Daniël 12:13 – God brengt je op je bestemming

Deze preek is gehouden op de ‘eeuwigheidszondag’, waar we stil stonden bij hen die in het afgelopen jaar zijn overleden. Maar in Daniël staat dat de dood niet de definitieve bekrachtiging is van dat het niet beter zal worden. Je hoeft geen genoegen te nemen met een wereld waar dood is, God doet dat ook niet: hij brengt je door Jezus op je bestemming.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Lied 397 : 1, 2 en 6
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 717
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 12 : 1 – 13
Zingen: Psalm 73 : 9 en 10
Preek over Daniël 12 : 13
Zingen: Psalm 68 : 2, 8 en 13
Kinderen terug
Luisterlied: ‘Nu laat u mij in vrede gaan’ (Sela)
‘In memoriam’
Lezen: 1 Korintiërs 15 : 20 – 26
Zingen: LvK Lied 103 : 1, 2 en 3
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

God brengt je op je bestemming

Introductie bijbellezing
We gaan zo lezen uit Daniël 12.
In september zijn we in Daniël 1 begonnen,
en nu lezen we het boek uit.
De vorige keer dat we uit Daniël hebben gelezen,
was dat uit hoofdstuk 9.
We maken nu dus een flinke sprong naar de laatste bladzijde.
Eigenlijk zouden we nu Daniël 10 tot en met 12 moeten lezen,
want dat is één geheel, het gaat over één visioen,
maar dat zou wat teveel van het goede worden.
Laat ik wel even vertellen wat je in Daniël 10 en 11 kunt lezen.
Daniël is op hoge leeftijd, ruim over de 80.
Daniël 10 begint met dat Daniël 3 weken in rouw is.
Na die weken krijgt hij een visioen te zien.
Hij ziet hoe koningen elkaar opvolgen,
en een groot deel van het visioen gaat over de koningen van het Noorden en het Zuiden.
Het is altijd oorlog tussen die twee, en Israël ligt er precies tussenin.
Ook na de ballingschap gaat Israël een moeilijke tijd tegemoet.
En dan begint hoofdstuk 12.

Inleiding
dia 1 – oudjaarsdag
Vandaag is een soort oudjaarsdag.
Nee, het is nog geen 31 december.
Maar de kerk heeft een eigen kalender.
Net zoals je een schooljaar hebt, van zomervakantie tot zomervakantie,
heb je ook een kerkelijk jaar.
Volgende week begint een nieuw kerkelijk jaar,
dan begint de adventstijd van toeleven naar kerst.
Vandaag sluiten we het oude jaar af.
Deze zondag heeft een naam gekregen: ‘eeuwigheidszondag’.
Dat vind ik een mooie naam.
Oudjaarsdag is vaak vooral een dag van terugblikken,
naast natuurlijk de onvermijdelijke oliebollen en astronauten.
Terugblikken, dat doen we vandaag ook,
we denken terug aan hen die in het afgelopen jaar zijn overleden.
Maar we laten het niet bij terugblikken, bij mooie herinneringen,
we kijken ook vooruit naar het eeuwige leven,
waarin de overledenen ons zijn voorgegaan.

dia 2 – pa
Voor mij komt dat dit jaar heel dichtbij.
De meesten van jullie weten dat mijn schoonvader dit jaar is overleden.
Bijna een jaar geleden kregen we het bericht:
een onschuldige vetbult was uitgegroeid tot een zeer agressieve kanker.
De artsen konden niets meer voor hem doen.
Dat komt heel hard binnen.
We zijn er direct heengegaan, hebben heel wat gehuild,
en alles werd beladen.
Nog nooit was afscheid nemen zo moeilijk.
Drie maanden later, op 7 maart 2015, is hij overleden.
Hij was 57 jaar.

Bijna elke begrafenis die ik leid, zeg ik dat de dood niet bij het leven hoort.
Mensen zijn niet bedoeld om dood te gaan.
Kinderen hebben dat ook heel goed door.
We hebben aan Daniël, onze oudste zoon, uitgelegd dat opa in de hemel is.
Dat heeft hij redelijk geaccepteerd, maar soms zegt hij opeens:
‘opa moet weer terugkomen uit de hemel.’
Hij heeft gelijk: de dood klopt niet.

dia 3 – God brengt je op je bestemming
Ik ben blij dat ik christen ben,
anders zou ik niet weten hoe ik hiermee kan omgaan.
Maar christenen mogen verder kijken,
net als Daniël, in Daniël 12.
Nergens in het Oude Testament is God zo duidelijk over de toekomst:
de dood heeft niet het laatste woord,
God maakt het goed, God brengt je op je bestemming!

1. De wereld klopt niet
dia 4 – de wereld klopt niet
Laten we naar Daniël gaan.
Het is het derde jaar dat koning Cyrus van Perzië aan de macht is,
het jaar 536 voor Christus.
Twee jaar geleden heeft Cyrus een decreet uitgevaardigd,
waarin hij de Joden toestemming geeft om terug te gaan naar hun eigen land.
Dat is precies waar Daniël zo lang naar heeft verlangd!
Nee, zelf kan hij die tocht niet meer maken,
hij is te oud om honderden kilometers op een kameel te zitten,
maar er is toekomst voor Jeruzalem, en dat telt!

dia 5 – Daniël heeft zorgen om de toekomst
Je zou denken dat Daniël nu eindelijk rust heeft:
er is weer hoop voor zijn volk.
Niets daarvan: Daniël rouwt en vast, drie weken lang.
Want met Jeruzalem gaat het helemaal niet zo goed.
Het loopt niet bepaald storm met Joden die naar Jeruzalem willen:
de meesten vinden hun leven hier wel prima.
De Joden die wel naar Jeruzalem zijn gegaan,
krijgen daar te maken met veel tegenstand.
Zo had Daniël het zich niet voorgesteld.

Dan krijgt Daniël ook nog een visioen te zien.
In de toekomst wordt het er ook niet beter op.
Daniël ziet oorlogen, terreur en vervolging.
Egypte en Syrië proberen elkaar te overwinnen.
En welk land ligt daar tussen? Precies, Israël…
Israël zit gevangen tussen twee vuren, het kan geen kant op.
De toekomst ziet er niet goed uit!

dia 6 – verlangen naar een betere wereld
Daniël hoopt op een betere wereld.
De toestemming voor de Joden om terug naar Jeruzalem te gaan
had een goed begin daarvan moeten zijn.
Maar de wereld wordt niet beter, het gaat alleen maar achteruit.
Een betere wereld, dat willen we allemaal.
Een wereld zonder ziekte.
Een wereld zonder pijn.
Een wereld zonder dood.
Een wereld zonder ruzie.
Een wereld zonder terreur.
Een wereld zonder angst.
Een wereld zonder haat.
Maar het gaat maar door!
Je kunt er moe van worden.
Je doet je best om er wat van te maken,
je doet je best om goed te leven,
je doet je best om lief te hebben, maar er is altijd wel wat!
En als het niet in je eigen leven is,
dan is het wel in de gebeurtenissen in de wereld.

dia 7 – God heeft het leven anders bedoeld
Deze wereld klopt gewoon niet!
Nee, ik bedoel niet dat het leven één grote teleurstelling is.
Het leven is prachtig, ik houd ervan!
Maar het leven is niet zoals het bedoeld is.
De wereld is niet zoals God het bedoeld heeft.
Het lijkt nergens naar toe te gaan, de geschiedenis blijft zich herhalen.
Juist de dood zet je daarbij stil:
waar doe ik het allemaal voor, wat stelt het nou helemaal voor?
Het leven, loopt dat niet letterlijk dood?

2. God brengt je op je bestemming
dia 8 – God brengt je op je bestemming
Maar God laat het niet bij een somber kijkje in de toekomst.
Laat het er niet bij dat het leven zwaar is,
dat er overal verdriet is.
In het visioen neemt God Daniël mee,
helemaal naar het einde van de tijd.
Zij die slapen in de aarde zullen opstaan.
God zal hen op hun bestemming brengen.
En Daniël krijgt het persoonlijk te horen:
‘ik breng je op je bestemming, Daniël!’

dia 9 – je hoeft je niet neer te leggen bij een harde wereld
Het leven loopt niet dood.
Dat is het prachtige vooruitzicht dat Daniël krijgt,
dat is de hoop van christenen,
dat is hoop voor de hele wereld.
Dat het leven tegenvalt,
dat je te maken krijgt met teleurstelling en verdriet,
dat je afscheid moet nemen van geliefden en hen moet begraven,
dat hoef je niet maar gewoon te accepteren.
Zo van: ‘dat is nu eenmaal het leven,
je zult het ermee moeten doen, je moet er maar het beste van maken.’
Dat is het levensmotto van veel Nederlanders:
‘je leeft maar een keer, dus haal eruit wat erin zit.’
Volgens mij kun je dat alleen volhouden als je je afsluit voor andermans ellende.
Alle ellende van de wereld is te zwaar voor ons, mensen.

Daniël krijgt iets anders te zien:
je hoeft het niet met deze wereld vol pijn te doen!
Hoeveel er ook mis is in deze wereld,
het loopt niet uit op het einde, op de ondergang van de wereld,
het loopt niet uit op dat alles over en uit is.
De dood is niet het tragische einde van een moeilijk leven.
De dood is niet de definitieve bevestiging
dat het leven niet klopt, dat het leven een teleurstelling is.
Het gaat juist door, want God laat het hier niet bij!
De dood heeft niet het laatste woord,
pijn heeft niet het laatste woord,
terreur en teleurstelling hebben niet het laatste woord!
Het doet God ook pijn dat de wereld zo is.
Hij wil niet dat je je neerlegt bij deze wereld,
hij legt zichzelf er ook niet bij neer!

dia 10 – Jezus geeft je een nieuwe bestemming
Dat is het wonder van Jezus Christus:
God is zo verknocht aan zijn wereld,
houdt zo enorm veel van de wereld en de mensen die hij gemaakt heeft,
dat hij het er niet bij kan laten:
God kan niet toekijken naar hoe wij de wereld de vernieling in helpen.
Daarom stuurt hij zijn zoon.
Misschien wel het bekendste vers uit de bijbel, Johannes 3:16:
‘Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven,
opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’
De toekomst van de wereld rust op de schouders van Jezus.
Het is zijn taak, zijn bestemming, om ons leven te brengen.
Jezus heeft daarvoor moeten vechten.
Het maakt Jezus dodelijk bedroefd, en in de laatste uren van zijn leven bidt hij:
‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg.
Maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.’
Jezus heeft de bestemming bereikt:
hij is opgestaan uit de dood met een nieuw lichaam en is bij God.
Op die bestemming wil hij jou ook brengen!

De wereld klopt niet, het leven klopt niet.
De wereld is chaos en mensen gaan dood.
Toch hoef je niet te somberen over hoe zinloos het allemaal is.
Want God heeft een bestemming in gedachten.
Voor hen waarvan we door de dood gescheiden zijn, en ook voor jezelf.
Je bent gemaakt om eeuwig te leven!

3. En de hel dan?
dia 11 – en de hel dan?
Maar hoe zit het dan met de hel?
Want het gaat in Daniël niet alleen over het eeuwig leven,
maar ook over eeuwige verachting.
Ik las deze week wat van C.S. Lewis,
de schrijver van onder andere de Narnia boeken,
en hij schrijft dat er geen enkel onderwerp is
dat hij liever uit het christelijk geloof zou willen verwijderen dan de hel.
Daar kan ik me wel in vinden…
Dat stukje in Daniël wat daarover gaat, ik lees er het liefste snel overheen.
Waarom moet die hel er in een stukje dat verder zo mooi is
er weer worden bijgehaald?
Moeten we nu ook nog weer onzeker zijn voor wie het eeuwige leven is?

dia 12 – de hel is bedoeld als bemoediging!
Dat zijn vragen die wij er bij stellen,
tenminste, ik neem aan dat ik niet de enige ben die dat lastig vindt.
Maar in Daniël 12 gaat het daar helemaal niet over.
De hel wordt daar niet genoemd om bang te maken,
maar juist om te bemoedigen!
Denk nog maar weer even aan de situatie:
Daniël heeft gezien wat een moeilijke tijd Israël tegemoet gaat.
Israël komt klem te zitten tussen de koningen van het noorden en van het zuiden.
De Joden zullen zelfs vervolgd worden, voor het eerst in de geschiedenis,
door de wrede koning Antiochus.
Maar God laat het daar niet bij zitten!

God werkt aan onze bestemming,
God werkt aan een betere wereld, de volmaakte wereld.
Daar is geen plaats voor het kwaad.
Daar is geen plaats voor hen die zich in dienst van het kwaad stellen.
Daar hoef je niet meer bang te zijn voor dood en terreur.
Het kwaad wordt door God bestraft: dat is de hel.

dia 13 – in het eeuwig leven is geen plek voor het kwaad
Het is niet de bedoeling dat je je hoofd breekt
over de vraag wie er wel en niet naar de hel gaan,
en of dat nou wel eerlijk is van God.
Ja, de hel bestaat, dat is hier in Daniël 12 duidelijk,
en ook Jezus noemt het meer dan eens.
Maar de hel is niet bedoeld om je bang te maken.
Wel om duidelijk te maken: in het eeuwige leven is geen plek voor het kwaad.

Is in dat eeuwige leven dan wel plek voor mensen?
Want dat kwaad zit in ons allemaal…
Dan komen we weer bij Jezus:
hij heeft aan het kruis het kwaad weggedragen.
De straf over zich heen gekregen voor al het kwaad dat wij doen.
Nog weer even Johannes 3, nu vers 17:
‘God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen,
maar om de wereld door hem te redden.’
Bij hem hoef je niet bang te zijn voor de hel.

4. Rust bij God
dia 14 – rust bij God
Met Daniël mogen we meekijken de toekomst in:
hoeveel er ook mis is met deze wereld,
hoe het ook de verkeerde kant op lijkt te gaan,
hoe je ook wordt geconfronteerd met verdriet en dood,
deze wereld is niet het einde: God brengt je op je bestemming.
Dat is voor de toekomst, maar maakt vandaag al alle verschil:
je mag rust vinden bij God.

Daniël krijgt een blik in de toekomst,
maar krijgt er ook een opdracht bij:
‘maar jij, ga het einde tegemoet.’
Daniël moet het nu loslaten.
Hij is op hoge leeftijd, zijn reis zit er bijna op.
‘Daniël, jij hoeft de problemen van de wereld niet te dragen.
Je hebt je eigen stukje van de levensweg gelopen.
Je kunt onrustig worden van wat er allemaal nog moet gebeuren.
Maar leg dat maar bij mij neer.
Laat mij je rust geven!’

dia 15 – laat je niet opjagen
Wij mogen ook rust vinden bij God.
Ik noem drie dingen hoe dat vandaag verschil maakt.
Het eerste: laat je niet opjagen.
Als de dood het einde is, dan hangt alles van je leven af,
dan hangt alles van vandaag af.
Dan moet je nu genieten, dan moet je nu gelukkig zijn,
want dit is je enige kans.
Zo’n gedachte maakt mij erg onrustig.
Maar God geeft je een ander uitzicht:
je leeft niet voor vandaag, voor de reis, maar voor de bestemming!

dia 16 – laat je niet ontmoedigen
Het tweede: laat je niet ontmoedigen.
Ja, het leven is hard,
en net als je denkt dat je je leven op de rit hebt,
gebeurt er wel weer iets dat je van slag brengt.
Maar laat je niet van de wijs brengen door het leven!
Tegenslag is niet het einde.
Dat geeft ruimte om het leven gewoon te nemen zoals het komt.
Soms doet het leven pijn, en dat mag!
Kijk maar naar Jezus: zijn leven deed ook pijn,
maar hij hield zijn blik op de bestemming.

dia 17 – vlucht niet
Het laatste: vlucht niet.
Je hoeft verdriet niet te relativeren.
Het is goed om verdrietig te zijn om de dood.
Je hoeft je tranen niet te verstoppen en jezelf te vermannen.
Je verdriet laat namelijk je verlangen zien:
naar een wereld waar het wel allemaal goed is.
Leg je niet neer bij hoe het in deze wereld gaat,
leg je niet neer bij de dood.
Blijf verlangen naar die nieuwe wereld.

Jezus zegt: ‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan,
dan zal ik jullie rust geven.’
Hij brengt je op je bestemming!
Amen.




Daniël 9:24 – God laat zich zien in Jezus

Het kan voelen alsof God ver weg is, ook al belooft hij dat hij altijd bij je is. Hoe kun je daarmee omgaan? Daniël krijgt een vooruitblik op Jezus: door Jezus is God dichtbij. En van Daniël mag je leren daar ook om te bidden.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 502
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 285 : 1, 3 en 4 (Fries)
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 9 : 1 – 27
Zingen: Psalm 102 : 7, 9 en 10
Preek over Daniël 9 : 24
Zingen: Psalm 138 : 1, 2 en 4
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: GKB Gezang 38 : 1, 2, 3 en 4 (canon)
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 733
Zegen

God laat zich zien in Jezus

Inleiding
Een winkel runnen, dat is een vak apart.
Het lijkt zo simpel: je koopt ergens voorraad in,
je zet het in je winkel en verkoopt het met winst.
Maar zo makkelijk is het niet…
Als je als winkel echt iets wilt verkopen,
zul je je ook goed moeten presenteren.

Grote winkelketens hebben daar hele PR-afdelingen voor.
Maar als zelfstandig ondernemer moet je het allemaal zelf doen.
Over zulke mensen gaat het tv-programma ‘werk aan de winkel’.
Over ondernemers die vaak al jarenlang een winkel hebben,
maar waar de zaken steeds minder goed gaan.

Als kijker heb je al snel door waarom de zaken slecht gaan.
De winkel is een donker hol,
het staat helemaal volgebouwd, waardoor je een opgesloten gevoel krijgt,
je hoeft maar naar de verf te kijken of het valt al van de muur af, enzovoort.
Geen winkel waar je je direct op je gemak voelt.
En als de producten dan ook nog slecht gesorteerd zijn,
als je door de bomen het bos niet ziet,
als op sommige producten een laag stof van een jaar ligt,
en de verkoopmedewerker je maar wat zit aan te gapen,
dan ben je heel snel weer buiten!

Met zo’n winkel haken klanten af,
hoe goed de producten zelf ook zijn.
De winkel is het visitekaartje van de ondernemer,
dus dat moet aantrekkelijk zijn.
In het programma krijgen zulke winkels een nieuwe start,
zodat die belangrijke eerste indruk van een winkel direct goed is.

Wat voor indruk geeft God eigenlijk?
Wat laat God van zichzelf zien?
Vanmorgen gaat het erover dat God zich laat zien in Jezus.

1. Wat laat God van zich zien?
Laat God zich eigenlijk wel zien?
In de tijd van Daniël lijkt het er niet op.
Jeruzalem is een puinhoop,
en de Israëlieten zijn overal in de wereld terechtgekomen.
Van Gods volk en Gods stad is weinig meer over, het is vergane glorie.
Het is niet zo’n best visitekaartje van God.
Maar Daniël herinnert God eraan:
‘God, u hebt wel uw naam aan uw stad en volk verbonden!’
Daniël verlangt naar herstel,
dat God weer zichtbaar wordt door zijn stad en volk heen.

Daniël 9 speelt in een tijd waarin veel verandert.
De grootste verandering is dat de Babyloniërs de macht hebben afgestaan aan de Perzen.
Daniël zelf is dan al op leeftijd, hij zal iets ouder dan 80 zijn.
Zijn thuis is Jeruzalem, maar hij woont hier al bijna 70 jaar.
Juist nu leest Daniël uit het boek van de profeet Jeremia.
Hij leest dat er na 70 jaar een einde komt aan de puinhopen van Jeruzalem.
Dat is dus bijna!

Dat roept bij Daniël van alles op.
Hij heeft zich altijd volop ingezet in het Babylonische rijk,
maar heeft ook altijd heimwee naar Jeruzalem gehouden.
Hier, in Babylon, is Daniël altijd een vreemde gebleven.
Gelukkig heeft hij wel een paar zielsverwanten,
maar geloven is moeilijk in een wereld waar geen plek is voor God.

Maar het gaat bij Daniël om veel meer dan heimwee,
veel meer dan dat hij wel weg zou willen uit Babylon.
Gezien zijn leeftijd is het niet heel waarschijnlijk dat hij nog naar Jeruzalem gegaan is.
Maar er is nog iets anders dat Daniël steekt, het staat in vers 16:
Jeruzalem en Gods volk worden te schande gemaakt bij alle volken om hen heen.
Jeruzalem is al bijna 70 jaar een puinhoop.
Is dat nu een visitekaartje voor God?
De andere volken lachen erom:
wat is dat voor God die zijn stad en zijn mensen zo in de steek laat?
Het gaat Daniël er niet om dat hij terug kan naar Jeruzalem,
het gaat hem erom dat Gods naam in ere wordt herstelt.
Dat iedereen ziet: je moet bij de God van Israël zijn!
Er is werk aan de winkel!

Wat laat God van zich zien?
Nederland lijkt wel op Babylon.
Het leven gaat zonder God ook wel door,
geloven in God lijkt iets van vroeger, vergane glorie.
Voor God is gewoon geen plek.
Wat zou het mooi zijn als God meer van zichzelf laat zien,
als hij zich veel duidelijker zou presenteren.

2. God laat zich zien in Jezus
Dat is het verlangen van Daniël,
daarom bidt Daniël om het herstel van Jeruzalem.
Zijn gebed wordt beantwoord:
God stuurt de engel Gabriël met een boodschap voor Daniël.
Hij heeft een verrassende boodschap: dat Jezus God zichtbaar zal maken:
door Jezus zal God nooit meer ver weg, nooit meer onzichtbaar zijn.

Voordat we in de woorden van Gabriël duiken, even dit:
volgens kenners zijn dit de allermoeilijkste woorden uit de bijbel!
Kun je dat ook weer van je lijstje afstrepen…
Ik vond het vorige week met dat visioen van Daniël al ingewikkeld,
maar het kan dus nog ingewikkelder.
Dat betekent dat niemand zeker weet wat Gabriël bedoelt.
Er zijn wel verschillende theorieën, maar allemaal hebben ze hun voors en tegens.
Ik heb er zelf een uitgekozen die ik het meest geloofwaardig vind,
maar ik kan er dus ook helemaal naast zitten.
Toch is dat niet erg: wat ik in de woorden van Gabriël lees,
is op meer plaatsen in de bijbel te vinden.
Als het niet de boodschap van de tekst is, is het nog altijd een bijbelse boodschap!

Oké, wat is dan die boodschap van Gabriël?
Het begint direct met het belangrijkste, in vers 24:
er komt een tijd dat het weer goed is.
Alle zonden zijn afgesloten, staat er: ze staan niet meer in de weg tussen God en mens.
Maar daarvoor gebeurt nog iets anders,
de 70 weken, of beter: 70 tijden, die Gabriël noemt.
Daniël krijgt te horen dat zijn verlangen vervuld wordt:
Jeruzalem wordt weer opgebouwd.
Dan komt een langere tijd, de 62 tijden uit de woorden van Gabriël,
waarin Jeruzalem weer iets van haar oude glorie heeft.
Maar het is ook een tijd van verdrukking,
denk aan koning Antiochus van vorige week:
de eerste Jodenvervolger uit de geschiedenis.
Helemaal aan het einde van die 70 tijden, in de laatste tijd,
wordt er een gezalfde vermoord,
en worden stad en tempel verwoest.
Ik denk dat Jezus die gezalfde is,
en zo’n 40 jaar na zijn dood hebben de Romeinen Jeruzalem verwoest.

Terug naar Daniël.
Hij verlangt er naar dat Jeruzalem wordt herbouwd,
want daar, in de tempel, presenteert God zichzelf.
Daniël wil graag dat iedereen kan zien hoe groot God is.
Hij krijgt te horen: ‘dat zal gebeuren, maar op een andere manier dan jij denkt.’
Ja, Jeruzalem wordt herbouwd, maar het is maar tijdelijk.
God gooit het over een andere boeg,
hij gaat iets compleet nieuws doen!

De tempel was Gods visitekaartje, maar een visitekaartje is niet genoeg.
Winkels die niet goed lopen kun je helpen met een make-over:
met een betere presentatie kunnen ze weer een tijdje vooruit.
Maar God heeft geen betere presentatie nodig, geen verbeterd Jeruzalem.
In plaats van een nieuw visitekaartje te geven, komt hij zelf!
Jezus komt in plaats van de tempel.
Alle offers die daar werden gebracht zijn niet meer nodig
want Jezus brengt, met de woorden van vers 24, eeuwige gerechtigheid.
God presenteert zich niet meer in een gebouw, maar in zijn Zoon.
Door Jezus laat God zich overal zien!

3. Waar zie je Jezus vandaag?
Daniël ziet wat in de toekomst gaat gebeuren.
Maar wij leven natuurlijk in een heel andere tijd:
wat voor Daniël nog verre toekomstsmuziek is,
is bij ons al lang geschiedenis.
Jezus is al lang gekomen.
Maar wat merk je daar eigenlijk van?
Als God zich door Jezus overal laat zien,
waar zie je Jezus vandaag dan?

Ik ga weer even terug naar hoe winkels zich presenteren.
Winkels willen graag bekendheid,
dat mensen hen weten te vinden.
Een mooi ingerichte winkel helpt daarbij,
maar je zult ook iets met reclame moeten doen.
Dat kun je op allerlei manieren doen.
Je kunt bijvoorbeeld een mooie folder maken en verspreiden,
of je maakt reclame met een spotje op radio en tv.
Dan weet je zeker dat veel mensen het zien.
Je kunt het ook anders aanpakken,
met een ‘like en win’ actie op Facebook.
Je zet op Facebook dat als 1000 mensen je pagina hebben gedeeld,
je een mooie prijs gaat verloten.
En dan heb je opeens 1000 mensen die reclame voor je maken!
Als mensen het met elkaar gaan delen kan het opeens heel snel gaan.
Zulke reclameacties kunnen een enorm resultaat hebben.

Misschien verwacht je van God wel dat hij zich op die eerste manier laat zien,
de manier van folders en spotjes.
Dat Jezus zich zo laat zien dat niemand om hem heen kan.
Maar Jezus doet het op die andere manier:
hij gebruikt mensen om zichzelf te laten zien.
In Matteüs 13 vertelt Jezus een gelijkenis:
‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant
dat iemand meenam en in zijn akker zaaide.
Het is weliswaar het kleinste van alle zaden,
maar het groeit uit tot de grootste onder de planten.
Het wordt een struik,
en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’
Een mosterdzaadje is heel klein,
maar al snel woekert de mosterdplant alle kanten op.
Dan kom je het opeens overal tegen.

Jezus laat zich niet zien in imponerende gebouwen,
maar in kwetsbare mensen.
Hij verandert mensen, één voor één.
En die mensen laten dan zelf ook weer iets van Jezus zien.
Wij, als mensen hier in de kerk, wij mogen Jezus laten zien.
Door ons wil Jezus zich duidelijk presenteren aan de wereld.

Drie weken geleden werd in alle kerken in Franeker
een oproep gedaan voor vrijwilligers voor de opvang van asielzoekers.
Dat heeft de gemeente geweten!
Er waren veel meer aanmeldingen dan er vrijwilligers nodig waren.
Dat is jammer als je je had opgegeven, maar niet nodig was.
Maar het was ook een heel mooi signaal.
Dat zie je overal in Nederland:
christenen die zich willen inzetten voor asielzoekers.
En natuurlijk, er zijn veel meer mensen die zich inzetten,
christenen zijn echt niet de enigen,
maar in verhouding zijn christenen er wel veel bij betrokken.
Daarin laten we iets van Jezus zien.
Als we zo Jezus’ liefde presenteren,
dan groeit zijn koninkrijk als dat mosterdzaadje.

Je kunt Jezus vandaag in dat soort dingen zien,
als je weet hoe je moet kijken.
En Jezus belooft dat iedereen, elk oog,
hem zal zien als hij terugkomt naar de aarde.
Dan is het voor iedereen duidelijk.

4. Bid om Gods beloften
God belooft aan Daniël dat hij zich weer zal laten zien.
Door Jezus laat God zich aan ons zien,
en hij belooft dat hij zich door ons heen bekend maakt.
Jezus belooft dat hij terugkomt.
Allemaal beloften van God.
Maar, en dat kunnen we van Daniël leren:
om Gods beloften moet je ook bidden!

Het gebed van Daniël begint met een belofte:
Daniël heeft gelezen dat Jeruzalem na 70 jaar hersteld wordt.
Dan zou je misschien denken: dat is mooi voor Daniël,
laat hij alvast zijn koffers gaan inpakken en afscheid nemen,
laat hij er vooral blij mee zijn en een vreugdedansje maken.
Maar Daniël reageert heel anders!
Hij gaat bidden.
Daniël belijdt zijn zonden en de zonden van Israël,
en hij smeekt dat Jeruzalem hersteld mag worden.
Terwijl God dat al lang heeft beloofd!
Zo laat Daniël zien dat Gods beloften hem bezighouden,
dat hij ernaar verlangt dat God verder gaat.
Hij maakt zich Gods beloften eigen.

Ik kan daar nog wel meer over zeggen,
maar bidden moet je gewoon doen.
Als wij, net als Daniël, willen dat iedereen God zal zien,
dan moeten we beginnen met bidden.
Laten we dat nu doen.

Onze Vader in de hemel,
we komen bij u in de naam van uw Zoon, Jezus Christus.
Heer, u hebt ons gemaakt om voor u te leven,
van u te genieten en lief te hebben.
Heer, we hebben er een puinhoop van gemaakt.
Wat is er veel liefdeloosheid in de wereld,
en wij doen daar net zo goed aan mee.
Heer, we hebben geen poot om op te staan,
maar wilt u naar ons luisteren om uw Zoon.

Heer, we verlangen ernaar dat u zichtbaar bent.
Soms voelt u heel ver weg.
U belooft dat u dichtbij ons bent, dat u overal bent.
Heer, laat ons dat merken!
U belooft dat wij iets van Jezus mogen laten zien aan deze wereld.
Dat we het zout en het licht van deze wereld zijn.
Heer, laat dat waar zijn, gebruik ons om uw naam bekend te maken.
Laat ons een licht voor Franeker zijn, getuigen van uw liefde.
Laat ons bekend staan om ons liefde,
en laat die liefde zich steeds verder verspreiden,
zoals dat mosterdplantje.
Heer Jezus, u hebt ook beloofd dat u terugkomt.
Daar verlangen wij naar!
Dat alles goed is en dat u altijd bij ons bent,
dat we nooit meer hoeven te zoeken naar u.
Heer, we wachten al zo lang,
en misschien hebben we de moed zelfs al opgegeven.
Wilt u ons vol verwachting maken,
en laat toch niet lang meer op u wachten!
Dan zal iedereen uw grootheid zien.
Amen.




Daniël 8:13-14 – God zet leven in perspectief

We leven in een aantrekkelijke wereld. Het is verleidelijk om daar helemaal in op te gaan. Maar God zet je leven in een ander perspectief: er is meer dan het leven dat je ziet. Het kruis keert je leven om!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 70 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 354 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 8 : 1 – 27
Zingen: Psalm 75 : 3, 4 en 6
Preek over Daniël 8 : 13 – 14
Zingen: GKB Gezang 143 : 1, 3 en 4
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: ‘Aan uw tafel’ (Sela)
Avondmaal: formulier (2) en viering
Zingen: Psalm 84 : 5 en 6
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 300 : 1, 2 en 6
Zegen

God zet leven in perspectief

Inleiding
dia 1 – vliegtuig
Afgelopen weekend waren Hanneke en ik in Nice,
om te vieren dat we afgelopen maand 5 jaar getrouwd waren.
Op de terugweg hadden we vanuit het vliegtuig
een prachtig uitzicht over de Franse Alpen.
Het lijkt wel een miniatuurwereld!

dia 2 – bergen
Het leuke van bergen vind ik dat ze altijd verrassend zijn.
Hier in Friesland kun je kilometers ver kijken,
en je weet precies wat je onderweg tegenkomt.
Dat heeft z’n eigen charme,
maar ik geniet altijd wel van de onvoorspelbaarheid van de bergen.
Elke bocht is weer spannend: wat zou er zijn?
Misschien een meertje, of uitzicht over het dal, of toch een bos in?
Je komt er pas achter als je er bent.
Daarom is het in de bergen nooit saai.

Aan de andere kant: je weet er ook niet waar je aan toe bent.
Je ziet niet hoe ver het nog is.
Wanneer ben je nou eindelijk eens boven die boomgrens?
Ga je de top van de berg nog halen, of kun je maar beter omkeren?
Welke kant moet je op als het pad splitst?
Je kunt het niet overzien.
Net zoals het weer: misschien zit achter de berg wel een enorme onweersbui verstopt.

dia 3 – vliegtuig
Vanuit het vliegtuig kun je al die dingen wel zien.
Je ziet waar de wolken hangen,
je ziet de paden lopen,
je ziet wat de kortste weg is,
je ziet waar de bomen ophouden, enzovoort.
Vanuit de lucht kijk je heel anders tegen de bergen aan.
Je hebt een ander perspectief, je hebt het overzicht.

dia 4 – God zet leven in perspectief
In Daniël 8 gebeurt dat ook.
God geeft ons een kijkje vanuit de hemel op de wereld.
Hij wil je laten zien dat er meer is dan wat jij ziet.
God zet het leven in perspectief.

1. Opgaan in de wereld
dia 5 – opgaan in de wereld
Laten we eens naar dat visioen gaan kijken.
Het eerste wat ik dan wil zeggen is dat het niet bepaald een makkelijk visioen is…
Daniël zegt helemaal aan het einde ook dat hij het niet begreep,
dus wat dat betreft bevinden we ons in goed gezelschap.

dia 6 – visioen over geloofsvervolging
Al die dieren in het visioen zijn best vreemd,
en wat er met al die horens gebeurt, is helemaal bizar.
Grote horens, kleine horens, horens waar weer andere horens uit komen…
Het gaat heel snel en is moeilijk voor te stellen.
Eigenlijk zou je het in een filmpje moeten zien.
Toch zijn die dieren en horens niet het grootste probleem.
Als je het goed leest, de uitleg van Gabriël er naast legt,
en het vergelijkt met de wereldgeschiedenis, dan kom je er best uit.
Die dieren staan voor koninkrijken,
en de horens voor koningen.
Die koningen kun je ook echt aanwijzen in de geschiedenis.

Ook de koning waar het uiteindelijk om draait in het visioen:
de meedogenloze koning die opstaat tegen de vorst der vorsten.
Iedereen is het daarover eens: dat is een zekere koning Antiochus IV.
In al zijn arrogantie heeft hij zich de bijnaam ‘Epifanes’ gegeven,
dat betekent: ‘verschijning van God’.
Verder van de waarheid had hij niet kunnen zitten:
deze Antiochus is een verschijning van Gods grote vijand, de duivel.
Van een multiculturele samenleving moet hij weinig hebben:
in heel zijn rijk moet iedereen de Griekse cultuur en godsdienst overnemen.
Daarom bezet hij de tempel in Jeruzalem
en maakt er een tempel voor de Griekse god Zeus van.
Deze Antiochus is de eerste Jodenvervolger uit de geschiedenis.

Waar het visioen over gaat, dat is dus niet het grote probleem.
Het probleem is wel dat het geen mooi visioen is.
Daniël krijgt te zien dat er een heftige vervolging komt.
Het gaat over hoe moeilijk het zal zijn om te geloven:
je maakt het jezelf niet makkelijk als je vast houdt aan God.
Lekkere boodschap is dat…

dia 7 – vervolging tot Jezus’ terugkomst
Nu is Antiochus al lang dood, dus met zijn vervolging krijgen we niet meer te maken.
Maar wat moet je dan vandaag nog met dit visioen?
Wat het nog lastiger maakt, is dat de term ‘de tijd van het einde’ langskomt.
Gaat het wel over Antiochus, of gaat het eigenlijk over iets dat nog moet gebeuren?
Er is, denk ik, geen onderwerp waar christenen zo over verdeeld zijn als de eindtijd.
Gaat dit visioen daarover?
Over een heftige wereldwijde christenvervolging die nog moet komen?

Ik denk het niet.
Volgens mij gaat Daniël 8 allereerst over die vervolging onder koning Antiochus.
Alles wat er staat is op hem van toepassing.
Maar zijn opdrachtgever, de duivel, die is nog net zo actief als toen.
In het Nieuwe Testament gaat het ook over vervolging,
en soms gaat het daarbij ook over de antichrist.
Bijvoorbeeld in 1 Johannes 2:
“U hebt gehoord dat de antichrist zal komen.
Nu al treden veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is.”
Je kunt koning Antiochus gerust zien als voorbode van die antichrist.
Wat Daniël ziet is het begin van de vervolging, die doorgaat tot Jezus terugkomt.
Dat is niet voor de toekomst, die vervolging is er nu al.
Dit is het laatste uur, zegt Johannes, we leven al middenin de eindtijd!

dia 8 – aanval op het hart van het geloof
Nu merk ik hier in Nederland nauwelijks iets van die vervolging.
Maar dan helpt het om nog even naar die Antiochus te kijken.
Hij laat de offerdienst in de tempel stoppen en zet er een beeld van zijn eigen god voor terug.
De offerdienst was het hart van de Joodse godsdienst.
Elke dag werden in de tempel 2 offers gebracht, ’s ochtends en ’s avonds.
Die offers stonden voor vergeving en voor de omgang met God.
Wat het kruis van Jezus voor christenen is, dat waren die offers voor Joden.
Dat is waar de duivel ook in Nederland aanvalt:
hij doet alles om het hart van het christelijk geloof, Jezus’ dood en opstanding,
weg te drukken uit ons leven.
Hij houdt het graag oppervlakkig en gezellig.
En hij wil dan ook graag iets in de plaats van Jezus zetten:
dat je opgaat in de wereld.
Antiochus wil dat al zijn onderdanen opgaan in de Griekse wereld.
Onze vijand wil dat we vandaag opgaan in de Westerse wereld.
En dat is een aantrekkelijke wereld!
Waarom zou je nog verder kijken dan deze wereld, verder kijken dan vandaag?
Doen christenen niet veel te moeilijk over het leven?
‘Geniet gewoon van het leven, en maak je over God maar niet druk’,
dat is de boodschap die christenen vandaag bedreigt.

2. God zet leven in perspectief
dia 9 – God zet leven in perspectief
Het leven in deze wereld, dat is wat wij zien.
Dat is, om het even met de woorden van de inleiding te zeggen,
de bergwandeling vol verrassingen die wij maken.
Als dat alles is wat je ziet, dan ga je daarin op.
Maar God wil je meer laten zien, een kijkje van boven:
God zet leven in perspectief!

dia 10 – God kondigt het einde van de vervolging aan
Het visioen is niet alleen maar een somber verhaal.
Er wordt een moeilijke tijd aangekondigd, dat zeker,
maar uiteindelijk is de boodschap niet dat het zwaar wordt,
maar dat God er boven staat, dat het hem niet ontglipt wat op aarde gebeurt.
Dat perspectief geeft hoop.

Ik stel me zo voor dat in die tijd van koning Antiochus
sommige Joden die oude profetieën van Daniël er weer bij pakten,
ook al was het levensgevaarlijke verboden lectuur.
Ze herkennen hun duivelse koning in het visioen, en dan komen ze bij vers 13:
“hoe lang zal het duren?”
Precies, dat is de vraag waar ze mee zitten!
Hoe lang moeten ze dit nog volhouden?
Ze krijgen ook een antwoord: 2300 avonden en ochtenden,
daarna is het gedaan met Antiochus!
Een beetje een vreemde manier van zeggen: ‘avonden en ochtenden’.
Dat is omdat hier weer naar die offers wordt verwezen:
2300 keer wordt het offer in de tempel overgeslagen.
Dat zijn 1150 dagen, dus iets meer dan 3 jaar.
Lang voordat de vervolging door Antiochus begonnen is,
geeft God het einde al aan!
Dat perspectief geeft de Joden moed.

dia 11 – het visioen is betrouwbaar
Het mooie is dat ze toen al wisten hoe betrouwbaar het visioen was.
Veel van wat Daniël zag was inmiddels gebeurd.
De Meden en Perzen waren aan de macht geweest,
ze waren verslagen door Alexander de Grote van Griekenland,
die opgevolgd werd door 4 generaals.
Alle details kloppen, en dat geeft vertrouwen dat het nu ook klopt.
En inderdaad: na iets meer dan 3 jaar sterft Antiochus door een ziekte.
Precies zoals Daniël zag.

dia 12 – het gaat met de wereld ergens naartoe
God zet het leven in perspectief.
Ook Jezus heeft het gehad over de tijd tussen Pasen en zijn terugkomst naar de aarde.
Hij kondigt aan dat het een moeilijke tijd zal zijn.
Een tijd van oorlogen en natuurrampen.
Maar ook een tijd waarin je geloof wordt aangevallen,
een tijd waarin de vijand probeert je leven van God weg te trekken.
Dat de wereld een chaos is, betekent niet dat God er niet is:
Jezus heeft zelf gezegd dat het zo zou gaan.
Maar hij geeft ook perspectief:
er is meer dan het leven dat je ziet,
God heeft zijn plan met deze wereld, het gaat echt ergens naartoe.

3. Geloven voor de toekomst?
dia 13 – geloven voor de toekomst?
Maar is geloven dan alleen iets wat je voor de toekomst doet?
Een toegangskaartje voor de hemel?
Nu even afzien, maar later word je ervoor beloond?
Mooi dat het goed afloopt,
maar waarom moet die weg er naartoe zo ingewikkeld?

dia 14 – perspectief van het kruis
Daniël krijgt op zulke vragen geen antwoord.
Ik denk wel dat hij die vragen had,
dat dat de reden is dat hij het niet begrijpt.
Het is heftig wat Daniël te zien krijgt!
Gods volk zal mishandeld worden, koning Antiochus zal tegen God zelf opstaan.
Hoe kan God dat ooit toestaan?!
Daniël snapt het niet, en ik ook niet.

Maar christenen weten wel meer dan Daniël.
God is geen toeschouwer die kijkt hoe we het er vanaf brengen.
In Jezus stelt God zichzelf bloot aan het gevaar.
Hij komt midden in de wereld.
Krijgt met diezelfde vijand te maken,
die ook Jezus probeert bij God weg te krijgen.
Krijgt met mensen te maken die helemaal opgaan in hun eigen wereld,
waarin geen plek voor Jezus is.
God laat het gebeuren.
Als iedereen zich tegen Jezus keert, zegt God niet ‘nu is het genoeg’.
Zelfs aan het kruis verzet hij zich niet.
Jezus gaat door het lijden, door de vervolging, het nieuwe leven in.

dia 15 – God wil vandaag met je omgaan
Is geloven nu afzien om later iets moois te krijgen?
Nee, niet als je het kruis van Jezus ziet.
Dat geeft nog veel meer perspectief dan Daniël kreeg.
God wil niets liever dan met jou leven, geen prijs is hem te hoog.
Dat is niet voor de toekomst, dat is voor vandaag.

dia 16 – leef uit de kracht van het kruis
De duivel laat je graag geloven
dat je leven geslaagd is als je leven aangenaam is,
als je je zaakjes goed voor elkaar hebt.
Het kruis laat iets heel anders zien: leven begint met liefhebben.
Dat is niet afzien, dat leven is pas echt de moeite waard!
Kijk dus verder dan je neus lang is.
Geniet van de dingen die je in deze wereld krijgt, maar ga er niet in op!
Je leeft niet voor jezelf, je leeft om lief te hebben.

En houd vast aan het hart van het christelijk geloof.
Gisteren was het hervormingsdag, de verjaardag van alle protestantse kerken.
Bijna 500 jaar geleden herontdekte Maarten Luther de kracht van het kruis.
Verlies dat kruis nooit uit het oog!
Jezus heeft zijn leven gegeven om ons leven te geven: dat is ons perspectief.
Dat is ook wat ons één maakt:
niet dat we allemaal hetzelfde zijn, hetzelfde over dingen denken,
dezelfde gewoontes hebben, dezelfde muziekvoorkeuren, enzovoort.
De duivel wil graag dat dat het belangrijkste voor ons is.
Maar het gaat om Jezus Christus alleen.
Laten we dat zo aan tafel gaan vieren!
Amen.




Daniël 6:11 – Leven vol hoop

Christenen leven met hoop. Die hoop is krachtig: daardoor kun je blijven bidden en kun je eerlijk en integer zijn. Daardoor kun je er ook zijn voor de medemens die het minder getroffen heeft. Daniël leeft ook uit die hoop. Daarom kan hij in een corrupte wereld staande blijven.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 132 : 1, 5 en 6
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 21 : 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 6 : 2 – 29
Zingen: Psalm 56 : 1, 2 en 4
Preek over Daniël 6 : 11
Zingen: Psalm 57 : 2, 3, 4 en 5
Kinderen terug
Lezen wet (1 Tessalonicenzen 5)
Zingen: GKB Gezang 115 : 1 en 2
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 585
Zegen

Leven vol hoop

Inleiding
dia 1 – kleurplaat
Vorige week had ik het even over kleurplaten.
Steeds meer Nederlanders, jong en oud, zijn aan het kleuren.
Daar word je lekker ontspannen van,
veel ontspannener dan van het nieuws volgen.
Dus jullie zullen nu wel massaal kleurboeken hebben gekocht…,
maar misschien heb je toch nog wat nieuws meegekregen.
Naast al het nieuws uit het Midden-Oosten was er ook westers nieuws:
corruptie bij Volkswagen.

dia 2 – uitlaat
Volkswagen maakt auto’s, en auto’s zijn nooit milieuvriendelijk.
Elektrische auto’s komen daar misschien het dichtst bij in de buurt,
maar echt: op de fiets ben je nog veel milieuvriendelijker.
En dat zeg ik als autoliefhebber…
Hoe dan ook, regeringen willen graag dat auto’s minder milieuonvriendelijk worden.
Via de uitlaat van de auto komen allerlei gassen in de lucht, die schadelijk kunnen zijn.
Met het technische verhaal zal ik jullie niet vermoeien,
het gaat er om dat er wetten zijn hoeveel auto’s van welk gas mogen uitstoten.
Wat Volkswagen heeft gedaan,
is auto’s maken waarmee ze die wetten konden omzeilen.
Ingenieurs hebben een computersysteem bedacht
dat er voor zorgt dat als de auto getest wordt, er weinig uitlaatgassen zijn,
maar als de auto gewoon gebruikt wordt, dat die waarden dan veel hoger zijn.

Dat is dus niet eerlijk.
Ze hebben geen auto gemaakt die goed is voor het milieu,
maar een auto die goed is voor de verkoopcijfers.
Ik kan me voorstellen dat die ingenieurs er zelf ook beter van zijn geworden:
het is hen gelukt een auto te maken die het in de tests goed doet.
Daar zijn ze vast voor beloond, met een bonus of een promotie.
Niet helemaal eerlijk, maar het loont wel!

Nu is dat hele verhaal naar buiten gekomen,
en iedereen spreekt er natuurlijk schande van.
Maar stel je nou voor dat je zelf een van die ingenieurs bent,
en je moet kiezen tussen het einde van je carrière of hieraan meewerken, wat doe je dan?
Hoe blijf je dan nog eerlijk en integer?
En de regels een beetje in je eigen voordeel ombuigen,
wie doet dat nu niet?!

dia 3 – leven vol hoop
Het is niet makkelijk om je integriteit te bewaren.
Daniël leeft in zo’n wereld waar het heel verleidelijk is om niet eerlijk te zijn.
Maar Daniël houdt vol, hij is integer.
Hij wordt gedreven door hoop, en daarom kan hij staande blijven.

1. Aanval op je geloof
dia 4 – aanval op je geloof
De oude Daniël is weer aan het werk.
Nu als topbestuurder onder koning Darius.
Hij doet zijn werk goed en eerlijk,
maar zijn collega’s zouden liever hebben dat Daniël wat minder eerlijk was.
Daarom vallen ze hem op zijn geloof aan.

dia 5 – Daniël: een integere bestuurder
Er is een nieuwe koning, Darius.
Waarschijnlijk is dat een andere naam van koning Cyrus,
de eerste koning van het Perzische rijk.
In vers 29 worden zij allebei genoemd:
het ging goed met Daniël onder Darius en Cyrus.
Maar je kunt het ook anders vertalen:
het ging goed met Daniël onder Darius, dat is Cyrus.
Alles wat we uit het boek Daniël over Darius weten,
klopt in ieder geval met wat over Cyrus bekend is.

Deze Darius is de nieuwe wereldleider
en hij haalt Daniël terug in het machtscentrum.
Ook al is Daniël al over de 80,
rustig genieten van zijn pensioen wordt hem niet gegund.
De koning heeft hem nodig.
De macht is overgegaan van de Babyloniërs naar de Perzen,
en dat betekent dat de belastingen nu aan koning Darius betaald moeten worden.
Om ervoor te zorgen dat dat goed gaat,
stelt Darius een aantal bestuurders aan,
en zo krijgt Daniël zijn hoge functie.
Daniël doet zijn werk fantastisch.
Hij is betrouwbaar, verdraait de regels niet in zijn eigen voordeel, is niet corrupt:
een geweldig voorbeeld van integriteit.
De koning is blij met Daniël, en wil hem een nog hogere functie geven.

dia 6 – ellebogenwerk tegen Daniël
Maar Daniëls collega’s loeren ook op die baan.
Het zijn collega’s van een ander slag:
als je miljoenen belasting voor de koning binnen moet harken,
dan kun je toch ook best eens een paar duizend achterover drukken voor jezelf?
Ze willen hogerop komen, niet door hun werk goed te doen,
maar door hun ellebogen te gebruiken.
Daniël kan wel de beste zijn, maar zij willen die promotie.
Het gaat hen niet om het belang van de koning, maar hun eigen belang.

Ze bedenken een plan om Daniël uit te schakelen.
Het is algemeen bekend dat Daniël zijn God nooit zal opgeven.
Dat is, volgens die collega’s, Daniëls zwakke plek,
dus daar zullen ze Daniël op pakken.
Ze doen een voorstel aan de koning:
‘koning Darius, wij vinden dat u onze eer waard bent.
We hebben met alle bestuurders overlegd,
en vinden dat u een wet moet maken:
de komende maand bent u alleen onze god,
en wie niet meedoet wordt gestraft met de leeuwenkuil.’

Het is waanzin natuurlijk, zo’n voorstel.
Elke koning met een greintje verstand
zou dit voorstel naar de prullenbak hebben doorverwezen.
Maar Darius niet.
Zijn ego wordt gestreeld, zijn ijdelheid wint.
Dit idiote voorstel wordt een onherroepelijke wet.
Wat de koning niet weet, is dat het een rechtstreekse aanval op Daniël is.
Het gaat niet om de koning, het gaat om Daniël.

dia 7 – de duivel valt je geloof aan
Hier, in Nederland, hebben we zulke wetten gelukkig niet.
Natuurlijk, het is niet altijd makkelijk om christen te zijn,
maar christenen worden in Nederland niet vervolgd.
Het is oneerlijk tegenover christenen in levensgevaar
om te zeggen dat wij ook ‘heus wel’ vervolgd worden.

Maar op de achtergrond is een andere aanval bezig.
Daniëls collega’s vallen zijn carrière aan,
maar de duivel valt Daniëls geloof aan.
Dat doet hij vandaag bij ons net zo goed.
Hij doet dat op andere manieren, maar hij doet het wel!
Hij wil graag dat je geen hartelijke relatie met God hebt,
en dat God in je leven geen betekenis heeft.
Hij maakt je graag wijs dat je niet al te eerlijk moet zijn,
dat je voor jezelf moet opkomen omdat iedereen dat doet,
en dat je je van God niet zo veel moet aantrekken:
je moet toch ook gewoon leven?!

2. Hoop op God maakt sterk
dia 8 – hoop op God maakt sterk
Maar Daniël geeft niet toe.
God staat voor hem voorop,
door God heeft Daniël hoop en dat maakt hem sterk.

dia 9 – bidden als blijk van hoop
Daniël hoort van de nieuwe wet,
en hij begrijpt heel goed dat het nu gevaarlijk voor hem wordt.
Toch trekt Daniël zich er niets van aan:
hij gaat gewoon door met bidden zoals hij gewend is, 3 maal daags.
Je kunt mindere gewoontes hebben…

Daniël bidt met open ramen gericht op Jeruzalem.
Als tiener is Daniël uit Jeruzalem meegenomen,
en sinds die tijd woont hij in Babel, zo’n 1000 kilometer van huis.
Maar Jeruzalem is en blijft zijn thuis.
Daniël woont al een kleine 70 jaar in Babel,
en toch is het nooit zijn thuis geworden.
Als hij bidt, richt hij zich op Jeruzalem,
omdat hij gelooft dat er een dag komt
dat God de Israëlieten uit Babel zal bevrijden,
een dag dat ze terug kunnen naar Jeruzalem en Jeruzalem zullen herbouwen.
Dat is de hoop waar Daniël uit leeft.

Bijzonder, dat Daniël die hoop vast heeft gehouden.
Koningen hebben elkaar opgevolgd, Daniël heeft carrière gemaakt,
maar terug naar Israël, dat is nog altijd niet gebeurd.
En dan nu weer die nieuwe wet,
waardoor het onmogelijk wordt gemaakt om te bidden.
Je zou de moed verliezen, denken dat God hen altijd in Babel laat.
Maar ook al ziet Daniël er niets van dat God bevrijdt,
hij is er van overtuigd dat het zal gebeuren.
Die hoop houdt hem op de been.

dia 10 – door hoop de duivel weerstaan
Daniël gaat bidden, en zijn collega’s denken dat ze gewonnen hebben.
Ze haasten zich naar de koning,
‘koning, er is een man die u minacht’,
en dan wijzen ze allemaal naar Daniël.
Nu pas ziet Darius hoe stom hij is geweest,
dat er betere redenen zijn om wetten te maken dan zijn ijdelheid…
De koning heeft verloren.
Maar Daniël heeft nu al gewonnen.
Daniël is niet gestopt met bidden, met hopen op God.
Ja, Daniël moet in de leeuwenkuil,
maar in 1 Petrus 5 wordt de duivel ook een brullende leeuw genoemd.
God gaf Daniël de moed om van die leeuw te winnen.

Daniël leeft met hoop, dat maakt hem sterk.
Zo mogen christenen sterk zijn.
Misschien zie je, net zoals Daniël, niet veel van hoe God bezig is,
lijk je te leven in een wereld waar geen plek voor God is.
Een wereld waar het verleidelijk is om je eigen gang te gaan.
Maar christenen zijn vreemdelingen in deze wereld.
Er komt een nieuwe wereld, Gods koninkrijk, dat heeft God beloofd.
Dat is thuis!
Daniël kijkt naar Jeruzalem, wij naar het nieuwe Jeruzalem.
Die hoop houd je op de been!

3. Is hoop op God terecht?
dia 11 – is hoop op God terecht?
Maar is die hoop terecht?
Hoop is mooi, maar kun je daar echt verder mee?
Je kunt ook ergens op hopen wat niet gebeurt.
Je kunt bijvoorbeeld hopen dat je een voldoende krijgt,
maar je kunt er beter gewoon voor leren…
Is dat met God ook zo: dat je wel kunt hopen op God,
maar dat je beter gewoon voor jezelf kunt zorgen?

dia 12 – redding van Daniël als teken van hoop
De hoop van Daniël is in ieder geval geen ijdele hoop:
de leeuwen doen Daniël niets.
Daniël is rustig, in tegenstelling tot de koning…
De gedachten malen door zijn hoofd,
de beelden trekken steeds aan hem voor bij:
van Daniël die de kuil in gaat en de steen die voor de ingang wordt gerold.
Hij is wanhopig.
Zodra de zon opkomt, haast hij zich naar de leeuwenkuil.
‘Daniël, Daniël, leef je nog?’
Nee, hij rekent er niet op, maar het zou toch kunnen?
Tot zijn stomme verbazing antwoordt Daniël: ‘God heeft mij gered!’
Daniëls hoop was terecht, de wanhoop van de koning niet.

Daniël wordt gered, maar dat gebeurt niet altijd.
Er zijn christenen geweest die wel door leeuwen verslonden werden.
Nog altijd krijgen christenen in sommige landen de doodstraf.
God belooft nergens dat hij alle christenen net als Daniël zal redden.
God laat er wel mee zien dat hij het kan!
God laat zien: ik ben er, ik ben mijn beloften niet vergeten,
echt waar, die nieuwe wereld komt!
Zulke wonderen zijn daar voorproefjes van.

dia 13 – hoop is terecht: Jezus heeft gewonnen
Is hopen op God terecht?
Daar ben ik vast van overtuigd.
Bij Jezus zie je dat nog veel duidelijker dan bij Daniël.
Daniël deed zijn werk goed, hij werd gezien als een integer man,
maar hij heeft ongetwijfeld ook zijn uitglijders gehad.
Jezus was volkomen integer.
Net als Daniël werd Jezus vervolgd,
niet om wat hij verkeerd had gedaan, maar omdat hij goed was.
Jezus krijgt alle vervolging over zich heen.
Net als Daniël wordt Jezus gestraft.
Jezus wordt niet van het kruis gered, wordt niet van de dood gered.
Maar Jezus staat weer uit de dood op.
Daarom is hopen op God terecht: Jezus heeft gewonnen.
Hij kán je redden van de dood, zoals hij bij Daniël deed,
maar hij zál je redden uit de dood.

4. Leven vol hoop
dia 14 – leven vol hoop
Christenen hebben hoop.
En hoop kunnen we in deze wereld gebruiken!
Er is veel om hopeloos of zelfs wanhopig van te worden.
Maar christenen kunnen leven vol hoop!

dia 15 – bid voor de wereld
Als je hoop hebt, bid dan, net als Daniël.
Drie keer per dag bidt Daniël om Gods redding,
om bevrijding voor Israël.
Laten we zo ook blijven bidden voor deze wereld.
Bidden dat God de wereld bevrijd, dat God met zijn liefde zal regeren,
in plaats van de mensen die het beste met hun ellebogen kunnen werken,
en dat het nieuwe Jeruzalem komt.
Bid om vrede, bid om recht, ook als je er niets van ziet.
Want Jezus komt terug, dat heeft hij beloofd!

dia 16 – wees integer
Als je hoop hebt, wees dan ook integer.
Bij God is je toekomst al lang veilig,
daar hoef je zelf niet meer voor te vechten.
Je hoeft geen regels naar jouw hand te zetten om er beter van te worden,
want bij God is het goed.
Jezus zegt in Marcus 10:
‘wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen,
en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn,
want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’
Als je hoop hebt, kun je dienen!

dia 17 – geef hoop door aan vluchtelingen
Vanaf morgen worden er hier in Franeker vluchtelingen opgevangen.
Als we mensen vol hoop zijn, mogen we hoop doorgeven.
Deze vluchtelingen zijn slachtoffers van de ellebogen van deze wereld.
Van machthebbers die verslaafd zijn aan hun macht.
Van mensenhandelaars, die voor woekerprijzen vluchtelingen naar Europa brengen.
Laten we hoop brengen!

Onze burgemeester, Fred Veenstra, heeft contact opgenomen met de kerken in Franeker.
Hij vraagt ons specifiek om te helpen.
Dat vind ik geweldig:
blijkbaar staan we er als christenen om bekend dat we willen helpen,
dat we er willen zijn voor onze medemens.
Laten we dat vertrouwen, met Gods hulp, waarmaken!

Dat kan op allerlei manieren.
Allereerst natuurlijk door te bidden, en dat kan iedereen doen!
Bid voor de vluchtelingen die hier komen, bid voor vrijwilligers, bid om vrede.
Misschien kun je ook praktische hulp bieden.
Er is speelgoed nodig voor kinderen.
Er zijn veel vrijwilligers nodig.
Er is van alles te doen, van catering tot sport tot een luisterend oor.
Als je komende week vakantie hebt,
overweeg dan eens om een dagdeel je medemens in de Trije te dienen.
In de hal hangen intekenlijsten, waar je je na deze dienst nog kunt intekenen,
als je dat niet al via de e-mail hebt gedaan.
Ook hulp van jongeren is van harte welkom, bijvoorbeeld bij sportactiviteiten!

We zijn mensen vol hoop, want Jezus leeft.
Leef uit die hoop en geef die hoop door.
Amen.




Daniël 5:25-28 – God breekt in je wereld in

Hoe word je gelukkig? Je kunt proberen gelukkig te zijn door je af te sluiten voor de werkelijkheid, door te vluchten in je eigen wereldje. Zo vlucht koning Belsassar in een feest. Maar God laat zich niet buitensluiten. Hij geeft echt geluk.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 349
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 2 : 1 en 4
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 5 : 1 – 6 : 1
Zingen: Psalm 115 : 1, 2 en 4
Preek over Daniël 5 : 25 -28
Zingen: Opwekking 687
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: LvK Lied 78 : 1 en 2
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 163 : 1, 2 en 3
Zegen

God breekt in je wereld in

Inleiding
dia 1 – kleurplaat
Ik las deze week in de krant dat kleuren helemaal hip is.
Kleurplaten zijn helemaal terug van weggeweest,
en dan niet alleen voor kinderen: kleuren is voor alle leeftijden.
Er zijn zelfs speciale kleurboeken voor volwassenen,
waar zelfs ik wat moois van kan maken, ook al kan ik helemaal niet tekenen.
Kleuren, we schijnen het massaal te doen.
Eens even kijken of het klopt:
wie heeft in de afgelopen maand een of meer kleurplaten gemaakt?

Waarom zou je eigenlijk kleuren?
Het is een volstrekt nutteloze bezigheid…
Wat moet je met al die ingekleurde kleurplaten?
Je kunt er wel een paar ophangen,
maar het hele huis vol hangen met je kleurplaten, dat gaat wel erg ver…
Voor de meeste kleurplaten geldt: als het af is, is de lol er ook vanaf.

Toch doen we het.
Of we hebben andere hobby’s.
Want iedereen heeft zijn eigen manier om te ontspannen.
En daar gaat het om: kleuren is ontspannend.
Het is fijn om alles even los te laten,
en alleen nog maar bezig te zijn met die kleurplaat.
Daar wordt je rustig van, dat geeft energie.
Als ik ’s avonds heb gewerkt, dan kan ik nooit direct door bed:
ik moet eerst even iets anders doen, even mijn hoofd leegmaken.
Dan slaap ik beter, en kan ik er de volgende dag weer tegenaan.
Je kunt niet altijd met nuttige dingen bezig zijn:
er is een tijd om je in te spannen en een tijd om te ontspannen.

Ontspanning geeft energie, maar het kan ook iets anders zijn:
dat je even vlucht uit de wereld om je heen.
Dat je letters uit schoolboeken gaat versieren,
omdat je de les zo saai vindt en er helemaal niet wilt zijn.
Of dat je niet wilt weten wat voor narigheid er allemaal in de wereld is,
en dat je daarom maar geen journaal meer kijkt en geen krant meer leest,
en in plaats daarvan je toevlucht neemt tot een kleurboek.
Dit is een harde wereld, en ik kan me best voorstellen dat je je daar voor wilt afsluiten!
Als je alles echt laat binnenkomen, is het gewoon te veel.
Dan kun je maar beter kleuren!

dia 2 – Rutte
Maar stel nu dat Mark Rutte dat zou doen.
Dat hij de hele dag kleurplaten zou maken
om maar niet over de politiek na te hoeven denken…
Dat hij gek wordt van alle problemen in de wereld,
en van alle onenigheid tussen PvdA en VVD,
en daarom maar vlucht in kleurplaten…
Dan kan hij maar beter opstappen!

dia 3 – God breekt in je wereld in
Als de wereld en als het leven heftig is,
kun je vluchten in je eigen wereldje, je van alles afsluiten.
Maar van God kun je je niet afsluiten.
Want God breekt in je wereld in.

1. Vlucht uit de werkelijkheid
dia 4 – vlucht uit de werkelijkheid
Dat heeft Belsassar gemerkt.
Zijn toekomst ziet er niet goed uit,
en hij wil zich voor zijn problemen afsluiten.
Hij vlucht uit de werkelijkheid,
niet met kleurplaten, maar met een feest waar alle remmen los gaan.

dia 5 – in de problemen: Babel belegerd
Even wat achtergrondinformatie: wie is Belsassar?
In Daniël 5 lijkt het simpel:
Belsassar is de zoon van koning Nebukadnessar,
en de nieuwe koning van Babylonië.
Maar als je dat naast de geschiedenisboekjes legt, klopt er niets van…
Nebukadnessar heeft geen zoon Belsassar,
er is zelfs geen Belsassar koning geweest van Babylonië.
Tja, is Daniël 5 dan verzonnen?
In de 19e eeuw ontdekten archeologen dat Belsassar wel degelijk heeft bestaan.
Hij was de zoon van Nabonidus, de laatste koning van het Babylonische wereldrijk.
Maar als zijn vader de stad uit was, en dat gebeurde nog wel eens,
nam Belsassar zijn plaats in.
Hij was dus de onderkoning, maar iedereen zag hem als koning.
En dat hij een zoon is van Nebukadnessar,
was in die tijd een manier om te zeggen dat hij daar een opvolger van was.

Nebukadnessar leeft al lang niet meer, we gaan 30 jaar vooruit in de tijd.
Daniël is inmiddels behoorlijk op leeftijd, hij is ongeveer 80.
Met het Babylonische rijk gaat het niet best:
de Perzen rukken op, ze hebben de stad Babel omsingeld.
Belsassar kan geen kant op.
Eten is gelukkig genoeg op voorraad,
maar hij zit opgesloten in de stad van waaruit hij de wereld bestuurde.

dia 6 – vluchten in een feest van genot
Buiten is het oorlog, maar binnen is het feest.
Een leuk weetje: dit feest werd gehouden op 11 oktober 539 voor Christus,
het is vandaag dus precies 2554 jaar na dit feest.
Op 12 oktober van dat jaar vielen de Perzen Babel binnen.
Zo ver is het nog niet: het feest is in volle gang.
Drank en vrouwen, dat is waar het feest om gaat.
Alles geoorloofd, want nu kan het nog.
Het kan de koning niet woest genoeg zijn,
en hij laat de bekers van de tempel van Jeruzalem halen.
Zelfs in die tijd vonden mensen dat je dat niet kon maken:
dat is net zo grof als wanneer je een koran door het toilet spoelt.
Alle remmen gaan los.

Het zal je koning maar zijn…
Het is oorlog, de stad wordt belegerd,
maar de koning vergrijpt zich liever aan drank, vrouwen en God.
Belsassar zit in grote problemen, en hij vlucht.
In plaats van te vechten en de Perzen terug te dringen,
in plaats van de Babylonische soldaten moed in te praten,
verliest deze koning zichzelf helemaal in zijn feestje.
Hij vlucht in een wereld van genot,
omdat hij de werkelijkheid niet aankan.

dia 7 – vluchten om geluk te vinden
Als je mensen vraagt wat het belangrijkste in het leven is,
dan is het antwoord vaak: gelukkig zijn.
Maar wat is er veel in de wereld dat je geluk in de weg staat,
zo veel waar je helemaal niet gelukkig van wordt!
Om gelukkig te zijn, moet je je soms wel afsluiten van de werkelijkheid.
Even vluchten in een eigen wereld.
De wereld van tv-series, de wereld van facebook,
misschien een wereld van avontuur en topervaringen.
Op jacht naar een goed leven.

2. God breekt in
dia 8 – God breekt in
In die wereld die we voor onszelf maken,
waar we proberen gelukkig te zijn, daar breekt God in!
De wereld kun je misschien buitensluiten,
maar God laat zich niet buitensluiten!

dia 9 – God komt op het feest
Het feest is in volle gang als Belsassar de schrik van zijn leven krijgt.
Recht voor de koning, op de muur, verschijnt een hand.
Op de muur verschijnen tekens.
Belsassar verstijft: wat gebeurt hier?
De feestgangers merken dat er iets aan de hand is,
en al snel is het muisstil en staart iedereen naar de muur.

Belsassar heeft alles gedaan om deze avond in zijn eigen wereld te leven.
Vandaag geen zorgen maar puur genot.
God trekt zich er niets van aan: hij breekt op het feest in.
Van de feestsfeer is niets meer over.
Dit was niet het plan.
Belsassar dacht dat hij veilig was in zijn eigen wereld,
maar hij had buiten God gerekend.
Hij kan er niet tegen dat de controle hem nu helemaal ontglipt.
Daarom looft hij een hoge beloning uit
voor wie de tekens op de muur kan uitleggen:
wie dat kan wordt de derde in rang in het rijk, na koning Nabonidus en Belsassar zelf.
Maar hoe hoog de beloning ook is,
zelfs de meest bedreven ontcijferaars kunnen hier niets van maken.
‘We weten het niet koning, we snappen hier niets van.’

Er gaat een deur open, en de aandacht wordt van de tekens afgeleid.
De koningin, de moeder van Belsassar, komt binnen.
‘Wat gebeurt hier toch allemaal?’ vraagt ze.
Belsassar wijst op de muur en vertelt, maar de koningin is niet zo onder de indruk.
‘Belsassar, maak je toch niet zo druk.
Probeer het eens bij Daniël, die wist vroeger ook altijd raad!
Of ben je de geschiedenis soms alweer vergeten?’
Belsassar heeft geen keus, en laat Daniël halen.
Met flinke tegenzin, dat wel: hij weet dat Daniël uit Israël komt.
Net heeft hij nog de God van Israël belachelijk gemaakt,
en nu zou hij een dienaar van die God om hulp moeten smeken?
Belsassar beseft dat hij zich onmogelijk heeft gemaakt.

dia 10 – God komt met zijn oordeel
Daar komt Daniël.
Door de jaren heen is hij scherper geworden.
Bij Nebukadnessar was hij nog heel voorzichtig als hij slecht nieuws moest brengen.
Nu begroet Daniël de koning niet eens.
Als de koning de situatie heeft uitgelegd en Daniël een beloning in het vooruitzicht stelt,
is het eerste wat Daniël zegt:
‘die cadeaus mag u houden, ik hoef ze niet.’
En dan steekt Daniël een preek af:
‘Belsassar, u had beter moeten weten.
U weet hoe het gegaan is met Nebukadnessar,
hoe God hem voor zijn hoogmoed heeft gestraft.
U wist het, maar u hebt er niets mee gedaan: u bent nog erger dan uw voorganger!’

Zo, Daniël durft!
Maar Belsassar kan er niet tegenin gaan:
dan is de laatste kans verkeken dat hij de tekens uitgelegd krijgt.
‘Hou toch op met dat geleuter en vertel me wat er staat’, denkt hij,
maar hij moet Daniël te vriend houden.
Eindelijk komt Daniël bij de tekens.
Hij ontcijfert de boodschap, alsof iedereen het zou kunnen lezen:
mene, mene, tekel, ufarsin.
‘Koning, dit is het oordeel van God.
God heeft veel geduld met u gehad, heeft gekeken hoe u het deed.
Kijk om u heen, wat een bende hebt u er van gemaakt.
Daarom straft God u: de Perzen zullen een einde maken aan uw macht.’

dia 11 – God dringt binnen in je wereld
God laat zich niet buitensluiten.
Je kunt je terugtrekken in je eigen wereldje,
maar ook daar kan God binnendringen.
Hij komt ook in jouw wereld.

3. Komt God ook in onze wereld?
dia 12 – komt God ook in onze wereld?
Nou ja, is dat wel zo?
Breekt God ook zo in onze wereld in?
Bij Belsassar was dat gewoon heel duidelijk.
Maar welke teken aan de wand krijgen wij?
En dat hoeft echt geen tekst op de muur te zijn,
met al onze beamers kijken we daar toch al niet van op,
maar komt God wel in onze wereld?

dia 13 – Jezus: ons teken aan de wand
Ja, dat is wat Jezus doet!
De hele geschiedenis van de mensen
laat zien dat mensen alles doen om God buiten te sluiten.
Mensen vluchten niet alleen van een harde wereld,
ze vluchten ook van God!
Wij willen zonder God gelukkig worden.
Een wereld maken waar geen plek is voor God.

Maar God laat zich niet buitensluiten.
Hij zegt: ‘oke, jullie rennen van me weg,
jullie doen alsof ik er niet ben,
jullie willen mij ver weg houden, om de aarde voor jezelf te hebben,
en op te kunnen gaan in je eigen leventje?
Dan kom ik wel naar jullie toe!’

Jezus, de Zoon van God, wordt een mens met een lichaam.
Hij is God die inbreekt in onze wereld.
Hij keert de verhoudingen om:
het feest van de sterken verstoort hij met zijn liefde.
Hij schudt je wakker: ‘denk toch niet dat je voor jouw geluk moet vechten,
en dat je daarom moet vluchten van de harde werkelijkheid en van God.
Ik wil je gelukkig maken!’
Jezus is ons teken aan de wand.

Nee, hij is hier niet zoals hij 2000 jaar geleden aanwezig was.
Maar hij is er wel!
Hij noemt de kerk zijn lichaam.
Hij gebruikt ons om in de wereld in te breken!
Als kerk zijn we een teken dat God ook in Franeker werkt.
In onze liefde laten we iets van Jezus zien:
dat je niet hoeft te vluchten uit de harde wereld omdat Gods liefde wint!

dia 14 – een teken van hoop: vluchten is niet nodig
Het teken van Jezus is een teken van hoop.
Ik las ergens, en ik geef het graag aan jullie door,
dat in Jezus het oordeel dat God over Belsassar velt, wordt omgekeerd.
Belsassars koninkrijk wordt verdeeld,
Jezus’ kleding is verdeeld en zijn lichaam gebroken.
Belsassar is te licht bevonden,
maar Jezus offert zich op omdat hij jou belangrijk, gewichtig, vindt.
Belsassars dagen zijn geteld,
maar Jezus maakt jouw dagen ontelbaar.
Bij die Jezus is je leven veilig,
dan hoef je helemaal niet meer te vluchten!

4. Zoek geluk bij God
dia 15 – zoek geluk bij God
Ik denk dat ik geen woord te veel zeg
als ik zeg dat alle mensen graag gelukkig willen zijn.
De vraag is: waar zoek je dat geluk?
Zoek je het, zoals Belsassar, door te vluchten in je eigen wereldje?
Of zoek je het, zoals Daniël, bij God?

dia 16 – God laat je vrij in je reactie
God breekt in onze wereld in, maar hij laat je wel vrij!
Hij geeft het teken van zijn zoon Jezus Christus,
maar laat aan jou wat je daar mee doet.
Dan valt Belsassar door de mand.
Hoe duidelijk God ook is geweest,
de koning neemt de boodschap niet serieus.
Hij overlaadt Daniël met de beloofde geschenken,
is blij dat het raadsel is opgelost,
maar lijkt niet door te hebben dat het over hem zelf gaat.
Hij is te trots om toe te geven, en blijft vluchten in zijn eigen wereldje,
waarin hij mensen kan maken, zoals Daniël nu, of breken.
Diezelfde nacht wordt hij gedood en nemen de Perzen de macht over.

dia 17 – vlucht niet uit de werkelijkheid
Vlucht niet in je eigen wereld om gelukkig te worden!
Ja, we leven in een harde wereld,
en ook je eigen leven is soms moeilijk.
Maar geluk vind je niet door je van de werkelijkheid af te sluiten en te jagen naar geluk,
geluk vind je bij God, je krijgt het!
Met Jezus hoef je niet te vluchten van de rauwe werkelijkheid,
met hem kun je het leven aan zoals het is.
Kijk maar naar Daniël:
ook zijn leven loopt gevaar nu de Perzen de macht van de Babyloniërs overnemen.
Toch vlucht Daniël niet: hij vindt zijn geluk in God.
Met Jezus kun je door moeilijke momenten heen.
Met hem kun je het nieuws uit de wereld aan.
Met hem kun je zelfs door de dood heen!
Hoe hard het leven ook is, met Jezus is er hoop.
Daarom is bij hem veel meer geluk te vinden,
dan in al die dingen waar je in kunt wegvluchten.

dia 18 – hoe probeer jij gelukkig te worden?
Kijk eens naar je eigen leven.
Op wat voor manier probeer je zonder Jezus gelukkig te worden?
Hoe probeer jij de werkelijkheid even te ontvluchten,
even het gevoel te hebben dat alles goed is?
Misschien is het door dingen te kopen.
Misschien is het in computerspelletjes.
Misschien is het in facebook of andere social media.
Misschien is het in avonden zappen voor de tv.
Misschien is het in lekker en uitgebreid eten.
Misschien is het nog iets heel anders.

Probeer daar dan eens mee te stoppen of te minderen!
Het zijn op zich prima dingen,
maar als je denkt dat je er gelukkig van wordt, vergis je je.
Je hoeft niet te vluchten in van alles om maar gelukkig te zijn.
Jezus wil je gelukkig maken.
Hoe reageer jij op dat teken aan de wand?
Amen.




Daniël 4:28-29 – God schrikt hoogmoedigen op

Het leven in Nederland is goed. Maar hoe vanzelfsprekend is dat eigenlijk? Je kunt doen alsof we dat gewoon verdiend hebben. Dat is hoogmoed. Jezus leert je nederigheid: erkennen dat het van God komt.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Bij deze preek is een verwerkingsblad beschikbaar: Samen Groei-en

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 171 : 1, 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK 479 : 1 en 4
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 3 : 31 – 4 : 34
Zingen: Psalm 131 : 1, 2 en 3
Preek over Daniël 4 : 28 – 29
Zingen: Opwekking 689
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: Psalm 1 : 1, 2 en 3
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 72 : 6, 7 en 10
Zegen

Preek: God schrikt hoogmoedigen op

Inleiding
dia 1 – postbode
Het is altijd leuk als de postbode iets in je brievenbus stopt.
Zo vaak gebeurt dat niet meer,
bijna alles gaat tegenwoordig digitaal,
dus dat maakt het extra bijzonder als je papieren post krijgt.
Vanuit mijn studeerkamer kan ik de brievenbus goed in de gaten houden,
en als er iets in komt, kan ik mijn nieuwsgierigheid meestal niet bedwingen,
maar kijk ik direct wat de postbode heeft gebracht.
Meestal is het onbelangrijk, reclame en nieuwsbrieven,
soms is het echt leuk…

dia 2 – envelop
…en soms is het post uit Leeuwarden.
O ja, er komt wel vaker post uit Leeuwarden,
maar ik bedoel die post die je liever niet wilt hebben:
van het Centraal Justitieel Incasso Bureau, het CJIB.
Als je daar een brief van krijgt, weet je wel hoe laat het is:
je moet betalen omdat je een verkeersovertreding hebt gemaakt.
Dat is jullie natuurlijk nog nooit overkomen, maar mij wel…
Tot nog toe, en ik heb nu bijna 10 jaar mijn rijbewijs,
staat de teller op 2 enveloppen.
Dat is dus 1 in de 5 jaar.
Zeg eens eerlijk: wie heeft er meer?

Maar goed, terug naar de laatste keer dat ik die beruchte envelop kreeg.
‘Huh, een brief van het CJIB?!
Maar ik heb toch helemaal niet hard gereden?’
Ongelovig staar ik naar de envelop, bekijk hem nog eens van alle kanten,
maar ik durf hem niet te openen.
Uiteindelijk moet het maar, en ja hoor:
het is een bekeuring wegens te snel rijden, bijna 90 waar je 80 mag.
Toch geloof ik het nog niet:
er is vast ergens iets misgegaan op dat kantoor in Leeuwarden.
Misschien hebben ze het kenteken niet goed gefotografeerd, dat kan toch?
Of is de boete eigenlijk voor iemand die mij inhaalde?
Hè, vervelend, zo’n fout…
Of heeft Hanneke misschien te hard gereden,
dat zou alles ook kunnen verklaren…

Toch maar eens goed kijken: waar en wanneer is de snelheidsovertreding gemaakt?
Op een zondagmiddag op de weg van Sneek naar Franeker,
en precies op die zondagmiddag had ik in Sneek een kerkdienst.
Het is dus echt mijn eigen stomme fout, maar dat wil ik niet zien.
En om er maar zo snel mogelijk van af te zijn, betaal ik de boete direct,
zodat ik het weer kan vergeten.
Gelukkig wrijft Hanneke het me niet nog extra in.

dia 3 – God schrikt hoogmoedigen op
Gek is dat: zo’n brief is zo duidelijk als het maar kan,
en toch probeer ik het te ontkennen.
Houd ik mijzelf voor de gek omdat ik er niet aan wil.
Dat is ook wat Nebukadnessar doet: zichzelf voor de gek houden.
Maar God schrikt hoogmoedigen op.

1. In verwarring
dia 4 – in verwarring
Schrikken, dat doet Nebukadnessar wel in Daniël 4.
Hij krijgt een droom te zien,
en na de droom blijft hij in verwarring achter.

dia 5 – trots op wat je hebt bereikt
Nebukadnessar, we kwamen hem in de vorige hoofdstukken ook al tegen,
hij is de machtigste man op aarde,
maar hij komt steeds weer in aanraking met de God van Israël.
Het lijkt erop dat hij er weinig van geleerd heeft.
Nu gaat het dus weer over deze Nebukadnessar,
en het bijzondere: wat we hebben gelezen is zijn eigen verklaring.

Nebukadnessar heeft het allemaal goed voor elkaar.
Hij is rijk, is machtig, heeft geen zorgen.
Hij heeft een luxe leven in een schitterend paleis.
Nebukadnessar is tevreden, en nog wel het meest met zichzelf.
Want hij heeft hard gewerkt om dit voor elkaar te krijgen.
Hij is er trots op!

dia 6 – een verwarrende droom
Het is een droomleven, maar een droom zet zijn leven op z’n kop.
Voor Nebukadnessar geen post uit Leeuwarden,
maar een droom uit de hemel.
Hij droomt over een boom.
Niet zomaar een boom, maar een hoge en stevige boom.
Het is een belangrijke boom, een bron van leven voor alle dieren,
die bij de boom veilig zijn en kunnen eten van zijn vruchten.
Als een psycholoog aan Nebukadnessar zou vragen om een boom te tekenen,
dan had hij precies deze boom getekend.
Deze boom is hoe Nebukadnessar graag tegen zichzelf aankijkt:
een bron van leven, onmisbaar voor zijn land.
Er is geen twijfel mogelijk: deze droom gaat over de koning zelf.
Maar de droom loopt niet goed af…
Die machtige boom wordt gekapt, alleen de stronk blijft staan.
De dieren vluchten weg en de boomstronk moet net als de dieren leven.

De droom loopt vreemd af,
en ik kan me goed voorstellen dat je het niet precies begrijpt.
Maar de boodschap van de droom is toch wel duidelijk:
Nebukadnessar is de boom die wordt omgehakt,
zijn koningschap wordt hem afgenomen.
Nebukadnessar wil er niet aan.
Hij zoekt uitvluchten: ging die droom wel over hem,
heeft hij de droom wel goed begrepen,
heeft hij het zich niet gewoon maar ingebeeld?
De droom laat hem in verwarring achter.
Want de boodschap die zo voor de hand ligt, daar wil hij niet aan.

dia 7 – niet aan een duidelijke boodschap willen
Ik weet niet of je wel eens zo’n droom hebt gehad.
Ik zelf in ieder geval niet, dus dit verhaal staat voor mij ver weg.
Maar dat gevoel van verwarring, dat herken ik wel.
Daar heb ik geen dromen voor nodig.
Ik heb het als ik op de bank zit en tv kijk,
met in m’n hand een glas cola en naast me een zak chips,
en dan beelden van de rest van de wereld zie.
Van woedende Grieken van wie het geld op is.
Van kinderen die worden uitgebuit in fabrieken.
Van vluchtelingen die nergens veilig zijn.
En ik schenk nog maar een cola in…
Het is verwarrend: moet ik iets anders doen?
En de duidelijke boodschap, dat mijn luxe niet vanzelfsprekend is,
dat de wereld een harde wereld is en we in Nederland puur geluk hebben,
die wil ik liever niet horen…

2. God schrikt hoogmoedigen op
dia 8 – God schrikt hoogmoedigen op
Je kunt je afsluiten voor dingen die je niet wilt horen.
Dat is een kwestie van wegzappen…
Maar Nebukadnessar kan dat niet: de droom laat hem niet los.
God staat niet toe dat hij de droom vergeet,
want Nebukadnessar moet worden opgeschrikt.

dia 9 – bang om slecht nieuws te brengen
Na de droom kan Nebukadnessar niet slapen.
Steeds als hij gaat liggen komen de beelden in alle heftigheid terug.
Zo kan het niet doorgaan, er moet iets gebeuren.
Hij roept hulp in van zijn professionele dromenuitleggers.
Hij vertelt ze de droom, dit keer wel.
De uitleggers schrikken: wat een verschrikkelijke droom is dit!
Niemand durft het de koning uit te leggen,
want ze willen niet de brenger van slecht nieuws zijn.
Inmiddels weten ze een beetje hoe de koning daarmee omgaat.
In plaats daarvan houden ze het vaag: ‘tja, koning, dat kan van alles betekenen…’

De koning herinnert zich Daniël: hij moet de droom toch wel kunnen uitleggen?!
Hij laat Daniël ophalen en vertelt zijn droom.
Ook Daniël schrikt, de gedachten razen door zijn hoofd.
Hoe kan hij ooit de koning deze boodschap vertellen?
De koning heeft door dat Daniël schrikt.
Hij wil het nu toch echt weten: ‘Daniël, zeg het me, wat betekent de droom?’
‘Koning, het is verschrikkelijk.
Was het maar zo dat deze droom ging over uw vijanden.
Maar de droom gaat over u!’

dia 10 – God werpt hoogmoed omver
Het hoge woord is eruit, en Daniël kan vertellen.
‘Koning, u bent die boom.’
Nebukadnessars vermoedens worden bevestigd.
‘Koning, die boom staat voor uw hoogmoed.
U bent tevreden met uzelf, tevreden met alles wat u hebt bereikt.
U hebt het hoog in de bol: u denkt dat iedereen van u afhankelijk is,
en dat u recht hebt op uw machtige en luxe leventje.
U denkt dat u een fantastische koning bent.
God denkt daar anders over.
Als u zo doorgaat koning, wordt de droom werkelijkheid.
Dan gaat de boom omver, wordt uw koningschap afgepakt.
U zult worden als een dier, dat leeft in het open veld.
Dus koning, bekeer u, alstublieft!’

De koning bedankt Daniël.
Zijn verwarring trekt weg, hij voelt de rust terugkomen.
En er gebeurt niets…
Al snel is de koning de droom vergeten en gaat gewoon verder.
Hij is ingenomen met zichzelf en zijn prestaties: alles gaat om hem.
Dan grijpt God in.
De koning draait door en eindigt tussen de dieren.
Daar leeft hij zeven jaar lang.

dia 11 – hoogmoed laat geen ruimte voor genade
Moet je je voorstellen dat God dat bij jou zou doen…
Dat hij alles afpakt waarvan je dacht dat je het zo goed voor elkaar hebt.
Maar ook als God dat niet doet, heeft hij wel een duidelijke boodschap:
God kan niet tegen hoogmoed, want dan is er geen ruimte voor genade.
Als ik denk dat ik recht heb op mijn luxe leven,
dat ik het verdiend heb om een avond met chips en cola op de bank te zitten,
dan doe ik God geen recht: erken ik niet dat het zijn genade is.

God zegt: het draait niet om jou.
Hoogmoed maakt je lelijk.
Je bent alleen nog maar met jezelf bezig, alsof je het middelpunt bent van de wereld.
En dat is niet prettig, niet voor anderen, maar ook niet voor jezelf:
je moet steeds beschermen wat je hebt.
Maar op veel dingen heb je helemaal geen invloed.
Laat je opschrikken, doe niet alsof jij jouw leventje verdient!

3. Mag je trots zijn?
dia 12 – mag je trots zijn?
Maar mag je dan helemaal niet trots zijn?
Moet je als christen dan superbescheiden zijn,
en elk compliment direct relativeren?
Alsof je nergens goed in mag zijn…

dia 13 – wat goed is mag gezegd worden!
Er is niets mis met bescheidenheid, maar het kan doorslaan.
Dan wordt het valse bescheidenheid.
Soms kun je iets gewoon goed, en dat mag dan ook gezegd worden!
Ik heb bijvoorbeeld een goed verstand.
Volgens IQ-tests hoor ik bij de 2,5% van de intelligentste mensen.
Dat zeg ik niet om op te scheppen, het ís gewoon zo.
Nederig zijn is niet dat je ontkent dat je iets kunt.
Daarmee doe je God namelijk ook geen recht.
Als ik zou zeggen: ‘ach, mijn verstand, zo bijzonder is dat niet,’
dan beledig ik God: ik heb het van hem gekregen,
maar doe alsof het er niet is.
Nederig zijn betekent niet dat je nergens goed in mag zijn.
Het betekent wel dat je God er de eer voor geeft.
In mijn geval: ik heb een goed verstand van God gekregen.

dia 14 – geef jezelf er niet de eer voor
Want daar gaat het vaak fout, en dan wordt het hoogmoed:
als je jezelf er de eer voor geeft.
Als ik mijn verstand zou zien als een prestatie,
alsof ik het verdiend heb door er hard voor te werken.
Als je je rijkdom ziet als iets waar je recht op hebt,
omdat je er zoveel voor hebt gedaan.
Er is niets mis met cola, chips en tv kijken,
maar wel als je vindt dat jij nu eenmaal beter verdient dan die vluchtelingen op tv.

Dat is het probleem van Nebukadnessar.
Er is niets mis met dat hij koning is en veel voor het land heeft betekent.
Dat ís gewoon zo!
Onder zijn koningschap is het goed gegaan met Babylonië.
Hij heeft het werk van zijn vader afgemaakt en Babylonië goed op de kaart gezet.
Hij heeft enorm veel gebouwen op zijn naam staan,
waar hij de opdracht voor heeft gegeven en voor heeft betaald.
Het dak van zijn paleis, waar hij hoogmoedig rondwandelt en wordt gestraft,
dat dak wás indrukwekkend!
Om zijn vrouw een plezier te doen,
heeft Nebukadnessar een prachtige daktuin aangelegd.
Later staat dat bekend als de hangende tuinen van Babel,
één van de zeven meest indrukwekkende bouwwerken ooit.
Nebukadnessar heeft alle reden om trots te zijn.
Maar het probleem is dat hij alle eer naar zichzelf trekt:
dat hij dit verdiend heeft, omdat hij nu eenmaal de beste is.

Van zulke hoogmoed komt weinig goeds.
Dan maak je jezelf groter en groter,
neem je meer en meer ruimte in,
en kun je nooit tevreden zijn.
Dan kun je niet meer samenleven.

4. Leer nederigheid van Jezus
dia 15 – leer van Jezus nederigheid
Ik denk dat in iedereen wel iets van die hoogmoed zit,
van de gedachte dat het om jou gaat.
Dat je het normaal vindt wat je allemaal kunt,
dat je recht hebt op luxe,
zonder het als een cadeau van God te zien.

dia 16 – Jezus overwint alle hoogmoed
Nebukadnessar kreeg een harde les.
Kunnen wij onze hoogmoed opgeven als we niet zo hard worden aangepakt?
Ik geloof dat het kan door Jezus Christus.
Jezus is het tegenovergestelde van Nebukadnessar.
Nebukadnessar maakte zich groot, Jezus maakte zich klein.
Nebukadnessar vindt zijn weelderige leventje al heel wat,
maar Jezus had nog veel meer:
een plek in de hemel, aan de rechterhand van de Vader.
Nebukadnessar wordt door God op zijn plek gezet.
Jezus kiest ervoor om klein te worden, ook al is hij groot.
Tijdens zijn leven op aarde ging Jezus niet op zijn strepen staan,
hij vroeg niet om een voorkeursbehandeling omdat hij nu eenmaal God was.
Hij nam genoegen met weinig.
Nebukadnessar ging het om zichzelf, Jezus gaat het om jou.
Dát is nederigheid.

Die nederigheid werd zijn dood.
Paulus schrijft in Filippenzen 2:
‘en als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam
tot in de dood – de dood aan het kruis.’
Maar het gaat verder:
‘daarom heeft God hem hoog verheven
en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat.’
God maakt de nederige groot,
met zijn nederigheid heeft Jezus de hoogmoed verslagen.
God zou je op je knieën kunnen dwingen om je hoogmoed op te geven.
Maar hij doet het veel mooier: hij wordt nederig voor jou.
Met Jezus is je hoogmoed gekruisigd.

dia 17 – delen als medicijn tegen hoogmoed
Leer van Jezus wat nederigheid is.
En daarbij kan het advies van Daniël aan Nebukadnessar ook helpen:
wees vrijgevig en ontferm je over de armen.
Geven helpt je om nederig te zijn, om niet vast te zitten aan wat je hebt.
De luxe waar ik in leef, de dingen waar ik goed in ben,
dat zijn geen dingen die ik verdiend heb, het is Gods genade.
Daar mag je van genieten, maar ook uitdelen:
waarom zou ik meer recht op een gemakkelijk leven hebben dan een ander?
Misschien dat God daarom die vluchtelingen ook wel zo dichtbij brengt:
zodat wij leren om uit te delen, leren dat dit mensen net als wij zijn.
Dat is een geweldig medicijn tegen hoogmoed!

Toen ik 12 was kreeg ik een flinke zakgeldverhoging.
Er was 1 voorwaarde: ik moest ook een deel aan een goed doel geven.
Ik ben blij dat mijn ouders dat zo gedaan hebben:
zo leerde ik dat geld een cadeau is dat niet alleen voor jezelf is.
Zo geeft God ook: niet om alles voor jezelf te houden, alsof het jouw verdienste is.
Het is toch helemaal niet gek om een deel van je geld en talenten te delen?
Nee, delen is vaak niet makkelijk…
Maar houd jezelf niet voor de gek:
van delen wordt je echt een mooier mens.
Kijk maar naar Jezus.
Amen.




Daniël 3:1-30 – God is je liefde waard!

Machtige mensen spelen vaak in op angst, om je zo te dwingen hen te volgen. Nebukadnessar doet dat ook: wie niet buigt wordt verbrand in de oven. God is heel anders: hij dwingt je niet, hij geeft juist zichzelf!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: ‘Diep, diep, diep als de zee’ (Kids Opwekking 68)
‘Kom, laat ons zingen vandaag’ (Kids Opwekking 142)
‘Is je deur nog op slot’ (Kids Opwekking 4)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 165
Gebed
Lezen: Daniël 3 : 1 – 30 (BGT)
Zingen: ‘Ik ben niet bang’ (Elly en Rikkert)
Preek
Zingen: Psalm 97 : 1, 3 en 5
Quiz
Zingen: ‘Zou voor de Heer iets te wonderlijk zijn’ (Kids Opwekking 7)
Gods regels (1 Johannes 4 : 7 – 12 en 17 – 18, BGT)
Zingen: ‘k Stel mijn vertrouwen’ (GKB Gezang 168 – in canon)
Gebed
Collecte
Zingen: Psalm 150 (versie ‘Levensliederen’)
Zegen

God is je liefde waard!

Inleiding
dia 1 – sjaal
Ik zal maar niet vragen wat dit is,
want dat zie je direct: een sjaal van FC Groningen.
Maar zou je zo’n sjaal dragen? (aantal kinderen vragen)
Ik wil even vingers zien: wie zou zo’n sjaal wel dragen?
Volgens mij kan FC Groningen nog wel wat extra fans gebruiken…

Stel je nou eens voor, ik weet dat het een beetje absurd is,
maar stel je eens voor dat vanaf morgen
iedereen verplicht voor FC Groningen moet zijn.
Daarom komen er een paar regels.
dia 2 – scherm
Regel 1 is dat je elke voetbalwedstrijd van de club kijkt.
In elke stad worden grote schermen opgehangen,
en als er een wedstrijd wordt gespeeld, wordt iedereen daar verwacht.
De winkels moeten dicht, de treinen rijden niet, want voetbal gaat voor.
dia 3 – fans
Regel 2 is dat je goed meeschreeuwt tijdens de wedstrijden.
Elke keer dat FC Groningen scoort, moet je hard juichen.
Met microfoons wordt gemeten of je wel hard genoeg meedoet.
En bij elk tegendoelpunt moet je minsten een minuut ‘boeh’ roepen.
dia 4 – romper
Regel 3 is dat je altijd herkenbaar bent als fan.
Je moet altijd iets groen-wits aanhebben.
Als je dat teveel gedoe vindt:
een tatoeage is ook toegestaan, maar dan wel op een zichtbare plek.
dia 5 – euroborg
Regel 4 is dat je elk jaar een bedevaart moet maken naar de Euroborg.
Natuurlijk is het nog mooier als je in Groningen gaat wonen,
maar één keer per jaar naar het stadion is toch wel het minimum.
Kun je direct de middenstip kussen.
dia 6 – spelers
En de laatste, regel 5, is dat je de spelers vereert.
Uiteraard moet je hun namen kunnen opdreunen, binnen 20 seconden.
Op een goed zichtbare plaats in je woonkamer moet de meest recente clubfoto hangen.
En als je een speler tegenkomt, moet je direct het clublied zingen.

dia 7 – politie
Dan zijn we nog niet helemaal klaar,
want er moet natuurlijk wel controle zijn of jij een goede fan bent.
Daarom wordt de clubpolitie opgericht,
die in de gaten moet houden of je je wel aan de regels houdt.
Als je dat niet doet, is het een enkele reis naar de gevangenis.
Dat zal je leren!

dia 8 – God is je liefde waard
Genoeg gefantaseerd…
Zo gaat het natuurlijk niet!
En zelfs als het zo zou gaan, wordt je niet echt fan, maar doe je alsof.
Maar in het bijbelverhaal vanmorgen gaat het wel zo!
De drie vrienden van Daniël moeten verplicht fan worden van de koning,
en als ze niet meedoen, worden ze verbrand.
Gelukkig is God heel anders dan de koning:
hij dwingt je liefde niet af, hij is je liefde waard!

1. Buigen verplicht…
dia 9 – beeld
Vandaag is het zo ver!
Maandenlang is er hard gewerkt, en vandaag is de feestelijke opening.
Nee, ik heb het niet over de nieuwe stationsbrug, ik heb het over een groot beeld,
30 meter hoog, zo hoog als een flatgebouw van 10 verdiepingen.
Allerlei bedrijven uit Babel hebben er aan meegebouwd, en nu is het klaar.
Hoe het beeld eruit ziet, is geen verrassing meer,
maar vandaag wordt het beeld officieel in gebruik genomen.

Alle belangrijke mensen zijn daarvoor uitgenodigd.
Ministers, onderministers, professoren, generaals van het leger, enzovoort.
Tussen al die hotemetoten staan drie vrienden:
Chananja, Misaël en Azarja, goede vrienden van Daniël.
Maar vandaag gebruiken ze hun Babelse namen:
Sadrach, Mesach en Abednego.

dia 10 – toespraak
Als iedereen een plekje heeft gevonden, gaat een man op het podium staan.
‘Geachte aanwezigen’, schreeuwt hij, want een microfoon heeft hij niet…
‘Welkom bij de opening van dit geweldige beeld.
We hebben een fantastische koning, Nebukadnessar…’
Hij kan z’n zin niet eens afmaken omdat iedereen begint te klappen.
Als het weer stil wordt, gaat hij verder:
‘het is voor mij een hele eer dat ik dit beeld mag openen.’
Hij pakt een schaar uit de binnenzak van zijn jas,
en knipt het lint door dat om het beeld hangt.

‘Het beeld is geopend!’ gaat hij verder.
‘Laten we knielen voor dit beeld, om zo onze koning de eer te bewijzen.’
De drie vrienden kijken elkaar verward aan.
Dat hele beeld hoefde van hen al niet zo nodig,
eigenlijk zouden ze hier helemaal niet willen zijn,
maar ja, ze konden het ook niet maken om weg te blijven.
Maar verstonden ze het nou echt goed?
Moeten ze buigen voor deze flauwekul?
De man op het podium praat verder:
‘zometeen horen jullie muziek.
Zodra jullie dat horen, buigen jullie allemaal!
O, en ik zou het ook maar wel doen,
want de oven staat al klaar voor weigeraars…
Natuurlijk buigen jullie.’

dia 11 – vrienden
‘Dus dat was het’, fluistert Chananja, ‘dat heeft ‘ie slim gedaan.’
‘Over wie heb je het?’ vraagt Azarja.
‘Over de koning natuurlijk!’, antwoordt Chananja, ‘snap je het dan niet?’
Azarja en Misaël schudden hun hoofd.
‘Kijk dan goed,’ zegt Chananja.
‘De koning vind zichzelf heel wat.
Hij doet alsof we niet zonder hem kunnen, alsof hij God is.
Als je zo buigt, geef je dat nog toe ook!
Dat geweldige beeld en dat enorme orkest,
ze staan er alleen maar zodat wij zo onder de indruk zijn dat we buigen.
Maar de koning geeft ons helemaal geen keuze, hij dwingt ons:
die oven staat er niet voor de sier!’

dia 12 – asielzoekers
Buigen, de koning aanbidden, het is verplicht.
Nebukadnessar laat niets aan het toeval over:
een indrukwekkend beeld en een oven om bang van te worden,
zo dwingt hij iedereen op de knieën.
In Nederland gebeurt dat gelukkig niet:
je mag zelf weten in wie je gelooft en voor wie je buigt.
Maar het wordt wel heel verleidelijk gemaakt om voor andere dingen dan God te buigen.
Dat zie je bijvoorbeeld bij vluchtelingen.
Geert Wilders wil je bang maken dat vluchtelingen gevaarlijk zijn en ons geld inpikken.
Door de druk van zulke bangmakerij kun je zomaar buigen!

2. Niets kan tegen God op
dia 13 – staan
Terug naar de drie vrienden.
Natuurlijk gaat zometeen iedereen buigen voor de koning.
Niemand wil in die oven!
Maar wat doen de drie vrienden?

Op het podium staat nog altijd dezelfde man.
Hij is uitgepraat en kijkt naar de muzikanten.
Het wordt muisstil.
Dan begint de muziek te spelen, en iedereen buigt.
Niet een klein beetje, nee, iedereen maakt een hele diepe buiging,
want de koning zou eens denken dat je niet echt buigt!
Maar Chananja, Misaël en Azarja, ze doen niet eens alsof.
Ze blijven recht overeind staan!
Wat een lef!

dia 14 – gesprek met koning
Al gauw weet de koning er ook van.
Deze mannen zijn niet alleen spelbrekers, ze nemen de koning niet serieus!
Deze mannen drijven de spot met de koning!
Daarom roept de koning hen op het matje.
‘Waarom knielen jullie niet?’ buldert hij.
‘Hebben jullie niet gehoord wat er werd gezegd?
Zitten jullie oren verstopt ofzo?
Eigenlijk zou ik jullie direct moeten verbranden!
Maar weet je wat, ik geef jullie nog een kans.
Zometeen is er weer muziek, en dan knielen jullie wel, begrepen?!’

Nu neemt Misaël het woord.
‘Koning, we hebben u echt wel begrepen,
maar wij kunnen niet voor het beeld buigen.
U bent geen god, dat weet u best, dus moet u niet doen alsof het wel zo is.
U kunt de muziek nog zo vaak laten spelen, maar wij buigen niet!
U maakt ons bang met die oven, maar daar doen wij niet aan mee.
Wij buigen alleen voor God, want hij is onze liefde waard.’
De koning was al woest, en nu loopt hij paars aan:
‘stook de oven nog heter, van deze mannen mag niets overblijven.’
De drie vrienden worden afgevoerd naar de oven.

dia 15 – kruis
Niets of niemand kan tegen God op, dat hebben de vrienden goed begrepen.
Nebukadnessar zou het willen, maar hij komt niet in de buurt.
Vergeleken met God is het beeld helemaal niet zo indrukwekkend.
Natuurlijk zijn ze bang voor die oven.
Maar ze weten ook dat God hen kan redden,
dat zelfs als ze het niet overleven, de dood niet het einde is.
Ze laten zich niet door hun angst leiden, dat is moedig!
Buig niet als je bang wordt gemaakt voor bijvoorbeeld vluchtelingen.
Want alleen God is het waard om voor te buigen!

Want God is heel anders.
Het beeld van Nebukadnessar is duur en schreeuwerig,
het is het beeld van een koning die roept ‘kijk mij nou’,
een koning die wil dat je alles voor hem geeft.
Het beeld van God is een simpel kruis,
het betekent dat Jezus zijn leven voor je heeft gegeven.
Hij roept niet ‘kijk mij nou’, maar hij ziet jou!
Hij geeft alles voor je, omdat hij van je houdt.
Daarom is hij je liefde waard!

3. God dwingt niet, hij redt!
dia 16 – oven
Soldaten duwen Chananja, Misaël en Azarja voor zich uit.
Ze komen steeds dichter bij de oven.
Ze voelen de hitte, eerst in hun gezicht,
maar al snel straalt het ook door hun kleren heen.
Ze staan nog helemaal achter hun keuze om niet te buigen,
maar wat is het vuur heet!
Ze kijken elkaar nog even aan.
‘Was dit het dan?’
Daar gaan ze, de oven in.

dia 17 – vier mannen
En dan…
Gebeurt er helemaal niets!
Ze voelen de vlammen niet,
ze kunnen rondlopen in de oven,
zelfs hun haren smelten niet!
Dat was niet helemaal de bedoeling van de koning…
Hij kijkt verbijsterd toe.
Dan krijgt hij de schrik van zijn leven.
Ziet hij het goed?
Lopen er echt vier mannen in het vuur?
Het zal wel aan zijn ogen liggen, maar het ziet er wel heel echt uit.
Zouden de anderen het ook zien?
Hij durft het bijna niet te vragen, maar doet het toch.
‘Zien jullie ook een vierde man?’
‘Ja’, fluisteren de mensen om hem heen.
De koning valt bijna flauw.
Opeens is het voor hem duidelijk.
Dit is geen gewone man, dit is een engel.
De God van Chananja, Misaël en Azarja heeft een engel gestuurd om hen te redden.
Zij hadden gelijk: hun God is veel beter dan Nebukadnessar.

Nee, het is niet zo dat altijd als je in een moeilijke situatie zit,
er een engel komt om je te redden.
Er zijn christenen verbrand om hun geloof,
en ook vandaag kunnen christenen in sommige landen de doodstraf krijgen.
Maar Jezus lijkt wel op die engel: hij gaat voor jou door het vuur.
Jezus haalt je niet uit alle moeilijke situaties,
maar hij wil je wel uit de dood halen, omdat hij van je houdt!

dia 18 – uit de oven
Helaas snapt koning Nebukadnessar niets van zulke liefde.
Hij is diep onder indruk, van de engel en ook van God.
Daarom vindt hij het nodig om God te beschermen:
iedereen die iets lelijks over God zegt,
zal in stukken worden gehakt en zijn huis zal worden afgebroken.
Alsof God Nebukadnessars hulp nodig heeft…
Nebukadnessar blijft geloven dat mensen gedwongen moeten worden.
Nu dwingt hij ze niet meer om te knielen voor zijn beeld,
maar wel om respect voor God te hebben.

dia 19 – liefde
Maar God wil mensen niet dwingen,
hij wil dat mensen in alle vrijheid van God houden!
God weet dat je liefde niet kunt dwingen.
Liefde kun je wel geven, en dat doet God: hij geeft zichzelf voor je.
Daarom is God je liefde waard.
En de hel dan?
Is die bedoeld om je bang te maken,
om je te dwingen om in God te geloven?
Nee: de hel is verder leven zonder God.
God doet er alles aan om je bij die hel weg te houden,
daarom moet Jezus sterven.
Dus geloof niet in God omdat het moet,
of omdat je bang bent voor God,
maar omdat God van je houdt.
Kijk maar naar dat kruis!
Amen.




Daniël 2:21a – God en de wereldpolitiek

Het rommelt in de wereld. Daar kun je bang van worden. Waar is God dan? De koning van Babylonië, Nebukadnessar, droomt over wat God doet met de machten van deze wereld. Door God kun je zonder angst leven.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: LvK Lied 294 : 1, 4 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 99 : 1 en 4
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 2 : 1 – 23
Zingen: GKB Gezang 165
Lezen: Daniël 2 : 24 – 49
Zingen: Psalm 68 : 13
Preek over Daniël 2 : 21a
Zingen: Opwekking 672
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: LvK 460 : 1, 3 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: NLB 416 : 1, 2, 3 en 4
Zegen

God en de wereldpolitiek

Inleiding
dia 1 – Donald Duck
De Donald Duck, wie kent hem niet.
Helaas hebben wij er geen abonnement op,
maar als ik een keer in de zoveel tijd bij de garage kom,
lacht mij vaak weer een hele stapel toe.
Meestal neem ik mij voor om terwijl ik op de auto wacht iets nuttigs te doen,
maar de Donald Duck is gewoon te verleidelijk.
En dan vind ik het haast jammer als de auto alweer klaar is…

dia 2 – geluksdubbeltje
Eén van de meest fascinerende bewoners van Duckstad vind ik oom Dagobert.
Hij staat vooral bekend als steenrijke eend die letterlijk zwemt in zijn geld,
maar Dagobert weet ook heel goed wat het is om niets te hebben.
Hij komt uit een adellijke familie, van Schotse kasteelheren,
maar de familie is aan lager wal geraakt.
Het geld is op en de glans is verdwenen.
Dagobert groeit op in een arm arbeidersgezin.
Hij begint als schoenenpoetser, en verdient daarmee zijn eerste dubbeltje,
het beroemde geluksdubbeltje,
en werkt zich langzaam op tot multimiljardair.
Maar denk maar niet dat hij, omdat hij weet wat armoede is,
zijn geld gebruikt om armoede te bestrijden.
Het wordt opgeslagen in een groot pakhuis,
en Dagobert is een van de grootste vrekken uit de wereldliteratuur.

dia 3 – geldpakhuis
Ik weet natuurlijk niet hoe Carl Barks, de bedenker van Dagobert, het bedoeld heeft.
Ik kan wel wat amateurpsychologie op Dagobert toepassen.
Volgens mij is Dagobert bang.
Hij heeft zich vrijgevochten van de armoede,
en zijn grootste angst is dat hij zijn geld kwijtraakt.
Daarom bezuinigt hij op alles, zelfs als dat eigenlijk niet kan,
en zal hij nooit iets weggeven.
Want stel je voor dat zijn rijkdom minder wordt…
Dagobert is bang te verliezen wat hij zo mooi heeft opgebouwd.

dia 4 – God en de wereldpolitiek
Ik denk dat we allemaal wel een beetje op Dagobert lijken.
Dat we houden van wat we hebben en bang zijn het te verliezen.
Inleveren, een stapje terug moeten doen, is moeilijk.
Dat is zo met geld, zoals voor Dagobert,
maar het gaat ook op voor macht.
Dat is het probleem van Nebukadnessar.
Hij is de machtigste man op aarde, aan de top van de wereldpolitiek,
maar komt dan God tegen.
God staat boven de wereldpolitiek.

1. Bang voor de toekomst
dia 5 – bang voor de toekomst
Ja, het gaat vandaag over de wereldpolitiek.
Een onderwerp waar je misschien wel bang van kunt worden.
We hebben het in Nederland nu goed, maar hoe zal de toekomst zijn?
Het rommelt in de wereld, en wat betekent dat voor Nederland?
Het kan je bang maken voor de toekomst.
Net als Nebukadnessar.

dia 6 – nog nooit ging het zo goed met Babylon
Zoals Dagobert weet wat het is om arm te zijn,
zo weet Nebukadnessar wat het is om overheerst te worden.
Hij is opgegroeid in een belangrijke Babylonische familie,
maar de Babyloniërs hebben niets over hun eigen land te zeggen: de Assyriërs zijn de baas.
Als Nebukadnessar acht jaar is, verandert dat:
zijn vader gaat de oorlog met de Assyriërs aan en wint.
De Babyloniërs zijn de nieuwe machthebbers van de wereld.
Na 20 jaar volgt Nebukadnessar zijn vader op,
en is de machtigste man op aarde, machtiger dan Barack Obama vandaag.
Nebukadnessar heeft gezien hoe zijn vader Babylon op de kaart heeft gezet,
en nu is het aan hem de macht voort te zetten.
Nooit eerder ging het zo goed met Babylon.
Nooit eerder ging het zo goed met Nebukadnessar.

dia 7 – grootste angst: de macht verliezen
Je kunt wel raden waar Nebukadnessar bang voor is.
Hij is bang dat zijn macht weer wordt afgepakt.
Bang dat hij naar de bevelen van anderen zal moeten luisteren.
Het is ook niet gek dat hij daar bang voor is:
de Assyriërs willen de macht graag weer terug,
en ook de Perzen staan te popelen de macht over te nemen.
Het zijn trouwens precies de landen die ook nu in het middelpunt van de belangstelling staan:
Babylon is nu Irak, Assyrië kennen we als Syrië en Perzië is Iran.

En dan droomt Nebukadnessar ook nog over zijn grootste angst.
Hij ziet een indrukwekkend beeld, en weet direct dat het over hem gaat.
Een steen maakt een einde aan zijn macht,
van de grote Nebukadnessar blijft niets over.
Het is een ware nachtmerrie.
Nebukadnessar wil de droom het liefst vergeten, maar het laat hem niet los.

Een kat in het nauw maakt rare sprongen.
De koning is zo bang dat hij zich afreageert op zijn personeel.
Hij laat hen bij zich komen:
‘vertel mij,’ brult hij, ‘wat ik heb gedroomd!’
Ze proberen Nebukadnessar te kalmeren,
maar hij wordt er alleen maar bozer van.
Zo boos dat hij opdracht geeft tot een groot bloedbad.
Allemaal omdat hij de waarheid niet wil weten,
de uitleg die zo voor de hand ligt:
dat het eens over en uit is voor die machtige koning.

dia 8 – de toekomst is onzeker
Net als Nebukadnessar kun je bang zijn voor de toekomst.
We hebben het in Nederland goed voor elkaar.
We zijn rijk, we zijn vrij, we zijn machtig.
Maar hoe lang nog?
Hoe zal de wereldpolitiek zich ontwikkelen?
Wat als ISIS het vizier op de westerse wereld richt?
Is dat het einde van de westerse wereld?
En die stroom asielzoekers uit het Midden-Oosten?
Wilders maakt ons al bang voor mannen met baarden en tsunami’s van vluchtelingen.
Gelukkig neemt de rest van de Tweede Kamer daar afstand van,
maar laten we ook eerlijk zeggen dat áls er echt grote aantallen vluchtelingen komen,
en dus wel wat meer dan die paar duizend die Nederland nu gaat opnemen,
dat dat Nederland wel zal veranderen.
De toekomst is onzeker.

2. God staat boven de wereldpolitiek
dia 9 – God staat boven de wereldpolitiek
Maar hoe de toekomst ook zal zijn,
God staat boven de wereldpolitiek.
Dat is de boodschap van die droom van Nebukadnessar.
Dat is waarom Daniël God looft:
‘hij verandert tijden en uren, hij zet koningen af en stelt koningen aan.’
Aardse macht is maar betrekkelijk, uiteindelijk telt alleen Gods macht.

dia 10 – Daniël is niet bang voor de koning
Deze hele geschiedenis speelt zich af als Daniël nog maar net aan het hof komt kijken.
Hij heeft net een intensief trainingsprogramma achter de rug,
daar hebben we het vorige week over gehad.
Daniël en zijn vrienden horen van de woede-uitbarsting van de koning.
De koning is gek geworden, en ook zij zijn nu in levensgevaar.
Wat moeten ze?
Met de koning valt niet te praten, dus dat valt alvast af.
Er is maar één logische optie: vluchten en onderduiken,
weg van deze krankzinnige dictator.

Maar ze doen het niet.
Daniël doet navraag en probeert tijd te winnen.
Die tijd gebruikt hij om te bidden.
Daniël is niet bang voor die machtige koning,
want hij vertrouwt erop dat God machtiger is.
En inderdaad: Daniël krijgt de droom van Nebukadnessar te zien,
en God vertelt hem wat de droom betekent.

dia 11 – God geeft blik op de toekomst
De koning dacht van zijn nachtmerrie te zijn verlost:
als niemand de droom kent, is er geen reden om bang te zijn.
De meeste dromen zijn immers bedrog.
Maar dan komt Daniël.
‘Koning, uw droom is meer dan een gewone nachtmerrie.
De God van hemel en aarde heeft u deze droom getoond.
Deze God geeft u een kijkje in de toekomst.’
Nebukadnessar is één en al aandacht.
Nu telt nog maar één ding: weet Daniël wat de koning heeft gedroomd?
Ja hoor, Daniël begint te vertellen, en de koning beleeft zijn droom opnieuw.
Daniël kan die droom niet kennen, tenzij de droom inderdaad van God komt.
Nu moet Nebukadnessar het wel serieus nemen.

Daniël weet niet alleen de droom, hij weet ook wat het betekent.
Het koninkrijk van Nebukadnessar is tijdelijk.
Na hem komen andere koninkrijken, die al net zo tijdelijk zijn.
Koningen en koninkrijken komen en gaan.
Soms lijkt het heel wat, maar het raakt altijd in verval.
De machtigen van de aarde zijn altijd vatbaar voor onenigheid en intrige.
Ze klampen zich aan hun macht vast en het wordt hun ondergang.
Maar al die menselijke rijken moeten plaats maken voor het rijk van boven.
Uit de hemel komt een nieuw rijk op aarde.
Als christenen kennen we het als het rijk van Jezus Christus.
De toekomst is van hem!

dia 12 – alleen Gods rijk is eeuwig
Wereldrijken gaan op, blinken en verzinken.
Zo is het altijd al geweest.
Er is geen enkele reden om te denken dat het nu anders is.
Waarom zou het westerse rijk eeuwig zijn?
Dat geldt trouwens net zo goed voor die dreigende machten van ISIS en Rusland.
Aardse macht wordt altijd bedreigd, is altijd tijdelijk.
Wat er ook gebeurt, blijvend is het niet.
Alleen Gods koninkrijk is eeuwig!
Daarom mag je de toekomst met vertrouwen tegemoet zien.

3. Wat merk ik van Gods regering?
dia 13 – wat merk ik van Gods regering?
Ondertussen is de wereld nog altijd geen betere plek.
Mooi dat God koningen aanstelt en afzet,
maar wat merk je daar nu van?
Wat merk je van dat God regeert?

dia 14 – mensen kunnen niet met macht omgaan
Op het eerste gezicht niet zo veel.
Machthebbers volgen elkaar op, maar het wordt er niet perse beter van.
Soms wel, soms ook niet.
Er zijn tijden waarin het best goed gaat,
maar sommige tijden zijn ook rampzalig.
Dat was in de tijd van Daniël ook al zo.
Er is niet zoveel te zien van een betere wereld.

Dat is ook niet wat God belooft,
niet wat God in die droom van Nebukadnessar vertelt.
Zolang mensen de macht hebben, zal het niet beter worden.
Dan blijft het een wereld van machtspelletjes en bedrog.
Mensen maken deze wereld onleefbaar.
Ja, God staat daarboven: hij stelt koningen aan.
Maar het blijven menselijke koningen, die niet met macht kunnen omgaan.
Een regering die én het goede wil doen én het volk tevreden wil houden,
wordt al snel voor onmogelijke dilemma’s geplaatst.

dia 15 – God belooft geen snelle oplossing
Dat koninkrijken elkaar opvolgen, dat is nog niet zo’n bemoediging.
Hooguit dat slechte machthebbers ook maar tijdelijk zijn
en nooit de macht over de hele wereld zullen krijgen.
Daar waakt God wel voor.
Maar nergens in de bijbel belooft God een snelle oplossing voor de wereldproblemen.
Sterker nog: Jezus zegt zelf dat we voorbereid moeten zijn op oorlogen, natuurrampen en onrecht.
Je kunt het nalezen in Matteüs 24.
Wat dat betreft is het helemaal niet schokkend dat het in onze wereld rommelt.
Het is veel schokkender als christenen denken dat de westerse wereld de eeuwigheid heeft!

dia 16 – liefde wint van macht en geweld
Gods belooft geen goede wereldleider die voor vrede gaat zorgen.
God belooft iets heel anders: de steen uit de droom van Nebukadnessar.
Het is God zelf die naar de aarde komt.
Het is Jezus, die de machten van de wereld verplettert.
Er komt een nieuwe wereld, waarin machtige mensen het niet meer voor het zeggen hebben.
In die wereld wint Gods liefde het van alle macht en geweld.
Jezus is ermee begonnen, door geweld met liefde te beantwoorden.
Aan het kruis heeft zijn liefde gewonnen.
Alleen dat rijk heeft de toekomst!

4. Leef zonder angst
dia 17 – leef zonder angst
Je kunt bang zijn voor de toekomst.
Er is veel onzeker.
Maar met God is er ook reden om zonder angst te leven.

dia 18 – wat is je thuis?
Dan kom ik weer met dezelfde vraag als vorige week: wat is jouw thuis?
Is dat Nederland of de westerse wereld?
Of is dat het rijk van God?
De westerse wereld is prachtig, ik houd ervan.
Ik ben blij met onze vrijheid en vrede.
Maar uiteindelijk is die wereld niet alles.
Ik voel me hier thuis, maar ik ben niet van hier.
Als de westerse wereld alles voor je is,
dan heb je inderdaad alle reden om bang te zijn:
dan zou ISIS alles af kunnen pakken wat je hebt.
Dan kunnen ook asielzoekers inbreuk maken op jouw leven.
Maar als je een ingeburgerde vreemdeling op aarde bent,
dan is de wereldpolitiek ook maar relatief.
Natuurlijk mag je bang zijn voor ISIS, het is een duivelse beweging.
Maar ISIS heeft de toekomst niet.
Het wordt verpletterd door Gods koninkrijk.
En als je thuis bent in dat koninkrijk kan zelfs de dood je leven niet afpakken!

dia 19 – alleen bij God is veiligheid
Laat je bevrijden van je angst.
Onze hulp is niet in de naam van Obama, Merkel, Cameron en Hollande,
maar in de naam van de Heer van hemel en aarde.
Regeringen komen en gaan.
Oorlog en vrede wisselen elkaar af.
Dat heeft de hele geschiedenis wel uitgewezen.
Zoek je veiligheid dus niet in de wereldpolitiek, maar bij God.
Zijn rijk blijft!
Voor Nebukadnessar, die machtigste man op aarde, is dat geen prettige boodschap.
Hij moet God als zijn meerdere erkennen.
Maar hij doet het wel, en aan het einde van het hoofdstuk is hij zijn wanhoop kwijt.

Dat betekent niet dat het christenen niets kan schelen wat er in de wereld gebeurt.
Zet je maar in voor een betere en rechtvaardige wereld.
Als je bij Jezus hoort, als je thuis bent in Gods rijk,
dan mag je van daaruit ook verschil maken in deze wereld.
Mag je je inzetten voor vrede, vrijheid, gelijkheid en liefde.
Daniël accepteert zelfs een hoge functie aan het hof,
waarmee hij veel macht krijgt.
Maar hij weet ook dat hij de wereld niet kan redden:
dat doet God alleen.

dia 20 – de toekomst is zeker
Onze westerse vrijheid is de moeite waard,
maar je leven staat of valt er niet mee.
Christenen hebben meer.
Ze kunnen zich inzetten voor een betere wereld,
want je hebt van God een plek hier op aarde gekregen,
maar hoeven ook nooit bang te zijn voor de toekomst:
je toekomst is al gegarandeerd.
De toekomst is thuis!
Amen.




Daniël 1:8 – Overal en nergens thuis

Je zult maar op de vlucht zijn, en als vreemdeling in een ander land terecht komen. Daniël was ook zo’n vreemdeling in Babel. Van hem leren we dat christenen ook vreemdelingen zijn: midden in de wereld maar niet van hier. En daarom met een ruim hart voor vreemdelingen.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 122 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Lied 285 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Daniël 1 : 1 – 21
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Preek over Daniël 1 : 8
Zingen: Psalm 125 : 1, 2 en 3
Kinderen terug
Lezen wet
Zingen: ‘Ik ben’ (Sela) : 1, 2, 3 en 6 (refrein na 2 en 6)
Avondmaal: formulier (5) en viering
Zingen: GKB Gezang 161 : 2 en 3
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 296 : 1, 2 en 3
Zegen

Overal en nergens thuis

Inleiding
dia 1 – fish and chips
Als je in Engeland bent,
dan moet je een keer Fish and Chips eten.
Wat voor ons patat met frikadel speciaal is,
dat is Fish and Chips voor de Engelsen:
gefrituurde aardappelpartjes en vis.
Het hoofdgerecht van elke snackbar.

Dus toen Hanneke en ik vier jaar geleden
voor het eerst samen in Engeland waren,
hadden we een duidelijke missie: Fish and Chips eten.
We waren in Londen,
en na een hele dag de stad te hebben verkend,
waren we moe en hadden zin om te eten.
Dus we gingen op zoek naar een snackbar.
Maar ja, het was wel Londen, dus alles is duur.
We schrokken van de prijzen die we tegenkwamen:
je betaalt toch ook geen 15 euro voor patat met frikadel?!
Als zuinige Nederlanders dachten we dat het goedkoper moest kunnen…
In de toeristische straten hanteren ze toeristische prijzen,
maar in de achterafstraatjes heb je vast voor minder je maaltijd.

dia 2 – Rolls
Op zich geen vreemde gedachte,
maar dan moet je wel de goede achterafstraatjes ingaan…
Wij belandden in een buurt die duidelijk boven onze stand was.
Overal stonden Bentleys, Rolls Royces en Aston Martins geparkeerd.
Geen snackbar te vinden, alleen maar restaurants ver boven ons budget.
Bij sommige van die restaurants waren chique feestjes bezig,
voor rijke mensen die zich op hun allerbest presenteren.
Hoge hakken, dure maatpakken en iedereen een glas champagne.
En daar liepen wij dus, op onze gympen,
in korte broek en bezwete T-shirts.
We voelden ons vreemd en bekeken…
Hier horen wij niet thuis!

Die goedkope snackbar hebben we trouwens nooit gevonden.
Uiteindelijk zijn we bij de Kentucky Fried Chicken terecht gekomen.
Afgelopen zomer, toen we weer in Engeland waren,
zijn we voor de herkansing gegaan.
Eindelijk hebben we Fish and Chips gegeten.
Missie volbracht!

dia 3 – overal en nergens thuis
Maar goed, het opgelaten gevoel dat je ergens niet hoort, dat je vreemd bent,
daar gaat het nu om.
Waar hoor je, waar ben je thuis?
De boodschap van vanmorgen is dat je als christen overal en nergens thuis bent.
Christenen zijn ingeburgerde vreemdelingen.

1. In een vreemde wereld
dia 4 – in een vreemde wereld
We treffen Daniël en zijn vrienden aan in het paleis van koning Nebukadnessar.
Ze zullen zich ook wel opgelaten hebben gevoeld: hier horen ze niet.
Babylonië is voor hen een vreemde wereld.

dia 5 – inburgeren in Babylon
14 Jaar zijn ze nog maar, Daniël, Chananja, Misaël en Azarja.
Jongens die zijn opgegroeid in de betere kringen van Israël.
Maar hun hele wereld is ingestort.
In Jeruzalem waren ze thuis, daar kenden ze iedereen, daar hoorden ze!
Nu zijn ze ontvoerd door de Babyloniërs.
En daar staan ze dan, in het paleis van Nebukadnessar,
samen met andere jongeren uit Israël.
Het is stil, niemand voelt zich op zijn gemak.
Wat moeten ze hier toch?

Er klinken voetstappen.
Een man, zo te zien een belangrijke Babyloniër, komt naar de jongeren toe.
Hij blijft staan en neemt de groep in zich op.
Niemand durft iets te zeggen.
Dan neemt de man het woord.
Gelukkig spreekt hij Aramees, daar kunnen ze nog wel wat van maken.

‘Welkom in het paleis,’ zegt hij.
‘Hebben jullie al goed om je heen gekeken?
Jullie bevinden je in het centrum van de wereld.
Hier gebeurt het!
Maar laat ik mij even voorstellen: ik ben Aspenaz en ik mag jullie begeleiden.
Jullie zijn geselecteerd om het speciale programma van de koning te volgen.
Hij heeft hoge verwachtingen van jullie.
Als je goed je best doet, zul je hier een geweldige toekomst hebben.
Ik zal jullie helpen om echte Babyloniërs te worden.
Ik zal jullie groot maken.’

Zo voelen Daniël en zijn vrienden het echt niet, dat dit hun thuis is.
Maar ze hebben geen keuze.
Ze doen mee in het programma van de koning.
Ze krijgen een uitgebreide inburgeringscursus aan het hof.
Elke dag krijgen ze les in de Babylonische taal en cultuur.
Ze worden ingewijd in de wereld van de Babylonische goden.
Ze worden gedrild in de modernste wetenschappen.

dia 6 – geen plaats voor God
Aspenaz blijkt niet van half werk te houden.
Deze jongeren moeten hun verleden vergeten,
moeten Israël vergeten, moeten hun God vergeten.
Vanaf nu gaat alles op de Babylonische manier.
‘Wat was jouw naam ook alweer?’, vraagt hij op een dag aan Daniël.
Daniël houdt van zijn naam, ‘God is mijn rechter’, betekent het.
Hij antwoordt Aspenaz: ‘ik heet Daniël, meneer.’
Aspenaz denkt even na.
‘Daniël… Met die naam zul je nooit ver komen.
Weet je wat, vanaf nu heet je Beltesassar.’
God moet plaatsmaken voor de Babylonische god Bel.

Je zult maar alles achter moeten laten,
om in een onbekend land met een onbekende taal
een nieuwe toekomst tegemoet te gaan.
Je zult maar, net als Daniël, een vreemdeling zijn,
die alles weer opnieuw moet leren.

dia 7 – christenen zijn vreemdelingen
Dan denken we al snel aan vluchtelingen, en terecht,
die ook deze week weer volop in het nieuws waren.
Maar ook christenen zijn vreemdelingen,
leven in een wereld die niet hun thuis is.
Ook al woon ik mijn hele leven al in Nederland, ik ben niet van hier.
Nederland en Babel, zo veel verschil is er niet.
Ja, de goden zijn anders, de taal is anders.
Maar: net als in Babel draait alles om onze prestaties.
Niet voor niets wordt in Daniël 1 ook de oude naam van Babel genoemd, Sinear.
Een paar weken geleden kwamen we die naam ook al tegen,
toen het ging over de torenbouw van Babel.
Mensen proberen zonder God te leven en maken zichzelf groot:
dat gaat toch gewoon over Nederland?

Voor christenen is dat een vreemde wereld.
Ja, de meesten van ons zijn Nederlanders,
die zich prima thuis voelen en weten hoe het hier gaat.
Maar die vluchtelingen in het nieuws herinneren ons eraan:
wij zijn vreemdelingen.

2. Overal en nergens thuis
dia 8 – overal en nergens thuis
Sommige vreemdelingen zullen altijd vreemdeling blijven,
ze integreren niet maar leven in een eigen wereldje.
Andere vreemdelingen doen alles om in te burgeren,
en zijn al snel nauwelijks meer als vreemdeling te herkennen.
Daniël doet geen van beide
omdat hij weet dat hij met God overal en nergens thuis is.

dia 9 – thuis: als God er maar is
Waar ben je thuis?
Volgens mij is dat niet zo’n moeilijke vraag.
Dat is waar je spullen zijn, waar je vrienden zijn,
waar je de mensen verstaat en waar je je op je gemak voelt.
En als je er zo naar kijkt, dan is Daniël in Babylon ver van huis.
Maar Daniël kijkt anders.
Spullen, vrienden, taal, het is allemaal belangrijk om je thuis te voelen,
maar het belangrijkste is God.
Want alleen bij God ben je echt veilig.
Als God er maar is, dan kan iets je thuis worden.

Dat geldt ook voor Babylon.
Natuurlijk heeft Daniël heimwee naar Jeruzalem.
Natuurlijk moet hij wennen aan die vreemde wereld.
Maar hij weet: God is hier net zo goed als in Jeruzalem
dus ik mag hier mijn nieuwe thuis gaan maken.
Daniël heeft altijd geleerd dat God de God van hemel en aarde is.
En hij gelooft het echt!
Veel Israëlieten denken dat nu de tempel is gevallen,
het ook met God afgelopen is.
Daniël weet wel beter: God is overal, waar je ook bent.

dia 10 – meedoen in de wereld
Daniël voelt zich vrij om van Babylonië zijn nieuwe thuis te maken.
Hij leert de taal en gewoonten, en maakt het zich eigen.
Hij accepteert zijn nieuwe naam, al blijft hij voor zijn volksgenoten gewoon Daniël.
Daniël doet volop mee, hij doorloopt glansrijk het programma van de koning.
Hij en zijn drie vrienden krijgen hoge plekken, in het centrum van de wereldmacht.
Daniël integreert met succes.
Zo kunnen christenen ook Nederlanders zijn,
meedoen in de samenleving en zich hier thuis voelen.
Want met God ben je overal thuis.

dia 11 – nergens echt thuis
Dat is de ene kant.
De andere kant: met God ben je nergens echt thuis.
Babel blijft een vreemde wereld.
Met eigen goden, normen en waarden,
die soms rechtstreeks tegen God ingaan.
Daniël wordt er helemaal in ondergedompeld,
maar weet ook: dit ben ik niet.
Ik ben niet van hier, maar van God.

Daniël en zijn vrienden zullen altijd vreemdelingen blijven.
Bij het eten bijvoorbeeld.
Ze willen het Babylonische eten niet.
Nee, niet omdat ze het niet lekker vinden,
maar omdat het hun geloof in God in de weg zou staan.
Ze vragen Aspenaz om ander eten, en met een omweg lukt het ze.
En elke keer als ze aan tafel gaan, is het een belijdenis:
ik hoor niet hier, maar bij God.
Precies wat wij straks ook belijden als we aan tafel gaan.

Christenen zullen altijd een beetje vreemd blijven.
Ingeburgerd in het koninkrijk der Nederlanden,
maar allereerst burgers van Gods koninkrijk.
Nederland is niet alles voor hen.
Nederland heeft zijn eigen goden, normen en waarden,
waar soms als christen mee te leven valt, maar soms ook niet.
Want hun thuis is ergens anders: bij Jezus Christus.
En daar horen soms heel andere keuzes bij.

3. Hoe houd je het vol?
dia 12 – hoe houd je het vol?
Christenen leven in twee werelden.
Dat is niet makkelijk.
Hoe houd je dat vol?
Thuis zijn in Nederland, maar toch ook niet?
Hoe blijf je christen midden in de wereld?

dia 13 – met regels lukt het niet
Waar haalt Daniël het lef vandaan om Aspenaz om ander eten te vragen?
Er zaten behalve Daniël en zijn vrienden meer jongeren uit Israël in de eetzaal,
en waarschijnlijk hebben die wel de koninklijke maaltijden gegeten.
Terwijl ze dat thuis toch echt anders geleerd hadden…
Het verschil is dat het voor hen een regeltje was:
als goede Israëliet eet je alleen voedsel dat koosjer is.
Maar in Babylon blijken zulke regels weinig waard.
Er is meer nodig om dappere keuzes te maken: liefde voor God.
Alleen dan houd je het vol.
We kunnen heel godsdienstig zijn,
alles keurig volgens onze christelijke regels doen,
maar, zoals Paulus in 1 Korintiërs 13 zegt,
als het niet uit liefde is, is het niets waard.

dia 14 – liefde voor God als basis
Wil je het als christen volhouden in een vreemde wereld,
dan moet liefde voor God wel je basis zijn.
Het is een verwarrende wereld,
en geloven wordt daarin zomaar een zondagsdingetje.
Dat houd je niet vol met regels.
Dat lukt alleen als je geraakt wordt door de liefde van Jezus,
als je niets mooiers weet te bedenken dan die liefde.

Misschien is dat wel hoog gegrepen, zo’n grote liefde voor Jezus.
Dat voel ik ook niet altijd zo.
Maak het gerust wat kleiner:
dat je nieuwsgierig bent naar Jezus,
dat je merkt dat Jezus anders is, misschien dat christenen anders zijn,
en dat je je er toe aangetrokken voelt.

Volhouden is ook kwestie van doen.
Daniël doet dingen anders om zijn liefde voor God.
Dat brengt hem ook dichter bij God,
want elke maaltijd is nu een herinnering aan God geworden.
Dat helpt hem om niet helemaal op te gaan
in die geweldige Babylonische wereld.
Laat het avondmaal ook maar zo’n herinnering voor je zijn.
Dat er een God is bij wie je echt thuis bent.

4. Wees een ingeburgerde vreemdeling
dia 15 – wees een ingeburgerde vreemdeling
Met God ben je overal en nergens thuis.
Wees daarom, net als Daniël, een ingeburgerde vreemdeling.

dia 16 – trek je niet terug uit de wereld
Ingeburgerd: Daniël deed volop mee in de Babylonische wereld.
Dat is niet de makkelijkste weg.
De makkelijkste manier om te blijven geloven,
is om je terug te trekken op een christelijk eilandje
en alleen met christenen om te gaan.
Maar dat is best gevaarlijk!
Voor je het weet is die mooie christelijke wereld je thuis,
in plaats van God.
Zo ging het met Israël ook: de mooie wereld van de tempel,
daar voelden ze zich thuis,
en langzamerhand werd de tempel hun afgod.
Trek je dus niet terug in een veilig christelijk wereldje!

dia 17 – sta midden in de samenleving
Wees juist een goede burger.
Zet je maar, net als Daniël, in voor de samenleving.
In je werk, in vrijwilligerswerk, door vriendschappen te sluiten.
Of iets anders: door mee te doen met de Agrarische Dagen.
God is overal, het is zijn wereld,
en daarom mag je in Franeker thuis zijn.

dia 18 – blijf een vreemdeling, met hart voor vreemdelingen
En tegelijk: blijf een vreemdeling.
Dat belijden we zo aan tafel: wij zijn vreemdelingen die thuis zijn bij God.
Ik ben niet van hier.
Laat dat ook blijken.

Dan kom ik weer terug bij die vluchtelingen.
Juist christenen, die zelf altijd vreemdeling zijn,
moeten een ruim hart voor vreemdelingen hebben.
Zij zijn niet anders dan wij.
Onze burgemeester, Fred Veenstra, schreef deze week een weblog met de titel:
‘hoe gastvrij zou Franeker zijn?’
Hij schrijft dat de vraag of ook hier een AZC moet komen
misschien binnenkort wel aan de orde komt.
Als dat gebeurt, is Franeker daar dan klaar voor?

dia 19 – gastgezin
Wat zou het mooi zijn om als christenen, als kerken in Franeker,
daarbij voorop te lopen.
Door vreemdelingen met open armen welkom te heten.
Zo is het project ‘gastgezin voor een vluchteling’ ontstaan.
Het idee is om vluchtelingen met gewone Nederlanders in contact te laten komen.
Sommigen willen zelfs vluchtelingen in huis nemen,
maar je kunt ook bijvoorbeeld eens in de week met hen eten.
Op de website hebben zich al meer dan 16.000 mensen aangemeld!
Het was deze week op televisie in de talkshow ‘Pauw’,
waar de initiatiefnemers vertelden dat ze Gods liefde aan vreemdelingen wilden uitdelen.
Prachtig toch?!

Als christen mag je best een beetje vreemd zijn.
Want je leeft ergens anders voor.
Niet voor Babel, maar voor Jeruzalem.
Daarover schrijft Johannes, in Openbaring 21:
‘Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem,
uit de hemel neerdalen, bij God vandaan.
Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep:
“Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.
Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn.”’
Amen.