Handelingen 2,38-39 – Wat moeten wij doen?

Liturgie

  • Voorzang Gez 118,1.3
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen Gez 102a,1.2
  • Schuldbelijdenis en genadeverkondiging: n.a.v. Handelingen 2,38-39
  • Zingen Ps 34,6.7.8
  • Schriftlezing: Hand 2,1-13.36-42
  • Zingen Gez 103,1.5.6.9
  • Preek over Handelingen 2,38-39
  • Zingen: LB 473,1.5.6.10
  • Kinderen
  • (’s Morgens Zingen: Ps 51,5Lezen: Rom 8,1-13 plus Gal 5,22-23Zingen LB 252,1.2)
  •  (’s middags: GeloofsbelijdenisZingen: LB 477)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 64,1.3.4
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Handelingen 2,38-39 – Wat moeten wij doen?

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Wat moet je doen om de Heilige Geest te ontvangen? Of heb ik de Heilige Geest al gekregen? Hoe weet ik dat dan?

Pinksteren is een mooi feest. God komt in ons wonen – wat wil je nog meer.

Tegelijk valt mij op dat er rondom de Heilige Geest veel onzekerheid is. Bijvoorbeeld de vraag waar je nu precies aan moet denken bij ‘de Heilige Geest’. Ik hoor nogal eens: God de Vader en Jezus, daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar de Heilige Geest? Ik vind het toch altijd wat vaag. Zou jij het uit kunnen leggen aan je collega, je buurman?

En dat roept natuurlijk allerlei andere vragen op. Wat doet de Heilige Geest? Waaraan kan ik de Heilige Geest herkennen? Plus natuurlijk deze vraag: wat moet ik doen om de Heilige Geest te ontvangen?

Je ziet hier in Handelingen 2 prachtige dingen gebeuren. Op de morgen van het Pinksterfeest begint het te waaien vanuit de hemel. Alle mensen in het huis krijgen een vlam op hun hoofd. Allemaal worden ze vervuld met de Heilige Geest. Ze gaan in andere talen spreken. Spectaculair. Maar als ik dat niet heb meegemaakt, heb ik dan de Geest wel gekregen? Wat moet ik doen om de Geest te krijgen?

Bij die vraag staan we vanmorgen speciaal stil. Wat moet ik doen om de Heilige Geest te krijgen? We doen dat naar aanleiding van het antwoord dat Petrus geeft in Handelingen 2,38-39. Daar noemt hij heel concreet een aantal dingen en in een bepaalde volgorde: eerst je bekeren, dan je laten dopen, Jezus aanroepen en vergeving krijgen. En dan zal de Heilige Geest je gegeven worden.

Ik merk dat ook deze tekst vragen op roept. Doen wij dingen verkeerd, in Nederland, in onze gemeente, in onze kerken? Soms lijkt het of wij zo weinig merken van de Heilige Geest. Moeten wij dingen anders doen? Staan wij de Heilige Geest in de weg?

Over al die vragen gaat het in deze preek. Ik kan ze niet allemaal goed behandelen in één preek. Het uitgangspunt is daarom de vraag in vers 37: Wat moeten we doen?

2. Alleen: wat wordt er eigenlijk gevraagd in vers 37?‘Wat moeten we doen om de Heilige Geest te krijgen’?

Nee, dat vragen ze helemaal niet. Ze reageren op de toespraak van Petrus. Petrus laat zien dat wat gebeurt de vervulling is van een profetie. De profeet Joël had voorspeld dat God zijn Geest aan alle mensen zou geven.

Dat God juist nu zijn Geest uitstort, dat zegt iets over Jezus. Jezus was een paar week geleden door zijn eigen volksgenoten gedood. Maar God had hem weer levend gemaakt. Jezus was immers de verlosser van Israël. God had Jezus bovendien met hemelvaart de hoogst voorstelbare positie gegeven. Jezus zit aan Gods rechterhand. Jezus regeert als koning over hemel en aarde. En dat zijn geen slappe praatjes. Het bewijs? Jezus heeft uit de hemel de Heilige Geest uitgestort – vandaar die vlammen, die wind, al die vreemde talen.

Conclusie van Petrus: jullie Joden, jullie hebben een grote fout gemaakt. Jullie hebben Jezus gedood. Maar hij was de verlosser, de Messias van God. Gelukkig heeft God ingegrepen. God heeft hem aangesteld tot heer en messias.

En dan schrikken ze allemaal enorm. Als dat waar is… Dan hebben ze hun eigen redder en verlosser vermoord. Vandaar hun vraag: Wat moeten we doen? We hebben iets ontzettend ergs gedaan. Hoe kunnen we nu verder?

Wat Petrus zegt is een antwoord op die vraag. Hij geeft dit antwoord aan allemaal ongedoopte volwassen Joden die hun eigen verlosser gedood hebben.

Daarom zegt Petrus: Bekeer je. Stop met dat leven zonder Jezus. Het waren allemaal vrome joden. Maar ze hebben Jezus gedood. En daarvan moeten ze zich bekeren, van een leven dat Jezus kan kruisigen.Zoek juist je toevlucht bij Jezus. Laat je dopen in zijn naam. Bij hem alleen kun je vergeving krijgen voor deze grote vergissing. En dan zal het wonder gebeuren. Jullie zijn Joden, aan jullie is de Heilige Geest beloofd. Jullie zullen de Heilige Geest alsnog krijgen! Net zoals wij, Jezus’ eigen leerlingen.

Vers 38-39 vormen dus een heel specifiek antwoord in een bepaalde situatie. Toch geeft Petrus hier wel degelijk een antwoord op onze vraag: Wat moeten wij doen om de Heilige Geest te ontvangen? Daarom lopen we de onderdelen van Petrus’ antwoord nu samen met elkaar langs.

God is de enige die ons zijn Geest kan geven. Maar wij hoeven niet passief af te wachten. Het heeft zin om te vragen: Ik wil graag de Heilige Geest ontvangen. Wat moet ik daarvoor doen?

3. Als eerste: je bekeren. Wat is dat?

Kijk naar de Joden in Handelingen 2. Vrome joden. Maar ze moesten zich bekeren. Hun leven was een leven zonder Jezus.

Je bekeren is je omdraaien. Stoppen met een leven zonder Jezus. En naar Jezus Christus toegaan.

Maar het is toch alleen dankzij Gods genade als ik mij bekeer? Nou, dan moet ik dus maar wachten tot God het mij geeft.

Die conclusie klopt niet. God geeft ons bekering – helemaal waar. Maar hoe doet hij dat? God begint met een oproep: bekeer je! Bijvoorbeeld nu in deze preek. Een oproep aan jou, aan jou, aan mij.

Leef jij zonder of met Jezus Christus? Is Jezus jou Heer en wil jij Hem gehoorzamen, of niet?Stop met leven zonder Jezus. Vandaag nog. Ga naar Jezus toe.

Dat is in eerste instantie iets eenmaligs. Je leefde zonder Jezus, maar je hebt je bekeerd. Je wilt Jezus volgen.

Maar ook als je met Jezus wilt leven, kan het opnieuw nodig zijn om je te bekeren. Als ik bij mezelf begin: zo maar zijn er stukken van mijn leven waar ik Jezus niet echt volg. Herken jij dat ook?

Het kan zijn dat je leven als christen mat is, zonder enthousiasme. Je gelooft wel, maar eigenlijk geloof je het wel. Je komt in de kerk, maar je zit de dienst uit en dat is het dan. Geloof je dan echt in Jezus Christus?

Het kan ook zijn dat je het te druk hebt om je echt in te zetten voor onze gemeente. Je hebt het te druk om te bidden, om bijbel te lezen. Tenminste, dat zeg je – ik heb het te druk. Maar je bent eigenlijk best veel tijd kwijt met de TV, met internet, met bellen, met klussen. Heb je het te druk? Of leef je eigenlijk zonder Jezus?

Het kan zijn dat er mensen zijn die je negeert – thuis, op je werk, in de kerk. Je groet ze niet, je ziet ze niet staan. Je hebt ze niet lief. En dan zegt Johannes: als je je broer of zus die je wel ziet, niet liefhebt, kun je onmogelijk God liefhebben – God die je niet ziet.

Wanneer leef jij zonder Jezus? Waar wil jij niet doen wat hij zegt? Denk daar over na. Vraag de Heilige Geest het je te laten zien.

En als je nu diep in je hart weet dat er iets in je leven is dat weg moet, aarzel dan niet. Zeg het hardop in gebed tegen Jezus. Zoek een medechristen op aan wie je dat vertelt. Een ouderling, je dominee, je groeigroep. Bid er samen voor – wie weet direct na deze dienst. En stop met dat zondige leven zonder Jezus.

4. Het tweede wat Petrus zegt: laat je dopen op de naam van Jezus Christus om vergeving van zonden te krijgen.

Beide zijn nodig voordat je de Heilige Geest kunt ontvangen: gedoopt worden op de naam van Jezus, en vergeving van zonden. Waarom?

De doop op de naam van Jezus Christus bezegelt een nieuwe relatie: een verbond tussen Christus en jou. Je hoort nu bij Christus, zoals een man bij een vrouw hoort. Man en vrouw trouwen meestal in gemeenschap van goederen. Dat wil zeggen: wat van mij is, is van Janneke. Wat van Janneke is, is van mij. Het prachtige servies van mijn opa en oma, en – helaas – die lelijke stoel van Jannekes oma waar zij zo aan gehecht is. Als wij een verbond sluiten met Jezus Christus, dan krijgen wij van Jezus wat van hem is. En wat krijgen wij dan? Vergeving van zonden, en – dat komt straks – de Heilige Geest.

Die vergeving van zonden. Waarom hebben we die nodig? Zonde staat tussen ons en God in. Wie zondig is past niet bij God – je bent vies, schuldig, onheilig. En dus pas je niet bij de Geest. Gods Geest is heilig. Je kunt de Heilige Geest alleen krijgen als je zonden vergeven zijn en als je schoongewassen bent door Jezus’ bloed.

Samengevat: door de doop op de naam van Jezus krijg je zeg maar ‘recht’ op de vergeving en op de Heilige Geest. Door de vergeving van zonden komt er in je leven ruimte voor de Heilige Geest.

En als je als kind gedoopt bent? Dat is heel mooi. De Joden in Handelingen 2 konden niet eerder als kind gedoopt worden.

Als je als kind gedoopt bent, dan krijg je via je ouders de belofte: Jezus wil zijn Heilige Geest ook aan jou geven.

Maar een gedoopt kind moet wel leren: van mijzelf ben ik geneigd tot een leven zonder Jezus. Als ik de zonde opzoek, word ik vies, onheilig, schuldig. Dan is er geen ruimte voor de Heilige Geest om in mij te wonen. Als ik leef zonder Jezus, moet ik mij daarvan bekeren. Ik heb Jezus nodig. Ik heb vergeving nodig. Anders kan ik de Heilige Geest niet ontvangen.

Zo wordt het tegen ons allemaal gezegd: bedroef de Geest niet. Doof de Geest niet uit. De Heilige Geest past niet in een zondig leven zonder Jezus. Alleen waar Jezus is met zijn vergeving, daar kan ook de Heilige Geest gegeven worden.

5. Na je bekering, nadat je een verbond gesloten hebt met Jezus, nadat je zonden vergeven zijn, is er ruimte om de Heilige Geest te ontvangen.

Pas dan? Werkt de Geest niet al veel eerder? Zonder de Geest kan ik me toch niet bekeren? Of Jezus als Heer erkennen?

Dat klopt helemaal. Dat de Joden in Handelingen 2 diep getroffen waren door Petrus’ woorden, was dankzij de Heilige Geest. Maar er is verschil tussen wat de Geest allemaal in je leven kan doen, en het ontvangen van de Geest, waardoor de Geest in je leven komt wonen.

Als ik een huis koop, krijg ik de sleutel. Dan ga ik klussen. Maar in de kamer staan tuinstoelen op de betonnen vloer, met verfspatten erop. Ik slaap er niet, ik woon er niet. Ik breng er al eens wat dozen met spullen naar toe. En dan, als alle spullen er staan en het hele huis klaar is, dan kom ik er wonen.

Zo is het met de Heilige Geest ook. Als de Geest met je bezig gaat, dan moet er eerst geklust worden. Bekering tot Jezus. Vastleggen van de koop – het sluiten van een verbond. Grote schoonmaak – vergeving. En dan ontvang je de Heilige Geest definitief en komt de Geest in je wonen.

Ook daarna blijft het nodig om te bidden om de Heilige Geest. Zoals je ook je huis moet onderhouden, helaas. Bid om vervuld te worden met de Heilige Geest. De Geest kan in je wonen, terwijl je toch niet vol bent van de Heilige Geest. Dan is het nodig om daar opnieuw om te bidden.

Heb jij de Geest ontvangen? Woont de Geest in jou? Blijf jij bidden om steeds opnieuw vervuld te worden van de Heilige Geest?

Hoe weet je dat de Geest in je woont? Als je merkt dat de Geest in jou aan het werk is!

En weet je wel wat de Geest je allemaal voor moois doet? Hij laat je zien wat zonde is, maar ook wie je verlosser is. Hij brengt je bij Jezus. Hij geeft geloof en zekerheid. Hij maakt je sterk en helpt je. Hij laat je iets geweldigs ontdekken: ik ben kind van God! Ik mag God ‘Vader’ noemen. Ik mag zelf tot God bidden! Hij wijst je een weg. Hij leert je de Bijbel begrijpen. Hij laat zijn vrucht in je leven rijpen. Hij wekt een steeds groter verlangen naar Jezus op!

Als de Geest die dingen in jouw leven doet, dan heb je de Geest ontvangen!

6. Word je daar onzeker van? Ben je bang dat je de Heilige Geest niet gekregen hebt?Of vraag je je af: werkt de Heilige Geest nog wel in onze kerk, in christenen om mij heen?

Ik vind het belangrijk om jezelf die vraag eerlijk te stellen. Wij kunnen de Geest bedroeven en uitdoven.

Ik merk het zelf: als er een zonde is waar ik niet mee breek, als ik iets in de plaats van Jezus zet, dan kan de Geest minder met mij.

Als jij en ik geen probleem hebben met onze zonde, worden we lauw. Dan wordt het een slappe hap in de kerk.

Misschien schrik je wel van jezelf. Eigenlijk ben ik bezig de Geest teleur te stellen. Eigenlijk zou ik me moeten bekeren… Maar…  Ik durf niet. Het gaat te ver. Wat moet ik dan? En de anderen doen het ook niet. Wat zullen de mensen van me zeggen?

Van jezelf schrikken is goed. Maar waarom zou je bang worden? Zelfs als jij de Geest nog niet ontvangen hebt? Bang zijn, dat is pas nodig als je wegloopt bij Jezus Christus.

God heeft een belofte gegeven. Lees het begin van Petrus’ toespraak. God zegt: ‘Ik zal over alle mensen mijn Geest uitgieten’.

Die belofte is voor Israël. Maar niet alleen! De belofte van de Heilige Geest is voor heel de wereld. Kijk maar wat Petrus zegt: de belofte is ook voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.

Petrus heeft het over jou en mij. Wij wonen ver weg van Jeruzalem. Helemaal in noordwestelijk Europa. De belofte is ook voor ons. God heeft ons geroepen. Hij roept ons nu. Als je gedoopt bent, heb je de belofte van de Heilige Geest zelf gekregen.

Wat denk je? Als je merkt dat je enthousiasme voor God weg is. Als je weet dat je de Geest hebt bedroefd. Wat zou God willen – dat jij bang wordt en voor hem wegkruipt?

Nee! Jezus wil juist dat je weer naar hem toegaat. Dat je eerlijk om vergeving vraagt. En dat je bidt: Heilige Geest van God,vul opnieuw mijn hart.

Dan zal God je niet laten vallen. Hij wil je juist graag vullen met zijn aanwezigheid.

Want Jezus zegt: ‘Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’

Wie Jezus wil volgen en bidt om de Heilige Geest, die zal de Geest ontvangen!




Handelingen 5,1-11 – Heilig is Hij – Hij kent mij

Voorbereiding voor het heilig avondmaal

Liturgie

  • Voorzang Ps 50,1.2
  • Votum / groet
  • Zingen Ps 50,3.4
  • Wet
  • Zingen Ps 50,7.10.11
  • Gebed
  • Lezen: Handelingen 4,32-5,16
  • Tekst: Handelingen 5,1-11
  • Preek
  • Zingen Ps 139, 1.3.11
  • Voorbereiding op het avondmaal
  • Zingen Gez 125,1.2.4.6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 170,1.2.3
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Handelingen 5,1-11 – Heilig is Hij – Hij kent mij

1. Het begon zo mooi. We kwamen een tijdje geleden bij de gemeente. En we waren onder de indruk. Toen we hier kwamen, voelden we ons welkom. Mensen hadden oog voor ons. We voelden ons verbonden. We proefden: hier is God.

We vonden onze plek. We waren een hechte groep met elkaar. We zijn gegroeid in ons geloof. Het was allemaal zo bijzonder! Als er iets was, je kon altijd ergens terecht. We hoefden ons geen zorgen te maken, nergens over. De gemeente was ons vangnet.

Maar wat er nu gebeurt. Dit heb ik nog nooit meegemaakt.

Hebben jullie het al gehoord?

Wat er nu gebeurd is?

Er zijn twee doden gevallen. Een man en een vrouw.

Wat is er gebeurd?

De Heilige Geest van God is uitgestort. Er is een groep mensen ontstaan – duizenden mensen – die Jezus erkenden: Hij is de Messias, Hij is Heer. Ze loven God. Ze zijn een hechte gemeenschap. Ze delen alles met elkaar. Er gebeuren wonderen in de naam van Jezus. Er waren wel aanvallen van buitenaf, maar intern is het zo bijzonder. Dichtbij God, dichtbij elkaar. Ze wijden hun leven aan God. Helemaal. Heilig leven.

En dan is er die man. Ananias.

Hij komt bij de apostelen, bij Petrus. Hij heeft ook een stuk land verkocht. En hij geeft ook al het geld aan de gemeente.

Indrukwekkend, dat mensen dat doen. Een stuk land verkopen en al het geld weggeven.

Nu dus ook Ananias. Knap, als je dat kunt. Je bezit, je toekomst, je inkomsten, je eten, delen met anderen. Helemaal. Weer zo iemand om een voorbeeld aan te nemen. Daar heb ik respect voor.

Maar hij komt bij Petrus. En dan…

Het eerste wat Petrus zegt: Ananias, waarom heb je je hart laten vullen door satan? Waarom heb je de Heilige Geest bedrogen? Je hoefde geen land te verkopen. Je hoefde niet alles hier te brengen. Maar nu doe je net alsof. Je doet of je alles geeft. En het is maar een deel. Besef je dat je God bedrogen hebt?

En Ananias valt dood op de grond!

Ter plekke!

Moet je nagaan. Dat gebeurt in deze geweldige gemeente.

We hebben het zo goed met elkaar.

We leven zo dichtbij God.

En nu …

Ananias, en ook Saffira zijn vrouw later op de dag.

Allebei dood.

Dat is schrikken.

Is God gevaarlijk?

Is God als een hoogspanningskabel, waar je maar niet in de buurt moet komen?

2. Hoe zou jij gereageerd hebben?

Word jij bang van dit verhaal?

Wat doe je als je in een gemeente zit waar zulke ingrijpende dingen gebeuren?

Wat zouden zij gedaan hebben, toen?

En wat zouden zij van God gedacht hebben?

Weg hier – dit is niet veilig?

Wat denk jij dat dit verhaal over God zegt?

En als wij dit met elkaar mee zouden maken, wat voor effect zou dat op onze gemeente hebben?

Ook wij maken met elkaar ingrijpende dingen mee. Anders dan bij Ananias en Saffira, maar ook ingrijpend. En zo is er de afgelopen vijf jaar van alles gebeurd.

Het is bemoedigend om te zien dat vanaf het begin zulke dingen gebeuren. Vanaf Handelingen 5 zijn er regelmatig ingrijpende dingen binnen de gemeente. Hier twee mensen die sterven. Later conflicten, ruzies, meningsverschillen, mensen die zich verwaarloosd voelen. Zo snel al na het mooie begin gaat het intern mis. Het lijkt wel of de bijbel wil zeggen: Wen er maar aan.

Maar wat vooral bemoedigend is: God gebruikt zo’n crisis. Als test en beproeving. Hoe reageer je erop? Wat voor effect heeft het op je? Als loutering ook. Vuur dat vuil wegbrandt. Gods heiligheid die onze zonde weg schroeit. Soms moet het mes er in; moet er iets weggesneden worden. En denk dan allereerst maar aan jezelf. In jou, in mij, zijn dingen die dood moeten. Mijn zonde moet dood. Sterven met Christus. Dat moeten we aan het kruis slaan. Zo moet er ruimte groeien voor het nieuwe leven.

We kunnen God niet voor de gek houden. God prikt overal doorheen. Verstoppertje spelen heeft bij God geen zin. Gelukkig maar. Nu kan Hij ons genezen. Hij weet wat Hij in ons leven weg moet snijden. Hij weet waar het mes erin moet. Hij weet ook hoe Hij ons genezen kan.

Want dat is wat God wil: ons leven genezen. Ons groei geven. Verdieping.

We zitten met elkaar in een impasse.

Ik weet niet waar God ons brengt als gemeente.

Maar ik doe wel een oproep op jullie. Gebruik deze situatie zoals God Hem gebruikt.

Of je er nu midden in zit of verbaasd zit te kijken: Wat gebeurt hier?

Gebruik deze situatie zoals God hem gebruiken wil.

En zo wil ik met jullie op weg naar het avondmaal nadenken over Handelingen 5. Wat doet het daar met de gemeente? Wat doet het met mensen? Er gebeuren ingrijpende dingen – wat is het effect daarvan op jou, op mij?

Wees er zeker van: God wil niets liever dan dat je geloof in Jezus Christus zich verdiept. Dat er in je leven meer ruimte komt voor de Heilige Geest. Dat je groeit in overgave en toewijding aan God.

 

3. Wat is het effect van de dood van Ananias en Saffira?

Iedereen die het hoort, schrikt.

En dat kun je je voorstellen.

Natuurlijk schrik je als je dit hoort.

Mensen schrikken in de bijbel vaker van God.

God is God.

God is groot in majesteit, in luister, in heerlijkheid.

God is heilig.

En die heilige God wil bij mensen wonen. Hij zoekt ons weer op – onheilige zondaren. Dat deed Hij altijd al. Dat deed Hij in het Oude Testament in de ontmoetingstent, de tabernakel. De grote heilige God woont bij mensen in een tent. Door Jezus Christus, onze heilige verlosser, verlost Hij ons. Jezus maakt ons heilig. En dan sinds Pinksteren komt God niet maar bij ons wonen. God komt in ons wonen, in onze harten. Daar woont de Heilige Geest. En de gemeente is tempel van de Heilige Geest.

Heilig – dat is typisch voor God.

Als mensen Gods troon mogen zien, zien ze ook bijzondere wezens bij Gods troon die roepen: Heilig – heilig – heilig.

Gods heiligheid is precies waardoor Hij anders is dan wij.

Hij is God en geen mens.

Hij is volmaakte liefde en geen zondaar.

Hij is stralend licht en geen duisternis.

Hij is – heilig.

Groot – indrukwekkend – onvoorstelbaar.

En daarom is het zo bijzonder wat God wil: de Heilige wil bij, wil in mensen wonen.

Want Hij wil dat wij heilig worden.

Volmaakt.

Liefdevol.

Stralend.

Licht.

Hoe reageert God als dat mooie voor het eerst kapot gemaakt wordt?

God geeft iets onvoorstelbaars: de Heilige Geest woont in mensen.

Als die mensen dan de Heilige Geest bedriegen.
Als er een eerste kras komt op dat geweldig mooie.

Dan laat God zien: Ik ben heilig. Ik laat niet met me spotten.

Zo reageerde God ook in het Oude Testament toen de ontmoetingstent net klaar was. Iets geweldig moois: God woont bij zijn volk. Twee zonen van Aäron brachten verkeerd reukwerk op het altaar. Een felle vlam kwam uit het heiligdom. Ze stierven ter plekke. Kijk maar in Leviticus 10. Hij is heilig en wil serieus genomen worden. Als God.

Hoe reageer jij als je dat ontdekt – Heilig is Hij?

Ben jij eigenlijk wel eens geschrokken van God? Diep onder de indruk geraakt van zijn grootheid?

Of denk je: God is liefde. Hij vergeeft wel. Ik kan altijd bij Hem terecht. En ondertussen loop je over Hem heen. Ga je je eigen gang.

Heb jij door wie God is?

De Heilige?

Laat de impasse waar we als gemeente inzitten, je tot bezinning brengen.

Heb ik wel door wie God is?

Heilig – heilig – heilig is Hij…

4. Laat de impasse waar we in zitten, je tot bezinning brengen. Bovendien: we vieren volgende week zondag avondmaal. Kijk daarom naar Ananias en Saffira, naar wat er met hen gebeurt. En ga na hoe je tegenover God staat.

Kijk goed: je kunt de Heilige Geest niet voor de gek houden. De Heilige Geest laat zich niet bedriegen. God prikt door de schone schijn heen. Ananias en Saffira verkochten een stuk land. Van buiten zag het er allemaal prachtig uit. Land verkopen, geld weggeven, alle opbrengst zelfs. Gelovige mensen die de daad bij het woord voegen. Van buiten ziet het er mooi uit. Maar God ziet dat ze zich mooier voordoen dan ze zijn. Dat ze als superchristen bekend willen staan. Maar ondertussen bedriegen ze de boel. Van buiten kan het er mooi uitzien – God ziet wat er in jouw hart is. Je kunt de Heilige Geest niet voor de gek houden.

Misschien houd jij wel een christelijk image op. Van buiten klopt het allemaal. Het ziet er mooi uit. Je leeft volgens christelijke of zelfs gereformeerde gewoontes. Maar wat zit daaronder? Waar is je hart vol van? Proeven anderen dat je van Jezus houdt, je Heer?

Stop met toneelspelen! Weg met alle maskers.

Tegenover God is er alleen plek voor complete eerlijkheid. Alles ligt open voor Hem.

Gelukkig maar.

Mensen die iets te verstoppen hebben, die zijn niet gelukkig.

Geheimen, verborgen kamertjes, ze gaan aan je knagen.

Toegedekte rottigheid gaat zweren.

Gelukkig ziet God alles.

Soms moet dan het mes er in.

Maar dat is goed. Als we eerlijk zijn en alles open leggen voor God, dan kan Hij ons genezen. Zijn Geest kan overal komen en alles aanraken. Alles heel maken.

Maar dan is wel de vraag:

Mag de Geest je hele hart bewonen? Daar gaat het uiteindelijk om.

Bij Ananias en Saffira ook. Ze waren niet echt toegewijd aan God met hun hele hart. Ze wilden van twee walletjes eten. God en het geld. En zo heeft satan hun hart gevuld. Want dat stond er in de vorige vertaling van 1951, en dat staat er ook in het grieks. Waarom heeft satan je hart gevuld zodat je gelogen hebt tegen de Heilige Geest? Zo ver kwam het, dat ze de Heilige Geest trotseerden; dat ze de Geest bedrogen.

En daardoor kwam het, dat ze iets achter hielden. Dat ze zich mooier voordeden dan ze waren.

Wat houd jij achter?

Mag de Heilige Geest in jouw hart wonen? Mag Hij in je hele hart wonen? Of zijn er stukken in je hart waar staat: Verboden toegang voor de Heilige Geest? Want daarachter liggen je afgoden – je eigen image, het geld wat je nog moet verdienen, seks en porno, macht en invloed, je eigen emoties, je pijn, je verdriet?

Bedrieg je de Geest? Of bid je steeds weer: Heer, geef dat ik me laat leiden door uw Geest? Wilt u me steeds weer vullen?

Stel dat je nu denkt: ja, er zijn wel dingen die ik eigenlijk liever achterhoud. En daar wil ik mee stoppen.

Ik zou zeggen: geweldig!

Ga bidden, thuis alleen of met een ander gelovig iemand samen. Je kunt het gewoon tegen God zeggen. Zeg eerlijk tegen God hoe je Hem buiten de deur houdt. Vraag om vergeving. En vraag de Heilige Geest om je hart te vullen. Dan kan God grote dingen gaan doen!

Maar ook als je dat niet denkt.

Bid dat je de Geest alle ruimte geeft. Zoals het in psalm 139 staat:

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,

peil mij, weet wat mij kwelt,

zie of ik geen verkeerde weg ga,

en leid mij over de weg die eeuwig is.

5. Wat was het effect van de dood van Ananias en Saffira?

Schrik. Dat wil zeggen: verdieping van het ontzag voor God. Heilig is Hij.

En de gemeente bleef groeien.

Er bleven wonderen gebeuren.

De mensen stroomden toe met hun zieken.

Vanaf het eerste begin gebeuren er in de kerk ingrijpende dingen. Kijk maar in Handelingen.. Lees de brieven maar. Misschien is het goed om tegen elkaar te zeggen: Wen er maar aan.

Alleen: die ingrijpende dingen willen niet zeggen dat de kerk er niet meer is.

Want God is er. Heilig is Hij. Hij geeft zijn Heilige Geest. Hij wil ons heilig maken. Helemaal toegewijd aan Hem. Totale toewijding.

Laat je daardoor bemoedigen.

Je ziet bij Ananias en Saffira: God kent je helemaal. Je kunt hem niet voor de gek houden. Voor de mensen kan het wat lijken – God prikt er door heen. God kent je helemaal. Dat betekent net zo goed: De mensen kunnen je ook onterecht afschrijven – maar God weet wie je echt bent. Hoe God ons ziet, blijft onafhankelijke van wat mensen zeggen.

God kent je helemaal.

En Hij wil niets liever dan in ons hart wonen. Hij heeft er geen plezier in als mensen dood gaan. Hij is geen wrede God die Ananias en Saffira eens even lekker te pakken neemt. Hij wil juist ons leven genezen. Weg met de leugen. Weg met de satan. Weg met de zonde. Daarom vindt Hij het zo erg wat Ananias en Saffira doen. De Heilige Geest bedonderen. Hun hart open stellen voor satan.

Hij wil het tegenovergestelde. Handelingen gaat over Jezus Christus die regeert. Het goede nieuws van koning Jezus gaat de hele wereld over. Alle machtige mensen horen ervan. Ananias en Saffira veranderen daar niets aan.

Want God is heilig. Hij kent ons helemaal en Hij wil ons heilig maken.

Hij wil ons mensen maken uit één stuk.

Mensen met een diepe passie voor God en voor een eerlijke wereld.

Mensen die lijken op hun God.

En niet alleen ons, nog veel meer mensen.

Wij kunnen in een impasse belanden.

Jezus Christus niet.

Hij gaat door. Hij is overwinnaar.

Dat is het enige wat telt.

Daarom vieren wij volgende week het heilig avondmaal.

Wij kunnen in een impasse belanden. Ingrijpende dingen meemaken.

Jezus Christus wil die dingen gebruiken. Hij is Heilig. Hij kent ons.

En Hij wil hierdoor ons laten groeien. Hij wil de crisis gebruiken als loutering.

Laat dat je bemoedigen.

Maar stel jezelf dan ook de vraag: Krijgt de Heilige Geest alle ruimte in mijn leven?

Heb ik diep ontzag voor God?

Laat het je bemoedigen: Heilig is Hij. Hij kent mij – en jou.




Handelingen 2,1-13 – Wat doet de Heilige Geest?

Liturgie

  • Voorzang: Ps 87,1.3.5
  • Votum / groet
  • Zingen: Gez 102a,1.2
  • Jer 31,31-34 en wet
  • Zingen: Ps 119,5.6
  • Gebed
  • Lezen: Hand 2,1-13
  • Zingen: Gez 103,2.5.6
  • Preek over Hand 2,1-13
  • Zingen: Gez 105,1.2.5.6.9
  • (’s Middags Geloofsbelijdenis Gez 103,8.9)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: EL 270 (Ga nu heen in vrede) / LB 477
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Hand 2,1-13 – Wat doet de Heilige Geest?

Broers en zussen, gemeente van onze opgestane Heer

Wat moet dat een geweldig moment zijn geweest. Jezus heeft gezegd vlak voor hij wegging: ‘Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ De afgelopen 40 dagen hebben ze vurig gebeden om de Geest. Eensgezind hebben ze zich gewijd aan het gebed.

En dan is het Pinksterfeest, een oogstfeest. Het nieuwe graan is geoogst. Met Pinksteren wordt een offer aan de Heer gebracht: het eerste graan is voor Hem. Op dat oogstfeest geeft Jezus de Heilige Geest. Jezus is gestorven en opgestaan. Jezus heeft geoogst. Nu is het tijd om te geven. Wat moet dat een geweldig moment zijn geweest. Ik had er wel bij willen zijn. En jullie?

De eensgezindheid van de groep. Het gedeelde verlangen naar de Geest. Samen vurig bidden. En dan op die morgen van het feest – de oogst. Het geluid van een storm. De vuurtongen op de hoofden van iedereen. Het besef: nu gebeurt het. Jezus doopt ons met de Heilige Geest. De ervaring dat je kopje onder gaat in de Geest. Het intense gevoel van liefde, van warmte, van aanbidding. Merken dat je andere talen spreekt. Samen God groot maken.

Geweldig om mee te maken. Of niet?

Maar – is Pinksteren alleen iets van lang geleden? Dat was toen – jammer dat ik er niet bij was?

Nee: de Geest is er vandaag ook. Maar weet je wel wat de Geest doet? Kun je de Geest wel herkennen in je leven?

De afgelopen tijd heb ik hier in Franeker een cursus gegeven over de Heilige Geest. Ik had die cursus al vaker gegeven. Ook dit keer viel het me weer op: hoe snel blijft de Geest iets vaags. Als het op de Alpha-cursus over de Geest gaat, merk je dat ook steeds weer. Voor veel mensen is de Heilige Geest vaag en ongrijpbaar.

Maar als de Geest vaag en ongrijpbaar is, dan weet je ook niet wat hij doet. Dan herken je de Geest niet in je eigen leven. Dan kan het zijn dat hij dingen doet terwijl jij het niet eens in de gaten hebt.

Misschien doof je dan het vuur van de Geest wel uit, zonder dat je het door hebt. Maar als je weet wat de Geest doet, dan kun je juist meewerken. Dan weet je waarnaar je mag verlangen. Waarom je mag bidden.

Daarom gaat het vanmorgen over de vraag: wat doet de Heilige Geest?

1. De Geest geeft kracht en warmte.

Op Pinksteren kwam de Geest eerst met het geluid van een stormwind, en daarna met vuurtongen. Ze passen bij wat de Geest in ons leven doet. Een krachtige wind, vuurvlammen: dat is energie. Kracht. Warmte. Dat zet in beweging. Passie. Gedrevenheid. Bezieling.

Ben jij wel eens moe? Bij ons kan zomaar de fut er uit zijn. Dat is normaal. Jesaja schrijft in Jesaja 40 dat jonge kerels moe en uitgeput raken. Je kunt innerlijk leeg raken. Zonder bezieling, zonder passie. Je geloof kan wegzakken. Dat is niet gek, zulke dingen gebeuren.

Maar wat doe je dan? Als je moe bent, als je geen fut meer hebt?

Jesaja 40 zegt ook: wie hopen op de Heer, vinden nieuwe kracht. Wie hopen op de Heer, die krijgen de kracht van de Heilige Geest.

Moe, innerlijk leeg worden, dat gaat vanzelf. Wat je niet vanzelf doet is hopen op de Heer: de Geest vragen om nieuwe kracht en warmte. Ik merk het zelf: ook als voorganger van een gemeente doe ik dat niet vanzelf. Ik weet dat ik de Geest nodig heb. Ik bid elke dag om de Geest. Maar als ik moe ben, de Geest vragen om kracht? Als de passie en de liefde wegzakken, de Geest bidden om warmte? Ik vergeet het soms zo maar.

Hoe vaak vraag jij de Geest om kracht? Om warmte? Om heilige bezieling?

Zou je het je voor kunnen stellen dat wij met elkaar 40 dagen lang eensgezind en vurig bidden om nieuwe kracht, om nieuw vuur? Ja, hoe diep gaat je verlangen naar de Geest? Ik ben wel eens bang dat we er best bij hadden willen zijn, met Pinksteren. Maar dat we die 40 dagen bidden en verlangen niet vol zouden houden. Is het dan gek als mensen vragen: wat merk ik van de Geest?

Broers en zussen, kijk eens wat de Geest voor geweldige dingen geeft: kracht, vurige passie. En dan gaat het natuurlijk om passie voor Jezus Christus, voor zijn Vader. Gedreven door de liefde van Christus. Denk aan iemand als Anne van der Bijl, oprichter van Open Doors. Hij begon bijbels te smokkelen naar Rusland in 1957. Daarna heeft hij zich overal ingezet voor vervolgde christenen. China, Tsjechoslowakije. En na de val van de muur richtte hij zich op de Arabische wereld. Gedreven en onvermoeibaar. Maar denk je dat hij nooit moe geweest is? Dat zijn gedrevenheid uit hemzelf komt? Dat is wat de Geest wil geven – ook aan jou. Laten we daar samen vurig om bidden. De Geest geeft kracht en warmte.

2. De Geest geeft herstel voor Israël

Bij Pinksteren hoort het talenwonder. En dan denken we al snel aan zending: het goede nieuws van Jezus Christus moet de wereld over. Maar we moeten geen stap overslaan. Jezus zegt dat de apostelen zijn getuigen moeten zijn, als eerste in Jeruzalem. De Geest begint in Israël.

In Handelingen 2 horen allerlei mensen hun eigen moedertaal. Alleen weet je wat er met al die mensen aan de hand is?

Ze komen oorspronkelijk uit Perzië, Medië, Elam, Kappadocië, Pontus, Asia, Rome, Kreta, Arabië – noem het allemaal maar op. Maar allemaal zijn ze Jood. Of ‘proselieten’. Dat zijn heidenen die tot het Jodendom zijn toegetreden. De landen die hier genoemd worden, het zijn de landen waar in die tijd Joden woonden.

Sinds de ballingschap leven Joden verspreid over de hele aarde. Nog steeds: het Joodse volk leeft in een wereldwijde verstrooiing.

En waarom is Jezus gekomen? Om aan die ballingschap definitief een einde te maken.

En wat doet de Heilige Geest hier? Joden van over de hele wereld aanspreken in de taal van het land waar ze wonen.

Deze dagen wordt gevierd dat de staat Israël 60 jaar bestaat. Sinds 60 jaar kunnen de Joden weer wonen in een eigen land. Wat is het erg dat juist de Messias-belijdende Joden het zwaar hebben in de staat Israël. Want Jezus Mashiach is degene die de staat Israël echt herstelt. Hij is immers de koning op de troon van David. Door Jeshua Mashiach is er hoop voor Israël.

Door Jeshua Mashiach. En door de Geest van Jeshua Mashiach. Dat zie je aan het talenwonder. Joden uit de hele wereld horen in hun moedertaal over Gods grote daden. En dus over Jezus Messias.

Wie bidt er wel eens voor de Joden, voor de staat Israël? Bid je wel eens dat de Joden mogen inzien dat Jezus de Messias is? Het is belangrijk dat regelmatig te doen. Het hoort bij Pinksteren.

Kijk maar: Wat zegt Pinksteren over die 60-jarige staat Israël?

Dat er in het Midden-Oosten geen vrede komt zonder Jezus Christus, de zoon van David

Dat Israël niet uit de dood zal herrijzen zonder de Heilige Geest.

Maar ook: dat er hoop is voor Israël.

Want het herstel van Israël begint met Pinksteren. Hier komt een einde aan de ballingschap. Joden in ballingschap horen in hun eigen moedertaal over Gods grote daden. De Geest geeft herstel voor Israël.

3. De Geest geeft bevrijding voor alle volken

De Geest begint in Jeruzalem, bij Israël. Maar Israël is er voor alle volken. Door het volk van Abraham zullen alle volken op aarde gezegend worden. Sinds Pinksteren wordt ook dat werkelijkheid. Door Jezus Christus wordt niet alleen Israël hersteld. Door Jezus Christus krijgen ook de volken bevrijding.

Daarom kunnen al die Joden in Jeruzalem aangesproken worden in hun moedertaal. Het maakt niet meer uit of je Jood bent, of proseliet, of heiden. Het goede nieuws kan in elke taal gebracht worden. En dat gebeurt dus ook met Pinksteren. De Geest spreekt al die verschillende talen. De Geest stapt over onze muren heen.

Want de Geest brengt bevrijding voor alle volken. Europeanen. Nederlanders. Friezen. Turken. Marokkanen. Surinamers. Antillianen. Indonesiërs. Zo mogen wij bevrijd worden.

En wijzelf? Laten wij door de Geest de muren om ons heen afbreken? Stappen wij naar niet-christenen om ons heen toe?

Ook als die niet-christenen Moslim zijn?

De Geest wil ook Moslims bereiken. Ook daar stapt de Geest over onze muren heen.

Ik las pas een verhaal over een medewerker van Operatie Mobilisatie in Turkije. Ze werd gebeld door een Ali, een Moslim. Ali wilde een christen spreken. Hij had namelijk een droom gehad waar hij niets van begreep. Hij had in een droom Jezus gezien, die aan het kruis hangt. Jezus zei tegen hem: Ali, voortaan hoor je bij mij. Ali snapte er niets van, en dacht dat hij het verkeerd verstaan had. Over zulke dromen zijn veel meer verhalen te vertellen: Moslims die Jezus in een droom zien.

En dus klopt er niets van als Geert Wilders zich beroept op het christendom en tegelijk ons bang wil maken voor Moslims.

Ben jij bang voor Moslims?

Of bid je dat meer Moslims zulke dromen mogen krijgen?

En dan ook de durf hebben om voor Jezus te kiezen, wat hun omgeving er ook van zal zeggen?

Die dromen die Moslims krijgen laten hetzelfde zien als het talenwonder op de Pinksterdag. Wij mensen leven achter muren. Wij zijn christen, zij zijn Jood of heiden of Moslim. De Geest blijft niet voor onze muren staan. De Geest zoekt alle volken. En hij kan ze vinden ook. De Geest wordt nergens door tegen gehouden. Desnoods spreekt hij een andere taal. Of krijgt een ‘onbereikbare’ Moslima een droom waarin Jezus haar aanspreekt.

Maar dan is wel de vraag: hoe groot is jouw wereld?

De Geest wil meer mensen bereiken dan volgens ons mogelijk is. Laat je meenemen door de Geest! De Geest brengt bevrijding voor alle volken.

4. De Geest zorgt voor verstaanbaarheid

Met Pinksteren spreken de apostelen in allerlei talen. Iedereen hoort in zijn eigen moedertaal over God, over Gods grootheid. Even vormt de taal geen barrière meer. It wurd fan Heit yn de taal fan mem.

Wat een verschil met die dag dat de verschillende talen ontstonden. De bijbel vertelt erover in Genesis 11. De mensen willen een stad bouwen met een toren tot in de hemel: Babel. Wat is Gods reactie op hun overmoed? Hij brengt hun taal in verwarring, zodat ze elkaar niet meer verstaan. Sindsdien spreken we allerlei verschillende talen. En als iemand een andere taal spreekt, dan versta je haar niet. Dan heb je niets met elkaar. Als je elkaar niet snapt, dan ga je toch bij elkaar weg?

Dat is letterlijk zo, maar ook figuurlijk. Wij staan soms zo verschillend in het leven. We vinden verschillende dingen belangrijk. We uiten onszelf op heel verschillende manieren.

Stel je voor: een Sallander krijgt een relatie met een Rotterdammer. Een bedeesde meegaande Sallander met een directe luidruchtige Rotterdammer. De een opgegroeid tussen heuvels, bomen en akkers. De ander in de drukte van de stad, tussen de moderne hoogbouw. Samen komen ze misschien een heel eind. Maar hoe moet dat met de schoonfamilies? En als ze ruzie hebben? Dan merk je dat ze uit een verschillende wereld komen.

Dat kan enorm lastig zijn. En misschien denk je wel: dat is niet op te lossen. Cultuurverschillen, karakterverschillen, we komen er niet doorheen.

Wat laat Pinksteren zien? De Geest breekt door onze grenzen heen. Hij wil die verschillende talen bij elkaar brengen. Hij wil juist dat we elkaar gaan begrijpen. Dat we samen leven vanuit Gods liefde. Dat er vanuit de verzoening van Jezus Christus gemeenschap ontstaat. Niet voor niets is de Geest Geest van eenheid en gemeenschap.

Laat je daardoor bemoedigen. Stel dat je juist oploopt tegen misverstanden, tegen onbegrip. Wat doe je, als je merkt dat je dingen heel anders beleeft dan je partner? Dat is toch enorm lastig?

Dan heeft het zin om de Heilige Geest te bidden. Om te bidden dat jij die ander beter mag begrijpen. Dat jij begripvol mag worden. Dat jij verstaanbaar mag zijn. Want de Geest kan jou veranderen. En de Geest kent die ander, weet wie die ander is, hoe die ander in elkaar steekt. Want de Geest zorgt voor verstaanbaarheid.

5. De Geest maakt God groot

Het Pinksterfeest was in Israël een vrolijk feest. Een oogstfeest, vergelijk het maar met onze Dankdag. Er was iets te vieren. God werd groot gemaakt en gedankt. Denk aan psalm 65:

‘U zorgt voor het land en bevloeit het,

u maakt het vruchtbaar,

vol water staat de rivier van God.

U bewerkt het land voor het koren, zo bewerkt u het:

U kroont het jaar met uw goede gaven,

waar uw voeten gaan, druipt het van overvloed’.

Wat vieren wij met Pinksteren? De grote daden van God. De dood en de opstanding van Jezus Christus. En de gevolgen daarvan, de grote oogst: de gave van de Heilige Geest. God die zo dichtbij ons komt. Die in ons komt wonen. Dat is helemaal een reden om God groot te maken.

En dat gebeurt dus ook. In allerlei talen wordt gesproken over Gods grote daden. Dat doet de Geest – God groot maken. De Geest wordt gegeven zodat we getuigen van Jezus Christus kunnen zijn.

Maar met Pinksteren zie je dan iets raars gebeuren. Er gebeuren wonderlijke dingen. De Geest doet wonderen. De Geest zorgt ervoor dat er dingen gebeuren die raar zijn, onverwacht, anders dan gewend. En dan zijn er mensen die God niet groot maken, maar spotten.

De één prijst God. De ander spot. ‘Ze hebben teveel gedronken.’ Zo gaat dat als God aan het werk is. De een ziet wat God doet, en is diep onder de indruk. De ander ziet het helemaal niet en spot.

Waar sta jij? Ben je een spotter? Maak je God groot? Of hang je er ergens tussenin?

Laten we vurig en eensgezind bidden om de Heilige Geest.

Bidden dat de Geest ervoor zorgt dat we God groot maken.

Bidden dat we vurig en eensgezind ons leven aan God wijden.

En laten we het Pinksterfeest vieren. Looft de Heilige Geest!




Handelingen 2,37-42 – De methode van de Heilge Geest

Voorbereiding avondmaal – bevestiging van een diaken

Liturgie

  • Voorzang: Gezang 171
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 95,1.3.4
  • Wet gecombineerd met avondmaalsformulier: zelfbeproeving
  • Zingen: Gezang 157 (NG 80)
  • Slot formulier 739-740
  • Gebed
  • Lezen: Handelingen 2,29-42
  • Tekst: Handelingen 2,37-42
  • Preek
  • Zingen: Gez 105,1-5 (’s Middags: Geloofsbelijdenis Zingen: LB 477)
  • Bevestiging ambtsdragers Halverwege zingen: Ps 133 Daarna opdracht
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 165 (NG 85)
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl.

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

Preek over Handelingen 2,37-42 – De methode van de Heilige Geest

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Stel je voor – daar staan ze dan. Al die vrome en minder vrome Jeruzalemmers. Ze zien en ze horen van alles wat ze niet kunnen plaatsen. Het geluid van een enorme wind; mensen met vlammen op hun hoofden; simpele Galileërs die opeens allerlei talen spreken. En dan steeds weer de naam van die Jezus. Ze hadden zich nooit echt door die Jezus laten meeslepen. Ze waren ook blij dat hij weg was. De rust was weergekeerd in hun mooie stad.

Maar dan die Petrus. Nog zo’n stinkende Galileër. Alleen, het hakt er wel in wat hij zegt. Jullie hebben Jezus gekruisigd. Maar ten onrechte. Hij is geen godslasteraar. Hij is geen misdadiger. Hij is geen revolutionair. En dat zeg ik niet – dat zegt de bijbel. Dat zegt God zelf. God heeft hem levend gemaakt. God heeft hem aangesteld als Heer en als Messias.

Daar sta je dan met je goede gedrag en je goede bedoelingen. Als dat echt waar is… Ze waren allemaal Joden die verlangden naar de Messias. Hadden ze die Messias werkelijk gedood? Wat nu?

Diep geraakt vragen ze: Wat moeten we doen? Hebben we ons werkelijk zo vergist? Hebben we Gods gezalfde gedood – onze eigen verlosser? Zijn wij de godslasteraars, de moordenaars van God? Zijn wij de opstandelingen, die Gods koning gedood hebben? Wat moeten we doen?

Bij dit gedeelte staan we stil een week na Pinksteren. Je ziet hier de kracht van de Heilige Geest werken. Het evangelie wordt uitgedragen, als een boodschap van verlossing, maar ook als een boodschap met een vlijmscherpe rand. En de boodschap treft doel. De Heilige Geest geeft aan deze woorden van Petrus een onvoorstelbare kracht. En met resultaat – ze worden geraakt. Zo is de Heilige Geest.

Bij dit gedeelte staan we stil op weg naar het avondmaal van volgende week zondag. Wij hebben Jezus niet gedood. Maar je ziet in dit gedeelte heel mooi wat de weg is die de Heilige Geest met mensen wil gaan. Een weg die uitloopt op het samen breken van het brood. Daarom is het ook voor ons belangrijk om te kijken wat hier gebeurt. Hoe loopt de weg naar het avondmaal toe? Welke methode gebruikt de Heilige Geest om ons daar te brengen? Laten we kijken naar die methode van de Heilige Geest.

2. Het eerste wat de Geest hier doet is: mensen raken tot in het diepst van hun hart. Het is alsof er een mes door je hart heen gaat. Diep getroffen.

Ja wacht even. Toen, met Pinksteren in Jeruzalem was daar natuurlijk een duidelijke aanleiding voor. Zij hadden de Messias gedood – stom stom stom. Maar wij toch niet?

Zo kun je het op veilige afstand houden.

Maar wat zou de Geest ons willen laten zien?

Die mensen in Jeruzalem leken meer op ons dan je zou denken. Ze hadden het misschien met goede bedoelingen gedaan. Ondanks hun goede bedoelingen hadden ze Gods Messias eruit gekickt.

Als ik naar mezelf kijk, dan weet ik: dat ligt voor mij helemaal niet zo ver weg. Met goede bedoelingen Gods Messias buiten de deur houden; of zonder goede bedoelingen natuurlijk. Met je goede gedrag leven zonder Jezus echt als je Heer te erkennen.

De Geest wil ons laten zien dat we helemaal niet zo anders zijn. De bijbel zegt dat wij allemaal geboren zondaars zijn. Er zit iets in ons waar je zo nu en dan enorm van moet schrikken.

Wat wil de Geest ons dan laten zien?

Nou, bijvoorbeeld dat wij God zo snel uit het oog verliezen. Wat vergeten we snel dat God ons liefheeft. Wat leven we ontzettend snel weer op onszelf. Ik kan zelf, als een klein kind. Los van Jezus Christus.

En wat gebeurt er dan? Dan word je moedeloos.. Klagerig. Je zoekt niet meer de kracht van de Heilige Geest, de kracht van de opstanding van Jezus Christus. En je zakt weg. Dan hoor je mensen zeggen: ‘Dat kan ik niet meer opbrengen.’

Wat zijn wij voor mensen – en daar schaar ik mezelf bij in?

Waarom laat ik me zo uit het veld slaan?

Waarom leef ik zo snel weer zonder Gods genade?

Als ik eerlijk ben proef ik bij mezelf soms ook een stuk minachting voor God. Nu even niet, God. Ik heb nu even zin om lekker bij u weg te lopen. Lekker tegen u in te gaan. Bij God kan ik toch altijd terugkomen. Hij vergeeft toch wel. En dat wijst de bijbel ons ook aan. Dat is ons diepste probleem – die minachting. Diep in ons hart zit iets van: we verachten God.

En let eens op hoe God dan met ons om gaat. Ook dat wil de Geest ons laten zien. Hij heeft ons lief. Door onze minachting sterft zijn Zoon, maar Hij wordt opgewekt uit de dood. God zoekt ons hart. Hij biedt ons vergeving aan en een nieuw begin.

Wat een verschil. Als je zo jezelf tegen over God ziet staan, dan schrik je toch van jezelf?

Dit is toch om te huilen?

Diep getroffen.

Ik heb wel eens van die momenten van inzicht; ontroering over Gods liefde en schaamte over mezelf. Momenten dat de tranen in je ogen branden, of over je wangen rollen.

Hoe vaak heb je gehuild om wie je bent – je eigen zonde, je eigen onwil, je eigen traagheid?

En dat meen ik letterlijk – huilen.

Dat is het eerste wat de Geest ons wil geven: dat we diep getroffen zijn door dat grote verschil. Het verschil tussen Gods liefde. En ons gebrek aan liefde.

Dat is toch om te huilen?

3. Wanneer ben je voor het laatst goed van jezelf geschrokken?

Je hebt het nodig dat de Geest je zo nu en dan goed laat schrikken. Want alleen dan kun je jezelf tot God bekeren.

Dat is de tweede stap in de methode van de Heilige Geest. Bekering, en daarbij horen doop en het ontvangen van vergeving.

Bekering – wat is dat?

Bekering begint met diep geraakt zijn, de eerste stap. Dat is al het halve werk.

Bekering heeft dus alles te maken met je emoties.

Boosheid op jezelf. Wat ben ik voor iemand?

Diep verdriet om hoe je jezelf tegenvalt. Hoe je vooral God tegenvalt.

En daarna een omkeer: weg van jezelf, je richten op Jezus Christus. En daar hoort een diepe opluchting bij. Een verwonderde blijdschap.

Stel je voor. Je ontdekt hoe je Jezus buiten de deur gehouden hebt. Je ontdekt je eigen minachting voor God. En dat is niet het einde!

Want wie maakt je dat duidelijk: de Heilige Geest, die je juist bij Jezus Christus wilt brengen. En die je zo bij God brengt. Liefde, verzoening, herstel, vergeving. In plaats van minachting, gekrenktheid, straf.

Stel je voor: die confronterende boodschap is tegelijk een boodschap van vergeving. Wat is Gods liefde wonderlijk groot.

Bekering, dat wil zeggen: je daar niet meer tegen verzetten, maar je eraan overgeven. Ren niet weg voor Jezus. Doe voor God niet de deur op slot. Stap over je aarzelingen heen. Loop naar Jezus Christus toe. Ren terug naar huis. Laat je omhelzen door de Vader. Geniet van Gods liefde. Geniet van het nieuwe dat je krijgt. Geniet van de diepe vrede in je hart, omdat alle onrust uit je bestaan verdwijnt.

Geweldig! Zo’n God.

Niet meer het oude leven, maar vergeving en overnieuw beginnen.

Niet alleen verdriet kan tranen oproepen. Ook een diepe, diepe blijdschap kan dat doen. God heeft mij toch lief. Het houdt niet op voor mij. Ik mag overnieuw beginnen. Ik wil overnieuw beginnen. God heeft mij lief – en ik merk dat ik van hem ga houden. Ook daar passen tranen bij. Tranen van verwondering.

4. Misschien denk je wel – tjonge, wat een emo-preek. Heeft die dominee de afgelopen tijd teveel emotie-TV gezien?

Wees niet bang. Ik ben op zich helemaal niet zo van het publiek vertonen van emoties. Een van de dingen die we in onze spreekkamer eerst echt vergeten waren, was de doos met tissues.

Maar het is wel belangrijk om zelf deze diepe emoties te kennen, te hebben. Want je krijgt een nieuw hart, zegt de bijbel. Daarom gaat het in bekering en wedergeboorte. Vanuit je hart, dus ook vanuit je emoties word je vernieuwd.

En dan kom je bij de derde stap in de methode van de Heilige Geest. Hij wil je redden uit dit verdorven mensengeslacht.

De weg naar het avondmaal wordt zo een weg van wereldmijding. Ja schrik niet. Misschien denk je nu wel: wereldmijding, daar is toch iets mis mee? Wereldmijding, dat is toch juist verkeerd?

Ik denk dat de Geest wil dat we juist wat meer aan wereldmijding zouden doen. Petrus zegt immers: laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht.

Verdorven, is dat niet veel te zwaar?

Wij gingen pas voor een oppas ’s avonds op zoek naar een tijdschrift. De winkels waren al dicht, dus we gingen naar het tankstation vlakbij. Heb je wel eens gezien wat er bij een tankstation in het tijdschriftenvak ligt? Erotiek, sex, nog meer sex; en verder nog mee leegte: glamour, lijf en sport, mode, geld, auto’s, huizen en interieur. Wat een troep ligt daar eigenlijk. Je wilt er helemaal niet voor staan te kijken. Of je komt in een tankstation en je merkt dat je blik er onweerstaanbaar naar toegetrokken wordt, voor je er erg in hebt. Wat zegt zo’n tijdschriftenvak over onze tijd? Is dat niet een signaal van verdorvenheid? Genieten, dat is wat iedereen wil. Genieten moet zelfs. En dan moet eigenlijk ook alles kunnen. Let’s party! De grote afwezige overal: God.

Vergis ik me – of is het zo dat we het erger vinden om wereldvreemd te zijn dan om God uit het oog te verliezen?

Lieve mensen, broers en zussen: het gaat na Pinksteren wel ergens om. Met Pinksteren zijn de laatste dagen begonnen. Op de tekenen van Pinksteren volgen duisternis, bloed, vuur en rook. Jeruzalem is inmiddels al door Gods oordeel getroffen, wanneer Lucas Handelingen schrijft. De tempel in Jeruzalem is alleen nog maar een ruïne. Zo komt Gods oordeel ook over ons, als Jezus en de Geest ons er niet van redden.

De duivel wil je laten geloven dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. God vergeeft toch wel, en we zijn allemaal zondaars. Maar houd jezelf niet voor de gek. Het is of Jezus, of de wereld. Laat je redden uit die slechte wereld.

5. Nu is het nog de tijd dat die oproep klinkt. Laat je redden uit die slechte wereld. Dat is ook wat de Geest ons wil geven. De vierde stap in de methode van de Geest is immers dat nieuwe leven.

Ben je diep geraakt door de boodschap van de apostelen? Geschrokken van jezelf? Geef je jezelf over aan Jezus Christus? Wil je gered worden uit onze slechte wereld?

Dan is er hoop. Dan is er een geweldige belofte. Daarin zie je Gods gulheid. Iedereen die door God geroepen wordt, die krijgt de Heilige Geest. Iedereen, ook de mensen die ver weg zijn. Ook mensen in Franeker. Over heel de wereld worden mensen geroepen en krijgen mensen de Heilige Geest.

De uitwerking van die belofte zie je meteen op Pinksteren al. 3000 mensen bekeren zich en wijden voortaan hun leven aan Jezus Christus. 3000 mensen die een nieuw leven gaan leiden.

Stel je voor. Je begint met 120 mensen, minder dan de helft van onze gemeente. En dan ineens 3000 erbij. Dan zouden we voortaan beter ’s zondags de Trije kunnen huren. Zo sterk is de Geest van God!

Over dat nieuwe leven zou veel te zeggen zijn. Laten we nu uitgaan van hoe Lucas het omschrijft in vers 42. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.

Iets over twee elementen daaruit:

Trouw blijven aan het onderwijs van de apostelen en je wijden aan het gebed.

Het is niet makkelijk om in onze tijd samen een gemeente te zijn. Samen koers te houden. Elkaar niet uit het oog te verliezen. Juist die twee elementen zijn dan van groot belang.

Trouw blijven aan het onderwijs van de apostelen. Dat is het eerste. Dat onderwijs is onze band met Jezus Christus en met de Heilige Geest. Willen we trouw blijven aan dat onderwijs, dat je vindt in het NT? Of willen we vooral niet wereldvreemd overkomen? Trouw blijven, dat wil zeggen: het nieuwe testament bestuderen. Blijven leren. Niet denken dat je het al wel weet, maar groeien in kennis en inzicht. Nieuwe vragen verbinden met dat oude onderwijs van Jezus’ leerlingen. Hoeveel mensen in onze gemeente doen er niet aan bijbelstudie? Het gaat niet om ons en onze inzichten, onze meningen, onze gevoelens, onze belevenissen. Die moeten steeds kritisch bekeken worden in het licht van de bijbel. We kunnen alleen samen gemeente zijn wanneer dat onderwijs van de apostelen centraal staat.

En je wijden aan het gebed. Dat is sterk gezegd: je wijden aan het gebed. Maar je wijden aan God en je wijden aan het gebed horen bij elkaar. Gebed is quality time met God. Samen zijn. Genieten van zijn aanwezigheid en Hem dat zeggen. Tegen Hem zeggen hoe geweldig je Hem vindt. Hem alles voorleggen wat je bezighoudt. Bidden voor mensen om je heen.

Laten we dat gebed de komende week als trainingsdoel nemen op weg naar het avondmaal. Bidden is niet makkelijk, ook niet voor een dominee. Train je in gebed de komende week. Daarom ligt er op de stoelen een kleine enquête. Bidden is niet iets voor een kleine groep fanatiekelingen. Dat zou je soms denken als je kijkt wie er op de bidstonden komen. Bidden is iets voor ons allemaal. Vul die enquête in als je wilt en lever hem in in de hal. En gebruik het als een aanleiding en stimulans om je meer aan het gebed te wijden.

6. Volgende week vieren we avondmaal. De Heilige Geest gebruikt zijn eigen methode om ons daarop voor te bereiden. En vandaag wordt onze broer Emil Stoelwinder bevestigd als diaken.

Dat avondmaal en de diakenen, die brengen me bij de gemeenschap. Volgende week gaan we die gemeenschap samen vieren aan het avondmaal. Dan staan we ook stil bij het vervolg van Handelingen 2. Maar nu toch iets over gemeenschap.

Binnen die gemeenschap treffen we diakenen aan. Vanaf vandaag word jij, Emil, ook zo’n diaken.

Met elkaar een gemeenschap vormen, dat gaat niet vanzelf. Hier in Franeker ook niet. Het valt mij op dat er door onze gemeenschap een paar diepe scheuren lopen. Samenleven, naar elkaar omzien, elkaar dienen, dat gaat dan niet vanzelf.

Daarom zijn er diakenen. Niet om het werk allemaal alleen te doen. Niet om in je eentje gemeenschapje te gaan spelen. Maar om ons samen in de wijken te helpen om echt een gemeenschap te zijn. Een gemeenschap waarin gastvrijheid, blijdschap, liefde de toon aangeven.

Om dat te kunnen doen Emil, heb je uiteindelijk precies hetzelfde nodig als wij allemaal. Wij hebben het allemaal elke dag nodig als christenen. En speciaal op weg naar het avondmaal, en als je een bijzondere taak krijgt als diaken:

De boodschap van de apostelen

Het luisteren naar die boodschap, met in je hart een gebed dat die woorden je mogen raken.

Bekering: verdriet over je zonde en blijdschap over Gods wonderbaarlijke liefde.

Je afwenden van de wereld. En een nieuw leven beginnen. Een leven in de Geest. Een leven in het spoor van de apostelen, Een leven van gebed.

Dat wens ik jou toe.

Dat wens ik jullie allemaal toe.

Zodat door je geloof Christus in jouw en jullie harten kan wonen, en jullie geworteld en gegrondvest blijven in de liefde.

Amen




Handelingen 2,33 – Pinksteren: voor of tegen Jezus

Liturgie

  • Voorzang: Opwekking 334  / EL 382
  • Votum / Groet
  • Zingen: Ps 67
  • Wet met Ezechiël 36,26-27 en Galaten 5,16-23
  • Zingen: LB 252,1.2
  • Gebed
  • Schriftlezing: Handelingen 2,1-36
  • Zingen: Gez 105,1.2.5.9 (nieuw)
  • Tekst: Handelingen 2,33
  • Preek
  • Zingen: Gez 102a,1.2.4 (GK 26a)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 64 (NG 37)
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

Preek over Handelingen 2,33 – Pinksteren: voor of tegen Jezus

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

1. Moet je horen wat ik nu meegemaakt heb. Het was de morgen van Sjawoeot, een feest dat we in Jeruzalem elk jaar vieren. Ze noemen het ook wel Pinksterfeest. Trouwens een mooi feest, met muziek, dans, we lezen altijd het boek Ruth. We vieren twee dingen: we staan er stil bij dat God zijn wet gegeven heeft op de Sinaï. Maar ook is het een oogstfeest: de eerste en beste rijpe landbouwprodukten worden in de tempel geofferd. Feest van de wet en oogstfeest dus. Dubbelfeest!

Ik was al een paar uur wakker, en toen begon het opeens te waaien. Een enorme wind. Tenminste, dat dacht ik. Maar toen ik naar de lucht keek, zag ik dat er helemaal geen donkere wolken boven Jeruzalem samenpakten. De lucht was helder! En toch hoorde ik een harde wind.

Ik snapte er niets van, en ging de straat op. Daar liepen meer verbaasde mensen. Samen gingen we op het geluid af. En het gekke was: het geluid was echt het geluid van een stevige wind. Het klonk alsof het stormde. En dat geluid werd ook steeds sterker. Tot we bij een huis kwamen. En je zult me niet geloven, maar het is echt waar: het geluid kwam uit dat huis. Echt, uit dat huis.

De straat voor het huis werd steeds voller.

En nu moet je weten, ik heb in mijn leven nogal wat gezworven. Overal in de wereld wonen Joden, overal ben ik geweest. Geboren in Egypte, een tijd gewoond in Rome, toen het me daar niet meer beviel steeds dichter naar Jeruzalem toe: Sparta, Pergamum, Efeze, Antiochië, en nu geniet ik in Jeruzalem van mijn oude dag. Dus je kunt je voorstellen: ik spreek aardig wat talen.

Ik weet niet hoeveel talen ik precies hoorde, maar het leek wel een Babylonische spraakverwarring, zoals wij dat noemen. Allerlei talen door elkaar. Maar allemaal hadden ze het over God en over Jezus. En wat ook zo gek was: in dat huis hadden ze allemaal vuurvlammen op hun hoofd. Heel raar.

Maar wat me vooral trof, was dat ze het allemaal over die Jezus hadden. Een week of zeven geleden hebben ze hem laten kruisigen. Ik zal je eerlijk zeggen: het was mij betreft wat buiten proporties, maar ik was ook wel blij dat die Jezus uit Galilea nu weg is. Dat geeft weer een stuk rust in onze mooie stad. Maar nu hadden ze het allemaal weer over die Jezus

Zoiets heb ik echt nog nooit meegemaakt.

2. En toen kwam er een van hen naar voren. Hij begon een verhaal, en de mensen luisterden nog naar hem ook. Terwijl je toch direct kon horen dat hij uit Galilea kwam. Hij stonk nog naar de vis, zeg maar.

Die man nam het woord. Kort gezegd komt zijn verhaal hier op neer: dit hele gebeuren zet nog eens een dikke streep onder de opstanding van Jezus. Jullie Jeruzalemmers, jullie hebben hem gedood. Maar God heeft hem weer levend gemaakt. Zo heeft God Jezus aangesteld als Heer en als Messias.

Hij noemde allerlei dingen uit de Heilige Boeken, en betrok dat allemaal op Jezus en op wat er nu gebeurde.

Hij had het over het einde van de tijden. Als het allemaal klopt wat hij zei, dan zitten we inderdaad in het eind van de tijden. Ik bedoel, als er inderdaad door God doden levend worden gemaakt, en als God zijn Geest uitgiet over alle mensen, dan komt Gods koninkrijk, dan komt er vrede op aarde, dan zitten we inderdaad in het einde van de tijden.

Ik moet zeggen, zijn verhaal heeft me wel aan het denken gezet. Zou het echt zo zijn dat die Jezus door God is aangewezen als de Messias?

Petrus toespraak was glashelder:

We zijn beland in het einde van de tijden. Dat hoopten we al toen eerst Johannes de Doper, en daarna Jezus aankondigde dat Gods Koninkrijk dichtbij is. Maar als de doden opstaan, en als God inderdaad zijn Geest uitstort; en dan niet over een paar mensen, maar over iedereen; dan is Gods nieuwe wereld er bijna. Dat is Gods koninkrijk echt dichtbij

En hij legde het heel duidelijk neer bij de Jeruzalemmers: jullie konden er niet om heen dat Jezus van Nazareth een profeet was – kijk wat hij gedaan heeft. Maar – ook al was het Gods bedoeling – jullie hebben hem in handen gespeeld van de heidenen. Die hebben hem gekruisigd. Jullie hebben de dood van Gods Messias op je geweten!

Gelukkig was God er ook nog. Zoals de Heilige Boeken al zeggen: Jezus Christus is weer door God levend gemaakt. Wij hebben het met eigen ogen gezien, allemaal. Jezus is niet dood, maar Hij leeft.

En dan zegt vers 33, het tekstvers eigenlijk: de uitstorting van de Heilige Geest is het laatste bewijs hiervan. Pinksteren laat zien: Jezus is Heer en Messias. Niet zomaar, maar aangesteld door God zelf.

3. Rond hemelvaart hebben we stilgestaan bij de verhoging van Jezus Christus. Dat komt ook hier weer terug, in de toespraak van Petrus. Jezus is door God zelf verhoogd. Daar zit hij nu, aan Gods rechterhand.

En alleen daarom kan het ook Pinksteren worden.

Ga maar na. We hebben het met Pinksteren over de Heilige Geest. Die Heilige Geest, dat is niet zomaar een Geest. Als het over de Heilige Geest gaat, dan gaat het over Gods eigen Geest.

En God zelf zou zijn Geest uitgieten. Zo profeteren Jeremia 31, Ezechiël 36, en Joel 2 over de uitstorting van de Heilige Geest. Hoe zou iemand anders de beschikking hebben over Gods eigen Geest?

De enige die Gods Geest uit kan gieten, is God zelf. Alleen Hij kan zijn Geest niet uitgieten op zondige mensen, wiens hart op slot zit. Mensen die van Hem vervreemd zijn.

Eén mens vormde daarop een uitzondering. Jezus Christus, de Zoon van God. Door de Geest kon Hij mens worden. Met de Geest werd Hij gezalfd. In de kracht van de Heilige Geest kon Hij de nieuwe mens zijn, de laatste Adam. Die Geest is nu zijn Geest geworden. De Heilige Geest is voortaan de Geest van Jezus Christus.

Maar hoe kan die Geest van Jezus ook op ons uitgegoten worden? Dat kan alleen sinds zijn dood, opstanding en hemelvaart. Pas nu Hij onze zonden bedekt heeft en ons nieuw leven geeft, pas nu Jezus onze Heer is, pas nu Hij de Geest ook van zijn Vader gekregen heeft – pas nu kan Jezus Christus ook de Heilige Geest op zijn leerlingen uitgieten.

Misschien vraag je je wel eens af: wat moet ik met Jezus? Ik geloof wel dat er een God is, maar met Jezus heb ik niet zoveel.

De bijbel zegt duidelijk: op meerdere momenten heeft God zelf Jezus Christus aangewezen. Als Heer, als Messias, als verlosser. Pasen is zo’n moment; hemelvaart is zo’n moment. Maar Pinksteren is ook zo’n moment.

Met Pinksteren geeft Jezus zelf het bewijs dat je bij Hem moet zijn. Alleen bij Jezus Christus vind je leven, vind je God. De Vader heeft zijn Geest immers aan Jezus gegeven. En alleen Jezus deelt die Geest uit, aan wie in Hem gelooft.

En dat doet Hij dan ook. Volgens de belofte van zijn Vader en volgens zijn eigen belofte giet hij zijn Geest over ons allemaal uit.

4. God giet zijn Geest uit over alle vlees. Dat wil zeggen: niet maar een paar, maar al zijn dienaren en dienaressen. Al zijn leerlingen. Maar tegelijk: alleen zijn leerlingen.

Het geluid van de harde wind klonk op de morgen van Pinksteren in heel Jeruzalem, maar het kwam maar uit één huis: het huis waar Jezus’ leerlingen bij elkaar waren. En toen de Jeruzalemmers door dat geluid naar het huis gelokt waren, zagen ze een duidelijk verschil tussen Jezus’ leerlingen en zichzelf: alleen Jezus’ leerlingen spraken in allerlei talen, alleen op de hoofden van Jezus leerlingen zagen ze iets als vuurtongen.

Petrus markeert in zijn toespraak diezelfde duidelijke scheiding: Jezus heeft zijn Geest op ons doen neerdalen, dat is wat jullie zien en horen.

Jezus bewijst met Pinksteren dat Hij de Messias is, Heer over hemel en aarde. Maar Hij maakt het zichtbaar en tastbaar bij een specifieke groep mensen: zijn eigen volgelingen. Gods Geest werkt overal, maar als Geest van Jezus wordt Hij door Jezus zelf aan een groep mensen gegeven: zijn volgelingen.

Johannes de Doper had het al aangekondigd. Jezus Christus zou komen om te dopen met vuur en met de Heilige Geest. Nu doet Jezus het: hij doopt zijn leerlingen met vuur en met de Heilge Geest. Ze worden doordrenkt van Gods aanwezigheid.

Hij doet dit op het feest van de wet. De Joden vierden met Pinksteren de gave van de wet. Ook Jezus’ leerlingen. Op dat feest geeft Jezus Christus de Heilige Geest. Zoals de profeten als zeiden: het nieuwe verbond brengt je een nieuw hart. Een hart waarin de Geest van God woont. Hij schrijft op de tafel van je hart de wetten van God.

Hij doet dit op het oogstfeest. Jezus is opgestaan uit de dood. Daarmee begint de tijd van de oogst. Jezus Christus kan nu oogsten. Wij mogen gaan oogsten met Hem. We krijgen dan ook het begin van de oogst: de Heilige Geest.

Wij, dat wil zeggen: de leerlingen van Jezus Christus. Pinksteren is het bewijs van Jezus’ verhoging. Als bewijsmateriaal gebruikt Hij zijn leerlingen. Die worden gedoopt met de Heilige Geest, de anderen niet. Over hen wordt Gods Geest uitgegoten, over de anderen niet  Zij vieren het feest van het begin van de grote oogst – Jezus is overwinnaar, Jezus geeft leven.

Stel jezelf daarom vandaag de vraag: hoe sta ik tegenover Jezus Christus? Geloof ik in Hem? Hoor ik bij Jezus’ leerlingen?

Zij ontvangen op Pinksteren de Heilige Geest.

5. Waarom zou je voor Jezus kiezen en de Geest willen ontvangen?

Kijk en luister dan nog eens goed. Petrus zegt: die Geest heeft Jezus op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort.

Wat was er te zien?

Vuurtongen. Of beter gezegd: iets goddelijks, dat leek op vuurtongen. Wat zegt dat over de Geest? Wat zegt dat over Jezus Christus? Johannes de Doper zei al dat Jezus zou dopen met de Geest en met vuur. De Geest maakt ons vurig. De Geest is maar niet een klein waakvlammetje. Natuurlijk, de Geest zorgt ervoor dat er in je leven op z’n minst een waakvlam blijft branden, wanneer je in Jezus Christus gelooft. Maar de Geest wil veel meer. Het waakvlammetje moet een grote vlam worden.

Een vlam van vurige liefde. Liefde voor God, de Vader. Liefde voor je Heer, Jezus Christus. Liefde voor je broers en je zussen in de gemeente. Liefde voor je naaste, die het evangelie nog niet kent maar het wel nodig heeft. Net als wij allemaal.

Wat was er te horen?

Een sterke wind. Wind, die vuur aanwakkert.

Of beter gezegd: het was iets als de wind. Je kon niet zien waar de wind vandaan kwam. Normaal was dat al onhelder: waar komt de wind vandaan, vraagt Jezus in Johannes 3. In het geval van de Geest is het helemaal een geheim. Hoe kan er in een huis een sterk geluid klinken als van een stormwind? Zo is de Geest een goddelijk geheim.

Maar wel een geheim dat alles anders maakt. Je krijgt hem niet in de greep, maar hij waait wel. Hij blaast je vooruit, hij blaast het stof eraf.

En allerlei talen, waarin God grootgemaakt werd.

Gods grote daden werden verkondigd – verstaanbaar voor iedereen.

Dat gebeurde met Pinksteren. En dat roept vragen op, als je naar christenen in Nederland kijkt.

Hoe vurig is je liefde?

Hoe groot is de vlam die in jouw leven brandt? Een waakvlam, of is het meer?

Is er zo in jouw bestaan een goddelijk geheim? Is er een sterke goddelijke wind, die je vooruit blaast? Die frisheid en snelheid geeft?

Wordt God grootgemaakt in jouw leven?

Vragen waar je misschien van schrikt.

Heb ik de Geest wel ontvangen? Heeft Jezus zijn Geest wel over mij uitgegoten? Ben ik wel gedoopt met de Heilige Geest?

Het is helemaal niet erg als je daar van schrikt. Soms is dat juist wel goed. Laat Pinksteren maar een heilige onrust in je wakker roepen. Heb ik dat vuur wel in me? Waait Gods wind in mijn leven? Spreekt mijn leven van Gods grote daden?

6. Maar als je nu schrikt, wat dan?

Is het met de Geest niet iets als: je hebt het of je hebt het niet? En als je het niet hebt – pech gehad?

Maar dat is niet waar.

Immers: de Heilige Geest en Jezus Christus horen bij elkaar.

Pinksteren laat zien: Jezus Christus, die gekruisigde mens, zit aan Gods rechterhand. Hij is zelf God, Hij kan Gods eigen Geest uitgieten op al zijn volgelingen. De Geest is het levende bewijs van de opstanding en verhoging van Jezus Christus.

Kijk maar naar de toespraak van Petrus. Het gaat nauwelijks over de Heilige Geest. Vooral heeft Petrus het over Jezus Christus. Jullie, Jeruzalemmers, jullie hebben een profeet gedood. Maar God heeft hem levend gemaakt. God heeft hem verhoogd. En het bewijs van die verhoging, dat zie je nu: zoals Hij heeft gezegd, giet Jezus Christus zijn Geest uit.

Kom tot inkeer, belijd je zonden, en erken: Jezus Christus is inderdaad de beloofde Messias, mijn redder, mijn leven.

Die oproep klonk in Jeruzalem: bekeer je, belijd je zonden. Dat was daar nodig, dat is nu nog steeds nodig. Die zonde van de Jeruzalemmers was een belemmering om de Geest te ontvangen. Het is of je oude natuur, of de Geest. Het is of de zonde, of Jezus Christus.

Kies niet tegen Jezus, maar voor Hem. Kom bij de leerlingen van Jezus, kom bij de kerk. En ontvang de Heilige Geest.

Waar Jezus is, daar is de Geest te vinden

En waar de Geest is, daar wordt je bij Jezus gebracht.

Wie voor Jezus gekozen heeft, wie gelooft dat Hij de Messias is, de Heer, die heeft de Geest ontvangen. Niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de Heilige Geest.

Dan kan het nog zo zijn dat het vuur van de Geest een klein vuurtje is.

Of dat je christelijk leven stoffig is, niet echt fris en fruitig. Dat het bijna windstil geworden is.

Dat je jezelf nog niet buiten de kerkdiensten God groot ziet maken.

Schrik je dan?

Gelukkig maar – het zou niet best wezen wanneer je daar niet van schrok.

Maar dat is geen eindstation.

Over het vervolg van Handelingen 2 gaat de preek volgende week. Maar ik wil toch iets zeggen.

Belijd je zonde. Erken dat je liefde voor Jezus Christus veel te klein is. Belijd als dat nodig is dat je de Geest hebt tegengewerkt, hebt bedroefd.

Volg Jezus Christus, je Heer. En bid dan om vernieuwing van je eerste liefde. Bid om nieuwe vervulling met de Heilige Geest.

En ontvang dan ook de Heilige Geest van je Heer – Jezus Christus.

Amen