Hebreeën 11:29 | Geen weg terug

De Israëlieten zijn vrij, maar hebben heimwee naar het slavenleven in Egypte. Bij de Rode Zee bevrijd God hen daarvan, zodat ze écht vrij zijn. Ook ons wil God echt vrij maken: zodat er geen weg terug is naar de slavernij van de zonde.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: E&R-bundel 394 – Maak een vrolijk geluid voor de Heer! Elly en Rikkert
Opwekking 240 – Hosanna, hosanna de Koning komt!
Stil gebed
Votum en Groet
Zingen: Opwekking Kids 46 – Jezus is..
Opwekking Kids 85 – Als ik mijn ogen sluit
Gebed door een kind
Wetslezing: De wet van Mozes uit de ‘KIJKbijbel’
Zingen: GKB Gezang 7 – De Koning van Egypteland
GKB/LvK Psalm 106 : 1, 3 en 4
Bijbelverhaal vertelling: Mozes en de rode zee (n.a.v. Exodus 14)
Zingen: Hoe kwam Mozes door de zee?
Preek over Hebreeën 11:29
Zingen: NLB 168 – Let my people go
Gebed met voorbedepunten uit de zaal
Collecte
Zingen: Sela: Juicht/ Hij is verheerlijkt
Zegen

Geen weg terug

Inleiding
dia 1 – ameland
Wie is er wel eens op Ameland geweest?
En hoe ging je er dan naartoe?
Precies: met de boot natuurlijk.
Je zou ook nog kunnen vliegen,
en soms kun je zelfs over de Waddenzee lopen.
Maar dan moet je wel iemand bij je hebben
die daar verstand van heeft: een gids.
Want anders moet je zwemmen…

dia 2 – auto waddenzee
Is iemand vorige week toevallig
bij de dijk bij Sint Jacobiparochie geweest?
Anders heb je misschien deze foto wel gezien: iemand?
Vorige week stond daar een auto in de Waddenzee.
Die hoort daar dus niet!
Ook al kun je Ameland daar aan de overkant zien liggen,
je kunt er niet met de auto naar toe!

Ik moest natuurlijk direct denken
aan de Farao met al zijn strijdwagens die ook in de zee zijn gestrand.
Dus werd ik nieuwsgierig naar het verhaal achter deze auto.
Laat ik met het goede nieuws beginnen:
de mensen in deze auto konden op tijd wegkomen,
en zijn dus niet zoals de Farao verdronken.

In de auto zaten een paar vrienden die dachten:
‘als je over de Waddenzee kunt lopen,
dan kun je er ook over rijden.’
Zo gezegd, zo gedaan, maar het ging mis: de auto kwam vast te zitten.
De vrienden hebben nog geprobeerd de auto met een andere auto los te trekken,
maar voor ze het wisten werd het vloed.
Ze hebben de auto achtergelaten en zijn naar de kant gerend.
In een interview zegt de eigenaar van de auto:
‘Het was echt heel stom.
Ik heb er veel van geleerd.
De komende tijd moet ik op mijn fiets naar mijn werk.’

dia 3 – Hebreeën 11:29
Je kunt niet zomaar door de zee,
daarover gaat het bijbelverhaal van vandaag.
De Israëlieten zitten in de val:
voor hen een zee waar ze niet doorheen kunnen,
achter hen de Farao met zijn beste soldaten.
Maar dan gebeurt er een wonder!
Dat staat ook in Hebreeën, de brief uit de bijbel waar we deze weken mee bezig zijn.
Hebreeën 11:29:
‘Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land;
toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen.’
Daar gaat het vanmorgen over.

1. Heimwee naar Egypte
dia 4 – woestijnreis
De Israëlieten zijn alweer een paar weken op reis.
Ze gaan van Egypte naar Kanaän,
het land dat zij van God mochten hebben.
Wat waren ze blij toen ze uit Egypte vertrokken!
Dat ellendige Egypte met die gemene Farao…
De Farao had een hekel aan de Israëlieten,
en liet hen heel hard werken, maar betaalde hen niet.
Luisterde je niet naar de Farao,
dan kreeg je met de Egyptische soldaten te maken.
Dat liet je dus wel uit je hoofd!
Maar nu zijn ze vrij!
Nooit meer werken voor Farao,
nooit meer bang voor zijn soldaten.
‘Wij gaan naar Kanaän!’

dia 5 – Sinaï
Vol goede moed gingen ze op reis,
ze liepen zingend de woestijn in.
Maar nu zijn ze door de liedjes heen.
Ze hebben alles al minstens 10 keer gezongen,
en ze zijn nog lang niet in Kanaän.
Het is geen leuke reis: ze gaan dwars door de woestijn.
Het is er warm, stoffig en droog.
Er zit altijd zand tussen je boterhammen
en je benen worden moe van al dat lopen.

Sommige mensen beginnen zich af te vragen:
‘waarom zijn we eigenlijk weggegaan uit Egypte?
Nee, die Farao was niet aardig,
maar verder was het er zo slecht nog niet!
We hadden huizen, we hadden genoeg te eten,
en je wist tenminste waar je aan toe was.
Nu lopen we maar wat door die woestijn.’
Ze beginnen heimwee te krijgen naar Egypte.
Gek he? Het was in Egypte helemaal niet fijn,
maar toch willen ze wel terug.

dia 6 – ingehaald
Maar het wordt nog erger.
Hoor je het al? Ssst…
Daar in verte: het klinkt als paarden.
O nee, kijk dan toch, wat een stofwolk!
Iemand schreeuwt: ‘help, de Egyptenaren!’
Ja hoor, het is het leger van Egypte.
Voor hen ligt de zee, achter hen zijn de Egyptenaren,
ze kunnen geen kant op, ze zitten als ratten in de val.
Iedereen zoekt Mozes:
‘Mozes, waarom heb je ons meegenomen uit Egypte?
Waarom hebben we die praatjes van jou
over dat beloofde land geloofd?
In Egypte hadden we het veel beter.
Waren we er maar nooit aan begonnen!’

Zo kan het gaan.
Eerst zijn de Israëlieten superblij dat ze bevrijd zijn,
maar nu willen ze terug naar het slavenleven daar.
Het klinkt misschien gek, maar dat kunnen wij ook hebben.
Want volgens de bijbel waren wij ook slaven.
Niet van Egypte, maar van de zonde.
Soms wil je je misschien even niets van God aantrekken,
omdat het leven zonder God leuker lijkt.
Je valt terug in oude patronen.
Dan heb je ook een soort heimwee naar Egypte.

2. Geen weg terug
dia 7 – keer om
God wil dat niet.
God heeft de Israëlieten uit Egypte bevrijd,
nu moeten ze geen heimwee krijgen naar Egypte!
Daarom zorgt God ervoor dat er geen weg terug is.

Ja: God zorgt ervoor.
De Israëlieten kunnen geen kant op, ze zitten in de val.
Maar dat is geen domme pech!
God zelf heeft ervoor gezorgd dat ze ingesloten zijn.
God wijst het volk de weg door de woestijn,
maar God neemt wel een vreemde weg.
Ze hadden zo door kunnen lopen naar Kanaän,
maar van God moesten ze omdraaien.
Daardoor staan ze hier klem tussen de Egyptenaren en de zee.

dia 8 – kiezen
Weet God dan niet hoe gevaarlijk die Egyptenaren zijn?!
Waarom doet hij dit?
Omdat hij de Israëlieten van hun heimwee af wil helpen!
Nu kunnen ze kiezen.
Geven ze zich over aan de Egyptenaren?
Dan worden ze weer slaven, net als vroeger.
De Egyptenaren zijn wel boos op hen,
en misschien moeten ze nog harder werken dan eerst,
maar de Egyptenaren zullen hen niet vermoorden:
levend zijn ze veel nuttiger!
Of geven ze zich over aan God?
Vertrouwen ze God als hij zegt dat ze door de zee moeten lopen
en dat ze dan niet zullen verdrinken?

Israël kiest. Voor God.
In Hebreeën staat het heel stoer:
‘door het geloof trokken ze door de Rode Zee.’
Maar de Israëlieten klagen vooral!
Zo stoer en dapper waren ze niet.
Maar ze gaan wel!
Met z’n allen lopen ze naar de zee.
Ze zijn bang dat ze zullen verdrinken,
ze moeten maar hopen dat God daar iets aan zal doen,
maar ze gaan wel!
Dát is geloven.

dia 9 – doortocht
En dán komt God in actie!
Het is een spectaculaire redding!
De wolk van God schuift tussen de Israëlieten en de Egyptenaren.
Het is nacht, maar voor de Israëlieten geeft de wolk licht.
Bij de Egyptenaren wordt het juist nog donkerder dan een normale nacht.
En als Mozes zijn stok boven de zee houdt, laat God het hard waaien.
Zo hard dat er een pad door de zee komt.
‘Kom met me mee’ roept Mozes, en daar gaan de Israëlieten.
Eerst kijken ze nog bang om zich heen,
naar het water dat door de wind wordt tegengehouden.
Wat als het stopt met waaien?
Maar het stopt niet en ze lopen naar de overkant, allemaal!

dia 10 – Egyptenaren
De Egyptenaren denken: dat kunnen wij ook!
Zij zijn nergens bang voor,
en rijden met hun wagens de zee in, de Israëlieten achterna.
Maar al snel komen ze vast te zitten, net als die auto in de Waddenzee.
Het wordt nog erger: de wind gaat liggen en het water komt terug.
Nu zitten de Egyptenaren in de val.
Ze kunnen geen kant op en verdrinken.

Nu is Israël écht vrij!
Israël heeft nu heel duidelijk voor God gekozen,
ze hebben Egypte nu echt losgelaten,
en God heeft met de Egyptenaren afgerekend.
Nu is er geen weg terug naar Egypte.
Nu kunnen ze echt op weg naar het beloofde land.

dia 11 – Pasen
Over 2 weken is het Pasen.
Dit bijbelverhaal lijkt daar misschien niet zoveel mee te maken te hebben.
Maar schijn bedriegt!
Dit verhaal gaat over echte vrijheid,
en dat is precies waar Pasen ook over gaat!
De Israëlieten worden gered terwijl dat onmogelijk leek. Jezus ook!
Toen Jezus werd gekruisigd, leek alles verloren.
Dit kon gewoon niet meer goed komen.
Het leek ook niet meer goed te komen, want Jezus stierf.
Tóch kwam het goed, toen niemand het nog durfde te geloven:
Jezus stond op uit de dood!
De Israëlieten ontsnappen door de Rode Zee,
Jezus ontsnapt door de dood heen.
Daardoor is er geen weg meer terug:
Jezus heeft afgerekend met de dood en met de duivel.
Zodat jij écht vrij kunt zijn!

3. Kies voor Jezus!
dia 12 – vertrouwen
In Hebreeën 11 gaat het niet alleen over de Israëlieten
die door de Rode Zee heen trekken:
het gaat over allemaal mensen die geloven.
Al die mensen, zegt Hebreeën,
de Israëlieten bij de Rode Zee ook, zijn voor ons een voorbeeld.
Ze zeggen allemaal: kies voor God, kies voor Jezus!
Durf jij dat?
Durf je te kiezen voor iets wat je niet ziet?
Want God kun je niet zien.
Je moet er maar op vertrouwen dat hij doet wat hij zegt.

Hebreeën zegt: doe dat!
Je kúnt God vertrouwen.
Hij heeft Israël gered van de Egyptenaren,
dwars door die zee heen!
Hij heeft Jezus zelfs door de dood heen gered!
God weet heel goed wat hij doet – vertrouw hem maar!

dia 13 – bij Jezus horen
Het verschil tussen Farao en onze vijand, de duivel,
is dat de duivel niet verdronken is.
Hij probeert je nog altijd te verleiden.
Probeert je weer slaaf te maken van de zonde.
Hij zegt tegen je dat je dom bent.
Of dat je lelijk bent.
Dat je nergens goed voor bent.
Of dat je te slecht bent voor God.
Geloof hem niet, trek je niets van hem aan!
Als jij bij Jezus hoort, heeft de duivel niets over je te zeggen.

Als je in Jezus gelooft, gaat God met je bezig.
Hij wil je helemaal vrij maken van de duivel,
zodat je nooit meer heimwee zult hebben naar de zonde.
Misschien brengt hij je in moeilijke situaties, net als Israël,
waar je keuzes moet maken zodat je geloof kan groeien.
Maar hoe moeilijk het ook wordt:
als God met je bezig is, is er geen weg terug!
Dan hoor je bij Jezus,
en kan niets of niemand de vrijheid van je afpakken,
zelfs de dood niet!
Dan is er geen weg meer terug,
want Jezus zegt: jij hoort bij mij!
Amen.




Hebreeën 10b-13 | Blijf op reis met Jezus

Als je gelooft, wil je graag het verschil merken. De Hebreeën ook. Maar vergeet niet dat je als christen op reis bent! Hebreeën 10b-13 werkt uit wat het betekent dat je niet voor deze wereld leeft. Deze preek is de 3e in het leesproject over Hebreeën en gehouden in een dienst van verootmoediging.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 733
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 32 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Hebreeën 10 : 19 – 39
Zingen: LvK Gezang 103 : 1, 2 en 3
Lezen: Hebreeën 12 : 28 – 13 : 8
Zingen: GKB Psalm 97 : 2
Preek
Zingen: LvK Gezang 442 : 1, 2, 3 en 4
Kinderen terug
Zingen: GKB Gezang 155 : 1, 2 en 3
Gebed met verootmoediging
Zingen: GKB Gezang 155 : 4 en 5
Collecte
Zingen: Opwekking 706
Zegen

Blijf op reis met Jezus

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik houd van een goede voorbereiding – dat is het halve werk.
Dus als wij op vakantie gaan, lees ik me graag goed in.
Dat kan natuurlijk op internet,
maar ik geef de voorkeur aan de papieren reisgids.
Bijvoorbeeld deze, over Londen.

Natuurlijk kun je ook zonder reisgids op pad,
al denk ik dat je dan een groot deel van de voorpret mist.
Misschien nog wel belangrijker:
reken er maar op dat je ook de mooiste dingen mist.
Zonder reisgids kom je niet veel verder dan de platgetreden paden,
in Londen de Big Ben, de Tower Bridge en The London Eye.
Maar er is zoveel meer te zien, en wat minder massaal toeristisch.
Een reisgids vertelt waar je moet zijn.

Maar ook waar je niet moet zijn.
Zonder reisgids kun je in een museum belanden
dat er van buiten wel heel leuk uit ziet,
maar dat toch echt niet de moeite waard is – de entreeprijs trouwens ook niet.
Deze reisgids heeft bovendien een stadsplattegrond,
zodat je een handige route door de stad kunt nemen.
Zonder die plattegrond loop je heel wat extra kilometers.

Tot slot biedt een reisgids ook onmisbare informatie.
Bijvoorbeeld dat de auto’s in Londen links rijden.
Belangrijk bij het oversteken:
de auto’s komen van de kant waar je het niet van verwacht.
Je zult dat maar missen
en vervolgens in een Londense ambulance worden afgevoerd…
Ok, ook zonder reisgids weet je dat soort dingen wel,
maar het is essentiële informatie!

dia 2 – blijf op reis met Jezus
De laatste hoofdstukken van Hebreeën, hoofdstuk 10-13, lijken op een reisgids.
Volgens Hebreeën zijn we namelijk op reis, op weg naar de stad van God.
Net als een reisgids geeft Hebreeën ervaringsverhalen en praktische aanwijzingen,
allemaal om te weten waar je voor leeft.
Daarom is het thema vandaag: blijf op reis met Jezus!

1. Hier en nu
dia 3 – Hebreeën tot nog toe: Jezus is het beste
We zijn aanbeland in het slot van de brief.
Al 2 keer eerder hebben we het over Hebreeën gehad,
en het lijkt me goed daar even op terug te blikken
zodat we weer weten waar we in de brief zitten.

Hebreeën is een bijbelboek dat vol is van Jezus.
Dat is míjn grootste ontdekking van dit leesproject.
Ik wist dat Hebreeën een ingewikkeld bijbelboek is
waar steeds een vergelijking wordt getrokken tussen oud en nieuw,
maar dat het hele boek over Jezus gaat en over dat Jezus beter is dan al het andere,
dat was ook voor mij nieuw.

Jezus is beter dan profeten en engelen – dat was Hebreeën 1 en 2,
en daarom verdient zijn boodschap alle aandacht.
Jezus is beter dan Mozes – Hebreeën 3 en 4,
hij leidt ons naar het leven waar we naar verlangen.
Jezus is beter dan de priesters – Hebreeën 5-7,
hij is onze tussenpersoon bij God, de beste die we kunnen wensen.
En Jezus is beter dan alle offers samen – Hebreeën 8-10,
Jezus is de hogepriester die zichzelf offert,
en daarmee een nieuwe relatie met God mogelijk maakt.
Kortom: met Jezus heb je goud in handen!

Die boodschap hebben de Hebreeën nodig.
Want ze staan onder druk hun geloof in Jezus op te geven.
Het zijn christenen met een Joodse achtergrond,
en ze dreigen terug te vallen in de klassieke Joodse godsdienst.
Geloven in Jezus kost hen te veel,
ze zijn hun eerste enthousiasme alweer verloren,
zijn het zat dat hun vroegere Joodse vrienden niet meer met hen willen omgaan.
Waarom zouden ze in Jezus blijven geloven?

Met die vraag staat dat moeilijke bijbelboek opeens helemaal niet meer zo ver weg!
Waarom zou je in Jezus blijven geloven? – dat is vandaag een veel gestelde vraag.
Altijd maar weer Jezus, mag het niet wat minder?
We hebben het gehad, 3 weken geleden,
over een ‘maar-ik-geloof-het-wel’-geloof.
Een geloof waar je in moeilijke tijden op kunt terugvallen,
maar wat verder geen dagelijkse werkelijkheid is.
En 2 weken geleden over een ander gevaar,
dat we het hele kerksysteem zo belangrijk maken
dat voor Jezus in de kerk geen plek meer is.
Hebreeën zegt: Jezus is allesbepalend,
Jezus is het beste dat ons kon overkomen,
dus wees niet zo stom Jezus aan de kant te zetten!

dia 4 – maar wat merk je daar vandaag van?
Daar in brief zitten we nu dus.
En ik stel me zo voor dat die Hebreeën met instemming hebben geluisterd:
het was allemaal wat weggezakt,
maar nu ze deze boodschap horen,
weten ze weer waarom ze het nieuws van Jezus
vroeger zo enthousiast hebben aangenomen.
Ze blijven alleen met één vraag zitten:
prachtig wie Jezus is en wat hij voor ons gedaan heeft,
maar wat merken we daar nu van?
De boodschap van Jezus is schitterend, maar wat komt er van terecht?
We worden om Jezus uitgelachen als het mee zit,
en om Jezus in de gevangenis gezet als het tegen zit.
Jezus kwam toch om een nieuw leven te brengen – is dit het nu?

De Hebreeën zouden graag zien dat ze hier en nu wat meer merken
van hoe geloven hun leven positief verandert.
Een herkenbaar verlangen.
Als je gelooft in Jezus,
dan wil je ook graag zien welk verschil dat maakt voor jouw leven nu.
En misschien zeggen we wel dat er meer is dan dit leven,
maar leven we in de praktijk gewoon voor deze wereld.
Gaat het christenen er net zo goed om
uit het leven te halen wat er in zit,
om hier en nu gelukkig te zijn, want je leeft maar één keer.
Dus wordt je blijer van een gezellige avond met vrienden,
van een dikke auto of van avontuurlijke reizen
dan dat je blij wordt van Jezus.

2. Blijf op reis met Jezus
dia 5 – treincoupe
Daarom introduceert Hebreeën een nieuw beeld: geloven in Jezus is een reis.
Als jij in de trein naar Londen zit, we houden maar even milieubewust,
en je leest in de trein die reisgids waar ik het over had,
dan weet je waar je naartoe gaat.
Dan kijk je niet rond in de treincoupé om je af te vragen: ‘is dit het nu?’
Natuurlijk niet: dit is Londen nog niet, dit is de reis!
Of als je in Londen bent aangekomen,
en toch de massa toeristen naar The London Eye bent gevolgd,
het giga-reuzenrad aan de Theems,
dan ga je je in de wachtrij ook niet beklagen dat het uitzicht tegenvalt:
straks wordt het mooi, daar heb je een lange wachtrij voor over.

dia 6 – geloven in Jezus is een reis
Zo is het met geloven in Jezus ook:
het leven hier en nu is de reis, niet de bestemming.
In de vorige hoofdstukken van Hebreeën komt dit niet voor,
maar vanaf hoofdstuk 10 opeens in elk hoofdstuk.
Daarom kun je de reis naar de nieuwe stad zien
als hoofdthema van het slot van de brief.
In hoofdstuk 10 nog wat verborgen, ‘laten we belijden waarop we hopen’,
en daarna explicieter: Abraham ‘zag uit naar een stad met fundamenten,
door God zelf ontworpen en gebouwd’ – hoofdstuk 11,
wij ‘staan voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God’, – hoofdstuk 12,
en hoofdstuk 13: ‘onze stad is immers niet blijvend,
wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt.’
Christen zijn op reis naar die nieuwe stad!

Dit deel van Hebreeën kun je in drieën delen.
De 2e helft van hoofdstuk 10, waar het slotdeel mee begint,
kun je zien als een soort inhoudsopgave waar alles wat daarna komt
alvast kort wordt aangestipt.
Hoofdstuk 11 en het begin van hoofdstuk 12
houden je voor dat je niet de enige bent op reis.
De 2e helft van hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13
maken het nog wat praktischer: hoe blijf je op de goede weg?

dia 7 – je bent niet de eerste op reis
Je bent niet de eerste op reis – dat is Hebreeën 11 en 12a.
Denk maar aan die reisgids: die staat vol met ervaringen van anderen.
Dus niet het gelikte reclamepraatje van de Londense PR, maar hoe het echt is.
Dat gebeurt in Hebreeën ook.
Er wordt een hele lijst genoemd van mensen die ook op reis zijn gegaan.
Als jij op reis bent, dan hoor je bij Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes, enzovoort.
En dan staat er in vers 13 en 14: ‘zij allen zijn in geloof gestorven;
wat hun beloofd was, zagen ze geen werkelijkheid worden,
ze hebben slechts een glimp ervan begroet,
en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.
Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland.’
Ze hadden een doel voor ogen,
zo mooi dat ze hun hele leven op aarde als een reis zagen.

Zulke moeilijke reizen zijn wij niet gewend.
Nog niet eens zo heel erg lang geleden
moest je een avonturier zijn om de wereld over te trekken.
Van mensen die emigreerden naar Canada
werd gedacht dat je ze nooit meer zou zien.
Nu stap je in het vliegtuig, en 9 uur later ben je er.
De wereld ligt aan je voeten.
Alleen de Floortje Dessings van deze wereld
weten nog dat je voor reizen moeite moet doen.
Maar de reis naar de hemelse stad is dus ook zo’n reis die niet vanzelf gaat.

Hebreeën wijst daarbij ook op Jezus:
‘denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag,
liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis.’
Dus: ook de reis van Jezus, of zelfs júist de reis van Jezus, was zwaar:
aan het kruis, door God verlaten.
Hoe hield Jezus die reis vol?
Net als die mensen die eerder op reis gingen:
door zich te richten op de toekomst,
door te denken aan hoe mooi de bestemming zou zijn.
Die bestemming heeft Jezus bereikt, als eerste,
om zo ook ons het reisdoel te laten bereiken.

dia 8 – praktische aanwijzingen voor de reis
Dan, in Hebreeën 12b en 13, wordt het praktischer: hoe blijf je op reis?
Een reisgids geeft allerlei praktische aanwijzingen:
van hoe je je het beste door de stad kunt verplaatsen,
tot of je wel of geen paraplu moet meenemen.
Zo geeft Hebreeën ook aanwijzingen.
Die kun je in drieën verdelen.
Als eerste zijn er aanwijzingen
over dat je als reisgenoten aan elkaar verbonden bent.
Een citytrip naar Londen kun je nog wel in je eentje doen,
maar op de zwaardere reizen kun je niet zonder elkaar.
Zo is het met de christelijke reis ook: je hebt elkaar nodig.
Zelfs als het gevaarlijk is om samen te komen.
Bij de Hebreeën bleven sommige mensen weg uit angst voor vervolging,
en zij worden aangespoord: blijf niet weg, we moeten het samen doen!

Als tweede zijn er de aanwijzingen over heilig leven.
Als het gaat om seks, als het gaat om geld:
laat je leven nu al beheersen door het leven dat komt.
Als derde zegt Hebreeën: zorg dat Jezus centraal blijft staan.
Daarom die waarschuwing in Hebreeën 10
over dat er geen vergeving is als we willens en wetens blijven zondigen.
Daar kun je een preek op zich over houden,
maar kort gezegd gaat het erom dat je Jezus niet afwijst.
Hebreeën 13 zegt dat ook heel duidelijk: blijf bij Jezus,
in plaats van dat je een eigen versie van geloven maakt.

Al die aanwijzingen kun je zo samenvatten: leef voor je bestemming!
Christenen zijn vreemdelingen: als volger van Jezus leef je niet voor deze wereld.
Houd steeds het reisdoel voor ogen, ook als je het nog niet ziet.
Blijf op reis met Jezus!

3. En nu dan?
dia 9 – en nu dan?
Geloven in Jezus betekent niet dat je snel resultaat ziet.
Maar gaat geloven alleen over de toekomst?
Doet vandaag er dan niet toe,
maakt geloven nu geen verschil?

Zelf vind ik dat een lastige vraag.
Ik geloof niet dat geloven alleen over de toekomst gaat.
Geloven gaat ook gewoon over het dagelijks leven.
En niet eens alleen over hoe je dan moet leven.
Op een of andere manier is de toekomst al een beetje begonnen.

dia 10 – de toekomst breekt al door
Daarvan zie je in Hebreeën iets terug.
In hoofdstuk 10: ‘dankzij het bloed van Jezus
kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom.’
Er is dus nú al iets veranderd.
Nog het meest duidelijk staat het in Hebreeën 12:
‘u stáát voor de Sionsberg, de stad van de levende God.’
Nu al dus!

Hoe dat allemaal precies zit, dat weet ik niet.
Maar op een of andere manier breekt de toekomst al door.
We zitten midden in een lange en soms moeilijke reis,
maar als je dicht bij Jezus bent, ervaar je ook al wat van de bestemming.
Wat God geeft is niet alleen maar toekomstmuziek.
De nieuwe wereld breekt al door.
Des te meer reden om niet voor de oude wereld te leven.

4. Bij het kruis
dia 11 – bij het kruis
In de praktijk doen we dat vaak wel,
leven we alsof de oude wereld, het hier en nu, alles is.
Alsof we niet op reis zijn, maar de bestemming al hebben bereikt.
Daarom, met een moeilijk woord, ‘verootmoedigen’ we ons vandaag voor God.

dia 12 – verootmoedigen: je klein maken
Verootmoedigen – wat is dat?
Het is je klein maken voor God.
Hebreeën 12:29 zegt: ‘onze God is een verterend vuur.’
Als we zien hoe volmaakt en heilig hij is, zien we ook hoe onheilig wij zijn.
Als wij beseffen wie God is, dan willen we ons voor hem verstoppen –
zoals Adam en Eva deden.
Verootmoedigen is je klein maken,
tegen God zeggen dat je je voor hem schaamt.
Het is belijden waar wij tekort in schieten – als mensen en als gemeente.

Dat gaan we straks doen in ons gebed.
Aan de ene kant omdat bij de kerkenraad een vraag uit de gemeente kwam
waarin het verlangen werd uitgesproken ons samen te verootmoedigen.
Aan de andere kant omdat we wel eens vergeten ons te verootmoedigen,
en het juist in de lijdenstijd heel goed past ons klein te maken.

Vanuit Hebreeën alvast 2 dingen waarvoor we ons verootmoedigen.
Hebreeën zegt: je hebt elkaar nodig.
Zijn wij als gemeente echt een eenheid, een gemeenschap?
Is het zo dat als 1 lid lijdt, alle leden meelijden?
We doen ons best, maar wat schieten we tekort!
Wat zijn we allemaal druk bezig om ons eigen leventje te leiden,
waar we proberen de kerk ook nog een plekje in te geven.
En als het gaat om elkaar aanspreken op je geloof:
dat durven we gewoon niet, we laten elkaar los.
Hebreeën zegt ook: we verwachten de stad die komt.
Maar wat worden we in beslag genomen door deze wereld.
Wat zijn we druk om hier een mooi leven op te bouwen.
Alsof de oude wereld onze bestemming is.

dia 13 – kruis
Deze dingen, en meer, brengen we bij het kruis.
Want God is een verterend vuur,
maar Jezus heeft aan het kruis dat vuur voor ons ondergaan.
Hij ruimt alle al te menselijke rotzooi voor ons op.
Bij het kruis mogen we samen met Jezus verder op reis.
Amen.




Hebreeën 5-10a | Jezus, de ultieme tussenpersoon

Mensen houden graag vast aan systemen om met God om te gaan. De tempel was zo’n systeem, maar de kerk kan het ook worden. Dat we zo druk bezig zijn de kerk in stand te houden dat we Jezus vergeten. Hebreeën zegt: zoek het niet in een systeem, maar in Jezus! 2e Preek in leesproject over Hebreeën.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Via Dolorosa (Sela)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 177 : 1, 2 en 7
Leefregels
Zingen: DNP Psalm 40 : 3 en 6
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Hebreeën 7 : 11 – 28 en 10 : 11 – 18
Zingen: GKB Psalm 110 : 1, 2 en 4
Preek over Hebreeën 5 – 10a
Zingen: Opwekking 580
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 89 : 1, 3 en 4
Zegen

Jezus, de ultieme tussenpersoon

Inleiding
dia 1 – zwart
Het zijn weer mijn favoriete weken van het jaar.
Tja, waar zou ik het over hebben…?
Ik bedoel de belastingaangifte!
Dan denk je natuurlijk: ‘de belastingaangifte? wat is daar nou mooi aan?’
Nou, ik draag graag mijn steentje aan Nederland bij!

dia 2 – aangifte
Maar, moet ik eerlijk zijn,
liever ook niet méér dan het steentje dat ik moet bijdragen.
Daarbij wordt ik geholpen door mijn belastingadviseur.
Het technische verhaal zal ik jullie besparen,
maar voor predikanten is de aangifte een vak apart,
en daarom wordt ik erbij geholpen.

Zelf moet ik al mijn gegevens aandragen,
en hoe meer aftrekposten ik vind, hoe minder belasting ik betaal.
Daar ben ik de afgelopen weken dus druk mee bezig geweest,
en nee: dat is niet mijn favoriete bezigheid…
Niet alleen gemaakte kilometers kan ik aftrekken,
maar ook de koffie die ik bij de HEMA drink –
weten jullie direct waarom ik daar zo graag zit…
Ik maak een overzicht, stuur dat naar mijn belastingadviseur,
en die doet de rest.

Die belastingadviseur is een tussenpersoon.
Zij staat tussen mij en de belastingdienst in.
Ze zorgt ervoor dat het contact tussen de belastingdienst en mij soepel verloopt.
Zonder haar zou mijn jaarlijkse aangifte een ramp zijn!

dia 3 – Jezus, de ultieme tussenpersoon
Tussenpersonen zijn handig:
of het nu die klasgenoot is die jou en je geheime liefde koppelt,
iemand die een ingang heeft in een bedrijf en jou daarmee aan een baan helpt
of een hypotheekadviseur die namens jou naar de bank gaat.
En dan gaat het er vandaag over dat Jezus ook zo’n tussenpersoon is.
Dat is de boodschap van die 6 hoofdstukken, Hebreeën 5-10, samen.
Dus het thema vanochtend: Jezus is de ultieme tussenpersoon.

1. Hoe kom je bij God?
dia 4 – contact met God kan niet zomaar
Een tussenpersoon, de naam zegt het al, staat ergens tussen.
Dat is bij Jezus ook zo.
Hij staat niet tussen mij en de belastingdienst,
of al die andere dingen die ik noemde, maar tussen ons en God.

De vraag is namelijk: hoe kun je contact hebben met God?
Hebreeën gaat er vanuit dat rechtstreeks contact met God onmogelijk is.
Het zit niet goed tussen God en mensen, en dat valt niet zomaar op te lossen.
We zijn van God vervreemd.
We kunnen niet zomaar tegen God zeggen:
‘hallo God, daar zijn we weer,
sorry dat we u vergeten zijn, zand erover dan maar?’
Zo werkt het bij God niet.
Dat besef delen het Joodse en het christelijke geloof:
God is boos om onze zonden.
Ik weet dat dat in onze tijd een lastig thema is:
hoezo zou God boos op ons zijn?!
Daar wil ik straks nog iets meer over zeggen,
maar laten we er nu eerst maar even in meegaan:
we kunnen niet zomaar bij God komen.

dia 5 – achtergrond: tempeldienst (tempel)
Maar hoe dan wel?
Dat is waar de hele bijbel over gaat!
De bijbel die de Hebreeën zo goed kennen,
want even wat herhaling van vorige week:
de Hebreeën waren christenen met Joodse wortels.
Ze staan onder druk hun geloof in Jezus op te geven,
en terug te gaan naar de Joodse godsdienst en Joodse manier van leven.
Het Oude Testament heeft voor hen geen geheimen,
en de schrijver van de Hebreeënbrief veronderstelt veel bijbelkennis.

Op die vraag, hoe kun je bij God komen,
was het Joodse antwoord heel duidelijk: de tempeldienst.
De tempel, dat was de plaats waar God woonde.
In de tempel was contact tussen God en mensen mogelijk.
Dat werd mogelijk gemaakt door tussenpersonen: priesters.
De priesters hadden namens het volk contact met God,
stonden letterlijk tussen God en de mensen in.
Voor dat contact moesten ze wel offers brengen,
wat dan ook een belangrijk onderdeel is van de Joodse godsdienst.
Offers in alle soorten en maten, met als hoogtepunt de Grote Verzoendag.
Op die dag, en alleen op die dag,
ging de hogepriester het heiligste van de tempel in,
om daar een offer te brengen zodat God de zonden vergeeft.
Een heel systeem dus, waar in ieder duidelijk wordt
dat vergeving, dat contact met God iets kost!

dia 6 – wat is onze ‘tempeldienst’?
Wij zijn de Hebreeën niet.
Vorige week zei ik al: als deze brief rechtstreeks aan ons geschreven was,
dan hadden er andere dingen in gestaan.
Die hele Joodse tempeldienst zegt ons weinig.
Maar wat zouden wij antwoorden op de vraag: ‘hoe kun je bij God komen?’
Wat is onze ‘tempeldienst’? Wat zijn onze priesters en offers?

Misschien is het wel ‘goed leven’.
Proberen wij God tevreden te stellen door goed te leven?
De meeste mensen beseffen best dat als er een God is,
hij niet alles zomaar goed kan vinden.
Prima als God boos is op machtige schurken als Assad en Kim Jong Un.
Maar niet op jou, want jij brengt het er toch best aardig vanaf,
en God ziet ook wel dat jij probeert goed te leven.
In de kerk hebben we dan nog een paar regels over wat goed leven is,
en als je je daar aan houdt, dan kan God tevreden zijn.
Is dat hoe we proberen bij God te komen?

De kerk zelf kan trouwens ook zo’n tempelsysteem worden.
Soms ben ik daar wel bang voor.
Wat is het toch dat we makkelijker over de kerk praten dan over Jezus?
Voor je het weet is de dominee weer een priester geworden,
een tussenpersoon tussen God en mensen.
We kunnen van de kerk een heel systeem maken,
van de regels, van de organisatie,
en denken dat als we dat systeem maar goed vasthouden,
dat het dan wel goed zit tussen God en ons.
Dan is de kerk onze manier om met God om te gaan.

2. Jezus, de ultieme tussenpersoon
dia 7 – Jezus, de ultieme tussenpersoon
Maar dan zouden we met Jezus uiteindelijk niets zijn opgeschoten!
Het is tempeldienst in een ander jasje.
Hebreeën 5-10 zegt: maar er is iets veel beters!
Vergeet die tempel, die priesters en offers,
vergeet al die systemen: Jézus is de ultieme tussenpersoon.

dia 8 – Windows
‘Beter’: dat woord kom je in Hebreeën vaak tegen.
Steeds wijst Hebreeën op het verschil tussen oud en nieuw.
De tempel, met alles er omheen, is oud, Jezus is nieuw.
Niet dat oud slecht is en nieuw goed: oud is goed, nieuw is beter.
Misschien is het te vergelijken met Windows op je computer.
Regelmatig verschijnt er een nieuwe versie van Windows.
Windows XP was een prima besturingssysteem.
Windows 10 is alleen zoveel beter
dat Windows XP gewoon achterhaald is.
Het heeft zijn nut bewezen maar nu verouderd.
Zo is het met Jezus en de tempel ook:
de tempel was prima, God zelf heeft die tempeldienst gegeven,
maar de tempeldienst was nooit bedoeld als Gods definitieve oplossing.
Met de komst van Jezus is die tempeldienst een achterhaald systeem.

dia 9 – Jezus: onze tussenpersoon in de hemel
Dat werkt Hebreeën uit in hoofdstuk 5-10.
Die hoofdstukken kun je weer in tweeën delen:
5-7 gaat over wie de tussenpersoon is,
8-10 over wat die tussenpersoon doet.
Om het nog ingewikkelder te maken:
in dat eerste stuk, 5-7, vind je nog een lang zijspoor
over dat je best moeite mag doen om meer van het christelijk geloof te begrijpen.
Dus laat je niet afschrikken door dat Hebreeën best een ingewikkeld boek is!

Eerst Hebreeën 5-7: wie is de tussenpersoon?
Daar wordt een uitgebreide vergelijking getrokken
tussen de priesters van Israël en Jezus.
Die priesters van Israël, zegt Hebreeën, waren ook maar gewone mensen.
Mensen die hun best deden, zeker,
maar ook mensen met hun fouten en hun zonden.
Voordat ze als tussenpersoon namens het volk offers konden brengen,
moesten ze een offer brengen voor hun eigen zonden.
Wat een verschil met Jezus: Jezus is zonder zonde!

Dan begint Hebreeën over Melchisedek.
Je komt hem voor het eerst tegen in Genesis 14.
Hij is een van de meest mysterieuze figuren uit de bijbel.
Hij is koning en priester tegelijk, hij zegent Abraham,
en verder weten we bijna niets van hem.
Maar in Psalm 110 duikt hij opeens weer op:
er zal een priester als Melchisedek komen.
Hebreeën zegt: dat gaat over Jezus!
Jezus is de nieuwe hogepriester die God ons geeft,
ook al komt Jezus niet uit een priesterfamilie.
Dat was voor priesters heel belangrijk:
alleen Joden die van Levi afstamden konden priester worden.
Maar Jezus staat daar, net als Melchisedek, boven:
Jezus is door God aangesteld als priester voor eeuwig,
niet in de tempel, maar in de hemel.

Best ingewikkeld allemaal…
Maar denk nog even terug aan die tussenpersonen,
die tussen 2 partijen in staan.
De beste tussenpersonen zijn die tussenpersonen
die dicht bij allebei de partijen staan.
Dus in het geval van mijn belastingadviseur:
die snapt wat de situatie van een predikant is,
maar die ook precies weet hoe het bij de belastingdienst werkt.
Dat maakt Jezus de tussenpersoon bij uitstek:
hij is mens geworden, hij begrijpt ons beter dan we onszelf begrijpen,
maar hij is ook kind aan huis bij God – dichter bij God kan niet!

dia 10 – de priester wordt het offer! (offer)
Vervolgens, in Hebreeën 8-10 gaat het over wat Jezus dan doet.
Priesters brengen offers, dus dan zal Jezus ook wel offers brengen…
Nou, om precies te zijn: 1 offer.
En dat offer, dat is hij zelf.
Deze priester wordt zelf het offer!
Om de logica daarachter te vatten moet je volgens mij God heten,
maar laat het even inwerken: Jezus offert zichzelf!
Het is het enige offer dat echt werkt,
dat het echt goed maakt tussen God en mensen.

Nog weer even die tussenpersonen.
Het is fijn als zo iemand met je meedenkt,
niet alleen doet waar je hem voor betaalt,
maar even een extra stap voor je zet.
En óf Jezus een extra stap voor je zet!
Hij doet nog veel meer:
als tussenpersoon geeft hij zijn eigen leven voor jouw zaak.
Dat maakt Jezus de ultieme tussenpersoon.

dia 11 – daardoor nieuwe relatie met God
Wat er dan gebeurt komt ook in Hebreeën 8-10 naar voren.
Door Jezus begint Gods nieuwe relatie met mensen.
God wil veel meer dan met mensen omgaan via een religieus systeem.
Die tempeldienst van vroeger houdt God ook op een afstand:
slechts een keer per jaar komt de hogepriester dicht bij God.
En wat in de tempel gebeurt staat los van het verdere leven.
Dat kan met de kerk ook gebeuren:
een mooi systeem, veilig en vertrouwd,
maar door het systeem houd je God op afstand.
Maar het nieuwe van Jezus is nu juist dat God écht met je wil omgaan,
niet in een of ander systeem, maar van hart tot hart!
Niet alleen in de tempel of kerk, maar altijd en overal.
Dat is wat Jezus doet: hij ruimt de rommel op zodat wij weer met God kunnen leven.

3. De hoge prijs
dia 12 – de hoge prijs
Jezus is beter dan religieuze systemen: hij is de ultieme tussenpersoon!
Alleen die prijs die hij betaalt, dat kruis…
Moet dat nou echt?
Ik zou nog terugkomen op dat wij moeite hebben
met de gedachte dat God boos op ons is.
Is dat offer van Jezus nou echt nodig?
Wil je daar wel aan?

dia 13 – zonde zit dieper dan we denken
Ik zou er in ieder geval graag onderuit willen komen!
Willen zeggen dat dat het kruis van Jezus een afschuwelijke vergissing was,
en me ervan distantiëren: ‘dat hebben ‘ze’ vroeger gedaan,
maar dat was fout, en daar wil ik niets mee te maken hebben.’
Zoals we tegenwoordig ook afstand nemen van bijvoorbeeld de VOC.

Wij zijn kampioenen in bagatelliseren.
‘Natuurlijk ben ik niet perfect, maar…’
‘Niet om het goed te praten, maar…’ en dan doe je het dus toch.
‘Dit kun je toch geen zonde noemen…’ Enzovoort.
We praten onszelf graag goed,
en hebben niet door hoe diep de zonde in ons zit.
Wij denken bij zonde misschien aan het overtreden van regels.
In de bijbel wordt zonde met overspel vergeleken:
je zoekt je geluk, je levensdoel of je identiteit bij een ander dan God.
Als wij denken dat we het zelf goed kunnen maken,
dan miskennen we hoe diep zonde zit.

dia 14 – het kruis geeft aanstoot
Maar bij het kruis kan dat niet meer.
Daar kun je niet meer zeggen: ‘ach, het valt wel mee…’
Daarom staat in de bijbel ook dat het kruis aanstootgevend is.
Jezus als voorbeeld, dat trekken we nog wel.
Jezus als priester, een tussenpersoon bij God,
daar valt nog wel mee te leven.
Maar Jezus als offer? Dat is een belediging!
De meeste Joden wilden er dan ook niet aan.
Ook de Hebreeën staan in de verleiding het op te geven.
Het kruis is een aanstoot – het is nooit anders geweest.
Het is de prijs voor de nieuwe relatie met God.

4. Wijs Jezus niet af
dia 15 – niet expliciet: door het te zeggen
Jezus is de ultieme tussenpersoon, dus wijs hem niet af!
Dat kun je expliciet doen.
Zeggen dat je Jezus niet nodig hebt,
dat je niet kunt accepteren dat Jezus voor jou gestorven is.
Dan zegt Hebreeën: wees niet zo dom de ultieme tussenpersoon af te wijzen.
Daarmee wijs je namelijk je beste en enige kans op een relatie met God af.
Jezus gaat tot het uiterste om dat mogelijk te maken –
zet dan je trots opzij en neem het aan!

dia 16 – niet impliciet: door het te doen
Maar Jezus afwijzen, dat kun je ook impliciet doen.
We kunnen de vroomste dingen zeggen,
en tóch Jezus naar de rand van de kerk drukken,
als iemand waar je op kunt terugvallen als je het wel heel bont maakt,
maar die je verder niet nodig hebt.

dia 17 – Heek
Ik las vorige week een interview met Gerbram Heek,
die binnenkort predikant wordt van onze zustergemeente in Buitenpost.
Hij was predikant in Mijdrecht,
en toen hij daar jaren geleden kwam,
trof hij een kerk aan die de deuren bijna kon sluiten.
Ze hadden van alles geprobeerd om te groeien,
tot aan advertenties in het Nederlands Dagblad aan toe
om vrijgemaakte gezinnen over te halen in Mijdrecht te komen wonen.
In het interview zegt Gerbram dat ze druk bezig waren de kerk in stand te houden,
maar dat het nauwelijks nog over Jezus ging.

Dat is ook voor ons een groot gevaar: dat we het systeem in stand willen houden.
We willen als gemeente graag groeien, maar waarom?
Willen we graag genoeg mensen om kerk te kunnen blijven zoals we gewend zijn?
Moet het systeem in stand gehouden worden?
Dan bid ik dat God ons zegent met krimp,
zodat we leren waar het in de kerk écht om gaat.
Of willen we mensen laten delen in de nieuwe relatie met God,
door iedereen op onze tussenpersoon te wijzen?
Dán bid ik dat God ons zegent met groei!

dia 18 – laat Jezus je tussenpersoon zijn!
Ik houd van de kerk.
Ik zeg niet dat alles anders moet.
Maar laat de kerk nooit de plaats van Jezus innemen!
Laat Jezus je tussenpersoon zijn!
Beter zul je het nooit vinden.
Amen.




Hebreeën 1-4 | Jezus opgeven? Ben je gek!

Geloven kan soms voelen als een opgave, wat meer kost dan oplevert. Waarom zou je volhouden, en je geloof niet op een lager pitje zetten? Hebreeën zegt: focus op Jezus, met hem heb je goud in handen! 1e Preek in leesproject over Hebreeën.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Gezang 192 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 44
Leefregels
Zingen: GKB Gezang 23
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Hebreeën 1 : 1 – 4 en 2 : 1 – 3
Zingen: GKB Psalm 95 : 4 en 5
Lezen: Hebreeën 4 : 1 – 11
Zingen: LvK Gezang 446 : 1, 2 en 3
Preek over Hebreeën 1 – 4
Zingen: Ik Ben – Sela (1, T, 2, 3, T, 4, 5T, 6T)
Kinderen terug
Avondmaal – onderwijs en viering
Zingen: GKB Psalm 95 : 1, 2 en 3
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

Jezus opgeven? Ben je gek!

Inleiding
dia 1 – zwart
Wel de lusten, niet de lasten – daar houden we van.
In ieder geval beter dan andersom: wel de lasten, niet de lusten.
Bij allerlei keuzes die wij maken speelt dat een rol:
we maken een afweging van kosten en baten.

dia 2 – Herman
Precies die afweging maakte een paar jaar geleden dat ik Herman heb verkocht.
Herman was mijn oldtimer, een blauwe Volvo 142.
Om je auto een naam te geven moet er wel een steekje bij je los zitten,
dat geef ik direct toe.

In ieder geval: toen ik hem kocht was het ‘wel de lusten, niet de lasten’.
Als student een auto rijden, dat leek mij onhaalbaar.
Maar deze auto kon ik betalen!
De aanschaf viel alles mee,
hij koste niet veel meer dan een fatsoenlijke nieuwe fiets,
en als oldtimer was hij vrijgesteld van wegenbelasting.
Dus kocht ik een auto, en ik voelde me de koning te rijk.
De lasten waren prima te overzien, en wat heb ik van die auto genoten!
Zeg nu zelf, zo’n onverwoestbare Volvo is toch veel leuker
dan een of ander koekblik
waarin je met windkracht 4 de Afsluitdijk niet eens op durft?
Ok, ook Herman was een avontuur om in te rijden,
het was hard werken zonder stuurbekrachtiging
en boven de 100 km/u kon je elkaar niet meer verstaan,
maar elke keer stapte ik met een grote glimlach uit mijn auto.

Maar hier in Franeker werd het steeds meer ‘wel de lasten, niet de lusten.’
Rijden in Herman is altijd een feest gebleven,
maar het kwam er steeds minder van.
Ondertussen bleken de jaren voor Herman wel te gaan tellen.
Dat was vooral aan die ellendige roest te merken.
Had ik net alle roest van een portier verwijderd,
helemaal kaal geschuurd, plamuur erop, glad gepolijst,
en met m’n verfroller weer afgewerkt,
was het volgende portier alweer aan de beurt.
En de kofferbak. En de wielkasten.
Het was niet meer bij te houden.
Herman werd een actiepunt die mij een schuldgevoel bezorgde.
Dus heb ik hem verkocht, opgegeven.

dia 3 – Jezus opgeven? Ben je gek!
Zo’n afweging van kosten en baten kun je maken als je een auto verkoopt,
maar je kunt zo’n afweging ook op je geloof loslaten.
Dat is wat de Hebreeën doen.
Het wordt hen steeds moeilijker gemaakt om te geloven,
de kosten stijgen alleen maar, terwijl het hen steeds minder oplevert.
Kunnen ze Jezus niet beter opgeven?
En dan is de boodschap van Hebreeën 1-4:
Jezus opgeven? Ben je gek!
Dat is het thema deze morgen,
en ik hoop dat deze boodschap je mag helpen vol te houden!

1. Opgeven?
dia 4 – Hebreeën: schrijver en lezers onbekend
Eerst over die ‘brief aan de Hebreeën’.
Wie heeft die brief eigenlijk geschreven? En aan wie?
Op beide vragen moet ik het antwoord schuldig blijven…
Niemand weet wie deze brief geschreven heeft.
Vroeger werd nog wel eens aan Paulus gedacht,
ook al komt zijn naam in de brief niet voor,
maar tegenwoordig is dat eigenlijk het enige waarover iedereen het eens is:
deze brief komt niet van Paulus.
Een naam die wel eens voorbij komt, is die van Barnabas,
Paulus’ reisgenoot tijdens zijn 1e zendingsreis, maar het blijft gissen.
Net zoals naar de ontvangers van de brief.
Het is in ieder geval waarschijnlijk dat de brief aan Joodse christenen is geschreven,
daarom ook die naam ‘Hebreeën’,
maar of het Joodse christenen in Jeruzalem zijn,
of heel ergens anders op de wereld: we weten het niet.

dia 5 – situatie: onder druk geloof op te geven
Waar we wel meer over weten, is hun situatie.
Als je het boek Hebreeën lees krijg je daar een aardige indruk van.
De brief zit vol aanmoedigingen: kom op, houd vol, niet opgeven!
Blijkbaar stonden de Hebreeën onder druk dat wél te doen.
Waarschijnlijk moeten we daarbij denken aan vervolging:
eerst de Joden en later de Romeinen moesten niets van die nieuwe godsdienst hebben,
dus werden christenen gewelddadig onderdrukt.

Even in termen van kosten en baten:
ze merken dat geloven in Jezus hen steeds meer kost,
terwijl hun eerste enthousiasme al een aardig eindje is weggezakt.
Het kost hen meer dan dat het hen oplevert,
en daarmee is de vraag: is het nog wel de moeite waard om te geloven?
De verleiding is groot om te kiezen voor de gemakkelijke weg: het geloof opgeven.
Want als je er steeds minder aan hebt, maar er een gigantische prijs voor betaalt,
waarom zou je het jezelf dan zo moeilijk maken?

dia 6 – geloven: ballast of zegen?
Wij hebben natuurlijk met heel andere problemen te maken dan de Hebreeën,
maar de vraag is dezelfde: als geloven je meer kost dan oplevert,
waarom zou je het jezelf dan zo moeilijk maken?
Ik heb Herman toch ook verkocht, en dat was een goede keuze!
Wat als geloven voor jou meer en meer een gewoonte is,
waar je veel tijd in stopt, waar je veel energie in stopt,
maar je komt tot de ontdekking dat het je niets oplevert.
Eerst probeer je die conclusie nog even weg te duwen,
je moet er niet aan denken je geloof kwijt te raken,
maar het blijft aan je knagen, en langzamerhand laat je de gedachte toe.
Jij stond altijd klaar, voor iedereen, maar wat heeft het je gebracht?
Elke zondag zit jij in de kerk, maar de dienst gaat langs je heen,
of je begint je steeds meer te ergeren aan kleinigheden.
Je leest elke dag uit de bijbel,
maar merkt dat het je ene oor in, je andere oor uit gaat.
Waarvoor doe je het nog?

En dan gaat het hard.
Je slaat een keer bijbellezen over.
Je bidt eens een dagje niet.
Je gaat eens een zondag niet naar de kerk.
En eigenlijk merk je het verschil niet.
Het voelt eerder als een bevrijding.
En nee: dit is niet alleen het verhaal van kerkverlaters.
Dit is de twijfel, de aanvechting, waar volgens mij elke christen mee te maken heeft.
Ik in ieder geval wel!
Is geloven wel zo’n zegen? Of is het onnodige ballast?

Wanneer de Hebreeën die conclusie trekken,
vallen ze terug in hun vorige, Joodse leven.
Dat is voor hen de makkelijke weg.
Bij ons is dat uiteraard een andere weg.
Je kunt je geloof afzweren en voortaan als atheïst door het leven gaan.
Maar dat is nog best een grote stap – waarom zo moeilijk doen?
Je kunt ook je geloofsovertuigingen vasthouden,
je gelooft in God, en in Jezus, en in het leven na de dood,
en je houdt vast aan de christelijke normen en waarden,
maar je zet je geloof gewoon op een wat lager pitje.
Een soort ‘wel de lusten, niet de lasten’-geloof.
Een geloof waar het dagelijks leven met God naar de achtergrond verdwijnt,
onder het motto: ‘maar ik gelóóf het wel.’

2. Jezus, Jezus en nog eens: Jezus
dia 7 – Jezus, Jezus en nog eens: Jezus
Wat moet je, als je zulke gedachten bij jezelf merkt?
Als geloven voor jou meer een last dan een lust is?
Wat is het medicijn daartegen?
Dát lees je in Hebreeën 1-4.
Het medicijn is Jezus, Jezus en nog eens: Jezus!

dia 8 – Jezus is het beste dat mensen kan overkomen
Als Jezus niet het middelpunt van je geloof is,
dan is er inderdaad alle reden om je geloof aan de wilgen te hangen.
Of op zijn minst aan een kleerhanger in je garderobekast,
tussen alle andere kledingstukken die je nooit meer draagt,
maar waarvan je maar nooit weet of ze nog eens van pas komen.
Wij kunnen allerlei kleine dingen heel belangrijk maken,
zo belangrijk dat we denken dat dat geloven is.
Of het nou fatsoenlijk leven, de invulling van de kerkdienst
of je inzet voor commissies is.
Door op allerlei bijzaken te focussen verdwijnt Jezus uit het hart van je geloof.
Er is maar één manier om vol te houden: focus op Jezus!
Want als je beseft wie Jezus is en wat Jezus gedaan heeft,
dan zou je wel gek zijn je geloof op te geven!

Dat wordt in de brief aan de Hebreeën verder uitgewerkt.
Als je deze week thuis al wat hoofdstukken hebt gelezen,
zul je gemerkt hebben dat Hebreeën geen makkelijk boek is.
Meer dan alle andere bijbelboeken grijpt Hebreeën terug op het OT.
De ene na de andere tekst wordt aangehaald,
en de schrijver gaat er vanuit dat het voor de lezer bekende kost is.
Maar als je er even goed voor gaat zitten, is het heel mooi.
Al die oude bijbelteksten overtuigen
dat Jezus het beste is dat de mensen ooit is overkomen en zal overkomen.

dia 9 – Jezus is meer dan: engelen – luister naar hem!
In Hebreeën 1-4 wordt dat op 2 manieren uitgewerkt.
In Hebreeën 1 en 2 wordt Jezus vergeleken met de engelen.
‘Hoezo engelen?!’ zul je misschien denken.
Nou, in het Jodendom van die tijd was veel aandacht voor engelen.
Engelen waren de boodschappers van God.
Een engel met een boodschap van God: veel dichter bij God kon je niet komen!
Maar dan zegt Hebreeën: Jezus is nog veel meer dan de engelen,
hij is Gods eigen Zoon!
Als je de boodschap van de engelen al zo belangrijk vindt,
dan verdient de boodschap van Jezus al helemaal alle aandacht!

Het is een unieke boodschap.
Engelen blijven op veilige afstand van mensen.
Ze brengen een boodschap over en zijn weer vertrokken.
Jezus niet – dat lees je in Hebreeën 2.
Jezus is mens geworden zoals wij,
‘om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel,
en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood.’
Jezus brengt niet alleen een boodschap over: hij ís de boodschap!

dia 10 – Mozes – Jezus leidt in Gods rust
Dan de tweede vergelijking, in Hebreeën 3 en 4,
waar Psalm 95 een grote rol in speelt.
Daar wordt Jezus met Mozes vergeleken.
Mozes was met de Israëlieten op weg naar het beloofde land,
het land van Gods rust.
Maar de echte rust, die hebben de Israëlieten nooit gevonden.
Daarvoor moet je bij Jezus zijn, die veel groter is dan Mozes.
Jezus leidt ons in Gods rust!

Naar ons toe zou de schrijver het anders hebben opgeschreven.
Hij schrijft aan mensen voor wie de engelen en Mozes boven elke twijfel verheven zijn,
maar Jezus niet – dat ligt bij ons natuurlijk anders.
Bij ons zou de vergelijking niet met engelen zijn,
maar met filosofen of gelukwetenschappers.
Dat zijn de mensen die ons vertellen
hoe we gelukkig kunnen worden en een goed leven kunnen hebben.
Dan zou Hebreeën zeggen: ‘Jezus is veel beter dan al die deskundigen van jullie.
Jullie zoeken naar de waarheid over het leven.
Maar Jezus komt van de Waarheid in eigen persoon!
Niemand staat dichter bij de Waarheid dan Jezus.
En dan te bedenken dat deze Jezus zich één maakt met ons – wat wil je nog meer?!’

De vergelijking zou ook niet met Mozes zijn,
maar met onze leiders van wie we heel wat verwachten:
dat ze zorgen voor werkgelegenheid,
dat onze koopkracht elk jaar wat puntjes stijgt,
dat je je op straat veilig voelt,
dat ze zorgen voor tevreden burgers.
Je kunt het ook zo zeggen: we verwachten dat ze ons naar het beloofde land brengen.
Dan zou Hebreeën zeggen: ‘Jezus is veel beter dan al die leiders van jullie.
Jullie zoeken naar het beloofde land, naar echte rust.
Jullie proberen het op allerlei manieren te bereiken,
maar Jezus brengt het jullie gewoon!
Hoezo is geloven ‘moeilijk doen’: kijk dan wat Jezus allemaal doet!’

dia 11 – goud
Dat is wat steeds terugkomt:
waar je Jezus ook mee vergelijkt, Jezus is altijd beter.
Alle alternatieven steken bij Jezus bleek af.
Met een ‘maar ik gelóóf het wel’-geloof doe je Jezus én jezelf tekort.
Met Jezus heb je goud in handen!
In hem, zegt Hebreeën 1, schittert Gods luister.
Je bent toch niet gek, dat je dat zou opgeven?!

3. Houd vol!
dia 12 – 1. focus op Jezus!
Wat moet je doen als geloven sleur wordt,
als je merkt dat het je meer kost dan oplevert?
Vanuit Hebreeën 1-4 wil ik 2 dingen meegeven.

Het eerste: focus op Jezus!
Dat klinkt zo logisch,
maar wat is het belangrijk om dat steeds weer te zeggen,
om jezelf er steeds weer aan te herinneren!
Want voor je het weet is je geloof een prachtig systeem
of een indrukwekkende manier van leven geworden,
maar is het hart eruit verdwenen.
Je geloof drijft op plichtsbesef, angst of gewoonte,
in plaats van op liefde voor Jezus Christus.
Dat kun je vast wel even volhouden,
maar uiteindelijk raak je in een geloofs-burnout.
Dus stel jezelf de vraag: waarom geloof ik?
Waar gaat het in mijn geloof eigenlijk om?
Misschien moeten er dan heilige huisjes omver om weer bij de kern te kunnen komen.
Leer je niet druk te maken om bijzaken: focus op Jezus!

dia 13 – 2. geef niet op!
Het tweede: geef niet op!
Hebreeën 3 vertelt over de Israëlieten die dat niet deden.
Een dramatische geschiedenis.
Ze staan op het punt het beloofde land in te gaan,
maar nu puntje bij paaltje komt haken ze af.
Opeens lijkt de woestijn veel aantrekkelijker, want vertrouwder,
dan dat beloofde land met al zijn gevaren.
Ze vertrouwen niet op God en zinken in het zicht van de haven.
Hebreeën zegt: laat die Israëlieten een waarschuwend voorbeeld zijn.
We zijn op weg het beloofde rijk van God.
Zorg dat je niet op het laatste moment afhaakt.
Wees niet zo dom je geloof op te geven!
Jezus komt terug – sta jij dan op hem te wachten?

dia 14 – 4:16
Het zijn harde woorden, en dat kan je onzeker maken.
Daarom is de belofte waar Hebreeën 4 mee afsluit zo mooi:
‘laten we zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige,
waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.’
Vandaag zoeken we dat in het avondmaal.
Juist daar valt alle ballast weg, alles wat niet bij de kern hoort.
We komen met lege handen bij Jezus Christus.
Hij voedt ons met zijn leven.
We vieren zijn dood en opstanding en krijgen nieuwe moed!
Amen.




Hebreeën 2:5-18 – Help, ik twijfel! Waarom staat God lijden toe?

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

(de psalmen zijn gekozen uit het liedboek omdat deze dienst een gezamenlijke dienst met de CGK was)

Welkom

Zingen: LvK Gezang 294 : 1, 4, 5 en 6

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: LvK Psalm 138 : 1, 2 en 4

Gebed

Lezen van de wet

Zingen: LvK Gezang 442 : 1 en 2

Lezen: Hebreeën 2 : 5 – 18

Zingen: LvK Psalm 22 : 1, 6 en 8

Preek

Zingen: LvK Psalm 22 : 10 en 12

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 163 : 1, 2 en 3

Zegen

Preek: Help, ik twijfel! Waarom staat God lijden toe?

Inleiding

dia 1 – waarom

Vanmorgen gaat het over de vraag:

‘waarom staat God het lijden toe?’

Ik denk dat er geen vraag is over het christelijk geloof

die meer gesteld wordt dan deze vraag.

Het is een enorm zwaar thema

en daarom wil ik maar even klein beginnen.

dia 2 – gymzaal

Ik had altijd een enorme hekel aan de gymlessen op school.

De meeste klasgenoten vonden het heerlijk:

eindelijk een les waarvoor je niet hoeft na te denken!

Maar ik ging altijd met een licht misselijk gevoel naar de gymzaal.

Volgens mij ben ik gewoon niet gemaakt om te sporten,

en al helemaal niet om te turnen.

Ik heb altijd al een onhandig lang lijf gehad.

Weet ik veel waar ik mijn armen moet laten slingeren…

Nou ja, ik was dus lekker onhandig met bewegen, dat ben ik nog steeds,

en had nooit al te veel vertrouwen dat ik zonder kleerscheuren uit de gymles zou komen.

Dat kon natuurlijk niet lang goed gaan.

Dat ging het dus ook niet.

dia 3 – toestellen

Volgens mij was het in de brugklas.

Toen ik de gymzaal inliep, wist ik al: dit wordt afzien.

Vandaag geen badminton, volleybal of basketbal,

nee, de brug, trampoline, dikke matten en meer van dat soort martelwerktuigen.

Met lood in de schoenen waag ik me aan een handstand,

geholpen door twee klasgenoten om mijn benen omhoog te houden.

Natuurlijk krijg ik mijn benen niet ver genoeg de lucht in,

en mijn klasgenoten kunnen helpen wat ze willen,

je krijgt Mark dus niet in de handstand…

In plaats daarvan beland ik kermend op mijn staartbotje.

Dat is op zich een hele prestatie, maar het deed enorm pijn.

Ik ben direct naar huis gegaan,

en kon een paar dagen nauwelijks lopen.

dia 4 – zwart

Ach, ik weet ook wel: dit is natuurlijk niet het zwaarste lijden.

Het was na een paar dagen weer voorbij

en ik heb er geen blijvend letsel aan overgehouden.

Maar het deed wel pijn!

Iedereen kent wel voorbeelden van groter lijden.

Een blik op de nieuwskoppen zegt genoeg:

‘miljoenste kind vlucht voor oorlog in Syrië,’

‘groepsverkrachting fotografe schokt India opnieuw,’

‘zeker 165 doden door overstromingen Pakistan.’

Heftig, maar wel ver weg.

Lijden is ook veel dichterbij: in je eigen leven.

Ziekte, kinderloosheid, onrecht, eenzaamheid, depressie, dood.

Wat kun je daar mee worstelen.

Het is echt een zwaar onderwerp.

1.Waarom het lijden?

dia 5 – waarom lijden?

Waarom moeten mensen lijden?

Waarom staat God dat toe?

Hij is toch God, hij is toch machtig en vol liefde?

Had hij geen betere wereld kunnen maken?

Een wereld zonder natuurgeweld, zonder kanker en zonder haat?

Wat is dat voor God, die mensen laat lijden?

dia 6 – grootste vraag

Ik kwam ergens tegen dat deze vraag

voor veel mensen het grootste probleem is om te geloven.

In deze prekenserie over twijfel kan die vraag daarom niet ontbreken.

In mijn studententijd gingen Hanneke en ik wel eens liften.

Een van de leuke dingen daarvan

is dat je met totaal onbekende mensen soms hele diepe gesprekken kunt hebben.

Een keer belandden we bij een ouder echtpaar in de auto.

Al snel waren ze erachter dat wij theologie studeerden,

en we kregen een gesprek over God.

Zo interessant dat de man al snel snelheid minderde tot 80 km/u.

Eén punt kwam steeds terug:

‘ik kan niet geloven en ik wil niet geloven

in een God die kinderen laat verhongeren.’

En deze mensen zijn niet de enigen.

dia 7 – Hebreeën

In het bijbelgedeelte, Hebreeën 2, wordt de vraag niet letterlijk gesteld,

maar het gaat wel over het probleem.

Het stuk dat we gelezen hebben,

begint met een oud lied, het is Psalm 8.

Die Psalm zegt prachtige dingen:

de hele wereld is aan ons, mensen, onderworpen.

Het klinkt te prachtig.

De wereld aan ons onderworpen?

Wij zijn eerder aan de wereld onderworpen!

Kijk dan, er hoeft maar iets te gebeuren, en er is niets van ons over!

De schrijver van Hebreeën, we weten niet wie het is,

ziet dat probleem ook:

we zien er niets van.

In plaats daarvan zijn mensen steeds bang voor wat er komt.

In vers 15 schrijft hij dat we slaven zijn van onze levenslange angst voor de dood.

Dat lijkt al veel meer op de werkelijkheid.

Mensen zijn helemaal niet zo machtig,

we zijn eerder bang voor alles wat ons overkomt.

dia 8 – lijden en meelijden

Tot nog toe heb ik het over ‘het lijden’ gehad,

maar eigenlijk zijn er twee problemen: van het lijden en van het meelijden.

Neem nou die opmerking:

‘ik kan niet geloven in een God die kinderen laat verhongeren’.

Dat is geen opmerking van iemand die zelf lijdt, maar van iemand die meelijdt.

Meelijden kan vanaf een afstand.

Je kunt dan boos worden op God, hem ter verantwoording roepen,

dat schijnt zelfs te kunnen als je niet in hem gelooft.

Dit is vaak een probleem van het hoofd:

hoe krijg ik God en het lijden logisch bij elkaar.

Maar als het lijden jou persoonlijk treft, is het heel anders.

Dan heb je niets aan antwoorden die uitleggen

dat het heus wel klopt dat God het lijden toestaat.

Het is dan geen theoretische vraag meer,

het gaat over jezelf:

waar is God in mijn leven?

dia 9 – Lewis

Het verschil tussen deze twee problemen, lijden en meelijden,

zie je heel mooi bij C.S. Lewis.

Hij heeft twee boeken geschreven over het lijden.

Eén dik boek vol antwoorden.

En een dun boekje na het overlijden van zijn vrouw.

Dan schrijft hij opeens:

‘het is gemakkelijk gezegd dat je gelooft dat een touw sterk genoeg is

zolang je het gebruikt om er een pakje mee dicht te binden.

Maar veronderstel dat je aan dat touw boven een afgrond moest hangen.

Zou je niet dan pas werkelijk ervaren hoever je vertrouwen gaat?’

Van de antwoorden in zijn eerste boek lees je niets meer terug.

Hij stelt alleen nog maar vragen en worstelt.

‘Heer, waarom doet u dit met mij?’

2.Jezus’ lijden

dia 10 – Jezus’ lijden

Voor wie verwacht dat ik die vraag ga beantwoorden,

heb ik een teleurstellende mededeling: ik ga geen antwoord geven.

Ik heb daar twee redenen voor.

De eerste is dat ik het antwoord gewoon niet heb.

Ik weet ook niet waarom God ons laat lijden.

Verder geloof ik ook niet dat, als het antwoord al zou bestaan,

zo’n antwoord je verder helpt.

Alsof je daarna zou zeggen:

‘aha, nu snap ik het God, bedankt,

laat mij maar weer verder lijden.’

Ik zou dan in ieder geval denken: ja, maar God heeft makkelijk praten.

dia 11 – Jezus weet wat lijden is

En dat is precies het punt wat Hebreeën noemt:

God heeft over lijden geen makkelijk praten.

Het wordt een paar keer genoemd:

Jezus is in alles gelijk geworden aan ons, mensen.

Hij is geboren en groeide op.

Zijn moeder troostte hem als hij weer eens gevallen was.

Misschien is hij ook wel eens op zijn staartbotje gevallen.

Het is in ieder geval niet zo dat hij daar tegen beschermd was,

omdat hij nu eenmaal God is.

Als er iemand is die weet wat lijden is, dan is het Jezus wel.

Ik heb het al wel vaker gezegd:

de mensen moesten niets van hem hebben.

Zijn vijanden zochten naar de gelegenheid hem uit de weg te ruimen.

En zijn vrienden? Die verraadden hem.

Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

Jezus werd gemarteld in de brandende zon.

Jezus weet precies wat lijden is.

dia 12 – moeilijke weg

In vers 10 wordt gezegd dat God dit passen vond.

Een raadselachtige zin.

Hoezo past dit lijden bij God?

Het laat iets zien van hoe God met mensen omgaat.

Gods antwoord op ons lijden, als je het al een antwoord wilt noemen,

is niet dat hij aan al het lijden een einde maakt.

Hij kies voor een veel moeilijkere weg:

hij stelt zichzelf bloot aan het lijden,

om zo dicht bij ons te zijn.

In Jezus ondergaat God het probleem zelf, tot het uiterste.

Het pas bij God dat hij zichzelf niet buiten schot laat.

Dat is nog geen antwoord op waarom wij lijden.

Zelfs Jezus had het antwoord niet.

Hij vraagt: ‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

Het laat wel zien wat het antwoord niet is.

Op de vraag waarom God het lijden toelaat,

worden twee antwoorden vaak gegeven:

God is niet altijd liefde of God is niet almachtig.

Jezus laat zien dat die antwoorden onzin zijn.

God is liefde.

Jezus koos voor de pijn van het lijden.

Er is maar een reden om dat te doen: liefde.

Blijkbaar is liefde niet simpel.

Blijkbaar doet liefde pijn,

moet je er soms voor lijden.

Jezus doet dat: hij is liefde.

En God is almachtig.

Jezus stond weer op uit de dood.

Maar God gebruikt zijn macht niet als een dictator.

Hij gebruikt zijn macht om mens te worden.

Hij gebruikt zijn macht om klein te worden.

Hij kiest niet voor zijn eigen geluk, maar voor mensen.

Dat is pas macht!

3.Lijden en heerlijkheid

dia 13 – lijden en heerlijkheid

God blijft niet op afstand staan,

maar dompelt zich in het lijden onder.

Hoe langer ik daar bij stil sta,

hoe meer ik van God onder de indruk ben.

Maar is het ook een antwoord op ons lijden?

Prachtig dat God ook durft te lijden,

maar daarmee is het lijden de wereld nog niet uit.

Hoe helpt het lijden van Jezus ons nou verder?

Volgens Hebreeën helpt het ons inderdaad verder:

het lijden van Jezus is de manier waarop God ons in zijn luister wil laten delen.

Het gaat er niet alleen om dat Jezus net zo heeft geleden als wij,

maar ook dat hij is opgestaan uit de dood,

en voor ons een plaats klaarmaakt in de hemel.

dia 14 – noodzakelijk kwaad?

Betekent dat dan dat lijden een noodzakelijk kwaad is om iets mooiers te krijgen?

Vaak zit ons leven wel zo in elkaar.

Je krijgt een vervelende inenting,

maar daardoor ben je wel beschermd tegen enge ziektes.

Je zit uren in de auto,

maar daarna heb je een mooie vakantie.

dia 15 – nooit goed

Maar zit het zo met het lijden?

Dat als je lijdt, er vanzelf iets moois uitkomt?

Vaak genoeg is dat niet zo.

Meestal is lijden gewoon zinloos.

Ik denk niet dat we steeds moeten zoeken naar een diepere bedoeling achter het lijden.

Soms kun je dat achteraf wel zien.

Zoals bijvoorbeeld die gymles dat ik op mijn staartbotje viel.

Dat is een van de vele dingen die mij hebben geleerd om soms ‘nee’ te zeggen.

Ik heb er ook van geleerd dat ik niet alles hoef te kunnen.

Uit het lijden kan iets goeds voortkomen.

De moeilijkste momenten uit mijn leven, waren misschien ook wel de leerzaamste:

daar leerde ik mijzelf en God het meeste kennen.

Maar toch: dat uit het lijden iets goeds komt,

dat is te kort door de bocht.

Achteraf kun je dat soms zeggen,

maar dat maakt het lijden nog niet goed.

dia 16 – lijden Jezus maakt verschil

Wat bedoelt Hebreeën toch als er staat dat lijden de weg naar eer en glorie is?

Ik denk dat het belangrijk is om te beseffen

dat het niet direct over ons lijden gaat, maar over het lijden van Jezus.

Voor Jezus was het lijden niet het einde.

Lees maar mee:

vers 9: Jezus is voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst,

en nu is hij vanwege zijn lijden met eer en luister bekroond.

En vers 18: Jezus heeft het lijden volbracht.

Misschien dat Jezus dat ook wel bedoelde toen hij aan het kruis schreeuwde:

‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’

Dat is namelijk de titel van Psalm 22.

Een Psalm die eindigt met hoop.

Jezus’ lijden maakt verschil.

Kijk maar in vers 14 en 15:

Jezus heeft door zijn dood definitief afgerekend

met de heerser over de dood, de duivel.

En zo heeft hij ons bevrijd van onze levenslange angst voor de dood.

Of vers 10: Jezus gaat de weg van lijden om ons te laten delen in Gods luister.

Er blijven veel vragen onbeantwoord.

Was er geen andere weg voor God dan het lijden van Jezus?

En waarom lijden wij ook nog steeds?

Ik weet het niet.

Maar het lijden van Jezus geeft wel hoop.

God gebruikt dat lijden om ons een nieuwe toekomst te geven.

4.Relatie met Jezus

dia 17 – relatie met Jezus

Maar ondertussen zitten we midden in het lijden.

En dan lukt het niet altijd om vooruit te kijken.

Wat moet je vandaag met je problemen?

Wat moet je vandaag met je vragen?

dia 18 – aan God vragen

Het klinkt misschien als een open deur,

maar stel ze aan God.

Dat klinkt makkelijker dan het is.

Volgens mij is het makkelijker om over God te praten

dan om met God te praten.

Daar heb ik in ieder geval wel last van.

Maar God wil graag dat we onze vragen aan hem stellen.

En het mooie is: christenen kunnen die vraag tenminste nog aan iemand stellen.

Maar christenen zijn echt niet de enigen die het moeilijk hebben met het lijden.

Als je atheïst bent, kun je die vraag niet eens aan iemand stellen.

Christenen kunnen dan nog boos worden op God.

Soms zit het leven alleen maar tegen,

maar dan nog is het niet zinloos en kun je tenminste je vragen aan God stellen.

Dus stel je vragen gewoon.

dia 19 – model en persoon

Maar kun je ook een antwoord vinden op je vragen?

Er zijn heel wat theorieën over het lijden,

maar ze hebben allemaal wat onbevredigends.

Als je aan God de vraag stelt:

‘waarom moet ik lijden?’

dan is het antwoord niet te vinden in een of ander model.

Het antwoord is alleen te vinden in een persoon: Jezus.

Jezus schreeuwde het uit: ‘waarom?!’

Hij kreeg geen antwoord.

Jezus is iemand die onze vragen begrijpt.

En dat is misschien nog wel veel belangrijker dan iemand die antwoorden geeft.

Volgens mij hebben we helemaal geen behoefte

aan iemand die wel even komt uitleggen hoe het zit,

waarom we toch echt moeten lijden.

Veel liever hebben we dat iemand gewoon luistert

en zijn arm om ons heen slaat.

dia 20 – Jezus voelt mee

Jezus is zo iemand die kan meevoelen.

Hij weet wat je meemaakt, van binnenuit.

Hij weet wat het is om te lijden.

Juist daarom kan hij ons helpen.

In vers 18 staat:

‘Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld

en het lijden volbracht heeft,

kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan.’

Als je lijdt, lijk je op Jezus.

Jezus noemt je graag broer of zus.

Hij wil naast je staan.

En als je anderen wilt helpen met hun vragen,

doe dat dan zelf ook:

luister, in plaats van antwoorden.

‘Waarom moet ik lijden?’

Ik weet het antwoord niet.

Maar naast Jezus, die koos voor het leven op aarde,

ook al wist hij dat het zwaar zou worden,

voel ik me wel veilig.

Schreeuw het maar uit, huil, wees boos,

stel je vragen, worstel, durf dat maar gewoon.

Maar ga er wel mee naar Jezus.

Want dan heb je ook een reden om te blijven vechten,

te blijven liefhebben en te blijven hopen.

Hij kent het lijden, als geen ander.

Amen.




Hebreeën 4,14-16 – Bidden dankzij Jezus onze hogepriester

Biddag voor gewas en arbeid

Liturgie

Voorzang: Gez 172,1.4
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Gez 149
Gebed
Lezen uit de Bijbel

-         Hebreeën 2,14-18

-         Hebreeën 4,11-16
Preek over Hebreeën 4,14-16
Zingen: Gez 155
Gebed afgewisseld met Gezang 37,1.3.5.7.8
Collecte
Zingen Ps 65,2.3.5.6
Zegen

Opmerking: Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Hebreeën 4,14-16 – Bidden dankzij Jezus onze hogepriester

1. Bidden. Het heeft iets vanzelfsprekends. Natuurlijk gaan we vanavond bidden. En heel veel mensen bidden. Bidden, dat kan iedereen. Over heel de wereld wordt gebeden, in alle godsdiensten. Je hoeft maar je handen te vouwen en je kunt beginnen. Toch?

Maar is elke manier van bidden gelijk?

Als je op internet eens op zoek gaat naar hoe Moslims bidden, dat zie je dat je op de voorgeschreven tijden moet bidden. Je moet beginnen met Allahoe Akbar, Allah is de grootste. Wat je moet zeggen, de verschillende houdingen, het is allemaal voorgeschreven. De nadruk ligt op het erkennen van de grootheid van Allah. Allah blijft op afstand.

Hindu’s moeten oppassen op welke dag ze iets doen. Je moet altijd rekening houden met de invloed van verschillende goden. Mantra’s moeten goed uitgesproken worden. Elke god heeft zijn eigen mantra’s – zinnen die je niet begrijpt als Nederlander. Zonder probleem heb je zomaar meer dan 30 goden bij elkaar. Er horen offers bij.

Moderne westerse mensen, soms kerkgangers, die bidden, kun je weer iets heel anders horen zeggen. Je bidt niet om God iets te vragen. Bidden is een vorm van meditatie, therapeutische meditatie. Je wordt er rustig van. Het verandert jou zelf en maakt dat je houding beter wordt, liefdevoller. Of er een god is die luistert, dat is nauwelijks van belang.

Lang niet alle gebeden zijn zo concreet en persoonlijk als wij het gewend zijn. Zoals we hier straks samen bidden – dat is totaal anders dan Moslims of Hindu’s het doen. Is het wel zo vanzelfsprekend, zoals wij hier bidden?

Daarom is het mooi dat het vanavond èn biddag is, èn het begin van de 40-dagentijd – de tijd waarin we nadenken over het lijden en sterven van onze Heer, Jezus Christus. Wij bidden als volgelingen van Jezus. Wij bidden dankzij zijn lijden en sterven. Bidden als christen is een heel eigen manier van bidden. Wat is dat dan? Wat heeft Jezus aan ons bidden verandert?

Daarover wil ik vanavond met jullie nadenken, naar aanleiding van Hebreeën 4,14-16. En we nemen in ons achterhoofd mee wat we gelezen hebben in Hebreeën 2.

2. Wat je proeft in de Islam en in het Hindoeïsme, dat is: god, het goddelijke, staat op afstand. En zo is het ook! God is op afstand komen te staan – en wij gaan een keer dood. Onze relatie met God is stuk gelopen – en daar waren we zelf bij. Het was onze eigen schuld. Zonde, noemt de Bijbel dat. Nu zijn we sterfelijke mensen geworden. Ons leven ligt in het donker – angst voor de dood, de macht van de duivel. Slaven zijn we geworden.

En dus kunnen we helemaal niet meer open en vrij met God omgaan – als er niks gebeurd.

We zijn zelf bang – zou God wel naar ons luisteren?

We schamen ons.

We voelen schroom, zegt Hebreeën.

Kom ik weer…

Zou God naar mij luisteren?

In de tabernakel, de tent van God in Israël, werd die afstand heel duidelijk. Alleen de priesters mochten offers brengen. Elke dag mocht maar één priester met reukwerk het heilige in. Eerbied, afstand. En maar één keer per jaar mocht de hogepriester voorbij het voorhangsel in  het allerheiligste komen. Eén keer per jaar maar, met bloed van een offer voor zichzelf, want anders zou hij het niet overleven. Afstand tussen zondige mensen en de heilige God.

Die afstand blijft er als je leeft zonder Jezus. Als je bidt zonder Jezus.

Dan blijft God op afstand.

Hij komt niet dichtbij.

Je hebt het gevoel: ik moet het goed doen. Anders luistert hij niet.

Zou het helpen om de woorden goed uit te spreken? Plechtige taal – zou Hij dan luisteren? Maar dat kan ik niet, daar heb ik niet voor geleerd. Kan ik dan wel bidden?

Misschien voelt het wel alsof je bidt tegen een muur. Een gesloten hemel.

Bidden is niet vanzelfsprekend!

3. Maar het is niet gebleven zoals het toen was. Het volk Israël had een tabernakel op aarde. Het echte heiligdom, zegt Hebreeën, is in de hemel. En nu is er voor het eerst een hogepriester die met een offer in dat heiligdom in de hemel binnengegaan is.

De Zoon van God zelf.

In Hem schittert Gods luister.

Hij is Gods evenbeeld.

En hij zag dat wij mensen van vlees en bloed een probleem hadden – een groot probleem. Gevangenschap, de macht van de duivel, doodsangst, sterven. Zondige mensen. En Hij is een mens geworden!

Stel je voor dat je een imker bent, en je hebt bijen. Misschien weten jullie dat bijen in Europa een groot probleem hebben: ze sterven ’s winters massaal. Het klinkt raar, maar denk je eens in: die imker is zo begaan met zijn bijen, dat hij alles wel wil doen. Hij wil dat probleem van de bijensterfte oplossen. Uiteindelijk kiest hij er voor om zelf bij te worden. En als een bij te sterven. Om zo hun problemen mee te maken en op te lossen. Bizar? Onmogelijk?

Wat God gedaan heeft in zijn Zoon is nog veel onwaarschijnlijker. Maar wel hiermee vergelijkbaar. De Zoon van God wordt mens. God wordt mens. En God wordt als mens op de proef gesteld. In elk opzicht, net als wij – kijk in 4 vers 16. De duivel heeft van alles geprobeerd om Jezus te laten zondigen. Gods Zoon is iemand geworden die net als wij weet wat het is om te worstelen. Met verleiding. Met jezelf. Met wat anderen je aandoen. Met ziekte. Met teleurstelling. Maar nooit is hij bezweken. nooit heeft hij gezondigd.

En hìj is onze hogepriester.

Hij heeft zelfs geleden – daar staan we de komende weken bij stil.

Geleden, en hoe. Onschuldig is hij door mensen uitgekotst. Weg met die man. Sla hem maar aan een kruis. Met spijkers aan een kruis vastgetimmerd.

Maar Hij is trouw gebleven aan God, zijn Vader. Hij is doorgegaan en heeft in de Heilige Geest als een offer zich aan God gegeven. Hij verzoent onze zonden. Bedekt ze. Doet ze weg. Neemt ze mee in zijn dood. Offert zichzelf.

Wat een wonder, dat offer. Zondag mogen we speciaal stilstaan bij Jezus’ dood, in het avondmaal. Wen er nooit aan! Laat zijn dood nooit vanzelfsprekend worden.

En met dat offer van zichzelf is hij – na zijn opstanding, met hemelvaart – de hemel doorgegaan. Kijk in 4,14. Jezus is als  hogepriester met zijn eigen bloed in het heiligdom naar binnen gegaan. Al onze zonde verzoent hij. Alle afstand overbrugt hij. Hij is bij God – voor ons!

Hij maakt de weg naar God open!

Nu kunnen we bidden!

4. Ja, nu kunnen we bidden. Dankzij Jezus onze hogepriester.

Bidden is niet vanzelfsprekend.

Kijk om je heen, hoe mensen die zonder Jezus leven bidden. Zonder Jezus is God op afstand.

Met Jezus wordt het zo anders.

Dan is Jezus er: de perfecte hogepriester die ons uitnodigt: Kom, kom naar de troon van God. En bid.

Wees niet bang. Denk niet dat God je niet ziet staan. Doe niet moeilijk alsof God alleen luistert als je de goede houdingen kent, de juiste technieken hebt geleerd, de goede mantra’s, de goede formules.

Denk je dat God daarvan onder de indruk zou zijn? Dat daardoor God dichterbij komt? Natuurlijk niet.

Jezus met zijn dood, zijn offer, Jezus overbrugt de afstand.

Door alle muren heen, voorhangsel of niet, door alle aardse tempels heen, over de grote kloof tussen God en mens heen, is Jezus naar God gegaan. En Hij is de weg! Wij mogen achter hem aan.

Daarom zegt Hebreeën 4,14: hou vast aan het geloof dat we belijden. Van het geloof in Jezus hangt heel je gebed af.

Want die hogepriester weet wel wie jij bent. Hoe jij en ik in elkaar zitten. Onze zwakheden. Als we onszelf of elkaar tegenvallen. Teleurstellen. Hij weet het uit ervaring – en hij voelt

met ons mee! En juist dan nodigt Hij ons uit: Kom, kom naar de troon van de Genadige.

Ga met Jezus mee, de hemel door, voorbij alle muren en voorhangsels. Direct naar de troon van God – de Genadige! Je Vader!

Bid vol vertrouwen. Zonder angst.

Bid – om hulp.

Bid – om barmhartigheid.

Bid – om genade.

Kom in Christus, kom in geloof.

Stort je hart uit bij God – in jouw woorden.

Leg je persoonlijke zorgen bij God neer.

Bid voor grote en kleine dingen. Ook voor je dagelijks brood. Ook voor gewas en arbeid.

God zal horen en helpen – op het juiste tijdstip. In de NBV staat dat er niet zo duidelijk, in het grieks en in andere vertalingen wel. God helpt en reageert – op het juiste tijdstip, als Hij weet dat het goed is.

Bidden is niet vanzelfsprekend.

Dankzij Jezus’ lijden en sterven mogen wij bidden.

En dus mogen we bidden.

Laten we straks dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we als we hulp nodig hebben op het juiste tijdstip barmhartigheid en genade vinden.




Hebreeën 12,14-17 – Neem elkaar mee naar Jezus’ komst

Tweede zondag van de Adventstijd

Liturgie

Voorzang Gez 148
Aansteken tweede adventskaars
Stil gebed
Votum / groet
Zingen LB 120,1.2.3
Wet
Zingen Ps 11,2.3
Gebed
Lezen Genesis 11,1-9
Zingen LB 321,1.2.3
Tekst Hebr 12,14-17
Preek over Hebr 12,14-17
Zingen LB 285
Kinderen
Zingen: Als God de hemel open doet, vers 1 en 2 (projectlied)
Lezing deel avondmaalsformulier 3
Gebed
Collecte
Zingen Ps 150
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Hebreeën 12,14-17: Neem elkaar mee naar Jezus’ komst

Beste mensen, gasten, broers en zussen,

1. Het zal je maar gebeuren. Je bent samen met een nieuw project gestart. Bijvoorbeeld op school, een project over … windenergie. Alle meesters en juffen zijn enthousiast, alle klassen werken over windenergie. Straks is er een avond, dan komen de ouders kijken.

Zo hebben we allerlei projecten. Een afstudeerproject. Met 3, 5 mensen werk je samen om een mooi project neer te zetten. Iedereen laat zien wat hij kan, en produceert een geweldig eindexamenwerkstuk.

Een groot bouwproject, zoals in Babel. Alles is goed voorbereid. Tekeningen staan op papier. En er komt iets van de grond. Het gebouw wordt steeds hoger.

En dan opeens: je bent samen aan het werk. Je zegt iets tegen de ander. ‘He, help es even. Hoe doe jij dat?’ ‘Wat zeg je nou?’ Je loopt naar de ander toe. ‘He, ik vraag je wat, kun je ook normaal antwoord geven?’ Wat is er? ‘Kan niet verstaan’ Iedereen sprak dezelfde taal, maar nu? Het lijkt wel of iedereen een andere taal spreekt. En je moet gewoon ophouden met werken. Het project mislukt helemaal.

Zo ging het in Babel. Daar werkten ze nog eens aan een project! Een toren tot in de hemel. Wat een zelfoverschatting. De mensen op de plek van God. Maar er komt niets van terecht. God brengt verwarring in hun taal. En ze snappen elkaar niet meer. Die arrogante mensen, God jaagt ze uit elkaar. Hun opstand tegen God maakt dat ze ook elkaar kwijtraken.

Hun opstand tegen God maakt dat ze ook elkaar kwijtraken.

Wat geeft Jezus Christus ons terug? Gemeenschap. God zoekt ons op. Hij wil ons hart weer voor zich winnen. We krijgen ook elkaar weer terug! Pinksteren: de Geest spreekt alle talen. God is een God van liefde. God sticht gemeenschap – kijk om je heen.

Maar – zouden we elkaar weer kwijt kunnen raken? Net zoals in Babel?

Samen volgen we Jezus. Samen op weg naar zijn komst. Jezus komt terug op de wolken. Maar: is dat een project van ons samen? Of raken we elkaar onderweg kwijt?

In Hebreeën 12 worden we serieus gewaarschuwd. Er kunnen ook hier dingen gebeuren, waardoor we elkaar kwijtraken. We kunnen zo leven, dat we God weer kwijtraken. Dat er hier mensen zijn die de Heer nooit zullen zien. God en elkaar kwijtraken – zou dat weer kunnen gebeuren, net als in Babel?

Ja dat kan. En daarom staan we deze tweede adventszondag stil bij de waarschuwing van Hebreeën 12.

2. De eerste oproep: streef ernaar in vrede te leven met allen. Allen, dat is in de Hebreeënbrief iedereen die bij Gods volk hoort. Vrede met iedereen die door Christus’ offer bij God gebracht is.

Met iedereen? Ook met … je begrijpt wel wie ik bedoel?

Laten we hier beginnen: streef naar vrede met iedereen in deze gemeente. En dan is vrede niet: Ik heb met niemand een probleem. We hebben geen ruzie, dat is genoeg.

Nee, streven naar een goede verhouding. We zien elkaar en komen samen tot bloei. Dat is vrede.

Maar dat kan toch niet? Zo mooi wordt het hier nooit.

Er staat: streef er naar. Dus: zet jij je ervoor in dat het zo wordt. En kijk eens in Hebreeën 13,20-21 [opzoeken]:

Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge hij in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.

God is een God van vrede

En God sticht vrede.

Door Jezus Christus: zijn bloed is het bloed van het eeuwig verbond.

Die God van vrede maakt het mogelijk dat wij streven naar vrede, door Jezus Christus.

Zo nodigt Hij ons steeds weer aan de avondmaalstafel uit – een maaltijd van vrede, van het nieuwe verbond.

Dus: je inzetten voor vrede is mogelijk omdat de God van vrede het mogelijk maakt, door Jezus Christus. Hij kan het in ons voor elkaar krijgen.

Het kan alleen als het niet ons project is. Als wij hier niet onze eigen toren van Babel bouwen. Maar als de hemel echt open gaat. Als het Gods project is.

Streef daarom allemaal naar vrede met iedereen – hier in de gemeente als eerste.

Dat wil zeggen: laat God het in jou tot stand brengen. Niet jij zelf, niet jouw project. Maar God in jou. Jezus Christus die jou uitnodigt aan tafel. Die in jou komt door brood en wijn.

Dat is een oproep die hier een sterke lading krijgt.

Je kunt tussen twee dingen kiezen:

Laat God in jou werken en streef naar vrede met allen.

Of streef niet naar vrede met allen, maar dan raak je ook de God van de vrede kwijt!

Pas dus op! Pas op dat de genade van God je niet ontgaat!

3. Als we streven naar vrede, dan willen we elkaar niet kwijt – zoals het bij Babel gebeurde. We kunnen ook God kwijtraken. Dat zie je heel duidelijk in de tweede oproep: leidt een heilig leven, anders kun je de Heer niet zien.

Dus wij moeten allemaal heilige boontjes worden? Zo iemand die nooit iets fout doet, maar wel schijnheilig anderen erbij lapt? Niet uit te staan?

Zou een heilig boontje echt ‘heilig’ zijn? Nee. Wat is ‘heilig’?

Heilig – dat is God. Groot, heerlijk, machtig en indrukwekkend, puur en goed, volmaakt. Angstaanjagend als je zelf niet heilig bent.

Als wij heilig zijn, dan passen we bij God. Dan richten we ons op God en wijden we onszelf aan Hem. Zoals een zonnebloem steeds zijn bloem naar de zon draait. Heilig: op God gericht – dus puur en goed. Volmaakt. Echt mens – zonder jezelf te overschatten of te overschreeuwen. Niet onuitstaanbaar. Maar prettig.

En opnieuw, denk aan 13,20: Moge hij in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus.

God maakt ons heilig.

God is heilig en Hij wil ons laten delen in zijn heiligheid, kijk in 12,10.

De hele brief door zie je – 2,11. Hoofdstuk 9 en 10 – niet ik maak mezelf heilig, maar Jezus maakt ons heilig. Christus’ bloed, Christus’ offer.

Heiligheid, heilig leven, leven voor God, je krijgt het van Jezus. Het hoort bij de genade van Jezus Christus.

Maar dan is het weer: je kunt kiezen tussen twee dingen:

Of je zegt: Ja Heer, maak mij heilig. Ik ben onheilig maar ik wil veranderen. Ik wil een heilig leven leiden.

Of je zegt: Heilig? Daar heb ik geen zin in. God accepteert me zoals ik ben. Mij verander je niet. Zeur niet, ik geloof toch?

Pas op! Dan vergis je je!

Bij Jezus mag je komen zoals je bent. Hoe onheilig ook – hij stuurt niemand weg. Ga naar Hem toe!

Maar wat wil Jezus? Jezus wil je bij God, zijn Vader brengen. En dat kan alleen als Hij jou heilig maakt. Onheilig, dat is onrein. Vies. Slecht. Past niet bij God.

En dus: leef een nieuw, een heilig leven.

Je krijgt het van Jezus.

Maar: zeg er wel ‘ja’ tegen. Neem het aan. En leef heilig. Dus: laat je geweten reinigen van zonde – bid om vergeving. En stop met zondig gedrag. Stop! Anders komt Jezus straks terug, en zul je de Heer niet zien!

4. De derde waarschuwing die ik naar voren wil halen. Pas op voor bitterheid. Er staat, vers 15: Zorg ervoor … dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet.

Letterlijk staat er: pas op dat er geen wortel van bitterheid opgroeit, die onrust veroorzaakt en velen zou besmetten.

Die bittere wortel, dat kan van alles zijn. Verkeerde opvattingen. Een verkeerde manier van leven. Jaloezie, wrok, boosheid. Roddel. Onopgeloste kwesties.

Een voorbeeld. Een paar week geleden zijn er mensen de kerk uitgelopen tijdens de voorzang van een themadienst. In de gesprekken die ik na die zondag heb gehad met mensen, proefde ik soms bitterheid. Bij voorstanders en bij tegenstanders van themadiensten.. Iedereen wil dat God groot gemaakt wordt in onze kerkdiensten. Dat het erediensten voor God zijn. Maar een echt gesprek van hart tot hart over de vorm, verzandt zomaar in vastgeroeste stellingnames: ik ben voor themadiensten. Ik ben tegen themadiensten. Is dat geen wortel van bitterheid?

En jullie kunnen vast zelf wel andere voorbeelden bedenken.

Pas op dat niemand door bitterheid zich de genade van God laat ontgaan.

Daarin hebben wij allemaal onze verantwoordelijkheid. Als kerkenraad. Als er over kwesties gepraat moet worden, dan zetten wij ons in voor zulke gesprekken. Daarom hebben we ons voorgenomen om een echt gesprek over themadiensten op gang te brengen. Een gesprek van hart tot hart. Voor- en tegenstanders: wat drijft je?

Ieder heeft hierin ook persoonlijk een eigen verantwoordelijkheid.

Het is advent. We leven toe naar Jezus’ komt. We vieren volgende week avondmaal. Beproef jezelf juist op dit punt. Is er bitterheid in je hart? Door welke oorzaak ook maar? Die bitterheid mag er niet blijven.

Soms is die bitterheid makkelijk weg te nemen – door een goed gesprek of zo. Als dat kan: zoek elkaar dan op.

Maar ook hier geldt weer: Moge de God van vrede in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus. Bitterheid echt wegnemen, dat kan God alleen.

En dan is de vraag die ik aan iedereen persoonlijk stel: Wil jij dat Jezus Christus het medicijn is tegen jouw bitterheid? Staat jouw hart wijd open voor de Heilige Geest, de Geest van Gods liefde en van Gods vrede? Of bedroef je de Heilige Geest? Doof je de Heilige Geest uit? Bekeer je dan, anders ontgaat de genade van God je nog!

5. Uiteindelijk zijn die vragen persoonlijke vragen die iedereen alleen zelf mag beantwoorden. Is er bitterheid in mijn hart? Wil ik dat de Geest die bitterheid in mij wegneemt? Laat niemand van ons oordelen over de ander: Dat is iemand met een bitter hart. Het oordeel over het hart van een ander komt niemand van ons toe.

Maar tegelijk: weten jullie wat er aan het begin van vers 15 letterlijk staat? Let er bij elkaar op.

Niet let er bij jezelf op. Maar iedereen in de gemeente: let erop bij jezelf en bij de ander.

Neem dat begin van vers 15 serieus: Let er bij elkaar op dat niemand – jij niet, ik niet, niemand niet – zich de genade van God laat ontgaan.

Wij zijn voor elkaar verantwoordelijk. Wij zijn aan elkaar gegeven. Om naar elkaar om te zien. Om voor elkaar te zorgen. En om elkaar in het geloof op te bouwen. Daarom hebben we die commissie, ‘Samen groeien’. Hoe kunnen we dat doen? De gemeente zo organiseren, dat we elkaar zien staan, naar elkaar omzien. Voor elkaar zorgen. En elkaar in het geloof opbouwen?

Jullie zijn voor elkaar verantwoordelijk.

Let er bij elkaar op – en dan op dat diepere nivo: dat niemand zich de genade van God laat ontgaan.

Dus die mensen die je nooit meer in de kerk ziet maar die wel in de gemeentegids staan: dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van een dominee, of ouderlingen. Dat is de verantwoordelijkheid van jullie allemaal. Ga naar ze toe. Vraag hoe het met ze gaat. Praat met ze over de genade van God. Daarover! Vraag of ze groeien in de genade van God, of wegzakken en Gods genade aan het kwijtraken zijn. Als je op dat nivo in gesprek geraakt bent, dan kun je ze goed stimuleren om in de kerk te komen.

Let erop bij jezelf en bij de ander: dat is niet: praat met elkaar over anderen. Dat gebeurt hier in de gemeente veel te veel. Praten over elkaar kan een giftige kiem worden die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet.

Praat met elkaar. Is er iets met een ander? Ga er op af. En streef naar een gesprek van hart tot hart. Streef naar vrede. Help elkaar: dat niemand van ons de genade van God ontgaat. Dat willen we toch niet! Over leven uit de genade van God, laat daar jullie gesprekken over gaan.

6. Het is de tijd van Advent. We leven toe naar Kerst, we leven toe naar de komst van de Heer. Jezus komt terug!

Op weg naar die dag vieren we volgende week avondmaal.

Aan de tafel van genade waar Jezus ons uitnodigt.

Daar deelt hij zijn vrede uit.

Daar aan die heilige tafel worden wij geheiligd.

Zijn lichaam en zijn bloed zijn een medicijn tegen onze bitterheid.

Aan die tafel ben je welkom, als je het heilige niet minacht.

Gebruik deze adventstijd, deze week van voorbereiding om jezelf te beproeven. Hoe sta ik tegenover het heilige?

Wees niet als Esau.

Dat was die man die hongerig thuiskwam. Hij rook de linzensoep die zijn broer Jacob gemaakt had. En hij kocht die soep in ruil voor zijn eerstgeboorterecht. Liever eten dan de oudste zijn, dan de erfenis van de oudste krijgen, degene zijn met wie God verder wilde. Boeiuh… Als het maar lekker is. God? Is dat lekker dan?

Maar later huilde Esau. Voor hem was er geen zegen meer. Geen echte toekomst. God ging verder met Jacob, niet met Esau. Lees thuis maar eens na in Genesis 25 en 27.

Minacht je het heilige? Of verlang je ernaar?

Een eeuwige toekomst met God.

Deel krijgen aan Gods heiligheid.

Heilig leven.

Veranderen en op Jezus gaan lijken.

Heilig avondmaal vieren.

Vol zijn van de Heilige Geest.

Heilig gemaakt worden door de Geest.

Samen gemeenschap van heiligen.

Wat betekent het voor je?

Is Jezus degene die jouw heilig mag maken?

Mag de Heilige Geest jou steeds weer vullen en veranderen?

Wil jij graag dat niemand hier in de gemeente de genade van God zou kwijtraken?

Wil je elkaar meenemen naar Jezus’ komst?

Als je echt kerst en avondmaal wilt vieren.

Als je God wilt zien en in zijn rijk binnen wilt gaan.

Als je niet voor eeuwig verloren wilt gaan.

Zeg dan ja op die vragen.

Ja, Jezus, is verlang naar uw komst.

Ja Heer, ik kom graag bij u aan tafel om u te eten en te drinken.

Ja, Jezus Christus, maak mij heilig door uw bloed.

Ja, Heilige Geest, vul mij steeds weer en vernieuw mij.

Ja, want wij zijn samen op weg naar Jezus’ komst!

Gelukkig ben je, als je daar ja op zegt.

Luister maar naar wat Jezus zegt (Matt 5):

Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.