Johannes 8:12 | Jezus is de sleutel tot echt leven

In het donker zie je niets. Niet waar je bent, niet hoe de wereld er uit ziet, niet wat je moet doen. In het licht ga je het allemaal begrijpen. Jezus zegt: ‘ík ben het licht’. Je gaat de wereld en het leven niet begrijpen door je verstand, of door dicht bij jezelf te blijven, maar door Jezus te volgen.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: NLB Psalm 27 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels: 1 Johannes 1 : 5 – 10
Zingen: NLB Gezang 637 : 1, 2 en 4
Lezen: Johannes 8 : 12 – 30
Zingen: GKB Psalm 36 : 3
Preek over Johannes 8 : 12
Zingen: Opwekking 595
Kinderen terug
Zingen: Kids Opwekking 46
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 214
Zegen

Jezus is de sleutel tot echt leven

Inleiding
dia 1 – licht
Het gaat vandaag over licht en donker.
Jezus is het licht, en zonder Jezus is het donker.
Dat thema van licht en donker kom je in de bijbel veel tegen,
en er zijn ook heel veel liederen over geschreven.
Dat was voor vandaag wel makkelijk:
ik hoefde niet lang te zoeken naar liederen die we konden zingen.

Een belangrijk thema dus,
maar wat bedoel je er nou eigenlijk mee
als je zegt dat Jezus het licht is?
Wat is het verschil tussen leven in het licht, en leven in het donker?
Dat wil ik graag duidelijk maken met een experiment.
Daarbij heb ik een vrijwilliger nodig, het liefst iemand onder de 12.
Wie wil mij even helpen?

Ik zal uitleggen wat de bedoeling is.
Ik heb Daniëls bestuurbare auto meegenomen,
en de opdracht is heel simpel: rijdt hem naar de piano.
Maar dat is eigenlijk te simpel, dus we maken het iets moeilijker:
dat doe je geblinddoekt.
Ben je er klaar voor?

Laten we maar stoppen met die blinddoek,
en het ook nog even zonder blinddoek doen!

Het verschil lijkt mij duidelijk.
Met een blinddoek voor je ogen
heb je geen flauw idee waar je mee bezig bent.
Je ziet niet waar die auto staat en wat de handigste weg naar de piano is.
Op goed geluk laat je de auto rijden,
je botst veel, maar je komt niet bij de piano…
Het donker is een complete chaos!

dia 2 – Jezus is de sleutel tot echt leven
En nu naar die uitspraak van Jezus.
Johannes 8:12: ‘Jezus nam opnieuw het woord.
Hij zei: “Ik ben het licht voor de wereld.
Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft.”’
Anders gezegd: ‘zonder mij is het alsof je geblinddoekt leeft.
Je ziet de wereld en het leven niet zoals het is,
je kunt het niet begrijpen, en daarom ook geen goede keuzes maken.
Met die blinddoek voor je ogen kun je niet leven zoals het bedoeld is.
Maar ík ben het licht, en als je daar je ogen voor open doet,
dan kun je leven zoals het is bedoeld, dan kun je écht leven!’
Thema vanmorgen is: Jezus is de sleutel tot echt leven.

1. Pogingen het leven te vatten
dia 3 – pogingen het leven te vatten
Met dat thema van licht en donker kun je veel kanten op,
en ik twijfel er niet aan dat je nog veel meer kunt zeggen
over dat Jezus het licht voor de wereld is,
dan wat ik er vandaag over zeg.
Het stukje wat ik er vandaag uit wil halen
is dat je in het licht de wereld en het leven beter begrijpt,
en dan dat je daardoor ook de goede keuzes kunt maken.
Net als met die auto: zonder die blinddoek
is het geen enkel probleem om de goede weg naar de piano te vinden.
Mensen zijn altijd op zoek geweest naar dat licht,
om te proberen het leven te vatten,
om een betere wereld te krijgen, die klopt.

dia 4 – Joods: God is het licht, de wet een lamp
Laten we kijken naar 3 pogingen, 1 van vroeger, 2 van nu.
Eerst die van vroeger: de Joden in de tijd van Jezus.
Want zij zijn de eersten die het Jezus horen zeggen:
‘ik ben het licht voor de wereld.’
Maar wat was volgens de Joden nou eigenlijk het licht,
de sleutel tot het leven zoals het bedoeld is?

Nou, het Joodse antwoord is heel duidelijk: God zelf is het licht!
Bijvoorbeeld Psalm 27: ‘de Heer is mijn licht.’
Al het licht komt van God.
En dat licht komt naar mensen toe door Gods woord, door zijn wet.
Bijvoorbeeld Psalm 119: ‘uw woord is een lamp voor mijn voet,
een licht op mijn pad.’
Dus: wil je in het licht leven, wil je leven zoals het bedoeld is,
houd je dan aan wat God zegt!
Houd je aan de wetten, ze zijn er niet voor niets,
God heeft ze gegeven zodat je in het licht leeft.
Tegen díe achtergrond doet Jezus zijn uitspraak.

Maar hoe proberen wij, in onze cultuur, het leven te vatten?
Wat is voor ons het licht, de sleutel om dit leven en de wereld te begrijpen?
Dat is een vraag over heel grote dingen,
dus ik vind dat ik er voor de verandering
ook eens 2 grote woorden tegenaan mag gooien: modernisme en postmodernisme.
Want die woorden hebben te maken met hoe wij proberen het leven te vatten.

dia 5 – modernisme: het verstand is het licht (Verlichting)
Eerst het antwoord van het modernisme: gebruik je verstand!
In de moderne tijd is het verstand heel belangrijk.
Eerst had je de middeleeuwen, ook wel dónkere middeleeuwen genoemd,
daarna breekt langzaam maar zeker de moderne tijd aan,
om in de tijd van de Verlichting, de 18e eeuw, volop door te breken:
het verstand is het licht geworden waarmee we naar de wereld kijken.
Daar zit dus zelfs al die tegenstelling tussen donker en licht in:
na de donkere middeleeuwen kwam de Verlichting.
Best een arrogante manier om tegen de middeleeuwen aan te kijken…

Hoe dan ook: sinds die tijd is de westerse samenleving
sterk gestempeld door het verstand.
Moderne wetenschap kwam op en had voor allerlei problemen een oplossing,
zelfs voor dingen waarvan we niet eens wisten dat het een probleem was.
Het heeft de wereld onherkenbaar veranderd.

Nog altijd kijken we naar de wetenschap.
Moet het milieuvriendelijker?
Laat de wetenschap maar een oplossing geven.
Mag er niemand meer dood gaan aan kanker?
We zetten de wetenschap aan het werk.
Moet het verkeer veiliger worden?
Dat is een mooi klusje voor de wetenschap!
Want het gezonde verstand ziet het leven zoals het is,
en de knappe koppen verbeteren deze wereld.

dia 6 – postmodernisme: jíj bent het licht
Maar naast dat modernisme is het postmodernisme ontstaan,
vooral sinds de 2e Wereldoorlog.
Dat postmodernisme zegt: het is verstand is beperkt.
Kennis is relatief, en wat voor de een waar is, is dat voor de ander niet.
Maar met welk licht moet je dan de wereld in kijken?
Het postmoderne antwoord: het licht, dat ben jij zelf!

Even iets concreter: hoe maak je keuzes?
Natuurlijk gebruik je je gezonde verstand,
maar wat je heel veel hoort is: ‘je moet doen wat voor jou goed voelt.’
Dát is typisch postmodern.
Je keuzes zijn jóuw keuzes, daar moeten anderen van afblijven.
Jij bent het licht, en als je maar dicht bij jezelf blijft,
dan leef je zoals het leven bedoeld is.

2. Jezus: de sleutel tot leven
dia 7 – Jezus: de sleutel tot leven
Jezus zet daar iets heel anders tegenover:
‘ík ben het licht voor de wereld.
Wil je het leven begrijpen, wil je een wereld die klopt,
wil je leven zoals het bedoeld is,
dan ben ik de sleutel: je moet bij mij zijn!’
Bij Jezus gaat de blinddoek af, zie je wat je aan het doen bent,
hoe je moet denken over wat er in je leven en in de wereld gebeurt,
zodat je kunt leven zoals God het heeft bedoeld.

dia 8 – enorme pretentie: alleen bij Jezus is licht
Het grote punt van Jezus is: ík ben het!
Dat is nogal een uitspraak, met een enorme pretentie.
Stel je voor dat je iemand tegenkomt die zegt: ‘wil je leven in het licht?
Stop maar met zoeken, je moet bij mij zijn, want ik bén het licht.’
Zo iemand lach je uit, of je bent verbijsterd, of boos,
maar de kans is vrij klein dat je hem serieus neemt.
Toch zegt Jezus het: je moet bij mij zijn –
ik ben de enige bij wie licht is.

Zet dat maar eens tegenover die pogingen van ons.
Tegenover dat modernisme, met z’n verstand.
Jezus zegt: dat verstand gaat je niet redden,
dat verstand gaat de problemen van de wereld niet oplossen,
en geeft je niet het leven zoals het bedoeld is.
En eigenlijk weten we dat ook wel…
Het probleem van de wereld zit dieper, in de mensen zelf,
die met kennis prachtige dingen kunnen doen,
maar ook de meest afschuwelijke.

Het postmodernisme doet het niet veel beter.
Dicht bij jezelf blijven, dat klinkt mooi,
maar ik schrik wel eens van wat er allemaal in mijzelf is.
Ik geloof niet dat ik daar dicht bij moet blijven!
Jezus zegt: je moet niet dicht bij jezelf blijven,
want in jezelf is het donker,
maar ík ben het licht, dus blijf bij mij!

Maar Jezus zegt het óók tegen de Joden,
die God als hun licht hadden en de wet als een lamp.
Tegen de Farizeeën, de beste gelovigen, de vroomste mensen die je kon vinden.
Jezus zegt: ‘jullie denken dat je in het licht leeft?
Vergeet het maar! Als je niet in mij gelooft zul je in je zonde sterven.
Want ík ben het licht.’

dia 9 – Jezus mag het zeggen: hij komt van de Maker
Als Jezus dat zegt, houdt iedereen zijn adem in.
Oei, is Jezus nu niet te ver gegaan?
Iedereen weet dat Gód het licht is, en nu noemt Jezus zich het licht?
Hoe durft hij?! Wie denkt hij wel niet dat hij is?!
Jezus stelt zich op één lijn met God – dat kan hem de doodstraf opleveren.
Maar Jezus is niet bang, hij weet dat zijn tijd nog niet gekomen is.

Wel volgt er een lange en verhitte discussie.
Wat daarin opvalt: het woord ‘licht’ komt er niet een keer meer in voor.
Het gaat helemaal over de vraag waar Jezus vandaan komt.
Het lijkt een lang zijspoor, muggenziften met de Farizeeën,
in plaats van het te hebben over waar het over móet gaan.
Maar dat is het niet: juist omdat Jezus van de Vader komt,
kan Jezus het licht van de wereld zijn.
Jezus zet God en de wetten uit de bijbel niet aan de kant,
maar zegt: ‘ik kom van God,
en in mij zie je nog veel beter wie God is.
Ik kom van jullie Maker, ik bén jullie maker.
Geeft mij dat niet het recht te zeggen dat ik het licht ben?
Dat ik de sleutel ben tot het echte leven?
Als er iemand is die weet hoe het leven bedoeld is, dan ben ik het wel!
Dus geloof mij als ik zeg dat ík het licht ben.’

dia 10 – echt leven: liefde die geeft
Maar wat zie je dan?
Als je je open ogen doet voor het licht van Jezus?
Wat leer je dan over het leven?
Je ziet liefde.
Geen oppervlakkige en kleffe liefde, maar opofferende liefde.
Je ziet Jezus leven op een compleet nieuwe manier.
Jezus gaat niet op zijn gezonde verstand af –
dan zou hij lekker bij de Vader zijn gebleven.
Jezus gaat, God zij dank, niet af op wat goed voelt – hij draagt juist zijn kruis.
Jezus gaat op een verrassende manier met Gods geboden om,
en blijft het maar zeggen: het gaat om liefde.
Niet die kleffe liefde, maar die liefde die alles geeft.
Jezus geeft zichzelf.
Hij, het licht voor de wereld, wordt gekruisigd, en dan wordt het 3 uur donker!
Het licht gaat de duisternis in,
en verdrijft zo de duisternis die hem niet kan houden.
In dat alles laat Jezus zien wat leven is,
en dat niet alleen: hij maakt het weer mogelijk!
Als hij het licht in je leven is, dan zegt Jezus dat je zelf ook licht hebt.
Dát is de sleutel tot echt leven.

3. In het licht
dia 11 – in het licht
Jezus zegt: ‘ik ben het licht voor de wereld.
Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,
maar heeft licht dat leven geeft.’
Wil je in het licht leven, dan komt het dus aan op Jezus volgen.

dia 12 – al het andere is duisternis
Want al het andere is duisternis.
Als Jezus niet jouw licht is,
is het alsof je met een blinddoek voor
die bestuurbare auto bij de piano probeert te parkeren.
Al die manieren waarop wij proberen het leven te vatten,
het zijn allemaal pogingen om zonder Gods licht te leven.
We zeggen tegen God: ‘we zoeken het zelf wel uit!’
Maar als mensen denken dat zij het licht gevonden hebben: berg je dan maar!
Maak niet de fout in het donker te blijven en in je zonde te sterven!
Bij God, alleen bij God, vind je het leven zoals het bedoeld is.
Alleen Jezus is het licht!

dia 13 – laat Jezus je licht zijn!
Dus doe die blinddoeken af
en vertrouw erop dat je bij Jezus het echte leven vindt.
Ook als het wel eens anders lijkt.
Want het is niet zo dat als jij met de liefde van Jezus gaat liefhebben,
dat iedereen je dan ook die liefde teruggeeft.
Je zult oneerlijk behandeld worden – net als Jezus.
Maar geef niet op!
Want liefde, échte liefde, is wat de wereld nodig heeft,
is wat het leven leven maakt.
Laat Jezus je licht zijn – dan leef je echt!
Amen.




Johannes 6:35 | Jezus vult je leegte

Voel je je wel eens leeg? Jezus zegt: ik ben het brood van het leven, en als je daarvan eet, krijg je nooit meer honger. Jezus heeft het over de honger van het hart. Hij is veel beter dan welke sensatie ook maar.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB/NLB Psalm 66 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 734
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Johannes 6 : 25 – 59
Zingen: GKB Psalm 78 : 1 en 7
Preek over Johannes 6 : 35
Zingen: Opwekking 520
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: NLB Gezang 675 : 1
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Gezang 687 : 1, 2 en 3
Zegen

Jezus vult je leegte

Inleiding
dia 1 – martenastins
Vorig weekend was ik met de kinderen in het Franeker museum: museum Martena.
In het museum is van alles te zien,
van het leven in een stadskasteel – want dat was het museumgebouw –
tot de geschiedenis van de Franeker universiteit.
Je blijft je klein voelen als je in de professorenkamer staat,
en wordt aangekeken door zo’n 30 hoogleraren,
bij wie er geen glimlach of bemoedigend knikje van af kan.
Alsof ze zeggen: ‘je bent gezakt.’

dia 2 – kunstwerk
Laten we dus maar snel naar de leukere delen van het museum gaan.
Het hoogtepunt is toch wel de zolder,
waar 2 ‘mechanische meesterwerken’ worden tentoongesteld.
Een enorme miniatuurkermis,
en een kunstwerk waar een bijbelverhaal over koning Salomo wordt nagespeeld.
Over die laatste wil ik het even hebben.

Dit kunstwerk is gemaakt door een zekere Jan Elzinga,
en in het museum wordt het een ‘mechanisch kunstwerk’ genoemd.
Ik zou er ook geen betere naam voor kunnen vinden.
Het lijkt wat op een poppenkast of marionettenshow,
maar dan zonder dat mensen de poppen moeten bewegen:
daar zorgt de techniek voor.

Een elektromotor drijft de boel aan,
en via een heel stelsel van overbrengingen
komen de poppen in het kunstwerk in beweging.
In 35 minuten wordt het verhaal nagespeeld
van 2 vrouwen die bij koning Salomo komen
en ruzie hebben over een kind: van wie is het kind?
En dat dus allemaal mechanisch!

Elzinga bouwde dit meesterwerk rond 1900,
had een speciale kist om het in te vervoeren,
en trok daarmee, per trein, het land door,
om zijn voorstelling overal uit te voeren.
Zelfs de koningin, Wilhelmina, kwam kijken!
Maar na verloop van tijd had iedereen het wel gezien,
35 minuten was ook wel wat lang voor dit verhaal,
en nog belangrijker: de bioscoop rukte op,
en daar was het spektakel nog veel groter dan bij dit kunstwerk.

dia 3 – Jezus vult je leegte
Mensen blijven altijd op zoek
naar dingen die nog spectaculairder zijn.
Eigenlijk best een triest verhaal: is het nou nooit ons goed genoeg?
Er is een leegte die we proberen te vullen, maar het lukt maar niet.
Maar dan zegt Jezus, in Johannes 6:35:
‘Ik ben het brood dat leven geeft.
Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben,
en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’
Anders gezegd, en dat is ook het thema:
Jezus vult je leegte.

1. Een hongerig hart
dia 4 – waar het om gaat: rusteloos en leeg gevoel
Want in Johannes 6 gaat het niet zozeer over eten en drinken.
Ja, Jezus noemt zichzelf het brood,
maar de honger waar Jezus het over heeft,
is een andere honger dan wanneer je een tijdje niet hebt gegeten.
Het is niet zo dat je als christen nooit meer hoeft te eten
omdat je als je in Jezus gelooft nooit meer last hebt van een rammelende maag.
Jezus heeft het over een diepere honger, de honger van het hart.

Maar wat is dat dan?
Het heeft te maken met het voelen van een leegte in je.
Je mist iets in je leven, iets om vóór te leven.
Het leven gaat z’n gangetje,
maar wat stelt jouw leven eigenlijk voor, wat heeft het voor zin?
Is dit alles, is dit leven?
Het is een rusteloos, ontevreden, gejaagd gevoel.
Je kunt niet even stilstaan,
want dan verveel je je, en wordt je gek van jezelf.

dia 5 – onze manieren om de honger te stillen (bingewatchen)
Misschien herken je die honger van het hart,
misschien vind je het ook nog wat te vaag.
Wat veel minder vaag is,
is hoe wij proberen dat gevoel van leegte op te lossen.
Dat kan werkelijk van alles zijn.
Ik heb het al eens eerder genoemd: bingewatchen.
Niet 1 aflevering van een tv-serie kijken,
maar direct de halve serie op 1 avond.
Het viel mij laatst op dat de Nederlandse Publieke Omroep
er zelfs reclame mee maakt:
de beste series om te bingewatchen…
De hele avond kijk je tv, maar waarom?
Is het misschien omdat je vlucht voor een leeg gevoel?
Maar het kunnen ook hele andere dingen zijn.
Eten bijvoorbeeld: dat eten, en vooral ook goed eten,
of dat nu gezond of lekker of milieubewust is,
dat eten zo belangrijk voor je is, dat het een levensdoel wordt.
Nog duidelijker is het bij verslavingen:
roken, seks, drugs, gamen,
maar ook de verslaving aan complimenten, werk of geld uitgeven:
waar loop je voor weg?

De oude Romeinen zeiden het al: ‘geef het volk brood en spelen.’
We moeten vermaakt worden om een leegte te verstoppen.
We hebben Jan Elzinga’s nodig, met hun voorstellingen,
bioscopen en Netflix, en misschien nog wel heftiger.
Want je hart heeft honger.

dia 6 – Johannes 6: mensen op zoek naar sensatie
Dat is precies de reden dat in Johannes 6 zo veel mensen bij Jezus zijn.
Ze zoeken een verzetje, wat sensatie.
Ze hebben Jezus aan het werk gezien, en dat was veelbelovend.
Dat wordt aan het begin van Johannes 6 beschreven:
de mensen hebben gezien wat voor wonderen Jezus heeft gedaan,
en komen daarom achter hem aan.
Er is wel een probleem: ze hebben geen eten meegenomen.
Maar gelukkig: van 5 broden en 2 vissen deelt Jezus uit.
Iedereen heeft genoeg: er blijft zelfs over!
Zo’n wonder is precies wat de mensen zo trekt in Jezus.

dia 7 – Victor
Dus de volgende dag zijn ze er weer, op zoek naar nog meer sensatie.
En Jezus doorziet het.
‘Jullie komen niet voor mij.
Jullie zien de wonderen die ik doe,
maar zien de God die erachter zit over het hoofd.’
De mensen behandelen Jezus als een soort rondtrekkende Victor Mids,
iemand die de meest waanzinnige trucs kan doen,
en waar je niets van wilt missen.
Want hun hart heeft honger!

2. Jezus is Gods ‘superfood’
dia 8 – Jezus is Gods ‘superfood’
Maar Jezus is geen illusionist.
Het volk kan dan wel brood en spelen zoeken,
dat is niet waar Jezus voor gekomen is.
De mensen zoeken het verkeerde,
en daarom zegt Jezus: ‘ik ben het brood dat leven geeft.’

dia 9 – superfood
In de supermarkt, of speciale gezondheidwinkels, kun je het tegenkomen:
een schap vol met ‘superfoods’.
Geen gewoon eten, maar extra gezond en voedzaam.
Gojibessen, chiazaad, zeewier, en meer van dat soort exotische dingen.
Maar ook gewonere dingen zoals boerenkool en tomaten horen erbij.
Jezus, zou je kunnen zeggen, is Gods superfood.
Veel beter dan al die dingen waarmee wij ons hongerige hart voeden.
Jezus als levensbrood is zo voedzaam,
dat als je er van eet, je nooit meer honger zult hebben!
Dát is nog eens superfood!

dia 10 – wij krijgen steeds weer honger
Het geeft direct ook het probleem aan
van de dingen waarmee wij onze honger proberen te stillen.
Ze kunnen wel even dat gevoel van leegte, die onrust, wegnemen,
maar het komt altijd weer terug.
Sterker nog: wat je eerst voedzaam vond,
geeft na verloop van tijd steeds minder voldoening,
dus het moet steeds heftiger.
Eerst was dat kunstwerk van Salomo’s oordeel een belevenis,
maar toen de bioscoop oprukte, had dat kunstwerk afgedaan.
En wat is er, juist in onze wereld, enorm veel te beleven!
Virtual reality, wereldreizen, extreme sporten –
je moet het allemaal een keer gedaan hebben.
En dan steeds net weer een schepje er bovenop.
Want uiteindelijk krijg je steeds weer honger.

Jesaja profeteert daar al over.
Luister maar naar Jesaja 55:2:
‘Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is,
je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?’
Wij jagen maar door, maar wat levert het op?
Komen we echt tot rust, tot onze bestemming,
in al de dingen die de wereld aan brood en spelen biedt?
Maar Jesaja gaat verder:
‘luister aandachtig naar mij, en je zult ruimschoots te eten hebben
en genieten van een overvloedig maal.’

dia 11 – Jezus vult je echt
Dát is Jezus, en ik denk dat als Jezus zegt dat hij het brood van het leven is,
hij deze tekst uit Jesaja ook in het achterhoofd heeft.
Jezus zegt: ‘ik vul je echt!
Ik ben veel beter voedsel dan die verzetjes waar jullie achteraan lopen.
Jullie proberen voor de leegte in je te vluchten.
Maar ik wil die leegte vullen.’
En let op: het brood dat Jezus geeft,
dat zijn niet de wonderen die Jezus doet,
niet de wonderlijke goocheltrucs waar de mensen achteraan lopen.
Jezus zegt ‘ík ben het brood.’
Net zoals hij later, in Johannes 14, zegt: ‘ík ben de weg.’
2 Weken geleden hadden we het erover:
Jezus wijst niet de weg, maar ís de weg.
Zo is het hier ook: Jezus geeft geen brood, maar is zelf het brood.

Dat is natuurlijk een raadselachtige uitspraak.
Verderop werkt Jezus het iets meer uit.
Het brood waar hij het over heeft, dat is zijn lichaam.
Jezus zal zijn leven geven,
om een nieuwe relatie met God mogelijk te maken.
Jezus zal sterven en in een nieuw leven opstaan,
en zo het patroon doorbreken van een mensheid die zich heeft overgeleverd aan het kwaad.
Door Jezus mag jouw oude mens sterven,
en mag je opstaan in een nieuw leven, een leven met God.

dia 12 – echt leven is verbonden zijn met God
Want dát is het echte leven.
Jezus zegt het ook: ‘wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.’
‘Eeuwig leven’ – dat gaat niet alleen over dat het leven eindeloos is.
Eeuwig leven is in de bijbel altijd dat je met God verbonden bent.
Je bent gemaakt om op God aangesloten te zijn,
en zo lang je dat niet bent, zul je dat rusteloze gevoel houden.
Dat hongerige hart hoort niet bij het leven, maar bij de dood.
Echt leven is leven met God.
Voor dat leven is Jezus het brood.
Brood: dat is een eerste levensbehoefte.
Zonder te eten kan niemand leven.
Zo is Jezus ook: van levensbelang.
Als je dít brood eet krijg je echt leven!

3. Is er geen ander brood?
dia 13 – is er geen ander brood?
Dat zegt Jezus.
Maar is het echt zo?
Is hij het enige brood dat je honger kan stillen?
Klopt het wel dat alleen hij de leegte vult?
Is er geen ander brood?

dia 14- Jezus als brood roept weerstand op
Niet voor niets roept Jezus’ verhaal grote weerstand op bij de Joden.
Ik moet zeggen: Jezus probeert zijn boodschap ook niet vriendelijk te verpakken.
Moet je horen: ‘als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u.’
Nee, natuurlijk bedoelt Jezus niet dat we als kannibalen moeten aanvallen,
maar hij zegt het wel bewust op deze schokkende manier!
Waarbij je ook nog moet bedenken
dat het voor de Joden nog veel schokkender was dan voor ons.
Joden hadden hun voedselwetten, en 2 hoofdpunten daarvan zijn
dat je geen rauw vlees eet en dat je geen bloed drinkt.
In de woorden die Jezus kiest sluit hij precies bij die regels aan,
en lijkt het alsof Jezus die regels aan zijn laars lapt.
Maar Jezus zegt het expres op deze manier
om binnen te komen bij die mensen die trucjes willen zien
en achteraf met hun vrienden bespreken hoe interessant het wel niet was.
Jezus wil niets minder dan dat ze hém aannemen.

Maar dat heeft wel een hoge prijs.
Eten van het brood dat leven geeft
is zeggen: de dood van Jezus is nodig om mij leven te geven.
Daar moet je dus wel je trots voor opzij zetten.
Het is nogal vernederend.
Eigenlijk zeg je ermee: ‘ik ben verantwoordelijk voor het onrecht dat Jezus is aangedaan.’
Prachtig dat Jezus het brood is,
maar om het te eten moet je jezelf, met al je pretenties, opgeven.
Ook daarom lijkt het me niet zo gek de vraag te stellen:
is er geen ander brood?

dia 15 – maar: Jezus is de enige die je aan God verbindt
Vaak lijkt dat er in ieder geval wel te zijn.
Laten we niet doen alsof christenen gelukkig zijn,
terwijl wie geen christen is steeds die leegte voelt.
Nee: christenen kunnen die leegte net zo goed voelen,
en hun toevlucht nemen tot aards brood.
Net zo goed kunnen niet-christenen heel gelukkig zijn,
en niet het gevoel hebben dat er iets in hun leven mist.

Tóch geloof ik dat er uiteindelijk geen ander brood is dan Jezus.
Als het klopt dat we gemaakt zijn om met God te leven,
om aangesloten te zijn op onze maker,
als het klopt dat de honger die wij hebben een honger naar God is,
dan is Jezus écht de enige die je kan vullen.
En dat geloof ik!
Zonder God kunnen wij het heel aardig voor elkaar hebben,
je kunt er een heel eind mee komen in het leven,
maar uiteindelijk mis je het belangrijkste.
Augustinus, een kerkleider uit de 4e en 5e eeuw, zei het zo:
‘onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt in u.’
Dat is precies wat christenen door de eeuwen hebben ervaren:
écht leven is leven in verbondenheid met God.

4. Eet van het levensbrood
dia 16 – eet van het levensbrood
Dus wil je leven, écht leven,
wil je dat die knagende onrust in je verdwijnt?
Eet dan van het levensbrood!

dia 17 – laat Gods geschenken niet Gods plaats innemen
Dat betekent niet dat je moet stoppen met al die andere dingen die ik noemde.
Een avond op de bank hangen en series kijken: prima.
Aandacht besteden aan goed eten: niets mis mee.
Seks, geld, werk: bij goed gebruik zijn het prachtige cadeaus van God!
Het gaat er niet om dat je als christen nergens meer van zou mogen genieten,
omdat je pas van Jezus écht gelukkig wordt.
Nee: geniet van de mooie dingen in het leven die God geeft!
Als je maar niet verwacht dat die dingen de honger in je hart kunnen wegnemen.
Laat al die mooie dingen van God niet in de plááts van God komen.
Dat je pas gelukkig bent als… nou ja, noem maar op.
Nee, de basis is dat je echt leeft als je met God leeft,
en dan mag je met een gerust hart van zijn geschenken genieten.

dia 18 – geloof ‘in’ Jezus: omarm hem!
Maar wat is dat dan, eten van het levensbrood?
Jezus legt het zelf al uit, nog voor hij zegt dat hij het brood is:
‘dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft.’
Geloven in Jezus dus – dat is alles!
Maar ‘geloven in’ is wel meer dan ‘geloven dat’:
je kunt geloven dat Jezus geleefd heeft,
is gekruisigd, is opgestaan en op een dag terug komt: je houdt het voor waar.
Geloven ‘in’ gaat verder: je eet het levensbrood,
je omarmt wie Jezus is, je maakt het je eigen.
Net als brood: je kunt er naar kijken,
maar daar wordt je honger niet minder van.
Dan kun je het maar beter eten!
Geloven in Jezus is niet alleen kijken, maar ook eten.

En dan hoop ik dat je iets proeft wat naar meer smaakt.
Dat je iets proeft van het echte leven.
Dat je je minder leeg voelt, je honger en rusteloosheid gestild worden.
Dat je ervaart dat Jezus je echt geluk geeft,
en dat je al die andere mooie dingen kunt relativeren.
Jezus zegt: ‘ik ben het brood dat leven geeft.’
Eet jij van dit hemelse brood?
Amen.




Johannes 15:5 | Vruchtbaar geloven

Christen zijn is niet hetzelfde als afwachten. Nu Jezus bij zijn Vader is, gaat hij door met zijn werk door zijn volgelingen heen. Als je aan Jezus verbonden bent, draag je vrucht. Dat is dan ook het geheim van een bloeiend geloofsleven en een aantrekkelijke kerk: blijf dicht bij Jezus!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Psalm 95 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: NLB Gezang 656 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels: Galaten 5 : 13 – 26
Zingen: GKB Gezang 164 (canon)
Lezen: Johannes 15 : 1 – 17
Zingen: NLB Psalm 80 : 4, 6 en 7
Preek over Johannes 15 : 5
Zingen: NLB Gezang 838 : 1, 3 en 4
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 710
Zegen

Vruchtbaar geloven

Inleiding
dia 1 – ziek
3 Weken geleden was ik ziek.
De griep die half Nederland al geveld had, kreeg ook mij in z’n greep.
Dus ik was heel erg zielig – vraag maar aan mijn vrouw…

Nu duurde die griep wel erg lang.
Ik ben wel eens 1 of 2 dagen ziek,
maar dat ik een hele week het liefst in bed lig,
dat heb ik volgens mij nog nooit eerder meegemaakt.
Dus toch maar eens de huisarts gebeld voor een afspraak – wat ik ook nooit doe.
Maar het was een vruchtbaar bezoekje.
Binnen 5 minuten stond ik weer buiten,
mét een recept voor een antibiotica-kuurtje.
Thuis ben ik direct met de kuur begonnen,
en tot mijn grote verbazing voelde ik me binnen een uur weer lekker,
na een week waarin mijn hele lichaam zeurde.
Natuurlijk, ik was er nog niet,
ik was blij dat ik nog even rustig aan kon doen om wat aan te sterken,
maar vanaf mijn bezoek huisarts was de stijgende lijn ingezet.

Het lijkt me dat je het daar als huisarts ook voor doet.
Het is fijn als je werk resultaat heeft.
Liever zo dan dat ik na een week weer op het spreekuur zou verschijnen
met de mededeling dat het allemaal niets heeft geholpen.
Resultaat is mooi!

dia 2 – leren
Je gaat ook niet een avond, misschien zelfs tot diep in de nacht,
leren voor een belangrijke toets
om vervolgens een 3,5 te halen.
Natuurlijk, dat kan gebeuren, en dat is balen.
Dan heeft jouw blokken helemaal geen zin gehad.
Als je toch een nacht doorhaalt om te leren,
dan wil je ook wel graag resultaat zien.

dia 3 – vruchtbaar geloven
Resultaat: daar heeft Jezus het ook over.
Dat lees je in Johannes 15:5:
‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.
Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.
Maar zonder mij kun je niets doen.’
Als wij in Jezus blijven, gebeurt er iets: we dragen vrucht!
In Jezus geloven werkt iets uit, heeft resultaat.
Daarom is het thema vanmorgen: vruchtbaar geloven.

1. Verlangen naar vrucht
dia 4 – verlangen naar een bloeiend geloof
‘Blijf in mij’, zegt Jezus, ‘dan zul je vrucht dragen.’
Wat een heerlijke belofte is dat!
Ik denk dat iedereen die in Jezus gelooft hier wel naar verlangt.
Zoals een huisarts blij is als zijn behandeling resultaat heeft,
zoals je blij bent als je na een nacht blokken ook een hoog cijfer haalt,
zo wil je als volgeling van Jezus ook vrucht dragen.

In je persoonlijke leven.
Dat je merkt dat geloven je een ander mens maakt.
We hebben uit Galaten 5 gelezen over de vrucht van de Geest.
Over liefde, vreugde en vrede,
over geduld, vriendelijkheid en goedheid,
over geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
Wat is het heerlijk als je bij jezelf steeds meer van die vruchten ziet.
Dat je bijvoorbeeld een driftkikker bent, dat is nu eenmaal je karakter,
maar dat je merkt dat je jezelf steeds beter kunt beheersen.
Of dat je een somberaar bent,
maar je merkt dat geloven in Jezus je vreugde geeft,
en dat daardoor je sombere inslag je leven niet beheerst.
Helemaal mooi is het als anderen dat ook aan je zien:
‘wat is dat aan jou, dat je zo’n rust over je hebt?
Kun je mij leren hoe ik dat ook kan krijgen?’

Ook als gemeente verlangen we naar vrucht.
We willen graag een bloeiende, groeiende, levendige en aantrekkelijke gemeente zijn.
Een gemeente waar het helemaal geen vraag is
of je op zondag wel of niet naar de kerk gaat,
omdat het zo fijn is er te zijn dat je het echt ziet als het hoogtepunt van je week.
Dat je geen betere manier kunt bedenken om de week te beginnen
dan samen te zijn met de gemeente.
Een gemeente waar je ook niet op het laatste moment nog binnenkomt,
maar waar je het liefst een half uur voor de dienst er al bent,
omdat je zo graag andere gemeenteleden ontmoet,
en dat het dan zo goed is samen dat de dienst maar een kwartiertje later begint.
Een gemeente waar we elke week gasten mogen verwelkomen,
die zich direct thuis voelen omdat de sfeer goed is.
Een gemeente die onmisbaar is voor je geloof,
en waar je enthousiast over vertelt aan anderen.

dia 5 – vrucht: laten delen in Gods liefde
Want dát is vrucht dragen.
Als wij vrucht dragen, dan is de liefde in alles te proeven.
In het gedeelte dat we uit Johannes 15 lazen,
heeft Jezus het eerst over vrucht dragen, en daarna over liefde.
Daar komt vrucht dragen uiteindelijk op neer:
blijf in de liefde van Jezus, heb elkaar lief.
Geen gemakkelijke opdracht, want Jezus vertelt hoe ver die liefde gaat:
‘er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.’
En dat is voor Jezus geen grootspraak: het is precies wat hij gaat doen.
Liefde is dé vrucht, ook in Galaten 5:
al die vruchten van de Geest beginnen met de liefde.

Maar die liefde is niet alleen naar binnen toe,
dat je het als gemeente goed hebt met elkaar,
maar de buitenwereld op afstand houdt.
Jezus zegt juist:
‘ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen.’
Op weg gaan: dat zegt Jezus vaker als hij zijn leerlingen er op uitstuurt
om de wereld te vertellen over het koninkrijk van God.
Vrucht dragen is ook dat die liefde van Jezus naar buiten gaat.
Dat Gods liefde door jou heen anderen bereikt.
Dat we een gemeente zijn waar mensen in aanraking komen met Jezus,
dat we uitstralen hoe goed het is met Jezus te leven.
We zijn een vruchtbare gemeente als mensen tot geloof komen.

dia 6 – of is het allemaal voor niets geweest?
Jezus zegt dit allemaal als de vrucht verder weg lijkt dan ooit.
Het is donderdagavond.
Eerder die avond hebben Jezus en zijn leerlingen gegeten.
Na het eten ontstond er een heel gesprek aan tafel – dat is Johannes 14.
Aan het einde van dat hoofdstuk zegt Jezus: ‘kom, laten we hier weggaan.’
Ik houd het er maar op dat ze dat inderdaad hebben gedaan,
dat ze hun sandalen hebben aangetrokken voor een avondwandeling.
Ze gaan op weg naar de olijfgaard – het einde tegemoet.
Want dat is het: in de olijfgaard zal Jezus gearresteerd worden,
en dan is het afgelopen.
Is het dan allemaal voor niets geweest?
Het lijkt erop dat Jezus’ eigen leven vruchteloos blijft.
Hij heeft zijn best gedaan, hij heeft ook een beweging op gang gebracht,
maar dat wordt nu vroegtijdig ten einde gebracht.
Juist nu lijkt het dat het leven van Jezus zinloos is geweest, zonder resultaat.

Tijdens die laatste avondwandeling begint Jezus over de wijnstok en de vruchten.
Precies wat de leerlingen nodig hebben.
Ze hebben 3 jaren van hun leven aan Jezus gegeven.
Jaren waar ze ook heel wat andere dingen hadden kunnen doen.
Bouwen aan een carrière, bouwen aan een huis, bouwen aan een gezin.
Maar dat hebben ze allemaal op een lager pitje gezet,
want Jezus had op hen een onweerstaanbare aantrekkingskracht.
Wat hebben ze deze jaren veel geleerd – ze hadden ze nooit willen missen.
Maar is het nu voorbij?
Eindigt het in een grote domper,
en moeten ze na de onvermijdelijke dood van Jezus
weer terug naar het leven zoals het was voor Jezus kwam?

2. Vruchtbaar geloven
dia 7 – Jezus is de wijnstok: visitekaartje van God (wijnstok)
En dan zegt Jezus: ‘nee!
Het wordt allemaal anders, zeker weten.
Ik ga terug naar mijn Vader.
Het zal niet meer zo worden als de afgelopen 3 jaren.
Maar die jaren waren nog maar het begin!
De beweging die ik in gang heb gezet, stopt niet.
Door jullie heen ga ik verder met mijn werk!’

Jezus vergelijkt zichzelf met een wijnstok, een druivenplant.
Misschien wel omdat ze tijdens hun avondwandeling langs een wijngaard liepen,
en Jezus aan de hand van de wijnstokken die iedereen daar ziet
nog eens uitlegt wie hij is.
Jezus is niet zomaar een wijnstok, maar de wáre wijnstok.
In de bijbel, in het Oude Testament,
wordt Israël op verschillende plaatsen met een wijnstok vergeleken.
Bijvoorbeeld in Psalm 80, waar we al uit zongen.
Als je in Amsterdam een van de vele souvenirwinkels binnenloopt,
vindt je overal tulpen, klompen en molens – en wiet.
Dat zijn onze nationale symbolen.
In de souvenirwinkels van Jeruzalem staat alles in het teken van de wijnstok.

Maar die wijnstok is wel een pijnlijk symbool.
In Jesaja 5 gaat het over hoe teleurgesteld God is in zijn wijngaard.
Het was Gods bedoeling dat Israël dicht bij God zou leven,
dat het leven in Israël daardoor goed zou zijn,
en dat andere volken daardoor aangetrokken zouden worden tot Israëls God.
Maar daar is bitter weinig van terecht gekomen.
Israël had moeten bloeien, en zo een visitekaartje van God moeten zijn,
maar volgens Jesaja 5 hangen er slechts wrange druiven.
Van deze wijngaard wil je geen wijntje!

Maar Jezus is de wáre wijnstok.
Eentje waar heerlijke druiven aan hangen!
Jezus wordt gedreven door de liefde van de Vader,
en iedereen, zelfs Jezus’ vijanden, merkt dat aan hem.
Jezus wijst steeds naar de Vader,
nodigt steeds uit om de Vader te eren.
Jezus is hét visitekaartje van God.

dia 8 – Jezus draagt vrucht door zijn volgelingen heen
Uniek aan deze ik-ben-uitspraak van Jezus,
is dat hij niet alleen ‘ik ben’ zegt, maar ook ‘jullie zijn’.
Jezus is de wijnstok, zijn leerlingen, zijn volgelingen,
en daar horen Jezus’ volgelingen vandaag net zo goed bij, zij zijn de ranken.
Nu moet ik bekennen dat ik van plantenkunde niet zoveel verstand heb,
en ik me bij ranken dus niet echt een goede voorstelling kan maken.
Ik heb nog geprobeerd op internet uit te zoeken hoe dat zit,
maar ik ben er weinig wijzer van geworden…
Toch denk ik dat het beeld wel duidelijk is:
druiven groeien niet direct aan de stam, daar zit altijd nog iets tussen.
Dát zijn de volgelingen van Jezus.

Het leven van Jezus is niet vruchteloos,
ook niet als hij na Pasen teruggaat naar zijn Vader.
Jezus draagt vrucht door zijn volgelingen heen.
De verbondenheid tussen Jezus en zijn leerlingen blijft,
ook al is het anders dan het in de afgelopen 3 jaren was.
Als wij aan Jezus verbonden blijven,
dan stroomt de liefde van Jezus door ons heen,
en dan worden de vruchten van Jezus werk in ons zichtbaar.
In je eigen leven: dat je steeds meer op Jezus gaat lijken.
En in de gemeente: dat we een bloeiende gemeente zijn.

Er zit wel een andere kant aan.
Een harde kant ook.
Er zijn ranken die geen vrucht dragen.
Gelovigen, aan wie niet te merken is dat ze bij Jezus horen,
waar Jezus liefde niet doorheen stroomt.
Kerken, die in zichzelf gekeerd zijn.
Dan zegt Jezus: ‘zulke ranken, daar heb ik niets aan.
Ze zitten alleen de groei van de andere ranken maar in de weg.’
Deze ranken worden afgesneden van de wijnstok.
Vrucht dragen is voor christenen niet een extraatje,
iets voor de Jesus-freaks onder ons.
Als je als christen geen vrucht draagt, dan is er iets goed mis!

dia 9 –uiteindelijke doel: de grootheid van de Vader
Het christelijk geloof wordt wel eens vertekent.
Alsof het er om gaat dat je in Jezus gelooft,
dat hij is gekruisigd en opgestaan,
dat daardoor jouw zonden worden vergeven
en je in de hemel mag komen, het einddoel.
En op zich is dat nog waar ook,
maar het is wel een verknipt, een half evangelie.
Jezus zet het in Johannes 15 anders neer.
Geloven in Jezus is veel meer dan bepaalde dingen voor waar houden.
Het is in Jezus blijven, innig aan hem verbonden zijn.
Als dat zo is, dan draag je vrucht.
En dan komt er een heel ander einddoel, vers 8:
‘de grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden
wanneer jullie veel vrucht dragen.’
Hét doel is de grootheid van de Vader!

Daarom is het ook zo pijnlijk als onder christenen geen liefde te proeven is:
dan zijn we niet bepaald een aanbeveling voor de Vader.
Maar dragen we vrucht, als christen en als gemeente,
dan is dat niet alleen mooi voor ons,
omdat dat een fijne, positieve sfeer geeft,
maar geven we vooral de Vader eer!

3. Zelf aan de slag?
dia 10 – zelf aan de slag?
Nu heb ik vorige week juist gezegd
dat geloven geen kwestie is van stappenplannen.
Jezus zegt: ‘ik ben de weg’ –
dat betekent dat, hoe hard we het ook proberen,
we met alles wat wij doen niet dichter bij God komen.
Er is maar één manier: dicht bij Jezus leven, die je bij God brengt.
Moeten we nu toch weer zelf aan de slag?

dia 11 – een opdracht, maar vooral een belofte!
Jezus geeft zeker opdrachten.
‘Blijf in mijn liefde.’
‘Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben.’
‘Ik draag jullie op om op weg te gaan en vrucht te dragen.’
Maar het zijn geen dingen om zelf mee aan de slag te gaan.
Jezus zegt ook: ‘zonder mij kun je niets doen.’
Het begint met het dicht bij Jezus blijven!
En als je dat doet, gebeurt er wat.
Dat is een opdracht, zeker, maar het is nog meer een belofte.
Jezus zegt: ‘als iemand in mij blijft en ik in hem,
zál hij veel vrucht dragen.’
Jezus zegt dus niet dat je dan veel vrucht móet dragen,
maar dat het zal gebeuren!
Laat Jezus’ liefde binnenkomen, dan zal het je in beweging zetten.

4. Het geheim van vrucht
dia 12 – het geheim van vrucht
Het is fijn om resultaat te zien,
en het is ook de bedóeling dat christenen vrucht dragen.
Het verlangen naar dat je meer op Jezus gaat lijken,
het verlangen naar de vrucht van de Geest,
het verlangen naar een bloeiende, aantrekkelijke gemeente:
dat is een goed verlangen.
Maar wat is het geheim?

dia 13 – het begint met dicht bij Jezus blijven
Wij hebben vaak de neiging het te zoeken in vormen en plannen.
En er is helemaal niets mis mee
om met enige regelmaat bestaande vormen kritisch tegen het licht te houden.
Zijn we nog op de goede weg,
of doen we de dingen zo omdat we ze altijd zo gedaan hebben?
Soms moeten dingen veranderen,
soms moet je gewoon actie ondernemen.

Maar het geheim van vruchtbaar geloven
is zo eenvoudig, en tegelijk zo moeilijk:
blijf heel dicht bij Jezus Christus.
Als wij een bloeiende gemeente willen zijn
en het zoeken in vormen en actieplannen,
dan zitten we op het verkeerde spoor.
Het begint met dat we hecht aan Jezus verbonden zijn.

dia 14 – 1. laat je snoeien (snoeischaar)
Daarover nog 2 dingen.
Het eerste: soms moet er gesnoeid worden.
Jezus zegt: ‘elke rank die vrucht draagt, snoeit mijn Vader bij.’
Bij een druivenplant kan het zijn
dat er zoveel bladeren zijn, dat de druiven in de schaduw hangen.
Dat kan ook in je leven als christen gebeuren:
dat er zoveel dingen in je leven zijn die jij belangrijk vindt,
dat alle energie daarheen gaat, en je nauwelijks vrucht draagt.
Je gaat op in je werk, je probeert je leven onder controle te houden,
je zit vol zorgen, je voelt druk om uit het leven te halen wat er in zit:
allemaal dingen waardoor je vruchten in de schaduw komen.
Laat je dan snoeien!

dia 15 – 2. houd Jezus’ woorden vast
Het tweede: Jezus verwijst naar zijn woorden en zijn geboden,
dat is waar je in moet blijven.
Dat is al iets tastbaarder dan ‘blijf in mij’.
Blijf bij wat Jezus heeft gezegd, wees daarmee vertrouwd.
Zoals ik ergens las:
‘richt je leven zo in dat je jezelf geen dag de kans geeft Jezus te vergeten.’

Blijf in Jezus – dat is het geheim van een vruchtbaar geloof.
Dat is het geheim van een bloeiende kerk.
Dan wordt de grootheid van de Vader in ons zichtbaar.
Amen.




Johannes 14:6 | Weg met je stappenplannen!

Voor alles maken we stappenplannen. Naar elk levensdoel is een stappenplan te bedenken. Maar kun je met een stappenplan ook dichter bij God komen? ‘Nee’, zegt Jezus, ‘ík ben de weg.’ Geen stappenplannen, maar Jezus!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 369
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: OB Psalm 42 : 1, 3 en 5
Gebed
Kinderen naar club
Leefregels
Zingen: NLB Psalm 130c
Lezen: Johannes 13 : 31 – 14 : 21
Zingen: GKB Psalm 1 : 1, 2 en 3
Preek over Johannes 14 : 6
Zingen: NLB Gezang 622 : 1, 4 en 5
Kinderen terug
Onderwijs avondmaal
Luisterlied: Opwekking 797
Viering avondmaal
Zingen: NLB Gezang 405 : 1 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

Weg met je stappenplannen!

Inleiding
dia 1 – checklist
Wie mij een beetje kent, weet dat ik een groot liefhebber van structuur.
Ik kan niet ergens aan beginnen
en dan maar zien waar het schip strand:
ik heb een systematische aanpak nodig.

Daarom vind ik het heerlijk
om op vrije avonden te priegelen met modelbouwpakketten.
Natuurlijk, je kunt zo’n doos openmaken,
de onderdelen uit het raam duwen
en op goed geluk de boel in elkaar lijmen.
Dat kan, maar dat is niet slim.
Met een systematische aanpak kom je veel verder.

Dus begin ik met de bouwtekening.
Het eerste uur van het bouwen van mijn locomotief
besteed ik aan het grondig bestuderen van de tekening.
Ik wil eerst snappen wat er gebeurt, voor ik er zelf aan begin.
Vervolgens maak ik mijn eigen plan,
want ik ben wel zo eigenwijs
dat ik het met enige regelmaat beter weet dan de tekeningen…
Ik draai de volgorde wat om,
en bedenk welk onderdeel wanneer geverfd moet worden.
Als ik dat hele stappenplan in mijn hoofd heb,
ben ik er eindelijk aan toe de eerste onderdelen aan elkaar te lijmen.
Heerlijk, zo’n gestructureerd project!

dia 2 – weg met je stappenplannen
Vandaag gaat het over stappenplannen.
Ik houd daar van: je weet precies waar je aan toe bent.
Thomas houdt daar ook van.
Hij vraagt Jezus naar de weg om bij de Vader te komen.
En dan krijgt Thomas een raadselachtig antwoord.
Johannes 14:6: ‘Jezus zei: “ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.”’
Jezus geeft Thomas geen stappenplan, maar wijst op zichzelf.
Daarom is het thema vanmorgen: weg met je stappenplannen!

1. Stappenplannen
dia 3 – situatie: een gesprek over de tijd na Pasen (bord op schoot)
Jezus doet die uitspraak, ‘ik ben de weg, de waarheid en het leven’,
op de laatste avond met zijn leerlingen.
Ze zitten aan tafel, en natuurlijk niet alleen om te eten.
Als je met vrienden eet,
dan ga je niet met je bord op schoot voor de tv zitten.
Dan leg je juist je telefoons opzij,
eventueel spreek je een ludieke straf af
voor degene die als eerste de verleiding niet kan weerstaan
toch op zijn telefoon te kijken,
en je maakt tijd om met elkaar te praten.

dia 4 – (afbeelding weg)
Vanavond heeft Jezus zijn leerlingen heel wat te zeggen.
Jezus weet van alle veranderingen die eraan komen.
Nog een paar uur en Jezus wordt gearresteerd.
Jezus zal sterven, maar ook weer opstaan.
Vanavond is het moment om de leerlingen voor te bereiden
op de tijd na Pasen.

Er ontstaat een heel gesprek,
maar de leerlingen van Jezus begrijpen maar weinig van wat Jezus zegt.
Thomas, die zo graag duidelijkheid wil, kan er niets mee.
Waar gaat Jezus nou naartoe, en hoe kunnen zij daar komen?
Thomas vraagt naar de weg, naar een stappenplan:
hoe komen we weer bij u?

dia 5 – stappenplannen geven duidelijkheid (stappenplan)
Thomas is een Jood uit de eerste eeuw,
maar als westerling in de 21e eeuw had hij het ook niet slecht gedaan.
Want wat kunnen wij druk zijn met het plannen van onze levensweg!
Op school wordt je getraind om doelen te stellen,
en vervolgens een stappenplan te maken hoe je dat doel kunt bereiken.
Op al je levensdoelen kun je een stappenplan loslaten.
In onze samenleving zijn je mogelijkheden onbegrensd,
jij stippelt de weg uit naar je toekomst,
en voor die weg ben jij alleen verantwoordelijk.

Nu gaat het in Johannes 14 niet over algemene levensdoelen,
het gaat over de weg naar God, de Vader.
Maar ook op het vlak van godsdienst houden we van stappenplannen.
Dat verklaart ook een stukje van de populariteit van het Boeddhisme:
dat heeft gewoon een achtvoudig pad naar verlichting.
Heerlijk, zo’n stappenplan.
Net als met een bouwpakket: je begint gewoon met stap 1.
Maar ook christelijke boeken met stappenplannen doen het goed:
een beter gebedsleven in 10 stappen,
een betere leerling van Jezus worden in 40 dagen, enzovoort.

dia 6 – Thomas zoekt zo’n stappenplan
Als Thomas Jezus naar de weg vraagt,
zoekt hij zo’n antwoord: een stappenplan.
Dat past ook helemaal in het Jodendom.
‘De weg’ is daar een belangrijk thema.
Neem bijvoorbeeld Psalm 1:
er is een weg van rechtvaardigen en een weg van wettelozen.
En natuurlijk is het de bedoeling om op de goede weg te blijven!
Dat is de weg van Gods wet.
Zeker in de tijd van Jezus waren regels in het Jodendom heel belangrijk:
‘houd je aan Gods regels, houd je aan de extra regels, houd je aan nog meer regels,
en je bent op de goede weg: de weg naar God.’
Zo’n antwoord zoekt Thomas: een stappenplan.
‘Doe dit en dit en dit en dit, dan blijf je op de goede weg,
en zul je bij mijn Vader en mij zijn.’

2. Jezus in plaats van stappenplannen
dia 7 – de weg is geen stappenplan maar een persoon
Maar Jezus geeft niet het antwoord dat Thomas graag wil horen.
Geen stappenplan, maar: ‘ik ben de weg, de waarheid en het leven.’
Al die stappenplannen, Jezus schuift ze van tafel,
en in plaats daarvan schuift hij zichzelf naar voren: ‘ík ben de weg’.
Want de weg naar God is geen stappenplan,
wij kunnen niet allerlei stappen zetten om dichter bij God te komen.
Er is maar één weg, en dat is een persoon: Jezus Christus.

dia 8 – verdwaald
‘Ik bén de weg,’ zegt Jezus.
Dat is belangrijk: Jezus vertelt de weg niet, maar is zelf de weg.
Als je in een grote stad verdwaalt bent,
en je vraagt een voorbijganger naar de weg,
dan is de kans groot dat je na zijn derde aanwijzing
de draad al weer helemaal kwijt bent.
Jezus vertelt de weg niet, hij ís de weg.
‘Blijf bij mij,’ zegt Jezus,
‘ik ben voor jou gekruisigd en opgestaan.
Jij hoeft niets meer te doen, ik brengt je bij mijn Vader.’

dia 9 – Jezus heeft zich aan alle stappen gehouden
Niks geen stappenplannen dus.
En dat is maar goed ook, want geen mens kan zich aan die stappenplannen houden.
Dat merk ik al bij die bouwpakketten van mij:
hoe goed ik ook lees, ik maak altijd wel een fout.
Dat je zelf de weg van je leven uitstippelt,
dat klinkt mooi, maar in de praktijk krijg je te maken
met allerlei onvoorziene omstandigheden,
waardoor je weg heel anders loopt dan gepland.
En die stappenplannen om bij God te komen,
die werken gewoon niet!
De Joden deden zo hun best, met al hun regels,
maar 1 foutje, en je kon weer opnieuw beginnen…

Maar Jezus maakt geen foutjes.
Als ik Psalm 1 lees of zing,
dan zakt de moed me wel een beetje in de schoenen:
de rechtvaardige mens moet wel perfect zijn!
Dat ben ik dus niet – sorry…
Maar Jezus is het wel!
Alle wetten, alle regels, alles om heilig te zijn,
Jezus heeft zich eraan gehouden, Jezus heeft het gedaan!
Daarom is hij voor ons een nieuwe weg,
hoeven wij geen stappenplannen te volgen,
maar moeten we bij Jezus zijn.

dia 10 – genade: Gods Weg komt naar jou toe
Want het klinkt wel leuk, al die stappenplannen,
een beter gebedsleven in 10 stappen, dat vind ik heel aantrekkelijk,
maar het is genadeloos.
Stappenplannen leveren je over aan jezelf: jij moet er wat van maken.
En je weet hoe het dan gaat…
Je begint er vol goede moed aan,
met een beetje geluk kom je tot stap 5,
maar als je met stap 6 begint ben je stap 1 alweer vergeten,
en na een maand ben je weer terug bij af.
Een stappenplan is genadeloos, Jezus niet.
Jezus is de weg, de waarheid en het leven:
hij is de waarheid in eigen persoon en hij belichaamt het leven!

Het christelijk geloof gaat niet over alles wat wij moeten doen.
We hebben vorige week Pasen gevierd, en blijven het vieren:
juist daar wordt duidelijk dat Jezus zoveel meer is
dan een wijze man van vroeger aan wie je een voorbeeld kunt nemen.
Nee: hij is de nieuwe weg naar God!
Het christelijk geloof werpt je niet op jezelf terug,
niet jij moet een weg gaan, moet allerlei stappen volgen,
maar Gods weg komt naar jou toe!
Wanneer je in Jezus gelooft, is God nooit ver weg.
Dan hoef je niet naar hem toe te klimmen.
Jezus zegt: ‘dan zijn jullie in mij en ik in jullie!’

3. Doe je stappenplannen weg
dia 11 – doe je stappenplannen weg (prullenbak)
Ik voel me vaak een Thomas.
Thomas, die eerst niet kan geloven dat Jezus is opgestaan.
Thomas, de nuchtere man die snakt naar duidelijkheid.
Ik zou graag een stappenplan krijgen om dichter bij God te leven.
Ik zou graag willen dat geloven duidelijker is:
Jezus liefhebben, dat is zo vaag.
Zeg mij gewoon wat ik moet doen!
Maar hoe ik ook aan stappenplannen gehecht ben, Jezus is veel beter!
Stappenplannen lijken mooi, maar je moet het zelf doen.
Jezus zegt: ik doe het voor je, mijn genade is voor jou genoeg.
Dus zeg ik, tegen mijzelf en tegen jullie:
doe je stappenplannen toch weg!
Denk niet dat jij dichter bij God kunt komen
door hoe jij je best doet en de stappen volgt!

dia 12 – wees een ‘aanhanger van de Weg’
Weet je hoe de eerste christenen genoemd werden?
‘Aanhangers van de Weg’ – je komt het tegen in het bijbelboek Handelingen.
Doe je stappenplannen weg en wees een aanhanger van dé Weg.
Je komt niet bij de Vader door een stappenplan uit te voeren:
Jezus wil je bij de Vader brengen.
Geloof daarom in hem, vertrouw hem, leer hem steeds meer kennen.
Ga met Jezus om, leef met hem!
Want híj is de Weg.

(Vandaag mogen we hem ook ontmoeten in het avondmaal.
Daar mogen we 1 worden met onze Heer.
Daar mogen proeven van wat hij voor ons doet.)
Wij mogen onze stappenplannen in de prullenbak gooien,
want Jezus heeft alles al voor ons gedaan:
hij is de weg, de waarheid en het leven!
Amen.




Johannes 18-19 | De koninklijke weg

Wat laat Jezus’ weg naar het kruis zien? Van een afstandje lijkt Jezus het slachtoffer. Maar als je luistert naar wat Jezus zegt, hoor je een opmerkelijke kracht. Dit is de weg van een koning!
Voor wie deze meditaties in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com.

Liturgie
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 90 : 1
Gebed
Introductie
Lezen: Johannes 18 : 1 – 11
Meditatie 1: Jezus en de soldaten
Zingen: GKB Psalm 27 : 1 en 2
Lezen: Johannes 18 : 12 – 24
Meditatie 2: Jezus en Annas
Zingen: LvK Gezang 178 : 1, 6 en 7
Lezen: Johannes 18 : 25 – 40
Meditatie 3: Jezus en Pilatus I
Zingen: LvK Gezang 281 : 1, 3 en 4
Lezen: Johannes 19 : 1 – 16a
Meditatie 4: Jezus en Pilatus II
Zingen: LvK/GKB Psalm 2 : 1 en 4
Lezen: Johannes 19 : 16b – 30
Doven Paaskaars
Meditatie 5: Missie volbracht!
Zingen: GKB Psalm 22 : 13 en 14
Lezen: Johannes 19 : 31 – 42
Zingen: LvK Gezang 195 : 1, 4 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Gezang 192 : 1, 2, 5 en 6
Zegen

De koninklijke weg

Introductie
Vanavond staan we stil bij het evangelie van het kruis.
We luisteren naar het verslag van Johannes 18 en 19,
en denken daar in verschillende meditaties verder over na,
naar aanleiding van verschillende uitspraken van Jezus.
Van een afstandje lijkt het misschien dat Jezus een weerloos slachtoffer is.
Maar in de uitspraken van Jezus schuilt een opmerkelijke kracht.
Jezus is geen slachtoffer, maar de koning op weg naar zijn troon.
De weg van het kruis is de koninklijke weg!

Jezus en de soldaten
Ze hebben het zekere voor het onzekere genomen.
Vanavond zal Jezus niet ontsnappen.
De hogepriesters hebben een overmacht aan soldaten gestuurd
om er zeker van te zijn dat ze Jezus arresteren.
De ingangen van de Olijfgaard worden bewaakt,
voor het geval Jezus het in zijn hoofd mocht halen te vluchten.
Aan alles is gedacht, zelfs aan fakkels en lantaarns,
voor als Jezus zich in de tuin zou verstoppen.
Nee, dit kan niet meer mis gaan!

Of wel soms?
In de eerste confrontatie met Jezus wordt duidelijk hoe de verhoudingen liggen.
Jezus weet dat ze er aan komen,
neemt het heft in eigen handen, stapt op en af, en vraagt vriendelijk:
‘heren, zijn jullie naar iemand op zoek, kan ik jullie helpen?’
De soldaten zijn op hun hoede:
‘is dit hem nou of niet?
Hij lijkt op Jezus, maar hij zal toch niet zo stom zijn
om regelrecht onze armen in te lopen?’
Ze geven antwoord: ‘we zoeken Jezus uit Nazareth’.
Dan zijn ze aan het goede adres, en Jezus antwoordt: ‘ik ben het’.
Meteen vallen ze omver, op de grond.

Wat is dit?!
Ze waren nog wel met zo’n overmacht gekomen, zodat niets mis kon gaan.
maar nu heeft Jezus de touwtjes in handen!
Nu is er wel iets bijzonders met die woorden, ‘ik ben het,’ aan de hand.
Juist in Johannes komen die woorden ‘ik ben’ steeds terug.
‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ ‘ik ben de goede herder,’ enzovoort.
Steeds als Jezus ‘ik ben’ zegt, maakt hij zichzelf bekend.
Dan wordt iets van zijn majesteit zichtbaar.
Een verpletterende majesteit, die de soldaten op de grond werpt.
Tegenover Jezus zijn de machtige soldaten machteloos.

Maar Jezus loopt niet weg.
Eerder wel, in Johannes 8:
‘Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien.
Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.’
Dat kunstje had hij kunnen herhalen, maar hij doet het niet.
Hij wacht tot de soldaten weer zijn opgekrabbeld,
en het gesprek herhaalt zich: ‘ik ben het’.

Jezus neemt de leiding, en laat zich arresteren.
Daarbij bedingt hij nog een vrije aftocht voor zijn vrienden.
Maar zelf gaat Jezus met de soldaten mee.
Doelbewust: dit is de weg die hij gaan moet.
Hij moet de beker drinken die de Vader hem gegeven heeft.
De beker van vernedering, van lijden en van dood.
Want zo kan hij jou redden.

Jezus en Annas
Ook al heeft Jezus duidelijk laten merken dat hij heus niet zal ontsnappen,
toch wordt Jezus geboeid afgevoerd.
De eerste die hij te spreken krijgt is Annas,
een voormalig hogepriester.
Aan Annas de eer om Jezus aan het praten te krijgen.

Dat is nodig, want ze hebben niks.
Nou ja, ze hebben Jezus, maar er is geen aanklacht!
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat Jezus in de loop van de dag
alweer op vrije voeten gesteld moet worden.
Het is aan Annas Jezus te ondervragen, om te vissen naar strafbare uitspraken,
en dan de aanklacht klaar te maken.
Maar het oordeel ligt natuurlijk bij voorbaat al vast.

Annas wil je niet tegenover je hebben.
Hij kijkt dwars door je heen
met ogen waar werkelijk niets van af te lezen valt.
En je weet: hij kan met je doen wat hij maar wil,
je bent overgeleverd aan zijn genade,
en laat hij nou net niet om zijn genade bekend staan…

Maar Jezus is niet onder de indruk.
Zoals hij er bij zijn arrestatie boven stond, zo ook nu.
Annas stelt een algemene openingsvraag,
maar Jezus gaat er niet op in.
‘U weet toch wel waarom u mij hebt laten oppakken?
Ik heb geen geheimen, u vraagt naar de bekende weg.
U weet wie ik ben, u weet wat ik gezegd en gedaan heb,
dus waarom ondervraagt u mij nog?
En als u echt de aanklacht niet op orde hebt,
dan weet u toch wel dat niemand tegen zichzelf hoeft te getuigen?
Misschien kunt u beter andere getuigen oproepen!’

Jezus maakt duidelijk dat deze hele zitting niet deugt.
Maar daar laat hij het ook bij.
Jezus gaat niet in discussie.
Hij draagt geen redenen aan
waarom hij onmiddellijk vrijgelaten zou moeten worden.
Jezus heeft de touwtjes in handen,
en láát het onrecht over zich heenkomen.
Precies zoals hij het altijd onderwezen heeft.
Jezus kiest ervoor deze schijnvertoning te ondergaan.

Jezus en Pilatus I
Uiteindelijk wordt Jezus uitgeleverd aan Pilatus,
de stadhouder van de Romeinen.
Pilatus houdt zich graag verre van de Joodse godsdienst,
en met het Joodse volk heeft hij ook niets.
Hij baalt ervan dat hij naar Jeruzalem gedetacheerd is.

Pilatus zit niet op Jezus te wachten.
Zijn eerste vraag aan de Joodse leiders is dan ook:
‘waar wordt deze man eigenlijk voor aangeklaagd.?’
We hebben al gezien dat dat een gevoelig punt is: er is geen aanklacht.
De Joden komen dan ook niet met een aanklacht,
maar bluffen: ‘u weet toch wel dat we hem nooit bij u hadden gebracht
als hij geen misdadiger zou zijn?’
Uiteindelijk trekt Pilatus aan het kortste eind,
en moet ook hij Jezus ondervragen.

En dan komt voor het eerst in deze hoofdstukken het woord ‘koning’ voorbij.
Pilatus vraagt: ‘dus u bent de koning van de Joden?’
De vraag verraad dat Pilatus precies weet waarom de Joden Jezus uitleveren:
omdat Jezus beweert dat hij de messias is.
Maar in godsdienstige zaken heeft Pilatus geen interesse.
Voor hem telt maar één ding:
is deze koning een bedreiging voor de keizer?
Als hij dat niet is, is alles best.
Trouwens, nu Pilatus Jezus zo ziet
kan hij zich niet voorstellen dat Jezus een bedreiging zou zijn.

Weer laat Jezus merken dat hij er boven staat:
‘waarom stelt u deze vraag eigenlijk?
Kan het u werkelijk iets interesseren of ik de koning van de Joden ben,
of is deze vraag u door de Joden ingegeven?’
Schoorvoetend moet Pilatus toegeven.
Maar Jezus blijft welwillend:
‘terug naar de vraag: u wilde weten of ik koning ben.
Ja, dat ben ik, maar mijn koninkrijk is niet van hier.
Ik ben een ander soort koning.
Geen koning met politieke ambtities.
Anders had ik mijn vrienden wel voor me laten vechten in de Olijfgaard.
U weet wat daar gebeurt is toch?
Uw soldaten konden niet tegen me op, en toch ben ik meegegaan.
Want ik ben koning van Gods nieuwe wereld.
Dit hele proces kan dat niet tegenhouden.’

‘Mijn koninkrijk hoort niet bij deze wereld.’
Belangrijk om dat in de gaten te houden.
Om geen verkeerde, bijvoorbeeld politieke, verwachtingen van Jezus te hebben.
Ja, in deze wereld wordt al iets van zijn koninkrijk zichtbaar,
maar dat koninkrijk is niet van hier!

Jezus en Pilatus II
Het zal Pilatus allemaal een zorg wezen.
Nee, hij gelooft niet dat Jezus iets verkeerd heeft gedaan.
Maar als die Joden hun zinnen op hem hebben gezet,
dan krijg je het niet meer uit hun hoofd gepraat.
Hij zal de Joden hun zin wel weer geven.

Nu komen de Joden eindelijk wél met een aanklacht op de proppen:
Jezus heeft zich de Zoon van God genoemd,
en volgens de Joodse wet betekent dat dat Jezus moet sterven.
Nu krijgt Pilatus het Spaans benauwd.
Hij is helemaal niet blij dat er nu een aanklacht ligt.
Nee: hij vraagt zich juist af of hij hier zijn vingers wel aan wil branden.
Als Romein kende hij uit zijn eigen godsdienst
genoeg verhalen van goden die kinderen op aarde verwekten.
Zou Jezus in directe verbinding staan met de godenwereld?
Pilatus doet nog een laatste poging Jezus te redden.
Hij begint een nieuwe ondervraging, ‘waar komt u vandaan?’,
maar Jezus zwijgt.

‘Maar Jezus,’ zegt Pilatus, ‘weet je dan niet dat je in mijn handen bent?
Ik ben je laatste kans om het hier levend vanaf te brengen,
dus werk toch met me mee!’
En weer reageert Jezus koninklijk:
‘beste Pilatus, u kunt wel denken dat u machtig bent,
maar de enige macht die u hebt, is u door God gegeven.
U bent niet mijn laatste kans dit te overleven.
Ik ben in Gods handen, en wat hij wil, zal gebeuren.’
Pilatus wordt er radeloos van:
tegenover Jezus voelt hij zich helemaal niet zo zeker,
het lijkt wel alsof Jezus hem ondervraagt in plaats van andersom.

Wat Pilatus niet zal hebben beseft,
is dat Jezus hier verwijst naar zijn eerdere woorden, in Johannes 10:
‘Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf.
Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen –
dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’

Laat Pilatus zijn plek kennen!
Net als wij trouwens.
Laten wij ook onze plek kennen.
Beseffen dat God groter is dan wij,
en dat God niet van ons afhankelijk is.
Niet wij zijn koning, maar Jezus!

Missie volbracht!
Pilatus heeft zijn macht niet aangewend om Jezus van de kruisdood te redden.
Als Jezus niet meewerken wil, moet hij dat zelf weten,
maar Pilatus heeft hem in ieder geval een kans gegeven.
Zelf is Pilatus er wel klaar mee: hij heeft meer te doen vandaag.
Hij geeft Jezus mee aan de hogepriesters en zijn eigen soldaten,
om Jezus te kruisigen.
En zo gebeurt het.

Jezus lijkt slachtoffer,
van het Joodse complot en van Pilatus’ willekeur.
Maar vlak voor Jezus zijn hoofd buigt en de geest geeft,
maakt hij nog één keer duidelijk dat hij geen slachtoffer is,
maar dat dit de weg is die hij moest gaan.

Aan het kruis rondt Jezus zijn taken op aarde af.
Zijn taak om te sterven voor de schuld van de wereld.
Maar ook zijn taak om te zorgen voor zijn moeder,
van wie wordt aangenomen dat ze weduwe was.
De oudste zoon heeft de plicht voor zijn moeder te zorgen.
Die zorg draagt Jezus over aan zijn beste vriend: Johannes.
Als hij dat gedaan heeft, weet Jezus dat zijn werk klaar is.

Dat zijn ook Jezus laatste woorden: ‘het is volbracht’.
Dit is geen zucht van verlichting,
‘gelukkig, dat hebben we maar weer gehad’,
dit is niet het ongelukkig einde van een veelbelovende man.
Nee, Jezus roept uit: ‘mijn missie is volbracht!’
Zoals het in het Engels zo mooi klinkt: mission accomplished.
De taak, de missie, die de Vader Jezus te doen had gegeven is voltooid.
Denk niet dat dit Jezus overkomt: zijn sterven is zijn laatste daad.
Om nu voorgoed het kwaad van zijn kracht te beroven.
Nu is duidelijk dat Jezus niet alleen boven alle menselijke vijanden staat,
de Joodse hogepriesters, Pilatus,
maar zelfs boven de gevaarlijkste vijand: de duivel.

Nu kan Jezus zijn troon innemen, nu kan hij koning worden.
De weg van het kruis bleek de koninklijke weg.
Het laatste offer is gebracht, nu kan er iets nieuws beginnen!
‘Het is volbracht’: het is de overwinningskreet van Jezus.
Het is misschien wat vreemd,
op Goede Vrijdag zijn we niet in een jubelstemming,
maar met Jezus mogen we ook vandaag al juichen:
Jezus heeft zijn missie volbracht!




Johannes 1:50-51 | Jezus overtreft al je verwachtingen

Waar ben je naar op zoek? Naar geluk? Naar vrede? Naar leven? Jezus’ eerste leerlingen weten: bij Jezus zul je vinden wat je zoekt – bij Jezus moet je zijn. Sterker nog: Jezus overtreft al je verwachtingen!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Psalm 139 : 1, 7 en 8
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 136 : 1m, 2v, 3m, 20v en 21a (refrein steeds allen)
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Johannes 1 : 35 – 51
Zingen: GKB Psalm 63 : 1 en 3
Preek over Johannes 1 : 50 – 51
Zingen: Opwekking 462
Kinderen terug
Onderwijs belijdenis en doop
Getuigenis Dikkie
Zingen: LvK Gezang 14 : 1, 2, 3, 4 en 5
Belijdenis en doop
Zingen: GKB Gezang 10
Collecte en zingen: GKB Gezang 165, LvK Gezang 460 en GKB Gezang 166
Felicitaties
Gebed
Zingen: Opwekking 488
Zegen

Jezus overtreft al je verwachtingen

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag wil ik met jullie nadenken over wat je van Jezus verwacht.
Want daar gaat het over in dat deel uit Johannes 1 dat we lazen:
verwachtingen die mensen van Jezus hebben.
Nu is de ellende met verwachtingen
dat je er nogal eens in wordt teleurgesteld.

dia 2 – horloge
Het is een teleurstelling als je iets gekocht hebt, en het valt tegen.
Bijvoorbeeld mijn horloge:
ik had het nog geen twee maanden, of het uurwerk begaf het al.
Dat is niet wat ik van een horloge verwacht:
ik draag geen horloge om ermee te pronken,
dan had ik wel een armband genomen,
maar ik wil weten hoe laat het is!
Gelukkig is het allemaal keurig onder garantie gerepareerd,
maar het voldeed dus niet aan de verwachtingen.

dia 3 – boek
Het is een teleurstelling als iedereen lyrisch is over een boek,
en jou vertelt: ‘dat boek vind jij ook schitterend, dat moet jij lezen!’
en dus ga je met hooggespannen verwachtingen het boek lezen,
maar wat vált het boek tegen!
Je snapt niet waarom iedereen er zo enthousiast over is.
Teleurgesteld leg je het boek na 80 bladzijden aan de kant.

dia 4 – taart
Het is een teleurstelling als je jarig bent en een groot feest wilt geven,
als je flink inkopen hebt gedaan om het je gasten naar de zin te maken,
maar er komt niemand opdagen.
De rest van de maand kun jij eten van je verjaardagsboodschappen…

dia 5 – zwart
Zo kan ik nog wel even doorgaan.
Teleurstellingen zijn overal!
We hebben al jong geleerd dat je vaak wordt teleurgesteld in je verwachtingen.
Daar hebben we ook iets op bedacht:
als je gewoon niet zoveel verwacht, dan wordt je er ook niet in teleurgesteld!
We houden onze verwachtingen laag om teleurstellingen te voorkomen.

dia 6 – Jezus overtreft al je verwachtingen
Daarmee komen we bij het thema van vandaag.
Bij Jezus hoef je je verwachtingen niet laag te houden:
Jezus overtreft al je verwachtingen!
Daar denken we over na vanuit Johannes 1:50-51,
die ik nu voorlees uit de Herziene Statenvertaling:
“Jezus antwoordde en zei tegen hem:
‘Omdat ik tegen u gezegd heb: ‘ik zag u onder de vijgenboom’, gelooft u.
U zult grotere dingen zien dan deze.
En hij zij tegen hem: ‘voorwaar, voorwaar, ik zeg u allen:
van nu af zult u de hemel geopend zien
en de engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen.’

1. Wat zoek je bij Jezus?
dia 7 – waarom lopen ze achter Jezus aan?
Ik word vrolijk van dit verhaal over Jezus en zijn eerste leerlingen.
Jezus maakt een wandeling, hij begint in zijn eentje,
maar al snel is het een hele groep!
De een na de ander komt erbij en sluit zich aan.
Jezus zelf hoeft er niets voor te doen, ze komen gewoon,
alsof ze door een magneet getrokken worden.
Het is een soort ’10 kleine visjes’, je weet wel, eerst waren het er 10, toen 9, toen 8,
tot moeder vis alleen overbleef, maar dan andersom.
Aan het einde van het hoofdstuk zijn ze al met z’n zessen.

Maar waarom?
Hoezo lopen ze achter Jezus aan?
Wat zien ze in hem?
Het leuke is dat Jezus zelf die vraag ook stelt.
Twee leerlingen van Johannes de Doper lopen achter Jezus aan.
Ze volgen hem op een afstandje.
Opeens draait Jezus zich om, en ze voelen zich betrapt.
Jezus vraagt: ‘wat zoeken jullie?’
Dat kan wat bot overkomen:
‘wat hebben jullie hier te zoeken?
Wat lopen jullie achter mij aan?
Wat kijken jullie naar mij?
Heb ik iets van je aan ofzo?’
Maar dat is niet wat Jezus bedoelt.
Jezus zegt het precies zoals hij bedoelt: ‘wat zoeken jullie?
Jullie willen met mij meelopen, oke, maar waarom?
Wat denken jullie dat ik te bieden heb?
Wat verwachten jullie van me?’

dia 8 – verwachting: er komt een messias die ons verlost
Daarmee zijn we dus weer bij dat thema: verwachtingen.
In Israël in die tijd broeide er iets.
De mensen voelden dat er iets ging gebeuren, het hing in de lucht.
Overal vandaan komen mensen naar de Jordaan,
waar een zekere Johannes profeteert.
Hij doet denken aan lang vervlogen tijden,
toen de grote profeten in Israël optraden.
Sinds de Israëlieten uit de ballingschap zijn teruggekeerd,
alweer zo’n 400 jaar geleden,
zijn er geen grote profeten meer geweest.
Ze moesten het doen met wat in de Schriften opgeschreven stond.
Maar nu staat die Johannes daar en hij zegt dat hij een boodschap van God heeft.
Veel mensen laten zich door Johannes overtuigen, en gaan kopje onder in de Jordaan.
Het levert Johannes zijn bijnaam op: ‘de Doper’.

Johannes maakt oude verlangens wakker.
Waar Johannes het steeds over heeft, is dat na hem iemand anders komt,
en dat Johannes de mensen daar klaar voor moet maken.
Die ander is de ‘messias’.
De mensen durven het woord nauwelijks uit te spreken,
bang om voor de zoveelste keer te worden teleurgesteld.
Maar een ‘messias’, een sterke held die het volk komt verlossen,
dat kunnen ze goed gebruiken!
Die profeten van vroeger hebben aangekondigd
dat er op een dag zo’n messias zou komen,
en Johannes laat die verwachting herleven.
Dát is wat die snel groeiende groep bij Jezus zoekt.
Ze hopen op verlossing, ze zoeken een messias.

dia 9 – in onze wereld: op zoek naar verlossing
En jij?
Wat zoek jij?
Die vraag mag je natuurlijk zelf beantwoorden.
Maar ik denk dat heel veel mensen ook vandaag verlossing zoeken.
Ook in onze wereld zijn mensen ontevreden en op zoek.
Op zoek naar veiligheid, want de wereld is bedreigend.
Op zoek naar gezondheid, zelfs onsterfelijkheid, want de dood is angstaanjagend.
Op zoek naar geluk, want dat maakt het leven de moeite waard.
Op zoek naar een beter leven.

dia 10 – Klaver
We zoeken het overal.
In de politiek bijvoorbeeld.
Politici kunnen voor ons messiassen worden,
van wie we verwachten dat ze ons verlossen.
Ik weet dat dat idioot klinkt,
maar kijk eens welke bijnaam Jesse Klaver van GroenLinks vorig jaar kreeg.
Precies: niet messias maar ‘Jessiah’.
Nu vind ik Jesse Klaver best een sympathiek politicus,
maar dit zijn wel erg hoge verwachtingen…
Of we zoeken het in de wetenschap:
als we maar genoeg weten, kunnen we al onze problemen oplossen.
Of we zoeken verlossing door uit de realiteit te vluchten.
Door met drank en drugs even van de wereld te zijn, in een eigen gelukzalige wereld.
Door te gamen, zoveel dat je meer in de computer leeft dan in de echte wereld.
Of door hele Netflix-series op 1 avond te kijken, tot diep in de nacht,
het zogeheten binge-watchen.
Allemaal plekken waar we verlossing kunnen zoeken.

2. Jezus overtreft al je verwachtingen
dia 11 – Jezus is de messias die ze verwachtten
Terug naar Johannes 1.
Op een dag staat Johannes de Doper met twee van zijn leerlingen bij de Jordaan.
Johannes ziet Jezus lopen, stoot de leerlingen aan
en zegt: ‘jongens, dat is hem: het lam van God!’
De leerlingen aarzelen geen moment:
dit is die messias waar ze al zo lang op wachtten.
Dat is ook het antwoord op de vraag
waarom al die mensen achter Jezus aan lopen.
Dat is omdat ze op Jezus gewacht hadden!
Ze zochten verlossing, ze zochten de messias, en hier is hij!
Nu is het zover, nu gaat het gebeuren.
Op een afstandje lopen ze achter Jezus aan:
hier willen ze niets van missen.

Ze blijven niet onopgemerkt.
Het lijkt wel alsof Jezus ogen in zijn achterhoofd heeft.
Hij draait zich om en vraagt: ‘wat zoeken jullie?’
Het lijkt dat de twee mannen de vraag met een wedervraag ontwijken:
‘Rabbi, waar logeert u?’
Maar er zit echt een antwoord in: Rabbi, meester.
Daarmee zeggen ze: u bent de man die wij zoeken, u bent onze meester!

In dit gedeelte staan nogal wat uitspraken over wie Jezus is,
je kunt ze zelfs belijdenissen noemen.
Dat ‘Rabbi’, in vers 38.
Of vers 41: ‘wij hebben de messias gevonden!’
Vers 45: ‘we hebben de man gevonden
over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken.’
En vers 49: ‘Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!’
Al die belijdenissen grijpen terug op de verwachting van een messias.
Eindelijk is het zo ver: hij is er!

dia 12 – de ontmoeting met Jezus overtuigt
Maar hoe weten ze nou zo zeker dat Jezus de messias is?
Vooral Natanaël, de laatste die bij de groep komt, zit daarmee.
Hij komt zijn goede vriend Filippus tegen.
Maar er is geen tijd om even gezellig bij te praten.
Filippus móet Natanaël wat vertellen:
‘Natanaël, Natanaël, moet je horen!
We hebben hem gevonden!’
‘Huh’, zegt Natanaël, ‘wie hebben jullie gevonden?’
‘O, Natanaël, doe nou niet zo dom!
De messias natuurlijk!’
Nu kijkt Natanaël Filippus aan alsof hij gek is geworden.
‘Ja, echt, de messias!
Hij heet Jezus, hij is de zoon van Jozef uit Nazaret!’
Natanaël begint hard te lachen.
‘Je haalt een grap met me uit he?
Nee, uit Nazaret kan niets goeds komen!’
Maar het is geen grap, en Filippus blijft aandringen.
‘Kom nou mee, kijk zelf!’
En wanneer Natanaël Jezus ontmoet,
slaat zijn gereserveerde houding om in een geweldige belijdenis!

Hoe kan dat?
Hoe worden Natanaël en de anderen overtuigd?
Door goede argumenten? Nee!
Het is Jezus zelf die een diepe indruk op hen maakt.
Ze ontmoeten Jezus, en dan is het duidelijk.
Als je Jezus ontmoet, of het nu in levende lijve is,
of door wat je in de bijbel over hem leest,
of hoe je hem tegenkomt in zijn lichaam, de kerk,
als je Jezus ontmoet, dóet dat wat met je!
De leerlingen kunnen er niet precies de vinger op leggen,
maar ze wéten het gewoon: hier moet ik zijn.
Net zoals jij, Dikkie, het al vaker hebt gezegd: ‘ik weet dat ik bij Jezus moet zijn!’
Dat is voor jou volstrekt duidelijk, geen twijfel over mogelijk.
Houd dat vast!

dia 13 – Jezus gaat veel verder dan de verwachtingen
En dan volgt een fantastische belofte van Jezus.
‘Natanaël, jij gelooft omdat ik zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten.
Je zult nog grotere dingen zien!’
Jezus is niet alleen degene op wie ze gewacht hebben,
hij is ook degene die alle verwachtingen ruimschoots overtreft!
Jezus begint over engelen die heen en weer gaan tussen de hemel en de aarde.
In de NBV is het vertaald alsof die engelen naar Jezus gaan.
In de Herziene Statenvertaling wordt duidelijk dat ze over Jezus heen en weer gaan.
Jezus is een soort ladder tussen hemel en aarde!

dia 14 – Jakobsladder
Zo’n ladder kom je eerder in de bijbel tegen, bij Jakob.
In de Nederlandse taal hebben we er het woord ‘Jakobsladder’ aan over gehouden:
zonnestralen door gaten in de bewolking,
waardoor het net lijkt alsof daar een ladder naar de hemel is.
Jezus zegt: ‘ik ben die ladder, ik verbind hemel en aarde,
ik geef veel meer dan vrede op aarde: ik geef vrede met God!’
Dat is veel meer dan wie ook maar verwacht had.
Jezus overtreft al je verwachtingen!

dia 15 – (afbeelding weg)
Dat betekent niet dat Jezus alles doet wat jij wilt.
Als je dat verwacht, raak je teleurgesteld.
Uiteindelijk blijkt dat de verwachtingen van Jezus’ leerlingen ook niet kloppen.
Ze zochten een sterke held die van Israël weer een belangrijk land zou maken.
Dat hebben ze niet gekregen.
Ze kregen veel meer: geen held die alle vijanden het land uit joeg,
maar een held die zijn leven gaf om het kwaad zelf zijn macht te ontnemen!
Niemand had zien aankomen dat Jezus zou sterven,
en niet alleen de messias van het Israël aan het begin van de jaartelling zou zijn,
maar de verlosser van de hele schepping!
Denk dus niet te klein van Jezus: hij overtreft je verwachtingen!

3. Zoek het bij Jezus
dia 16 – andere dingen brengen geen verlossing
Die eerste leerlingen gaan het avontuur aan.
Ze zochten verlossing, en hoeven niet langer te zoeken:
bij Jezus hebben ze het gevonden.
Zoek het ook bij Jezus!

Dus niet op al die andere plaatsen.
Niet bij zogenaamde messiassen in de politiek.
Dat moet je die politici ook helemaal niet willen aandoen.
Dan kunnen ze alleen nog maar tegenvallen.
Zoek het ook niet bij de wetenschap.
Ja, ik geloof dat de wetenschap ons veel gebracht heeft,
maar verlossen kan de wetenschap ons niet.
Vluchten uit de realiteit lost ook niets op.
Het verlost je niet, het suggereert het alleen.
De volgende dag heb je een kater.
Het kan zelfs je leven verwoesten, in plaats van dat het er beter van wordt.

dia 17 – bij Jezus moet je zijn!
Nee: ben je op zoek – naar verlossing, naar veiligheid,
naar onsterfelijkheid, naar geluk, naar eeuwig leven –
zoek het dan bij Jezus: bij hem moet je zijn!
Eén keer in dit verhaal zegt Jezus het, tegen Filippus:
‘volg mij, ga met mij mee.’
Doe dat maar!
Dat betekent nog niet eens dat je van alles moet doen,
dat jij nu aan Jezus een voorbeeld moet nemen.
Dat zit er ook wel een beetje in, maar het is allereerst dicht bij hem zijn!
Naar hem kijken, naar hem luisteren,
maar ook stil voor hem worden en hem aanbidden.

Je mag bij Jezus zijn, dat is ook de belofte van de doop.
Dikkie, jouw oude mens mag je achterlaten op de bodem van dat zwembad.
In het doopgesprek heb je gezegd: ‘ik wil een nieuwe Dikkie worden’.
Zometeen mag de oude Dikkie verdrinken,
en een nieuwe Dikkie mag opstaan in een nieuw leven – mét Jezus.
Dat betekent niet dat het voortaan allemaal vanzelf gaat.
Het is wel een krachtige verzekering: bij Jezus vind je wat je zoekt, en hij houdt jou vast!
Dus ga steeds weer naar Jezus!

Want Jezus geeft het leven waar we zo naar verlangen.
Hij is het lam van God, de messias, die ons verlost.
Bij hem moet je zijn!
Amen.




Johannes 2:11 | Geloven in Jezus is een feest

Is geloven saai? Dat imago heeft het nog wel eens… Jezus laat iets heel anders zien. Zijn allereerste wonder is dat hij water in wijn verandert. Want Jezus is gekomen om vreugde te brengen!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 553
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 81 : 1a, 2v, 8m en 12a
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen: Johannes 2 : 1 – 12
Zingen: LvK Gezang 27 : 1, 2 en 3
Preek over Johannes 2 : 11
Zingen: LvK Gezang 90 : 9, 10 en 11
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: LvK Gezang 487 : 1 en 2
Onderwijs diakenen
Bevestiging Peter Willem de Jong
Zingen: Opwekking 575 (beurtzang)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: ELB 357 : 1, 2 en 5
Zegen

Geloven in Jezus is een feest!

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag zijn we op een bruiloft.
Iedereen die getrouwd is, of ceremoniemeester is geweest,
weet dat een bruiloft een hele organisatie is.
Het wordt tot in de puntjes voorbereid,
want op een bruiloft mag niets fout gaan.

dia 2 – weddingplanner
Als het saldo op je bankrekening maar hoog genoeg is,
kun je een hoop bruiloftszorgen afkopen.
Google maar eens op ‘weddingplanner’, dan kom je dit soort zinnen tegen:
‘ik zorg dat jullie vooraf en tijdens de bruiloft stress vrij kunnen genieten
van alle mooie gebeurtenissen en bijzonderheden die op jullie pad komen.’
Geen gedoe dus met dat er te weinig wijn is ingeslagen.
Als je maar betaalt, is alles mogelijk.

Dat is ook direct het probleem.
Toen Hanneke en ik trouwden, hadden we het geld niet.
Net als dat bruidspaar in Kana.
Zelfs al zouden we het geld hebben gehad,
dan nog hadden we het er niet voor over.
Nee, onze bruiloft was zo ongeveer het tegenovergestelde:
een studentenbruiloft waar we alles zelf geregeld hadden.

dia 3 – bierkratten
Het feest was in het clubgebouw van de plaatselijke ijsvereniging,
we hadden medestudenten geronseld om de catering te verzorgen,
en zelf stonden we de dag voor de bruiloft
samen met onze ceremoniemeesters in de supermarkt voor de feestboodschappen.
Maar ja, hoeveel moet je inslaan?!
Hoeveel borrelnootjes, blokjes kaas en bitterballen zullen de gasten eten?
Gaan ze aan de cola, drinken ze een biertje, of toch liever een wijntje?
Liever wat te veel inslaan dan ‘nee’ moeten verkopen.
Gelukkig werkte de supermarkt mee:
alles wat te veel was ingeslagen kon de volgende dag weer worden teruggebracht.
Leve onze ceremoniemeesters:
terwijl wij op huwelijksreis gingen stonden zij bierkratten in te leveren.

Het bruidspaar in Kana had niet zo’n regeling met de supermarkt.
Maar is dat nou echt Jezus’ probleem?!
Dít, zegt Johannes, is het eerste wonder dat Jezus heeft gedaan.
Dan denk ik: had Jezus geen betere dingen te doen
dan op te treden als redder van een bruiloft?
Ik zou het in ieder geval niet durven:
als wij te weinig kratten bier hadden ingeslagen
aan Jezus vragen of hij er nog wat bij wilde maken…

dia 4 – geloven in Jezus is een feest!
Toch doet Jezus dit wonder, en het is nog een belangrijk wonder ook!
Johannes 2:11: ‘Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken;
hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.’
Door juist met dít wonder te beginnen laat Jezus zien: ‘geloven in mij is een feest!’
Dat is het thema: geloven in Jezus is een feest!
Ik hoop dat deze preek je kan helpen om van Jezus te genieten.

1. Een kleurloos leven
dia 5 – het leven in Kana: hard en eentonig
Waarom begint Jezus met uitgerekend dit wonder?
Dat wordt duidelijker als je meer weet over de achtergrond van dit verhaal.
Laten we daar mee beginnen: hoe zag het leven in Kana er uit?

Het leven in Kana, een dorpje in het afgelegen Galilea, noord-Israël,
is in niets te vergelijken met het leven in Nederland.
Er is niets te beleven en er gebeurt nooit wat.
Het is een kleurloos bestaan.
Er wordt niet gedroomd: mensen zijn al lang blij als ze weer een dag gehaald hebben.
Ze werken zich een slag in de rondte, en kunnen daar precies mee rondkomen.
Denk niet dat er nog geld over is voor leuke dingen,
al is het maar iets kleins als even een ijsje op een terrasje eten.
Daar is trouwens ook helemaal geen tijd voor!
Werken, eten en slapen, dat is het leven.
Dag in dag uit.
Geen vakanties, geen snipperdagen: elke dag is hetzelfde.
De enige afleiding komt van de praatjes in het dorp,
dus wordt er heel wat af geroddeld.
Al met al een kleurloos leven.

dia 6 – het godsdienstig leven: overal regels
Met het godsdienstige leven is het al niet veel beter.
Ook daar valt weinig kleur aan te ontdekken.
Die watervaten op de bruiloft zijn daar een typisch voorbeeld van.
Ze zijn bestemd voor een reinigingsritueel.
Dus niet gewoon even je handen wassen voor het eten,
omdat dat wel zo hygiënisch is.
Nee: die reiniging is een godsdienstig ritueel.
Zoals er zoveel rituelen en regeltjes waren.
Nog veel meer dan God in de wet aan Israël had gegeven.
Voor alles zijn regels, en je moet er steeds aan denken niet net dat ene regeltje te vergeten.
Godsdienst is een ernstige zaak, dat moet je niet makkelijk nemen.
Dus draagt ook de godsdienst bij aan het kleurloze leven.

dia 7 – geloven: een ernstige zaak?
Laten we eerlijk zijn: dat imago hebben christenen nog steeds.
Bij de kerk denken veel mensen aan allerlei regeltjes
en bij christenen aan ernstige en saaie mensen.
Ik vind het altijd heerlijk hoe mensen van buiten de kerk reageren
als ze erachter komen dat ik predikant ben.
‘Hoe kan dat, jij bent een heel normale leuke jongen!’
Of: ‘maar jij bent nog jong, het leven ligt voor je open!’
Eigenlijk jammer dat mensen dat beeld van christenen hebben,
maar ik lach er hartelijk om.

Zo’n beeld komt natuurlijk ook niet uit de lucht vallen:
blijkbaar hebben we het er ook wel een beetje naar gemaakt.
Stralen we uit dat geloven toch vooral een ernstige zaak is.
Misschien vinden we wel dat de beste kerkdiensten
die diensten zijn waar de zweep er overheen gaat
en je met een diep schuldbesef weer naar buiten gaat.
Veel beter dan diensten waarin veel wordt gelachen.
We kunnen er zomaar een eer in stellen te doen wat we niet leuk vinden,
want ‘wie heeft gezegd dat alles leuk moet zijn’.
Nee, de plicht roept!
Dan denken we dat je roeping juist daar ligt
waar je met tegenzin aan begint.
Alsof jij, Peter Willem, pas een goede diaken kunt zijn
als je er tegen wil en dank aan begint.

2. Geloven in Jezus is een feest!
dia 8 – Turkse bruiloft
Terug naar Kana.
Vandaag is het feest.
Een jongen en een meisje uit het dorp trouwen.
In onze omgeving zie je het niet zo vaak,
maar misschien ben je wel eens een Turkse bruiloft tegengekomen.
Zo’n bruiloft wordt niet in besloten familiekring gevierd:
ieder die in de verste verte verwant is, wordt uitgenodigd.
In optocht trekt het gezelschap door de wijk,
en met veel getoeter wordt ervoor gezorgd dat niemand kan missen dat het feest is.
Zoiets stel ik me bij die bruiloft in Kana voor: het hele dorp viert feest!
Als je nog even weer bedenkt hoe kleurloos het leven in Kana was,
snap je wat een welkome afleiding dit is.
Zo’n bruiloft is het hoogtepunt van het jaar!

dia 9 – Jezus laat zien wie hij is:
Maar dan is het eindelijk eens feest,
dreigt het feest vroegtijdig ten einde te komen…
De wijn is op!
Het is de nachtmerrie van elk bruidspaar:
dat iets op het feest helemaal in de soep loopt.
Je kunt je voorstellen dat de teleurstelling groot is.
Maar het is meer dan alleen teleurstelling: het is een schande!
Als wij, op onze bruiloft, te weinig bier hadden ingeslagen,
hadden we erom gelachen en de rest van de avond cola gedronken.
In Kana niet: het feest is afgelopen
en het jonge bruidspaar wordt nog maandenlang nagewezen
omdat hun bruiloft in het water is gevallen.

Dán grijpt Jezus in.
Jezus’ moeder, Maria, wil dat Jezus het probleem oplost.
Jezus houdt het af: ‘mijn tijd is nog niet gekomen’.
Toch komt Jezus in actie,
niet omdat zijn moeder dat zo graag wil, maar om zijn grootheid te tonen.
Op deze bruiloft grijpt Jezus zijn kans om te laten zien wie hij is.
Jezus doet dit wonder niet omdat hij medelijden met het bruidspaar heeft
en hen graag uit de brand wil helpen met wat hocus-pocus,
nee: Jezus wil dat zijn leerlingen zien wie hij is.
Dit eerste wonder is een statement: ‘dit ben ik, hier sta ik voor!’

dia 10 – 1. Feest is voor Jezus belangrijk (wijnkelder)
Wat laat dit wonder dan over Jezus zien?
Nou, allereerst heel simpel: dat feest voor Jezus belangrijk is!
Jezus redt het feest.
Hij geeft opdracht de watervaten te vullen, alle 6, tot de rand toe.
Vervolgens moet een van de bedienden er een beker mee vullen
en het aan de ceremoniemeester laten proeven.
Je moet het als bediende maar durven…
Je hebt geen idee wat Jezus met het water heeft gedaan,
en straks is de ceremoniemeester woedend omdat jij hem zulke bocht aanbiedt…
Maar dat is het niet: het is wijn van topkwaliteit.
En niet zo’n beetje ook: 6 vaten van 100 liter.
Dat zijn 800 flessen wijn – Jezus laat een complete wijnkelder aanrukken!

Jezus’ leerlingen zullen vreemd hebben staan kijken.
Ze kenden Jezus nog niet zo lang.
Wie ze wel kenden, was Johannes de Doper.
Sommige van Jezus’ leerlingen waren eerst zelfs leerling van Johannes geweest.
Als Johannes wonderen had kunnen doen, had hij nooit zoiets gedaan!
Johannes stond bekend als een zwartkijker.
Nooit, werkelijk nooit, had hij ook maar 1 druppel alcohol gedronken.
In vergelijking met Johannes komt Jezus over als een losbol!
Het laat zien: feest is belangrijk!

dia 11 – uitstapje: Jezus en alcohol (bier)
Even een zijstraatje: hoe zit dat met alcoholgebruik?
Vindt Jezus het prima als je een avond doortankt en straalbezopen thuiskomt?
Volgens de ceremoniemeester zijn de mensen al dronken,
en dan komt Jezus nog met zijn drankvoorraad…
Maar dat ligt toch een beetje anders.
Dat de mensen dronken zijn, is ongelukkig vertaald.
Bovendien werd de wijn altijd verdund gedronken,
en was niet alleen het laten mislukken van een feest een schande:
openbare dronkenschap was dat nog veel meer.
Ja, de gasten hebben al gedronken,
subtiele smaken proeven ze minder goed, maar het is geen drinkgelag.
Aan de andere kant: Jezus was geen geheelonthouder,
voor Jezus vergroot een goed glas wijn de feestvreugde.

dia 12 – 2. bij Jezus is vreugde
Maar Jezus redt niet alleen het feest.
Achter het wonder van Jezus zit een diepere betekenis:
Jezus laat zien waar hij voor gekomen is.
Die overvloed aan wijn laat zien: bij Jezus is vreugde!
Jezus is gekomen om het leven kleur te geven.
Niet voor niets gebruikt Jezus die watervaten,
die voor de rituele reiniging werden gebruikt.
Zelfs op een feest, waar je eindelijk even gewoon kunt genieten,
moeten de regels natuurlijk wel worden gehandhaafd…
Ik zie het als een ondeugende knipoog van Jezus
dat hij juist deze vaten gebruikt, symbool voor alle regels.

In plaats daarvan komt Jezus met wijn,
in de bijbel symbool van grote vreugde.
Geen beklemmende al te menselijke regels meer,
maar blijdschap en geluk en vrijheid.
Je zou zelfs kunnen zeggen:
Jezus zelf is het beste dat voor het laatst is bewaard:
veel beter dan alle regels en rituelen.
Bij hem vindt je leven in overvloed.

Inmiddels is Jezus’ tijd volop gekomen.
Heel de wereld moet weten wie Jezus is en wat hij gedaan heeft.
Jezus heeft ons zijn Geest gegeven, zodat we in vrijheid leven.
Dan kan geloven niet meer somber zijn.
Ja, ik weet ook dat geloven niet vanzelf gaat.
Maar denk niet dat geloven vooral moeilijk en zwaar is,
een kwestie van volhouden en plichtsbesef.
Nee: geloven in Jezus is een feest!

3. Altijd feest?!
dia 13 – als het leven zwaar is? dan nog blij met Jezus
Nou ja, is dat niet wat al te vrolijk?
Het leven is niet altijd feest…
Er zijn momenten dat je volop van het leven geniet,
maar ook momenten dat het leven je zwaar valt.
Kun je dan zeggen dat geloven in Jezus een feest is?

Dat hangt er vanaf wat je er mee bedoelt.
Als je bedoelt dat het leven met Jezus een en al feest en vrolijkheid is,
dat niets meer tegenzit en je altijd met volle teugen van het leven geniet,
nee, dan klopt het niet!
Dat belooft Jezus ook niet.
Ja, wel voor later: Jezus zegt dat hij uitkijkt naar de dag
dat we samen wijn drinken op zijn feest.
Maar dat feest is nog niet begonnen.

Maar ook als alles tegenzit, kan geloven in Jezus een feest zijn!
Wat kun je ook dan blij zijn met Jezus!
Wat is het prachtig dat als mensen door een moeilijke periode heengaan,
hun ogen beginnen te stralen als ze over Jezus beginnen.

dia 14 – er moet toch gewerkt worden? maar gericht op het feest
Iets anders: het kan niet altijd feest zijn, er moet gewerkt worden,
we moeten onze verantwoordelijkheid toch nemen?
Ja, er moeten dingen gedaan worden, ook in de kerk,
en het is ontmoedigend als we met elkaar geen verantwoordelijkheid nemen.
Maar: laat het beginnen met vreugde,
dat je iets wilt doen omdat je blij met Jezus bent,
en laat het ook steeds op die vreugde gericht blijven,
dat je weet waar je het voor doet.

4. Geniet van Jezus
dia 15 – maak geloven niet moeilijk
Geloven in Jezus is een feest!
En daarom: geniet van Jezus.

Een paar jaar geleden, op een Alpha-cursus,
hadden we het over de vrucht van de Geest uit Galaten 5.
Over wat we bij onszelf herkenden, en wat we moeilijk vonden.
Een van die vruchten is ‘vreugde’.
Dat is voor mij de moeilijkste vrucht van de Geest.
Ik denk veel na over geloof,
dat is mijn werk, en ik ben ook een denker.
Maar met al dat denken en moeilijke vragen stellen
gaat het gewoon genieten van Jezus wel eens wat verloren.
Dan ben ik meer bezig met problemen en hoe je die kunt oplossen
dan dat ik blij ben met Jezus.
Natuurlijk is het goed om na te denken over wat je gelooft
en geen genoegen te nemen met gemakkelijke antwoorden,
maar verlies je er niet in: kom bij Jezus om van hem te genieten!
Maak geloven toch niet zo moeilijk,
alsof het heel zwaar is om in onze tijd christen te zijn:
het is juist een feest dat je met Jezus mag leven!

dia 16 – straal uit dat geloven feest is
Als je zo van Jezus geniet, dan straal je iets uit.
Ik kwam een citaat tegen van Charles Spurgeon.
‘er worden meer zielen naar de hemel geleid
door iemand wiens gezicht met de hemel bekleed is,
dan door iemand die het dodenrijk in zijn blik draagt.’
Blijkbaar hebben die mensen die verwonderd zijn
dat zo’n leuke jongen als ik (…) predikant is
iets te veel christenen van de 2e categorie ontmoet…
Laat ons bekend staan als mensen
voor wie geloven een feest is.

Peter Willem, van die Jezus mag jij diaken zijn.
Je hebt de opdracht van de feestvreugde uit te delen.
Blijf van Jezus genieten, ga daar steeds naar terug,
laat dat de drijvende kracht zijn achter je ambt als diaken.
Straal maar uit dat jij blij bent met Jezus.
Dan ben je een goede diaken!

dia 17 – het beste komt nog!
En dan te bedenken dat het feest van geloven nog maar het begin is.
Jezus heeft het beste voor het laatst bewaard.
Het wordt alleen maar mooier!
Amen.




Johannes 1 en Openbaring 21 | God is bij ons

Deze preek is van Sam Wells, predikant van de Anglicaanse kerk van St. Martin-in-the-Fields, Trafalgar Square, Londen. Vertaald door Dingeman van Wijnen, die deze preek als leespreek gehouden heeft.

Liturgie
Voorzang: Psalm 96:1 en 3 (Gereformeerd Kerkboek)
Votum en zegen
Aanvangslied: Psalm 84, Psalmen voor Nu : Wat hou ik van uw huis
Gebed
Schriftlezing 1: Johannes 1:1-18
Schriftlezing 2: Openbaring 21:1-4
Lied: Lied 114:1 en 3 (Liedboek voor de kerken): Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen
Prediking
Amenlied: Lied 125:1, 3 en 5 (Liedboek voor de kerken); O, kom, o kom, Immanuel
Wetslezing
Lied: Psalm 119:62 en 63 (Gereformeerd Kerkboek)
Voorbede door de ouderling van dienst
Collecte
Slotlied: Ik zal er zijn van Sela
Slotzegen

God is bij ons

Geliefde gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

Het is midden in de zomer, maar ik neem u mee naar de maand december. Ik ga drie scènes voor u oproepen die voor de meesten van u, en ik denk iedereen, vertrouwd zullen zijn.
Hier is de eerste. Die gaat over uw verhouding tot het meest lastige familielid dat u heeft. Laten we ons die situatie voorstellen, ook als u misschien niemand kunt bedenken. Misschien kent u iemand die echt problemen heeft met iemand in zijn familie. Stelt u het zich maar voor, laten we zeggen: je vader. Het is bijna Sinterklaas, maar je hebt geen idee wat voor cadeau je je vader moet geven. Dat je geen cadeau kunt bedenken is misschien wel symbolisch voor de moeite die je altijd hebt gehad met je vader: waar kan jij, juist jij, hem nu blij mee maken? Uiteindelijk besteed je meer dan je van plan was aan iets waarvan je niet eens weet of hij er wel blij mee zal zijn. Je probeert het probleem op te lossen met geld, maar van binnen weet je wel dat geld uitgeven de oplossing niet is. Dan is het Sinterklaas en je vader pakt het cadeau uit. Uit zijn gedwongen glimlach en zijn halfslachtige knuffel om je te bedanken blijkt wel dat het opnieuw niet gelukt is om de kloof tussen jullie te overbruggen.
De tweede scène. Familie of vrienden komen logeren tijdens de Kerstdagen. Je wilt dat alles op rolletjes loopt. De e-mails vliegen over en weer, over wie waar gaat slapen, en of ze de hond mee mogen nemen. Je gaat helemaal uit je dak met boodschappen en bakken en braden, en je bent voortdurend bang dat je iets vergeet, of dat er iets aanbrandt. De keuken is je domein en iedereen moet uit de buurt blijven. En zelfs op de dag zelf doe je eigenlijk niks anders dan nog snel dingen opwarmen of de jus of het toetje nog gauw even afmaken. Bij het afscheid nemen krijgt iedereen drie zoenen en je zegt: jammer dat we niet wat meer konden praten. En als ze weg zijn zak je neer op de bank, misschien wel in tranen van pure uitputting.
En hier is de derde scène. Het voelt alsof er iets niet helemaal klopt aan het hoge bedrag dat je besteedt aan vuurwerk met Oud en Nieuw; je hart breekt voor al die mensen die het zwaar hebben en in kou en armoede leven, mensen die als ze aan het nieuwe jaar denken alleen maar duisternis zien. Dus je besluit het geld dat je anders aan vuurwerk uitgaf nu over te maken naar een aantal goeie doelen, voor een hospice of adoptiekinderen of voor een koe of een paar kippen voor mensen die het veel harder nodig hebben dan jij en je vrienden.
Wat hebben deze drie scènes met elkaar gemeen? Ik wil jullie de gedachte aanreiken dat ze alle drie draaien om één klein woordje, het woordje: voor. Als we meeleven met mensen voor wie Oud en Nieuw moeilijke dagen zijn, dan willen we graag iets voor hen doen. Als we graag willen dat onze gasten het met Kerst naar hun zin hebben, dan hebben we de neiging al onze tijd te gebruiken om dingen voor hen te doen. Eten koken, het huis op orde maken, van alles organiseren om ze bezig te houden. Als we het gevoel hebben dat de relatie met onze vader niet goed is, dan zegt ons gevoel dat we iets voor hem moeten doen dat zijn hart misschien zal doen smelten en alles weer goed kan maken. En deze gebaren van ‘voor’ doen er toe, omdat ze een uiting zijn van een heel leven van proberen om relaties beter te maken, de wereld beter te maken, betere mensen van onszelf te maken, door dingen voor mensen te doen.
Het lijkt erop dat het woordje ‘voor’ samenvat wat iemand tot een bewonderenswaardig persoon maakt, dat het woordje laat zien wat er zo goed is aan het christelijk geloof. We koken voor, we kopen kadootjes voor, we geven geld voor, allemaal om te laten zien dat we onszelf inzetten ‘voor’.
Maar hier is wel een probleem.
Al die gebaren zijn hartelijk en gul, en vriendelijk en in vele gevallen opofferend en nobel, het is heel goed en warm en bewonderenswaardig. Maar op één of andere manier raken ze het hart van het probleem niet. Je geeft je vader zijn geschenk maar de kloof wordt niet overbrugd. Je slooft jezelf uit in gastvrijheid maar dat gesprek met de mensen om wie je geeft is er niet van gekomen. Je geeft ruimhartig aan goeie doelen, maar de armen blijven vreemden voor je. ‘Voor’ is een prachtig woord, maar het heft de onvrede niet op, het overbrugt geen misverstanden, het lost vervreemding niet op, het haalt mensen niet uit hun isolement, en vooral: ‘voor’ is niet de manier waarop God met ons omgaat.
God maakt de wereld niet in orde voor ons. God overlaadt ons niet gewoonweg met goede dingen, God overstelpt ons niet met zegeningen om zich vervolgens verdrietig en gepasseerd te voelen als we al die pakjes openmaken en er helemaal niet blij en dankbaar voor zijn. ‘Voor’, dat is niet het hart van God.
Soms zouden we willen dat dat wel zo was. Wat zouden we graag willen dat God ons allemaal blij en gelukkig zou maken en ons zou omringen met allemaal mooie en goede dingen. Als we boos zijn op God dan is dat vaak omdat we het gevoel hebben dat God zich niet aan de afspraken houdt en te weinig voor ons doet.
Maar God laat ons iets anders zien. God spreekt een heel ander woord. In het Evangelie naar Mattheüs zegt de engel tegen Jozef: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven, wat in onze taal betekent: God is bij ons.’ In het Evangelie naar Johannes krijgen we een samenvatting van waar het in het christelijk geloof om gaat: ‘Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond.’ Het is een onaanzienlijk woordje, maar dit is het woord dat het hart vormt van het christelijk geloof: het woordje ‘bij’. Johannes zegt: ‘Het Woord was bij God… het was in het begin bij God. Zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.’ Met andere woorden, voordat er ook maar iets anders was, was er al een ‘bij’. Het bij elkaar zijn van God en het Woord, of, zoals christenen het zijn gaan noemen, van de Vader en de Zoon, dat ‘bij’ is het allerbelangrijkste wat we van God kunnen zeggen. En we denken aan hoe Jezus zijn leven op aarde afsluit, wat zijn laatste woorden op aarde waren volgens Matteüs: ‘Ik zal bij jullie zijn, voor altijd.’ Met andere woorden, er zal nooit een tijd zijn dat ik niet ‘nabij’ ben.
En als het bijbelboek Openbaring de eeuwige toekomst van God beschrijft, dan zegt de stem uit de hemel dit: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.’
En daarmee zijn we zomaar tegen het belangrijkste woord van de bijbel aangelopen. Het woord dat het hart van God en de aard van Gods doel en Gods toekomst voor ons beschrijft. Dat kleine woordje is: bij. Dat is wat God was in het begin, dat is wat Gods bedoeling was voor alles wat hij schiep. Dat is wat God op het oog had toen hij een verbond aanging met zijn volk Israel. Dat is waar het allemaal om draaide toen God naar ons toe kwam in Jezus. Dat is wat het sturen van de Heilige Geest betekende. Zo zal onze toekomst bij onze Heer er uitzien. Het zit allemaal in dat ene kleine woordje: bij. Gods hele leven en al Gods daden en zijn grote doel worden daardoor gevormd: dat hij bij ons wil zijn.
In allerlei opzichten is ‘bij’ veel moeilijker dan ‘voor’. Je kunt ‘voor’ doen zonder een gesprek, zonder een relatie, zonder in je leven echt ruimte te maken voor de ander. De reden waarom dat Sinterklaasgeschenk voor je vader niet werkt is niet omdat ‘voor’ verkeerd is, niet omdat er iets verkeerd is aan gulheid, maar omdat de enige oplossing voor je vader en jou is, dat jullie lang genoeg bij elkaar zitten om elkaars verhalen te horen; om alle misverstanden en alle pijn op een rij te zetten die jullie verstandhouding op een punt bracht waar een geslaagd Sinterklaascadeau niet meer ging lukken. De reden waarom je in tranen neerplofte op de bank toen de Kerstgasten vertrokken waren is, omdat het echte werk is: er achter komen hoe je de verantwoordelijkheden kunt verdelen en dan werkelijk bij elkaar kunt zijn in de keuken en in de rest van het huis, zodat een logeerpartij van een paar dagen een vreugde van bij elkaar zijn wordt in plaats van de last van er voor de ander zijn. Wat het besluit om het vuurwerkgeld weg te geven toch een beetje hol maakt is niet dat de betrokkenheid niet echt en goed en hartelijk is, maar het feit dat wat eenzame en verdrietige en arme mensen meestal het hardste nodig hebben niet geschenken of geld is, maar de trouwe aanwezigheid van iemand die echt om hen geeft. Daar snakken ze naar, naar nabijheid. Iets voor ze doen, voedsel of geld of geschenken, kan het gebrek aan nabijheid niet goedmaken.
Maar we zijn allemaal een beetje bang voor ‘bij’. Omdat ‘bij’ meer van ons lijkt te vragen dan we kunnen geven. We hebben liever dat goed doen op het niveau van ‘voor’ kan blijven, want daar kan het ons geen pijn doen. We weten allemaal dat er met Kerst meer ruzie wordt gemaakt in gezinnen dan de rest van het jaar. Misschien komt dat wel omdat je het hele jaar druk kunt zijn met allemaal dingen voor die ander doen, terwijl als er niks anders te doen is dan bij elkaar zijn, je er achter komt dat bij elkaar zijn veel moeilijker is dan iets doen voor elkaar.
En soms is het gewoon allemaal te moeilijk. Soms is het nieuwe jaar een grote opluchting, als je weer gewoon dingen voor anderen kunt gaan doen en het bij elkaar zijn weer een jaar aan de kant mag.
*
En daarom is het geweldig, bijna ongelooflijk goed nieuws dat God niet tevreden was met ‘voor’. God zegt ondubbelzinnig: ik ben bij jullie. Zie, mijn woonplaats is bij jullie. Ik ben bij jullie in de straat komen wonen. Ik ben met jullie, alle dagen, mijn naam is Immanuel, God is bij ons.
Natuurlijk was er ook een element van ‘voor’ in het leven van Jezus. Hij was er voor ons toen hij genas en onderwees, hij stierf voor ons aan het kruis, voor ons stond hij op en voer op naar de hemel – allemaal dingen die God kan en die wij niet kunnen. Maar de kracht van de dingen die God voor ons deed ligt daarin dat ze gebaseerd zijn op het feit dat hij ons nabij is. God heeft ‘voor’ niet opgeheven. Maar in de komst van Jezus heeft God gezegd dat er nooit meer een ‘voor’ zal zijn dat niet gegrondvest is in een fundamenteel en onveranderlijk en eeuwig en volstrekt onwankelbaar ‘bij’. Dat is het goede nieuws van de menswording van Christus.
Hoe vieren we dit goede nieuws? Door zelf bij mensen te zijn die in armoede en ellende leven, zelfs als er niets is wat we voor hen kunnen doen. Door bij mensen te zijn in hun verdriet en rouw, ook als we niet weten wat we zeggen moeten. Door bij diegenen te zijn met wie we moeite hebben en naar hen te luisteren en naast hen te staan, in plaats van ons ermee af te maken door ze een mooi cadeau te geven of een gebaar te maken waar we de situatie weer even mee kunnen redden. Door stil te zijn bij God in gebed en niet meteen op te springen om dingen voor God te doen. Door te kijken naar al onze relaties en ons af te vragen of alles wat we voor de ander doen voortkomt uit een fundamentele betrokkenheid bij hen; of vanuit een diepe behoefte om te ontsnappen aan het ongemak, de uitdaging, het geduld, het verlies aan controle, dat meekomt met bij hen zijn.
Niemand zou meer in de verleiding kunnen komen om zich terug te trekken in het dingen voor ons doen dan God. God weet beter dan wie ook wat een ergerlijk ondankbaar, gevoelloos en zelfvernietigend stelletje wij kunnen zijn. Het grootste deel van onze tijd willen we maar één ding: dat God de boel snel in orde maakt en ons verder met rust laat. Maar dat is niet Gods manier. God had alles in zijn eentje kunnen doen, maar God koos er voor om dat niet te doen, hij koos ervoor het met ons te doen. Terwijl het hem het kruis kostte. Dat is het verbijsterende nieuws van het woordje ‘bij’.
Laten we een ogenblik nadenken over het kruis in het licht van wat we gezien hebben over het woord ‘bij’. Het kruis wordt meestal geschetst als het ultieme moment van ‘voor’, de definitieve stap die alleen God kon zetten, en gelukkig ook zette, vóór ons. In werkelijkheid is het kruis Jezus’ diepste demonstratie van bij ons zijn. Maar in de wreedste ironie van de geschiedenis is het ook het moment waarop Jezus ontdekt dat noch wij, noch de Vader bij hem bleven. Denk aan de smartelijke woorden van Jezus: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten. De eeuwenlange geschiedenis en de hele wijde wereld vol van juist niet bij elkaar zijn, van al die miljoenen mensen die geheel alleen en zonder iemand waren en elke dag weer zijn, het komt allemaal bij elkaar aan de voet van het kruis.
Jezus ervaart de harde werkelijkheid van de zonde, want zonde is ten diepste: leven zonder God.
Jezus ervaart de diepte van het lijden, want lijden is meer dan wat ook: leven zonder troost.
Jezus ervaart de angst van de dood, want dood is het woord dat we geven aan: zonder alles zijn, zonder adem, zonder verbondenheid, zonder bewustzijn, zonder lichaam.
Jezus ervaart de grootste eenzaamheid die we maar bedenken kunnen: zonder de Vader te zijn, en dus ook niet God te zijn, want op dat moment was hij zonder nabijheid – en dat is de essentie van God zijn.
Jezus geeft alles wat hij is om bij ons te kunnen zijn, om ons te kunnen omarmen en ons op te nemen in het wezen van God. Alles heeft hij gegeven, ook al zijn wij steeds weer vastbesloten om zonder hem te willen zijn.
Hij heeft meer gegeven dan wij ons zelfs maar kunnen voorstellen.
Want om ons bij de Vader te laten zijn heeft de Zoon voor dit moment het bij de Vader zijn opgegeven. En de Vader zelf verlangde er zo naar om bij ons te zijn, dat hij voor dit moment het bij de Zoon zijn opgaf, wat het wezen is van wie hij is.
Wij zien het voor onze ogen gebeuren, op het meest intense en cruciale moment in de geschiedenis. Jezus, de mensgeworden God, moet kiezen tussen bij de Vader zijn of bij ons zijn. En hij kiest: ons. En tegelijk moet de Vader kiezen tussen de Zoon bij ons te laten zijn, of hem voor zichzelf te houden. En hij ook hij kiest: bij ons.
Dat is toch niet te geloven?
Nee. Dat is niet te geloven.
Maar dit is het woord, dat u vanmorgen als evangelie verkondigd wordt.
Amen.




Johannes 17:21 | Jezus’ droom voor de kerk

Hoe ziet jouw droomkerk eruit? Wat heeft de kerk volgens jou echt nodig? In zijn afscheidsgebed geeft Jezus zijn antwoorden op die vragen. Jezus droomt van eenheid. Droom je mee?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Psalm 122 : 1 en 3 (Ik was verheugd toen men mij zei)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 293 : 1, 2, 3 en 4 (Wat de toekomst brengen moge)
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Johannes 17 : 1 – 26
Zingen: GKB Psalm 84 : 1, 2 en 5 (Hoe lieflijk is uw huis, o Heer)
Preek over Johannes 17 : 21
Zingen: LvK Gezang 320 : 1, 2, 3 en 4 (Zingt een nieuw lied voor God de Here)
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: LvK Gezang 481 : 1, 2 en 3 (O grote God die liefde zijt)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Gezang 167 : 1, 2 en 3 (Samen in de naam van Jezus)
Zegen

Jezus’ droom voor de kerk

Inleiding
dia 1 – dromen
Vandaag gaan we dromen.
Maar wat is dat eigenlijk, dromen?
’s Nachts droom je.
In je dromen kun je vliegen,
in je dromen wordt je achterna gezeten door monsters,
in je dromen ben je te laat voor je examens…
’s Ochtends wordt je wakker, en bedenk je: ‘het is niet echt’.
Maar dromen is meer.
Soms zegt Hanneke iets tegen mij, en hoor ik het niet eens…
Moet ze 3x mijn naam zeggen voor ik reageer.
Diep in gedachten verzonken, terwijl ik niet eens weet waar ik aan denk.
Ook dat is dromen.

Vandaag gaan we dromen, maar op een andere manier.
Geen fantasiewereld, geen dagdromen, maar verlangen.
Want dromen is ook verlangen.
Je kunt een droom hebben voor je toekomst,
voor je kinderen, je kleinkinderen, je bedrijf,
ons land, de wereld, enzovoort.

dia 2 – wat droom jij voor de kerk?
Zo kun je ook een droom hebben voor de kerk.
Naar wat voor kerk verlang je?
Wat heeft de kerk volgens jou echt nodig?
Moeten we in de kerk vaker samen eten?
Moeten we meer de samenleving in?
Moeten we elkaar meer ruimte bieden?
Ik noem maar wat dromen.
Hoe ziet jouw droomkerk eruit?
Bespreek het met elkaar, in groepjes van 2 of 3.
Wat droom jij voor de kerk?
Een minuutje om met elkaar te overleggen.

(plenair een aantal dromen delen)

dia 3 – Jezus’ droom voor de kerk
Wat een dromen!
Toen ik begon na te denken over een droomkerk,
want dat is het thema uit het projectboek deze week,
begon ik me af te vragen:
wat is eigenlijk Jezus’ droom voor de kerk?
Ik wil jullie vanochtend niet meenemen in mijn dromen,
maar in de dromen van Jezus.
Johannes 17:21: ‘Laat hen allen één zijn, Vader.
Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in o ns zijn,
opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden.’
Dát is Jezus’ droom voor de kerk.

1. Jezus droomt
dia 4 – een droom voor de kerk?!
Jezus droomt.
Maar droomt hij voor de kerk?
Dat woord, ‘kerk’, kom je in Johannes 17 niet tegen.
Misschien vind je het een lelijk woord.
Kerk staat voor een instituut, van bijna 2000 jaar oud,
met allerlei tradities en gewoontes.
Kerk staat voor een organisatie, waar van alles geregeld is,
en je geacht wordt je in de structuur te voegen.
Moeten we wel dromen voor de kerk?
Moeten we niet dromen van meer Jezus en minder kerk?
Al die vormen in de kerk,
ze kunnen de ontmoeting met Jezus ook in de weg staan.
Moeten christenen zich niet gewoon meer op Jezus richten,
in plaats van zoveel energie in de kerk te stoppen?

Toch droomt Jezus over de kerk.
Hij bidt voor ieder die in hem gelooft.
En uit zijn gebed blijkt dat die gelovigen bij elkaar horen.
Dat is precies wat de kerk is: gelovigen die bij elkaar horen.
Misschien moet die kerk simpeler,
en ongetwijfeld moet Jezus nog veel meer centraal staan,
maar Jezus droomt wel voor die kerk!

dia 5 – Jezus’ afscheidsgebed
Het is donderdag.
Jezus en zijn leerlingen zitten aan tafel.
Ze hebben gegeten, de tafel is afgeruimd.
Op tafel staan alleen nog bekers met wijn, maar niemand denkt aan drinken.
Jezus is aan het woord, en het is anders dan anders.
Intens, maar ook verwarrend.
Het is alsof Jezus afscheid neemt,
en zijn leerlingen nog 1 keer op het hart bindt waar het om gaat.

De klok tikt verder.
Het is al laat op de avond en het wordt tijd om te gaan.
Maar eerst wil Jezus bidden.
Misschien ben je wel eens een ruimte binnengevallen
waar mensen aan het bidden waren.
Ik vind dat altijd wat ongemakkelijk.
Als ik bijvoorbeeld te laat ben op een vergadering,
luister ik, voordat ik naar binnen ga,
aan de deur of ze niet toevallig aan het bidden zijn.
Dan wacht ik wel even.

In Johannes 17 vallen we binnen in een gebed.
Een heel intiem moment.
We horen Jezus bidden.
We horen Jezus met zijn Vader praten,
en krijgen een kijkje in Jezus’ hart.
Jezus spreekt over wat hem het meest bezig houdt
nu hij afscheid moet nemen van zijn leerlingen.
Je zou haast de eetzaal weer uitlopen,
om Jezus met zijn leerlingen te laten bidden.
Maar als je blijft, hoor je dat Jezus niet alleen voor zijn leerlingen bidt.
‘Ik bid voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.’
Wow: Jezus bidt voor ons, voor jou en mij!

dia 6 – wat zou Jezus bidden?
Wat zou Jezus bidden?
Waar droomt Jezus van?
Jezus zal vast weten welke gevaren er voor de kerk op de loer liggen.
Het gevaar van ongeloof:
niet kunnen of niet willen geloven dat Jezus leeft.
Wat vind ik het soms moeilijk om te geloven!
Het gevaar van lauwheid:
je gelooft het wel, maar het doet je weinig,
en voor je leven maakt het weinig verschil.
Het gevaar naar binnen gekeerd te raken,
een kerk die alleen maar oog voor zichzelf heeft.
Het gevaar van het slechte voorbeeld,
dat mensen denken: ‘als dát christenen zijn,
dan wil ik niets met het christelijk geloof te maken hebben.’
Het gevaar van vastroesten,
een kerk die blijft steken in ‘zo hebben we het nu eenmaal altijd gedaan’.
Wat een bedreigingen voor de kerk!
Wat zou Jezus bidden?
Wat is zijn droom?

2. Jezus’ droom: eenheid
dia 7 – Jezus’ droom: eenheid
Jezus droomt van eenheid.
Eenheid?! Ja, eenheid!
‘Laat hen allen één zijn.’
Wat een vreemd gebed is dat!
Waarom bidt Jezus uitgerekend om eenheid?
Zijn er geen belangrijkere dingen te bedenken?
Wat bezielt Jezus?

dia 8 – verdeeldheid: hét wapen van de vijand
Blijkbaar ziet Jezus het als grootste bedreiging,
dat zijn volgelingen verdeeld raken.
Die bedreiging is groter dan de gevaren die ik net noemde!
Bij nader inzien is dat nog helemaal niet zo gek.
Verdeeldheid is hét grote probleem van de mensheid.
Zo begon de ellende in Genesis 3.
Toen God alles gemaakt had,
gingen God en de mensen vertrouwd met elkaar om.
Er was eenheid.
Tot de slang zich ermee ging bemoeien.
Hij zette de mensen tegen God op, en dreef de mensen uit elkaar.
Adam legde Eva de schuld in de schoenen,
ze schaamden zich voor elkaar,
en misschien nog wel meer voor God.
Voortaan zijn de mensen verdeeld,
doen ze wat goed is in eigen ogen.
Vervreemd van God en van elkaar.
Dát is verdeeldheid.

Het is een beproefde tactiek van de vijand.
‘Verdeel en heers.’
Zet mensen tegen elkaar op, en jij hebt ze in je macht.
Jezus ziet dit gevaar.
Hoe kan het goede nieuws de wereld over gaan
als christenen verdeeld raken?
Jezus is juist gekomen om een nieuwe eenheid te brengen.
Als zijn volgelingen verdeeld raken,
wordt zijn beweging in de kiem gesmoord.

dia 9 – eenheid: eensgezind met elkaar én God!
Het is Jezus’ droom dat wij één zijn.
‘Samen één’, dat is niet gewoon een aardig thema
om je in een gemeenteproject eens mee bezig te houden,
het is de droom van Jezus voor de kerk!
Maar wat is eenheid?
Eerst maar wat het niet is:
het is niet dat we het gezellig met elkaar hebben.
Dat je met iedereen hartsvriend of hartsvriendin bent.
Het is ook niet dat we allemaal hetzelfde zijn,
met dezelfde hobby’s,
dezelfde muziekvoorkeuren,
dezelfde gaven en dezelfde favoriete bijbelteksten.

Wat eenheid wél is, zegt Paulus heel mooi in Filippenzen 2:
‘maak mij volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn,
één in liefde, één in streven, één van geest.
Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan,
maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.’
We zijn één als we samen gericht zijn op Jezus,
ons daarom niet uit elkaar laten drijven,
maar juist elkaar dienen.
Eensgezind: wij willen Jezus volgen!

Eenheid gaat wel even wat verder dan dat we elkaar tolereren,
dat we het met elkaar uithouden bij gebrek aan beter.
Jezus zegt tegen zijn Vader: ‘zoals u in mij bent en ik in u.’
Jezus en zijn Vader zijn 2 handen op 1 buik.
Ze willen precies hetzelfde, ze vullen elkaar perfect aan.
Jezus bidt dat onze eenheid zó ver gaat.
Ja, zelfs dat we zo één worden met Jezus en de Vader!
‘Laat hen zo ook in ons zijn,’ bidt Jezus.
Een kerk dus die niet met zijn eigen dingen bezig is,
maar kind aan huis is bij God,
door en door vertrouwd met Vader, Zoon en Geest,
en zich daar niet weg laat drijven.

3. Een utopie?
dia 10 – een utopie?
Het is mooi om te dromen.
Maar dan weer met beide benen op de grond.
De meeste dromen zijn bedrog…
Wat komt er nu terecht van die droom van Jezus?
Is dit zo’n droom die de werkelijkheid uit het oog verliest?

dia 11 – Jezus bidt niet voor niets om eenheid…
Het is in ieder geval niet voor niets dat Jezus om eenheid bidt.
Verdeeldheid is een vijand die steeds op de loer ligt.
In Nederland heb je minstens 15 smaken gereformeerde kerken,
en dan heb je het alleen nog maar over gereformeerde kerken!
Maar ook binnen al die verschillende kerken
is de eenheid vaak ver te zoeken.
Hoe één zijn wij nu in De Voorhof?
Zijn wij één, zoals de Vader en de Zoon één zijn?
Ik dacht het niet!

Daar zijn wij niet uniek in.
Berucht is de kerk in Korinte.
Verdeeld tot op het bot.
Over grote dingen: is Jezus wel opgestaan?
In persoonlijke verhoudingen:
de rijken en armen in de gemeente die langs elkaar heen leven.
Zelfs rond de voorgangers ontstond verdeeldheid:
de een was fan van Paulus, de ander van Apollos.
Nee, het is niet zo gek dat Jezus om eenheid bidt:
hij weet hoe moeilijk dat nog vaak zal blijken te zijn.

dia 12 – de Geest geeft eenheid!
Toch is het niet alleen kommer en kwel.
Het is in de eerste jaren van de kerk echt heel spannend geweest
of de christenen elkaar zouden vasthouden.
Er waren 2 ‘soorten’ christenen:
Joodse christenen en christenen uit andere volken.
De grote vraag was:
moeten alle christenen zich aan de Joodse wetten houden?
Moeten christenen bijvoorbeeld besneden worden?

Over deze vraag wordt een vergadering gehouden,
je kunt het lezen in Handelingen 15.
Het is de allereerste synode.
Ze zitten in een kring, de leiders van de kerk.
Om de beurt voeren ze het woord, en de toon wordt fel.
Hier had de kerk kunnen scheuren.
Maar een wonder gebeurt: de broeders vinden elkaar.
Er komt een besluit:
‘in overeenstemming met de heilige Geest hebben wij besloten
u geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is.’
Het gaat niet om de vormen, het gaat om Christus.
Hier zie je die eenheid aan het werk.

Ja, eenheid lijkt vaak ver weg.
Er is maar één manier om eenheid te vinden,
en dat is ons niet door onszelf te laten leiden,
maar door de Geest.
Jezus zelf helpt om de droom waar te maken,
hij sluit er zijn gebed mee af:
‘ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen,
zodat de liefde waarmee u mij liefhad
in hen zal zijn en ik in hen.’
Als we het van hem verwachten, is eenheid mogelijk!

4. Droom je mee?
dia 13 – droom je mee?
Jezus heeft een droom voor de kerk.
Hij droomt van eenheid.
Droom je met Jezus mee?

dia 14 – laat Jezus’ droom jouw droom worden
Maak van die droom van Jezus maar je eigen droom.
Natuurlijk, we hebben allemaal onze dromen voor de kerk,
maar laat het beginnen bij de droom van onze Heer Jezus zelf!
En nee, dat betekent niet dat we nu van alles moeten doen.
De droom van Jezus is een gebed, geen gebod.
Jezus bidt het niet zodat wij weer allerlei actie ondernemen
om te proberen eenheid wat dichterbij te brengen.
We kunnen beter met Jezus mee dromen,
de handen vouwen, en bidden: ‘Vader, laat ons een zijn,
zoals u en de Zoon een zijn, laat ons in u zijn,
en laat de wereld door dat getuigenis
geloven dat Jezus door u gestuurd is.’
Als we dat doen, dan zal ons verlangen naar eenheid groeien,
en zal de Geest ons de weg wel wijzen.

dia 15 – deel je droom met elkaar
En je eigen dromen?
Blijf alsjeblieft dromen, ook voor de kerk!
Het is goed om dromen voor de kerk te hebben,
sterker nog: als we geen dromen voor de kerk meer hebben,
dan wordt het tijd om na te denken
of we die kerk maar niet beter kunnen opdoeken.
Dan zijn we óf zo tevreden met de kerk,
dat we niet meer in beweging willen komen,
óf de kerk doet ons niets meer.
Blijf dromen, en deel die dromen met elkaar!
Dat gaan we in de gemeente ook doen,
op kringbijeenkomsten en op een gemeenteavond, op dinsdagavond 20 juni.
Dus voor alle gemeenteleden: blokkeer 20 juni vast in je agenda!
Proef dan in elkaars dromen de liefde voor Jezus en zijn kerk.
Al die verschillende dromen kunnen ook een nieuwe bron van verdeeldheid worden,
dat is natuurlijk niet de bedoeling!
Het is niet jouw kerk, maar zijn kerk.

dia 16 – de kerk is het waard om van te dromen!
Misschien valt die kerk tegen.
Dat weet ik eigenlijk wel zeker.
Maar blijf dromen.
Blijf de kerk liefhebben.
Dat doet Jezus ook.
Ze is zijn bruid.
Amen.




Johannes 14:15-17 – Pinksteren: mentoraat van boven

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Zingen: Opwekking 733 (Frysk)
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Psalm 87 : 1, 2, 3 en 4 (versie ‘Levensliederen’)
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Luisterlied “Holy Spirit”
  • Lezen: Handelingen 2 : 1 – 4 en Johannes 14 : 15 – 26
  • Zingen: GKB Gezang 105 : 1, 2, 3, 8 en 9
  • Preek over Johannes 14 : 15 – 17
  • Zingen: Opwekking 687 : 1, 3 en 4
  • Kinderen terug
  • Lezen wet
  • Zingen: Psalm 119 : 64, 65 en 66
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: LvK Lied 477 : 1 en 2
  • Zegen

Preek: Mentoraat van boven

Inleiding
dia 1 – reageerbuisjes
Sommigen kunnen het zich waarschijnlijk niet voorstellen,
maar mijn favoriete vak op school was scheikunde.
Voor de een is het een nachtmerrie,
voor een ander is het groot feest, zoals bij mij.
Scheikunde is zo fascinerend:
je gooit twee doorzichtig stofjes door elkaar,
en opeens is het een knalgeel goedje geworden!
En heb je wel eens goed op een pak vla gekeken?
Laatst hadden wij perensmaak vla.
Je denkt dat het perenvla is, maar dat is het dus niet!
Iemand is met scheikunde bezig geweest
en heeft ontdekt hoe je de smaak van peer kunt nabootsen.
Het is een wonderlijk vak!

dia 2 – schoolbord
Maar het is ook een moeilijk vak,
zeker als je er niets vanaf weet.
In de derde klas kreeg ik mijn eerste lessen scheikunde,
en een van de eerste keren dat ik het lokaal binnenkwam,
stonden op het bord nog allemaal aantekeningen van de zesde klas.
Wonderlijke getallen en symbolen, nog wat Griekse letters er tussen,
en niet te vergeten: een mysterieuze mol…
Nee, niet van dat tv-programma, maar wat is het dan wel?!
Paniek, dit kan ik nooit, ik kan maar beter met scheikunde stoppen!
Dan moet je als derdeklasser toch wel even rustig ademhalen…
Wat kan een bord vol aantekeningen ontmoedigend werken!

dia 3 – zwart
Ik heb het vak gehouden.
Het bleek allemaal niet zo moeilijk als het leek.
Toen ik in de zesde klas was aanbeland
kon ik precies ontcijferen wat er op het bord stond.
Maar ik heb wel vier jaar nodig gehad om dat te leren.
Vier jaar hulp gehad van mijn leraren om dat volle bord te gaan begrijpen,
zelfs om zelf ook zo’n bord vol te kunnen schrijven.
Ik heb les gekregen, boeken gelezen en proefjes gedaan,
en met die hulp heb ik examen scheikunde gedaan.
Ik stond er dus niet alleen voor.

dia 4 – mentoraat van boven
Dat is Pinksteren ook:
je staat er niet alleen voor.
Er is hulp: de Heilige Geest.
Ik gebruik daar het woord ‘mentor’ voor,
dat zal ik zo nog wel toelichten.
Pinksteren is mentoraat van boven.

1.Ik kan het niet alleen
dia 5 – ik kan het niet alleen
We gaan naar Johannes 14.
Het is dik 50 dagen voor het eerste Pinksterfeest,
het is de avond voor Jezus’ kruisiging.
Die avond vertelt Jezus de leerlingen hoe het daarna zal gaan.
Jezus heeft al gezegd dat hij teruggaat naar zijn Vader.
De leerlingen voelen zich erg ongemakkelijk.
Zoals ik me in de derde klas voelde bij dat bord vol aantekeningen,
maar dan nog veel sterker.
Ze worden er misselijk van als ze het laten doordringen,
ze raken in paniek: ‘Jezus, laat ons toch niet alleen!
We kunnen het niet alleen, het lukt nooit!’

dia 6 – veel te grote opdracht
Dit hebben ze niet zien aankomen,
en ze hebben helemaal niet het gevoel dat ze er klaar voor zijn.
Jezus heeft toegeleefd naar zijn dood aan het kruis,
en met die boodschap moeten de leerlingen nu de wereld in.
Maar ze snappen er zelf nog niets van!
Jezus heeft laten zien wat liefde is,
en nu moeten de leerlingen herkenbaar zijn aan hun liefde.
Maar daar komt nog weinig van terecht.
Jezus heeft zieken genezen, als teken van het nieuwe leven,
en de leerlingen krijgen die opdracht ook.
Maar hoe zouden ze dat kunnen?
Ze voelen zich in de steek gelaten
met opdrachten die veel te groot zijn.

dia 7 – alleen geloven lukt niet
‘Ik kan het niet alleen.’
Volgens mij geldt dat voor iedereen.
Als je geen christen bent,
maar wel nieuwsgierig naar het christelijk geloof
en er best meer over zou willen weten,
maar niet voor je ziet hoe je christen zou kunnen zijn.
Hoe kun je geloven in iemand die zich al 2000 jaar niet heeft laten zien?

Maar ook als je in Jezus gelooft, geldt het:
‘ik kan het niet alleen.’
Het is makkelijk om te zeggen dat je in Jezus gelooft,
maar wat trekt de wereld!
wat is het fijn om geld te hebben, mooie kleren en een hippe telefoon,
en je hebt aan je eigen leven eigenlijk wel genoeg.
Wat zou het makkelijk zijn als Jezus gewoon met je meeliep,
zodat je weet dat hij echt is.
Dat zou trouwens ook direct een paar lastige kwesties schelen.
We zouden hem gewoon kunnen vragen
of vrouwen eigenlijk ook ouderling mogen worden,
in plaats van er heftige discussies over te voeren.

dia 8 – alleen Jezus volgen lukt niet
Hoe kun je als christen in de wereld staan?
Je omarmt Jezus, maar hebt geen idee hoe je hem kunt volgen.
Je wilt zo graag over Jezus vertellen, maar het valt zo tegen.
Je wilt je kinderen liefde voor Jezus bijbrengen, maar hoe?
Je wilt op je werk verschil maken, maar niemand merkt het.
Was Jezus maar hier.
Ik kan het niet alleen!

2.Mentor van boven
dia 9 – het hoeft niet alleen
En het mooie nieuws van vandaag:
je hoeft het ook niet alleen!
Jezus belooft een mentor van boven.
In Jezus geloven, hem volgen,
hem voorop zetten in je leven,
dat hoef je niet alleen te doen!
Zoals ik ook niet dat bord vol onbegrijpelijke aantekeningen
opeens alleen moest kunnen begrijpen,
daar hebben leraren mij bij geholpen.
Jezus belooft hulp, de Geest van de Waarheid.

Die Geest herinnert je steeds aan Jezus.
En voor Jezus’ leerlingen is die Geest geen onbekende.
Jezus zegt dat de Geest bij hen is en blijft.
Het is de Geest die ze door Jezus al kennen,
maar die met Pinksteren ook in henzelf komt.
De Geest is God die je niet alleen laat,
de Geest is letterlijk Immanuël: God met ons.

dia 10 – trooster of pleitbezorger?
In de Nieuwe Bijbelvertaling wordt hij een ‘pleitbezorger’ genoemd.
In andere vertalingen wordt hij soms ‘trooster’ genoemd.
Het is vertaald uit het Grieks,
en daar wordt een woord gebruikt dat heel moeilijk met een woord te vertalen is.
Soms wordt het daarom ook maar gewoon helemaal niet meer vertaald,
en dan kun je het woordje ‘parakleet’ tegenkomen.
Maar dan weet je al helemaal niet meer wie die Geest is.

dia 11 – pleister
Is de Geest een trooster?
Als ik aan troosten denk,
dan denk ik aan een kind dat op z’n knie gevallen is,
waar een beetje bloed uit komt,
en dat hij dan een mooie Donald-Duck-pleister krijgt en een kusje erop.
De Geest is geen Donald-Duck-pleister-plakker,
niet iemand die je even een aai over de bol geeft.
Het woord ‘trooster’ heeft wel een diepere betekenis gehad,
maar als je vandaag wilt uitleggen wie de Geest is,
kun je beter een ander woord gebruiken.

Pleitbezorger dan?
Zeg maar een soort advocaat,
iemand die voor ons opkomt.
Dat kan het woord inderdaad betekenen,
zo wordt het in de bijbel voor Jezus ook wel gebruikt,
hij ‘pleit voor ons’ bij de Vader,
maar dat is niet wat de Geest doet.

dia 12 – de Geest is een mentor
Maar wat dan wel?
Hoe kun je in gewoon Nederlands zeggen wie de Geest is?
Volgens mij zo: de Geest is een mentor.
Ik ben zelf nog niet zo heel lang predikant,
en als beginnende predikant heb ik een predikant-mentor.
Misschien heb je wel eens stage gelopen.
Dan heb je ook een stagebegeleider of mentor.
Je mag dan zelf het werk doen, maar je wordt erbij geholpen.
Jij bent verantwoordelijk voor wat je doet,
maar je mentor kan je aanwijzingen geven,
hij zal soms zeggen dat je het helemaal verkeerd aanpakt,
soms geeft hij ook gewoon een compliment
of doet het even voor,
en misschien nog wel het belangrijkste:
hij probeert je enthousiast te maken voor het werk.

dia 13 – (zonder afbeelding)
Nou, dat is de Geest!
De mentor van boven.
Een mentor die je helpt te geloven en leerling van Jezus te zijn.
Hij praat je moed in, hij houdt je scherp, hij gaat tegen je in,
en het belangrijkste: hij maakt je enthousiast voor Jezus,
zet je hart in vuur en vlam voor hem!
Deze mentor woont in je hart, gaat altijd mee,
en verandert je zo van binnenuit.
Hij laat je dingen doen waarvan je dacht dat je het niet kon.
Deze mentor helpt je om te geloven,
om van Jezus en elkaar te houden, te vergeven,
om Jezus bekend te maken,
om jezelf niet voorop te zetten maar te verloochenen.
Hij is de mentor van boven in je hart.

3.Wat merk ik van de Geest?
dia 14 – wat merk ik van de Geest?
Als Jezus deze mentor belooft,
is het nog een belofte voor de toekomst.
Met Pinksteren is die belofte ingelost:
het is een belofte voor vandaag.
Maar wat merk ik van de Geest?

dia 15 – Geest liet de kerk explosief groeien
Jezus’ leerlingen hebben er in ieder geval heel veel van gemerkt.
Door de Geest gingen ze Jezus begrijpen
zoals ze Jezus nog nooit begrepen hadden.
Ze zetten zich met hart en ziel in, met alles wat ze hadden,
om het goede nieuws van Jezus overal te vertellen.
Ze waren bereid offers te brengen,
ze zijn bespot en vervolgd, maar gaven niet op.
En de kerk is explosief gegroeid:
de eerste pinksterdag kwamen er direct 3000 bij.
Dat is het werk van de Geest.

dia 16 – niet piekeren of je de Geest hebt
Maar wat merk je vandaag nog van de Geest?
Kun je van jezelf zeggen dat de Geest ook in jou woont?
Ik vind dat altijd heel vervelende vragen.
Ik houd van Jezus, maar heb nog nooit iemand genezen,
ik heb geen geesten uitgedreven en ik spreek ook niet in tongen,
en ben zeker niet altijd ‘in de Heer’.
Ik heb er ook wel over gepiekerd: heb ik de Geest wel?
Waar ik dan steeds uitkom, is: ben ik wel goed genoeg?

Dat is een hele ongeestelijke vraag.
Want als er iets belangrijk is in het christelijk geloof,
is het wel dat ik Gods liefde niet kan verdienen,
dat er bij God geen sprake is van wel of niet goed genoeg,
maar dat hij uit genade van mensen houdt.

dia 17 – de Geest herkennen
Daarmee wil ik niet zeggen dat het altijd wel goed zit.
Het kan inderdaad zo zijn dat de Geest niet jouw mentor is.
Hoe je de Geest kunt ontvangen, daar kom ik zo nog op terug.
Maar het kan ook zijn dat je de Geest niet herkent
omdat je de verkeerde dingen van hem verwacht.
Het is niet zo dat de Geest er wel voor zorgt
dat je altijd met een supergevoel christen bent.
Je herkent de Geest aan dat je meer op Jezus wilt lijken.

En de Geest helpt je niet alleen via sensationele ervaringen.
Ja, dat kan hij best doen, en dat is prachtig.
Maar hij kan je ook helpen door mensen heen.
Als iemand jou inspireert om van Jezus te houden,
of als iemand je confronteert met iets in je leven wat niet bij Jezus past,
en het komt bij je binnen en raakt je,
dan is dat ook de Geest die jou helpt.

4.De Geest ontvangen
dia 18 – de Geest ontvangen
Als christen sta je er niet alleen voor,
er is hulp, een mentor van boven.
Maar… niet voor iedereen!
Jezus heeft het over de wereld
die de Geest niet kan ontvangen.
Niet iedereen heeft de Geest.
Hoe kun je de Geest ontvangen?

dia 19 – de leerlingen en de wereld
Jezus maakt een scherpe tegenstelling tussen twee groepen:
de leerlingen en de wereld.
De Geest woont in de leerlingen,
maar de wereld kan de Geest niet ontvangen.
De grote vraag is dus: bij welke groep wil jij horen?
Bij Jezus’ leerlingen of bij de wereld?

dia 20 – wereld: recht van de sterkste
‘De wereld’, dat is een term die door Johannes vaak gebruikt wordt.
Wat hij bedoelt is hoe het er in de wereld aan toe gaat.
De wereld, dat is dat je met geld een fijn leven kunt opbouwen.
Het is dat je mensen beoordeelt op hun prestaties,
en het zelf ook heel belangrijk vindt wat je doet.
De wereld is dat je je klasgenoten beoordeelt op hun kleding of telefoon.
De wereld is het recht van de sterkste.
De wereld is: het is mijn leven, en ik bepaal wel wat ik ermee doe.
Als je voor die wereld leeft,
is het geen wonder dat je niets van de Geest merkt.

dia 21 – je krijgt de Geest door van Jezus te houden
De sleutel om de Geest te ontvangen,
is dat je hoort bij die andere groep: Jezus’ leerlingen.
Jezus zegt: ‘als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden,
dán zal ik je die mentor van boven geven.’
Je krijgt de Geest dus door van Jezus te houden.

En dan denk ik direct:
‘ja, maar hoe kan ik dan van Jezus houden,
dat kan ik toch niet alleen?!’
En dat is ook zo.
Ik geloof dat God daar zelf achter zit,
dat God er ook achter zit als je nieuwsgierig bent naar Jezus,
maar dat het tegelijk ook een opdracht is.

Jezus nodigt je uit om van hem te houden.
En dan ga je ook steeds meer op hem lijken,
want liefde is niet alleen een gevoel, liefde verandert je leven.
Daarom zegt Jezus er ook bij dat je dan doet wat hij zegt.
Liefde voor Jezus begint, heel simpel, met nieuwsgierig zijn naar Jezus,
met onder de indruk komen van Jezus.
Jezus liefhebben met heel je hart, dat is heel hoog gegrepen,
daar heeft de Geest nog wel even werk aan,
maar onder de indruk zijn van Jezus, dat is de basis.
Dat je meer wilt weten over wie Jezus is,
je steeds vertrouwder wordt met hem,
en daarom kiest: ik wil die wereld niet, ik hoor liever bij Jezus,
die juist altijd voor de zwakken opkwam.

Dus kom onder de indruk van Jezus,
die zo veel meer te bieden heeft dan de wereld,
verwonder je over hem,
en je krijgt hemelse hulp, een mentor van boven.
Amen