Hebreeën 11:29 | Geen weg terug

De Israëlieten zijn vrij, maar hebben heimwee naar het slavenleven in Egypte. Bij de Rode Zee bevrijd God hen daarvan, zodat ze écht vrij zijn. Ook ons wil God echt vrij maken: zodat er geen weg terug is naar de slavernij van de zonde.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: E&R-bundel 394 – Maak een vrolijk geluid voor de Heer! Elly en Rikkert
Opwekking 240 – Hosanna, hosanna de Koning komt!
Stil gebed
Votum en Groet
Zingen: Opwekking Kids 46 – Jezus is..
Opwekking Kids 85 – Als ik mijn ogen sluit
Gebed door een kind
Wetslezing: De wet van Mozes uit de ‘KIJKbijbel’
Zingen: GKB Gezang 7 – De Koning van Egypteland
GKB/LvK Psalm 106 : 1, 3 en 4
Bijbelverhaal vertelling: Mozes en de rode zee (n.a.v. Exodus 14)
Zingen: Hoe kwam Mozes door de zee?
Preek over Hebreeën 11:29
Zingen: NLB 168 – Let my people go
Gebed met voorbedepunten uit de zaal
Collecte
Zingen: Sela: Juicht/ Hij is verheerlijkt
Zegen

Geen weg terug

Inleiding
dia 1 – ameland
Wie is er wel eens op Ameland geweest?
En hoe ging je er dan naartoe?
Precies: met de boot natuurlijk.
Je zou ook nog kunnen vliegen,
en soms kun je zelfs over de Waddenzee lopen.
Maar dan moet je wel iemand bij je hebben
die daar verstand van heeft: een gids.
Want anders moet je zwemmen…

dia 2 – auto waddenzee
Is iemand vorige week toevallig
bij de dijk bij Sint Jacobiparochie geweest?
Anders heb je misschien deze foto wel gezien: iemand?
Vorige week stond daar een auto in de Waddenzee.
Die hoort daar dus niet!
Ook al kun je Ameland daar aan de overkant zien liggen,
je kunt er niet met de auto naar toe!

Ik moest natuurlijk direct denken
aan de Farao met al zijn strijdwagens die ook in de zee zijn gestrand.
Dus werd ik nieuwsgierig naar het verhaal achter deze auto.
Laat ik met het goede nieuws beginnen:
de mensen in deze auto konden op tijd wegkomen,
en zijn dus niet zoals de Farao verdronken.

In de auto zaten een paar vrienden die dachten:
‘als je over de Waddenzee kunt lopen,
dan kun je er ook over rijden.’
Zo gezegd, zo gedaan, maar het ging mis: de auto kwam vast te zitten.
De vrienden hebben nog geprobeerd de auto met een andere auto los te trekken,
maar voor ze het wisten werd het vloed.
Ze hebben de auto achtergelaten en zijn naar de kant gerend.
In een interview zegt de eigenaar van de auto:
‘Het was echt heel stom.
Ik heb er veel van geleerd.
De komende tijd moet ik op mijn fiets naar mijn werk.’

dia 3 – Hebreeën 11:29
Je kunt niet zomaar door de zee,
daarover gaat het bijbelverhaal van vandaag.
De Israëlieten zitten in de val:
voor hen een zee waar ze niet doorheen kunnen,
achter hen de Farao met zijn beste soldaten.
Maar dan gebeurt er een wonder!
Dat staat ook in Hebreeën, de brief uit de bijbel waar we deze weken mee bezig zijn.
Hebreeën 11:29:
‘Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land;
toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen.’
Daar gaat het vanmorgen over.

1. Heimwee naar Egypte
dia 4 – woestijnreis
De Israëlieten zijn alweer een paar weken op reis.
Ze gaan van Egypte naar Kanaän,
het land dat zij van God mochten hebben.
Wat waren ze blij toen ze uit Egypte vertrokken!
Dat ellendige Egypte met die gemene Farao…
De Farao had een hekel aan de Israëlieten,
en liet hen heel hard werken, maar betaalde hen niet.
Luisterde je niet naar de Farao,
dan kreeg je met de Egyptische soldaten te maken.
Dat liet je dus wel uit je hoofd!
Maar nu zijn ze vrij!
Nooit meer werken voor Farao,
nooit meer bang voor zijn soldaten.
‘Wij gaan naar Kanaän!’

dia 5 – Sinaï
Vol goede moed gingen ze op reis,
ze liepen zingend de woestijn in.
Maar nu zijn ze door de liedjes heen.
Ze hebben alles al minstens 10 keer gezongen,
en ze zijn nog lang niet in Kanaän.
Het is geen leuke reis: ze gaan dwars door de woestijn.
Het is er warm, stoffig en droog.
Er zit altijd zand tussen je boterhammen
en je benen worden moe van al dat lopen.

Sommige mensen beginnen zich af te vragen:
‘waarom zijn we eigenlijk weggegaan uit Egypte?
Nee, die Farao was niet aardig,
maar verder was het er zo slecht nog niet!
We hadden huizen, we hadden genoeg te eten,
en je wist tenminste waar je aan toe was.
Nu lopen we maar wat door die woestijn.’
Ze beginnen heimwee te krijgen naar Egypte.
Gek he? Het was in Egypte helemaal niet fijn,
maar toch willen ze wel terug.

dia 6 – ingehaald
Maar het wordt nog erger.
Hoor je het al? Ssst…
Daar in verte: het klinkt als paarden.
O nee, kijk dan toch, wat een stofwolk!
Iemand schreeuwt: ‘help, de Egyptenaren!’
Ja hoor, het is het leger van Egypte.
Voor hen ligt de zee, achter hen zijn de Egyptenaren,
ze kunnen geen kant op, ze zitten als ratten in de val.
Iedereen zoekt Mozes:
‘Mozes, waarom heb je ons meegenomen uit Egypte?
Waarom hebben we die praatjes van jou
over dat beloofde land geloofd?
In Egypte hadden we het veel beter.
Waren we er maar nooit aan begonnen!’

Zo kan het gaan.
Eerst zijn de Israëlieten superblij dat ze bevrijd zijn,
maar nu willen ze terug naar het slavenleven daar.
Het klinkt misschien gek, maar dat kunnen wij ook hebben.
Want volgens de bijbel waren wij ook slaven.
Niet van Egypte, maar van de zonde.
Soms wil je je misschien even niets van God aantrekken,
omdat het leven zonder God leuker lijkt.
Je valt terug in oude patronen.
Dan heb je ook een soort heimwee naar Egypte.

2. Geen weg terug
dia 7 – keer om
God wil dat niet.
God heeft de Israëlieten uit Egypte bevrijd,
nu moeten ze geen heimwee krijgen naar Egypte!
Daarom zorgt God ervoor dat er geen weg terug is.

Ja: God zorgt ervoor.
De Israëlieten kunnen geen kant op, ze zitten in de val.
Maar dat is geen domme pech!
God zelf heeft ervoor gezorgd dat ze ingesloten zijn.
God wijst het volk de weg door de woestijn,
maar God neemt wel een vreemde weg.
Ze hadden zo door kunnen lopen naar Kanaän,
maar van God moesten ze omdraaien.
Daardoor staan ze hier klem tussen de Egyptenaren en de zee.

dia 8 – kiezen
Weet God dan niet hoe gevaarlijk die Egyptenaren zijn?!
Waarom doet hij dit?
Omdat hij de Israëlieten van hun heimwee af wil helpen!
Nu kunnen ze kiezen.
Geven ze zich over aan de Egyptenaren?
Dan worden ze weer slaven, net als vroeger.
De Egyptenaren zijn wel boos op hen,
en misschien moeten ze nog harder werken dan eerst,
maar de Egyptenaren zullen hen niet vermoorden:
levend zijn ze veel nuttiger!
Of geven ze zich over aan God?
Vertrouwen ze God als hij zegt dat ze door de zee moeten lopen
en dat ze dan niet zullen verdrinken?

Israël kiest. Voor God.
In Hebreeën staat het heel stoer:
‘door het geloof trokken ze door de Rode Zee.’
Maar de Israëlieten klagen vooral!
Zo stoer en dapper waren ze niet.
Maar ze gaan wel!
Met z’n allen lopen ze naar de zee.
Ze zijn bang dat ze zullen verdrinken,
ze moeten maar hopen dat God daar iets aan zal doen,
maar ze gaan wel!
Dát is geloven.

dia 9 – doortocht
En dán komt God in actie!
Het is een spectaculaire redding!
De wolk van God schuift tussen de Israëlieten en de Egyptenaren.
Het is nacht, maar voor de Israëlieten geeft de wolk licht.
Bij de Egyptenaren wordt het juist nog donkerder dan een normale nacht.
En als Mozes zijn stok boven de zee houdt, laat God het hard waaien.
Zo hard dat er een pad door de zee komt.
‘Kom met me mee’ roept Mozes, en daar gaan de Israëlieten.
Eerst kijken ze nog bang om zich heen,
naar het water dat door de wind wordt tegengehouden.
Wat als het stopt met waaien?
Maar het stopt niet en ze lopen naar de overkant, allemaal!

dia 10 – Egyptenaren
De Egyptenaren denken: dat kunnen wij ook!
Zij zijn nergens bang voor,
en rijden met hun wagens de zee in, de Israëlieten achterna.
Maar al snel komen ze vast te zitten, net als die auto in de Waddenzee.
Het wordt nog erger: de wind gaat liggen en het water komt terug.
Nu zitten de Egyptenaren in de val.
Ze kunnen geen kant op en verdrinken.

Nu is Israël écht vrij!
Israël heeft nu heel duidelijk voor God gekozen,
ze hebben Egypte nu echt losgelaten,
en God heeft met de Egyptenaren afgerekend.
Nu is er geen weg terug naar Egypte.
Nu kunnen ze echt op weg naar het beloofde land.

dia 11 – Pasen
Over 2 weken is het Pasen.
Dit bijbelverhaal lijkt daar misschien niet zoveel mee te maken te hebben.
Maar schijn bedriegt!
Dit verhaal gaat over echte vrijheid,
en dat is precies waar Pasen ook over gaat!
De Israëlieten worden gered terwijl dat onmogelijk leek. Jezus ook!
Toen Jezus werd gekruisigd, leek alles verloren.
Dit kon gewoon niet meer goed komen.
Het leek ook niet meer goed te komen, want Jezus stierf.
Tóch kwam het goed, toen niemand het nog durfde te geloven:
Jezus stond op uit de dood!
De Israëlieten ontsnappen door de Rode Zee,
Jezus ontsnapt door de dood heen.
Daardoor is er geen weg meer terug:
Jezus heeft afgerekend met de dood en met de duivel.
Zodat jij écht vrij kunt zijn!

3. Kies voor Jezus!
dia 12 – vertrouwen
In Hebreeën 11 gaat het niet alleen over de Israëlieten
die door de Rode Zee heen trekken:
het gaat over allemaal mensen die geloven.
Al die mensen, zegt Hebreeën,
de Israëlieten bij de Rode Zee ook, zijn voor ons een voorbeeld.
Ze zeggen allemaal: kies voor God, kies voor Jezus!
Durf jij dat?
Durf je te kiezen voor iets wat je niet ziet?
Want God kun je niet zien.
Je moet er maar op vertrouwen dat hij doet wat hij zegt.

Hebreeën zegt: doe dat!
Je kúnt God vertrouwen.
Hij heeft Israël gered van de Egyptenaren,
dwars door die zee heen!
Hij heeft Jezus zelfs door de dood heen gered!
God weet heel goed wat hij doet – vertrouw hem maar!

dia 13 – bij Jezus horen
Het verschil tussen Farao en onze vijand, de duivel,
is dat de duivel niet verdronken is.
Hij probeert je nog altijd te verleiden.
Probeert je weer slaaf te maken van de zonde.
Hij zegt tegen je dat je dom bent.
Of dat je lelijk bent.
Dat je nergens goed voor bent.
Of dat je te slecht bent voor God.
Geloof hem niet, trek je niets van hem aan!
Als jij bij Jezus hoort, heeft de duivel niets over je te zeggen.

Als je in Jezus gelooft, gaat God met je bezig.
Hij wil je helemaal vrij maken van de duivel,
zodat je nooit meer heimwee zult hebben naar de zonde.
Misschien brengt hij je in moeilijke situaties, net als Israël,
waar je keuzes moet maken zodat je geloof kan groeien.
Maar hoe moeilijk het ook wordt:
als God met je bezig is, is er geen weg terug!
Dan hoor je bij Jezus,
en kan niets of niemand de vrijheid van je afpakken,
zelfs de dood niet!
Dan is er geen weg meer terug,
want Jezus zegt: jij hoort bij mij!
Amen.




Leerdienst | Avondmaal: het (L/l)even vieren

Kun je het avondmaal vergelijken met 4 mei of met 5 mei? Is het een sombere maaltijd, of juist een feestmaaltijd? Een sleutelwoord is ‘gedenken’: we worden er zelf bij gehaald. We vieren dat Christus ons verleden, heden en toekomst is! In een doodse wereld vieren we het leven.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 502
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 121 : 1, 8 en 9
Gebed
Lezen: Exodus 13 : 3 – 10
Lezen: 1 Korintiërs 10 : 16 – 17 en 11 : 23 – 26
Lezen: HC Zondag 28 v/a 75
Zingen: GKB Psalm 116 : 7, 8 en 10
Preek
Zingen: GKB Gezang 179a (geloofsbelijdenis, beurtzang)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Psalm 118 : 6, 8 en 9 (GKB=LvK)
Zegen

Avondmaal: het (L/l)even vieren

Introductie
Vorige week begonnen we een spannende ontdekkingsreis
in de wereld van het avondmaal.
Ja, ik blijf het maar even zo noemen: een spannende ontdekkingsreis.
Vorige week ging het over het belang van het avondmaal:
wat zouden we missen als we het niet meer zouden vieren?
We kwamen uit bij dat Christus niet alleen in woorden met ons omgaat,
maar ook in de ervaring van het avondmaal.

Ik wilde jullie graag prikkelen, uitdagen en laten delen
in mijn nieuw ontdekte enthousiasme voor het avondmaal:
het is zó mooi dat ik het elke week zou willen vieren!
Maar er zijn nog wel wat open eindjes.
Geeft niets, daarom nemen we ook 3 diensten de tijd.
Eén van die open eindjes is of avondmaal wel zo’n feest is.
Daar gaan we vandaag mee bezig: de inhoud van het avondmaal.
Waar gaat het eigenlijk over, hoe beleef je het?

Laten we de bijbel en belijdenis er eerst op naslaan.
Eerst Exodus 13:3–10, over de instelling van het Pesachmaal,
de voorloper van het avondmaal.
Dan uit 1 Korintiërs, 10:15-16 en 11:23-26.
Ten slotte de catechismus, Zondag 28 vraag en antwoord 75.

Inleiding
dia 1 – vraag: waar past het avondmaal beter, op Goede Vrijdag of op Pasen?
Net als vorige week, begin ik met een vraag aan jullie:
wanneer past het beter om het avondmaal te vieren,
op Goede Vrijdag of op Paaszondag?
Witte Donderdag laten we voor het gemak even buiten beschouwing.
Goede Vrijdag of Pasen, waar past het avondmaal beter?
Allebei kan ook, maar waarschijnlijk heb je wel een voorkeur.
Denk er even over na, overleg met elkaar,
en dan gaan we zo kijken wat eruit komt.

Op het eerste gezicht lijkt het misschien niet zo’n spannende vraag:
Goede Vrijdag of Pasen.
Wanneer je het avondmaal viert, is ook maar een vorm.
Maar wel een vorm waar iets achter zit.
Je voorkeur voor één van beide
kan heel goed iets zeggen over hoe je het avondmaal beleeft.
Bij Goede Vrijdag past stilstaan bij het lijden en sterven van Jezus
met daarbij ook het besef van onze zonden.
Met Pasen krijg je een andere beleving:
het avondmaal als maaltijd om je verlossing te vieren.

dia 2 – 4 mei
Je zou het kunnen vergelijken met 4 en 5 mei.
Op beide dagen staan we stil bij de bevrijding van Nederland,
maar beide dagen hebben ook een heel eigen beleving.
4 Mei is plechtig en ingetogen.
Met een kranslegging, toespraken en 2 minuten stilte.
Het hele land ligt even stil.
Ter nagedachtenis aan hen die gesneuveld zijn in de strijd voor vrijheid.
Het is een echte herdenkingsbijeenkomst, een moment van bezinning.
Op 4 mei gaat het om de prijs van vrijheid.

dia 3 – 5 mei
5 Mei is totaal anders.
Dan vieren we dat we vrij zijn, en dan mag het ook echt feest zijn.
Met bevrijdingsfestivals, optochten, rommelmarkten, de vlag in de top.
De ingetogen sfeer van 4 mei
maakt plaats voor een uitbundig feest van de vrijheid.
Nu gaat het niet om de prijs, maar om het resultaat.

dia 4 – Avondmaal: het (L/l)even vieren
Moet je avondmaal nu vergelijken met 4 mei of met 5 mei?
Gaat het om de prijs, Goede Vrijdag, of het resultaat, Pasen?
In de OnderWeg, een kerkelijk opinieblad, las ik dit over een gemeente:
‘tot vorig jaar vierden we in onze gemeente in de dienst op Goede Vrijdag het avondmaal.
Dit jaar is voor de paasmorgen gekozen,
omdat het brood en de wijn ons verbinden met de opgestane Heer.
En iedereen die persoonlijk aan hem verbonden is,
heeft hij aan elkaar verbonden om samen te leven in de christelijke gemeente.’
Daarmee hebben we de kern van vandaag ook wel ongeveer te pakken.
Met avondmaal vieren we het leven,
het Leven met een hoofdletter en het leven met een kleine letter.
Waar ik jullie graag op ontdekkingsreis in mee wil nemen
is dat het avondmaal een feestelijke maaltijd is,
die met Goede Vrijdag gevierd kan worden, maar zeker óók met Pasen.

Gedenken: wat is dat?
dia 5 – gedenken: wat is dat?
Jezus zegt: ‘doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’
Gedenken: dat is een belangrijk woord voor dit onderwerp.
Wat is gedenken?

dia 6 – herdenken: herinnering aan de prijs
Voordat ik aan de diensten over het avondmaal begon,
heb ik jullie via het kerkblad en facebook gevraagd mee te denken.
Iemand stelde de vraag: vieren we het avondmaal niet te somber?
Dat herken ik.
We zeggen altijd wel dat we het avondmaal vieren,
misschien beleef je het van binnen ook wel als een feest,
maar van buiten ziet het er niet heel feestelijk uit.
We kijken strak voor ons uit, misschien in gedachten verzonken,
en op de begeleidende orgelmuziek na is het stil.
Jongeren merken dat ook op: dat het er somber aan toegaat.
Het wekt meestal niet het verlangen zelf ook mee te doen.
Ik geef nu een paar jaar belijdeniscatechisatie,
maar op de vraag waarom je belijdenis zou willen doen,
hoor ik niet vaak het avondmaal als antwoord.

Misschien klopt die waarneming wel:
beleven we het avondmaal niet als feest.
Dat heeft alles te maken met hoe we ‘gedenken’ opvatten.
Van ‘gedenken’ maken we namelijk heel snel ‘herdenken’.
Daarmee kom je in die 4-mei-sfeer, die inderdaad niet feestelijk is.
Avondmaal is dan terugdenken aan wat er op Goede Vrijdag gebeurde,
het wordt volledig aan het lijden van Jezus verbonden.
We worden herinnerd aan wat Jezus voor ons gedaan heeft,
aan zijn lijden en sterven, de hoge prijs voor onze zonden.
Jezus is voor mijn zonden gestorven,
dat is wat je aan het avondmaal herdenkt, waar je over nadenkt,
en dat is natuurlijk niet feestelijk!
Ik las ergens: ‘we lopen het gevaar Jezus’ dood los van zijn opstanding te zien,
dan krijgen we een beklemmende maaltijd die ons op onszelf terugwerpt.’

In de bijbel krijg je dat beeld niet.
Daar zie je geen sombere avondmaalsbeleving.
Ook het besef van zonde
speelt in de avondmaalsvieringen in de bijbel nauwelijks een rol.
Het wordt gevierd, zie Handelingen 2, in een geest van eenvoud en vreugde.
Het avondmaal is er niet om ons een schuldgevoel aan te praten:
het is een maaltijd van hoop en vreugde!

dia 7 – gedenken: je doet mee in het resultaat
Gedenken is echt iets anders dan herdenken.
Dat zie je bijvoorbeeld in Exodus 13.
De Israëlieten zijn jarenlang slaven geweest in Egypte, maar God heeft hen bevrijd.
Die bevrijding moeten ze elk jaar vieren.
God geeft Mozes aanwijzingen om dat te blijven doen,
ook als de Israëlieten in het beloofde land zijn aangekomen.
Dan gaat het dus om een heel nieuwe generatie.
De Israëlieten die de bevrijding uit Egypte zelf niet hebben meegemaakt,
vieren het feest van het ongedesemde brood,
en leggen dat aan hun kinderen zo uit, vers 8:
‘zo gedenk ik wat de Heer voor mij heeft gedaan toen ik wegtrok uit Egypte.’
Huh?! Hoezo ‘toen ik wegtrok uit Egypte?’
Dat hadden ze toch niet zelf meegemaakt?
Maar dát is dus precies wat gedenken is:
je maakt het je eigen, je bent even bij die uittocht uit Egypte.

Bij het avondmaal komt dat gedenken terug:
we eten het brood en drinken de wijn tot Christus’ gedachtenis.
Bij het avondmaal denk je niet terug aan iets van vroeger,
je wordt erbij gehaald: verleden, heden en toekomst schuiven in elkaar.
Je maakt je Jezus Christus eigen, het wordt persoonlijk, het gaat om jouw bevrijding.
En dat gedenken is dan niet iets wat zich allemaal in je gedachten moet afspelen:
het brood eten en de wijn drinken is al gedenken,
waar we niet alleen in gedachten maar ook in werkelijkheid aan Christus worden verbonden.
Gedenken is dat jij meedoet, dat jij erbij bent!

Het (L/l)even vieren
dia 8 – het (L/l)even vieren
De volgende vraag is dan natuurlijk: waar ben je bij?
Wát gedenken we dan met het avondmaal?
Samengevat zou ik het zo zeggen: we vieren het leven.
Het leven dat Christus geeft, en Christus die het leven is.
Paulus zegt dat we één worden gemaakt met Christus’ lichaam en bloed:
wij krijgen deel aan hem.
We gedenken en vieren dat we het niet van onszelf verwachten,
maar van Christus die alles voor ons gedaan heeft.

dia 9 – Christus gedenken: die was – God heeft mij bevrijd
Daar zitten verschillende kanten aan.
Ik verdeel het vanmiddag in drieën:
we gedenken Christus, die was, die is en die komen zal.
Eerst Christus die was.
Met het avondmaal worden we meegenomen in wat Jezus voor ons gedaan heeft.
We zitten als het ware met Jezus’ leerlingen aan tafel
als Jezus het avondmaal instelt.
We worden meegenomen naar het kruis, waar Jezus zijn lichaam en bloed geeft.
We horen zijn stem: ‘het is volbracht’.
We beseffen, zoals de catechismus zegt, ‘het is voor mij’.
Jezus geeft zichzelf, om vrede te sluiten tussen God en ons,
om ons vrij te maken van de macht van het kwaad.
Aan het avondmaal zien we de prijs,
is er het verdriet dat Jezus zo moest sterven,
maar is het niet de bedoeling dat we bij dat verdriet blijven hangen.
Jezus heeft zijn leven niet gegeven om ons aan te klagen,
maar om ons de vrijheid te brengen.
We gedenken Christus die was: God heeft mij bevrijd.

dia 10 – die is – we zijn één met Christus
Aan het avondmaal gedenken we ook wie Christus ís.
We mogen de eenheid met Christus vieren: hij is onze Heer, wij zijn van hem!
Ook de catechismus kijkt verder dan alleen het lijden en sterven van Jezus:
‘ hij voedt en verkwikt mijn ziel’ – dat is wat hij vandaag doet!
We zijn verbonden met de levende Christus:
met hem opgestaan in een nieuw leven.

Over de beker zegt Jezus:
‘deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.’
Het avondmaal is een verbondsmaaltijd,
een maaltijd die een dikke streep zet onder de relatie tussen God en ons.
Samen eten is samen leven.
Als in onze tijd belangrijke afspraken worden gemaakt,
dan gaat dat met een handtekening, en is er daarna een maaltijd.
Met verdragen tussen landen, maar ook bij een huwelijk.
In de tijd van de bijbel ging dat anders: de maaltijd wás de handtekening.
Ik werd deze week gewezen op Genesis 14,
de geschiedenis van Abram en Melchisedek.
Abram en Melchisedek worden bondgenoten,
en dan laat Melchisedek brood en wijn brengen.
Als later God een verbond met Israël sluit,
wordt dat ook met een maaltijd bekrachtigd.
In Exodus 24:11 staat dat de leiders van de Israëlieten God zagen, aten en dronken.
Zo is het avondmaal de maaltijd van het nieuwe verbond,
elk avondmaal weer wordt daar een dikke streep onder gezet.
We gedenken Christus die is: we zijn één met Christus!

dia 11 – die komen zal – we leven al een beetje in de toekomst
Dan Christus die komen zal.
Gedenken is niet alleen achteruit kijken, ook vooruit.
Het avondmaal is een maaltijd voor onderweg, zoals Paulus zegt: ‘totdat hij komt’.
We zijn onderweg naar de bruiloft van het Lam.
Maar wat lijkt dat ver weg, iets voor een verre toekomst!
Met die toekomst ben ik vaak helemaal niet zo bezig,
alsof het leven hier en nu alles is.
Aan het avondmaal worden bij onze hoop bepaald.
Het avondmaal is er een voorproefje van.
Vergelijk het maar met een aperitiefje voor een maaltijd:
je wordt alvast warm gemaakt voor het diner.
Zo wekt het avondmaal ons verlangen naar Gods koninkrijk.
Het helpt ons om anders naar de wereld te kijken,
om te beseffen dat Jezus Christus Heer is.
Dat is hij vandaag al, zijn koninkrijk is onder ons, en tegelijk moet het nog komen.
Midden in die spanning,
in het leven, met alle twijfel, moeite en verdriet, kijken we vooruit.
We gedenken Christus: we leven al een beetje in de toekomst.

Praktijk: mee met kerkelijk jaar
dia 12 – praktijk: mee met kerkelijk jaar
Wat ik met dit hele verhaal wil aangeven,
is dat het avondmaal heel veel verschillende kanten heeft.
Maar elke kant is uiteindelijk een feest: we vieren het leven.
Vorige week had ik het over een wekelijks avondmaal.
Daar moet je dit verhaal wel in meenemen:
als avondmaal herdenken is, dan is elke week veel te vaak!
Dat wordt te zwaar, dat kun je niet meer meemaken.
Maar als avondmaal gedenken is, we het leven vieren,
dan wordt het een ander verhaal!
Natuurlijk kun je niet al die verschillende kanten elke viering meemaken.
Maar dan kun je bijvoorbeeld met het kerkelijk jaar meegaan:
in de lijdenstijd focus je meer op het lijden van Jezus, waarmee hij ons vrij maakt,
op Goede Vrijdag met een sfeer van verstilling en bezinning, dan mag het 4 mei zijn,
met Pasen en daarna juist uitbundig, met de focus op de Levende,
en in de adventstijd focus je op het verlangen naar de wederkomst.

Eén met elkaar
dia 13 – Christus is niet los verkrijgbaar
Als we het leven vieren, dan hoort daar nog iets bij:
je kunt het niet alleen vieren, het is altijd met elkaar!
Paulus zegt: ‘omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam.’
Als we aan het avondmaal één worden gemaakt met Christus,
dan ook met elkaar: Christus is niet los verkrijgbaar!
Paulus gebruikt het woord ‘lichaam’ op verschillende manieren:
aan de ene kant heeft hij het over het lichaam van Christus, wie Christus is,
aan de andere kant gebruikt hij dat woord ook voor de gemeente van Christus.
Deel hebben aan Christus en deel hebben aan de gemeente:
het loopt bij Paulus door elkaar heen.

dia 14 – in de gemeenschap begint het nieuwe leven
Het avondmaal vier je niet alleen.
Het is een maaltijd samen met je broers en zussen in Christus.
Aan de maaltijd worden we aan elkaar gegeven.
In Korinte is dat zelfs de grote vraag: of ze dat wel willen.
De rijke gemeenteleden hebben het goed met elkaar,
en houden de minder goed bedeelde gemeenteleden op afstand.
Paulus zegt dan: je maakt je schuldig tegenover het lichaam van Christus!
En dan komt hij met het eerst jezelf toetsen,
wat dus vooral om die vraag gaat: willen we samen één zijn?
Als dat zo is, als we een gemeenschap zijn, elkaar liefhebben,
dan wordt het leven dat we vieren, het nieuwe leven, het leven van het koninkrijk,
al een stukje werkelijkheid!

Juist als we het avondmaal niet alleen aan Goede Vrijdag verbinden,
is er ook ruimte om elkaar te zien staan.
Bij het herdenken is het toch vaak ieder voor zich met zijn eigen gedachten,
net zoals je op 4 mei elkaar misschien nog met een knikje begroet,
maar geen uitgebreid gesprek begint.
Maar als we het leven vieren, dan zijn we niet alleen met onze gedachten,
dan komen we elkaar tegen!

Praktijk: eenheid benadrukken
dia 15 – praktijk: eenheid benadrukken
Tijd voor wat praktijk.
Avondmaal kun je op allerlei manieren vieren,
en er zijn ook vormen die de eenheid extra benadrukken,
en het direct wat feestelijker maken.
Overigens blijft het avondmaal ook altijd iets eenvoudigs houden,
al was het maar omdat het met brood en wijn is, niet met gebak en champagne.
Hoe je het ook viert, het avondmaal blijft een heilig moment.
Ik noem maar gewoon wat vormen die er bij passen.

dia 16 – collecte
Wat we al hebben, dat is de avondmaalscollecte.
De gedachte daarachter is dat als we aan elkaar gegeven zijn,
dat we dan ook voor elkaar zorgen.
Het is dus niet zomaar een gegroeid ritueeltje om de begroting op orde te houden!
Het gaat erom dat niemand tekort komt, en dat dat onze gezamenlijke verantwoordelijkheid is!
Trouwens, die verantwoordelijkheid kun je natuurlijk niet afkopen met een collecte:
het avondmaal vraagt ons onze verantwoordelijkheid te nemen.

dia 17 – handdruk
Iets anders: in sommige kerken is het de gewoonte
elkaar bij het avondmaal de vrede van Christus toe te wensen.
De CGK had die gewoonte, de GKv niet,
maar als je elkaar de hand drukt en vrede toewenst,
dan ben je je er al veel meer van bewust dat we het avondmaal samen vieren.
Bovendien gaat er ook wat spanning vanaf.
Begroeten met de heilige kus, zoals Paulus ergens schrijft,
zou ook mogen, maar geeft denk ik weer nieuwe spanning…

dia 18 – brood
Dan het brood.
Als we avondmaal vieren zeg ik het regelmatig:
‘omdat het één brood is…’
Ondertussen ligt er niet een brood, maar repen en stukjes brood.
Dat kan ook anders: we hoeven het avondmaal niet met Casino-wit zonder korst te vieren!
Je kunt ook een homp brood gebruiken, waar de stukken worden afgescheurd.
En de wijn, dat mag ook druivensap zijn: dat is een kwestie van rekening houden met elkaar.

dia 19 – maaltijd
Als je samen eet, geeft dat verbondenheid.
Oorspronkelijk was het avondmaal deel van een maaltijd.
Tijdens een gezamenlijke maaltijd was er een moment
waarop het brood werd gebroken en de wijn geschonken.
Bij ons is het meer een ritueel in een kerkdienst geworden,
maar dat zou ook best anders kunnen.
Door bijvoorbeeld na een avondmaalsdienst een gezamenlijke maaltijd te organiseren.
Of, nog een stapje verder, door het avondmaal in de kring te vieren.
Dan moet je wel goed nadenken hoe je dat gaat doen,
ook over wat de plek van ambtsdragers is,
maar principieel is er niet zoveel tegen.
Avondmaal met je vrienden of familie is wat mij betreft een ander verhaal:
dan ga je zelf kiezen met wie je het wilt vieren,
terwijl we in de kerk juist aan elkaar gegeven zijn.

Hoopvol contrast
dia 11 – Avondmaal: een hoopvol contrast
Waar het om gaat: het avondmaal is vol hoop – Christus is ons leven@
En dan is het ook een statement, een contrast met de wereld.
Daar wil ik mee afsluiten.

Ik heb zelf in verschillende kerken avondmaal gevierd,
maar de meeste indruk maakte een viering in Straatsburg, Frankrijk.
We waren daar met een groep theologiestudenten,
en op zondag gingen we naar de kerk, een kerk door Johannes Calvijn gesticht.
We kwamen erachter dat het avondmaal werd gevierd,
en vroegen of we mee mochten doen.
Ze begrepen de vraag niet eens: natuurlijk mocht dat.
We gingen in een grote kring staan, langs de buitenrand van de kerkzaal.
We keken elkaar in de ogen, gaven elkaar een hand
en baden hardop het ‘notre pêre’.
Er ging een homp brood rond.
We braken er een stuk vanaf, niet om zelf te eten,
maar om uit te delen aan degene naast je.
Hier gebeurde iets.
Natuurlijk, in het buitenland ben je extra gevoelig voor dit soort dingen, maar toch!
Ik werd getroffen door het diepe en feestelijke besef
dat wij ergens anders voor leven.
Juist in Frankrijk is de kerk ver in de marge gedrukt, nog meer dan in Nederland.
Daar stonden we, in de kring, vonden elkaar in Christus.

Het avondmaal is een statement.
Paulus heeft het over verkondigen.
Aan het avondmaal vieren we de eenheid met Christus en elkaar,
tegenover een wereld vol machten die ons willen beheersen.
We vieren het avondmaal, we gedenken Christus, tegen de stroom in:
we verwachten het van hem, we hebben oog voor zijn werkelijkheid,
en kijken daarom anders naar de wereld.
Wij leven van de hoop, dat houdt ons op de been!
Zo mogen we avondmaal vieren:
als de hoopvolle maaltijd van een gemeenschap
die midden in een doodse wereld het leven heeft gevonden.
Amen.




Psalm 19:2 | Verlangen naar meer: schoonheid

Je kunt onder de indruk zijn van wat mooi is: natuurschoon, kunst, design, enz. Maar wat mooi is, staat niet op zichzelf: het wijs naar boven, naar Gods schitterende heerlijkheid. Bij hem wordt ons verlangen naar schoonheid vervuld.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 672 : 1, 2 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 29 : 1, 2 en 4
Gebed
Lezen: Exodus 33 : 18 – 23 en 34 : 29 – 35 en Psalm 19 : 1 – 15
Zingen: GKB Gezang 148
Preek over Psalm 19 : 2
Zingen: Opwekking 709
Leefregels
Zingen: GKB Psalm 119 : 64 en 65
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Gezang 479 : 1, 3 en 4
Zegen

Verlangen naar meer: schoonheid

Introductie serie
Is er meer?
Meer dan het leven dat we zo goed kennen?
In ieder geval verlangen we ernaar.
Ik geloof dat we niet zomaar verlangen,
maar dat onze verlangens wijzen naar iets dat groter is dan wij,
dat we in onze verlangens God kunnen ontmoeten.
In deze weken staan we bij een paar van die verlangens stil.
Bij geluk, schoonheid, recht, seksualiteit en spiritualiteit.
Vandaag het verlangen naar schoonheid.
We lezen eerst over Mozes, die een ontmoeting met God heeft:
Exodus 33 : 18 – 23 en 34 : 29 – 35.
Daarna lezen we Psalm 19.

Inleiding
dia 1 – zwart
Smaken verschillen.
Als jij iets heel erg mooi vind,
kan het best zo zijn dat iemand anders er niets mee heeft,
of het zelfs lelijk vindt.
Maar er zijn dingen die iedereen mooi vindt.
Watervallen bijvoorbeeld.
Ik ken in ieder geval niemand die watervallen lelijk vindt.

dia 2 – waterval
Op onze vakantie kwamen we deze waterval tegen.
Is het geen schoonheid?
Naar zo’n waterval kan ik uren staren.
En altijd weer vraag ik me af:
waar komt al dat water toch vandaan?
Elke minuut gaan er duizenden liters naar beneden.
Voor zoveel water moet je de kraan thuis heel lang aan laten staan.
En toch komt er geen einde aan.
De waterval gaat aan het einde van de dag niet even uit,
om de volgende ochtend weer te worden opgestart.
Hij stroomt 24 uur per dag, 365 dagen per jaar, jaar in, jaar uit.

Die waterval is echt mooi.
De foto daarentegen…
Ja, ik het mag het zeggen, ik heb hem zelf gemaakt.
Iemand die veel van fotografie weet,
kan deze waterval vast mooier op de foto krijgen.
Maar daar gaat het mij niet eens om:
ik vind foto’s van watervallen gewoon niet mooi.

Zo’n foto kan niet tippen aan de waterval zelf.
Op een foto zie je het water niet bewegen.
Je hoort het water niet naar beneden storten.
Je voelt de kou niet van elke stap die je dichter bij de waterval zet.
En je ruikt de zware vochtige lucht niet.
Zo’n foto is maar een slap aftreksel van een waterval.

En het stomme:
dan ben ik zo druk bezig om die waterval goed op de foto te krijgen,
om de beste plek te vinden om een foto te maken,
om de foto niet te licht te maken, maar ook niet te donker,
om nog wat met de sluitertijd te spelen, zodat het lijkt alsof het water beweegt,
met al die dingen ben ik zo druk
dat ik vergeet om van de waterval te genieten.
Om gewoon te staren en even helemaal in die waterval op te gaan.

dia 3 – verlangen naar meer: schoonheid
Een waterval is prachtig,
maar je kunt hem niet meenemen.
Je geniet even, en dan moet je weer verder.
Je zou het moment willen vasthouden, maar het kan niet.
Dat is verlangen naar schoonheid.

1. Schoonheid vertelt een verhaal
dia 4 – schoonheid vertelt een verhaal
Psalm 19 heeft het over die schoonheid.
David, hij heeft Psalm 19 geschreven,
kijkt naar de natuur en ziet hoe mooi het is.
Maar mooie dingen zijn niet alleen mooi:
volgens Psalm 19 vertellen ze een verhaal.

dia 5 – schoonheid kan overweldigend zijn
Ik zei al: smaken verschillen.
Maar iedereen kan wel iets bedenken wat je echt heel mooi vindt.
Voor de een zijn het de hoge bergen,
voor de ander is het de uitgestrekte zee.
De een ziet de pracht van elk bloemetje,
terwijl een ander veel meer onder de indruk is van de sterrenhemel.
Of iets heel anders:
de een geniet van schilderijen,
terwijl de ander helemaal wegdroomt bij muziek.
Of je houdt van mooie huizen, mooie kleren of mooie auto’s.
We vinden verschillende dingen mooi,
maar iedereen kent wel het gevoel
dat iets overweldigend mooi is.
Schoonheid roept diepe bewondering op.

In Psalm 19 gaat het vooral over de schoonheid van de hemel:
over een blauwe lucht en dreigende wolken,
en over alles wat daar achter ligt:
zon, maan, sterren, planeten, het heelal.
Maar wat Psalm 19 daarover zegt,
kun je zeggen van alles wat mooi is,
wat dat diepe gevoel van bewondering oproept.

dia 6 – verlangen naar schoonheid
We houden van wat mooi is.
In een mooie omgeving voel je je op je gemakt,
daar kom je tot rust.
Als je aan de waddendijk naar een zonsondergang kijkt.
Maar ook als je thuis komt in een mooi ingericht huis.
Zelf willen we ook graag mooi zijn.
En als je iets moois ziet, wil je het graag delen:
‘moet je zien, daar zwemt een zeehondje!’

Maar hoe mooi het allemaal ook is,
het roept ook altijd een verlangen naar meer op.
Voor je er erg in hebt, is de zonsondergang voorbij,
opeens voel je dat je het koud hebt.
Of het muziekstuk, waar je wel in zou willen leven, is afgelopen,
en alle achtergrondherrie komt weer binnen.
Je kunt het moment niet vasthouden.

Of neem die hemel uit Psalm 19.
Wat hebben we daar weinig van gezien.
Mooie dingen wil je graag van dichtbij bekijken,
maar het is gewoon te ver.
Zelfs als je wel eens hebt gevlogen,
of zelfs een raketvlucht hebt gedaan, maar dat zal wel niet,
dan gaat er wel een nieuwe wereld voor je open,
maar dan nog zie je vooral heel veel wat onbereikbaar is.
Onontdekte schoonheid.

dia 7 – schoonheid wijst verder
Psalm 19 zegt: de hemel vertelt een verhaal.
Schoonheid staat niet op zichzelf,
het is niet gewoon mooi dat het mooi is.
Schoonheid wijst boven zichzelf uit.
En het zijn echt niet alleen christenen die dat zeggen.
Ik zag deze week een interview met Roger Scruton,
die naam mag je weer vergeten, die had ik tot deze week ook nog nooit gehoord,
maar hij is een filosoof die geen christen is.
Hij zegt: ‘schoonheid is onderdeel van een hogere wereld,
een glimp van het goddelijke.’
Schoonheid vertelt een verhaal.

2. God is schitterend
dia 8 – God is schitterend
De vraag is dan natuurlijk wélk verhaal schoonheid vertelt.
Het christelijke antwoord is: schoonheid vertelt het verhaal van God!
Alles wat je mooi vindt vertelt jou iets over God,
want God zelf is mooi, hij is schitterend!

dia 9 – schoonheid wijst naar God
De hemel vertelt niet zomaar een verhaal.
Het is volgens Psalm 19 het verhaal van Gods majesteit.
Het is het verhaal van Gods schitterende aanwezigheid.
De zon, bergen, zee, watervallen, schilderijen, muziek,
ze zijn zo mooi en roepen zo’n diep verlangen op
omdat God nog veel mooier is.
Schoonheid is inderdaad een ‘glimp van het goddelijke’:
je ziet er iets in van Gods heerlijkheid.
De bloemen, de bomen, de sterren,
ze staan er niet alleen maar een beetje mooi te wezen,
maar ze zeggen: ‘kijk toch hoe mooi God is.’
En voor mooie dingen die mensen zelf maken
geldt dat net zo goed:
wij kunnen mooie dingen maken
omdat we dat van God hebben geleerd.
Het verlangen naar schoonheid is uiteindelijk een verlangen naar God.

dia 10 – God is schoonheid in eigen persoon
Iemand die heel erg naar God zelf verlangde, is Mozes.
En dat kun je je voorstellen.
Mozes kreeg de ondankbare taak
om de Israëlieten uit Egypte mee te nemen, op weg naar het beloofde land.
Want konden die Israëlieten zeuren!
Mozes werd er stapelgek van.
En als Exodus 33 begint, lijkt het er niet op dat ze het beloofde land ooit nog zullen halen.

Toen Mozes naar de zin van de Israëlieten te lang wegbleef,
hadden de Israëlieten er geen vertrouwen meer in.
Ze besloten een beeld van God te maken,
van al het goud dat ze hadden meegenomen.
Als Mozes er achter komt, is hij woest. En God ook.
Mozes moet God overtuigen om met deze Israëlieten verder te gaan.
Maar Mozes moet ook overtuigd worden.
En na alles wat hij heeft gezien,
vooral na de lelijkheid van dat gouden kalf,
wil hij nog maar een ding zien: Gods majesteit.
En het mag!
Al mag Mozes niet meer dan een glimp van God zien,
want God is te mooi, te schitterend.
Maar zelfs die glimp die Mozes ziet heeft een groot effect op hem:
hij gaat er zelf van stralen.

dia 11 – God maakt alles mooi
Als je verlangt naar schoonheid, naar wat mooi is,
dan is het dat verlangen van Mozes naar God zelf.
En dat is geen onbereikbaar verlangen,
zoals de sterren en planeten wel onbereikbaar zijn.
God wil alles perfect mooi maken,
dat verlangen naar schoonheid vervullen.
En echt mooi is het als hij er is, als iedereen hem kan zien,
en daar ook zelf van straalt, zoals Mozes.
En dat is precies wat God belooft, in Jesaja 60:
‘Sta op en schitter, je licht is gekomen,
over jou schijnt de luister van de Heer. (…)
De Heer zal je voor altijd licht geven
en je God zal voor je schitteren.’
En nu al vertelt de hemel, en al dat andere moois,
het verhaal van die schitterende God.

3. En lelijkheid dan?
dia 12 – en lelijkheid dan?
Toch is het in de wereld niet allemaal mooi.
Er zijn veel lelijke dingen.
Misschien nog wel meer dan mooie dingen…
Wat moet je met die lelijkheid in de wereld?

dia 13 – mijnbouw
Mensen kunnen mooie dingen maken,
maar mensen kunnen het ook flink verpesten.
Deze foto bijvoorbeeld is ook van een plek waar wij op vakantie waren,
maar deze foto heb ik niet zelf gemaakt.
Ik vond het er zo lelijk dat ik het geen foto waard vond…
Wat je ziet is een leisteenmijn.
Leisteen wordt in veel landen gebruikt om dakpannen van te maken.
Dit was ooit een mooie berg waar van alles op groeide,
nu is het een of ander grauw maanlandschap geworden.
Mensen hebben de wereld niet bepaald mooier gemaakt…

dia 14 – verbrand
Maar ook de natuur zelf kent heel lelijke kanten.
Ook die zon, waar David maar niet over uitgepraat raakt.
Schitterend, maar je kunt er maar beter niet in kijken,
daar kun je zomaar blind van worden.
Of als je lekker op het strand ligt,
geniet van de warmte van de zon op je huid,
maar thuis kom je er achter dat je zo rood bent als de brandweer.
Uiteindelijk kan dat zelfs huidkanker veroorzaken
en is de zon levensgevaarlijk.

dia 15 – vluchten voor lelijkheid?
Wat doe je, in een wereld waar zo veel lelijk is?
Het antwoord lijkt mij logisch:
je vlucht voor de lelijkheid.
Ik had het al even over die filosoof, die meneer Scruton.
Volgens hem is Nederland een bijzonder lelijk land,
met afschuwelijke betonnen gebouwen en een platteland waar niets van over blijft…
Misschien dat hij eens naar Friesland moet komen,
wellicht dat dat hem op andere gedachten kan brengen, maar dat terzijde.
Hij zegt: mensen vluchten voor lelijkheid, ze proberen alles in hun leven mooi te maken.
Ze vluchten in een mooi ingericht huis, in mooie kleding en make-up,
ze praten met mooie woorden,
want dan voel je je thuis.
Schoonheid kan troost geven voor het zware leven.

dia 16 – God gaat door de lelijkheid heen
God doet dat heel anders.
Hij vlucht niet voor lelijkheid.
Wij zijn zo lelijk geworden,
dat we het helemaal niet meer kunnen hebben om God te zien:
daar is hij veel te schitterend voor.
Als Mozes die glimp van God heeft gezien en ervan gaat stralen,
is dat al te veel voor de Israëlieten:
Mozes moet maar een doek voor zijn gezicht houden.
Wij kunnen die mooie God helemaal niet aan.

En daarom… maakt God zichzelf lelijk.
Nog een keer: God maakt zichzelf lelijk!
Dat is het verhaal van Jezus.
In Jesaja 53 staat over hem:
‘Onopvallend was zijn uiterlijk,
hij miste iedere schoonheid,
zijn aanblik kon ons niet bekoren.
Hij werd veracht, door mensen gemeden,
hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.’
Het allerlelijkste wat de wereld ooit heeft gekend,
is een kruis op een heuvel naast Jeruzalem,
waar het mooiste wat God had, zijn Zoon, werd gekruisigd.
Allemaal om de wereld weer mooi te maken.
Bij een God die zo ver gaat, vertrouw ik erop dat het echt mooi wordt!

4. Luister naar het verhaal van schoonheid
dia 17 – luister naar het verhaal van schoonheid
Gelukkig is er ook al heel veel mooi.
En dat vertelt een verhaal,
volgens Psalm 19 het verhaal van de schitterende God.
Luister naar dat verhaal!

dia 18 – oefen om in mooie dingen God te zien (wolkenlucht)
Daar wil ik 3 dingen over meegeven.
Het eerste: oefen om in mooie dingen God te zien.
Ik denk dat we vaak met onze ogen dicht leven:
dat we niet meer zien hoe veel moois er is.
Terwijl het overal is!
Je hoeft helemaal niet ver te kijken om iets van God te zien.
Als je maar wel je ogen open houd!
Kijk om je heen, zie wat mooi is, laat je raken door schoonheid.
Kijk bijvoorbeeld, zoals David, omhoog,
zie de zon, de maan, de sterren, de kleuren in de lucht.
En koppel het dan ook aan God.
Want het zijn niet zomaar mooie kleuren:
God is er aan het kleuren!
Voor kunst geldt dat net zo goed:
geniet van wat mooi is gemaakt, en zie er iets van God in.
Want goede kunst kan het verlangen naar God opwekken.
En voor goede kunst hoef je echt niet naar een museum:
ook in een Pixar-film als Inside Out kun je iets van God zien.

dia 19 – maak van schoonheid geen afgod
Het tweede: maak van schoonheid geen afgod.
Dat gebeurt in onze wereld wel: er is geen plek voor lelijkheid.
Maar Jezus is juist zo mooi omdat hij lelijk werd.
Er is een hele industrie om van lelijkheid te vluchten.
O, en het is goed om voor jezelf en voor je lichaam te zorgen,
om te sporten, om make-up te gebruiken, om mooie kleren te dragen:
daar is allemaal niets mis mee.
Maar gebruik het niet om een leegte van binnen te verstoppen.
Het leven gaat niet om schoonheid:
schoonheid is niet het doel, dat is God.
Nog één keer filosoof Scruton.
Hij zegt dat schoonheid de plaats van godsdienst overneemt.
Mensen geloven tegenwoordig niet meer,
maar het verlangen naar wat mooi is,
geeft toch een gedeelde basis in het leven.
Ik geloof dat zonder God schoonheid nergens meer op slaat:
het wordt kitsch, een pakketje schroot met een dun laagje chroom.
Alleen bij God is de diepste schoonheid te vinden,
en onze vervangers kunnen nooit tegen zijn heerlijkheid op.

dia 20 – wees een mooi mens
Dan het laatste: wees een mooi mens!
Het begin van Psalm 19 gaat over hoe mooi de hemel is,
daarna gaat het opeens over hoe mooi de wet is.
Dat heeft meer met elkaar te maken dan je misschien zou denken.
De hemel vertelt het verhaal van Gods majesteit.
Maar welk verhaal vertel jij?
Aan het einde van Psalm 19 bidt David:
‘laten de woorden van mijn mond u behagen,
de overpeinzingen van mijn hart u bekoren,
Heer, mijn rots, mijn verlosser.’
Wijst jouw leven, net als de hemel, naar God?
Dan ben je echt een mooi mens!
Amen.




Efeziërs 6:7 – Leven in Gods wereld: werk

Werken: we doen het heel wat, maar waarom? Is werk meer dan noodzakelijk kwaad? En wat heeft God met je werk te maken?
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 93 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 166 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Exodus 1 : 15 – 22 en Efeziërs 6 : 5 – 9
Zingen: Psalm 25 : 6 en 7
Preek over Efeziërs 6 : 7
Zingen: LvK Lied 381 : 1, 3 en 4
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: E&R 84 (wees standvastig, onwankelbaar)
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 710
Zegen

Leven in Gods wereld: werk

Introductie schriftlezing
We staan deze weken stil bij de wereld waar we in leven.
Geloven gaat niet alleen over onze relatie met God
en over hoe we met elkaar omgaan,
het gaat ook over hoe je omgaat met de wereld.
We hebben het in de afgelopen weken al gehad
over de natuur, techniek en muziek.
Vandaag gaat het over werk,
en volgende week over het milieu.
We lezen Exodus 1:15-22 en Efeziërs 6:5-9.

Inleiding
dia 1 – predikant
Als mensen vragen wat voor werk ik doe,
en ik antwoord dat ik predikant ben,
dan kijken ze me soms verbaasd aan.
‘Maar jij bent toch nog jong?’
Klopt, ik ben 28.
‘Waarom ben je dan predikant geworden?!’
Alsof alleen mannen met grijze haren predikant kunnen zijn…

dia 2 – brug
Toch is het wel een goede vraag,
een vraag die ik mijzelf ook stel:
waarom ben ik eigenlijk predikant geworden?
Op het vwo was ik helemaal niet van plan predikant te worden.
Ik had alle exacte vakken en was daar goed in.
Mijn studiekeuze had ik al gemaakt: civiele techniek.
Grote bouwprojecten, bruggen, dijken, wegen,
dat leek me wel wat!
Maar in mijn examenjaar liep het anders.
Ik was bezig met God en de zin van mijn leven.
Die bruggen en dijken, ze voelden opeens heel zinloos,
daar wilde ik me niet de rest van mijn leven mee bezig houden.
Toen werd het theologie…

Van theologie heb ik nooit spijt gehad,
maar ik schaam me wel voor hoe ik er toen over dacht.
Alsof je alleen met theologie iets zinnigs met je leven kunt doen.
Wat een arrogante gedachte is dat!
Alsof ik de enige hier ben die ervoor heeft gekozen
in zijn werk God te dienen…

En nu zit ik dus zonder werk.
Of, zoals ik deze week ergens las:
doe ik de hele week niets om op zondag de mensen te vermoeien…
Nee, zo erg is het niet, ik heb genoeg te doen,
ik ben dankbaar voor het werk dat ik als predikant heb,
maar vind het ook jammer dat ik nooit een brug zal bouwen.

dia 3 – leven in Gods wereld: werk
De meeste vakanties zijn weer voorbij,
en dat is een mooie gelegenheid om het eens over werk te hebben.
Niet alleen het werk van predikanten heeft met God te maken,
mijn werk is niet belangrijker dan dat van een caissière in de supermarkt.
Laten we vandaag kijken naar wat God met je werk te maken heeft!

1. Waar werk je voor?
dia 4 – waar werk je voor?
In die bijbelgedeelten die we hebben gelezen,
komt één vraag sterk naar voren:
waar werk je eigenlijk voor?
We werken heel wat, maar waarom?

dia 5 – werk is meer dan betaald werk
Voor alle duidelijkheid:
met werk bedoel ik meer dan een betaalde baan.
Als je naar school gaat, of een opleiding volgt, is dat ook werk.
Vrijwilligerswerk, de naam zegt het al, is werk.
Dat geldt ook voor het huishouden, zelfs voor het opruimen van je kamer.
En wat je moet als je zonder werk zit,
daar kom ik zometeen nog op terug.

dia 6 – Sifra en Pua
Eerst naar Exodus 1.
Daar komen we twee vrouwen tegen, Sifra en Pua,
die we alleen maar kennen om het werk dat ze deden.
Ze zijn verloskundigen: begeleiden zwangere vrouwen en helpen bij de bevalling.
Deze vrouwen werken in een bijzondere situatie:
onder Israëlische vrouwen in het oude Egypte.
De Israëlieten zijn in Egypte een snel groeiende minderheid.
De Farao wordt er bang van: straks nemen de Israëlieten Egypte nog over…
Hij probeert de Israëlieten klein te houden, maar zijn pogingen mislukken.
Hij ziet nog maar één weg,
en daarbij heeft hij de verloskundigen nodig.

Sifra en Pua worden ontboden bij de Farao.
Ze krijgen een simpele opdracht:
als je bij de geboorte van een Israëlisch jongetje bent, dood hem dan!
Bij de geboorte ging het wel vaker mis,
dus als ze het onopvallend zouden doen, zou niemand het merken,
maar zou Farao wel van zijn probleem af zijn.
Daar sta je dan, als verloskundige…
Je doet altijd alles om een baby in leven te houden,
en nu word je geacht ze te doden…
Nu komt het erop aan:
waar werken deze vrouwen voor?

dia 7 – werk je voor geld?
Als we die vraag even naar vandaag trekken,
zijn er volgens mij twee veel voorkomende antwoorden.
Het eerste: werk is een noodzakelijk kwaad om geld te verdienen.
Werk kost je vrije tijd, maar met het geld dat je verdient,
kun je je overgebleven vrije tijd invullen.
Natuurlijk: er moet geld verdiend worden,
maar als dat de enige reden is om te werken,
dan ga je al snel de kantjes er vanaf lopen:
waarom hard werken, als je met minder inspanning net zoveel verdient?

dia 8 – werk je voor status?
Dan is werk onbelangrijk voor je.
Maar je kunt werk ook juist heel belangrijk maken:
dat je werk je de moeite waard maakt.
Niet voor niets is de eerste vraag bij een kennismaking vaak:
‘wat voor werk doe je?’
Dan kom je als chirurg een stuk beter voor de dag dan als parkeerwachter.
Werk geeft je status, geeft je een identiteit,
en daarom is je werk alles voor je.

Die verloskundigen geven een ander antwoord.
Ze gaan tegen het bevel van de Farao in,
ze zijn niet bang om hun werk te verliezen,
en daarmee hun geld en status.
Blijkbaar hebben zij een ander antwoord.

2. In dienst van God
dia 9 – in dienst van God
Waar halen die vrouwen de moed vandaan?
Het antwoord is ontzag voor God.
Dat is precies wat Paulus in Efeziërs 6 aan slaven meegeeft:
doe je werk in dienst van God.

dia 10 – werk een manier om God te dienen
Ik had een ander antwoord verwacht:
namelijk dat die verloskundigen problemen met hun geweten krijgen.
Maar dat staat er niet: er staat dat ze ontzag voor God hebben,
en daarom niet aan het plan van de Farao willen meewerken.
Uiteindelijk werken ze niet in dienst van de Farao,
en ook niet voor wat de Farao hen kan geven, zoals geld en status.
Ze werken in dienst van God.

Paulus zegt dat ook tegen de slaven in Efeze:
doe je werk alsof het voor de Heer is.
Hij zegt dat niet om slavernij goed te praten:
hij komt juist voor slaven op.
Waar het Paulus om gaat:
als je nu eenmaal in de situatie zit dat je slaaf bent,
wat betekent je geloof dan voor je werk?
Ik kan me goed voorstellen dat een slaaf alleen maar werkt omdat het moet.
Paulus houdt dan voor: vergeet niet dat je werk uiteindelijk voor God zelf is.
Werk is geen noodzakelijk kwaad,
maar een manier om God te dienen.
God zelf is de opdrachtgever van ons werk!

dia 11 – gemaakt om te werken
Dat werk geen noodzakelijk kwaad is,
staat al op de eerste bladzijde van de bijbel.
Dat gaat over God die hemel en aarde maakt: God is aan het werk!
En als God de mensen maakt, geeft hij hen de opdracht om te werken,
in Genesis 1:28: “wees vruchtbaar en wordt talrijk,
bevolk de aarde en breng haar onder je gezag:
heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel
en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.”
God wil dat we werk maken van zijn wereld!
Hij heeft ons gemaakt, hij heeft ons talenten gegeven om iets te doen:
betaald werk, school, vrijwilligerswerk, het huishouden, enzovoort.
God heeft je niet gemaakt om te luieren,
maar om iets te betekenen in zijn wereld!

En als je zonder werk zit?
Is dit dan niet een hele wrede boodschap?
Ik denk het niet.
Het laat juist zien dat werkloosheid echt een probleem is.
Het is niet alleen een geldprobleem:
het is dat je geen kans krijgt om te doen waarvoor God je heeft gemaakt: werk.
Daarom is werkloosheid zo heftig.
Daarom is het ook zo heftig als je door ouderdom of door ziekte
niets meer kunt, maar volledig van anderen afhankelijk bent.

dia 12 – je leven hangt niet van je werk af
Gelukkig is werk ook niet alles!
Ben je niet iemand om wat voor werk je doet.
Daarom geeft God een rustdag:
even het werk loslaten, je richten op waar het om gaat:
dat je door Jezus Christus geliefd bent.
Dat je geluk niet van je werk afhangt, maar van de liefde van God.
Christenen hebben waar anderen voor werken.

3. Is mijn werk de moeite waard?
dia 13 – is mijn werk de moeite waard?
Werk is dus belangrijk,
niet om het geld of de status die het oplevert,
maar omdat God zelf ons werk te doen geeft,
of dat nu betaald werk is of niet.
Daarom is werk de moeite waard.
Maar dat is natuurlijk wel een hoog ideaal.
Kun je God met elk beroep dienen?
Is je eigen werk ook de moeite waard?

dia 14 – op werk rust een vloek
Werk kan heel zwaar zijn.
Dat je als een berg tegen je werk opziet,
omdat het te veel van je vraagt.
Werk kan heel saai zijn,
omdat het elke dag, misschien zelfs wel elke minuut hetzelfde is,
en je maar gewoon dom moet doorgaan.
Werk is niet altijd mooi.
Sinds de zondeval rust een vloek op het werk, dat staat in Genesis 3:
“zwoegen zul je, zweten zul je.”
En toch blijft werken de moeite waard!

Die slaven waar Paulus aan schrijft,
hadden ook geen fijne baan waar ze veel voldoening in konden vinden.
Het was hard werken, vaak voor een baas die hen niet als volwaardig mens zag,
het was misschien wel vooral overleven.
Toch schrijft Paulus dat die slaven hun werk voor God moeten doen.
Hoe zwaar of hoe saai je werk ook is,
je kunt er echt God mee dienen!

dia 15 – elk werk voor God belangrijk
God maakt geen onderscheid tussen beroepen,
er is voor hem geen belangrijk en onbelangrijk werk.
Ok, er zijn een paar beroepen die als christen maar beter niet kunt hebben,
zoals drugsdealer of eigenaar van een bordeel,
maar verder geldt: elk werk kun je voor God doen.
Ik zat dus fout toen ik dacht dat ik als predikant nuttig werk kon doen
en bruggen bouwen tijdverspilling is.
Er bestaat geen minderwaardig werk.
Sterker nog: beroepen die wij wel eens als minderwaardig zien,
zijn vaak het belangrijkste voor de samenleving.
Een vuilnisman betekent veel meer voor de volksgezondheid dan een chirurg.
Wat voor werk je ook doet, betaald of onbetaald,
waar je ook voor leert of studeert,
de vraag is niet of je het voor God kúnt doen,
de vraag is of je het voor God dóet.

4. Doe je werk voor God!
dia 16 – doe je werk voor God!
Doe je werk voor God!
Drie aanwijzingen daarvoor:

dia 17 – werk met plezier
Eén: werk met plezier, zegt Paulus.
En dat zegt hij niet tegen mensen met een droombaan,
maar tegen slaven die geen leuk werk hadden.
Je hoeft jezelf niet te bewijzen met je werk,
niet je werk geeft je status, maar God.
Jezus bevrijdt je van te hoge verwachtingen van je werk:
dat je daardoor iemand zou zijn.
Als je bedenkt dat je werk voor God is, dat je het voor hem mag doen,
kun je er plezier in hebben, ook als het niet je droombaan is.

dia 18 – werk met inzet
Aanwijzing twee: werk met inzet,
of, zoals Paulus het zegt, gehoorzaam.
Maak je niet gemakkelijk van je werk af: je werkt voor God!
Werk is niet waardevol omdat je ermee verdient,
werk is waardevol omdat je een bijdrage mag leveren aan Gods wereld.
Je mag helpen het een leefbare plek te laten zijn,
hoe klein je bijdrage ook is.
Dat betekent niet dat je kritiekloos moet doen wat je baas zegt,
wel dat je werk dienstbaar is aan de ander.

dia 19 – werk dapper
Dat brengt me bij aanwijzing drie: werk dapper.
Je kunt op je werk in situaties komen waar je moeite mee hebt.
Denk maar aan die verloskundigen in Egypte.
Neem een voorbeeld aan hen, maak dappere keuzes.
Bijvoorbeeld als het in het bedrijf waar je werkt alleen om geld gaat,
en je daarom nutteloze dingen moet aansmeren.
Vaak zijn zulke situaties niet zwart/wit,
en is niet direct duidelijk wat voor keuzes je moet maken.
Juist dan is het belangrijk om, net als die verloskundigen,
je basis te hebben in ontzag voor God.

Als je zo werkt, ben je tot zegen.
Een christelijke kijk op je werk,
geeft je alle reden om niet voor jezelf te werken,
maar dienstbaar te zijn aan je bedrijf, je klant, aan Gods wereld.

dia 20 – jongeren: kies iets dat bij je past
Speciaal voor jongeren:
als je jong bent ligt de wereld nog voor je open.
Hoe ga je kiezen wat je met je leven gaat doen?
Hoe kies je een vakkenpakket, een studie of een baan?
Wat ik je mee wil geven: kies niet voor waar je het meeste mee kunt verdienen,
kies ook niet voor wat je de meeste status oplevert.
Kies iets dat bij je past, waar je van God talenten voor gekregen hebt.

dia 21 – ouderen: blijf waar mogelijk actief
Speciaal voor ouderen die met pensioen zijn:
het is fijn om niet meer voor geld te hoeven werken
en te kunnen genieten van meer vrije tijd.
Maar: als u nog gezond bent, kunt werken,
iets kunt betekenen voor de samenleving,
doe dat dan ook vooral!
Gods opdracht in Genesis 1,
u kent het misschien nog onder de naam ‘cultuurmandaat’,
houdt niet op bij je 67e!

Doe je werk voor God,
en het krijgt een plekje in het grote werk dat God doet.
Net als het werk van die verloskundigen.
Zoals Paulus zegt: ‘zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer,
in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.’
Amen.




Exodus 17:8-16 – Geloven doe je samen!

5e Preek in het gemeenteproject ‘feest van genade’ bij het weekthema ‘verbondenheid’. De duivel wil je geloof graag aanvallen. Maar samen sta je sterk en kun je elkaar helpen te geloven.

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in een gezinsdienst: een dienst die is aangepast aan het niveau van kinderen.

Liturgie
Welkom
Zingen: Kinderopwekking 17, Psalm 133 en GKB Gezang 167
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: ‘Ik ben’ (Sela)
Gebed
Zingen: ELB 263
Lezen: Exodus 17 : 8 – 16
Sketch
Preek (met bingo)
Zingen: ELB 214, refrein ‘Lof, aanbidding’ (Sela) en ELB 344
Zingen: Apostolisch vermaan rond kerkzijn
Gebed
Zingen: ELB 455
Collecte
Zingen: Kinderopwekking 185
Zegen

Geloven doe je samen!

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik heb even 2 lenige kinderen nodig.
Wie durft?
(2 of meer kinderen op podium)
Goed, dan wil ik graag dat jullie op het podium gaan zitten.
En dan komt nu de opdracht:
sta weer op, maar: je mag met je handen en knieën de grond niet raken!

Ik dacht dat jullie lenig waren…
Nee, beetje flauw, het is een onmogelijke opdracht.
Maar ik heb nog een opdracht.
Ga maar weer zitten, maar nu met jullie ruggen tegen elkaar.
En dan moeten jullie je armen in elkaar haken.
Probeer het nu nog eens:
sta op, zonder dat je handen en knieën de grond raken.

Dat gaat al een heel stuk beter!
Dank jullie wel, jullie mogen weer op je plek gaan zitten.
Gek is dat, in je eentje is het gewoon onmogelijk,
en met z’n tweeën is het heel makkelijk.
Je hebt elkaar nodig.
Nou, dat is het onderwerp van vandaag:
je hebt elkaar nodig om te geloven.

dia 2 – geloven doe je samen
Probeer het thuis ook maar eens,
opstaan zonder je handen en knieën te gebruiken.
En bedenk er dan bij: met geloven is het ook zo:
geloven doe je samen.

1. Een gevaarlijke reis
dia 3 – Amalekieten
‘Alarm! We worden aangevallen!’
Overal om ons heen klinken harde toeters.
Mensen komen uit hun tent, en kijken bang om zich heen.
Wat is er aan de hand?!
Iemand heeft een verrekijker en hij tuurt om zich heen.
‘Kijk, daar in de verte’, wijst hij, ‘daar zijn soldaten.’
‘Wie zijn het, wie zijn het?’ schreeuwt iemand.
‘Ze hebben een vlag bij zich.
O nee, het zijn de Amalekieten!’
Iedereen schrikt, de Amalekieten, daar hebben ze wel over gehoord.
Een wreed volk is het, en nu hebben ze het op Israël voorzien.

dia 4 – tentenkamp
We zijn in het tentenkamp van de Israëlieten in de woestijn.
Een jaar geleden woonden ze nog in Egypte.
Ze werden als slaven gebruikt en uitgescholden.
Maar ze zijn ontsnapt uit Egypte.
Weg van die ellendige Egyptenaren!
God heeft hen door Mozes bevrijd.
God heeft beloofd dat ze in een eigen land mogen wonen,
aan de andere kant van de woestijn.
En nu zijn de Israëlieten onderweg, door de woestijn.
Het is veel te ver om in één keer te lopen.
Soms lopen ze een dag,
en dan bouwen ze een tentenkamp op en rusten een paar dagen uit.

dia 5 – problemen
Het leven in de woestijn is niet altijd makkelijk.
De Israëlieten hebben al van alles meegemaakt.
Een paar weken geleden was er bijna geen eten en drinken meer.
Je kon zelfs geen droge boterham meer krijgen!
De reis naar het beloofde land is zwaar.

En nu de Amalekieten.
Wat moeten ze?
Hoe kunnen ze ooit van de Amalekieten winnen?
Hun soldaten zijn zo sterk en zo gemeen.
Zullen de Israëlieten dan allemaal sterven in de woestijn?
Wat is de weg naar het beloofde land gevaarlijk!

dia 6 – gebroken hart
En weet je, wij zijn ook op reis naar een beloofd land.
Nee, we wonen niet in een tentenkamp.
Maar God heeft wel gezegd dat we bij hem horen
en dat we bij hem mogen wonen.
Maar de weg er naartoe is gevaarlijk, net als de woestijn.
Onze vijand is niet Amalek, maar de duivel.
Hij wil niet dat je van Jezus houdt.

Onze reis is ook gevaarlijk.
Soms gebeuren er hele moeilijke dingen.
Bijvoorbeeld als je opa of oma dood gaat.
Dan ben je heel verdrietig.
En de duivel hoopt dat je God de schuld geeft.
Hij wil ook graag dat je verkeerde dingen doet.
Bijvoorbeeld als iemand uit jouw klas gepest wordt,
dat jij dan mee gaat doen met pesten.
Terwijl God dat niet wil.

2. Geloven doe je samen
dia 7 – verzamelen
We gaan terug naar het tentenkamp.
Iedereen is in rep en roer.
De schrik zit er goed in.
Naast ons is een jongetje bij zijn moeder op schoot gekropen:
‘mama, ik ben bang, ik wil niet dood.’
Z’n moeder probeert hem te troosten,
maar ze is zelf ook bang.

‘Iedereen verzamelen in het midden van het kamp!’
wordt er rondgeschreeuwd.
Nou ja, dat doen we dan maar.
Als we daar zijn, zien we Mozes staan.
‘Gelukkig’, zegt iemand, ‘Mozes weet vast wat we moeten doen.’
En inderdaad, Mozes spreekt de mensen toe:
‘er is geen tijd te verliezen.
Jozua zal met onze soldaten tegen de Amalekieten vechten.
De rest moet hier blijven, dicht bij elkaar.
En vergeet niet: God zal ons helpen!’

dia 8 – leger Jozua
We zien de soldaten achter Jozua aan lopen.
Zij gaan vechten voor het volk.
Gelukkig zijn er soldaten die ons beschermen.
Zonder die soldaten zouden we nooit in het beloofde land komen.

dia 9 – gevecht
Het blijft een tijd stil.
En dan opeens horen we in de verte toeters en trommels.
Het gevecht is begonnen.
Al snel worden de eerste gewonde soldaten naar ons toegebracht.
Vrouwen doen verband over de wonden
en kinderen brengen water naar de gewonden.

Maar waar is Mozes eigenlijk gebleven?
O, wacht, hij staat daar op de berg.
Maar wat doet hij daar toch?
Kom, laten we eens bij Mozes gaan kijken!

dia 10 – armen omhoog
We rennen de berg op en komen bij Mozes.
In zijn hand heeft hij zijn staf en zijn armen houdt hij in de lucht.
Hij kijkt omhoog, naar de hemel.
Het is alsof hij met zijn lichaam zegt:
‘God, u moet ons helpen, want het lukt ons niet alleen.’
Vanaf hier kun je heel goed zien hoe het gevecht gaat.
Jozua en de soldaten uit het kamp zijn duidelijk de sterksten.
Maar als Mozes zijn armen laat zakken,
worden de Amalekieten opeens sterker.
‘Mozes, houd je armen omhoog’, schreeuwen we.

dia 11 – hulp
Gelukkig zijn er nog twee mannen bij Mozes, Aäron en Chur.
Als het voor Mozes te zwaar wordt, helpen zij hem.
Ze duwen zijn armen omhoog,
zodat Mozes zijn armen naar God blijft uitstrekken.
Ze helpen Mozes, zodat hij op God gericht blijft.
En zo heeft iedereen een rol in de strijd tegen Amalek.
Vechten doe je samen!

dia 12 – kring
Vechten tegen de duivel doe je ook samen.
Jezus heeft ons aan elkaar gegeven,
om elkaar te helpen op weg naar het beloofde land.
Om te zorgen voor elkaars geloof.
Bijvoorbeeld als iemand het moeilijk heeft, omdat zijn opa is overleden.
Vraag dan gewoon hoe het gaat,
en of hij misschien iets over zijn opa wil vertellen.
En dan kun je luisteren en voor elkaar bidden.
Je kunt elkaar ook helpen om bijvoorbeeld niet te pesten.
Pesten begint vaak met een grapje, maar wordt steeds gemener.
Help elkaar om dat niet te doen!

Straks, als deze dienst bijna is afgelopen,
gaan we een zegenlied zingen voor elkaar.
Dan geven we elkaar de zegen van God.
Daarmee zorg je ook voor elkaars geloof.

En voor de grote mensen:
zorgen voor elkaars geloof, dat gaat veel dieper dan iemand vragen hoe het gaat.
Volgens mij zijn we daar helemaal niet zo goed in.
Dat je aan iemand vraagt: hoe gaat het met je geloof?
Of dat je zelfs elkaar je zonden belijdt.
Maar dat is wel een opdracht van Jezus!
De duivel wil maar al te graag dat je voor je eigen geloof zorgt,
en wat vindt hij het fijn als jij de enige bent die van je zonde af weet.
Dan maak je het hem wel erg makkelijk.
Geloven doe je samen,
en daarin mogen we, nee, moeten we veel verder gaan dan we gewend zijn.

3. Het is de moeite waard
dia 13 – gewonnen
Met de hulp van Aäron en Chur houdt Mozes zijn armen in de lucht.
En het werkt!
Jozua en zijn mannen dringen de Amalekieten steeds verder terug.
Aan het einde van de dag is duidelijk: Israël heeft gewonnen, hoera!
En als de laatste Amalekiet verdwenen is, laat Mozes zijn armen zakken.

Nu zijn we wel benieuwd, wat is er eigenlijk gebeurd?
Zullen we het aan Mozes zelf vragen?
We durven niet zo goed, maar Mozes heeft ons al gezien.
Hij wenkt ons naar zich toe.
‘Begrijpen jullie waarom we gewonnen hebben?’ vraagt hij.
‘Het heeft met uw armen te maken, denken we.’
Mozes moet lachen.
‘Ja, dat heb je goed gezien, maar het ging niet om mijn armen.
God heeft ervoor gezorgd dat we hebben gewonnen.
Mijn armen wezen naar God,
om te laten zien dat alleen God ons kon laten winnen.
En dat vond ik soms moeilijk, ik zag het ook even niet meer zitten,
maar deze mannen’, en Mozes wijst naar Aäron en Chur,
‘hebben me erbij geholpen.’

dia 14 – feest
‘Dus het ging erom dat we op God vertrouwden voor de overwinning?’ vragen we.
‘Precies,’ zegt Mozes, ‘God wil dat we op hem vertrouwen,
en gelukkig werd ik daarbij geholpen.
Kom, we gaan naar beneden,
dan gaan we een feest vieren.
En we bouwen een altaar, om God te bedanken.’

dia 15 – samen geloven
Wij zijn op reis naar het beloofde land.
Onderweg zijn allerlei gevaren.
Jezus zelf vecht voor ons, zoals Jozua voor Israël vocht.
Als je op hem vertrouwt, dan maakt dat alle verschil.
Dan is de reis misschien wel zwaar,
maar Jezus brengt je op je bestemming.

Als we elkaar helpen om op Jezus te vertrouwen,
dan komen we samen verder.
Als we voor elkaars geloof zorgen, is dat echt de moeite waard.
Komen we steeds dichter bij het beloofde land.
Dus probeer niet alleen te geloven, wees niet zo dom,
maar zorg goed voor elkaars geloof!
Wees tot zegen voor elkaar,
dan kunnen we de reis volhouden.
Amen.




Exodus 18:13-23 – Vergeet je rust niet!

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Bij deze preek is geen powerpoint beschikbaar.

Liturgie

Zingen: GKB Gezang 171 : 1, 2 en 3

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: Psalm 16 : 1, 3 en 4

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Exodus 18 : 1 – 27

Zingen: Psalm 127 : 1 en 2

Preek over Exodus 18 : 13 – 23

Zingen: Opwekking 462

Kinderen terug

Kinderlied: ‘Kijk daar, een metselaar’ (Ev. Liedbundel 455)

Lezen wet

Zingen: GKB Gezang 164 (canon, drie groepen)

Bevestiging ambtsdragers

Zingen: Psalm 134 : 1, 2 en 3

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 118 : 1, 2 en 3

Zegen

Preek: vergeet je rust niet!

Altijd druk

Druk, dat is bijna iedereen.

Als je iemand vraagt hoe het gaat,

is het antwoord vaak:

‘o, goed hoor, ach ja, wel een beetje druk natuurlijk, maar dat hoort erbij.’

Afgelopen week zei nog iemand tegen mij:

‘moet je eens opletten hoe veel mensen zeggen dat ze het druk hebben

als je vraagt hoe het met ze gaat.’

Dus ik heb er eens op gelet, en het klopt:

we zijn allemaal druk.

En we lijken het niet eens erg te vinden.

O, natuurlijk kun je best eens klagen dat je het zo druk hebt.

Maar het lijkt wel eens alsof er maar twee mogelijkheden zijn:

of je hebt het druk, of je verveelt je.

En je vervelen, dat is verschrikkelijk,

dan kun je het maar beter druk hebben.

Druk zijn, dat geeft je ook wel een bepaalde status.

Zo van: ‘die is altijd druk, die heeft vast belangrijke dingen te doen.’

Als je het niet druk hebt, zou je je bijna schuldig gaan voelen…

Maar waarmee hebben we het dan zo druk?

Dat maakt eigenlijk niet eens zo veel uit.

Met je werk, vrijwilligerswerk, je familie, vrienden, sport, enzovoort.

Elke avond is er wel iets te doen.

En ik merk bij mijzelf dat als ik eens een avond vrij heb,

ik me alsnog rusteloos kan voelen.

Ook niet onbelangrijk: hoe druk internet ons maakt.

Als je vroeger iemand iets wilde vragen, moest je bellen of een brief sturen.

Een e-mail sturen is natuurlijk veel gemakkelijker,

daarom worden er ook zo veel verstuurd…

En dan verwacht iedereen ook nog dat je binnen een dag reageert.

Daar kun je het dus heel druk mee hebben.

Of Facebook: elk uur even kijken of je niets belangrijks gemist hebt.

Om het nog maar niet te hebben over alle informatie die we over ons uitgestort krijgen,

elke dag meer dan onze voorouders in hun hele leven kregen.

Ja, we hebben het echt druk.

1.Druk zijn kan schadelijk zijn

Toch is het niet goed om altijd druk te zijn.

Dat leer ik van dat verhaal van Mozes en Jetro.

Ook al ben je voor nog zo’n goed doel druk,

voor de samenleving, voor de kerk (ik ga er maar vanuit dat dat een goed doel is),

nou ja, in ieder geval: je moet ook rust hebben.

Anders levert het alleen maar brokken op.

Mozes is ook zo’n druktemaker.

Altijd bezig, altijd bezet.

Als je hem wilde spreken,

moest je ’s ochtends al vroeg in de rij gaan staan.

Met wat geluk was je dan ’s avonds aan de beurt.

Had je dat geluk niet, dan kon je het de volgende dag weer opnieuw proberen.

En de dag daarna weer, en weer.

Sommige mensen geven het zelfs maar op:

Mozes is toch niet beschikbaar voor hen.

Ze moeten hun eigen boontjes maar zien te doppen.

Mozes heeft het veel te druk.

Dat is ook niet zo gek,

want het lijkt wel alsof hij de enige is die alles moet regelen.

Iedereen die een probleem heeft, komt bij Mozes.

Over elk conflict moet Mozes een uitspraak doen.

Iedereen moet Mozes hebben.

En Mozes wil er ook voor iedereen zijn.

Hij heeft een verantwoordelijke positie.

God zelf heeft hem aangesteld als leider van het volk.

Dat neemt hij serieus.

Hij voelt zich voor alles verantwoordelijk.

Zo kan het niet langer doorgaan.

Want als je bezig bent zoals Mozes,

als je jezelf voor alles verantwoordelijk voelt,

als je geen moment voor jezelf hebt,

dan kan het niet goed gaan.

Dat is schadelijk, voor jezelf.

Zo hard werken als Mozes,

dat houd je misschien een maand vol, of twee,

maar op een gegeven moment loop je tegen grenzen aan.

Gaat het werk je tegenstaan en voel je de druk om te blijven presteren.

Je kunt nooit eens even afstand nemen,

en daardoor ga je over de kop, raak je burn-out

Daarom zegt Jetro:

‘Mozes, neem toch wat gas terug, je zult er nog onder bezwijken.’

Ook voor je geestelijk leven is het dodelijk

om zo druk te zijn als Mozes.

Want juist als het druk is,

is het investeren in je relatie met God vaak het eerste wat eraan gaat.

Tijd met God, of dat nu door bijbel lezen is of door een wandeling in de natuur,

dat kan wel weer een keer als je het wat rustiger hebt.

Maar dat gaat zo dus nooit gebeuren…

En juist als je druk bent voor de kerk, is dat belangrijk:

als je nauwelijks tijd voor God hebt,

is werk in de kerk zeer vermoeiend.

Daar loopt Mozes tegenaan:

hij had niet eens de tijd om te bidden,

veel te druk met mensen.

Maar dat is niet alleen schadelijk voor jezelf,

dat is het ook voor anderen!

Sowiezo is het niet goed als iedereen van jou afhankelijk is,

dat is veel te kwetsbaar.

En aan een overspannen leider,

iemand die zich van dag tot dag voortsleept,

hebben mensen niets.

En als allerlei belangrijke dingen blijven liggen,

omdat jij het nu eenmaal te druk hebt,

dan gaat er iets mis.

Dat zie je bij Mozes ook.

Jetro wijst hem erop:

‘dit is niet alleen slecht voor jezelf, het is ook slecht voor het volk.’

Het is geen schande om rust nodig te hebben.

Zelfs Jezus zocht die momenten.

Hij had zijn grenzen en zonderde zich regelmatig af.

Laten we aan hem een voorbeeld nemen.

Ook jullie, Vincent en Albert, als nieuwe ouderlingen.

Gun jezelf rust, vrije tijd en tijd met God.

2.Elkaar beschermen

Maar volgens mij hebben veel mensen als ze het te druk hebben

de neiging om het wat te relativeren.

‘Ach ja, ik heb natuurlijk wel veel te doen,

maar ik red het nog prima.’

Zelf heb je meestal helemaal niet door

dat je jezelf over de kop aan het werken bent.

Dan kan het heel goed zijn

als iemand anders je daar eens op wijst.

Zo iemand is Jetro dus.

Hij is niet iemand die Mozes dagelijks ziet.

Het is alweer even geleden dat ze elkaar gesproken hebben.

Juist door die afstand kan Jetro scherp zien wat er mis gaat.

Hij kijkt eens een dagje mee met Mozes,

hij ziet hoe druk zijn schoonzoon het heeft en verbaast zich daarover.

‘Wat is er toch gebeurd Mozes?

Dit is toch veel te zwaar voor je?

Jij moet nodig wat rustiger aan doen!’

Mozes zelf had het eigenlijk niet eens door.

Wel dat hij van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig was,

maar dat was gewoon voor hem geworden.

Beetje bij beetje had hij het steeds drukker gekregen.

Maar dat was gewoon zo gegroeid, dat hoorde erbij.

Mozes had helemaal niet door dat hij te hard werkte.

Zo gaat dat vaak als je het druk hebt.

In de loop van de jaren is dat gewoon zo gegroeid.

Je bent voor steeds meer dingen verantwoordelijk geworden.

Hele kleine dingen vaak, zo veel tijd kosten ze niet,

maar als je alles bij elkaar optelt, is het toch echt te veel.

Maar om dat te zien en om dat te erkennen,

om van je zelf te zeggen:

‘ik heb te veel hooi op mijn vork genomen,

ik moet even een stapje terug doen’,

dat is dus heel moeilijk.

Dan is het prachtig als er mensen zijn zoals Jetro.

Mensen die van een afstand kunnen kijken,

en zien wat je zelf niet ziet.

En dan ook er wat van durven te zeggen.

Want Jetro is ook best moedig.

Als hij Mozes vraagt waarom hij het zo druk heeft,

begint Mozes direct over alles wat hij voor God moet doen.

God heeft Mozes een grote verantwoordelijkheid gegeven.

Zie daar nog maar eens iets tegenin te brengen.

Jetro durft dat.

Hij is heel eerlijk: ‘Je doet het niet goed.

Als je er zelf niet aan onderdoor gaat,

dan gaat het volk er wel aan onderdoor.

Zo kan het echt niet langer!’

En dat zegt hij niet om Mozes af te branden.

Want kritiek op anderen spuien, dat is heel gemakkelijk.

Jetro wil Mozes graag verder helpen,

daarom begint hij erover.

Je hebt mensen nodig die het eerlijk zeggen

als ze zich zorgen over je maken.

Die je waarschuwen als je te veel hooi op je vork neemt.

Dat kunnen heel goed mensen op een afstandje zijn.

Zoals Jetro: hij was geen Israëliet, maar Midjaniet,

en ook nog priester van een Midjanitische god.

Als je in de kerk te veel doet,

kunnen mensen van buiten de kerk dat vaak beter zien.

Als zij daarover beginnen, is dat iets om serieus te nemen.

En laten we ook voor elkaar Jetro’s zijn.

Wijs elkaar erop als je ziet dat iemand te veel taken op zich neemt

en dat zich alleen maar verder opstapelt.

Want zo wil God ons ook beschermen tegen een te grote verantwoordelijkheid.

Zorg zo ook voor Vincent en Albert en de andere ouderlingen en diakenen.

Wees ook voor hen een Jetro die hen durft af te remmen als dat moet.

3.Vele handen maken licht werk

Maar wacht even…

We kunnen mensen wel afremmen,

maar sommige dingen moeten toch ook gewoon gebeuren?

Er zijn toch ook gewoon mensen nodig die zich volledig inzetten?

Het is toch helemaal niet handig

om tegen ouderlingen te zeggen dat ze rustiger aan moeten doen?

Hun werk is toch belangrijk?

Dat is allemaal waar.

Maar waar het om gaat:

je inzetten mag niet ten koste gaan van jezelf.

Het is niet de bedoeling dat je overspannen raakt

omdat je je voor alles verantwoordelijk voelt.

Jetro zegt tegen Mozes ook niet dat zijn werk wel kan blijven liggen.

Hij ontkent niet dat Mozes belangrijke taken heeft.

Het werk van Mozes is ook onmisbaar.

Maar juist daarom is het belangrijk dat Mozes niet alles alleen doet.

Dat is te veel voor Mozes,

en gaat uiteindelijk ten koste van het volk.

Alles alleen doen, dat is de valkuil van Mozes.

En daar wordt je druk van!

Dan is het goed om taken af te stoten.

Je moet keuzes maken: wat doe ik wel, en wat doe ik niet?

Het is misschien verleidelijk om veel dingen naar jezelf toe te trekken,

en op de korte termijn werkt het misschien ook wel,

maar op de lange termijn doet het meer kwaad dan goed.

Je moet prioriteiten stellen: wat is nu echt belangrijk?

Hoe kan ik afbakenen wat ik moet doen?

Dat advies geeft Jetro aan Mozes mee:

‘je kunt niet alles doen.

Beperk je tot je belangrijkste taken:

het volk bij God vertegenwoordigen

en het volk met Gods wil en zijn wetten bekend maken.’

En die andere taken dan?

Moeten die dan maar blijven liggen?

Nee, daarvoor zijn ze te belangrijk.

Maar het is niet goed als alles door een persoon wordt gedaan.

Mozes moet zich beperken,

en hij moet anderen aanstellen voor de taken die hij zelf niet kan doen.

Vele handen maken licht werk.

Als je in je eentje voor te veel dingen verantwoordelijk bent,

houd je het niet vol.

Het is veel beter om die verantwoordelijkheid te delen.

Dat geldt ook in de kerk:

het is niet goed als een kleine groep mensen alles doet.

Het is veel beter om taken te verdelen,

zodat iedereen iets doet wat bij hem of haar past.

Ook voor jullie, Vincent en Albert, is het niet de bedoeling dat jullie alles gaan doen.

Jullie hoeven de gemeente niet draaiend te houden.

Beperk je maar tot jullie kerntaken.

In het bevestigingsformulier dat we straks gaan lezen,

wordt dat duidelijk uitgewerkt.

Ik vat het maar zo samen:

jullie taak is om geestelijke leiding aan de gemeente te geven.

En beperk je maar tot die taak, dat is al groot genoeg.

Anderen kunnen dan weer andere dingen doen,

zoals catechisatie geven, financiële dingen, kringen leiden, enzovoort.

De voordelen zijn duidelijk:

op deze manier voorkom je dat mensen overbelast raken.

Bovendien geef je anderen ook de gelegenheid om iets te doen,

om ook hun gaven te gebruiken.

Dan hoef je ook niet te zuchten en kreunen omdat je zo veel moet doen,

maar genieten van dat stukje dat aan jou is toevertrouwd.

Vele handen maken licht werk.

4.God als leider

En als die handen nu eens niet te vinden zijn?

Als er gewoon niet genoeg mensen zijn te vinden zijn?

Moet dan toch een klein groepje alles maar gaan doen?

Of Mozes in zijn eentje?

Jetro kan zich dat in ieder geval niet voorstellen.

Hij heeft van Mozes gehoord over hoe God Israël uit Egypte bevrijd heeft.

Hij is oprecht onder de indruk van God:

dit is nog eens een machtige God!

God zoekt het goede voor zijn volk.

Hij heeft hen bevrijd uit de slavernij van Egypte.

Zou God dan nu toch als een slavendrijver tekeer gaan

door een veel te grote druk op Mozes te leggen?

De Egyptenaren legden de Israëlieten steeds meer werk op,

en hoe ze het voor elkaar kregen, maakt niet uit:

als het werk maar gebeurde.

Maar zo is God toch niet?

Daarom zegt Jetro bij zijn advies ook: ‘als God het wil.’

En Jetro, die priester van andere goden, heeft het heel goed door:

dat kan nooit Gods bedoeling zijn.

God is een God die ons wil verlossen.

Hij wil ons ook verlossen van een te grote verantwoordelijkheid.

Verlossen van dat de kerk van ons afhangt.

Alsof de kerk maakbaar is door er zo hard mogelijk aan te werken.

Mozes hoeft dat van God niet.

Jetro geeft Mozes ook niet alleen maar wat handige organisatietips mee,

hij laat Mozes ook inzien dat het niet zijn volk is, maar Gods volk!

God zorgt er wel voor dat de dingen die moeten gebeuren ook gebeuren.

En daarin is hij echt niet alleen van Mozes afhankelijk.

Daarbij moet ik ook direct denken aan een uitspraak van een paus

die niet kon slapen omdat hij zich zoveel zorgen om de kerk maakte.

Tot hij zei: ‘het is uw kerk Heer, ik ga slapen.’

Hij had gelijk.

De kerk is van Jezus en hij zorgt er wel voor.

Jezus wil daar mensen voor gebruiken, maar kan het desnoods ook zonder.

Zo machtig is hij.

Vincent en Albert, laat jullie dat ook rust geven.

De kerk is niet van mensen afhankelijk, ook niet van jullie.

Je kunt zomaar opgaan in allerlei dingen die gedaan moeten worden,

maar vergeet het belangrijkste niet:

God eren, luisteren naar hem, aan Jezus’ voeten zitten.

Want hij is Heer.

Amen.




Exodus 12:27 – Om niet te vergeten

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen: Psalm 111 : 1 en 2

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: GKB Gezang 157 : 1, 2, 3 en 4

Gebed

Kinderen naar kinderclub

Lezen: Exodus 12 : 1 – 28

Zingen: Psalm 106 : 1, 3 en 4

Preek over Exodus 12 : 27

Zingen: GKB Gezang 109 : 1, 2 en 3

Kinderen terug

Kinderlied

Lezen van de wet

Zingen: Psalm 111 : 5 en 6

Gebed

Collecte

Avondmaal

Lezen formulier 4

Gebed

Geloofsbelijdenis

Zingen: ‘Aan uw tafel’ (Sela)

Viering

Zingen: GKB Gezang 69

Zegen

Preek: om niet te vergeten

Herinnering

dia 1 – containers

Elke dinsdag worden bij ons de afvalcontainers geleegd.

De ene week het restafval, de andere week GFT.

Meestal rijdt de vuilniswagen al voor acht uur door de straat.

Ik ben zelf niet echt een ‘vroege vogel’,

dus ik heb veel respect voor mensen die al zo vroeg aan het werk zijn!

Dat betekent wel dat als ik op dinsdagochtend nog bedenk

dat de container bij de weg gezet moet worden,

ik gewoon te laat ben.

Dat moet dus op maandagavond.

En dat vergeet ik dan nog wel eens…

Of ik bedenk het als ik mijn pyjama al aan heb.

‘Pech gehad,’ denk ik dan, ‘volgende keer beter.’

Gelukkig kan dat bij ons, want zo heel veel afval hebben wij niet.

Maar als dat te vaak gebeurt, dan wordt het toch wel vervelend.

dia 2 – knoop in zakdoek

De container langs de weg zetten, dat vergeet je zomaar.

Daarin ben ik vast niet de enige.

Maar je kunt er natuurlijk ook voor zorgen dat je eraan herinnerd wordt.

Je kunt een ouderwetse knoop in je zakdoek leggen,

maar dan moet je natuurlijk wel onthouden waarvoor die knoop ook alweer was…

Je kunt het ook in je agenda zetten

of, nog gemakkelijker, een herinnering in je telefoon.

Niet dat dat altijd helpt,

want die herinneringen komen natuurlijk precies als je niet thuis bent,

en als je thuis bent, ben je het alweer vergeten…

Maar goed, waar het om gaat:

als je iets niet moet vergeten, kun je ervoor zorgen dat je eraan herinnerd wordt.

‘O ja, dat is waar ook, dat moest ik ook nog doen.’

dia 3 – monument

Soms moet je onthouden dat je iets moet doen,

soms moet je ook onthouden dat iets is gebeurd.

En dat kan ook iets zijn dat we samen moeten onthouden.

Het duidelijkste voorbeeld dat ik daarvan kan bedenken

is de bevrijding van Nederland in de tweede wereldoorlog.

Het is belangrijk dat we nooit vergeten dat vrijheid niet vanzelfsprekend is

en dat elk mensenleven kostbaar is.

Daar worden we op allerlei manieren aan herinnert,

en dat hebben we ook nodig, anders zouden we het zo weer vergeten.

Door foto’s en filmmateriaal uit die tijd.

Door musea waarin voorwerpen uit die oorlog worden tentoongesteld.

Maar ook door monumenten die in bijna elke plaats wel zijn te vinden

en door er een dag per jaar in het bijzonder bij stil te staan.

Allemaal manieren om te onthouden wat er toen gebeurd is.

Om ons er steeds weer aan te herinneren.

1.Verlost van Egypte

dia 4 – God verlost Israël uit Egypte

Het volk Israël heeft ook zo’n herinnering nodig,

daarover gaat het in Exodus 12.

Ze mogen nooit vergeten hoe God hen van de Egyptenaren heeft bevrijd.

Meer dan 400 jaar hebben de Israëlieten in Egypte gewoond.

En aan het begin was dat prima.

Ze hadden het goed in Egypte.

Ze kregen er hun eigen plek en ze hadden er genoeg te eten.

Dat konden ze van hun eigen land niet zeggen.

dia 5 – slavernij

Maar langzamerhand werden de Egyptenaren steeds vijandiger.

De Israëlieten moesten verplicht voor de Egyptenaren werken.

Ze werden steeds meer de slaven van Egypte.

Ze moesten zwaar werk doen, maakten veel te lange dagen

en kregen daarvoor veel te weinig betaald.

Voor de Egyptenaren was dat nog niet genoeg.

Zij wilden het volk Israël uitroeien.

Vorige week ging het daarover:

er mochten geen jongetjes geboren worden.

Het wordt met de dag zwaarder,

de Israëlieten hebben geen poot om op te staan.

Het enige wat ze kunnen is hopen dat de Farao het hen niet nog moeilijker gaat maken.

dia 6 – God verlost

Maar nu wordt het anders!

Het hangt al een paar maanden in de lucht.

Mozes en Aäron hebben de Farao gevraagd het volk Israël te laten gaan.

Natuurlijk was het antwoord van Farao ‘nee’.

Maar elke keer dat Farao ‘nee’ zei, werd Egypte getroffen door een ramp.

Voorzichtig groeit er weer wat hoop bij de Israëlieten.

Vandaag zijn de Israëlieten in rep en roer.

Iedereen fluistert aan elkaar door:

‘heb je het al gehoord, Mozes heeft iets belangrijks te vertellen.’

Van elke familie komen er mensen naar Mozes,

en dan begint Mozes te vertellen.

‘Beste mensen, het gaat gebeuren.

God zelf zal ons bevrijden, luister daarom goed.

Slacht een bokje of lammetje van een jaar,

en verf de deurposten van je huis met het bloed.

Eet ongedesemd brood en trek je wandelschoenen maar vast aan.

Er is geen tijd meer te verliezen!’

De spanning is te snijden.

De mensen kunnen het zich niet voorstellen.

Ze hebben altijd last gehad van die Egyptenaren,

is dat dan opeens voorbij?

Worden ze dan eindelijk verlost van die wrede Farao?

Dat kan toch niet?!

Ja, dat kan wel, God doet het.

Hij bevrijdt Israël.

En wat zijn de Israëlieten daar blij mee!

2.Verlossing om nooit te vergeten

dia 7 – om nooit te vergeten

Maar hoe bijzonder het allemaal ook is,

hoe veel indruk dit op de Israëlieten ook maakt,

ze zullen het zomaar weer vergeten.

Zo gaat dat nu eenmaal.

De eerste weken, misschien de eerste jaren, zullen ze er nog wel aan terugdenken.

Maar wat went vrijheid toch snel!

dia 8 – kalender aangepast

En dat wil God dus niet.

Dat God Israël uit Egypte verlost,

dat is iets om nooit te vergeten!

Dat is het belangrijkste, de kern van dit verhaal.

Israël moet steeds terugdenken aan die bevrijding.

En daarom zorgt God voor een herinnering: het Pesachfeest.

Elk jaar moet dit feest gevierd worden,

zodat niemand zal vergeten dat God Israël bevrijd heeft.

Dit feest is zelfs zo belangrijk

dat de kalender erop wordt aangepast.

Vanaf nu is de maand van de bevrijding de eerste maand van het jaar.

dia 9 – zo vergeten

Het lijkt misschien wat overdreven,

dat Israël elk jaar moet vieren dat God hen heeft bevrijd.

Maar het is zo gek nog niet.

Want als het goed met mensen gaat,

vergeten ze zomaar wat God hen allemaal heeft gegeven.

Voor je het weet, denk je dat je God niet nodig hebt.

En daarom die herinnering, en zo kun je het avondmaal ook zien,

aan dat God ons heeft bevrijd.

2.1.verlossing van de wereld

dia 10 – verlossing van wereld

Die bevrijding heeft twee kanten, en daar wil ik even bij stilstaan.

De eerste kant is dat Israël van Egypte werd bevrijd.

God verloste hen van alle ellende die ze in Egypte meemaakten.

Van hun slechte werkomstandigheden, hun armoede,

dat ze oneerlijk behandeld werden, en ga zo maar door.

God geeft ze hun vrijheid terug.

Dat is niet alleen belangrijk voor toen.

Je zou kunnen denken:

‘leuk dat God ooit zijn volk bevrijd heeft, dat zal ongetwijfeld bijzonder zijn geweest,

maar waarom moeten Israëlieten dat honderden jaren later nog steeds vieren?’

Daar zijn in ieder geval twee redenen voor.

In tijden dat het goed met Israël gaat,

moet de verlossing uit Egypte gevierd worden

om ervan bewust te blijven dat alle vrijheid van God komt.

Dat dat niet gewoon is, maar een geschenk van God.

En in tijden dat Israël bijvoorbeeld in oorlog is,

geeft dat herdenkingsfeest vertrouwen:

‘God heeft Israël al eens bevrijd,

dat kan hij en dat wil hij,

wat er ook gebeurt, God zal ons verlossen.’

Christenen vieren dat feest van de verlossing uit Egypte niet meer.

Het is natuurlijk ook een echt Joods feest.

Het gaat er om hoe het volk Israël gered werd.

Dat gaat niet over christenen in Nederland.

Maar het gaat wel over God die ons ook wil verlossen.

Gelukkig hebben wij het beter dan de Israëlieten in Egypte.

Afgebeuld worden door slavendrijvers,

daar kunnen wij ons gelukkig geen voorstelling van maken.

Toch kun je wel zeggen dat deze wereld ziek is.

Mensen maken het elkaar onmogelijk om te leven.

Voor een goed gevulde bankrekening hebben mensen veel over,

ook al gaat dat over de rug van anderen.

Een goed imago is alles,

en daarom is het toegestaan harde grappen over anderen te maken.

Uit die wereld wil God ons verlossen.

God komt met een nieuwe wereld,

daar kijken we bij het avondmaal naar uit.

2.2.verlossing van zonde

dia 11 – verlossing van zonde

De verlossing heeft nog een andere kant.

Je zou dat misschien niet zo verwachten,

maar Israël wordt niet alleen bevrijd van Egypte,

Israël wordt ook bevrijd van de straf die ze zelf verdienen!

Israël zat zelf ook fout.

dia 12 – bloed deurpost

God gaat iedereen straffen.

In elk huis zal de oudste zoon sterven.

Of het Egyptenaren of Israëlieten zijn, maakt voor God niet uit.

Voor deze straf is iedereen gelijk.

Er is maar een manier om aan die straf te ontkomen,

en dat is het bloed van een lammetje op de deurposten.

Als Egyptenaren dat hebben, zal God hen niet straffen.

En als Israëlieten dat niet hebben, zal God hen wel straffen.

Dat lammetje kwam in plaats van de oudste zoon.

Je zou kunnen zeggen dat ze de keuze konden maken:

zelf gestraft worden of een lammetje offeren.

dia 13 – zuurdesem

En dan wil God ook een nieuwe start geven.

De Israëlieten moeten alle zuurdesem uit hun huis wegdoen.

Ik heb hier wat van zulke zuurdesem.

Het is eigenlijk bedorven deeg.

Het ruikt zuur door alle bacteriën die erin zitten.

Het werd gebruikt als gist, om te zorgen dat brood luchtig wordt.

Zuurdesem kun je gemakkelijk zelf maken,

door meel en water te mengen.

Als je dat een week laat staan, krijg je zuurdesem.

Als je het eenmaal hebt, kun je er gemakkelijk meer van maken.

Gewoon elke dag een beetje water en meel erbij doen.

Je hoeft het maar een keer te maken, dan kun je er altijd mee doen.

Als je dat weg moet gooien, zoals de Israëlieten,

moet je weer een nieuwe start maken.

En daar gaat het om: God wil dat de Israëlieten een nieuwe start maken.

Elke keer als ze het pesachfeest vieren, moeten ze dat weer herinneren:

we verdienen Gods straf, maar God wil ons een nieuwe start geven.

Dat wil God ook met ons.

Hij verlost ons niet alleen van een oneerlijke wereld.

Hij verlost ons ook van onszelf!

Want wij zijn net zo goed schuldig aan die oneerlijke wereld.

Omdat wij ook steeds bedenken wat in ons eigen voordeel is.

God wil ons daarvan verlossen!

3.prijs van verlossing

dia 14 – prijs van verlossing

Toch, en dan komen we bij een moeilijk stukje,

wordt niet iedereen verlost.

Sommige mensen straft God wel, anderen mensen straft God niet.

Is dat niet oneerlijk?

Iedereen heeft toch even veel schuld aan die oneerlijke wereld?

Het pesachfeest is ook wel een beetje wrang.

Terwijl de Israëlieten feest vierden om hun bevrijding,

waren de Egyptenaren in diepe rouw.

Zij moesten hun zonen begraven.

Waren de Israëlieten echt zoveel beter?

Nee dus.

De Israëlieten worden niet verlost omdat ze beter zouden zijn,

maar omdat ze bloed van een lammetje op hun deur hebben.

dia 15 – lammetje

Verlossing kost iets.

Voor de Israëlieten kostte het een lammetje, elk jaar weer.

Een paar dagen voordat ze dat lammetje moesten offeren,

stond het al voor de deur.

Ze keken er een paar dagen tegenaan,

en ik kan me voorstellen dat ze gehecht raakten aan dat beest.

Dat ze het liever helemaal niet wilden offeren.

Toch moet dat wel, want God wil hen laten zien:

‘ik kan jullie wel verlossen, ik kan jullie wel vergeven,

maar bedenk wel dat dat ook wat kost.’

dia 16 – lam van God

Wij offeren geen lammetjes meer.

Vergeving, verlossing, dat kost ons helemaal niets meer.

Niet omdat het opeens niet meer betaald zou moeten worden.

Maar omdat God het van ons heeft overgenomen:

het kost hem zijn Zoon.

God verlost ons van de wereld, God verlost ons van onszelf

en God betaalt daarvoor.

Het avondmaal is er om dat nooit te vergeten!

Voor de Israëlieten was de vraag:

wil ik die prijs betalen?

Voor ons is de vraag:

wil ik die prijs aannemen?

Kan ik accepteren dat God met het bloed van zijn Zoon betaald heeft?

Dat is nog veel moeilijker dan zelf een lammetje opofferen.

Dit gaat zo in tegen ons rechtvaardigheidsgevoel!

Het kruis is voor ons een belediging:

waar slaat het op dat Jezus voor ons moest sterven?

Je kunt dan twee reacties geven.

De ene is: ‘als het zo moet, laat dan maar zitten,

dan red ik me ook zonder Gods verlossing wel.

Trouwens, het valt toch ook wel mee met mij.’

God nodigt iedereen uit voor de andere reactie:

‘het doet me pijn om het te zeggen,

maar God, ik heb u nodig!

U moet mij verlossen, want ik kan het niet.

En u moet maar betalen, want ik heb u niets te bieden.

Wilt u mij een nieuwe start geven?’

dia 17 – avondmaal

Wil je verlost worden?

Dan moet je bij Jezus zijn.

En het avondmaal is er om dat nooit te vergeten.

Herinner je steeds weer wat Jezus heeft gedaan.

Vergeet niet dat je alles van God nodig hebt.

Erken dat je bij God niets verdient.

Kijk uit naar de nieuwe wereld die komt.

Amen.




Exodus 2:1-10 – Gods is niet te stoppen!

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Zingen:

God kent jou vanaf het begin (Opwekking voor kids 77)

Hij is machtig, Hij is krachtig (Elly en Rikkert)

Dank U voor deze nieuwe morgen (Gz 132:1,4,5)

Stil gebed

Votum en zegengroet

Zingen: Heer ik kom tot U (Gz 156)

Gebed

Bijbelverhaal Exodus 2:1-10

Zingen: Klein klein kindje (Gez 5)

Preek ‘God is niet te stoppen!’

Zingen: De Heer is mijn herder (Marcel en Lydia Zimmer)

Het rieten mandje en het kruis

Gebed

Zaligsprekingen

Zingen: k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God (canon)

Collecte

Zingen: Dankt dankt nu allen God (Gez 141)

Zegen

Amen amen amen (Ld 456:3)

Preek: God is niet te stoppen!

Inleiding: gipsbeen

dia 1 – gipsbeen

Je been in het gips, wie heeft dat wel eens gehad?

Dat je met krukken moest lopen enzo?

Iemand die durft te vertellen hoe dat kwam?

dia 2 – krukken

Je been breken doet veel pijn,

en dan gaat de dokter er ook nog aan trekken om het weer goed te zetten: au!

Dan gaat het gips er omheen,

en dat mag er de komende weken ook niet van af.

Daar zit je dan…

In de pauzes moet je blijven zitten,

met de gymles kun je niet meedoen,

je kunt nergens gemakkelijk naar toe.

Gips is vervelend.

dia 3 – sip

Je kunt dan bij de pakken gaan neerzitten.

‘Had ik mijn been maar nooit gebroken.

Nu zit ik me maar te vervelen, de hele dag.

Ik kan alleen nog maar met krukken lopen.’

Het enige wat je nog doet is aftellen tot wanneer het gips er weer af mag.

dia 4 – Maxima

Maar je kunt er ook handig gebruik van maken.

Over twee weken komen koning Willem Alexander en koningin Maxima naar Friesland.

Als je ze goed wilt zien, moet je natuurlijk vooraan staan.

Met een gipsbeen is dat niet zo moeilijk.

Je moet gewoon zorgen dat je een rolstoel hebt,

en dan mensen vragen of je er langs mag.

‘Pardon mevrouw, ik heb mijn been gebroken,

en nu kan ik niet over de mensen heen kijken,

mag ik er misschien even voor langs?’

Voor je het weet sta je vooraan.

En dan kun je roepen:

‘Maxima, Maxima, wilt u uw handtekening op mijn gipsbeen zetten?’

Natuurlijk heeft ze medelijden met je,

ze maakt een kort praatje met je en zet haar handtekening op het gips.

dia 5 – God is niet te stoppen

Dan heb je van iets heel vervelends, dat je je been hebt gebroken,

iets heel moois gemaakt: dat je de handtekening van de koningin hebt.

Dat doet God in het verhaal over Mozes.

God laat zich niet door vervelende dingen tegenhouden,

hij maakt er juist iets moois van.

God is niet te stoppen.

Groot gevaar!

Kijk maar mee met Mirjam.

Een been in het gips is misschien vervelend,

maar wat zij meemaakt is veel erger.

dia 6 – geheim

Een paar maanden geleden had mama

haar en haar broertje Aäron bij zich geroepen.

‘Ik wil jullie iets vertellen,

maar jullie mogen het aan niemand doorvertellen, beloofd?’

Dat hadden ze beloofd.

‘Ik ben zwanger,’ had mama gezegd.

dia 7 – soldaten

Dan denk je misschien dat Mirjam heel blij zou zijn,

maar ze vindt het heel eng.

Mirjam en haar familie zijn Joden,

maar ze wonen in een vreemd land, in Egypte.

En de Egyptenaren zijn bang dat de Joden de baas over hen gaan spelen.

Daarom heeft de koning van Egypte, de Farao, iets bedacht:

alle Joodse jongetjes die worden geboren moeten in de Nijl worden gegooid.

dia 8 – bidden

Dus is Mirjam heel bang.

Want stel je voor dat ze een broertje krijgt?

Elke avond bidt ze:

‘Lieve God, wilt u alstublieft geven dat het een zusje wordt?’

Maar nee, het wordt een jongetje.

Het is zo’n lieve baby, zo onschuldig en kwetsbaar,

die kunnen ze toch niet verdrinken?!

Is die Farao helemaal gek geworden?

Mirjams broertje is in groot gevaar.

dia 9 – Noord Korea

Gelukkig is het voor ons niet zo gevaarlijk.

Je hoeft niet, zoals Mirjam, bang te zijn als je een broertje of zusje krijgt.

Maar er is wel een vijand, de duivel.

Die wil niet dat mensen God leren kennen.

In sommige landen is het heel gevaarlijk om christen te zijn.

Bijvoorbeeld in Noord-Korea:

daar kun je alleen stiekem naar de kerk,

en als je betrapt wordt krijg je een zware straf.

In Nederland is dat gelukkig niet gevaarlijk,

maar de duivel is wel blij dat er steeds minder mensen in God geloven.

vertrouwen op God

dia 10 – mozes in armen

Weer terug naar Mirjam.

Ze is bang: papa en mama gaan de baby toch niet echt in de rivier gooien?

Gelukkig zijn papa en mama dat helemaal met haar eens.

Ze hebben de baby van God gekregen

dus ze zullen er goed voor zorgen.

Dat bedoelt mama ook als ze zegt dat het een hele mooie baby is.

Natuurlijk, alle ouders vinden hun eigen baby de mooiste van de wereld.

Maar dat bedoelt Mirjams moeder niet.

Zij denkt terug aan dat God de hemel en de aarde gemaakt had.

Toen God dat had gedaan, zag hij dat het heel goed, heel mooi was.

Baby Mozes is ook heel goed, heel mooi, want God heeft hem gemaakt!

Daarom zullen ze alles voor Mozes doen.

De eerste drie maanden houden ze Mozes in huis.

Als hij gaat huilen geeft mama hem direct te eten.

Of Mirjam gaat haar kleine broertje troosten,

en daar wordt Mozes helemaal stil van.

Maar het is heel gevaarlijk, dit kan niet lang goed gaan.

Als de soldaten van Farao komen,

zullen ze Mozes meenemen.

dia 11 – mand maken

Daarom bedenken ze een plan.

‘Mirjam’, zegt mama, ‘kom je me helpen?

Dan maken we een mand die blijft drijven op het water.

Dat wordt een bootje voor Mozes,

en dan moet God er maar voor zorgen dat iemand Mozes vindt.’

Mirjam vindt dat wel moeilijk,

ze wil veel liever dat Mozes thuis blijft, maar het kan niet anders.

Dus helpt ze mama met het maken van de mand.

Als de mand klaar is, leggen ze Mozes erin.

Ze gaan naar de rivier, en zetten de mand neer aan de rand, in het riet,

op een plaats waar wel vaker mensen komen.

En ze laten het aan God over.

Ik vind dat heel dapper van hen.

Ze durven tegen het bevel van Farao in te gaan,

omdat ze God belangrijker vinden en op hem vertrouwen.

Durf jij ook voor God te kiezen

als andere mensen dat maar stom vinden?

Is God de belangrijkste voor je?

En als er moeilijke dingen gebeuren,

kun jij dan ook vertrouwen dat God voor je zorgt?

Gered van de dood

dia 12 – mirjam

Mama en Mirjam vertrouwen dus op God.

Ze zetten Mozes in het mandje in de rivier.

Mirjam blijft erbij, zij kan zich goed verstoppen in de struiken.

Ze zal opletten wat er met Mozes gebeurt.

dia 13 – vrouwen

Maar kijk nou eens, wie komen daar in de verte aan?

Mirjam kan ze nog niet heel goed zien,

maar ze ziet al wel dat het rijke vrouwen zijn.

Ze hebben dure jurken aan

en ze lopen heel deftig.

Ze komen dichterbij, en vlak bij het mandje, gaat een van de vrouwen het water in.

Maar wacht even, Mirjam kent die vrouw!

Dit is een prinses, een dochter van Farao.

Hoe kan dit nog goed aflopen?

dia 14 – prinses

En ja hoor, de prinses ziet het mandje,

en ontdekt de kleine Mozes.

Ze slaakt een gilletje en roept haar dienstmeisjes:

‘kijk nou, een Joods jongentje!’

Ze pakt Mozes uit het mandje,

en ziet de tranen in zijn ogen.

Ze weet dat ze het kind eigenlijk in de rivier zou moeten gooien,

maar ze heeft ook wel medelijden met de baby.

dia 15 – mirjam en prinses

Mirjam ziet het gebeuren en besluit om in te grijpen.

Ze loopt naar de vrouwen toe en zegt:

‘ohh, wat een lieve baby zeg, mag ik eens zien?

Is het een Joods jongentje?

Daar kunt u niet voor zorgen, u kunt hem geen eten geven.

Maar ik weet nog wel iemand hoor, zal ik haar even halen?’

Het is wel heel brutaal van Mirjam,

maar de prinses kan toch ook moeilijk ‘nee’ zeggen.

dia 16 – terug bij mama

Mirjam rent naar huis en haalt haar moeder op.

Als ze bij rivier komen, staat de prinses er nog.

‘A, daar bent u,’ zegt ze.

‘Ik hoorde dat u dit jongetje te eten kunt geven.

Wilt u voor hem zorgen totdat hij groter is?

Dan zal hij mijn zoon worden.

O, en natuurlijk zal ik u ervoor betalen.’

Mozes’ moeder krijgt betaald om voor haar eigen baby te zorgen.

En Mozes is veilig.

Mozes lijkt wel een beetje op Jezus.

Ook Jezus was als baby in groot gevaar:

koning Herodes wilde hem doden.

Maar net zoals Mozes kon Jezus ontsnappen.

Want God wilde dat Jezus bleef leven.

Zo mooi gaat het helaas niet altijd.

Niet alle jongentjes werden gered, zoals Mozes en Jezus.

En als je op God vertrouwt,

dan betekent dat niet dat er geen vervelende dingen meer gebeuren.

Maar je mag wel weten dat als God iets van plan is,

niemand hem kan tegenhouden.

Ook met jou heeft God een plan,

ook al weet je nog niet wat dat is.

Maar God zal daar voor zorgen.

God gaat verder

dia 17 – Mozes oud

Met Mozes heeft God een bijzonder plan.

Dit verhaal gaat niet alleen over een familie die wil dat hun baby blijft leven.

Het verhaal gaat ook over God die zijn volk wil bevrijden.

Dat wil hij door die kleine baby Mozes gaan doen.

De Farao kan God echt niet tegenhouden!

Sterker nog: zonder het te weten helpt hij God.

Als Mozes een paar jaar ouder is, gaat hij bij de prinses wonen.

Hij wordt opgevoed als een prins.

Hij krijgt dure kleding en hij mag naar school.

In die tijd was dat heel bijzonder: bijna niemand ging naar school.

Maar Mozes wel, hij leert van alles.

Hij leert lezen en schrijven,

maar ook hoe hij leiding moet geven aan mensen.

En alle dingen die hij leert,

komen later erg goed van pas

als hij het volk Israël uit Egypte mag bevrijden.

dia 18 – Farao

Farao denkt God te slim af te zijn,

maar God is niet te stoppen:

hij gebruikt Farao gewoon in zijn plan.

Farao heeft het niet eens door,

maar hij voedt Mozes zo op dat Mozes Israël kan bevrijden.

Dat is nog eens humor van God.

dia 19 – God is niet te stoppen

God gaat wel verder met zijn plan.

Hij laat zich door niemand tegenhouden.

Wat de vijand ook doet,

God kan er gewoon gebruik van maken.

Aan het begin hadden we het even over christenen in Noord Korea.

Wat de regering daar ook doet om christenen uit te roeien,

er komen daar alleen maar meer mensen tot geloof.

God is niet te stoppen.

God gaat wel verder met zijn plan.

Zijn plan was om Israël door Mozes uit Egypte te redden,

en dat heeft hij gedaan.

En zijn plan is om ons ook te redden door Jezus.

Hij wil een nieuwe wereld maken,

waar geen vervelende dingen meer zijn.

Geen ruzie, geen dood, geen christenvervolging.

En als je het moeilijk vindt om dat te geloven,

kijk dan maar naar Mozes en leer van hem:

God is niet te stoppen!

Amen.




Exodus 33,11-17 – Gebed om Gods nabijheid: God luistert

Uitzending Radio Eenhoorn

Preek bij ons jaarthema ‘Leren van Gods liefde’

 

Liturgie

Voorzang Gez 39
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Gez 144,1.4.6.7
Gebed
Korte toelichting op Exodus
Lezen uit de Bijbel: Exodus 33,1-17 (door Rik Zweers)
Zingen: ps 106,9.10.21
Preek over Exodus 33,11-17
Zingen: Ps 90,1.7.8
Kinderen terug
Wetslezing
Zingen Gez 131,9 en 1
’s Middags
Geloofsbelijdenis
Zingen Ps 99,1.5.8
Gebed
Collecte
Zingen Opwekking 366 / LB 434,1.2.5
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een ‘Samen GROEI-en‘ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Exodus 33,11-17 – Gebed om Gods nabijheid: God luistert!

1. Ziet God mij staan?

Misschien vraag je je dat nooit af – omdat je helemaal niet over God nadenkt. Ik sprak eens twee meisjes op straat, en toen vroeg ik ze: Kun je je voorstellen dat God in jullie geïnteresseerd is? Dachten ze nooit over na. Maar ze konden het zich ook niet voorstellen. Als er al een God is – dan maakt Hij zich niet druk om mij.

Misschien vraag je het je wel af – ziet God mij staan? Als ik bid, luistert hij dan echt? Misschien kun je het je niet voorstellen – zou God naar mij luisteren? Heeft het zin om te bidden, voor mezelf, voor mijn kinderen, mijn kleinkinderen? Je bidt wel, maar… Of je bent gestopt met bidden…

Het kan zijn dat er in je leven echt afstand is tot God. Er zijn dingen die niet kloppen. Daardoor is God op afstand komen te staan. Zoals bij het volk Israël. Ik weet niet of je het verhaal kent – de bevrijding uit Egypte – misschien ken je de film ‘The Prince of Egypt’. Mozes had hen uit Egypte gebracht. In de woestijn had God bij de Sinaï gezegd: jullie horen bij mij – ik ben jullie God, jullie zijn mijn volk. Hij had een verbond met hen gesloten.

Maar toen hadden ze God op het hart getrapt. Ze hadden een gouden kalf gemaakt – geen prijs voor de beste Nederlandse film, maar een beeld van een god. God was woedend. Ik wil niks meer met jullie te maken hebben.

Maar Mozes was er. Hij ging bidden voor het volk.

Stort het volk niet in het ongeluk! Maak ze niet kapot!

En God luisterde. Hij hield zich in.

Maar verder – een tent in het kamp van Israel, dat is uitgesloten.

God blijft op afstand.

De ontmoetingstent staat ver buiten het kamp.

Voelt het in jouw leven ook zo – God op afstand? Dat kan.

Bij Israël – Mozes blijft bidden. We hebben erover gelezen uit Exodus 33.

Omdat Mozes bidt, komt het uiteindelijk weer goed.

God komt terug. Er wordt een tabernakel gebouwd – een plek waar God woont in het kamp van Israël.

Zou God zo luisteren naar jouw en mijn gebed?

Kun je je dat voorstellen?

Tja, ik ben Mozes niet.

Nee, wij zijn Mozes niet. Zoals Mozes met God om ging, dat heeft niemand van ons meegemaakt.

2. Israël had toen Mozes om voor hen te bidden – en toen kwam het goed. En wij?

Weet je wat de Bijbel zegt – in 1 Joh 2,1: wij hebben een pleitbezorger bij de Vader – Jezus Christus.  Dat betekent: Jezus Christus zit naast God, zijn Vader. Ze spreken elkaar natuurlijk. En wat doet Jezus? Voor ons pleiten – voor ons bidden.

En de Bijbel zegt ook (Joh 1,17): Jezus overtreft Mozes. Als God al naar Mozes luisterde, dan zal Hij zeker naar Jezus luisteren.

Stel je voor – dat Jezus voor jou bidt. Of voor jouw partner, kinderen, kleinkinderen.

Dat Jezus voor jou bidt, zoals Mozes bidt voor Israël.

Dat is bijzonder!

Zou God de Vader niet luisteren naar Jezus – zijn eigen Zoon – die direct naast Hem zit?

Hoe zit het tussen jou en God?

Ik kan me voorstellen dat je dan alleen denkt aan jezelf en aan God.

En ja, dan weet je nooit of het wel echt goed zit.

Ziet God mij staan? Hoe zou ik dat moeten weten? Ik heb God nooit ontmoet. Ik spreek hem niet elke dag, zoals ik praat met een vriend.

Volgens de Bijbel kun je het anders zien.

Weet je waar jouw relatie met God mee staat of valt? Met de relatie van Jezus met God. En met of jij in Jezus gelooft of niet. Van Jezus zijn wij afhankelijk.

Net zoals Israël afhankelijk was van Mozes. En van Mozes’ relatie met God.

Ziet God Mozes staan? Jazeker. God zegt het zelf tegen Mozes – vers 12: Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.

Als God dat tegen je zegt…

En Mozes ontmoet God regelmatig. Hij is 40 dagen bij God op de berg Sinaï geweest.

Ze spreken persoonlijk met elkaar, zoals je praat met een vriend. In die tent, buiten het kamp.

God vertelt Mozes over zijn plannen.

En later, later mag Mozes zelfs Gods grootheid, Gods luister zien.

Tussen God en Mozes zit het echt helemaal goed – niemand die daar aan hoeft te twijfelen.

En dat merk je ook – God doet wat Mozes vraagt.

Gelukkig voor Israël…!

Dat was toen.

Nu naar vandaag.
Geloof jij in Jezus?

Jezus is veel meer dan Mozes.

Jezus is Gods allerliefste, enige Zoon.

Jezus zit naast God.

Ze spreken elkaar, ze houden van elkaar.

Ze weten alles van elkaar.

Stel je voor dat Jezus voor jou zou bidden!
Vader, ziet u daar in Friesland … vul je eigen naam maar in.

Zorgt u voor haar? Voor hem? Gaat u zelf mee?

Stel je voor…

3. Hoe bad Mozes voor het volk?

Hij ging niet voor zichzelf.

Dat was Gods idee: Mozes, ik stop met dit volk. Ik ga ze vernietigen. En met jou begin ik opnieuw.

Mozes had gezegd: Stop maar met mij. Maar ga verder met dit volk – aan het slot van hoofdstuk 32.

En nu brengt hij voorzichtig steeds weer het volk ter sprake.

Wat zijn uw plannen – dat hebt u mij nog niet verteld.

U bent mij toch goedgezind. Vertel het me.

Laat merken dat u mij goedgezind bent. Mij – ja, en ook dit volk.

Zo gaat het in vers 13. In vers 16.

Mij – en ook uw volk.

Mozes neemt zijn volk mee naar God toe. Zijn eigen goede relatie met God gebruikt hij voor zijn volk.

Wat heeft Israël een geweldige kruiwagen bij God!

Als je maar goede relaties hebt, dan kom je ver.

Israel had gelukkig Mozes – en Mozes kan wel wat gedaan krijgen.

Het was helemaal kapot, tussen God en Israel. Ze hadden God op zijn hart getrapt. Hij wilde niet meer samenwonen met Israël. Hij wilde ze niet meer zien.

Maar via Mozes’ mediation komt het goed.

Denk je nu: Had ik maar zo’n kruiwagen?

Tussen mij en God is het ook niet echt meer wat het geweest is.

Ik spreek hem nauwelijks – mijn bidden stelt niet zoveel voor…

En mediation tussen mij en God – hoe krijg ik dat voor elkaar?

Zou je het willen?

Jezus is meer dan Mozes. Hij doet het veel beter dan Mozes.

Met Kerst wordt Hij geboren – om van binnenuit mee te maken wat het is om mens te zijn. Hij kan zich helemaal inleven.

En Hij bidt voor ons. ‘Vader, vergeef hen’.

Geloof in hem – dan ben je in Hem.

Hij neemt ons mee naar God – Vader, deze mensen horen bij mij.

Ik ben toch uw lieve Zoon?

Neem deze mensen erbij – als uw lieve kinderen.

Dat is nog eens een kruiwagen – bij God.

Dat is mediation op goddelijk nivo.

Geloven in Jezus, dat is naar Hem toegaan – iedereen kan dat doen.

Als jij vraagt: Jezus, mijn Heer, bid voor mij. Pleit voor mij.

Ik ben maar klein, machteloos, ziek, zondig.

Het lijkt van buiten heel wat, maar ik heb maar een klein hartje.

Vraag God de Vader mijn Vader te zijn.

Dan doet Hij dat.

Dan neemt Jezus jou mee naar God toe.

Hij brengt je bij je Vader – je bent zijn kind!

4. Wat heb ik daaraan dan?

Is God er dan?

Ja, God is er. Zeker. Daarvan ben ik diep overtuigd.

God is dichtbij zijn kinderen.

Dat God bij je is, dat jij bij God bent, dat is van levensbelang.

Dat snapte Mozes bijzonder goed.

Kijk maar wat hij zegt, in vers 15.

‘Als u niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken.’

En in vers 16: als u meegaat,

‘Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen?’

Zonder God stelt Israël niks voor.

Wat waren ze? Een bevrijd slavenvolkje. Zwervend in de woestijn. Zonder land.

Voor je het weet liepen ze te mopperen.

Was het water op en kregen ze dorst.

Mozes wilde niet verder zonder God.

God maakt het verschil.

Gods aanwezigheid geeft uitzicht en hoop

Gods nabijheid maakt het leven zinvol.

Zonder God stellen wij uiteindelijk niks voor.

Herken je dat?

Het lijkt misschien even wat. Misschien ben je er zelf van onder de indruk.

Je zult toch maar Holland’s next topmodel zijn.

Of een nummer 1 hit scoren.

Goud winnen op de 1500 meter schaatsen.

Filmster worden.

Maar wie weet over 20, 30 jaar nog wie je was? Wie ben je dan nog?

Je kunt rijk zijn, machtig, aanzien hebben, een indrukwekkende carrière.

Eens ga je dood – verdort net als het gras. Weg…

Leven zonder Gods heerlijkheid, dat is geen leven.

Dan ben je een bloem die op een vaas staat.

Prachtig – en na een week of wat? Hup, in de groencontainer.

Zonder God kwijn je vroeger of later weg in een eenzame dood.

En dat hoeft niet! Dat is nergens voor nodig.

Want na Mozes is Jezus gekomen.

Net als Mozes brengt Hij je bij God.

In Gods heerlijke nabijheid.
Sterker nog: als je Jezus ziet, dan zie je al Gods heerlijke nabijheid.

Wat levert die nabijheid van God dan op?

Precies dat wat we missen, wat we kwijtgeraakt zijn toen we God kwijtraakten.

Een vervuld bestaan.

Een leven dat zin heeft.

Vrede. Energie. Liefde.

Geliefd zijn, door God.

En God zelf.

De bron van alles.

Een oneindige bron van liefde en goedheid en leven.

Hij ruimt al onze troep op, onze zonde, is sterker dan de dood.

Gods nabijheid – dat is een volheid van leven voor altijd.

Maar uiteindelijk moet je het zelf ervaren, hoe God het verschil maakt.

Vraag Jezus voor jou te bidden: Vader, als u niet met haar mee gaat, met hem, dan heeft hun leven geen zin. Alleen met u kunnen ze leven.

5. Wat is het eigenlijk bijzonder: God luistert naar Mozes.

God had ook kunnen zeggen: Mozes, ik heb het helemaal gehad met dit volk.

Ik wil met jou verder gaan, anders niet.

En als Mozes blijft aandringen: Mozes, zit niet te zeuren. Accepteer het maar: jou ben ik gunstig gezind, het volk niet.

Maar God luistert naar Mozes.

Eerst komt hij terug op zijn plan om het volk te vernietigen.

Later zegt hij toe: ik zal geen engel meesturen, ik ga zelf mee.

Als je opgegroeid bent in een christelijke omgeving, dan verrast je dat misschien niet. God zal wel weer vergeven.

Reken je daar bij jezelf ook op – God zal me toch wel vasthouden? God zal toch wel luisteren als ik bid? Of twijfel je daar juist aan?

In dit verhaal zie je twee dingen tegelijk.

Aan de ene kant: God was echt boos. Op zijn hart getrapt. In het kamp van Israel wilde hij niet meer zijn. En het was toch ook stuitend, zoals Israel steeds weer deed.

God was volstrekt niet verplicht om naar Mozes te luisteren. Om mee te gaan.

Aan de andere kant: als het volk berouw heeft, eerbied voor Hem laat zien; als Mozes er een beroep op doet dat God hem toch goedgezind is, dan is Hij zo groots en gul. Dan geeft Hij genade en is Hij barmhartig.

Zonder steken onder water. Zonder negatieve bijklank.

Het verbond wordt opnieuw gesloten.

God komt terug naar het kamp van Israel en de tabernakel wordt gebouwd.

Herken je die twee kanten in je eigen leven?

Als je gelooft in Jezus, zijn ze er allebei. Ik hoop dat je dat steeds meer gaat zien.

Aan de ene kant: soms is het zo stuitend hoe wij met God om gaan.

Dat God ook bij ons zou zeggen: ik kap er mee – dat zou niet gek zijn.

God is volstrekt niet verplicht om Jezus, zijn lieve Zoon, te sturen om ons hart te zoeken.

Aan de andere kant: zie je hoe bijzonder God is?

Doe je bij Hem niet groter voor dan je bent. Ons leven klopt niet zonder Hem.

Heb eerbied voor Hem.

Want Jezus brengt ons bij God.

Jezus bidt: Vader, vergeef het hun.

Jezus wijdt ons toe aan God.

En God accepteert ons, zelfs als zijn eigen kinderen.

Als jij gelooft in Jezus, en in Jezus Christus bent.

Dan neemt God jou erbij – zijn kind, net als Jezus.

Onvoorstelbaar!

6. En dat gaat ver.

Het is niet alleen dat God zijn boosheid loslaat.

Dat er nu nabijheid komt, liefde, zorg.

Jij mag zijn kind zijn zoals Jezus; leven in de naam van Jezus.

En weet je wat dat ook betekent?

Jij mag bidden in de naam van Jezus.

Jij mag een bidder worden zoals Mozes.

Heb je daar wel eens bij stilgestaan?

De Bijbel zegt in Jakobus 5,16: Bid voor elkaar:

Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.

Geloof jij in Jezus?
Dan is Jezus er die voor jou bidt.

Maar in Jezus mag jij ook zo’n rechtvaardige worden met een krachtig gebed.

Net als Jozua mag je mee, de tent in. Als leerling van Jezus.

Je mag net als Mozes God leren kennen; Gods plannen leren kennen.

Ontdekken dat God je goedgezind is en ook jou uitgekozen heeft.

Je mag in Gods aanwezigheid zijn, met hem spreken zoals je praat met je Vader.

En leren bidden zoals Mozes.

En merken dat God iets doet met wat jij vraagt.

Zou jij zo’n bidder willen zijn, zoals Mozes?

Bidden in de naam van Jezus?

Merken dat je gebed uitwerking heeft?

Als jij gelooft in Jezus, dan ben je in Jezus Christus.

Als je in Hem blijft, dan mag je bidden in zijn naam.

Dan mag je zo’n bidder worden. Een man, een vrouw van God, die heeft leren bidden.

Bidden voor je partner, je kinderen en kleinkinderen.
Voor je buren en collega’s.

Bidden voor … Vul het maar in.

Je kunt mensen bij Jezus brengen en Hem vragen levens te veranderen.

Levens te redden.

Wat een voorrecht!

Want God ziet je staan – natuurlijk.

Als jij in Christus komt, als jij bidt in Jezus’ naam – Jezus is zijn allerliefste Zoon!

Oefen het dus.

Bidden moet je leren en oefenen.

Als ik moet bidden omdat het van me verwacht wordt – ok.

Maar als ik alleen ben, dan ben ik lang niet altijd zo’n goede bidder.

Bidden vraagt oefening.

Oefen dus.

In Gods aanwezigheid zijn zoals Mozes, zodat je gevoel voor God krijgt en door zijn heerlijkheid verandert.

Uit de Bijbel Gods plannen leren kennen zodat je afgestemd raakt op zijn wil.

En dan zijn hier in de gemeente de kringen bij uitstek plekken om dat te oefenen.

Hardop bidden voor elkaar.

Thuis, als je alleen bent, bidden voor je kringleden.

Je leven met elkaar delen – gebed vragen van anderen: Ik heb het hier moeilijk mee – wil jij voor me bidden?

Leer het – want het gaat ergens om: Is God met ons of niet?

Want wie zijn wij als God niet met ons is?

In Christus is God met ons – en hebben wij een bijzondere plaats – dan is God dichtbij. Dan luistert Hij in Jezus’ naam ook naar jou!




Exodus 24,9-11 – Aan tafel bij God zelf

Viering van het Heilig Avondmaal

Liturgie

Voorzang Gez 156
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen Ps 111,1.2.3
Gebed
Lezen uit de Bijbel: Exodus 24,1-11
Zingen Ps 111,5.6
Preek over Ex 24,9-11
Zingen LB 288,1.5.7.8
Als wetslezing: 1 Petr 3,8-12 en 4,1-8
Zingen LB 106,1.2
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Avondmaalsviering
- lezing formulier
- gebed
- zingen LB 356,2
- viering
Zingen: Ps 103,1.2.3.4.9
Zegen

Preek over Exodus 24,9-11 – Aan tafel bij God

1. Stel je voor dat je er bij was. Wat zou je ervan hebben gevonden?

Mozes neemt je mee, samen met Aaron. Samen met een heleboel andere oudsten. En daar ga je. De berg op. Niet helemaal naar boven, tot ergens halverwege. God had immers tegen Mozes gezegd: Blijf op eerbiedige afstand.

Met z’n allen loop je de  berg op – een beetje gespannen wel. Zou het weer zo indrukwekkend zijn als pas, zo angstaanjagend als toen? Met donder en bliksem, geschal als van ramshorens? Zou de berg weer staan trillen en roken, in vuur en vlam?

Dan zegt Mozes: hier stoppen we.

En precies zoals hij had gezegd knielen jullie allemaal.

Op de grond. Het hoofd naar beneden.

Eerbiedig en onder de indruk

En dan…

Dan is God daar – echt, God zelf.

Je houdt je hoofd naar beneden, omhoog kijken durf je niet.

God zien en leven – dat kan toch niet.

Maar je ziet wel Gods voeten. En daaronder – een hemelkoepel lijkt het wel. Gemaakt van allemaal edelsteen.

Daar is God – op zijn troon!

De enige echte God. De levende God – je bevrijder!

Onvoorstelbaar, wat je daar gezien hebt.

En… je leeft – het is niet je dood.

Je hebt Gods troon gezien – en je leeft!

Dan is er eten.

En drinken.

Wonderlijk – eten en drinken bij de troon van God.

God is de gastheer – jullie eten!

Hoe zou je je gevoeld hebben?

Hier staat ook een tafel.

Ook hier nodigt God je uit.

Eten en drinken, bij God aan tafel.

Wat lijkt je mooier? Waar zou je liever eten?

Hier, of daar toen op de berg Sinaï?

Ik had het wel mee willen maken.

Vier keer in de Bijbel wordt verteld dat mensen Gods troon zien.

Jesaja, bij zijn roeping, in de tempel van Jeruzalem.

Ezechiël, bij zijn roeping, als het volk in ballingschap is. Dan staat Gods troon op wielen en komt hij naar de ballingen toe.

Johannes op Patmos, ziet in zijn visioenen de troon van God

En dus hier, de eerste keer.

Stel je voor …

Gods voeten zien, de hemelse koepel onder zijn voeten…

2. Laten we het eens met elkaar vergelijken – die maaltijd daar bij Mozes.

En het avondmaal.

Indrukwekkend was het toen. Ze zaten aan Gods voeten. Ze zagen zijn voeten!

Het is een maaltijd bij een verbond. God sluit een verbond met Israel. Wat is dat, een verbond? Nou, vergelijk het met een huwelijk. Een relatie die officieel is vastgelegd. Een liefdesrelatie. God zegt: ik wil dat jullie mijn volk zijn. En ik zal jullie God zijn. Bloed en offers komen erbij: de zooi van de zonde wordt opgeruimd, het volk wordt toegewijd aan God.

Zo’n verbond is eigenlijk nog maar een begin – van een lange relatie samen.

En dat wil God dus ook – dat proef je.

De leiders van het volk mogen naar God toekomen – wel 70 afgevaardigden, plus Mozes en Aäron en twee zonen van Aäron.

In hoe het dan verder gaat proef ik twee dingen:

Aan de ene kant: God is groot, onvoorstelbaar groot.

Aan de andere kant: die grote God wil omgaan met mensen.

God is zo groot dat ze niet dichtbij mogen komen.

Op afstand knielen ze.

Ze vertellen later wat ze gezien hebben: alleen zijn voeten. En wat er onder zijn voeten lag.

Misschien hebben ze het wel gehoord wat de engelen riepen – heilig, heilig, heilig.

Groot en machtig is Hij.

Hij is God!

Die God nodigt ze uit aan tafel.

Ze eten en ze drinken.

God is hier de grote koning – hij blijft op afstand.

Maar hij zorgt goed voor zijn gasten.

Wat een grootheid, wat indrukwekkend, zo bij God aan tafel.

3. En dan het avondmaal.

Ik vroeg het net al: als je mocht kiezen, wat koos je dan? Avondmaal vieren hier, of daar toen eten samen met Mozes?

Ik weet het niet, wat ik zou kiezen. Zo God zien…

Hier zien we Gods voeten niet.

En toch – het avondmaal is een maaltijd vol van belofte.

Straks eten en drinken we in het koninkrijk van God. En dan is Jezus zelf erbij. Aan tafel bij God zelf – het gaat weer gebeuren. Alles wat in de weg staat, alle zonde, Jezus ruimte het op.

En als ik nadenk over wat het avondmaal betekent…. Als je vergelijkt wat er straks komt, als het avondmaal vervuld wordt, wat hebben ze dan bij Mozes nog maar weinig gezien en meegemaakt… Wij krijgen in het nieuwe verbond veel meer, nu al, en straks helemaal.

Want – er is een nieuw verbond. Dit oude verbond met Israel is stukgelopen. Door Jezus is er een nieuw verbond. Dat verbond kan niet meer stuk.

Ook nu is het doel: na de verbondssluiting volgt een leven samen.

Besef je dat? God wil maar niet een verbond met ons sluiten. Hij wil met ons optrekken. Hij wil met ons feest vieren. Hij wil ons!

Ons – dus: wij allemaal.

En dat is bijzonder!

Hoeveel mensen gingen er toen de berg op?

Alleen Mozes mag echt de berg op.

73 leiders van het volk mogen God van afstand zien.

En de rest staat onderaan de berg.

God blijft de grote koning, indrukwekkend en op afstand.

Hoeveel van ons mogen er echt met God omgaan?

Iedereen!

Iedereen die via Jezus naar God toe wil gaan! Iedereen mag in Jezus geloven.

Iedereen mag gedoopt worden. Het geloof in Jezus belijden. Iedereen is welkom bij God.

En iedereen mag aan tafel komen zitten.

Niet alleen een paar hele goede christenen.

Jammer eigenlijk dat we het spannend vinden om avondmaal aan tafel te vieren. Liever in de bank blijven zitten. Dan lijkt het net of we maar beter zoals het volk beneden kunnen blijven. Niet te dichtbij.

Waarom zetten we hier een tafel neer?

Omdat jullie allemaal – alle gedoopte en belijdende leden van de kerk van Jezus Christus – zo dichtbij mogen komen.

Aan tafel bij God zelf.

Daar mag je nu vast aan gaan wennen.

Ik hoop dat je van deze preek twee dingen onthoudt:

God is groot en indrukwekkend.

En wij mogen bij Hem aan tafel zitten. Dankzij Jezus!

Nu zitten we hier, zonder Jezus erbij.

Straks, als Jezus terugkomt.

Dan is Hij er zelf.

Je ziet maar niet zijn voeten, je ziet hemzelf.

Aan tafel bij Jezus zelf – bij God zelf. Heb je door hoe bijzonder dat is?

Hij knikt je toe, lachend.

Hij ziet je.

Misschien reikt Hij je dan wel een beker aan – proost! Op jou! Fijn dat jij er ook bent.

Fijn dat jullie er allemaal zijn! En natuurlijk drinken we dan op Hem: een beker van dankbaarheid.

Heb je dat ontdekt, voor jezelf?

Wij kunnen eigenlijk toch niet geloven dat God ons echt ziet? Zich echt om ons druk maakt? En toch is dat zo – God laat het ook merken.

In de vakantie was ik op een conferentie. En daar had ik voor me laten bidden – onder andere om meer liefde voor de kinderen, voor Boaz en Christi. Direct daarna loop ik naar buiten. En wie komen er enthousiast naar me toegerend? Boaz en Christi. ‘Papa!’ Juist op dat moment waren zij daar. Dat raakte me zo – een knipoog van God.

En ik hoorde pas van iemand anders net zoiets. Hij was op trektocht, maar hij kon ’s avonds niet direct een slaapplek vinden. Hier was geen plek, daar was geen plek. Uiteindelijk toch iets gevonden. Niet leuk, dus hij zat een beetje eenzaam en alleen. En wie ontmoette hij de avond en de morgen daarna? Wildvreemde mensen. Maar christenen, net als hij. Met wie hij hele bemoedigende en stimulerende gesprekken mocht hebben. Dat raakte hem net zo – opnieuw een knipoog van God.

Zo ziet God ons.

Hij weet wie jij bent.

En zo ontvangt hij je graag aan tafel.

Welkom – fijn dat je er bent!