Galaten 5,22-23a – De Heilige Geest laat zijn vrucht groeien

  • Liturgie

Voorzang: Ps 1,1 Votum / groet Zingen: Ps 1,2-3 Wet in korte versie met daarbij -Marcus 7,17-23 -Rom 12,9-21 Zingen: Gez 103,1.2.5 Gebed Lezen Gal 5,13-26 Zingen: LB Gez 252,1.2.4 Preek over Gal 5,22-23a Zingen: LB Gez 477 30 dagen project Zingen: LB Gez 473,1.5.7.9 Gebed Collecte Zingen Ps 133 Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:
hansburger@filternet.nl

Benodigdheden voor deze preek: een mandarijn en een stukgevallen kopje o.i.d.

Preek over Galaten 5,22-23a – de Heilige Geest laat zijn vrucht groeien

Gasten, broers en zussen,

1. Gister was de kerk open, vanwege de Agrarische dagen. Franeker ligt midden in een agrarisch gebied: akkerbouw, veehouderij, glastuinbouw. Bij land- en tuinbouw horen vruchten. Vanmorgen hebben we het daarom ook over een vrucht – de vrucht van de Geest.

Ik heb hier een mandarijn. Ik zal hem even pellen. Wie wil er een partje? [uitdelen] Wie heeft er nu allemaal mandarijn gegeten? Steek je vinger eens op.

Het is één mandarijn. Toch hebben er hier een heleboel mensen mandarijn gegeten. Een vrucht, met allerlei partjes.

Vanmorgen hebben we het met elkaar ook over een vrucht. Geen mandarijn. Maar wel net als een mandarijn één vrucht met allemaal partjes. De vrucht van de Geest.

Wat is die vrucht van de Geest? Liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Wie kent ze uit z’n hoofd? Het kan geen kwaad om ze uit je hoofd te leren. Ik heb het van de week zelf ook weer gedaan – het rijtje van de NBV in mijn hoofd zetten.

Daartegenover zet Paulus de dingen die onze eigen wil allemaal teweegbrengt. Dan noemt hij: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen.

Als je die twee rijtjes naast elkaar ziet, dan zie je het verschil. Probeer het verschil voor jezelf eens onder woorden te brengen. Het is een heel andere sfeer. Kwaad, duister; tegenover goedheid, iets moois. Iets afbrekends tegenover iets opbouwends.

En dan kom ik weer terug bij die mandarijn. In de vorige vertaling stonden er twee dingen tegenover elkaar: de werken van het vlees – in het meervoud, en de vrucht van de Geest – in het enkelvoud. En dat is niet voor niets. De vrucht van de Geest is als een mandarijn. Eén vrucht met allemaal partjes. Ze horen bij elkaar. Ze versterken elkaar. Ze vullen elkaar aan. En de kern, dat is de eerste: de liefde. Liefde, die zorgt dat er eenheid groeit. Dat mensen bij elkaar gebracht worden.

Terwijl die dingen die uit onze eigen wil voortkomen – daar worden alleen maar brokken gemaakt. Daarom heb ik hier een kapot kopje. Mensen uit elkaar gedreven. Dingen breken kapot in scherven. Er zit geen samenhang in. De samenhang verdwijnt juist.

Een kopje aan brokken en scherven.

Een vrucht met allemaal partjes, zoals een mandarijn. De ene vrucht van de Geest. Met de liefde als eerste.

2. Waar kies jij voor, als je die twee naast elkaar ziet? Wat wil jij dat kenmerkend is voor jouw leven? Al die verschillende dingen die uit onze eigen wil voortkomen, of de ene vrucht van de Geest?

Ik zei net al: in de vorige vertaling stonden er twee dingen tegenover elkaar: de werken van het vlees en de vrucht van de Geest. Let ook eens op het verschil tussen werken en een vrucht.

Werken zijn dingen die je zelf doet. Jouw activiteiten. Het kost inspanning. Je hebt er misschien gereedschap voor nodig. Of het komt uit een werkplaats. En jij kunt erop aangesproken worden.

Daar tegenover staat de vrucht van de Geest. Een vrucht maak je niet zelf. Die groeit. Waarom groeit iets? Dat is een geheim. Je kunt mest geven, goed ergens voor zorgen. Maar als er een groeistoornis optreedt, zeg dan maar eens hoe dat komt. Groeien, het gebeurt gewoon. Dat ik geen baby ben, komt omdat ik gegeten en gedronken heb, geslapen, in een gezonde omgeving leefde. Maar dan blijft het een geheim. Ik ben gegroeid. Zo is het dus met de vrucht van de Geest – je kunt ervoor zorgen dat je in een groeizame omgeving leeft, jezelf niet vergiftigt. Maar groeien zelf – het gebeurt.

Voor werken kun je je inspannen. Bij groei heeft dat geen zin. Op geen enkele manier kan ik ervoor zorgen dat ik sneller groei. Ik kan er wel voor zorgen dat ik stop met groeien – niet eten, niet drinken, me laten vergiftigen door mijn omgeving. Maar het groeien zelf, daar kan ik niet voor zorgen.

Het is zo belangrijk om dat tot je door te laten dringen. Zo vaak denken we dat wij ons in moeten spannen. Wij moeten onszelf verloochenen. Wij moeten het voorbeeld van Jezus volgen. Wij moeten dit doen, en dat.

Nee dus. Denk aan de preek van twee week geleden over Galaten 2,20: Niet ik, maar Christus in mij. Nu zou je kunnen zeggen: niet ik, maar de Geest in mij.

Wij kunnen een Jezus-project houden. Wij kunnen tegen elkaar zeggen dat bidden belangrijk is. Dat het belangrijk is om God te zoeken. Om bijbel te lezen en de bijbel op jezelf te betrekken. Om jezelf niet te vergiftigen door de zonde op te zoeken. Maar dan hebben we het alleen maar over eten en drinken, over mest, over een groeizame omgeving. Waar het om gaat, is dat je zo de Heilige Geest ruimte geeft. Dat Hij ervoor kan zorgen dat er een vrucht groeit – die ene vrucht met al die partjes.

3. En wat is die vrucht dan?

Het heeft met stemming te maken. Je eigen stemming. Je gevoel. Maar ook de stemming in een groep. Vreugde en vrede.

Vreugde en vrede, ze moeten groeien, door de Geest alleen.

Kijk in Galaten: dan zie je dat het niet vanzelf gaat. Paulus heeft het over onruststokers die zich moeten laten castreren. Over elkaar aanvliegen. Door elkaar verslonden worden. Mensen die uit eigenwaan elkaar de voet dwars zetten.

Mis je het, vreugde en vrede?

Ben je moedeloos, omdat je van je omstandigheden misschien wel kunt janken? Teleurgesteld?

Vreugde en vrede zijn vruchten van de Geest. Ze hangen niet af van je omstandigheden. Als ik naar mezelf kijk: wanneer heb ik de blijdschap en de vrede van het geloof heel diep gevoeld? Toen ik ouderling was in Kampen, tegen overspannenheid aan, en duidelijk een stap terug moest doen. Ik baalde ervan dat ik tegen mijn grenzen aanliep. Ik zat niet lekker in mijn vel. Juist toen heb ik die vreugde en die vrede heel diep gevoeld.

Want waar komen ze vandaan? Die diepe blijdschap is uit God! Hij komt naar je toe en zegt dat hij van je houdt. Hij geeft je zoveel hemelse zegeningen. Als je gaat zien wie hij is, dan ga je zingen van blijdschap. En vrede? Jezus geeft ons de vrede van God. Het zit weer goed tussen God en ons. Een diepe innerlijke vrede die alle verstand te boven gaat. Vreugde en vrede, ze hangen niet van je omstandigheden af, maar van God.

Herken je die vreugde en vrede?

Laat jij onder al je omstandigheden de Geest in je werken?

Waar zoek jij naar blijdschap en vrede?

Bij God vind je een diepe blijdschap en vrede die niet afhankelijk is wat er in je leven met je gebeurt. Een blijdschap en een vrede die dieper gaan dan je omstandigheden.

En die stemming straal je uit. Het meest duidelijk heb ik dat ervaren tijdens een evangelisatieproject in Arnhem. We hadden voor de Koepelkerk een terras. Er loopt daar van alles rond, tussen de Arnhemse kroegen. Er hebben allerlei mensen op ons terras gezeten, ook criminelen, zwervers, noem maar op. Genoeg ingrediënten voor ruzies. Maar mensen zeiden tegen ons dat de sfeer op het terras hen opviel. Een sfeer van – precies – vrede en blijdschap.

Mis je de blijdschap, de vrede? Verlang je er naar?

Het hoort bij de vrucht van de Geest. Waar liefde is, is blijdschap, is vrede. Begin bij de Geest van God. De Geest van Gods liefde.

4. De vrucht van de Geest, die verandert niet alleen je stemming. Die verandert ook je houding naar anderen. Kijk maar: geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid

Ben jij geduldig? Vriendelijk? Goed? Vol vertrouwen in anderen? Zachtmoedig?

Het gaat hier over je karakter. Jezus uitstralen, Christus volgen, dat heeft gevolgen voor je karakter. Ben jij juist ongeduldig? Niet zo aardig? Iemand die anderen zwart maakt? Kun je soms hard uit de hoek komen – veroordelend, bot, of cynisch? En wat denk je dan – zo ben ik nu eenmaal? Je karakter kun je niet veranderen?

Zo is het dus niet. Je mag op Jezus Christus gaan lijken. Hij wil je karakter veranderen. En dat is de vrucht van de Geest. Jezus’ karakter wordt jouw karakter.

Maar waarom moet ik dan weer degene zijn die geduldig is, vriendelijk, zachtmoedig? Laat die anderen eens vriendelijk voor mij zijn! Wie heeft er geduld met mij? Waarom moet ik altijd de eerste zijn?

Wacht even – zo is het niet. Wij zijn niet de eerste. God is de eerste. Zo komt God naar ons toe in Jezus Christus: geduldig – vriendelijk – vol vertrouwen – zachtmoedig. Laat dat eerst op je inwerken. Jezus heeft geduld met mij. Christus is aardig voor mij. De Heer vertrouwt mij van alles toe. De Here Jezus zelf behandelt mij zachtmoedig.

Door de Heilige Geest mag jij, mag ik ook zo worden.

Geduldig. Mensen tijd en ruimte geven. Een lange adem hebben. Niet snel boos worden. Niet chagrijnig worden als je moet wachten. Niet afhaken maar doorgaan. Doorgaan met liefhebben. Kijk hoeveel geduld God met jou heeft – dan word je toch zelf ook geduldig!

Vriendelijk. Aardig. Behulpzaam. Tijd nemen voor anderen. Tijd voor een praatje. Als degene voor je bij de kassa iets laat vallen, even helpen en het oppakken. Anderen niet afsnauwen. Doe er moeite voor dat iedereen je kent als een vriendelijk mens, zoals Paulus zegt.

Vol vertrouwen. Er staat geloof, en dat gaat het hier ook om geloof in een ander mens. Iemand anders vertrouwen schenken, ook al weet je dat het tegen kan vallen. Mensen een nieuwe kans geven, omdat God mensen verandert.

Zachtmoedig. Een zacht gemoed hebben. Niet prikkelbaar, luidruchtig, agressief zijn. Dit is geen minderwaardigheidscomplex, verlegenheid of zwakheid. Zachtmoedigheid komt voort uit innerlijke kracht. Mild kunnen zijn. Ken je zachtmoedige christenen? Neem daar een voorbeeld aan.

Wat een verschil met vijandschap, tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, geruzie, rivaliteit, afgunst.

Het gaat hier ook om de vrucht van de Geest. En die is uit God.

5. De vrucht van de Geest verandert dus je stemming en de stemming in een groep; de vrucht van de Geest is van invloed op je houding naar anderen; maar de vrucht van de Geest verandert ook je omgang met jezelf.

Het is belangrijk om ook dat te zien. Christenen hebben het tegenwoordig vaak over de duivel. Het leven als christen is een geestelijke strijd met de duivel en zijn machten. Terecht.

Maar er zit hier een valkuil. Om ons heen hebben mensen de neiging om te denken: het kwaad, dat zit niet in mij. Dat is buiten mij en ik heb daar last van. Christenen hebben last van diezelfde neiging. Het kwaad, dat zit niet in mij. Dat is de duivel.

Dat merk je als mensen het hebben over problemen in onze gemeente. Dan gaat het heel snel over de duivel.

Maar Jezus waarschuwt ons allereerst voor het kwaad dat in ons eigen hart woont. En Paulus heeft het hier helemaal niet over de duivel maar over onze eigen wil. Het kwaad, dat woont als eerste in ons zelf. En daarom heeft de duivel een ingang. Dat betekent: jij en ik, we hebben allereerst een gevecht met onszelf te voeren.

Daarom hoort bij de vrucht van de Geest ook zelfbeheersing. Nee kunnen zeggen tegen de impulsen in jezelf. Impulsen van zelfverrijking, geilheid, agressie, verslaving, begeerte en verveling.

Wij ademen allemaal de sfeer in van ‘je moet jezelf kunnen zijn’. Ik ga naar mijn werk en ik zit niet lekker in mijn vel. Dat is dan zo. Ik moet gewoon mezelf kunnen zijn. Pech voor m’n collega’s. Het is een leugen dat ‘gewoon jezelf zijn’ altijd goed is.

Je hebt ook matigheid nodig, zelfcontrole, discipline. En dat geldt op zoveel terreinen.

Sport – niet de scheids verrot schelden.

Eten en drinken – niet jezelf volvreten of klemzuipen.

Seks – niet toegeven aan je eigen driften.

Winkelen – wees geen shop-aholic en koop niet alles wat je leuk vindt maar helemaal niet nodig hebt

Autobezit – een kleine, zuinige auto kan ook

Gesprekken – bijt je tong af als je iets negatiefs wilt vertellen over een ander

Relaties met anderen – geen wraak nemen, niet terugpakken

Vul het zelf maar aan.

Wij zitten vol met driften, begeertes, verkeerde neigingen. Als we maar doen wat we willen, gaat het mis. Want, zegt Paulus, wat de Geest verlangt is in strijd met wat wij uit onszelf najagen. En dus: beheers jezelf, laat je leiden door de Geest.

6. De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Wat zou het mooi zijn, als we die vrucht bij iedereen hier in de gemeente zagen hè?

Denk jij ook wel eens: als die anderen toch wat meer zouden zijn zoals Jezus. Als die anderen nu eens…

Zou jij soms de mensen ook wel met hun koppen tegen elkaar willen slaan?

Wat zou het mooi zijn als er een reset-knop was. Koppen tegen elkaar, reset, opnieuw beginnen.

Weet je – de bijbel zegt eigenlijk iets dergelijks. Koppen tegen elkaar – reset – opnieuw beginnen. En dat gebeurt bij het kruis van Jezus Christus. De kop van Jezus Christus vangt de klap op. Hij sterft. Reset – opnieuw beginnen – dat gebeurt! Als Jezus opstaat uit de dood. En als jij echt in Jezus Christus gelooft en bij hem hoort. Door zijn Geest een nieuw leven gaan leiden.

Maar dan begint het nooit bij die anderen. Dan begint het bij jezelf.

Het begint bij: je eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis slaan. Heftige woorden. Je eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis slaan. Dat wil zeggen: jezelf veroordelen om die slechte hartstochten en begeertes. Heel radicaal ‘nee’ zeggen tegen jezelf, tegen je eigen wil.

Word je daar moedeloos van?

Denk je: dat is te groot voor mij? Zo nee zeggen tegen mezelf, dat kan ik niet?

Word je moe van die strijd tegen jezelf, die nooit ophoudt? Word je moe van al die anderen om je heen die hun eigen wil blijven volgen?

Dan kom ik weer terug bij het begin. Als je bij Jezus Christus hoort, dan is dit geen eindeloze vermoeiende strijd. Als je bij Jezus Christus hoort, dan is je eigen oude natuur al verslagen en veroordeeld. Aan het kruis geslagen met Jezus. Die oude natuur leeft nog wel. Hij maakt het je nog moeilijk. Maar hij is al veroordeeld en aan het kruis gespijkerd. Zo meteen is hij helemaal dood.

En als je bij Jezus Christus hoort, woont de Heilige Geest in je. En die Geest leidt je. Doe niet wat die oude natuur wil, die al vastgespijkerd zit aan het kruis van Jezus Christus. Maar laat je leiden door de Geest, want dan ben je niet gericht op je eigen begeerte. En laat het dan over aan de Geest. Het is de vrucht van de Geest. De Geest is het geheim ervan dat die vrucht in jou groeit.




Galaten 2,20 – Niet ik leef, maar Christus leeft in mij

Startzondag / voorbereiding voor het heilig avondmaal

Liturgie

  • Voorzang Ps 62,1.3
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 91,1.8
  • Wet
  • Zingen: Gez 154,3.4
  • Gebed
  • Lezen: Galaten 2,15-21
  • Preek
  • Zingen: Gez 164 in canon (drie groepen)
  • Kinderen terug – zingen Is je deur nog op slot?
  • Begin Avondmaalsformulier lezen
  • Zingen Gez 125,1.4.6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: LB 95
  • Zegen

 

Opmerkingen:

  • Ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Zeg het mee: Niet ik leef, maar Christus leeft in mij

Broers en zussen,
Van de week stond er bij ons een Sesamstraat-CD aan. Bert en Ernie zingen in een liedje:
Maak er wat van, maak er wat van
Als je ontevreden bent
Nou doe daar dan wat an
Maak er wat van, maak er wat van
Moet je maar eens kijken wat je allemaal niet kan!
Ik doe mee!
Een mooi liedje bij de start van een nieuw seizoen. Vorig seizoen zijn we blijven steken in een probleem – en nu gaan we met frisse moed weer verder. Maak er wat van! Als je ontevreden bent, nou doe daar dan wat an.
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>Wij beginnen dit seizoen bewust met een project ‘leven vanuit Jezus’. Mooi dat er zoveel mensen meedoen. Ik hoop dat jullie daar wat van gaan maken. Door thuis samen aan tafel het stukje van de dag te lezen en er over door te praten. Of door er zelf tijd voor te nemen, alleen. Of door hier in de kerk te komen samen met anderen.
Tegelijk: ik denk dat het heel goed en belangrijk is om het nieuwe seizoen te starten met een project ‘leven vanuit Jezus’. Ouderen en jongeren. Als we starten met jeugdwerk, als we starten met een nieuw seizoen in de gemeente, dan starten we met Jezus. Waarom? Zoals het op de flyer staat: Jezus zegt: Zonder mij kun je niets doen (Joh 15).
Kijk maar naar wat Paulus in de Galatenbrief schrijft. Twee jaar geleden zijn Janneke en ik hier gestart in de gemeente. Ik heb toen gepreekt over Galaten 4,19. Daar schrijft Paulus: Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u. Dat schrijft Paulus, maar dat blijft ook mijn verlangen, en ik hoop dat het het verlangen van jullie allemaal is: dat Christus gestalte in ons krijgt. Jezus moet zichtbaar worden in wie wij zijn. In wat wij doen. Wij mogen op Jezus gaan lijken!
Bert en Ernie zingen:
Maak er wat van, maak er wat van
Als je ontevreden bent
Nou doe daar dan wat an
Maak er wat van, maak er wat van
Moet je maar eens kijken wat je allemaal niet kan!
<!–[if !supportLineBreakNewLine]–>
<!–[endif]–>
In Galaten 2 zegt Paulus: Ik leef helemaal niet meer. Christus leeft in mij.
Daar wil ik aan het begin van dit jaar met jullie bij stilstaan. We beginnen met een nieuw jaar. Dan is het maar niet: Maak er wat van!
Dan gaat het om iets veel mooiers: Laat Christus er wat van maken – door jou en mij heen!

2. Hoe zou jij dat eigenlijk aanpakken – een nieuw seizoen beginnen?
Hoe wil je er in je wijk iets van maken? Hoe ga je als ouderling of diaken aan de slag? Hoe wil je aan de slag op club, op je groeigroep?
Ik wil het nog iets breder trekken.
Om lekker bezig te gaan, is het belangrijk dat je het gevoel hebt dat je er mag zijn. Dat je iemand bent. Dat je lekker in je vel zit. Dat je je niet minderwaardig voelt, maar jezelf durft te presenteren – hier ben ik! Dat je verantwoordelijkheid neemt en ergens voor staat.
Hoe doe jij dat? Hoe zorg jij ervoor dat je lekker in je vel zit? Dat je iemand bent?
Eigenlijk gaat het in Galaten 2 over dat soort vragen. Paulus stelt hier de vraag: Hoe word je als rechtvaardige aangenomen? Door de wet na te leven – door er zelf wat van te maken – of door geloof in Jezus Christus? Dat wil zeggen: Hoe word je iemand? Iemand die er mag zijn?
Wij leven in een wereld zonder God. Dus zijn wij vaak vooral bezig met de vraag: Hoe zorg ik dat ik lekker in mijn vel zit? Hoe maak ik er wat van? Hoe ga ik er weer tegenaan?
Maar als je ontdekt dat God er ook is, dan krijgen die vragen een extra diepte. Hoe word ik door God als rechtvaardige aangenomen? Hoe krijg ik weer een goede relatie met God? Hoe zorg ik ervoor dat God mij niet als een zondaar straft en wegstuurt?
Vraag jij dat wel eens af?
Of je bij God mag horen?
Of er bij God een plek voor jou is?
Of ben je juist bang voor God?
Schaam je je tegenover God?
Wat dat laatste betreft: zeg niet te snel – Nee, ik schaam me niet tegenover God. Je kunt je schaamte voor God diep wegdrukken. Je groot houden. Doen alsof er niets aan de hand is. En natuurlijk dan ook God op afstand houden. Bidden wordt oppervlakkig – eerlijk zijn is te eng. Bijbellezen wordt lastiger – of je moet het echt op jezelf betrekken en dat doe je liever niet.
Schaam jij je tegenover God? Voel je je schuldig?
Wat doe je dan?
Waar kies je voor:
Maak er wat van, maak er wat van
Moet je maar eens kijken wat je allemaal niet kan!
Of: Niet ik leef, maar Christus leeft in mij?

3. Paulus zegt: Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Dus kan het helemaal niet meer – er zelf wat van maken. Ik ben immers tekort geschoten. Ik ben zondaar. Ik ben door de wet gestorven. Met Christus ben ik gekruisigd.
En nu leef ik niet meer, maar Christus leeft in mij.
Wat stel jij je daarbij voor?
Het heeft veel te maken met wat Jezus zelf zegt (Matteüs 10,38-39):
Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.
Je raakt hier aan het hart van je relatie met Jezus. Hoe krijgt Christus vorm in jou?
Twee dingen zijn dan dus belangrijk:
- jezelf verliezen omwille van Jezus – met hem gekruisigd worden
- en je leven behouden – omdat Christus in je leeft.
Dat eerste begint op Golgotha. Jezus wordt helemaal één met ons. Mislukte mensen. Schuldig voor God. Onder Gods oordeel.
Wij moeten vervolgens in geloof zeggen: Ik neem mijn kruis op mij. Ik geef mijn eigen leven op, hou op er nog wat van te maken. Ik zeg niet meer: Kijk eens wat je allemaal niet kan. Ik erken: Jezus, zonder u wordt het niets met mij. Ik wil met u sterven. Ik verdien dat ook.
Kun jij dat met Paulus meezeggen? Ben jij Jezus waard – zoals Jezus zelf zegt?
En als je zo kunt zeggen: Met Christus ben ik gekruisigd. Dan merk je ook meteen dat dat tweede gebeurt. Dat het al gebeurt is.
Dan zul je je leven vinden. Christus staat in jou op als de levende. Hij komt in de persoon van de Heilige Geest zelf in jou wonen.
In ons lichaam, waar van buiten nog niets aan verandert. Daar komt Hij zelf wonen. Van buiten zie je misschien vooral afbraak. Lijden. Kruis. Maar van binnen is er juist vernieuwing. Vergeving. Herstel. Genezing. Hij zelf komt in jou wonen. Met zijn leven. Met wie hij is. De kracht van zijn opstandingsleven, die is in jou zelf. Wat een energie, wat een spirit – letterlijk – komt er dan los. En wat een reden voor blijdschap! Yes!
Als je Hem vindt, de gekruisigde. Dan vind je hem ook als de opgestane die in jou leeft.
Hijzelf wil in jou wonen.
Hijzelf wil in jou leven.
Hijzelf wil in jou zichtbaar worden.
Hijzelf wil in jouw gestalte krijgen, zoals Paulus zegt.

Zijn kracht wordt jouw kracht.
Zijn karakter wordt jouw karakter.
Zijn liefde wordt jouw liefde!

4. Misschien denk je nu wel: Ja hallo, wat is dit? Moet ik dood?
Moet ik mezelf dan waardeloos gaan vinden? Krijg je hier geen minderwaardigheidscomplex van?
Enne, wat krijgen we dan? Word ik dan niet een heel saai iemand?
Een heilig boontje? Moet ik dan niet allemaal dingen gaan doen die ik helemaal niet wil?
Ik kan me voorstellen dat je zulke vragen op voelt komen.
Het is nogal wat, wat Paulus hier zegt: ikzelf leef niet meer. En wat komt er dan?
Ik kan die vragen niet allemaal beantwoorden. Maar ik wil één ding benadrukken. Eén ding dat voor al die vragen wel heel belangrijk is.
Wie wil er in jouw komen wonen? Wie is dat?
Wie is het die jouw leven als het ware overneemt?
Kijk eens wat Paulus zegt: dat is de Zoon van God, die van me houdt, die zich voor mij heeft prijsgegeven!
Je geliefde!
Hij houdt zoveel van je!
Het gaat hier om liefde. Als je dat niet door hebt, dan zul je het nooit snappen.
Als jij bij je lief bent – en je vindt het saai. Want je vind je liefje saai.
Of als jullie samen zijn maar jij voelt je niet veilig. Want je bent bang voor je liefje.
Dan wordt het toch tijd om achter je oren te krabben.
Kom op – het gaat hier om liefde.
Als er iemand is die blij met jou is, dan is het je vriend!
Als er iets is wat je leven geneest, dan is dat zijn liefde.
Jezus Christus, je Heer.
Toch?
Ook de liefde is soms eng. Maar saai?
In de liefde geef je jezelf – maar niet omdat je minderwaardig bent!
Jezelf kwijtraken? Niet bij degene die voor jou gestorven is.
Hoe meer je je voor Jezus’ liefde open stelt, hoe meer Hij ook in je kan komen wonen.
Laat de liefde van Jezus toe. Geef hem de kans om je te laten merken: Ik houd van jou. Ik heb toch mijn leven voor jou gegeven op Golgotha! Gebruik daar dat dertig-dagen-project voor.
Hoe werkt het tussen mensen? Hoe meer je met elkaar deelt. Hoe meer je je aan elkaar geeft. Hoe mooier de liefde wordt. Terwijl als je geheimen voor elkaar hebt. Als je je groot houdt voor elkaar. Dan raak je elkaar kwijt.
Zo werkt het ook bij Jezus Christus. Hij heeft zich helemaal voor ons gegeven. Letterlijk. Hij heeft zich niet grootgehouden, maar opgeofferd.
Hij zoekt je hart! Zie je dat?
Sluit je niet af! Heb geen geheimen voor Jezus. Maar geef je aan Hem. Laat Hem wonen in je hele hart! Je bent zijn geliefde!

5. En laat het zo zijn – niet ik, maar Christus in mij.
Dat wil zeggen, zegt Paulus: leef in geloof. In het geloof dat ik niet hoef te leven volgens de zonde, volgens mijn oude natuur. Niet ik – ik ben dood. Maar in het geloof dat Jezus in mij woont. Dat ik een nieuwe mens ben.
Wat betekent dat concreet?
Misschien ben je iemand die altijd wat van anderen vindt. En je roddelt makkelijk over anderen. ‘Moet je nu toch eens horen wat ik met ze gedaan heeft. Dat kan toch niet? Ze is ook altijd zo…’ Niet ik – maar Christus in mij.
Hij woont in je. Bid: Jezus, wilt u mij veranderen. Door mij heen leven. Waarom altijd zo negatief over anderen? Niet ik, maar u, Christus, in mij. Dat wil zeggen: juist liefdevol over anderen praten. Zoeken naar dingen die ze doen waar je blij mee bent. Voor hen bidden in plaats van over hen roddelen.
Misschien ben je in het verkeer ontzettend ongeduldig. Snel optrekken. Snel geïrriteerd over anderen. Schiet eens op! En na die dagelijkse rit naar je werk kom je altijd sacherijnig aan. Het eerste uur op je werk ben je niet te genieten.
Niet ik – maar Christus in mij. Hij woont in je. Bid: Jezus, help mij om anders in de auto te zitten. Neem de tijd in de file om Bijbelstudie te doen. Luister naar een CD met preken of met goeie toespraken. Aanbid God in je auto en zet worship op. Of zing mee met je geliefde psalmen en gezangen. Benut de tijd in het verkeer om als oefening in geduld. En stap uit de auto als een vriendelijk iemand.
Misschien ben je op school voor sommigen heel aardig. Degenen die je nodig hebt en bij wie je wilt horen. Terwijl je anderen subtiel pest. Steken onder water. Een verdeel-en-heers-type. Zorgen dat je bij die ene groep zit. Zorgen dat die anderen er beslist niet bij horen. Zo bouw je aan je image.
Niet ik – maar Christus in mij. Hij woont in je. Niet pesten en kleineren. Ga bidden voor je klasgenoten. En realiseer je: je bent niet iemand omdat jij er zelf iets van maakt. Je bent iemand omdat Jezus van je houdt. Omdat Hij in je woont. Probeer Jezus’ liefde door te geven aan je klasgenoten. Laat ze maar merken: ik ben een vriend van Jezus. Hij woont zelfs in mij.
Je gewoontes, je voorkeuren, je pleziertjes. Geef ze aan Jezus. Niet ik, maar Jezus in mij. Zijn gewoontes. Zijn voorkeuren. Zijn plezier.
 
6. Niet meer ik, maar Christus in mij. Zeg het mee.
Dat gaat niet vanzelf. We leven nu nog in het vlees, zegt Paulus (zie de NBG-51). Nu is er van buiten nog niets veranderd. We leven nog in een wereld vol teleurstellingen. Ons leven ziet er van buiten uit als Jezus – Jezus aan het kruis. Sterven. Lijden. Ziekte. Teleurstelling.
Herken jij dat?
Let niet alleen op die buitenkant.
Let vooral op Jezus. Op je eigen binnenkant, waar Jezus woont.
Ontdek: ook in mijn buitenkant wil Jezus zichtbaar worden. Zijn kruis, zijn lijden, zijn sterven, wordt zichtbaar in de afbraak van mijn buitenkant.
Maar van binnen – daar leeft Hij!
Let vooral op Jezus!
Daarom gaan we dat Jezus-project doen.
Daarom vieren we volgende week avondmaal, aan het begin van een nieuw jaar.
Ik hoop dat jullie van dat Jezus project iets gaan maken – maak er wat van. Maar wel om te ontdekken: het gaat om Jezus, niet om wat wij er van maken. Het gaat er om te ontdekken: Jezus, u moet door mij heen leven, dingen doen, zichtbaar worden in mij.
Neem elke dag de tijd om een stukje te lezen uit het boekje dat je gekozen hebt. En verwerk het. Laat het echt tot je doordringen. Maak het je eigen. Gebruik daarvoor het materiaal dat er is – het vragenboekje, gespreksvragen, praat er met anderen over als je dat wilt. Ik hoop en bid dat het voor jullie en voor onze gemeente een gezegend project mag worden.
Daarom vieren we ook het avondmaal.
Avondmaal vieren: dat is op de plaats van het kruis van Jezus Christus jezelf opgeven en Jezus in je laten komen. Ik heb honger, Heer, ik neem u tot me. Niet meer ik, maar u in mij.
Daarom vieren we avondmaal, om het steeds weer te leren zeggen: Niet ik, maar Christus in mij. Jezus, die van me houdt. Jezus, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. Jezus, die in me komt. Die in me woont.
We beginnen met een nieuw seizoen. Een nieuw jaar jeugdwerk. ’t Visnet. Catechisatie. Club. Een nieuw jaar in de wijken. Op groeigroep, vrouwenvereniging, mannenontbijt.
Hoe ga jij dat doen?
Ik wens jullie allemaal toe, dat je eerst op Jezus let.
Dat je daarom volgende week avondmaal wilt vieren.
En dat je het meezegt: niet ik, maar Christus in mij.