2 Korintiërs 12:9 | Genade – alles wat je nodig hebt!

Wil je iets verkopen, dan moet je komen met een gelikt succesverhaal. Maar de boodschap van het kruis vraagt een heel ander verhaal: genade verdient een kwetsbaar verhaal. Als wij zwak zijn, kunnen we vertellen dat genade alles is.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.
Deze preek is gehouden in de afscheidsdienst van Franeker.

Liturgie
Zingen: Opwekking 789
Stil gebed
Zingen: Votum en groet (Sela)
Zingen: GKB Gezang 147 : 1, 3 en 4
Afscheidswoord Hanneke
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: 2 Korintiërs 11 : 30 – 12 : 10
Zingen: GKB Psalm 73 : 9 en 10
Preek over 2 Korintiërs 12 : 9
Zingen: Psalmen voor Nu 16
Kinderen terug
Leefregels: Matteüs 5 : 3 – 10
Zingen: Opwekking 331
Viering avondmaal
Zingen: NLB Psalm 103c : 1, 3 en 4
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Gezang 416 : 1, 2, 3 en 4
Zegen

Genade – alles wat je nodig hebt!

Inleiding
dia 1 – zwart
Ik sta hier vandaag voor het laatst
Of in ieder geval voor het laatst als eigen voorganger van deze gemeente –
want ik ben zeker wel van plan terug te komen,
maar dan als gastvoorganger.
Deze laatste keer wil ik terug naar de eerste keer: 1 april 2012.
Ik studeerde en was beroepbaar,
en ik mocht in Franeker ‘op beroep’ komen preken.
Hanneke was niet mee, die was zogenaamd ziek,
maar eigenlijk net in verwachting van Daniël.
Van de vrouwenvereniging kregen we toen nog een kaartje
waarin Hanneke beterschap werd gewenst.

dia 2 – genade – alles wat je nodig hebt!
Die allereerste keer preekte ik over 2 Korintiërs 12:9:
‘”Je hebt niet meer dan mijn genade nodig,
want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.”
Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid,
zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.’
Ik had die tekst toen niet bewust voor Franeker uitgekozen:
het was gewoon de meest recente preek die ik geschreven heb.
Maar deze tekst is altijd dicht bij mij gebleven –
en daarom heb ik juist deze tekst gekozen om mee af te sluiten.

“Je hebt niet meer dan mijn genade nodig”,
dat is alles wat ik in de jaren hier in Franeker heb willen zeggen.
Genade, genade en nog meer genade!
Daarom het thema vanmorgen:
genade – alles wat je nodig hebt.

1. Gelikt succesverhaal
dia 3 – gelikt succesverhaal
Maar is dat echt zo?
Is genade alles wat je nodig hebt?
De christenen in Korinte hebben daar zo hun vragen bij.
Genade alleen – dat is toch wat mager –
in een bloeiende kerk mag je toch wel meer verwachten?
Dat is in ieder geval wel de boodschap van de leraren in de Korintische kerk,
door Paulus sarcastisch ‘die geweldige apostelen van u’ genoemd.
Zij staan voor een gelikt succesverhaal.

dia 4 – in Korinte: charismatische leraren – beheersen verteltechniek
Een gelikt verhaal:
ze weten precies hoe je een verhaal aantrekkelijk presenteert.
In mijn boekenkast staat een boek met de prachtige titel:
‘ijs verkopen aan Eskimo’s’ – over allerlei presentatietechnieken.
Daar hoefde je die Korintische leraren dus niets over te vertellen.
Zij beheersten de verteltechniek, de retorica, tot in de puntjes.
Als zij iets vertelden, hingen de mensen aan hun lippen.
Zij zouden inderdaad zelfs aan Eskimo’s ijs kunnen verkopen.

dia 5 – vertellen succesverhalen
Bovendien is het een succesverhaal.
Ze praten graag over de successen van het geloof.
Als ‘gewone’ christen tel je eigenlijk niet mee.
Je moet je recht van spreken in de kerk verdienen
door aan te komen met verhalen over bijzondere godservaringen,
verhalen over mensen die door jou tot geloof zijn gekomen,
of verhalen van mensen die God door jou genezen heeft.
Het is trouwens prachtig als deze verhalen verteld kunnen worden,
maar niet om elkaar op grond hiervan te beoordelen.

dia 6 – Paulus steekt daar bleek bij af
Dat gebeurde in Korinte wel.
Vergeleken met die ‘superapostelen’ steekt Paulus bleek af.
Hij moet het van zijn inhoud hebben,
niet van zijn charismatische voorkomen.
Hij zegt het zelf in hoofdstuk 11:
‘ook al ontbreekt het mij aan welsprekendheid, kennis bezit ik genoeg.’
Oftewel: Paulus heeft echt iets te zeggen,
maar slaagt er niet altijd in de boodschap aantrekkelijk over te brengen.

Bovendien komt Paulus niet met een succesverhaal –
al kan hij dingen vertellen waar menig christen jaloers op is.
Maar hij vertelt liever over tegenslag en zwakte.
Over die keer dat hij in Damascus was,
en de stad hermetisch werd afgesloten voor een klopjacht op Paulus,
en Paulus in een mandje over de stadsmuur naar beneden werd gelaten.
Klinkt voor ons als een stoer heldenverhaal,
maar werd toen gezien als een aftocht om je voor te schamen.
Of die doorn in het vlees – wat het ook maar precies is.
In de ogen van de Korintische christenen
is Paulus daarom het kneusje onder de apostelen.

dia 7 – ook wij aanbidden kracht
Volgens mij is er niets nieuws onder de zon.
De christenen in Korinte horen graag een gelikt succesverhaal –
dat geldt voor ons niet minder.
Onze samenleving aanbidt kracht.
Als jij een verhaal te vertellen hebt,
en daar mensen graag in wilt meenemen,
dan kun je maar beter met een gelikte presentatie komen.
Want, verwend als we zijn, vinden we het al snel saai.
We willen een show.

En ook wij houden van succesverhalen.
De eerste vraag die wij stellen als iemand ons ergens van wil overtuigen,
is deze: ‘wat heb ik eraan?’
Reclamemakers doen niet anders dan die vraag beantwoorden.
En het mooiste is als je in 1 zin kunt zeggen wat je ergens aan hebt.
Vertaald naar het christelijk geloof wordt dat: ik geloof omdat het werkt.

Net als Paulus kan ik die verwachtingen niet waarmaken.
Ik heb grote bewondering voor cabaretiers die de zaal kunnen bespelen,
die precies weten waar ze mee bezig zijn en de aandacht perfect weten vast te houden.
En ik weet ook wel: vaak zit daar een heel team achter,
of gaan er aan de show maanden voorbereiding inclusief try-outs vooraf,
maar toch: ik kijk naar hen op.
Zelf ben ik niet zo’n ster.
Ik zou graag al lopend over het podium mijn verhaal willen doen,
maar sta nog altijd veilig achter de lessenaar,
en werp om de zoveel woorden een blik op mijn uitgeschreven tekst.

Ik heb ook al geen succesverhalen.
Heel veel weet ik gewoon niet, en bij vlagen vind ik geloven moeilijk.
Om het nog maar niet te hebben over al die manieren van geloven.
Wat ik moet denken van gebedsgenezing, de evolutietheorie of Israël,
ik vind het maar wát verwarrend!
Ik ben geen supergelovige met indrukwekkende godservaringen,
maar ik houd wel van Jezus,
en kan niet anders dan steeds weer getroffen te worden
door hoe het kruis van Jezus de wereld op zijn kop zet.
That’s it.

2. Genade verdient een kwetsbaar verhaal
dia 8 – genade verdient een kwetsbaar verhaal
En dan vind ik het schitterende van 2 Korintiërs 12: dat is genoeg!
Natuurlijk voel ik de verleiding het mooier te maken,
maar het hóeft helemaal niet!
Paulus wil ook graag een krachtiger verhaal kunnen neerzetten,
hij bidt daar om, hij smeekt van zijn ‘doorn in het vlees’ bevrijd te worden,
zodat hij de boodschap van Jezus krachtiger kan brengen,
maar God zegt tegen Paulus: ‘nee!’
Want de boodschap van genade verdient een beter verhaal.
Geen gelikt succesverhaal – dat vertelt dat genade niet genoeg is.
Genade verdient een kwetsbaar verhaal,
waarin Gods kracht, waarin het wonder van het kruis, kan blinken!

dia 9 – geen succes, maar de kracht van het kruis
Geen succesverhaal dus,
over hoe geweldig het leven als christen wel niet is.
‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig,’ zegt God tegen Paulus,
‘wánt kracht wordt zichtbaar in zwakheid’.
Wij vertellen graag over onze successen, ik ook,
maar als het over God gaat,
vertellen je mislukkingen een veel krachtiger verhaal!

Als er iemand is die met een krachtig verhaal kan komen,
dan is het God wel!
Als God naar deze wereld komt,
dan mag je verwachten dat het zo overweldigend is
dat iedereen op knieën valt om hem te aanbidden.
Maar zo kwam God dus niet.
Niet krachtig, maar als een zwakke baby,
die zijn leven begint als vluchteling.
Daarmee is de toon gezet.
Ook zijn verdere leven is geen klassiek succesverhaal:
steeds meer mensen moeten niets van hem hebben,
tot Jezus uiteindelijk uit de weg geruimd wordt aan het kruis.
Dat is geen succesverhaal – het is een complete mislukking!
Maar juist die mislukking is het hoogtepunt in Gods reddingsplan voor de wereld!
‘Kracht wordt zichtbaar in zwakheid’ – Jezus is het ultieme bewijs.

Als we dat echt geloven,
dan moeten we dus ook niet met allerlei succesverhalen komen aanzetten.
We hoeven het christelijk geloof niet te verkopen
door duidelijk te maken welke voordelen je er allemaal van hebt.
Soms ‘werkt’ geloven helemaal niet.
Paulus smeekt om genezing – maar hij moet het met genade doen.
Dat is best een lastige boodschap, zeker voor mensen die graag resultaat zien,
maar christelijk geloof gaat niet om voordelen: genade is genoeg!
En waar wij zwak zijn, niet kunnen vertellen van onze successen,
daar kan Gods kracht zichtbaar worden.

dia 10 – geen show, maar een kwetsbaar verhaal
Genade verdient ook geen gelikt verhaal.
Er is geen uiterlijk vertoon nodig om Christus aan de man te brengen.
Want daar druipt het succes vanaf.
Je kunt nog zo zeggen dat het niet om succes gaat,
maar als je ondertussen een professionele show optuigt,
die niet onderdoet voor wat je op de televisie te zien krijgt,
straal je wel degelijk uit dat we als kerk krachtig moeten zijn.
Maar de boodschap van genade verdient een kwetsbaar verhaal.
We hoeven Christus niet in de markt te zetten,
de boodschap van het kruis, de boodschap van genade,
die overtuigt in zichzelf.

Ik heb wel eens preken gehouden waar ik tevreden over was.
Dat waren dus niet mijn beste preken…
Als een preek ervoor zorgt
dat ik bijzonder in mijn nopjes ben met mijzelf,
dan is er ergens toch iets mis gegaan!
Gelukkig heb ik vaker dat ik na een preek denk: dat had beter gekund.
Dat houd mij klein, en laat mij beseffen dat het een wonder is
dat God door mij heen mensen wil aanspreken,
en dat dat nog gebeurt ook!

dia 11 – het effect: genade blinkt!
Daarmee komen we bij het effect:
als we geen gelikte succesverhalen vertellen,
dan kan genade blinken.
Want gelikte succesverhalen, die gaan niet over God.
Die verhalen zeggen: ‘kijk mij nou’.
Dat past perfect in onze samenleving,
en ook in Korinte werden de mensen graag opgemerkt.
Maar niet ik moet gezien worden – Gód moet gezien worden!
Niet míjn kracht, maar zíjn genade!

Ik heb het mogen merken, deze jaren in Franeker.
Als ik deed alsof ik sterk was,
want ik ben dat niet, ik doe maar alsof,
dan lukt het niet van genade te vertellen.
Maar als ik me realiseerde dat ik de antwoorden niet heb,
en als ik de pijn van het leven voelde,
juist dan konden we samen dicht bij God komen.
Ik heb het gemerkt in het bezoekwerk,
in het contact met jongeren op catechisaties,
in het preken: als ik zwak was, ontstond er ruimte voor contact.
Juist daar kon genade schitteren!

3. Verspilde moeite?
dia 12 – verspilde moeite?
Toch heb ik me er niet gemakkelijk vanaf gemaakt.
Ik heb heel wat tijd gestoken in het voorbereiden van preken.
Ik heb cursussen gevolgd om beter te kunnen preken,
en dat boek gelezen: ‘ijs verkopen aan Eskimo’s’.
Had ik dat allemaal beter niet kunnen doen,
en moet ik dat boek maar verbranden?
Is dat verspilde moeite geweest
die de boodschap van het evangelie alleen maar in de weg staat?

dia 13 – genade verdient een zorgvuldig verhaal
Nee, dat geloof ik niet.
De boodschap van het kruis verdient het om met zorg gebracht te worden.
Een preek is niet bedoeld als een slecht en saai verhaal,
waarin voorgangers zoals ik hun eigen onkunde tonen.
Paulus zegt wel van zichzelf dat hij niet welsprekend is,
ondertussen nuanceren zijn brieven dat beeld op zijn minst.
Als je Paulus’ brieven eens in z’n geheel leest,
dan valt al snel op dat Paulus een duidelijke opbouw gebruikt.
Die opbouw kun je ook nog naast de verteltechniek van die tijd leggen,
de klassieke Griekse retorica,
en die blijkt Paulus uitstekend te beheersen!
Paulus maakt daar vrijmoedig gebruik van,
om de boodschap van het evangelie met kracht neer te zetten.

Als we over Jezus vertellen,
dan mogen we gebruik maken
van alles wat de communicatiewetenschappen ons leren –
zodat als mensen afknappen, dat niet is omdat ze tijdens de preek in slaap vallen!
Als we over Jezus vertellen,
dan moeten we ook niet blijven steken bij hoe moeilijk geloven is,
bij onze twijfels en moeiten,
maar moeten we vertellen van Gods kracht.

dia 14 – maar nooit ‘kijk mij eens’
Maar het moet geen: ‘kijk mij eens preken’ worden.
Want ik geloof dat God veel interessanter is,
veel meer je aandacht waard, dan dat ik dat ben.
Paulus leert zichzelf niet groot te maken, maar God,
en ik hoop dat dat in mijn preekwerk ook steeds te proeven is.

4. Sta genade niet in de weg
dia 15 – sta genade niet in de weg
Dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij:
voor ons allemaal geldt dat we er niet zijn om onszelf groot te maken,
maar om God groot te maken.
Als we echt geloven dat genade alles is wat je nodig hebt,
dan moeten we die genade ook niet in de weg staan.

dia 16 – gids
Een mooi voorbeeld kwam ik tegen in een boekje van Max Lucado.
Hij vertelt over een jongeman die in een museum rondleidingen geeft.
De mensen die hij rondleidt zijn onder de indruk van de prachtige schilderijen,
en de jongeman neemt alle complimenten dankbaar in ontvangst.
Het voelt alsof de complimenten voor hem zijn,
al kan hij zelf absoluut niet schilderen.
Hij wordt trotser en trotser,
tot hij op een dag voor de schilderijen gaat staan,
en iedereen hem bewonderen kan in plaats van de schilderijen.

dia 17 – durf zwak te zijn – dan komt er ruimte
Ik als predikant, wij als kerk,
moeten niet vóór de boodschap van genade gaan staan.
Doe niet alsof jouw leven één groot succesverhaal is!
Houdt de schijn niet hoog dat jij een geweldig leven hebt,
door alleen mooie dingen te delen en moeilijke dingen voor jezelf te houden.
Juist als we eerlijk zijn, naar elkaar en naar God,
als we zwak durven te zijn
en toe kunnen geven dat we niet alle antwoorden hebben,
juist dan komt er ruimte voor God,
ruimte om elkaar bij het kruis van Christus te ontmoeten!
Het eerlijke, kwetsbare verhaal van genade
is veel mooier dan de gelikte succesverhalen die je overal hoort.

dia 18 – avondmaal
Daarom vind ik het ook zo mooi dat we vandaag avondmaal vieren.
Dat is misschien een beetje gek in een afscheidsdienst,
maar ik ben er heel blij mee!
Want aan de maaltijd van Jezus zijn we allemaal gelijk.
Daar zijn geen succesvolle en minder succesvolle christenen.
We komen er als zwakkelingen, als losers,
die weten dat Gods genade alles is!
Daar komen we bij hem die voor ons zwak geworden is.
Zijn genade is alles wat je nodig hebt!
Amen.




2 Korintiërs 10:3-6 – Elke gedachte de gevangene van Christus

Denken, voelen en beleven hebben alles met elkaar te maken. Reclamemakers weten het en ze proberen ons denken te beïnvloeden. Het doet er toe hoe je denkt, ds ook voor een christen. Nieuw leven en nieuw denken hebben alles met elkaar te maken. Daarom wil Paulus elke gedachte gevangen geven aan Jezus zijn Heer. Om zo echt vrij te leren denken, te leren denken zoals Jezus!

Voor preeklezers: wil je deze preek lezen, dan stel ik een mailtje op prijs: hansburger@filternet.nl. Bij de preek is ook een powerpointpresentatie beschikbaar.

Liturgie

Voorzang: Ps 75,1.3.6
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 46,1.3
Gebed
Lezen:
(- Rom 8,1-11 – of ipv wetslezing)
- 2 Kor 10,1-11
Zingen Ps 3,1
Preek over 2 Kor 10,3-6
Zingen: GK Gez 143 / 142
Kinderlied: EL 442 Ik draag de wapenrusting van God
Als wetslezing: Rom 8,1-11
Voorbereiding avondmaal
(’s Middags: geloofsbelijdenis)
Zingen: Gez 163 Ik bouw op u (of Sela Ik ben)
Gebed
Collecte
Zingen GKB Gez 110,1.3.4.5
Zegen

Alternatieve suggesties:
Opwekking 468
Opwekking 764

Elke gedachte de gevangene van Christus – nieuw denken is het begin van nieuw leven

1. Wat voor reclames zie je op Zapp? Op tijdstippen dat er veel kinderen kijken? ….

Straks wordt het Sinterklaastijd; de mooie dikke reclamefolders komen weer, vol met Sinterklaascadeaus. [dia 2]
Wat hopen reclamemakers?
Dat je hun dingen herkent: een Barbie, hun LEGO chima of LEGO friends; of Playmobil, een X-Box of WII. En dat je ze graag wilt hebben. Zorgt dat iemand ze voor je gaat kopen!

Wat wil reclame?
Je denken veranderen. [dia 3]
Je kijken veranderen.
Dat je door een speelgoedwinkel loopt en rondkijkt en precies ziet wat je wilt hebben. Dat je dat ook denkt: ‘Dat wil ik hebben!’ En zij verkopen.

Hoe je denkt, is zo belangrijk – reclamemakers weten dat. En dus proberen ze je denken te beïnvloeden. Verander iemands denken, en hij gaat andere dingen doen.

Paulus weet dat ook: deze tekst lijkt misschien wat moeilijk, maar hier komt het op neer: als je leert denken zoals iemand die bij Jezus hoort, dan ga je ook andere dingen doen – zoals het past bij Jezus.

Wij vinden tegenwoordig gevoel en beleving heel belangrijk. [dia 4 - zwart] Vooral als het gaat om belangrijke keuzes.
‘Waarom doe je dat?’
‘Omdat ik het gevoel heb dat dit ’t beste is.’

Of mensen iets voelen bij geloven, bij bidden, bij de kerk, of niet, is zomaar een belangrijke reden om wel – of niet – te geloven.

Voelen en beleven – dat is toch belangrijker dan denken?

Maar: je hoeft maar iets te weten van allerlei vormen van therapie, van cognitieve psychologie, of van het moderne hersenonderzoek, en je ontdekt wat ook reclamemakers weten: denken en voelen staan niet los van elkaar. We worden tijdens ons leven geprogrammeerd: emoties, gedachtes, en gedrag zijn daarin met elkaar verbonden.

Alleen – daar heb je invloed op. Bijvoorbeeld via woorden, via gedachtes, via je denken. [dia 5]

Dat doen reclamemakers: je denken veranderen zodat je je anders gaat gedragen.
Dat proberen therapeuten te doen: je anders leren denken, zodat je gevoelens en je gedrag veranderen. Zo zitten wij mensen in elkaar.

2. Paulus weet dat.
Paulus weet hoe belangrijk het is om te leren denken als iemand die bij Jezus hoort. Te leren denken als Jezus. [dia 6] Dan ga je op Hem lijken.

Paulus weet ook: het kan oorlog zijn van binnen. Ja, dat is precies het beeld wat Paulus hier gebruikt. Oorlog, oorlog om het denken. [klik]

Paulus optreden is er niet op gericht dat hij alle aandacht naar zich toe trekt. Of bewonderd wordt. Dat wilden ze in Korinte wel. Ze vinden Paulus niet echt indrukwekkend. Een bedeesd mannetje. Veel te lief. Wat stelt hij nu voor?

Maar dat is een bewuste keus: Paulus weet dat mensen van binnen moeten veranderen. Jezus is overwinnaar – maar ook als het grote gevecht gewonnen is, moet er nog steeds gevochten worden. De tegenstand die nog over is, moet afgebroken worden.

Een groepje vijanden dat gevlucht is in een bolwerk.
Wat is een bolwerk? [dia 7]
Een bolwerk is een uitbouw aan muren of wallen rondom een vestingstad. Zoals je op deze kaart van Franeker kunt zien. Of zoals op deze foto, een van de bolwerken van Dokkum. [dia 8]
Een verschansing, dat is ook zoiets. Een schans, een borstwering met kantelen erop, [dia 9] waarachter je veilig bent.
Mooie toeristische plaatjes – maar het is allemaal gebouwd voor tijden van oorlog.

Forten, muren, vestingwerken – dat beeld gebruikt Paulus.
Herken je dat?
Dat jij en ik muren bouwen, bunkers aanleggen, waarin we ons verzetten tegen God?
En let goed op: dan heeft Paulus het vooral over verzet in je denken. [dia 10]
Spitsvondigheden.
Verzet tegen de kennis van God.
Moet je nagaan – dat kunnen wij doen!
Met een gedachtencomplex Gods invloed buitensluiten, klein houden.

Paulus gaat trouwens verder. Hij heeft het niet alleen over bolwerken en verschansingen. Die worden afgebroken.

Hij noemt ook krijgsgevangenen – soldaten die gevangen genomen zijn. Daarbij denkt hij dan aan losse gedachten. [dia 11]
Al onze gedachten wil Paulus in handen geven van Jezus Christus. Laat hem maar de baas zijn over elke gedachte.
Dat wil Paulus – Hij wil ons denken veranderen.

Hoe vind je dat: al onze gedachten gevangen genomen door Christus? [dia 12 - zwart]
Misschien denk je nu wel: bah – dat is eng!
Dat klinkt naar indoctrinatie. Naar een gedachtenpolitie.
Raak ik bij Jezus alle vrijheid om zelf na te denken kwijt?
Is die Paulus een sekteleider die zijn mensen manipuleert en in de greep wil krijgen?

Nee, Paulus dwingt niet. Daarom vonden ze hem in Korinte juist een slappeling. Niet imponerend, geen goeroe. Paulus was juist geen prototype van een secteleider.

Waarom dan die oorlogszuchtige taal – bolwerken, verschansingen, krijgsgevangenen?
Omdat er rondom onze gedachten een geestelijke strijd woedt!

3. Waar zou jij aan denken bij die bolwerken, bij dat verzet? [dia 13]
Tijdens het maken van deze preek, heb ik die vraag op facebook en twitter gesteld. De eerste twee antwoorden die ik kreeg, waren precies hetzelfde: mijn eigen hart.

Zie je zulk verzet tegen God terug bij jezelf? Dat je stukken van je leven apart houdt – dit stuk is niet voor God? Dit wil ik vasthouden, ook al gaat het in tegen God?

Er kunnen momenten zijn dat we tegen beter weten in stijfkoppig [klik] zijn en tegen God in gaan.
Ik en mijn trots.
Ik en mijn imago.
Ik en mijn slechte gewoontes.
Ik en mijn boezemzondes.
Ik en mijn afgoden.
Ik bid er niet voor, want hier wil ik God er even niet bij hebben.
Ik en … wat zou jij in vullen?
Koppig – hoe koppig ben jij?

En daar komen redeneringen bij. Ingesleten denkpatronen. [klik]
Denkpatronen die verhullen dat je eigenlijk koppig bent.
‘Wij zijn nu eenmaal zondige mensen, het blijft hier onvolmaakt. Zulke idealen zijn mooi, maar je moet ook reëel blijven – dit is gewoon niet haalbaar.’
Koppigheid in gebrek aan vertrouwen.

‘Ik heb nu zolang mijn best gedaan, die ander heeft mij echt gekwetst, dus nu mag ik wel weer even de fout ingaan – agressief worden, me bedrinken, porno kijken; God weet ook wel dat dit mijn zwakke punt is.’
Koppigheid als zelfmedelijden of wraak

‘Ik heb vorige maand 100 euro weggegeven. Zolang anderen zo weinig doen, hoef ik toch niet over de brug te komen? Ik mag toch ook genieten van wat God mij geeft?’
Koppig gehecht aan je geld.

‘Zij zijn bij ons gekomen, zo doen wij het hier, ze moeten zich maar aanpassen. Er is al zoveel verandert. Anders gaan ze maar weg!’
Koppig vasthouden aan tradities.

Zou je zelf ook zo’n denkpatroon kunnen bedenken?

Vaak zijn het manieren van denken die je mee gekregen hebt in je opvoeding. [klik] Of wat je je eigen gemaakt hebt om te overleven. Denkpatronen die verbonden zijn met je zelfbeeld en je godsbeeld.

‘Toen ik gepest werd, heeft niemand me geholpen, ook God niet. Aan God heb ik niets, ik ben alleen met mezelf. Als ik niet voor mezelf zorg, doet niemand het.’

Of ‘Het is mijn schuld dat het helemaal fout loopt. God zal wel boos op me zijn. Ik ben ook een mislukkeling, ik kan er niks van.’

‘Het is precies zoals mijn vader vroeger zei: je bent een sloddervos. Een prutser. En dat God van mij houdt, dat kan niet waar zijn.’

Het is niet alleen een kwestie van koppigheid – je kunt ook gevangen zitten [klik] in je denkpatronen. Een negatief zelfbeeld, een negatief godsbeeld. Beschadigd door het leven. Teleurgesteld door wat je meegemaakt hebt.
En daardoor zijn er die negatieve stemmen; die leugens over jezelf en over God. Ze houden je klein, houden je bij God vandaan, bij Jezus vandaan. Terwijl je bij Jezus leert: hoe slecht, hoe beschadigd je ook bent, God houdt van je. Hij wil je bevrijden en genezen!

4. Maar het is ook breder dan je zelfbeeld, je godsbeeld. Ook in onze kijk op de wereld kunnen er spitsvondigheden zijn. Denkpatronen die je afhouden van God.

Het is vandaag Micha-zondag [dia 14] – de Micha-campagne vraagt aandacht voor een eerlijke wereld, voor vrede en recht, voor het milieu – heel de schepping. Als je vanuit de Micha-campagne kijkt, zie je ook hoe denkpatronen de komst van Gods rijk in de weg kunnen staan.

Zo kan iemand onder de indruk raken van de evolutie-theorie. Deze wereld is gewoon door toeval ontstaan. Dat wij er zijn is gevolg van natuurlijke selectie en aanpassing. Een God is er echt niet. Wat wij met de wereld doen, dat mogen we zelf weten. [dia 15]
Of in een christelijke variant: deze wereld zal door vuur vergaan. Wij worden straks uit deze wereld weggenomen. Het gaat erom dat je ziel gered wordt – deze wereld doet er niet toe. [klik]

Je kunt onder de indruk zijn van economie en techniek. [klik] Om lekker vlees te kunnen eten, moet je efficiënt produceren. En een stierkalf, dat is toch een vleesfabriek? Zet ‘m in een kleine box, geef krachtvoer en hormonen, dan groeit hij snel. Dat volgens de Bijbel de rechtvaardige oog heeft voor zijn vee, en dat God de dieren naar hun eigen aard gemaakt heeft- niet als vleesfabrieken – dat negeer je.

Wij hebben onze welvaart en dat willen we zo houden. [klik] Wij hebben het toch eerlijk op de vrije markt verdiend? Een stap terug doen in welvaart is geen optie. Dus bouwen we muren om Europa, laten we vluchtelingen verdrinken in de Middelandse Zee, proberen met techniek voor elk probleem een oplossing te vinden en vechten voor een sterke Euro. Als wij onze rijkdom maar niet kwijtraken.

Wat hebben ze grote invloed: het evolutionisme dat God de schepper ontkent; het neo-liberale geloof in de vrije markt die aan het geld de macht geeft; en het onbegrensde vertrouwen in de techniek, dat toch al onze problemen op kan lossen? Bolwerken, verschansingen zijn het, opgetrokken tegen God en zijn rijk

En er zou nog zoveel meer te noemen zijn: hoe onze wereld aankijkt tegen seks, tegen menselijk leven, tegen genot en plezier. [klik] De macht van de entertainment-industrie die voorkomt dat we beginnen met goed en helder nadenken.

Maar nu – hoe leren we nadenken zoals Jezus? [dia 16]
Hoe leren we wie God is en wat God ons wil geven?
Hoe leren we wat liefde is en hoe liefde werkt?
Of te vertrouwen op God in plaats van op macht, techniek, status, economie en geld – noem al onze afgoden maar op?

We kunnen bang worden van de Islam. Van vluchtelingen. Van ebola. Van de wereldeconomie die ons zo maar in de steek kan laten, als er ergens weer eens een beurs crasht. Van alles wat in deze wereld niet klopt maar wat wij niet rechtgezet krijgen? Hoe leren we in Gods spoor liefhebben, en ons niet te laten leiden door angst?

5. Nu denk je misschien dat Paulus wil dat alles in één keer helemaal anders wordt. Maar dat is niet zo. Paulus begint eigenlijk heel klein, bij dat waar je invloed op hebt: je eigen kijk op de dingen. Je eigen manier van denken. [dia 17]

Het grote werk laat hij aan God over: Jezus is overwinnaar. [klik]De grote slag is al geleverd. De macht van het kwaad is gebroken. Jezus heeft gewonnen van de duivel en de zonde. Wij mogen bij Hem horen. Wat overblijft is het opruimen van verzetshaarden. Bunkers waar nog soldaten in zitten. Vijandige soldaten die nog rondlopen en – dat wel – gevaarlijk zijn.

Er is een gevecht te leveren, dat zeker. Je kunt God buiten de deur houden – en dan geef je automatisch ruimte aan de zonde; èn aan de duivel. Dan leef je het oude leven. Een leven zonder God.

Maar er zijn ook wapens – de wapenrusting van de Geest, lees thuis maar na in Efeze 6. Heel veel van die wapens hebben iets te maken met je denken: waarheid; gerechtigheid; geloof; Gods woorden.

En begin maar klein. [klik]Als je niet weet of je op het goede spoor zit. Als je weet dat je fout zit. Als je geweten onrustig is. Als je merkt dat je gedachten de verkeerde kant op gaan. Als je in verleiding gebracht wordt. Als je voor de keus staat: achter God aan of niet? En dat weet je – dat voel je aan. Of niet?

Doe dan wat Paulus zegt: [klik] geef elke gedachte als gevangene aan Jezus.

Je hoeft niet eens te weten wat waar is en wat klopt.
Je hoeft nog geen oplossing te weten.
Je hoeft niet opeens volmaakt te zijn.

Het enige is dit: zeg tegen Jezus: Heer, u bent mijn Heer. Dit zijn mijn gedachten – en noem ze dan maar op. Ik geef ze aan u, als uw gevangenen. Help mij!

Dan kan hij je de weg wijzen in je aarzeling.
Dan kan hij je sterk maken om ‘nee’ te zeggen tegen verleiding.
Dan kan hij je door zijn Geest leiden zodat je het goede doet.

Hij is overwinnaar – ook in jouw gevecht!

6. Nu heeft Paulus het in 2 Korinte over zijn eigen aanpak als apostel en voorganger. Maar jullie zijn geen voorgangers – toch kun je zelf in deze strijd actief zijn. [dia 18]

Natuurlijk is het goed om naar preken te luisteren, om je te laten onderwijzen, om goede boeken te lezen die je denken opscherpen. Doe dat! Op al die manieren kan Gods waarheid je vrij maken. Gods waarheid maakt vrij – vrij van gebondenheid.

Maar je kunt ook zelf actief zijn – heel gewoon: door christelijke gemeenschap – je kring, christelijke vrienden, de kerk. En door gebed. En door bijbellezen.

Help elkaar om te leren denken zoals Jezus.

Maar vooral wil ik nu ingaan op bijbellezen en gebed.

De Bijbel eerst: de Bijbel is het belangrijkste middel dat God gebruikt om jouw manier van denken te beïnvloeden. Leren denken zoals Jezus is Bijbels leren denken. De Bijbel is een wapen van de Geest – het zwaard van de Geest, staat in Efeze 6. De Bijbel is geïnspireerd. Dat wil zeggen: door de Bijbel ademt de Geest je tegemoet. Als je je daarop richt, zijn de woorden van de Bijbel doortrokken van de Geest. En die Geest is de Geest die je in de waarheid leidt. Die Geest is de Geest die je denken kan veranderen. Die Geest kan jou de gedachten van Jezus geven – dat zegt Paulus echt, aan het eind van 1 Korinte 2: ‘onze gedachten zijn die van Christus.’

Als je terugschrikt om Bijbel te lezen – een moeilijk boek; een boek van vroeger; een boek waar ik niks mee kan; vroeger had ik wat aan de Bijbel, maar iedereen legt ‘m weer anders uit….

Alsjeblieft, lieve mensen, leer dan weer Bijbel te lezen. Zorg dat je met de Bijbel vertrouwd bent. Het is Gods geïnspireerde woord – dat wil zeggen: het zijn woorden van God waardoor de Geest je denken verandert. Bijbels leren denken wil zeggen: bolwerken en verschansingen verdwijnen, spitsvondigheden en redeneringen worden ontkracht – dat is waar het Paulus om gaat. Leren denken zoals Jezus. Zo word je als Jezus.

En bidden. Bidden is de poort van je bunker open zetten. Een witte vlag boven de verschansing. Heer, hier mag u naar binnen. [klik] Al biddend kun je elke gedachte als een gevangene aan Jezus geven. Dat kan alleen in gebed. Alleen als je in gebed in gesprek bent met Christus, je Heer, kun je tegen hem zeggen: Heer, dit denk ik. Het klopt niet – of ik weet niet of het klopt. Maar het kriebelt. Mijn geweten is onrustig. Ik heb er geen vrede mee. Ik geef mijn gedachte aan u – en u mag zeggen wat de waarheid is. U mag me de weg wijzen. Help me Heer!

En dan zegt Paulus in Romeinen 8: [dia 19] de manier van denken die geleid wordt door de Geest is leven en vrede. Als je zo je denken door Jezus laat beheersen, dan gaat de oorlog en de strijd weg. Je krijgt leven. En vrede. Zo mooi: echte vrede!

Dat is wat Jezus je belooft: geen gevecht van binnen. Maar leven en vrede.




2 Korinte 4,16b – God wil je van binnenuit gelukkig maken, net als die ander

Liturgie

NB: zowel de gezangen als de psalmen in onderstaande liturgie komen allemaal uit het Liedboek voor de kerken!

Zingen: LB Gez 380,1.2.3.4

Stilte voor gebed

Votum

Zegengroet

Zingen: Ps 138,1.4

Gebed

Lezing ipv de 10 geboden: Lev 19 vers 1-4, 9-18 en 29-37

Zingen: Ps 51,1.5

Schriftlezing

- 2 Kor 3 vers 7-18

- 2 Kor 4 vers 6-18

Zingen: Ps 116,1.2.3

Preek over 2 Kor 4,16b
Zingen LB Gez 90,1.4.5.6.11

Gebed

Collekte

Zingen LB Gez 288,1.2.5.8

Zegen

Opmerking: Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over 2 Korinte 4,16b – God wil je van binnenuit gelukkig maken, net als die ander

1. Wil God je gelukkig maken?

Ja natuurlijk. Wat kun je anders dan daar volmondig ja op zeggen.

En toch…

Een tijdje geleden sprak ik iemand. En het ging over God – God wil je gelukkig maken!

En niet lang daarna verstuikte die ander een enkel.

Zulke dingen gebeuren vaker.

Je gunt iemand mooie dingen.

En die zijn er ook.

God geeft mooie dingen – en je herkent het samen.

Maar dan zijn er ook weer die tegenvallers. Lastige dingen. Pijn. Rotzooi.

Waar is God dan – wil Hij mij wel gelukkig maken? Kun je wel op God aan?

Die vraag is altijd een lastige geweest. Maar voor ons is er iets wat die vraag extra lastig maakt.

Wij zijn over het algemeen rijk en welvarend.

Voor honger of armoede hoeven we niet bang te zijn.

Dat was vroeger wel anders.

Wij zijn bang voor andere dingen. Pijn, tegenslag, je ongelukkig voelen.

Wij streven naar geluk.

En we kunnen een heleboel. We kunnen zorgen voor welvaart, voor eten, voor drinken, voor warmte, voor gezondheid, voor veiligheid – alles kunnen we maken, lijkt het. Zouden we niet zelfs ons eigen geluk kunnen maken? Hebben we geen recht op geluk?

Wat we minder goed kunnen: omgaan met dingen die niet lukken. Het moet perfect zijn, en zo snel mogelijk. Geen pijn, geen tegenslag, geen ongelukken. Dat moet gewoon niet mogen.

Wat is het moeilijk – omgaan met dingen die niet lukken.

Ook als christen leef je in deze tijd.

En kun je een heleboel.

Verlang je naar geluk.

En is het soms knap lastig om te gaan met wat niet klopt. Pijn. Tegenslag. Ongelukken.

Kun jij omgaan met tegenslag?

Verwacht jij dat God alle tegenslag voorkomt? Dat God je helemaal gelukkig maakt?

En als je denkt ‘nee natuurlijk niet’, wat denk je diep in je hart?

God wil je gelukkig maken – en toch is er tegenslag. Hoe moet je dat combineren?

Het is belangrijk om het te kunnen combineren.

Want in tegenslag heb je God nodig!

Als je dan teleurgesteld bij Hem weg gaat – God maakt me niet gelukkig, dan hoef ’t voor mij niet meer…

Nee, in tegenslag wil God je juist helpen.

Maar hoe zit het dan? Wil God je gelukkig maken, of niet? Hoe leer je omgaan met tegenslag, samen met God?

2. Ik kwam van de week een twitter-berichtje tegen van Frits Rouvoet, broer van, inderdaad. Hij werkt als hulpverlener op de wallen in Amsterdam onder prostituees. Dit stond er in de tweet:

Bijzonder moment na bidden met een prostituee. Maagpijn was verdwenen, ze was verbaasd over diepe vrede en rust die over haar was gekomen.

Ze zit in de prostitutie. Daar wordt je niet gelukkig van. Na dit gebed is er van buiten misschien niks veranderd. Maar van binnen –diepe vrede en rust. Maagpijn weg.

Misschien volgt er meer. Misschien kan ze geholpen worden om uit het wereldje stappen. Maar God begint al binnen in.

Zo werkt God en wil Hij ons gelukkig maken. Het begint met dat Hij ons van binnen nieuw maakt. Zo maakte Paulus het ook mee: ‘ons innerlijk bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd’.

Dat kan zijn dat maagpijn verdwijnt. Of hoofdpijn.

Innerlijk vernieuwd worden – dat kan gaan over hoe je in je lijf zit.

Vrede, diepe vrede hoort er bij.

Rust – geen onrust, geen verveling, geen schuldgevoel, geen angst – maar Gods rust.

Blijdschap – dat kan zo diep zijn, zo blij, dat lachen en snikken in elkaar over gaan.

Een geluksgevoel – omdat de stralende zon van Gods liefde op je leven schijnt – heerlijk!

Innerlijke vrijheid – niet meer afhankelijk van wat mensen zeggen, alleen nog van God.

Niet meer afhankelijk van je verslaving, maar vrij in Christus.

Zuiverheid – gewoon zuiver,  helemaal goed, niet vies of besmet

Heiligheid – geen heilig boontje, maar vol van toewijding aan God

Of zoals ik het in een lied van Sela tegenkwam deze week:

‘U geeft waarheid in mijn binnensta

In ’t geheim maakt u wijsheid bekend.

Laat mij volstromen met uw volkomenheid

En heilig voor u zijn’

‘Ons innerlijk bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd’, zegt Paulus. Zo maakte hij het mee.

Daar begint het. Zo wil God ons gelukkig maken, van binnen uit.

Paulus vergelijkt het met Mozes die bij God mocht zijn, en wiens gezicht ging stralen door Gods luister.

Licht dat van God afstraalt.

Gods licht dat afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.

Licht dat in het donker schijnt en alles licht maakt.

Licht dat schijnt in onze harten.

Wat is dat mooi – God laat zijn licht schijnen! Licht dat van zijn gezicht afstraalt – zijn heerlijke luister!

Op ons!

Een overweldigende kracht binnen in ons.

De kracht van de Heilige Geest.

De kracht van Jezus die is opgestaan uit de dood.

De kracht van nieuw leven!

3. Innerlijke vernieuwing van dag tot dag, dat wil God geven.

Ook al is er van buiten misschien afbraak.

Dat kan dus samen gaan.

Dat je van binnen diep geluk krijgt – met God gelukkig bent.

En van buiten wil het niet, zit het tegen.

Kijk naar Paulus. Belaagd, vervolgd, geveld, 4 vers 8  – de mensen zaten achter hem aan, om hem het leven zuur te maken, te stenigen, gevangen te zetten.

Hij wordt aan het twijfelen gebracht: ‘Mooi is dat, maak je reizen de hele wereld over om mensen over Jezus te vertellen, kom je in de gevangenis!’

Zie je dat – Paulus werd aan het twijfelen gebracht.

Is het allemaal wel zo als het in de Bijbel staat?

Wil God me wel gelukkig maken?

De twijfel kan je bespringen.

Zo kan het dus gaan. Je bent christen. Je hebt mooie dingen van God gekregen. Je hebt ervaren: God is goed. God maakt mij gelukkig.

En dan toch zit het tegen.

Dat kan – het gebeurde bij Paulus, het kan in ons leven ook.

God belooft ons niet dat alles nu al van een leien dakje zal gaan.

Het kan ontzettend tegen zitten.

Want wat denk je – Jezus is nog niet teruggekomen; en de duivel is er ook nog.

Hoe dichter jij bij Jezus komt, hoe meer jij vanuit Jezus leeft, hoe meer de duivel zich inspant.

De duivel wil juist afstand tussen jou en Jezus.

Als jij zoals Paulus het goede nieuws van Jezus serieus neemt, doorvertelt, iets moois over God te zeggen hebt, dan komen er ook vijanden – houd je mond over Jezus en over God.

Die strijd hoort er bij!

Maar Paulus merkt ook: er is een kracht in mij waardoor ik overeind blijf.

Ik ben een wegwerppot van aardewerk, 4 vers 7.

Maar in mij zit een schat, een overweldigende kracht.
Van dag tot dag word ik vernieuwd!

En dan is wat ik nu meemaak, maar een kleine last. Er komt een eeuwige luister, 4 vers 17.

Zie je dat het samen kan gaan?

Van buiten tegenslag.

Het lukt niet. Het zit niet mee. Ziekte. Problemen. Pijn. Lastige dingen.

Maar toch van binnen een kracht die je overeind houdt.

Herken je het ook, bij jezelf, bij christenen om je heen?

Ik herken het.

Ik zie het gebeuren – er zouden zoveel verhalen over te vertellen zijn.

Alleen al hier in ons eigen midden.

Mensen die het moeilijk hebben. Die moeten huilen.

Maar uit hun ogen straalt toch levenskracht en blijdschap.

4. Maar hoe kan dat dan?

Hoe kan dat tegelijk waar zijn: God wil je gelukkig maken – diep van binnenuit. En tegelijk is er van buiten afbraak?

Om dat te begrijpen is belangrijk wat Paulus zegt in 4,10-15.

Er is meer dan God die ons gelukkig wil maken, van binnenuit – en de afbraak en strijd van buiten. God is bezig om ons helemaal aan Jezus gelijk te maken.

Stel je voor – jij en ik – gelijk aan Jezus.

Dat is wat God doet – als je in Jezus gelooft.

Maar wat betekent dat?

Kijk maar wat Paulus meemaakte, 4 vers 10.

Net zoals Jezus lijden en sterven, net zoals Jezus opstaan.

Dat is die dubbelheid. Aan de ene kant gaat zijn uiterlijke bestaan verloren –met Jezus sterven. Hij wordt onschuldig veroordeeld. Wat heeft Paulus gedaan? Waarom wordt hij gegeseld en gestenigd? Waarom zit de duivel hem dwars?

Waarom zit de duivel jou dwars? Waarom stribbelt de zonde in jou tegen?
Omdat je bij Jezus hoort!

Sterven met Jezus, dat is de ene kant.

Zo gaat het door tot je dood, of tot Jezus terugkomt.

Maar de andere kant is er ook.

Van dag tot dag innerlijk vernieuwd worden.

Dagelijks merken: in mij woont de Heilige Geest.

In mij is het nieuwe leven van Jezus.

God wil dat in ons Jezus zichtbaar wordt.

Waarom op zo’n gekke manier – tegelijk sterven, afgebroken worden; en nieuw leven krijgen, vernieuwd worden?

Daar kun je verschillende dingen over zeggen – wat leren we hier in 2 Korinte?

Jezus kwam om anderen gelukkig te maken.

Zo wil God niet alleen ons gelukkig maken, maar door ons ook weer andere mensen.

Stel je voor: wat gebeurt er als een christen erg ziek is. Maar tot op haar sterfbed blijft zij blijmoedig, vitaal van binnen, toch levenskrachtig?

Van zo iemand gaat een getuigenis uit.

Zo’n sterfbed zet aan het denken – waar komt die kracht vandaan?

En je kunt er niet om heen – het is de kracht van God.

Kijk in 4 vers 15: Paulus sterft met Jezus en leeft met Jezus omwille van de Korintiërs, zodat zij zien: God is er.

Daarom sterven wij met Jezus en leven wij tegelijk met Jezus – zodat de mensen om ons heen aan het denken worden gezet.

Wat hebben jullie?

Waar komt jullie blijdschap vandaan?

Dus waarom tegelijk afbraak van buiten en van binnen nieuw leven? Daar kun je meer over zeggen. Maar hier zie je: Jezus moet in ons zichtbaar worden!

Voor wie?

Hier leren we: voor de mensen om ons heen.

Die Gods kracht nog niet kennen. Jezus niet kennen. De Heilige Geest niet kennen.

God wil via jou ook anderen gelukkig maken!

5. Zo ging het bij Paulus.
Maar… gaat het ook zo bij jou en bij mij?

Werkt het in de praktijk ook zo?

Nee, niet vanzelf. Niet iedereen maakt zoveel tegenslag mee als Paulus.

Niet iedereen maakt op dezelfde manier mee: mijn uiterlijk bestaan gaat verloren.

Daarin zijn we allemaal verschillend.

Wel geldt voor ons allemaal: uiterlijke afbraak en innerlijke vernieuwing door God, het kan zeker samengaan.

Dus het is de vraag voor ons allemaal: word jij in je innerlijke bestaan van dag tot dag vernieuwd?

Dat het bij Paulus zo ging, wil niet zeggen dat het bij jou en mij ook zo gaat.

Het licht van God schijnt wereldwijd – dat is duidelijk.

De goddelijke luister straalt af van het gezicht van Jezus Christus.

De Heilige Geest is er.

Maar schijnt Gods licht ook in jouw hart?

Dat is de vraag.

De duivel kan ons blind maken. Een sluier over ons hart leggen, zodat Gods licht niet binnenkomt. Dan zorgt de duivel dat het schaduwachtig blijft, donker.

Wij zelf kunnen ons afsluiten voor het licht.

Als de zon schijnt, kun je in de zon gaan zitten. Je kunt ook de schaduw opzoeken of naar binnen gaan. Blijven zondigen, leven zonder Christus.

Als er een sluier is, schaduw, donker, het licht niet in je hart schijnt, dan gaat het hele verhaal niet op.

Dan is er geen innerlijke levenskracht die je van God krijgt.

Dan ben je misschien alleen maar teleurgesteld. Boos. En je haakt af.

Je gaat er misschien wel aan kapot.

In het donker kun je niet leven.

Los van God houdt het op.

Lieve mensen, laat dat bij ons, bij jou niet zo zijn!

In moeite wil God je helpen.

Tegenslag heeft nooit meer het laatste woord.

De duivel ook niet.

Hij is verslagen. Voor Jezus moet hij wijken.

6. Wil jij van dag tot dag in je innerlijk bestaan vernieuwd worden?

Ga dan naar Jezus toe. Dagelijks.

Kijk in 3,16: als je naar Jezus toe gaat, wordt de sluier weggehaald. Daar kan geen duivel tegenop.

Kijk in 4,6: het licht schijnt van het gezicht van Jezus.

Bid de Heilige Geest – want kijk in 3,16: met de Heer wordt de Geest bedoeld.

Bid dat de Geest je vult met Gods overweldigende kracht, 4,7.

Laat Gods licht in je hart schijnen! Elke dag.

Want Gods licht maakt je gelukkig.

Vergelijk het met lichttherapie.

Lichttherapie is voor mensen met een winterdepressie. Van al dat donker worden ze depri. Van licht word je vrolijk van.

Dus ga je zitten voor een sterke lamp. En de winterblues verdwijnt.

Zo is het hier ook. Wil je gelukkig worden?

Wil je dat Gods licht door jou straalt naar mensen om je heen?

Dat God via jou anderen gelukkig maakt?

Volg dan die goddelijke lichttherapie. Ik heb dat nodig – wij allemaal! Ga zitten in het licht van Gods goede nieuws, dat is het licht van God zelf.

Wat wil dat concreet zeggen?

Drie dingen, denk aan het eind van 2 Korinte: genade van Jezus Christus, liefde van God, gemeenschap van de Heilige Geest. Dat is het.

Liefde van God.

Laat het doordringen in je hart – God houdt van jou!

Bedenk iets wat werkt – maar vang die liefde van God in je hart op.

Hartverwarmende liefde – daar word je gelukkig van!

Genade van Jezus Christus.

Leef vanuit Gods genade. Vergeving en nieuw leven met God.

Genade maakt je nieuw van binnen!

Gemeenschap van de Heilige Geest.

Deel je leven. Met God de Vader, met Jezus Christus, met elkaar, met mensen die Jezus nog niet kennen.

Zoek elkaar op – op je kring, of op een andere manier.

Gods licht opvangen, dat is ook iets om samen te doen. Doe je niet mooier voor dan je bent, we zijn maar weggooipotten van aardewerk. Laat geen mooie buitenkant zien, maar laat zien wat God in je leven doet. Dat zeg ik ook tegen mezelf – ik laat me niet zo snel in mijn hart kijken. Maar als je echt met elkaar deelt wat God in je leven doet, waarom je God nodig hebt, hoe Hij in je leven is – delen wat je dwars zit, samen bidden, samen God prijzen, van hart tot hart met elkaar spreken – dan laat je Gods licht naar elkaar doorstralen. En word je van binnen nieuw gemaakt. Jij, en anderen ook! Laat ook anderen delen in ons geluk – delen in God!




2 Korinte 5,18-20 – Ambassadeurs van Gods verzoening

Verzoening – gedreven door de liefde van Christus (jaarthema – 3)

Liturgie

  • Voorzang: Ps 67,1.2
  • Votum / groet
  • Zingen: Gez 111
  • Wet
  • Zingen: Gez 93,1.2
  • Gebed
  • Lezen 2 Kor 5,14-6,13
  • Zingen: Gez 140,3
  • Preek
  • Zingen: Gez 145,1.3.4
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 145,2.5
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting, vragen en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

- deze preek is de derde preek in een serie over 2 Korinte 5 naar aanleiding van ons jaarthema ‘Verzoening – gedreven door de liefde van Christus’

Preek over 2 Korinte 5,18-20 – Ambassadeurs van Gods verzoening

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Als je christen bent, praat je wel eens met anderen over de gemeente waar je bij hoort. Janneke vertelde van de week ook over zo’n gesprekje. Al weer meer dan een jaar geleden, met iemand die ze ergens ontmoette. We woonden hier toen nog niet zo lang. Het gesprek kwam ook op de kerk. ‘Is het een leuke gemeente, waar jullie voor werken?’

En Janneke vertelde natuurlijk dat het een hele leuke gemeente is en dat we er met plezier aan het werk zijn gegaan. Want zo is het!

Maar ze zei ook dat ze zich achteraf schaamde. Ze was helemaal meegegaan in die vraag: Is het een leuke gemeente? Al gauw zit je dan misschien een beetje reclame voor je gemeente te maken omdat we het zo leuk hebben met elkaar. Terwijl dat helemaal niet de belangrijkste vraag is. Ze had ook kunnen zeggen: Het is fijn om te werken in een kerk waar we met elkaar veel van Jezus houden. Het is zo geweldig om die boodschap uit te dragen: God is er, en hij zoekt ons op, hij houdt zelfs van ons, ook al doen wij vaak zo raar met z’n allen.

Ik herken dat zelf ook wel. Ambassadeur zijn voor God – je zou er zoveel meer van kunnen maken dan we doen. We zouden veel meer reclame voor Gods verzoening kunnen maken. Of vergis ik me dan?

Kijk dan eens in 2 Korinte 5. Paulus is daar zo vol van God. God heeft ons door Christus met zich verzoend. Hij stuurt ons erop uit met de oproep: Laat u met God verzoenen. Daar leven we van als kerk. En daarom zijn we gemeente, om die oproep verder te verspreiden.

We staan vanmorgen voor de derde keer naar aanleiding van 2 Korinte 5 stil bij het jaarthema: Verzoening – gedreven door de liefde van Christus. We zijn in september begonnen bij vers 14a. Toen ging het over de vraag: wat drijft je? Wat willen we met elkaar: dat we gedreven zijn door de liefde van Christus. En nergens anders door. In november stonden we stil bij vers 14b-17. Toen ging het over de vraag hoe word je iemand gedreven door de liefde van Christus? Dat word je door met Christus te sterven en op te staan. Een nieuwe schepping zijn. Vanmorgen gaat het over de volgende drie verzen, 18-20.

2. Het eerste wat opvalt in vers 18-20 is de grote nadruk die Paulus op God legt. Paulus begint in vers 18 met God. ‘Dit alles is het werk van God. En als je dan even meekijkt, zie je dat hij twee keer grotendeels hetzelfde zegt. Vers 18: Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend. Vers 19: Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend. Hij herhaalt zichzelf bijna letterlijk.

Dat mogen we dus niet vergeten. Wij zijn heel snel met onze menselijke dingetjes bezig. Onze plannen. Onze teleurstellingen. Onze afspraken. Onze clubs. Onze commissies. Maar Paulus zet God centraal.

Ik was laatst met een groepje uit Franeker naar een praise-avond in de Bethel in Drachten. Tijdens die avond waren er momenten dat ik het idee had dat ik helemaal, met mijn lichaam, mijn hart, in aanbidding op God gericht was. Maar juist daardoor viel het me ook weer op hoe ontzettend lastig het is om helemaal op God gericht te zijn.

Ik merk zelf in elk geval dat ik het heel erg nodig heb om daar steeds weer naar terug te gaan. Zo snel gaat het al weer over ons. Maar niet wat wij doen staat voorop. Dat komt vanzelf wel. Steeds moeten we weer terug naar God. De God van verzoening.

Herken je dat dat lastig is, om God centraal te laten staan? En vooral, om God op de eerste plaats te houden?

Staat God centraal in je leven?

Misschien is het beter om te vragen: Bedenk eens een gebied in je leven waar God veel te weinig centraal staat. Waar moet jij je meer op God richten?

En dat is echt belangrijk. Ik heb het al vaker gezegd, en toch zeg ik het nu weer. Want het is allemaal uit God. Het mooie wat er in onze gemeente gebeurt. Onze inzet voor verzoening. Al die keren dat wij gedreven zijn door de liefde van Christus. Ons geloof waardoor wij één zijn met Christus en zo een nieuwe schepping zijn. Al die keren dat wij elkaar zien als een nieuwe schepping en elkaar niet meer beoordelen volgens de maatstaven van deze wereld. Dat wij ambassadeurs zijn voor God in deze wereld. Het is allemaal uit God. En alleen als God centraal staat, kun je hierin groeien.

3. Alleen, er is wel iets raars met deze tekst. Daar wil ik eerst iets over zeggen voor we verder gaan. Dan krijg je ook beter in beeld wat Paulus eigenlijk wil zeggen. Paulus schrijft zijn brief aan de gemeente in Korinte. Hij is zelf een van de stichters van de gemeente in Korinte. Het botert niet tussen Paulus en de Korintiërs. Er is een conflict. Het gaat in hoofdstuk 2 over verdriet, over tranen, over pijn. Er is iemand gestraft, er is vergeven. Maar ondanks het conflict richt Paulus zijn brief aan de gemeente van God in Korinte, aan heiligen.

En tegelijk zegt Paulus tegen die mensen – christenen, medegelovigen: laat u met God verzoenen.

Waarom zegt Paulus tegen christenen in Korinte: laat u met God verzoenen?

Waarom zegt hij niet: Jullie moeten je met mij verzoenen. Kijk eens wat ik doe. Kijk eens wat ik wil. Verzoen je weer met mij!

Dat zegt Paulus trouwens ook, kijk maar in 16,12-13: ‘Niet wij schieten in onze genegenheid voor u tekort, maar u in uw genegenheid voor ons. Nu dan, ik vraag u alsof u mijn eigen kinderen bent: sluit op uw beurt ons in uw hart.’

Waarom laat hij het daar niet bij? Waarom zegt hij tegelijk die grote zware woorden: Laat u met God verzoenen?

Je zou kunnen zeggen: dat laat iets zien van de bijzondere positie van Paulus. Hij is een door God gestuurde apostel. Als je ruzie maakt met Gods apostel, heb je een conflict met God.

Maar het gaat dieper. Dit conflict werkt door in hun houding. Hun opstelling. Die wordt hard. In de atmosfeer in de gemeente. De vrede is weg. Vertrouwen gaat kapot. Dat zijn geen bijkomstigheden. Bij geloof in Jezus Christus hoort de gezindheid van Jezus Christus. Dan gaat het over houding, atmosfeer. Maar er gaan door een conflict ook relaties kapot. Daardoor kun je niet meer samen bidden of bijbellezen. Je vertrouwt elkaar niet meer. Je spreekt elkaar niet meer. En dat staat zo haaks op Gods verzoening. Christenen die met een conflict leven en dat conflict in stand houden, raken ook de God van verzoening kwijt.

Alleen, dan werkt het ook omgekeerd. Verzoening tussen mensen begint bij God. Als we samen terug komen bij God, ontdekken we daar ook elkaar weer. Verzoening met God brengt genezing van verhoudingen tussen mensen. Verzoening met God is de basis van alles in je leven. Ook van het herstel van relaties in een gemeente. In een huwelijk. Zo belangrijk is het dus!

4. En daarom doet Paulus zijn emotionele oproep. Het kan toch niet dat wij door ons geruzie de God van de vrede kwijtraken? God heeft door Christus de wereld met zich verzoend. Alsjeblieft, namens Christus vragen wij: Laat je weer met God verzoenen! Laat de goedheid die God jullie bewijst niet voor niets zijn!

Heb je daar wel eens bij stil gestaan? Zie je hoe die dingen met elkaar verweven zijn? Verzoening met God en verzoening tussen mensen? God straalt een sfeer uit van liefde. Vergeving. Barmhartigheid. Het hart zoeken van je vijand. Herstel. Het kwade overwinnen door het goede.

En God wil dat die sfeer doorwerkt. In de verhouding tussen Paulus en de Korintiërs. In onze verhoudingen. Vergeving. De minste willen zijn. Elkaar de kans geven om overnieuw te beginnen. Vertrouwen bevorderen. Elkaars goede naam bevorderen. Niet roddelen. Niet oordelen.

Welke houding straal jij uit – naar je collega’s of je klasgenoten? Als je een probleem hebt met een collega, klaag je dan achter zijn rug om bij anderen, of kijk je hoe Gods vrede zijn leven kan veranderen?

Wat voor atmosfeer hangt er in jullie huis, wat typeert je huwelijk?

Welke sfeer hangt er in onze gemeente?

Past het bij Gods verzoening, of niet?

Vergelijk onze spanningen, onze ruzies, onze conflicten eens met het grote confict dat wij met God hadden. Denk aan Jezus die aan het kruis hangt. Kijk eens hoeveel pijn God geleden heeft om ons voor zich terug te winnen?

Als je merkt dat jouw leven te weinig bij Gods verzoening past, luister dan naar Paulus.

Precies daarom heb je Jezus Christus nodig. Jij en ik, wij hebben Jezus Christus nodig omdat wij zo slecht zijn in vergeven. Wij, jij en ik, hebben Jezus Christus nodig omdat wij zo snel leven in een sfeer van liefdeloosheid. We hebben Jezus Christus nodig om ons weer bij God te brengen. En we hebben Jezus Christus nodig om andere mensen te worden. Mensen die een andere sfeer uitstralen. Laat u weer met God verzoenen.

Als je een sfeer van verzoening uit wilt stralen, als je een liefdevolle houding je eigen wilt maken, geniet dan eerst zelf van Gods verzoening. Neem regelmatig de tijd om die boodschap tot je door te laten dringen. Alleen, met anderen, in een kerkdienst, door liederen. Of leer vers 18 uit je hoofd zodat je dat vers altijd bij je hebt. God houdt van je! God vergeeft je zonde. Hij heeft je door Christus met zich verzoend. Geniet daarvan. Vier Gods liefde!

5. Ik zei eerder dat Paulus in vers 18 en 19 zichzelf herhaalt. Maar er zit ook een verschil tussen die twee verzen. Kijk maar even mee:

In vers 18 zegt Paulus: Hij heeft ons door Christus met zich verzoend.

En in vers 19: God heeft door Christus de wereld met zich verzoend.

Het is misschien goed om dat even tot je door te laten dringen. Ons wereldje is vaak zo klein. Je eigen huis, je eigen tuin, je eigen keuken, je eigen gemeente. In die kleine wereld kunnen dingen heel groot lijken. We kunnen dingen ook opblazen. We belanden in echtelijke ruzies over wie de kinderen van school moet halen. Of in een discussie over hoe we de samenzang belijden. Of over wat we tegen elkaar zeggen in de kerk: broers en zussen of broeders en zusters.

Soms is het dan zo bevrijdend om even te zien hoe groot Gods plannen zijn. Het gaat God niet alleen om ons. God heeft ons met zich verzoend. Geweldig! Prijs God, aanbid zijn grote naam.

Maar Paulus zegt direct daarna: God heeft de wereld met zich verzoend! Hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. Zie je wel wat Paulus zegt. God heeft de de wereld haar overtredingen niet aangerekend. De dood van Jezus Christus is krachtig genoeg om alle overtredingen van de hele wereld te verzoenen. Het gaat God niet alleen om ons, maar om de hele wereld.

Maar hoeveel mensen in deze wereld weten dat? Eén derde van de wereldbevolking ongeveer is christen, op z’n minst in naam. Dat betekent dat twee derde van de wereldbevolking zich dit niet bewust is. Dat zijn meer dan 4 miljard mensen. Meer dan 4 miljard mensen die nog geen gehoor gegeven hebben aan de oproep namens Christus: laat u met God verzoenen.

Lieve mensen, broers en zussen: verlies het grote plan van God niet uit het oog. Het is belangrijk dat we naar elkaar omzien. Dat we elkaar opbouwen op groeigroepen en op bijbelstudies. Maar dat is niet alleen belangrijk voor onszelf. Het is ook belangrijk dat wij uitgroeien tot sterke, gastvrije christenen die ruimte over hebben voor anderen. Die weer anderen wat mee kunnen geven. Die uit kunnen leggen wat ze geloven. De boodschap van Gods verzoening uit kunnen dragen naar buiten toe. We hebben mensen nodig die een Alpha-cursus kunnen geven. Of een Emmaüs-cursus. Mensen die graag op hun groeigroep nieuwe leden verwelkomen, die nog geen lid van de gemeente zijn.

6. Want er zijn nog zoveel mensen die de boodschap moeten horen: God heeft de wereld haar overtredingen niet toegerekend. Laat u met God verzoenen!

Het goede nieuws van Gods verzoening heeft ambassadeurs nodig. Paulus was zo’n ambassadeur. Hij had de opdracht gekregen om namens Christus de oproep te laten horen: Laat u met God verzoenen. Zo trok hij de wereld door. Zo had hij ook in Korinte gewerkt.

Een ambassadeur vertegenwoordigt zijn land in een ander land. Hij mag spreken namens het staatshoofd. Zo vertegenwoordigt Paulus de Heer van het Koninkrijk van de Hemel. Hij spreekt namens die Heer.

Nog steeds heeft Christus zulke ambassadeurs. Wij met elkaar, de kerk van Jezus Christus hier in Franeker, wij zijn ambassadeurs van Christus. En we hebben de taak om onze jongeren, om nieuwkomers van buiten, op te leiden als nieuwe ambassadeurs voor Christus.

En denk dan maar aan iemand als Marco Borsato, die ambassadeur is van War Child. Hij brengt het werk van WarChild onder de aandacht van zijn publiek. En dat doet hij vrijwillig. Kosten die hij maakt betaalt hij zelf. Hij doet er moeite voor. Hij stapt uit zijn eigen wereld. Hij heeft wat over voor War Child. Een ambassadeur met hart voor de zaak.

Jullie, ouderlingen en diakenen, hebben daarin samen met mij de taak om het voortouw te nemen. Dat is soms hard werken, maar het is ook een voorrecht. Het is mooi om eensgezind samen te werken. In een sfeer die voor mijn gevoel past bij de boodschap van verzoening. En tegelijk: laten we onszelf de kritische vraag blijven stellen: Zijn wij ambassadeurs van Christus met hart voor de zaak van Christus? Of is Marco Borsato een betere ambassadeur voor WarChild?

We hebben nieuwe ambtsdragers nodig. Jullie kunnen namen opgeven van mensen die geschikt zijn als ouderling of als diaken. Kijk om je heen en vraag je af: Wie zouden ambassadeurs van Christus kunnen zijn, met hart voor de zaak van Christus?

Maar dat is geen afschuiftruc. Uiteindelijk zijn we hier als gemeente met elkaar ambassadeurs van Christus in Franeker. En dat is geweldig! Ambassadeur voor Christus zijn is nog veel mooier dan ambassadeur voor WarChild zijn. Onze boodschap is een geweldige boodschap.

Dan kun je het toch niet maken om een slechte ambassadeur te zijn? Wat voor ambassadeur ben jij? Heb je hart voor de zaak van Christus?

En dan kom ik weer uit bij het begin van de preek. Een goede ambassadeur word je alleen, blijf je alleen, wanneer God centraal staat in je leven. De God van verzoening.




2 Korinte 5,14b-17 – Total makeover: met Christus sterven en opstaan

Gedreven door de liefde van Christus (2)

Jaarthema 2007-2008

Liturgie

  • Zingen: Ps 46,1.2
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 46,3.4
  • Wet
  • Zingen: Gez 78,2.3 (GK 10)
  • Gebed
  • Lezen: – Matt 14,22-33 – 2 Kor 5,11-18
  • Zingen: Ps 103,1.3.4
  • Preek over 2 Korinte 5,14b-17
  • Zingen: LB 87
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 95,1.4 (NG 52)
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- de preeksamenvattting plus vragen voor preekverwerking en een leesrooster is op deze site te vinden onder downloads/preekverwerking

Preek over 2 Korinte 5,14b-17 – Total makeover: met Christus sterven en opstaan

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Gedreven door de liefde van Christus. Wat nou als je ontdekt: ik word niet gedreven door de liefde van Christus? Wat nu als je denkt: zo ben ik dus niet?

Vanmorgen gaat het over de vraag: hoe word ik zo iemand – iemand gedreven door de liefde van Christus?

Stel nu, je ontdekt: ik word niet gedreven door de liefde van Christus.

Zou dat je verbazen?

En wat zou er nodig zijn om te veranderen?

Bij RTL draait een programma met de titel Extreme makeover. Een programma over mensen die er niet al te spetterend uitzien, maar onder handen genomen worden. Desnoods met plastische chirurgie worden ze omgetoverd tot ‘echte eyecatchers’.

Als je Paulus mag geloven, is zo’n extreme makeover nog niks vergeleken bij wat er met ons allemaal moet gebeuren. Door deze makeover word je iemand, gedreven door de liefde van Christus. Maar de makeover is nogal ingrijpend. Het is maar geen uiterlijke makeover, maar een complete, ook ons innerlijk gaat op de schop. Er moet nogal wat verbouwd worden. En dat is zwak uitgedrukt. De makeover waar Paulus het over heeft, is een totale. Beter gezegd: deze makeover betekent eerst sterven en dan opnieuw weer van de grond af opgebouwd worden.

Voor het zover is, dat je gedreven wordt door de liefde van Christus, moet je sterven. Het oude moet helemaal weg.

Dat is nogal wat. Dat laat ook zien: het spreekt absoluut niet vanzelf dat wij gedreven worden door de liefde van Christus. En om ons te veranderen, is er weinig bruikbaar materiaal. Eerst moet er opgeruimd worden. Al het oude aan de kant. Zo weinig kan God met ons. Deze extreme makeover is een totale makeover.

Dus als je ontdekt: ik word helemaal niet gedreven door de liefde van Christus, dan ontdek je iets dat God ook al wist.  Wij zijn niet zo liefdevol.

Herken je dat?

Je bent wat moe, en voor je het weet kom je narrig uit de hoek.

Je komt iemand tegen die laatst een rotopmerking maakte. En voor je er erg in hebt zeg je: ‘Nou, jij ziet er ook niet uit vandaag?’

Onze liefdestank is snel weer leeg.

2. Maar bestaat er zo’n totale makeover? Iemand laten sterven en hem dan van de grond af weer opnieuw opbouwen. Er kon toch maar één conclusie zijn: voor mij is er geen hoop meer? Ik ben niet gedreven door de liefde van Christus en dat blijft zo. Helaas pindakaas.

Maar God geeft ons een geweldige kans. Wil het wat met ons worden, is een extreme makeover niet genoeg. Dat weet God. En Hij wil dat het toch wat met ons wordt. Hij geeft ons een geweldige kans: een totale makeover. Meer dan plastische chirurgie. Dat is niet genoeg. Meer ook dan een transplantatie van wat organen.

Wat moet er dan allemaal aangepakt worden?

Onze relatie met God is kapot.

Ons hart is verkrampt, versteend zelfs. Kil en hooghartig; angstig en leeg.

Ons lijf is hierdoor gaan verdorren. De glans is er af, de slijtage slaat toe. We lijden onder allerlei kwaaltjes. Je wordt ouder. Vroeg of laat sterf je.

We hebben schulden, die aan ons trekken, die maken dat de fut er uit is. Alle schulden moeten betaald worden.
We hebben anderen onherstelbaar beschadigd, en dat moet ook hersteld worden voor we verder kunnen.

Is daar nog wat van te maken?

Maar wat is die liefde van Christus? Paulus schrijft: een mens is voor alle mensen gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven (vers 14).

God geeft ons een unieke kans. En die kans heet: Jezus Christus.

Jezus wilde voor ons sterven.

Nu denk je misschien: wat maakt dat uit? Wat heb ik eraan als een ander sterft?

Laten we stap voor stap kijken. Om ons nieuw te maken, moet het oude opgeruimd worden. En het wonderlijke is: Jezus heeft gezegd: ruim mij maar op. Ik, de koning van mijn volk. Ik laat me opruimen en neem zo heel mijn volk mee in mijn dood. Ik wil voor alle mensen sterven.

Ik zei niet voor niets: God geeft ons een geweldige kans. Een wonderlijke kans. Het gaat hier niet voor niets over de liefde van Christus.

Het oude moet helemaal weg. En Jezus Christus heeft gezegd: ik wil voor jullie sterven. Ruim mij maar op. Zoveel hield hij van ons. Wij waren totaal onbruikbaar, van ons was niets moois meer te maken. Hij heeft zich laten opruimen. En wij mogen leven.

Wonderlijk verhaal? Dat is het inderdaad. En het wordt straks nog veel wonderlijker.

Het is inderdaad wonderlijk.

Iemand anders die mijn dood ondergaat.

Iemand anders die mijn schulden betaald.

Iemand anders die het kankergezwel van de zonde uit zijn lijf weg laat snijden om ons te genezen.

Iemand anders die sterft om ons nieuwe mensen te maken.

3. Maar wat hebben wij er aan dat Jezus sterft?

Om ons nieuw te maken, mensen gedreven door liefde, moet er eerst grondig opgeruimd worden. Al het oude moet weg. Maar als Jezus sterft, hoe worden wij daar andere mensen van?

Let goed op: het grootste wonder komt nog.

Voor Jezus Christus was de dood niet het einde. Hij stierf, maar hij stond ook weer op. Als een helemaal nieuwe mens. Kijk maar aan het slot van vers 15: hij is voor de levenden gestorven en opgewekt.

Maar kijk dan ook in vers 17: als je één met Christus bent, ben je een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.

Wat is dus het grote wonder?

Het wonder is dat Hij ons meeneemt door de dood heen. De dodelijke opruiming ondergaat hij in onze plaats. Hij laat zich opruimen. Hij sterft voor ons. Hij neemt heel ons oude bestaan mee in zijn dood. Onze zonde, onze schuld, onze problemen, onze lasten. Hij lost het op, hij neemt het weg, hij betaalt. Dat wil zeggen: het oude is voorbij. Het is weg, verdwenen in zijn dood. Een is gestorven, en dus zijn allen gestorven. En Hij neemt ons mee, door die eerste fase heen en brengt ons in de tweede fase. Het herstel, de vernieuwing, en het nieuwe bestaan dat volgt. Een nieuwe schepping.

Wij hebben een groot probleem – we zijn absoluut geen mensen gedreven door liefde. We moeten van de grond af opnieuw geschapen worden.

Maar God heeft ook een geweldige oplossing bedacht. Jezus Christus, zelf in eigen persoon de Zoon van God, is voor ons gestorven en opgestaan. En wij worden daarin meegenomen. Wij sterven met hem, en we staan met hem op.

Dit is zo’n groot wonder.

Snap je het niet?

Ik uiteindelijk ook nog steeds niet.

Het geheim is de eenheid met Jezus Christus. Het zijn in Christus.

Zoals wanneer je een blaadje in een boek legt, en je neemt dat boek mee. Overal waar dat boek heen gaan, daar gaat het blaadje ook heen. Zo is het ook met ons en Jezus. Jezus is onze koning. Hij bepaalt wat er met ons gebeurt. Overal waar Hij heen gaat, daar neemt Hij ons mee. Door de dood heen. Een total makeover. Naar een nieuwe schepping.

Alleen zo worden we mensen gedreven door de liefde van Christus. Het is die liefde zelf waardoor we met Christus sterven en opstaan. We worden een nieuwe schepping die voortkomt uit de liefde van Christus. We worden nieuwe mensen, gedreven door diezelfde liefde. Een geweldig wonder.

4. En nu denk je misschien: dit is allemaal theorie. Een mooi verhaal dat mijn leven niet raakt. Word ik hier een ander mens van?

Als het goed is wel. Je wordt verlost van je oude ik. Dat is je hart, dat steeds weer tegenvalt. En je krijgt een nieuwe identiteit. Je bent een nieuwe schepping. Een ander mens. En dat betekent drie dingen: bevrijding, vergeving, en genezing.

Bevrijding.

Je komt misschien uit een ingewikkeld gezin. Je hebt een autoritaire vader, je moeder was vaak ziek. Je hebt weinig liefde gekregen. Je draagt een stuk boosheid op je vader met je mee. En je voelt je tekort gedaan door je moeder. Gedreven door de liefde van Christus ben je niet. Gevangen in je verleden. Gevangen in slechte gewoontes. Een vervelend iemand.

Maar als dat oude in Christus sterft, dan word je vrij van je verleden. De bron van verzuring, wordt weggenomen. En je mag een nieuwe mens worden, een ander mens. Gedreven vanuit een nieuwe bron van liefde: de liefde van Christus.

Vergeving.

Misschien heb je in je leven wel grote fouten gemaakt. Je voelt je schuldig tegenover God, tegenover anderen die je pijn gedaan hebt. En je zit opgesloten in jezelf. Je speelt mooi weer misschien, maar van binnen ben je onrustig.

Maar je oude ik sterft met Christus. Je schuld wordt vergeven. Je krijgt vrede in je hart. Je mag weer vrijuit leven. Opnieuw beginnen! Je bent nu een geliefd kind van God, nieuw, onschuldig.

Genezing.

Dat kan letterlijk, soms nu al. Het kan ook figuurlijk. Je bent gewond door het leven. Gepest op school, op je werk. Je vertrouwt anderen niet meer. Diep in je doet het zo’n pijn.

Maar als je in Christus bent, ben je een nieuwe schepping. Van binnenuit wil Christus je genezen en veranderen. Hij brengt je terug in een gemeenschap. Je mag weer met anderen samen gaan leven. Je hoort immers bij het lichaam van Christus.

Geloof je dat het oude je niet meer achtervolgt? Weet je wat dat betekent? Je zit niet meer opgesloten in die oude wereld van de zonde. Het oude – schuldig, gekwetst, gevangen – is voorbij. Het sterft. En er komt een nieuwe schepping voor in de plaats. Het nieuwe staat op – vergeven, genezen, bevrijd. Een kind van God. Je hebt een Vader die tegen je zegt: Jij bent mijn lieve kind. Je hebt een grote broer die tegen je zegt: ik ga voor je door het vuur. Letterlijk. Van binnen woont Gods Geest in je. Een nieuwe schepping.

5. Maar dan snap ik het nog niet. Paulus zegt dat allen zijn gestorven. Dan zou iedereen toch verandert moeten zijn? En ik zie zo weinig van die verandering!

Nou, daar valt wel wat over te zeggen. Hoe krijgt die dood en die opstanding van Jezus Christus gevolgen in je leven? Door geloof. Kijk maar:

Als je met die vraag in je achterhoofd de tekst nog eens leest, wat valt er dan op?

- Paulus zegt dat hij ervan overtuigd is geraakt dat Jezus voor iedereen is gestorven (vers 14). Alleen door geloof kun je ervan overtuigd zijn dat Jezus voor jou en voor anderen gestorven is.

- hij laat zien dat hij mensen anders is gaan beoordelen, niet meer volgens de maatstaven van deze wereld (vers 16) – dus vanuit geloof.

- hij zegt niet dat iedereen een nieuwe schepping is, maar diegenen die één zijn met Christus (vers 17). Eén met Christus, dat ben je door geloof.

Waar gaat het dus steeds om? Steeds hetzelfde: het gaat om geloof in Jezus Christus, dan ben je ook een nieuwe schepping.

Hoe kijk je tegen Jezus aan? Volgens de maatstaven van deze wereld – een bijzonder mens? Of beoordeel je Jezus vanuit geloof? Ben je ervan overtuigd dat Jezus voor jou is gestorven en opgestaan?

Geloof in Jezus Christus is essentieel.

Daarom hebben we het verhaal van Petrus gelezen die over het water loopt. Vergelijk het in Christus een nieuwe schepping zijn maar met lopen over het water. Lopen over het water kan niet. Kijk om je heen, probeer het uit. Als je niet kunt zwemmen, verdrink je. Maar als Petrus gelooft, dan kan het wel. Dan stapt hij over de rand van de boot heen, op het water. En dan zie je ook wat geloven is. Geloven is naar Jezus kijken en dan doen iets wat helemaal onmogelijk lijkt. Geloven is primair naar Jezus kijken. Dat zie je aan Petrus, aan hoe het mis gaat. Als hij om zich heen gaat kijken, naar de golven gaat kijken, niet meer naar Jezus kijkt, dan gaat het mis. Als Petrus op de golven gaat letten wordt hij bang en zinkt hij weg in het water. Maar als hij Jezus roept, dan komt Jezus en trekt die hem weer uit het water omhoog. En samen lopen ze terug naar de boot.

Wanneer ben je een nieuwe schepping? Als je in Jezus Christus gelooft en zo met Hem verbonden bent. Als je naar Hem kijkt, dan wordt je leven nieuw. Alleen dan.

Doe jij dat?

Zoek je Jezus, bid je, roep je Hem erbij, volg je Hem? Is je hart op Hem gericht?

6. Laat het oude los en leef voor Jezus Christus.

Want het is zo makkelijk om het oude vast te houden. Om te kijken volgens de maatstaven van deze wereld.

Dan kijk je om je heen. Dan ga je op je oude gevoel af. Is er dan wel iets veranderd? Dan val je nog steeds tegen. Dan kun je je niet voorstellen dat God van je houdt. Dan kun je er niet bij dat God die ander zou vergeven. Dan is de kerk een club die tegenvalt. Dan doet je verleden pijn. Dan voel je je schuldig. Dan ben je bang voor de mensen – wat zouden ze zeggen?

Laat het oude los! Laat het verdwijnen in de dood van Christus.

Wat in de oude wereld belangrijk is – geld, uiterlijk, een extreme makeover, lompe of vunzige grappen, trendy spullen, noem het maar op.

Dingen bij anderen die niet uit Christus voortkomen – een mede-kerklid dat je teleurstelt, wrok, gebrek aan liefde – we zijn goed genoeg om die dingen bij elkaar te zien. De splinter in het oog van de ander zien kost niet veel moeite – helaas.

De zonde die je zelf doet – je hebzucht, je trots, je domheid, je verslaving – vul je eigen zwakke plekken, je eigen lievelingszonde maar in.

De pijn je aangedaan, door je ouders, je kinderen, je vijand, vul zelf maar in.

Geloof dat dat oude weg is.

Geloof je dat? Laat je het liggen bij het kruis van Jezus? Of ga je het toch weer ophalen?

En leef niet meer voor jezelf – voor je eigen rechtsgevoel, je eigen pijn, je eigen carrière, je eigen imago. Leef niet voor jezelf.

Leef je voor Jezus Christus? Hij is voor jou gestorven en opgestaan. Je bent in verbondenheid met Hem een nieuwe schepping.

En niet alleen jij, maar iedereen die één is met Jezus Christus.

Dan kijk je anders, dan geloof je wat God tegen je zegt. Ik heb je lief. Dan is de kerk het huisgezin van God, je broers en zussen. Dan hoor je God zeggen: Ik heb die ander ook lief – en jij, jij toch ook? Ik vergeef, jij toch ook? Dan ben je niet bang voor mensen, belangrijk is alleen wat God van je vindt. Dan weet je dat God je bevrijd van je verleden. Hij vergeeft je zonden, hij vernieuwt je leven, hij geneest je pijn.

Geloof in Jezus, en je bent een nieuwe schepping! Gedreven door de liefde van Christus.




2 Korinte 5,14a – Wat drijft je?

2 Korinte 5,14a – Wat drijft je? -

Gedreven door de liefde van Christus (jaarthema – 1)

ds. Hans Burger

Liturgie

  • Voorzang: Gez 158 (nieuw)
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 16,1.3
  • Wet
  • Zingen Gez 157 (NG 80)
  • Gebed
  • Schriftlezing – Rom 5,1-11 – 2 Kor 5,11-15
  • Zingen: Ps 63,1.2
  • Tekst 2 Kor 5,14a
  • Preek
  • Zingen: Gez 140,2.3 (was GK 36)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Ps 85,3.4
  • Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een A4-tje beschikbaar met preeksamenvatting, vragen en een leesrooster; zie onder downloads/preekverwerking.

Preek over 2 Kor 5,14a – Gedreven door de liefde van Christus (1): Wat drijft je?

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Wat drijft je? Waarom doe je de dingen die je doet?

Neem nu Rita Verdonk. Wat zou haar gedreven hebben om die opmerking te maken, over de VVD die in het vreemdelingendebat de bal is kwijtgeraakt aan Geert Wilders? (Stel dat ze het zo gezegd heeft) Teleurstelling – in mijn tijd als minister stond de VVD midden in de schijnwerpers; en nu hoor je steeds over die Geert Wilders? Geldingsdrang – hadden ze mij maar lijsttrekker gemaakt, dan was het anders gegaan? Ik weet het niet.

Wel kun je nog dieper doorvragen op haar drijfveren. Er zijn mensen die zeggen dat ze premier wil worden.

En daar kun je ook weer op doorvragen – waarom wil iemand premier van Nederland worden?

Nu gaat het me niet om Rita Verdonk. Je kunt zulke vragen ook aan mij stellen, of aan jezelf. Waarom ben ik hier dominee geworden? Uit liefde voor Christus? Of is er iets anders wat me drijft?

Er kan van alles zijn dat je drijft. In het klein, en in het groot. Verlangen naar materiële beloning. Naar macht en invloed. Of naar sociale contacten. Status.

Je kunt gedreven zijn door haat. Je doet iets omdat je een afkeer van iemand hebt. Of door wrok. Wraak willen nemen. Door teleurstelling. Tegenwerken omdat het niet gaat zoals je wilt. Maar ook door dwaasheid of verveling. Gewoon iets doms doen omdat je niets beters te doen hebt en zin hebt om te pesten.

Zo is het in het gewone leven, maar zo is het ook in de kerk.

Je kunt gedreven zijn door de liefde van Christus – dat is natuurlijk het mooiste, dat willen we. Maar er kan ook veel anders zijn dat je drijft. .

Je kunt gedreven worden door een verlangen naar gezelligheid. Een warme gemeenschap waar we het goed hebben met elkaar.

Of door een verlangen naar rust en zekerheid. Een stabiele club van bekende mensen waar het gaat zoals het altijd ging.

Of naar momenten dat je diep geraakt wordt en iets beleefd. Bijzondere ervaringen waar je warm en blij van wordt.

Je kunt ook gedreven worden door pijn en teleurstelling. Mensen hebben je teleurgesteld, het gaat niet meer zoals vroeger.

Of door een verlangen naar macht. Je wilt de dingen naar je hand zetten en ervoor zorgen dat het zo gaat als jij het wilt.

Of je wilt opvallen, een christen zijn waar mensen tegen op kijken.

2. Als het om drijfveren gaat, loop je tegen een groot probleem aan: het hart van de mens. Met ons hart is iets grondig mis, tenminste, het hart van een zondaar. Het kwaad zit in ons eigen hart.

En hoe komt dat?

Er is één relatie die fundamenteel is voor ons leven: je relatie met God. Dat is de relatie met de bron van je leven. Die relatie geeft je leven stabiliteit, grond onder de voeten.

En in die relatie is iets mis gegaan. Dat heet: zonde. Zonde is een kapotte relatie met God, je schepper. De gevolgen zijn ingrijpend.

Er is van alles in ons bestaan gekomen wat er vroeger niet was: angst, ten diepste de angst om er niet meer te zijn, de angst dat er een eind komt aan je leven. Onzekerheid – ons leven is onzeker geworden. En een diepe honger, naar vastigheid, naar liefde, en ten diepste naar God.

Wie je ook bent, wat je drijfveren ook zijn, uiteindelijk geldt voor ons allemaal dat onze ziel dorst naar God. Alleen God kan ons hart vervullen, zoals we in het begin zongen. Volgens C.S. Lewis hebben wij mensen een gat in ons hart. Alleen God kan dat gat vullen. En zolang dat gat niet gevuld is, hebben we allemaal honger.

En die honger doortrekt alles. Die honger maakt dat we ten diepste allemaal op ons zelf gericht zijn. Tenminste, zolang we los van Jezus Christus leven. En daarna zul je ook steeds weer merken dat het ons in het bloed zit, ook in de kerk. Dat je jezelf steeds weer tegenvalt.

Herken je dat bij jezelf?

Angst – voor God, of voor de dood, of voor wat mensen van je zullen vinden.

Bezorgdheid – het gaat nu goed met me, maar blijft dat zo? Hoe moet ik verder?

Onzekerheid – word ik gewaardeerd? Doe ik het goed? Wat moet ik doen, wat wil ik eigenlijk?

Maar dan ook je neiging om al die onrust buiten beeld te houden, te bezweren, controle terug te krijgen.

Het kan zijn dat je zoekt naar rust en zekerheid. Geen verandering, je weet wat je hebt, en het is wel prima zo. Ik neem geen risico’s.

Of het uit zich in geldingsdrang. Ik zal me niet laten kisten. Ze zullen me zien staan, ik zal mezelf bewijzen.

En daaronder, willen we niet allemaal gezien worden? Gewaardeerd? Herken je dat niet ook bij jezelf, een diep verlangen naar liefde? Een verlangen naar God?

 

3. Maar God is in de persoon van Jezus Christus naar ons toe gekomen. Gedreven door liefde. Dat is het grote keerpunt. Dat kan het grote keerpunt worden – of het is het al – in jouw leven.

In de persoon van Jezus Christus laat God zien: hij houdt van ons. Waarom maakt dat alles anders?

Stel je jezelf voor, een eenzaam en hongerig mensje. Bezig te overleven. Al lang niet onder de douche geweest. Een zwerver in oude kleren; ze stinken. Je hamstert, want je moet in elk geval zeker zijn dat je te eten hebt. Pakken wat je pakken kan. Een verloren zoon of dochter.

En dan komt Jezus naar je toe. Je ziet zijn ogen – vriendelijke ogen. Je hoort zijn stem – een prettige stem. Je wilt voor hem weglopen, maar je proeft dat het hem menens is. Hij is echt in je geïnteresseerd. In mij? Ja, in jou.

Hij zegt: Ik geef mijn leven voor jou. Ik wil je schoonwassen met mijn bloed. Je zonden neem ik mee in mijn dood. Je schuld betaal ik. Je bent vies en je stinkt, maar dat zal niet lang meer duren. Van mij krijg je nieuwe kleren. Een nieuwe mens – trek die maar aan.

Maar hij zegt ook: ik ben het levende brood. Ik wil je honger stillen. De leegte vul ik op. De onzekerheid neem ik weg. Ik draag je en ik geef je nieuw leven, dus je hoeft niet meer bang te zijn dat je in het niets zou verdwijnen. Ik geef je alles wat je nodig hebt, en nog veel meer. Wat je over hebt, hoef ik niet terug, dat geef je maar aan iemand die het nodig heeft.

En hij belooft je: je bent nu een zwerver. Ik breng je thuis. Thuis bij God, je Vader. Je zult God zien. De diepste verlangens van je ziel, die zal ik vervullen. Je zult leven met een diepe vrede. Met diepe rust. Leven met God, voor altijd.

Die diepe honger, die al onze drijfveren doortrekt, die stilt hij.

Hij houdt van je. Sterker nog: hij is het bewijs dat God van je houdt.

Hij brengt je weer bij God. Hij herstelt je relatie met je Vader.

Hij geeft je bestaan zekerheid. Door zijn dood en opstanding mag je leven met God. Niet meer bang of schuldig, geen loser meer. Door hem ben je iemand – zoon of dochter van God zelf.

Die liefde van Christus is het keerpunt. Is die liefde het keerpunt in jouw leven? Dat wens ik jullie van harte toe – dan gaan er mooie dingen gebeuren.

4. En over die liefde heeft Paulus het hier. Wat hem drijft, is de liefde van Christus.

Die liefde stopt dus niet bij je bekering. De liefde van Christus gaat door. Je wordt een middel om die liefde door te geven, zelf gedreven door die liefde.

De liefde van Christus, waar gaat het dan om?

Je zou misschien denken: Paulus heeft zelf net zo’n soort liefde als Jezus Christus. Hij is aangestoken door het vuur, het enthousiasme van Jezus zelf. En nu gaat hij er ook voor. Mooi voor Paulus, maar ik heb dat niet zo.

Maar laten we dan nog eens kijken wat Paulus eigenlijk zegt. Hij heeft het over ‘de liefde van Christus’.

Dat wil zeggen: de liefde die Jezus zelf had, die hij zelf in praktijk bracht, die liefde drijft Paulus. Denk aan wat hij schrijft in Romeinen 5: de Heilige Geest giet de liefde van God in onze harten. Het gaat hier dus maar niet om de liefde van Paulus zelf. Het gaat hier om de liefde van iemand anders.

Op zich een rare gedachte. Hoe kan ik nu mijn liefde in jouw hart overbrengen? Liefde is toch geen water, dat je uit kunt gieten?

Het gaat hier inderdaad om een goddelijk geheim. De liefde die Jezus zelf heeft, die wordt in ons hart gelegd. Dat overkwam Paulus, maar het overkomt nog steeds mensen. De ervaring dat je een diepe vrede in je hart krijgt. Of dat je als ouderling of als dominee ergens op bezoek gaat en bid of Christus’ liefde me wilde doortrekken – en je merkt dat je boven jezelf uitgetild wordt. Als Christus’ liefde je drijft, dan word je gestuurd door een liefde die niet van jezelf is. En dat kan met ons allemaal gebeuren.

De liefde die Jezus had, die wordt je drijfveer.

Dat wil zeggen: zijn liefde voor God. Hij hield van zijn Vader. Hij ging voor zijn Vader. Zijn toewijding aan God was volmaakt. Niets liever wilde hij dan doen wat zijn Vader wilde. Hij wilde zelfs zijn leven afstaan, als zijn Vader dat wilde. Die toewijding kan onze drijfveer worden.

Maar het is ook zijn liefde voor zijn leerlingen, je broers en zussen in de kerk. Probeer je voor te stellen met hoeveel liefde Jezus van jou houdt. Kijk dan eens naar degene naast je, of voor je. En denk je in: met net zoveel liefde houdt Jezus van hem of haar.

En het is zijn liefde voor de mensen op straat. De mensen die er nog niet zijn. De verloren zonen en dochters, eenzaam en vies misschien. Die liefde, die kan je drijfveer worden.

5. Is dat niet te groot? Kunnen wij zo liefhebben?

Ik ben de preek inderdaad begonnen met onze eigen drijfveren. En die schieten vaak tekort. Onze liefde is maar klein. Hoe moet het dan ooit wat worden? Kan het wel – die liefde van Christus als drijfveer? Kunnen we niet beter zeggen – dat kan niet? Dat moet je ook niet willen, daar frustreer je elkaar alleen maar mee.

Een voorstelbare vraag.

Ik wil er een paar dingen over zeggen.

Als eerste: onze liefde is te klein. Wij zijn van binnen altijd niet zo liefdevol. Liefde opbrengen is soms vermoeiend, en soms is de energie op. Let er daarom op: Paulus heeft het hier ook niet over zijn eigen liefde. Paulus zegt niet dat zijn liefde volmaakt is. Hij heeft het over de liefde van Christus. We hebben een stuk uit Romeinen 5 gelezen, ik noemde het net ook al. Daaruit weten we dat volgens Paulus de Heilige Geest een liefde in ons hart kan leggen. Een soort liefdestransplantatie, liefdestransfusie. Wij hebben kleine liefde. Maar de Geest legt nieuwe liefde in ons hart, de liefde van iemand anders, van Jezus Christus.

Maar dan moet je toch iets van die liefde in je hart merken? Moet er dan geen gevoel zijn?

Wel, in de bijbel is liefde geen gevoel. Wij denken dat vaak wel. En dan heb je het gevoel of je hebt het niet. Heb je het niet, dan houd het op. En dat is soms ook wel makkelijk…

Maar liefde heeft ook te maken met willen, volhouden, kiezen. En dan is het belangrijk dat Paulus hier in 2 Korinte niet het beeld gebruikt van een liefdestransplantatie of liefdestransfusie. Dan verandert er iets van binnenuit. En dat gebeurt ook. Maar er is meer. Paulus zegt hier: hij wordt bestuurd door, aangedreven door, beheerst door Jezus Christus zelf – en door zijn liefde. De liefde van Christus is ook een duw in de rug, een stimulans, een voorbeeld. Het is ook een kracht van buiten. De liefde van Christus is een geheel dat veel groter is dan jij en ik, veel meer dan mijn en jouw gevoel. De liefde van Jezus Christus, Jezus Christus zelf tilt je over je eigen beperkte liefde heen, je dubbele drijfveren, je soms halfhartige motieven. De liefde van Jezus Christus is een kracht die ons op sleeptouw neemt, ons meeneemt.

Hoe word je iemand gedreven door de liefde van Christus?

Daar wil ik in de volgende preek meer over zeggen. Nu beperk ik me tot een kort antwoord: lees en herlees Romeinen 5,1-11. Laat tot je doordringen wat Paulus hier zegt. Bid dat je het mee kunt maken. Bid om de Heilige Geest. Bid om een liefdestransplantatie, om steeds weer een nieuwe liefdestransfusie. Bid dat de liefde van Christus je raakt. Dat je het mee zult maken en kunt zeggen: ik ben gedreven door de liefde van Christus.

6. Want wij hebben samen als gemeente zulke mensen nodig. En onze maatschappij heeft zulke mensen nodig.

Mensen die niet zeggen: iedereen roddelt, waarom zou ik als eerste er mee ophouden?

Iedereen klaagt en moppert, wat kom je dan bij mij dat ik dat niet zou doen?

Iedereen bewaart afstand, waarom zou ik me dan kwetsbaar opstellen?

Ik weet hoe lastig het is om in te gaan tegen een negatieve sfeer in een groep. Hoe eng het soms is om in positieve zin eruit te springen en een goed voorbeeld te geven.

En toch, iemand moet de eerste zijn. Jezus Christus was de eerste. Hij wil niets liever dan dat jij met hem mee doet. En dan het liefst niet alleen, dat is veel te zwaar. Maar samen. Samen met een paar mensen een positief voorbeeld geven – zo kan het ook. Samen met een paar mensen je gewonnen geven, zodat de liefde van Christus jou aanstuurt.

En ze zijn er, zulke mensen, ook in onze gemeente. Mensen om je aan op te trekken. Inspirerende voorbeelden. Zoek ze op en laat je meenemen.

We hebben ze nodig – als gemeente; allemaal op tijd. Misschien ben je soms een voorbeeld voor anderen, op een ander moment heb je iemand nodig om je aan op te trekken. En Nederland heeft meer van zulke mensen nodig. Overtuigde christenen, gedreven door de liefde van Christus, die een goed voorbeeld durven geven. Die zich niet met de massa mee laten sleuren, steeds verder van het hellend vlak af. Maar die tegen de stroom in durven gaan. En die in Christus de kracht vinden om dat te doen.

Mensen die er staan. Die ervoor gaan: liefhebben.

God liefhebben – de bron van je leven. De bron ook van al je liefde. We hebben mensen nodig die durven getuigen van hun liefde voor God. Die kunnen laten proeven: ik ben diep onder de indruk van de grootheid van God. Die God gewoon gehoorzamen.

Je broers en zussen liefhebben, in de gemeente. Als Jezus net zoveel van hen houdt als van jou, waarom jij dan niet? We hebben mensen nodig, die verbondenheid stichten. Die zich inzetten voor de verbetering van relaties. Die een sfeer positief kunnen beïnvloeden.

En die mensen op straat, die Jezus nog niet kennen. Heb ze lief. God heeft geen plezier in de dood van zondaren. We hebben mensen nodig die op de straten op zoek gaan. Mensen die anderen Gods bewogenheid laten voelen.

Laat de liefde van Christus je grote drijfveer zijn!

Amen