1 Korintiërs 14:26b | Ieder draagt bij

Wat doe je eigenlijk in de kerk? Het lijkt weleens alsof maar een handjevol mensen iets doet in een kerkdienst. In Korinte was dat heel anders: ieder droeg bij. Wat betekent dat voor ons?
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 171 : 2 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 328 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: 1 Korintiërs 14 : 20 – 33
Luisterlied: Here’s My Heart
Preek over 1 Korintiërs 14 : 26b
Zingen: GKB Psalm 148 : 1, 2 en 4
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: Bid met mij (Sela)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Psalm 98 : 3 en 4
Zegen

Ieder draagt bij

Inleiding
dia 1 – zwart
“Wanneer u samenkomt, draagt iedereen wel iets bij:
een lied, een onderwijzing, een openbaring,
een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan.
Laat alles tot opbouw van de gemeente zijn.”

dia 2 – mierennest
Het klinkt misschien niet als een compliment,
maar bij mij komt bij deze woorden het beeld op van een mierennest.
Je weet wel, zo’n nest dat je pas opmerkt als je er middenin zit…
Het leek zo’n lekker plekje om even uit te rusten,
maar je weet niet hoe snel je weg moet komen.

Blijf de volgende keer dat je in zo’n mierennest gaat zitten
toch even wat langer kijken.
Van een veilig afstandje natuurlijk.
Want het is ronduit fascinerend.
Wat een bedrijvigheid is er rond een mierennest!
Waar ze precies mee bezig zijn,
ik heb werkelijk geen idee,
maar bezig zijn ze, zonder uitzondering.
Ik daag je uit te zoeken naar een mier die niets doet:
dat is zoeken naar een speld in een hooiberg.

Een kerk vergelijken met een mierennest,
dat klinkt misschien niet als een compliment,
maar in de bijbel worden mieren een voorbeeld voor ons genoemd.
Spreuken 6:6-8: “Ga naar de mieren, luiaard,
kijk hoe ze werken en word wijs.
Hoewel er onder hen geen leider is, geen aanvoerder, geen koning,
halen ze in de zomer voedsel binnen,
leggen ze in de oogsttijd een voorraad aan.”
Nietsnutten en luilakken kunnen een voorbeeld nemen aan de mieren.

Trouwens, die mieren doen dus ook niet zomaar wat.
Ze lopen geen rondjes omdat ze nu eenmaal van hun energie af moeten.
Het is geen uitsloverij, ze zijn juist heel doelgericht bezig!
Voor ons lijkt zo’n mierennest een chaos,
maar elke mier heeft zijn taak.

dia 3 – ieder draagt bij
Dat brengt me bij het weekthema: taken en rollen.
In 1 Korintiërs 14 heeft iedereen in de kerk een taak: ieder draagt bij.
Paulus geeft daar een doel bij:
laat het geen uitsloverij zijn, maar tot opbouw van de gemeente.
Laten wij kijken wat we vandaag met die woorden van Paulus kunnen.

1. Korinte als spiegel
dia 4 – wat doe jij hier?
“Wanneer u samenkomt, draagt iedereen wel iets bij.”
Zo ging dat in Korinte.
Maar hoe zit dat met ons?
Wat doe jij hier?
Zo af en toe staan, vooral veel zitten,
een stoel warm houden,
een pepermuntje eten, of 2, of 3,
maar dat zij natuurlijk niet de dingen die Paulus bedoelt.
Is er nog meer?
Wat doe je nou eigenlijk in de kerk?

Het gaat er hier in De Voorhof heel anders aan toe dan in Korinte.
Dat is helemaal niet erg, verschil mag er zijn,
maar zo’n tekst van Paulus staat daardoor wel op grotere afstand.
Misschien is het zelfs wel vervreemdend:
kom je in 1 Korintiërs 14 in een wereld
waar je je helemaal niets bij kunt voorstellen.
Het gaat er zó anders dan bij ons – wat kun je daar nog mee?
Nou, volgens mij kunnen we in ieder geval eens in de spiegel kijken.
Wat zie je, als je de kerk in Franeker gaat vergelijken met die in Korinte?

dia 5 – Korinte: ieder draagt actief bij
De kerk in Korinte zit in ieder geval vol energie!
Iedereen doet wel wat.
Dat is ook wel een stukje van het probleem:
ze konden niet zo goed maat houden.
Elke samenkomst van de gemeente
stonden mensen te popelen hun bijdrage te leveren.
De een droeg bij met een lied,
de ander met een getuigenis,
weer een ander met een stuk onderwijs,
maar er werd ook geprofeteerd,
mensen kregen openbaringen die gedeeld werden,
en dan ook nog klanktaal.
Nu gaat het niet om wat er nou allemaal precies gebeurt,
Paulus zou nog wel even kunnen doorgaan met zijn opsomming,
het punt is dat ieder actief bijdraagt.

Kerkgebouwen bestonden toen nog niet.
De samenkomsten waren aan huis,
waarschijnlijk bij de rijkere gemeenteleden,
want die hadden ruimte om mensen te ontvangen.
Maar dan nog, met 40 mensen was het huis wel ongeveer vol,
en dan was er echt niet voor iedereen een klapstoeltje.
Sommige mensen stonden tegen de muur aan,
anderen zaten op de grond,
weer anderen hadden een stoel bemachtigd.
Misschien was het ook wel een grote stoelendans,
want je krijgt niet de indruk dat ze veel stilzaten!
En zo ging dat dan op meer plaatsen in de stad:
op verschillende adressen kwamen huisgemeenten samen.

dia 6 – kerkdienst: een paar mensen met een taak
Heel anders dus dan bij ons.
Waar kerkdiensten worden gehouden in kerkgebouwen.
Hier hoef je niet tegen de muur aan te staan,
voor ieder is er een eigen stoel,
en als je kunt stilzitten ben je bij ons in het voordeel.
Ik kan dat dus niet, en daarom ben ik maar predikant geworden…
Je mag ook blijven zitten: er wordt niet zoveel van je verwacht.
Er zijn een paar mensen die een duidelijke taak hebben in een dienst:
natuurlijk ik als predikant,
de organist zorgt voor muziek, vandaag aangevuld met zang en gitaar,
de ouderling van dienst geeft mij een hand,
de diakenen zorgen voor de collecte,
in het mediahok zorgen mensen voor beeld en geluid,
de koster doet van alles,
in de creche zijn oppassers,
de kinderclub heeft zijn eigen leiders,
en dan heb je het ook wel ongeveer gehad.

Heel anders dus dan in Korinte.
Dat heeft zeker zijn voordelen, maar ook nadelen.
Het gevaar is dat je de kerkdiensten gaat zien als een soort voorstelling.
Er is muziek, er is een praatje, en jij laat het lekker over je heen komen.
Je neemt een afwachtende houding aan,
en het staat allemaal op veilige afstand.

2. Alles tot opbouw
dia 7 – hét criterium: dient het de opbouw?
Ik stelde de vraag: ‘wat doe jij hier?’
Die vraag beantwoorden wij ongetwijfeld anders dan in Korinte,
dat lijkt mij inmiddels wel duidelijk.
Maar ik vermoed, ik kan er natuurlijk naast zitten,
dat zowel in Korinte als bij ons
maar weinig mensen als eerste antwoord zouden geven:
‘ik ben hier om de gemeente op te bouwen.’
Terwijl juist dát is wat Paulus mee wil geven:
laat alles tot opbouw van de gemeente zijn.

Verschillen mogen er zijn.
In Franeker hoeven we geen kopie te zijn van de kerk in Korinte.
Zo’n zinnetje van Paulus, ‘iedereen draagt wel iets bij’,
beschrijft hoe het er in Korinte aan toe ging.
Dat wil nog niet zeggen dat het bij ons ook zo moet!

Wat wél geldt voor zowel Korinte als voor ons,
is die opdracht die Paulus geeft:
laat alles tot opbouw van de gemeente zijn.
Net zoals die mieren:
die sloven zich niet uit, maar hebben doel.
Ze bouwen een nest en leggen voedselvoorraden aan.
Of iedereen in de kerkdienst aan het woord komt, daar gaat het niet om.
Waar het wél om gaat is of het de opbouw van de gemeente dient.
Dat is in alle dingen die we doen, in al onze taken, het criterium.
Helpt dit de gemeente om met God te leven?
Helpt dit om elkaar te leren liefhebben?
Helpt dit om het evangelie naar buiten te brengen?

Het criterium is dus niet hoe we het altijd gedaan hebben!
Steeds weer is de vraag: wat is nu het beste voor de gemeente?
Welke taken moeten er nu echt gedaan worden?
Maar ook: welke gaven zijn er in ons midden?
Gaven die we niet zomaar links kunnen laten liggen.
Soms betekent het ook met dingen stoppen.
In het kerkblad van vorige week kon je lezen dat we gaan stoppen met themadiensten.
Die diensten hebben veel zegen gebracht,
zijn echt tot opbouw van de gemeente geweest,
maar lijken op dit moment vooral veel energie te kosten.
We gaan niet koste wat kost met taken door:
steeds is de vraag: wat dient de opbouw?

dia 8 – Korinte: Paulus remt af
In Korinte betekent die vraag dat Paulus flink moet afremmen.
Dat is trouwens relatief, want ook met de nieuwe regels van Paulus,
komt het op mij nog niet heel ordelijk over.
Mensen die aan het profeteren zijn,
en worden onderbroken door mensen die een openbaring krijgen…
Het probleem in Korinte is dat veel gemeenteleden
niet de opbouw van de gemeente zoeken, maar hun eigen eer.
Veel van die bijdragen zijn puur om jezelf te etaleren:
‘kijk eens wat een mooie bijdragen ik lever?’
Dan zegt Paulus: waar doe je het eigenlijk voor?
Laat alles voor de opbouw zijn!

dia 9 – voor ons: draag met je gaven bij!
In Korinte staat Paulus op de rem,
maar wat zou hij tegen ons in Franeker zeggen?
Ik denk dan toch dat hij ons zou aanmoedigen
de gaven die we gekregen hebben meer te gebruiken.
In vers 1 zegt Paulus: ‘jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest.’
Natuurlijk, onze situatie is heel anders,
we zijn ook met meer mensen bij elkaar dan in Korinte,
maar de Geest geeft gaven, en die geeft hij niet zomaar:
die geeft hij om de gemeente mee op te bouwen.

We doen onszelf tekort als we alles laten afhangen
van een paar mensen die een taak in de dienst hebben.
Gods liefde, Gods genade, Gods aanwezigheid
mogen we ervaren in de bijdragen van ieder.
Niet alleen van de mensen die ervoor geleerd hebben.
Niet alleen van mensen die ergens supergoed in zijn.
Want bijdragen zijn geen manifestatie van jouw prestaties,
maar van Gods genade.
Ik moet denken aan de dienst van 4 weken geleden, Paaszondag,
waar Julia een getuigenis gaf over Gods weg met haar.
Daar mocht ík iets van God ervaren.
Dan gebeurt wat Paulus zegt, dat mensen belijden:
‘werkelijk, God is in uw midden’.
Laten we de opbouw van de gemeente
niet in de weg zitten door maar een handjevol mensen te laten bijdragen!

3. Weg met de afrekencultuur!
dia 10 – wat houdt ons tegen?
Dat zijn we niet zo gewend,
en ik vroeg me af: wat houdt ons eigenlijk tegen?
Misschien het gevoel dat je iets moet,
en daar houden we niet zo van.
Juist als iets moet, heb ik de neiging het niet te doen…
Maar ik denk dat er nog een belangrijkere reden is:
we staan niet zo graag in de schijnwerpers,
steken niet zo graag onze kop boven het maaiveld.
Je zou kunnen denken dat Friezen nu eenmaal zo in elkaar zitten,
maar het geldt voor Hollanders net zo goed.
Podiumangst schijnt een van de grootste angsten van mensen te zijn.
Het voelt niet veilig om iets bij te dragen.

dia 11 – afgerekend worden op je prestaties
Ik noem dat maar een afrekencultuur.
In een afrekencultuur wordt je beoordeeld op je prestaties,
en kun je snoeiharde kritiek krijgen als je prestaties ondermaats zijn.
Hoe veel verschillen er ook zijn tussen Korinte en Franeker,
in beide draait het vaak om prestaties.
In Korinte lieten mensen graag hun prestaties zien,
‘kijk mij toch eens’, daar haalden ze eigenwaarde uit.
Daarom wilde iedereen ook bijdragen.
Bij ons draait het net zo goed om prestaties,
maar zijn we sneller bang dat het niet goed genoeg is.
Mensen die denken dat ze ergens goed in zijn, vinden we al snel arrogant.
‘Dus jij denkt dat jij talent hebt? Dat zullen wij wel bepalen!’
Zowel in Korinte als in Franeker doen we daarmee Gods genade tekort.

Helaas gebeurt dat afrekenen veel te veel,
niet alleen in de samenleving, maar ook in de kerk.
Ik hoor soms verhalen, ook uit onze gemeente,
van mensen die afknappen op de kritiek die ze krijgen
als ze zich met hart en ziel voor de gemeente inzetten.
Het lijkt alsof iedereen zijn mening over je klaar heeft.
Dat als je iets bijdraagt aan het gemeenteleven,
je daarmee anderen het recht geeft je af te branden…
Laten we toch vergeten dat Jezus al gekruisigd is,
al ís afgebrand, voor ons allemaal.

dia 12 – genadecultuur: gedreven door liefde
Laten we daarom genadig zijn.
We hebben een genadecultuur nodig.
Niet alleen het beste is goed genoeg!
Dan ga je maar naar theater de Koornbeurs ofzo!
Hier leven we samen als familie van Jezus Christus.
Spreken we waardering uit.
Worden we gedreven door liefde voor elkaar.
En als je toch eens een kritische opmerking hebt,
vraag je dan eerst af of je het uit liefde zegt,
en of de ander je liefde erin kan proeven.
Houd anders liever je mond!

4. Ben jij maker?
dia 13 – ben jij maker?
“Wanneer u samenkomt, draagt iedereen wel iets bij.”
Het mag bij ons best wat anders gaan dan in Korinte, dat is geen probleem.
Maar draag je bij aan de opbouw van de gemeente?
Anders gezegd: ben jij maker?
Dat woord leen ik van popup-kerken:
gemeenschappen die proberen op een nieuwe manier kerk te zijn.
Op de website van een van die kerken staat:
“iedereen is maker: alle deelnemers zijn gelijkwaardig
en iedereen is in staat de gemeenschap vorm te geven.
Zo zien we de gemeenschap niet als een groep consumenten,
maar juist als producenten,
waarbij iedereen de gelegenheid heeft om mee te doen.”
Ben jij een maker?

dia 14 – jouw bijdrage doet ertoe!
Besef in ieder geval dit: je draagt bij,
jouw bijdrage aan het gemeentezijn doet ertoe!
De kerk is geen plek waar je naartoe gaat om iets te halen,
de kerk is een familie waar we elkaar opbouwen.
Dat betekent dat je niet zelf een afwachtende houding aanneemt,
terwijl je ondertussen van alles van anderen verwacht.
Het betekent dat niet een paar mensen een taak hebben,
zoals de kerkenraad of de organist,
en de rest wel gemist kan worden.
Nee: je kunt niet gemist worden, want je brengt jezelf in deze familie.
Zie jezelf niet als een toeschouwer,
die kijkt naar wat anderen aan het doen zijn, maar als een deelnemer.
Zoals die buitenstaander waar Paulus het over heeft:
die merkt dat er in de samenkomst echt iets gebeurd,
wordt er zelf volledig in betrokken, en belijdt dat God hier is!

dia 15 – ook in het geestelijk gesprek
We zijn aan elkaar gegeven om elkaar op te bouwen.
Dat kan natuurlijk op allerlei manieren.
In taken die er zijn, in je meeleven, in je gebeden.
Laten we in ieder geval niet vergeten
dat ook het met elkaar delen van je geloof erbij hoort.
Ik heb het idee dat we vooral op praktisch niveau
best wat voor de gemeente willen doen,
maar het veel moeilijker vinden
om met elkaar in gesprek te gaan over wat jij van God ervaren hebt,
of juist over de grote vragen aan God waar jij mee rondloopt.
Maar dat is niets om je voor te schamen!
We zijn een familie en wat ons samenbindt,
is onze liefde voor Jezus, voor zijn Vader en zijn Geest.
Iedereen mag bijdragen in dat geestelijk gesprek:
daar groeien we van.

dia 16 – kerk, dat zijn we samen!
Deze week is het thema ‘taken en rollen’.
Ik hoop dat nu duidelijk is
dat niet een paar mensen in de kerk een taak hebben, en de rest toekijkt.
Ieder heeft een rol in de gemeente!
Nee, het hoeft bij ons niet zo te gaan als in Korinte.
Wij mogen eigen wegen vinden om bij te dragen aan de opbouw.
Misschien kun je iets bijdragen in een kerkdienst.
Misschien heb je gaven om in te zetten in een bepaalde functie.
Misschien zijn het je gebeden en je meeleven.
Ik denk dat de kring ook een heel belangrijke plek is als het gaat om bijdragen:
daar kan ieder iets inbrengen, kan ieder zijn vragen stellen,
en kan ieder ook vragen aan jou stellen.
Hoe dan ook: kerk, dat zijn we samen!
Laten we samen bouwen, laten we samen God aanbidden,
want hij is in ons midden!
Amen.




Leerdienst | Avondmaal: wegkijken van jezelf

Voor wie is het avondmaal? Wat is de dresscode? Daar kunnen we heel druk mee zijn. Maar avondmaal is geen kwestie van (je geloof) demonstreren, maar een kwestie van ontvangen! Durven we van onszelf weg te kijken? Met praktische toespitsing over voorbereiding, kinderen en buitenstaanders.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 171 : 1
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 113 : 1 en 2 (GKB=LvK)
Gebed
Lezen: Matteüs 22 : 1 – 14
Lezen: 1 Korintiërs 11 : 27 – 34
Lezen: HC Zondag 30 v/a 80 en 81
Zingen: LvK Psalm 15 : 1 en 2
Preek
Zingen: Opwekking 369
Gebed
Collecte
Geloofsbelijdenis
Zingen: GKB Gezang 140 : 1 en 3
Zegen

Avondmaal: wegkijken van jezelf

Introductie
We vervolgen onze ontdekkingsreis in de wereld van het avondmaal.
Vandaag de laatste etappe, en ik hoop dat ook dit een spannend stukje reis wordt:
dat je iets nieuws mag ontdekken.
Ik heb het al eerder gezegd:
het is niet mijn bedoeling dat jullie straks precies zo over het avondmaal denken als ik.
Ik heb best wat praktische suggesties gedaan, dat ga ik vandaag weer doen,
maar zie deze diensten vooral als een prikkel om zelf na te denken
en het gesprek over het avondmaal met elkaar te voeren!

Even opfrissen waar we gebleven waren.
De eerste etappe ging over de vraag: wat is de meerwaarde van het avondmaal?
We zagen toen dat God niet alleen in woorden met ons wil omgaan,
maar ook in de ervaring van het avondmaal.
De tweede etappe ging over de inhoud van het avondmaal: is het somber of feest?
We hebben verschillende kanten van het avondmaal bekeken,
die je kunt samenvatten in dat we aan het avondmaal het leven vieren.
Het is een feestelijke maaltijd waar we ook elkaar tegenkomen.
Vandaag de laatste etappe: voor wie is het avondmaal eigenlijk?

Daarbij gaan we verschillende dingen lezen.
We beginnen met een gelijkenis, Matteüs 22:1-14.
Deze gelijkenis gaat niet rechtstreeks over het avondmaal,
maar wel over wie er op het feestmaal komen.
Daarna een gedeelte dat wél direct over het avondmaal gaat: 1 Korintiërs 11:27-34.
Ten slotte uit de catechismus, Zondag 30 vraag en antwoord 80 en 81.
Daar zeg ik direct bij dat antwoord 80 omstreden is,
waarschijnlijk het meest omstreden antwoord van de catechismus.
Het gebeurt zelden dat een synode wordt gevraagd een deel van de belijdenis te herzien,
maar juist bij antwoord 80 wordt daar met enige regelmaat een pleidooi voor gevoerd.
Goed, laten we gaan lezen!

Inleiding
dia 1 – vraag: zijn er voorwaarden om het avondmaal te mogen vieren?
Dat waren pittige lezingen, en een pittige Psalm!
Je zou zomaar gaan denken
dat je een supergelovige moet zijn om avondmaal te mogen vieren…
Dat brengt me direct bij de vraag waar ik mee wil beginnen.
Een vraag, wederom, aan jullie:
zijn er voorwaarden om het avondmaal te mogen vieren?
Bespreek die vraag eens met degene naast je.

Je zou die vraag, met die gelijkenis van Jezus in het achterhoofd,
ook op een andere manier kunnen stellen:
wat voor kleren moet je dragen voor de feestmaaltijd?
Wat is de dresscode?

dia 2 – dresscode
Misschien ben je wel eens uitgenodigd bij een feestje waar een dresscode gold.
Een chique gelegenheid misschien, een gala ofzo,
waar de dames geacht worden in galajurk te verschijnen,
en de heren in smoking, of nog beter: een rokkostuum.
Of een ludieke dresscode: iemand die een verjaardag viert,
en wil dat alle gasten in jaren ’70-stijl verschijnen…
Of dat je volledig in het rood gekleed bent.

Ik vind dat maar ongemakkelijk…
Sterker nog: een dresscode kan voor mij een reden zijn
een feestje aan me voorbij te laten gaan!
Met een dresscode is de grote vraag of je er aan voldoet.
Die vraag kan je zelfs tijdens zo’n feest bezig houden:
dat je steeds jezelf met anderen aan het vergelijken bent.
Je bent zo druk met de dresscode, dat je het feest niet meer meemaakt.

dia 3 – Avondmaal: wegkijken van jezelf
Dat kan met het avondmaal ook gebeuren.
Dat er een dresscode is die zoveel aandacht vraagt, dat je zo druk bent met jezelf,
dat je het feest van het avondmaal niet meer meemaakt.
Terwijl de dresscode aan het avondmaal zo simpel is: Christus!
Wat kunnen we in onszelf gekeerd zijn, en daardoor het feest missen.
Maar het avondmaal gaat niet om ons, om hoe wij eruit zien, maar om Christus!
Daarom is het thema vanmiddag: avondmaal is wegkijken van onszelf.

Demonstreren of ontvangen?
dia 4 – demonstreren of ontvangen?
Dat omstreden antwoord uit de catechismus heeft daar alles mee te maken.
Onze Rooms-Katholieke broeders en zusters van vervloekte afgodendienst betichten,
dat doet de catechismus niet fraai.
Maar daarachter zit wel een wezenlijk punt: wat is het avondmaal eigenlijk?
Wie is er in het avondmaal aan zet:
is het allereerst een maaltijd waarin mensen iets doen,
of is het allereerst een maaltijd waarin God iets doet?
Is het een maaltijd waar wij ons geloof demonstreren,
of is het een maaltijd waar we Christus ontvangen?

In de tijd van de Reformatie, waarin de catechismus is ontstaan,
zijn over die vraag hele discussies gevoerd: een heuse avondmaalstrijd…
Tussen de verschillende soorten kerken,
maar ook tussen de reformatoren, de voormannen van de Reformatie:
Luther, Calvijn en Zwingli.
Die oude discussie kan ons vandaag op weg helpen.
We duiken dus maar eens de geschiedenis in.

dia 5 – tabel: Rooms-katholiek
Allereerst de Rooms-katholieke visie.
Je kunt hem lezen in dat catechismusantwoord,
maar dat is dan wel de katholieke visie door protestantse bril…
Katholieken zelf zullen niet zeggen dat Christus in de mis dagelijks geofferd wordt,
en dat ze alleen daardoor vergeving van zonden kunnen krijgen.
Wel zeggen ze dat het offer van Christus tegenwoordig wordt gesteld, wordt vernieuwd,
ja zelfs dat het offer van Christus wordt opgedragen.
Op de vraag wie er in het avondmaal aan zet is,
is het katholieke antwoord: de kerk, of de priester – hij draagt het offer op namens de kerk.

dia 6 – Luther en Calvijn
Volgens de reformatoren had dat weinig te maken
met hoe Christus het avondmaal had ingesteld.
Maar hoe moet het avondmaal dan wel gevierd worden?
Eerst Luther en Calvijn.
Tussen hen kun je verschillen aanwijzen, maar ze denken in dezelfde lijn.
Zij willen er aan vasthouden dat Christus in het avondmaal aanwezig is.
Maar dan niet op de katholieke manier, dat wij Christus opdragen.
Nee: aan het avondmaal ontvangen we Christus.
Het avondmaal wordt niet door ons aan God opgedragen,
we vieren er juist wat we van God ontvangen.
En dan krijg je een heel ander antwoord op de vraag wie aan zet is:
in het avondmaal zijn niet mensen aan zet, maar God!
God geeft zich aan ons.

dia 7 – Zwingli
Ik liet het woord ‘avondmaalstrijd’ al vallen.
Dat heeft te maken met de derde reformator: Zwingli.
Hij verzet zich tegen het idee
dat Christus op een bijzondere manier in het avondmaal aanwezig is,
op een andere manier dan bijvoorbeeld in de natuur.
Zwingli komt heel anders uit:
voor hem is het avondmaal een vreugdevolle herinneringsmaaltijd,
waar we bij Christus bepaald worden.
Aan het avondmaal meedoen is belijdenis doen.
Uiteindelijk is het de individuele gelovige die aan zet is.

De catechismus volgt Luther en Calvijn:
bij het avondmaal is God aan zet,
het is geen kwestie van demonstreren, maar van ontvangen!
Daarom staan alle vragen en antwoorden over het avondmaal,
en dat zijn er nogal wat,
in het deel van de catechismus dat over de verlossing gaat,
niet in het deel over de dankbaarheid.
Avondmaal is iets wat wij van God krijgen, niet iets wat wij voor God doen.
Daarmee kom je heel dicht bij de kern van het christelijk geloof:
het gaat niet om wat wij doen,
het gaat om wat God voor ons gedaan heeft en doet!

Wegkijken van onszelf
dia 8 – wegkijken van onszelf
Genoeg geschiedenis, terug naar vandaag.
Is avondmaal voor ons demonstreren of ontvangen?
Het gereformeerde antwoord is dus: ontvangen!
Dat vind ik een heerlijk antwoord: volgens mij hebben ze dat toen goed gezien.
Maar in de praktijk geven we onszelf en ons eigen geloof best een grote rol.
Kunnen we nog wegkijken van onszelf?

dia 9 – gevaar dat je op jezelf wordt teruggeworpen
Ik denk dat we in de praktijk veel dichter bij Zwingli zitten,
het avondmaal als een maaltijd waar we Christus in herinnering brengen,
dan bij Luther en Calvijn.
We lopen een risico, dat ook in boeken wel wordt beschreven,
dat de aandacht steeds meer verschuift van Christus die zich geeft,
naar de individuele christen met zijn of haar geloof.
Van de Gastheer naar de gasten met hun dresscode.
Dan komt de schijnwerper op ons geloof te staan, en stellen we daar hoge eisen aan.
Uiteindelijk wordt je op jezelf teruggeworpen.

Terug naar het begin: ik vroeg naar voorwaarden om avondmaal te vieren.
Maar in het avondmaal gaat het niet om voorwaarden!
Voorwaarden zorgen er voor dat we met onszelf bezig blijven.
Terwijl het avondmaal je juist oproept:
kijk niet naar jezelf, kijk naar Jezus Christus!
Natuurlijk, geloof is belangrijk, maar voorop staat dat God een gevende God is.
De catechismus heeft het ook over ons geloof,
maar dat is het allerlaatste wat nog over het avondmaal gezegd moet worden,
absoluut niet de kern van wat de catechismus over het avondmaal wil zeggen!
We hebben de plek van persoonlijk en bewust en bereflecteerd geloof te groot gemaakt.
Alsof het avondmaal draait om ons geloof.

dia 10 – samen naar Christus kijken
Het gevaar is dat we zo druk zijn met onszelf dat we het feest missen.
Dat het geen maaltijd meer is van ons als gemeente,
maar een maaltijd van ieder voor zich.
Wat maken we het onszelf moeilijk!
Waarom moeten we onszelf steeds afvragen hoe echt ons geloof is,
in plaats van gewoon mee te doen en te ontvangen?
We komen samen aan het avondmaal:
de een helemaal vol van God,
de ander die vol vragen zit en het even niet meer weet.
En de volgende keer zijn de rollen omgedraaid.
Maar samen kijken we weg van onszelf, naar Christus,
en ontvangen we nieuwe kracht.

De plaats van geloof
dia 11- de plaats van geloof
Maakt het dan niets uit hoe je het avondmaal viert?
De gedeelten die we hebben gelezen suggereren iets anders…
Wat is de plaats van geloof bij het avondmaal?

dia 12 – de dresscode: Jezus Christus
Eerst die gelijkenis van Jezus.
Ook al gaat het over een feest, het is niet zo’n feestelijke gelijkenis…
Nogal wat mensen zijn niet welkom op het feest:
‘velen zijn geroepen, slechts weinigen uitverkoren.’
Jezus is in gesprek met de Joodse leiders, die hem maar niet willen accepteren.
Ze zijn uitgenodigd voor de bruiloft, maar willen niet komen.
Daar tegenover staan de mensen op straat: tollenaars, hoeren, verlamden
– iedereen die door de samenleving werd uitgespuugd.
Zij accepteren Jezus wel, en komen graag op het feest.

En die man die zich niet aan de dresscode hield?
Paulus schrijft in Romeinen 13:14:
‘omkleed u met de Heer Jezus Christus.’
Dát is de dresscode, je kleden met Jezus!
Aan het avondmaal gaat het er niet om hoe goed of hoe slecht je bent,
niemand is goed genoeg om avondmaal te vieren,
maar of je je met Christus wilt kleden: hij maakt je waardig.
Christus als dresscode: dat betekent dat jij van hem bent
en dat hij in jou bezig mag om je een nieuw mens te maken.
Anders heb je op het feest niets te zoeken.
Zoals die man die eruit wordt gezet.

dia 13 – dan Jezus ook volgen in je leven
In Korinte wordt dat pijnlijk duidelijk.
Typerend is hoe het bij het avondmaal gaat, wat daar onderdeel is van een maaltijd.
Als de armere gemeenteleden eindelijk klaar zijn met hun werk en aanschuiven bij de maaltijd,
vinden ze de hond in de pot en hun rijkere gemeenteleden in aangeschoten toestand.
Zo mag het in de gemeente niet gaan!

Christus volgen betekent jezelf klein maken.
De rijken van Korinte maken niet zichzelf klein, maar de armere gemeenteleden.
Dit zijn mensen die Jezus Christus belijden,
maar in de praktijk heeft Jezus geen invloed op hun leven.
Het is niet dat ze Jezus wel wíllen volgen, maar dat het niet lukt:
ze zien er het probleem gewoon niet van in!
‘Ik mag toch wel mijn eigen gang gaan?!’

dia 14 – ‘je een oordeel eten’: niet de kleingelovigen, maar de huichelaars
Dan wordt het moeilijk avondmaal vieren.
Je viert Christus, maar je wilt Christus helemaal niet.
Op zulke mensen is Paulus fel.
Op zulke mensen is ook de catechismus fel: de huichelaars.
Dán vallen die zware woorden: je eet jezelf een oordeel.
Als je zegt dat je christen bent, maar in je leven geen boodschap aan Christus hebt.
Het gaat dan dus niet over of je wel genoeg beseft wat je doet,
en ook niet over wie twijfelt en een klein geloof heeft.

Ja: geloof is belangrijk aan het avondmaal.
Avondmaal is geen magisch middel:
dat als je het maar neemt, het weer goed zit tussen God en jou…
Het avondmaal ontvang je in geloof.
Als je vrome praatjes hebt over je geloof,
en ondertussen bij jezelf zegt: ‘ja, dag, het is mijn leven
daar heeft Jezus niets mee te maken’,
dán roep je je veroordeling over jezelf af.
Maar als je Jezus wilt volgen, dan hoef je niet bang te zijn dat je niet goed genoeg bent:
Jezus zelf maakt je waardig!

Praktijk: voorbereiding
dia 15 – praktijk: voorbereiding
Het wordt tijd voor praktijk.
Ik wil 3 dingen bespreken:
de voorbereiding op het avondmaal, de plaats van kinderen en de plaats van buitenstaanders.
Eerst de voorbereiding.

dia 16 – maar 1 vraag: wil je je met Jezus Christus kleden?
Dat komt van Paulus:
hij zegt tegen de Korintiërs dat ze eerst zichzelf moeten toetsen,
en pas daarna eten en drinken.
Dat ligt helemaal in het verlengde van wat ik net zei.
Het gaat om de vraag:
geloof je niet alleen met je mond in Jezus, maar wil je hem ook in je leven volgen?
Met vallen en opstaan, natuurlijk, we zijn geen perfecte christenen,
maar willen we zijn leerlingen zijn en groeien?
Wil je met Jezus leven, dan ben je welkom!

dia 17 – Jezus, niet Jezus+
Wij hebben dat verder uitgebreid, met een voorbereidingszondag,
en de oproep om jezelf te onderzoeken.
Het avondmaalformulier geeft daarbij een drieslag,
precies de drieslag die ook in de catechismus wordt genoemd:
je onderzoekt jezelf op het besef van zonde,
op het geloof in verlossing, en het verlangen voor God te leven.
Het zijn vragen die je, als het goed is, bij Jezus brengen.
Maar ze kunnen ook een eigen leven gaan leiden: een ‘Jezus-plus’-geloof.
Alsof je in Jezus moet geloven, plus dat je moet beseffen hoe slecht je bent.
Of in Jezus geloven, plus je aan de regels houden.
Dan brengt het je niet meer bij God, maar werpt het je op jezelf terug.

Ik kwam een mooie uitspraak van Calvijn tegen:
‘waardigheid heb je niet vóór de deelname, maar ontvang je tijdens het avondmaal.’
Je hoeft niet aan allerlei voorwaarden te voldoen!
Of durven we niet te geloven dat het zo simpel is?

Praktijk: kinderen
dia 18 – praktijk: kinderen
Het volgende punt: de plaats van kinderen.
Daar hangt wel eens een sfeer omheen van:
als kinderen aan het avondmaal worden toegelaten, is de kerk de weg kwijt.
Aan de andere kant wordt het gesprek erover steeds meer gevoerd.
De vraag past helemaal bij het onderwerp van vandaag:
als avondmaal niet het demonstreren van je geloof is, maar Christus ontvangen,
als je niet aan allerlei voorwaarden hoeft te voldoen,
waarom kunnen kinderen het avondmaal dan niet vieren?

Ik wil jullie, alweer, meenemen in de geschiedenis.
Daar mag je je eigen conclusie dan aan verbinden.
Wat ik in ieder geval wil laten zien, is dat de vraag naar kinderen aan het avondmaal
niet een typische nieuwerwetse frats is.
Toen ik dat ontdekte, was dat voor mij echt een verrassing:
het is al heel oud thema!

dia 19 – tabel: bijbel
In de bijbel staat nergens expliciet wat de plaats van kinderen bij het avondmaal is:
niet dat kinderen meedoen, ook niet dat ze niet meedoen.
Net als bij de doop dus.
Natuurlijk kun je op grond van de bijbel er wel iets over vinden,
maar de bijbel geeft geen rechtstreeks antwoord.

dia 20 – 200-1200
Dan begint de kerkgeschiedenis.
Met een grote verrassing: in de eerste eeuwen van de kerk
was het vanzelfsprekend dat de kinderen meededen met het avondmaal!
Vanaf dat ze gedoopt waren, waren ze welkom.
Dus vierden baby’s het avondmaal mee!
Jezus zegt toch dat je moet geloven als een kind?
Dan horen kinderen er bij het avondmaal helemaal bij!

dia 21 – 1200-1550
In deze situatie komt pas verandering vanaf ongeveer 1200.
De kerk heeft een grote scheuring meegemaakt:
de Oosters-orthodoxe en Rooms-katholieke kerk zijn uit elkaar.
De Oosters-orthodoxen zijn tot en met vandaag doorgegaan met de oude praktijk:
gedoopte baby’s doen er mee bij het avondmaal.
In de katholieke kerk werd het anders.
Daar werden brood en wijn steeds meer vereerd.
Het werd zo heilig, dat er een leeftijd wordt ingesteld: de jaren des onderscheids.
Rond 7 jaar gingen kinderen aan hun eerste communie.

dia 22 – 1550-1800
Luther en Calvijn braken in veel dingen met de katholieke visie,
maar de leeftijd hielden ze ongeveer gelijk.
Bij Luther deden kinderen belijdenis als ze 7 waren,
bij Calvijn als ze 10 waren.
De gereformeerde synode van Dordrecht in 1578
beklaagt zich erover dat er jongeren zijn van 15 jaar
die nog steeds niet het avondmaal vieren…

dia 23 – 1800-heden
Pas later werd dat gewoon.
Vooral de afgelopen 200 jaar: jongeren doen steeds later belijdenis.
Het argument dat daar vooral bij gegeven wordt
is dat er rondom het avondmaal allerlei dingen gedaan worden:
gedenken, verkondigen, toetsen, enzovoort,
en dat je daarvoor goed moet weten wat je doet.

Zelf vind ik dat niet zo overtuigend: ik denk dat we kinderen hiermee tekort doen.
Al vind ik het al geweldig dat kinderen tegenwoordig mee lopen en een zegen krijgen.
Ik denk dat het goed is er weer een thema van te maken:
mogen kinderen zodra ze gedoopt zijn het avondmaal vieren,
op het geloof van hun ouders – net als bij de doop?
Of kunnen kinderen van, zeg, 8 jaar, een soort simpele belijdenis doen,
waarna ze aan het avondmaal mogen, zonder dat ze direct lid in volle rechten en plichten zijn?

Praktijk: buitenstaanders
dia 24 – geen hoge drempel opwerpen
Het laatste praktische punt: hoe ga je om met buitenstaanders?
Wat als je zonder christelijk geloof bent opgegroeid,
ermee in aanraking bent gekomen,
en het avondmaal graag mee zou willen vieren?
Er zijn kerken waar dat als eerste stap wordt gezien van belijdenis doen:
als je aan het avondmaal meedoet, zeg je dat je erbij wilt horen.
Maar dan wordt avondmaal dus wel weer dat demonsteren.
In de vroege kerk werden buitenstaanders weggestuurd als het avondmaal werd gevierd.
Dat is weer een heel ander uiterste!
Zelf houd ik dan toch liever vast aan de volgorde:
eerst belijdenis doen en gedoopt worden, dan het avondmaal vieren.
Het avondmaal is voor wie met Christus wil leven.
Als je dat wilt, waarom zou je daar dan geen belijdenis van doen?
Dan is het wel belangrijk dat we daar als kerk niet allerlei drempels voor opwerpen!

De blik op Christus
dia 25 – de blik op Christus!
Genoeg om over na te denken!
Houdt in ieder geval dit vast:
het avondmaal is niet een maaltijd waar we ons persoonlijke geloof demonstreren,
het is een maaltijd waar we als gemeenschap de aanwezigheid van Christus ontvangen.
Avondmaal is wegkijken van onszelf, de blik op Christus.
Avondmaal is pure genade.
Dat hebben we nodig, steeds weer.
Nee, het avondmaal is geen wondermiddel,
waardoor geloven opeens vanzelf gaat en de gemeente gaat bloeien.
Maar onderschat de kracht van het avondmaal niet:
het kan in onszelf en in de gemeente iets in beweging zetten.
Ons dichter bij Christus brengen, en bij elkaar.
Amen.




Leerdienst | Avondmaal: het (L/l)even vieren

Kun je het avondmaal vergelijken met 4 mei of met 5 mei? Is het een sombere maaltijd, of juist een feestmaaltijd? Een sleutelwoord is ‘gedenken’: we worden er zelf bij gehaald. We vieren dat Christus ons verleden, heden en toekomst is! In een doodse wereld vieren we het leven.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 502
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 121 : 1, 8 en 9
Gebed
Lezen: Exodus 13 : 3 – 10
Lezen: 1 Korintiërs 10 : 16 – 17 en 11 : 23 – 26
Lezen: HC Zondag 28 v/a 75
Zingen: GKB Psalm 116 : 7, 8 en 10
Preek
Zingen: GKB Gezang 179a (geloofsbelijdenis, beurtzang)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: Psalm 118 : 6, 8 en 9 (GKB=LvK)
Zegen

Avondmaal: het (L/l)even vieren

Introductie
Vorige week begonnen we een spannende ontdekkingsreis
in de wereld van het avondmaal.
Ja, ik blijf het maar even zo noemen: een spannende ontdekkingsreis.
Vorige week ging het over het belang van het avondmaal:
wat zouden we missen als we het niet meer zouden vieren?
We kwamen uit bij dat Christus niet alleen in woorden met ons omgaat,
maar ook in de ervaring van het avondmaal.

Ik wilde jullie graag prikkelen, uitdagen en laten delen
in mijn nieuw ontdekte enthousiasme voor het avondmaal:
het is zó mooi dat ik het elke week zou willen vieren!
Maar er zijn nog wel wat open eindjes.
Geeft niets, daarom nemen we ook 3 diensten de tijd.
Eén van die open eindjes is of avondmaal wel zo’n feest is.
Daar gaan we vandaag mee bezig: de inhoud van het avondmaal.
Waar gaat het eigenlijk over, hoe beleef je het?

Laten we de bijbel en belijdenis er eerst op naslaan.
Eerst Exodus 13:3–10, over de instelling van het Pesachmaal,
de voorloper van het avondmaal.
Dan uit 1 Korintiërs, 10:15-16 en 11:23-26.
Ten slotte de catechismus, Zondag 28 vraag en antwoord 75.

Inleiding
dia 1 – vraag: waar past het avondmaal beter, op Goede Vrijdag of op Pasen?
Net als vorige week, begin ik met een vraag aan jullie:
wanneer past het beter om het avondmaal te vieren,
op Goede Vrijdag of op Paaszondag?
Witte Donderdag laten we voor het gemak even buiten beschouwing.
Goede Vrijdag of Pasen, waar past het avondmaal beter?
Allebei kan ook, maar waarschijnlijk heb je wel een voorkeur.
Denk er even over na, overleg met elkaar,
en dan gaan we zo kijken wat eruit komt.

Op het eerste gezicht lijkt het misschien niet zo’n spannende vraag:
Goede Vrijdag of Pasen.
Wanneer je het avondmaal viert, is ook maar een vorm.
Maar wel een vorm waar iets achter zit.
Je voorkeur voor één van beide
kan heel goed iets zeggen over hoe je het avondmaal beleeft.
Bij Goede Vrijdag past stilstaan bij het lijden en sterven van Jezus
met daarbij ook het besef van onze zonden.
Met Pasen krijg je een andere beleving:
het avondmaal als maaltijd om je verlossing te vieren.

dia 2 – 4 mei
Je zou het kunnen vergelijken met 4 en 5 mei.
Op beide dagen staan we stil bij de bevrijding van Nederland,
maar beide dagen hebben ook een heel eigen beleving.
4 Mei is plechtig en ingetogen.
Met een kranslegging, toespraken en 2 minuten stilte.
Het hele land ligt even stil.
Ter nagedachtenis aan hen die gesneuveld zijn in de strijd voor vrijheid.
Het is een echte herdenkingsbijeenkomst, een moment van bezinning.
Op 4 mei gaat het om de prijs van vrijheid.

dia 3 – 5 mei
5 Mei is totaal anders.
Dan vieren we dat we vrij zijn, en dan mag het ook echt feest zijn.
Met bevrijdingsfestivals, optochten, rommelmarkten, de vlag in de top.
De ingetogen sfeer van 4 mei
maakt plaats voor een uitbundig feest van de vrijheid.
Nu gaat het niet om de prijs, maar om het resultaat.

dia 4 – Avondmaal: het (L/l)even vieren
Moet je avondmaal nu vergelijken met 4 mei of met 5 mei?
Gaat het om de prijs, Goede Vrijdag, of het resultaat, Pasen?
In de OnderWeg, een kerkelijk opinieblad, las ik dit over een gemeente:
‘tot vorig jaar vierden we in onze gemeente in de dienst op Goede Vrijdag het avondmaal.
Dit jaar is voor de paasmorgen gekozen,
omdat het brood en de wijn ons verbinden met de opgestane Heer.
En iedereen die persoonlijk aan hem verbonden is,
heeft hij aan elkaar verbonden om samen te leven in de christelijke gemeente.’
Daarmee hebben we de kern van vandaag ook wel ongeveer te pakken.
Met avondmaal vieren we het leven,
het Leven met een hoofdletter en het leven met een kleine letter.
Waar ik jullie graag op ontdekkingsreis in mee wil nemen
is dat het avondmaal een feestelijke maaltijd is,
die met Goede Vrijdag gevierd kan worden, maar zeker óók met Pasen.

Gedenken: wat is dat?
dia 5 – gedenken: wat is dat?
Jezus zegt: ‘doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’
Gedenken: dat is een belangrijk woord voor dit onderwerp.
Wat is gedenken?

dia 6 – herdenken: herinnering aan de prijs
Voordat ik aan de diensten over het avondmaal begon,
heb ik jullie via het kerkblad en facebook gevraagd mee te denken.
Iemand stelde de vraag: vieren we het avondmaal niet te somber?
Dat herken ik.
We zeggen altijd wel dat we het avondmaal vieren,
misschien beleef je het van binnen ook wel als een feest,
maar van buiten ziet het er niet heel feestelijk uit.
We kijken strak voor ons uit, misschien in gedachten verzonken,
en op de begeleidende orgelmuziek na is het stil.
Jongeren merken dat ook op: dat het er somber aan toegaat.
Het wekt meestal niet het verlangen zelf ook mee te doen.
Ik geef nu een paar jaar belijdeniscatechisatie,
maar op de vraag waarom je belijdenis zou willen doen,
hoor ik niet vaak het avondmaal als antwoord.

Misschien klopt die waarneming wel:
beleven we het avondmaal niet als feest.
Dat heeft alles te maken met hoe we ‘gedenken’ opvatten.
Van ‘gedenken’ maken we namelijk heel snel ‘herdenken’.
Daarmee kom je in die 4-mei-sfeer, die inderdaad niet feestelijk is.
Avondmaal is dan terugdenken aan wat er op Goede Vrijdag gebeurde,
het wordt volledig aan het lijden van Jezus verbonden.
We worden herinnerd aan wat Jezus voor ons gedaan heeft,
aan zijn lijden en sterven, de hoge prijs voor onze zonden.
Jezus is voor mijn zonden gestorven,
dat is wat je aan het avondmaal herdenkt, waar je over nadenkt,
en dat is natuurlijk niet feestelijk!
Ik las ergens: ‘we lopen het gevaar Jezus’ dood los van zijn opstanding te zien,
dan krijgen we een beklemmende maaltijd die ons op onszelf terugwerpt.’

In de bijbel krijg je dat beeld niet.
Daar zie je geen sombere avondmaalsbeleving.
Ook het besef van zonde
speelt in de avondmaalsvieringen in de bijbel nauwelijks een rol.
Het wordt gevierd, zie Handelingen 2, in een geest van eenvoud en vreugde.
Het avondmaal is er niet om ons een schuldgevoel aan te praten:
het is een maaltijd van hoop en vreugde!

dia 7 – gedenken: je doet mee in het resultaat
Gedenken is echt iets anders dan herdenken.
Dat zie je bijvoorbeeld in Exodus 13.
De Israëlieten zijn jarenlang slaven geweest in Egypte, maar God heeft hen bevrijd.
Die bevrijding moeten ze elk jaar vieren.
God geeft Mozes aanwijzingen om dat te blijven doen,
ook als de Israëlieten in het beloofde land zijn aangekomen.
Dan gaat het dus om een heel nieuwe generatie.
De Israëlieten die de bevrijding uit Egypte zelf niet hebben meegemaakt,
vieren het feest van het ongedesemde brood,
en leggen dat aan hun kinderen zo uit, vers 8:
‘zo gedenk ik wat de Heer voor mij heeft gedaan toen ik wegtrok uit Egypte.’
Huh?! Hoezo ‘toen ik wegtrok uit Egypte?’
Dat hadden ze toch niet zelf meegemaakt?
Maar dát is dus precies wat gedenken is:
je maakt het je eigen, je bent even bij die uittocht uit Egypte.

Bij het avondmaal komt dat gedenken terug:
we eten het brood en drinken de wijn tot Christus’ gedachtenis.
Bij het avondmaal denk je niet terug aan iets van vroeger,
je wordt erbij gehaald: verleden, heden en toekomst schuiven in elkaar.
Je maakt je Jezus Christus eigen, het wordt persoonlijk, het gaat om jouw bevrijding.
En dat gedenken is dan niet iets wat zich allemaal in je gedachten moet afspelen:
het brood eten en de wijn drinken is al gedenken,
waar we niet alleen in gedachten maar ook in werkelijkheid aan Christus worden verbonden.
Gedenken is dat jij meedoet, dat jij erbij bent!

Het (L/l)even vieren
dia 8 – het (L/l)even vieren
De volgende vraag is dan natuurlijk: waar ben je bij?
Wát gedenken we dan met het avondmaal?
Samengevat zou ik het zo zeggen: we vieren het leven.
Het leven dat Christus geeft, en Christus die het leven is.
Paulus zegt dat we één worden gemaakt met Christus’ lichaam en bloed:
wij krijgen deel aan hem.
We gedenken en vieren dat we het niet van onszelf verwachten,
maar van Christus die alles voor ons gedaan heeft.

dia 9 – Christus gedenken: die was – God heeft mij bevrijd
Daar zitten verschillende kanten aan.
Ik verdeel het vanmiddag in drieën:
we gedenken Christus, die was, die is en die komen zal.
Eerst Christus die was.
Met het avondmaal worden we meegenomen in wat Jezus voor ons gedaan heeft.
We zitten als het ware met Jezus’ leerlingen aan tafel
als Jezus het avondmaal instelt.
We worden meegenomen naar het kruis, waar Jezus zijn lichaam en bloed geeft.
We horen zijn stem: ‘het is volbracht’.
We beseffen, zoals de catechismus zegt, ‘het is voor mij’.
Jezus geeft zichzelf, om vrede te sluiten tussen God en ons,
om ons vrij te maken van de macht van het kwaad.
Aan het avondmaal zien we de prijs,
is er het verdriet dat Jezus zo moest sterven,
maar is het niet de bedoeling dat we bij dat verdriet blijven hangen.
Jezus heeft zijn leven niet gegeven om ons aan te klagen,
maar om ons de vrijheid te brengen.
We gedenken Christus die was: God heeft mij bevrijd.

dia 10 – die is – we zijn één met Christus
Aan het avondmaal gedenken we ook wie Christus ís.
We mogen de eenheid met Christus vieren: hij is onze Heer, wij zijn van hem!
Ook de catechismus kijkt verder dan alleen het lijden en sterven van Jezus:
‘ hij voedt en verkwikt mijn ziel’ – dat is wat hij vandaag doet!
We zijn verbonden met de levende Christus:
met hem opgestaan in een nieuw leven.

Over de beker zegt Jezus:
‘deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.’
Het avondmaal is een verbondsmaaltijd,
een maaltijd die een dikke streep zet onder de relatie tussen God en ons.
Samen eten is samen leven.
Als in onze tijd belangrijke afspraken worden gemaakt,
dan gaat dat met een handtekening, en is er daarna een maaltijd.
Met verdragen tussen landen, maar ook bij een huwelijk.
In de tijd van de bijbel ging dat anders: de maaltijd wás de handtekening.
Ik werd deze week gewezen op Genesis 14,
de geschiedenis van Abram en Melchisedek.
Abram en Melchisedek worden bondgenoten,
en dan laat Melchisedek brood en wijn brengen.
Als later God een verbond met Israël sluit,
wordt dat ook met een maaltijd bekrachtigd.
In Exodus 24:11 staat dat de leiders van de Israëlieten God zagen, aten en dronken.
Zo is het avondmaal de maaltijd van het nieuwe verbond,
elk avondmaal weer wordt daar een dikke streep onder gezet.
We gedenken Christus die is: we zijn één met Christus!

dia 11 – die komen zal – we leven al een beetje in de toekomst
Dan Christus die komen zal.
Gedenken is niet alleen achteruit kijken, ook vooruit.
Het avondmaal is een maaltijd voor onderweg, zoals Paulus zegt: ‘totdat hij komt’.
We zijn onderweg naar de bruiloft van het Lam.
Maar wat lijkt dat ver weg, iets voor een verre toekomst!
Met die toekomst ben ik vaak helemaal niet zo bezig,
alsof het leven hier en nu alles is.
Aan het avondmaal worden bij onze hoop bepaald.
Het avondmaal is er een voorproefje van.
Vergelijk het maar met een aperitiefje voor een maaltijd:
je wordt alvast warm gemaakt voor het diner.
Zo wekt het avondmaal ons verlangen naar Gods koninkrijk.
Het helpt ons om anders naar de wereld te kijken,
om te beseffen dat Jezus Christus Heer is.
Dat is hij vandaag al, zijn koninkrijk is onder ons, en tegelijk moet het nog komen.
Midden in die spanning,
in het leven, met alle twijfel, moeite en verdriet, kijken we vooruit.
We gedenken Christus: we leven al een beetje in de toekomst.

Praktijk: mee met kerkelijk jaar
dia 12 – praktijk: mee met kerkelijk jaar
Wat ik met dit hele verhaal wil aangeven,
is dat het avondmaal heel veel verschillende kanten heeft.
Maar elke kant is uiteindelijk een feest: we vieren het leven.
Vorige week had ik het over een wekelijks avondmaal.
Daar moet je dit verhaal wel in meenemen:
als avondmaal herdenken is, dan is elke week veel te vaak!
Dat wordt te zwaar, dat kun je niet meer meemaken.
Maar als avondmaal gedenken is, we het leven vieren,
dan wordt het een ander verhaal!
Natuurlijk kun je niet al die verschillende kanten elke viering meemaken.
Maar dan kun je bijvoorbeeld met het kerkelijk jaar meegaan:
in de lijdenstijd focus je meer op het lijden van Jezus, waarmee hij ons vrij maakt,
op Goede Vrijdag met een sfeer van verstilling en bezinning, dan mag het 4 mei zijn,
met Pasen en daarna juist uitbundig, met de focus op de Levende,
en in de adventstijd focus je op het verlangen naar de wederkomst.

Eén met elkaar
dia 13 – Christus is niet los verkrijgbaar
Als we het leven vieren, dan hoort daar nog iets bij:
je kunt het niet alleen vieren, het is altijd met elkaar!
Paulus zegt: ‘omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam.’
Als we aan het avondmaal één worden gemaakt met Christus,
dan ook met elkaar: Christus is niet los verkrijgbaar!
Paulus gebruikt het woord ‘lichaam’ op verschillende manieren:
aan de ene kant heeft hij het over het lichaam van Christus, wie Christus is,
aan de andere kant gebruikt hij dat woord ook voor de gemeente van Christus.
Deel hebben aan Christus en deel hebben aan de gemeente:
het loopt bij Paulus door elkaar heen.

dia 14 – in de gemeenschap begint het nieuwe leven
Het avondmaal vier je niet alleen.
Het is een maaltijd samen met je broers en zussen in Christus.
Aan de maaltijd worden we aan elkaar gegeven.
In Korinte is dat zelfs de grote vraag: of ze dat wel willen.
De rijke gemeenteleden hebben het goed met elkaar,
en houden de minder goed bedeelde gemeenteleden op afstand.
Paulus zegt dan: je maakt je schuldig tegenover het lichaam van Christus!
En dan komt hij met het eerst jezelf toetsen,
wat dus vooral om die vraag gaat: willen we samen één zijn?
Als dat zo is, als we een gemeenschap zijn, elkaar liefhebben,
dan wordt het leven dat we vieren, het nieuwe leven, het leven van het koninkrijk,
al een stukje werkelijkheid!

Juist als we het avondmaal niet alleen aan Goede Vrijdag verbinden,
is er ook ruimte om elkaar te zien staan.
Bij het herdenken is het toch vaak ieder voor zich met zijn eigen gedachten,
net zoals je op 4 mei elkaar misschien nog met een knikje begroet,
maar geen uitgebreid gesprek begint.
Maar als we het leven vieren, dan zijn we niet alleen met onze gedachten,
dan komen we elkaar tegen!

Praktijk: eenheid benadrukken
dia 15 – praktijk: eenheid benadrukken
Tijd voor wat praktijk.
Avondmaal kun je op allerlei manieren vieren,
en er zijn ook vormen die de eenheid extra benadrukken,
en het direct wat feestelijker maken.
Overigens blijft het avondmaal ook altijd iets eenvoudigs houden,
al was het maar omdat het met brood en wijn is, niet met gebak en champagne.
Hoe je het ook viert, het avondmaal blijft een heilig moment.
Ik noem maar gewoon wat vormen die er bij passen.

dia 16 – collecte
Wat we al hebben, dat is de avondmaalscollecte.
De gedachte daarachter is dat als we aan elkaar gegeven zijn,
dat we dan ook voor elkaar zorgen.
Het is dus niet zomaar een gegroeid ritueeltje om de begroting op orde te houden!
Het gaat erom dat niemand tekort komt, en dat dat onze gezamenlijke verantwoordelijkheid is!
Trouwens, die verantwoordelijkheid kun je natuurlijk niet afkopen met een collecte:
het avondmaal vraagt ons onze verantwoordelijkheid te nemen.

dia 17 – handdruk
Iets anders: in sommige kerken is het de gewoonte
elkaar bij het avondmaal de vrede van Christus toe te wensen.
De CGK had die gewoonte, de GKv niet,
maar als je elkaar de hand drukt en vrede toewenst,
dan ben je je er al veel meer van bewust dat we het avondmaal samen vieren.
Bovendien gaat er ook wat spanning vanaf.
Begroeten met de heilige kus, zoals Paulus ergens schrijft,
zou ook mogen, maar geeft denk ik weer nieuwe spanning…

dia 18 – brood
Dan het brood.
Als we avondmaal vieren zeg ik het regelmatig:
‘omdat het één brood is…’
Ondertussen ligt er niet een brood, maar repen en stukjes brood.
Dat kan ook anders: we hoeven het avondmaal niet met Casino-wit zonder korst te vieren!
Je kunt ook een homp brood gebruiken, waar de stukken worden afgescheurd.
En de wijn, dat mag ook druivensap zijn: dat is een kwestie van rekening houden met elkaar.

dia 19 – maaltijd
Als je samen eet, geeft dat verbondenheid.
Oorspronkelijk was het avondmaal deel van een maaltijd.
Tijdens een gezamenlijke maaltijd was er een moment
waarop het brood werd gebroken en de wijn geschonken.
Bij ons is het meer een ritueel in een kerkdienst geworden,
maar dat zou ook best anders kunnen.
Door bijvoorbeeld na een avondmaalsdienst een gezamenlijke maaltijd te organiseren.
Of, nog een stapje verder, door het avondmaal in de kring te vieren.
Dan moet je wel goed nadenken hoe je dat gaat doen,
ook over wat de plek van ambtsdragers is,
maar principieel is er niet zoveel tegen.
Avondmaal met je vrienden of familie is wat mij betreft een ander verhaal:
dan ga je zelf kiezen met wie je het wilt vieren,
terwijl we in de kerk juist aan elkaar gegeven zijn.

Hoopvol contrast
dia 11 – Avondmaal: een hoopvol contrast
Waar het om gaat: het avondmaal is vol hoop – Christus is ons leven@
En dan is het ook een statement, een contrast met de wereld.
Daar wil ik mee afsluiten.

Ik heb zelf in verschillende kerken avondmaal gevierd,
maar de meeste indruk maakte een viering in Straatsburg, Frankrijk.
We waren daar met een groep theologiestudenten,
en op zondag gingen we naar de kerk, een kerk door Johannes Calvijn gesticht.
We kwamen erachter dat het avondmaal werd gevierd,
en vroegen of we mee mochten doen.
Ze begrepen de vraag niet eens: natuurlijk mocht dat.
We gingen in een grote kring staan, langs de buitenrand van de kerkzaal.
We keken elkaar in de ogen, gaven elkaar een hand
en baden hardop het ‘notre pêre’.
Er ging een homp brood rond.
We braken er een stuk vanaf, niet om zelf te eten,
maar om uit te delen aan degene naast je.
Hier gebeurde iets.
Natuurlijk, in het buitenland ben je extra gevoelig voor dit soort dingen, maar toch!
Ik werd getroffen door het diepe en feestelijke besef
dat wij ergens anders voor leven.
Juist in Frankrijk is de kerk ver in de marge gedrukt, nog meer dan in Nederland.
Daar stonden we, in de kring, vonden elkaar in Christus.

Het avondmaal is een statement.
Paulus heeft het over verkondigen.
Aan het avondmaal vieren we de eenheid met Christus en elkaar,
tegenover een wereld vol machten die ons willen beheersen.
We vieren het avondmaal, we gedenken Christus, tegen de stroom in:
we verwachten het van hem, we hebben oog voor zijn werkelijkheid,
en kijken daarom anders naar de wereld.
Wij leven van de hoop, dat houdt ons op de been!
Zo mogen we avondmaal vieren:
als de hoopvolle maaltijd van een gemeenschap
die midden in een doodse wereld het leven heeft gevonden.
Amen.




1 Korintiërs 15:20 | Wij zullen opstaan

Waar leef je voor? Wat maakt je leven de moeite waard? Sommige christenen in Korinte geloofden niet in de opstanding. Dít leven is dan waar je het mee moet doen. Maar de opstanding is het hart van het christelijk geloof: hierdoor is er hoop!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Psalm 144 : 1, 2 en 6
Stil gebed
Votum en groet
Waar8ig: ‘Shine your light’ en ‘Wij kiezen voor de vrijheid’ (GKB Gezang 176b)
Gebed
Waar8ig: ‘Onze Vader’
Kinderen naar club
Lezen: 1 Korintiërs 15 : 12 – 34
Zingen: LvK Gezang 231 : 3 en 4 (Frysk)
Preek over 1 Korintiërs 15 : 20
Zingen: LvK Gezang 90 : 1, 9, 10 en 11
Kinderen terug
Waar8ig: ‘Als alles duister is’ (Sela) en ‘Hoe sterk u bent’ (PvN 57)
‘In memoriam’
Lezen: Johannes 11 : 25 – 26
Zingen: Psalm 90 : 6 en 1
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 111
Zegen

Wij zullen opstaan

Inleiding
dia 1 – modelspoor
Vorige week genoten wij van een uitgestelde herfstvakantie.
Jammer om dan de hele dag binnen te zitten,
dus we zijn er lekker op uit gegaan.
We belandden in Sneek, in het modelspoormuseum.
De naam zegt het al:
daar kun je modeltreintjes bewonderen.

Absolute topper was een grote modelspoorbaan
met wel 10 rijdende treinen erop.
Stilstaande modellen zijn ook mooi,
maar halen het gewoon niet bij bewegende treintjes.
Die treinen reden niet aan een stuk door hun rondjes:
je moest ze zelf laten rijden door op knoppen te duwen.
Als je dan met de ene knop een trein liet wegrijden van een station,
kon je met een andere knop een nieuwe trein het station in laten rijden.
De kinderen vonden het geweldig,
en ik misschien nog wel meer…
Ja, mannen zullen altijd kinderen blijven…

Eerst is het vooral leuk:
je laten verrassen wat er gebeurt als je op een knop duwt.
Maar op een gegeven moment weet je waar je moet kijken,
weet je ook dat je moet rennen om de hogesnelheidstrein bij te houden,
en ga je de patronen zien.
Die treinen rijden geen willekeurige rondjes: ze zijn aan elkaar gekoppeld.
Je ontdekt dat als je het ene treintje ziet,
dat dan dat andere treintje ook komt, altijd.
Die twee treinen horen blijkbaar bij elkaar.
Zie je de ene, dan automatisch over een paar seconden ook de andere.

dia 2 – wij zullen opstaan
Daarmee komen we bij 1 Korintiërs 15.
Paulus zegt dat Jezus is opgestaan, als ‘eerste’.
Dat staat niet op zichzelf: wij zullen volgen!
Het is het hart van de christelijke hoop:
Christus is opgestaan, dan zullen wij ook opstaan.
Net zo automatisch als die treintjes die elkaar volgen.

1. Wat maakt het leven waardevol?
dia 3 – wat maakt het leven waardevol?
Het is niet voor niets dat we juist vandaag hier bij stilstaan.
Deze zondag staan we stil bij de overledenen.
Worden we geconfronteerd met hoe kwetsbaar het leven is.
Je leeft je leven, je sterft,
de herinneringen aan jou worden al snel vager
tot je uiteindelijk vergeten bent.
Wat heeft het voor zin?
Wat maakt dan het leven nog waardevol?

dia 4 – verlangen naar leven met waarde
Want dat is wat we graag willen: een leven dat waardevol is.
Iedereen wil een leven dat de moeite waard is.
Maar wat moet je dan met de dood?
Er wordt wel eens gezegd dat de dood bij het leven hoort.
Sommigen zeggen zelfs dat ze vriendschap sluiten met de dood.
Volgens mij overschreeuwen we zo onze angst.
De dood is zo onnatuurlijk als het maar kan.
We willen de dood helemaal niet accepteren.
Daar hoef je echt geen christen voor te zijn.
Veel mensen geloven dat er toch wel ‘iets’ zal zijn.
Paulus zegt: ‘de laatste vijand die vernietigd wordt, is de dood.’
De dood is niet mooi, nooit: de dood is een vijand.

Maar wel een vijand waar niemand van wint.
Je kunt vechten tegen de dood,
soms kun je versteld staan van hoe veel levenskracht iemand nog heeft,
maar het eindigt altijd weer met de dood.
Is je hele leven dan zinloos geweest?

dia 5 – je leeft maar één keer?
De christenen in Korinte zoeken ernaar:
wat maakt ons leven nou de moeite waard?
Ze denken dat ze het gevonden hebben in hun geloof.
Jezus Christus kennen, dát maakt het leven waardevol!
Tegelijk zijn er christenen die zeggen:
‘maar Jezus was natuurlijk wel een geval apart.
Hij is opgestaan uit de dood,
maar wíj moeten het gewoon met dit leven doen.
Kom bij ons niet aanzetten met praatjes:
dood is gewoon dood.’
Voor deze christenen is Jezus echt wel belangrijk,
nog nooit zijn ze door iemand zo geïnspireerd geweest,
maar het blijft bij dit leven.

Paulus veegt er de vloer mee aan:
‘Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen,
zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn.’
En even later:
‘dan kunnen we maar beter zeggen:
“laten we eten en drinken, want morgen sterven we.”’
Als dit leven alles is, dan kun je er maar beter van genieten,
dan kun je er maar beter uit halen wat er in zit.
Dit is per slot van rekening je enige kans.

In de praktijk gebeurde dat in Korinte ook.
De kerk in Korinte is geen warme gemeenschap om trots op te zijn.
De gemeente is tot op het bot verdeeld.
Het is er ieder voor zich.
Gemeenteleden lopen te pronken met wat ze bereikt hebben,
en leven uit het motto: ‘alles is toegestaan’.
Ze namen het ervan…

YOLO heet dat tegenwoordig: you only live once.
Dat is dus niet zo’n nieuwe gedachte.
In Korinte heette het:
‘laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’
Het leven is waardevol om wat je eruit haalt.
Het leven is waardevol omdat je geniet, omdat je plezier maakt,
omdat je vrienden hebt, omdat je feest kunt vieren,
maar ook omdat je gezond bent en zelfstandig.
Als dood echt dood is,
is er weinig anders om voor te leven dan gewoon genieten.

Maar wat dan als je niet kunt genieten?
Is het leven dan niet waardevol meer?
Vorige maand werd onze dochter Lydia geboren.
Wat hoor je dan vaak: ‘als ze maar gezond is…’
En ja, we zijn blij dat we een gezonde dochter hebben die groeit als kool.
Maar wat als ze nou niet gezond zou zijn?
Mist dan het belangrijkste in haar leven?
Is het dan opeens niet meer waardevol?
Of iets heel anders: als je een leven lang hebt kunnen genieten,
als je na je pensionering nog lange reizen over de wereld hebt gemaakt,
maar het nu allemaal niet meer gaat.
Je gezondheid gaat achteruit, je voelt je alleen,
je bent afhankelijk van de zorg van anderen.
‘Uit het leven halen wat er in zit’, dat zit er niet meer in.
Heeft je leven dan nog steeds waarde?
Of ben je dan klaar met leven,
en kun je maar beter die pil innemen?

dia 6 – wat laat jouw leven zien?
Wat geloof jij?
Wat maakt het leven de moeite waard?
Christenen in Korinte zeggen: ‘dood is dood’.
Dat zouden we hier in de kerk niet zo snel zeggen.
Maar wat laat je leven zien?
Dat je móet genieten?
Dat het leven niet moeilijk mag zijn?
Dat altijd alles goed gaat?
Ik houd in ieder geval erg van dit leven.
Ik heb het nodig om naar mooie dingen uit te kijken.
Zo ver weg is YOLO niet…

2. Wij zullen opstaan
dia 7 – wij zullen opstaan
Wat maakt het leven waardevol?
Als de dood het einde is, moet je het zoeken in dit leven,
in de dingen die je vandaag bereikt.
Paulus zegt: je moet het niet zoeken in dit leven,
‘Christus is werkelijk uit de dood opgewekt,
als de eerste van de gestorvenen.’
Wij zullen opstaan!

dia 8 – Jezus is opgestaan… voor ons!
‘Christus is werkelijk uit de dood opgewekt.’
Het is de kern van de boodschap
waarmee Paulus de wereld over trekt.
Zonder opstanding zou Paulus niets te vertellen hebben.
De grote verrassing van het christelijk geloof, is dat dood niet dood is!
Bij Jezus dacht iedereen dat het kruis het einde was.
Zijn vijanden, maar ook zijn vrienden.
Maar het was geen einde: Jezus is opgestaan, halleluja!

‘En’, zegt Paulus, ‘als Jezus is opgestaan, dan wij ook!’
Ik moet eerlijk zeggen dat ik Paulus moeilijk te begrijpen vindt.
Eerst wordt duidelijk dat de Korintiërs wél geloven dat Jezus is opgestaan,
maar niet geloven dat wij zelf ook eens zullen opstaan.
Ze zien Jezus als een bijzondere, eenmalige uitzondering.
Vervolgens maakt Paulus er heel veel werk van
aan te tonen hoe belangrijk het is dat Jezus is opgestaan.
Maar dat geloofden de Korintiërs al!
Waarom maakt Paulus daar dan zo’n punt van?

Volgens Paulus kun je de opstanding van Jezus niet los zien van onszelf.
En dan niet dat Jezus in onze gedachten voortleeft
en dat wij zelf op een geestelijke manier opstaan,
maar de hoop en de verwachting dat wij zelf,
en de overledenen die ons zijn voorgegaan,
op de dag dat Jezus terug komt, in een nieuw lichaam zullen opstaan.
Het kán gewoon niet dat de opstanding van Jezus
een happy end voor Jezus is, een beloning op een zwaar leven,
en dat het daar bij blijft.
Jezus is niet opgestaan voor zichzelf,
dan zou het niets te betekenen hebben.
Nee: Jezus is opgestaan voor ons,
om jou het eeuwige leven te geven!

dia 9 – dat het begin van iets nieuws
Paulus noemt Jezus de eerste.
Als er één schaap over de dam is, volgt de rest vanzelf.
Zo moet je de opstanding van Jezus zien.
We hebben altijd gedacht dat dood gewoon dood is.
Maar dat blijkt niet waar te zijn!
De opstanding van Jezus is pas het begin.
Je kunt het vergelijken met een geboorte, en daar ben ik pas bij geweest.
Eerst komt het hoofdje naar buiten,
maar dat hoofdje neemt de rest van het lichaam mee.
Jezus is ons hoofd, wij zijn zijn lichaam:
hij is opgestaan, dan zullen wij volgen!

De opstanding van Jezus is niet zomaar een bijzondere gebeurtenis.
Het is de overwinning van Jezus op alle kwade machten.
De macht van de zonde, de macht van de dood:
Jezus maakt ze onschadelijk.
Jezus’ opstanding is het begin van iets nieuws,
van een nieuwe werkelijkheid van een compleet andere orde dan we kennen.
Hij is het begin van een wereld waar God regeert.

dia 10 – hart van het christelijk geloof
De opstanding is het hart van het christelijk geloof.
Het is geen mooi extraatje, geen fijne bijkomstigheid.
Zonder opstanding is het christelijk geloof inhoudsloos.
Jezus is opgestaan, en wij zullen volgen!
Dat is de hoop waar christenen uit leven.

3. Wakker worden!
dia 11 – wakker worden
Wat maakt het leven waardevol?
Als christen mag je verder kijken dan dit leven.
Misschien lijkt het leven hier vrij zinloos.
Is het niet meer dan er maar het beste van maken.
Maar je leeft voor een nieuwe wereld.
Dát maakt het leven waardevol.
En daarom: wakker worden!

dia 12 – pianist
Want waar je naar uitkijkt,
maakt ook verschil in je leven vandaag.
Als je bijvoorbeeld concertpianist wilt worden,
dan ben je daar elke dag al mee bezig.
Je neemt pianoles,
je gebruikt elk loze uurtje van de dag om te oefenen,
je luistert hoe andere pianisten het doen, enzovoort.
Als je nog nooit een piano hebt aangeraakt
en helemaal niet kunt genieten van pianomuziek,
dan zou je je toch eens moeten afvragen of concertpianist wel iets voor je is…

dia 13 – begin maar alvast
Met de toekomst die Jezus geeft, is dat ook zo.
Als je uitkijkt naar het nieuwe leven,
als je uitkijkt naar een wereld van liefde,
dan begin je daar vandaag toch al mee?
Als je hoopt op een wereld van vrede,
dan blaas je toch niet de kleinste meningsverschillen op
tot een enorm conflict?
Als je hoopt op een wereld van eenheid, gelijkheid, verbondenheid,
dan ga je nu toch niet verschil maken tussen mensen,
alsof sommige mensen er wel bij horen en andere niet?
Als je hoopt op een wereld van vergeving,
dan hoef je niet altijd je gelijk en je recht te krijgen.
Als je hoopt op een nieuwe wereld, waar alles goed is,
dan zoek je toch nu al het goede voor de wereld,
voor je medemens, maar ook voor de natuur?

Wakker worden: je mag alvast beginnen met de toekomst.
Paulus zegt: ‘zondig niet langer.’
Daarmee bedoelt hij niet dat christenen geen zonde doen.
Helaas weten we wel beter…
Maar de opstanding van Jezus betekent wel
dat de macht van de zonde gebroken is.
Je kunt er voor kiezen in de macht van de zonde te blijven leven,
maar dan zegt Paulus: wordt wakker, wees niet langer dood,
leef met Jezus als koning!

dia 14 – de opstanding geeft het waarde
Niet om daarmee recht te krijgen op het leven op Gods nieuwe wereld.
Voor God moet je niet van alles!
God gunt je het echte leven.
Dat leven hangt niet af van wat je nu doet,
maar je mag al wel met dat leven beginnen.
Liefde is geen plicht, geen zure appel om doorheen te bijten,
het is onze eindbestemming.
Begin er maar mee!

Dat klinkt misschien heel romantisch:
met Jezus begint een nieuw leven, en dat is alleen maar mooi.
De Korintiërs hoopten het, maar het viel smerig tegen.
Ze merkten al snel dat je wel kunt beginnen
met een leven zoals Jezus dat deed,
maar dat anderen dan al snel over je heen lopen,
dat je niet begrepen wordt,
dat je in het beste geval wordt uitgemaakt voor een softie,
en in het slechtste geval in een arena met uitgehongerde leeuwen belandt.
Paulus heeft met wilde dieren gevochten, maar hield vol!
Juist om het uitzicht van de opstanding.
Jezus werd er voor gekruisigd,
maar dat werd juist het begin van iets nieuws!

Wij zullen opstaan.
Dát maakt het leven waardevol.
Dat maakt het leven van de overledenen waardevol.
Hun liefde, hun trouw, hun toewijding,
alles in hun leven waar een spoortje van het nieuwe leven te zien was,
het gaat mee naar de nieuwe wereld.
Niks geen ‘je leeft maar een keer, daar moet je het mee doen.’
Wij zullen, samen met hen die ons zijn voorgegaan, opstaan in een nieuw leven.
Die hoop maakt het leven de moeite waard.
Amen.




1 Korintiërs 15:58 | De waarde van werk

Zondag en maandag: twee verschillende werelden? Zo kan het wel lijken. Aan het einde van een lang hoofdstuk over de opstanding trekt Paulus een andere conclusie: omdat Jezus is opgestaan, heeft het zin wat je doet!
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 166 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 96 : 1, 4 en 5 (Frysk)
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: 1 Korintiërs 15 : 1 – 11 en 50 – 58
Zingen: Psalm 90 : 2 en 8
Preek over 1 Korintiërs 15 : 58
Zingen: LvK Gezang 380 : 4, 5, 6 en 7
Kinderen komen terug
Leefregels
Zingen: Opwekking 569
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Gezang 147 : 1, 2 en 4
Zegen

De waarde van werk

Inleiding
dia 1 – isoleren
De laatste tijd ben ik een paar keer gebeld
door een bedrijf dat graag ons huis zou willen isoleren.
Die telefoontjes beginnen steeds hetzelfde:
‘Meneer Veurink, u bent door ons speciaal geselecteerd,
u komt in aanmerking om uw huis door ons te laten isoleren.’
Ik zou me natuurlijk vereerd moeten voelen
dat juist ik geselecteerd bent,
maar ik wil het liefst zo snel mogelijk van die verkoper af zijn.
Bij dit soort telefoontjes heb ik namelijk geen goed gevoel.
Ik vertrouw het niet helemaal.
Bedrijven die op zo’n manier hun klanten bij elkaar harken,
daar zal wel iets aan de hand zijn…

In ieder geval draaien ze de zaken om:
ze doen alsof zij mij selecteren met hun geweldige aanbieding.
Maar als ik echt ons huis beter zou willen isoleren,
dan wil ik geen bedrijf dat mij selecteert,
dan wil ik zelf een bedrijf selecteren.
Ik ben zo iemand die eerst uitgebreid alle mogelijkheden wil onderzoeken,
precies wil weten wat er allemaal mogelijk is
en wat de gangbare prijzen daarvoor ongeveer zijn,
en dan kies ik zelf een bedrijf die de opdracht krijgt.

dia 2 – te huur
Intussen hangt de verkoper nog in spanning aan de lijn,
in de hoop dat hij mij over kan halen.
Maar ik heb inmiddels hét argument gevonden:
‘ik woon in een huurhuis,
dus als je iets wilt, kun je beter de eigenaar bellen.’
Het wonderlijke is dat het gesprek dan direct is afgelopen:
de verkoper probeert niet eens meer argumenten aan te dragen.
Hij weet dat hij toch niet verder komt.

Waarom is ‘dit is een huurhuis’ zo’n sterk argument?
Volgens mij omdat bijna niemand grote investeringen doet
in iets wat niet van jezelf is.
Wij hebben een prachtig huis, niks mis mee,
maar als ik 20.000 euro zou mogen besteden om het huis te verbeteren,
dan weet ik echt wel een paar dingen die ik zou willen aanpakken.
Maar zo’n investering heeft alleen zin
als je 30 jaar in hetzelfde huis blijft wonen
of als je terugbetaald krijgt als je verhuist.
Anders is het weggegooid geld.
Het heeft geen blijvende waarde.
Waarom zou je investeren, waarom zou je je best doen,
voor dingen die niet blijven?

dia 3 – de waarde van werk
Vandaag gaat het over werk, over je dagelijkse bezigheden.
Wat heeft het voor waarde wat je in je dagelijks leven doet?
Werken, leren, dienen, hobby’s, heeft het zin?
Heeft het blijvende waarde?
Of is het verspilde moeite,
net zoals stevig investeren in een huurhuis?
‘De waarde van werk’, daar gaat het vanmorgen over.

1. Waardeloos?
dia 4 – alles wordt nieuw, en daarom…
1 Korintiërs 15 gaat niet direct over werk, maar over de opstanding.
Paulus wil dat niemand er aan twijfelt dat Jezus is opgestaan,
want als Jezus is opgestaan, zullen wij volgen,
dan heeft de dood niet het laatste woord over ons.
Net als Jezus krijgen wij een nieuw lichaam in een nieuwe wereld.
Dát is het thema van het hele hoofdstuk.

Eens zal het zo ver zijn, maar zo ver is het nu nog niet.
Maar als je gelooft dat Jezus is opgestaan
en als je gelooft dat je hem eens volgen mag,
dan betekent dat ook iets voor je leven vandaag.
Daar sluit Paulus mee af:
‘kortom, geliefde broeders en zusters’.
Er is hoop, alles komt goed, alles wordt nieuw, en daarom…
Ja, daarom wat eigenlijk?

We doen even alsof we het nog niet gelezen hebben.
Wat zou jij zelf invullen?
Als je de opstanding verwacht, wat voor gevolgen heeft dat voor je dagelijks leven?
Eens wordt alles nieuw, en daarom…
Wat zou jij invullen?

dia 5 – …doet werk er niet zoveel toe?
Misschien wel dit:
‘kortom, geliefde broeders en zusters, maak u niet druk!
Deze wereld is een aflopende zaak.
We moeten het er nog even mee doen,
maar deze wereld heeft geen waarde meer.
Het enige wat we nog kunnen doen is wachten.
Bedenk dat het hier beneden niet is,
dus doe vooral niet al te veel moeite – zo belangrijk is het leven hier niet.
Wat je doet heeft toch geen zin.’

Een beetje zoals mijn reactie aan die verkoper:
ik ga geen grote investeringen doen in een huurhuis.
Als het leven op deze wereld tijdelijk is,
als het straks allemaal toch verdwijnt omdat God iets nieuws maakt,
waarom zou je het leven nu dan niet zien als puur tijdverdrijf,
als een kwestie van overleven?

Eens wordt alles nieuw, en daarom…
Wat zou jij invullen?
Paulus vult iets heel anders in.
Hij ziet overal, niet alleen in Korinte,
dat de verwachting van het eeuwige leven
nog wel eens voor misverstanden over het leven van vandaag kan zorgen.
In een andere brief, zijn tweede aan de Tessalonicenzen,
schrijft hij: ‘we horen dat sommigen van u hun werk verwaarlozen,
dat ze zich niet nuttig maken maar zich slechts onledig houden met nutteloze bezigheden.
In naam van de Heer Jezus Christus dragen wij dergelijke mensen nadrukkelijk op
rustig hun werk te doen en hun eigen brood te verdienen.’
Blijkbaar waren er mensen die, nadat ze tot geloof waren gekomen,
ontslag namen van hun werk
omdat ze hun werk niet meer belangrijk vonden.

dia 6 – kloof tussen geloof en werk
Nu zie ik dat tegenwoordig niet gebeuren,
mensen die tot geloof komen, en daarom maar ontslag nemen.
Maar ik denk dat we die mensen ergens wel begrijpen.
Je hebt werk en andere bezigheden waar je maar wat druk mee bent,
én je hebt dingen die er echt toe doen: het leven met God.
Zou het niet fijn zijn om je helemaal te kunnen richten op wat echt belangrijk is?

En als je op die manier denkt,
dan komen je geloof en je werk of andere bezigheden
heel ver uit elkaar te staan.
Geloof is waar het echt om gaat, en de rest hangt er wat bij…
Werk komt dan in een apart hokje,
een hokje van aardse dingen waar je druk mee bent,
een hokje waar ook behoorlijk wat tijd in gaat zitten,
maar wat tegelijk eigenlijk heel onbelangrijk is.
Zondag en maandag hebben dan niets meer met elkaar te maken.
Je werk staat los van je geloof.

2. Wat je doet, doet ertoe
dia 7 – wat je doet, doet ertoe
Eens wordt alles nieuw, en daarom…
Paulus trekt een andere conclusie:
‘zet je daarom altijd volledig in voor het werk van de Heer,
in het besef dat door de Heer je inspanningen nooit tevergeefs zijn.’
Anders gezegd: wat je doet, doet ertoe!

dia 8 – je werk gaat mee!
In deze zinnen rekent Paulus af met die gedachte van net,
dat het hier beneden niet is,
dat je werk hebt en dingen die echt belangrijk zijn.
Paulus benadrukt juist hoe belangrijk het is wat je vandaag doet.
Christenen leven niet voor later en voor ergens anders: deze wereld doet ertoe
Wat hier, op deze wereld, gebeurt, is belangrijk,
wat jij vandaag doet heeft eeuwigheidswaarde!

Juist omdat Jezus is opgestaan en wij zullen volgen,
juist daarom doen onze bezigheden ertoe.
Dat moet ik even uitleggen.
In de tijd van Paulus was het een populaire gedachte
dat je ziel veel belangrijker is dan je lichaam.
Je ziel, dat is wie je echt bent, en je lichaam moet je meezeulen.
Als je er zo over denkt, kan zelfs de dood mooi worden:
als je sterft, wordt je ziel van je lichaam bevrijd.
Sommige christenen namen die gedachte over:
het eeuwig leven is voor de ziel.
Je lichaam laat je achter, dat is tijdelijk, heeft geen waarde,
wat echt belangrijk is, dat is je ziel.

Paulus moet niets van die gedachte hebben,
daarom schrijft hij dit hoofdstuk over de opstanding.
Paulus weet ook dat je lichaam niet perfect is.
Hij noemt dat een ‘vergankelijk lichaam’.
Maar: je wordt niet ván dat lichaam verlost.
Je lichaam zelf wordt verlost:
het wordt bekleed met een onvergankelijk lichaam.
Je lichaam doet er dus toe!
Het gaat, op een bijzondere manier, mee naar de nieuwe wereld.
Hoe dat er allemaal precies uitziet, dat weten we niet,
maar je lichaam gáát op een of andere manier mee.

Dat geldt ook voor de dingen die we doen.
Voor ons werk, voor onze bezigheden.
Op een of andere manier gaan die mee naar Gods nieuwe wereld.
Het is hier op aarde niet een kwestie van afwachten tot Jezus terug komt:
wat je doet, doet ertoe: het heeft waarde!
Dat Jezus is opgestaan is goed nieuws voor dingen die je vandaag doet.

dia 9 – Niggle
J.R.R. Tolkien, die van ‘de Hobbit’ en ‘Lord of the Rings’,
Tolkien heeft eens een verhaal geschreven over een zekere Niggle.
Niggle is een schilder en een perfectionist.
Een ongelukkige combinatie: zijn schilderijen kwamen niet af.
In zijn hoofd had hij een plaatje van een prachtige boom,
maar hij kreeg hem maar niet op het doek.
Hij kwam niet verder dan één boomblaadje,
maar het is wel een schitterend blaadje.
Na zijn dood wordt het schilderij opgehangen in het plaatselijk museum,
met als titel ‘boomblad door Niggle’.
Niggle komt in het hemelse land, en daar wacht hem een grote verrassing:
voor hem staat de boom, zijn boom, helemaal af.
Zijn werk deed ertoe!

dia 10 – je werk heeft waarde
Dat geldt ook voor de dingen die jij met je leven doet.
De kleinste dingen hebben voor God waarde.
Wat je ook doet: of je nu een betaalde baan hebt,
of je naar school gaat, of je in huis werkt of als vrijwilliger,
of je werkloos bent of gepensioneerd: iedereen doet wel iets.
Bij God doet dat ertoe!
Maarten Luther zei eens:
als Jezus morgen terug komt, plant ik vandaag nog een boom.
Wat je doet heeft eeuwigheidswaarde.
Bij God zijn je inspanningen niet tevergeefs.

3. Neem je geloof mee
dia 11 – neem je geloof mee
Je geloof en je werk horen niet in 2 verschillende hokjes
die helemaal niets met elkaar te maken hebben.
Geloven gaat over heel je leven, want heel je leven doet er bij God toe!
Neem je geloof dan ook mee,
in je werk, en al het andere wat je doet.

dia 12 – wees geen work-a-holic
Paulus maakt het concreet in 2 opdrachten:
wees standvastig en onwankelbaar, dat is 1,
en zet je altijd volledig in voor het werk van de Heer, dat is 2.
Laten we met die eerste beginnen: standvastig en onwankelbaar zijn.
Anders gezegd: sta sterk in je geloof, laat dat de basis zijn onder alles in je leven.
De christenen in Korinte hadden allerlei vragen en bedenkingen bij de opstanding.
Paulus is daar uitgebreid op ingegaan,
en bindt het ze op het hart: laat dat geloof in de opstanding niet los.
Want als je dat loslaat, kun je maar beter het hele geloof loslaten.
De opstanding is het hart van het christelijk geloof!

Dat is geen opdracht die rechtstreeks over je werk gaat.
Maar het betekent wel iets voor je werk:
doe je werk in het besef van de opstanding.
Dat betekent aan de ene kant dat je werk zin heeft,
en aan de andere kant dat je werk niet je leven is.
Wij kunnen heel hard voor onszelf werken.
Ons helemaal in ons werk verliezen.
Maar de basis onder je leven is niet wat jij allemaal doet en bereikt,
maar wat God heeft gedaan met Jezus en wat hij met jou zal doen.
Neem je geloof mee in je werk: wees geen work-a-holic.

dia 13 – doe je werk goed
Dan die andere opdracht:
‘zet je altijd volledig in voor het werk van de Heer.’
Ook dat kun je niet 1 op 1 doortrekken naar je eigen werk:
Paulus zegt niet dat je je volledig voor jouw werk moet inzetten,
maar voor het werk van de Heer: zet je in voor de zaak van God.
Maar je dagelijks werk staat daar ook weer niet los van.

Je kunt het ‘werk van de Heer’ heel beperkt maken:
alsof alleen de verspreiding van het evangelie er toe doet.
Ja, ik mag hopen dat mijn werk als predikant
iets met het werk van God te maken heeft…
Maar Gods werk is veel meer dan werk in de kerk!
Of je nu werkt in de zorg of het onderwijs,
of in een fabriek, op kantoor of in de bouw,
of je nu naar school gaat of vrijwilligerswerk doet,
het heeft allemaal met God te maken!
Deze hele wereld is van God, Gods werk is overal.

Neem je geloof mee naar je werk: doe je werk goed.
Het is namelijk voor God!
Je hoeft niet de week door midden te zagen als het woensdag is.
Alsof werk een noodzakelijk kwaad is en het leven om het weekend gaat.
Je werk is voor God.
Bedenk dat maar, ook als je er even niet zoveel zin in hebt.

dia 14 – wees een dienaar
‘Zet je altijd volledig in voor het werk van de Heer.’
Daar zit nog een kant aan:
zet je ook op je werk in voor de zaak van God.
Doe je werk op een manier die bij God past.
Als christen mag je met je werk God en mensen dienen.
‘Dienen’ is echt een sleutelwoord voor christelijk werk.
Door vriendelijk te zijn,
niet weg te duiken als er een vervelend klusje gedaan moet worden,
en niet mee te doen met geroddel.
Door mensen niet te gebruiken als middel om hogerop te komen,
de ander ook wat te gunnen
en door als collega een betrokken mens te zijn.
Neem je geloof mee naar je werk: wees een dienaar.

Je geloof meenemen naar je werk,
dat betekent niet dat je als christen totaal anders bent dan je collega’s.
Ook als christen stap je wel eens met het verkeerde been uit bed…
Ook niet-christenen kunnen hun werk goed doen, soms zelfs nog beter,
en zij kunnen warme en betrokken mensen zijn.
Maar doe als christen gewoon je werk voor God.
Dan doet het ertoe!
Amen.




1 Korintiërs 13:1-13 | Extreme Makeover

Wordt je van geloven een heel ander mens? En wil je dat eigenlijk wel? Paulus schrijft dat liefde het verschil maakt: als christen ken je Gods liefde, en dat is een Extreme Makeover.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: Opwekking 488 en Opwekking 767
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Opwekking 569, Opwekking 194 en ‘Oceans’
Gebed
Lezen: 1 Korintiërs 13 : 1 – 13
Filmpje
Preek
Zingen: ‘Ik zoek u God’
Geloofsbelijdenis
Zingen: Opwekking 461
Gebed
Collecte (ondertussen Opwekking 554)
Zingen: Opwekking 769
Zegen

Extreme Makeover

Inleiding
dia 1 – poster
Extreme makeover, een extreme verandering,
met die belofte zijn jullie de kerk in gelokt.
Er moet dus nog wel wat gebeuren vanmiddag…
Ik ben in ieder geval blij dat het thema je niet heeft afgeschrikt!
Blijkbaar zie je het wel zitten, zo’n extreme makeover.

dia 2 – extreme makeover
Eerlijk is eerlijk, die titel hebben we gejat van een tv-programma.
Een Amerikaans tv-programma,
ik zou zeggen: hoe kan het ook anders…
Ik moet bekennen dat ik het programma nog nooit bekeken heb.
Op internet heb ik even gezocht,
en daar vond ik de volgende omschrijving van het programma.

“Extreme Makeover volgt de verhalen van de gelukkigen
die zijn uitgekozen voor een once-in-a-lifetime chance
om een Assepoester-achtige ervaring te beleven:
een sprookje in het echte leven waarin dromen waar worden,
niet alleen door uiterlijk te veranderen,
maar ook levens en bestemmingen.”
Zo, dat is een hele mond vol.
Iemands leven, ja zelfs iemands bestemming veranderen…
Ben benieuwd hoe ze dat dachten te doen!
Daar hebben ze een Extreme Team voor,
met de beste plastisch chirurgen van Amerika,
oogartsen, tandartsen, diëtisten, stylisten enzovoort.
Wat zij met ‘je bestemming’ te maken hebben, ontgaat mij,
maar met je uiterlijk weten ze in ieder geval wel raad!

dia 3 – makeover
Zou jij meedoen als je de kans krijgt?
Lijkt het je wat, zo’n extreme makeover?
Mij lijkt het dus helemaal niks.
En nog niet eens omdat ik bang ben voor dat Extreme Team.
Ik vind mijzelf gewoon niet lelijk genoeg voor zo’n extreme makeover!
En als ik tegen jou zou zeggen:
‘jij kunt best een extreme makeover gebruiken’,
dan hoop ik dat je boos wordt of me uitlacht, want dat is een belediging.

Het programma is al niet meer op tv, dat is maar goed ook.
Neem nu dit meisje.
Ja, ze heeft een spleet tussen haar tanden,
haar kapsel is een beetje suf en dat T-shirt is een hobbezak.
Maar is ze er echt op vooruitgegaan?
Met haar nieuwe tandpastareclame-glimlach?
Met een jurk waar je steeds moet opletten dat je niet te veel van je borsten laat zien?
Voor haar makeover was haar lach in ieder geval echt.
Het programma zegt vooral dat je niet goed genoeg bent.

1. Wil je een christelijke makeover?
dia 4 – wil je een christelijke makeover?
Vanmiddag gaat het over een makeover die doet wat de Extreme Makeover wel belooft,
maar nooit waar zal kunnen maken:
een makeover van je leven en bestemming.
Maar wil je die christelijke makeover wel?

dia 5 – zit je te wachten op een makeover?
Ik kan me goed voorstellen dat je daar helemaal niet op zit te wachten.
Een makeover doe je omdat je ergens ontevreden over bent.
Bijvoorbeeld over een te kleine soosruimte:
dan ga je plannen maken voor een grotere soos.
Voordat je voor een makeover gaat,
moet je een probleem hebben waar de makeover een oplossing voor is.
Maar maakt geloven nou echt zo veel verschil in je leven?
Laat ik het zo zeggen: de meeste Nederlanders denken niet
dat ze een probleem hebben waar het christelijk geloof een antwoord op geeft.

De christelijke cabaretgroep Voorwaar heeft eens een liedje geschreven met de tekst:
‘wij zijn van de nazorg, vertel ons uw probleem,
heeft u geen probleem, nou dan maken wij er een.’
Dat gevoel kun je zomaar hebben bij het christelijk geloof:
eerst krijg je een probleem aangepraat, en dan komt een mooie oplossing.
Maar als je gewoon gelukkig bent, tevreden,
wat moet je dan met zo’n christelijke makeover?
Zit je wel te wachten op een geloof dat verschil maakt in je leven?
Dan moet je veranderen, en waarom zou je als je best tevreden bent?

dia 6 – waarom geloven als het geen verschil maakt? (sportschool)
Aan de andere kant: als geloven geen verschil maakt in je leven,
waarom zou je dan nog geloven?
Als je naar een sportschool gaat, dan wil je dat na een tijdje ook verschil te zien is:
dat je bent afgevallen, dat je sterker bent geworden of dat je conditie is verbeterd.
Maar als je al een half jaar fanatiek aan het sporten bent en er verandert niets,
waar doe je het dan eigenlijk voor?
Dan kun je je tijd wel beter besteden!
Je maakt keuzes op basis van wat je ergens aan hebt:
wat heb je aan het christelijk geloof?
Aan de ene kant is dat typisch iets van onze tijd: alles moet een functie hebben.
Aan de andere kant is ook de bijbel duidelijk:
geloven gaat niet alleen over het leven straks.
Als je gelooft betekent dat een nieuw leven, nu.

Ik denk dat je het wel zo kunt samenvatten:
aan de ene kant willen we dat geloof verschil maakt,
dat het een makeover is,
waarom zou je anders geloven?
Maar aan de andere kant:
we zitten er niet echt op te wachten om te veranderen,
zo’n makeover moet wel heel duidelijk een verbetering zijn.

2. Makeover in Korinte
dia 7 – makeover in Korinte (ruïnes)
Een makeover: daarover schrijft Paulus aan de christenen in Korinte.
Tegenwoordig is Korinte een slaperig stadje: weinig te beleven.
Veel interessanter zijn de ruïnes van het oude Korinte, vlak buiten de stad,
die heel wat toeristen trekken.
Het nieuwe Korinte heeft zo’n 30.000 inwoners,
maar in de tijd van Paulus waren dat er toch al snel 100.000.
De stad was dus meer dan 3 keer zo groot,
terwijl er nog lang niet zoveel mensen op de wereld woonden als nu.
Het was een echte wereldstad.

dia 8 – bewijzen dat je er toe doet
Ik zou meer over die stad kunnen vertellen,
maar wat nu belangrijk is:
de inwoners hadden een behoorlijke reputatie opgebouwd.
Alles in Korinte draaide om succes hebben.
Korintiërs stonden bekend als hebberige en op seks gerichte mensen.
In Korinte kwam je om het te maken, om te bewijzen dat jij er toe doet.
Mensen dus die heel druk zijn met zichzelf.

Misschien denk je dat het in de kerk in Korinte heel anders ging,
maar dat valt smerig tegen.
Daarom schrijft Paulus een brief.
De brief valt in de categorie ‘brieven die je liever niet wilt krijgen’.
Paulus is superkritisch.
In hoofdstuk 3 schrijft Paulus:
‘jullie begrijpen niet wat geloof precies betekent.
Jullie leven nog steeds als mensen van deze wereld.
Want jullie zijn jaloers en jullie zoeken ruzie.’
Als je nu in deze kerk zou binnenkomen zou je denken:
‘ik zoek wel even verder, naar een betere kerk.’

dia 9 – geloof als nieuwe manier om jezelf te bewijzen
Voor de christenen in Korinte is geloven een nieuwe kans om jezelf te presenteren.
Ze willen te graag verschil maken.
Daar gebruiken ze het christelijk geloof ook voor,
voor een heuse ‘kijk mij nou’-makeover.
In de gemeente zijn allemaal gaven van de heilige Geest:
profetie, wonderen, klanktaal, en nog veel meer.
Maar in plaats van er blij mee te zijn,
voeren ze hele discussies over wat de belangrijkste gave is,
en wie het dus het verste heeft geschopt in de kerk.
Het is precies zoals in de rest van de stad,
alleen dan met een christelijk sausje.
Zelfs geld aan de armen weggeven, gebeurt om gezien te worden:
je komt er hoger mee op de lijst van beste christenen…

dia 10 – alleen liefde maakt het verschil
Paulus moet daar niets van hebben.
Hij zegt: ‘met al die gaven van jullie maken jullie het verschil niet.
Want hoe mooi die gaven ook zijn, jullie denken dat het om jezelf gaat.
Dat is jullie probleem!
Ik wil jullie vertellen over iets dat veel belangrijker is: liefde.’
En dan komt dat hoofdstuk over de liefde.
Liefde is wat écht verschil maakt.
Jij staat niet langer in het middelpunt, het leven gaat niet om jou,
liefde is dat je de ander net zo belangrijk vindt als jezelf.
Dát is de Extreme Makeover van christenen.

3. Liefde: typisch christelijk?
dia 11 – liefde: typisch christelijk?
Is liefde echt het verschil?
Alsof alleen christenen liefde hebben, betere mensen zijn dan anderen…
Ik geloof er niets van.
Ik ken genoeg niet-christenen die echt niet alleen maar met zichzelf bezig zijn,
vriendelijke mensen bij wie je je direct op je gemak kunt voelen.
Is liefde wel zo typisch christelijk?

Het is nog niet zo makkelijk om het verschil
tussen een christen en een niet-christen te zien.
Je kunt van iemand denken: ‘hè? ben jij christen?!’
Andersom kan het ook dat je van iemand denkt:
‘jij zou wel eens een christen kunnen zijn’, terwijl hij het niet is.
Christenen en niet-christenen lijken best veel op elkaar.

dia 12 – niet-christenen worden beïnvloed door christelijk geloof (ziekenhuis)
Daar zitten 2 kanten aan.
Aan de ene kant zijn niet-christenen in Nederland
vaak toch heel sterk beïnvloed door het christelijk geloof.
Zonder christelijk geloof had Nederland er heel anders uitgezien.
Neem bijvoorbeeld de gezondheidszorg:
niet voor niets hebben veel ziekenhuizen christelijke namen.
De gezondheidszorg in Nederland is opgezet door christenen
met liefde voor hun zieke medemens.
Voor scholen, opvanghuizen voor weeskinderen en allerlei sociale voorzieningen
geldt precies hetzelfde: opgezet door christenen uit liefde voor de medemens.
Het zijn voor ons heel vanzelfsprekende dingen,
de regering moet daar gewoon voor zorgen, daar hebben we recht op,
maar het is uit het christelijk geloof ontstaan!
Liefde is deel geworden van onze samenleving.

dia 13 – christenen worden beïnvloed door de wereld
Aan de andere kant worden christenen vaak ook sterk beïnvloed door de wereld.
Uiteindelijk gaat het ook in Nederland om jezelf.
Ga maar eens op straat vragen wat in het leven echt belangrijk is.
Ik kan je nu al vertellen welk antwoord je het meest gaat horen:
‘dat ik gelukkig ben.’
Het is belangrijk om iets moois van je leven te maken.
Ik snap dat heel goed: zo ben ik zelf ook.
Maar het is wel wat anders dan liefde!
Liefde vinden we wel mooi, maar het mag niet te veel kosten.
Als je moet bezuinigen, dan liever op je giften dan op je telefoonabonnement.
Christenen gaat het vaak net zo goed om hun eigen leven.

dia 14 – het verschil: christenen kennen de bron van liefde
Maakt liefde het verschil tussen christenen en niet-christenen?
Als je om je heen kijkt, zou je het niet zeggen.
Toch is er één levensgroot verschil:
christenen kennen de bron van liefde.
Ze kennen Jezus, die de liefde in eigen persoon is.
Het verschil tussen christenen en niet-christenen, de makeover,
zit er niet in dat christenen betere mensen zouden zijn,
maar dat christenen gedreven worden door de bron van liefde: God.

4. Extreme makeover?
dia 15 – Gods liefde kennen maakt enorm verschil
Is dat dan nog wel een Extreme Makeover?
Ja: Gods liefde kennen, dat is hét verschil tussen christenen en niet-christenen,
en dat maakt echt al een wereld van verschil!
In de wereld, of het nu Korinte is of Franeker, moet je jezelf bewijzen.
Voor God hoeft dat niet.
God heeft alles voor je over, zijn liefde mag hem alles kosten.
Jezus liet zich aan het kruis spijkeren om jou te winnen.
Dat is een verademing in een wereld waar je liefde moet verdienen.
Voor God hoef je je niet anders voor te doen dan je bent,
voor hem hoef je geen Extreme Makeover te doen.
God waardeert je zoals je bent, als uniek persoon.
Dat is zó anders als hoe het in onze wereld gaat,
dat het echt een Extreme makeover is.

dia 16 – laat Gods liefde het beste naar boven halen
Laat die liefde van God dan ook het beste in jou naar boven halen.
Als christen ga je andere dingen belangrijk vinden.
Ja, je wilt nog steeds graag gelukkig zijn,
maar je leert steeds meer dat je met God pas écht gelukkig wordt.
Dan hoef je niet alleen maar bang te zijn als het leven tegenzit,
of boos als het allemaal niet zo gaat zoals jij het wilt.
En wát een angst en boosheid is er in Nederland!
Als christen mag je in Gods liefde rust en houvast vinden.

Het beste wat Gods liefde in je naar boven haalt, is liefde.
Gods liefde geeft je een goede reden om zelf lief te hebben.
God houdt van mensen, zonder verschil tussen hen te maken,
wie ben jij dan om jezelf belangrijker te vinden dan de ander?
Als je het met dit leven moet doen, kan ik dat goed snappen:
dan is dit je enige kans om te genieten.
Maar met Gods liefde heb je eeuwig leven op een compleet nieuwe wereld.
Over Extreme Makeovers gesproken…
Wil jij verschil maken in het leven van anderen?
Wil jij voor liefde staan in een harde wereld?

dia 17 – Een prachtige makeover: God laat je tot je recht komen
Minder met jezelf en meer met anderen bezig zijn:
het klinkt misschien gek, maar dat is een prachtige makeover.
Want je bent niet gemaakt om altijd maar met jezelf bezig te zijn.
Met hoe anderen over je denken en met je eigen leven zo mooi mogelijk maken.
God wil je daar graag van bevrijden.
Hij heeft je gemaakt voor liefde.
Amen.




1 Korintiërs 4:10 – Dienen met dwaze genade

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Zingen: Opwekking 331
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: GKB Gezang 157 (zittend!)
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: 1 Korintiërs 4 : 6 – 21
  • Zingen: Psalm 49 : 2, 3 en 5
  • Preek over 1 Korintiërs 4 : 10
  • Zingen: Psalm 146 : 2, 3 en 4
  • Kinderen terug
  • Lezen wet
  • Zingen: Psalm 19 : 3 en 6
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Opwekking 378 : 1, 2, 3, 4 en 5
  • Zegen

Preek: Dienen met dwaze genade

Inleiding
dia 1 – zwart

Een paar jaar geleden logeerde ik in Dordrecht,
bij mensen die ik niet kende.
Ik was toen nog student en ging naar de ‘nationale synode’,
een bijeenkomst van christenen uit veel verschillende kerken,
om over de kerkgrenzen heen te kijken.

Hoe dan ook, die bijeenkomst duurde twee dagen,
en dus had de organisatie gezorgd voor logeeradressen in Dordrecht.
Uit allerlei verschillende kerken hadden mensen zich opgegeven
om gasten een slaapplaats te geven.
Zo kwam ik dus bij een totaal onbekend gezin terecht.

dia 2 – bed

Als ik ergens logeer, ben ik al snel tevreden.
Een luchtbed en een slaapzak, en dan red ik me wel.
Een kussen is fijn, maar eventueel prop ik wel wat handdoeken in een kussensloop.
Na een gezellige avond werd het tijd om naar bed te gaan.
Tot mijn stomme verbazing werd ik naar de ‘master-bedroom’ gebracht:
de slaapkamer van de gastheer en gastvrouw.
Ik mocht slapen op het comfortabele tweepersoonsbed.
Terwijl zij op een luchtbed gingen slapen,
volgens mij zelfs bij hun kinderen op de kamer.
Wat een gastvrijheid!

dia 3 – zwart

Het is ook een mooi voorbeeld van zelfopoffering,
waar het vanmorgen over gaat.
Het is de laatste keer dat we stilstaan bij ons jaarthema: ‘dienen zoals Jezus’.
Want dienen en jezelf opofferen,
die horen helemaal bij elkaar.
Je kunt niet dienen als je eigen belang voorop staat.
Daarom heb ik het bijbelgedeelte van vanmorgen gekozen.

Het klinkt vrij makkelijk, zelfopoffering.
Maar hoe langer ik me er deze week in verdiepte,
hoe onrustiger ik er van werd.
Wat Paulus schrijft, dat jeukt en prikt.
Want als je zelfopoffering serieus neem,
dan zet het je leven op z’n kop.
Ik zou Paulus heel veel vragen over dit gedeelte willen stellen.
Maar één vraag springt er voor mij bovenuit:
‘Paulus, houdt je van pijn ofzo?
Is christen zijn zwaar afzien?
Wat is dit voor wrede boodschap?’

dia 4 – dienen met dwaze genade

Ik heb ook niet alle antwoorden gevonden.
Volgens mij is het ook niet te beredeneren, het is een geheim.
Maar ik heb wel ontdekt dat het een prachtig geheim is:
het geheim van dienen met dwaze genade.
In dat geheim wil ik je graag meenemen.

Het leven is goed

dia 5 – gehecht aan comfortabel leven

Nederlanders staan wereldwijd bekend als gelukkige mensen.
Het leven in Nederland is goed.
Natuurlijk, er blijven altijd nog dingen te wensen over,
en iedereen heeft ook zijn eigen leed om mee te dragen,
daar wil ik niets vanaf doen,
maar gemiddeld genomen hebben we het goed.

Als ik naar mijn eigen leven kijk,
dan is dat best comfortabel.
Ik geniet ervan dat we een groot huis hebben,
dat we genoeg geld hebben om rond te komen,
en dat er dan ook nog wat over is voor leuke dingen,
zoals uit eten of op vakantie gaan.
Natuurlijk moet ik daar voor werken,
maar het is mooi werk en zeker geen slavenarbeid.
Wat ook heel belangrijk is, is dat ik me veilig voel.
Op straat ben ik niet bang dat iemand mij bedreigt.
Ik kan er ook rustig voor uitkomen dat ik christen ben.
Verder weet ik dat ik in Nederland rechten heb,
dat er allemaal wetten zijn om mij te beschermen.
Kortom: het is misschien wat saai,
maar ik ben blij met mijn leven.

Sterker nog: ik ben eraan gehecht.
Ik ben gehecht aan veiligheid.
Ik ben gehecht aan mijn rechten.
Ik ben gehecht aan wat ik heb.
Een leven zonder die dingen kan ik me nauwelijks voorstellen.

dia 6 – onbezorgd leven als hoogste ideaal

Ook de christenen in Korinte houden wel van het goede leven.
En ook zij hebben over het algemeen niets te klagen.
Hoe de verhoudingen er precies waren, dat weet ik niet,
uit andere gedeelten van de brief wordt wel duidelijk
dat er een rijkere en een armere groep gemeenteleden is,
maar hier schrijft Paulus:
‘jullie zijn verzadigd, jullie zijn rijk en jullie zijn koningen.’

Dat laatste is wat vreemd gezegd: hoezo zijn deze christenen koningen?
Paulus bedoelt het in ieder geval ironisch,
ze zijn niet echt koningen, ze doen maar alsof.
Waar het om gaat: ze genieten van het rijke leven,
en doen alsof het leven daar om gaat.
Hun geloof passen ze ook in dat plaatje.
Paulus sneert: ‘u bent dankzij Christus zo geweldig wijs.’
Geloof geeft hen gewoon een beetje extra zekerheid.
Het belangrijkste in het leven is dat ik het goed heb,
dat ik een fijn en comfortabel leven heb.
Anderen moeten daar vanaf blijven.
Ik heb recht op een onbezorgd leven.

Afgelopen week ging het nieuws over Benno L,
die veel kinderen heeft misbruikt en zijn straf heeft uitgezeten.
Sinds kort woont hij in Leiden.
Als je daar woont, grijpt dat enorm in.
Veel mensen voelen zich niet langer veilig.
Vinden dat hij maar ergens anders heen moet.
Ik snap dat wel: het is een inbreuk in je leven.

Wie wil er nu geen comfortabel leven?
Dat je hebt wat je nodig hebt, en daarmee tevreden kunt zijn?
Dat je kunt genieten, en onbezorgd in het leven kunt staan?

Dienen is dwaas
dia 7 – Paulus en Jezus zijn dwaas

Ik zou zeggen: iedereen wil dat.
Maar dan kom ik Paulus
tegen.
Een onbezorgd leven had hij niet bepaald.
Hij was een armoedzaaier, had steeds honger en dorst,
had nauwelijks kleren,
is vaak genoeg mishandeld en slaapt regelmatig op straat.
En voordat je medelijden met Paulus krijgt:
hij kiest zelf voor die manier van leven,
zo ver wil hij gaan om anderen te dienen.

Paulus is dwaas geworden, omwille van Christus.
En ‘dwaas’, dat lijkt mij precies het goede woord.
Want wie doet dat nou?
Alles opgeven wat je
hebt?
Dan ben je naar wereldse maatstaven inderdaad dwaas.

Eerder in zijn brief heeft Paulus het ook al over dwaas en wijs gehad.
Wat in de wereld dwaas is, is bij God wijs.
Dat zie je bij Jezus, ook al zo’n dwaas.
Wij kunnen graag onbezorgd willen leven,
maar Jezus had pas echt een onbezorgd leven,
in de hemel, bij zijn Vader.
Maar Jezus geeft het op om de minste van de mensen te worden.
Jesaja zegt dat prachtig in Jesaja 53:
‘hij werd veracht, door mensen gemeden,
hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.’
Jezus geeft alles op om de mensen te dienen.
Van die Jezus ben ik onder de indruk.
Denk ik: ‘wauw, wie ben ik dat u zo ver gaat?!
Dank u wel dat u uw eigen onbezorgde leven durft los te laten!’

dia 8 – wie ben ik om niet dwaas te zijn?

En dan wringt het ook.
Het wringt als christenen, als ik, vast willen houden
aan ons veilige en comfortabele leven.
Als we alles wel best vinden zo lang we het maar goed hebben.
Als Jezus dwaas is geworden om mij,
wie ben ik dan om niet dwaas te willen zijn?
Als Jezus alles opgeeft,
wie ben ik dan om alles te claimen?
Paulus begreep dat.
Het kruis van Jezus, waar al Jezus’ dwaasheid bij elkaar komt,
waar Jezus zelfs sterft om ons te dienen,
dat kruis beïnvloedt elke dag Paulus’ leven.

Dienen is dwaas.
Het gaat veel verder dan vriendelijkheid.
Dienen betekent dat je dingen opgeeft.
Dienen betekent pijnlijke keuzes maken.
En natuurlijk is ons leven anders als dat van Paulus.
Voor ons zijn er weer andere keuzes.

Net noemde ik al even Benno L.
Als hij bij je in de straat zou wonen,
zou je je daar op z’n minst ongemakkelijk bij voelen.
Rikko Voorberg, kerkplanter in Amsterdam,
heeft er een facebookpagina aan gewijd:
‘Benno L welkom in onze straat.’
Hij bracht mij aan het denken:
durf ik die pijnlijke keuze inderdaad te maken?
De kans dat ik voor die keuze gesteld wordt, is zeer klein,
en toch kreeg ik er al hartkloppingen van.
Ik bedoel niet dat iedereen hem warm moet ontvangen,
ik heb er alle begrip voor als je dat niet kunt,
helemaal als het iets persoonlijks is.
Maar wat ik wel wil zeggen:
als je zo dient, dan is dat pijnlijk en dwaas.

Een ander voorbeeld komt uit de Middeleeuwen.
Als de pest rond ging, een besmettelijke en dodelijke ziekte,
waren het de christenen die voor de patiënten zorgden.
Ook al liepen ze het gevaar zelf besmet te worden.

Er zijn andere manieren om dwaas te dienen.
Als je ervoor kiest je onbezorgde leven niet voorop te zetten.
Om iets kostbaars weg te geven,
mensen te dienen waar je een grote weerstand tegen voelt.
Je kunt enorm geobsedeerd zijn met je eigen leven en daar hard voor vechten.
Paulus heeft iets beters ontdekt.
Jezus is zijn geluk,
en dan zijn pijnlijke keuzes opeens minder pijnlijk.

Wrede boodschap?
dia 9 – wrede boodschap?

Ik ga even terug naar de vraag die ik aan het begin stelde:
Is christen zijn zwaar afzien?
Is dit een wrede boodschap?
Waarom zou je pijnlijke keuzes maken,
dwaas dienen en je onbezorgde leven op het spel zetten?

dia 10 – het begint bij Jezus’ liefde

Dat kan alleen als je iets mooiers hebt ontdekt.
En dat heeft Paulus!
Paulus heeft Jezus leren kennen,
heeft geleerd dat Jezus’ liefde alles voor hem is,
en dat hij daarom echt vrij is.
Vorige week hebben we het daarover gehad.
Het is echt een verademing als je zoals Paulus in het leven kunt staan.
Dat je niet altijd druk hoeft te zijn met je eigen leven,
maar dat je met een gerust hart kunt geven.
Wil je Paulus’ geheim ontdekken,
dan begint het bij Jezus en zijn liefde.

Paulus kan het dus aan omdat hij iets beters heeft.
Hij kan de pijn verdragen.
Maar gelukkig houd het daar niet bij op.
De pijn is voor Paulus ook meer dan de moeite waard.
Dienen met dwaze genade, dat is voor Paulus vooral heel erg mooi!

dia 11 – Gods koninkrijk ontdekken

Zoals de Korintiërs het doen, dat is maar een half evangelie.
Bij hen gaat het alleen maar om hun eigen behoud.
Ze sluiten zich op in hun eigen comfortabele leven.
Geloof is
daar bij hen ook voor: het geeft hen extra zekerheid en gemak.
Maar God is veel meer van plan dan met jou alleen!
God wil een nieuwe wereld beginnen, zijn koninkrijk.
Dat is een wereld waarin zelfopofferende liefde heel normaal is.
Als je zoals die Korintiërs leeft, dan ontglipt je dat.
Dan leer je niets over liefde, dan gaat het alleen maar om gemak.
Om Gods koninkrijk in deze wereld te zien,
om het te ontdekken in mensen die zichzelf geven,
daar moet je
wel dwaas voor worden.

dia 12 – Gods genade ontdekken

En toch, het blijft moeilijk.
Volgens mij zit onze trots vaak nog in de weg.
Bij de Korintiërs was dat in ieder geval wel het probleem,
en bij mij werkt het net zo.
De neiging om mezelf beter te vinden dan anderen, zit heel diep.
Mensen die zichzelf in de nesten hebben gewerkt,
daar ga ik me toch niet voor opofferen?!
Maar Paulus zegt:
‘bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is?’
Er is geen enkele reden om je beter te voelen dan een ander!
Dat ik mijn leven aardig op de rit heb,
is geen prestatie maar een geschenk van God.

God heeft de ander net zo lief als mij.
Die ander die ik liever niet dien, die ik ontwijk,
die is confronterend voor mijzelf!
Dat geldt ook voor Benno L: ik ben niet beter.
Ik weiger te geloven dat ik een beter mens ben.
Hij zet mij op mijn plek: hij heeft Gods liefde net zo hard nodig als ik.
Dienen maakt me nederig, laat me zien wat genade is.
Ook ik kan van mijn comfortabele voetstuk vallen.
Maar God is groter.
Ik geloof in genade!

Dien met dwaze genade
dia 13 – dien met dwaze genade

Dwaze genade is prachtig!
Paulus zit er helemaal vol mee.
Hij is vol van Jezus,
diep onder de indruk van Jezus’ dwaasheid,
en wil zelf ook niets liever meer.
Dat wil hij graag delen!
Daarom zegt hij:
‘ik roep u op mij na te volgen.’
Dien ook met dwaze genade!

dia 14 – niet uit schuldgevoel

Paulus zegt erbij dat hij de Korintiërs niet wil beschamen.
Hij wil ze niet met een schuldgevoel opzadelen.
Ik wil dat ook niet.
En ik hoop dat we elkaar ook niet met dat schuldgevoel opzadelen.
Het laatste wat we moeten, is de lat voor elkaar hoog leggen,
elkaar beoordelen of we wel goed genoeg dienen en opofferen.
Neem elkaar niet de maat!
Het gaat niet om de vraag: dienen anderen wel genoeg,
maar om de vraag: durf ik mijzelf op te offeren?
En dan niet omdat je je verplicht voelt,
maar omdat je net als Paulus getroffen bent door Jezus’ liefde.

dia 15 – leer het van anderen

Zo dienen kun je ook leren als je naar anderen kijkt.
Misschien is het je wel opgevallen dat Paulus niet schrijft
dat je een voorbeeld aan Jezus moet nemen, maar aan Paulus.
Kun je niet veel beter een voorbeeld nemen aan Jezus?
Paulus zal dat nooit ontkennen.
Maar de Korintiërs hebben Paulus in hun midden meegemaakt, Jezus niet.
Ze kennen het voorbeeld van Paulus.
Door naar Paulus te kijken kunnen ze het leren.
Zo kun je het vandaag ook leren:
door een voorbeeld te nemen aan mensen
voor wie je bewondering hebt om hun zelfopoffering.

dia 16 – wees niet bezorgd om jouw geluk

Wat ik bij het voorbereiden van deze preek vooral heb geleerd,
is dat zelfopoffering heel diep gaat.
Ik had een wat burgerlijk beeld van dienen: elkaar een beetje helpen.
Maar dwaas, zwak en veracht?
Ik kon me er weinig bij voorstellen.
Tot ik zag hoe mensen reageerden op het initiatief van Rikko Voorberg,
om Benno L welkom te heten in je straat.
Naast veel positieve reacties,
waren er ook lelijke bedreigingen aan zijn adres.
Als je bereid bent te dienen, kan het inderdaad verachting oproepen!
Niet alleen lang geleden en ver weg, maar ook in onze eigen wereld.

Zoek je geluk niet in wat je hebt, maar in Jezus.
Dat betekent niet dat je niets meer mag hebben.
Ik voel me wel eens schuldig over ons grote huis.
Maar dat hoeft niet.
Wees dankbaar voor alles wat je van God krijgt.
Maar ga er dan niet bezitterig mee om, dat het jouw geluk moet dienen.
Wat je van God krijgt, daar mag je ook ruimhartig van delen.

Echt geluk vind je niet als druk met je geluk bezig bent.
Echt geluk vindt je in Jezus dwaze genade.

Amen.




1 Korintiërs 4:3-4 – In Jezus ben ik vrij (met Samen Groeien)

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.Bij deze preek is preekverwerkingsmateriaal beschikbaar: <a href=”index.php?option=com_docman&task=doc_download&gid=122&Itemid=100″ target=”_blank” title=”Samen GROEI-en”>Samen GROEI-en</a>.” col=”6″]

Liturgie

  • Zingen: Opwekking 518
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: GKB Gezang 145 : 2, 3 en 4
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: 1 Korintiërs 3 : 1 – 4 : 5
  • Zingen: Psalm 139 : 1, 7 en 8
  • Preek over 1 Korintiërs 4 : 3 – 4
  • Zingen: Psalm 131 : 1, 2 en 3
  • Kinderen terug
  • Lezen wet
  • Zingen: GKB Gezang 140 : 1
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: LvK Lied 90 : 1, 3 en 11
  • Zegen

Preek: In Jezus ben ik vrij

Schaatssucces
dia 1 – olympische spelen

De Olympische spelen zijn in volle gang.
Nederland is er van in de ban.
We doen het ook goed!
De ene na de andere medaille wordt binnengesleept.
Alsof het niets is.
Wij, Nederlanders, laten de wereld wel even zien wie de baas is!
Oke, alleen met schaatsen,
bij die andere sporten bakken we er vrij weinig van,
maar schaatsen dat telt!
En we zijn allemaal toch stiekem wel een beetje trots
dat Nederland het zo goed doet.

dia 2 – podium

Een wedstrijd om nooit te vergeten,
was de 500 meter voor mannen.
Nog nooit won een Nederlander Olympisch goud op die afstand,
maar nu kleurde het hele podium oranje.
Michel Mulder, Jan Smeekens en Ronald Mulder.

dia 3 – banner Greijdanus

En wat het voor mij extra bijzonder maakt:
Michel en Ronald hebben op dezelfde school gezeten als ik:
het Greijdanus College in Zwolle.
Ik ken ze niet,
en toch voelt het alsof ik een beetje meedoe in hun overwinning.
Die Michel heeft toch maar mooi Jan Smeekens verslagen,
ook al is het maar met een fractie van een seconde.
En daar hoor ik bij!
Het is alsof ik zelf Olympisch goud heb gewonnen.
Ik zie mijzelf al op het podium staan,
en ga me bijna beter voelen dan Jan Smeekens.
Totdat ik bedenk dat wat hij in 35 seconden doet,
dat ik daar toch minsten drie en een halve minuut voor nodig heb…

dia 4 – zwart

Vreemd is dat…
Dat anderen goed schaatsen,
en dat wij ons zo met hen verbonden voelen,
dat we schaamteloos zeggen dat ‘wij’ hebben gewonnen.
Het doet ons goed als landgenoten presteren.
Want dan mogen we trots zijn op onze Nederlandse identiteit.

dia 5 – in Jezus ben je vrij

En over identiteit en prestaties gaat het vanmorgen.
Identiteit gaat over de vraag: wie ben ik?
Ben ik iemand omdat ik iets goed kan,
en anderen daar bewondering voor hebben?
Ben ik iemand omdat ik bij de goede groep hoor,
bijvoorbeeld een sporter of een zanger,
en anderen me daarom waarderen?
Of zit het daar niet in?

Voordat we met die vragen bezig gaan,
moet ik nog even iets uitleggen.
Deze preek is er een in een serie over dienen.
Het bijbelgedeelte gaat daar niet rechtstreeks over.
Maar dienen kan heel gevaarlijk zijn:
een manier om van je eigen schuldgevoel af te komen.
Als je dient zonder dat dat geworteld is
in het besef dat God zielsveel van je houdt,
is dienen de zoveelste afgod in ons leven.
Daarom staan we vandaag stil bij de vraag:
hoe kijk je naar jezelf?
Ik wil je graag laten zien dat je in Jezus vrij bent.

dia 6 – boekje

Over die vraag en de bijbeltekst van vanmorgen,
heeft Tim Keller een mooi boekje geschreven:
“bevrijd van je zelf.”
Voor de preek heb ik daar dankbaar gebruik van gemaakt.
Altijd maar vergelijken

dia 7 – ik wil de beste zijn

Hoe kijk je naar jezelf?
Waarom ben jij waardevol?
Op die vraag kan ik natuurlijk niet voor jullie een antwoord geven,
want iedereen is anders.
Wat ik wel weet is dat veel mensen zichzelf waardevol vinden
omdat ze ergens goed in zijn.
Grappen maken, preken, dienen.

Maar goed is vaak nog niet goed genoeg.
Ik wil niet goed zijn, ik wil beter zijn.
Beter dan anderen.
Hoe goed je ook bent,
de zilveren medaille is een medaille voor verliezers…
Mensen zijn steeds bezig zichzelf met anderen te vergelijken.
Je moet de beste grap maken, en ik de beste preek,
of je moet het beste dienen.
Je bent iemand als anderen van je onder de indruk zijn.

Zo zijn de Korintiërs ook druk bezig.
Ze vergelijken zichzelf graag met anderen.
Als ze ergens beter in zijn, dan zijn ze trots,
maar als iemand anders beter is, dan zijn ze jaloers.
Ze zijn druk bezig met hun ego.
Want wat geeft het een goed gevoel
als anderen van je onder de indruk zijn!
Dat streelt je ego.
Hoe anderen over je denken is dus heel belangrijk.
Daarom moet je scherp blijven en presteren,
laten zien dat je belangrijk bent.
Anders ben je een loser.

dia 8 – ik hoor bij de goede groep

Toch kan er maar één de beste zijn.
Ik kan niet schaatsen.
Dan kan ik me maar beter met een goede schaatser identificeren:
dan deel ik in zijn roem.
In Korinte gebeurt dat ook.
De een hoort bij Paulus en de ander bij Apollos.
Allebei zijn ze als evangelist in Korinte geweest.
Ze hebben hetzelfde evangelie verteld,
het gaat dus niet om een meningsverschil over de inhoud.
Het gaat alleen maar om persoonlijke voorkeur:
de een vindt Paulus aansprekend, de ander vindt Apollos een fijne man.
Zo ontstaan er groepen, van mensen die trots zijn op dezelfde leider.

Het lijken misschien verschillende dingen,
je identiteit zoeken in waar jij het beste in bent
en je identiteit zoeken in een groep,
maar er zit steeds hetzelfde achter:
je wilt anderen aftroeven zodat je positief over jezelf kunt denken.
Wie je bent, wordt bepaald door anderen.

dia 9 – dienen om jezelf waardevol te vinden

Het klinkt misschien gek,
maar ook dienen kan een manier zijn om positief over jezelf te denken.
Je zet je volop in voor anderen, en hoopt dat anderen dat zien,
en dat ze hun waardering uitspreken.
En doen ze dat niet, dan helpt dienen tenminste nog om jezelf nuttig te voelen.
Je moet wel dienen, want anders kun je niet tevreden zijn over jezelf.
Dan is dienen jouw antwoord op de vraag ‘waarom ben ik waardevol?’
Juist dienen, je voor anderen inzetten,
doe je dan om er zelf beter van te worden.
Ik betrap mijzelf daar wel op:
dat ik anderen dien omdat ik waardering wil.
Maar dan is dienen een afgod,
een afgod die je hard laat werken en zweten.
Oordelen zijn niet belangrijk

dia 10 – oordelen zijn niet belangrijk

Jezelf steeds vergelijken met anderen,
altijd beter moeten zijn en waardering nodig hebben,
dat is een erg vermoeiende bezigheid.
Het is nooit
goed genoeg,
en als je wel tevreden over jezelf kunt zijn,
moet je ervoor knokken dat vast te houden.
Wie weet nog wie er vier jaar geleden
met de Olympische schaatsmedailles vandoor gingen?
Nee, er is niets mis met hard werken en complimenten.
Maar laat dat niet bepalen wie je bent!

dia 11 – meningen van mensen niet naar je identiteit trekken

Paulus kijkt op een
heel andere manier naar zichzelf.
Hij zegt: ‘hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt, interesseert me niet’.
Die hele vergelijkingswedstrijd, Paulus doet er niet aan mee.
Paulus wijst erop dat hij, en ook Apollos, alleen maar dienaren waren.
Het ging hen om de Korintiërs, niet om zichzelf.
Voor Paulus is dat een diepe werkelijkheid.
Het kan hem werkelijk niets schelen
wat de Korintiërs van hem vinden.
Ze mogen vinden wat ze willen,
maar Paulus zal er niet anders over zichzelf door gaan denken.

Dat betekent niet dat Paulus
zich afsluit voor kritiek.
Van Paulus mag iedereen kritiek op hem hebben.
Maar kritiek raakt hem niet in wie hij is.
Juist dat geeft ruimte voor kritiek.
Kritiek is voor Paulus geen persoonlijke afwijzing.
Daarom kan hij er nuchter mee omgaan.

dia 12 – niet over jezelf oordelen

Maar is Paulus dan zo’n super zelfbewust persoon,
iemand die aan alle kanten uitstraalt:
‘kan me niet schelen wat je van me denkt,
ik ben tevreden met mijzelf’?
Nee dus!
Paulus zegt niet:
‘het kan me niet schelen wat jullie van me denken,
want ik weet wel hoe ik over mijzelf denk.’
In plaats daarvan zegt hij:
‘hoe ik over mijzelf oordeel telt evenmin.’

Je niets aantrekken van anderen en gewoon positief over jezelf denken,
is geen oplossing.
Anderen hebben misschien een oordeel over mij,
maar de meest vernietigende oordelen heb ik nog altijd over mijzelf.
Ik ben nooit tevreden over hoe ik het doe.
Dan moet ik mijn eigen waardering gaan verdienen…
Dat werkt niet.

Paulus weet dat ook.
Er is vast veel op hem aan te merken.
Als hij zichzelf vergelijkt met hoe hij graag wil zijn,
dan stelt hij zichzelf teleur.
Het is nooit goed genoeg.
Met dienen is dat ook zo:
als je dat doet om iemand te zijn,
is het een bodemloze put waar je heel leeg van wordt.

dia 13 – minder aan jezelf denken

Paulus’ oplossing is heel simpel:
hij is gestopt met vergelijken,
hij trekt zich van oordelen niets meer aan.
Om het met de woorden van Tim Keller te zeggen:
Paulus denkt niet positiever over zichzelf,
hij denkt ook niet negatiever over zichzelf,
hij denkt minder aan zichzelf.
Paulus wil zijn energie niet stoppen in zijn zelfbeeld.
Dat is pas echt nederig:
het gaat hem niet om zichzelf, hoe mensen over hem denken.
Als je Paulus tegen zou komen,
hoef je niet bang te zijn dat hij op een of andere manier beter van je wil worden,
daar is Paulus namelijk niet mee bezig.
Hij is oprecht op anderen gericht.Gods oordeel telt
dia 14 – Gods oordeel telt

Het moet heerlijk zijn,
om net zoals Paulus in het leven te staan!
Wat kun je toch veel met jezelf bezig zijn,
wat kun je gevoelig zijn voor waardering,
waardering van anderen en waardering van jezelf.
En wat valt dat vaak tegen,
omdat je nooit zo veel waardering krijgt als je zou willen.
Dan is het toch fantastisch als je net als Paulus kunt zeggen:
‘wat mensen van me vinden, het maakt niet uit,
en hoe ik over mijzelf denk, doet er ook niet toe.’
Dat is bevrijdend!

Maar kan het echt?
Is dat niet iets wat alleen voor heel bijzondere mensen,
mensen zoals Paulus, is weggelegd?
Is het misschien voor extreem ongevoelige mensen?

dia 15 – we gaan steeds naar de rechtbank

Paulus heeft het steeds over ‘oordelen’.
Daarmee komen we in de wereld van de rechtbank.
In een rechtbank is er altijd een aangeklaagde
en er is een rechter om een oordeel te vellen.
Zelf ben ik nog nooit in een rechtbank geweest,
maar het lijkt me erg spannend!
Vooral als de rechter een beslissing over jou moet nemen.
Ik zou daar heel onzeker van worden.

Het stomme is dat we onszelf dat steeds aandoen.
We gaan steeds naar de rechtbank toe,
de rechtbank of je wel waardevol bent,
en anderen mogen hun oordeel dan over je geven.
Bijvoorbeeld of ze je foto op facebook liken.
En met dat oordeel is
het helaas niet klaar…
Volgende week begint het weer van voor af aan.
We laten ons steeds beoordelen.

dia 16 – Gods oordeel telt: hij houdt van je!

Voor Paulus geldt dat niet.
Hij schrijft: ‘het is de Heer die mij oordeelt.’
En het fijne van dat oordeel,
is dat het niet elke dag verandert!
Alleen Gods mening telt,
en gelukkig is Gods mening niet afhankelijk van wat ik doe.
Voor God maakt het niet uit of je Olympisch goud wint,
of alleen achter een stoel kunt schaatsen.
Voor God maakt het niet uit of je een gangmaker bent,
of dat je je leven maar saai vindt.
Voor God maakt het niet uit of je keurig leeft,
of dat je jezelf diep in de put hebt gewerkt.

Voor God maakt maar één ding uit: Jezus.
Als je in Gods rechtbank staat en tegen God zegt:
‘Heer, kijk toch alstublieft niet naar mij,
van die rotzooi wordt niemand vrolijk,
kijk toch naar Jezus’,
dan wordt je vrijgesproken!
Dan zegt God:
‘ja, Mark ik houd zielsveel van je!’
Probeer het maar eens met je eigen naam!

Gods oordeel telt.
Als hij je waardevol vindt, en dat vindt hij,
en als je daar zelf ook steeds meer van overtuigd bent,
dan maakt het steeds minder uit wat anderen van je vinden.
Aan het einde van deze dienst gaan we een lied zingen met de zin:
‘ik lach en loop te zingen in louter zonneschijn’.
Daarmee wordt niet bedoeld dat alles in het leven makkelijk is,
maar wel dat God van je houdt, en je daarom mag weten dat je waardevol bent.

dia 17 – bij God vind je vrijheid

Als je net als Paulus kunt zeggen:
‘het is de Heer die over mij oordeelt’, dan ben je vrij!
Dan hoef je
andere mensen niet al concurrenten te zien,
die iets beter kunnen dan jij.
Dan hoef je ze ook niet te zien als rechters,
die je steeds weer beoordelen.
Geloof in God wordt wel eens gezien
als een einde aan al je vrijheid.
Het is juist andersom: pas bij God vind je vrijheid.
Wees vrij

dia 18 – hoe kan Gods liefde in je hart landen?

Ik hoop dat ik je iets heb kunnen laten zien
van hoe mooi het is om vrij te zijn.
Dat je waardevol bent voor God,
en dat je daarom niet bezig hoeft te zijn met oordelen.

Vrij zijn, het klinkt prachtig,
maar in de praktijk is het best moeilijk.
Ik weet met mijn verstand wel dat God van mij houdt,
en dat dat genoeg is,
maar ondertussen blijf ik gevoelig voor mensen.
Hoe kan die liefde van God in je hart landen?
Dat het geen mooie woorden zijn,
maar dat het echt alles voor je is?

dia 19 – geef God ruimte te zeggen dat hij van je houdt

Zelf merk ik dat ik echt onder de indruk kan zijn van Gods liefde,
maar als ik daar even wat minder mee bezig ben,
het ook weer wegzakt en mensen weer belangrijker worden.
Volgens mij is er maar een manier om uit Gods liefde te leven,
en dat is er steeds weer mee bezig zijn.
Want Gods liefde is niet een kwestie van weten hoe het in elkaar steekt.
Zo werkt liefde niet.
In een gewone relatie ook niet.
Dan moet je blijven vertellen dat je van elkaar houdt,
met woorden, met een dikke knuffel of een avondje uit.

Geef God die ruimte ook!
Om tegen je te blijven zeggen dat hij van je houdt.
Dat boekje van Tim Keller, ‘bevrijd van je zelf’,
had ik al eens eerder gelezen.
Deze week las ik het opnieuw,
en ik was weer onder de indruk van Gods liefde.
Ik heb het nodig dat God dat elke dag tegen mij zegt.
En dat wil hij!
Houd je oren en ogen open voor dat God het steeds wil zeggen.
Zoek het in de bijbel of in je gebed.
Je kunt ook herinneringen voor jezelf maken,
door een mooie bijbeltekst op te hangen in je slaapkamer.
Van mijn zusje kreeg ik dit kubusje toen ik belijdenis heb gedaan.
Er staat op: ‘smile, God loves you’.
‘Lach, God houdt van je’.
Ik heb hem maar weer eens op m’n bureau gezet.

dia 20 – pas dan kun je dienen

En als het tot je
doordringt,
als Gods liefde genoeg voor je is,
dan kan dienen pas beginnen.
Dan hoef je niet meer te dienen om waardering van anderen te krijgen,
om je eigen ego wat op te krikken.
Gods liefde is genoeg.
Dan kun je oprecht dienen, zonder bijbedoelingen.
Het is dan geen manier om jezelf waardevol te kunnen vinden,
je weet al dat je waardevol bent,
dus kun je je helemaal op de ander richten.

Dus wees vrij.
En geniet van Gods enorme liefde.

Amen.




1 Korintiërs 12:12-13 – Iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Zingen: Opwekking 733
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Zingen: Psalm 115 : 1, 6, 7 en 8
  • Gebed
  • Kinderen naar club
  • Lezen: 1 Korintiërs 12
  • Zingen: GKB Gezang 119 : 2 en 5
  • Preek over 1 Korintiërs 12 : 12 – 13
  • Zingen: Psalm 133 : 1, 2 en 3
  • Kinderen terug
  • Lezen wet
  • Zingen: E&amp;R 260 (Hand en voet)
  • Doop Anna-Loïs Stelma
  • Lezen doopformulier 1
  • Doopsbediening
  • Zingen: Psalm 103 : 1, 2 en 5
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: LvK Lied 320 : 1, 2 en 4
  • Zegen

Preek: Iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen

Samen sterk
dia 1 – keuken

Ik wil jullie vanochtend meenemen naar de keuken.
Ik houd er wel van om een lekkere maaltijd klaar te maken.
En of je zelf nu vaak in de keuken staat
en de heerlijkste maaltijden weet te bereiden,
of dat je er helemaal niets van bakt,
iedereen weet dat je voor een lekkere maaltijd
verschillende ingrediënten nodig hebt.

dia 2 – ingrediënten

Veel ingrediënten zijn los helemaal niet lekker.
Probeer maar eens een hap zelfrijzend bakmeel te eten,
dan weet je waar ik het over heb…
Zelfrijzend bakmeel moet je gebruiken,
bijvoorbeeld om pannenkoeken te maken.
En dan heb je
ook andere ingrediënten nodig,
zoals melk, boter, zout en eieren.
Ik heb het eens gepresteerd de eieren te vergeten…
Nou, daar worden die pannenkoeken dus ook niet beter van.
Een leerzame ervaring: ik vergeet de eieren nooit weer!
Samen maken de ingrediënten de maaltijd
en je kunt niet zomaar iets eruit weglaten.

Met mensen kan dat ook zo zijn.
Mensen zijn verschillend.
Verschillende mensen hebben verschillende dingen die ze goed kunnen.
Als je de goede mensen bij elkaar zet,
kunnen ze dingen die ze alleen nooit zouden kunnen.

dia 3 – aftiteling

Kijk maar eens in de aftiteling van een film.
Dat is natuurlijk niet het interessantste stuk van een film,
de meeste mensen zetten het dan ook snel uit,
maar je krijgt er wel een mooi kijkje achter de schermen.
De lijst van mensen die hebben meegewerkt, houdt maar niet op!

Uiteraard heb je acteurs nodig,
mensen die de hoofdrollen en bijrollen spelen.
En een cameraploeg, om alles op te nemen.
Maar daarmee
ben je er nog lang niet!
Je hebt een scriptschrijver nodig en een regisseur.
Muziek is in veel films ook belangrijk,
dus je hebt muzikanten nodig en iemand die de muziek selecteert.
Achter de schermen heb je mensen die zorgen voor het decor,
mensen die zorgen voor de goede kleding,
mensen die de acteurs opmaken,
mensen die zorgen dat iedereen op het goede moment op de goede plek is,
en ga zo maar door.
En al die mensen krijgen soms ook honger,
dus er zijn ook nog mensen voor de catering nodig.

Al die mensen kunnen in hun eentje geen film maken.
Een acteur zonder cameraman kan niets beginnen.
Allemaal hebben ze iets waar ze goed in zijn.
En allemaal zijn ze onmisbaar voor het maken van een film.
Samen staan ze sterk.

dia 4 – iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen

Is dat in de kerk ook zo, dat je samen sterk staat?
Daarover schrijft Paulus
in zijn brief aan de christenen in Korinte.
Wat hij zegt, kun je in 1 zin samenvatten:
iedereen is nodig bij Jezus’ leerlingen.
Samen sta je sterk.Ieder voor zich
dia 5 – ieder voor zich

Dat is tenminste de theorie.
In de kerk kun je niet zonder elkaar.
Maar is dat ook de praktijk?
Heb je anderen echt nodig?
Of redt je het zelf wel?

We gaan naar Korinte, een Griekse stad, in de eerste eeuw.
Korinte is een havenstad, een wereldstad.
Allerlei soorten mensen wonen er door elkaar heen.
Het is een hele diverse stad.
Toch hadden al die verschillende mensen maar weinig met elkaar te maken.
Als Jood ging je
niet met Grieken om,
en als rijke ging je niet met slaven om.
O ja, misschien wel voor wat zakelijke contacten,
maar verder hield je afstand.
Het is ieder voor zich.

dia 6 – wel of geen klanktaal spreken

In het kerkje van Korinte gebeurt hetzelfde.
Het is niet een geheel,
van mensen die samen Jezus volgen,
en waar iedereen gelijkwaardig is.
Nee, sommigen waren onmisbaar voor het kerkje,
of vonden zichzelf in ieder geval onmisbaar,
terwijl anderen het gevoel kregen dat ze nergens nuttig voor waren,
een blok aan het been.

Er is een scherpe tegenstelling binnen het kerkje:
sommige leden kunnen in klanktaal spreken,
anderen kunnen dat niet.
Wat die klanktaal nu precies was, ik weet het niet…
De meningen verschillen er behoorlijk over.
De vraag is dan vooral of die mensen een bestaande vreemde taal spraken,
of dat ze in een niet-bestaande taal spreken.

Voor vandaag is het niet zo belangrijk.
Waar het om gaat, is dat mensen die in klanktaal konden spreken,
de belangrijkste gemeenteleden waren.
Mensen die het
niet konden, telden eigenlijk niet mee.
In Korinte is het dus niet ‘samen sta je sterk’,
maar ‘als je klanktaal spreekt, sta je sterk.’
Dan heb je helemaal geen anderen meer nodig.
Dan kun je
op eigen benen staan.
En dus is het ieder voor zich.

dia 7 – ik los het zelf wel op

Bij zo’n indeling van wel en geen klanktaal spreken,
denk ik: het zal wel, waar gaat dit over…?
Maar wat daarachter zit, op eigen benen willen staan,
dat is al een stuk herkenbaarder.
Op school had ik altijd een enorme hekel aan samenwerken.
Samen een werkstuk schrijven… verschrikkelijk!
Laat mij dat maar alleen doen.

Willen we elkaar wel nodig hebben?
Volgens mij liever niet.
Als je een probleem hebt, los je het zelf wel op.
En met geloof gaat het vaak ook zo:
het is mijn geloof,
daar heb ik echt geen anderen bij nodig.
Ze moeten zich niet met mij bemoeien.In Christus aan elkaar gegeven
dia 8 – geloof is geen prestatie maar geschenk

En juist dat punt, ‘het is mijn geloof’,
daar begint Paulus mee.
Want is het wel jouw geloof?
De Korintiërs zien geloof als een mooie prestatie,
zoals veel in Korinte om prestaties ging.
Je kon jezelf opwerken, daarmee aanzien verdienen,
of diep zinken en geen blik waardig gekeurd worden.

Bij geloven gaat het juist niet om presteren.
Paulus zegt: ‘niemand kan ooit zeggen “Jezus is Heer”,
behalve door toedoen van de heilige Geest.’
Je geloof is dus niet een prestatie, iets om trots op te zijn,
maar iets dat je van God krijgt!
De heilige Geest zorgt dat je kunt zeggen ‘Jezus is Heer’.
En als je dat zegt, dan zeg je
dat Jezus de belangrijkste is in je leven,
dat je niet trots bent op jouw prestaties of op jouw geloof,
maar op Jezus!

En wat is dat heerlijk bevrijdend!
Je hoeft jezelf niet steeds te bewijzen,
je hoeft niet te presteren om indruk op anderen te maken,
je hoeft je eigen problemen niet op te lossen,
zodat anderen bewondering voor je hebben.
Het is niet jij tegenover de rest van de wereld.
Bij Jezus hoef je niet te presteren,
hoef je je niet tegen anderen af te zetten,
maar hoor je juist bij elkaar.

dia 9 – delen van een lichaam

Paulus vergelijkt dat met een lichaam.
Een lichaam heeft veel verschillende lichaamsdelen.
En in een lichaam is het natuurlijk niet zo
dat de lichaamsdelen indruk proberen te maken op elkaar.
Alsof je met je handen iets heel moois kunt maken,
en je ogen dan jaloers worden…
Dat slaat natuurlijk nergens op:
zonder je ogen hadden je handen dat niet eens gekund.
Christenen, mensen die zeggen dat Jezus Heer is,
horen ook zo bij elkaar, als leden van een lichaam.

Daar gaat het ook om bij de doop.
De doop maakt christenen leden van 1 lichaam.
Straks wordt Anna-Loïs gedoopt.
Krijgt ze het teken dat zij ook bij het lichaam hoort.
Dat zij en wij elkaar nodig hebben.

In een lichaam heeft elk lichaamsdeel een eigen plek.
Voeten zijn om mee te lopen
en met je handen kun je iets oppakken.
Doordat elk deel anders is, wordt het samen een lichaam.
Ze vullen elkaar aan.

dia 10 – verschillende gaven

In de kerk is dat ook zo:
daar hebben we allemaal een eigen plek,
zodat we elkaar aanvullen.
Paulus heeft het dan over gaven van de Geest.
Elke christen heeft zulke gaven gekregen.

Maar wat zijn die gaven dan?
Paulus noemt er heel wat,
en op andere plaatsen in de bijbel noemt hij nog weer anderen.
Er zijn dus meer gaven dan Paulus hier noemt.
Ze hebben wel allemaal met elkaar te maken:
het zijn gaven om elkaar te helpen met geloven.

Gaven zijn dus iets anders als talenten.
Je kunt het talent hebben om muziek te maken of om lekker te koken.
Mooie dingen, waarmee je elkaar ook kunt aanvullen,
maar je helpt er nog geen anderen mee om te geloven.
Talenten kunnen wel gaven worden.
Als je met de muziek die je maakt, mensen helpt te geloven.
Of als je een maaltijd voor een ander maakt,
en de ander daarin iets van Gods liefde ziet.
Dan is het een gave geworden, die Paulus zelf ook noemt:
de gave van bijstand verlenen.Hebben we elkaar echt nodig?
dia 11 – hebben we elkaar echt nodig?

Maar hebben we elkaar wel echt nodig?
Het is mooi dat Paulus dat zegt, maar werkt het echt zo?
Je kunt denken dat niemand jou nodig heeft.
En je kunt ook denken dat jij niemand nodig hebt.
Is het inderdaad zo dat sommige mensen veel voor anderen betekenen,
en dat anderen vooral veel hulp nodig
hebben?

dia 12 – niemand heeft mij nodig?

Eerst maar over dat jij niet nodig bent,
dat niemand op jou zit te wachten,
dat je niets voor het geloof van anderen betekent,
en de kerk net zo goed zonder jou zou kunnen.
Je voelt je minderwaardig.

Paulus lijkt ook te zeggen dat dat klopt:
dat er belangrijke en minder belangrijke leden zijn.
Hij heeft het over zwakke delen van het lichaam.
Blijkbaar heeft de een meer te bieden dan de ander.
Maar schijn bedriegt!
Want, zegt Paulus, juist die delen die het zwakst lijken,
zijn het meest noodzakelijk!

dia 13 – herinneren aan genade

Ik denk dan maar aan Anna-Loïs.
Zij is vast niet de eerste van wie
je zou zeggen:
daar hebben we nou wat aan!
Maar zij is niet alleen een geschenk aan haar ouders,
ze is ook een geschenk aan de hele gemeente.
Ze is een voorbeeld van iemand die nog niets gepresteerd heeft,
in alles van anderen afhankelijk is.
Om je eraan te herinneren:
voor God hoef ik niet te presteren, het gaat om zijn genade.
Juist mensen die weinig te bieden hebben,
kunnen op die manier een geweldig getuigenis geven.

dia 14 – groot geloof

Wat ik opvallend vind, is dat Paulus de gave van een groot geloof noemt.
Dat zou je misschien niet direct als een gave zien
waardoor anderen wat aan je hebben.
Maar wat is het bijzonder als iemand een zwaar leven heeft,
en ondanks alle tegenslag een rotsvast vertrouwen op God heeft!
Dan kom ik daar om die
persoon te bemoedigen,
maar ben ik degene die bemoedigd naar huis gaat!

Zo geeft God iedereen zijn eigen, onmisbare plek, in het lichaam.
Misschien door je kwetsbaarheid, misschien door je groot geloof,
misschien door je gave om te bidden,
en ga zo maar door.

dia 15 – ik heb niemand nodig?

Anderen denken: ik heb niemand nodig,
alleen is wel net zo makkelijk.
Juist dan kun je veel leren van die mensen
die zichzelf als zwakke delen zien.
Jezus wil je bevrijden van dat je altijd alles zelf moet doen.
Hij wil je leren te ontvangen.
Je doet jezelf alleen maar tekort als je zonder anderen denkt te kunnen.
We zijn niet gemaakt om zelfstandig te zijn.

En de een heeft meer zorg nodig dan de ander.
Paulus
zegt dat ook.
Zo zit een lichaam ook in elkaar.
Maar juist door voor de andere delen te zorgen,
door jouw gave voor een ander
in te zetten,
kun je zelf ook weer groeien.
Wat heeft God het toch prachtig bedacht!Dien elkaar met je gaven
dia 16 – dien elkaar met je gaven

In de kerk hebben we elkaar nodig.
Jij hebt anderen nodig en anderen hebben jou nodig.
Dan zijn we zo’n lichaam waar Paulus het over heeft.
Dien elkaar dus met je gaven.

dia 17 – ontdek je gave

Heb je geen idee wat je gave is?
Dan begint het met het ontdekken daarvan.
In 1 Korintiërs 12 noemt Paulus er heel wat op,
misschien herken je er wel een van.
Ik denk dat je er niet al te diep voor in jezelf moet graven.
Als je anderen echt met je gaven wilt dienen,
wordt ook vanzelf wel duidelijk wat je gaven zijn.
Doe maar gewoon wat je tegenkomt,
bijvoorbeeld op een kringbijeenkomst.
En luister ook naar wat anderen zeggen:
vaak heb je zelf niet zo goed door wat je gave is,
maar kunnen anderen je er op wijzen.
Laten we dat vooral ook doen!

dia 18 – zet je gaven voor elkaar in

De gaven die je hebt, brengen ook een verantwoordelijkheid met zich mee.
De Geest geeft je die gaven niet om zelf van te genieten.
Het zijn gaven om het hele lichaam mee te dienen.
Gaven waarmee je anderen helpt om te geloven.
Je bent elkaar tot hand en voet
om Jezus te volgen en te belijden dat hij Heer is.

Je kunt je gaven ook links laten liggen.
Je hebt ze wel, maar je doet er niets mee.
Dat is jammer voor de gemeente,
want die had veel aan je gave kunnen hebben.
Maar het is ook jammer voor jezelf.
Want als je jezelf geeft in de gemeente,
als je gericht bent op hoe je anderen met je gaven kunt helpen,
voel je meestal jezelf ook veel meer deel van die gemeente.

dia 19 – aan elkaar verbonden

Als je elkaar met je gaven dient,
dan ga je ook echt merken dat je aan elkaar verbonden bent,
dat je bij elkaar hoort en samen sterk staat.
Dan geldt ook wat Paulus in vers 26 schrijft:
‘wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee.’
Want dan is het niet langer zo dat ieder voor zijn eigen leventje gaat,
maar dat je jezelf ziet als een lichaamsdeel:
je bent uniek in wat God aan jou gegeven heeft,
je bent niet te missen in het lichaam van Christus,
en je komt echt tot je recht in verbinding met het hele lichaam.

Amen.




1 Korintiërs 11:33 – Verkondig Jezus door te delen (avondmaal)

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 171 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalm 47 : 1 en 2
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: 1 Korintiërs 11 : 17 – 34
Zingen: LvK Lied 106 : 1 en 2
Preek over 1 Korintiërs 11 : 33
Zingen: Opwekking 268
Kinderen terug
Kinderlied
Lezen wet
Zingen: Psalm 65 : 2 en 3
Avondmaal
Lezen formulier 4
Viering
Zingen: GKB Gezang 141 : 1 en 2
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 21 : 1, 3 en 7
Zegen

Preek: Verkondig Jezus door te delen

Inleiding
dia 1 – taart
Delen, eerlijk delen,
dat is nog niet zo gemakkelijk.
Op verjaardagsfeestjes vind ik het altijd lastig.
Met de taart gaat het nog wel.
Iedereen krijgt gewoon een stuk taart.
Het ene stuk is misschien wat groter dan het andere,
en ik durf nooit het grootste stuk te kiezen,
maar een taart kun je redelijk eerlijk verdelen.

dia 2 – zak chips
Dat wordt anders als er een zak chips wordt opengetrokken.
Meestal heb ik wel zin in chips,
maar ik wil ook niet onbeschoft zijn en de hele zak leegeten…
Wat moet je dan?
Hoe kun je een zak chips goed verdelen?

dia 3 – chips zakjes
De makkelijkste oplossing is natuurlijk
om van die kleine chipszakjes te kopen.
Iedereen krijgt een zakje.
Of de chips verdelen over bakjes,
zodat iedereen z’n eigen portie heeft.
Op kinderfeestjes kan dat nog.

Op feestjes van grote mensen kan dat eigenlijk niet meer.
Dan ben je aan elkaar overgeleverd.
Dan krijgt onze slechtheid alle ruimte.
Dan moet je zelf bedenken hoe je het aanpakt.

dia 4 – graaien
Je kunt er dan voor kiezen
je niets van anderen aan te trekken.
Er is chips en jij hebt zin in chips.
Een en een is twee, dus aanvallen maar.
Een zak chips moet zo snel mogelijk leeg.
Als iedereen deze tactiek heeft,
dan werkt het ook best aardig,
en heb je binnen een minuut de zak eerlijk verdeeld.

Het wordt lastiger als mensen rustig willen genieten van hun chips.
Als je een beetje manieren hebt,
moet je dan tactisch chips gaan pakken.
Goed om je heen kijken wanneer iemand weer wat pakt,
en dan mag jij ook weer wat pakken.
En dan proberen zo veel in je hand te hebben dat het niet opvalt,
maar dat je toch een voorraadje kunt maken.

dia 5 – lege zakken
Je hebt ook nog van die mensen die achter het net vissen.
Die zien de zak chips op tafel komen,
en bedenken na een kwartier dat ze wel wat lusten.
Maar dan is het natuurlijk al lang op.
Pech gehad!

Eerlijk delen, dat is niet makkelijk.
Want je doet jezelf niet graag tekort.
Ik in ieder geval niet.
De meeste mensen kiezen voor zichzelf.

1. Leven voor jezelf
dia 6 – leven voor jezelf
In de stad Korinte werkt dat ook zo.
We maken een sprong in de tijd en gaan naar de eerste eeuw.
In die tijd is Korinte een grote en bruisende stad.
Er is ook een kleine groep christenen, een kerkje.
Het is een bont gezelschap van mensen die tot geloof zijn gekomen.

Dit kerkje krijgt een brief van Paulus.
Het gedeelte dat we daaruit hebben gelezen, gaat over het avondmaal.
Tenminste, zo noemen we het in de kerk meestal.
Paulus heeft het over de maaltijd van de Heer.
Een veel mooiere naam!

Als we hier in de kerk de maaltijd van de Heer vieren,
dan is dat heel sober: een klein stukje brood en een slokje wijn.
In Korinte ging dat heel anders.
Daar vierden ze de maaltijd van de Heer als een echte maaltijd.
Het was een feestmaal.

dia 7 – armen vinden de hond in de pot
Maar het was geen feest voor iedereen.
De maaltijd werd gehouden in het huis van een wat rijker gemeentelid.
Hij had een groot huis, waar iedereen in paste.
Aan het einde van de middag druppelen de eerste mensen binnen.
Het zijn mensen die hun zaakjes goed voor elkaar hebben,
die niet hoeven te zwoegen voor hun geld.
Het zijn echte levensgenieters.
Als het eten op tafel komt, dan weten ze het wel: aanvallen!

Niet iedereen in Korinte heeft het zo goed.
Andere leden van het kerkje moeten hard werken voor weinig geld.
Zij kunnen pas aan het begin van de avond komen.
Ze hebben stevige trek, maar vinden de hond in de pot
en rijken die wat aangeschoten beginnen te raken door de wijn.
Het zou zelfs goed kunnen dat er voor hen geen plek meer was in de eetkamer,
en ze daarom naar de hal worden verwezen.
Ze lijken een soort 2e-rangs leden.

In Korinte gaat het er anders aan toe dan in Franeker.
De maaltijd van de Heer vieren we hier niet als een echte maaltijd,
al gaan we na de dienst vandaag wel zo’n maaltijd houden.
Een ander verschil is hoe belangrijk status is.
In Korinte bepaalde je status alles.
In Nederland vinden mensen dan dat je omhoog gevallen bent…
En misschien vindt je die Korintiërs ook gewoon ongemanierd.

dia 8 – mijn behoefte en mijn status
Maar zijn ze echt zo anders dan wij?
Het gaat er om twee dingen.
Het eerste is mijn behoefte.
De rijken hadden zin in eten, dus ze gaan eten.
En dat doen wij toch ook,
je eigen behoefte volgen, je eigen gevoel?
Wat overdreven gezegd: de hele wereld is er voor mij,
ik ben de hoofdrolspeler, en de rest van de wereld is figurant.
Natuurlijk zeg je dat normaal niet zo,
maar we doen het vaak wel.
Ik heb recht op mijn tijd, mijn geld, mijn leven.

Het tweede is mijn status.
In Korinte wilden de rijken niet met de armen delen.
Wij zoeken ook het liefst soortgenoten op.
De jongeren bij de jongeren,
gezinnen bij de gezinnen,
en ouderen bij de ouderen.
De mensen waarmee je een soort natuurlijk band hebt.
En mensen buiten die groep, die kun je beoordelen,
op hun kleding, geur, lachje, maniertjes, enzovoort.

2. Jezus verkondigen
dia 9 – maaltijd voor Jezus of voor jezelf?
Als Paulus hoort hoe ze in Korinte de maaltijd van de Heer vieren,
maakt het hem boos: dit kan zo niet!
Paulus legt de vinger bij de zere plek:
jullie komen niet samen om de maaltijd van de Heer te vieren.
De Korintiërs zullen wel gedacht hebben:
‘hoezo, dat vieren we toch regelmatig?’
Maar Paulus’ punt is:
jullie vieren niet de maaltijd van de Heer, maar jullie eigen maaltijd.
Wat de Korintiërs doen heeft helemaal niets met de maaltijd van de Heer te maken!

In de maaltijd van de Heer gaat het om Jezus.
Het gaat erom dat hij gestorven is,
dat hij zijn leven voor ons gegeven heeft.
Het gaat erom dat hij is opgestaan
en ons een nieuw leven geeft.
Elke keer als christenen de maaltijd van de Heer vieren,
denken ze daaraan terug.
Paulus gebruikt daarvoor het woord ‘gedenken’,
Jezus’ dood en opstanding komen aan zijn maaltijd diep binnen.
In Korinte is dat ver te zoeken.
Het gaat om eetlust en status.

dia 10 – blijkt in hoe je met elkaar omgaat
Op die manier kun je Jezus niet verkondigen.
Aan Jezus’ maaltijd vier je dat hij alles voor je heeft gegeven.
Je viert dat hij zichzelf heeft opgeofferd.
Dan kun je niet zeggen:
‘Jezus, fijn dat u dat deed, maar dat ga ik dus mooi niet doen.
Al die mensen hier, ik doe wel vriendelijk tegen ze,
maar eigenlijk kunnen ze me gestolen worden.
Ik trek me liever terug in mijn eigen wereldje.’
Dan maak je jezelf belangrijker dan Jezus.
Jezus kan al die mensen wel belangrijk vinden,
maar jij bent toch echt belangrijker…

Als je viert dat Jezus zich opoffert,
dan blijkt dat ook in hoe je met elkaar omgaat.
Het blijkt in dat je samen deelt,
in dat je elkaar vergeeft,
jezelf geeft voor anderen en elkaar dient.
Dan zie je aan Jezus’ maaltijd wie hij is.

Als Paulus het even later heeft
over het onwaardig vieren van de maaltijd, heeft hij het daar over.
Hij bedoelt dan niet dat het er allemaal heel plechtig aan toe moet gaan.
Het is onwaardig als het ieder voor zich is.
Het gaat erom dat je elkaar wilt dienen!
En natuurlijk is dat niet alleen zo bij die maaltijd.
Het gaat om een manier van leven.
Dat het in mijn leven niet om mij gaat, maar om Jezus.

3. En ik dan?
dia 11 – en ik dan?
En ik dan?
Altijd maar Jezus,
altijd maar leven voor anderen,
ik heb toch zelf ook nog behoeften?
Ik moet toch ook voor mijzelf zorgen?

dia 12 – zorg voor jezelf, dan kun je dienen
Paulus zegt ook niet dat je niet meer mag eten.
Hij zegt ook niet dat je geen luxe maaltijden mag houden.
Wat hij wel zegt:
als je zo veel honger hebt dat je jezelf niet meer kunt beheersen,
als het eten al jouw aandacht opslokt,
en er geen plaats meer is voor Jezus en voor je naaste,
eet dan gewoon thuis!
Zorg goed voor jezelf.
Want juist als je goed voor jezelf zorgt,
kun je anderen dienen.

Als je de hele week doordraaft,
geen moment de tijd hebt om tot rust te komen,
dan is dienen heel moeilijk.
Dan moet je in de kerk op adem komen,
om de rust in te halen die je de rest van de week hebt gemist.
Dan is het moeilijk om je op Jezus en elkaar te richten.
Paulus zou dan zeggen: zorg goed voor jezelf,
neem voor jezelf tijd om bij te komen,
dan hoeft het in de kerk niet om jouw rust te gaan.
Dan kun je dienen.

dia 13 – dienen met Jezus die jou dient
Maar moet je dan altijd maar dienen, steeds geven,
zonder dat je er ook eens wat voor terugkrijgt?
Ja, dat hoort bij dienen.
Als je er iets voor terugkrijgt, is het geen dienen meer.
Dan is het gewoon ‘voor wat hoort wat’.
Dienen gaat juist verder: ik geef iets en ik hoef niets terug.

Dat kan alleen met Jezus.
Hij doet het op die manier.
Wij kunnen onszelf heel belangrijk vinden,
maar als er iemand is die het recht heeft voor zichzelf op te komen
en alle andere mensen als 2e-rangs te beschouwen,
dan is het Jezus wel.
Maar juist Jezus doet dat niet.
Hij beschouwt zichzelf als 2e-rangs, of nog lager.
Het gaat hem niet om zichzelf.
Hij geeft zijn behoeften op, hij geeft zijn status op,
allemaal om ons te dienen.
Jezus geeft dus niet alleen een opdracht,
hij doet het zelf ook voor jou.
Daarom hoeft het niet meer om mij te gaan.

En met elkaar dienen doe je niet iets terug voor Jezus.
Dan zou je Jezus’ liefde kunnen verdienen.
Jezus wil je laten zien dat dienen mooi is.
Als je kunt dienen is dat een geschenk van hem.
Als je erachter komt dat je zelf helemaal niet zo belangrijk bent,
is dat enorm bevrijdend.
Het is heerlijk om Jezus te volgen en je te geven.

4. Vier samen het feest
dia 14 – toets jezelf
Genoeg theorie voor vanochtend.
Hoe kun je dit nu in de praktijk brengen.
Drie korte dingen daarover:
toets jezelf, dien elkaar en vier het feest.

Eerst: toets jezelf.
Paulus heeft het daar ook over:
‘laat ieder zichzelf eerst toetsen,
voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt.’
Die uitspraak van Paulus is een beetje een eigen leven gaan leiden,
alsof Paulus hier zegt dat je diep in jezelf moet graven.
Dat kan heel navelstaarderig worden…
Maar Paulus heeft het over een andere toets:
toets jezelf of je bereid bent te dienen.
Vraag jezelf af: leef ik voor mijzelf, of wil ik mij geven?
Gaat het om Jezus, of gaat het om mijzelf?

dia 15 – dien elkaar
Het volgende: dien elkaar.
Paulus schrijft over de maaltijden in Korinte:
wees gastvrij voor elkaar, wacht op elkaar.
Dat gaat over de maaltijd van de Heer,
maar ook breder: over je levenshouding.
Durf je eigen belang op te geven voor een ander?
Het gaat er in dit leven niet om dat ik gelukkig wordt,
mijn geluk ligt in Jezus.
Eén voorbeeldje van hoe dat eruit kan zien:
je bent jarig en je geeft een verjaardagsfeestje.
Wie nodig je dan uit?
Je kunt de mensen uitnodigen die je er graag bij wilt hebben,
je ‘soortgenoten’ en mensen die voor een fijne sfeer zorgen.
Je kunt ook mensen uitnodigen waarvan je weet
dat ze nooit eens op een feestje worden uitgenodigd,
en waarmee je nog maar moet afwachten of het een leuk feestje wordt.
Zo zou je kunnen dienen.

dia 16 – vier het feest
En vier dan ook samen het feest.
Paulus bedoelt niet dat je je nog maar eens achter de oren moet krabben
of je de maaltijd van de Heer echt wel kunt vieren.
Paulus wil je stilzetten bij waar het echt om gaat:
niet jezelf maar Jezus.
En al geef je jezelf een dikke onvoldoende voor dienen,
begin er gewoon mee, probeer het maar, bid erom,
en vier het feest.
Samen delen we de maaltijd van Jezus
en verkondigen zijn naam.

Amen.