Handelingen 9:4-6 – Jezus overwint je zekerheden

Waar geeft jouw leven houvast? Saulus zoekt zijn zekerheid in de Joodse godsdienst. Maar Jezus bedreigt je zekerheden: hij wil dat hij je enige zekerheid is. Daarom kun je tegenover hem niet onverschillig zijn!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 100 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 121 : 1, 7, 8 en 9
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 9 : 1 – 31
Zingen: Psalm 51 : 1, 2 en 6
Preek over Handelingen 9 : 4 – 6
Zingen: Opwekking 461 (2x)
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: Psalm 25 : 2, 6 en 7
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

Jezus overwint je zekerheden

Inleiding
dia 1 – stoep
Je kent het wel: je loopt op de stoep,
je let niet zo goed op waar je je voeten neerzet, en…
Ja hoor, je staat midden in die smerige, glibberige bruine derrie.
Hondenpoep, het is volksergernis nummer 1.

Het is mij al te vaak overkomen,
elke keer is een keer te veel,
en vanochtend op weg naar de kerk heb ik uiteraard extra opgelet.
Poep aan je schoen komt altijd ongelegen, op je trouwdag bijvoorbeeld.
Dat overkwam mij dus…
Niks geen perfecte dag waar niets mis gaat.
Ik had blijkbaar zoveel aandacht voor mijn bruid,
dat ik de wereld om mij heen vergat.
Daar sta je dan, in je keurige nieuwe trouwpak,
bruid aan je zijde en poep aan je schoen.

dia 2 – tegel
Het is interessant hoe mensen reageren als ze in de poep stappen.
De een doet alsof er niets aan de hand is.
De situatie is zo al erg genoeg,
niet iedereen hoeft daarvan te weten.
Je schoenen schoonmaken, dat kan thuis wel.
Een ander begint juist te schelden,
en verklaart de oorlog aan alle hondeneigenaren
die de rotzooi van hun geliefde viervoeter niet opruimen.
En dan heb je ook nog mensen die even diep zuchten,
op zoek gaan naar een takje
om daarmee de restjes onder hun zolen weg te peuteren.

Maar hoe mensen ook reageren, ik ken niemand die denkt:
‘tjonge, poep aan mijn schoen, wat kan mij het schelen’.
Daar zijn allemaal redenen voor:
het stinkt, je schaamt je ervoor,
het schoonmaken is een vervelende klus,
je kunt niet zomaar met je schoenen aan naar binnen lopen,
en als je niet goed oplet, kun je er ook nog allerlei ziektes door oplopen.
Daarom laat hondenpoep niemand onverschillig,
maar gaan we juist de strijd met de overlast aan.

dia 3 – Jezus overwint je zekerheden
Jezus staat niet in de top-10 van volksergernissen.
Jezus laat ons eerder onverschillig.
Maar voor Saulus is Jezus ergernis nummer 1:
zijn afkeer van Jezus en christenen is nog veel groter dan de onze van hondenpoep.
Hij windt zich er enorm over op, want christenen bedreigen zijn zekerheden.
Saulus verklaart hen de oorlog,
maar Jezus overwint je zekerheden.

1. Vechten voor je zekerheden
dia 4 – vechten voor je zekerheden
Saulus, want zo heet hij in Handelingen 9,
later verandert zijn naam in Paulus,
Saulus is een christenvervolger,
en niet zomaar één: hij is er een van het ergste soort.
Hij zit vol pure haat tegen christenen.
Saulus is niet de enige christenvervolger,
maar hij is wel veruit de fanatiekste.
Er waren wel meer Joden die niets van christenen moesten hebben,
maar Saulus maakt er zijn levenswerk van christenen uit te roeien.
Als christen wil je Saulus echt niet tegenkomen!

dia 5 – waarom is er christenvervolging?
Ik snap dat nooit zo goed, dat mensen zo vol haat kunnen zitten tegen christenen.
Hetzelfde heb ik als hoor over christenvervolging vandaag,
dat christenen worden bedreigd, puur omdat ze christen zijn.
Waarom zo fel tegen christenen?
Alsof christenen gevaarlijk zijn…
De meeste Nederlanders denken daar heel anders over:
‘laat christenen toch lekker geloven wat ze willen, als zij dat fijn vinden…’
Nederlanders zien christenen niet als bedreiging,
ze zijn er eerder onverschillig over.
Saulus had door dat als het om Jezus gaat,
het helemaal geen optie is om onverschillig te zijn.

dia 6 – Jezus bedreigt Saulus’ zekerheden
Saulus is een vooraanstaande Jood.
Dat hij Joods is, betekent alles voor hem.
Zijn manier van praten is Joods.
Zijn manier van denken is Joods.
Zijn manier van geloven is Joods.
Zijn manier van eten is Joods.
Zijn manier van kleding is Joods.
Kortom: zijn manier van leven is Joods.
Dat geeft Saulus houvast, zekerheid in het leven.
Saulus voelt zich veilig in het Joodse systeem.

Maar in het systeem komen scheurtjes.
Dat begon met die rondtrekkende rabbi, Jezus van Nazareth.
Jezus haalde de Joodse regels onderuit,
en haalde zelfs de Joodse God onderuit,
door te zeggen dat hij en de Vader één zijn.
Pure godslastering, volgens Saulus.
Gelukkig werd Jezus uit de weg geruimd.
Maar kort daarna ontstonden opeens
overal groepen mensen die zich aanhangers van Jezus noemden.
Saulus ziet hoe ze leven, ziet hun eenvoud, vreugde en toewijding,
en het maakt hem razend van woede.
Deze mensen hebben het Joodse systeem aan de kant geschoven,
ze hebben het ingeruild voor die Jezus,
en het lijkt nog te werken ook!
Het maakt Saulus misselijk en bang.
Bang om zijn enige houvast in het leven te verliezen,
bang dat hij zijn zekerheden moet opgeven.
Het maakt Saulus onzeker: heb ik het dan toch bij het verkeerde eind?
Ergens verlangt hij naar wat die christenen gevonden hebben.
Maar het mag niet, dus overschreeuwt hij het.

Juist daarom is Saulus zo fanatiek.
Christenen mogen geen gelijk krijgen,
want dan is het Joodse systeem niets meer waard.
Saulus heeft door: ‘als ik vast wil houden aan mijn zekerheden,
dan moet ik me wel verzetten tegen Jezus en zijn aanhangers.’
Saulus vecht voor zijn zekerheden, wil het bekende vasthouden.

dia 7 – Jezus bedreigt onze zekerheden
Jezus is een bedreiging voor je zekerheden.
Voor de Joodse zekerheden van Saulus,
maar net zo goed voor onze westerse zekerheden.
Denk bijvoorbeeld aan het systeem van het kapitalisme:
winst maken is de drijvende kracht achter onze economie.
Of denk aan het systeem van het liberalisme:
persoonlijke vrijheid is het belangrijkste wat er is.
Dat zijn echt godsdiensten geworden.
Je kunt ook verkeerde christelijke zekerheden hebben.
Bijvoorbeeld door je vast te klampen
aan de manier waarop de kerk het altijd gedaan heeft.
Ik schrik soms hoe fel christenen kunnen praten
over evolutie, homoseksualiteit en vrouwen in de ambten.
Alsof dat de geloofszekerheden zijn…

2. Jezus ontmoeten: overgave
dia 8 – Jezus ontmoeten: overgave
Saulus vecht omdat zijn zekerheden worden bedreigd.
Hij heeft zich er helemaal in vastgebeten.
Het lijkt onmogelijk om daar nog doorheen te komen:
Saulus zal pas stoppen met zijn strijd als hij in het graf ligt.
Maar op weg naar Damascus gaat het anders:
hij ontmoet Jezus en geeft zich over.

Saulus vindt het nog niet genoeg om christenen uit Jeruzalem te verjagen.
Veel christenen zijn gevlucht naar Damascus.
Ja, in die tijd kregen christenen asiel in Syrië.
Als Saulus ervan hoort, besluit hij er achteraan te gaan:
het christelijk geloof moet volledig worden uitgeroeid.

dia 9 – confrontatie met Jezus
Vlak voor Damascus gaat het helemaal anders.
Opeens is er een fel licht.
Alsof je in het donker over een voetbalveld loopt,
en opeens gaan de schijnwerpers aan.
Je schrikt je rot.
Saulus ook: hij valt op de grond.
En dan die stem uit de hemel: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’
Saulus weet niet hoe hij het heeft,
hij is in totale verwarring: wat gebeurt hier?!
Op een of andere manier krijgt hij het voor elkaar nog te stamelen ‘wie bent u?’
En dan worden zijn bangste vermoedens werkelijkheid:
‘ik ben Jezus, die jij vervolgt.’

Die grote Saulus, die stond voor zijn overtuiging,
voor wie christenen de wereld over vluchtten,
deze Saulus wordt heel klein.
Hij vocht niet alleen tegen Jezus’ volgelingen,
uiteindelijk vocht hij tegen Jezus zelf.
Zoals Jezus het in Lucas 10 zegt: ‘wie jullie afwijst, wijst mij af.’
Jezus maakt zich één met zijn volgelingen:
‘wie aan jullie komt, komt aan mij.’
Met christenen wist Saulus wel raad,
maar Jezus heeft hem op zijn knieën gekregen.
Je zou verwachten dat Jezus het nu afmaakt
en deze vijand van God uit de weg ruimt.
Maar niets daarvan: Jezus geeft Saulus de opdracht naar Damascus te gaan
en daar te wachten op verdere instructies.
Dat is alles!

dia 10 – Saulus keert helemaal om
Deze ontmoeting is genoeg om Saulus helemaal te laten omkeren.
Hij was inderdaad doodsbenauwd, niet zozeer voor christenen,
maar vooral voor Jezus Christus zelf.
Doodsbenauwd om zijn zekerheden op te geven.
Door de ontmoeting met Jezus
wordt dan ook letterlijk aan de fundamenten van zijn bestaan geschud.
En Saulus geeft zich over.
In Damascus is het alsof hij thuis komt.
Hij ontmoet Ananias, die hem ‘broer’ noemt.
Saulus heeft een nieuw leven!

dia 11 – Jezus ontmoeten in zijn woord en volgelingen
Voor Saulus verandert Jezus van een gevaarlijk idee in een genadige persoon.
Als je Jezus als persoon ontmoet, dan kun je je overgeven.
Maar hoe ontmoet je hem?
In ieder geval niet op afroep:
Saulus had er niet om gevraagd, het overkwam hem.
Maar je kunt wel degelijk Jezus zoeken!
Dan ben je hier ook op een goede plek.
Want die Jezus die jou persoonlijk kent,
die mag je door de Heilige Geest ook ontmoeten.
Je mag Jezus ontmoeten in wat hij in de bijbel tegen je zegt.
Je mag Jezus ontmoeten in zijn volgelingen.
Want hij is ons midden.

3. En mijn zekerheden dan?
dia 12 – en mijn zekerheden dan?
Voor Saulus is het een radicale omkering van zijn leven.
Alles waaraan hij zich in het leven vasthield, al zijn zekerheden, hij geeft het op.
Vorige week in de themadienst ging het daar ook over:
Saulus ziet het als vuilnis.
Hij ging radicaal voor zijn zekerheden, nu gaat hij radicaal voor Jezus.
Maar als je voor Jezus gaat, wat moet je dan met die zekerheden?
Kun je die wel opgeven?
Ik ben Saulus toch niet…

dia 13 – radicaal: Jezus vraagt je je zekerheden op te geven
Maar Saulus is niet de enige die zo radicaal is.
Jezus zelf doet ook behoorlijk radicale uitspraken, zoals in Lucas 11:
‘wie niet met mij is, is tegen mij.’
Of je geeft je gewonnen aan Jezus, met al je zekerheden,
of Jezus blijft een bedreiging voor je.
Jezus wil dat hij de enige zekerheid is waar je aan vasthoudt.
Trouwens, het staat ook in de gereformeerde belijdenissen.
De Heidelbergse Catechismus begint ermee:
‘wat is je enige troost in leven en sterven?’
Er is dus maar één ding om aan vast te houden in het leven:
‘dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven
het eigendom ben, niet van mijzelf,
maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus.’
Jezus wil dat je alle zekerheden die je buiten hem hebt, opgeeft.
Saulus had als christenvervolger in ieder geval in één ding gelijk:
je kunt niet onverschillig zijn over Jezus.

dia 14 – Jezus wijst een andere weg
Ik noemde al wat van die zekerheden:
kapitalisme, liberalisme en gewoonten in de kerk.
Laten we die eens langs gaan.
Eerst kapitalisme: het gaat om winst.
Je kunt niet aan dat systeem ontkomen:
je hebt nu eenmaal geld nodig om in leven te blijven.
Maar denk niet dat geld je zekerheid in het leven geeft.
Jezus waarschuwt juist voor de macht van het geld.
En Jezus zelf werd arm, om ons bij God rijk te maken.
Dan liberalisme: het gaat om vrijheid.
Dat klinkt mooi, vrijheid is een geschenk van God.
Maar onze vrijheid betekent vaak dat we kiezen voor wat ons goed uitkomt.
Jezus leert je juist om voor de ander te kiezen,
dat je pas echt mens bent als je je geeft.
En die gewoonten in de kerk?
Gewoonten zijn er altijd, daar is niets mis mee.
Maar net als Saulus kunnen we ook zo opgaan in onze manieren en overtuigingen,
dat die een godsdienst op zich worden.
Ook als het goede manieren en overtuigingen zijn.

dia 15 – Jezus geeft echte zekerheid
Al die zekerheden, bieden maar schijnveiligheid.
Er wordt nogal eens aan gerammeld.
Daar kun je dan heel bang van worden, net als Saulus.
Jezus is een veel betere zekerheid: hij is je leven.
Dat zelfs Saulus, die zo fel was en overtuigd was van zijn gelijk,
dat zelfs hij zijn zekerheden opgeeft,
en voortaan helemaal voor Jezus gaat,
dat is een mooie bemoediging.
Jezus kan met zijn genade makkelijk tegen onze zekerheden op.

4. Waar leef je voor?
dia 16 – waar leef je voor?
Saulus gaat als een ander mens verder.
Hij was een bange vervolger, nu wordt hij een blije vervolgde.
Hij leeft niet meer voor zijn zekerheden,
hij leeft alleen nog voor Jezus Christus.
Waar leef je zelf voor?

dia 17 – waar word je bang van en wat laat je leven zien?
Geef nu niet direct het gewenste antwoord, Jezus.
Ik denk dat we allemaal ook wel andere dingen hebben waar je je aan vastklampt.
Een goede vraag om daarachter te komen: waar word je bang van?
Ben je bang dat China de leider van de wereldeconomie wordt
en dat je zelf steeds minder kunt kopen?
Of ben je bang dat onze vrijheid wordt afgepakt
dat ISIS verder oprukt en Nederland islamitisch wordt?
Waar je bang voor bent, laat vaak zien welke zekerheden voor jou belangrijk zijn.

Het blijkt ook in je leven.
Als Jezus voorop staat in jouw leven,
dan kun je nog best gebruik maken van geld en persoonlijke vrijheid,
maar je gaat er niet meer voor.
Dat zijn geen systemen die je in stand hoeft te houden.
In je leven worden je overtuigingen zichtbaar.
Staat Jezus voorop, en kun je met eenvoud, vreugde en toewijding hem dienen?
Of komen die andere dingen bovendrijven?
Dat alleen het beste goed genoeg is?
Dat jouw geluk voor alles gaat?

dia 19 – wees kritisch op heersende opvattingen
Geloven in Jezus kan zomaar een extraatje zijn:
het is goed om je kansen een beetje te spreiden,
Jezus als een mooie aanvulling op je zekerheden en overtuigingen.
Als dat zo is, snap ik heel goed dat veel mensen onverschillig zijn over Jezus.
Als wij als christenen alleen maar die onverschilligheid oproepen,
dan doen we iets verkeerd.
Als het goed is zijn christenen kritisch op heersende opvattingen.
Bijvoorbeeld dat het opvangen van asielzoekers in Nederland
niet ten koste mag gaan van de Nederlandse burgers.
Of dat Nederland is van de hardwerkende Nederlanders.
Die horen bij onze geloofsbelijdenissen.
Jezus gaat dwars tegen zulke zekerheden in.
Doen we als christenen met hem mee?
Het is goed als we een bedreiging van de Nederlandse zekerheden zijn!

dia 20 – bevrijd van angst
Je wordt er geen minder mens van.
Kijk maar naar Saulus.
Ja, hij wordt nu zelf vervolgd, omdat hij een bedreiging voor andere Joden is geworden.
Maar Saulus is wel verlost van zijn angst.
Vrijmoedig vertelt hij zelfs in Jeruzalem over Jezus.
Voortaan is de vreugde van God genoeg voor hem.
Dat is heel bevrijdend!
Misschien stort onze economie wel in.
Misschien wordt Nederland wel een moslimland.
Of misschien breekt er wel ebola uit in Nederland.
Maar het kan onze enige zekerheid niet afpakken:
‘ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven,
engelen noch machten noch krachten,
heden noch toekomst, hoogte noch diepte,
of wat er ook maar in de schepping is,
ons zal kunnen scheiden van de liefde van God,
die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’
Amen.




Handelingen 8:35 – Welkom met je gebreken

Wanneer pas je bij God? Een Ethiopische man op zoek naar God wordt teleurgesteld: God is te heilig voor mislukte mensen. Maar door Jezus is de toegang vrij en ben je bij God welkom!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 117
Stil gebed
Votum en groet
Waar8ig: Gloria
Onze Vader
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 8 : 26 – 40
Zingen: Psalm 22 : 11, 13 en 14
Preek over Handelingen 8 : 35
Zingen: GKB Gezang 141 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Lezen wet
Waar8ig: God en God alleen
Psalmen voor Nu 16
Onderwijs avondmaal (5)
Avondmaalsviering
Zingen: LvK Lied 90 : 2, 6 en 11
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 733
Zegen

Welkom met je gebreken

Inleiding
dia 1 – brandweer
Er zijn van die beroepen waar iedereen wel eens over heeft gedroomd.
‘Als ik later groot ben, dan word ik…’
Nou, vul maar wat in.
Brandweerman bijvoorbeeld, wie droomde daarvan?
Of profvoetballer?
Daar is dus maar weinig van terecht gekomen…
En voor de dames:
wie wilde er altijd al zuster worden?
Gek is dat eigenlijk,
dat meisjes veel realistischere dromen hebben dan jongens…

Zelf heb ik heel wat gefantaseerd over wat ik zou worden.
Predikant stond trouwens niet in mijn lijstje, dus ergens is het misgegaan…
De ene keer droomde ik ervan om banketbakker te worden,
want de hele dag taart eten, dat leek me wel wat,
de andere keer wilde ik architect worden,
een soort spelen met LEGO, maar dan in het groot.
En, zoals elke jongen, heb ik er ook ooit over gedroomd om F16-piloot te worden.

dia 2 – f16-piloot
Die droom werd al snel om zeep geholpen.
Sinds ik in groep 4 zat, draag ik al een bril,
want ik kon de liturgiebordjes in de kerk niet lezen,
en dan kun je een carrière als F16-piloot wel vergeten.
Piloten moeten nu eenmaal goede ogen hebben.
Er zijn trouwens nog wel wat meer redenen te bedenken
waarom ik geen F16-piloot moet worden,
en gelukkig had ik dat zelf ook wel door.
En anders was ik bij de keuringen wel afgevallen.
Want piloot bij de luchtmacht, dat wordt je niet zomaar.
Ik zou niet worden toegelaten.

dia 3 – welkom met je gebreken
Vandaag gaat het over iemand die niet toegelaten wordt:
de man uit Ethiopië.
Hij past niet bij God, hij is ongeschikt.
Maar dan krijgt hij een bijzondere ontmoeting met Filippus,
en leert hij God op een heel nieuwe manier kennen:
bij God ben je welkom met je gebreken.

1. Leven met gebreken
dia 4 – leven met gebreken
Op het eerste gezicht is met die Ethiopische man weinig aan de hand.
Om alvast vooruit te grijpen op de themadienst van vanmiddag:
het lijkt erop dat deze man geslaagd is in het leven.
Toch heeft hij een leven met gebreken.

dia 5 – van buiten: succes in het leven
Een Ethiopiër in Jeruzalem, dat zie je niet elke dag.
Ethiopië ligt niet echt om de hoek, deze man heeft een hele reis gemaakt.
Blijkbaar heeft hij geld waarmee hij verre reizen kan maken.
Ook bijzonder: hij kon lezen.
En dan niet alleen zijn eigen taal,
maar ook het oud-Hebreeuws van de profeet Jesaja.
De Ethiopiër is rijk en hoog opgeleid.

dia 6 – Dijsselbloem
Hij heeft een goede baan:
ambtenaar van de koningin van Ethiopië,
belast met het beheer van haar schatkist.
Vandaag zouden we hem minister van Financiën noemen,
de Jeroen Dijsselbloem van Ethiopië.
De Ethiopiër heeft zich opgewerkt en heeft een topbaan.

dia 7 – van binnen: beschadigd door het leven
Dat is de buitenkant.
Toch is deze Ethiopiër niet tevreden met zijn leven.
Nee, niet omdat hij zijn topbaan nog niet genoeg vindt,
maar omdat hij die baan alleen maar kon krijgen door zijn gebrek.
Deze man is een eunuch, onvruchtbaar gemaakt.
De koningin van Ethiopië stelde mannen aan die geen bedreiging voor haar waren,
mannen die haar niet zwanger konden maken.
Als de Ethiopische minister van Financiën begint te praten,
kun je het ook wel horen: hij heeft nooit de baard in de keel gekregen.

Gebreken horen nu eenmaal bij het leven.
Iedereen heeft zijn eigen mislukkingen.
Niemand komt zonder kleerscheuren door het leven.
Sinds de zondeval is het leven aangetast.
Elk leven is op een of andere manier beschadigd.
Ieder heeft zijn eigen mislukkingen.

dia 8 – God is te heilig
De Ethiopiër liep er hard tegenaan.
Hij kwam in Jeruzalem om God te aanbidden.
Maar hij had net zo goed thuis kunnen blijven.
In de tempel, de plek bij uitstek om God te aanbidden, was hij niet welkom.
Hij was een vreemdeling, en bovendien gecastreerd.
De regels zijn duidelijk, ik lees het voor uit Deuteronomium 23:
‘mannen bij wie de zaadballen zijn geplet of het lid is afgesneden,
mogen niet deelnemen aan de dienst van de Heer.’
Sorry voor de onsmakelijke taal, zo staat het er gewoon…
De Ethiopiër had al moeite met zijn gebrek,
en nu blijkt dat hij ook nog eens niet welkom is bij God…
God is te heilig voor mensen als hij.

Vanmorgen is hij uit Jeruzalem vertrokken.
Onderweg leest hij uit de boekrol die hij in Jeruzalem gekocht heeft.
Geen vrolijk gedeelte: het lijkt wel alsof het over hem gaat!
‘Als een schaap naar de slacht’: zo voelt hij zich door die afschuwelijke ingreep.
‘Hij deed zijn mond niet open’: praten kan hij nog, maar zijn stem is misvormd.
‘Hij werd vernederd’: hij is aangetast in zijn eer.
‘Wie zal van zijn nakomelingen verhalen?’: niemand, hij zal nooit nakomelingen krijgen.

Leven met gebreken, die Ethiopiër weet er alles van!
Hij weet dat hij niet bij God past.
En nu wij: hoe kijk je tegen jezelf aan?
Vind je het logisch dat God met je om wil gaan?
Of ben je door je gebreken niet goed genoeg voor God?
Ik sta daar eigenlijk nooit bij stil, maar dat is wel goed:
God is zo heilig, daar pas ik met al mijn gebreken nooit bij!
Ik heb helemaal niets bij God te zoeken,
nog veel minder dan aan de stuurknuppel van een F16!

2. De Geest aan het werk
dia 9 – de Geest aan het werk
Gelukkig houdt het hier niet op!
Tot nog toe is het een treurig en menselijk verhaal.
Maar het is maar één kant van het verhaal:
God doet zelf ook mee.
De Geest is aan het werk!
Dat klinkt misschien nog vaag,
maar je mag hem ontdekken in heel gewone dingen.

dia 10 – de Geest maakt open voor God
De Geest is al langer bezig met deze belangrijke Ethiopiër.
Waarom zou een belangrijke Ethiopiër naar Jeruzalem komen
om daar God te aanbidden?
Een Ethiopiër heeft toch gewoon zijn eigen land en goden,
wat heeft hij in Jeruzalem te zoeken?
Normaal gesproken niets, maar de Geest is met hem aan het werk.
Juist de teleurstelling in zijn leven zal hem ook een zetje hebben gegeven.
Als zijn leven een groot succes was,
niet alleen aan de buitenkant, maar ook van binnen,
waarom zou hij dan God zoeken?
Maar de gebreken van je leven kunnen je open maken voor God.

dia 11 – de Geest stuurt gebeurtenissen
En dan is daar opeens Filippus.
Precies de goede man op precies het goede moment op precies de goede plek.
Dit is precies wat de Ethiopiër nodig had.
En het is geen toeval:
deze ontmoeting, waar van buiten niets bijzonders aan te zien is,
deze ontmoeting, die het leven van de Ethiopiër voorgoed zal veranderen,
deze ontmoeting is de Geest aan het werk.
Is de Geest vaag?
Nee, je mag hem zien in de mensen die God op je weg plaatst.

dia 12 – schrijver
Je hebt vast wel eens een boek gelezen of een film gezien,
waarvan je dacht: maar zo gaat het in het echt niet.
Het is wel heel toevallig dat op precies het goede moment de goede dingen gebeuren.
Dat kan alleen maar omdat de schrijver het bedacht heeft.
Handelingen 8 lijkt ook wel zo’n verhaal: het klopt te goed.
Inderdaad: het is geen toeval, de Geest schrijft hier de geschiedenis.

Dus zie de Geest maar in heel gewone dingen.
In het verlangen dichter bij God te komen.
In ontmoetingen met anderen,
die achteraf altijd betekenis voor je blijven houden.
Als we elkaar helpen vast te houden aan Jezus,
dan is dat de Geest aan het werk!

3. Door Jezus welkom bij God
dia 13 – door Jezus welkom bij God
Door de ontmoeting met Filippus
wordt het leven van de Ethiopiër voorgoed anders.
Het krijgt een onverwachte wending:
van jezelf pas je totaal niet bij God,
maar door Jezus ben je welkom bij God!

dia 14 – Jesaja 53: over iemand van gebreken
De Ethiopiër zit in zijn wagen en heeft een lange reis voor de boeg.
Alle tijd om eens rustig te lezen
in de boekrol die hij in Jeruzalem heeft gekocht.
Waarom hij nu precies dit gedeelte leest, Jesaja 53, is onduidelijk.
Of toch niet: de Geest blijft maar aan het werk.
Hij leest zoals mensen in die tijd altijd deden: hardop.
Zoals ik al zei, hij herkent zijn eigen ellende in het gedeelte,
maar Jesaja zal het toch niet over hem hebben?
Over wie gaat het dan wel?

Net als hij zich die vragen stelt, is daar Filippus.
Filippus hoort hem al van een afstandje
en weet: hier wil de Geest mij hebben.
‘Meneer’, roept Filippus, ‘hoor ik u nu uit Jesaja lezen?’
De Ethiopiër kijkt op van zijn boekrol,
hij was er zo in verdiept dat hij Filippus nog niet had gezien.
‘Ja, dat klopt, taaie kost hoor, daar kom ik zelf niet uit.’
‘Zal ik u helpen?’ vraagt Filippus.
En Filippus stapt in de wagen.

dia 15 – Jezus draagt de gebreken
De Ethiopiër leest het nog een keer voor.
‘Wat moet ik hier toch mee? Over wie gaat het?’ vraagt hij.
Filippus beseft: ik mag deze man het goede nieuws over Jezus brengen.
Hij vertelt hoe die tekst uit Jesaja over Jezus gaat.
Die man die vernederd wordt,
die alle ellende van de wereld over zich heen krijgt zonder te protesteren,
die man die lijkt te bestaan uit alleen maar gebreken,
dat is Jezus!

Maar het is geen ellende die Jezus overkomt!
Hij kiest er zelf voor.
Het is de taak van Jezus om door alle gebreken heen te gaan.
Alles waardoor die Ethiopiër, jij en ik, niet bij God passen,
Jezus neemt het op zichzelf.
God zegt niet: ‘geen mens past bij mij, ik ben te heilig,
daarom trek ik me van jullie terug.’
In plaats daarvan komt hij naar de mensen toe,
en neemt alle gebreken op zich.
Jezus maakt de weg naar God open, heet je welkom bij God.
Bij Jezus is leven!

dia 16 – de mislukten horen erbij!
Even verderop in Jesaja staat geweldig nieuws, juist voor die Ethiopiër:
‘dit zegt de Heer: de eunuch die vasthoudt aan mijn verbond,
hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:
een gedenkteken en een naam in mijn tempel
en binnen de muren van mijn stad.
Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is.’
Door Jezus hoort nu ook deze mislukte man erbij!
Door Jezus ben je welkom met je gebreken.

4. Wees blij!
dia 17 – wees blij!
Misschien zeg ik daarmee niets nieuws,
heb je al zo vaak gehoord dat God door Jezus van je houdt.
Eigenlijk hoop ik dat ook,
want het is een van de belangrijkste onderdelen van het christelijk geloof.
Maar laat het niet gewoon worden, wees juist blij!

dia 18 – een prachtige belijdenis
De Ethiopiër drinkt de woorden van Filippus in:
dit is wat hij zocht, dit is waar hij altijd al naar verlangde.
Het is alsof zijn leven opnieuw begint.
Daarom wil hij graag gedoopt worden.

Misschien vind je dat maar een vreemde vraag,
en vind je het nog vreemder hoe gemakkelijk het daarna gaat.
Dan ben je zeker de eerste niet.
Al vroeg in de kerkgeschiedenis is een extra vers in Handelingen 8 ingevoegd,
waarin de Ethiopiër een geloofsbelijdenis uitspreekt.
Want dopen, dat is niet zomaar iets,
dat moet je niet in een bevlieging doen.

Maar juist die vraag, ‘waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’,
is een geweldige geloofsbelijdenis!
In Jeruzalem waren er nog allemaal redenen waarom hij er niet bij hoorde,
waarom hij niet welkom was bij God.
Nu begrijpt hij dat zijn gebreken niet in de weg staan,
dat hij door Jezus bij God mag horen.
Dat hij durft te vragen om de doop,
laat zien dat hij het helemaal heeft begrepen!
En als Filippus weer uit beeld verdwijnt,
vervolgt hij zijn weg vol vreugde.

dia 19 – het nieuwe leven vieren
Als je bij Jezus hoort, heb je alle reden om blij te zijn.
Nee, het is niet zo dat Jezus het einde van je gebreken is.
De moeilijke dingen van het leven blijven.
Net zoals die Ethiopiër onvruchtbaar zal blijven.
Maar die gebreken zijn je leven niet.
Voor God ben je niet wat er allemaal aan je mankeert.
Je bent niet je verdriet, je handicap of je verslaving.
God gaat juist verder met mislukte mensen.
Jezus geeft je een nieuw leven, en daarom: wees blij!

Soms lijken christenen helemaal niet zulke blije mensen.
Vooral als je voor God nog weer aan van alles moet voldoen.
‘Door Jezus ben ik vergeven, maar nu moet ik het waar maken.’
Nee, dat is een grote leugen!
Voor God hoef je jezelf niet te bewijzen,
want je hoort bij Jezus.
De doop van de Ethiopiër is een teken van dat nieuwe leven.
Maar ook als het al lang bekend voor je is,
wil God je dat steeds weer meegeven.
Daarom vieren we zo het avondmaal: we vieren het nieuw leven.

En als je het viert, als je blij bent, dan mag iedereen het weten.
In de bijbel staat niets over hoe het met de Ethiopiër verder is gegaan,
maar in Ethiopië is wel een van de oudste christelijke kerken.
Het kan maar zo zijn dat dat met deze man begonnen is.
Als wij het nieuwe leven zo aan tafel gaan vieren,
dan getuigen we er mee van Jezus Christus.
Door hem is iedereen welkom bij God!
Amen.




Handelingen 6:3-4 – Meedoen is winnen

Wie voetbalt, wil niet op de reservebank zitten. In de kerk van Jeruzalem stonden mensen aan de zijlijn, die graag wilden worden ingeschakeld. Maar in de kerk is iedereen nodig!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen Groei-en.

Liturgie
Zingen: Opwekking 462
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 66 : 1 en 5
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 6 : 1 – 15
Zingen: Psalm 56 : 1, 2 en 4
Preek over Handelingen 6 : 3 – 4
Zingen: LvK Lied 106 : 1, 2, 3 en 4
Kinderen terug
Lezen wet: Romeinen 12 : 1 – 13
Zingen: ‘Ik Ben’ (Sela) : 3, 4, 5 en 6
Onderwijs over ambtsdragers
Bevestiging
Zingen: GKB Gezang 10
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 481 : 1, 2 en 3
Zegen

Meedoen is winnen

Inleiding
dia 1 – laminaat
Een half jaar geleden hebben wij onze logeerkamer opgeknapt,
zodat het ooit eens Tims kamer wordt.
Verduisterende rolgordijnen, stoere jongensgordijnen ervoor,
fris behangrandje met auto’s, bussen en vliegtuigen,
en, het kan haast niet missen, een laminaatvloer erin.
Wie heeft het niet, zou ik bijna zeggen…

Bij de IKEA kun je alles halen, dus ook laminaatvloeren.
Direct een leuk uitje.
In de IKEA ziet het allemaal heel simpel uit:
iedereen zou laminaat moeten kunnen leggen.
In werkelijkheid kom je handen tekort.
Dus wij hebben maar hulp ingeschakeld.
Op een mooie zaterdagochtend hebben Bert en Harmen een handje geholpen.

dia 2 – koffiezetapparaat
Dat ging zo snel, dat ik bijna niets meer hoefde te doen.
Heerlijk, zulk personeel!
Wie nog een laminaatlegger zoekt…
Ik heb mij maar nuttig gemaakt met plinten, afval opruimen en koffie zetten.
Anders zou ik alleen maar in de weg lopen…
En daar gaat het mij nu even om.
Het gevoel dat je niet nodig bent,
dat is best fijn als het laminaat voor je wordt gelegd,
maar niet als je altijd het gevoel hebt dat je overbodig bent.

dia 3 – mok
Bij het ontbijt drink ik graag uit deze mok van FC Knudde.
Een van de spelers komt aanlopen met een kussen onder zijn arm.
‘Wie zegt dat jij reserve bent?’ vraagt de trainer.
‘Niet?’ antwoordt de speler verbaasd.
Je kunt je als die speler voelen: overbodig.
Dat je toch alleen maar op de reservebank zit,
dus net zo goed kunt gaan slapen.

dia 4 – meedoen is winnen
In de kerk is dat dus niet zo!
Dat er alleen ruimte is voor een paar mensen om zich nuttig te maken.
In de kerk loop je niet maar in de weg, iedereen is er juist nodig!
In de kerk is meedoen winnen.

1. Aan de zijlijn
dia 5 – aan de zijlijn
Tenminste, zo zou het moeten zijn.
In de kerk in Jeruzalem worden mensen vergeten.
Het probleem in Handelingen 6 is dat een groep weduwen aan de zijlijn staat:
ze krijgen geen kans zich in te zetten.

dia 6 – een andere manier van lezen
Wacht even, dat gedeelte dat we hebben gelezen, dat ging toch over iets heel anders?
Ik kan natuurlijk geen gedachten lezen,
maar de meeste mensen vatten het verhaal zo op:
‘in de kerk van Jeruzalem wordt gezorgd voor de armen,
voor hen is er een soort voedselbank,
maar een groep weduwen wordt daarbij overgeslagen.
Daarom worden er diakenen aangesteld
om ervoor te zorgen dat niemand wordt vergeten.’
Nou, wie dacht inderdaad dat het verhaal zo ging?

Ik zelf dacht dat eerst ook, op deze manier wordt het verhaal vaak uitgelegd,
en onze bijbelvertaling stuurt je ook die kant op.
Maar het is wel een beetje vreemd:
als inderdaad niet goed voor die weduwen wordt gezorgd,
zou je verwachten dat de diakenen eten gaan rondbrengen.
Maar dat doen ze dus niet!
Stefanus, één van die mannen, doet even later van alles:
hij preekt, hij doet wonderen, maar over eten uitdelen lees je niets…
Om een lang verhaal kort te maken,
ik heb een andere manier gevonden om dit verhaal te lezen,
en daar wil ik jullie graag in meenemen.

dia 7 – problemen met de organisatie van maaltijden
We gaan naar de kerk van Jeruzalem.
Met Pinksteren waren er 3000 mensen tot geloof gekomen,
en dat was nog maar het begin.
De kerk bestaat nog maar net en is in korte tijd razendsnel gegroeid.
Ja, dan gaat er wel eens wat mis,
want wie kan daar nu nog het overzicht over houden?
Wat het extra lastig maakt,
is dat er christenen zijn die hun leven lang al in Israël wonen en Aramees spreken,
maar ook christenen die uit andere delen van de wereld komen en Grieks spreken.
De twaalf apostelen, de groep waar het allemaal mee begon, spraken Aramees.
Niet zo gek dat ze het Griekse deel wat minder goed kennen.

Elke dag waren er gezamenlijke maaltijden:
de kerk is heel wat meer dan diensten op zondag.
Die maaltijden waren niet alleen voor de liefhebbers,
iedereen deed er aan mee.
Aan tafel klopte het hart van de gemeente.
Maar zulke maaltijden houden, dat vraagt natuurlijk wel wat organisatie.

dia 8 – verlangen om ook mee te doen
Dan komen de weduwen in beeld.
Vrouwen die er alleen voor staan.
Dat is nooit makkelijk, en toen al helemaal niet.
Maar het is niet goed om alleen maar te kijken naar wat mensen niet kunnen!
Verderop in het Nieuwe Testament krijgen weduwen zelfs een officiële functie:
ze staan niet aan de zijlijn maar zijn juist nodig.
In dit geval bij het organiseren van de maaltijden.
Maar de Griekse weduwen worden over het hoofd gezien.
De twaalf apostelen schakelen vooral mensen in die ze al kennen,
net zoals wij ook de neiging hebben om steeds dezelfden te vragen…
De Griekse weduwen willen ook meedoen!

dia 9 – mok
Wat een fantastisch probleem is dat eigenlijk: mensen die meer willen doen!
Niks geen ge-emmer over vacatures die niet worden ingevuld…
Bij ons is dat wel anders,
maar toch hoop ik dat je iets van dat verlangen herkent om mee te doen:
dat je niet aan de zijlijn wilt staan,
en bij wijze van spreken je kussen al meeneemt naar de kerk,
omdat je er toch overbodig bent…
Nee: jouw bijdrage is waardevol!

2. Een goede verdeling
dia 10 – een goede verdeling
Het is niet goed als sommige mensen alles doen
en anderen niet eens de gelegenheid krijgen iets te doen.
Om dat probleem op te lossen, worden zeven mannen aangesteld.
Zo ontstaat er een goede verdeling van wat moet gebeuren.

dia 11 – ambtsdragers moeten niet alles doen
Het probleem wordt serieus genomen:
natuurlijk moeten die Griekse weduwen worden ingeschakeld!
Maar daarvoor moet er wel meer veranderen.
Op dit moment moet alles door de twaalf apostelen geregeld worden.
Wat er ook maar aan de hand is, zij moeten het oplossen.
Maar het wordt gewoon te veel.
En aan hun echte taak, bidden en verkondigen,
daar komen ze veel te weinig aan toe.
Dat moet anders!

Dat lijkt me voor vandaag ook belangrijk.
Dingeman, Minze en Arie, we zijn blij dat jullie de kerkenraad komen versterken!
Maar het is dus niet de bedoeling dat jullie alles maar gaan doen.
Sterker nog: als je alles gaat doen wat op je afkomt,
maak je jezelf te belangrijk en onmisbaar.
Zorg dat je niet verzuipt in allerlei bijzaken,
houd juist, net als de apostelen, je kerntaak in de gaten.
Zometeen, voor jullie bevestiging, staan we daar nog bij stil.

dia 12 – ambtsdragers schakelen de gemeente in
De apostelen gaan het probleem niet zelf oplossen,
maar roepen de gemeente samen en geven een opdracht:
‘wijs zeven mannen aan, zeven leiders.’
Zo gebeurt het: er worden zeven mannen gekozen,
en als je op hun namen af mag gaan
zijn het allemaal mannen uit het Griekse deel van de gemeente.
Wat zij nou precies moeten doen, staat er niet,
ze moeten er in ieder geval voor zorgen dat de Griekse weduwen worden ingeschakeld.
Zie ze maar als een soort hulpapostel.
De apostelen hadden geen zicht op de hele gemeente,
deze zeven mannen kunnen hen goed aanvullen.
Samen zorgen ze ervoor dat iedereen in de gemeente iets kan bijdragen.
Dus geen praktische hulpen die pannen eten rondbrengen,
maar juist mannen die de gemeente inschakelen.

Dat betekent ook wat voor ons.
Die ouderlingen en diakenen,
die zijn er om jullie, de gemeente, in te schakelen!
Zij moeten het overzicht over de gemeente houden.
Niet alleen het overzicht van wie er hulp nodig heeft,
maar juist ook het overzicht van wie welke gave in kan zetten.
Zij moeten stimuleren dat we een echte gemeenschap zijn,
waar ieder zijn plek inneemt en zijn gave inzet,
zodat niemand aan de zijlijn staat en vergeten wordt.

3. Kerk zijn we samen
dia 13 – kerk zijn we samen
Maar zitten we daar wel op te wachten?
Is het niet gewoon fijner om toe te kijken?
Dat die Griekse weduwen iets willen doen, dat is prachtig,
maar zelf heb je het al druk genoeg!
Moet je dan ook nog je gaven voor de gemeente inzetten?
Waarom kunnen de ouderlingen en diakenen
er niet gewoon voor zorgen dat het allemaal draait, zonder dat extra gedoe?

dia 14 – kerk als theater?
Dat hangt er vanaf hoe je naar de kerk kijkt.
Twee voorbeelden die ik deze week tegenkwam, wil ik graag aan jullie doorgeven.
Je zou de kerk kunnen vergelijken met een theater.
Dan gaat het vooral om wat je er haalt.
Je wilt er vermaakt worden, iets leren, gevoed worden,
dus hoop je maar dat de predikant een beetje een goed verhaal heeft
en dat de muziek goed is en naar jouw smaak.
Van jezelf vraagt het helemaal niets.
Zo is de kerk dus niet: anders hadden we wel van die wegzakstoelen in de kerkzaal.

dia 15 – kerk als voetbalteam!
Je kunt de kerk beter vergelijken met een voetbalteam.
Voetballers doen niets liever dan spelen,
de reservebank is een teleurstelling.
In een voetbalteam is iedereen nodig,
en ieder heeft zijn eigen specialiteit.
De een kan goed koppen, de ander geeft mooie voorzetten,
en weer een ander rent iedereen eruit.
Samen spelen ze het spel.

dia 16 – samen Christus’ lichaam op aarde
Zo is de kerk ook: we moeten het met elkaar doen.
Ja, de kerk is er ook om je geloof te voeden,
maar dat geloof wordt pas echt gevoed als je een deelnemer bent.
Voetballers worden ook geen betere voetballers als ze langs de kant liggen te slapen…
De kerk is het lichaam van Christus op aarde,
dat is wat we samen zijn en waar we voor trainen.
In Handelingen wordt volop getraind:
er wordt geschreven over de kerk als een éénheid, als je nieuwe familie,
waarin de deelnemers met elkaar meeleven,
met elkaar eten en het avondmaal vieren.
Iedereen heeft daarin zijn eigen specialiteit.
Een jongere heeft misschien enthousiasme en goede kritische vragen.
Een oudere heeft misschien levenswijsheid
en weet dat er meer is dan de rages van vandaag.
Samen zijn we een gemeenschap.

Die weduwen voelden zich aan de zijlijn staan,
terwijl ze graag iets wilden doen.
Niet omdat dat van hen verwacht werd,
maar omdat ze graag wilden meedoen en bijdragen.
Laten wij daar ook beginnen:
bij het verlangen om samen het lichaam van Christus te vormen,
om het huisgezin van God te zijn.
Het verlangen naar iets veel beters,
dan een wereld waar ieder voor zich leeft.

dia 17 – zo groeit de kerk
Dat is in Handelingen ook het succesverhaal van de kerk.
De kerk groeit, omdat mensen zien dat de kerk iets bijzonders heeft:
mensen verbinden zich aan elkaar omdat ze in Christus één zijn.
Als wij, hier in Franeker, betekenis willen hebben voor onze omgeving,
moeten we het niet zoeken in super-professionele diensten,
maar in dat we een eenheid zijn.
Daar zetten die zeven mannen zich voor in, en met succes.
Met zo veel succes dat de Joden er bang van worden.
Het wordt Stefanus zijn dood.

4. Doe je mee?
dia 18 – doe je mee?
En dan is de vraag: doe je mee?
Wil je zo’n deelnemer zijn in de kerk?
Actief deel zijn van de gemeenschap,
net zoals die weduwen ingeschakeld wilden worden?

dia 19 – ambtsdragers kunnen niet zonder de gemeente
Zonder jullie, gemeente, kunnen de ouderlingen en diakenen hun werk niet doen.
Ja, ze krijgen een bijzondere verantwoordelijkheid.
Zometeen horen we er nog wat meer over.
Maar het is niet zo dat de ouderlingen en diakenen het maar moeten doen:
het is juist hun opdracht iedereen in te schakelen.
Ze zijn er niet om jullie te verzorgen,
maar om jullie te helpen voor elkaar te zorgen,
en daar hoort ook voor elkaars geloof zorgen bij.
De ouderlingen en diakenen kunnen niet zonder jullie,
daarom vraag ik straks niet alleen van hen een ja-woord,
maar ook van de gemeente.

dia 20 – hoe kun jij bijdragen?
Vraag jezelf eens af: hoe kan ik een bijdrage leveren?
Want je hoeft er niet iemand anders voor te worden:
je hebt je eigen gaven gekregen waar je iets mee kunt.
Net zoals je je eigen onmogelijkheden hebt.
Die weduwen waren bijvoorbeeld niet rijk,
maar een maaltijd organiseren, dat deden ze graag.
Bedenk eens waar jouw mogelijkheden liggen.
Misschien heel praktisch, in muziek, koken, schoonmaken of organiseren.
Misschien in meeleven, bemoedigen, waarschuwen of motiveren.
Hoe dan ook: ieder kan bijdragen,
niemand kan hier gemist worden.

dia 21 – aan tafel
En als je dit nog te vaag vindt: ga gewoon samen eten.
Een jaarlijkse kringbarbecue is fijn,
maar waarom zou je niet vaker samen eten?
Je kunt de kerk heel moeilijk maken,
maar in Handelingen is het heel simpel:
aan tafel kun je heel makkelijk met elkaar meeleven,
kun je delen in elkaars leven.

dia 22 – durf offers te brengen
Dat vraagt wel om betrokkenheid,
om bereidheid om in elkaar te investeren.
Met een oud woord: het vraagt offers.
Soms moet keuzes maken.
Van een keuze voor de gemeente kun je zelf minder worden: dat is een offer.
Maar God ziet dat offer, en Paulus schrijft in Romeinen 12 dat God dat met vreugde ziet.

Zullen we er samen voor gaan?
We moeten het met elkaar doen.
Doe je mee?
Dan ben je een winnaar!
Amen.




Handelingen 2:16-17 – Gaan voor Jezus met de Geest

We houden van nuchterheid: doe maar gewoon. Maar met de Geest gaat het er niet zo gewoon aan toe. Wat betekent die Geest voor gewone mensen?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: JdH 57 ‘Er komen stromen van zegen’ en Psalm 87 : 3, 4 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 249 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 2 : 14 – 42
Zingen: Psalm 67 : 2 en 3 (Frysk)
Preek over Handelingen 2 : 16 – 17
Zingen: GKB Gezang 167 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: LvK Lied 477 : 1 en 2
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 334
Zegen

Gaan voor Jezus met de Geest

Inleiding
dia 1 – dromen
‘De meeste dromen zijn bedrog.’
Dat zal wel waar wezen, maar dromen is ook leuk!
In je dromen is de wereld net even anders dan in het echt.
Alles gaat dan zoals jij het in je dromen bedenkt.
Maar het kan wel heel echt lijken.
Wie heeft dat wel eens,
dat je ergens over hebt gedroomd,
en dat je het later op de dag je nog weer herinnert,
en dan niet meer weet of het nou een droom was of echt?

Dromen zeggen iets over wat je, bewust of onbewust, bezig houdt.
In de weken voordat Hanneke en ik zijn getrouwd,
heb ik heel wat over onze bruiloft gedroomd.
Over hoe ik te laat wakker werd op onze trouwdag,
en daardoor alles in de soep liep,
maar gelukkig ook over mijn bruid.
En dat maakte weer veel goed!

dia 2 – dierenarts
Dromen zijn niet alleen bedrog,
ze hebben alles met je leven te maken.
En aan sommige dromen kun je werken.
Als je er bijvoorbeeld van droomt om dierenarts te worden,
dan helpt die droom je door je schooltijd heen.
Wiskunde is dan wel ingewikkeld en misschien zelfs saai,
maar je zet alles op alles om er een voldoende voor te halen,
desnoods neem je er bijlessen voor,
want je weet al precies wat je wilt.

Mooi is dat, als mensen ergens voor gaan, hun droom najagen.
Zo’n droom, die mag wat kosten.
Bijvoorbeeld topsporters, die dromen van olympisch goud.
Dat vraagt jarenlange training,
maar ook bijvoorbeeld dat je er met je eten steeds rekening mee houdt.
Je hele leven komt in het teken van je droom te staan.

dia 3 – gaan voor Jezus met de Geest
Zou je ook op zo’n manier voor Jezus kunnen gaan?
Dat het je droom is om mensen over Jezus te vertellen?
Dat het je droom is om Gods liefde door te geven?
Dat klinkt misschien vreemd, maar het is precies wat de Geest doet.
Daar staan we vanochtend bij stil:
gaan voor Jezus met de Geest.

1. Doe maar gewoon
dia 4 – vogelaars
Ergens helemaal voor gaan, dat is mooi,
maar vaak ook wel een beetje vreemd.
Leuk als iemand om vijf uur ’s ochtends in de auto stapt
omdat er een of ander bijzonder vogeltje is gesignaleerd,
ieder zijn eigen hobby,
maar het moet natuurlijk niet te gek worden.
Ik bedoel, het zijn ook maar vogeltjes.
Leuk als iemand gek is van auto’s,
maar als ik elke preek weer met een autovoorbeeld aankom,
denken jullie ook: heb je hem weer…
Doe maar liever een beetje gewoon.

dia 5 – liever niet te vreemd…
En volgens mij denken we dat ook over het christelijk geloof.
‘Gaan voor Jezus’, dat klinkt wel erg hoogdravend…
Het is mooi als je wat aan je geloof hebt,
als je er steun in vindt, en echt Gods liefde ervaart,
maar vergeet niet dat je ook gewoon op aarde leeft.
Mensen die altijd maar over Jezus praten,
die vinden we misschien wel een beetje vreemd.
En we willen niet dat mensen denken dat wij ook zo zijn,
dat wij het over niets anders dan Jezus zouden kunnen hebben.
Wij zijn ook heel gewone mensen hoor!

‘Doe maar gewoon,’
dat denken de mensen in Jeruzalem ook over de leerlingen van Jezus.
Het is 10 dagen na Hemelvaartsdag, 50 dagen na het Paasfeest.
Een weetje: Pinksteren is naar die 50 dagen genoemd.
Het Griekse woord voor Pinksteren is ‘pentèkostè’, en dat betekent ‘de 50e’.
In het Engels heet Pinksteren nog letterlijk zo, ‘pentecost’,
en ook ons woord ‘Pinksteren’ komt ervan.
Terug naar Jeruzalem: in die tijd was Pinksteren al een feest, een oogstfeest.
Daarom zijn er veel mensen op straat.
Joden uit allerlei landen zijn in Jeruzalem
en bedanken God voor de nieuwe oogst.

dia 6 – vreemde dingen in Jeruzalem
Maar dit keer gaat het anders dan normaal.
In een van de huizen in Jeruzalem zijn ongeveer 120 leerlingen van Jezus bij elkaar.
Met hen gebeuren onverklaarbare dingen.
Eerst is er iets dat als een harde wind klinkt,
daarna iets wat eruit ziet als vuur,
en dan beginnen die leerlingen in allemaal vreemde talen te praten.
Wat gebeurt hier toch?!

Al snel wordt het door mensen buiten opgemerkt,
en in korte tijd staat half Jeruzalem voor de deur.
De leerlingen van Jezus zien dit als een geweldige kans:
zij begrijpen nu eindelijk wie Jezus is,
en ze kunnen niet meer over hem ophouden.
En heel wonderlijk: iedereen hoort hen in zijn eigen taal.

dia 7 – dronken of nuchter?
Vind je het gek dat sommigen denken dat ze dronken zijn?!
Jezus is er toch niet meer, waarom beginnen ze er dan weer over?
Moeten ze zichzelf nu echt zo voor schut zetten door over Jezus te gaan praten
terwijl overduidelijk is dat ze zichzelf niet in de hand hebben?
Mooi dat ze enthousiast zijn voor Jezus,
maar doe toch alsjeblieft gewoon!

Hoe vind jij het als mensen helemaal voor Jezus gaan?
Als iemand droomt over hoe we het goede nieuws van Jezus
gaan delen in Franeker?
Als we als kerk daar alles voor zouden doen,
ook al zouden we vreemd aangekeken worden?
Ik ben bang dat we dan allemaal bedenkingen hebben.
Want je moet natuurlijk wel nuchter blijven…
Ik snap wel waarom de mensen dachten dat de leerlingen dronken waren.

2. Vervuld van Gods Geest
dia 8 – vervuld van Gods Geest
Toch zijn ze dat niet: ze zijn volledig nuchter.
Dat ze zo enthousiast zijn over Jezus
en er niet meer over kunnen ophouden,
dat heeft een andere reden: ze zijn vervuld van Gods Geest.

dia 9 – Joël helpt het te begrijpen
Petrus merkt dat de mensen verlegen zijn met de situatie.
Daarom houdt Petrus een toespraak.
Hij gebaart dat de mensen stil moeten zijn,
zodat hij kan uitleggen wat er aan de hand is.
Als iedereen tot rust gekomen is, begint hij:
‘ik weet wat jullie denken, dat wij ze niet meer op een rijtje hebben
en gewoon te diep in het glas hebben gekeken.
Neem maar van mij aan dat dat niet zo is.
Hier gebeurt iets heel anders,
iets wat al is aangekondigd door de profeet Joël.’

Voor ons is dat misschien een beetje vreemd,
waarom begint Petrus opeens over Joël?
Hoe kan dat nou een verklaring geven?
Maar bedenk dan wel dat alle aanwezigen
gelovige Joden of gelovige buitenstaanders waren.
Zij kenden de profeet Joël en wisten dat die profetie nog in vervulling moest gaan.
Dat Petrus over Joël begint,
is voor hen een echte verklaring van wat er gebeurt.
Ze krijgen iets aangereikt wat ze al weten,
wat hen helpt om het te begrijpen.

dia 10 – een nieuwe tijd is begonnen
Maar wat zegt Joël dan?
Joël zegt dat aan het einde van de tijd Gods Geest over de mensen wordt uitgegoten.
‘En kijk’, zegt Petrus, ‘dáár zijn jullie vandaag getuige van.
Vandaag is die profetie van Joël in vervulling gedaan.
Vandaag is een nieuw tijdperk begonnen, het einde van de tijd.
Vandaag is Gods Geest uitgegoten.
Daarom kunnen wij niet ophouden over Jezus!’

dia 11 – de Geest doet profeteren en dromen
Want dat is profeteren.
Bij een profeet denk je misschien aan iemand die de toekomst kent,
en inderdaad, Joël was zo’n profeet die iets over de toekomst heeft gezegd.
Of je denkt bij profetie aan het hebben van een persoonlijke boodschap voor iemand,
dat je een heel sterk gevoel hebt dat je namens God iets moet zeggen,
misschien zelfs tegen iemand die je helemaal niet kent.
Ik geloof echt dat God mensen zo kan gebruiken,
maar dat is niet wat er met Pinksteren gebeurt.
Profeteren is veel simpeler: het is getuigen van Jezus,
het is spreken over de grote dingen die God doet.
En dat is precies wat Petrus doet: de hele toespraak gaat over Jezus.

De profetie van Joël gaat ook over dromen en visioenen.
Ook weer zoiets waar je allerlei kanten mee op kunt.
Het kan gebeuren dat God in een droom tot je spreekt.
Verderop in Handelingen gebeurt dat ook een paar keer,
dat God aanwijzingen geeft over hoe het evangelie verspreid moet worden.
Maar het belangrijkste van dromen en visioenen:
de Geest zorgt ervoor dat je God leert kennen,
en dan niet wat feitelijke informatie over God, wetenswaardigheidjes,
maar dat je hem als een persoon leert kennen
dat God je bezighoudt, dat je wilt gaan voor Jezus.
Dat is geen dronkenschap, maar het werk van de Geest.

3. De Geest: (n)iets voor mij?
dia 12 – de Geest: (n)iets voor mij?
Dat was toen in Jeruzalem.
De Geest kwam over Petrus en de andere leerlingen,
daarom zijn ze zo enthousiast over Jezus.
Toch blijft het vreemd, hoe zij helemaal voor Jezus gaan.
Ik denk dan: ‘ja, maar zo enthousiast ben ik helemaal niet.’
Is de Geest over mij dan wat minder uitgestort?
Die Geest, is dat ook voor jou en voor mij?

dia 13 – de Geest is er ook voor ons
Laat ik eerst maar het antwoord van Petrus geven:
ja, de Geest is er ook voor jou en mij.
Dat de Geest over de leerlingen van Jezus is gekomen,
dat is nog maar het begin.
Die profetie van Joël gaat net zo goed over ons.
Het gaat over alle mensen aan het einde der tijden,
de periode tussen Pinksteren en Jezus’ terugkomst naar de wereld.
Het is geen toekomstmuziek van wat nog eens gaat gebeuren,
de Geest is al uitgegoten.
En het is voor alle mensen,
het maakt niet uit of je jong of oud bent,
man of vrouw, arm of rijk, blank of gekleurd,
God maakt geen onderscheid tussen mensen.
Door de Geest kan iedereen God leren kennen,
kan iedereen gaan voor Jezus
en dromen hebben over hoe we Gods liefde kunnen uitdelen.
Gods Geest is er ook voor ons vandaag!

dia 14 – slaat de Geest ons over?
Maar waarom lijkt het vandaag zo anders?
Ik heb nog nooit een talenwonder meegemaakt.
Ik heb God nog nooit in een droom gezien.
Ik vind het vaak maar lastig om over Jezus te praten,
helemaal als het buiten de veilige kerkmuren is.
Het is ook niet zo dat Jezus mij de hele dag bezig houdt.
En ik kan het natuurlijk verkeerd hebben,
maar ik vermoed dat ik niet de enige ben…
Heeft de Geest ons dan overgeslagen?

Als je echt van God houdt, hoef je je daar geen zorgen om te maken.
Wat in Handelingen 2 gebeurt, is natuurlijk wel uniek.
Het is nog maar 50 dagen na de opstanding van Jezus.
Die leerlingen van Jezus zitten er middenin.
Jezus’ dood, Jezus’ opstanding, verschillende verschijningen, de Hemelvaart,
het ligt allemaal nog vers in het geheugen.
En nu, met Pinksteren, komt het echt binnen,
leren ze Jezus op een heel nieuwe manier kennen.
Natuurlijk zijn ze daar diep van onder de indruk!
Dit is nieuw, ook voor de mensen op straat,
en natuurlijk delen de leerlingen wat ze nu over Jezus weten.

dia 15 – de Geest geeft liefde die vertrouwd is
Maar je kunt niet altijd zo enthousiast zijn.
Het blijft niet nieuw.
Ik vergelijk het maar met verliefdheid:
dat is een supersterk gevoel voor de ander.
Maar op een gegeven moment wordt verliefdheid liefde.
Liefde is niet minder sterk, maar wel anders:
je wordt vertrouwder met elkaar.
Dat is met God ook zo: je wordt steeds vertrouwder met hem.
Dat is anders dan die eerste Pinksterdag.
Maar ook die ‘gewonere’ liefde voor God komt van de Geest.

En uit die liefde groeien dromen.
Nee, misschien niet dat het je’s nachts bezighoudt,
maar er kunnen dan nog steeds dagdromen zijn.
Je kunt dromen over je toekomst,
maar door de Geest kun je ook dromen over Gods toekomst
en over zijn plan met Franeker.
Je kunt dromen over jezelf,
maar door de Geest kun je ook dromen over het uitdelen van Gods liefde.
Door de Geest kun je naar Franeker kijken als deel van Gods wereld.
De Geest is er ook voor ons!

4. Ga voor Jezus met de Geest
dia 16 – ga voor Jezus met de Geest
De Geest laat je voor Jezus gaan,
zodat je leven in het teken van Jezus komt te staan.
Dat deed hij op het eerste Pinksterfeest in Jeruzalem,
en dat doet hij net zo goed bij ons.
Hij wordt ook uitgegoten over nuchtere Friezen, of Drenten zoals ik.
Dus ga voor Jezus met de Geest.

dia 17 – schuifpui
Ik zat deze week weer eens in het HEMA-restaurant,
en het was lekker weer.
Sommige mensen zaten daarom buiten op het terras.
Steeds als de schuifpui open ging
voelde ik een windvlaag op mijn rug.
Dat vind ik wel een mooi beeld voor de Geest:
zet de deur van je leven voor hem open,
zodat hij in je leven kan gaan waaien.

dia 18 – de Geest komt niet automatisch
Want je krijgt de Geest niet automatisch.
Na de toespraak van Petrus komen 3000 mensen tot geloof.
Zij laten zich dopen en krijgen de Geest.
Maar niet iedereen denkt er zo over:
sommigen horen Petrus aan en ergeren zich er alleen maar aan.
Hoe zit dat bij jou?
Ga je voor het veilige, het vertrouwde,
en ben je bang voor rare fratsen van de Geest?
Of wil je deel uitmaken van wat met Pinksteren begon,
voor Jezus gaan in dit einde van de tijd,
mag de Geest de controle nemen in je leven?

dia 19 – neem tijd dat de Geest je kan vullen
Als je met de Geest voor Jezus wilt gaan, investeer er dan ook in.
Neem tijd dat de Geest je kan vullen.
Het klinkt misschien ouderwets,
maar door gewoon elke dag bijbel te lezen en te bidden,
kan de Geest je liefde voor Jezus laten groeien.
Natuurlijk, de Geest kan dat ook op andere manieren,
hij kan je ook opeens een visioen geven,
hij kan door dichte deuren heen breken,
maar beter kun je gewoon de deur open zetten.
Voordat de Geest kwam,
hebben Jezus’ leerlingen daar ook alle tijd voor genomen.

dia 20 – laat de Geest je dromen vullen
Laat de Geest je dromen vullen.
Laten we dromen over dat Gods liefde de wereld over gaat, ook in Franeker.
En blijf dan niet hangen in allerlei bedenken,
zoals ‘dat we hebben al eens geprobeerd’,
of ‘niemand zit erop te wachten.’
Die bedenkingen komen niet van de Heilige Geest.
Het is niet van de Geest als je geloof strikt privé is.
De Geest laat je profeteren, met woorden en daden.
De Geest doet grote dingen!
Nee, die 3000 komen misschien niet tot geloof,
maar als is het er maar één!

Gaan voor Jezus met de Geest, dat is geen kwestie van dronkenschap.
Paulus schrijft in Efeziërs 5:
‘Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspatting,
maar laat de Geest u vervullen.’
Amen.




Handelingen 19:23-40 – God is God!

Wat de Eifeltoren voor Parijs is, is de tempel van Artemis voor Efeze. Maar volgens Paulus is Artemis geen echte god. Dat is alleen God. Als je gelooft dat er maar één God is, kan het spannend worden!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom en mededelingen
Kinderkoor: Zingen maakt blij!
U bent erbij
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Klap in de handen van blijdschap’ (E&R 306)
Gebed
Kinderkoor: Een liedje voor U
Kijk uit waar je gaat!
Lezen: Handelingen 19 : 23 – 40 (BGT)
Zingen: Psalm 115 : 2, 3 en 6
Preek
Zingen: Kidsopwekking 10 (Zeg het voort)
Kinderkoor: 10-Woorden-rap
De liefde gaat nooit voorbij
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 167 (Samen in de naam van Jezus)
Zegen

God is God

Inleiding
dia 1 – quiz
Ik wil even een quizje met jullie doen.
Het is heel simpel:
ik laat een foto of een voorwerp zien,
en dan is de vraag: bij welke stad of bij welk land hoort het?
En als je het antwoord weet, dan mag je het roepen.
We beginnen even makkelijk.

dia 2 – Eifeltoren
Parijs, ja, natuurlijk: dit is de Eifeltoren.
Misschien wel het bekendste gebouw van de wereld.
Ik denk dat iedereen het nu wel snapt,
we gaan verder met de volgende.

dia 3 – toren Pisa
Deze toren staat in Pisa, in Italië.
De bekendste scheve toren van de wereld, maar zeker niet de enige:
in Leeuwarden weten ze ook niet hoe je een toren recht moet bouwen…
Door naar de volgende.

dia 4 – vrijheidsbeeld
Wat verder van huis: het vrijheidsbeeld in New York.
Amerikaanser kan het niet,
maar dit beeld was een cadeautje van Frankrijk aan Amerika.
De volgende.

dia 5 – vuurtoren
Van Amerika gaan we naar de vuurtoren van Ameland.
En zeg nu zelf:
waarom zou je nog naar New York willen
als wij zo dichtbij al zulke mooie gebouwen hebben?
De volgende.

dia 6 – Taj Mahal
Deze is wat moeilijker, een land noemen is genoeg.
Het is in India, de Taj Mahal.
Wie het goed had krijgt bonuspunten…
De volgende.

dia 7 – Big Ben
Hier krijg je dus geen bonuspunten voor.
Het is aan de overkant van de Noordzee:
de Big Ben in Londen.
Net zo bekend als de Eifeltoren, maar dan mooier.
De volgende.

dia 8 – us mem
Nu wel: Leeuwarden.
Iets bekenders dan dit uit Leeuwarden kon ik niet vinden…
De volgende.

dia 9 – piramides
Dat kan niet missen: het is Egypte.
Ook nog iemand die weet bij welke plaats deze piramides staan?
Ze staan bij Gizeh.
Dit zijn trouwens ook direct de oudste gebouwen uit deze quiz,
ze zijn ongeveer 4500 jaar oud.
En dan de laatste.

dia 10 – kaatsveld
Hoe kan het ook anders: we eindigen met ons eigen Franeker.
Wat je ook van het kaatsveld en die twee torens vindt,
elke ‘oprjochte’ Fries herkent het.

Is er iemand die ze allemaal goed had?
(Iemand die er maar een fout had?)
Gefeliciteerd, dan hebben jullie gewonnen.
En dan ben ik benieuwd of je de allerlaatste ook weet.

dia 11 – tempel Artemis
Dit is een tekening van hoe de tempel van Artemis in Efeze eruit zag.
Over die tempel ging het in het bijbelverhaal dat we hebben gelezen.
Deze tempel was voor Efeze net zo belangrijk
als de Eifeltoren voor Parijs en de piramides voor Egypte.
Het was een van de bekendste gebouwen in de wereld.
Deze tempel was voor de godin Artemis.
Maar als Paulus in Efeze komt,
vertelt hij dat God veel groter is dan Artemis: God is echt God.
Daarmee komen we in een spannend verhaal.

1. Goed voor elkaar
dia 12 – Efeze
Efeze is een grote stad,
en het ligt prachtig aan de kust van Turkije.
Elke dag komen grote schepen na een lange zeereis aan in Efeze.
De mensen aan boord hebben een indrukwekkend uitzicht op de stad.
Efeze is zo’n stad die je nooit meer vergeet.
Ze hebben het er goed voor elkaar.

dia 13 – wereldwonderen
Het mooiste van alles is de tempel van Artemis.
Als je Efeze ziet liggen, kijk je bijna automatisch naar de tempel.
Veel bezoekers kunnen het zich nauwelijks voorstellen:
kunnen mensen echt zoiets moois maken?!
Niet voor niets staat de tempel in het lijstje met bekendste gebouwen van toen:
het is één van de zeven wereldwonderen, net als de piramides,
en misschien wel de mooiste.

Wie Efeze zegt, zegt Artemis.
Artemis was een belangrijke Griekse godin.
Over Artemis kun je nog veel meer zeggen,
maar dat is nu even niet zo belangrijk.
Wel belangrijk is wat Artemis en de tempel voor Efeze opleveren.
De tempel van Artemis is een mooie bron van inkomsten.

dia 14 – Demetrius
Ik wil je voorstellen aan Demetrius, een echte Efeziër.
Demetrius verkoopt dure souvenirs.
Hij heeft een grote winkel vlakbij de tempel.
Als ’s ochtends de eerste mensen bij de tempel komen,
staat Demetrius alweer klaar:
‘tempeltjes te koop, tempeltjes te koop!’
Als hij mensen ziet aarzelen, ruikt hij zijn kans:
‘vindt u het niet prachtig meneer, die tempel van Artemis?
Wat jammer dat uw familie niet mee is en het niet kan zien.
Maar weet u, u kunt bij mij een klein tempeltje kopen,
dan kunt u thuis laten zien waar u geweest bent.
Een mooie herinnering toch?
U kunt er natuurlijk ook meer meenemen,
als cadeautje voor uw vrouw en kinderen.’
De mensen laten zich gemakkelijk door Demetrius overhalen,
hij en de andere souvenirverkopers doen goede zaken.
Ze hebben het goed voor elkaar, met dank aan Artemis.

dia 15 – zwart
Lekker toch, als je het goed voor elkaar hebt?
Wees er maar blij mee als jullie genoeg geld hebben
voor lekker eten, mooie kleren en leuke vakanties.
Het is fijn als je een dagje naar de dierentuin kunt met familie
en je leuk speelgoed hebt.
Dan heb je het, net als Demetrius, goed voor elkaar.

2. Andere keuzes
dia 16 – winstdaling
Maar de laatste tijd is Demetrius wat minder tevreden.
Hij verkoopt de laatste tijd minder dan vroeger.
Steeds meer mensen willen geen tempeltje.
Demetrius snapt er niets van:
‘het zijn toch prachtige tempeltjes,
van mooi en zuiver zilver gemaakt,
wie wil er nu niet zo’n souvenirtje voor thuis?’

Elke dag staat hij weer vroeg bij zijn winkel en roept:
‘tempeltjes te koop!’
Maar als er weer iemand voorbij loopt die niets koopt,
wil Demetrius meer weten.
‘Waarom koopt u niet zo’n tempeltje?
Vindt u ze te duur?
Is de kwaliteit niet goed genoeg?
Vertel het me!’
De man kijkt Demetrius even verbaasd aan, en zegt dan:
‘het zijn vast prima souvenirs, maar ik hoef ze niet:
ik ben christen geworden.’

dia 17 – Paulus
Nu snapt Demetrius er nog minder van.
‘Christen geworden’, wat is dat nu voor gekkigheid.
Hier moet hij meer over weten!
En dan hoort Demetrius over Paulus.
Paulus vertelt dat Jezus is opgestaan en de Zoon van God is.
Er zijn al veel mensen tot geloof gekomen!
Hij vertelt ook dat alleen God een echte God is:
goden die mensen zelf maken zijn geen echte goden.
Christenen geloven niet dat Artemis een echte godin is,
en daarom willen ze geen tempelbeeldjes.

Het zit Demetrius niet lekker, hij slaapt er slecht van.
Demetrius is niet blij met Paulus en die christenen:
ze zorgen ervoor dat hij minder verdient.
Prima als mensen in hun eigen god willen geloven,
dat moeten ze helemaal zelf weten,
maar het is niet eerlijk dat Demetrius daar de dupe van wordt.
Hij had het zo goed voor elkaar!
In dit bijbelverhaal zie je dat christenen andere keuzes maken,
omdat God de enige God is,
en dat ook mensen die geen christen zijn daar wat van merken.

dia 18 – bootvluchtelingen
Maar aan wat voor andere keuzes kun je dan denken?
Ik wil één voorbeeld geven: hoe ga je om met asielzoekers?
Veel mensen gaan op de vlucht voor oorlog in hun land.
Ze betalen veel geld om met de boot naar Europa te gaan.
Maar die boten zijn oud en onbetrouwbaar.
Soms zinken ze in de Middellandse Zee.
Misschien heb je er wel iets over gezien op het jeugdjournaal.

Zijn deze vluchtelingen welkom in Nederland?
Veel Nederlanders zijn bang voor vluchtelingen.
De regering gebruikt daar hele dure woorden voor:
‘te veel vluchtelingen zijn ontwrichtend voor de samenleving.’
Het betekent dat asielzoekers geld kosten,
en dat onze rijkdom dus iets minder wordt.
Het betekent ook dat mensen die anders zijn dan jij,
bij je in de straat komen wonen of bij je in de klas zitten.

Als je in God gelooft, is er geen reden om daar bang voor te zijn.
Het gaat er niet om hoe goed jij je leven voor elkaar hebt.
Dat kan zelfs een afgod zijn, net als Artemis.
Waarom zouden Nederlanders recht hebben op een mooi leven,
maar vluchtelingen niet?
Dus wees goed voor hen!

3. In gevaar
dia 19 – collegaoverleg
Terug naar Efeze.
Demetrius is dus niet blij met christenen.
Hij heeft het erover met zijn collega’s,
en die vinden het ook maar niks.
Hier moet wat aan gedaan worden!
Opeens zijn de christenen in gevaar.

De souvenirverkopers komen in actie.
Ze vertellen iedereen op straat over hoe gevaarlijk de christenen zijn:
‘volgens christenen is Artemis geen echte godin!
Straks willen ze nog de tempel van Artemis gaan slopen!
Dat soort ideeën is een bedreiging voor heel Efeze.’
Al snel gaat het als een lopend vuurtje rond,
en de mensen in Efeze worden boos.
Boos op Paulus en al die andere christenen.

dia 20 – theater
De Efeziërs gaan naar het stadion van de stad,
iedereen schreeuwt door elkaar heen.
In het stadion passen ongeveer 25000 mensen.
Even ter vergelijking:
dat is bijna net zoveel als in het Abe Lenstra stadion in Heerenveen.
Wat een herrie moet dat geweest zijn.
De woedende Efeziërs zoeken Paulus, hij heeft dit allemaal op zijn geweten,
maar ze kunnen Paulus niet vinden.
Ze vinden wel twee helpers van Paulus, die worden meegesleurd naar het stadion.
Het is twee tegen de rest.

dia 21 – oproer
De meeste mensen weten niet eens waar het om gaat,
ze houden wel van een relletje op zijn tijd.
Twee uur lang schreeuwen de mensen:
‘Leve Artemis van Efeze, leve Artemis van Efeze!’
De mensen voelden zich bedreigd door christenen,
en nu wordt het voor christenen echt gevaarlijk.

Niet iedereen is blij als je christen bent.
Als je je geloof voor jezelf houdt, dan is het wel prima,
maar als anderen er last van hebben…
In Nederland gaat het natuurlijk wel anders dan in Efeze,
christen zijn is hier niet echt gevaarlijk.
Maar als het goed is,
hebben christenen wel andere ideeën over wat in het leven belangrijk is.

dia 22 – naastenliefde
Ik noem maar weer die vluchtelingen.
Als christen mag je daar je stem in laten horen:
dat Nederland zich liefdevoller moet opstellen.
Mensenlevens zijn belangrijker dan de economie.
En natuurlijk moet je dan zelf ook liefdevol zijn tegenover asielzoekers.
Trouwens, gelukkig zijn er ook veel niet-christenen
die zich willen inzetten voor vluchtelingen!
En ik weet ook wel dat het best ingewikkeld is,
maar vluchtelingen laten verdrinken, dat is in ieder geval niet goed.
Te vaak is het argument
dat het beter voor óns is om weinig vluchtelingen op te nemen,
terwijl je als christen je moet afvragen: wat is beter voor de vluchtelingen?
En niet iedereen zal daar blij mee zijn.

4. God is God
dia 23 – bestuurder
Ondertussen ziet het er in Efeze nog steeds slecht uit.
Al twee uur langen schreeuwen de mensen:
‘Leve Artemis van Efeze!’
Maar hoe hard er ook geschreeuwd wordt, alleen God is God!

Er komt hulp uit onverwachte hoek.
Een bestuurder krijgt de mensen stil en houdt een toespraak.
Hij is geen christen, is ook niet van plan het te worden,
hij heeft heel eigen belangen.
De Romeinen zijn de baas over Efeze,
en als zij horen over de rellen die er geweest zijn, is hij zijn baan kwijt.
Daarom probeert hij iedereen een beetje gelijk te geven.
Natuurlijk hoort Artemis bij Efeze: haar beeld is uit de hemel gekomen.
Artemis is volgens hem dus geen god die door mensen is bedacht.
Daarom kan hij Paulus ook gelijk geven:
goden die door mensen zijn bedacht, zijn geen echte goden.
Alsof Artemis volgens Paulus wel een echte god is…
Die bestuurder vertelt grote onzin, maar het werkt wel: de rust komt terug.
Daarvan mag je best zeggen: God beschermt de christenen.
God geeft door die bestuurder onverwachte hulp.

dia 24 – ruïne
De Efeziërs zijn weer gerustgesteld: niemand kan tegen Artemis op.
Tenminste dat denken ze…
De tempel van Artemis bestaat al lang niet meer,
er is nog een zielig hoopje stenen dat eraan herinnert.
Van de zeven wereldwonderen zijn alleen de piramides overgebleven.

God is veel sterker dan Artemis.
Hij heeft het niet nodig dat mensen voor hem schreeuwen en vechten.
God kan wel voor zichzelf opkomen, Artemis niet.
Artemis heeft het nodig dat mensen haar aanbidden,
anders is het met haar afgelopen.
God niet: hij blijft God, ook als mensen hem niet erkennen.
Van Artemis is niets meer over, van God wel.
Elke dag komen er christenen bij,
juist ook in landen waar het gevaarlijk is om te geloven.
God is geen afgod, hij is God.

dia 25 – God is God
Je kunt beter voor God leven dan voor Artemis,
of voor de Artemisjes van onze eigen tijd.
Het belangrijkste is niet dat je het goed voor elkaar hebt.
Natuurlijk, dat is fijn, maar het gaat om God.
Wees niet bang om het wat minder goed te krijgen,
want God is zoveel meer:
God is God.
Amen.




Handelingen 10:9-36 – Hokjes, vakjes

Hokjes, vakjes, we hebben allemaal vooroordelen over mensen die anders zijn. Petrus heeft ook een vooroordeel, over iedereen die niet Joods is. Hij wordt van zijn vooroordeel afgeholpen en komt uit zijn hok.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 623 (Laat het huis gevuld zijn)
Opwekking 510 (Dit is mijn verlangen)
Opwekking 573 (Heer u bent welkom)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 518 (Heer u doorgrondt en kent mij)
Gebed
Sketch
Lezen: Handelingen 10 : 9 – 36 (BGT)
Zingen: Psalm 15 : 1 en 2 (Heer, wie mag wonen in uw tent)
Preek
Zingen: Opwekking 711 (Zijn trouw kleurt de morgen)
Opwekking 347 (Ik geloof; als geloofsbelijdenis)
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 569 (Regeer in mij)
Zegen

Hokjes, vakjes

Inleiding
dia 1 – poster
‘Hoeveel vooroordelen heb jij?’
Dat was de vraag op de poster voor deze themadienst.
Nou, hoeveel vooroordelen heb jij?
Mijn eerste reactie is: ‘vooroordelen? Die heb ik niet!’
Ik kan het natuurlijk verkeerd hebben,
maar ik denk dat ik zeker niet de enige ben die er zo over denkt.

dia 2 – moslims
Kijk, iedereen kent de grote voorbeelden van vooroordelen wel.
Over moslims bijvoorbeeld.
‘Moslims zijn een groot gevaar voor ons land.
Moet je kijken wat ze daar in Syrië en Irak allemaal uitspoken!
Het is een kwestie van tijd, en dan doen ze ook in Nederland een greep naar de macht.
Die islamitische buurman ziet er vast heel vriendelijk uit,
maar hij hangt wel een extremistische godsdienst aan.’
Of vooroordelen over asielzoekers:
‘die komen maar naar ons land,
leven van ons belastinggeld en pikken later onze banen in.
Ze zijn trouwens ook niet te vertrouwen,
het is niet voor niets dat overal van die bewakingscamera’s hangen.
Ze verzinnen een zielig verhaal om een verblijfsvergunning te krijgen,
en als ze die eenmaal hebben zijn ze hun eigen zielige verhaal weer vergeten.’

dia 3 – Wilders
Dat soort vooroordelen dus, ik heb ze niet.
Ik ben toch zeker Geert Wilders niet?
Hmm, dat was wel een vooroordeel over Geert Wilders…
Maar die grote vooroordelen over moslims en asielzoekers,
de meeste Nederlanders vinden dat gewoon onfatsoenlijk.
Als Wilders laat roepen dat we minder Marokkanen willen,
valt iedereen over hem heen.
Vooroordelen, dat is eigenlijk best wel een veilig thema.
Jij hebt ze niet, dus je kunt vooral horen wat anderen fout doen.
Of…

dia 4 – experiment
Op internet kwam ik een filmpje van een experiment tegen.
Een jonge man verkleedt zich als dakloze,
en doet midden in een drukke straat alsof hij struikelt.
En hij staat niet meer op.
De voorbijgangers lopen met een boog om hem heen,
ze halen hun neus voor hem op.
Het is een saai filmpje, want minutenlang blijft die man liggen,
en er is niemand die iets doet.
Even later heeft diezelfde man zich verkleed als succesvolle zakenman.
Hij struikelt op dezelfde plek, en staat ook niet meer op.
Mensen schrikken ervan, en helpen hem direct.

dia 5 – hokjes, vakjes
Dat filmpje laat zien welke vooroordelen voorbijgangers hebben.
Gewone mensen, zoals jij en ik.
Ik had die zwerver waarschijnlijk ook laten liggen.
Vooroordelen zijn niet alleen voor racisten,
vooroordelen hebben we allemaal.

1. Vooroordelen?
dia 6 – vooroordelen?
In Handelingen 10 komen we Petrus tegen.
Petrus heeft ook vooroordelen.
Vooroordelen over alles wat niet Joods is.
Joden, zoals Petrus, gaan niet om met andere mensen, heidenen.
Dat doe je gewoon niet.

dia 7 – Joden sluiten zich op in eigen hokje
Joden waren zich er goed van bewust dat zij een bijzonder volk waren.
God had hen apart gezet van de andere volken.
Joden hoorden bij God.
Een bijzonder voorrecht, en daar moet wel iets tegenover staan.
Want God heeft ook wetten gegeven.
In die wetten staat wanneer iets bij God past, rein is,
en wanneer iets niet bij God past, onrein is.
Het was niet verboden om om te gaan met niet-Joden.
Maar dat was wel heel ingewikkeld:
als je omgaat met mensen die de reinheidswetten niet houden,
ben je zelf voor je het weet ook onrein.
Daarom maakten Joden het zichzelf makkelijk
door maar helemaal niet met anderen om te gaan.
Ze sloten zichzelf af voor de buitenwereld,
in hun eigen veilige hokje.

dia 8 – Petrus is trots dat hij een Jood is
Zo’n Jood is Petrus ook.
Het is twaalf uur ’s middags, en Petrus heeft honger.
Het is alsof hij op zijn wenken bediend wordt:
hij ziet een visioen van een kleed vol met dieren.
Een stem uit de hemel zegt: ‘slacht ze maar en eet ze op.’
Komt dat even goed uit!
Maar Petrus verstijft.
Op het kleed lopen ook onreine dieren.
Hoe kan hij nou van dit kleed eten?!
Hij hoeft er maar naar te kijken, of hij wordt er al misselijk van.
En God kan wel zeggen dat het mag,
maar dit gaat in tegen alles wat Petrus altijd geleerd heeft,
het gaat zelfs in tegen wie hij is: een goede Jood.

Zo’n Jood is Petrus.
Iemand die de reinheidswetten serieus neemt.
Hij neemt liever het zekere voor het onzekere, alles om rein te blijven.
Daarom vermijdt hij heidenen.
Zelfs als ze God kennen, loop je zomaar het risico onrein te worden.
Dat is Petrus’ vooroordeel, en hij sluit zich maar liever op in het Joodse hokje.
Hij is Jood en hij is er trots op.

dia 9 – vooroordelen: je voelt je beter dan anderen
En daar komen vooroordelen vandaan.
Vooroordelen zorgen ervoor dat jij je beter kunt voelen dan anderen.
Je bent trots op jezelf.
Je bent trots op je vriendengroep.
Je bent trots op de mensen waar je bij hoort.
En mensen die anders zijn, daarover heb je een vooroordeel.
Toen ik 12 was ging ik naar het gereformeerde Greijdanus College in Meppel.
Tegenover ons zat het Terra College,
een VMBO school voor jongeren die iets met natuur of landbouw willen doen.
Wij waren trots op onze school,
en dus een vooroordeel over onze overburen: dat waren domme boeren.

Zulke vooroordelen zijn overal.
Je kunt een vooroordeel hebben over iemands huidskleur of godsdienst.
Maar net zo goed over in wat voor buurt iemand woont, een villawijk of een achterstandswijk,
over hoe iemand zich kleedt of over hoe iemand zich gedraagt.
Zelfs in de kerk hebben we zomaar vooroordelen over elkaar:
van ouderen mag niets en jongeren zijn oppervlakkig.
We zitten allemaal in een hokje, met mensen waar wij ons thuis bij voelen,
en mensen die anders zijn, horen er niet bij.

2. God maakt geen onderscheid
dia 10 – God maakt geen onderscheid
Hokjes en vakjes, iedereen heeft ze wel.
Iedereen, maar God niet.
God heeft geen vooroordelen.
Die les leert Petrus, en hij zegt:
‘nu begrijp ik pas goed dat God alle mensen even belangrijk vindt.’
God maakt geen onderscheid!

dia 11 – Petrus mag zich niet opsluiten in zijn hokje
Petrus is nog helemaal ondersteboven van het visioen dat hij heeft gezien.
Wat is hier toch de bedoeling van?
Petrus wordt gestoord in zijn overpeinzingen.
Er staan drie mannen voor de deur,
ze zijn gestuurd door de Romein Cornelius, een heiden.
Langzaam begint het kwartje bij hem te vallen.
Normaal gesproken had Petrus deze mannen direct weggestuurd.
Petrus was er altijd trots op dat hij Jood was,
met heidenen wilde hij niet te maken hebben.
Maar na dat visioen kan hij dat niet meer.
God maakt geen verschil meer tussen rein en onrein.
God maakt geen verschil tussen mensen,
wie er wel en niet met God kunnen omgaan.

Petrus mag zich niet opsluiten in zijn hokje.
De heilige Geest vertelt hem juist
dat hij zonder aarzelen met de mannen moet meegaan.
Je kunt ook zeggen: zonder vooroordelen,
zonder hokjes en vakjes te maken.
Dat is niet makkelijk voor Petrus.
Als je altijd hebt gehoord dat heidenen je van God weg houden,
dan is het een enorme stap om mee te gaan.
Dan moet je heel wat vooroordelen overwinnen!
Als iedereen om je heen zegt dat je asielzoekers niet kunt vertrouwen,
dan is het nogal wat om je vooroordelen op te geven.
En als je trots bent op je vriendengroep,
is het moeilijk om anderen ook een kans te geven.

dia 12 – door Jezus zijn verschillen onbelangrijk
Maar Petrus leert dat het voor God helemaal niet uitmaakt
bij welk volk je hoort of bij welke groep.
God maakt geen verschil tussen mensen.
Jezus deed dat ook niet.
Hij ging buiten de veilige grenzen van het Joodse hokje.
Hij ging om met vrouwen, Samaritanen en zondaars.
Paulus zegt dat in Galaten 3 zo:
‘Omdat jullie in Jezus Christus geloven, vormen jullie een eenheid:
Joden en niet-Joden, slaven en vrije mensen, mannen en vrouwen.
Verschillen zijn niet belangrijk meer.’
En als het voor God niet uitmaakt,
mag het voor ons ook niet uitmaken.

dia 13 – leer naar mensen te kijken zoals God
Nu is er natuurlijk wel een verschil
tussen Petrus’ vooroordeel en de onze.
Bij Petrus ging het om de vraag:
‘wie mag er bij God horen?’
Wij kunnen heel wat vooroordelen hebben,
maar zullen niet zeggen dat mensen die anders zijn dan wij
niet bij God kunnen horen.
Maar wie zijn wij om ons af te sluiten voor mensen
waar God zich niet voor afsluit?
En als christenen vooroordelen hebben,
waarom zouden niet-christenen dan geloven dat God ze niet heeft?
Dus leer als God naar mensen kijken: iedereen is gelijk!

3. Maakt het uit of je christen bent?
dia 14 – maakt het uit of je christen bent?
Dat moet ik nog wel even verduidelijken: ‘iedereen is gelijk’.
Want dat is in Nederland ook best wel een populaire gedachte.
‘Iedereen is gelijk, dus bemoei je niet met de keuzes die ik maak.
Jij bent christen? Leuk voor je.
Maar val mij daar niet mee lastig.
Ik leef op mijn manier, jij op de jouwe.
Het christelijk geloof is echt niet beter dan andere levensovertuigingen.
Waar haal je het recht vandaan
om anderen jouw geloof op te dringen?
Die God van jou zegt toch zelf dat iedereen gelijk is?’
Tja, als iedereen gelijk is, maakt het dan nog wel uit of je christen bent?

dia 15 – God maakt verschil: ben je christen?
Ja, alle mensen zijn even belangrijk,
en ja, het maakt uit of je christen bent.
Petrus gaat mee met de mannen van Cornelius.
In Caesarea, de woonplaats van Cornelius, ontmoeten ze elkaar.
En Petrus vertelt wat hij geleerd heeft:
‘Nu begrijp ik pas goed dat God alle mensen even belangrijk vindt.’
Maar daar houdt Petrus niet op, hij vertelt verder:
‘God houdt van iedereen die eerbied voor hem heeft en leeft volgens zijn wil.
Het maakt niet uit bij welk volk je hoort.’

Uiteindelijk maakt God wél een verschil.
Niet over bij welk volk je hoort of welke huidskleur je hebt.
Niet over wat voor kleren je draagt of hoe geslaagd je bent in het leven.
Wel over of je eerbied voor God hebt en volgens zijn wil leeft.
Het maakt uit of je christen bent!

dia 16 – terugtrekken in christelijk hokje?
Heeft God dan toch voorkeur?
Nu niet meer voor Joden maar voor christenen?
Zo gedragen christenen zich soms wel.
‘Wij horen bij God, en zij niet.
We trekken ons terug in ons eigen veilige christelijke hokje,
en er zijn er trots op dat wij christen zijn.
Met niet-christenen moet je maar niet te veel omgaan,
ze brengen je zomaar aan het twijfelen.’

Maar God wil niet dat je je in je christelijke hokje terugtrekt.
Als je christen bent is dat niet iets om trots op te zijn,
en al helemaal geen reden om op anderen neer te kijken.
Ja, er is verschil tussen christenen en niet-christenen,
maar dat is niet ‘je bent het, of je bent het niet’.
Christen kun je worden,
en waar het in Handelingen 10 om gaat:
iedereen kan christen worden, dat is niet voor bepaalde groepen.

dia 17 – ga juist om met niet-christenen
Dat God verschil maakt tussen wie wel en niet voor hem leven,
mag voor christenen nooit reden zijn om alleen met christenen om te gaan,
het moet juist reden zijn om met niet-christenen om te gaan.
God wil dat iedereen op aarde weet dat hij er ook bij mag horen.
Daarom stuurt hij Petrus naar Cornelius.
Daarom stuurt hij christenen uit hun hokjes.
Want God wil dat iedereen het met Petrus meezegt:
‘Jezus is de Heer van alle mensen.’

4. Kom uit je hok
dia 18 – kom uit je hok
Even samenvatten:
-iedereen heeft wel vooroordelen over mensen die anders zijn
-vooroordelen hebben te maken met trots
-voor God zijn alle mensen even belangrijk
Maar hoe kom je dan van je vooroordelen af?
Kom uit je hok en leer een ander kennen.

dia 19 – Petrus leert Cornelius kennen
Dat is precies wat Petrus doet.
Hij komt uit zijn Joodse hok.
Hij gaat mee met de mannen van Cornelius.
En dan leert hij Cornelius kennen,
hij stapt zelfs binnen in het huis van Cornelius.
‘Nou en, zo eng is het toch niet om bij iemand binnen te zijn?’
Nee, voor ons meestal niet.
In die tijd was dat wel een beetje anders.
Als je in iemands huis kwam, kwam je binnen in iemands persoonlijke wereld.
Iemand thuis uitnodigen, dat deed je alleen met mensen die je goed kende.
En voor Joden, zoals Petrus, was het een taboe
om bij een niet-Jood, zoals Cornelius, binnen te komen.
Petrus doorbreekt het taboe, stapt over grenzen heen.
Hij gaat naar binnen bij Cornelius.
Hij wil Cornelius als mens leren kennen.

dia 20 – tegenovergestelde van vooroordeel is kennen
Neem een voorbeeld aan Petrus.
Je komt niet van je vooroordelen af als je in je hokje blijft,
als je alleen maar omgaat met mensen van jouw ‘soort’,
mensen waar jij je bij op je gemak voelt.
Petrus voelde zich heel ongemakkelijk, en toch ging hij naar Cornelius.
Je komt pas van je vooroordelen af,
als je degene over wie je een vooroordeel hebt, leert kennen.
Dan zie je pas wie iemand echt is.
Het tegenovergestelde van een vooroordeel hebben
is niet dat je tolerant bent,
maar dat je de ander leert kennen.

dia 21 – leer de persoon achter je vooroordeel kennen
Dus kom uit je hok!
Ik wil je graag uitdagen om komende week iemand te leren kennen.
Iemand die anders is dan jij, over wie je een vooroordeel hebt.
Iemand met wie je normaal nooit praat,
maar met je vrienden praat je er wel over.
Doorbreek dat taboe, ga op zoek naar de persoon achter jouw vooroordeel.
Dan kun je van je vooroordeel afkomen.
Hokjes, vakjes, doe er niet aan mee!
Aan het begin van de dienst zongen we:
‘Heer, u doorgrondt en kent mij.’
Leer een ander kennen, want God kent jou.
Amen.




Handelingen 2:1-4 – De Geest brengt Jezus in je hart

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: Psalm 87 : 1, 3 en 5

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: GKB Gezang 102a : 1(NL), 2(Fries), 4(NL) en 5(Fries)

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Handelingen 2 : 1 – 13

Zingen: Opwekking 575 : 1(Engels), 2(NL), 3(NL) en 4(Engels)

Preek over Handelingen 2 : 1 – 4

Zingen: Psalm 67 : 1, 2 en 3

Kinderen terug

Kinderlied

Lezen wet

Zingen: LvK Lied 477 : 1 en 2

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 64 : 1, 2 en 3

Zegen

Preek: de Geest brengt Jezus in je hart

Inleiding

dia 1 – duif

Wat is er nu zo bijzonder aan Pinksteren?

Misschien ligt het aan mij, dat zou zomaar kunnen,

maar ik heb bij Pinksteren nooit zo’n feestelijk gevoel.

Het is het zoveelste feest in de rij,

en dan ook nog behoorlijk vaag: ‘de uitstorting van de Heilige Geest.’

Kerst en Pasen, dat zijn pas feesten.

De geboorte van Jezus en zijn opstanding,

dat zijn prachtige verhalen die je direct voor je kunt zien.

Maar Pinksteren?

Er zijn heel veel bekende liederen voor Kerst en Pasen,

maar voor Pinksteren zijn er veel minder.

O ja, het is wel een indrukwekkende gebeurtenis,

ik had er graag bij willen staan,

maar wat moet je er nu mee?

Waarom is Pinksteren voor ons een feest?

dia 2 – leren lezen

Ik vergelijk het maar met leren lezen.

Dat is ook echt een feest, dat vond ik tenminste wel.

Eerst zie je allemaal gekke kriebels op papier,

en je hebt geen idee wat je daar mee moet.

Ik vond letters razend interessant, maar ik snapte er nog niets van.

Totdat ik leerde lezen.

Opeens snap je het:

die letters zijn allemaal anders, en als je ze aan elkaar plakt, krijg je woorden!

En dat is zo leuk, dat je alle letters wilt zien.

Aan tafel vraag je dan ook niet of je de boter mag,

maar de ‘dieet light’… Irritant!

dia 3 – puzzel

Of je bent bezig met een puzzel,

zo’n mooie legpuzzel waarop van alles te zien is,

en je zit al een half uur naar de puzzelstukjes te staren.

Je komt maar niet verder.

Alle stukjes heb je al drie keer nauwkeurig bekeken,

maar het lukt gewoon niet.

En opeens zie je het, en kun je het ene na het andere stukje leggen!

Dan heb je de slag te pakken.

dia 4 – het kwartje valt

Zoiets gebeurt met Pinksteren.

De leerlingen van Jezus hebben een paar jaar met hem opgetrokken,

maar ze snapten hem steeds niet.

Opeens verandert dat, ze krijgen de geest, het kwartje valt.

‘O, dus dat bedoelde Jezus! Aha.’

Ze wisten altijd al dat Jezus bijzonder was,

maar nu valt alles wat Jezus heeft gedaan en gezegd op zijn plek.

Opeens is geloven niet ingewikkeld meer,

maar willen ze niets liever!

Het is hun hart gekomen.

Dat is Pinksteren.

Het is alsof je een jongen al jaren kent,

en opeens zie je iets in hem wat je al die jaren niet gezien hebt,

en wordt je verliefd.

Het is alsof je duizenden Volvo’s hebt zien langsrijden,

maar sinds je er zelf een hebt, elke Volvo nakijkt.

1. Verlangen naar de Geest

dia 5 – verlangen naar de Geest

Ze waren bij elkaar, de leerlingen van Jezus.

Niet alleen Jezus’ beste vrienden,

het was een groep van ongeveer 120 mensen.

Sinds Jezus naar de hemel was gegaan,

waren ze veel bij elkaar geweest.

Eigenlijk elke dag waren ze wel samen.

Jezus had toen tegen hen gezegd dat ze naar Jeruzalem moesten gaan,

en dat ze daar moesten blijven wachten totdat de heilige Geest zou komen.

En dat hebben ze gedaan.

dia 6 – bidden

Zo zijn ze ook vandaag bij elkaar.

Vol spanning zitten ze te wachten:

wanneer zal de heilige Geest komen, en wat zal er dan gebeuren?

Ze hebben het erover met elkaar,

en ze bidden voortdurend.

Ook al weten ze nog niet wat hen zal overkomen,

ze willen graag dat de Geest komt.

Ze missen Jezus, en klampen zich vast aan zijn belofte:

‘jullie hoeven niet lang te wachten, dan komt de heilige Geest.’

Was het maar alvast zo ver.

dia 7 – verlang jij ook naar de Geest?

Die groep van leerlingen, zij verlangen er echt naar.

Ze willen niets liever dan die Geest ontvangen.

En dat vind ik wel een mooie spiegel.

Verlang jij net zo naar die heilige Geest als die leerlingen?

Kijk je daar echt naar uit, kun je daar vurig voor bidden?

Wil je graag dat de heilige Geest ook jouw leven zo helemaal vult?

Daarmee bedoel ik niet dat de heilige Geest er is

voor een soort superchristenen die altijd enthousiast zijn,

en dat andere christenen meer van de Geest zouden moeten hebben.

Zonder de heilige Geest kun je helemaal geen christen zijn.

Maar die Geest, die is wel spannend.

Als je net als die leerlingen naar hem verlangt,

dan kan die Geest je leven ook op z’n kop zetten.

Je kunt je dan niet vastklampen aan dingen die voor jou veilig zijn,

want de Geest vult je hart: hij neemt je helemaal over.

En wat er dan allemaal gebeurt, daar gaan we zo verder naar kijken,

maar houdt die vraag daarbij maar in het achterhoofd:

Verlang ik ernaar dat de Geest mij ook vult?

2. De Geest komt wanneer hij wil

dia 8 – Geest komt

En dan, plotseling, is het zover.

De leerlingen horen het geluid van de wind,

en ze zien een soort vlammen:

het wachten is voorbij.

Nu gaat de heilige Geest hen echt vullen.

Het is goed dat ze zich daar tien dagen op hebben voorbereid.

Dat ze het er met elkaar over hebben gehad en dat ze hebben gebeden.

Het is goed om er klaar voor te zijn.

Maar het is niet zo dat zij bepalen wanneer de Geest komt.

Dat de Geest komt als zij maar hard genoeg bidden,

en als zij maar hevig genoeg naar hem verlangen.

dia 9 – Geest is God

Er staat dat de Geest plotseling komt.

De leerlingen hopen er wel op, maar ze hebben er geen controle over.

De Geest komt wanneer hij het zelf wil.

Wanneer hij zelf vindt dat het er de tijd voor is.

Hij laat zich niet dwingen om te komen.

Want hij is de Geest van God.

Er staat ook dat hij uit de hemel komt:

de Geest komt van God, hij ís zelfs God.

En dat blijft hij.

Ook al komt de Geest in de harten van mensen, hij blijft God.

Je kunt er niet zelf voor kiezen om de heilige Geest in je hart te nemen.

Dan zou je namelijk macht over God hebben.

De heilige Geest overkomt je.

Je mag daar om bidden, net zo als de leerlingen,

maar hij moet zich aan jou geven, niet andersom.

En dan staat er eigenlijk heel kort:

‘en allen werden vervuld van de heilige Geest’.

Dat klinkt behoorlijk geheimzinnig.

Wat gebeurt er dan precies?

Wat hebben die leerlingen toen ervaren?

En ben ik zelf ook vervuld van de Geest?

Voordat de Geest komt, zijn er twee tekens: wind en vuur.

Die twee laten wat zien over wat dat is:

vervuld worden door de heilige Geest.

3. Vuur van bezieling

dia 10 – vuurtongen

En ik begin maar met de laatste: vuur.

Op de hoofden van de leerlingen komen een soort vlammen.

Dat moet toch wel een bijzonder gezicht zijn geweest.

Alleen al als je het ziet, zou je het er al warm van krijgen.

En dat is het ook precies: de Geest laat je hart branden voor Jezus.

dia 11 – kampvuur

Denk maar aan een groot kampvuur.

In een koude nacht kun je bij een kampvuur warm blijven.

Als je dicht bij het vuur staat voel je het gewoon stralen.

Terwijl je achter je nog de kou kunt voelen.

De heilige Geest kun je met zo’n vuur vergelijken.

Maar hij is geen vuur waar je bij kunt gaan staan,

maar een vuur dat in je komt.

dia 12 – nu pas begrijpen

Dat is wat Petrus en de andere leerlingen ervaren.

Ze hadden veel van Jezus meegemaakt,

ze hadden jarenlang aan zijn lippen gehangen.

Maar ze hadden Jezus nog nooit echt begrepen.

Vlak voordat Jezus naar de hemel ging, vroegen ze nog:

‘wordt u nu binnenkort koning van Israël?’

Terwijl dat nooit heeft bedoeld.

Wat een enorme verandering is er bij die leerlingen!

We hebben niet het hele hoofdstuk gelezen,

maar in het vervolg houdt Petrus een lange toespraak.

Hij vertelt over Jezus, over hoe de hele bijbel over Jezus gaat,

dat Jezus de Zoon van God is en de beloofde Messias.

‘Zegt Petrus dit?!’

Je zou hem haast niet meer herkennen.

Petrus is een ander mens geworden.

En dat geldt voor die andere leerlingen net zo goed.

Nu pas gaan ze begrijpen wat Jezus hen al die tijd heeft verteld.

Ze denken weer terug aan al zijn woorden,

en horen er nu hele nieuwe dingen in.

Alles valt op zijn plek.

En ze zijn razend enthousiast van wat ze nu ontdekt hebben.

dia 13 – hart branden

Dat is dus de heilige Geest.

Hij zorgt ervoor dat je gaat begrijpen wie Jezus is.

Dat de puzzelstukjes op hun plek vallen.

En dan niet alleen in je hoofd,

dat je kunt beredeneren hoe het allemaal zit,

maar vooral ook in je hart.

De heilige Geest zorgt ervoor dat je kunt zeggen:

‘Jezus, u bent zo geweldig, ik wil bij u horen!’

Geloven in Jezus is dan iets heel anders dan veel feitjes weten.

Je kunt heel veel van de bijbel weten,

maar toch niets van Jezus begrijpen, net zoals die leerlingen.

De profeet Jesaja heeft het erover dat je blind kunt zijn ook al heb je ogen,

en doof, ook al heb je oren.

Je weet het allemaal wel ongeveer, maar het landt niet.

Zonder de heilige Geest heb je niets aan de bijbel.

Dan is het nutteloze kennis, misschien goed voor een potje Triviant.

Maar de Geest zorgt ervoor dat je hart gaat branden voor Jezus.

Want de Geest laat je zien dat Jezus er ook voor jou is.

Maar kun je van jezelf dan zeggen dat je de Geest hebt?

Voor die leerlingen op de eerste Pinksterdag valt eindelijk het kwartje.

Maar ik denk niet dat iedereen hier een moment kan aanwijzen

waarop hij het opeens begreep.

Ik zelf ook niet, dat is langzaam gegroeid.

Maar ook dat is de heilige Geest.

Als je van Jezus houdt, dan doet de heilige Geest dat.

Misschien merk je wel helemaal niet zoveel van de Geest.

Maar bedenk wel dat de Geest je hart niet voor zichzelf warm maakt,

maar voor Jezus.

Hij wil je enthousiast maken voor Jezus.

De Geest zelf hoeft niet zoveel aandacht.

Petrus heeft in zijn toespraak ook nauwelijks over de Geest,

hij heeft het juist over Jezus.

4. Wind die in beweging zet

dia 14 – wind

Het andere teken bij de komst van de Geest, is het geluid van de wind.

En wat wind is, dat heb ik het afgelopen half jaar wel geleerd…

Ik ben opgegroeid in Hoogeveen,

midden tussen de bossen van Drente.

En bossen houden de wind heel goed tegen.

Echt hard waaien, dat doet het daar niet zo vaak.

Tegenwind maakt niet zo veel uit.

dia 15 – fietsen

Hier in Franeker is dat toch wel een beetje anders.

Vorige week, op de gemeentedag, heb ik gefietst.

Het was een mooie tocht.

Schitterend, om op de dijk te staan en Terschelling te zien liggen.

Dat voelt voor mij alsof ik op vakantie ben.

Maar wat een wind staat hier zeg!

Met de wind tegen is het echt hard werken.

Maar met de wind mee hoef je nauwelijks nog te trappen.

De wind zelf zet je al in beweging, zo sterk is die.

dia 16 – verandert

De heilige Geest is zoals de wind.

Het grappige is dat in het Grieks en het Hebreeuws

zelfs het woordje voor ‘Geest’ en voor ‘wind’ hetzelfde is.

De Geest is zoals de wind die je in beweging zet.

Hij zorgt er niet alleen maar voor dat je in je hart enthousiast voor Jezus wordt,

hij zorgt er ook voor dat je verandert.

En dat woordje, dat ‘Geest’ en ‘wind’ betekent,

heeft nog een betekenis: adem.

De Geest is zoals de adem van God:

hij maakt ons levende mensen.

dia 17 – door Jezus’ ogen kijken naar jezelf

Want als je Jezus hebt leren kennen, blijft niets hetzelfde.

Als de Geest je vervult, verandert er echt wat.

Dan mag je door Jezus’ ogen naar jezelf gaan kijken.

Hij houdt van je om wie je bent.

Voor hem hoef je niet je best te doen voor een goed imago.

Heb je geen haantjesgedrag nodig om zichtbaar te worden.

Jezus ziet je wel.

Je imago, je trots, je vertrouwen op jezelf, je hebt het niet meer nodig.

Jezus is genoeg.

Dat wil de heilige Geest je laten ervaren.

dia 18 – naar anderen

Wat ook verandert, is hoe je naar anderen kijkt.

Ook dat mag je doen door Jezus’ ogen.

Jezus, die altijd vol liefde naar mensen keek.

Die niet bedacht hoe hij er zelf beter van kon worden,

maar hoe andere mensen beter van hem konden worden.

Dat gaat zo ver dat je zelfs je vijanden kunt liefhebben.

De heilige Geest wil je veranderen, in beweging zetten.

Dan kun je dingen doen die je eerst voor onmogelijk had gehouden.

Hij wil je helpen om Jezus te volgen.

Een frisse wind in je leven laten blazen.

5. Iedereen moet van Jezus horen

dia 19 – iedereen moet van Jezus horen

De leerlingen van Jezus worden zo echt andere mensen,

en ik hoop dat je daar iets van jezelf in kunt herkennen.

Hun hart gaat branden voor Jezus, eindelijk valt alles op zijn plek.

Ze worden in beweging gebracht en willen Jezus in alles volgen.

En dan gebeurt er nog iets bijzonders.

Ze kunnen het niet meer voor zichzelf houden.

dia 20 – talen

Het was die dag druk in Jeruzalem.

De straten waren vol met mensen.

Zij horen ook dat geluid van de wind, en komen er op af.

Al snel staat er een grote groep mensen bij het huis waar de leerlingen zijn.

En dan beginnen de leerlingen te vertellen over Jezus.

Het gekke is: ze spreken allemaal verschillende talen,

talen die ze zelf niet eens kennen!

Alle talen klinken door elkaar heen,

je zou denken dat je door alle herrie er geen touw meer aan vast kunt knopen,

maar iedereen kan het verstaan.

Nu de leerlingen de heilige Geest hebben gekregen,

moet iedereen van Jezus horen!

dia 21 – Jezus kennen

In het hele bijbelboek Handelingen gaat dat door.

Iedereen moet van Jezus horen,

dat is wat de heilige Geest doet.

En dan gaat ook over wonderen en bijzondere tekenen,

over genezingen en over het uitdrijven van demonen,

maar dat is niet het belangrijkste.

Het belangrijkste is dat Jezus overal bekend wordt gemaakt.

Die wonderen kunnen daarbij helpen,

daarom gebeuren ze ook en kunnen ze ook vandaag gebeuren,

maar het gaat om Jezus!

Denk niet dat je de Geest alleen maar hebt

als je in tongen kunt spreken en mensen door gebed genezen worden.

Het is mooi als die dingen gebeuren,

maar het gaat erom dat Jezus bekend wordt gemaakt.

Dat is ook wat Petrus in zijn toespraak doet.

Alle angst die hij had is verdwenen,

hij praat nu openlijk over Jezus.

Hij roept mensen op:

‘neem Jezus aan als je Redder en Heer.

Dan zul je de Geest ontvangen.’

En die Geest zorgde ervoor dat op die dag 3000 mensen tot geloof kwamen.

Laten we, net als Petrus, niet bang zijn voor mensen,

maar ons laten leiden door de Geest.

Amen.




Handelingen 2,17 – De eindtijd: Gods Geest voor alle mensen

Pinksteren – Viering Heilig Avondmaal – Bevestiging Ambtsdragers

 

Liturgie

 

 

Zingen: Opw 334 ‘Heer, uw licht en uw liefde schijnen’
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 33,1.8
Gebed
Bijbellezen: Handelingen 2,1-21
Preek over Handelingen 2,17a
Zingen: Gez 102a,1.2.5
Het nieuwe leven: lezen 1 Korinte 13
Zingen: EL 148 = Opw 343 ‘Heilige Geest van God’
Bevestiging van ouderlingen en diaken
Zingen (staande): Gez 64 ‘Vrede zij u’
Kinderen terug uit kinderclub
Zingen met de kinderen: EL 461 Liefde, blijdschap, vrede (Opw voor Kids 70)
Gebed
Collecte
Avondmaalsviering
- Betekenis van het avondmaal: nav de instellingwoorden
- Gebed
- Geloofsbelijdenis
- Zingen: Gez 164 ‘Jezus vol liefde’
- Viering
Zingen: Ps 68,8.13

Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:
hansburger@filternet.nl

Preek over Handelingen 2,17: De eindtijd: Gods Geest voor alle mensen

1. [dia 1] Stel je voor dat je er bij was, in Jeruzalem met Pinksteren. Het ontbijt is net opgeruimd. Rumoer op straat – wat is er aan de hand?

Het lijkt wel of het stormt – een windhoos?

Mensen gaan kijken.

Wat zou het zijn?

Je gaat mee, met de mensen.

Kijken.

Dan zie je allemaal nieuwsgierige toeschouwers. Ze staan om een groep mensen heen, zo’n 100 man? Ze hebben allemaal vlammen op hun hoofd. Het lijken wel profeten die tegelijk aan het profeteren zijn. Allemaal hebben ze het over God. Dat Hij groot is. Over wat Hij allemaal gedaan heeft. De God van Israël. De God van Jezus? Jezus uit Nazareth, is die toch niet dood?

Dan komt er iemand naar voren. Iedereen wordt stil. Je probeert te luisteren.

Waar heeft hij het nu over?

Het einde van de tijden? [dia 2]

Zou nu dan toch het eind van de wereld komen?

Is die Petrus ook zo’n vage eindtijdprofeet? Een soort Harold Camping, die nu weer 21 oktober aanwijst als de dag van het einde van de wereld?

Hoor Petrus maar: ‘Aan het eind van de tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn Geest uitgieten… De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.’

Maar als je Petrus wilt begrijpen moet je een paar dingen bij elkaar zetten: [dia 3]

- voor het NT is de eindtijd de tijd van komst van de Messias –de tijd die loopt van Jezus’ eerste komst – Pasen, en daarna zijn troonsbestijging op Hemelvaart – tot zijn tweede komst op de wolken van de hemel [klik]

Dus de periode waarin wij leven, tussen Jezus’ eerste en Jezus’ tweede komst is allemaal ‘het einde van de tijden’.

- wanneer Jezus’ voor de tweede keer komt dat weet alleen God de Vader [klik]

- God heeft de tijd: dezelfde Petrus schrijft later: ‘voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag’. [klik]

En waarom (2 Petr 3,9)?

De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.

De tijd waarin wij leven is de tijd van de oproep tot bekering. Geloof in Jezus en wordt gered!

Het hoort dus bij die eindtijd dat bijna 2000 jaar geleden – 2 dagen geleden, vanuit God bezien, de Heilige Geest wordt uitgestort.

Wij leven nog steeds in die tijdtijd -  tijd om het overal te zeggen: roep de naam van Jezus aan, dan zul je worden gered!

2. Wat gebeurt er? God zegt dat Hij zijn Geest uit zal gieten over alle mensen. [dia 4]

Over alle mensen? Het is toch alleen dat groepje van Jezus’ leerlingen?

Zoals je steeds ziet in de Bijbel, zo is het hier: Gods belofte gaat in vervulling via Jezus. [klik]

Alle mensen mogen bij Jezus komen.

Alle mensen mogen Jezus volgen.

En al die mensen krijgen de Heilige Geest. [klik]

Al die mensen. [klik]

Niet alleen mensen uit een priesterstam.

Niet alleen een koning of een leider.

Niet alleen de mannen, de mensen met macht of met geld, de mensen die bij het volk Israël horen.

Alle mensen die Jezus volgen.

Wie je ook bent: jij valt daar niet buiten. [dia 5]

Als je Jezus volgt, dan hoor jij daar ook bij.

Als je Jezus nog niet volgt – begin er mee, volg Jezus, en ook jij krijgt de Heilige Geest.

Alle mensen, dus ook jullie: Sjirk, Klaas, Romke.

Ook over jullie giet God zijn Heilige Geest uit.

Gieten. [klik]

Niet druppelen.

Niet voorzichtig – pas op, niet te veel.

Gieten – volop Gods eigen Geest.

In die Geest mag je je werk doen als ouderling of diaken – de Geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Van die Geest krijg je gaven. In die Geest mag je de gave die je van God gekregen hebt, gebruiken om de anderen daarmee te helpen.

En daarom is het inderdaad mooi dat jullie vandaag op Pinksteren bevestigd worden, zoals jij, Klaas, van de week opmerkte.

Die Geest is er voor jullie in overvloed.

En voor ons allemaal.

Over wat die Geest doet zou veel te zeggen zijn.

Door de Geest, zegt Petrus, gaan mensen profeteren en visioenen zien en droomgezichten.

Ik kan daar nu niet uitgebreid op in gaan.

Wel een paar dingen: [dia 6]

i. Profeteren is spreken over Gods grote daden: [klik] Over wat Hij gedaan heeft. Wat Hij gaat doen. En wat Hij nu doet. Hier, vandaag, bij ons.

Dat is soms indrukwekkend. Soms ook heel gewoon. En altijd moet het getoetst worden aan de Bijbel.

ii. Als het over de Geest gaat, moet je die twee dingen zeggen: indrukwekkend en gewoon. [klik] Het lijkt tegengesteld, maar het is vandaag allebei belangrijk. Het hangt ervan af wie je bent wat jij vooral nodig hebt.

Het ene is: wat de Geest doet is soms indrukwekkend.

Wij kunnen heel rationeel en modern zijn geworden. Nuchter noemen we dat dan.

Eigenlijk hebben we de Geest opgesloten in ons hokje. En zo we sluiten ons af voor een deel van wat de Geest doet: voor profetie, voor leiding door de Geest, voor wat de Geest ons vandaag wil zeggen. [klik]

Sta jij open voor de Geest?

Dat wil zeggen (1 Kor 14,1): [klik]

Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest, vooral naar die van de profetie.

Het andere is: wat de Geest doet is soms heel gewoon. Je ziet het niet eens.

De Geest werkt namelijk vaak gewoon heel diep in ons. In ons onderbewuste. [klik] Om onze wil te veranderen. Om ons gevoel te veranderen. Om ons denken te veranderen. Dat merk je niet gelijk. Je merkt wel dat je keuzes, je willen, je voelen, je denken, meer bij God passen. Meer gericht zijn op Jezus. Dan is de Geest aan het werk!

Vier Pinksterfeest! [dia 7]

Volg Jezus in alles. Geef de Geest in alles de ruimte.

En bid het steeds: Heer, vul mij met uw Geest!




Handelingen 1,4-8 – Wachten op de Geest – bruikbaar worden voor Hem (met Samen GROEI-en)

Liturgie

Voorzang: Ps 62,1.3
Stil gebed
Votum en zegengroet
Zingen: Ps 95,1.3
Als wetslezing: Galaten 5,13-26
Zingen: Ps 130,2.3.4
Gebed
Lezen:
- 1 Sam 13,1-15
- Handelingen 1,1-8
Zingen: Gez 103,1.6
Preek over Handelingen 1,4-8
Zingen: Opwekking 334
(Middag:
Geloofsbelijdenis
Zingen: Gez 105,1.2.5)
Gebed
Collecte
Zingen LB 477
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en‘ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

 

Preek over Handelingen 1,4-8 – Wachten op de Geest – bruikbaar worden voor Hem

1. Wachten…

Nee, blijven wachten.

‘Is het nou nog geen tijd?’

 

Wie van jullie kan er goed wachten?

Wie wordt er snel ongeduldig?

 

Je kunt wachten tot papa of mama weer thuis komt.

Je kunt wachten op een trein die vertraging heeft.

Je kunt wachten op bericht uit het ziekenhuis.

 

Je kunt ook wachten op God.

Wachten op de Heilige Geest.

Wie kan er goed wachten op God?

 

Ik moest denken aan het verhaal over Saul uit 1 Samuël 13. Saul moest wachten op de profeet van God, maar hij hield het niet vol. Hij ging zelf aan de gang. En het liep mis met Saul. Maar dat was bij Saul.

 

De apostelen moeten na Hemelvaart wachten op de Heilige Geest, tot de Geest over hen komt. Maar dat waren de apostelen.

 

Toch – wachten op de Heer, wachten op de Geest, het is ook voor ons vandaag belangrijk. Dan maakt het niet zoveel uit dat het nog geen hemelvaart en Pinksteren geweest is, maar wel bijna. Dat is wel een mooie aanleiding om er eens bij stil te staan.

Je komt het een paar keer tegen in de psalmen. In psalm 27:

13 Mag ik niet verwachten

de goedheid van de HEER te zien

in het land van de levenden?

14 Wacht op de HEER,

wees dapper en vastberaden,

ja, wacht op de HEER.

En in Psalm 130:

5 Ik zie uit naar de HEER, mijn ziel ziet uit naar hem (HSV: Ik verwacht de HEERE, mijn ziel verwacht Hem)

en verlangt naar zijn woord,

6 mijn ziel verlangt naar (HSV: wacht op) de Heer,

meer dan wachters naar de morgen,

meer dan wachters uitzien naar de morgen.

 

Wachten op de Heer, Hem verwachten, naar Hem verlangen, naar Hem uitkijken.

 

Dat hoort er soms kennelijk bij. God laat soms op zich wachten.

Wachten op de Heer, dat is wachten tot Jezus terugkomt.

Wachten op de Heer, dat is ook wachten op de Heilige Geest.

 

Ik vroeg het net al. Wie is er goed in: wachten op God?

Verlangen en meer gaan verlangen?

Uitkijken en blijven uitkijken?

En niet net als Saul zijn – zelf maar aan de slag.

Stoppen met bidden.

Geen tijd nemen om stil te zijn.

De TV maar weer aan. Maar weer surfen op internet. Maar weer druk met werk.

Verder leven zonder te wachten op God.

Ik vond het verhaal van Saul eigenlijk wel confronterend. Kan ik wachten op God? Kan jij het?

 

2. Wachten op de Geest – wat is dat? Waarom is het belangrijk?

 

Zo nu en dan is er veel aandacht voor de Geest – een verlangen naar beleving en ervaring. De Geest voelen. Zelf meemaken dat de Geest er is. In tongen spreken misschien. Wonderen zien?

 

Als je dat wilt, waar is het dan goed voor om te wachten op de Geest?

 

Dan ontdek je dat de Geest er niet meteen is. De Geest is geen automaat – je stopt er een gebed in en de Geest rolt er uit. De Geest zit niet in een wonderlamp zoals in het verhaal van Aladin. Je roept hem eruit als je hem nodig hebt. Niet wij zijn de baas over de Geest. De Geest is God en God is onze Heer.

 

Dat moeten wij leren – ik wel. Niet ik ben de baas. Niet ik bepaal wat er gebeurt. Niet ik ben God. Al denkt mijn zondige ik dat misschien wel. Herken jij dat? Ons zondige ik kan slecht wachten op de Geest – maar de Geest is God – niet jij, niet ik.

 

Wachten betekent ook: meer gaan verlangen. Wie iets graag wil en moet wachten, die gaat er steeds meer naar verlangen. Als je op een vertraagde trein staat te wachten en hij komt – dan ben je extra blij.

Of je kapt er al eerder mee. Je gaat weg – naar huis, je belt om een auto, je neemt een taxi. Wachten is een test: wordt je verlangen sterker? Of is je verlangen snel voorbij?

 

Hoe sterk is jouw verlangen naar de Geest?

Blijf je vurig bidden om de Heilige Geest? Of verdwijnt het vuur al snel en stop je met bidden als je weinig resultaat ziet?

Zo zit dat bij ons hè? Wij willen resultaat zien. Anders worden we ongeduldig.

God is geen manager. God denkt vanuit liefde.

Bij liefde hoort verlangen.

 

Wachten – denk aan Saul – is ook een test van je vertrouwen. Saul zou met de filistijnen gaan vechten. Eerst zou Samuel offeren. Toen Samuel op zich liet wachten, werd iedereen ongedurig. Soldaten liepen weg. Saul werd bezorgd. En ging zelf maar offeren. Hij had er geen vertrouwen meer in.

Wie moet wachten op God, die ontdekt: hoe groot is mijn vertrouwen op God eigenlijk?

 

Waarom laat God ons wachten?

 

Omdat God wil dat wij groeien.

In verlangen. Als ik moet wachten, dan kan mijn verlangen groter worden.

In vertrouwen. Als ik moet wachten, dan kan mijn vertrouwen sterker worden.

In afhankelijkheid. Ik ben niet de baas. God is mijn Heer.

 

3. Maar wat is dan wachten op de Geest? Wat doe je dan, wat gebeurt er dan?

 

Wachten op de Geest betekent als eerste dat je je plek gaat zien in Gods grote plan. Jouw eigen kleine plek.

 

Denk aan de leerlingen – er waren geweldig grote dingen gebeurd. Jezus was opeens dood. Gekruisigd – verschrikkelijk. En toen ook opgestaan. Gods koninkrijk zou nu komen. Israel zou hersteld worden. Alles wordt nieuw! Ze hebben in die 40 dagen na de opstanding uitleg gekregen van Jezus. Over hoe het allemaal zat met Gods rijk, met Israël.

 

Ze zien het grote geheel.

En ze zoeken naar hun eigen plek daarin.

 

‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ Vers 6.

 

Komt het dan nu allemaal goed met Israël? Heer, maak het nu eens concreet voor ons hier en nu?

Zo hebben wij nog steeds onze vragen – je kunt lastige vragen stellen bij dit hoofdstuk.

Hoe zit het met Israël? Wanneer wordt Israel definitief hersteld?

Wanneer komt Jezus nu eindelijk terug? Wanneer komt echt alles goed?

Hoe zit het nu met die doop in de Heilige Geest? Moeten wij niet ook in tongen spreken?

 

Dan doet Jezus drie dingen:

1. Hij schetst de grote lijnen – zo ziet Gods plan er uit

2. Hij laat zien: de grote beslissingen over wanneer en waar, die zijn aan God de Vader alleen

3. Hij zegt tegen de leerlingen: richten jullie je nu op jullie eigen taak.

 

Dat geldt voor ons ook.

Wachten op de Geest wil zeggen: dat leren.

Wachten op de Geest, is tijd krijgen om Gods plan in hoofdlijnen te leren zien. Onderwezen worden uit de Bijbel. Ontdek hoe Gods rijk komt en wat de betekenis van Jezus daarin is.

Wachten op de Geest is ook: de grote beslissingen aan God overlaten. Niet blijven hangen in ingewikkelde vragen. Wij hoeven niet alles te weten. Wij weten niet wanneer Jezus terugkomt. Wij krijgen niet op alle vragen een antwoord – hoe zit het met Israël? Waarom spreekt de een wel in tongen, de ander niet? Waarom wordt de een wel genezen, de ander niet? Laat die vragen je niet afleiden. Laat dat over aan God zelf. Ontdek Gods grote plan. Dan kun je ook je eigen plek daarin zien. En bereid je dan voor op je eigen taak!

 

 

4. Wat is onze taak?

Onze taak is getuige zijn van Jezus. Mensen bij Jezus brengen.

 

Getuigen, dat zijn we samen als gemeente, niet in ons eentje. Zoals in een team ieder zijn eigen rol heeft, zo is het hier. De een kan goed contacten leggen, de ander kan goed uitleggen wie Jezus voor ons is. De één kan heerlijk koken voor gasten die hier komen eten, de ander organiseert het koken en afwassen, maakt de WC schoon of brengt een stuk gezelligheid met zich mee. Samen vormen we dan een gemeente waarin Gods liefde ervaarbaar wordt: vergeving, gastvrijheid, gulheid, liefde en gemeenschap, uitdragen van het goede nieuws: Jezus leeft en Hij maakt alles nieuw!

 

Doe het ook samen!

Ik ben niet zo goed in het contact leggen met mensen die ik niet ken, die niet geloven, zeker als ik niet ‘in functie ben’ als dominee. Het was voor mij een eye-opener toen ik pas hoorde: dan kun je ook samen met iemand anders erop af stappen. Contacten leggen kun je beter met z’n tweeën of z’n drieën doen. Word bijvoorbeeld samen lid van een voetbalclub, dan kun je samen contacten leggen.

 

Getuigen is geen keus, dat is onze opdracht. Klaar. Leerlingen van Jezus werven nieuwe leerlingen. Iedereen kan daar een rol in spelen – en dat kan ook afwassen zijn. Dat doen we om mensen bij Jezus te brengen.

 

Op belijdeniscatechisatie daag ik de jongeren altijd uit om getuigend te leven – zo je keuzes te maken dat heel je leven een getuigenis is van Jezus. Dus ook de kleine en gewone dingen doen met in je hart het verlangen: misschien kan dit de ander dichter bij Jezus brengen.

 

Soms komt dat hard aan – wij zijn Gods levende reclame-materiaal. Wil ik dat wel?

En dat herken ik: ik vind het nogal wat. Ik wil het vaak niet.

Steeds is er weer die verleiding: geloof is privé. Ik hou het voor mezelf.

Ergens is er die schaamte: geloof is van vroeger. Dat is voorbij.

En dan mist er die bewogenheid: als wij niks zeggen, gaat die ander dan eeuwig verloren?

 

Wachten op de Geest is: tijd krijgen om daarover na te denken: ga ik mee in de missie van de kerk, van onze gemeente: dat begint met ‘mensen bij Jezus brengen’?

 

5. Wachten op de Geest is namelijk ook: ontdekken dat Jezus daarvoor zijn Geest geeft. De Geest wil Jezus groot maken. De Geest is de eerste getuige van Jezus. Daar is alles op gericht. Daarom brengt de Geest ons bij Jezus. Maar daarom maakt de Geest ook ons geschikt om weer anderen bij Jezus te brengen.

 

Dat was voor mij een ontdekking – al weer een tijd geleden trouwens. Maar hier trof het me weer. De Geest wordt gegeven als kracht om te getuigen van Jezus.

 

Ik vraag het me ook wel eens af: waarom is het leven van christenen in Nederland soms zo mat? Waar zijn de ogen die branden van vuur voor Jezus? Waar is de diepe vreugde in Hem? Zou het kunnen dat God ons niet zo veel van zijn Geest geeft omdat we het niet belangrijk vinden om te getuigen van Jezus?

 

Of erger – omdat we er niet eens aan toe komen om op de Geest te wachten? We zijn al weer afgeleid. Druk druk druk. Verslaafd verslaafd… aan van alles en nog wat. Altijd zitten we vol, met beelden, met muziek, met afspraken, met werk. Van de stilte blijft niets over. Wachten op de Geest … Zijn we net als Saul al weer zelf aan de slag?

 

Lieve mensen – de kracht van de Geest is beschikbaar – in overvloed.

Voor mensen die zelf beschikbaar zijn. Handelingen 5,32 zegt:

‘Daarvan getuigen wij, en daarvan getuigt ook de heilige Geest, die God geschonken heeft aan wie hem gehoorzamen.’

De Geest wordt gegeven aan wie gehoorzaam zijn.

Bereid om te gaan.

 

Mensen die het vuur van de Geest niet doven.

Die de Geest niet laten praten.

Die de stem van hun geweten niet wegdrukken, en zeggen ‘nu maar even niet’.

 

In het koninkrijk van God werkt het zo, Marcus 4,25:

‘Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.’

Wie gehoorzaam is en gaat, getuigt, die ervaart de kracht van de Geest. Ik hoop dat je dat herkent.

Wie niet gaat, die ervaart weinig van de Geest.

 

Wachten op de Geest is een tijd van bezinning: verlang ik naar de kracht van de Geest? Verlang ik ernaar gehoorzaam te zijn?

En als het nodig is, jezelf te bekeren?

 

Dat kan. Dat mag. Dat moet misschien wel.

Zeg het tegen de Heer als het moet: Heer, vergeef me. Ik ben niet bereid om te gaan. Het zit niet in me. Maar ik wil wel. Ik verlang er wel naar – uw kracht te gebruiken voor uw doel.

 

6. Want dat is de belofte van de Vader waarover Jezus ons verteld heeft. We zullen in de Heilige Geest ondergedompeld worden.

 

Wachten op de Geest is: Danken voor wat je al gekregen hebt – in iedere christen woont immers de Heilige Geest.

Maar ook vurig verlangen naar die onderdompeling in de Geest. Ondergedompeld worden in de Geest – dat is wat Jezus doet. Johannes doopt met water, Jezus doopt met de Heilige Geest. Dat is zijn belofte. Daar mag je hem en God, zijn Vader, aan herinneren.

 

Dompel maar eens een kopje onder in water. Dan druipt het water er af. Zo is het ook met gedoopt worden met de Heilige Geest – de Geest druipt er af. Helemaal doortrokken van de Geest.

 

Let dan wel op: wat doet de Geest?

De Geest geeft als eerste kracht om te getuigen. Als iemand eerst bang is, zich verstopt, zoals de leerlingen. En dan opeens gaat staan en in het openbaar getuigt van Jezus, zoals Petrus. Dan zie je het effect van de doop met de Geest.

 

De Geest laat zijn vrucht groeien. Dat is niet allereerst een gevoel, al speelt blijdschap wel een centrale rol. Dat is, zegt Galaten 5, liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Als iemand verandert van een chagrijnig iemand in iemand die kan liefhebben, blij is met de Heer, een vredestichter wordt die kan vergeven. Vriendelijk, goed, vol geloof. Zodat je het karakter van Jezus ziet. Dan zie je het effect van de doop met de Geest. Dan kun je getuigend leven – heel je leven spreekt immers van Jezus.

 

De Geest geeft zijn gaven – om te dienen, te onderwijzen, leiding te geven, in tongen te spreken, te vertroosten, te genezen, te bemoedigen – de een dit, de ander dat. Nooit alles tegelijk. Altijd om mensen bij Jezus te brengen. Waar je die gaven ziet, daar zie je het effect van de doop met de Geest.

 

De Geest getuigt van Jezus en maakt Jezus groot. Waar Jezus groot gemaakt wordt, waar mensen bij Jezus worden gebracht, daar zie je het effect van de doop met de Geest.

Die doop met de Geest, kracht om te getuigen, het is ons beloofd!

 

Trek je daaraan op, biddend.

Weet je wat de leerlingen deden? Kijk in vers 14:

Vurig en eensgezind wijden ze zich samen aan het gebed.

Zo samen bidden en elkaar helpen om het te bidden:

Heer, u hebt belooft ons onder te dompelen in uw Geest. Maak mij bruikbaar als getuige van Jezus. En dan: dompel mij onder in uw Geest.

Verlang daarnaar! Samen, vurig, eensgezind.

Wacht op de Geest – word bruikbaar voor Hem!




Handelingen 16,25-34 – Vertel het door

Gezinsdienst ‘Vertel het door!!’ met kinderkoor ‘De Ljochtpuntsjes’

Liturgie

Welkom
Stil gebed
Votum en zegengroet
Kinderkoor
Zingen met kinderkoor: ‘Alles wat je wilt’
Gebed
Zingen: Gez 158
Schriftlezing: Handelingen 16,25-34
Preek over Handelinge 16,25-34
Zingen: Ps 117
Kinderkoor
Zingen met kinderkoor: ‘Kom aan boord’
Gedicht over de wet
Kinderversie van de wet
Zingen: Gez 38 Zoek eerst het koninkrijk van God
Gebed
Collecte
Kinderkoor
Zingen met kinderkoor: Ben je groot of ben je klein?
Zingen: Gezang 64 Vrede zij u
Zegengroet en amen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar(kan op verzoek via de mail toegestuurd worden)

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Handelingen 16,25-34 – Vertel het door

[dia 1] Wie weet wie dit is?

Hetty Bloem.

Waar werkt Hetty Bloem?

In Zuid Afrika, in Kriel bij Pretoria.

Zij is vanuit Nederland naar Zuid-Afrika gegaan om daar over de Here Jezus te vertellen. En om een kindertehuis op te zetten.

Bidden jullie vaak voor haar? Of geef je haar wel eens geld?

Maar er zijn nog veel meer mensen in Zuid-Afrika aan het werk om over de Here Jezus te vertellen. Wist je dat?

Lees maar in het zendingsblad (Naast laten zien). Er zit ook altijd speciale kinderpagina’s in. Hier in de kerk betalen wij mee aan wat zij doen. [dia 2] Hier zie je ze allemaal. Sommige komen uit Nederland, anderen komen uit Zuid-Afrika.

Bidden jullie wel eens deze mensen? Je kunt ook geld geven voor hun werk. Als het goed is doen je papa en mama dat: dat is de zendingsbijdrage, die we elk jaar betalen.

[dia 3] Dominees, die noemen ze daar een ‘moruti’. Hier zie je moruti Boersma. Hij werkt in Akasia, dat ligt ook ergens bij Pretoria in Zuid-Afrika.

In Akasia wonen Mosa en zijn vriendje Rirosang. Ze kennen de moruti wel, en ook zijn vrouw, de mmamoruti.

Mosa  kent de moruti van zondag, in de kerk. Daar komt hij wel eens. Zijn ouders gaan nooit naar de kerk, maar hij gaat wel eens met Rirosang mee. De moruti preekt dan over Jezus. Soms snapt hij er niet veel van, maar soms ook wel.

Hij kent de moruti ook van de kinderclub. [dia 4] Net als het Visnet hier bij ons. Daar gaat hij vaak op vrijdagmiddag naar toe. Mosa en Rirosang zijn altijd als eersten bij de garage van de moruti. Daar wordt de kinderclub gehouden. De deur gaat pas open als ze beginnen. Spannend!

Dan mogen ze naar binnen [dia 5] Het is altijd leuk op kinderclub, bij de mmamoruti. Vooral de verhalen over Jezus vindt Mosa zo mooi.

Wie van jullie neemt er wel eens een vriendje of vriendinnetje mee naar het Visnet?

Zo doet Rirosang het dus ook. Mosa is maar wat blij dat hij met Rirosang mee mag.

Maar het is nog geen vrijdagmiddag. Het is vrijdagmorgen. Mosa gaat naar school, zie je wel?

[dia 6] Op vrijdag hebben ze bij Mosa op school altijd een weeksluiting. Vandaag ook. Alle kinderen – het zijn er wel 600! – gaan naar buiten. Ze gaan netjes met hun klas in een rij staan. In hun speciale schooluniform. [dia 7] Mosa  heeft een oranje bloes aan, net als al de andere jongens. Wie zou er vandaag iets komen vertellen? He, wat is dat? Mosa ziet de moruti! En de mmamoruti is er ook!

Wat stoer: de moruti komt bij hen op school! De meesters en juffen op school gaan weinig naar de kerk en vertellen bijna nooit over Jezus. Zijn papa en mama vertellen ook nooit over Jezus. Wat zou de moruti gaan doen?

[dia 8] De moruti heeft een boek in zijn hand. Het is een Bijbel. Hij vertelt een verhaal over een andere moruti: Paulus.

Paulus zat in de gevangenis. Samen met Silas.

Waarom zitten ze gevangen? Omdat ze over de Here Jezus hebben verteld. En omdat ze een mevrouw hebben genezen. Oneerlijk hè?

En moet je voorstellen: ze kunnen hun voeten niet bewegen. Die zitten vast in een blok hout. Au, dat doet pijn.

Ze zijn op hun blote rug geslagen. Au, het doet nog veel meer pijn. En er zitten geen pleisters op.

En het is helemaal donker. [dia 9]

Hoe zou het met ze zijn?

Ze hebben pijn, ze zijn misschien wel boos, ze zijn vast bang.

Wie van jullie is wel eens er bang in het donker?

Wat doe je dan?

Paulus en Silas kunnen niet het licht aan doen.

Ze kunnen ook niet naar iemand toe gaan – ze zitten vast.

Roepen? Niemand van het bewakers komt naar ze toe.

Ze doen iets wat jij en ik ook kunnen doen: bidden en zingen.

Doe jij dat wel eens, als je bang bent?

Je hoeft niet bang te zijn

Al gaan de lichten uit

God is er en Hij blijft

Als jij je ogen sluit.

Van zingen over God word je rustig.

Van zingen over God word je blij.

Nou, dat doen Paulus en Silas.

En ze gaan hardop zingen: lofliederen voor God.

God, wat bent u machtig.

God, u bent onze redder.

Ze gaan hardop bidden.

Vind je dat gek?

Peuters, die doen dat soms hè: op straat, of in de winkel zingen. Een liedje over Jezus.

Als je groter wordt, doe je dat dan nog?

Wie van jullie zou op straat, of in de bus, of in de winkel een liedje over Jezus zingen?

We leren elkaar: dat is raar joh. Dat doe je niet.

Maar eigenlijk schaam je je dan voor Jezus.

Jammer hè? Dat hoeft helemaal niet!

Paulus en Silas schamen zich niet. Ze zingen hardop.

Zodat iedereen het kan horen.

De andere gevangenen vinden het bijzonder.

En ze luisteren. Wat doen die mannen?

Ze zingen over hun God!

Ze laten merken: we zijn bang, maar we vertrouwen op God.

God is er altijd, ook in het donker.

God zal ons helpen. Ook al weet ik niet hoe.

Laat gewoon merken dat je op God vertrouwt.

Laat gewoon zien: ik ben bang, ik kan wel janken, ik weet niet hoe het moet – maar ik heb iemand die me helpt: Jezus.

En gek hè, dat maakt indruk.

Maar wat is dat?

Hou je vast. De vloer beweegt! Plotseling een aardbeving. Pas op, straks stort de gevangenis in! Straks vallen er stenen op je hoofd! Gaan we nu dood?

Nee! Niemand gaat dood. Alle kettingen breken. [dia 10] Alle boeien springen open. De blokken hout vallen op de grond. Ze zijn allemaal vrij!

Wow! Zie je dat wel?

Ze bidden, ze zingen, en God helpt! Ze zijn los!

Dat is God.

Je hoeft niet bang te zijn

Al gaan de lichten uit

God is er en Hij blijft

Als jij je ogen sluit.

Dat is niet maar een liedje. Het is echt zo.

Als jij je ogen dicht doet. Als jij bang bent in het donker. Als jij het heel erg moeilijk hebt: God is er. En hij helpt! Wat hebben wij een bijzondere God!

Maar de bewaker, die schrikt wakker. Alle gevangenen ontsnapt?

Zo wil ik niet meer leven!

Hij wil zichzelf dood maken.

‘Ho, stop, doe dat niet!’ roepen Paulus en Silas.

‘Maak jezelf niet dood, we zijn er allemaal nog!’

De bewaker rent naar Paulus en Silas toe [dia 11] Hij valt op de grond, diep onder de indruk.

Heren, wat moet ik doen?

En dan mogen Paulus en Silas opeens over de Here Jezus vertellen.

De bewaker wil alles weten.

Hij is diep onder de indruk.

Hij heeft gemerkt: Jezus is sterker dan de gevangenis.

Jezus is de allerhoogste koning. Hij moet wel de redder zijn!

Bij die Jezus wil ik horen.

Wil jij dat ook?

En je vriendje dan? Wil die het ook?

Dat vraagt je moruti ook aan de kinderen. [dia 12] Rirosang weet het wel: hij wil het ook – net als zijn papa en zijn mama.

Maar Mosa, zou die het ook willen?

Gelooft Mosa wel in Jezus?

Mosa is nog niet zo oud. Hij is niet gedoopt. Maar hij gaat wel graag mee naar de kerk, naar de moruti en de mmamoruti.

Wie weet, wordt hij later ook gedoopt. En hoort hij ook bij Jezus!

Mosa gaat wel eens mee met zijn vriendje. Naar de kerk, naar kinderclub.

Neem jij wel eens een vriendje mee naar de kinderclub? Of naar de kerk?

Of durf je dat niet?

Zou het helpen?

Zie je deze meneer? [dia 13] Het is een dominee. Een professor zelfs, professor Herman Selderhuis. Hij geeft les aan studenten die dominee willen worden. Maar weet je? Toen hij nog een jongen was, toen was hij niet gedoopt. Zijn vader geloofde niet. Zijn moeder had geen belijdenis gedaan. Hij hield van voetbal. Op zijn kamer hing een poster van Willem van Hanegem, dat was toen hij jong was nog geen trainer, maar een hele goeie voetballer.

Hij ging wel eens met een vriendje mee naar de kerk. Dat vond hij wel mooi.

En op school had hij een meester. Die kon prachtige verhalen vertellen uit de Bijbel, verhalen over Jezus.

Toen hij een jaar of 14, 15 was, zei hij: ‘Mama, ik wil gedoopt worden.’

Hij was gewoon met een vriendje meegegaan.

Maar nu wilde hij zelf bij de kerk horen. En hij werd gedoopt. Hij werd dominee. Hij werd professor.

[dia 14] En weten jullie wie dit is? Ze zit hier bij ons in de kerk: Marry Pietersma. Ze ging wel eens mee met een vriendinnetje naar kinderclub. Ze ging wel eens mee naar de kerk. En ze had later een klasgenoot die naar de kerk ging – Geeske. En ze kreeg verkering met de broer van Bert. En nu hoort ze bij onze gemeente. Ze heeft belijdenis gedaan, nog niet zo lang geleden.

[dia 15] Zoals Mosa, Herman Selderhuis, Marry Pietersma, zo zijn er veel meer.

Misschien is het later wel jouw vriendje of vriendinnetje.

Misschien ben jij het zelf wel.

Dus: vertel het verder.

Schaam je niet. Of je nu klein bent, of groot.

Durf het te laten merken dat je op God vertrouwt. Daar hoef je niet geleerd voor te zijn. Juist mensen die niet heel geleerd zijn kunnen het soms veel beter laten zien: ik hou van de Here Jezus. Hij is voor mij de allerbelangrijkste.

Gek hè? Dat maakt soms meer indruk dan een heel verhaal.

En neem je vrienden maar mee. Naar het Visnet. Naar de kerk. Dan kunnen zij ook horen over Jezus. Want Jezus is de allerbelangrijkste!