HC Zondag 36 – Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

Bij ‘Gods naam misbruiken’ gaan de gedachten al snel uit naar ‘vloeken’. Maar het 3e gebod gaat over veel meer: dat je God niet voor je karretje spant. Daar is zijn naam te mooi voor: in Gods naam is redding.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: DoorSpreken.

Liturgie
Welkom
Zingen: GKB Gezang 70 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 145 : 1 en 2
Gebed
Lezen: Jeremia 23 : 16 – 32 en HC Zondag 36-37
Zingen: Psalm 141 : 2 en 3
Preek
Zingen: LvK Lied 481 : 1 en 3
Geloofsbelijdenis
Zingen: LvK Lied 434 : 1 en 5
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Gezang 167 : 1 en 2
Zegen

Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

Inleiding
dia 1 – vloeken
Vloeken, daar heb ik nooit de lol van ingezien.
Ik snap die behoefte niet om Jezus’ naam als stopwoord in te zetten.
Dat zegt misschien nog wel meer over de omgeving waarin ik ben opgegroeid,
over mijn familie en over mijn vrienden, dan over mijzelf.
Dat ik niet vloek, is gewoon aangeleerd gedrag.
Dat ik elke vloek hoor, dat elke vloek bij mij binnenkomt, is dat ook.
En, laat dat duidelijk zijn, ik ben blij dat ik dat zo heb geleerd!

Maar niet iedereen groeit in zo’n omgeving op.
Als je overal om je heen hoort vloeken, ga je het vanzelf overnemen.
Dat is geen kwestie van kwade wil,
maar weinig mensen vloeken om christenen dwars te zitten,
ook dit is aangeleerd gedrag, en daar kom je niet zomaar vanaf.

Bij een vakantiebaantje had ik eens zo’n collega.
Een fijne kerel, met wie je kon lachen,
die respect had voor ieders overtuigingen,
maar er wel met enige regelmaat een harde vloek uit knalde…
Gelukkig wist hij het wel van zichzelf,
en vond hij het erg vervelend als hij anderen kwetste.
Hij was er al vrij snel achter dat ik christen ben,
trouwens, niet omdat ik iets over zijn vloeken had gezegd,
en hij zei direct: ‘ik vloek nogal veel, maar ik probeer erop te letten,
want het is niet mijn bedoeling om je te kwetsen.
Dus zeg er ook gerust wat van als ik vloek.’
Daar was ik wel blij mee: tof dat iemand zich zo opstelt!
Dat hij zoveel vloekt, heeft hij maar aangeleerd,
maar fijn dat hij zich realiseert dat dat voor mij een probleem kan zijn,
en dat hij zich daarom aan mij wil aanpassen.
Ik geloof trouwens niet dat ik ooit wat van zijn vloeken heb gezegd,
al kwam er best wel eens een voorbij…

dia 2 – zwart
Maar is die opstelling eigenlijk wel zo mooi?
Wat er eigenlijk gebeurt, is dat die collega boven mij komt te staan.
Ík heb een probleem met vloeken, dat is mijn zwakheid,
hij heeft dat probleem niet, maar hij wil er voor mij wel op letten.
Ik moet als christen ontzien worden,
en hij als atheïst is de goedheid zelve door rekening met mij te houden.
Christenen worden de zwakke partij,
en atheïsten krijgen de kans te laten zien dat ze echt de kwaadsten niet zijn.
Lekker getuigenis geef je daarmee als christen…
Wat gaat hier mis?!

dia 3 – heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!
Vanmiddag staan we stil bij het derde gebod: misbruik Gods naam niet.
Vorige week hebben het tweede gebod gehad: laat God zichzelf zijn.
Vandaag gaan we verder met het derde:
heb God lief: manipuleer niet met zijn naam!

1. Gods naam misbruiken?
dia 4 – Gods naam misbruiken?
Misbruik Gods naam niet,
waar hebben we het dan eigenlijk over?
Wat is dat, Gods naam misbruiken?
Laten we daarmee beginnen.

dia 5 – gaat over veel meer dan vloeken
Ik kan het fout hebben, ergens hoop ik dat ook,
maar volgens mij gaan de gedachten bij dat derde gebod al snel uit naar ‘vloeken’.
Naar zo’n collega die Gods naam als stopwoordje gebruikt.
Ik weet natuurlijk ook niet hoeveel je zelf vloekt,
maar ik schat in, en nu hoop ik dat ik het niet fout heb,
dat de meesten van jullie nauwelijks vloeken,
hooguit eens een afgeleide vloek als ‘jeetje’, wat is afgeleid van Jezus.
Dan is het derde gebod mooi makkelijk: je mag niet vloeken, geen punt!
Vervelender is dat de catechismus er nog iets bij zegt:
je mag je er ook niet door zwijgen of toelaten mee schuldig aan maken!
Dus als een ander vloekt, en jij zegt er niets van, telt het alsof je zelf hebt gevloekt.
Dan krijg je dus dingen als:
‘ik moet er eigenlijk wat van zeggen, maar het heeft toch helemaal geen zin?
Ze weten dat ik vloeken vervelend vind, maar moet ik echt op elke vloek reageren?
Ze zien me aankomen: heb je hem weer, met zijn belerende vingertje…’

Maar gaat het derde gebod daar wel over?
In de catechismus lijkt het er wel op:
vloeken is daar zo ongeveer het eerste wat genoemd wordt.
Maar in de catechismus gaat het over iets anders dan Gods naam als stopwoord gebruiken.
Eén van de opstellers van de catechismus, Zacharius Ursinus,
heeft bij de catechismus een dik boek geschreven,
waarin hij de catechismus verder uitlegt.
Als je dat leest, kom je erachter dat hij met ‘vloeken’ ‘vervloeken’ bedoelt.
Vervloeken is dat je iemand in Gods naam iets slechts toewenst.
Dat is wel even wat anders!

dia 6 – grootste misbruik: Gods naam voor je karretje spannen
Ik bedoel niet dat we nu allemaal maar moeten gaan vloeken:
met elke vloek misbruik je Gods naam.
Maar denk niet dat je, als je niet vloekt,
het derde gebod ook maar weer mooi kunt afvinken,
of dat je dan toch in ieder geval het belangrijkste hebt gehad.
Het derde gebod gaat over iets veel groters:
dat je God niet voor je karretje mag spannen,
dat je Gods naam niet gebruikt om mee te manipuleren,
om dingen naar jezelf toe te praten.
Dat is veel grover misbruik van Gods naam
dan een vloek als stopwoord door iemand die niet beter weet.

Over dát misbruik van Gods naam gaat het in Jeremia 23.
Jeremia is profeet van God in een tijd dat maar weinigen van God willen weten.
Tenminste, mensen willen nog wel geloven dat God aan hun kant staat,
maar God moet vooral niet te veeleisend worden.
Er zijn allemaal zelfbenoemde profeten actief
die de mensen naar de mond praten.
Ze weten precies wat de mensen willen horen,
ze praten alles goed en zetten het kracht bij door te verzekeren
dat ze spreken in de naam van de HEER.
Ze misbruiken Gods naam om er zelf beter van te worden.
Wat God wil, vinden ze niet zo interessant,
ze spreken liever over wat ze zelf willen, en plakken Gods naam erop.

dia 7 – gesp
Het is pure manipulatie.
Alsof Gods naam een soort toverwoord is waardoor je gelijk zult krijgen.
Denk aan de kruistochten, bloederige oorlogen tegen de Arabieren, uit naam van God.
Denk aan kampbewakers in de tweede Wereldoorlog,
met de tekst ‘Gott mit uns’ op hun uitrusting.
In Gods naam zijn de meest verschrikkelijke dingen gedaan.

dia 8 – maak God geen buikspreekpop
Gods naam misbruiken: het is jouw wil als die van God presenteren.
Dat is het probleem van dat vervloeken en zweren,
waar de catechismus uitgebreid op in gaat.
In onze tijd speelt dat niet zo’n grote rol meer,
maar God voor je karretje spannen wel!
Bijvoorbeeld als christenen discussiëren over homoseksualiteit of vrouwen in de ambten,
en daarbij over hun standpunt zeggen: ‘zo wil God het’.
Prima om te discussiëren, maar doe niet zulke grote uitspraken!
Of gewoon in je eigen leven, dat jij iets graag wilt,
en er van maakt dat God het wil.
Wees bescheiden: maak God niet je buikspreekpop!

2. God maakt zich in zijn naam bekend
dia 9 – waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?
Misbruik Gods naam niet: gebruik zijn naam niet om mee te manipuleren.
Dat is waar het in het derde gebod om gaat.
In de wet, in Exodus 20, wordt dat zwaar aangezet:
‘wie zijn naam misbruikt, laat hij niet vrijuit gaan.’
De catechismus zegt zelfs dat geen zonde groter is dan deze.
Nu is dat wel heel stellig gezegd,
maar laat in ieder geval duidelijk zijn dat God het derde gebod serieus neemt.
Waarom? Waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?
Daar mogen jullie eerst zelf even over nadenken,
net als vorige week in groepjes van twee of drie.
Waarom neemt God misbruik van zijn naam zo hoog op?

dia 10 – Gods naam staat voor God zelf
Voor een antwoord op die vraag gaan we kijken in Exodus 3.
Daar wordt Mozes door God aangesteld om de Israëlieten weg te leiden uit Egypte.
Mozes vraagt: ‘stel dat ik naar de Israëlieten ga
en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft,
en ze vragen: “wat is de naam van die God?”, wat moet ik dan zeggen?
Toen antwoordde God hem: “ik ben die er zijn zal.
Zeg daarom tegen de Israëlieten:
IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toegestuurd.”
God maakt zijn naam aan Mozes bekend: JHWH, IK ZAL ER ZIJN.
God heeft een naam, en wat voor één: de naam zegt precies wie God is!
Gods naam is niet zomaar een naam: het staat voor God zelf.
Wie Gods naam misbruikt, misbruikt God!

Je naam is belangrijk.
Misschien houd je niet zo van je naam
misschien ken je wel honderd mensen die dezelfde naam hebben,
en toch is je naam bijzonder.
Het eerste wat je doet als je met iemand kennismaakt, is je naam zeggen.
Die naam is belangrijk voor wie je bent.
Als je een paar weken later die persoon weer tegenkomt,
dan voel je je gekend als hij je naam heeft onthouden.
Maar als je naam op een negatieve manier op internet belandt,
dan kun je daar heel veel last van krijgen.
Je naam hoort bij je.

dia 11 – Gods naam maakt een relatie mogelijk
Bij God is dat nog sterker: in zijn naam geeft hij zichzelf bloot.
Hij stelt zich voor, en met zijn naam is alles al gezegd.
God maakt zich in zijn naam bekend.
Net als onze namen, maakt Gods naam een relatie mogelijk.
Als iemand in de verte schreeuwt ‘hé, jij daar!’,
dan denk ik: ‘het zal wel voor een ander zijn bedoeld.’
Maar als iemand roept: ‘Mark, Mark, wacht even,’
dan keer ik me om en kijk wie daar is.
God geeft zijn naam, zodat wij hem kunnen aanspreken,
zodat wij kunnen bidden en God prijzen.

dia 12 – Gods naam staat voor zijn reputatie
Aan een naam zit ook een imago vast.
Zo zijn in het bijbelboek Jozua
de inwoners van het land Kanaän doodsbang voor de Israëlieten,
omdat ze gehoord hebben wat God allemaal voor hen gedaan heeft.
Met deze God valt niet te spotten.
Maar die profeten in Jeremia 23 bezorgen God een heel ander imago:
‘ga vooral je gang, God zal je wel zegenen’,
alsof God een God is die alles wel best vindt.
Gods naam wordt misbruikt, en daardoor wordt Gods reputatie aangetast.
Wie aan Gods naam zit, zit aan God zelf!

3. Jezus: de naam die redding biedt
dia 13 – Jezus: de naam die redding biedt
Dat klinkt allemaal nog negatief: het is oppassen met Gods naam!
Maar God heeft zijn naam niet bekend gemaakt
zodat wij onze vingers eraan zouden branden:
dan had hij ons beter niets kunnen vertellen.
Hij heeft zijn naam bekend gemaakt omdat hij met ons om wil gaan!
In het Nieuwe Testament wordt dat nog mooier:
door de naam van Jezus biedt God redding!

dia 14 – in Jezus wordt Gods naam mens
Vorige week, toen het ging over beelden van God,
hebben we het erover gehad dat Jezus hét beeld van God is,
die al onze beelden overbodig maakt.
Met Gods naam is net zoiets aan de hand:
in Jezus wordt Gods naam mens.
We mogen JHWH kennen als Jezus Christus.
Jezus is Gods naam op aarde.

dia 15 – Filippenzen 2
In Filippenzen 2 wordt die naam bezongen:
‘Daarom heeft God hem hoog verheven
en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen,
in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
en elke tong zal belijden: “Jezus Christus is Heer”,
tot eer van God, de Vader.’
Jezus heeft de hoogste naam, Gods naam: hij is JHWH.
dia 16 – Jesaja 45
Dat wordt nog duidelijker als je Jesaja 45:23 erbij pakt.
Kort daarvoor heeft God gezegd dat hij de Heer is, JHWH,
en dan: ‘voor mij zal elke knie zich buigen
en elke tong zal bij mij zweren.’
Precies dezelfde woorden als in Filippenzen 2:
wij mogen Gods naam kennen in Jezus Christus.

dia 17 – Jezus’ naam brengt redding
Dat is geen naam om bang voor te zijn.
In Handelingen 4 worden Petrus en Johannes op het matje geroepen door de Joodse leiders
omdat ze een verlamde man hebben genezen.
De leiders vragen zich af wat hier aan de hand is,
door welke kracht of in wiens naam ze dit gedaan hebben.
Petrus antwoordt dat ze uit de naam van Jezus handelen.
Jezus’ naam brengt bevrijding!
En dan sluit Petrus af:
‘Door niemand anders kunnen wij worden gered,
want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’
De naam van God, van Jezus,
is geen naam die je moet misbruiken om je zin te krijgen,
om God naar je hand te zetten,
maar de naam die je redding brengt, de naam die je hoop is!

Het is ironisch dat juist het misbruiken van Gods naam
de grond is geweest om Jezus tot de kruisdood te veroordelen.
Jezus antwoordt bevestigend op de vraag of hij de Messias is,
de Zoon van de Gezegende –
want Joden hebben de gewoonte Gods naam niet uit te spreken.
De hogepriester scheurt zijn kleren en zegt:
‘waarvoor hebben we nog getuigen nodig?
U hebt de godslastering gehoord; wat is uw oordeel?’
Jezus staat toe dat hij misbruikt wordt, om zo de wereld te redden.

4. Gods naam bekend maken
dia 18 – Gods naam bekend maken
Heb God lief: manipuleer niet met zijn naam.
In zijn naam ontmoet je God die je wil redden.
Maar wat moet je dan wel met zijn naam?
Als we Gods naam misbruiken, gebruiken we hem voor onze doelen.
God wil juist ons gebruiken voor zijn doel:
dat we zijn naam bekend maken!

dia 19 – houd Gods naam hoog
Houd Gods naam hoog, in heel je leven.
God heeft je gemaakt om hem te eren.
God heeft zijn naam bekend gemaakt,
zodat we hem kennen, met hem omgaan, en hem aanbidden.
We lazen net Filippenzen 2: ‘elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer.’
Houd zijn naam hoog, in je woorden, en ook in je daden.
De catechismus zegt:
gebruik Gods naam zo dat hij in al onze woorden en daden geprezen wordt.
Aanbid God met woorden, en laat in je leven zien dat dat oprecht is.

dia 20 – spreek elkaar hierop aan
En als anderen dat dan niet doen?
Volgens de catechismus ben je dan medeplichtig aan het ontheiligen van Gods naam.
Wat moet je daar dan mee?
Wat moet je met die vloekende maar vriendelijke collega?
Daar heb ik geen pasklaar antwoord op.
Natuurlijk doet het pijn als anderen vloeken,
en het is ook goed als mensen weten dat jou dat pijn doet,
maar je kunt God er ook een verkeerd imago mee bezorgen.
Bovendien is het veel ernstiger als binnen de gemeente
Gods naam wordt gebruikt om mee te manipuleren,
als wij Jezus naar onze hand zetten.
Laten we daarmee beginnen: dat we elkaar helpen om Gods naam hoog te houden,
elkaar helpen om Jezus met onze woorden én daden te eren.

dia 21 – maak bekend dat Gods naam de moeite waard is
God heeft zijn naam aan ons verbonden, christenen dragen Gods naam.
Wij mogen Gods naam bekend maken.
Welke reputatie bezorg jij God?
Geeft jouw leven anderen aanleiding om Gods naam te prijzen?
Of is jouw leven voor anderen aanleiding om niets van God te willen weten?
En als het gaat om vloeken: waar sta je als christen om bekend?
Sta je erom bekend dat je moeite hebt met vloeken?
Of sta je bekend om je liefde en trouw,
en bezorg je daarmee God het imago dat zijn naam echt de moeite waard is?
Pas dan kun je vloeken op een goede manier bespreekbaar maken.

dia 22 – Bevrijdend: Gods naam staat voor je redding!
Ik weet het: wij zijn niet de beste vertegenwoordigers van Gods naam.
Maar al te vaak brengen wij God reputatieschade toe.
Toch wil God jou gebruiken om zijn naam bekend te maken!
In de naam van Jezus is vergeving, ook voor al ons gestuntel met Gods naam.
Want ook het derde gebod is bevrijdend:
Gods naam staat voor je redding!
Amen.




Jeremia 31:31-34 – God verandert je hart

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: Opwekking 411

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: Psalm 106 : 1 en 2

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Jeremia 31 : 27 – 40

Zingen: Psalm 106 : 18, 20 en 22

Preek over Jeremia 31 : 31 – 34

Zingen: LvK Lied 78 : 1, 2 en 4

Kinderen terug

Kinderlied

Lezen wet

Zingen: LvK Lied 252 : 1 en 2

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 118 : 1 en 2

Zegen

Preek: God verandert je hart

Inleiding

dia 1 – zwart

Het is natuurlijk nog een beetje vroeg voor goede voornemens…

Goede voornemens horen bij het nieuwe jaar,

en ik weet ook wel dat dat nog meer dan een maand duurt.

Maar ik vind dat als je een goed voornemen bedenkt,

je daar maar beter direct mee kunt beginnen,

in plaats van het uit te stellen tot 1 januari.

Hét clichévoorbeeld is natuurlijk stoppen met roken.

Als je half november bedenkt dat je daar toch eens mee moet stoppen,

waarom zou je de hele maand december dan nog doorroken?

dia 2 – wekker

Zelf ben ik nog nooit gestopt met roken,

gewoon omdat ik er ook nooit aan ben begonnen.

Maar ik heb wel weer andere slechte gewoonten.

Mijn leraar Engels zei altijd:

‘early to bed, early to rise, makes a man healthy, wealthy and wise’

(vroeg naar bed, vroeg er weer uit, maakt een mens gezond, welvarend en wijs).

Zelf ben ik niet zo’n vroege vogel.

Wat heb ik een hekel aan het geluid van mijn wekker!

Er zijn natuurlijk veel goede redenen om vroeg op te staan.

Je moet werken of kinderen naar school brengen.

Ook als je ’s ochtends niets te doen hebt,

is het goed om vroeg op te staan.

Dan heb je nog wat aan je dag.

Het is ook beter voor je gezondheid om op tijd uit bed te komen.

En ga maar door.

En toch…

Als ’s ochtends mijn wekker gaat,

denk ik er niet aan dat het goed voor me is om op te staan.

Dan denk ik:

‘nu al?! Ik kan best nog 10 minuten blijven liggen.’

Ik heb gewoon geen zin om onder mijn warme deken weg te komen.

Dan kun je nog zoveel argumenten geven,

maar die kunnen echt niet op tegen mijn bed!

Gelukkig zijn Hanneke en Daniël er nog:

die dwingen me mijn bed uit te komen.

Waar het me met dit voorbeeld om gaat:

je kunt heel goed weten wat het beste voor je is,

maar als dat niet van binnen komt,

is het veel moeilijker om vol te houden.

De wilskracht van mensen is vaak niet zo groot.

dia 3 – God verandert je hart

In Jeremia 31 gaat het daar ook over.

Voor God leven, dat is geen kwestie van wilskracht.

Op wilskracht houdt je dat niet vol.

Leven voor God, dat moet van binnen komen, uit je eigen hart.

En het mooie is: God belooft dat hij je hart zal veranderen.

Dat is in een notendop de boodschap van Jeremia.

1.Het lukt maar niet…

dia 4 – het lukt maar niet

De Israëlieten vinden het nog niet zo gemakkelijk

om voor God te leven.

Ze weten heel goed wat God van hen wil,

maar het lukt maar niet…

dia 5 – verbond: duurzame relatie

In het gedeelte uit Jeremia waar we vandaag bij stil staan,

gaat het steeds over een ‘verbond’.

God heeft een verbond met Israël.

Maar wat is dat?

Een verbond is een duurzame relatie.

God wil een duurzame relatie met mensen.

Zoals het in Jeremia 31 staat:

‘ik zal hun God zijn en zij mijn volk.’

Als God een verbond sluit,

betekent dat dat hij zich volledig toewijdt

aan de mensen die hij heeft uitgekozen.

dia 6 – supermarkten

Zo’n relatie gaat verder dan je eigen behoeften.

Het gesprek van de week in Franeker

was de opening van de nieuwe Albert Heijn en Lidl.

Je zou kunnen zeggen dat je met supermarkten een relatie hebt.

Veel mensen hebben een vaste supermarkt om boodschappen te doen.

Maar als er nieuwe winkels worden geopend,

of als ergens anders betere aanbiedingen zijn,

dan zit je niet aan je vaste supermarkt vast.

Het is geen duurzame relatie.

God wil dat wel: een langdurige relatie.

dia 7 – toegewijd zijn

Er zit ook een andere kant aan:

God wil dat zijn volk ook aan hem toegewijd is.

Dat God een verbond met Israël heeft,

betekent niet dat Israël alles maar kan maken,

dat ze God als een soort troefkaart achter de hand hebben

voor als zij eens behoefte hebben aan God.

God wil dat je hem liefhebt boven alles

en je naaste liefhebt als jezelf.

Dat zijn, zou je kunnen zeggen, de voorwaarden van het verbond.

En daar gaat het mis,

en dan komen we weer bij Jeremia.

Met de toewijding van Israël aan God wilde het niet zo lukken.

Aan de lopende band schendt Israël de voorwaarden van het verbond.

dia 8 – mensen zitten daar niet op te wachten

Jeremia profeteerde daartegen.

De afgelopen weken hebben we bij een aantal profetieën stilgestaan.

Maar Jeremia’s waarschuwingen hadden nauwelijks resultaat.

De mensen waren gehecht aan hun eigen leven,

aan hun eigen gewoonten,

en zaten helemaal niet te wachten op toewijding aan God.

De Israëlieten doen liever mee met de wereld om zich heen.

Ze verrijken zichzelf, over de rug van de armen.

Wie arm is, had maar beter zijn best moeten doen.

Ze minachten vreemdelingen, die moeten maar in hun eigen land blijven,

ze vereren allerlei goden, want het is niet slim om op 1 paard te wedden,

en met hun seksuele moraal komt het niet zo nauw.

Als ze maar genieten van het leven, zit het wel goed.

God kan het niet langer aanzien.

Hij waarschuwt maar en waarschuwt maar,

maar er gebeurt niets.

God besluit zijn volk te straffen:

Israël wordt veroverd door Babylon

en de Israëlieten worden weggevoerd.

Als een ding pijnlijk duidelijk is geworden,

dan is het wel dat God niets van mensen hoeft te verwachten.

Mensen zijn meer gemotiveerd voor hun eigen geluk dan voor God.

En ik vraag me af of wij het er nu echt zoveel beter vanaf brengen…

2.God gaat helpen

dia 9 – God gaat helpen

Als ik God was, dan wist ik het wel:

ik zou de stekker er uit trekken.

Als Israël niet op God zit te wachten,

dan zoeken ze het toch lekker zelf uit?!

Het is maar goed dat ik geen God ben…

dia 10 – nieuw verbond

Want God doet iets heel anders.

Op dit dieptepunt van het verbond,

nog nooit is zo duidelijk geweest dat God niets van mensen hoeft te verwachten,

op dit dieptepunt komt God met een belofte:

ik zal een nieuw verbond met jullie sluiten.

Weet God het dan nog niet?

Dat het onbegonnen werk is?

Dat het toch wel weer op een teleurstelling uit zal lopen?

Het is bij mensen toch altijd hetzelfde liedje?

God weet wel waar hij aan begint.

Hij weet ook waarom het steeds mis loopt.

Het heeft alles te maken met motivatie.

Israël had niet genoeg wilskracht om voor God te leven.

Verschillende keren in de bijbel beginnen ze eraan,

maar zakt dat langzamerhand toch weer weg.

Van hun goede voornemens kwam weinig terecht.

Dat was het probleem van het oude verbond.

Maar God belooft een nieuw verbond.

Dit keer is het echt anders!

Dat is niet omdat God de lat maar wat lager legt.

Dat zou je misschien verwachten,

maar hij doet het niet: de lat blijft hoog liggen.

‘Maar’, zegt God, ‘ik ga je er bij helpen!’

Met de woorden van Jeremia:

‘ik zal mijn wet in hun hart schrijven.’

dia 11 – hart veranderen

God zegt: ‘ik weet dat jullie het moeilijk vinden om voor mij te leven,

dat er te veel verleidingen voor jullie zijn.

Daarom ga ik het anders doen:

ik zorg ervoor dat je voor mij wílt leven.

Dat het geen moeilijke opdracht meer is om voor mij te leven,

dat je daar geen grote wilskracht voor nodig hebt,

maar dat je niets liever meer wilt.’

Als we even teruggaan naar mijn worsteling om op te staan:

ik weet dat het goed is om vroeg op te staan,

maar als de wekker gaat, wil ik liever blijven liggen.

Maar stel je voor dat ik van binnen verander,

dat als ik wakker wordt, ik denk:

‘fijn, een nieuwe dag, ik wil geen moment langer in bed liggen.’

Dan is het helemaal niet meer moeilijk om uit bed te komen.

Zo’n verandering belooft God.

De belofte van God gaat verder:

‘ik zal hun God zijn, en zij mijn volk,

iedereen zal mij kennen.’

Dat gaat weer echt over die relatie die God wil.

Die relatie kan er weer zijn

omdat God de zonden vergeeft

en ons helpt, van binnenuit verandert, om voor hem te leven.

Wat moet dat mooi zijn!

Dat iedereen graag de portemonnee trekt om anderen te helpen.

Dat we blij zijn als we iets voor iemand kunnen doen.

Dat iedereen het fijn vindt om vreemdelingen te verwelkomen.

Dat ze met open armen worden ontvangen.

Het zou wat zijn…

dia 12 – begint met Jezus

Maar deze belofte van God is geen toekomstsmuziek!

Het begint met Jezus.

Jezus, die met zijn hele hart aan God was toegewijd.

Jezus heeft het er zelf over dat het nieuwe verbond bij hem begint.

Als je Jezus wilt volgen, zal dat je veranderen.

Dan schrijft de Heilige Geest Gods wet in je hart.

Is het niet meer moeilijk om voor God te leven.

3.Waarom merk ik dat niet?

dia 13 – waarom merk ik dat niet?

Tenminste, dat zijn de grote woorden.

Maar hoe zit dat dan?

Als dat nieuwe verbond bij Jezus begint,

als de Heilige Geest ons van binnenuit verandert,

waarom merk ik dat dan niet?

dia 14 – toekomstmuziek?

Kijk naar de geschiedenis van de kerk.

Is dat nou een geschiedenis van volledige toewijding aan God?

En hoe gaat het bij jezelf?

Als er een natuurramp is op de Filippijnen,

ben je dan echt blij dat kunt helpen door geld te geven?

Ben je echt zo verontwaardigd over kinderarbeid tegen een hongerloon

dat je daar ook de consequenties van wilt trekken?

Is het echt zo dat het je niet meer kan schelen wat mensen van je denken,

omdat God genoeg voor je is?

En met deze lijst kan ik heel lang door gaan.

Als ik zo’n belofte in Jeremia lees,

dan klinkt het als toekomstmuziek.

Het klinkt mooi, Gods wet in je hart,

en dat je God echt zult kennen,

maar bij mij gaat dat dus niet vanzelf.

Wat gaat er mis?

dia 15 – ontvangen

En al snel ga ik denken:

ik moet Gods wet meer in mijn hart hebben.

Hoe kan ik daarvoor zorgen?

En voor je het weet, probeer je jezelf te verbeteren door wilskracht.

Maar dat is precies niet wat God bedoelt!

God zegt: “ík doe het, ík schrijf die wet in je hart,

ík zorg ervoor dat je niets anders meer wilt.”

Ik denk dat we soms te graag onszelf willen veranderen.

Dat het onze eer te na is dat God dat moet doen.

Gewoon harder je best doen, dan lukt het wel…

Maar God wil dat we ontvangen.

Als er een ding duidelijk wordt uit het verhaal van Israël,

dan is het wel dat het ons niet lukt voor God te leven.

dia 16 – veranderen door relatie

Hoe het precies zit,

waarom het soms toch heel moeilijk is om voor God te leven,

waarom ik soms toch gehecht ben aan alles wat ik bereikt heb,

ik weet het niet!

Wat ik wel weet, is dat hoe meer ik met God bezig ben,

hoe eerlijker ik ben als ik bid,

hoe meer aandacht ik besteed aan mijn geloof,

hoe meer ik ook iets van die belofte zie.

Het is niet zo dat God een of andere schakelaar omzet

waardoor je in een keer helemaal verandert.

God verandert je door een relatie met je te hebben.

Als je een intensieve relatie met iemand hebt, verandert dat je.

Sinds ik verkering kreeg met Hanneke, ben ik behoorlijk veranderd.

Ik ben bijvoorbeeld veel minder teruggetrokken dan ik was.

Soms dacht ik wel: ik moet opener zijn naar mensen, maar het lukte gewoon niet.

Hanneke heeft nooit de bedoeling gehad om dat te veranderen,

maar het gebeurde wel, zonder dat ik het zelf doorhad.

En zo ongeveer werkt het met God ook:

hoe intensiever je relatie met hem, hoe meer er ongemerkt verandert.

4.Laat je veranderen

dia 17 – laat je veranderen

Wat moet je met die belofte van God,

dat hij zijn wet in je hart zal schrijven?

Ik wil je graag drie handreikingen meegeven.

dia 18 – niet jezelf verbeteren

Het eerste: pas op voor de valkuil jezelf te verbeteren.

Leven voor God is iets heel anders dan goede voornemens.

Goede voornemens mislukken vaak doordat je te zwak bent.

Stoppen met roken, maar een week later gaat het alweer mis…

Misschien heb je wel bepaalde zonden waar je graag vanaf wilt komen.

Dan helpt het niet om daar zo hard mogelijk tegen te vechten.

Of het lukt niet, en je valt jezelf steeds tegen,

of het lukt wel, en dan denk je dat je iets bijzonders hebt gepresteerd.

Maar allebei brengt je niet dichter bij God.

God wil niet dat je jezelf verandert,

maar dat je je laat veranderen door God.

dia 19 – investeer in relatie

Het tweede: investeer in je relatie met God.

Ik zei net al dat hoe intensiever die relatie is,

hoe meer er ook in je leven verandert.

En in die relatie kun je investeren!

Vroeger was het voor veel christenen de gewoonte

om elke dag vier keer uit de bijbel te lezen:

bij elke maaltijd en voor het slapen gaan.

En bij elke maaltijd werd dan ook nog twee keer gebeden.

Volgens mij gebeurt dat nog maar heel weinig.

Nu bedoel ik niet dat iedereen het weer op die manier moet doen,

maar het heeft wel een sterke kant:

elke dag op vaste momenten tijd met God.

Neem in ieder geval de tijd voor God.

Want in een relatie moet je investeren.

dia 20 – draag vrucht

En het laatste: draag vrucht!

Als God je verandert, dan is dat geen prestatie om trots op te zijn,

maar dan is dat de vrucht van de Geest.

En meestal verandert God je niet van de ene op de andere dag.

God neemt vaak rustig de tijd om je te veranderen.

En als het je dan toch tegenvalt,

als je je toch schuldig voelt omdat het niet lukt,

houdt dan vast aan die belofte van God:

“ik verander je hart.”

Amen.




Jeremia 23:16-18 – God praat je niet naar de mond

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar: Samen GROEI-en.

Liturgie

Zingen: GKB Gezang 171 : 1, 2 en 3

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: Psalm 97 : 1, 2 en 3

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Jeremia 23 : 9 – 32

Zingen: Psalm 2 : 1 en 4

Preek over Jeremia 23 : 16 – 18

Zingen: Opwekking 687 : 1, 2, 3 en 4

Kinderen terug

Kinderlied

Lezen wet

Zingen: Psalm 19 : 4 en 6

Gebed

Collecte

Zingen: LvK Lied 479 : 1, 3 en 4

Zegen

Preek: God praat je niet naar de mond

Inleiding

dia 1 – Sint Maarten

Afgelopen maandag was het 11 november.

Elk kind weet volgens mij wel wat dat betekent: snoep.

Je belt overal aan, zingt een liedje,

en iedereen geeft je snoep mee.

Van de opbrengst kun je best een paar weken snoepen.

Tenminste, als je jezelf een beetje kunt beheersen.

Want als je zo veel snoep hebt,

is het natuurlijk wel erg verleidelijk

alles in één dag op te maken…

Als kind moet je van zo’n dag natuurlijk gebruik maken.

Ik bedoel: het is maar één keer per jaar 11 november.

Als je op een willekeurige andere dag de deuren langs zou gaan

om een flinke voorraad snoep aan te leggen

denk ik dat de meeste mensen ‘nee’ zeggen.

Misschien lachen ze even, misschien worden ze zelfs boos,

maar snoep krijg je niet mee.

Op 11 november moet je het er dus even lekker van nemen,

de volgende kans is pas over een jaar.

Dus als je zo veel mogelijk snoep wilt,

begin je al vroeg en loop je zo veel mogelijk straten.

Het is een echte verwendag, niemand zegt ‘nee’.

Al was het bij ons dus wel bijna zo ver gekomen…

Toen Hanneke in de supermarkt kwam voor snoep,

lag er bijna niets meer in de schappen.

We hadden snoep voor zes kinderen.

Om half zes ging de bel,

met direct vijf meiden op snoepjacht.

Er hadden er niet meer langs moeten komen,

want dan hadden we niet genoeg…

En je kunt het niet maken

om kinderen met lege handen weg te sturen…

Sommige kinderen zullen er waarschijnlijk anders over denken,

maar het is maar goed dat het niet elke dag Sint Maarten is.

Dat zou wat zijn!

Dat je elke dag krijgt wat je wilt,

dat er nooit eens iemand is die ‘nee’ tegen je zegt.

Het is prima om één dag in het jaar op deze manier verwend te worden,

maar verwennen moet niet een gewoonte worden.

dia 2 – God vindt niet alles goed

Vanmorgen gaat het erover dat God soms ook ‘nee’ zegt.

Dat God niet alles goed vindt wat jij wilt.

Dat God niet alles goed vindt wat jij doet.

God praat dingen die slecht zijn niet goed.

En hij wil ook niet dat wij dat wel doen.

1.Een aangename boodschap…

dia 3 – het moet wel leuk blijven

In Jeremia 23 gebeurt dat wel.

Het gaat over profeten.

Jeremia was in zijn tijd niet de enige profeet.

Er waren veel meer mensen die zichzelf profeet noemden.

Deze profeten hadden alleen wel een andere boodschap dan Jeremia.

Een boodschap die veel aangenamer was…

Een paar weken geleden hebben we het erover gehad

dat de mensen Jeremia zien als een spelbreker.

Jeremia heeft overal kritiek op

en heeft het er steeds over dat de mensen zich moeten bekeren.

Maar daar zitten ze helemaal niet op te wachten!

Met Gods regels nemen ze het niet zo nauw.

Ze vinden het prima om in God te geloven,

maar dan moet die God niet allerlei eisen gaan stellen.

Het moet wel een beetje leuk blijven!

dia 4 – goedpraten

Dat vinden die andere profeten ook.

Zelf doen ze ook lekker waar ze zin in hebben.

In vers 14 beschrijft Jeremia hoe zij leven:

ze doen vrolijk mee met overspel, leugens en onrecht.

God moet daar maar niet zo moeilijk over doen.

En dat is ook de boodschap van deze profeten:

‘het maakt niet uit hoe je leeft, het maakt niet uit wat je doet,

God zorgt toch wel voor je.’

Ze vertellen precies wat de mensen graag willen horen

en wat ze zelf ook graag willen horen.

Deze profeten praten je naar de mond met een fijne boodschap.

Ze zullen nooit ‘nee’ zeggen,

nooit zeggen dat God het anders wil.

God is volgens hen liefde, en vind daarom alles goed.

Als deze profeten profeteren

zullen ze nooit kritisch zijn maar praten ze alles goed.

Dat ze mensen naar de mond praten is nog niet het ergste,

ze verpakken het heel vroom.

Ze zeggen steeds dat ze een boodschap van God hebben,

dat ze namens God spreken.

En de mensen geloven wat graag.

Als deze profeten met hun vriendelijke boodschap namens God spreken,

waarom zouden ze dan nog luisteren naar zo’n zuurpruim als Jeremia?

Trouwens, die profeten hebben toch ook gewoon gelijk?

Israël is toch het volk van God?

En God heeft toch gezegd dat hij altijd trouw is

en dat hij zijn volk zal beschermen?

God is toch liefde en hij wil toch graag dat mensen gelukkig zijn?

Wat heb je liever:

een God voor wie je helemaal jezelf mag zijn,

die niet moeilijk doet over hoe jij je leven invult,

of een God die vraagt om je leven om te gooien?

Het lijkt mij wel duidelijk: doe mij die makkelijke God maar!

Het leven is zo al ingewikkeld genoeg!

dia 5 – goed gevoel

We leven in een hele hectische wereld.

Er wordt van je verwacht dat je altijd bereikbaar bent.

Alles moet sneller, alles moet efficiënter, iedereen is druk.

Je moet jezelf bewijzen, elke dag weer.

Er zijn zoveel keuzes die je moet maken.

Ik heb deze week een nieuw matras gekocht.

Ik moest direct kiezen tussen 10 verschillende matrassen.

Vroeger waren mensen al lang blij als ze een matras hadden.

Hoefden ze veel minder na te denken.

In zo’n drukke wereld is het toch niet gek

om bij God wat rust te zoeken,

om in de kerk een ontspannend warm bad te willen?

Het is toch niet gek dat we dan graag willen horen

dat God ons neemt zoals we zijn en dat hij van ons houdt?

Dat we van God graag een goed gevoel willen krijgen,

zodat we er de rest van de week weer tegenaan kunnen?

De Canadees James Packer noemt dit een bubbelbad-geloof:

geloven mag niet moeilijk worden, je moet er vooral van kunnen genieten.

Wat is daar nou mis mee?

2.God confronteert

dia 6 – God wil je leven

Het probleem is dat het eenzijdig is.

Ja, God is liefde.

Ja, God wil graag dat je bij hem tot rust komt.

Die profeten hebben gelijk als ze zeggen dat God trouw is.

Maar het is maar een halve waarheid.

Precies die helft die mensen graag willen horen.

God is niet iemand die alles maar goed vindt.

Als iets fout is, dan is het gewoon fout,

en dan gaat God dat niet goedpraten.

God wil niet dat je hem gebruikt om een goed gevoel te krijgen.

Dat hij zich niet met je dagelijkse leven mag bemoeien,

maar dat jij alleen bij hem komt als jij even een aai over je bol wilt.

God wil je hele leven.

dia 7 – God praat niet naar de mond

Daarom moet Jeremia profeteren tegen de profeten.

Iedereen moet het weten:

deze profeten zijn geen profeten van God!

Ze klinken misschien vroom,

ze zeggen misschien wel mooie dingen over God,

maar het enige wat ze doen is je naar de mond praten.

Ze praten alles goed wat God niet goed vindt.

En dat mag dan wel een fijne boodschap zijn,

van God komt die boodschap niet.

Deze profeten verzinnen maar wat.

Ze zeggen alleen maar dingen die in hun eigen straatje passen.

Aan Jeremia de taak om hen te ontmaskeren.

Om tegen de Israëlieten te zeggen:

‘mensen, wordt wakker, luister toch niet naar deze onzin!’

Maar hoe kom je er nu achter

of een profeet zijn eigen mooie praatjes verkoopt,

of dat hij echt spreekt namens God?

Hoe moeten de mensen weten

of ze naar Jeremia moeten luisteren of naar de andere profeten?

Het antwoord daarop is te vinden in vers 22:

als die profeten echt namens God zouden spreken,

dan hadden ze de mensen Gods woorden laten horen,

dan hadden ze mensen opgeroepen om anders te gaan leven.

Profeten die echt van God komen, confronteren je.

Echte profeten doen niet alsof alles wel goed zit,

alsof God maar geluk heeft met zulke fijne mensen als wij.

Dat zijn misschien wel de profeten waar je graag naar luistert.

Want het is fijn om te horen dat je op de goede weg zit.

Het is fijn om te horen dat God vindt dat je goed bezig bent.

Het is fijn om van God een ontspannen gevoel te krijgen,

om weer even lekker bevestigd te worden.

Echte profeten daarentegen zijn vervelende mensen.

Net als jij denkt dat je het er best aardig vanaf brengt,

komt een profeet jou vertellen dat je echt moet veranderen.

Ze zijn vermoeiend, echte profeten.

Ze zijn kritisch, en niet bang om je stevig te waarschuwen.

Want God wil jouw hele leven.

Jouw werk, jouw hobby’s, jouw gezin, jouw geld,

alles moet tot zijn eer zijn.

dia 8 – Jezus volgen

Jezus was ook zo’n kritische profeet.

Tegen mensen die dachten dat ze wel goed zaten,

kon Jezus enorm heftig uitvallen.

Jezus roept mensen op om tot inkeer te komen.

Jezus roept je op je niet te richten op wat je zelf wilt, maar op wat God wil.

Jezus roept je op om jezelf te verloochenen,

om kruis te dragen,

in je hele leven achter Jezus aan te gaan.

Geloven in Jezus,

dat moet je niet doen voor het fijne gevoel dat het geeft.

Jezus is heel confronterend.

Hij wil je veranderen.

3.Moeilijke weg

dia 9 – moeilijke weg

Misschien valt God je nu tegen.

Misschien wil je van God inderdaad

dat hij je van tijd tot tijd even bemoedigt,

en dat hij verder maar niet te veel op jou moet rekenen.

Ik moet zeggen: ik vind dat zelf ook wel aantrekkelijk.

Een God die mijn leven overhoop komt halen,

daar heb ik niet zo veel zin in.

Waarom zou je moeilijk doen?

Waarom zou je niet gewoon die profeten volgen

die je vertellen dat God alleen maar liefde is,

dat God als een soort bubbelbad is,

dat hij vooral wil dat jij geniet?

Dat zou het leven toch veel gemakkelijker maken?

Waarom zouden de mensen naar Jeremia luisteren,

als ze ook kunnen luisteren naar profeten die niet zo moeilijk doen?

Het antwoord van Jeremia daarop

is dat de profeten valse hoop geven.

Het klinkt allemaal heel mooi, maar het zijn lege woorden.

dia 10 – garage

Misschien heb je wel eens iets gekocht op Marktplaats.

Zij hebben op hun website een aantal gouden tips staan om veilig te handelen.

De belangrijkste tip:

‘als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo’.

Niemand wil bedrogen worden.

Je hebt niets aan een verkoper die je van alles wijsmaakt wat niet klopt.

Stel je voor: je koopt een auto.

Je vraagt aan de verkoper: hoe veel verbruikt deze auto ongeveer?

De verkoper weet wat je graag wilt horen: dat het een zuinige auto is.

Dus hij vertelt dat je met 1 liter benzine ongeveer 20 kilometer kunt rijden.

Maar als je de auto twee weken hebt,

kom je erachter dat er wel een draaikolk in de benzinetank moet zijn…

Dan voel je je bedrogen!

Die verkoper had je gewoon de waarheid moeten vertellen,

ook al was de waarheid minder prettig,

namelijk dat die auto veel benzine drinkt.

dia 11 – voor God leven

Je hebt er niets aan als mensen je naar de mond praten.

Daar krijg je alleen maar valse hoop door.

Valse profeten werken in je eigen nadeel.

Ze zullen nooit zeggen dat je moet veranderen.

Want volgens hen vindt God alles wel prima…

Dat vindt God dus niet!

De bijbel is heel duidelijk over dat God wil dat je voor hem leeft.

En God zal daarover oordelen!

God wil je de kans geven te veranderen,

hij wil graag met je verder.

Valse profeten ontnemen je die kans.

Zij zeggen dat Gods oordeel wel mee zal vallen.

Maar het valt niet mee!

dia 12 – genieten

Je zou bijna denken dat God je het leven zuur wil maken…

Maar dat is absoluut niet waar!

God wil je juist gelukkig maken.

En hij weet hoe je echt gelukkig wordt.

Dat wil hij je leren.

Als je leven verandert, als je steeds meer op Jezus gaat lijken,

dan ga je pas echt genieten.

Genieten met een heilige smaak.

God wil je leren om zo te genieten.

Zo wil hij je ook voorbereiden op nieuwe wereld.

4.Kom uit je bubbelbad

dia 13 – kom uit je bubbelbad

Kom dus uit dat bubbelbad

van dat God je maar goed gevoel moet geven!

Natuurlijk mag je genieten van geloven.

Natuurlijk mag je blij zijn met dat God van je houdt.

Maar laat je ook uitdagen door God,

laat je ook veranderen door zijn Geest.

dia 14 – luister naar God

Dat begint met goed luisteren:

wat zegt God tegen mij.

En ik denk dat wij, mensen,

er een handje van hebben selectief te luisteren.

Om alleen maar te horen wat jezelf aanstaat,

wat jij toch al vond.

Probeer echt te luisteren naar God.

Als je in de bijbel leest,

sla dan niet de gedeelten over die jij confronterend vindt.

Sluit je niet af voor kritiek!

dia 15 – wees kritisch op jezelf

Ik zou zelfs willen zeggen:

wees juist kritisch op jezelf.

Kijk eens naar je leven,

en stel de vraag in welk deel van jouw leven God niet of nauwelijks een rol speelt.

Zoek ernaar hoe dat kan veranderen,

bid om Gods hulp daarbij,

en wees bereid jezelf te verloochenen.

Misschien doe je je werk zonder God.

Vind je het helemaal niet belangrijk wat God van jouw werk vindt.

Jij vindt het fijn om te doen, jij geniet ervan,

dus waarom moet God zich met jouw werk bemoeien?

Misschien vind je je werk wel belangrijk dan God.

God wil graag dat je je werk voor hem doet, wat je werk ook is.

Misschien speelt God geen rol in je portemonnee.

Dat je vindt dat God niets met je geld te maken heeft

en dat je recht hebt op je geld en ermee mag doen wat je maar wilt.

Dan wil God dat je verandert.

God wil dat je hem betrekt bij de keuzes die je maakt

in hoe je je geld uitgeeft.

God wil dat je je geld niet alleen voor jezelf gebruikt,

maar dat je vrijgevig bent.

Misschien speelt God geen rol in je zelfbeeld.

Dat je steeds bezig bent met wat anderen van je vinden,

dat je je daar ook helemaal aan aanpast,

in bijvoorbeeld de kleding die je draagt,

de grappen die je maakt,

de manier waarop je over anderen praat,

maar dat het voor jou niet belangrijk is hoe God naar je kijkt.

God daagt je uit om jezelf niet steeds te bewijzen,

maar kwetsbaar te zijn voor hem.

Geloven in God,

Jezus in alles volgen,

dat is niet de gemakkelijke weg.

En zelfs als je ervoor kiest die weg te gaan,

kom je er steeds weer achter dat er dingen in jouw leven niet kloppen.

Maar als je bereid bent te veranderen,

dan is het ook de mooiste weg.

De weg om te genieten van God.

Amen.




Jeremia 1:4-19 – Vertel het door!

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: God kent jou vanaf het begin (Kids Opw 77)

Zie de zon, zie de maan (Kids Opw 23)

Uw woord is een lamp voor mijn voet (Kids Opw 69)

Sta es even op (Kids Opw 100)

Stil gebed

Votum en Groet

Zingen: Psalm 145 : 1 en 5

Gebed

Quiz

Lezen: Jeremia 1 : 4 – 19

Zingen: Je hoeft niet bang te zijn (Ev Liedbundel 448)

Preek

Zingen: U die mij geschapen hebt (Opw 355)

Gebed

Zingen: Ken je Gods gebod

Collecte

Zingen: Ga in vrede (Kids Opw 251)

Zegen

Preek: Vertel het door!

1.God heeft een plan

dia 1 – zwart

Het gaat vanmorgen over Jeremia.

We hebben net een bijbelverhaal over hem gelezen.

Over dat God tegen Jeremia zegt dat hij profeet moet worden.

En dan zegt God iets heel bijzonders:

‘al voordat jij was geboren,

had ik al het plan dat jij profeet zou worden.’

God kende je al toen je nog niet eens was geboren.

Hij wist toen al wat hij met jou van plan was.

dia 2 – WA

Moet je je voorstellen…

Kijk maar eens naar de foto op de schermen.

Je ziet een vrolijke baby met zijn knuffels.

Het is een hele gewone baby.

Het zou zomaar je broertje of zusje kunnen zijn.

Maar God had al een plan met deze baby.

Deze baby moest koning worden.

Het is koning Willem Alexander!

dia 3 – Obama

Of kijk eens naar dit kindje.

Hij vind het heel stoer dat hij op het hek mag zitten.

En hij vindt dat hij een lieve mama heeft.

Hij houdt van spelen.

Maar wat hij later gaat worden,

daar heeft hij nog geen flauw idee van.

God wel!

Dit jongetje is Barack Obama,

hij is nu president van Amerika.

dia 4 – Mark

God heeft niet alleen een plan met zulke beroemde mensen,

maar ook met gewone mensen, zoals jij en ik.

Hier zie je mij als baby.

Ik wist echt nog niet dat ik zou trouwen.

Ik wilde altijd bij papa en mama blijven.

En dat ik predikant zou worden…

Ik wist nog niet eens wat dat was!

En toen ik iets groter was,

toen wist ik in ieder geval heel zeker:

ik wil nooit predikant worden.

Blijkbaar had God een ander plan…

dia 5 – baby’s

Nog meer babyfoto’s.

Steek je vinger even op als jouw foto er tussen staat.

God heeft een plan met je.

Dat wist hij al toen je nog baby was.

Zelfs toen je nog niet eens was geboren.

Mooi toch?!

dia 6 – zwart

Met Jeremia heeft God ook zo’n plan.

Jeremia is een hele gewone jongen.

Ik denk dat hij ongeveer 12 jaar was,

misschien ietsje ouder.

Is er hier iemand die ook 12 is?

Jeremia was dus net zo oud als jij.

En dan vertelt God aan Jeremia dat hij een heel bijzonder plan met hem heeft:

Jeremia moet profeet worden.

2.Wat is een profeet?

dia 7 – wat is een profeet?

Wat is dat eigenlijk, een profeet?

Ik bedoel, ik ben nog nooit een profeet tegengekomen.

In de bijbel gaat het hele vaak over profeten.

Misschien kun je er wel een paar opnoemen.

Een hele bekende profeet was Elia.

En dan heb je nog Jesaja, en Samuël, en Johannes de Doper.

Maar zulke profeten hebben we nu niet meer.

dia 8 – boodschap van God

Wat is een profeet?

Een profeet is iemand die een boodschap van God heeft.

Jeremia is ook zo’n profeet.

God praat met Jeremia

en zegt tegen Jeremia wat hij tegen de mensen moet zeggen.

Jeremia moet Gods woorden doorvertellen.

Dat is een profeet.

dia 9 – geld

Een profeet kan dus niet zomaar alles zeggen.

Hij moet niet zeggen wat hij zelf wil, maar wat God wil.

Als ik profeet zou zijn,

en zou zeggen dat iedereen alleen nog maar blauwe kleren mag dragen

omdat ik blauw zo’n mooie kleur vind,

dan zou ik geen goede profeet zijn.

Of als ik zou zeggen dat jullie allemaal 1000 euro naar mij moeten overmaken

en dat God jullie daar dan voor zal belonen.

Dat zou ik alleen maar zeggen omdat ik meer geld wil hebben.

Een profeet vertelt niet wat hij zelf vindt,

of wat hij zelf graag van mensen wil,

hij vertelt een boodschap van God.

dia 10 – boodschap van God

God zegt dat ook tegen Jeremia:

‘zeg alles tegen de mensen wat ik je opdraag’.

God zegt zelfs dat hij zijn eigen woorden in Jeremia’s mond legt.

En Jeremia vindt dat heel belangrijk.

De mensen moeten niet naar Jeremia luisteren

omdat ze Jeremia aardig vinden of omdat ze het met Jeremia eens zijn,

maar omdat Jeremia een boodschap van God zelf heeft.

En de boodschap die Jeremia moet vertellen is niet makkelijk.

Hij moet tegen de mensen zeggen dat ze verkeerd bezig zijn.

En dat moeten profeten vaak zeggen.

Ze zeggen wat er verkeerd is en wat er anders moet.

Jeremia moet tegen de mensen zeggen dat ze God vergeten zijn

en dat God hen daarom zal straffen.

God wil die mensen zo nog een kans geven:

als ze luisteren naar Jeremia zal hij ze niet straffen.

Maar je kunt je voorstellen dat de meeste mensen

niet graag naar Jeremia luisterden.

Achter zijn rug om hebben ze vast veel over hem gepraat:

‘o nee, daar heb je die zuurpruim weer,

komt hij weer met dat verhaal over die God van hem,

hij denkt toch niet echt dat we naar hem luisteren?!’

3.Een moeilijke taak

dia 11 – Jeremia wil niet

Zou jij Jeremia willen zijn?

Zou jij mensen willen vertellen dat ze het fout doen

en dat God hen zal straffen?

En zou jij het leuk vinden als de mensen je daarom uitlachen,

en zelfs heel boos op jou worden?

Jeremia weet het in ieder geval wel.

Hier zit hij dus niet op te wachten.

Moet hij profeet worden?

Grapje zeker!

Dat kan God toch niet menen?!

Jeremia ziet het helemaal niet zitten om profeet te worden.

‘God,’ zegt hij, ‘u maakt vast een foutje.

Weet u wel hoe jong ik ben?

Ik ben nog maar 12!

Hoe kan ik dan profeet worden

en de mensen over u vertellen?

Dat slaat toch nergens op?

Ik kan nog maar net een spreekbeurt houden,

en dan wilt u al dat ik profeet wordt?!

Nee, God, dat lijkt me geen goed plan.

Trouwens, wat zullen de mensen wel niet denken?

Denkt u nu echt dat ze naar mij zullen luisteren?

Ze vinden me veel te jong, en ze hebben nog gelijk ook.

Ze vinden me maar een snotneus,

ze gaan me echt niet serieus nemen!’

Jeremia heeft groot gelijk!

En er zijn inderdaad maar weinig mensen die naar Jeremia luisteren.

Later in zijn leven worden er zelfs plannen gemaakt

om hem te vermoorden.

Zo irritant vinden de mensen Jeremia!

dia 12 – ongeschikt?

Jeremia vindt dat hij niet geschikt is om mensen over God te vertellen.

God kan daar beter iemand anders voor uitkiezen.

Misschien vind je dat ook wel van jezelf.

Dat je te jong bent om anderen over God te vertellen.

Of dat je vindt dat je daar veel te onzeker over bent.

Maar God gebruikt heel vaak juist zulke mensen,

mensen die vinden dat God beter iemand anders had kunnen vragen.

Misschien heeft God met jou wel een heel ander plan dan je had gedacht.

Als je mij 10 jaar geleden had vertelt dat ik predikant zou worden,

had ik je ook uitgelachen…

Voor God maakt het helemaal niets uit

dat Jeremia vindt dat hij het niet kan.

Dat Jeremia nog maar 12 is, maakt voor God niet uit.

Dat Jeremia niet goed weet wat hij zou moeten zeggen, maakt ook niet uit.

God vertelt Jeremia wel wat hij moet zeggen.

God zegt dat Jeremia niet bang moet zijn voor mensen,

omdat hij zelf Jeremia zal helpen.

En hij geeft Jeremia een heel bijzonder teken:

God raakt Jeremia’s lippen aan.

4.Luister naar profeten

dia 13 – luister

Jeremia is een profeet.

Hij moet mensen vertellen over God.

Hij moet vertellen wat God van mensen wil:

dat mensen voor God leven.

Maar het is al wel erg lang geleden dat Jeremia leefde.

Meer dan 2500 jaar.

Jeremia zit hier vandaag niet in de kerk

om ons te vertellen wat God van ons wil.

Hoe komen wij er dan achter wat God ons wil vertellen?

dia 14 – Jezus

We gaan even iets verder in de tijd.

Een paar honderd jaar na Jeremia werd Jezus geboren.

En Jezus is ook een profeet!

Natuurlijk is hij een hele andere profeet dan Jeremia,

Jezus is namelijk ook God,

maar Jezus vertelt de mensen over God.

Jezus vertelt dat God van mensen houdt.

Zo veel dat God Jezus naar de aarde heeft gestuurd.

Zo veel dat Jezus zelfs zijn leven geeft.

Jezus vertelt dat iedereen Gods straf heeft verdiend,

maar dat God jou graag wil redden.

Als je in Jezus gelooft,

dan hoef je nooit bang te zijn voor God.

Jezus zegt dat we hem moeten volgen.

Maar hoe doe je dat dan, Jezus volgen?

Daarover kun je veel lezen in de bijbel.

Maar je kunt soms ook stukjes uit de bijbel vergeten,

en je kunt natuurlijk ook niet elke dag de hele bijbel lezen…

dia 15 – profeet voor elkaar

Daarom mogen we ook elkaar helpen.

Je ouders kunnen bijvoorbeeld ook een soort profeten zijn.

Als je op school hebt gevochten en je een blauw oog hebt.

Dan kom je boos thuis.

‘Morgen pak ik hem terug’, schreeuw je naar je moeder.

Misschien zegt je moeder dan wel:

‘weet je wat je beter kunt doen?

Vergeef hem maar.

Vechten lost niets op.

En Jezus wil dat we elkaar vergeven.’

Nou, dan is je moeder even profeet.

dia 16 – schreeuwen

Maar het kan natuurlijk ook andersom.

Grote mensen moeten ook goed luisteren naar kinderen.

Als een meisje tegen je zegt:

‘meneer, Jezus zegt toch dat we van elkaar moeten houden,

waarom schreeuwt u dan altijd zo naar iedereen?’

Dan is dat meisje een profeet.

Grote mensen kunnen van Jeremia leren

dat ze ook naar kinderen en jongeren moeten luisteren.

Jeremia was ook nog maar een jongen.

5.Vertel het door

dia 17 – vertel het door

Durf je zelf ook zo’n profeet te zijn?

God wil dat graag.

Dat als je in Jezus gelooft,

je ook anderen helpt om in Jezus te geloven.

Dan maakt het niet uit hoe oud je bent.

Of je nu 8 bent, 45 of 91,

iedereen kan een profeet zijn.

Vertel het maar door.

Dat God van mensen houdt.

Dat Jezus je wil redden.

God wil dat iedereen die boodschap hoort.

En wees niet bang voor wat anderen daar dan van vinden.

Helemaal als anderen niet in God geloven,

is het best spannend om profeet te zijn.

Bijvoorbeeld als iemand morgen aan je vraagt:

‘wat heb je gisteren gedaan?’

Dan kun je denken:

‘ik vertel maar niet dat ik naar de kerk ben geweest

want dat vind hij vast heel gek.’

Maar maak er maar geen geheim van.

En misschien vraagt hij dan wel waarom je dat doet,

en kun jij vertellen over Jezus.

Dan ben je een profeet.

Als Jezus aan het einde van zijn leven op aarde

zegt dat we alle mensen over hem moeten vertellen,

dan zegt hij er ook bij dat we niet bang hoeven te zijn.

Want Jezus houdt van je, Jezus helpt je en hij is bij je.

Amen.




Jeremia 15:18-19 – Schaam je niet voor God

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: Psalm 125 : 1 en 2

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: GKB Gezang 165

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Jeremia 15 : 10 – 21

Zingen: Psalm 13 : 1 en 2

Preek over Jeremia 15 : 18 – 19

Zingen: Psalm 146 : 2, 3 en 4

Kinderen terug

Kinderlied:

Lezen wet

Zingen: Opwekking 520 : 1, 3 en 4

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 160 : 1 en 2

Zegen

Preek: Schaam je niet voor God

Kuddedieren

dia 1 – zwart

In allerlei onderzoekjes is aangetoond

dat mensen kuddedieren zijn.

Als mensen keuzes moeten maken

wordt dat vaak bepaald door wat anderen kiezen.

En daar passen we ons dan bij aan.

dia 2 – experiment

Ik kwam daar een leuk voorbeeld van tegen.

Het is een experiment op straat.

Vier voorbijgangers worden gevraagd om aan een tafel te gaan zitten.

Ze krijgen allemaal een schaaltje voor zich waar een doorzichtige vloeistof in zit.

En die vier mensen moeten zeggen waar het naar ruikt.

Het is gewoon water, maar dat weten zij niet.

Tenminste…

Eén van de vier weet dat niet.

De andere drie zijn acteurs die speciaal voor dit experiment zijn ingehuurd.

Maar dat weet nummer vier natuurlijk niet.

Acteur nummer een ruikt aan het schaaltje met water.

Hij heeft er niet veel tijd voor nodig.

‘Ja, ja, duidelijk!’ en hij snuift nog even goed.

‘Ja, dat is vanille, kan niet missen!’

Acteur nummer twee doet er wat langer over.

Ze houdt het schaaltje dicht bij haar neus,

en haalt diep adem.

Dat doet ze nog een paar keer, en ze zet het schaaltje weer op tafel.

‘Ik denk dat ik vanille ruik,’ zegt ze.

En dan is acteur nummer drie aan de beurt.

Hij bekijkt het schaaltje water nog eens goed,

ruikt er even aan en zegt:

‘ja, vanille, dat klopt helemaal.’

Als laatste is de nietsvermoedende voorbijganger aan de beurt.

Ook zij ruikt goed aan het water.

En eigenlijk kan zij er helemaal geen vanille in ontdekken.

Het ruikt nergens naar!

Maar ze heeft ook geen zin om op te vallen.

Ze draait nog even met haar ogen,

je ziet haar denken ‘dit slaat nergens op’,

maar ze sluit zich aan bij de rest.

‘Ik ruik vanille.’

Er zijn veel meer van dit soort experimenten.

En ze zeggen allemaal hetzelfde.

Mensen hebben de neiging zich aan te passen aan anderen.

Mensen zijn kuddedieren.

Ze willen geen spelbreker zijn.

dia 3 – voetbal tv

Zelf ben ik er ook zo een.

Ik heb een hekel aan voetbal kijken.

Alleen voor een EK of WK maak ik een uitzondering.

Negentig minuten kijken naar een stel mannen die achter een bal aan hollen,

ik vind het echt oersaai.

Maar sommige vrienden van me gaan er helemaal in op.

En als ik me weer eens liet verleiden om toch een wedstrijd mee te kijken,

daar begint het kuddegedrag al,

dan ging ik ook nog meedoen.

Als anderen juichen om een mooie goal, schreeuw ik opeens mee.

Terwijl ik het maar aanstellerij vind…

Maar ik wil geen spelbreker zijn.

dia 4 – geloven tegen stroom in

Als je gelooft in Jezus ben je ook een spelbreker.

En daar wil ik het nu met jullie over hebben:

geloven tegen de stroom in.

Hoe kun je geloven als anderen dat vreemd vinden?

Waarom zou je je niet gewoon aanpassen,

en je geloof wat minder serieus nemen?

1.Meedoen met de rest

dia 5 – Jeremia spelbreker

De mensen zien Jeremia ook als een spelbreker.

Als ze het gezellig met elkaar hebben

komt Jeremia weer om de pret te bederven.

Komt hij weer met die woorden van God,

over Gods woede en Gods oordeel.

Ze moeten er niets van hebben.

Jeremia weet het en hij is er gevoelig voor.

Hij heeft er geen zin meer in:

op deze manier hoeft het voor hem niet.

En hij begint te klagen:

‘Ze hebben een hekel aan me,

iedereen haat mij,

ze zouden me het liefste dood hebben.

Ik zou willen dat ik nooit was geboren,

zo wil ik niet leven!’

Jeremia snapt er niets van…

Ja, hij weet wel dat hij een pittige boodschap heeft.

Hij geniet er ook niet van om het over Gods oordeel te hebben,

maar hij weet wat erachter zit:

God houdt er ook niet van om te oordelen,

hij wil juist dat de mensen bij hem terug komen.

Twee weken geleden hebben we het daar over gehad:

God wil zijn volk aan zich vastbinden, zoals een linnen gordel.

Waarom reageren de mensen daar zo boos op?

dia 6 – aanpassen

Voor Jeremia hoeft het niet meer.

Hij vond het altijd geweldig om Gods woorden te horen.

In vers 16 staat dat het hem een diepe vreugde gaf.

Hij stond te popelen om anderen over God te vertellen.

Maar niemand wilde hem horen.

In plaats van feest te vieren met de anderen

zit Jeremia eenzaam wat voor zich uit te staren.

Hij moppert er stevig op los:

Was hij maar gewoon.

Kon hij maar gewoon meedoen met de groep.

Wat is het hem tegengevallen.

Wat is God hem tegengevallen.

En hij zegt zijn vertrouwen in God op.

Hoe kan het zo ver komen?

In vers 16 nog zo enthousiast over God.

En dan slaat het helemaal om.

Hoe kan dat?

Het antwoord zijn de mensen.

Jeremia is een echt kuddedier.

Hij vind het belangrijk wat mensen van hem vinden.

En zo lang hij over God blijft praten,

zullen de mensen hem haten.

Maar Jeremia wil ook wel eens gewoon meedoen,

feest vieren met de rest en gewaardeerd worden.

God kan hem gestolen worden.

dia 7 – wat anderen vinden

Wat anderen vinden kan heel belangrijk voor je zijn.

Als je bijvoorbeeld een nieuwe trui hebt gekocht,

waar je heel blij mee bent.

Hij is mooi, hij zit lekker.

Maar dan kom je een vriend of vriendin tegen.

Die vindt het maar een lelijke oubollige trui.

En je durft die trui nooit meer te dragen.

Wat anderen van je vinden is vaak heel belangrijk.

Dat geldt ook voor geloof.

Als je gelooft in Jezus, en anderen vinden dat vreemd,

dan wordt geloven een stuk moeilijker.

Hier in de kerk vind ik het nog niet zo moeilijk om ervoor uit te komen dat ik geloof.

Maar als ik iemand tegenkom die geen christen is,

dan vind ik het altijd weer eng om het over God te hebben.

Wat zal die ander niet van me denken?

Ik heb dan de neiging om het geloof wat te relativeren,

en te laten zien dat christenen echt niet zo erg zijn…

En ik hoop dan dat die ander mij niet belachelijk vindt.

2.Houd vast aan God

dia 8 – stevige reactie

Arme Jeremia.

Ik kan me zijn frustratie goed voorstellen.

En ik vind het mooi dat hij dat ook aan God vertelt.

Dat hij niet doet alsof er niets aan de hand is.

Je zou verwachten dat God naar hem luistert en hem bemoedigt.

Zo zou ik dat in ieder geval wel hebben gedaan.

Als iemand zo gefrustreerd bij mij komt, dan weet ik het wel:

‘kom binnen, ga even zitten, vertel je verhaal.’

Doos tissues op tafel en luisteren.

Ik zou even met Jeremia meemopperen

en hem bemoedigen om weer verder te gaan.

Maar God heeft helemaal geen medelijden met Jeremia!

God zegt niet dat hij Jeremia’s probleem wel begrijpt.

Hij gaat juist hard tegen Jeremia in:

‘keer naar mij terug Jeremia, spreek weer waardige woorden,

stop met dat gemopper, het doet pijn in mijn oren.’

Waarom reageert God zo heftig?

Waarom toont hij niet wat meer begrip?

Het is toch goed om je vragen aan God te stellen,

om soms zelfs te klagen?

Dat is het ook.

Maar Jeremia gaat te ver.

Hij beschuldigt God, dat God onbetrouwbaar zou zijn.

En dan zegt God: ‘ik vind het prima dat je me vragen stelt,

je mag zelfs boos op me worden,

maar dit accepteer ik niet.’

Jeremia gaat over een grens.

Hij was een profeet van God.

Hij moest mensen over God vertellen,

mensen oproepen om dicht bij God te leven.

En nu laat hij zelf God los.

Vind hij het zo belangrijk wat anderen van hem vinden,

dat hij bereid is God ervoor op te geven.

Om maar gewoon te zijn.

Mensen zijn voor Jeremia veel te belangrijk.

En daarom wijst God hem terecht:

‘word niet zoals die anderen, maar houd je vast aan mij.’

dia 9 – verkondigen ipv schamen

God wil niet dat je je voor hem schaamt.

Dat je voor het gemak maar even doet alsof je hem niet kent.

Als christenen zich voor God schamen,

als zij steeds bezig zijn met wat anderen van hen vinden,

hoe kunnen anderen God dan ooit leren kennen?

Geef God niet op als je het gevoel hebt dat je er alleen voorstaat.

Want God wil jou juist gebruiken

om ook anderen het goede nieuws van Jezus te vertellen.

Je hoeft niet eens te dreigen met Gods oordeel, zoals Jeremia moest,

je mag gewoon Gods liefde laten zien.

dia 10 – mensen of God

Misschien vinden mensen je dan een rare snuiter.

Misschien praten ze achter je rug om over jou.

Maar maak mensen niet te belangrijk.

Neem bijvoorbeeld leraren op school.

Zij moeten zich niet te veel aantrekken van wat leerlingen van hen vinden.

Ze moeten gewoon hun werk doen.

God houdt van jou, hij vindt jou waardevol.

Dan kunnen mensen van je vinden wat ze willen,

maar dat pakt niemand je af.

Elke keer als ik bang ben voor wat anderen van me vinden,

probeer ik me dat voor te houden: God houdt van me.

Als God je waardevol vindt,

waarom zou je dan nog je druk maken om wat anderen van je vinden?

Houd vast aan God!

3.Geen succes, wel belofte

dia 11 – succes en belofte

Maar ondertussen blijft het wel een probleem.

Je kunt nog zo vaak zeggen dat het erom gaat wat God van je vind,

maar van God merk je niet zo veel.

Terwijl mensen je vaak direct laten merken

hoe ze over je denken.

God roept Jeremia op

om zich geen zorgen te maken over wat anderen van hem vinden,

maar vast te houden aan God.

Maar waarom zou Jeremia dat doen?

God belooft niet dat het Jeremia voortaan voor de wind zal gaan,

als Jeremia maar aan God vasthoudt.

Dat had God trouwens nooit beloofd.

Jeremia kan wel zeggen dat God onbetrouwbaar is,

maar vanaf het begin was al duidelijk dat mensen niet op Jeremia zitten te wachten.

En dat zegt God nog maar een keer:

ze zullen je bestrijden.

Het verhaal van Jeremia zal geen succesverhaal worden.

In plaats daarvan moet Jeremia het met een belofte doen:

‘ze zullen het je moeilijk maken, zeker weten,

maar ze zullen je niet overwinnen.

En uiteindelijk zal ik je redden.’

Het klinkt misschien gek,

maar ik ben blij dat het verhaal van Jeremia geen succesverhaal is.

Want dan moet ik ook succesvol zijn.

Dan zou God zeggen:

als je mij dient, zal je een gemakkelijk leven hebben.

Ik denk dat iedereen hier wel beter weet.

Van Jeremia leer ik dat geloven nooit simpel was.

Dat er altijd mensen zijn die mij vreemd vinden

omdat ik geloof in Jezus.

God belooft niet dat hij mij uit moeilijke situaties zal houden.

Geloven is soms stug volhouden,

en er maar op vertrouwen dat God het goed zal maken.

dia 12 – Jezus

Jezus deed dat, stug volhouden.

Jeremia stond op het punt zonder God verder te gaan.

Hij wilde niet dat de mensen hem zouden haten.

Jezus liet zich daar niet door tegenhouden.

Alles wat Jeremia zegt, Jezus had het ook kunnen zeggen.

De mensen hadden heel wat aan te merken op Jezus.

Maar Jezus was geen kuddedier,

hij paste zich niet aan de wensen van mensen aan.

Hij bleef vertrouwen dat God het goed zou maken,

zelfs aan het kruis.

Dat lijkt mij een goede reden om vol te houden.

Christen zijn is geen succesverhaal.

Jezus zelf zegt dat ook:

mensen zullen je uitschelden en vervolgen,

net zoals de profeten vervolgd werden.

Soms is het verleidelijk om God maar op te geven,

omdat het leven daar zoveel makkelijker van zou worden.

God belooft niet dat het makkelijk zal zijn.

Hij wil je wel helpen vol te houden,

en hij belooft dat het goed komt.

En juist als je naar Jezus kijkt,

kun je daar ook op vertrouwen.

God trekt zich niets aan van wat mensen vinden,

hij gaat gewoon door met wat hij van plan was.

Door Jezus naar de wereld te sturen,

laat God zien dat hij de wereld niet vergeet,

dat het de moeite waard is om vol te houden.

4.Richt je op God

dia 13 – op God richten

Geloven is soms moeilijk,

anderen kunnen je een spelbreker vinden.

Maar dat is nog geen reden om maar niet te geloven.

Pas je niet aan mensen aan, maar richt je op God!

dia 14 – Jeremia herbevestigd

Jeremia doet dat.

In het verhaal staat niet hoe Jeremia op God reageert.

Wat in Jeremia is omgegaan, daar kunnen we alleen maar naar raden.

Maar hij slikt zijn klacht in.

Hij besluit dat hij God belangrijker vindt dan mensen.

En dan belooft God dat hij bij hem zal zijn.

Precies diezelfde belofte had God al eerder gegeven,

toen hij Jeremia riep om profeet te worden.

Over twee weken gaan we het daar over hebben.

Maar nu bevestigt God dat nog eens.

dia 15 – liever God dan mensen

Ik begon mijn verhaal met dat mensen kuddedieren zijn.

Wat anderen vinden is vaak heel belangrijk voor ons.

God wil je daarvan vrij maken.

Want wat anderen vinden, is een ongenadige slavendrijver.

Je moet iedereen tevreden houden, wat al een onmogelijke opgave is,

en dan heb je net een beetje bedacht hoe je dat aanpakt,

of mensen hebben alweer nieuwe verwachtingen van je.

Als het jou erom gaat wat mensen van je vinden,

is het nooit goed genoeg!

Bij God is dat anders.

Wat God van je vindt, hangt niet af van wat je doet.

Als God naar jou kijkt, vindt hij je prachtig, omdat hij Jezus ziet!

Daar kun je mee verder.

Wees niet bang voor mensen.

Richt je juist op God!

dia 16 – verschil

Dat betekent niet dat je nooit eens ergens aan mee kunt doen

en dat je altijd de spelbederver bent van wie niets mag.

Christenen doen gewoon mee in de wereld,

mogen ook gewoon feest vieren

en hoeven echt geen zwaarmoedige mensen te zijn.

Christenen zijn vrij!

Maar verstop je geloof niet.

Wees niet bang voor hoe anderen reageren

als ze erachter komen dat je christen bent.

Dat is niet iets om je voor te schamen.

Als je Jezus kent, hoef je niet bang te zijn wat anderen van je vinden.

Misschien vinden ze je wel belachelijk. Nou en?

En het tweede: pas je geloof niet aan.

Als mensen je vragen stellen over je geloof,

geef dan gewoon eerlijke antwoorden.

Je kunt om de hete brij heen draaien,

je kunt nietszeggende antwoorden geven

om vooral niemand te irriteren,

maar op die manier zullen mensen nooit Gods boodschap horen.

Terwijl die zo mooi is: kom bij Jezus!

Hij zal je een nieuw leven geven.

Geloof, ook al is het tegen de stroom in.

Het is de moeite waard!

Amen.




Jeremia 13:11 – God wil je dicht bij zich

p>Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar: Samen GROEI-en.

Liturgie

Zingen: Opwekking 355

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: Psalm 148 : 1, 2 en 3

Lezen wet

Zingen: GKB Gezang 157 : 1, 2, 3 en 4

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Jeremia 13 : 1 – 27

Zingen: Psalm 25 : 5 en 7

Preek over Jeremia 13 : 11

Zingen: LvK Lied 78 1, 2 en 3

Kinderen terug

Kinderlied

Gebed

Collecte

Zingen: Psalm 148 : 4 en 5

Zegen

Preek: God wil je dicht bij zich

Inleiding

dia 1 – rommel

Sommige mensen bewaren echt alles.

Van een oud koffiezetapparaat

tot tijdschriften van 30 jaar geleden.

Van onderdelen van een fiets

tot planken van oude kasten.

Ergens in een hoekje op zolder ligt het te wachten

totdat je het weer eens kunt gebruiken.

Tenminste, ik hoop dat niet het hele huis ermee vol ligt…

Dan heb ik nog wel een tip: ga verhuizen, dan moet je wel opruimen.

Het kan best handig zijn om dingen te bewaren.

Je weet maar nooit wanneer je het weer kunt gebruiken.

Wie wat bewaart, die heeft wat…

Maar er zijn ook van die dingen,

die kun je wel bewaren, maar daar worden ze niet beter van.

dia 2 – fiets

Neem bijvoorbeeld een fiets.

Die moet je gewoon gebruiken om goed te houden.

Als je hem in de schuur zet,

en na 10 jaar weer tevoorschijn tovert,

kun je er echt niet zomaar mee wegfietsen.

Vergeet het maar!

Om te beginnen is er van de banden waarschijnlijk weinig over.

Natuurlijk zijn ze leeggelopen,

maar waarschijnlijk zijn ze ook helemaal uitgedroogd.

Die kun je net zo goed weggooien.

Verder staat de ketting niet goed gespannen,

en is die ook niet goed gesmeerd.

Het kan zomaar zo zijn

dat de ketting al een beetje vastgeroest is aan de tandwielen.

Met veel piepen en kraken doet hij het misschien nog.

Op de rest van de fiets zijn ook veel roestplekken en schimmelplekken ontstaan.

Een schoonmaakbeurtje kan geen kwaad.

Een fiets is gemaakt om mee te rijden,

en als je er te lang niet mee rijdt, wordt de fiets steeds slechter.

dia 3 – schimmel

Een ander voorbeeld: kleding.

Kleding moet je gewoon dragen.

Als je kleding ongebruikt laat liggen

in een beetje een vochtige ruimte,

schimmelt het zo weg.

Maar als je kleding draagt,

krijgt kleding lucht en wordt het warm.

Daar blijft het veel langer goed van.

Er zijn dus dingen die je niet moet wegstoppen op zolder,

maar die je gewoon moet gebruiken waarvoor het bedoeld is.

En dat zegt Jeremia ook over mensen.

Daarover gaat het vanochtend.

Mensen zijn bedoeld om dicht bij God te zijn.

Anders gaat alle glans er vanaf.

1.Vervreemd van God

dia 4 – vervreemd

Bij het volk Juda gebeurde dat.

Juda was van God vervreemd geraakt.

Ze wisten nog wel wie God was,

maar daar hield het ook wel ongeveer mee op.

In het gewone leven speelde God gewoon geen rol.

dia 5 – achtergrond

Even wat achtergrondinformatie.

Jeremia werd geboren rond het jaar 650 voor Christus.

Zelf was hij liever helemaal geen profeet geworden.

Als God hem vertelt dat hij profeet moet worden,

protesteert Jeremia stevig:

‘nee toch God, dat meent u niet, ik ben veel te jong.’

Maar God meent het wel,

en Jeremia wordt profeet tegen wil en dank.

Daarover klaagt hij ook regelmatig tegen God.

Het is in de tijd van de laatste koningen van Juda.

Na koning David en koning Salomo is Israël in tweeën verdeeld:

het grotere Israël en het kleinere Juda, met Jeruzalem als hoofdstad.

In Jeremia’s tijd bestaat Israël al niet meer,

het is veroverd door de Assyriërs.

Juda bestaat nog wel.

Een klein en zelfstandig landje dat wordt omringt door grote wereldmachten.

Ook Juda loopt het gevaar veroverd te worden.

dia 6 – God uit beeld

Jeremia profeteert tegen dat kleine landje Juda.

Juda had namelijk een bijzondere plaats in de wereld:

zij waren het overgebleven volk van God.

Door hen moesten de andere volken van God onder de indruk komen.

Maar daar komt niets van terecht.

Het tegenovergestelde gebeurt.

Juda is zo onder de indruk van al die machtige landen,

dat ze God gewoon vergeten.

Ze kennen de verhalen over God wel,

er is ook nog een tempel voor hem,

maar de Judeeërs snoepen graag van twee walletjes:

als het zo uitkomt, shoppen ze graag bij andere godsdiensten.

Dat God de enige god is, dat geloven ze niet meer.

Dat God hen vertelt wat ze moeten doen,

daaraan hebben ze dus mooi geen boodschap.

Kijk dan hoe goed het met die andere landen gaat!

Met Assyrië, Egypte en Babylon.

Je zou toch wel gek zijn als je die goden niet ook tevreden probeert te houden?!

Dat doen ze, en God verdwijnt steeds meer uit het dagelijks leven.

God mag niet te dichtbij komen,

ze willen ruimte om hun eigen leven in te vullen.

En ze zijn trots op wat ze hebben bereikt.

Voor je het weet staat God op de achtergrond.

Ook al zijn we meer dan 2600 jaar verder,

daarin is nog niets veranderd.

Wij zijn toch ook gewoon mensen die trots zijn

op wat we hebben bereikt?

Mensen die graag hun eigen leven willen invullen?

Waarom moet God zich daar nou weer mee bemoeien?

Je bedenkt zelf wel of je God ergens bij kunt gebruiken.

Wat je niet aanspreekt, daar doe je ook niets mee.

En God komt op een afstand te staan.

Wat heeft God nou met je dagelijks leven te maken?

2.Dicht bij God voor zijn eer

dia 7 – dicht bij God

Mensen raken makkelijk vervreemd van God.

En God wil dat niet.

Daarom moet Jeremia profeteren.

Als een waarschuwing: houdt God toch niet op een afstand!

dia 8 – gordel

Om dat duidelijk te maken moet Jeremia een linnen gordel kopen.

Zo lang Jeremia die gordel draagt, blijft de gordel goed.

Maar dan krijgt hij de opdracht de gordel te verstoppen, bij de Perat.

De Perat was een dal met veel rotsen waar een beekje doorheen stroomde.

Een behoorlijk vochtige plek.

En net zoals dat met onze kleding gaat

als we het niet dragen en op een vochtige plek laten liggen,

zo gaat het nu ook met die gordel: het rot helemaal weg.

Als Jeremia een paar maanden later terugkomt,

is er nauwelijks iets van die gordel over.

Zo vies dat je het eigenlijk niet meer met blote handen wilt vastpakken.

dia 9 – niet op afstand

Jeremia waarschuwt de Judeeërs: word niet als die gordel!

Het is ook een waarschuwing voor christenen vandaag:

houd God niet op afstand!

Als Juda God al op afstand houdt,

hoe kunnen die grote wereldmachten dan ooit God leren kennen?!

Als christenen God op afstand houden,

en liever hun eigen leven invullen,

hoe kunnen ze dan ooit van God getuigen?

Want dat is het doel dat God heeft.

Het gaat om Gods eer, om Gods roem.

God wordt door mensen vertegenwoordigd.

Maar hoe kan hij vertegenwoordigd worden door mensen die los van hem leven?

Het kan niet, en daarom moet Jeremia harde dingen zeggen.

Over wijnkruiken.

Die kruiken zijn maar voor een ding gemaakt: om wijn op te slaan.

Als die kruiken dat niet doen, kun je ze net zo goed kapot slaan.

Juda is gemaakt om Gods volk te zijn.

Maar als het zich niet zo gedraagt, heeft God er niets meer aan.

Dan maakt Juda Gods naam eerder belachelijk.

Als Juda niet verandert, als ze niet bij God terugkomen,

dan zal God hen straffen.

Als zij zo nodig willen meelopen met die wereldmachten,

zal God hen daaraan overgeven.

dia 10 – omgang met God

En dat klinkt allemaal heel negatief.

Juda doet alles fout en krijgt straf.

Maar dat is helemaal niet wat God wil!

Je proeft gewoon de pijn van God.

Hij had het zo mooi bedacht!

En dan wordt weer dat beeld van die gordel gebruikt.

‘Want zo vast als een gordel om het lichaam van een man,

zo vast wilde ik heel Israël en Juda aan mij binden.’

God wil ons als een gordel om zijn lichaam binden.

Het woord gordel is een beetje misleidend.

Ik denk dan aan een autogordel,

maar die hadden ze in de tijd van Jeremia natuurlijk nog niet.

Het gaat in ieder geval om een kledingstuk

dat je om je middel op je blote huid draagt.

Als je het toch gaat vergelijken met kleding van nu,

dan komt je ondergoed nog het meest in de buurt.

Zo dicht wil God je bij zich hebben.

Stevig tegen hem aan.

Je kunt zelfs zeggen: aan God vastgekleefd.

God wil intiem met zijn volk omgaan.

Ik vind dat echt ontroerend mooi.

God wil dichtbij komen.

Dat waar je ook bent, je als het ware aan God vastzit.

God wil niet dat je in de kerkdienst even tijd voor hem maakt.

Hij wil elke dag met je meelopen.

Hij wil in elk stukje van je leven zijn.

Zo dat het bijna vanzelfsprekend is.

Dat je God ziet in alles wat je hebt,

dat je steeds zoekt wat God van je wil,

en hem op de eerste plaats zet.

dia 11 – tot eer van God

Dan gelden ook die mooie woorden aan het einde van vers 11:

dan ben je God tot eer, roem en glorie.

Dan kan God met je pronken.

Kun je aan anderen laten zien wie God is.

Gods doel is dat we hem bekend maken.

Dat kan alleen als we zelf God ook niet op afstand houden,

maar dicht bij hem willen leven!

3.Kunnen we wel dicht bij God zijn?

dia 12 – kan het wel?

Maar dicht bij God leven, dat is misschien wel een beetje idealistisch.

Het klinkt wel heel mooi,

en als ik verhalen hoor van mensen die heel dicht bij God leven,

die veel tijd inruimen voor stille tijd,

de hele dag God voor kleine dingen kunnen danken

en hem in al hun beslissingen betrekken,

dan ben ik daarvan onder de indruk.

Maar ik weet dat het bij mijzelf in ieder geval vaak ook anders gaat.

Dat ik aan het einde van de dag denk: ‘o ja, God, die is er ook nog…’

Het is wel een mooie opdracht, en ik zou willen dat ik zo dicht bij God leef,

maar ik ben er te zwak voor.

dia 13 – hopeloos

Voor Juda is het helemaal hopeloos.

Kijk maar in vers 23.

‘Kan een Nubiër zijn huid veranderen?’

Iemand met een zwarte huid kan schrobben wat hij wil,

zelfs al staat hij dagen onder de douche,

hij zal nooit een blanke worden (of hij moet Michael Jackson heten).

Dat klinkt misschien niet helemaal politiek correct,

maar het is echt niet racistisch bedoeld.

Een blanke, zoals ik, kan ook niet zomaar veranderen in iemand met een zwarte huid.

En dan gaat God verder:

‘zouden jullie, vergroeid met het kwaad,

dan iets goeds kunnen doen?’

Het is hopeloos!

God kan Juda wel oproepen om weer dicht bij hem te komen,

maar Juda gaat toch niet luisteren.

Dat is zelfs onmogelijk!

Is het wel eerlijk van God?

Waarom geeft hij van die onmogelijke opdrachten?

Dat is toch alleen maar frustrerend?

Maar voor Juda is dat het niet eens.

De boodschap van Jeremia gaat het ene oor in en het andere weer uit.

Het kan hen niets interesseren.

Toch zakt de moed mij in de schoenen.

Hoe kan ik ooit zo dicht bij God leven?

dia 14 – voor Jezus niet onmogelijk

Ik kan het niet.

Geen mens kan het.

En toch is het niet hopeloos.

Want er is een die het onmogelijke wel deed: Jezus.

Wat geen mens kan, deed Jezus.

Hij liet God nooit los.

Hij werd daar aan alle kanten toe verleid.

Om gewoon eens voor zichzelf op te komen.

Om trots te zijn op alles wat hij bereikt had.

Nooit zei hij: ‘God, nu even niet, u ziet toch wel dat het even slecht uitkomt?’

Jezus en zijn Vader, zij zijn een echte eenheid.

Jezus is de gordel uit het verhaal van Jeremia.

Vastgebonden aan God.

Wie naar Jezus kijkt, ziet God.

Jezus is God pas echt tot eer, roem en glorie!

En het mooie: als je bij Jezus wilt horen,

dan kijkt God naar jou, en ziet hij Jezus.

Als je bij Jezus wilt horen, ben je dicht bij God!

4.Verbind je aan Jezus

dia 15 – verbind je aan Jezus

Als we dicht bij God willen zijn,

dan moeten we dus bij Jezus zijn.

Verbind je dus aan Jezus, volg hem!

dia 16 – niet je best doen

Dat doe je niet door te proberen netjes te leven.

Het is niet zo dat als je maar goed je best doet,

je steeds dichter bij Jezus komt.

Dan zou Jezus namelijk helemaal geen verschil maken.

Juda moest dicht bij God blijven,

maar dat was gedoemd te mislukken,

en wij zouden net zo bij Jezus moeten blijven,

en dat is net zo goed gedoemd te mislukken.

Ik bedoel, ik blijf dan dezelfde zwakke persoon

die het zomaar vergeet om Jezus in zijn leven te betrekken.

dia 17 – nederig

Verbind je aan Jezus,

dat begint met eerlijk zeggen dat je God veel tekort doet.

Dat je soms helemaal niet op God zit te wachten.

En dat je zelf helemaal niet zo dicht bij God bent.

Het is nederig worden voor God.

‘God, ik wil graag dicht bij u zijn,

maar ik ken mijzelf een beetje…

Het lukt mij maar niet God.

Ik loop steeds bij u weg.

Ik wil steeds mijn eigen keuzes maken.

En ik ben liever trots op mijzelf dan op u.

Kijk toch alstublieft naar Jezus, in plaats van naar mij.’

dia 18 – leerling zijn

Je bent dicht bij Jezus

als je niet hoog van jezelf opgeeft,

maar vraagt om genade.

En dan is Jezus ook het begin van iets nieuws.

Hij wil nieuwe mensen van ons maken,

leerlingen van Jezus.

Hij wil dat je hem steeds meer leert kennen,

en daarom ook op hem kunt vertrouwen.

Hij wil je leren hoe hij elke dag in jouw leven is.

En hij wil je leren dat jij op hem mag lijken.

En met Jezus is dat geen hopeloze onderneming!

Niet zoals iemand met een zwarte huid

onder de douche wanhopig probeert hem blank te wassen.

Jezus wil je helpen om ook echt te veranderen.

Daarvoor geeft hij zijn Heilige Geest.

En dan verander je echt niet van de ene op de andere dag,

dan is het echt niet opeens makkelijk om elke dag met God te leven,

maar je leert het beetje bij beetje.

Je volgt Jezus, en gaat steeds meer op hem lijken.

En als je je zo aan Jezus verbindt,

dan is het niet alleen zo dat als God naar je kijkt, hij Jezus ziet,

maar ook als anderen naar je kijken, zij iets van Jezus in jou zien.

Dan vertegenwoordig je hem.

En dat is precies het doel dat God altijd al had!

Verbind je dus aan Jezus,

dan ben je dicht bij God

en hem tot eer, roem en glorie.

Amen.




Jeremia 29:7 – Bidden voor bloei van de stad

Liturgie

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: GKB Gezang 37 : 1 en 2

Voorbede – Schepping

Zingen: Psalm 104 : 9

Voorbede – Onrecht

Zingen: Psalm 68 : 3

Voorbede – Christenen wereldwijd

Zingen: GKB Gezang 119 : 2

Lezen: Jeremia 29 : 1 – 7

Meditatie over Jeremia 29 : 7

Zingen: LvK Lied 37 : 2

Voorbede – Stad en land

Zingen: Psalm 72 : 1

Voorbede – Arbeid en wat we nodig hebben

Zingen: GKB Gezang 37 : 5

Voorbede – Gemeente

Zingen: GKB Gezang 119 : 1

Afsluitend gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 37 : 8

Zegen

Meditatie

Vandaag is het biddag.

Of, om volledig te zijn ‘biddag voor gewas en arbeid’.

Juist dat laatste stukje ‘gewas en arbeid’,

maakt dat ik me er een beetje ongemakkelijk bij voel.

Je kunt nooit te veel bidden,

maar zijn er geen betere dingen om voor te bidden

dan je eten en je werk?

Kunnen we God niet beter prijzen en danken en om vergeving bidden?

Biddag is nogal aards.

We bidden voor hele gewone dingen.

We vragen God om zijn zegen in ons dagelijks leven en in het leven van anderen.

Moeten we ons daar als christenen wel mee bezig houden?

In de bijbel wordt gezegd dat deze wereld voor ons een tijdelijke verblijfplaats is.

Bij God zijn we pas echt thuis.

Kunnen we ons niet veel beter daar op richten,

en de gewone dagelijkse dingen maar laten gebeuren?

Jeremia schrijft een brief aan de ballingen in Babel.

Zij waren daar niet vrijwillig.

Het waren Joden die door een vijandige koning, Nebukadnessar,

waren gedeporteerd, naar een plek ver van huis.

In de stad Babel moesten ze maar een nieuw bestaan opbouwen.

Je kunt je voorstellen dat deze ballingen veel last van heimwee hadden.

Ze wilden terug naar hun land, naar Jeruzalem en hun familie.

Babel is hun thuis niet.

Het is een plek waar ze tijdelijk verblijven.

Zodra ze de kans krijgen, gaan ze weer terug.

Maar ook al zijn die ballingen ver van huis,

toch schrijft Jeremia dat ze zich moeten bezighouden met hun bloei.

Het leven in Babel doet ertoe.

Ook daar kan God zijn zegen geven.

Wil hij bloei geven.

Ook al is deze wereld niet ons thuis,

dat betekent niet dat we ons niet met dagelijkse dingen bezig hoeven te houden.

God wil niet we ons terugtrekken van het gewone aardse,

om ons alleen maar met hoge, spirituele dingen bezig te houden.

Deze wereld is nu onze plek, God heeft ons daar neergezet.

Daarom doet voor God het leven van vandaag ertoe.

En daarom mogen we bidden.

Mogen we allerlei concrete situaties aan God voorleggen,

ook al weten we dat God met een hele nieuwe wereld gaat komen.

Bidden voor bloei, bidden voor gewas en arbeid,

dat is geen teken van ongeloof,

maar van vertrouwen dat God ook in deze wereld voor ons zorgt.

Er is nog iets anders met die brief van Jeremia.

Het gaat niet alleen over de bloei van de ballingen,

het gaat ook over de bloei van de stad.

Die twee worden aan elkaar verbonden:

de bloei van de stad is ook jullie bloei.

En daarom geeft Jeremia ook die opdracht:

bid voor de stad en zet je in voor haar bloei.

Je zou kunnen denken dat die Joden in ballingschap

zich maar zo ver mogelijk moeten terugtrekken van het leven van de stad.

Laat hen maar een bloeiende gemeenschap vormen,

met de stad hebben ze verder niet zo veel te maken.

Maar dat wil God niet.

Het lot van de ballingen is verbonden aan het lot van de stad.

Bloeit de stad, dan zullen ook de ballingen bloeien.

Dus niks terugtrekken in een gesloten Joodse gemeenschap!

God wil juist dat ze in de stad aanwezig zijn,

zich voor de stad inzetten en voor de stad bidden.

Christenen overkomt dat ook zomaar.

Dat ze zich terugtrekken in de kerkelijke gemeenschap.

In de kerk is genoeg te doen, en in de kerk is genoeg om voor te bidden.

De stad kan er zomaar bij inschieten.

Die brief van Jeremia is ook voor ons een aanmoediging:

christenen in Franeker, en in de dorpen, zet je in voor de bloei van de stad.

De bloei van Franeker is onze bloei.

Dat geldt in materieel opzicht:

als het goed gaat met de Franeker economie, plukken ook wij daar de vruchten van.

Maar het geldt ook in geestelijk opzicht:

als we als kerk in open contact staan met de stad en ons daarvoor inzetten,

dan werkt dat stimulerend voor ons eigen geloof,

omdat we zien hoe God in de wereld bezig is.

Daarom bidden we vandaag,

niet alleen voor onszelf, niet alleen voor andere christenen,

maar ook voor Franeker en haar bloei.

Amen.