1 Petrus 4:12-14 – Blij dat ik lijd?

Liturgie

Zingen: Opwekking 502
Votum en vredegroet
Zingen: Psalm 91 : 1, 5 en 7
Lezen van de wet
Zingen: GKB Gezang 91
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen: 1 Petrus 3 : 13 – 4 : 19
Zingen: Psalm 27 : 2
Preek over 1 Petrus 4 : 12 – 14
Zingen: LvK Lied 90 : 1, 9 en 11
Kinderen terug
Kinderlied: GKB Gezang 39
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 434
Zegen

Preek: Blij dat ik lijd?

Inleiding

dia 1 – zwart
Vandaag is uitgeroepen tot de zondag
over christen zijn op je werk.
Hoe kun je vanuit je christelijke identiteit je werk doen?
Een interessante vraag.

dia 2 – predikant
Het is natuurlijk krom dat juist predikanten die vraag moeten beantwoorden.
Ik bedoel, het is juist mijn werk om christen te zijn.
Daar wordt ik voor betaald!
Wie ben ik dus om iets over dat thema te zeggen?
Voor mij is het maar mooi makkelijk.

Alhoewel…
Ook als predikant kun je op een onchristelijke manier je werk doen.
Bijvoorbeeld door mijn belastingaangifte niet eerlijk te doen.
Of door afspraken niet na te komen.
Zo groot is het verschil tussen een predikant
en iemand met een normale baan dus ook niet.

dia 3 – zwart
Op het eerste gezicht lijkt dat bijbelgedeelte, 1 Petrus 4,
niets te maken te hebben met het thema: christen op je werk.
Het gaat er over lijden omdat je christen bent.
Over dat mensen je niet kunnen uitstaan, omdat je gelooft in Jezus Christus.
Dat ze je zelfs vervolgen.

Ik denk dat iedereen wel eens verhalen hoort over christenvervolging.
Als christen kun je maar beter niet in Noord Korea zijn.
Als dat bekend wordt, kun je het verder wel vergeten.
Je komt in een strafkamp terecht,
en kunt alleen maar hopen dat je er ooit weer levend uitkomt.

dia 4 – Tunesië
Het is echt niet alleen Noord Korea waar christenvervolging voorkomt.
Twee jaar geleden zijn Hanneke en ik op huwelijksreis naar Tunesië geweest.
Dat was ooit een christelijk land.
Nu zijn het alleen nog wat ruïnes die aan die christelijke geschiedenis herinneren.
Op deze foto zie je ruïnes van de stad Carthago.
Er staat een kerk op met een doopbad,
maar het is nauwelijks nog te herkennen.

Nu is Tunesië een islamitisch land.
Christenen mogen er best naar de kerk.
Maar evangelisatie is niet toegestaan.
En een moslim die zich bekeerd tot het christelijk geloof,
kan grote familieproblemen verwachten.
Ik kan me goed voorstellen dat die woorden van Petrus
in zo’n situatie enorm bemoedigend zijn.

dia 5 – zwart
Maar, laten we eerlijk wezen,
dit is toch wel een ver-van-je-bed-show.
Christenen in Nederland hebben veel meer vrijheid.
Om nou te zeggen dat wij ook ‘heus wel’ vervolgd worden,
nee, dat gaat wel erg ver!
Ik lijd in ieder geval niet zo veel.
Christenvervolging en christen zijn op je werk,
dat zijn toch twee heel verschillende thema’s?

Of niet…
Ik denk dat die thema’s wel eens meer met elkaar te maken zouden kunnen hebben
dan je op het eerste gezicht zou denken.

1. Niets uitzonderlijks

dia 6 – Niets uitzonderlijks
Petrus zegt: wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat.
Direct daarna heeft hij het over Christus’ lijden
en over gehoond worden omdat je Christus’ naam draagt.
De christenen aan wie Petrus schrijft, lijden omdat ze christen zijn.
Hun omgeving kan dat niet accepteren.

Maar waarom niet?
Waarom zou het een probleem moeten zijn dat ze christen zijn?
Ze doen toch geen vlieg kwaad?
Sterker nog: mensen zouden een voorbeeld aan hen kunnen nemen.
Juist christenen betekenden in de samenleving veel goeds.
Ze gedroegen zich netjes, veroorzaakten geen problemen,
zagen naar elkaar om, waren vriendelijk en gastvrij…
En, om het maar eens naar christen zijn op je werk te trekken,
ze waren goede werknemers.
Ze gehoorzaamden hun baas, liepen de kantjes er niet van af,
waren betrouwbaar en loyaal.
Waarom kregen zij geen lintje van de koningin,
om bewezen diensten voor de samenleving?
Of waarom werden ze dan niet tenminste met rust gelaten?
Wat is dat voor domme onverdraagzaamheid?

Dat christenen vervolgd worden, dat kan je verbazen.
Vervolging van christenen, het slaat echt nergens op.
Die christenen waar Petrus aan schrijft, die snappen er dan ook niet veel van.
Waarom worden ze behandeld als het uitschot van de samenleving?
Zien mensen dan niet dat ze niets kwaads in de zin hebben?

Maar Petrus houdt hen voor:
verbaas je maar niet, er overkomt je niets uitzonderlijks.
Met andere woorden: het hoort er gewoon bij.
Hoezo, denk ik dan.

Maar in vers 13 wordt het wat duidelijk:
deze christenen hebben deel aan Christus’ lijden.
De vraag waarom christenen vervolgd worden, kun je net zo goed over Christus stellen.
Ik bedoel, wat deed Jezus nu verkeerd?
Hij heeft toch alleen maar goede dingen gedaan?
Hij genas mensen, hij gaf mensen te eten, kwam op voor de armen,
zo iemand is toch een voorbeeld?
Toch stuitte Jezus op enorm veel weerstand.
Mensen voelden zich ongemakkelijk bij hem in de buurt.
Ze zagen hem als betweter en heilig boontje.
En dat hij de zoon van God zou zijn,
dat riep nog veel meer afschuw op.

Christenen lijken op Christus.
Dat schrijft Petrus ook.
Hij heeft het over de naam van Christus dragen,
en even later ook over christen zijn.
Dat christenen worden vervolgd, dat is helemaal niet zo gek.
Ook daarin volgen zij Jezus.

In vers 3 en 4 schrijft Petrus
dat mensen het vreemd vinden dat christenen niet langer meedoen
met losbandigheid, wellust, dronkenschap, bras- en slemppartijen en afgodendienst.
“Liederlijke uitspattingen”, noemt Petrus het.
Christenen zijn spelbedervers.
“Je voelt je zeker beter omdat je christen bent!
Je hebt het hoog in de bol gekregen.
Doe toch niet zo moeilijk, en doe gewoon lekker met ons mee.”
En dat is dus precies wat die christenen niet deden.

Het leven van christenen was zo anders dan dat van anderen,
het was er compleet tegengesteld aan.
Het kan niet anders dan dat dat weerstand oproept.
Daar hebben die christenen echt niet naar gezocht,
dat gebeurde gewoon.
Christus roept vijandschap op.
Daarom roepen christenen vijandschap op.
Per definitie.

2. Wie is de uitzondering?

dia 7 – wie is de uitzondering?
Of zeg ik dat nu te stellig?
Dat christenen per definitie vijandschap opleveren.

Als ik even om mij heen kijk,
dan valt dat nog best mee.
O ja, christenen worden best wel eens belachelijk gemaakt, ook in Nederland.
Sommige cabaretiers vinden het geweldig
om eens lekker af te geven op die christenen.
En als je eens op wat internetfora rondstruint,
kom je de nodige beledigingen aan het adres van christenen tegen.
Christenen worden dan gristenhonden genoemd (dat schrijf je met een ‘g’).
Maar daar haal ik mijn schouders over op.
Ik kan daar werkelijk waar niet wakker van liggen.

Zulke beledigingen blijven namelijk afstandelijk.
Ik heb nog nooit gehad dat iemand mij rechtstreeks belachelijk maakte
omdat ik christen ben.
Meestal vinden mensen het zelfs ‘best interessant’.
Nederlanders zijn christenen niet zo vijandig gezind.

Toch schrijft Petrus dat je niets uitzonderlijks overkomt,
wanneer je lijdt omdat je christen bent.
Blijkbaar overkomt ons dan wel iets uitzonderlijks!
Dat is toch wel het minste wat je daarover kunt zeggen.
Bovendien lijkt het bij Petrus toch echt wel een probleem te zijn
als je zegt dat je christen bent, maar daar niet om lijdt.
Dat zou betekenen dat je geen deel hebt aan het lijden van Christus,
en dat er daarom veel minder reden is om je te verheugen.
Wie gehoond wordt, krijgt Gods geest.

Hoe komt het dat christenen in Nederland nauwelijks vijandigheid oproepen?
Ik denk dat verschillende dingen daarin een rol spelen.
dia 8 – kerk
Allereerst is onze situatie natuurlijk heel anders
dan de christenen uit de 1e eeuw aan wie Petrus schrijft.
Nederland is eeuwenlang een christelijk land geweest.
Ook al lopen de kerken nu leeg,
toch heeft dat nog behoorlijk invloed.
Christelijke normen en waarden,
zoals betrouwbaarheid en eerlijkheid,
worden in Nederland door bijna iedereen gewaardeerd.

Je zou bijna denken dat Nederland geen liederlijke uitspattingen kent.
Toch is er ook genoeg in Nederland dat je niet christelijk kunt noemen.
Dit alleen kan dus niet het antwoord zijn.

dia 9 – wie is de uitzondering?
Iets anders is dat christenen zich kunnen terugtrekken in hun christelijke wereld.
Dat zal per persoon verschillen.
Het hoeft ook helemaal niet bewust te gebeuren.
Maar als ik ga tellen hoe veel niet-christenen ik goed ken,
dan zijn het er echt weinig.
Als ik nauwelijks met niet-christenen te maken heb,
als ik gewoon in een andere wereld leef,
waarom zou ik dan nog tegenstand oproepen?

Of zijn christenen helemaal niet zo anders dan de wereld?
Ook dat is iets wat ieder voor zich moet bedenken.
Petrus heeft het over allerlei ‘liederlijke uitspattingen’.
Wat zijn de uitspattingen van onze wereld?
Seks? Geld? Zelfgerichtheid?

Ik kan me levendig voorstellen dat je ook in Nederland lijdt omdat je christen bent.
Een voorbeeld:
ik heb een tijd vakantiewerk gedaan met een klein ploegje jongeren.
Elke dag moesten we op briefjes onze werkuren bijhouden.
Het kon wel eens gebeuren dat we om drie uur klaar waren,
en dus naar huis konden gaan.
Hoe veel uren schrijf je dan?
Toch maar tot vijf uur, omdat er niemand is die het merkt?
Maar dan moet je het wel allemaal doen, anders valt het op.
Als jij als christen daar moeite mee hebt,
en eerlijk opschrijft dat je tot drie uur hebt gewerkt,
zullen je collega’s daar niet blij mee zijn.

Iets anders is dat bijvoorbeeld collega’s
best geïnteresseerd kunnen zijn in wat jij nu eigenlijk gelooft.
Maar dan moet je het wel lief houden.
Als je zegt dat je collega Jezus ook hard nodig heeft,
dan ben je opeens onverdraagzaam geworden.
Natuurlijk is dat een ander soort lijden
dan het lijden van christenen in Noord Korea of Tunesië.
Maar het is wel degelijk lijden omdat je christen bent.

Ik bedoel nu niet dat je het lijden als christen maar op moet zoeken.
Schrijf je in op een atheïstisch internetforum,
zeg daar dat die mensen in Jezus moeten geloven,
en je krijgt een bak ellende over je heen.
Zo moeilijk is dat niet.

Petrus zegt: het lijden hoort er gewoon bij.
Dat hoef je helemaal niet op te zoeken,
als je echt voor Christus leeft,
dan wordt je daar ook vanzelf om bespot.

3. Blij met het lijden

dia 10 – blij met het lijden
Lekker bemoedigend, dit verhaal.
Ik heb geen idee hoe gelovig je bent,
maar dit moet je toch wel afschrikken.
Hoe je ook in het geloof staat, dit is geen fijne boodschap.

Ga maar na:
-als je lijdt omdat je christen bent, is de boodschap: het hoort er gewoon bij.
Petrus zegt niet dat dat wel weer over zal gaan.
-als je christen bent, maar nauwelijks lijdt, is de boodschap: hier klopt iets niet.
Het betekent huiswerk: waarom lijdt ik niet?
-het kan ook zijn dat je het nog niet zo weet met dat geloven,
dan is de boodschap: weet waar je aan begint.
Waarom zou je christen willen zijn, als je dat alleen maar ellende oplevert?
Is het dan toch waar dat christenen zichzelf tekort doen?

De boodschap van Petrus is juist wel bemoedigend.
Hij zegt: wees er blij mee.
Er staat niet: ook al is de situatie nu niet ideaal,
probeer toch maar blij te zijn.
Het gaat nog verder: je moet blij zijn
juist omdat je lijdt.

Dat klinkt natuurlijk als een tegenstelling.
Hoe kun je blij zijn als je belachelijk wordt gemaakt?
Zou Petrus niet eerst eens met christenen in Noord Korea moeten praten,
voordat hij zulke onzin schrijft?
Dan hoort hij hoe zwaar dat is,
dat het heus geen pretje is om in een strafkamp te moeten vrezen voor je leven.
Van lijden wordt je niet blij!

Of zou Petrus iets anders horen?
Ik denk dat Petrus inderdaad zou horen hoe zwaar het is.
Maar daarmee hoort hij niets nieuws,
Petrus weet wat het is om vervolgd te worden.
Maar als je verhalen van vervolgde christenen leest,
lees je bijna altijd ook over dat God hen kracht geeft.
Je leest dat ze in hun hele situatie vreugde vinden bij God.

Petrus weet heel goed waar hij over schrijft.
Ja, je kunt vreugde vinden, juist in dat lijden.
Je lijkt daarin namelijk op Christus.

Christus’ leven op aarde is een grote weg van vernedering en afwijzing geweest.
dia 11 – Jesaja 53
In Jesaja 53 wordt over hem geschreven:
“Hij werd veracht, door mensen gemeden,
hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.”

dia 12 – blij met het lijden
Dit is de manier waarop Christus naar de hemel is gegaan.
De manier waarop Christus inging in Gods eeuwige vreugde.
In hun lijden gaan christenen achter Christus aan.
Het is niet gek dat als wij diezelfde eeuwige vreugde willen kennen,
we ook die weg van lijden moeten gaan.
Daarom zegt Petrus:
hoe meer je deel hebt aan Christus’ lijden,
hoe meer je blij moet zijn
en des te uitbundiger is je vreugde als Christus terugkomt.

Nee, het lijden is niet fijn,
maar door het vooruitzicht van eeuwige vreugde,
kun je toch vreugde in lijden vinden.

4. Geluk voor elke dag

dia 13 – geluk voor elke dag
Toch kan ik me voorstellen dat je daar nog niet helemaal tevreden mee bent.
Leuk hoor, dat je in de toekomst echte vreugde hebt.
Maar wat heb je daar nu aan?
Is het christelijk geloof iets waarbij je nu maar even moet afzien,
zodat je in een vage verre toekomst er nog eens wat aan hebt?

dia 14 – ontdek hoe belangrijk God is
Ik wil daarover vier dingen zeggen.
Het eerste is dat Petrus het lijden een vuurproef noemt.
Met andere woorden: je komt er achter hoe belangrijk God voor je is.
Ik hoop dat het je mag helpen om te ervaren
hoe veel je van God houdt.
Dat geeft echt wel vreugde, vandaag al.

dia 15 – voldoening in leven voor God
Het tweede is dat een levensstijl die weerstand oproept, ook voldoening geeft.
Even terug naar dat voorbeeld van die urenbriefjes.
Je kunt er in die situatie voor kiezen mee te gaan,
en twee uur meer op te schrijven dan je hebt gewerkt.
Maar wordt je daar blij van?
Mijn geweten zou in ieder geval protesteren.

dia 16 – Gods mening doet ertoe
Het derde is dat ik op Christus mag lijken.
Dat beschouw ik als een enorme eer.
Wat mensen van mij vinden is dan veel minder belangrijk.
Voor God ben ik zijn geliefd kind.
Dan kunnen mensen van alles van mij vinden,
maar dit pakt niemand mij af.

dia 17 – Gods Geest geeft echte vreugde
De laatste is wat Petrus noemt:
Gods Geest rust op je.
God is niet maar een verre toeschouwer vanuit de hemel,
de Geest is bij ons.
Als je vijandigheid oproept door je geloof
en hoe je daar bijvoorbeeld op je werk invulling aan geeft,
mag je weten dat je er niet alleen voor staat.
Juist vervolgde christenen ervaren dat ook heel sterk:
zij geven hun geloof in God niet op omdat het alleen maar ellende brengt,
ze worden juist vastberadener.
Dat is een heel andere vreugde dan die van een barbecue of wellnesscentrum,
maar wel een die veel dieper gaat.

Veel mensen zijn op zoek naar het geluk.
Je zoekt dan al snel in dingen als gezondheid, welvaart en vriendschappen.
Dat geluk is heel kwetsbaar: het kan zomaar over zijn.
Wil je het echte geluk vinden, dan moet je de andere kant op kijken.
Daar is moed voor nodig.
Het perfecte geluk is te vinden
als je lijdt voor Christus.

Amen




1 Petrus 2:9 – De kerk als Gods PR

Liturgie

Zingen: Psalm 117
Votum en vredegroet
Zingen: GKB Gezang 156 : 1, 2, 3 en 4 (als schuldbelijdenis, zittend!)
Gebed
Lezen: 1 Petrus 2 : 1 – 10
Zingen: Psalm 67 : 1, 2 en 3
Preek over 1 Petrus 2 : 9
Zingen: GKB Gezang 121 : 1(a), 2(v), 5(m), 6(v), 7(m), 8(v) en 9(a) (in beurtzang)
Kinderen terug
Kinderlied: ?
Lezen als wet: 1 Petrus 2 : 11 – 3 : 12
Zingen: GKB Gezang 68 : 1 en 2
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 126 (in canon, 3 groepen)
Zegen

Opmerking: bij deze preek is een Samen Groeien beschikbaar

Preek: Gods vredesoffensief

Inleiding

dia 1 – zwart
Als ik zeg: “geen fratsen, dat scheelt”,
wat zeggen jullie dan?
C1000, inderdaad.

Of neem de volgende: “Sense and simplicity.”
Dat is ons eigen Nederlandse Philips,
maar zij vinden een Engelse slogan veelzeggender.

Ik vind het eigenlijk wel leuk, dit spelletje.
En ik kom er direct achter hoe veel reclame jullie kijken.
Maar goed, op deze manier kunnen we natuurlijk uren bezig zijn,
en dat is niet waarvoor je naar de kerk bent gekomen.
Dus laten we het houden bij nog eentje:

“er is meer in het leven dan een …”
Inderdaad, dat moet Volvo zijn.
En het kan geen kwaad dat ik mij daar zo af en toe aan herinner.
(Vraag de familie Wester maar.)

dia 2 – reclame
Het punt waar het om gaat:
we worden volgegooid met reclame, en het werkt.
De meesten van ons kunnen waarschijnlijk zonder probleem
een hele lading van deze slogans oplepelen.

Dat is ook niet zo gek,
want deze bedrijven investeren miljoenen in hun naamsbekendheid.
Op de televisie, op de radio, in kranten en tijdschriften, met folders,
om het nog maar niet te hebben over het internet,
overal kom je deze bedrijven tegen.
Je kunt er niet om heen.

Voor deze bedrijven is hun bekendheid heel belangrijk.
Zonder die bekendheid zouden ze nauwelijks nog iets verkopen.
Mensen kopen namelijk graag bij bedrijven waar ze wel eens van gehoord hebben.
Het geld dat wordt geïnvesteerd in allerlei reclamecampagnes
verdient zichzelf dus wel weer terug.
Als je een product aan de man wilt brengen,
moet je wel investeren in je PR.

dia 3 – zwart
Nu kun je van God moeilijk zeggen dat hij een product aan de man wil brengen.
Maar God wil wel naamsbekendheid.
In de gemeentebrede bijbelstudie van afgelopen dinsdag
hebben we het daar uitgebreid over gehad.
God wil dat alle volken zijn naam kennen en hem als God erkennen.
Dat is, om zo maar te zeggen, Gods grote doel.

Maar wat doet God daaraan?
Hij geeft niet miljarden uit aan wereldwijde reclamecampagnes.
Hij heeft ook niet zo’n mooie slogan, die bij iedereen blijft hangen.
Gods PR is…
de kerk.

1. Menselijke kerk

dia 4 – kerk
De kerk?!
Wat?
Dat kan niet waar zijn?
Is God echt zo onverstandig dat hij de kerk als PR inzet?

Ik bedoel: wat is dat nou voor middel?
Is het gek dat meer mensen Coca-Cola kennen dan God?
Dat krijg je toch als je de PR aan de kerk overlaat?
Bovendien: de kerk kan ook zomaar antireclame voor God worden.

Ik hoor toch nog best wel eens verhalen
van mensen die niet zo zeer op God als wel op de kerk zijn afgeknapt.
Over de kerk gaan de gekste verhalen rond.
Kerken zijn gericht op macht en invloed
en proberen het gewone volk onwetend te houden.
Nee, de kerk heeft niet zo’n best imago.

Het vervelende is: negatieve verhalen zijn vaak heel hardnekkig.
Als je een positief en een negatief verhaal tegenover elkaar zet,
gelooft bijna iedereen het negatieve verhaal.
Het schijnt zo te zijn dat tegenover elk negatief verhaal
tien positieve verhalen moeten staan.
Pas dan is het negatieve verhaal niet meer bepalend.

Negatieve verhalen over de kerk, ze zijn vaak maar al te waar.
Dan heb ik het niet specifiek over de Voorhof, daar weet ik nog niet zo veel van,
maar over de kerk in Nederland in het algemeen.
De kerk bestaat namelijk uit mensen.
En waar mensen zijn, daar ontstaan brokken.

In de tijd van Petrus zal dat niet heel anders zijn geweest.
Hij schrijft in zijn brief van alles over omgangsvormen binnen de kerk.
Dat zal vast niet zonder reden zijn.
Toch spreekt hij ook heel grote woorden over de kerk, lees maar mee in vers 9:
een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie.
Ga daar maar aan staan!

Hoe kan Petrus zulke mooie dingen over de kerk zeggen?
Ik denk dat je het antwoord moet zoeken
in dat de kerk meer is dan een clubje mensen.
De kerk is van God.
Daarom is de kerk uitverkoren, priesterlijk en heilig.
Dat is hoe God de kerk heeft gemaakt.

Voor God is de kerk uitverkoren, priesterlijk en heilig.
De kerk is dat, omdat God dat aan de kerk geeft.
Tegelijk is het een opdracht voor de kerk:
gedraag je daar dan ook naar.
De kerk is heilig omdat de kerk door Christus’ bloed geheiligd is.
Maar dan komt ook waar we het vorige week over hadden:
Christus’ bloed is kostbaar.
Het is daarom ook een opdracht om steeds meer heilig te leven.

Ik hoop dat je zo naar de kerk kunt kijken,
en alle menselijke antireclame geen belemmering voor je is.
Durf verder te kijken!

2. Kerk als volk

dia 4 – kerk als volk
Petrus noemt de kerk niet alleen maar uitverkoren, priesterlijk en heilig,
hij noemt de kerk ook een geslacht, een koninkrijk, een natie en een volk.
Dat is het volgende waar ik het over wil hebben.
Deze woorden liggen heel dicht tegen elkaar:
de kerk is te vergelijken met een land, met een nationaliteit.

dia 5 – kaart Israel
De dingen die Petrus zegt, gaan oorspronkelijk dan ook helemaal niet over de kerk.
Ze gaan over een land, namelijk Israël.
Je leest er zomaar overheen, maar Petrus zegt niets nieuws.
Hij citeert gewoon uit het oude testament.
In Exodus 19 wordt van Israël gezegd dat het
een koninkrijk van priesters en een heilige natie is.
Op dezelfde manier gebruikt Petrus ook Jesaja 43.
Zonder problemen betrekt Petrus wat over Israël gezegd is op de kerk.
Bij sommigen zou hem dat vandaag het verwijt opleveren dat hij een vervangingstheoloog is.

De kerk is dus een volk, net zoals Israël.
De positie die de kerk heeft in de wereld,
is vergelijkbaar met de positie die Israël had.
De kerk is een nationaliteit.

dia 6 – kerk als volk
Concreet betekent dat in ieder geval twee dingen.
Het eerste is dat de kerk een heel eigen identiteit heeft.
Elk land heeft een eigen identiteit,
en vaak hebben bepaalde streken dan nog weer een streekidentiteit.
dia 7 – Nederlanders
Het is niet voor niets dat als je op vakantie bent in Verweggistan,
je Nederlanders vanaf een paar honderd meter al als Nederlanders herkent.
Als je een luidruchtig gezin tegenkomt met twee kinderen,
lopend op bergschoenen onder een korte broek,
uitgerust met camera’s en een rugtas met snoep en boterhammen
(want een terrasje is natuurlijk geldverspilling),
dan weet je: dit zijn Nederlanders.
Natuurlijk, dit is een stereotype, maar waar het om gaat:
op een of andere manier herken je Nederlanders vaak wel.

dia 8 – kerk als volk
Voor christenen is niet het land waarin ze wonen,
maar de kerk hun identiteit.
Dat betekent dat je herkenbaar bent.
De kerk moet niet op Nederland gaan lijken.
Dat de kerk Gods PR-middel is,
betekent niet dat de kerk zich in alles maar aan de wereld om haar heen moet aanpassen.
De kerk heeft een eigen, herkenbare identiteit.
De kerk is namelijk een volk.

Dat de kerk een volk is, betekent nog iets:
kerk ben je niet alleen als je met elkaar in het kerkgebouw bent.
Nederlanders zijn ook niet alleen maar Nederlander
als ze in Nederland zijn.
Dat blijven ze overal op de wereld.
Met de kerk is het precies zo:
kerk ben je altijd.
Ook als je weer uit de deur van de kerk loopt.
24 Uur per dag, 7 dagen per week.
Ook al ben je alleen thuis, je blijft deel uitmaken van die kerk.
Je zou kunnen zeggen dat de kerkdiensten op zondag
je stimuleren om door de week kerk te zijn.

Dat de kerk Gods PR-middel is,
betekent dus niet dat het dan alleen om de kerkdiensten gaat.
Ja, die diensten horen er ook bij.
Maar belangrijker is dat je,
in de contacten die je als christen met niet-christenen hebt
elke dag een visitekaartje voor God bent.
Het leven van christenen is voor de meeste Nederlanders
een veel krachtiger visitekaartje dan kerkdiensten.

3. Kerk als Gods PR

dia 9 – kerk als Gods PR
Ik heb nu al een paar keer gezegd dat de kerk Gods PR-middel is.
Petrus zegt namelijk dat de kerk een volk is
dat God zich heeft verworven om zijn grote daden te verkondigen.
Je mag het ook anders zeggen, met de woorden van ons jaarthema,
het doel van de kerk is het uitdelen van Gods liefde.

De kerk is er dus om te verkondigen, bekend te maken.
In de kerk wordt dat woord, verkondigen, veel gebruikt.
Wat we nu met elkaar doen, is luisteren naar de verkondiging van het Woord.
Als je elkaar iets uit de bijbel meegeeft, kan dat ook verkondiging zijn.
Verkondiging is nog niet perse dat je niet-christenen met Gods liefde bekend maakt.

Toch wordt het door Petrus hier wel zo bedoeld.
Je verkondigt nooit iets aan jezelf,
verkondigen is altijd iets wat je naar anderen doet.
Het Griekse woord dat Petrus gebruikt,
betekent letterlijk ‘een boodschap naar buiten brengen’.
Dat kan bijvoorbeeld zijn dat ik als predikant het evangelie naar jullie breng,
maar in dit geval is het de kerk die moet verkondigen.
De kerk moet het evangelie naar buiten, naar de wereld brengen.

Dit is niet zomaar een van de vele taken van de kerk,
het is zelfs het doel van de kerk.
“God heeft zich de kerk verworven,” zegt Petrus,
“om”, je mag ook zeggen: met het doel, “Gods daden bekend te maken”.
De kerk is dus een organisatie die er juist is
voor mensen die niet bij de kerk horen.

Laten we daar even bij stilstaan.
Misschien klinkt dat wel logisch, maar zo logisch is dat niet.
Een voetbalclub is er voor haar leden.
Die leden moeten plezier in het voetbal hebben.
Je kunt ook lid zijn van een bibliotheek:
wie lid is mag boeken lenen.
Normale organisaties zijn er voor hun eigen leden.
De kerk is dat niet.

Als je dat consequent gaat toepassen,
dan is dat best schokkend!
Dan moet je van alles wat je als kerk doet,
of dat nu de kerkdiensten zijn
of je contacten met je niet-christelijke buren,
bedenken hoe dat bijdraagt aan dat grotere doel.

Dat betekent niet dat we maar moeten stoppen
met alles waar geen buitenstaanders op af komen.
Hoe we in de kerk met elkaar omgaan,
hoe we met elkaar samenleven,
hoe we samen God prijzen,
hoort namelijk ook bij die PR van God.
Daarin laat je zien dat je zelf ook bekend bent met Gods grote daden.

Het betekent wel dat de hele kerk erop gericht is
uit te delen van Gods liefde naar buiten.
Dat is niet alleen een taak voor mij als predikant.
Dat is ook niet alleen een taak voor een paar enthousiastelingen.
Het is een taak van de hele kerk.
Petrus zegt: laat je als levende stenen van die kerk gebruiken.
Het evangelie uitdelen is dus een taak voor elke christen.
De kerk is Gods reclamecampagne.

4. Kerk die Gods daden bekend maakt

dia 10 – kerk die Gods daden bekend maakt
Maar hoe doet de kerk dat dan?
Hoe maakt de kerk de daden bekend
van de God die ons uit de duisternis naar zijn licht heeft geroepen?

Hoe dat in ieder geval niet moet,
is mensen vertellen wat ze willen horen.
De inhoud van de verkondiging,
dat zijn Gods grote daden.
Dat betekent dat de boodschap is dat je van Gods daden afhankelijk bent,
omdat je eigen daden ontoereikend zijn.
Het gaat over de God die ons naar zijn licht roept.
Ons eigen leven is voor God niet meer dan duisternis.

Het is dus een moeilijk te verteren boodschap.
Het is een beledigende boodschap.
Een boodschap die bij buitenstaanders ongetwijfeld weerstand oproept.
En, om eerlijk te zijn, een boodschap die bij mijzelf ook weerstand oproept.
Het evangelie is geweldig nieuws,
maar je moet wel je eigen trots opzij zetten om van God afhankelijk te worden.
Hoe mooi je die boodschap ook verpakt,
het is en blijft een boodschap die schuurt.

Hoe kan de kerk dan wel Gods reclamecampagne zijn?
Het betekent in ieder geval dat je contacten buiten de kerk zoekt.
Hoe kun je Gods PR zijn als je geen relaties met niet-christenen hebt?
Daarom ben ik zelf ook op zoek: hoe ga ik zulke relaties in Franeker krijgen.

Ik wil twee manieren noemen waarop je God bekend maakt.
De eerste manier noemt Petrus direct na ons gedeelte.
dia 11 – 1 Petrus 2 : 12
In vers 12 staat:
“Leid te midden van de ongelovigen een goed leven,
opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken,
door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen
op de dag waarop hij komt rechtspreken.”

dia 12 – kerkleven
Een visitekaartje voor God ben je allereerst in je levenshouding.
In een cultuur waar zo veel behoefte is aan echtheid,
is dat misschien nog wel belangrijker dan ooit tevoren.
Het is ook de manier waarop de kerk in de eerste eeuwen enorm gegroeid is.
Mensen zagen hoe christenen anders waren, vooral in hoe ze voor elkaar zorgden.
Dat maakte zo’n indruk, dat ze nieuwsgierig werden.

Laten we als kerk dus mensen dus maar nieuwsgierig maken
door de manier waarop wij leven.
Door vriendelijk te zijn en gastvrij,
door vrijgevig te zijn en betrokken,
door geduldig te zijn en elkaar lief te hebben.

Toch houdt de verkondiging niet op bij je levensstijl.
De tweede manier is de verkondiging met woorden.
Dat blijkt bijvoorbeeld in hoofdstuk 3 vers 15:
dia 13 – 1 Petrus 3 : 15
“Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is,
wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.”

dia 14 – evangeliseren
Ik merk dat ik dat nog best moeilijk vind.
Eerst als theologiestudent en nu als predikant,
kwam een gesprek met een onbekende toch wel snel op geloven uit.
Ik bedoel: iemand vraagt wat ik in het dagelijks leven doe,
en voor je het weet praat je over God.
Ik heb in die situaties de neiging heel voorzichtig te zijn.
Iemand zeggen dat hij of zij Jezus nodig heeft, dat is moeilijk.
Dat God ook hem of haar uit de duisternis naar zijn licht noemt,
dat is iets waar ik dan toch moeilijk over praat.

Als ik daar verder over nadenk,
dan heeft dat te maken met dat ik het belangrijk vind wat mensen van mij vinden.
Maar daar gaat het niet om: het gaat om wat God van mij vind.
Dat moet ik mijzelf dan echt voorhouden.

Het is heel gemakkelijk om je te verstoppen achter je levensstijl
om maar niet over het geloof te hoeven praten.
Maar dan vertel je echt maar de helft van de boodschap.
Verkondigen doe je met daden en met woorden.
Gods PR ben je niet alleen, maar samen als kerk,
help elkaar daar dan ook bij.

Slot: Gods geweldige PR

dia 15 – zwart
We komen aan het einde.
De kerk is dus Gods PR.
Daar kun je je over verbazen.
Het lijkt zo’n matig en kwetsbaar middel.

Maar vergelijk het nog eens met die grote bedrijven en hun slogans.
Wat maken zij nou van hun reclames waar?
Als je verwacht dat een product echt zo mooi en belangrijk is
als de reclame voorspiegelt, dan kom je altijd bedrogen uit.

God doet geen reclame met opsmuk.
Hij heeft geen gelikte campagne en verkooptrucs nodig.
De kerk, zoals die er is, is goed genoeg voor God.
En dat is geweldig.
Voor God mag je gewoon mens zijn.
Nukkige en kwetsbare mensen kan God prima gebruiken.
De kerk is niet zo’n reclamemiddel waarvan je denk:
‘klinkt mooi, maar is veel te hoog gegrepen.’
Die PR van God is zo gek nog niet.

Amen.




1 Petrus 1,17-19

Liturgie

Zingen: Opw 496
Votum en vredegroet
Zingen: LvK 328 : 1, 2 en 3
Gebed
Lezen: 1 Petrus 1
Zingen: Psalm 66 : 1 en 3
Preek over 1 Petrus 1 : 17 – 19
Zingen: LvK 177 : 1, 6 en 7
Lezen wet
Zingen: Psalm 147 : 7
Gebed
Collecte
Zingen: Opw 407
Zegen

Preek

Inleiding: echtheid
dia 1: zwart
Vorige week heb ik het al aangekondigd:
ik ga een serie preken houden over de eerste brief van Petrus.
Ik ben toen begonnen met een preek over het vijfde hoofdstuk,
over geloven als gevecht met de tegenstander.
Vandaag gaan we verder, nu wel met het begin van de brief.

Het leuke van preken over een heel bijbelboek,
is dat ik ook ga preken over teksten die ik zelf niet direct gekozen zou hebben.
Zoals dat van vanochtend.
Het is een vervelende tekst.
Het gaat over het oordeel van God,
over dat je wordt afgerekend op je daden.
Op het eerste gezicht is het een tekst die ik in ieder geval het liefst negeer.

dia 2: westerse bijbel
Een paar jaar geleden verscheen ‘de westerse bijbel’.
Ik heb het bij me.
Ideaal voor mensen als wij.
Het idee van deze bijbel:
alle teksten die voor ons, westerse mensen, moeilijk verteerbaar zijn,
die knippen we er gewoon uit.
Dan krijg je dus zo’n resultaat.
Natuurlijk, dit was bedoeld als een grap, om je aan het nadenken te brengen.
Ik denk dat het gedeelte waar het vandaag over gaat,
ook zo’n gedeelte is dat we liever uit de bijbel knippen.

dia 3: zwart
Toch past gedeelte juist ergens ook weer goed bij ons.
Wat ik bedoel: we hebben een behoefte aan echtheid.

Een heel simpel voorbeeld.
Vorige week hadden we onze familie op bezoek.
Mijn neefje van drie was er ook.
Hij had een plekje gevonden in de vensterbank,
en zat daar lekker zijn bolletje te eten.
Maar ja, al die ooms en tantes zijn zo gezellig,
daar moet je wel tegen praten.
Dus de helft van wat hij in zijn mond stopte,
kwam er al pratend weer uit.
Eén van mijn zwagers zei er wat van:
‘niet met volle mond praten hè.’
En waar hij vandaan haalde, weet ik niet, maar mijn neefje reageert:
‘dat mag u dan ook niet.’
Ja hoor, met zijn mond vol,
had mijn zwager gezegd dat je niet met volle mond mag praten.
Zelfs mijn neefje van drie had door dat dat niet klopt.

Nu is dit natuurlijk iets heel kleins.
Het is vooral grappig.
Maar laten we het eens wat groter maken en het op christenen toepassen.
Christenen die een grote mond vol hebben over Gods liefde,
maar zelf alleen maar ruzie zoeken, daar klopt iets niet.
Of nog spannender: christenen die Gods heiligheid bezingen,
maar zelf niet heilig leven, dat kan niet.
Zulke onechtheid wordt in onze omgeving genadeloos ontmaskerd.

1. Oordeel over echtheid
dia 4: punt 1
Nu komen we bij Petrus.
Hij heeft het over deze echtheid.
Je kunt wel zeggen dat je christen bent,
maar past je leven daar ook bij?

Wat Petrus zegt, is heel wonderlijk:
iedereen wordt door God beoordeeld naar zijn daden.
Het is dat het in de bijbel staat,
maar anders zou ik denken: dit klopt niet.
Het moet toch juist zijn dat je wordt beoordeeld op je geloof?
Wat je allemaal wel niet hebt uitgespookt,
je wordt er niet op beoordeeld.
Wie gelooft in Jezus, wordt vrijgesproken.
Hoe kan Petrus dan zeggen dat het gaat om je daden?
Waar is de genade gebleven?

Nou ja, die genade komt dus ook naar voren in het hoofdstuk.
Laten we het eens bij langs gaan:
vers 2: genade zij u en vrede in overvloed.
vers 13: vestig uw hoop op de genade
vers 18: u bent vrijgekocht.
Het zijn maar een paar voorbeelden van wat Petrus over genade zegt.

Hoe dat hier precies leeft, weet ik niet,
maar vaak wordt er een tegenstelling gemaakt:
óf God is liefde en genade,
óf God beoordeelt je naar je daden.

Van zo’n tegenstelling wil Petrus niets weten.
In hetzelfde hoofdstuk, waar zulke mooie dingen over genade staan,
heeft hij het zonder problemen over een heilig leven, gehoorzaam zijn en daden.
Geloven doe je namelijk niet alleen met je gedachten of je gevoel,
geloven doe je ook met je gedrag en je leven.
En om het maar even hard te zeggen:
daar wordt je dus op afgerekend.

Er staat nog iets bij.
God oordeelt zonder aanzien des persoons.
Hij maakt geen verschil tussen mensen.
Of je elke zondag in de kerk zit,
of dat je hier juist nauwelijks bent,
voor Gods oordeel maakt het niet uit.
Hij kijkt naar je daden.
Het is niet zo dat als je maar gelooft, je lichter beoordeeld wordt.
God behandelt iedereen gelijk.

Trek nu niet de conclusie:
als je toch naar je daden wordt beoordeeld, waarom zou ik dan nog geloven?
Dan is het toch ook prima als ik gewoon goed leef?
Dat bedoelt Petrus hier niet.
Als je niet gelooft in God, gaat het niet lukken om goed te leven.
Je mist dan de goede motivatie daarvoor.
Over die motivatie gaan we het zo nog wat uitgebreider hebben.

Toch blijf ik het moeilijk vinden:
beoordeeld worden naar mijn daden.
Moet ik dan maar een goed oordeel bij God gaan verdienen?
Nee, dan zou Petrus het niet meer over genade hebben.

Maar misschien wel de diepste reden
dat ik dit een moeilijk bijbelgedeelte vind:
het komt mij niet zo goed uit.
Petrus laat zien dat geloven niet vrijblijvend is.
Dat als je gelooft in Jezus Christus,
je ook echt keuzes moet maken met je leven.
Keuzes die je anders niet zou maken.
Je moet dus een stukje van jezelf opofferen.
Het is veel gemakkelijk om voor God te kiezen
als dat verder toch geen consequenties voor je leven heeft.
Hier wordt het dus spannend.
God oordeelt over je echtheid als christen.

2. Twee levens
dia 5: punt 2
Als christen moet je dus keuzes maken met je leven.
Maar dat is natuurlijk nog wel vaag.
Aan wat voor keuzes moet je dan denken?

Petrus heeft het over twee soorten levens.
Het eerste is ontzag hebben voor God,
het tweede het zinloze leven van de voorouders.
Laten we eens naar die twee kijken,
en proberen daarmee die levenskeuzes wat concreter te maken.

2.1. Zinloze leven voorouders
Ik begin bij het zinloze leven van de voorouders.
In onze cultuur is niet veel belangstelling voor de voorouders,
maar om het leven van je ouders, grootouders en verder terug, zinloos te noemen,
nee, dat gaat toch wel erg ver.

Bedenk wel dat de situatie van de christenen aan wie Petrus schrijft
anders is dan die van ons.
Het gaat om eerste-generatie christenen.
Ze waren opgegroeid in een wereld, maar ook in een gezin,
waarin goden als Zeus, Hermes en Afrodite centraal stonden.
Het leven dat zij van hun voorouders hadden geërfd,
was een leven in ontzag voor die Griekse goden.

Veel mensen die hier zitten
hebben juist het geloof in God van thuis geërfd.
Anderen hebben pas later God leren kennen.
Maar wat je situatie ook is,
verkijk je niet op de invloed die de wereld op je heeft,
ook al is het dan misschien niet letterlijk via je voorouders.
Trouwens, ook die hebben daar wel een rol in.
Ik heb niet de illusie dat als ik straks vader wordt,
ik niets van de wereld aan ons kind mee zou geven.

Het zinloze bestaan van je voorouders
mag je rustig wat breder trekken.
Het gaat om de invloed die de wereld op je leeft.

Maar wat is er dan zo zinloos aan dat leven?
Het lijkt me in ieder geval duidelijk dat leven voor de Griekse goden vrij zinloos is.
Het waren behoorlijk menselijke goden.
De verhalen over deze goden gaan over bedrog, intrige, overspel, haat, egoïsme,
en ga zo maar door.
Al deze dingen hoorden bij het gewone leven.
Daarom heeft Petrus het over een zinloos leven.

Onze wereld is dan toch wel anders.
Wat wel een overeenkomst is,
is dat ook onze wereld niet christelijk is.
Petrus zou zonder veel moeite
ook het leven dat wij van onze wereld erven, zinloos noemen.

De Griekse goden mogen dan wel geen rol meer spelen,
daar zijn in onze wereld wel andere goden voor in de plaats gekomen,
al noemen we ze vaak niet zo.
Om eens wat goden te noemen:
prestatie, vrije markt, hebzucht, zelfgerichtheid.
Dat is het zinloos bestaan dat wij geërfd hebben.

Het zou veel te veel zijn om al deze goden nu uit te werken.
Daarom beperk ik mij tot één.
Petrus zegt in vers 22: heb elkaar onvoorwaardelijk lief.
Wat hebben we hierin geërfd van onze wereld?

Dat ‘elkaar liefhebben’ past nog wel bij onze wereld.
Oorlog is iets verschrikkelijks, je kunt beter in vrede met elkaar leven.
Liefde is iets moois.
De liefde wordt bezongen, zoveel dat het gaat vervelen.
Nee, liefde is het probleem niet.

Maar dat onvoorwaardelijke…
In onze wereld zoek je zelf uit wie je liefhebt.
De voorwaarde is dus dat iemand bij je moet passen.
Na verloop van tijd kan het ook weer veranderen.
Zo onvoorwaardelijk is die liefde dus niet.
Behalve de liefde voor jezelf…
Daar zijn we heel gevoelig voor.
Denk aan kreten als:
‘doe het voor jezelf’,
‘omdat ik het waard ben’,
maar ook ‘het voelt niet meer goed’.

Het is maar één voorbeeld,
maar zo kan dat zinloze leven er dus uitzien.

2.2. Leven in ontzag voor God
Petrus zet er een ander soort leven tegenover:
het leven in ontzag voor God.
Dit is het leven waar Petrus toe oproept.

Zijn argument hiervoor?
Als je God Vader noemt,
heb dan ook ontzag voor hem.
En met dat ‘ontzag hebben’ bedoelt Petrus dat je God gehoorzaamt.

Als je denkt aan God als je Vader,
dan denk ik dat je al snel denkt aan Gods liefde voor ons.
Dat God voor je zorgt, zoals een vader voor zijn kind.
Dat is helemaal waar.
Maar als je alleen dit zegt, wordt het eenzijdig.
Als kind heb je, als het goed is, ook respect en ontzag voor je ouders.
Voor Petrus is dat in ieder geval vanzelfsprekend:
kinderen moeten hun ouders gehoorzamen.

Dus gehoorzaam zijn aan God.
In het hele hoofdstuk komt dat terug.
Heel opvallend begint het daar al mee in vers 2:
we zijn voorbestemd om gehoorzaam te zijn.
Nee, niet voorbestemd voor het eeuwige leven,
maar om gehoorzaam te zijn.

Laten we het maar weer eens toepassen op elkaar liefhebben.
Wat voor verschil maakt het dan om ontzag voor God te hebben?
God zegt: heb je naaste lief als jezelf.
Dus jezelf liefhebben, dat mag, dat is zelfs een opdracht van God,
maar dat mag niet ten koste gaan van liefde voor anderen.

Heb elkaar onvoorwaardelijk lief, schrijft Petrus.
Dan heeft hij het over de verhoudingen binnen de kerk.
Zoals we hier zitten, moeten we elkaar liefhebben.
Niet alleen de mensen die ons goed liggen,
niet alleen de mensen van onze eigen leeftijd,
ook niet alleen als het je goed uitkomt.

En dan maakt geloven in God echt verschil.
In onze wereld is het:
als er niemand onvoorwaardelijk van je houdt, moet je het zelf maar doen.
God houdt onvoorwaardelijk van je.
Aan liefde zal je met hem geen tekort hebben.
Daarom kun je anderen onvoorwaardelijk gaan liefhebben.
Dat is een zinvol leven.

3. Vrijgekocht uit zinloze bestaan
dia 6: punt 3
Petrus zegt dus: leef dat leven in ontzag voor God.
Mooi gezegd.
Maar is de praktijk niet weerbarstiger?
Hoe kun je ooit zo’n heilig leven hebben?
Is deze opdracht niet te groot?

Petrus gaat op deze vraag in.
Zijn antwoord: je bent vrijgekocht uit dat zinloze leven.
Je zat gevangen in dat oude leven, je kon niet anders.
Maar nu ben je vrijgekocht met Jezus bloed,
zodat je niet meer vast zit in dat zinloze leven.

Dat betekent niet alleen dat je zonden vergeven zijn,
maar ook dat je niet meer in de macht van die zonde staat.
God geeft je niet alleen vergeving,
maar ook een nieuw leven.
God haalt je uit dat zinloze leven,
en geeft je een leven met ontzag voor hem.

Toen ik Kampen studeerde,
was dit mijn grootste ontdekking.
Gods genade is niet alleen dat mijn zonden vergeven zijn,
Gods genade is ook dat ik een ander leven krijg.
Het goede leven, een gehoorzaam leven,
is ook een geschenk van God!
Geweldig is dat!
Want dat betekent dat ik niet wanhopig zelf hoef te proberen
om zo goed mogelijk te leven,
maar dat God mij dat cadeau geeft.
Wil je meer voor God leven,
dan bereik je dat niet door streng te zijn voor jezelf,
dat is alleen maar frustrerend.
Je bereikt het door te groeien in ontzag en liefde voor God.

Maar goed, nu weer even met beide benen op aarde:
gebeurt dat dan ook?
En laten we het maar weer concreet maken naar de liefde voor elkaar.
Helaas komen in elke kerk ruzies voor.
Onvoorwaardelijke liefde voor elkaar,
ook in de kerk is dat nog niet zo gemakkelijk.
Toch gebeuren in de kerk ook heel mooie dingen.
Mensen die elkaar nooit zouden hebben uitgezocht,
gaan opeens veel voor elkaar betekenen.
Zo is God in de kerk bezig.

Laten we niet te pessimistisch zijn,
en doen alsof dit een te hoog ideaal is.
Ik geloof dat God mensen echt verandert.
Ik geloof dat God ook mij verandert.
En nee, dat is nog niet perfect.
Maar er zit wel vooruitgang in:
dat je steeds meer op Jezus gaat lijken.

4. Kostbare genade
dia 7: punt 4
Als laatste: wat is een goede motivatie om ontzag voor God te hebben?
Is dat angst omdat God je anders straft?
Of is dat omdat je daar het eeuwig leven mee verdient?

In het hoofdstuk dat we gelezen hebben,
noemt Petrus heel wat redenen om ontzag voor God te hebben,
maar die twee zitten daar niet tussen.
Laten we ons concentreren op vers 18 en 19.
De reden om ontzag voor God te hebben,
is dat we niet met iets vergankelijks als zilver of goud zijn betaald,
maar met het bloed van Jezus.

Gods genade is zo groot,
dat hij niet betaalt met zilver of goud,
dingen die hij zelf gemaakt heeft,
maar met het bloed van zijn eigen Zoon.
Gods genade heeft hem dus ook alles gekost!
Als je dat op waarde leert te schatten,
kan het niet anders dan dat er iets in je leven verandert.

dia 8: Bonhoeffer
Iemand die dat heel mooi verwoord heeft,
is Diettrich Bonhoeffer.
Hij was een Duits theoloog in de tijd van nazi-Duitsland.
Uiteindelijk is hij door het nazi-regime geëxecuteerd.
In zijn boek ‘Navolging’ heeft hij het over goedkope en kostbare genade.
Hij zegt het daar zo treffend
dat ik niet zal proberen dat in eigen woorden samen te vatten,
maar laat hem zelf aan het woord.

Bonhoeffer schrijft:
“Goedkope genade betekent genade als te grabbel gegooide waar, genade als onuitputtelijke voorraadkamer van de kerk waaruit met lichtvaardige hand gedachteloos wordt uitgestort, genade zonder prijs, genade die niets kost. Oneindig groot zijn de gemaakte kosten, oneindig groot daarom ook de mogelijkheden van het gebruik en de verkwisting.”
“Goedkope genade betekent rechtvaardiging van de zonde en niet van de zondaar. Omdat de genade toch alles alleen doet, kan alles bij het oude blijven. Laat een christen dus maar net zo leven als de wereld.”
“Kostbare genade is genade terwille waarvan de mens zich het oog dat hem verleidt, uitrukt; de roepstem van Jezus Christus, waarop de discipel zijn netten verlaat en navolgt. Kostbaar is zij, omdat zij oproept tot de navolging, genade omdat zij oproept tot de navolging van Christus. Kostbaar is de genade bovenal omdat ze God veel gekost heeft, omdat ze God het leven van zijn Zoon gekost heeft en omdat voor ons niet goedkoop kan zijn wat voor God duur is. Genade is zij omdat God zijn Zoon niet te kostbaar achtte voor ons leven, maar Hem overgaf voor ons.”

dia 9: punt 4
Ik heb hier heel weinig aan toe te voegen.
Kostbare genade is zo machtig dat het mensen verandert.
Dat wil niet zeggen je leven perfect zal zijn.
Geloven blijft een gevecht.
Als Petrus zegt dat je wordt beoordeeld op grond van je daden,
bedoelt hij ook niet dat God een lijstje bijhoudt van alles wat je doet.
God kijkt wel beter, hij peilt je hart.

Ja, ook christenen die een groot ontzag voor God hebben,
vliegen regelmatig uit de bocht.
Daar hoef je ook niet krampachtig mee om te gaan.
Maar laat genade geen goedkoop wegwerpmiddel worden.
Vertrouw op de genade, die zo kostbaar is
dat God zijn Zoon ervoor gegeven heeft.
Dan mag je groeien, in het steeds meer op Jezus lijken.
Dan kun je iets uitstralen naar de mensen om je heen,
maar dat is voor volgende week.
God wil je een echt geloof geven.
Door zijn genade.

Amen.




1 Petrus 5,8-11 – Intredepreek Franeker-Sexbierum – ds. Mark Veurink

Liturgie

Zingen: Opwekking 574 (canon 3 groepen)
Votum en vredegroet
Zingen: LvK Lied 409 : 1, 2 en 5
Gebed
Lezen: 1 Petrus 5
Zingen: GKB Psalm 7 : 1 en 7
Preek over 1 Petrus 5 : 8 – 11
Luisterlied: in die hemel is die Heer
Zingen: GKB Gezang 143 : 1, 2, 3 en 4
Geloofsbelijdenis:
Zingen: GKB Gezang 123 : 1
Voorlezen deel geloofsbelijdenis
Zingen: GKB Gezang 123 : 4 en 5
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 520 : 1, 2, 3, 4 en 5
Zegen

Intredepreek Franeker-Sexbierum

Inleiding

dia 1 – ballonnen
Vandaag is het feest.
Ik zou bijna zeggen: gefeliciteerd.
Maar ja, dat is toch wel een beetje gek.
Jullie feliciteren met dat ik hier sta.
Zo zelfingenomen wil ik niet zijn en hoop ik ook nooit te worden.

Toch is het vandaag wel echt feest.
Feest voor Hanneke en mij,
nu we mogen beginnen met het werk hier in Franeker.
Feest voor de leden van de Voorhof:
vanaf vandaag hebben jullie weer een predikant.
Ik hoop dat mijn werk hier voor heel Franeker een feest mag worden.
Dat ik iets kan betekenen voor de samenleving hier.

dia 2 – zwart
Maar is het voor zo’n feestelijke dag als vandaag
dan niet een wat zwaar bijbelgedeelte?
Het gaat er helemaal niet over een feest,
het gaat juist over oorlog.

dia 3 – brief
Toch heb ik er bewust voor gekozen
om juist nu dit bijbelgedeelte centraal te stellen.
Om dat duidelijk te maken, wil een stukje uit een brief voorlezen.
Een brief van ‘de raad van de gereformeerde kerk van Franeker-Sexbierum’.
Ik hoop dat jullie (KR) daar geen bezwaar tegen hebben.
Het gaat om de brief aan Hanneke en mij om naar Franeker te komen.
Ik lees het even voor:

“Via deze brief willen we een hartelijk en klemmend beroep op jullie doen: kom naar Franeker-Sexbierum en bouw hier met ons aan Christus’ kerk. Preek ons het Woord, maak met ons het Evangelie bekend in deze regio, geniet met ons van alle weldaden die onze Vader ons hier doet ervaren, zoek met ons de troost en leiding van de Heilige Geest, ervaar met ons de eenheid in Christus en sta ons terzijde in het weerstaan van de tegenstander.”

Waar het mij nu om gaat, is dat laatste:
sta ons terzijde in het weerstaan van de tegenstander.
Deze zin is bij mij blijven hangen.
Werken als predikant mooi en dankbaar werk,
maar het is ook een functie in een geestelijke oorlog.

dia 4 – zwart
Waarom blijft juist deze zin zo bij mij haken?
Ik denk omdat ik getroffen ben door de waarheid ervan.
Geloven in Jezus Christus is niet gemakkelijk.
Er is een tegenstander, de duivel, die alles zal doen wat in zijn macht ligt
om dat geloof kapot te maken.
Geloven is daarom altijd vechten.
Dat ene zinnetje,
sta ons terzijde in het weerstaan van de tegenstander,
is heel kernachtig voor mijn werk als predikant.

1. De inzet

dia 5 – punt 1
Ik zeg dat nu wel heel gemakkelijk,
dat geloven altijd vechten is,
maar klopt dat eigenlijk wel?
Ik heb thuis al leren geloven.
Of God wel bestaat is nooit echt een vraag voor mij geweest.
Hoezo, geloven een gevecht?
En zelfs als je op latere leeftijd tot geloof bent gekomen,
kan geloven iets heel gewoons worden.

Petrus ziet geloven in ieder geval niet als zoiets gewoons.
Hij heeft het over waakzaam zijn, op je hoede.
Dat schrijft hij aan ons,
maar zijn eerste lezers waren christenen die verspreid woonden in wat nu Turkije is.
Petrus noemt hen regelmatig ‘vreemdelingen’.
Ze mogen dan wel in Turkije wonen, dat is niet hun thuis.
Zij horen bij God.

De christenen aan wie Petrus schrijft,
leefden in een wereld waarin nauwelijks christenen waren.
Ze waren uitzonderingen, en daarom een beetje vreemd.
De mensen om hen heen hielden hen goed in de gaten.
‘Wat zijn dat voor vreemde mensen, die christenen?
Waarom geloven ze in die rare God van ze?’
Deze christenen werden zelfs onderdrukt.

Dat laatste gebeurt bij ons niet zo,
al moet je je geloof vooral wel prive houden,
maar verder lijkt deze situatie behoorlijk op de onze.
Ook in Franeker zijn christenen uitzondering.
De hele brief van Petrus gaat over
hoe je als christen leeft in een wereld waarin je uitzondering bent.
Heel actueel dus.
De komende weken zullen we daarom in de morgendiensten
ook de rest van deze brief bekijken.

Hoe dan ook,
juist deze christenen worden door Petrus aangemoedigd om te vechten.
Het gevaar voor die christenen in Turkije is
dat ze zwichten voor de druk uit hun omgeving
en net zoals de mensen om zich heen gaan leven.
Waarom zou je helemaal voor God leven,
als het met niet-christenen misschien nog wel beter gaat?

Geloven is vechten.
Dan heb ik het niet zozeer over naar de kerk gaan
of ervan overtuigd zijn dat God bestaat,
maar wel over dat je hele leven in het teken staat van Christus.

In die zin is geloven voor mij echt een gevecht.
Ik heb zeven jaar theologie gestudeerd.
Zeven jaar fulltime bezig met God en de bijbel.
Je zou zeggen: daarvan zul je toch dicht bij God komen.
Niet dus.
Natuurlijk, ik heb dingen geleerd die me dichter bij God hebben gebracht.
Maar dat is geen automatisme.
In je hele leven christen zijn, dat is gewoon moeilijk.

Het is veel gemakkelijker om te leven zonder met God rekening te houden.
Om gewoon op te gaan in het gewone leven.
Ik leef vandaag, en elke dag is er genoeg te doen.
Vrienden, familie, een verhuizing en gewoon ontspanning.
Waarom zou je je dan ook nog altijd met God bezig willen houden?

Petrus zegt dan: het leven heeft een doel.
Het gaat niet om je fijne of minder fijne leventje vandaag.
Waar het om gaat, het staat in vers 10,
is dat God je geroepen heeft naar zijn eeuwige luister.
Je leven vandaag staat in dat perspectief.

Geloof je dat op een dag Jezus terugkomt naar de aarde?
Dat het leven nu daarop gericht is?
Dat is de inzet van het gevecht.
Leef je voor het dagelijkse leven
of leef je voor dat grotere doel: de eeuwige luister van God?

Als je voor dat grotere doel leeft,
kun je ook anders gaan leven.
Juist zo kunnen we als kerk iets voor Franeker betekenen.
Door niet te zoeken naar hoe we ons eigen dagelijks leven
zo mooi mogelijk kunnen maken,
maar juist het belang van anderen te dienen.

Wat ik als predikant van deze kerk steeds weer wil doen,
is hierop de aandacht vestigen.
We zijn geroepen om deel te krijgen aan Gods eeuwige luister.
Dat is de kern.

2. De tegenstander

dia 6 – punt 2
Maar: dit is een gevecht.
Er is een tegenstander.
“De duivel zwerft rond als een brullende leeuw,” schrijft Petrus.
Zijn doel is precies het tegenovergestelde:
“leef voor jezelf, je leeft tenslotte maar één keer,
maak het jezelf toch niet zo moeilijk met dat geloven.”

Beangstigend.
Of niet?
Waar hebben we het eigenlijk over?
dia 7 – duivel
De duivel…
Is dat niet zo’n mannetje in een rode broek met een drietand en hoorntjes op z’n hoofd?
Zo’n figuur uit een stripboek die wanhopig probeert je bang te maken,
maar alleen maar inwerkt op je lachspieren?
Kom op, we zijn voor de duvel niet bang meer.
Wie gelooft er nu nog in zo’n zielige grap?

dia 8 – punt 2
Ik dus.
En de kerkenraad ook, volgens die brief.
Ik zeg het met enige schroom.
Ik weet dat veel mensen mij wanhopig ouderwets zullen vinden
wanneer ik zeg dat ik nog in de duivel geloof.
Maar als je gelooft in God,
kun je volgens mij niet anders dan ook te geloven
dat er iemand is die het kwaad in eigen persoon is.

Het komt die duivel eigenlijk wel goed uit,
dat beeld dat van hem geschetst wordt.
Dat rode mannetje kan gewoon niet bestaan,
dus kan de duivel niet bestaan.
Ongestoord kan hij zijn gang gaan, zonder dat iemand het doorheeft.

Hij is gevaarlijk, zoals die brullende leeuw.
Maar hij past zich ook aan zijn omgeving aan, zoals een kameleon.
In een tijd als die van ons
wil hij graag laten geloven dat al dat gepraat over duivels maar onzin is.
Het is voor hem alleen maar gemakkelijker om te vechten
met mensen die hem toch niet zien.
Hij zorgt er wel voor dat voor alles wat hij doet
ook een gewone verklaring gegeven kan worden.
Maar het maakt hem niet minder actief.

3. De prooi

dia 9 – punt 3
Geloven is dus een gevecht met de tegenstander.
De tegenstander die, volgens Petrus, op zoek is naar een prooi.
Over die prooi wil ik het nu hebben.
Wie vormt die prooi?

Heel kort gezegd:
iedereen die de duivel maar te pakken kan krijgen.
Zo kieskeurig is hij namelijk niet.

Maar ik wil het nu toespitsen op de Voorhof.
De duivel wil ook graag deze kerk verslinden.
Daarom die oproep van de kerkenraad:
‘sta ons terzijde in het weerstaan van de tegenstander.’

Even concreet.
Hoe probeert de duivel in deze kerk actief te zijn?
Om eerlijk te zijn: ik weet het niet.
De duivel is nu eenmaal niet zo open in zijn strategie.

Wel kan ik een paar mogelijke effecten van het werk van de duivel noemen.
De eerste heb ik eigenlijk al genoemd.
Het komt de duivel heel goed uit als christenen vergeten waar het eigenlijk om gaat.
Als ze niet verder kijken dan vandaag, helemaal opgaan in hun aardse leven.
Als ze wel geloven dat Jezus terug zal komen,
maar Jezus van hen best nog even mag wachten.
Want het leven op aarde is zo mooi.
Een kerk waar mensen wel naar toe gaan om een kerkdienst af te werken,
een kerk van uiterlijkheden en woorden zonder hart,
zo’n kerk kan de duivel goed gebruiken.

Het tweede effect heeft hier mee te maken.
De duivel vindt het mooi als een kerk naar binnen gericht is.
Als het leven binnen de gemeente de energie van de leden helemaal in beslag neemt.
Hij wil graag dat de kerk niets voor de samenleving betekent
en het goede nieuws van Jezus Christus voor zichzelf houdt.
Een kerk die naar buiten gericht is, vind hij vreselijk.
Wie zijn geloof niet voor zichzelf wil houden,
kan daarom extra tegenstand verwachten.
Hoe minder mensen Jezus volgen, hoe beter.

Petrus noemt nog een ander effect van het werk van de duivel: lijden.
In zijn brief komt dat steeds weer terug.
Blijkbaar hebben die christenen in Turkije veel leed te verdragen.
Daarbij gaat het vooral over vijandigheid tegenover christenen.
Zo wil de duivel je ontmoedigen om christen te zijn.

Als laatste effect noem ik de verhoudingen binnen de kerk.
Petrus schrijft daarover in vers 5.
In de omgang met elkaar moet je altijd de minste willen zijn.
Haantjesgedrag in de kerk is de duivel welkom.

Mijn taak als predikant is om jullie scherp te houden in dit gevecht.
Ik hoop dat ik ervan bewust kan maken hoe de vijand bezig is.
Hij gaat immers het liefst ongestoord zijn gang.
Dat betekent ook dat mijn taak soms pijnlijk is.
Want wie staat er nu om te springen van mij te horen
hoe de duivel in zijn leven bezig is?

Laat het nu trouwens niet lijken alsof de duivel met de gemeente bezig is,
en ik buiten schot blijf.
Juist als predikant ben ik voor de duivel een aantrekkelijke prooi.
Hij zou mij graag gebruiken voor zijn duistere plannen.
Om jullie door mij op een dwaalspoor te brengen.

Laat ik maar gewoon een zwakke plek van mij benoemen: hoogmoed.
Ik vind het heerlijk om herkend te worden en gewaardeerd te worden.
In een duister hoekje van mijn hart wil ik gewoon de beste predikant zijn.
In plaats van de blik op God te richten, ontneem ik het zicht op hem dan juist
door ervoor te gaan staan.

Een andere zwakke plek kan mijn eigen geloofsleven zijn.
Ik ben zo druk met van alles en nog wat, dat tijd met God er zomaar bij in kan schieten.
Een paar weken geleden ben ik begonnen in het boekje ‘te druk om niet te bidden’,
maar ik ben er gewoon te druk voor.
De duivel doet er zijn best wel voor dat ik gewoon geen tijd voor God heb.

Petrus schrijft aan het begin van het hoofdstuk van alles over leiders.
De duivel wil bij mij precies het tegenovergestelde bereiken:
dat ik mij onverantwoordelijk gedraag,
vooral zelf beter wil worden van mijn werk als predikant
en er in mijn persoonlijk leven een puinhoop van maak.

Ook met mij is de duivel bezig.
Dat vind ik beangstigend.
Ik wil daarom ook aan jullie iets vragen.
Ik beloof dat ik jullie zal helpen in het gevecht met de duivel.
Zullen jullie ook mij daarbij helpen?
Als jullie zien hoe de duivel in mijn leven en in mijn werk actief is,
zullen jullie het me dan zeggen en me helpen te vechten?
Ook al zijn het dingen die ik liever niet wil horen?
Zullen jullie mij scherp houden, en steeds weer op God richten?

4. De winst

dia 10 – punt 4
Hoe kun je dit gevecht winnen?
Laten we als laatste kijken naar wat Petrus daarover zegt.

Hij schrijft over waakzaam zijn, en op je hoede.
Gesterkt door je geloof moet je tegen de tegenstander vechten.
Geloof is dus enorm belangrijk in dat gevecht.
Het is de brandstof.

De duivel is wel zo sluw dat je liever niet tegen hem vecht.
Kiezen voor God gaat tegen je eigen natuur in.
Neem bijvoorbeeld je tijdsbesteding.
God wil dat je tijd neemt voor hem en voor anderen.
En voor vrienden maak je ook tijd.
Maar hoe zit dat met mensen die je niet zo graag mag?
God wil dat je tijd neemt voor iedereen die hij op je pad plaatst.
De duivel niet.
Die wil het liefste dat je alleen maar tijd voor jezelf neemt.
Dat de tijd die jij voor de televisie zit en op het internet heilig voor je is.

In het gevecht moet je dus niet alleen tegen de duivel kiezen,
maar ook tegen jezelf!
Dat kan alleen maar als er een grotere kracht is die je drijft.
Zo’n kracht is het geloof.
Als je gelooft dat je voor God leeft,
en zoals Petrus in vers 6 zegt,
dat God je een eervolle plaats zal geven,
dan kun je dat gevecht winnen.

Petrus wijst ook op andere christenen.
Waar ook ter wereld lijden christenen onder het werk van de duivel.
Elke christen doet mee in dat gevecht.

Dat de duivel in je leven actief is, is niet iets om je voor te schamen.
Het hoort nu eenmaal bij het leven als christen.
Je bent niet uniek als je tegen de duivel moet vechten.
Sterker: je bent uniek als de duivel jou met rust laat.

Vechten tegen de duivel is niet iets wat je alleen hoeft te doen.
Dat doe je met elkaar.
Maak daarom bespreekbaar waar jij tegen moet vechten.
De kans is groot dat anderen het alleen maar herkennen.
Ook dat geeft kracht om te vechten.

En dan zegt Petrus opeens nog iets heel anders:
God zelf doet mee in het gevecht.
Hij zal je sterk en krachtig maken.

Dat vind ik fascinerend.
Wat God doet en wat mensen doen, gaat hier hand in hand.
God vecht voor ons,
maar dat ontslaat je niet van de verantwoordelijkheid ook zelf te vechten.
Maar: als God niet mee zou doen,
zou ons vechten zinloos gepruts worden.

Je hoeft het niet alleen te doen in het gevecht.
God vecht met je mee.
Daarom kun je de strijd ook aan.
De duivel heeft macht, veel macht,
maar vergeleken met God is het niets.
Daarom hoef je niet weg te lopen voor de strijd.
Als God erbij is, zul je het winnen.

Daarom is het gevecht ook niet eng.
Ja, de duivel is angstaanjagend.
Maar hij vindt God angstaanjagend.

Nu ik hier predikant wordt, hoef ik het dus ook niet alleen te doen.
Ja, het is belangrijk dat ik me inzet voor mijn werk.
Maar deze kerk is niet het kerkje van ene Veurink.
Nee, deze kerk is kerk van God.
Ik ben niet meer dan een hulpje van hem.
Zonder God zou mijn werk hier zinloos zijn.

Hem komt de macht toe, voor eeuwig.
Amen.




1 Petrus 1 2 3 – Met God, buiten je comfortzone

Zondag voor de vervolgde kerk en openbare geloofsbelijdenis

Liturgie

Zingen vooraf

- Psalmen voor nu 84 ‘Wat hou ik van uw huis’

- Opw 614 ‘Uw genade is mij genoeg’

- GK Gez 158

Stil gebed

Votum

Zegengroet

Zingen: GK Ps 34,1.2

Gebed

Lezen uit de Bijbel

- 1 Petrus 1,3-9

- 1 Petrus 3,8-18

Zingen: GK Ps 34,4.7

Preek

Luisterlied: Opw 687

Zingen: GK Ps 146,1.2.3

Kinderen

Geloofsbelijdenis

- filmpje

- vragen

- Zingen: Opw 710 – zegenlied

- Felicitatie namens de kerkenraad

Voorbereiding op de viering van het heilig avondmaal met

- Lezen Matt 5,1-16

- Lezen geloofsbelijdenis geschreven door Arie, Bauke en Jeltsje

- Zingen Opw 575

Gebed

Collecte

Zingen: LB 444

Zegen

Opmerkingen:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar

Preek over 1 Petrus 1 2 3 – Met God – buiten je comfortzone

1. Arie, Bauke, Jeltsje – mooi dat jullie hier vanmorgen zitten. Ik vond het ook een voorrecht om het afgelopen jaar jullie nog belijdeniscatechisatie te mogen geven. Ik heb jullie de afgelopen jaren zien groeien – en nu zit je hier – om zelf ‘ja’ tegen God te zeggen. Dat maakt me dankbaar.

Ik zag van de week een berichtje op facebook, van jou Jeltsje. Een foto van een veld vol mensen op Opwekking. [dia 2]

‘Het bewijs dat ik niet de enige christen in de wereld ben, ook al voelt dat soms wel zo!!’

Soms voelt het eenzaam.

Hoe houd je het vol, hoe ga je de wereld in? Hoe leef je als christen na vandaag? Daar gaan we het dus over hebben.

Tegelijk is het vandaag de zondag voor de vervolgde kerk. [dia 3] Jullie kunnen vrij hier vandaag ‘ja’ zeggen. Je kunt er zonder probleem op facebook berichtjes over plaatsen. Vervolgde christenen kunnen dat niet zonder gevaar. Daarom kunnen wij juist van hen leren – hoe houden zij het vol?

Ik denk dat wij hun voorbeeld hard nodig hebben. Anne van der Bijl, oprichter van Open Doors zei onlangs dat hij somber is over christenen in het rijke westen. ‘Wij hebben het evangelie verraden. Als de westerse kerk door tolerantie en compromissen in haar comfortzone blijft, is de toekomst niet voor haar, maar voor de lijdende kerk.’

Dat trof me: Zitten wij lekker in onze comfortzone? Of stappen we daar uit? Ligt mijn veiligheid wel echt in God? Hoe hou je dat vol – leven buiten je comfortzone? [dia 4]

Petrus hoorde zelf bij de vervolgde kerk, en de mensen aan wie hij schreef ook. Van hem kunnen we daarom veel leren over hoe je het volhoudt. Ik heb er vier punten uit zijn brief gehaald – als antwoord op de vraag: hoe houd je het vol, hoe ga je de wereld in, je comfortzone uit?

2. Het eerste punt: blij met God. [dia 5]

Leven als christen begint altijd weer opnieuw bij God. En met God kun je ontzettend blij zijn. Petrus schrijft, [dia 6] 1 vers 8: U ervaart een ‘onuitsprekelijke, hemelse vreugde’.

Wow – dat klinkt mooi. Herkennen jullie dat? Of denk je dan – dat wil ik ook – maar ik heb het niet?

Ik herken het – maar lang niet altijd. Blijdschap die diep gaat en waarvan je moet lachen of huilen.

Hoe word je blij?

Je wordt blij door jezelf te richten op dingen die je blij maken, blij-makers. [dia 7] Ik ben geneigd om me te richten op dingen die niet goed gaan, waar ik ontevreden over ben. Een kritische blik. En daar word ik niet blij van.

Blij word ik als ik denk aan blij-maker – of als ik dingen meemaak, waar ik blij van word.

Dus: richt je op wat God geeft om je blij te maken. [dia 8]

Petrus noemt genoeg van dat soort blij-makers. Hij schrijft, 1 vers 3 tot 6: [dia 9]

Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden. Verheug u hierover …

Dus hij noemt:

1. je bent opnieuw geboren door de opstanding van Jezus – je hebt als christen nieuw leven;

2. Gods kracht beschermt je – Hij houdt je vast;

3. je complete redding komt er aan, en die kan niet meer stuk.

En als je volhoudt, zegt hij, in vers 7, dan krijg je ‘lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren’. We zijn op weg naar een geweldige beloning. God zal zeggen: Arie, Jeltsje, Bauke, kom hier, op het podium. Geweldig goed gedaan!

Dus zegt Petrus: Wees hier blij mee!

Hoe doe je dat?

Daarvoor is het eerste woord belangrijk: geprezen.

Door God te prijzen en te aanbidden. Door samen te zingen. Door te danken. Heer – u bent geweldig. Dank u dat ik opnieuw geboren ben. Dank u dat u mij beschermt. U zult mij geweldig belonen. Ik aanbid u.

Dat is het eerste: [dia 10] Blij met God. Blij met al die blij-makers.

Je wordt blij door er mee bezig te zijn: aanbidding – bedanken, bewonderen, belijden.

3. Dan het tweede: zuiver van binnen.

Van binnen – je hart, je ziel, je geweten. Moet je eens kijken hoe vaak het daar over gaat. [dia 12]

•        1 vers 22 Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart,

•        2 vers 11  ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen.

•        3 vers 15 erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart

•        3 vers 16 houd uw geweten zuiver;

Herken je dat – dat je van binnen meer of minder zuiver kunt zijn?

Het is belangrijk om daar oog voor te hebben – te krijgen.

God maakt je van binnen zuiver.

Een gevoel van rust – van ‘dit klopt’ – van ruimte – van openheid voor God en voor je naaste – van verbondenheid – schoon en heilig en mooi.

Als je van binnen zuiver blijft, blijf je dichtbij God.

Zonde, onze zelfzuchtige verlangens maken je onzuiver – onrustig, je schaamt je, je voelt je schuldig, je baalt, je voelt je vies, rot, onheilig, alleen.

Wie zuiver is van binnen, kan het volhouden – leven met God, van je naaste  houden, leven in liefde.

Wie niet zuiver is, komt alleen te staan. Niet meer leven in liefde. Los van God, los van je naaste.

Hoe blijf je zuiver van binnen? [dia 13]

Het eerste is: laat heel je hart toegewijd zijn aan Christus, je Heer.

Dat is een kwestie van gebed: Heer, laat heel mijn hart onverdeeld voor u zijn. Reinig en vergeef mij, als dat nodig is.

Dat is een kwestie van liefde: Mijn Jezus, ik hou van u.

Van luisteren: Spreek Heer, uw knecht luistert.

Van je laten leiden door de Heilige Geest

Van gehoorzamen – ik doe wat u zegt.

Ook als het niet zo comfortabel voelt.

Dat heeft dus alles te maken met blij zijn met God; daardoor word je, blijf je zuiver van binnen.

Het tweede [klik] is: geef niet toe aan je zelfzuchtige verlangens.

Wat zijn jouw zelfzuchtige verlangens?

Ondankbaarheid. Koppigheid. Lekker toegeven aan je verslaving. Genieten in je eentje en anderen vergeten. Jezelf profileren. Hebben hebben, kopen kopen. Vul maar in. Zelfzuchtig genieten in je eigen comfortzone.

Die zelfzuchtige verlangens zijn gevaarlijk. Ze brengen je ziel in gevaar, zegt Petrus.

Je ziel weg van God.

Je geweten onrustig.

Je vrede weg.

Niet meer open om lief te hebben.

Leeg en alleen blijf je over.

Nee! [klik] Gehoorzaam Jezus en blijf van binnen zuiver.

4. Dan het derde: betrokken op elkaar [dia 14]

Kijk wat Petrus zegt, 3 vers 8:

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn.

Wees eensgezind, dat zegt Petrus als eerste.

Niet omdat je samen voor Oranje bent. Ook niet omdat je samen lid bent van ‘De Voorhof’.

Deze eensgezindheid begint bij God. Wij willen samen Jezus volgen. Hem centraal zetten. Wij willen samen dat de Heilige Geest in ons leven alle ruimte krijgt. Kinderen van God zijn en tot Gods eer leven.

En verder: Samen je leven delen. Barmhartig zijn. Bereid de minste te zijn. [dia 16]

Dat betekent uit je comfortzone stappen. Je broers en zussen in de kerk zijn niet altijd leuk. Met elkaar meeleven komt niet altijd uit.

Denk jij vaak ‘Ik heb helemaal geen zin om mijn leven met anderen te delen’? ‘Ik kom op zondag in de kerk, dat is genoeg’

Dat is een zelfzuchtig verlangen. Het brengt je ziel in gevaar. Alleen hou je het niet vol. We hebben elkaar nodig.

Ik heb ook niet altijd zin om mijn leven met anderen te delen. Vrijdagavond was er mannenontbijt – mannenontbijt op vrijdagavond, zonder ontbijt. Ik had er niet zoveel zin in, maar ben toch gegaan. En ik merkte weer: als je samen Bijbelstudie doet, samen je leven met elkaar deelt, dan word ik zuiverder van binnen en blijer met God.

Uit je comfortzone stappen, je leven met elkaar delen, je krijgt er veel voor terug.

Uiteindelijk een onvoorstelbare beloning: lof, eer en heerlijkheid van God zelf. Moet je nagaan. En nu ook al een heleboel – andere christenen verrijken jezelf enorm.

Daarom: deel je leven met elkaar – in de gemeente. Op je kring – daar begint het. Daar heb jij verantwoordelijkheid gekregen – voor wie er bij jou op kring zitten.

Vertel wie God voor je is.

Deel wat je eensgezind maakt: de Vader, de Zoon, de Geest.

Vragen: Hoe is het met je? Kan ik je helpen?

Toegeven ‘Ik heb het fout gedaan. Hoe kan ik het goed maken?’

Zeggen ‘Ik vergeef je en hou er over op.’

Laat de gemeente een plek zijn waar je voelt: Ik sta niet alleen in deze wereld, ik ben niet de enige christen.

Kies ervoor om steeds weer betrokken te zijn op elkaar, van elkaar te houden.

5. En dan het laatste punt. Vrijmoedig de wereld in. [dia 17].

Dan vraag ik me af: Wil ik deze wereld in gaan, en daar zichtbaar christen zijn? Ben ik daarin een voorbeeld?

Of ben ik een westerse christen die lekker in zijn eigen comfortzone blijft zitten?

Me veilig verstoppen in Kampen, druk met artikelen schrijven, vergaderen met andere christenen, preken schrijven, voorgaan op zondag.

Hoe sta jij, en ik, tegenover God?

Trek jij de wereld in?

Toch sta ik hier – omdat wij een voorbeeld mogen nemen aan Jezus Christus.

Omdat we elkaar herinneren aan wat Hij heeft gezegd en gedaan voor ons. Aan wie Hij is!

Kijk in 1 Petrus 3,18: [dia 18]

Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen.

Jezus is onze redder, ons nieuwe leven, en ons voorbeeld. Dat is Hij steeds en ook hier. Vrijmoedig de wereld in, uit je comfortzone – Jezus kwam uit de hemel, ging naar het kruis! Volg die Jezus!

Petrus noemt dan twee dingen:

Eerst, 2 vers 12: [dia 19]

Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken.

Doe gewoon het goede.

Dan hoef je nergens bang voor te zijn!

En dan zie je wel wat er gebeurt.

Lees maar 3 vers 13-16: [dia 20]

13 Overigens, wie zou u kwaad doen als u zich volledig inzet voor het goede? 14 Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; 15 erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart.

Het eerste is dus: gewoon goed blijven doen. Misschien komt dan ook het tweede:

Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. 16 Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect.

Het tweede kan er dus een gevolg van zijn: mensen vragen waardoor je zo bent. Wat is het geheim van jou leven? Waar hoop je op? Wees altijd bereid om daarover te vertellen.

Niet: vertel altijd en overal waarom jij christen bent. [dia 21]

Maar leef zo dat jij aan het denken zet, en prikkelt.

En als dat gebeurt, als ze je vragen: waarom doe jij zo?

Vertel er dan over. Zachtmoedig, en met respect.

6. Tijd om terug te kijken.

Waar hebben we het over gehad?

Het ging om de vraag: hoe houden we vol? Hoe zijn we christenen die uit hun comfortzone durven stappen? Hoe blijven we echte volgelingen van Jezus?

Vier dingen dus, die bij elkaar horen en elkaar versterken. [dia 22]

Maar het is geen theorie. Het groeit door te doen. Daarom staat er iets achter:

•        Blij met God                         Door aanbidding

•        Zuiver van binnen              Door gehoorzaamheid

•        Betrokken op elkaar         Door lief te hebben

•        Vrijmoedig de wereld in Goed doen en getuigen

Tenslotte: laat je bemoedigen door wat Petrus verderop zegt:

Al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.




1 Petrus 2,9-10 – Levende stenen: heilige ambassadeurs van God

Levende stenen (3)

Liturgie

Voorzang: Ps 136,1 (allen) .2 (mannen).3 (vrouwen)
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 136,10 (m).15 (v) .18 (a)
Wet
Zingen: Gez 172,1.2.4
Gebed
Lezen: 1 Petrus 2,1-12
Zingen: Ps 135,1.2.8.11
Preek over 1 Petrus 2,9-10
Zingen: LB 473,1.3.4.5.10
Zingen met de kinderen: EL 455,1.2
Gebed:
Collecte
Zingen: Gez 162,1.2.4
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar; en ook een samenvatting met verwerkingsvragen, kijk hier.

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 2,9-10 – Levende stenen: heilige ambassadeurs van God

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus, maar ook iedereen die hier vanmorgen te gast is,

1. Bavaria heeft het mooi voor elkaar. [dia1] Via de dames in hun oranje Bavaria-jurkjes hebben ze in een klap hun naamsbekendheid wereldwijd enorm vergroot. Je stuurt een groep dames in oranje jurkjes het stadion in, vermomd als Deense supporters. Tijdens de voetbalwedstrijd gaan het rood-wit uit, en daar stonden ze, in Bavaria-oranje. Om even later gearresteerd te worden. Bekendheid – dat is waar een merk voor gaat.

Bekendheid – je kunt er als organisatie ook ambassadeurs voor inzetten. [Dia 2]Zo is Angelina Jolie ambassadeur voor de vluchtelingenorganisatie van de VN. Unicef heeft Jörgen Raymann, Trijntje Oosterhuis, Paul van Vliet. Je ziet ze hierboven.

Helemaal goed werkt het om ambassadeurs te vinden die zelf uit van dichtbij weten wat een organisatie doet. Ireen Wüst is ambassadeur voor de nierstichting. Haar oom is nierpatiënt. Nigel de Jong ook, zijn moeder is nierpatiënt. Zo zijn er ook organisaties voor hulp aan daklozen, die ex-daklozen inschakelen als ambassadeur. Organisaties voor verslavingszorg die ex-verslaafden uitnodigen om ambassadeur te worden.

Ervaringsdeskundigen zijn de beste ambassadeurs. [dia 3]

Hoe bekend is God in onze wereld? En dan bedoel ik niet: dat mensen ergens wel eens over God gehoord hebben. Maar dat ze weten waar het merk ‘God’ voor staat. En dat bedoel ik heel eerbiedig: de Bijbel heeft het dan over Gods naam – dat is zijn reputatie, zijn imago. Hoe bekend is God in onze wereld?

Gods naam – weet jij waar dat voor staat?

Dat staat voor ongekende liefde.

Voor goedheid.

Voor een eerlijke wereld, eerlijke rechtspraak, een laatste oordeel waarin alles wordt rechtgezet.

Voor licht en leven in donkere doodsheid.

Voor redding en nieuwe mogelijkheden.

Maar Gods naam is nog veel te weinig bekend. Zijn reputatie, zijn imago, ze zijn beschadigd door mensen.

God komt op voor zijn eigen imago. Het is zijn eer te na dat mensen een slecht beeld van Hem hebben. Dat ze Hem de schuld geven van de rotzooi die wij er in deze wereld van gemaakt hebben. Dat ze Hem achteloos vergeten en negeren.

Maar God doet niet aan guerilla-marketing, zoals Bavaria. Hij speelt volstrekt open kaart. Hij maakt geen gebruik van babes in mini-jurkjes die je kunt dragen met een diep decolleté. Hij wil ambassadeurs die heilig zijn. En Hij zet zich belangeloos in voor zijn ambassadeurs.

God zoekt inderdaad ambassadeurs. En wat zijn betere ambassadeurs voor God dan ervaringsdeskundigen? Mensen die zelf aan den lijve ervaren hebben wat het betekent als God in je leven komt?

2. God zoekt ambassadeurs door mensen te redden. [dia 4] Gered uit de troep van deze wereld. Gevangenen en verslaafden die nieuwe vrijheid krijgen. Zondige mensen die geestelijk dood waren, en nieuw leven krijgen. Uit het donker – in een wonderlijk mooi licht gezet.

Jullie zijn Gods ambassadeurs: mensen die dood waren, en die zich bij Jezus Christus hebben gevoegd. Jezus Christus, de uitverkoren hoeksteen. Die door op Jezus te bouwen levende stenen geworden zijn.

Deze gemeente – het is een tempel – een ambassade van God in Franeker.

Jullie, levende stenen, jullie zijn heilige priesters voor God – heilige ambassadeurs!

En jullie zijn dus zulke ervaringsdeskundigen!

Besef je dat?

Je hoort het vaak van gelovigen die in een christelijk gezin geboren zijn. Dat ze jaloers zijn op christenen die heel duidelijk tot bekering gekomen zijn. En dat kan ik me voorstellen. Als je een duidelijke bekering doorgemaakt hebt, als je echt zonder God geleefd hebt, en je hebt ervaren hoe anders een leven met God is – dan ben je God daar ontzettend dankbaar voor. Dan ben je inderdaad als ervaringsdeskundige een goede ambassadeur.

Maar lieve mensen: het geldt voor ons allemaal: zonder God zijn we niks. Zonder God is het donker in ons leven. Zonder God verdwijnen we in een eeuwige dood. Zonder God blijven we mensen met een hart van steen. Allemaal kunnen we ervaringsdeskundigen worden.

Kun jij als een ervaringsdeskundige over God vertellen? [klik]

Dat betekent dat je weet wat jouw problemen zijn: dat je leven zonder God nergens op uit loopt. Weet jij wat zonde is? Weet jij uit ervaring: het probleem van het kwaad, het is het probleem van mijn eigen hart? Ken je jezelf zo goed?

Maar het betekent nog veel meer: dat je gelooft dat God die problemen werkelijk aan het oplossen is. Dat Hij in Jezus Christus de beslissende stap gezet heeft. Dat in jouw leven het licht aan gegaan is. Dat God onvoorstelbare dingen doet. Ken jij Gods wonderlijke licht? Ken jij Gods ontferming?

Het is een gevaar dat je gewend raakt aan God, aan wat de Bijbel schrijft over liefde, verlossing, redding, noem maar op. Ik herken het uit mijn eigen leven. Je wordt er warm nog koud meer van. Merk je dat je lauw wordt, dat de eerste liefde weg is?

Bid God om vergeving daarvoor. En vraag Hem je opnieuw de ogen te openen: dat je vol verbazing, vol ontroering, ziet wat God in zijn liefde doet. Dat het je hart weer raakt. Eens stond ik buiten Gods ontferming, maar nu krijg ik het – ook ik krijg Gods ontferming!

3. Als je Petrus leest, dan proef je hoe bijzonder het is. Moet je eens kijken wat hij zegt [dia 5]:

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken.

Valt het jullie op? Petrus borduurt hier verder op allemaal stukjes uit het Oude Testament, het eerste deel van de Bijbel. Ik zal er twee langslopen.

Als eerste Exodus 19. Israël is door God bevrijd uit Egypte. Mozes brengt ze bij de Sinaï. Dan zegt God tegen Mozes [dia 6]:

‘Zeg tegen het volk van Jakob, laat de kinderen van Israël weten: “Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.” Breng deze woorden aan de Israëlieten over.’

Petrus gebruikt duidelijk dit gedeelte uit Exodus. Zo laat hij zien: de voorrechten van Israël zijn nu ook de voorrechten van de gemeente geworden. Israël is bevrijd, wij zijn bevrijd. Israël was kostbaar voor God, wij zijn kostbaar voor God. We zijn Gods bezit – wat een voorrecht! We mogen het net als Israël zijn: Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.

Voel je je niet bevoorrecht, ook niet als je dit leest? Lees dan mee in het tweede gedeelte,

in Jesaja 43 [dia 7]:

Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd,

laat het verleden nu rusten.

Zie, ik ga iets nieuws verrichten,

nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt?

Ik baan een weg door de woestijn,

maak rivieren in de wildernis.

De wilde dieren zullen mij eer bewijzen,

de jakhalzen en de struisvogels,

omdat ik water schep in de woestijn

en rivieren in de wildernis;

het volk dat ik heb uitgekozen, laat ik drinken.

Dit is het volk dat ik mij gevormd heb,

het zal mijn lof verkondigen.

Dit is een profetie over de tijd na de ballingschap van het volk Israël. Israël was uit het eigen land gedeporteerd. Je zou denken: einde verhaal. Maar God belooft: uit het niets zal ik Israël herstellen. Ik vergeet het verleden, ik ga met Israël verder. Opnieuw komt er een volk, het zal mijn lof verkondigen.

Laat je daardoor bemoedigen! Want Petrus zegt: dat herstel van Israël, die terugkeer uit de ballingschap, dat gebeurt ook door wat er in de kerk gebeurt. Jullie die God hebben leren kennen. Jullie die ervaren hebben: God geeft water in de woestijn. En die daarom Gods lof verkondigen.

4. En dat is bijzonder. [Dia 8] We horen eigenlijk niet bij Gods volk. We zijn geen Joden – voor zover ik weet – maar heidenen. Dat God verder wil met Israël, dat is al bijzonder. En het is superbijzonder: als God verder gaat met Israël, dan profiteren ook de heidenen ervan. Chinezen, Iraniërs, Brazilianen, Ghanezen, Duitsers, Canadezen. En wij, Friezen, Nederlanders.

Van onszelf zijn we geen volk. Geen gemeenschap. Laat staan een volk van God. Van onszelf zijn we een clubje mensen dat ook zo weer uit elkaar kan vallen. Samen levende stenen zijn, het gaat niet vanzelf.

Kijk eens om je heen. Bedenk eens wie je mist. Doe het maar echt even.

Zijn wij als gemeente een blijverdje, als het van ons af hangt?

Vergeet het maar!

Als het van ons af hangt, dan kun je het schudden.

Samen levende stenen zijn, het gaat niet vanzelf.

Maar het mooie is: Het hangt niet van ons af.

Het hangt af van Jezus. [klik] Zo begon Petrus: voeg je bij de levende steen, door God uitverkoren. Levende stenen, dat word je als je bouwt op Jezus Christus. Daar hebben we het vorige keer over gehad. Wat doe jij: bouw je op Jezus, of struikel je over Hem?

Hier noemt Petrus weer andere dingen. Wij zijn een volk door God verworven [klik]. God heeft ons gekocht. We waren slaven. God heeft ons gekocht met het bloed van zijn eigen zoon – ga eens na wat een hoge prijs hij heeft betaald! En nu zijn we vrij!

Wij zijn een volk dat God geroepen heeft [klik]. Uit het donker, in het licht. Een wonderbaarlijk licht. Dat dat licht er is – het is zo bijzonder. Een licht van liefde. Verrassend. Onverwacht.

We zijn een volk dankzij Gods ontferming. [klik]. We waren niks. Losse mensen. Maar God heeft gezien dat het niks werd met ons. Dat wilde Hij niet. Hij wilde niet dat ons leven stuk zou lopen. Daar doet Hij iets aan – dat is zijn ontferming.

Begin daar steeds weer, bij de bron. Bij God zelf. Dan zijn we levende stenen.

Besef: wij zijn niet zomaar een gemeenschap. ‘Eens was u geen volk’, schrijft Petrus. Gemeenschap zijn met elkaar, dat vraagt om inzet. [klik] Dat jij en ik besluiten: ik kies ervoor om iets op te bouwen met deze club mensen. Anders heeft ook een project als ‘Samen GROEI-en’ geen zin. Wil jij, wil ik, actief ons ervoor inzetten dat wij als gemeente groeien?

5. Maar het begint dus bij God. Wat dat betreft zou je kunnen zeggen: wij zijn een levend wonder. [Dia 9]Vergelijk ons maar met iemand die een chronische ziekte heeft. Nou, als je een chronische ziekte hebt, en je bent lid van een patiëntenvereniging. Je hoort over een nieuwe behandeling. Je gaat naar die arts met dat geneesmiddel waardoor alle klachten verdwijnen. En je bent genezen!

Hou je dat voor jezelf? Wat zouden ze op die patiëntenvereniging zeggen als je niet wilde vertellen wat er met je gebeurd is? Als je niet het adres van die dokter wilt vertellen?

Wij zijn een levend wonder. Wij zouden er niet moeten zijn – maar God wil toch dat we er zijn. Zonde is een chronische ziekte. Vroeg of laat ga je er dood aan. Je kunt er van alles van krijgen, en het is ook nog je eigen schuld. Maar dat vergeeft God. Hij wil ons genezen. Je zou het niet verwachten, maar we krijgen zelfs een VIP-behandeling van God. Als uitverkoren geslacht. Als heilig volk van God. Levend in het licht. Proef je dat Petrus wil zeggen: jullie zijn enorm bevoorrechte mensen! Heb je dat door – hoe bevoorrecht je wel niet bent?

Sta daar steeds weer bij stil. Het is zo belangrijk om dat te doen. Jij en ik, we zijn bevoorechte mensen. We krijgen zoveel van God. We krijgen God zelf! En al het andere daarbij. Geloof je dat? Besef je dat? Dan ben je inderdaad een ervaringsdeskundige: iemand die uit ervaring kan vertellen over zijn leven met God. [klik] Dan kun je een goede ambassadeur van God zijn.

En dat is wat God wil.

Er wordt God zo enorm veel onrecht aangedaan. Gods naam wordt besmeurd. Gods imago wordt beschadigd. Mensen vloeken en misbruiken Gods naam. Er wordt onzin over God verkondigd. Hij wordt genegeerd, aan de kant gezet. Hij geeft ons zoveel moois, en hoe vaak kan er niet eens een bedankje af. Hij wordt van van alles en nog wat beschuldigd – God is er de schuld van dat deze wereld zo’n chaos is. Gods naam is zo onbekend in onze wereld!

God heeft ons gekocht en nieuwe vrijheid gegeven, om als ervaringsdeskundigen zijn ambassadeurs te zijn! Mond-op-mond reclame werkt het beste.

[klik] Levende stenen zijn dus mensen met een taak. Jullie kunnen toch ervaren dat het niet klopt wat ze in de wereld over God zeggen? God is anders – een God van bevrijding, van ontferming. God heeft ons gemaakt tot bevoorrechte mensen. Wij zijn er om heilige priesters te zijn. Vertel de mensen wat God voor geweldige dingen heeft gedaan.

6. Petrus gebruikt twee beelden die in elkaar overlopen: [dia 10]: een tempel van levende stenen, en de heilige priesters die daarin aan het werk zijn. Maar het gaat om hetzelfde: samen God eren. We sluiten met deze preek het jaarthema van dit jaar af – levende stenen. Zo loopt het vanzelf over in het nieuwe jaarthema van het komende seizoen: samen God eren.

Daar gaat het hier om.

Christen ben je niet voor jezelf. Christen-zijn is niet iets vrijblijvends. We hebben een opdracht.

Een opdracht? Moet ik van alles?

Ach, zo’n opdracht, spreekt het niet vanzelf? Zo zwaar moet je het niet laden. Wie echt doordrongen is van God, van Gods Geest, die heeft er geen enkele moeite mee.

Denk aan dat voorbeeld van net: Ken jij een chronisch patient die genezen is, en die dat niet zou delen met andere patiënten?

Of kun je je voorstellen dat je fan bent van Nederland en naar het WK zit te kijken, en dat je niet juicht als Nederland scoort?

God wil geen ambassadeurs die een verplicht praatje afdraaien met een chagrijnige kop. Mensen die ambassadeur heten maar alleen maar voor zichzelf gaan, voor de leuke reisjes, de feestjes, de VIP-behandeling. God wil mensen die diep overtuigt zijn van Gods grootheid. En daarom geeft Hij ook zoveel. Hij geeft alles! Zodat je er niet meer om heen kan: God is groot!

Wees daarom ambassadeurs van God! Dat zeg ik ook tegen mezelf.

Levende stenen die getuigen van God. [klik] Vertellen wat jij en anderen van Gods grootheid ervaren hebben. Er is genoeg te vertellen! Dan is deze gemeente inderdaad een tempel van levende stenen – hier wordt Gods grootheid voor Franeker zichtbaar!

En daarmee worden onze verhalen en onze gemeente meteen ook een levensgroot eerbetoon aan God. [klik] Kun je over God vertellen, zonder Hem ook meteen te eren? Zonder Hem te willen loven? Te aanbidden?

En tot slot: wie ambassadeur is van een afkick-organisatie, verslavingszorg, en tegelijk als dealer cocaïne verkoopt, die kan geen ambassadeur zijn. Als je ambassadeur wilt zijn van God, terwijl je manier van leven vloekt met God, dat slaat nergens op. [klik] Geef daarom niet toe aan je zelfzuchtige verlangens, maar leef voor God. Heilig, aan Hem gewijd. Laten we samen God eren!




1 Petrus 2,6-8 – Jezus, de kostbare steen: bouwen of struikelen

Levende stenen (2)

Liturgie

Voorzang: Zingen Gez 38,1.4
Stil gebed
Votum – groet
Zingen: Gez 167,1.3
Wet
Zingen Ps 118,1.5
Gebed
Bijbellezing:
- 1 Petrus 2,1-10
- Johannes 5,16-18 en 30-46
Zingen: LB 321,1-3
Preek
Zingen: Gez 163,1.3
Kinderen
Zingen: EL 455
Gebed
Collecte
Zingen Ps 118,8-10
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar; en ook een samenvatting met verwerkingsvragen, kijk hier

- ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 2,6-8 – Jezus, de kostbare steen: bouwen of struikelen

1. Levende stenen – dat is ons jaarthema. [dia 3]

Hier voorin staat een gebouw van Duplo. Boven mij zien jullie het duplo-gebouw van vorige keer. Toen iedereen een steentje kreeg om z’n naam op te zetten.

Deze duplo-stenen leven niet. De stenen waarvan ons kerkgebouw gemaakt is ook niet.

Zeg nu niet te snel: ‘Ja, maar je moet het figuurlijk opvatten. Wij mensen, die samen een gemeente vormen, wij leven wel. Wij zijn de levende stenen.’

Want: wij leven ook niet van onszelf.

Hoe word je een levende steen?

Weten jullie het nog van september?

[dia 4] Een levende steen word je, als je opnieuw geboren wordt, 1 Petrus 1,23. Als je je voegt bij Jezus Christus, dan word jij zoals Hij. Hij is de eerste levende steen. Wij worden levende stenen als we naar Hem toe gaan.

Nu denk je misschien: als iedereen Jezus gaat volgen, dan komt het helemaal goed.

[dia 5] Maar dan zie je in vers 6-8. Mensen reageren op twee manieren op Jezus. Je kunt op Hem vertrouwen en op Hem bouwen. Maar er zijn ook mensen die niet op Hem vertrouwen. Dan is Hij een steen waaraan je je goed zeer kunt doen. Je kunt over hem struikelen. Je aan Hem stoten.

Er is hier vast wel iemand die zich wel eens lelijk gestoten heeft. Of gestruikeld en vervelend gevallen. Wie herinnert zich zo’n valpartij? [vragen]

Struikelen, je stoten, vallen over Jezus – dat is toch niet de bedoeling?

2. En dus kan ik jullie in deze preek waarschuwen: let erop dat je op Jezus bouwt, dat je je niet aan Jezus stoot. Dat je niet struikelt. De wijkouderling kan jullie waarschuwen, als hij op huisbezoek komt.

En dan hebben we een commissie die nadenkt over wijken en groepen. ‘Samen groeien’. Als die de gemeente nu eens goed organiseren, komt het dan niet allemaal goed?

Nee dus. Hoe mooi onze organisatie ook is, in die structuur zijn wijzelf de levende stenen. En ouderlingen of diakenen? Die zijn er, zegt Paulus in Efeze 4,12, om de heiligen toe te rusten voor het werk in de dienst van Christus.

Samen groeien als levende stenen, dat gebeurt als we elkaar opbouwen. [dia 6] Daarin hebben wij verantwoordelijkheid voor elkaar. Als eerste binnen je wijk of bijbelstudie/groeigroep.

Wijken, groeigroepen, bijbelstudie-groepen, ze zijn er om elkaar te helpen.

Je kunt met elkaar praten over hoe het met je gaat – dat is goed en belangrijk.

Over wat je van de Bijbel vindt – best waardevol.

Over wat er in de Bijbel staat – belangrijk om te doen.

Maar het is ook belangrijk dat je de diepere laag bereikt waar het persoonlijk wordt.

Help elkaar op Jezus te vertrouwen en op Hem te bouwen.

Wat doe jij en wat doe ik met Jezus?

Bouw ik op Jezus? Bouw jij op Jezus? Wat zijn dingen van Jezus waar we ons aan stoten?

Daarin kun je elkaar opscherpen en stimuleren. Zomaar heb je ook als gelovige je blinde vlekken. Dingen die je liever niet ziet. Dat kunnen dingen zijn waarin je je aan Jezus stoot. Help elkaar om te zien waar je gevaar loopt – pas op dat je je niet aan Jezus stoot. Liefdevol maar eerlijk

Hoe is dat in jullie wijk, groeigroep, vereniging?

Herinner je je mooie momenten, waarin je geestelijk opgebouwd werd? Onthoud die momenten. En laat je daardoor stimuleren.

Wees er als groep en als wijk op gericht om elkaar geestelijk op te bouwen. Zoek elkaar, spreek elkaar, van hart tot hart.

3. Maar waar heb je het dan over? Hoe doe je dat? [dia 7]

Daarom gaan we samen kijken naar Johannes 5. Het vervolg op de preek van vorige week. Je ziet hoe de Joden zich aan Jezus stoten. Ze willen Hem zelfs doden. Waarom? Wat is er mis met het genezen van een man die al 38 jaar ziek is?

Omdat Hij de sabbat zou ondermijnen, en omdat Hij zichzelf aan God gelijk stelt.

Hoe kun je voorkomen dat je je stoot aan Jezus? Als je Johannes 5 goed leest, kun je daar veel uit leren. Ik heb het samengevat in vier punten.

Als eerste: om je niet aan Jezus te stoten, is het belangrijk dat je houdt van God de Vader. [dia 8] Kijk maar in Johannes 5,42: het gaat bij de Joden mis omdat ze geen liefde voor God in zich hebben.

Als je van iemand houdt, dan kun je wat van die ander hebben. Je vertrouwt elkaar. Je houdt vol en haakt niet zomaar af. Als de ander iets aanpakt op een andere manier dan je zelf zou doen, accepteer je dat. Als je niet van iemand houdt, dan ben je gauwer boos. Je bent elkaar sneller zat. ‘Zoek het maar uit’.

Wie liefde voor God heeft, die heeft antenne voor wat God belangrijk vindt. Als je daar gevoel voor hebt, dan proef je bij Jezus: deze mens doet wat God wil. Hij is gestuurd. Hij heeft Gods goedkeuring. Zo zegt Jezus het zelf in vers 36-37.

Dus hou je van God, dan hou je van Jezus. Want je herkent God in Jezus. En dus bouw je op Jezus, en stoot je niet aan Hem. Je ziet Jezus samen met de andere levende stenen, je broers en zussen in de gemeente.

Herken je dat liefde voor God je een sterke drive geeft om bij Jezus te horen? Bij de gemeente van Jezus? Bij je groeigroep of wijk. Op de manier zoals God het zelf in gedachten heeft. Ook als Jezus soms anders is dan je gedacht had. Je naar andere plaatsen stuurt dan je gedacht had. Als Jezus mensen uitnodigt die je zelf niet direct uitgekozen zou hebben.

Deel die drive met elkaar. Stimuleer elkaar om die drive levend te houden – dat we samen gedreven zijn door liefde voor God. Wat is het mooi als dat kan in een groep! Dan kun je samen groeien!

Een tweede punt waar je het met elkaar over kunt hebben. Bouwen op Jezus doe je als je in Jezus gelooft. Geloven wat Hij zegt. Hem vertrouwen. Het komt een aantal keer terug in Johannes 5. Jezus omschrijft zelf wat geloven is (vers 40): [dia 9]

Bij Jezus komen om leven te ontvangen.

Dat betekent dat je niet al bij voorbaat afhaakt op hoe Hij is en hoe Hij te werk gaat. Dan ga je niet eens naar Hem toe.

Dat kan zomaar:

Je kunt moeite hebben met wat Jezus zegt. Over trouw in het huwelijk. Over onbezorgd leven. Over vergeving. Over de hel.

Of je kunt moeite hebben met wie Hij zegt dat Hij is. Zoon van God. De weg, de waarheid en het leven. Zou God zich zo volledig aan deze ene mens verbinden? Dat je echt bij Jezus moet zijn?

Of met zijn kruisiging. Met dat die kruisiging past bij hoe Jezus steeds te werk gaat. Hij werkt vaak verborgen en onopvallend. Als een zaad dat eerst moet sterven en dan pas gaat groeien. Daardoor kunnen mensen oprecht zeggen christen te zijn, terwijl je toch nog weinig aan hen ziet. Hier in de gemeente kunnen mensen tegenvallen, terwijl ze toch bij Jezus horen. Daar kun je moeite mee hebben.

Of met de lange tijd die het al duurt voor Jezus terug komt – al bijna 2000 jaar wachten we op Hem. Waarom grijpt Hij niet in en brengt Hij geen vrede op aarde?

Het kan ook anders: dat je soms wel naar hem toe gaat en soms niet. Als het je uitkomt, mag hij je helpen. Als het niet uitkomt, dan zoek je het zelf wel uit.

Je wilt bijvoorbeeld wel vergeving. Maar vraag Hem ook dat Hij jouw karakter verandert. Dat de vrucht van de Geest in je leven groeit. Bid als je bijna weer de fout in gaat, op je zwakke punt, om kracht, om te kunnen stoppen met bepaald zondig gedrag. Om echt een nieuwe leven te gaan leiden.

Of je wilt wel graag geraakt worden, een goed gevoel krijgen, wonderen zien. Bid ook dat je achter Jezus aan je kruis wilt dragen. Volhouden als het lastig is.

Help elkaar om op Jezus te bouwen. Om in alles steeds weer naar Jezus te gaan. Om van Hem leven te vragen. Mag Jezus echt alles voor jou zijn? Alles in je leven beheersen? Stimuleer elkaar daarin!

Een derde punt wat je hier tegen komt: je bouwt op Jezus als je Gods woord blijvend in je opneemt (vers 38). [dia 10] Jezus zelf waarschuwt voor oppervlakkigheid – in Matteüs 13. Hij zegt: Het woord kan zomaar uit je leven verdwijnen. Als je het hoort ben je blij. Maar dan komt er een beproeving. Je gaat je zorgen maken. Je wilt rijk zijn – en weg zakt je geloof. Het woord blijft niet in je.

Hoe blijft het woord dan in je? Door vaak Bijbel te lezen. Preken en toespraken te luisteren. Met elkaar door te praten over de Bijbel. Maar dan moet het ook bezinken. Luister daarom niet alleen met je hoofd maar ook met je hart. Luister niet alleen, maar doe ook wat Jezus zegt. Pas het op jezelf toe. Hang een belangrijke Bijbeltekst op in de gang, of boven je computer. Leer een vers uit je hoofd. Of zoals Maria deed, overweeg woorden uit de Bijbel in je hart. Nadenken, mediteren over wat er in de Bijbel staat.

En ook dat kun je samen doen. Vertel elkaar hoe je bezig bent met de Bijbel. Deel met elkaar wat een Bijbelgedeelte bij jou oproept. Help elkaar om lastige gedeelten toe te passen op jezelf.

En kijk eens in vers 45-46. Jezus zegt daar: Mozes schrijft over mij. Wat bedoelt Jezus daarmee?

Dat in de boeken van Mozes, Genesis – Deuteronomium, al verwijzingen naar Jezus te vinden zijn. Lees bijvoorbeeld daaruit Leviticus 16 en vergelijk dat met een brief uit het tweede deel van de Bijbel, de Hebreeënbrief. Dan ontdek je hoe Jezus Leviticus 16 vervult.

Geloof wat je in de Bijbel over Jezus leest!

Dan een vierde en laatste punt. Zoek geen erkenning van mensen, maar van God. [dia 11] We zijn allemaal mensen met een behoefte aan veiligheid en erkenning. Het is prettig om je ergens thuis te voelen en waardering te krijgen. Daar is niks mis mee. God wil ons veiligheid en erkenning geven. Hij houdt van ons. Geef de veiligheid en de liefde die God ons geeft, daarom aan elkaar door. Dan groeien we samen als levende stenen.

Maar Jezus waarschuwt ons ook: wat wil je liever: eer van mensen of eer van God (vers 44)? Zelfs een gemeente kan daarin een verkeerde plek krijgen. Doordat je meer in je gemeente, de kerk gelooft dan in God. Dan moet de kerk jou bevestiging, veiligheid, liefde, erkenning geven. En als de kerk dan tegenvalt, dan raak je alles kwijt.

Waar zoek jij ten diepste je veiligheid? Op wiens goedkeuring ben jij het meest gesteld?

Voor je het weet vind ik het belangrijker om op mijn preken complimentjes van jullie te krijgen dan dat God straks tegen mij zegt: Hans, je hebt mijn woord goed bij de mensen gebracht.

Ook daarin kunnen we elkaar helpen. Bouw op Jezus door elkaar bij Jezus te brengen. Door steeds weer elkaar te vertellen: God geeft ons veiligheid. Erkenning. Eer. Veel dieper en veel meer dan wij elkaar ooit kunnen geven.

Als je niet eer van mensen zoekt, maar van God, dan kun je trouw zijn ook als mensen tegenvallen. Dan kun je volhouden om mensen te zoeken die lastig zijn. Dan gebeuren er mooie dingen hier in onze gemeente!

4. Zo zie je dus vier punten die je kunnen helpen om niet over Jezus te struikelen, maar op Hem te bouwen:

- koester een grote liefde voor God

- geloof in Jezus

- bewaar Gods woord blijvend in je

- zoek eer van God, niet van mensen

En als je nu toch struikelt? Als je niet in Jezus gelooft? Kun je daar wel iets aan doen? Dan heb je ‘het’ gewoon nog niet – toch?

Of geeft God ongelovigen zelfs geen kans – kijk in 1 Petrus 2,8:

‘Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd’?

Achteraf kan dat waar zijn – dat zelfs ongehoorzaamheid van mensen niet buiten Gods plan om gaat.

Maar als je kijkt wat mensen doen, dan zie je sommigen op Jezus bouwen en anderen over Jezus struikelen. En dan zegt Petrus: degenen die struikelen, dat zijn mensen die ongehoorzaam zijn aan Gods woord. [dia 12]

Ze horen het wel, maar ze zeggen toch ‘nee’.

Daar zit een stuk koppigheid en onwil in.

Niet willen zien. Niet willen luisteren. Niet willen doen wat Jezus zegt.

Pas daarvoor op. Want wie ongehoorzaam is, zal struikelen en vallen.

En vergis je niet: ongehoorzaamheid kan klein beginnen. Het kan mij overkomen. Ieder van ons.

Je zegt dat je christen bent, je laat je gezicht hier regelmatig zien.

En toch is er een stuk in je leven waar je ‘nee’ zegt. Je geweten zegt dat het anders moet. Je weet het ook uit de Bijbel. Maar je hebt er geen zin in. Of door slapheid komt het er gewoon niet van. Dat kan een fout verlangen zijn, een fantasie, een kleine slechte gewoonte, een slechte eigenschap. Maar het wordt groter. Het staat de Geest in de weg. Het gaat tussen jou en God in staan. En je bouwt niet meer op Jezus, maar je struikelt.

Als je weet dat je ongehoorzaam bent: pas op – voor je het weet struikel je over Jezus!

Samen groeien als levende stenen, dat wil zeggen: houd elkaar hier scherp – dat je niet struikelt.

5. Een laatste punt in deze preek. Gehoorzaam zijn gaat steeds meer vanzelf als je ziet hoe kostbaar Jezus is.

Hoe meer je Jezus leert kennen, hoe meer je van God houdt, hoe meer die kostbaarheid van Jezus gaat zien.

God heeft Jezus uitgekozen om zijn kostbaarheid. Ook voor ons kan Jezus steeds kostbaarder worden. [dia 13]

Ook daarin kun je elkaar stimuleren.

Hoe kostbaar is Jezus voor jou? Waarom is hij voor jou kostbaar?

Wissel dat met elkaar uit!

Het is prachtig om dat van elkaar te horen. Ontroerend soms om te zien wat er allemaal genoemd wordt. Er is immers zoveel te noemen.

Hij is God die mens geworden is. Stel je voor – God met ons.

Hij heeft voor ons geleefd. Mens op onze plaats. Hij draagt ons hele bestaan.

Zijn heerlijkheid is zo groot – Hij heeft God groot gemaakt door zijn liefde te laten zien. Hij heeft laten zien hoe groot Gods naam is door voor onze zonden te sterven.

Zijn majesteit is geweldig. Hij is overwinnaar. Hij is koning en Hij regeert ons leven en heel de wereld. Gods rijk zal komen. Al onze vijanden zijn verslagen.

Hij is machtig en Hij doet wonderen. Hij is eerlijk en rechtvaardig.

Alles wat je nodig hebt, kun je van Hem krijgen: vergeving, bevrijding, nieuw leven, je mag kind van God zijn, je hebt hoop en uitzicht op een eeuwige toekomst.

En er zou nog zoveel meer te noemen zijn.

Wat wil je nog meer dan Jezus?

Voeg je samen bij Hem – de levende steen. Struikel niet over Hem, maar bouw op Hem. Dan groeien we samen tot een geweldige tempel van levende stenen!




1 Petrus 2,1-5 – Groeien in toewijding en inzet

Startzondag

‘Levende stenen’ (1)

Liturgie

Voorzang: Gez 170,2.3
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen: Ps 34,1.3
Tien geboden via avondmaalsformulier I
Zingen: Gez 125,1.2.3
Gebed
Lezen: 1 Petrus 1,22-2,10
Zingen: Ps 118,8.9
Tekst 1 Petrus 2,1-5
Introductie nieuwe jaarthema: ‘Levende stenen’
Preek over 1 Petrus 2,1-5
Zingen: LB 473,1.2.3.4.10
Kinderen: een huis bouwen met duplostenen
Zingen
- EL 455 (Kijk daar, een metselaar)
- EL 430 (Een wijs man)
Gebed
Collecte
Zingen: Gez 165
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een samenvatting met verwerkingsvragen beschikbaar, kijk hier. En hier is een werkblad voor de kinderen.

- Ik hoor het graag van de voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 2,1-5 – Groeien in toewijding en inzet

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

Het is vandaag startzondag. Samen starten we met een nieuw seizoen. Hebben jullie een goede zomer gehad? Zin om weer bezig te gaan?

Er is al een heleboel gebeurd om het nieuwe seizoen op de rails te krijgen. Gister zijn we heerlijk wezen zwemmen met de jongeren van het Visnet en de clubs. Alles gaat weer beginnen de komende week: catechisatie, club, noem maar op. We gaan er weer tegen aan! We beginnen op deze startzondag ook met een nieuw jaarthema – ‘levende stenen’. In de postvakken ligt een speciale jaarthema-bijlage bij de Voorbode. In deze preek gaan we voor het eerst met dat nieuwe jaarthema aan de slag.

Tegelijk: volgende week vieren we samen avondmaal. Daar bereiden we ons vanmorgen op voor. We hebben al een stuk uit een avondmaalsformulier gelezen.

Twee verschillende dingen.

Petrus gebruikt in 1 Petrus 2 ook twee heel verschillende beelden. Kijk maar: in vers 1-3 heeft hij het over een pasgeboren baby, over melk. Baby’s verlangen naar melk. Ik herinner me van Christi en Boaz dat als ze de smaak eenmaal te pakken hadden, ook wilden drinken.

In vers 4 komen we opeens in een heel ander beeld terecht. Daar gaat het over een steen. Eén levende steen en een heleboel levende stenen. Samen vormen die stenen een gebouw: een geestelijke tempel. In die tempel werken heilige priesters en worden geestelijke offers gebracht.

Die twee beelden wil ik verbinden met die twee dingen die we hier vanmorgen doen. Het beeld van de baby die melk drinkt werk ik vooral uit richting de voorbereiding op het avondmaal. Het tweede beeld hoort direct bij het jaarthema, dus het jaarthema krijgt in deel 2 van de preek vooral de aandacht.

2. Wat geef je een baby? Nieuw leven moet je goed verzorgen, met melk.

Stel je voor. Er is een baby geboren. En die baby krijgt vergif binnen. Dat is niet te hopen, want dan is er weinig kans op groeien. Baby’s kunnen sterven. Zo is het bij baby’s, zo is het ook bij nieuw leven dat God geeft, bij mensen die opnieuw geboren zijn. Als je opnieuw geboren bent door het woord van God, levend en altijd blijvend. Ook dat leven is nieuw en kwetsbaar. Het kan beschadigd worden. Daarom moet je het goed verzorgen. Je moet geen gif binnen krijgen, anders gaat dat nieuwe kapot.

Kan je nieuwe leven sterven? Jezus waarschuwt dat je door zonde schade kunt lijden aan je ziel.

En dus zegt Petrus: Je krijgt nieuw leven – ontdoe je dus van alles wat slecht is. Dat is vergif voor het nieuwe leven dat God geeft.

Alles wat slecht is, het is als vergif.

Bedrog – niet eerlijk zijn. Het vertrouwen van mensen beschamen. Liegen om er zelf beter van te worden.

Huichelarij – de ene keer doe je je heel goed voor. Kijk mij eens, ik ben integer, ik ben een goed mens. Ik zorg goed voor mijn omgeving. Maar ondertussen. Als het nodig is, als het niet opvalt, dan ben je opeens iemand anders. Van je mooie woorden komt opeens weinig terecht.

Afgunst – jaloezie. Op die ander die populair is, aandacht krijgt, invloed heeft – meer dan jij. Op die ander die het beter voor elkaar heeft, het beter doet, dan jij.

Kwaadsprekerij – achter iemands rug om bevorder je niet zijn goede naam. Je spreekt bewust kwaad over haar.

Het is vergif. Het is slecht voor het nieuwe leven. Maakt dat leven kapot.

En denk nu niet te snel: zo ben ik niet.

Petrus zegt dit tegen christenen. Het is dus nodig om dit tegen hen te zeggen.

Wij lezen dit als Gods woord ook tegen ons.

God vindt het nodig dat het ook tegen ons wordt gezegd.

Hoe eerlijk ben jij?

Hoe vaak huichel jij en doe je je mooier voor dan je bent?

Ben jij wel eens jaloers?

Spreek je kwaad over iemand, achter iemands rug om?

Het is vergif. Je maakt er het nieuwe leven dat God je geeft mee kapot.

Stop er mee.

Wat voor zin heeft het om avondmaal te vieren als je tegelijk jezelf vergiftigt?

Doe dus alles wat slecht is weg!

3. Een baby wil geen vergif, maar melk. Baby’s hebben een enorme zuigbehoefte. Krijgen ze geen melk, dan gaan ze huilen. Je kunt ze foppen met een speen, maar als ze honger krijgen? Dan lukt dat niet meer. Baby’s willen melk, tot ze hun buikje rond is en ze tevreden in slaap vallen.

Die zuigbehoefte van baby’s stelt Petrus ons ten voorbeeld. Naar welke melk moeten we dan verlangen?

De zuivere melk van het woord. Eerder had Petrus al gezegd, 1,23: jullie zijn geboren uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en blijvende woord. En in 1,25: dit woord is het evangelie dat u is verkondigd. Door het goede nieuws over Jezus Christus, ontstaat en groeit er nieuw leven.

Jullie moeten geen baby’s blijven, maar groeien en je redding bereiken. Of ben jij uitgegroeid?

Denk je dat? Dan vergis je je, als het om nieuw leven gaat. Geen enkele christen hier op aarde kan zeggen: ik ben uitgegroeid. Nee, blijf doorgroeien tot je definitief je redding bereikt.

Melk drinken dus.

Je drinkt meer, en het smaakt lekkerder, als je er zin in hebt. Hoe meer zin je hebt, hoe beter het is.

Zo is het dus ook met de zuivere melk van het woord van God. En net zo is het met het avondmaal. Daar word je gevoed met brood en wijn. Het gaat erom dat het nieuwe leven van Jezus Christus in jou blijft en verder groeit.

Natuurlijk gaat het hier om iets geestelijks. Om geestelijk gevoed worden. Juist daarom is het belangrijk dat je er zelf actief geestelijk bij betrokken bent. Hoe meer honger en dorst je hebt naar brood en wijn, naar het lichaam en bloed van Jezus Christus, hoe meer je gevoed wordt.

Daarom zegt Petrus: verlang!

Verlang naar het woord van God.

Maar net zo goed kun je zeggen: Verlang naar het lichaam en bloed van Jezus Christus. Verlang er naar dat Jezus Christus in jou komt wonen en daar blijft. Verlang er naar dat je door zijn dood vergeving krijgt. Verlang ernaar dat zijn bloed als het ware door jouw aders gaat stromen. Verlang ernaar dat Hij in jou zichtbaar wordt, vorm krijgt. Hoe groter je verlangen, hoe meer het ook gebeurt.

Bereid je voor op het avondmaal door je te oefenen in dat verlangen. Kom hier niet volgende week tot de ontdekking: O, het is ook avondmaal. Neem deze week bijvoorbeeld elke dag een kwartier om je op Jezus te richten, op zijn lichaam en bloed. Bid om geloof en verlangen.

4. Waarom zou je?

Petrus geeft een duidelijk antwoord op die vraag, een antwoord voor christenen. Vers 3: U hebt toch geproefd – staat er letterlijk – hoe goed de Heer is? Je hebt toch melk gedronken? Je weet toch hoe lekker het is?

Heb jij de smaak te pakken? Van het woord, van onze Heer, Jezus Christus?

Als je te lang niet drinkt van die melk, vergeet je makkelijk hoe lekker het was. Zo ook hierbij. Je vergeet hoe goed Jezus Christus is. Of misschien heb je het nog nooit goed geproefd. Hoe is dat bij jou?

Maar hoe het ook zit, of je de smaak te pakken hebt, of het vergeten bent, of misschien wel nooit geproefd hebt hoe goed Jezus is; Petrus zegt: de Heer is goed – dat heb je toch geproefd? En hij gaat het laten zien, vanaf vers 4. Daarbij stapt hij over op een ander beeld: van stenen en een gebouw.

Als we het over levende stenen hebben, denk je misschien direct aan jezelf. Aan christenen. Maar Jezus heeft hier duidelijk de hoofdrol en hij is goed.

Kijk wat Petrus allemaal zegt over Jezus: vers 4: Jezus is de levende steen. Door mensen wel afgekeurd, maar God heeft hem uitgekozen om zijn kostbaarheid.

Wanneer word jij een levende steen? Alleen als je je bij Jezus voegt (vers 4), dan wordt ook jij een levende steen (vers 5).

En verder in vers 5. Is God blij met wat wij doen, met christenen die priesters zijn en offers brengen? Ja, maar die offers zijn God welgevallig dankzij Jezus Christus.

Proef je in die woorden Jezus’ goedheid? Hij is zo kostbaar!

Jezus is de levende steen. Op Hem kun je bouwen. Hij is en blijft betrouwbaar. Hij is de bron van jouw leven. Hij maakt dat jij een levende steen kunt worden. Als je je voegt bij Hem, gaat jouw leven veranderen. Door Jezus heeft God plezier in jouw leven. Wat wij doen is eigenlijk nooit goed genoeg voor God. Door Jezus Christus is God blij met wat jij doet.

Vergeet dat nooit bij dit jaarthema. We praten over de organisatie van de gemeente. Over levende stenen. We roepen elkaar op om mee te doen.

Maar ook hierbij heeft Jezus de hoofdrol. Kom daarom volgende week aan het avondmaal, en proef hoe goed Jezus is. Proef daar zijn lichaam en zijn bloed.

Jij en ik, we worden alleen levende stenen als we bouwen op Jezus, de levende steen.

5. Als je dat ziet, kunnen we verder gaan. Laat je gebruiken als levende steen.

Veel mensen zeggen: Ik ben afgeknapt op de kerk. Maar op TV krijg ik genoeg geestelijk voedsel. Ik heb de kerk niet nodig.

In de kerk kunnen mensen beschadigd worden, helaas. Maar ga niet je uit van wat jij zelf denkt dat je nodig hebt. Luister naar wat Petrus hier zegt.

Als je christen wordt, je voegt bij Jezus Christus, wat gebeurt er dan? Dan word jij een levende steen die God wil gebruiken. God geeft jouw een plek in een groter geheel.

Jezus is niet gekomen om losse stenen te verzamelen. Hij is gekomen om voor God een tempel te bouwen. Weet je waarom?

De tempel is de plaats waar God dichtbij mensen is. Daar ontmoeten ze elkaar. Daar wordt God toegankelijk voor iedereen. Daar wil God mensen zegenen. En daar kunnen wij God onze liefde laten zien. Hem laten zien: ons leven is helemaal voor u.

Dus: wij vormen geen gemeente met elkaar om het samen goed te hebben. Dat is zeker ook Gods bedoeling. God wil niet dat jij en ik alleen blijven. Hij wil graag dat wij bij Hem zijn. Daarom zoekt Hij een plek om te wonen – een geestelijk huis van levende stenen.

Daarom nodigt hij ons uit aan de avondmaalstafel. Hij wil je laten merken: ik hou van jou! En hij brengt graag mensen bij elkaar. Geen eenzaamheid, maar liefde!

Voeg je dus bij het grote geheel van een gemeente. Geef jezelf.

Petrus zegt niet: ga aan de kant staan wachten tot je erbij getrokken wordt. Hij spreekt jou persoonlijk aan: Voeg je bij Jezus de levende steen en laat je gebruiken als levende steen zodat er een geestelijke tempel gebouwd wordt. Petrus benadrukt onze persoonlijke verantwoordelijkheid. Onderdeel van de gemeente word je, ben je, als je zelf komt en meedoet.

Dat wil niet zeggen: Maak jezelf eerst maar eens waar. Het betekent wel: een plek in het gebouw krijg je alleen op de bouwplaats. Stenen verloren in het veld blijven losse stenen. Wil je in het gebouw terecht komen? Ga dan naar het fundament, naar de hoeksteen, naar de plek waar God aan het bouwen is – zijn kerk.

Bezoek kerkdiensten.

Wees onderdeel van een gemeenschap met ouderen en jongeren. God kiest niet op leeftijd. Hij wil juist generaties bij elkaar brengen.

Doe mee.

Het is belangrijk dat je er bent.

Zo laat je je gebruiken als levende steen.

6. Dan verschuift het beeld weer een beetje, in de tweede helft van vers 5.

Denk je even in wat een tempel is: een gebouw van stenen. Daar kun je God ontmoeten. Iedereen kan er komen. In die tempel werken priesters. Zij staan tussen God en de bezoekers in. Priesters staan in direct contact met God, en brengen offers aan God.

Wat heeft God aan een leeg gebouw? Niks! Daar gebeurt helemaal niets!

Dus gaat Petrus verder: Wees heilige priesters die offers brengen aan God. Jullie zijn enorm bevoorrecht. Jullie mogen in direct contact met God staan! Jullie mogen offers brengen!

Waar moet jij aan denken bij die offers? Enig idee?

Denk aan gebeden en liederen. Een kerkdienst heet niet voor niets een eredienst. Een offer aan God. Heb je dat door? Elkaar ontmoeten, een preek horen, het is belangrijk. Maar het wezen van een kerkdienst is: het is een offer aan God. Als je bij kerkdiensten wegblijft terwijl je prima kunt gaan: besef dat je dan niet meedoet als er een offer aan God gebracht wordt! Zingen, begeleiden. Besef je dat ons zingen hier een offer is aan God? Zing vrolijk en uit volle borst.

Denk aan het geven van geld. Aan de kerk; aan organisaties die zich inzetten voor het evangelie, zoals de MAF – vliegtuigen voor zendelingen, Open Doors, het Nederlands Bijbelgenootschap; aan organisaties die christelijke hulp verlenen, zoals de ZOA, de Verre Naasten – het is een offer aan God. Wij hebben als gemeente een financieel tekort. Wat zegt dat over jou? Als het om geld gaat: weet jij wat een geestelijk offer is?

Denk aan daden van liefde – elkaar dienen en voor elkaar zorgen. Omzien naar elkaar. In wijken, in groeigroepen, in de gang van de kerk. Het is niet alleen iets tussen jou en die ander. Het is een offer aan God! Als je alleen kerkdiensten bezoekt en verder niets doet in de gemeente, dan breng je maar een beperkt offer. Bedenk eens: voor wie kun jij iets betekenen?

Welke offers breng jij God? God is onze offers waard! Onze toewijding, onze inzet. Hij is groot en machtig!

Daar gaat het Petrus ten diepste om: dat we dichtbij God leven. Ons leven helemaal aan God gewijd. Met overgave en inzet.

Kijk maar hoe hij het opbouwt.

Eerst in vers 1: doe alles wat slecht is weg.

Dan: Drink melk, zodat je groeit.

Voeg je bij Jezus

Word zelf een levende steen.

En het loopt uit op priesters die offers brengen.

Toewijding en inzet voor God. Natuurlijk is onze inzet altijd gebrekkig. Maar God is er blij mee, zagen we. Maak God door Jezus Christus blij met jouw leven! Als levende steen. Als priester die God offers brengt!




1 Petrus 1,3-9 – Blij met God, ook al word je beproefd

Liturgie

 

  • Voorzang: Gez 171,1.2
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 134
  • Wet
  • Zingen: Ps 119,3.5
  • Gebed
  • Lezen: – 1 Petrus 1,1-13- 1 Petrus 4,12-19
  • Zingen: Ps 16,1.3.5
  • Preek over 1 Petrus 1,3-9
  • Zingen: LB 288,1.2.4.8(‘s MiddagsGeloofsbelijdenisPsalm 103,1.9)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 70
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens wordt gelezen. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 1,3-9 – Blij met God, ook al word je beproefd

 

1. Wie weet wat ik hier bij me heb?

Het zijn twee stukken lood. Ze liggen op mijn bureau. Weet je waarom? Mijn opa heeft ze gemaakt. Van lood dat er vroeger om wijnflessen heen zat. Tegenwoordig zit de kurk van een fles onder plastic, vroeger was dat lood. Mijn opa spaarde dat lood. Als hij genoeg had, pakte hij zijn oude pannetje en zette dat op het gasfornuis. Ik herinner me nog heel goed hoe hij dit stuk lood maakte. Die netjes opgevouwen stukjes donkerrood lood. Ze smolten in de pan. Dan kwam er op het lood zo’n schuimlaagje drijven. Vuil. Verf. Dat schepte hij er voorzichtig af. Wat je dan overhield, was puur lood. Dat goot hij in een vorm. En dan kreeg je dit: echt lood.

Door de warmte van het vuur werd de echtheid van lood getest. Het werd gereinigd, schoongemaakt. Het vuil kon je er zo van afscheppen. Wat je overhield, was echt lood.

Waarom vertel ik dat?

Ik moest eraan denken omdat Petrus het heeft over goud dat door het vuur wordt getest. Misschien denk je als het gaat over vuur, over een vuurproef aan die verschrikkelijke gebeurtenis in Kampen afgelopen week: kinderen die omkomen door het vuur. Daar gaan we straks zeker voor bidden. Petrus denkt aan iets anders: het vuur van een goudsmid – daar gaat het in de rest van de preek over: vuur dat gebruikt wordt om goud te smelten. Je schept het vuil eraf, en dan houdt je puur en echt goud over.

Het is een beeld voor wat er met ons allemaal gebeurt. We moeten beproevingen verduren, schrijft Petrus. Dat is net zo’n soort test. Wat wordt er getest? De echtheid van ons geloof. In de beproeving blijkt: wat is echt geloof? Wat is schuim waar je niets aan hebt? Vuiligheid, die weg moet? In de beproeving wordt het schuim en de vuiligheid weggeschept. En wat blijft er over? Geloof dat sterker is geworden, puurder en echter.

Dit gedeelte uit 1 Petrus vond ik mooi om zo direct na de vakantie over te preken. De vakantie is voorbij. Hoe begin je weer aan een nieuw seizoen?

Petrus zet een aantal dingen op een rijtje. Dingen die je helpen om op een goede manier te beginnen:

- realistisch: er zijn beproevingen

- vol hoop: Jezus is opgestaan

- vol geloof: gericht op iets geweldig moois

- vol blijdschap: God is onze redder!

Laten we er eens wat beter bij stilstaan en kijken wat God ons hier wil zeggen.

2. Petrus is realistisch: tot ons verdriet moeten we nu nog allerlei beproevingen verduren. Herkenbaar, of niet?

Conflicten thuis of op je werk. Problemen waar je niet uit komt. Zit je al weer bij de dokter, de zoveelste keer. Matheid en dorheid in je hart. Je zou aardiger willen worden, maar het lukt niet Vragen waarop je van God geen antwoord krijgt. Vul het zelf maar in. En Jezus zien we niet. Lastig hè?

Is al het lijden een beproeving van God? Niet vanzelf. Maar zo wil God het wel gebruiken. Lijden wat je meemaakt als christen wordt een beproeving, een test van je geloof.

Petrus zegt zelfs: je loopt misschien juist als christen tegen die beproevingen aan. Kijk maar in 1 Petrus 4: het oordeel van God begint bij Gods eigen mensen.

Waarom? Denk weer aan de goudsmid. Waar gaat de goudsmid mee aan de slag? Met goud, niet met waardeloos materiaal. Een goudsmid wil puur echt goud. Dus gaat hij smelten, reinigen, om goud van kwaliteit over te houden.

Waar gaat God mee aan de slag? Met de gelovigen. God wil zo ook echt geloof over houden. Hij wil ons geloof testen, reinigen, laten groeien. Hij gaat voor geloof van eerste klas kwaliteit. Bijzonder: dat geloof is veel meer waard dan goud!

God test mij, jou, ons: wat is geloof? En wat is vuil, zonde en ongeloof?

Maak jij beproevingen mee? Die hebben een doel: dat er puur geloof overblijft. En het andere uit je leven verdwijnt.

Werkt het bij jou ook zo? Wat gebeurt er als jij getest wordt?

Hoe stel je je op als je beproefd wordt, zodat je geloof er sterker uitkomt?

Nou, door te zeggen: Heer, beproef me maar. Ik wil graag van u leren. Ik wil graag groeien in geloof. Here Jezus, zonder u kan ik niets. Zoals het in het slot van psalm 139 staat:

Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is.

Dan wordt je geloof echter. Groter. Puur. En onheiligheid, ongeloof, zonde – ze worden weggesmolten.

Zeg dus niet:

Wat moet ik nu weer met deze beproeving? Heer, ik geloof nooit dat u dit kwaad voor iets goeds kunt gebruiken. Ik wil niet veranderen. Laat me nu toch eens.

Dan kies je juist voor ongeloof. Dan kies je in de beproeving juist tegen God en tegen het geloof in Jezus Christus. Terwijl dat juist moet verdwijnen!

3. Omdat ik de preek begon met dit stuk lood, ben ik bij de beproevingen begonnen. De vakantie is weer voorbij. Dan is het goed om te weten: ook het komende seizoen kunnen er beproevingen komen. Maar alsjeblieft: dat is niet het belangrijkste. Petrus begint niet bij de beproevingen.

Er is zoveel om God te prijzen. Om zo blij mee te zijn. Petrus vertelt bijvoorbeeld: wij zijn opnieuw geboren door de opstanding van Jezus Christus. Daardoor leven we in hoop – kijk maar in vers 3. Zo heeft Petrus het zelf meegemaakt.

Hij was wanhopig. Jezus dood! Heel zijn toekomst, zijn verwachting van Gods koninkrijk viel in duigen. Maar toen…

Die verhalen over verschijningen van Jezus. Wat kostte het een moeite voor het tot Jezus’ leerlingen doordrong. Ze moesten gewoon opnieuw geboren worden. Andere mensen worden. Maar ze konden er niet om heen. Jezus leeft! Hij is opgestaan. Petrus en de andere leerlingen werden opnieuw geboren op Pasen.

Vanaf dat moment was alles anders. De dood is niet het einde. Jezus is geen loser, geen mislukking. Jezus is de beloofde redder. Je mag vol hoop beginnen aan een nieuw seizoen. Zelfs als je werkeloos bent. Als het niet goed gaat op school. Als je veel te weinig geld binnen krijgt. Door Jezus is er vrede met God. God is je Vader! God houdt van jou en van mij. En alles komt goed! Door Jezus komt er vrede op aarde. Door Jezus komt Gods rijk! Er is echt iets veranderd in deze wereld – dat kun je in je eigen leven merken!

Voor Petrus persoonlijk horen ze bij elkaar: Jezus’ opstanding, zijn nieuwe geboorte, zijn wedergeboorte, en leven in hoop. Wij maken de opstanding van Jezus niet direct mee zoals Petrus. Maar overal worden er mensen opnieuw geboren. Kijk maar in 1,21: wij kunnen opnieuw geboren worden uit onvergankelijk zaad, het blijvende en levende woord van God. Uit dat woord leren ook wij Jezus kennen. We horen dat Hij is opgestaan. Er is een nieuw leven, vol van hoop – voor jullie allemaal.

Ben jij opnieuw geboren? Toen dat mij voor het eerst gevraagd werd een jaar of tien geleden, schrok ik. Maar het is een terechte vraag. Ben jij opnieuw geboren? Door het woord van God, over Jezus Christus, over Gods rijk, over de opstanding, een nieuw mens? Levend in hoop en verwachting?

Luister naar het woord van God vol verwachting – en je wordt opnieuw geboren, dankzij de Heilige Geest. Want dat woord is het zaad van nieuw leven. En dan is er hoop. Geweldig mooi!

4. Er is hoop – dus je ziet nog niet! Let daar op. Kijk maar wat Petrus verder allemaal zegt. Pak je Bijbel er maar bij.

Hij schrijft over hoop, vers 3 – als je hoopt, dan heb je het nog niet. Hij heeft het over een erfenis in de hemel, vers 4-5. Onzichtbaar dus.

Hij schrijft: u ziet de redding tegemoet die aan het eind van de tijd zeker geopenbaard zal worden. Vers 4-5. Opnieuw: die redding is nog onzichtbaar. Pas aan het eind van de tijd, op het allerlaatste moment wordt het zichtbaar.

Slot van vers 7: u verwerft lof, eer en roem, wanneer Jezus Christus zich zal openbaren. We zien Hem nu niet, tot hij vanuit de hemel terugkomt.

Vers 8: we houden van iemand, we geloven in iemand die we nog nooit gezien hebben.

Wij willen graag zien, voelen, beleven. Zo gaat dat al tussen mensen. Als je geen liefde meer voelt, dan is de conclusie: de liefde is over. We houden niet meer van elkaar. Dus op zoek naar een ander. Maar liefde is niet als eerste een beleving, een supergevoel. Liefde is een keus voor een ander. Liefde is volhouden. Trouw zijn.

Zo is het bij God ook. We worden geprikkeld om te zoeken naar beleving. Ervaring.

Natuurlijk ervaren we wel dingen. Daar schrijft Petrus ook over. Tenminste: ervaar jij de dingen waar Petrus over schrijft? Dat wens ik jullie van harte toe!

We ervaren dat we andere mensen zijn geworden. Mensen zonder hoop zijn hoopvolle mensen geworden met een doel, een verlangen. Die verandering is zo groot dat het een nieuwe geboorte is.

Vers 4-5 het begin: we ervaren de kracht van God waardoor we overeind blijven in geloof.

Vers 6: we verheugen ons – we ervaren blijdschap. We ervaren zeker dingen.

Maar tegelijk: een heleboel is nog niet te zien.

We gaan weer aan het werk na de vakantie. Het gewone leven begint weer. School. Werk. Een nieuw seizoen in de gemeente. Misschien denk je wel: waar zie ik God in mijn gewone leven? Waar is Jezus als ik op school ben, aan het werk ga?

Zoek God waar je Hem nu kunt vinden. Je vindt God in de bijbel, het levende en altijd blijvende woord van God. God is er door zijn kracht. Jezus komt in je door de Heilige Geest. Maar Jezus zelf, je redding, je erfenis: je ziet het nog niet. Er is al wel blijdschap. Maar leven als christen is leven in hoop en in geloof.

5. Ik heb het steeds over hoop en geloof. Waar hopen we dan op? Waar mag je vol geloof naar verlangen?

Petrus gebruikt twee woorden: ‘erfenis’ en ‘redding’. Ze hebben alles met elkaar te maken.

Waarom? In dat woord erfenis klinkt van alles mee.

Eén: toen Israel na de bevrijding uit Egypte in het beloofde land kwam, kreeg iedereen zijn erfdeel. Je erfdeel dat was je eigen stukje van het land Israel. Daaraan zag je: ik hoor er bij. Ik ben deel van Gods volk.

Twee: die erfenis wordt een beeld voor het koninkrijk van God. Jezus vertelt in Matteus 21 en Lukas 20 een gelijkenis – de gelijkenis van de pachters in de wijngaard. In die gelijkenis gaat het ook over een erfenis. Die erfenis is Gods rijk.

Drie: een erfenis krijg je als kind. Een zoon krijgt de erfenis van zijn Vader. Jezus erft van God de Vader. Volgens de bijbel zijn de gelovigen net als Jezus kinderen van God geworden. Ze krijgen daarom ook een deel van de erfenis.

Dus die erfenis dat is wat je van God krijgt doordat je bij Jezus hoort. Jouw stuk van Gods rijk. Jouw deel van Gods heerlijkheid. Jouw stuk van het nieuwe beloofde land, de nieuwe aarde. Jouw redding.

In dat ene woordje erfenis klinkt dus van alles mee. Die erfenis zal een onuitsprekelijke hemelse blijdschap oproepen. Bevrijding. Alle problemen opgelost. Alle ziekte genezen. Vrede op aarde. Voor eeuwig dichtbij God leven. God heeft voor mij, voor jou speciaal iets klaarliggen! Echt iets om enorm naar te verlangen.

Kun je die erfenis ook mislopen? Stel je voor: je geeft er nu dingen voor op, en uiteindelijk krijg je niks van die hele erfenis.

Lees maar het begin van vers 4-5.

Weet je waar die erfenis bewaard wordt? Niet in een kluis op een bank waar niemand erbij kan. Maar in de hemel.

En hij zal niet wegschimmelen achter gesloten kluisdeuren. Die erfenis is onvergankelijk. Ongerept. Hij verwelkt niet. Onuitsprekelijk hemels.

En Petrus zegt: u wordt door Gods kracht beschermd omdat u gelooft. Dus degenen die in God geloven, die verlangen naar wat God zal geven, die hopen op God, die gehoorzaam zijn aan Jezus, die worden door God zelf beschermd. Door alle beproevingen, zelfs door de dood heen ben je veilig bij God.

Wat kan er nog mis gaan als je het van God verwacht? Wees doelgericht, met het oog op die erfenis!

6. Als je dat allemaal weet, hoe ga je dan na de vakantie weer aan het werk? Realistisch – er zijn beproevingen. Gelovig. Hoopvol. Doelgericht: de erfenis ligt klaar.

En dan zijn er nog twee dingen waar ik mee af sluit. Prijs God en wees blij.

Dat is ook wat Petrus doet en waar hij ons toe oproept. Het begin, vers 3: Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. Vers 6: Verheug u.

Ben jij blij met God? Sta jij bekend als een blije christen?

Ik zou graag willen groeien in blijdschap. Petrus zegt gelukkig niet dat wij altijd blij zijn. Hij roept ons er juist toe op: Wees blij. Word blij.

Waarom is dat belangrijk? Als je blij bent met wie God is en wat Hij je geeft, dan raakt het echt je hart. Dan merk je dat je bij God een diepe voldoening vindt. God ziet dat. Anderen zien het aan je. Wie blij is met God, die is onder de indruk van God.

Maar is het dan niet: je bent het of je bent het niet? Nee, zo is het niet. Kijk nu naar mij. Ik ben ook niet zo’n blij typje. Maar je kunt wel in de stemming raken. Je hebt invloed op je gevoel. Je kunt je gevoel ergens op richten.

Wees blij! Hoe doe je dat? Niet door een blij gevoel te zoeken. Maar door God te zoeken.

Bidden dat de Heilige Geest je je gebrek aan vreugde wil vergeven en nieuwe blijdschap wil geven. Bidden dat de Geest je ogen en je hart weer open wil maken voor wie God is. En daarom blijven bidden.

Door God te prijzen. Ga ervoor zitten, stap over je drempel heen en doe het gewoon. Tegen God zeggen waarom je Hem geweldig vindt. Dingen te bedenken waarom je blij van God kunt worden. Bedenken waar je God dankbaar voor bent. Wij hebben nu thuis een bedankboekje waarin we elke dag dingen opschrijven waar we God voor willen bedanken. Kijk hoe Petrus het hier doet: het is een grote opsomming van dingen die God geeft en waar hij blij van wordt.

Wie blij is in God, wie blij is met wat God geeft, die kan het leven aan. Petrus heeft het immers over een onuitsprekelijke hemelse vreugde.De blijdschap en de voldoening die God geeft gaat dieper dan wie of wat ook maar. Prijs God daarom en wees blij in Hem!




1 Petrus 5,10-11 – Met God houd je het vol

Openbare geloofsbelijdenis

Liturgie

Voorzang: Opw 334 en Opw 488
Welkom
Votum / groet
Zingen: Gez 167
Wet
Gebed
Schriftlezing: 1 Petrus 1,1-12 en 1 Petrus 5,8-11
Zingen: Gez 158
Tekst: 1 Petrus 5,10-11
Preek over 1 Petrus 5,10-11
Zingen: Gez 161,1.3.4
Openbare geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 134
Gezamenlijke geloofsbelijdenis: geloofsbelijdenis geschreven door de nieuwe belijdende leden
Zingen: Opw 354
Aanbieden belijdenisgeschenken
Gebed
2 liederen
- You’ve got a friend
- Net mear allinnich
Collecte
Slotlied: Ps 150
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over 1 Petrus 5,10-11 – Met God houd je het vol

 

Beste Rik, Margriet en Yje Roel, familie, vrienden, u die hier verder bij onze gemeente te gast bent, gemeente van Jezus Christus,

1. De afgelopen drie jaar heb ik jullie catechisatie mogen geven. Dit jaar waren jullie met z’n drieën, en nog Cora en Sjouke uit Harlingen er bij. Ik kijk met plezier terug op de cursus van dit jaar. Rik is zo meteen echt helemaal klaar; Margriet en Yje Roel, jullie hebben nog een uurtje van me te goed. Kunnen we misschien straks even een afspraak maken – geintje.

Jullie sluiten zo meteen niet alleen een jaar belijdeniscatechisatie af. Er komt ook een eind aan de periode dat je dooplid was van de kerk. En jij, Yje Roel, bent net lid geworden van onze gemeente. Even dooplid. Zo meteen worden jullie volwaardig lid. Jullie mogen het avondmaal meevieren.

Jullie zeggen zo ‘ja’ tegen God en tegen Gods verlossing. Als je leest in 1 Petrus 1 is dat allemaal prachtig mooi. Opnieuw geboren worden. Jezus is opgestaan uit de dood. Wij leven in hoop. We zijn op weg naar een onvergankelijke, ongerepte erfenis. We verwerven lof, eer en roem. We ervaren een onuitsprekelijke, hemelse vreugde. Je zou haast zeggen: Petrus gaat uit zijn dak. Daar word je zelf ook blij van. Al dat geweldige wat God geeft. Prachtig!

Maar we weten ook allemaal dat het best lastig is om altijd zo blij te leven. Dat gaat niet vanzelf. Petrus schrijft er ook over. Er is verdriet. Er zijn beproevingen. We zien Jezus Christus nog niet. En er is een vijand. De duivel, die rond zwerft als een brullende leeuw. Hij zoekt een prooi.

Merk je dat er aan je getrokken wordt? Soms wel, soms niet denk ik. Het is lang niet altijd makkelijk om christen te zijn. Het is mooi als je een groepje mede-christenen om je heen hebt in je klas, zoals jij, Margriet, maar als dat niet zo is? Hoe zal het jou in Arnhem vergaan volgend jaar, Rik? Als je lastige vragen krijgt waar je niet direct een antwoord hebt, Yje?

Petrus zegt: Christenen gaan onder leed gebukt. Christenen worden vervolgd om hun geloof. Het is soms best lastig om te geloven. Hoe houd je het vol?

Als jullie straks ja hebben gezegd, krijgen jullie een zegen mee – 1 Petrus 5,10-11. Daar worden hele mooie dingen gezegd. Laten we kijken wat er zometeen gezegd wordt tegen jullie. Uit die verzen heb ik voor jullie vier bouwstenen gehaald voor een leven met God. Ik hoop dat het jullie, Yje Roel, Margriet en Rik, en jullie allemaal, helpt om het vol te houden. Met plezier, om voor God te gaan, met enthousiasme.

2. De eerste bouwsteen. Jullie komen hier straks staan. Jullie zeggen ja. Tegen God, tegen zijn woord, tegen de verlossing die Hij geeft.

Waar is dat begonnen? Jullie hebben allemaal christelijke ouders. Vriendschappen spelen een rol. Dingen die je meemaakt en die je geloof verdiepen. Waar komt jullie ‘ja’ vandaan? Uit je opvoeding? Van je ouders? Van je vrienden?

Petrus zegt: daarachter moet je iemand anders zien. God zelf! God heeft jullie geroepen.Hij heeft het initiatief genomen.

Hoe dan? Letterlijk staat er in vers 10: de God van alle genade heeft jullie geroepen tot zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus. Het is niet helemaal duidelijk waar dat ‘in Christus Jezus’ bij hoort: bij de roeping of bij de heerlijkheid. Ik denk dat het bij beide hoort.

Dat wil zeggen: God heeft jullie geroepen in Christus Jezus. Toen jullie de Here Jezus leerden kennen. Voordat jullie er waren, toen wij mensen nog vijanden van God waren, toen heeft Jezus zoveel voor ons gedaan. Voor zijn vijanden is hij gestorven aan het kruis. Zijn liefde is onvoorstelbaar groot. Vandaar dat Petrus zegt: God is de bron van alle genade. Hij is de God van alle genade. Alle genade. Het is uit God.

Wat is genade? Genade is iets terugkrijgen wat je verspeeld hebt. Onverwacht en onverdiend.

Dat is een belangrijke bouwsteen voor jullie leven met God. Jullie geloof, jullie ‘ja’ tegen God heeft een begin. Je leven met God heeft een bron; een bron van genade – God roept jullie in Christus Jezus!

Margriet, Rik, Yje Roel! Ik houd van jullie. Kijk naar mijn zoon, Jezus Christus. Die heb ik voor jullie gegeven in de dood. Het kostbaarste wat ik heb, geef ik voor jullie. Door Hem mag je opnieuw beginnen. Door Hem krijg je nieuw leven. Door Hem ben je mijn dochter, mijn zoon.

Hoe kun je die bouwsteen zelf gebruiken? En niet alleen Yje Roel, Rik en Margriet, maar jullie allemaal?

Door uit die bron te drinken. Luister naar de stem van God die jou roept. Dat wil zeggen: lees steeds weer in de bijbel over de Here Jezus. Neem zijn genade aan, die zo groot is. Hij is niet alleen voor onze zonden gestorven. Hij maakt dat we mogen bidden en dat God naar ons luistert. Hij geeft de Heilige Geest. Hij maakt je leven nieuw.

Dat is de eerste bouwsteen: er is een bron van genade. Omdat God ons roept in Christus Jezus.

3. Petrus zegt: de God van alle genade heeft ons geroepen om deel te krijgen aan zijn eeuwige luister, in Christus Jezus. God nodigt ons uit om in zijn eeuwige luister te komen.

Wat is dat, Gods luister? Je kunt ook zeggen: Gods heerlijkheid. Zijn glorie. Zijn pracht en praal. Zijn majesteit. Zijn glamour.

Gods luister is zijn paleis waarin Hij woont. Gods luister is zijn uitstraling die ons verandert. Vergelijk het met de stralende zon. De zon straalt warmte uit. Die warmte verandert ons, geeft energie. Als het voorjaar wordt en de zon weer gaat schijnen, krijg je weer levenslust. Zoals de zon straalt, zo straalt Gods luister uit en maakt ons nieuw.

En dat gaat ver. In Christus Jezus mogen wij delen in Gods luister. Jezus Christus is in Gods heerlijkheid opgenomen. Zo zullen wij helemaal omstraald worden door Gods luister.

Heb ik daar wel zin in? Jullie? Jullie zitten allemaal in de creatieve wereld straks. Kleding, gebouwen, communicatie en Multi media. Leuk en boeiend, je kunt jezelf daarin kwijt. Wat is daar mis mee? Delen in Gods luister – het doet me niks. Wat heb ik daar te doen? Wat denken jullie: lijkt het je wat om – zoals het er staat – ‘in Christus Jezus deel te krijgen aan Gods eeuwige luister’?

Wat mij helpt is te bedenken: delen in Gods luister, betekent: heel dichtbij God zijn. Op God lijken. Jullie willen alledrie vormgevers worden. Gods liefde gaat ons vormgeven. Zoals God liefde is, zo ook jullie, Rik, Yje Roel, Margriet, iedereen die in Jezus gelooft: vol van liefde, liefde uitstralen.

Daarom heb ik het bij de tweede bouwsteen zo verwoord: het gaat hier om God zelf. Onvoorstelbaar dicht bij God zelf zijn. En al het mooie krijgen dat God is, dat van God is.

Dat is natuurlijk alleen leuk als je van God houdt. Als je niks met God hebt, dan is het juist vervelend.

Daarom hoort hier iets bij van onze kant: verlangen. Verlangen naar God is zo’n belangrijke bouwsteen om het vol te houden.

Verlangen en liefde, ze horen bij elkaar. Als mijn verlangen naar God wegzakt, dan bekoelt ook mijn liefde. Als ik van God houd, dan verlang ik ernaar om bij Hem te zijn.

Verlangen jullie naar God? Verlangen jullie er naar om dichtbij God te zijn?

Bouw ook met deze steen. Dat wil zeggen: laat je verlangen naar God groeien. Hou het levend. Dat gaat niet vanzelf, zeg ik uit ervaring. Zoek God. Wie is Hij? Vraag zijn Geest: Heilige Geest, wek in mijn hart een diep verlangen naar Jezus Christus, naar God de Vader. Want als je verlangt naar God zelf, dan houd je het vol.

4. De eerste bouwsteen gaat over het begin: God is de bron van alles. De tweede gaat over het einddoel: bij God zijn en daarnaar verlangen. De derde bouwsteen gaat over de weg ertussen. Kijk maar in de tweede helft van vers 10: God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.

Hoe is God is bij je op de weg? Stel je voor. Je hebt een ongeluk gehad. Nu ben je in een revalidatiecentrum en moet je weer leren lopen. Je vriend komt op bezoek. Hij moet je helpen om te lopen. Hij brengt je bij een rolstoel, of geeft je je rollator. Of een arm. Dan loopt hij naast je, langzaam in jouw tempo. Zo helpt hij je bij het lopen.

Wat denk je, hoe helpt God ons? Geeft hij ons een rolstoel, een rollator? Geeft hij ons een arm? Nee, zegt Petrus. God geneest je benen zodat je geen rolstoel of rollator meer nodig hebt. Je zult zelf kunnen lopen. Zo stevig in je schoenen staan dat je niet meer wankelt. God zal jullie sterk en krachtig maken. Bijzonder! God houdt ons niet klein, bedlegerig. God maakt ons krachtig, sterk, moedig.

En dat merken jullie zelf. Jullie geven alledrie aan dat je in je geloof gegroeid bent, ieder op je eigen manier. Je weet gewoon zeker dat je ‘ja’ tegen God wilt zeggen. Je merkt dat Jezus in je leven is, en niet alleen toekijkt – ook niet als je een pittig jaar doormaakt. Je vraagt je wel eens af of je genoeg weet, maar je weet wel zeker dat je ‘ja’ tegen God wilt zeggen.

Dat is mooi! Dat betekent: God is met jullie aan het werk. Geweldig!

Hoe ga je op die weg verder? Hoe bouw je aan je leven met God met deze derde bouwsteen? Kom je verder met op bed blijven liggen, als je in een revalidatie-centrum zit?

Nee, vertrouwen is niet op je bed blijven liggen, op de bel drukken, zeg maar bidden, en wachten tot er iemand komt.

Vertrouwen is: geloven dat God bezig is jou zelf sterk te maken. Dat je benen en je voeten jou weer kunnen dragen. Dat je kunt lopen zonder te vallen. Vertrouwen is durven. Stappen durven zetten omdat je erop vertrouwt dat God je benen sterk maakt.

Wat zou jij uit jezelf doen? Blijven liggen en bidden tot God aan je bed komt staan? Of bidden dat God je sterk en krachtig maakt? En dan vol vertrouwen gaan lopen?

Om dat laatste gaat het bij deze derde bouwsteen. In vertrouwen stappen zetten op weg naar Gods toekomst.

5. En dan de laatste. Hoe houd je het vol om te leven met God?Je houdt het vol als jij op God gericht bent. Wie God aanbidt, is op God gericht.

Op aanbidding loopt het hier ook uit: God komt de macht toe, voor eeuwig. Amen.

God is de bron van alle genade. Kijk wat God ons allemaal wil geven: te delen in zijn eeuwige luister. Kijk hoeveel moeite en pijn het hem kost: God geeft het ons in Christus Jezus. Hij houdt ons niet klein en bedlegerig. Maar hij maakt ons sterk en krachtig zodat we op eigen benen kunnen staan. Dan komt er toch vanzelf aanbidding?

God U komt alle macht toe, alle luister.

U bent zo groot, zo geweldig.

Wij bewonderen en aanbidden u.

Wij hebben dat in onze traditie niet echt meegekregen. We bidden, we danken, we vragen vergeving. Maar tijd nemen alleen om God te bewonderen en te aanbidden?

Daar komt iets bij: als ik naar mezelf kijk: God aanbidden is moeilijk. De zonde in mij wil God niet aanbidden. Daarom heb ik er vaak de rust niet voor.

Effect: Ik zie God minder als de bron van heel mijn leven, van alle genade.

Ik verlang minder naar God want ik hou ook minder van Hem.

Ik vertrouw God minder en modder zelf maar wat aan, met krukken en rollators.

Als je niet bouwt met de vierde bouwsteen, wordt het ook minder met de eerste drie.

Herkennen jullie dat?

Hoe goed ben jij daar in: God aanbidden? Ik hoop dat jullie jezelf zo goed kennen dat je weet van die zonde in je die God niet wil of kan aanbidden.

Daarom is ook die vierde bouwsteen zo belangrijk. Kijk wat er gebeurt als God niet in je leven is.

Neem Michael Jackson. Hij werd zelf aanbeden.  Maar zijn leven was leeg. Ze zeggen dat hij altijd kind gebleven is, onvolwassen. Het was niet God die hij aanbad.

Oefen je er daarom in om God te aanbidden. Om zijn macht en genade. Om wie Hij is. Door te zingen.Door hardop je bewondering voor God uit te spreken.

Want wie God aanbidt, die heeft oog voor God. Die hoort Gods stem in Jezus Christus. De eerste bouwsteen.

Die kent God en verlangt naar Hem. De tweede bouwsteen.

Die wordt sterk en krachtig in de Geest en gaat vol vertrouwen op weg. De derde bouwsteen.

Yje Roel, Margriet en Rik, straks zeggen jullie ‘ja’. Hoe blijf je bij dat ‘ja’?

Hoe houd je het vol?

Met God houd je het vol.