Ezechiël 37:22 | God maakt één

Mensen zijn niet gemaakt om alleen te zijn. Maar eenheid en verbondenheid zijn best lastig… We verlangen naar elkaar, maar vaak kunnen we elkaar niet vinden. Net als Juda en Efraïm. Kunnen we ooit één worden? In families, in de kerk, in de samenleving en de wereld?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 194
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 127 : 1, 2 en 7
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Ezechiël 37 : 15 – 28
Zingen: GKB Psalm 60 : 1 en 3
Preek over Ezechiël 37 : 22
Zingen: GKB Gezang 119 : 1, 2 en 5
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Kinderen van de Vader (Elly en Rikkert)
Onderwijs avondmaal
Viering avondmaal
Zingen: LvK Gezang 66 : 1, 3, 5 en 6
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: GKB Gezang 167 : 1, 2 en 3
Zegen

God maakt één

Inleiding
dia 1 – verzuiling
Vroeger…
Hmm, nu klink ik als een oude man…
Vroeger dus… toen had je in Nederland de verzuiling.
De samenleving bestond uit groepen: de zuilen.
Je kon bijvoorbeeld socialistisch zijn:
dan stemde je op de Partij van de Arbeid, je las het Parool,
je was lid van vakbond FNV en je TV stemde je af op de VARA.
Je buurman was juist liberaal:
hij stemde VVD, las het NRC, deed niet aan een vakbond en keek AVRO.
Je had een christelijke zuil,
en de vrijgemaakten hadden zelfs een eigen zuil, inclusief eigen reisvereniging.
Tot zover dit college maatschappijleer…

dia 2 – netwerk
Je zou denken dat dit typisch iets van vroeger is:
toen kon je je opsluiten in een groepje dat net zo dacht als jij.
Maar welkom in de 21e eeuw: dat kan echt niet meer!
Op je smartphone heb je contact met de hele wereld.
Niks geen strak afgebakende groepen!

dia 3 – facebook
Of… toch wel?
Want Facebook maakt gewoon nieuwe zuilen.
De computers van Facebook zijn slim!
Ze weten echt heel veel over jou!
Dat kan heel onschuldig zijn, dat ze weten dat ik van auto’s houdt,
dat jij van mode houdt, en jij van dieren.
Dan zorgt Facebook ervoor dat je over die dingen niets mist.
Maar het kan ook minder onschuldig:
dat Facebook weet hoe jij over vluchtelingen denkt.
Als jij vindt dat Nederland vol is, krijg je alleen nog maar berichten te zien die dat bevestigen.
Terwijl als jij vindt dat Nederland nog veel meer voor vluchtelingen moet doen,
je juist de berichten te zien krijgt over hoe zwaar vluchtelingen het hebben.
Facebook presenteert nieuws dat in jouw straatje past.
De mogelijkheden zijn oneindig!
Ben jij voor vrouwelijke ouderlingen?
Prima, Facebook laat het je zien.
Heb je een hekel aan Frankrijk?
Facebook doet met je mee.
Eet je elke ochtend een zak chips leeg?
Facebook geeft je groot gelijk…

dia 4 – God maakt één
Het punt is: we zijn verdeeld.
Misschien niet zo openlijk als bij de verzuiling, maar we zijn verdeeld!
We leven in een wereld van ons eigen gelijk,
waar geen plaats is voor andere meningen.
Een wereld waar je uiteindelijk alleen bent…
In die wereld geeft Ezechiël hoop:
je bent niet alleen, want God maakt één!

1. Verdeeld en alleen
dia 5 – verdeeld en alleen
Die eenheid is voor de Israëlieten ver te zoeken.
Ze zijn verdeeld, al heel lang.
Toen David en daarna Salomo koning van Israël waren,
zo’n 400 jaar geleden, toen was Israël een eenheid.
Maar zelfs in Israël, het volk van God, lukte het niet de eenheid te bewaren.
Verdeeldheid, wantrouwen en boosheid kregen de overhand.

dia 6 – de breuk: Juda en Efraïm (kaartje)
Salomo wordt opgevolgd door zijn zoon Rechabeam.
Een hork eersteklas.
Ik denk zelfs dat dat woord voor hem is uitgevonden…
De Israëlieten vragen hem, de nieuwe koning, om lastenverlichting.
Rechabeam reageert met een lastenverhoging en zegt:
‘mijn pink is dikker dan het lid van mijn vader!’
Oftewel: mijn vader was geen echte man,
want hij had een klein geslachtsorgaan.
Maar dat staat dus echt in de bijbel!
Als je me niet gelooft: lees 1 Koningen 12 maar eens.

Als je dat doet, lees je direct dat de Israëlieten het niet pikten.
Het komt tot een breuk.
Een klein deel van de Israëlieten blijft trouw aan Rechabeam.
Het zijn de Israëlieten uit de stammen Juda en Benjamin,
in het zuiden van Israël.
Vanaf nu heten zij Juda.
De andere Israëlieten, van de overige 10 stammen,
kiezen een eigen koning: Jerobeam,
die binnen mum van tijd een eigen godsdienst introduceert.
De stammen die zich bij hem aansloten,
worden genoemd naar de grootste stam: Efraïm.

Voor alle duidelijkheid: die verdeeldheid ging wel ergens over!
Het was niet zo weer even op te lossen.
En dat blijkt: 400 jaar later zijn de Israëlieten nog steeds verdeeld.
Tenminste, wat er nog van de Israëlieten over is.
De Efraïmieten zijn al in ballingschap, meegenomen door de Assyriërs.
Nu treft de Judeeërs hetzelfde lot, maar dan door de Babyloniërs.
Dé ballingschap bestaat dus niet: het zijn 2 ballingschappen.
Zo verdeeld was Israël.
Ezechiël beeldt die verdeeldheid uit met die twee stukken hout.
Eén voor Juda, één voor Efraïm.

dia 7 – verdeeldheid in Nederland (mensen)
Sinds de tijd van Ezechiël is de wereld niet minder verdeeld geworden.
Israël was in tweeën verdeeld.
Nederland is in 17 miljoen verdeeld…
In Israël was het simpel:
er waren twee sterke leiders, en je hoorde bij één van hen.
Binnen die groep was er eenheid.
Tegenwoordig heeft iedereen overal een mening over.
En, dat weten we allemaal, meningen willen nog wel eens botsen…
Wij weten misschien niet beter meer,
kunnen ons niet voorstellen dat er een tijd is geweest
waar niet iedereen zijn eigen mening had,
maar dat is een Westerse uitvinding van, zeg, de laatste 200 jaar.
Dus is niet alleen de wereld verdeeld,
maar is ook de samenleving verdeeld,
is de kerk verdeeld,
zijn zelfs families verdeeld.
Nogmaals: verdeeldheid gaat vaak wel ergens over!
Dat kunnen wij niet even oplossen.

dia 8 – verdeeldheid drijft uit elkaar
Het gevolg is wel dat je er alleen voor staat.
Verdeeldheid drijft mensen uit elkaar,
zeker als ze hun eigen mening hoogst serieus nemen.
Terwijl tegelijk iedereen ergens wel beseft
dat we niet bedoeld zijn om alleen te zijn.
Soms kies je er misschien voor,
bijvoorbeeld omdat je in mensen teleurgesteld bent,
maar ook dat voelt niet goed.

We hebben elkaar nodig.
Niet alleen tijdens grote sportevenementen
of tijdens een van de vele gezellige kerstmarkten.
Daar heb je even het gevoel dat je wordt opgenomen in een eenheid.
Maar vaak houden we het maar gewoon met elkaar uit.
Of zelfs dat niet eens.
We verlangen naar elkaar, maar we kunnen elkaar niet vinden.
Net als Juda en Efraïm elkaar niet konden vinden.

2. God maakt één
dia 9 – God maakt één
Ezechiël mag profeteren:
het lijkt misschien alsof het in verdeeldheid eindigt,
maar God gaat verder: hij maakt één!

dia 10 – Ezechiël maakt eenheid zichtbaar
Dat laat Ezechiël zien met die plankjes.
Typisch Ezechiël: hij is de profeet van symbolen en voorwerpen.
Hij deed heel vreemde dingen om iets duidelijk te maken.
Zo moest hij eens 390 dagen op zijn linkerzij en 40 dagen op zijn rechterzij liggen,
als symbool voor de schuld van Israël – het staat in Ezechiël 4.
Ezechiël is een beeldend profeet.
Hier ook, met die plankjes van Juda en Efraïm.
Ezechiël moet ze tegen elkaar aan leggen,
zodat het lijkt alsof het één stuk hout is.
Want God zal Juda en Efraïm weer één maken!

dia 11 – King
Dat doet me denken aan ‘I have a dream’ van Martin Luther King.
In die beroemde toespraak zegt hij:
‘Ik droom dat op een dag
de zonen van voormalig slaven en de zonen van voormalig slavenhouders
tezamen zullen neerzitten aan de tafel der broederschap.’
King droomt van een einde aan de verdeeldheid.
Precies wat Ezechiël profeteert.

dia 12 – waar zijn de 10 stammen gebleven?
Nu gaat het in Ezechiël niet direct over eenheid in het algemeen.
Daar mag je het wel op toepassen, dat komt zo,
maar het is een profetie over Juda en Efraïm.
Daarom even een uitstapje: wat is er met hen gebeurd?
Juda is inderdaad teruggekeerd in Israël.
Zelfs, zoals Ezechiël zegt, onder leiding van een nakomeling van David: Zerubbabel.
Sinds die tijd worden ze Joden genoemd, wat is afgeleid van Juda.
Maar waar is Efraïm gebleven?

Daarover gaan de meest woeste verhalen rond.
Er is zelfs een theorie geweest
dat de Engelsen de nakomelingen van Efraïm zijn…
Je mag drie keer raden uit welk land de bedenker van dat idee kwam…
Maar wat is er wel met die 10 stammen gebeurd?
Het lijkt erop dat ze vooral vermengd zijn.
Vermengd met de Judeeërs, maar ook met Assyriërs en Kanaänieten.
Sommigen zijn mee teruggekomen uit de ballingschap.
Als Jezus voor het eerst in de tempel komt,
ontmoet hij de profetes Hanna, uit de stam Aser.
De profetie van Ezechiël is wel een beetje uitgekomen,
maar Efraïm heeft nooit een volwaardige plek gekregen.
Ook in het huidige Israël niet.
Er zijn, onder andere in Afrika, wel kleine stammen ontdekt
waar erfelijkheidsonderzoek is gedaan, die verwant blijken aan de Joden,
zelfs erkend zijn als Joden en naar Israël gehaald,
maar het grootste deel van de 10 stammen is opgegaan in allerlei volken.

dia 13 – delen in de eenheid van Israël
Misschien een lange uitweiding, maar ik wil er iets belangrijks uit halen:
de eenheid die God belooft, gaat de aardse realiteit te boven.
Menselijk gezien kan het niet: Efraïm bestaat niet meer.
Ezechiël schrijft over een toekomst die nog komen moet: als Jezus terugkomt.
Dat wordt nog duidelijker als je het bijbelboek Openbaring er bij pakt.
Bij Ezechiël zegt God: ‘bij hen zal ik wonen,
ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.’
In Openbaring 21 staat: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.
Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.’
Precies dezelfde woorden, maar nu meervoud: volken.
De eenheid is verder uitgebreid: niet alleen Israël, maar alle volken!
Wij mogen delen in de eenheid die God aan Israël belooft.
De kerk mag er in delen, de samenleving mag er in delen, de wereld mag er in delen!
Israël wordt één, en wij doen mee.

3. Eenheid zonder brokken
dia 14 – eenheid zonder brokken
Het kan een vreemde gedachtekronkel van mij zijn,
maar bij het kopje in de bijbel, ‘één God, één volk, één herder’,
moet ik toch echt denken aan Adolf Hitler met zijn slogan:
‘ein folch, ein reich, ein führer’…
Eenheid kan in ieder geval gruwelijk mis gaan!
Eenheid betekent maar al te vaak dat iedereen moet worden zoals ik…
Bestaat eenheid zonder brokken wel?

dia 15 – eigenbelang maakt eenheid onmogelijk
Eenheid mislukt vaak.
Het gaat even goed, maar dat duurt niet lang.
Na David en Salomo was het gedaan met de eenheid van Israël.
Je ziet het net zo goed bij bijvoorbeeld de Europese Unie:
ooit vol idealen begonnen, maar tegenwoordig hopeloos verdeeld.
Altijd steekt eigenbelang de kop op,
en dan kun je het wel schudden met die eenheid.

dia 16 – eenheid pas mogelijk als het goed is met God
Maar de eenheid waar Ezechiël over profeteert, is anders.
Ezechiël heeft het niet alleen over eenheid, hij zegt er iets bij:
‘David, mijn dienaar, zal hun koning zijn,
en samen zullen ze één herder hebben.’
Het gaat hier niet over een gewone koning, maar over Jezus Christus.
Waar Jezus koning is, daar is echte eenheid mogelijk!

Jezus maakt het goed tussen God en ons.
Wanneer Jozef merkt dat zijn toekomstige vrouw, Maria, zwanger is,
krijgt hij uitleg van een engel.
Hij zegt: ‘Maria zal een zoon baren.
Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’
Jezus is gekomen om de relatie tussen God en ons te herstellen.
Dát is de sleutel voor eenheid zonder brokken.
Als de relatie met God hersteld is,
dan pas kan ook tussen mensen echte eenheid ontstaan.
Dat geldt voor Juda en Efraïm,
voor de kerk, de samenleving en de wereld:
alleen met Jezus Christus als Redder en Heer kunnen we één zijn.

dia 17 – Jezus nodigt in die eenheid uit
Die eenheid is heel anders dan die van nazi-Duitsland.
Jezus dwingt geen eenheid af.
Hij doet wel alles om jou voor die eenheid te winnen.
Om jou te winnen voor het leven in Gods aanwezigheid,
voor het leven in Gods liefde.
Om mee te doen in de eenheid van de Vader, de Zoon en de Geest.
Jezus wil niets liever.
Én hij wil dat het uit jezelf komt.

4. Eén in Christus
dia 18 – één in Christus
Waar Jezus regeert,
begint die eenheid waar Ezechiël over profeteert.
Dan begint het dus hier!
Jezus is koning van zijn kerk, in Christus zijn we één!

dia 19 – laat ons niet uit elkaar drijven
Jezus bidt om eenheid, in Johannes 17.
Dat gaat over eenheid binnen de gemeente.
Dat we ons niet door verdeeldheid, boosheid, onbekendheid en wantrouwen
uit elkaar laten drijven.
Laten we die echte eenheid in Christus zoeken!
Dat kerken scheuren, is helemaal te gek voor woorden, en niet uit te leggen.
Volgens katholieken zijn kerkscheuringen een protestantse uitvinding,
en ik vrees dat ze daar gelijk in hebben…
Ik ben blij dat we als CGK en GKv samen verder gaan:
een stukje van Gods verdeelde volk heeft de eenheid teruggevonden.

dia 20 – relativeer jezelf
Nederland is hopeloos verdeeld, in 17 miljoen.
Als kerk mogen we het anders doen.
Mogen we laten zien dat er meer is dan jij,
dat de wereld niet om jou draait.
Je leven is niet pas de moeite waard
als je overal je eigen keuzes in kunt maken.
Echt levensgeluk ligt niet in dat je dicht bij jezelf blijft,
maar in dat je dicht bij Christus blijft.
We zijn doorgeslagen in onze nadruk op het individu.

dia 21 – een lichtje in de wereld (kaarsen)
In een wereld die hunkert naar verbinding,
een wereld vol eenzame mensen,
mag de kerk een hoopvol signaal zijn.
Voor dat verlangen moet je in de kerk zijn!
Hier sta je er niet alleen voor,
ben je deel van een gemeenschap die samen met jou onderweg wil zijn.
Met die eenheid is de kerk een lichtje in een donkere wereld.

Die eenheid gaan we vieren, met brood en wijn.
We vieren dat we elkaar als kerken gevonden hebben.
We zetten ons er voor in dat niemand er alleen voor staat.
En we kijken uit naar de overweldigende eenheid die Jezus brengt,
dat we verenigd met Juda en Efraïm hem de lof toebrengen.
Amen.




Ezechiël 37:14 | Heimwee naar God

Heb je wel eens het gevoel dat God weg is? Geloven is niet altijd een succesverhaal. Je kunt heimwee hebben naar God. Je geloofde vol overgave, maar het begint te knagen. Wat moet je daarmee? Hoe kun je geloven tegen de stroom in?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom
Adventskaars
Zingen: Psalm 127 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 77 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Ezechiël 37 : 1 – 14
Zingen: Psalm 137 : 1 en 3
Preek over Ezechiël 37 : 14
Zingen: LvK Gezang 125 : 1, 3, 4 en 5
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Opwekking 687
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Gezang 114 : 1, 2 en 3
Zegen

Heimwee naar God

Inleiding
dia 1 – Terlouw
Vorige week hield Jan Terlouw,
oud-politicus van D’66, inmiddels 85 jaar,
een indrukwekkende speech in het tv-programma De Wereld Draait Door.
Wie heeft het gezien?
Ik had het eerst niet gezien,
maar de dagen daarna werd ik zó vaak op Terlouw gewezen,
dat ik er toch ook maar even tijd voor heb gemaakt.

dia 2 – touwtje
Terlouw gebruikte een sterk beeld.
Vroeger hing overal een touwtje uit de brievenbus.
Tegenwoordig niet meer.
Even controleren of hij gelijk heeft:
wie heeft er thuis een touwtje uit de brievenbus hangen?
Niemand? Dat had ik wel verwacht.
Nu is het natuurlijk wel zo dat in het Utrecht waar Terlouw opgroeide,
de meeste huizen geen achterdeur hadden.
In Franeker wel.
Dus: bij wie staat de achterdeur altijd open?
Wees gerust: we hebben geen camera’s hangen,
waarmee het dievengilde via internet kan meekijken
om een volgend doelwit te vinden.
Dus: waar staat de achterdeur altijd open?

In Hoogeveen, waar ik ben opgegroeid,
stond de achterdeur (ook/wel) altijd open.
Als ik ging spelen bij een vriendje aan de overkant van de straat,
ging ik altijd door de achterdeur.
Ik klopte wel even op de deur van de woonkamer,
zomaar binnenvallen, dat vond ik ook weer zo wat…
Maar soms werd er niet gereageerd,
dus dan ging ik maar gewoon naar binnen.
Stond ik in een lege woonkamer,
en ging ik boven kijken of er iemand was.
Wat niet eens altijd zo was…

dia 3 – handdruk
Nu ging het Terlouw natuurlijk niet
om dat touwtje in de brievenbus of de open achterdeur,
maar om het gebrek aan vertrouwen in de samenleving.
Een van de voorbeelden die Terlouw geeft,
is dat een belangrijke overeenkomst vroeger met een handdruk werd bezegeld,
maar tegenwoordig zijn daar 5 contracten voor nodig.
Terlouw gunt de komende generaties vertrouwen,
waar hij nu zo weinig van ziet.
Hij zegt: ‘ik heb een prachtig leven gehad,
ik wil dat jullie het ook hebben.’

dia 4 – heimwee naar God
Terlouw verlangt, en hij is niet de enige:
hij wist een gevoelige snaar te raken.
Hij verlangt naar iets van vroeger.
Naar een vertrouwde wereld die er niet meer is.
Heimwee naar een wereld die we verloren hebben.
Vanmorgen gaat het over heimwee.
Geen gewone heimwee, maar heimwee naar God.

1. Godsverduistering
dia 5 – Godsverduistering
Ja, heimwee naar God.
Dat is wat de Israëlieten in Babel ervaren.
Misschien ben jij een van die mensen voor wie geloven vanzelfsprekend is.
Dan ben je een gezegend mens!
Maar voor velen, ook in de kerk, is het niet zo makkelijk.
Je geloofde vol overgave, maar nu knagen allerlei vragen aan je.
Van God merk je maar weinig.
En dan helpt het ook niet mee
dat minder en minder mensen nog in God geloven.
Je worstelt met een ‘Godsverduistering’.

dia 6 – een gruwelijk visioen…
Daarover gaat dat visioen van Ezechiël.
Ezechiël wordt door God meegenomen,
en neergezet in een dal vol menselijke botten.
Een massagraf, maar dan open:
de mensen aan wie deze botten toebehoorden
hebben nooit een fatsoenlijke begrafenis gekregen.
Ik moest denken aan de Killing Fields in Cambodja,
waar ontelbare botten en schedels naast elkaar liggen.
Normaal gesproken ben ik er niet vies van
tijdens de preek plaatjes te laten zien,
maar die Killing Fields vind ik te gruwelijk.
Zo gruwelijk begint het visioen van Ezechiël.

Ik weet niet hoe ik zou reageren.
Misschien zou ik verstijven.
Misschien zou ik het op een lopen zetten, weg van deze afschuwelijke plek!
Maar Ezechiël moet blijven.
Hij moet er van alle kanten naar kijken,
het beeld goed in zich opnemen.
Zelfs zonder plaatjes voel je de kilte van het visioen: brr…

dia 7 – de Israëlieten zijn God kwijt
Ezechiël krijgt niet alleen een visioen, God geeft hem ook de uitleg.
Dat uitgestrekte dal, met botten zo ver je kunt kijken, dat is Israël!
Klinkt niet als een groot compliment voor Israël…
Je zult maar worden vergeleken met een uitgedroogd skelet…
Maar de Israëlieten hebben daar niet zo veel moeite mee:
zo zien ze zichzelf ook!
De Israëlieten beklagen zich:
‘onze botten zijn verdord, onze levensdraad is afgesneden.
Dit leven is toch geen leven?’

Daar zitten ze dan in Babel, ver van Israël.
Waar leven ze eigenlijk nog voor?
Je zou misschien zeggen: dan bouw je in Babel toch wat nieuws op?
Maar zo makkelijk ligt het niet.
Het probleem is de tempel.
De trots van Israël.
Het centrum van hun geloof.
Die tempel is niet gewoon een gebouw:
het is de plek waar de Israëlieten God ontmoeten.
Maar nu is alles waar ze voor leefden foetsie.
Ze zijn God kwijt.

dia 8 – kun je nog in God geloven?
Je kunt God kwijt zijn.
Vroeger was het vanzelfsprekend om in God te geloven,
maar waar is hij eigenlijk gebleven?
Opeens kan het keihard binnenkomen:
‘ik geloofde het altijd, maar waar is mijn geloof gebleven?
Welk verschil maakt geloven eigenlijk?
Wordt ik er echt gelukkig van?
Hebben we ons God niet gewoon maar ingebeeld?’
Volgens mij zijn we in de kerk niet zo gewend aan dit soort vragen.
Als ze worden gesteld, willen we graag een antwoord geven,
en dan moet het weer klaar zijn.
Maar dit zijn eerlijke vragen!
Daar moet je niet voor weglopen.
Als er ergens een plek is
waar je al je twijfels en aanvechting neer kunt leggen,
dan zou het de kerk moeten zijn!
Durven we elkaars geloofsworstelingen te voelen?
Of zijn we er bang voor?

Israël leeft in een Godsverduistering, ze zijn God kwijt,
en dat is voor velen maar al te herkenbaar.
Tegen de stromen in probeer je te blijven geloven,
maar wat is het moeilijk!
Het leven zonder God oefent een enorme kracht op ons uit.

Ik kom toch even terug op Jan Terlouw.
Na zijn toespraak werd door verschillende mensen gereageerd.
Eén van die reacties was dat Terlouw, als politicus van D’66,
er volop aan heeft meegewerkt God uit de samenleving te werken.
Zou dat niet de diepere oorzaak kunnen zijn voor dat gebrek aan vertrouwen?
Even heel kort door de bocht:
als er geen God is om je te redden, dan moet je jezelf maar redden.
We hebben geleerd niemand anders te vertrouwen dan jezelf.
Dan is het een kwestie van tijd
dat de boze burger, de gewone man, en de angry white man, opstaan.
We hebben God weggeduwd en blijven verdwaasd achter.
Hebben heimwee naar God.

2. God bevrijdt uit de Godverlatenheid
dia 9 – God bevrijdt uit de Godverlatenheid
Wij kunnen God kwijt zijn, maar God is ons niet kwijt!
Ezechiël mag zien dat heimwee naar God,
dat het kille, doodse leven zonder God, niet het laatste woord heeft.
God geeft nieuw besef van zijn aanwezigheid,
hij bevrijdt uit de Godverlatenheid.

dia 10 – een verbijsterend schouwspel
Als Ezechiël lang genoeg naar het horrordal heeft gekeken,
stelt God Ezechiël een vraag.
‘Ezechiël, kunnen dit weer levende mensen worden?’
Wat een vreemde vraag!
Maar het antwoord is niet moeilijk: natuurlijk kan dat niet!
Deze botten zijn doder dan dood.
Maar Ezechiël antwoordt iets anders:
‘Heer, mijn God, dat weet u alleen.’
Niet omdat Ezechiël de vraag probeert te ontwijken:
hij gelooft oprecht dat het aan God is.

Dan krijgt Ezechiël van God een opdracht: ‘profeteer.’
Prima: Ezechiël heeft al heel wat ervaring met profeteren.
Hij had geprofeteerd tot de meest onwillige mensen
Daar was hij aan gewend geraakt.
Maar nu heeft Ezechiël een wel heel bijzonder publiek.
Nog nooit heeft hij tegen botten gepreekt.
Ik zie mijzelf al staan op een uitgestorven begraafplaats…

Maar de verzameling botten
blijkt beter naar Ezechiël te luisteren dan de Israëlieten!
Stel je eens voor: je hoort zacht geruis, en het wordt steeds harder.
Je hoort rammelende botten,
je wrijft je ogen uit, en ziet een verbijsterend schouwspel.
De botten zetten zichzelf als een bouwpakket in elkaar!
De botten krijgen vlees, en even later ligt het dal vol lijken…
Want ze blijven dood.
Tot Ezechiël weer profeteert, en God zijn levensadem inblaast.
Een enorme mensenmassa staat op!

dia 11 – echt leven: beseffen dat God er is
Het is een visioen vol hoop.
In Babel zijn de Israëlieten dood, afgesneden van God.
God maakt daar een einde aan.
God brengt zijn volk terug in het land,
terug naar de tempel, terug naar de dienst aan hem.
God geeft zijn adem, zodat er weer leven is.
En dan eindigt het met de grootste belofte:
‘jullie zullen beseffen dat ik de Heer ben.’

Want dát is echt leven.
Beseffen dat God er is.
Dat je God niet kwijt bent, maar beseft dat hij aanwezig is.
Het is de centrale geloofsbelijdenis van Israël.
Het ‘sjema’, Deuteronomium 6:4,
‘Luister Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!’
Bij díe belijdenis, als dit werkelijkheid voor je is, dán is er leven!
God belooft de Israëlieten in Babel
dat hij hen bevrijdt uit de Godverlatenheid.

dia 12 – profetie vol hoop: je zult het meemaken!
Deze profetie van Ezechiël past bij Pasen: het gaat over leven en opstanding.
Het past ook bij Pinksteren: de Geest is Gods levensadem.
Maar het past ook in de tijd van Advent.
Het is een profetie die zindert van hoop en verwachting,
van wat God doet waar het ons bij de handen afbreekt.
Wij kunnen wanhopig zijn, het kan zelfs dat je God kwijt raakt,
maar God laat het daar niet bij.
God wil in je leven komen, een einde maken aan die duisternis.
Dát is advent.

Het is een belofte voor Israël, maar ook voor ons.
Wij zien het soms niet meer zitten.
Met God, met geloven, met de kerk.
Wij zien botten, maar God ziet levende mensen!
Als alle hoop verloren lijkt, grijpt hij in!
Hij belooft: je zult het gaan beseffen,
je zult het weer kunnen meemaken,
dat ík de Heer ben.

3. Waar blijft God dan?
dia 13 – waar blijft God dan?
Een prachtige belofte.
Maar wat merk je er van?
Is zo’n belofte nou echt een antwoord
op die heftige vragen die je kunt hebben?
Die Godsverduistering wordt er nog niet minder van…
Waar blijft God dan?

dia 14 – Ezechiël 37 is al een beetje gebeurd…
Eén van de lastigste vragen bij profetieën, is wanneer ze in vervulling gaan.
Dat is bij deze profetie ook zo.
Is dit al gebeurd? Of is het toekomtsmuziek?
Het is allebei.
Na Ezechiël heeft God zijn volk teruggebracht naar Israël,
onder leiding van mannen als Zerubbabel, Ezra en Nehemia.
De Israëlieten konden weer meer van God ervaren.
Dat is al gebeurd.

Maar profetieën gaan vaak over meer dan één situatie:
ze worden beetje bij beetje verder vervuld.
Deze profetie ook.
De geboorte van Jezus is een volgende stap:
hij is de eerste mens die echt beseft wie God is,
voor wie God nooit op een afstand staat.
Behalve aan het kruis.
Toen werd Jezus verlaten, zodat wij nooit meer verlaten zouden worden.
In Johannes 20 staat: ‘Jezus blies over de leerlingen heen en zei: ‘ontvang de heilige Geest.’
Weer een stapje: Ezechiël 37 wordt werkelijkheid voor de leerlingen!

dia 15 – …maar blijft ook toekomstmuziek
Wij leven na Pinksteren.
De Geest is uitgestort en brengt leven.
Maar God kan nog altijd ver weg voelen.
Het ene moment kun je vol enthousiasme voor God zijn,
diep geraakt worden door een tekst of door een lied,
is God tastbaar, is God echt, geen twijfel mogelijk;
en het andere moment weet je het even niet meer,
voelt God ver weg, valt de kerk tegen,
en heb je heimwee naar de God die je kende.
Ezechiël 37 zal pas echt vervuld zijn als Jezus terugkomt.

dia 16 – waar mensen geloven, is God met zijn Geest
Moeten we het dus met heimwee doen?
Nee, dat niet.
Waar mensen tegen de stroom in blijven geloven,
daar is God met zijn Adem van leven.
Gods Geest is waar mensen beseffen dat Jezus Christus Heer is.
Mensen die niet uit gewoonte geloven,
maar voor wie het echt is, ook als God ver weg voelt.
Die zich optrekken aan de belofte
dat God eens een einde maakt aan alle Godsverduistering.
Als je goed kijkt, dan mag je ook zien dat het niet alleen maar achteruit gaat met de kerk.
Dan zie je sporen van leven.
Bijvoorbeeld als we, zoals volgende week, avondmaal vieren:
ik vind het prachtig als zo veel mensen naar voren komen voor brood en wijn,
en dat je dan mag zien dat je echt de enige niet bent
die ondanks alle vragen toch wil blijven geloven.
Dat is Gods werk!

4. Vol verwachting
dia 17 – vol verwachting
Het visioen van Ezechiël is een visioen vol hoop.
Aan de heimwee naar God komt een einde.
Er komt een dag dat je hem echt zult kennen.
Ezechiël wil verwachting meegeven:
laat ons mensen vol verwachting zijn!

dia 18 – durven we los te laten?
Dat betekent veel loslaten.
Dode botten hebben niet zoveel in te brengen,
om eens een understatement te gebruiken…
Het is al een wonder dat God met die botten iets kan beginnen!
Maar dode botten maken zichzelf niet levend.
Dat klinkt misschien als een open deur, maar vaak willen we dat wel.
We houden van actie.
Maar wij kunnen geen levensadem inblazen, laat dat maar aan God over.

Geloven is in onze tijd best moeilijk.
We hebben grote vragen, waar we maar moeilijk een antwoord op krijgen.
In de kerk moet van alles gebeuren, dat kost veel energie,
en het lijkt maar weinig uit te werken…
De kerk wordt alleen maar kleiner…
Ik zie veel moois in de kerk, echt,
ik zie geloof, ik zie hoop, ik zie liefde,
maar de kerk in onze tijd is in crisis.
Die crisis kom je niet te boven met betere plannen.
Wij kunnen niet redden wat er te redden valt.
Verwachten we het van onszelf,
of durven we van God te verwachten?
Te bidden, in plaats van oplossingen te bedenken?
Net zoals Ezechiël zeggen: ‘dat weet u alleen’.
Laat dat dan de Geest in ons zijn:
dat we mensen zijn vol verwachting van God.

dia 19 – een kerk vol verwachting van God
En droom dan maar, net als Ezechiël.
Ik droom van een kerk die leeft van de Geest.
Een kerk die zich niet gek laat maken.
Een kerk die niet meedoet aan zelfverheerlijking.
Een kerk met een touwtje door de brievenbus,
die vertrouwen geeft en vertrouwen waard is.
Een kerk die de hoop levend houdt,
die midden in het kille, doodse leven,
blijft geloven in de God die leven geeft.
Een kerk die niet in zichzelf gelooft,
een kerk die zichzelf niet hoeft te redden: dat mag God doen.
Een kerk waar je thuis mag zijn,
ook als je het even niet meer weet, als je God kwijt bent en heimwee hebt,
dat je dan mee mag doen met het geloof van de kerk,
die groter is dan jij alleen.
Zo’n kerk vol verwachting van God is een zegen voor de wereld.

Volgende week mogen we komen.
Vol verwachting aan de maaltijd van onze Heer.
Het is nog niet de feestmaaltijd die komt, nog niet het volle leven.
Wel een voorproef vol verwachting.
Wij leven van hoop!
Amen.




Ezechiël 36:22 | God moet niets, maar doet alles

Gods beloften zijn enorm. Maar bij God heb je nergens recht op, hij is je niets verschuldigd. Dat hij alles voor je doet, is pure genade. En daardoor wordt het alleen maar mooier. Alle reden om God te prijzen!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Welkom
Adventskaars
Zingen: GKB Gezang 80 : 1, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 599
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Ezechiël 36 : 22 – 36
Zingen: Psalm 85 : 1 en 4 (GKB=LvK)
Preek over Ezechiël 36 : 22
Zingen: Opwekking 595 en GKB Psalm 67 : 2 en 3
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Doop, Sela (als dooponderwijs)
Doopbediening
Zingen: GKB Gezang 118 : 1 en 2
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Gezang 127 : 1, 5 en 7
Zegen

God moet niets, maar doet alles

Inleiding
dia 1 – zwart
Vandaag hebben we een extra feestelijke dienst,
met straks de doop van Tiemen van Althuis,
en dan kom ik met zo’n tekst aanzetten…
Ik geef het maar direct toe: het is een stevige tekst!
Door Ezechiël heen zegt God:
‘ik zal jullie redden, maar dat hebben jullie nergens aan verdiend.’
Tja, wat moet je daar nu mee…
Maar ik wil het feest van vandaag niet bederven:
ik denk dat er een mooie boodschap in zit!

dia 2 – Samsung
Ezechiël profeteert omdat de Israëlieten God een slechte naam bezorgen.
En dat kennen we!
Dit najaar was het Koreaanse bedrijf Samsung uitgebreid in het nieuws.
En niet zoals ze het zelf graag hadden gewild…
Samsung maakt smartphones, en bracht een nieuw model uit:
de Samsung Galaxy Note 7.
Een telefoon waar je wel even voor moest sparen:
850 euro moest hij kosten.
Maar goed, dan had je ook het nieuwste van het nieuwste,
een telefoon waar je veel meer mee kunt dan bellen en appen.
Echt een telefoon voor liefhebbers die het beste willen dat er is.

dia 3 – ontploft
Er was alleen een probleem…
De telefoon had één functie die niet helemaal voorzien was: hij kon ontploffen.
Laat je net je vrienden zien wat die telefoon van jou allemaal kan,
blijkt hij een onverwacht kunstje te kunnen…
Al snel kwamen de eerste berichten naar buiten over ontvlammende telefoons.
Samsung probeerde het nog met een terugroepactie, zonder resultaat.
Uiteindelijk werd de verkoop gestaakt.

Toen moest Samsung de portemonnee trekken.
Allereerst natuurlijk boze eigenaren, die hoge verwachtingen hadden,
die nu gecompenseerd willen worden.
Maar ook beurskoersen die inzakken.
Deze telefoon moest het paradepaardje van Samsung zijn.
Het imago van Samsung heeft een flinke deuk opgelopen.

dia 4 – kantoor
Je zult er maar verantwoordelijk voor zijn…
Je zult maar degene zijn die de batterij heeft ontworpen,
waar de problemen vandaan lijken te komen…
Je zult maar werken op de afdeling kwaliteitscontrole,
en zo’n ondeugdelijk product goedgekeurd hebben…
Dan ben je ontslagen, reken daar maar op!
Je hebt je bedrijf in de problemen gebracht.
Jouw fouten kosten het bedrijf miljarden,
en de goede naam van Samsung heeft een flinke knauw gekregen…

dia 5 – God moet niets, maar doet alles
Het zou wat zijn als zo iemand op de afdeling personeelszaken ontboden wordt,
en daar te horen krijgt:
‘je hebt het goed verprutst, besef dat goed,
maar we willen je graag promotie geven.’
Zo gaat dat niet.
Maar zoiets profeteert Ezechiël wel.
Israël heeft het verprutst.
Maar Ezechiël mag een kijkje geven in een prachtige toekomst.
Laten we meekijken, met als thema:
God moet niets, maar hij doet alles!

1. God moet niets
dia 6 – God moet niets
Ik begin maar met het slechte nieuws: God móet niets!
Ezechiël zet de Israëlieten, maar ook ons op onze plek.
Je kunt wel denken dat God ons van alles verschuldigd is,
dat hij ons maar uit onze problemen moet halen,
maar vergis je niet: God móet niets!

dia 7 – moet God onze problemen oplossen?
Problemen, die hebben de Israëlieten wel.
Ze zijn opgeslokt door het machtige Babylonische rijk,
en veel Israëlieten werden gedwongen in Babel te gaan wonen.
Onder hen ook Ezechiël.
De Israëlieten hebben genoeg om over te klagen,
wat hebben ze daar in Babel nou helemaal te zoeken,
en de Israëlieten een beetje kennend,
zullen ze zich inderdaad uitgebreid hebben beklaagd.
‘God, wat moeten we hier toch?
Haal ons hier weg!’
Ze hebben vast om zich heen gewezen,
naar iedereen die hen oneerlijk heeft behandeld.

Ezechiël moet daar dus niets van hebben.
Of eigenlijk God, want Ezechiël spreekt niet namens zichzelf.
Hij gaat er met gestrekt been in:
‘Israëlieten, houd toch op!
Snappen jullie dan niet dat God geen enkele reden heeft jullie problemen op te lossen?
Moet God ingrijpen om jullie?!’
En even later nog een lekker sneer:
‘schaam je om je schandelijk gedrag, Israël.
Shame on you!’

De Israëlieten kunnen wijzen wat ze willen,
naar die enge Babyloniërs bijvoorbeeld,
maar ze hebben hun problemen aan zichzelf te danken.
Ze hebben bloed vergoten en liepen de afgoden achterna.
Het probleem, dat zijn niet de anderen,
het probleem, dat zijn ze zelf met hun hart van steen.

dia 8 – het probleem, dat zijn wij zelf…
Wat moet er gebeuren, om van de wereld een betere plek te maken?
Ik denk dat we daar best wel ideeën over hebben:
ISIS moet uitgeschakeld worden,
de grenzen moeten beter worden bewaakt,
multimiljonairs moeten meer delen van hun rijkdom,
de regering moet stoppen met bezuinigen op zorg en onderwijs,
en meer van dat soort ‘oplossingen’.
Ezechiël daagt je uit om dieper te kijken: naar jezelf.
Naar míjn hart van steen, met als levensmotto:
‘eerlijk zullen we alles delen, ik een beetje meer dan jij.’
Het kwaad zit niet alleen in anderen, het zit in mij.

Misschien lijkt het in de kerk allemaal heel mooi.
Een kerk vol keurige mensen die niets liever willen dan God aanbidden.
Als dat zo lijkt, houden we de schijn mooi op.
Wij zijn mensen die worstelen met God.
Die heen en weer geslingerd worden:
we willen geloven, met heel ons hart,
en ondertussen merken we hoe versteend dat hart is,
en houden we God op afstand…
We werken onszelf in de problemen,
lopen stuk op het leven en onze domme keuzes.
En dan denken we nog ook:
‘ik ben vast de enige die ervaring met zonde heeft.’
Zullen we dat toneel maar achterwege laten?

Wij zijn geen geweldige onschuldige christenen.
God is ons niets verschuldigd.
Denk niet dat hij ons wel móet helpen met onze problemen.
Net als Israël bezorgen we God maar al te vaak een slechte naam…
Wat kunnen we God makkelijk ter verantwoording roepen.
Om dingen in ons eigen leven die we niet snappen.
Om groot onrecht in de wereld: ‘God, waar was u?’
Alsof wij recht hebben op iets van God.

dia 9 – Gods liefde is niet te verklaren
Ja, God houdt van je.
We zongen: ‘En wat je nu ook doet, zijn liefde blijft bestaan.’
Ondanks wat jij doet, blijft zijn liefde bestaan.
Dat geldt al voor de kleine Tiemen.
Hij is ‘zondig en schuldig ter wereld gekomen’,
die pittige vraag waar jullie, Jacob en Annemarie, straks ja op zeggen.
God houdt van hem, ondanks het kwaad wat nu al in hem zit.
En voor wie echt nog denkt dat kinderen schatjes zijn:
ga eens op een schoolplein kijken!
Gods liefde is niet logisch, is niet te verklaren.
God moet niets, en er is geen enkele reden voor hem om in te grijpen.
Behalve…

2. God doet alles
dia 10 – God doet alles
Behalve zichzelf!
Tot nog toe is dit niet een verhaal om blij van te worden.
Geen feestelijk verhaal in een feestelijke dienst.
Maar ik zei al: er zit echt een mooie boodschap in.
Ezechiël heeft geen slecht nieuws, maar goed nieuws.
Want ook al móet God niets, toch dóet hij alles!

dia 11 – God komt op voor zijn naam
‘Ik zal ingrijpen’, zegt God, ‘niet omwille van jou, niet omdat ik iets moet,
maar omwille van mijn heilige naam.’
Want de goede naam van God staat op het spel.
De Babyloniërs vinden het prachtig hoe de Israëlieten in de problemen zitten.
En ze trekken direct het lijntje naar God.
‘Jullie geloofden toch in de God van hemel en aarde?
De God die overal zou zijn?
Nou, waar is hij dan?
Wees eens eerlijk: wat stelt die God van jullie nou voor?’
De Israëlieten zijn verantwoordelijk voor hun problemen,
maar daardoor wordt Gods imago aangetast.

dia 12 – atoombom
God komt op voor zijn naam.
Dat zou God natuurlijk op allerlei manieren kunnen doen.
God zou alles en iedereen kunnen verwoesten.
Een enorme atoombom op de aarde laten vallen.
Reken maar dat mensen dan onder de indruk zijn van God,
en het wel zullen laten om spottend over God te spreken.

dia 13 – Gods naam staat voor leven!
Maar God doet het niet.
Het past niet bij zijn naam.
God wil niet het imago van een atoombom,
van een niets ontziende vernietigende macht.
Zo is God niet.
Gods naam is niet zomaar een naam.
Als God zijn naam centraal stelt, komt hij daar zelf helemaal in mee.
Hij is geen atoombom die dood en verderf wil zaaien.
God wil juist het leven!
Dát is zijn naam, dát is zijn imago.
Het past bij zijn naam om Israël te redden.
Het past bij zijn naam om zich aan mensen te blijven verbinden,
‘jullie zullen mijn volk zijn, en ik zal jullie God zijn.’ – vers 28
We leven deze weken naar kerst toe, het feest dat Jezus op aarde kwam.
De reden dat Jezus kwam, is Gods naam.
In Jezus wordt Gods naam mens.
Jezus is alles waar God voor staat.

dia 14 – God verandert je van binnenuit
En dan houdt het maar niet op met de beloften die Ezechiël mag doen.
Als God voor zijn naam opkomt, mag je heel wat van hem verwachten!
God gaat dan niet voor de makkelijke oplossingen.
God doet niet aan symptoombestrijding,
hij pakt het diepste probleem aan: het kwaad in onszelf.
God zal ons wassen, vers 25, met water, om al het kwaad weg te doen,
en geeft een nieuw, levend hart, in plaats van het hart van steen.
God verandert niet de wereld om je heen, God verandert jou!
Daar staat de doop voor.
God zegt tegen Tiemen:
‘ik maak jou een nieuw mens, een mooi mens,
een mens met een hart dat klopt voor mijn liefde.’

Dat heeft alles met Jezus te maken.
Want toen jaren na de profetieën van Ezechiël
de Israëlieten terug mochten naar hun land,
waren ze nog niet echt andere mensen geworden.
Nee, ze lopen niet meer zo massaal achter hun afgoden aan,
en ze zijn een stuk bescheidener geworden.
Maar die echte verandering, die komt pas later.
Ik geloof dat Jezus de eerste is met zo’n levend hart.
En door zijn Geest verandert Jezus ons.

God doet álles.
Alles om deze wereld weer goed te maken.
Alles om jou te redden.
Jezus is gekomen en wil in jouw leven komen, ook in Tiemens leven.
Hij verandert je van binnenuit.
Je bent zijn ‘werk in uitvoering’.
Niet omdat hij dat zou moeten, maar omdat hij het wil!

3. Gods naam en jij
dia 15 – Gods naam en jij
God moet niets, maar doet alles, omwille van zijn naam.
Daar loopt het uiteindelijk op uit:
‘dan zullen de volken om je heen beseffen dat ik de Heer ben.’
God grijpt in, omwille van zijn naam.
Is het jou om die naam te doen?

dia 16 – prijs God om wat hij doet
Die volken, daar horen wij bij.
Wij worden uitgenodigd om te zien wat God heeft gedaan.
Wij worden uitgenodigd om God te prijzen.
Om wie hij is.
Om wat hij heeft gedaan, om Jezus.
Om wat hij belooft.
God verandert mensen, vervangt harten van steen door levende harten.
Als je dat ziet, bij anderen, of bij jezelf: prijs God erom!
Juist dat God dat niet doet omdat hij het zou moeten,
maar het helemaal uit hemzelf komt,
geeft alleen nog maar meer reden om hem te prijzen.

dia 17 – draait het om jouw naam of Gods naam?
Als God alles doet, als hij ons vergeeft, reinigt, nieuwe mensen maakt,
allemaal om zijn naam,
dan mag ons leven ook om die naam draaien.
Hoe veel God ook van je houdt,
het heelal draait niet om jou maar om God.
Laten we niet doen alsof alles en iedereen er is voor jou.
Wat is voor jou belangrijker: jouw naam of Gods naam?
Ik vind het bevrijdend dat de wereld niet om mij draait.
Dat als ik tegenval, dat nog niet het einde van de wereld is.
Laat God maar God zijn, daar is hij beter in dan ik.

dia 18 – laat zien dat Gods genade alles is
Door Israël moeten de volken God leren kennen.
Zo gaat God ook met de kerk verder.
Dat is best riskant.
De kerk kan Gods naam schade toebrengen,
een struikelblok zijn om te geloven.
Helaas knappen mensen door christenen af op God…
Toch kiest God ervoor zijn naam aan ons te verbinden.
Wil hij door ons heen aan de mensen om ons heen laten zien wie hij is.

Moeten we dan toch die keurige christenen zijn die alles goed doen?
Nee: het gaat er niet om dat wij zo geweldig zijn,
maar dat God zo geweldig is.
De volken in Ezechiël prijzen God niet
omdat Israël zo’n fantastisch volk is, maar omdat God ingrijpt.
Wij hoeven geen perfecte mensen te zijn
om zo God te bewijzen voor de wereld.
Wees liever eerlijk: dat we geen betere mensen zijn.
Dat God ons niets verschuldigd is.
Dat het allemaal genade is.
Dat Jezus ons door zijn Geest nieuw aan het maken is
en dat dat nog best een flinke verbouwing is…
Geen perfecte mensen, maar mensen die weten dat ze zonder God nergens zijn.

dia 19 – doop
Het gaat om Gods naam.
Ook in de doop: God verbindt zijn naam aan Tiemen.
Hij zegt: ‘Tiemen, jij hoort bij mij.
Niet omdat jij daar recht op hebt,
maar omdat ik jou erbij wil.
Ik ga met jou aan het werk.’
Alle reden om God te prijzen!
Amen.




Ezechiël 36,25-27 – Van binnenuit vol van God, om God wereldwijd groot te maken!

Liturgie

Voorzang: Opw 407

Stil gebed

Votum

Zegengroet

Zingen: Ps 66,1.3

Als gezongen schuldbelijdenis zingen: Opw 642

Genadeverkondiging

Gebed

Schriftlezing:

- Ez 36,16-38

- Rom 11,25-36

Zingen: Ps 80,8.10

Preek over Ezechiël 36 25-27

Zingen: Opw 501

Als wetslezing Rom 12,1-3 en 9-21

Zingen: ps 119,22.24

Gebed

Collecte (tijdens de collecte Opw 616)

Zingen: LB Gez 95

Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:
hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar

Preek over Ezechiël 36,25-27 – Van binnenuit vol van God, om God wereldwijd groot te maken!

1. Een goede reputatie is waardevol. [dia 2] Die laat je niet zomaar te grabbel gooien. Je zult maar een goed lopende zaak hebben, met een goed imago. Mensen kennen je als betrouwbaar en degelijk. Maar je zoon groeit op met geld, veel geld. Hij smijt ermee. Drinkt teveel. Raakt verzeilt in knokpartijen. En je merkt dat mensen je erop aan kijken. Klanten blijven weg. Dat is toch die zoon van jou?

Anderen die jouw reputatie kapot maken – dat doet pijn. Dan voel je je machteloos.

Zo werkt het ook bij de kinderen van God in deze wereld. Als zij tegenvallen, hypocriet zijn, als de kerk een plek is van misbruik – noem het maar op. Dat schaadt niet alleen het imago van de kerk. Het schaadt ook de goede naam van God. Wij zijn Gods visite-kaartjes, Wij kunnen laten zien hoe groot God is – maar Gods imago ook besmeuren.

Hoe is dat bij ons hier in Franeker? Bij jou? Ben jij een aanwinst voor Gods imago? Of beschadig je Gods reputatie?

Israel was als Gods volk toen Gods reclame-materiaal. Als Israel machtig was en welvarend, waren de mensen om Israel heen ook onder de indruk van Israëls God. Dat was een sterke God, daar moest je rekening mee houden.

Maar als Israël God vergeet, buitenlandse goden vereert, slecht en onbetrouwbaar is, verslagen wordt, zelfs gedeporteerd wordt – nou, dan zal die God van Israël ook wel niet veel voorstellen. Een flutgodje. Ze zijn zelf ook negatief over hun God. En als ze dan in ballingschap moeten, gedeporteerd worden, moet je eens kijken wat voor mensen het zijn!

Zo is de situatie hier, bij Ezechiël. Vind je het gek dat God dan ingrijpt? Opkomt voor zijn goede reputatie en eerherstel wil?

Wij praten wel eens over God, zo van ‘God houdt zoveel van jou, God heeft alles voor je over.’ We praten over liefde, we verwachten liefde, we verwachten niets dan goeds van God.

Maar er zit ook een andere kant aan. God die door mensen beschadigd is: zijn eer, zijn reputatie, zijn imago is besmeurd.

En dan doet God wonderlijk grote dingen – maar Hij zegt er bij: [dia 3] Ik doe dit niet om jullie – vers 22, vers 32. Ik doe dit om mijn heilige naam die jullie te grabbel hebben gegooid!

God komt op voor zijn reputatie. Hij wil zijn goede image terug!

Gelukkig maar – het hangt niet van ons af. God is onze rots! [dia 4]

 

 

2. Wat gaat God dan doen? Wat zou jij in zo’n geval verwachten?

Hard ingrijpen?

Kijk hoe God aan de volken laat zien dat Hij wel wat voorstelt. Wie van ons zou dat bedenken?

Hij gaat van Israel weer een indrukwekkend volk maken.

Weer in hun eigen land. Paradijselijk wordt het.

En de mensen? Zij worden zo dat ze bij het land èn bij God passen.

Van binnenuit gaat God ze herstellen, nieuw maken, vol maken zelfs van zijn Geest – vers 25-27.

Als je iets zou verwachten, dit toch niet?

Gods volk heeft zijn naam besmeurd, maar Hij laat ze niet vallen.

Ik vind dit zo wonderlijk hoe God gaat laten zien aan de wereld: Ik ben God als geen ander.

Zo onverwacht, zo goed.

Maar nu moet je goed opletten: als je die verzen 25-27 leest, waar denk je dan aan?

Aan Pinksteren, aan de Heilige Geest, aan wedergeboorte – toch? Of niet?

En dan gaat het over ons. Wij krijgen een nieuw hart, wij krijgen Gods Geest die in ons komt wonen.

Maar het gaat in Ezechiël 36 helemaal niet over ons – tenminste, als je geen Joods bloed hebt.

Het gaat hier over Israel!

Zij mogen terug naar hun land. Zij worden verlost.

Andere volken staan erbij en kijken ernaar.

Wat is er gebeurd?

We hebben uit Romeinen 11 gelezen.

Het is anders gelopen dan je zou denken bij Ezechiël 36.

Jezus is gekomen om zijn volk van zonde te reinigen – maar ze wilden Hem niet. Ze hebben Hem gedood, gekruisigd.

Jezus heeft zich gericht op de echte vijanden van Israel – de zonde, de duivel, de dood.

Maar zij hadden het niet door – een deel geloofde wel in Jezus, een deel niet.

De Jood Paulus was een van hen – tot Jezus hem in de kraag greep. Het doet Paulus pijn dat zijn volksgenoten niet geloven, schrijft hij in Romeinen – waarom willen ze niet mee met God?

Stelt God toch niks voor – is operatie herstel Israel mislukt?

Nee – God neemt er nog meer tijd voor.

Israel wil deels niet?

Dan gaat God naar de volken.

Dan gaat Hij hen eerst wel nieuw maken.

Om Israel jaloers te maken.

Om ze werkelijk onder de indruk te brengen van wie Hij is.

Om goed te zijn voor iedereen – niet alleen Israel, maar ook voor ons!

Gods plan met Israel gaat door – maar en passant mogen wij er ook nog van profiteren! Wij ook!

3. Hoe gaat God ons nieuw maken?

Drie dingen worden er genoemd.

De eerste: reinigen van wat onrein is, van jullie afgoden, vers 25. [dia 5]

Ezechiël gebruikt een woord dat zoiets betekent als ‘die stinkende mestgoden van jullie’.

Heb je dat wel eens bedacht? Dat afgoden je niet alleen bij God wegtrekken, maar dat ze je ook vies maken? Zo vies als wanneer je bij de koeien in de stal uitglijdt; en languit in de mest valt. Stinkende mestgoden – bah wat word je er vies van.

Veel te vies voor Gods Heilige Geest.

Wie vies is van de afgoden, die kan nooit voluit de kracht van Gods Geest ervaren.

Wie als christen de afgoden opzoekt, die blijft wat aanmodderen. Echt vitaal christelijk leven komt er niet. Niet echt reclame voor God.

Is jouw leven een krachtig christelijk leven?

Of zijn er steeds weer afgoden die je opzoekt?

Afgoden die je kracht breken?

Let op wat Ezechiël zegt: afgoden maken je onrein, vies.

Wat is een afgod? Een afgod is iets wat jij belangrijker vindt dan God. Iets dat jij absoluut moet hebben om gelukkig te zijn.

Wat zijn jouw afgoden?

Om daar achter te komen kun je over deze vragen nadenken:

Waar gaan jouw gedachten naar toe als je alleen bent en je eenzaam voelt?

Waar zoek jij in het verborgene van je hart vrede en blijdschap?

En waar gaat je geld naartoe?

Waar kun je heel boos of bang over worden – iets wat je tot elke prijs moet hebben?

Zorg dat je ontdekt wat je afgoden zijn!

Die stinkende mestgoden maken je vies, maken je geestelijk leven kapot.

En ga ermee naar God. Want wat belooft God?

Hij wil je van al die viezigheid verlossen.

Water, schoon, stromend water, dat alle vuil wegspoelt.

Zuiver water – zodat jij zuiver bent – zuiver.

Hij wil in jouw leven jouw God zijn, mooier, indrukwekkender, beter dan die afgoden. Je hebt ze niet nodig.

Hij geeft meer – meer vrede, meer voldoening, meer levensvulling dan wie ook maar.

Heb je dat zelf ervaren: wat een diepe voldoening God je kan geven? Dat is zo’n waardevolle ervaring, houdt dat vast!

God wil in jouw leven die smerige mestgoden opruimen.

God wil jou helemaal zuiver maken – zodat er meer ruimte komt voor Hem.

God wil in jouw leven helemaal God zijn.

Hier begint nieuw leven:

Ga naar God. Bid om vergeving en zuivering. Of vraag iemand anders voor je te bidden.

Weer schoon worden, zonder afgoden, zuiver, alleen God als je God.

4. Het tweede wat Ezechiël noemt: een nieuw hart en een nieuwe geest, vers 26. [dia 6] Misschien denk je dan aan een harttransplantatie – bijzonder dat het mogelijk is, pijnlijk als het niet meer kan en je zou het wel willen.

Ezechiël had nog nooit van harttransplantaties gehoord. Hij denkt niet aan een nieuwe pomp voor je bloed. Hij denkt bij ‘hart’ aan het centrum van je geestelijk leven, waar je je beslissingen neemt. Het centrum van je denken, willen en kiezen. Op deze manier een nieuw hart krijgen, dat is nog veel belangrijker dan een nieuwe bloedpomp. Zo’n nieuw hart kan niemand in het ziekenhuis je geven. Alleen God kan ons zo grondig van binnen nieuw maken.

Een nieuw hart en een nieuwe geest.

In plaats van een versteend hart.

Een versteend hart is koppig, ongevoelig, kil. Koud en bot. Iemand met een hart van steen? Daar kun je niks mee beginnen. Zo was Israël.

Ook ons wil God een nieuw hart geven. Het is met ons dus niet beter gesteld.

Zou je dat van jezelf zeggen: als God mij geen nieuw hart gegeven had, of geeft, dan heb ik een versteend hart?

Ze zeggen wel eens dat niemand moeilijker te bekeren is dan een christen.

Lieve mensen: het klopt, of niet?

Als ik naar mezelf kijk, meer en meer ontdek hoe goed God is, wat God wil, dan val ik mezelf ook steeds weer tegen. Wat leer ik langzaam. Wat verander ik weinig. Eigenwijs, koppig, ongevoelig ben ik. Wat kom ik nog weinig tot de dingen die God wil dat ik doe – getuigend leven, lief hebben, Hem groot maken!

Hoe is dat bij jou – hoe goed ben jij in het houden van God en van je naaste? Hoe versteend is jouw hart?

Maar wat is God goed en groot en machtig! Hij kan wat niemand kan! Hij doet wat Hij belooft!

Ben jij opnieuw geboren?

Ja? Wees God er diep dankbaar om! Bid dat je nieuwe leven verder groeit.

Of niet? Kom dan naar Jezus toe. Ontdek wie Hij is. Bid of laat voor je bidden: Heer, ik wil dat U in mij leeft!

Dat dit nieuwe leven verder in je groeit:

Van binnen zacht.

Bewogen met mensen om je heen.

Dat je kunt huilen over zonde, over wat kapot is, over wat mislukt.

Dat je berouw hebt: God, wat hebben wij uw grote naam besmeurd!

Maar ook: van God houden, diep van Hem onder de indruk zijn. Ontroerd om zijn goedheid, grootheid, liefde.

God – wie is als u?

5. En dan het derde: Gods Heilige Geest komt in je wonen, vers 27. [dia 7]

Gods Geest is al eerder aan het werk. Met het bloed van Jezus zuivert Hij je en bevrijdt je van afgoden – het eerste . Met het woord van God geeft Hij een nieuw hart en een nieuwe Geest – het tweede.

Maar dat zijn dingen die de Geest met jou doet.

Nu gaat het over de Geest zelf die in je komt wonen.

En hoe dat gebeurt, daar zijn we zelf bij.

Aan de ene kant maakt de Geest ruimte voor zichzelf. Hij ruimt onze zooi op en Hij maakt ons nieuw.

Aan de andere kant kunnen wij de Geest ruimte geven, toelaten en bidden om de Geest; of bedroeven, het vuur van de Geest doven. Door terug te gaan naar afgoden. De Geest tegen te werken. Of doordat we niet eens weten dat het verschillende dingen zijn: zuiver worden en vergeving krijgen, nieuw leven krijgen, èn dat de Heilige Geest in je woont.

Met Pinksteren heeft Jezus Christus zijn Heilige Geest gegeven aan de gemeente.

En wie gelooft in Jezus en Hem als Heer erkent, die krijgt de Heilige Geest.

Maar vergelijk het met een spons met water – het water druipt er weer uit.

Wij zijn lek als het om Gods Geest gaat.

Herken je dat – zoals water uit een spons druipt, dat zo ook de kracht van de Geest kan wegvloeien?

Doof het vuur van de Geest niet uit maar wakker het aan.

Ga niet terug naar de viezigheid van die smerige mestgoden. Leef zuiver.

Maar bid steeds weer om de Heilige Geest.

Heilige Geest, woon in mij, vul mij.

Waarom is het belangrijk dat de Geest van God je vult en in je woont?

Omdat met de Geest persoonlijk Gods kracht, Gods liefde, Jezus’ vrede, Jezus’ blijdschap in jou zijn.

Omdat de Geest de genezende aanwezigheid van God zelf is. Wie is de Vader, die van je  houdt, je ziet, voor je zorgt? Wie is de Zoon, die van je houdt, die voor je zonden gestorven is en voor jouw nieuwe leven opgestaan? Wie is die God die jou geneest? Daarvan wil de Geest je steeds weer een nieuw besef geven.

En omdat de Geest ons leidt – Hij wijst de weg zodat we ook echt dingen gaan doen.

Kijk maar, vers 27: de Heilige Geest zal ‘zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen’.

Daar gaat het uiteindelijk om: dat wij in de kracht van de Geest leven en het goede doen.

6. Het goede doen. [dia 8]

Deze wereld gaat kapot aan zonde, aan onrecht en ruzie, aan hebzucht en gekonkel.

Mensen gaan verloren omdat ze niet weten waar ze het leven moeten zoeken, omdat ze niet door hebben hoe geweldig Jezus is.

In het Midden-Oosten is er geen vrede tussen Joden en Arabieren.

Veel Joden weten niet dat Jezus hun Messias is, de koning op hun troon van David.

Gods grote naam wordt vaak niet geheiligd, maar omlaag gehaald.

God is bezig om daar allemaal een eind aan te maken.

God pakt het nog veel groter aan dan in Ezechiël wordt aangekondigd.

Daar gaat het alleen over zijn eigen volk Israel. De andere volken staan erbij en kijken er naar.

Maar God is God – de God van heel de aarde.

Als Hij de zonde overwint, de dood verslaat, de duivel ontwapent, dan is dat voor iedereen van levensbelang. Als God de problemen van Israel oplost, dan lost Hij alle wereldproblemen op. Als God Israel nieuw maakt, dan komt er een nieuwe schepping!

Zie je dat God laat zien hoe groot zijn heilige naam is? [dia9]

God is zo groot dat Hij ook jou en mij zuiver wil maken, vrij van afgoden, met een nieuw hart en een nieuwe geest, vol van zijn eigen Heilige Geest.

Zodat wij zelf Hem eren.

Wow – wat is God groot en indrukwekkend.

Wij hoeven maar niet van die heidense volken ze zijn die erbij staan toe te kijken – wat hebben zij het goed…

Nee, wij zelf mogen meedoen – een nieuwe schepping in Christus!

Eer Hem! Wow – wat bent u prachtig!

Eer Hem ook door te doen.

God wil dat wij meedoen in de kracht van zijn Heilige Geest.

Wij mogen Gods medewerkers zijn!

Doen wat God zegt – leven volgens zijn wetten en regels.

Vrij, vitaal, liefdevol, bewogen, eerlijk, vol van God.

God wil ons inzetten.

In de strijd tegen onrecht en zonde.

In het bekendmaken van het goede nieuws van Jezus Christus.

In het gevecht om het hart van zijn volk Israel.

Bij de komst van zijn koninkrijk

Bij het grootmaken van zijn heilige naam!

Daarom:

Leef zuiver

Blijf weg bij die smerige mestgoden.

Leef het nieuwe leven.

Bid steeds weer om de volheid van de Heilige Geest.

Dan ben je bruikbaar voor die wonderlijke God.

Dan doe je wat Hij verdient: zijn grote naam eren.

Hij is God!




Ezechiël 47,1-12 – Laat Gods water door je heen stromen

Bevestiging Bauke van der Meer als diaken

Liturgie

Voorzang: Gez 158
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 18,1.5.9
Gebed
Lezen: Ezechiël 47,1-12
Preek over Ez 47,1-12
Zingen: EL 150 Ruis o Godsstroom der genade
Kinderen terug
Wetslezing
Zingen: LB 448,1.2
Lezing bevestigingsformulier
Bevestiging Bauke van der Meer als diaken
Zingen Ps 135,1.12
Gebed
Dankwoord Hetty Bloem (Stichting Indlu Yethemba)
Collecte
Zingen EL 382 Heer uw licht en uw liefde schijnen
Zegen

Opmerkingen:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar, het is wel handig om die erbij te hebben

Preek over Ezechiël 47,1-12 – Laat Gods water door je heen stromen!

1 Wat een water, overal water. [dia 2]

Wegwijzers staan in het water. Wegen staan onder water.

Het zal je maar gebeuren. De politie komt langs – u moet uw huis uit. Het water komt!

Je loopt buiten. Eerst valt het nog wel mee, maar het water stijgt. [dia 3] Het komt tot je enkels.

Je gaat verder. Je ziet een huis. Het staat in het water. Binnen net zo hoog als buiten. [dia 4]

Water tot je knieën.

En zo gaat het door. Het water staat tot je heupen.

Het wordt een kolkende stroom.

Weg hier, anders verdrink je!

Water, het heeft twee kanten.

Water is gevaarlijk en bedreigend. Zo is het in Nederland, als het regent en stormt en het water kan niet weg.

Maar water heeft ook een heel andere betekenis. [dia 5] Water in Israel, waar altijd droogte dreigt, waar de woestijn nooit ver weg is.

Dan is water heerlijk.

Stromend water, dat is leven.

Zo is het hier, bij Ezechiël. [dia 6 = leeg scherm]

Water – een klein stroompje. Het stelt niks voor.

Water – op een gekke plek. Vanaf de drempel van de tempel.

Het wordt steeds meer. Ook zo gek.

Eerst is het een klein stroompje.

Maar het water stijgt. Het komt tot je enkels. Leuk, zelfs een klein kind kan erin spelen.

Je gaat verder. Water tot je knieën. Waar komt dat water vandaan?

En zo gaat het door. Het water staat tot je heupen. Pas op, dat je niet omvalt.

Het wordt een kolkende stroom. Je moet zwemmen!

Hoe kan dat?

Wat is dit voor water?

Water dat steeds meer wordt?

Water dat niet gevaarlijk is, maar leven brengt.

Want kijk, als Ezechiël terugloopt, zijn er bomen gegroeid.

Bijzondere bomen – het wordt hier nooit meer herfst. Geen kale bomen. Nooit meer winter – guur, koud, nat.

Altijd zijn er bladeren – en die bladeren zijn geneeskrachtig.

Altijd zijn er vruchten, elke maand nieuw, lekker vers.

Het water stroomt naar het oosten. Naar de zee. Wat ligt er voor zee, ten oosten van Jeruzalem?

Daar ligt de Dode Zee. [dia 7]

Honderden meters diep.

Enorm zout.

Er groeit niks. Er zwemt geen vis.

Een doodse omgeving.

Daarheen stroomt het water.

Nog een wonder: ook het water is geneeskrachtig.

De dode zee wordt een levende zee.

Het wordt een paradijs voor vissers.

Onvoorstelbaar – zo’n klein stroompje water, heel die Dode Zee wordt weer levend.

2.

Wat is dit voor water?

Laten we eens kijken waar Ezechiël 47 precies staat: midden in een visioen over een nieuwe tempel. Jeruzalem ligt in puin, de tempel ook, Ezechiël zit in Babel, in ballingschap. Maar God laat hem een nieuwe tempel zien.

Een engel leidt hem er rond. [dia 8] Het is een tempel met een grote buitenste muur om een voorhof. Midden in elke zijmuur een groot poortgebouw. Daarbinnen weer een dikke muur met allemaal kamers erin. En drie poortgebouwen. In die voorhof een altaar. En aan die voorhof het tempelgebouw zelf.

Ezechièl mag zien hoe God de tempel in gebruik neemt. Vanaf de oostkant, de rechterkant op het kaartje, komt God zelf door de twee poorten de tempel binnen. God, in al zijn grootheid en majesteit komt terug naar Jeruzalem. Er komt een eind aan de ballingschap. God woont weer bij zijn volk. Wat een wonder!

Die poorten, waar God door gegaan was, blijven voortaan dicht. Dat is de weg van God, daar mag niemand anders langs.

Later in het visioen – Ezechiël staat in de binnenste voorhof, tussen het altaar en de ingang van het echte tempelgebouw. [dia 9 + klik] Daar had hij Gods luister gezien, de hele tempel was er vol van. En daar uit het huis van God borrelt dan ook het water. Het stroomt het plein op. Het altaar staat in de weg. Het stroomt om het altaar heen, naar de Oostpoort. Om te zien hoe het verder gaat, moet Ezechiël omlopen. Hij mag niet door de Oostpoort. Het water volgt de weg van God, stroomt door het poortgebouw van God [klik] Als Ezechiël buitenom omgelopen is, ziet hij het water daar uit de oostpoort komen. [klik]

Een klein stroompje water dat uit de tempel sijpelt.

Maar het wordt steeds meer. Een rivier die leven en genezing brengt.

3.

Wat betekent dit visioen? [dia 10 – leeg scherm]

Er zijn mensen die zeggen dat er nog een keer een tempel in Jeruzalem gebouwd moet worden.

Wat zegt de Bijbel daarover?

Dat is best een ingewikkeld verhaal. Even een paar dingen op een rijtje:

1. Jezus is de tempel.

Kijk maar in Johannes 2. [dia 11] Daar zegt Jezus (19-21):

Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ … Maar hij sprak over de tempel van zijn lichaam.

Hij brengt het offer, hij is de hogepriester, de tempel.

2. De gemeente, het lichaam van Christus, is deel van de tempel. [dia 12] Petrus schrijft in 1 Petrus 2 (4-5):

Voeg u bij hem, bij de levende steen … (dat is Jezus) en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel.

3. Jezus geeft het levende water. [dia 13] Hij zegt in Johannes 4 (13-14):

‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

4. De Heilige Geest is het water, dat je van Jezus krijgt. [dia 14] Jezus zegt in Johannes 7 (37-39):

37 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! 38 “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ 39 Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen…

5. In Openbaring gaat het ook over een tempel [dia 15].

Dat is een tempel in de hemel, met een voorhof op de aarde. Kijk bijvoorbeeld in Openbaring 11: daar gaat het over een tempel in de hemel (vers 19) [klik] en tegelijk over een voorhof op aarde waar de heidenen mogen komen en de gelovigen vervolgen. [klik]

Aan het eind van de tijd gaat die tempel open en daalt het nieuwe Jeruzalem op aarde neer. Dan is er geen tempel meer – God zelf is de tempel met het lam –lees Openbaring 21,22. [klik]

Daar stroomt dan ook de rivier met daaraan de bomen met geneeskrachtige bladeren, Openbaring 22,1-2. [klik]

Dus, alles op een rijtje: [dia 16]

•        Jezus is de tempel, met zijn lichaam (de gemeente)

•        Jezus geeft het water, de Heilige Geest

•        De tempel is nu in de hemel, de gemeente op aarde is de voorhof

•        In het nieuwe Jeruzalem is God zelf de tempel en stroomt de rivier uit Ezechiël

4.

De bron van het water is dus God zelf. [dia 17]

God, die zijn Zoon geeft.

God is ook zelf het water.

God, die de Heilige Geest geeft.

Mensen vragen: Waar is God? Wat doet God?

Denk jij dat wel eens?

Bauke van der Meer wordt bevestigd als diaken. Wat moeten onze diakenen in deze wereld? Wat moeten wij? Doen wij iets tegen de eurocrisis? Kunnen diakenen de honger en de oorlog en de ziekte in de wereld oplossen? Hetty Bloem – ze is bij ons vanmorgen – kan zij het AIDS-probleem uit de wereld helpen?
Kom op. Natuurlijk niet.

Nee?

Dit visioen helpt je om te begrijpen hoe God werkt.

In het begin ziet Ezechiël een stroompje. Iemand die niet gelooft zou kunnen denken: Er is lekkage! Of ergens staat een kraan open en loopt een gootsteen over.

Maar zo begint God dus.

Gods koninkrijk is als een mosterdzaadje.

Zaad in de akker.

Klein. Onopvallend. Verborgen.

Een kind in een voerbak.

Een man die doodgemarteld wordt aan een kruis.

Gewone mensen die vervolgd worden – in Noord Korea. Nigeria. Saoedi Arabië.

Wat moet dat water in het droge land?

Een stroompje water is zo verdwenen in de woestijn van Juda.

Oja?

Deze stroom wordt alleen maar meer.

Want God is de bron. God is het water.

Het is God die zijn Zoon geeft.

Die sterft– jazeker, aan het kruis.

Uit dat kruis komt wel de overwinning van de dood en van de duivel. De genezing van heel het leven.

Het is God die de Heilige Geest geeft.

Geloof in die God!

Van buiten gaan we misschien kapot, lichamelijk wordt het misschien niet beter maar slechter. Van binnen worden we van dag tot dag vernieuwd (2 Kor 4,16).

En dan zegt Jezus: zelfs je eigen hart wordt dan een bron van levend water.

Tot heel het leven, ook de natuur, ook ons lijf, helemaal genezen wordt. Als Jezus terugkomt.

Mensen, zo is God!

Wat in dit visioen gebeurt, is zo verbazingwekkend.

Het water wordt alleen maar meer. Dat kan niet – behalve als het God zelf is die bezig is.

Een klein stroompje, sijpelend water.

Het wordt meer – steeds meer – uit het niets, nee, uit God!

Eerst tot de enkels. Dan tot de knieën. Dan tot de heupen. En dan moet je zwemmen. Zoveel water!

Zo is God!

Overvloed van leven.

Vitaal en levenskrachtig.

Leven in de dood. Een bron in je eigen hart.

Zo is Jezus. Zo is de Heilige Geest.

Geloof het. Drink uit Jezus. Drink je vol met de Heilige Geest. Wees zelf een bron van levend water!

5.

Waarom? Wat maakt het uit?

Moet je eens kijken wat dat water doet.

Het groeit niet alleen, het wordt niet alleen meer, het geneest ook. [dia 18]

In Israel stroomt de Jordaan uit in de Dode Zee.

Weet je wat er gebeurt met dat Jordaanwater?

Het wordt zout of het verdampt.

De Dode Zee wordt er echt niet minder zout van.

De Dode Zee is zo zout: er groeit niks. Er is geen enkele vis.

Het is de omgeving van de dood.

Dit water doet het onmogelijke.

Dit water maakt die zoute zee wel zoet.

En dan staat het er twee keer: overal waar de rivier stroomt, komt leven.

Waar deze rivier komt, wordt het een paradijs voor vissers.

Overal zijn ze actief.

Overal drogen ze hun netten.

Wat een vis.

Moet je nagaan: Gods water heeft al dat zoute water verandert in zoet water.

Dat kan niet.

Dat kan God alleen.

En wat groeit er langs dat water?

De bomen van leven – ze zijn altijd groen. Ze staan altijd in blad. Ze krijgen elke maand opnieuw vrucht. En het blad? Dat geneest. Leg het op een wond, op een zere plek, en je wordt weer gezond!

Geloof jij dat? Geloof jij dat God dat kan?

Niet alleen straks, maar ook nu al?

Want dat water, dat bij Jezus begint te stromen, dat is de Heilige Geest.

De Heilige Geest brengt genezing, en dat begint in ons eigen innerlijk.

Want o, wat is het nodig dat we daar genezen worden.

Daar zit de angst.

De wrok.

De verzuring.

De luiheid.

De liefdeloosheid.

Het egoïsme.

De trots.

Weet jij het van jezelf – dat jouw innerlijk genezen moet worden?

Volgens mij is er niemand hier die die innerlijke genezing niet nodig heeft.

Wij allemaal zijn van binnen ziek en gehandicapt.

Wij allemaal hebben die genezing nodig.

Daarom zie je zo weinig van God – omdat wij het probleem zijn.

Lieve mensen, laat je bemoedigen door dit visioen van Ezechiël.

Dit water verdwijnt niet in de droge bodem.

Dit water verdwijnt niet in het zout.

Dit water is Gods water.

Het komt uit de tempel – de plaats van verzoening en nieuw leven en heiliging en liefde.

Geloof jij dat dan jouw zieke hart een bron wordt waaruit de Heilige Geest naar anderen toestroomt?

Eerlijk gezegd: ik vind het moeilijk om dat te geloven – ik een bron van de Heilige Geest voor anderen? Dat is zo groot!

Maar dat is wel wat Jezus zegt! Van daaruit mogen  jullie als diakenen je werk doen. Geloof het!

6.

Want let op vers 11: [dia 19]

Alleen de moerassen en de poelen worden niet zoet, die blijven volstaan met zout water.

Dat trof me.

Er zijn moerassen en poelen. Die blijven zout en doods. Daar stroomt het niet. Stilstaand water. Daar wordt Gods water niet toegelaten.

Pas op. [dia 20]

Wees geen zoutmoeras.

Dan drink je niet het levende water van Jezus.

Je geeft het niet door.

De Geest krijgt geen ruimte.

En je hart blijft ziek – eenzaam, ontoegankelijk, zonder vrede, wrokkig en verzuurd.

Nee, laat Gods water stromen!

Dat heeft altijd met twee dingen te maken:

Het water in je leven toelaten.

En het water door je leven heen laten stromen. Schoongespoeld worden. Het doorgeven.

Liefde heeft altijd met twee dingen te maken:

Laat de liefde toe in je hart.

En hou zelf van God en van elkaar.

Diakenen, daar hebben jullie een belangrijke taak in. Stimuller ons, dat wij Gods water laten stromen: door de gemeente heen, naar iedereen toe, naar buiten toe, in Gods wereld.

En wij allemaal:

Laat Gods liefde toe.

Laat die ander van jou houden – je broer of zus op je kring, in de gemeente. Laat ‘m toe in je leven.

Dat gaat niet altijd vanzelf – bij mij niet. Herken je dat?

Maar het is wel zo belangrijk: door je broer of zus wil God zijn liefde aan jou doorgeven.

En geef het zelf door.

Denk aan een kraan: als die is aangesloten op een waterleiding, maar ik draai de kraan dicht, dan blijft het water stil staan.

Dat is niet goed. Water moet stromen.

Ik merk het zelf: het is voor mij belangrijk om Gods liefde door te geven. Dan dringt het ook meer door in mijn eigen hart. Ik zie het bij jou, Bauke.

Bauke – Sjanie – kerkenraad – gemeente – lieve mensen:

Drink het water van God – anders kun je geen diaken zijn. Geen levend lid van de gemeente.

Laat je vullen met Gods Geest. Koester je in Gods liefde. Eerst jij en ik zelf.

En dan: laat het bij jou niet tot stilstand komen, maar geef Gods liefde door.

Waar jij geroepen wordt. Thuis, op je kring, in je buurt.

Door vriendelijk en gastvrij te zijn.

Behulpzaam en je in te zetten.

Aan elkaar te vertellen over je leven met God – over wat Gods water in jouw leven doet. Over wat jij met Gods water doet. Je strijd, en je succes.

Door te getuigen van wie God is en wat de Bijbel zegt.

Laat Gods water door je heen stromen!

En je zult het zien: dan wordt het meer – en meer – en meer!




Ezechiël 1 – God is God (met Samen GROEI-en)

GROEI-preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (4)

Liturgie

Voorzang Gez 171,1.2
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 46,3.4
Gebed
Schriftlezing: Ezechiël 1
Zingen Ps 50,2.11
Preek
Zingen LB 457
Wetslezing
Zingen Ps 97,1.2.5
Gebed
Collecte
Zingen LB 444
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

hier vind je op youtube wat filmpjes van mensen die geprobeerd hebben om het visioen van Ezechiël uit te beelden

Preek over Ezechiël 1 – God is God

1. Samen God eren is ons jaarthema. Maar waarom doen we dat? Omdat God onze eer waard is.

Het is mooi om dat te zeggen. God is God – dus Hij is onze eer waard. Best en waar en goed. Dat zijn de woorden en dat zit in ons hoofd. Maar hoe zit het met ons hart?

En bovendien – we leven in een wereld waar God soms ver weg lijkt. Waar niet in God geloven een mogelijkheid is. Ik moest denken aan die reclame van Philadelphia-kaas van al weer bijna 10 jaar geleden: engelen op de wolken. Je ziet engelen in het wit met vleugeltjes. Ze zijn aan het werk in hun kruidentuintje. En dan zegt een ‘engel’: ‘Hier boven weten we ook wat lekker is’. Dan gaat het over Philadelphia-kruidenkaas.

Zo kun je ook God neerzetten als een grappige ouwe man op een troon die verder weinig in te brengen heeft.

God? Ach ja, dat komt nog wel eens.

God, die is er niet.

Of die hebben we gemaakt tot iets onbelangrijks. Er zal wel iets zijn, maar nu interesseert het me niet.

En die sfeer die ademen we in. Die sluit aan bij de zonde in ons hart.

Op de ‘Samen GROEI-en’ heb ik een testje gezet dat ik laatst ook op catechisatie heb gedaan. Hoe zie je God – als bijvoorbeeld

0 Sinterklaas: lever je verlanglijstje in!

0 Alarmnummer 112: alleen voor noodgevallen

0 Tovenaar: hij kan alles, alles komt voor elkaar!

0 Paard voor jouw karretje: jij doet wat jij wilt, God moet je helpen

Enzovoorts.

Als je het daar samen over hebt, dan zie je het: zo snel maken we God kleiner. God op mensenmaat. God zoals Hij ons uitkomt. God, maar dan niet meer zo belangrijk.

Steeds meer bekruipt mij het idee: we kunnen het hier hebben over Jezus, over de Vader, de Zoon en de Geest, over wat de HEER allemaal voor ons doet, over Gods liefde – en dat is belangrijk. Maar in hoeverre besef ik, beseffen jullie dat we het hebben over iemand die GOD is?

Samen God eren, dat betekent ook: tot je door laten dringen dat het hier gaat om GOD. Wat betekent dat? Waarom zouden we iemand eren als God?

Daarom heb ik vanmorgen een gedeelte uit het OT gekozen waar God zichzelf laat zien. Hij verschijnt aan Ezechiël. Indrukwekkend, angstwekkend zelfs.

Met als doel: ontdekken wat het betekent dat God God is. Zo samen meer onder de indruk komen van die God. En dan ook samen God eren.

2. God verschijnt aan Ezechiël. Dat gebeurt niet zo vaak. Van zulke verschijningen staan er een paar in de Bijbel. Ze staan allemaal in het leesrooster op de ‘Samen GROEI-en’.

Elke verschijning zijn er dingen hetzelfde, elke keer zijn er dingen anders. God verschijnt op een manier die past bij de situatie.

Hier verschijnt hij aan Ezechiël. Iemand uit het volk Israël, gedeporteerd naar het land van de Chaldeeën. In ballingschap, ver weg van zijn volk en zijn tempel. Dus ook ver weg van zijn God.

Ja, wat zou Ezechiël gedacht hebben? Daar zitten we dan, gestraft door God? Zou Ezechiël getwijfeld hebben aan de God van Israël? Onder de indruk zijn geweest van wat hij in tempels van Babel gezien had? Die goden van Babel zijn dus machtiger dan onze God?

En dan – het is nog in het begin van de ballingschap. Opeens gaat de hemel open. Hij wordt gegrepen door de hand van de HEER.

Het gaat stormen. Er komen gloeiende wolken aan, vuur, bliksem. En middenin die vurige wolken iets dat glanst.

Vier wezens. Vier wezens die een hemelgewelf dragen. En op dat gewelf een troon. Op die troon zit iets wat lijkt op… op de HEER…

Als Ezechiël dat ziet, dan snapt hij: de HEER is veel machtiger dan de goden van Babel.

Er zijn afbeeldingen teruggevonden uit die tijd. Bijvoorbeeld van een god uit Assur met vier mensenhoofden. Daar lijken de wezens wel wat op met hun vier hoofden. Maar dit zijn geen goden die heersen, dit zijn cherubs die de God van Israël boven hen dienen. En deze cherubs hebben vier gezichten, maar geen mensengezichten. Het zijn vier verschillende gezichten. Voor een mens. Opzij een leeuw en een stier. Achter een adelaar. Uniek en nieuw, onbekend uit afgodentempels.

Er is een afbeelding gevonden van wezens met vier vleugels en de poten van een kalf, net zoals hier. Maar hier hebben ze ook nog die vier gezichten.

Een afbeelding van een god op een troon gedragen door twee dieren. Een tekening van de hemelkoepel gedragen door wezens met twee koppen. De God die hier verschijnt heeft het dubbele van wat normaal is: geen twee, maar vier wezens dragen Hem. Vier wezens die de aarde omspannen, naar de vier windstreken: noord, oost, zuid, west. Vier wezens die de hemelkoepel dragen. En boven die hemelkoepel– de troon van God, de HEER van de aarde.

Alles wat ze in Babel en Assur bedachten, dat zien we hier terug. Alles rond die ene God die alle andere goden overtreft. En hier is het geen plaatje of een beeld, hier is het echt.

Voor ons lijkt het wat raar.

Ezechiël snapt het meteen: hier verschijnt een God die veel groter is dan de goden van Assur en Babel.

3. Bedenk eens wat dat voor Ezechiël betekende. God woonde in Jeruzalem. Daar was de tempel. Ezechiël was ver van die tempel. En dus ver van God. Helaas, we moeten het dus maar zonder Hem zien te rooien.

Nee dus.

Als de hemel open gaat, blijkt: de hemel is overal vlakbij.

God is niet ver weg, God is hier.

Hier en nu kan Hij uit de hemel komen en verschijnen.

Hij is altijd en overal bij ons.

Die goden van Babel en Assur stonden op hun plek. Zonder leven of dynamiek. Misschien waren het grote beelden in indrukwekkende tempels. Maar er was geen beweging in te krijgen. Als je dat wilde, moest je zelf de beelden optillen. Dat kon dan ook: die beelden kon je neerzetten waar jij wilde.

Zo is het niet bij de HEER, de God van Israël.

Je hoeft hem niet op te tillen en mee te nemen, Hij kan zichzelf wel redden. Hij kan zijn troon op de hemelkoepel op angstaanjagend grote wielen zetten. Wielen met wielen erin. Zo laat Hij kan zich vanuit zijn hemels paleis naar ons toe rijden.

Let dan even op hè. Denk jij wel eens: God is overal en Hij gaat overal wel met mij mee?

Zoals een bodyguard overal waar ik wil mee gaat.

Dat je eigenlijk ook denkt: ik bepaal waar ik heen wil, God moet als bodyguard maar mee?

Dus overal waar ik heen ga, daar loopt God achter mij aan? En ik ben de VIP…

Vergeet dat alsjeblieft zo snel mogelijk. Deze God is de levende God. God is veel te groot om in een tempel in Jeruzalem te wonen. En toch koos Hij er voor. Maar Hij is niet afhankelijk van zijn tempel en hij zit er ook niet aan vast. Deze God is overal – overal is de hemel dichtbij. God is vrij. Hij doet wat Hij wil. Hij leeft. Zo komt Hij bij Ezechiël. Omdat Hij er voor kiest. Hij is niet alleen in Jeruzalem, in zijn tempel. Hij is ook bij de ballingen.

Om daar in de ballingschap bij hen te zijn.

Om Ezechiël als profeet erop uit te sturen, met een boodschap van oordeel voor een opstandig volk – lees hoofdstuk 2.

Hij is de levende God – vrij – trouw – eerlijk – machtig.

Overal dichtbij.

Overal kan Hij met ons mee gaan.

Overal kan de hemel open gaan.

Overal is Hij machtig en indrukwekkend.

Besef je dat?

Jouw papa, de Vader van Jezus Christus; jouw heer en redder, onze grote broer; de Heilige Geest – dat dat deze God is?

4. Wat zou jij gedacht hebben als je dit meemaakte?

Wat zou het bij Ezechiël opgeroepen hebben?

Ik dacht nog wel dat we ver van God waren.

Ik dacht: we zijn te ver weg van Jeruzalem.

Hier hebben de goden van Babel het voor het zeggen.

Maar nu zie ik dat de God van Israël ook hier God is – als enige.

Nu zie ik dat de HEER, onze God, ook hier de hoogste koning is – als enige.

Babel heeft ons verslagen. Maar dat betekent niet dat onze God verslagen is door de goden van Babel. Hoe heb ik dat ooit kunnen denken? De goden van Babel stellen niks voor vergeleken bij deze grote en machtige God. Indrukwekkend, angstaanjagend is Hij.

Hij is koning en Hij regeert alles. Ook deze ballingschap is zijn oordeel.

Zie je dat? Dit is misschien wel de meest indrukwekkende verschijning van God in het OT. God verschijnt zo in de begintijd van de ballingschap.

Op het moment dat de mensen dachten: onze God heeft verloren van de goden van Babel. Hij is overbodig geworden. We kunnen beter overstappen naar een machtiger god.

Denk jij dat wel eens? Ik kan beter overstappen naar een effectievere macht dan dat ik Jezus volg?

Want we leven maar één keer, het leven is kort.

Voor je het weet ben je niet meer jong.

Als je niet oppast verspelen we onze welvaart.

Kijk uit, anders vervluchtigt heel je pensioen.

God doet er heus niks aan. Wat kan ik doen om mijn welvaart veilig te stellen?

Toen stortte de wereld van Ezechiël in.

Misschien staan wij wel aan het begin van de afbraak van onze wereld, het welvarende Europa.

Bij welke God moet je dan zijn?

Juist op dit kruispunt in de geschiedenis verschijnt hier groots en machtig de God van Israël. Hij is de HEER van oost en west, van noord en zuid.

Heel de hemel en alles wat op de aarde is, het is van Hem

Hij is koning.

Hij regeert over Babel en Assur, Hij regeert over Israël en Juda.

Hij regeert over Nederland en Europa, over Amerika en China, over Rusland en India.

En overal heeft hij zijn volgelingen.

In China groeit de kerk – dat zal niet voor niks zijn.

Ook daar in die wereldmacht van de toekomst is een kerk van Jezus Christus, als lichtend licht en zoutend zout.

De HEER regeert!

De HEER regeert!

Dat de aarde juicht!

Dat het volk zich verheugt!

Want Hij regeert!

5. Beatrix regeert ook. Hare majesteit de koningin der Nederlanden. Ze woont in een paleis. Ze rijdt in een gouden koets of in mooie auto’s. Ze draagt dure kleren. Allemaal om te laten zien: dit is de majesteit. Respect graag – hier is de koningin.

Maar als er in het parlement een meerderheid is om haar macht in te perken, dan houdt het allemaal op. Dan kan het allemaal ceremonieel er heel mooi uit zien, bijvoorbeeld op Prinsjesdag. Maar het is een grote poppenkast die verder weinig om het lijf heeft. Ze is een mooi nationaal symbool, maar ook een leeuw zonder tanden. Aan handen en voeten gebonden doordat ze afhankelijk is van het parlement.

Hier in Ezechiël zien we ook een koning. Een koning omgeven door groot ceremonieel. Er klinkt een dreunend geluid als Hij zich beweegt. Er wordt geroepen: de luister van de HEER zij geloofd in zijn woning (3,12). Hij is groot in majesteit en luister.

Hij is heilig – heilig – heilig. Heilig tot de derde macht.

Deze koning is God.

Indrukwekkend.

Een vuur gaat voor hem uit – gloeiend vuur, flitsende bliksem.

Angstwekkend groot zijn de wielen, met de groene kleur van de edelsteen turkoois.

Angstwekkend glinsterend is de hemelkoepel onder zijn troon.

Heilig – goddelijk – is Hij.

De vier wezens bedekken met vleugels zelfs hun lichaam.

Hij zelf glanst als wit goud.

Als de stralende gloed van vuur.

Indrukwekkend is zijn verschijning.

Majesteit, daar hebben we het ook over bij iemand als koningin Beatrix.

Maar hier heb je echt luister en majesteit.

Zijn pracht en praal pakt niemand God af.

Hier zijn geen onverdiende rode lopers.

Geen overtrokken limousines.

Gods luister is echt uitdrukking van zijn macht.

Het vuur dat voor Hem uitgaat,
verteert zijn sterkste vijanden.
De bergen zijn als was
bij ‘t verschijnen van de Heer.

De hemel toont zijn heerlijkheid.
De volken zien zijn grootheid.
Want U, o Heer, bent verheven
boven al wat leeft.

6. Ezechiël ziet deze stralende verschijning van de HEER.

Hij kan niet blijven staan.

Hij haalt niet alleen zijn handen uit zijn zakken.

Hij valt maar niet op zijn knieën

Hij gaat plat op de grond liggen. Zijn gezicht op de grond.

Proef je de eerbied, het diepe ontzag, voor Gods grootheid en luister? Ezechiël is perplex – diep onder de indruk – overdonderd.

Wij hebben nog nooit God zo gezien als Ezechiël.

Hoe staan wij tegenover God? Hoe sta jij tegenover God?

Van de week was ik met deze tekst bezig en toen heb ik het me weer af gevraagd: in hoeverre ben ik nu echt onder de indruk van de grootheid en majesteit van God?

Ik leef in een land waar God niet zo belangrijk lijkt. Wat doet dat met mij?

Wat leeft er in jouw en mijn hart als het om God gaat?

Onverschilligheid? God, dat komt later wel?

Bewondering? God, wat bent u groot en machtig!

Verveling? God, ach, dat heb ik nu wel gehad.

Liefde? God, wat bent u mooi en bijzonder!

Minachting? God, ach laat hem maar praten, ik doe nu even mijn eigen ding?

Toewijding? God, ik ga voor u!

En wat zegt onze houding als we in de kerk zijn, als we bidden, over hoe we God zien?

Als je leert over communicatie, dan leer je ook over lichaamstaal.

Belangrijke les bij communicatie: je lichaamstaal moet kloppen met wat je zegt.

Als dat niet zo is, meen je dan wel wat je zegt?

Hoe is jouw houding als je bidt?
Als je in de kerk zit?

Onderuit gezakt – onverschillig – verveeld?

Of eerbiedig – geknield – met open handen – gericht op God?

Hoe zing je voor God?

Rondom de troon van God wordt geroepen: De luister van de HEER zij geloofd in zijn woning!

Deze God is het waard als wij Hem loven.

Hij is geweldig.

Hij is indrukwekkend.

Hij is heilig.

Hij is God!

Samen God eren – het is ons jaarthema.

Maar Hem eren, dan kun je alleen als je van Hem onder de indruk bent.

Wij eren u – wij loven – wij prijzen u – maar het interesseert ons niks.

Dan eer je God niet.

God eren begint hier: als je onder de indruk wilt raken van deze God.

Als je gaat zien: Hij is GOD.

Als je gaat beseffen wat dat woord betekent – God.

De eerste. Voor mij.
De hoogste. Boven mij.

De machtigste. Veel meer dan ik.

De grootste. Ik ben maar klein.

De laatste. Het einde.

Dat is het begin van samen God eren – de HEER, Hij is God!

ROEI-preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (4)

Liturgie

Voorzang Gez 171,1.2
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 46,3.4
Gebed
Schriftlezing: Ezechiël 1
Zingen Ps 50,2.11
Preek
Zingen LB 457
Wetslezing
Zingen Ps 97,1.2.5
Gebed
Collecte
Zingen LB 444
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

hier vind je op youtube wat filmpjes van mensen die geprobeerd hebben om het visioen van Ezechiël uit te beelden

Preek over Ezechiël 1 – God is God

1. Samen God eren is ons jaarthema. Maar waarom doen we dat? Omdat God onze eer waard is.

Het is mooi om dat te zeggen. God is God – dus Hij is onze eer waard. Best en waar en goed. Dat zijn de woorden en dat zit in ons hoofd. Maar hoe zit het met ons hart?

En bovendien – we leven in een wereld waar God soms ver weg lijkt. Waar niet in God geloven een mogelijkheid is. Ik moest denken aan die reclame van Philadelphia-kaas van al weer bijna 10 jaar geleden: engelen op de wolken. Je ziet engelen in het wit met vleugeltjes. Ze zijn aan het werk in hun kruidentuintje. En dan zegt een ‘engel’: ‘Hier boven weten we ook wat lekker is’. Dan gaat het over Philadelphia-kruidenkaas.

Zo kun je ook God neerzetten als een grappige ouwe man op een troon die verder weinig in te brengen heeft.

God? Ach ja, dat komt nog wel eens.

God, die is er niet.

Of die hebben we gemaakt tot iets onbelangrijks. Er zal wel iets zijn, maar nu interesseert het me niet.

En die sfeer die ademen we in. Die sluit aan bij de zonde in ons hart.

Op de ‘Samen GROEI-en’ heb ik een testje gezet dat ik laatst ook op catechisatie heb gedaan. Hoe zie je God – als bijvoorbeeld

0 Sinterklaas: lever je verlanglijstje in!

0 Alarmnummer 112: alleen voor noodgevallen

0 Tovenaar: hij kan alles, alles komt voor elkaar!

0 Paard voor jouw karretje: jij doet wat jij wilt, God moet je helpen

Enzovoorts.

Als je het daar samen over hebt, dan zie je het: zo snel maken we God kleiner. God op mensenmaat. God zoals Hij ons uitkomt. God, maar dan niet meer zo belangrijk.

Steeds meer bekruipt mij het idee: we kunnen het hier hebben over Jezus, over de Vader, de Zoon en de Geest, over wat de HEER allemaal voor ons doet, over Gods liefde – en dat is belangrijk. Maar in hoeverre besef ik, beseffen jullie dat we het hebben over iemand die GOD is?

Samen God eren, dat betekent ook: tot je door laten dringen dat het hier gaat om GOD. Wat betekent dat? Waarom zouden we iemand eren als God?

Daarom heb ik vanmorgen een gedeelte uit het OT gekozen waar God zichzelf laat zien. Hij verschijnt aan Ezechiël. Indrukwekkend, angstwekkend zelfs.

Met als doel: ontdekken wat het betekent dat God God is. Zo samen meer onder de indruk komen van die God. En dan ook samen God eren.

2. God verschijnt aan Ezechiël. Dat gebeurt niet zo vaak. Van zulke verschijningen staan er een paar in de Bijbel. Ze staan allemaal in het leesrooster op de ‘Samen GROEI-en’.

Elke verschijning zijn er dingen hetzelfde, elke keer zijn er dingen anders. God verschijnt op een manier die past bij de situatie.

Hier verschijnt hij aan Ezechiël. Iemand uit het volk Israël, gedeporteerd naar het land van de Chaldeeën. In ballingschap, ver weg van zijn volk en zijn tempel. Dus ook ver weg van zijn God.

Ja, wat zou Ezechiël gedacht hebben? Daar zitten we dan, gestraft door God? Zou Ezechiël getwijfeld hebben aan de God van Israël? Onder de indruk zijn geweest van wat hij in tempels van Babel gezien had? Die goden van Babel zijn dus machtiger dan onze God?

En dan – het is nog in het begin van de ballingschap. Opeens gaat de hemel open. Hij wordt gegrepen door de hand van de HEER.

Het gaat stormen. Er komen gloeiende wolken aan, vuur, bliksem. En middenin die vurige wolken iets dat glanst.

Vier wezens. Vier wezens die een hemelgewelf dragen. En op dat gewelf een troon. Op die troon zit iets wat lijkt op… op de HEER…

Als Ezechiël dat ziet, dan snapt hij: de HEER is veel machtiger dan de goden van Babel.

Er zijn afbeeldingen teruggevonden uit die tijd. Bijvoorbeeld van een god uit Assur met vier mensenhoofden. Daar lijken de wezens wel wat op met hun vier hoofden. Maar dit zijn geen goden die heersen, dit zijn cherubs die de God van Israël boven hen dienen. En deze cherubs hebben vier gezichten, maar geen mensengezichten. Het zijn vier verschillende gezichten. Voor een mens. Opzij een leeuw en een stier. Achter een adelaar. Uniek en nieuw, onbekend uit afgodentempels.

Er is een afbeelding gevonden van wezens met vier vleugels en de poten van een kalf, net zoals hier. Maar hier hebben ze ook nog die vier gezichten.

Een afbeelding van een god op een troon gedragen door twee dieren. Een tekening van de hemelkoepel gedragen door wezens met twee koppen. De God die hier verschijnt heeft het dubbele van wat normaal is: geen twee, maar vier wezens dragen Hem. Vier wezens die de aarde omspannen, naar de vier windstreken: noord, oost, zuid, west. Vier wezens die de hemelkoepel dragen. En boven die hemelkoepel– de troon van God, de HEER van de aarde.

Alles wat ze in Babel en Assur bedachten, dat zien we hier terug. Alles rond die ene God die alle andere goden overtreft. En hier is het geen plaatje of een beeld, hier is het echt.

Voor ons lijkt het wat raar.

Ezechiël snapt het meteen: hier verschijnt een God die veel groter is dan de goden van Assur en Babel.

3. Bedenk eens wat dat voor Ezechiël betekende. God woonde in Jeruzalem. Daar was de tempel. Ezechiël was ver van die tempel. En dus ver van God. Helaas, we moeten het dus maar zonder Hem zien te rooien.

Nee dus.

Als de hemel open gaat, blijkt: de hemel is overal vlakbij.

God is niet ver weg, God is hier.

Hier en nu kan Hij uit de hemel komen en verschijnen.

Hij is altijd en overal bij ons.

Die goden van Babel en Assur stonden op hun plek. Zonder leven of dynamiek. Misschien waren het grote beelden in indrukwekkende tempels. Maar er was geen beweging in te krijgen. Als je dat wilde, moest je zelf de beelden optillen. Dat kon dan ook: die beelden kon je neerzetten waar jij wilde.

Zo is het niet bij de HEER, de God van Israël.

Je hoeft hem niet op te tillen en mee te nemen, Hij kan zichzelf wel redden. Hij kan zijn troon op de hemelkoepel op angstaanjagend grote wielen zetten. Wielen met wielen erin. Zo laat Hij kan zich vanuit zijn hemels paleis naar ons toe rijden.

Let dan even op hè. Denk jij wel eens: God is overal en Hij gaat overal wel met mij mee?

Zoals een bodyguard overal waar ik wil mee gaat.

Dat je eigenlijk ook denkt: ik bepaal waar ik heen wil, God moet als bodyguard maar mee?

Dus overal waar ik heen ga, daar loopt God achter mij aan? En ik ben de VIP…

Vergeet dat alsjeblieft zo snel mogelijk. Deze God is de levende God. God is veel te groot om in een tempel in Jeruzalem te wonen. En toch koos Hij er voor. Maar Hij is niet afhankelijk van zijn tempel en hij zit er ook niet aan vast. Deze God is overal – overal is de hemel dichtbij. God is vrij. Hij doet wat Hij wil. Hij leeft. Zo komt Hij bij Ezechiël. Omdat Hij er voor kiest. Hij is niet alleen in Jeruzalem, in zijn tempel. Hij is ook bij de ballingen.

Om daar in de ballingschap bij hen te zijn.

Om Ezechiël als profeet erop uit te sturen, met een boodschap van oordeel voor een opstandig volk – lees hoofdstuk 2.

Hij is de levende God – vrij – trouw – eerlijk – machtig.

Overal dichtbij.

Overal kan Hij met ons mee gaan.

Overal kan de hemel open gaan.

Overal is Hij machtig en indrukwekkend.

Besef je dat?

Jouw papa, de Vader van Jezus Christus; jouw heer en redder, onze grote broer; de Heilige Geest – dat dat deze God is?

4. Wat zou jij gedacht hebben als je dit meemaakte?

Wat zou het bij Ezechiël opgeroepen hebben?

Ik dacht nog wel dat we ver van God waren.

Ik dacht: we zijn te ver weg van Jeruzalem.

Hier hebben de goden van Babel het voor het zeggen.

Maar nu zie ik dat de God van Israël ook hier God is – als enige.

Nu zie ik dat de HEER, onze God, ook hier de hoogste koning is – als enige.

Babel heeft ons verslagen. Maar dat betekent niet dat onze God verslagen is door de goden van Babel. Hoe heb ik dat ooit kunnen denken? De goden van Babel stellen niks voor vergeleken bij deze grote en machtige God. Indrukwekkend, angstaanjagend is Hij.

Hij is koning en Hij regeert alles. Ook deze ballingschap is zijn oordeel.

Zie je dat? Dit is misschien wel de meest indrukwekkende verschijning van God in het OT. God verschijnt zo in de begintijd van de ballingschap.

Op het moment dat de mensen dachten: onze God heeft verloren van de goden van Babel. Hij is overbodig geworden. We kunnen beter overstappen naar een machtiger god.

Denk jij dat wel eens? Ik kan beter overstappen naar een effectievere macht dan dat ik Jezus volg?

Want we leven maar één keer, het leven is kort.

Voor je het weet ben je niet meer jong.

Als je niet oppast verspelen we onze welvaart.

Kijk uit, anders vervluchtigt heel je pensioen.

God doet er heus niks aan. Wat kan ik doen om mijn welvaart veilig te stellen?

Toen stortte de wereld van Ezechiël in.

Misschien staan wij wel aan het begin van de afbraak van onze wereld, het welvarende Europa.

Bij welke God moet je dan zijn?

Juist op dit kruispunt in de geschiedenis verschijnt hier groots en machtig de God van Israël. Hij is de HEER van oost en west, van noord en zuid.

Heel de hemel en alles wat op de aarde is, het is van Hem

Hij is koning.

Hij regeert over Babel en Assur, Hij regeert over Israël en Juda.

Hij regeert over Nederland en Europa, over Amerika en China, over Rusland en India.

En overal heeft hij zijn volgelingen.

In China groeit de kerk – dat zal niet voor niks zijn.

Ook daar in die wereldmacht van de toekomst is een kerk van Jezus Christus, als lichtend licht en zoutend zout.

De HEER regeert!

De HEER regeert!

Dat de aarde juicht!

Dat het volk zich verheugt!

Want Hij regeert!

5. Beatrix regeert ook. Hare majesteit de koningin der Nederlanden. Ze woont in een paleis. Ze rijdt in een gouden koets of in mooie auto’s. Ze draagt dure kleren. Allemaal om te laten zien: dit is de majesteit. Respect graag – hier is de koningin.

Maar als er in het parlement een meerderheid is om haar macht in te perken, dan houdt het allemaal op. Dan kan het allemaal ceremonieel er heel mooi uit zien, bijvoorbeeld op Prinsjesdag. Maar het is een grote poppenkast die verder weinig om het lijf heeft. Ze is een mooi nationaal symbool, maar ook een leeuw zonder tanden. Aan handen en voeten gebonden doordat ze afhankelijk is van het parlement.

Hier in Ezechiël zien we ook een koning. Een koning omgeven door groot ceremonieel. Er klinkt een dreunend geluid als Hij zich beweegt. Er wordt geroepen: de luister van de HEER zij geloofd in zijn woning (3,12). Hij is groot in majesteit en luister.

Hij is heilig – heilig – heilig. Heilig tot de derde macht.

Deze koning is God.

Indrukwekkend.

Een vuur gaat voor hem uit – gloeiend vuur, flitsende bliksem.

Angstwekkend groot zijn de wielen, met de groene kleur van de edelsteen turkoois.

Angstwekkend glinsterend is de hemelkoepel onder zijn troon.

Heilig – goddelijk – is Hij.

De vier wezens bedekken met vleugels zelfs hun lichaam.

Hij zelf glanst als wit goud.

Als de stralende gloed van vuur.

Indrukwekkend is zijn verschijning.

Majesteit, daar hebben we het ook over bij iemand als koningin Beatrix.

Maar hier heb je echt luister en majesteit.

Zijn pracht en praal pakt niemand God af.

Hier zijn geen onverdiende rode lopers.

Geen overtrokken limousines.

Gods luister is echt uitdrukking van zijn macht.

Het vuur dat voor Hem uitgaat,
verteert zijn sterkste vijanden.
De bergen zijn als was
bij ‘t verschijnen van de Heer.

De hemel toont zijn heerlijkheid.
De volken zien zijn grootheid.
Want U, o Heer, bent verheven
boven al wat leeft.

6. Ezechiël ziet deze stralende verschijning van de HEER.

Hij kan niet blijven staan.

Hij haalt niet alleen zijn handen uit zijn zakken.

Hij valt maar niet op zijn knieën

Hij gaat plat op de grond liggen. Zijn gezicht op de grond.

Proef je de eerbied, het diepe ontzag, voor Gods grootheid en luister? Ezechiël is perplex – diep onder de indruk – overdonderd.

Wij hebben nog nooit God zo gezien als Ezechiël.

Hoe staan wij tegenover God? Hoe sta jij tegenover God?

Van de week was ik met deze tekst bezig en toen heb ik het me weer af gevraagd: in hoeverre ben ik nu echt onder de indruk van de grootheid en majesteit van God?

Ik leef in een land waar God niet zo belangrijk lijkt. Wat doet dat met mij?

Wat leeft er in jouw en mijn hart als het om God gaat?

Onverschilligheid? God, dat komt later wel?

Bewondering? God, wat bent u groot en machtig!

Verveling? God, ach, dat heb ik nu wel gehad.

Liefde? God, wat bent u mooi en bijzonder!

Minachting? God, ach laat hem maar praten, ik doe nu even mijn eigen ding?

Toewijding? God, ik ga voor u!

En wat zegt onze houding als we in de kerk zijn, als we bidden, over hoe we God zien?

Als je leert over communicatie, dan leer je ook over lichaamstaal.

Belangrijke les bij communicatie: je lichaamstaal moet kloppen met wat je zegt.

Als dat niet zo is, meen je dan wel wat je zegt?

Hoe is jouw houding als je bidt?
Als je in de kerk zit?

Onderuit gezakt – onverschillig – verveeld?

Of eerbiedig – geknield – met open handen – gericht op God?

Hoe zing je voor God?

Rondom de troon van God wordt geroepen: De luister van de HEER zij geloofd in zijn woning!

Deze God is het waard als wij Hem loven.

Hij is geweldig.

Hij is indrukwekkend.

Hij is heilig.

Hij is God!

Samen God eren – het is ons jaarthema.

Maar Hem eren, dan kun je alleen als je van Hem onder de indruk bent.

Wij eren u – wij loven – wij prijzen u – maar het interesseert ons niks.

Dan eer je God niet.

God eren begint hier: als je onder de indruk wilt raken van deze God.

Als je gaat zien: Hij is GOD.

Als je gaat beseffen wat dat woord betekent – God.

De eerste. Voor mij.
De hoogste. Boven mij.

De machtigste. Veel meer dan ik.

De grootste. Ik ben maar klein.

De laatste. Het einde.

Dat is het begin van samen God eren – de HEER, Hij is God!

ROEI-preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (4)

Liturgie

Voorzang Gez 171,1.2
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 46,3.4
Gebed
Schriftlezing: Ezechiël 1
Zingen Ps 50,2.11
Preek
Zingen LB 457
Wetslezing
Zingen Ps 97,1.2.5
Gebed
Collecte
Zingen LB 444
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

hier vind je op youtube wat filmpjes van mensen die geprobeerd hebben om het visioen van Ezechiël uit te beelden

Preek over Ezechiël 1 – God is God

1. Samen God eren is ons jaarthema. Maar waarom doen we dat? Omdat God onze eer waard is.

Het is mooi om dat te zeggen. God is God – dus Hij is onze eer waard. Best en waar en goed. Dat zijn de woorden en dat zit in ons hoofd. Maar hoe zit het met ons hart?

En bovendien – we leven in een wereld waar God soms ver weg lijkt. Waar niet in God geloven een mogelijkheid is. Ik moest denken aan die reclame van Philadelphia-kaas van al weer bijna 10 jaar geleden: engelen op de wolken. Je ziet engelen in het wit met vleugeltjes. Ze zijn aan het werk in hun kruidentuintje. En dan zegt een ‘engel’: ‘Hier boven weten we ook wat lekker is’. Dan gaat het over Philadelphia-kruidenkaas.

Zo kun je ook God neerzetten als een grappige ouwe man op een troon die verder weinig in te brengen heeft.

God? Ach ja, dat komt nog wel eens.

God, die is er niet.

Of die hebben we gemaakt tot iets onbelangrijks. Er zal wel iets zijn, maar nu interesseert het me niet.

En die sfeer die ademen we in. Die sluit aan bij de zonde in ons hart.

Op de ‘Samen GROEI-en’ heb ik een testje gezet dat ik laatst ook op catechisatie heb gedaan. Hoe zie je God – als bijvoorbeeld

0 Sinterklaas: lever je verlanglijstje in!

0 Alarmnummer 112: alleen voor noodgevallen

0 Tovenaar: hij kan alles, alles komt voor elkaar!

0 Paard voor jouw karretje: jij doet wat jij wilt, God moet je helpen

Enzovoorts.

Als je het daar samen over hebt, dan zie je het: zo snel maken we God kleiner. God op mensenmaat. God zoals Hij ons uitkomt. God, maar dan niet meer zo belangrijk.

Steeds meer bekruipt mij het idee: we kunnen het hier hebben over Jezus, over de Vader, de Zoon en de Geest, over wat de HEER allemaal voor ons doet, over Gods liefde – en dat is belangrijk. Maar in hoeverre besef ik, beseffen jullie dat we het hebben over iemand die GOD is?

Samen God eren, dat betekent ook: tot je door laten dringen dat het hier gaat om GOD. Wat betekent dat? Waarom zouden we iemand eren als God?

Daarom heb ik vanmorgen een gedeelte uit het OT gekozen waar God zichzelf laat zien. Hij verschijnt aan Ezechiël. Indrukwekkend, angstwekkend zelfs.

Met als doel: ontdekken wat het betekent dat God God is. Zo samen meer onder de indruk komen van die God. En dan ook samen God eren.

2. God verschijnt aan Ezechiël. Dat gebeurt niet zo vaak. Van zulke verschijningen staan er een paar in de Bijbel. Ze staan allemaal in het leesrooster op de ‘Samen GROEI-en’.

Elke verschijning zijn er dingen hetzelfde, elke keer zijn er dingen anders. God verschijnt op een manier die past bij de situatie.

Hier verschijnt hij aan Ezechiël. Iemand uit het volk Israël, gedeporteerd naar het land van de Chaldeeën. In ballingschap, ver weg van zijn volk en zijn tempel. Dus ook ver weg van zijn God.

Ja, wat zou Ezechiël gedacht hebben? Daar zitten we dan, gestraft door God? Zou Ezechiël getwijfeld hebben aan de God van Israël? Onder de indruk zijn geweest van wat hij in tempels van Babel gezien had? Die goden van Babel zijn dus machtiger dan onze God?

En dan – het is nog in het begin van de ballingschap. Opeens gaat de hemel open. Hij wordt gegrepen door de hand van de HEER.

Het gaat stormen. Er komen gloeiende wolken aan, vuur, bliksem. En middenin die vurige wolken iets dat glanst.

Vier wezens. Vier wezens die een hemelgewelf dragen. En op dat gewelf een troon. Op die troon zit iets wat lijkt op… op de HEER…

Als Ezechiël dat ziet, dan snapt hij: de HEER is veel machtiger dan de goden van Babel.

Er zijn afbeeldingen teruggevonden uit die tijd. Bijvoorbeeld van een god uit Assur met vier mensenhoofden. Daar lijken de wezens wel wat op met hun vier hoofden. Maar dit zijn geen goden die heersen, dit zijn cherubs die de God van Israël boven hen dienen. En deze cherubs hebben vier gezichten, maar geen mensengezichten. Het zijn vier verschillende gezichten. Voor een mens. Opzij een leeuw en een stier. Achter een adelaar. Uniek en nieuw, onbekend uit afgodentempels.

Er is een afbeelding gevonden van wezens met vier vleugels en de poten van een kalf, net zoals hier. Maar hier hebben ze ook nog die vier gezichten.

Een afbeelding van een god op een troon gedragen door twee dieren. Een tekening van de hemelkoepel gedragen door wezens met twee koppen. De God die hier verschijnt heeft het dubbele van wat normaal is: geen twee, maar vier wezens dragen Hem. Vier wezens die de aarde omspannen, naar de vier windstreken: noord, oost, zuid, west. Vier wezens die de hemelkoepel dragen. En boven die hemelkoepel– de troon van God, de HEER van de aarde.

Alles wat ze in Babel en Assur bedachten, dat zien we hier terug. Alles rond die ene God die alle andere goden overtreft. En hier is het geen plaatje of een beeld, hier is het echt.

Voor ons lijkt het wat raar.

Ezechiël snapt het meteen: hier verschijnt een God die veel groter is dan de goden van Assur en Babel.

3. Bedenk eens wat dat voor Ezechiël betekende. God woonde in Jeruzalem. Daar was de tempel. Ezechiël was ver van die tempel. En dus ver van God. Helaas, we moeten het dus maar zonder Hem zien te rooien.

Nee dus.

Als de hemel open gaat, blijkt: de hemel is overal vlakbij.

God is niet ver weg, God is hier.

Hier en nu kan Hij uit de hemel komen en verschijnen.

Hij is altijd en overal bij ons.

Die goden van Babel en Assur stonden op hun plek. Zonder leven of dynamiek. Misschien waren het grote beelden in indrukwekkende tempels. Maar er was geen beweging in te krijgen. Als je dat wilde, moest je zelf de beelden optillen. Dat kon dan ook: die beelden kon je neerzetten waar jij wilde.

Zo is het niet bij de HEER, de God van Israël.

Je hoeft hem niet op te tillen en mee te nemen, Hij kan zichzelf wel redden. Hij kan zijn troon op de hemelkoepel op angstaanjagend grote wielen zetten. Wielen met wielen erin. Zo laat Hij kan zich vanuit zijn hemels paleis naar ons toe rijden.

Let dan even op hè. Denk jij wel eens: God is overal en Hij gaat overal wel met mij mee?

Zoals een bodyguard overal waar ik wil mee gaat.

Dat je eigenlijk ook denkt: ik bepaal waar ik heen wil, God moet als bodyguard maar mee?

Dus overal waar ik heen ga, daar loopt God achter mij aan? En ik ben de VIP…

Vergeet dat alsjeblieft zo snel mogelijk. Deze God is de levende God. God is veel te groot om in een tempel in Jeruzalem te wonen. En toch koos Hij er voor. Maar Hij is niet afhankelijk van zijn tempel en hij zit er ook niet aan vast. Deze God is overal – overal is de hemel dichtbij. God is vrij. Hij doet wat Hij wil. Hij leeft. Zo komt Hij bij Ezechiël. Omdat Hij er voor kiest. Hij is niet alleen in Jeruzalem, in zijn tempel. Hij is ook bij de ballingen.

Om daar in de ballingschap bij hen te zijn.

Om Ezechiël als profeet erop uit te sturen, met een boodschap van oordeel voor een opstandig volk – lees hoofdstuk 2.

Hij is de levende God – vrij – trouw – eerlijk – machtig.

Overal dichtbij.

Overal kan Hij met ons mee gaan.

Overal kan de hemel open gaan.

Overal is Hij machtig en indrukwekkend.

Besef je dat?

Jouw papa, de Vader van Jezus Christus; jouw heer en redder, onze grote broer; de Heilige Geest – dat dat deze God is?

4. Wat zou jij gedacht hebben als je dit meemaakte?

Wat zou het bij Ezechiël opgeroepen hebben?

Ik dacht nog wel dat we ver van God waren.

Ik dacht: we zijn te ver weg van Jeruzalem.

Hier hebben de goden van Babel het voor het zeggen.

Maar nu zie ik dat de God van Israël ook hier God is – als enige.

Nu zie ik dat de HEER, onze God, ook hier de hoogste koning is – als enige.

Babel heeft ons verslagen. Maar dat betekent niet dat onze God verslagen is door de goden van Babel. Hoe heb ik dat ooit kunnen denken? De goden van Babel stellen niks voor vergeleken bij deze grote en machtige God. Indrukwekkend, angstaanjagend is Hij.

Hij is koning en Hij regeert alles. Ook deze ballingschap is zijn oordeel.

Zie je dat? Dit is misschien wel de meest indrukwekkende verschijning van God in het OT. God verschijnt zo in de begintijd van de ballingschap.

Op het moment dat de mensen dachten: onze God heeft verloren van de goden van Babel. Hij is overbodig geworden. We kunnen beter overstappen naar een machtiger god.

Denk jij dat wel eens? Ik kan beter overstappen naar een effectievere macht dan dat ik Jezus volg?

Want we leven maar één keer, het leven is kort.

Voor je het weet ben je niet meer jong.

Als je niet oppast verspelen we onze welvaart.

Kijk uit, anders vervluchtigt heel je pensioen.

God doet er heus niks aan. Wat kan ik doen om mijn welvaart veilig te stellen?

Toen stortte de wereld van Ezechiël in.

Misschien staan wij wel aan het begin van de afbraak van onze wereld, het welvarende Europa.

Bij welke God moet je dan zijn?

Juist op dit kruispunt in de geschiedenis verschijnt hier groots en machtig de God van Israël. Hij is de HEER van oost en west, van noord en zuid.

Heel de hemel en alles wat op de aarde is, het is van Hem

Hij is koning.

Hij regeert over Babel en Assur, Hij regeert over Israël en Juda.

Hij regeert over Nederland en Europa, over Amerika en China, over Rusland en India.

En overal heeft hij zijn volgelingen.

In China groeit de kerk – dat zal niet voor niks zijn.

Ook daar in die wereldmacht van de toekomst is een kerk van Jezus Christus, als lichtend licht en zoutend zout.

De HEER regeert!

De HEER regeert!

Dat de aarde juicht!

Dat het volk zich verheugt!

Want Hij regeert!

5. Beatrix regeert ook. Hare majesteit de koningin der Nederlanden. Ze woont in een paleis. Ze rijdt in een gouden koets of in mooie auto’s. Ze draagt dure kleren. Allemaal om te laten zien: dit is de majesteit. Respect graag – hier is de koningin.

Maar als er in het parlement een meerderheid is om haar macht in te perken, dan houdt het allemaal op. Dan kan het allemaal ceremonieel er heel mooi uit zien, bijvoorbeeld op Prinsjesdag. Maar het is een grote poppenkast die verder weinig om het lijf heeft. Ze is een mooi nationaal symbool, maar ook een leeuw zonder tanden. Aan handen en voeten gebonden doordat ze afhankelijk is van het parlement.

Hier in Ezechiël zien we ook een koning. Een koning omgeven door groot ceremonieel. Er klinkt een dreunend geluid als Hij zich beweegt. Er wordt geroepen: de luister van de HEER zij geloofd in zijn woning (3,12). Hij is groot in majesteit en luister.

Hij is heilig – heilig – heilig. Heilig tot de derde macht.

Deze koning is God.

Indrukwekkend.

Een vuur gaat voor hem uit – gloeiend vuur, flitsende bliksem.

Angstwekkend groot zijn de wielen, met de groene kleur van de edelsteen turkoois.

Angstwekkend glinsterend is de hemelkoepel onder zijn troon.

Heilig – goddelijk – is Hij.

De vier wezens bedekken met vleugels zelfs hun lichaam.

Hij zelf glanst als wit goud.

Als de stralende gloed van vuur.

Indrukwekkend is zijn verschijning.

Majesteit, daar hebben we het ook over bij iemand als koningin Beatrix.

Maar hier heb je echt luister en majesteit.

Zijn pracht en praal pakt niemand God af.

Hier zijn geen onverdiende rode lopers.

Geen overtrokken limousines.

Gods luister is echt uitdrukking van zijn macht.

Het vuur dat voor Hem uitgaat,
verteert zijn sterkste vijanden.
De bergen zijn als was
bij ‘t verschijnen van de Heer.

De hemel toont zijn heerlijkheid.
De volken zien zijn grootheid.
Want U, o Heer, bent verheven
boven al wat leeft.

6. Ezechiël ziet deze stralende verschijning van de HEER.

Hij kan niet blijven staan.

Hij haalt niet alleen zijn handen uit zijn zakken.

Hij valt maar niet op zijn knieën

Hij gaat plat op de grond liggen. Zijn gezicht op de grond.

Proef je de eerbied, het diepe ontzag, voor Gods grootheid en luister? Ezechiël is perplex – diep onder de indruk – overdonderd.

Wij hebben nog nooit God zo gezien als Ezechiël.

Hoe staan wij tegenover God? Hoe sta jij tegenover God?

Van de week was ik met deze tekst bezig en toen heb ik het me weer af gevraagd: in hoeverre ben ik nu echt onder de indruk van de grootheid en majesteit van God?

Ik leef in een land waar God niet zo belangrijk lijkt. Wat doet dat met mij?

Wat leeft er in jouw en mijn hart als het om God gaat?

Onverschilligheid? God, dat komt later wel?

Bewondering? God, wat bent u groot en machtig!

Verveling? God, ach, dat heb ik nu wel gehad.

Liefde? God, wat bent u mooi en bijzonder!

Minachting? God, ach laat hem maar praten, ik doe nu even mijn eigen ding?

Toewijding? God, ik ga voor u!

En wat zegt onze houding als we in de kerk zijn, als we bidden, over hoe we God zien?

Als je leert over communicatie, dan leer je ook over lichaamstaal.

Belangrijke les bij communicatie: je lichaamstaal moet kloppen met wat je zegt.

Als dat niet zo is, meen je dan wel wat je zegt?

Hoe is jouw houding als je bidt?
Als je in de kerk zit?

Onderuit gezakt – onverschillig – verveeld?

Of eerbiedig – geknield – met open handen – gericht op God?

Hoe zing je voor God?

Rondom de troon van God wordt geroepen: De luister van de HEER zij geloofd in zijn woning!

Deze God is het waard als wij Hem loven.

Hij is geweldig.

Hij is indrukwekkend.

Hij is heilig.

Hij is God!

Samen God eren – het is ons jaarthema.

Maar Hem eren, dan kun je alleen als je van Hem onder de indruk bent.

Wij eren u – wij loven – wij prijzen u – maar het interesseert ons niks.

Dan eer je God niet.

God eren begint hier: als je onder de indruk wilt raken van deze God.

Als je gaat zien: Hij is GOD.

Als je gaat beseffen wat dat woord betekent – God.

De eerste. Voor mij.
De hoogste. Boven mij.

De machtigste. Veel meer dan ik.

De grootste. Ik ben maar klein.

De laatste. Het einde.

Dat is het begin van samen God eren – de HEER, Hij is God!