd daarna weer levend. En de duivel was verslagen! Het donker heeft verloren!

Zo wordt er gevochten om jouw leven en om mijn leven. Er is een geestelijke strijd aan de gang ook rondom jouw leven, realiseer je je dat?

4. Kom in het licht. Maar blijf er ook! Bij Jezus ben je ‘in the light’.Jezus is sterker dan het donker. Bij Jezus kan het donker je niets meer maken! Stay in the light. Dat wil zeggen: blijf bij Jezus.

A life in the light: dat is leven met liefde, niet met eenzaamheid. Kijk naar christenen die om hun geloof in de cel belanden. Ook in de cel is Jezus bij hen. Juist in de cel merken ze dat. Juist daar laat Jezus voelen: Ik ben bij je en ik laat je niet in de steek. Jullie zitten niet in de cel, dus jullie hoeven het – misschien – niet op zo’n bijzondere manier te merken. Maar ook voor jullie geldt: je bent nooit alleen, hoe eenzaam je je ook voelt. Jezus houdt van je. En hij geeft je mensen om je heen. Jezus Christus is altijd bij je in het donker. Hij is jouw licht.

Stay in the light. Dat is leven met hoop, niet met wanhoop. Misschien ziet je toekomst er zwart uit. Zie je het niet zitten. Misschien zit je wel helemaal vast door al je eigen stommiteiten. Of lukt het allemaal niet op school of op je werk. Ben je enorm teleurgesteld door een vriendje die er met een ander van door gegaan is. Of ben je misbruikt door een kennis. Wat heeft het leven voor zin? De bijbel zegt: dit leven is inderdaad zinloos. Maar daarom is Jezus gekomen. Hij zorgt ervoor dat het anders wordt. Hij wil je pijn genezen. Jouw leven heeft zin, omdat Jezus het lichter wil maken.

Ga dus niet bij het licht weg.

Denk weer aan het filmpje. Hoe ga je om met alcohol? De bijbel zegt: giet jezelf niet vol met alcohol, maar laat jezelf steeds weer vullen met de Heilige Geest. Om jullie heen wordt veel gedronken. Alcohol wordt onder jongeren en ouderen een steeds groter probleem. Wees er voorzichtig mee – ga niet weg bij het licht.

Hoe ga je om met geld? Hoe belangrijk vind je het om geld te hebben voor uitgaan, een trendy mobieltje, kleren, cadeautjes, rijles, een auto? Kun je geld weggeven of raak je gevangen in hebzucht? De bijbel zegt dat hebzucht, geldzucht, de wortel is van alle kwaad! Jezus Christus zorgt voor je – zorg dat je vrij blijft van geldzucht.

Hoe ga je om met seks? Hoe snel beland je met een jongen of een meisje in bed? De eerste avond, na een maand, na een jaar? Mag een vage scharrel alles zien en aanraken? Durf je ‘nee’ te zeggen, grenzen te trekken? De bijbel zegt dat je lichaam een tempel is van de Heilige Geest. De bijbel wijst een duidelijke weg: een levenslange relatie van liefde en trouw, een huwelijk. Daar hoort seksuele gemeenschap thuis.

Maar het belangrijkste is en blijft natuurlijk: Come into the light. En stay in the light – Kom bij Jezus en blijf bij Jezus!

Zorg dat je het leert: tijd nemen om ervan te genieten bij Jezus Christus te zijn. Hij wil je zoveel geven – hij wil je met goedheid overstelpen. Hij houdt van je. Hij vergeeft je zonde. Hij maakt je vrij. Hij maakt je kind van God. Dat is iets om van te genieten!

Stel je voor hoe je in de zomer in de zon ligt. Ik zou bijna zeggen: ga maar even op de grond liggen. De zon stralend aan de hemel. Heerlijk. Warmte. Licht. Daar kom je tot rust. Daar word je weer vrolijk. Zo straalt de liefde van Jezus jullie tegemoet. Loop er niet voor weg.Geniet ervan!