1 Koningen 9,3-7 – Salomo valt voor afgoden, Jezus brengt oprechtheid

<Liturgie

(Tweede adventszondag en voorbereiding voor het avondmaal)

Voorzang: LB 125,1.2.4 (O kom o kom Immanuël)

Aansteken 2e adventskaars

Stil gebed

Votum

Zegengroet

Zingen: Ps 32,1.2

Gebed

Kinderen naar de kinderclub

Lezen uit de Bijbel:

- 1 Koningen 9,1-9

- Zacharia 6,9-15

- Zacharia 9,9-10

Zingen: LB 121,1.2

Preek over 1 Kon 9,3-7

Zingen: LB 118

Kinderen

Kinderlied: Projectlied vers 1,2,6

Als wetslezing – zaligsprekingen

Zingen: Ps 101,1.2.3.5

Gebed

Collecte – tijdens collecte: ND Adventlied 2

Zingen: Ps 89,1.2.6

Zegen

Opmerkingen:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

- Bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

 

<

1. [dia 2 – zwart ] Salomo moest oprecht zijn. Wat is dat, oprechtheid?

Het lijkt op wat wij tegenwoordig noemen ‘integriteit’.

Een voorbeeld van wat het niet is?

Ik herinner me van vroeger – ik zat denk ik ergens in klas 2 of 3 van de lagere school – dat we samen met een stel jongens op het schoolplein om iemands fiets heen stonden, in een baldadige stemming. Ik schopte tegen zijn achterlicht aan. Kapot. Ik vertelde het niet thuis. Maar ik kreeg een paar dagen later wel een rekening die ik moest betalen. Ik heb het mijn ouders weer niet verteld. Ik heb iets bedacht over een verjaardagskado voor een juf. Daarvoor kreeg ik geld mee. Genoeg om die rekening voor een nieuw achterlichtje te kunnen betalen.

Wat oprechtheid wel is: [dia 3] president de Klerk van Zuid-Afrika die zich laat overtuigen: apartheid is niet wat God wil. En apartheid daarom afschaft. Niet het eigen belang, maar gerechtigheid voorop. Of Nelson Mandela, die geen wraak neemt als hij uit de gevangenis komt, maar verzoening zoekt. Niet het eigen belang, maar vrede. [dia 4 – zwart]

In de Bijbel is David het voorbeeld van iemand die oprecht is – kijk maar in vers 4. Oprechtheid heeft te maken met openheid en eerlijkheid. Niet de schone schijn ophouden. Niet a zeggen en b doen. Integer zijn. Het gaat richting volmaaktheid, maar het belangrijkste is: dat je tegenover God eerlijk bent. David was niet volmaakt, maar hij was wel eerlijk over zijn fouten. Een open en eerlijke relatie met God – dat is het belangrijkste.

Die twee hebben met elkaar te maken: God – en oprechtheid. Niet voor niets gaat het in 1 Koningen 9 over iets positiefs – oprechte toewijding aan God – tegenover iets negatiefs –afgoden dienen.

Bij God word je oprecht.

Bij afgoden juist niet.

God doet wat Hij zegt. Bij God ben je veilig en hoef je je niet groter voor te doen dan je bent. Daardoor leer je eerlijk te zijn. Word je een goed en integer mens.

Afgoden beloven je van alles. Maar ze zijn als een verslaving: je hebt ze nodig, maar ze stellen teleur. En dan moet je je groot houden. De schone schijn gaat regeren. Van binnen maken ze je leeg. Ze maken je juist gespleten. Onoprecht.

Zoals ik niet wilde dat mijn ouders zouden weten dat ik dat lampje kapot geschopt had.

En maar ging liegen om aan het geld te komen.

Hoe oprecht ben jij?

 

2. Ik noemde David al – maar het gaat hier over zijn zoon Salomo. God vraagt van Salomo, vers 4 in de HSV: [dia 5]

… wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader David met een volkomen hart en in oprechtheid gewandeld heeft, door te handelen overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht neemt …

Zo ziet een goede koning er uit!

Als hij zo koning is, dan komt het goed. [dia 6] Dan blijft iemand uit zijn familie koning (vers 5). Dan blijft het volk in het land wonen. Dan blijft God in de tempel wonen (vers 7).

Ja, want wanneer zegt God dit tegen Salomo? [dia 7 – zwart]

Salomo, de zoon van David, is koning geworden. Hij is de wijze koning. De vredekoning. De koning die de tempel gebouwd heeft. En dan – lees maar in 1 Koningen 8 – wordt de tempel ingewijd. Salomo bidt een indrukwekkend gebed. Hij vraagt God om in deze tempel te komen wonen. Om hier bij zijn volk te zijn en naar hen te luisteren.

Een tijdje later verschijnt God aan Salomo. God zal doen wat Salomo gevraagd heeft.

God zegt – vers 3 (HSV): [dia 8]

Ik heb uw gebed en uw smeekbede gehoord, die u voor Mijn aangezicht gesmeekt hebt. Ik heb dit huis dat u gebouwd hebt, geheiligd om Mijn Naam daar tot in eeuwigheid te vestigen. Alle dagen zullen Mijn ogen en Mijn hart daar zijn.

God heiligt de tempel – dit is zijn tempel, hem toegewijd.

Hij wil er voor eeuwig wonen.

Maar God zegt iets heel bijzonders: Hij zal niet alleen zien wat er allemaal gebeurt. Hij zal niet alleen luisteren.

God belooft: [dia 9] Alle dagen zullen mijn ogen en mijn hart daar zijn.

Zijn hart zal in de tempel zijn – zijn aandacht. Hijzelf. Intiem en liefdevol dichtbij.

Alleen, direct na die mooie belofte volgen de voorwaarden. [dia 10 – zwart]

Salomo, jouw familie blijft het koninklijk huis als jullie mij met heel je hart oprecht toegewijd zijn.

Maar als jullie bij mij weggaan, afgoden gaan dienen, dan houdt het op. Dan ga je in ballingschap. Dan wil ik niks meer weten van deze tempel.

Die woorden zijn het keerpunt in de geschiedenis van Salomo. Hij is rijk, machtig, en trouwt vele vrouwen. Geld, macht en seks – het zijn ook vandaag drie afgoden. Macht corrumpeert. Salomo gaat andere goden dienen, kijk maar in hoofdstuk 11 van 1 Koningen. Hij redt het niet – de voorwaarden zijn te zwaar.

 

3. Wat heb je nu aan zo’n God? Het ene moment zegt hij mooie dingen, het andere moment pakt hij het je allemaal weer af.

Wil God nu bij mensen zijn, of niet?

Als hij zulke torenhoge voorwaarden stelt – dan weet je toch dat het nooit wat kan worden?

Hoewel: is het zo gek: [dia 11]

Gods hart komt bij mensen wonen (vers 3). God wil dat ons hart hem oprecht toegewijd is (vers 4).

Dat klinkt niet onredelijk.

Zou het jou lukken – Gods hart bij jou, jouw hart bij God?

Een jaar of drie geleden viel het me op dat Jezus en de apostelen ons oproepen om volmaakt te zijn – altijd, in alle opzichten. [dia 12 – zwart] Maar sinds ik dat bewust probeer, valt me op hoe moeilijk dat is. Ik ben soms zo gehecht aan zondige patronen en gewoontes.

Soms gaat het goed – maar soms bid ik: Heer help me op uw nieuwe manier te leven – terwijl ik weet dat ik het diep in mijn hart niet wil. Als ik dat zo laat, ben ik niet oprecht.

Oprecht zou het zijn om te zeggen: Heer, ik vraag u dit, maar diep in mijn hart wil ik het niet. Vergeef me dat, en maak me oprecht.

Zomaar hou je jezelf voor de gek. Pas had ik ’t met Janneke over Salomo. Macht corrumpeert. Toen vroeg Janneke: zou het bij ons ook zo zijn? Mijn reactie was: ‘Welnee, wij hebben te weinig macht’. Het valt nog wel mee. Maar later herinnerde ik me momenten dat het niet meeviel. De corruptie is er zo maar.

Wie oprecht is, is iemand uit een stuk.

Niet liegen om de schone schijn op te houden.

Niet stelen om dingen recht te trekken.

Niet over anderen heen walsen.

Helemaal open voor God – eerlijk, kwetsbaar – wat lukt èn wat niet lukt open leggen voor God. Dat kan bij geen enkele afgod. Alleen bij God kan dat.

Hoe oprecht ben jij?

Verlang je ernaar ‘met heel je hart God oprecht toegewijd te zijn’?

Gods hart bij jou, jouw hart bij God?

Wil jij dat God jouw God is – en niet een afgod?

Vraag het je af – op weg naar het avondmaal van volgende week.

Maar ja, terug naar Salomo en God.

Wat heeft het voor zin om te zeggen: ik beloof je dat mijn oog en mijn hart hier in deze tempel zullen zijn – en er onhaalbare voorwaarden aan te verbinden?

Is het bij de avondmaalsviering trouwens niet net zo: God is alleen bij mij als ik oprecht met mijn hart bij God ben?

Kunnen we niet beter stoppen met deze veeleisende God?

 

4. Voor Salomo en zijn zonen waren de voorwaarden te groot. De afgoden kwamen. De koningen moesten hun volk bij God bewaren. Davids zonen konden het niet. De tempel werd verwoest. De Israëlieten werden gedeporteerd, weg uit hun land.

Maar we hebben ook gelezen uit Zacharia – profeet na de ballingschap. Hij profeteert over een telg. Een koning. Er komt weer een koning. Een koning die de tempel herbouwt. Uit de hele wereld komen mensen naar hem toe – helpen om de tempel te herbouwen. Deze koning is nederig en rijdt op een ezeltje. Een koning die het land in goede vrede regeert. Hij brengt zelfs vrede tussen de volken. Wereldwijd zal hij regeren.

Zie je dat?

Dit is een nieuwe Salomo.

Kijk maar wat er in 1 Kronieken 22,9-10 over Salomo staat: [dia 13]

Maar je zult een zoon krijgen. Hij zal een man van vrede zijn, want ik zal hem rust geven door hem van al zijn vijanden te verlossen. Salomo zal hij daarom heten; tijdens zijn bewind zal ik Israël rust en vrede schenken. 10 Hij zal een huis bouwen voor mijn naam. Hij zal voor mij een zoon zijn en ik voor hem een vader, en ik zal ervoor zorgen dat zijn troon in Israël niet zal wankelen.

Kronieken is geschreven in de tijd van Zacharia, na de ballingschap. De positieve kant van Salomo staat voorop. Eigenlijk is de beschrijving van Salomo in Kronieken tegelijk een profetie. Ook Zacharia profeteert immers over een koning die komt. Een nieuwe Salomo:

Zoon van David.

Zoon van God

Hij geeft vrede.

Sterker nog: hijzelf verlost Israel van vijanden –dood, duivel, zonde.

Hij maakt maar niet een nieuw gebouw, Hij is zelf de nieuwe tempel. Hij is er de hoeksteen van; mensen van over de hele wereld komen om in deze tempel bouwsteen te zijn – jullie zijn tempel van de Heilige Geest, gebouwd op Christus als hoeksteen.

Deze koning zal voor altijd regeren.

Jezus is de grote zoon van David, de grote vredekoning, de tempel in eigen persoon. Gods ogen en Gods hart bij mensen. Immanuël – God met ons. [dia 14 - zwart]

En denk dan weer aan Zacharia: hij is nederig.

Hij rijdt op een ezeltje.

Macht corrumpeert – maar niet bij Jezus.

Hij is meer dan Salomo, meer dan David: hij is met heel zijn hart God oprecht toegewijd.

 

5. In Jezus Christus weet je ook precies wat je aan God hebt – en Gods voorwaarden zijn niet meer te hoog. De koning – Jezus – vervult de voorwaarden. Lees vers 4 en denk aan Jezus: [dia 15] Hij is God, Gods Zoon, natuurlijk dient Hij geen afgoden. Hij is oprecht God toegewijd. Hij is gehoorzaam, zelfs tot aan de dood van het kruis. Hij houdt zich altijd aan Gods bepalingen en rechtsregels. En dus: nooit wankelt zijn troon. [dia 16]

En dus: geen ballingschap, maar wij samen tempel van de Heilige Geest. Nooit meer hoeven mensen zonder God te zijn : in Jezus zijn Gods oren en Gods hart bij ons – de Heilige Geest wordt zelfs in onze harten uitgestort. Gods liefde wordt in onze harten uitgegoten. In ons!

Salomo – koning van Shalom, vredekoning. Dat is koning Jezus echt!

Maarre… 1 Koningen 9 gaat ook over het volk, kijk in vers 6 en 7: [dia 17]

Maar mochten jullie of je nakomelingen je van mij afwenden en je niet houden aan de geboden en bepalingen die ik jullie heb opgelegd, en in plaats daarvan andere goden gaan vereren, 7 dan zal ik de Israëlieten verdrijven van het grondgebied dat ik hun gegeven heb en wil ik niets meer weten van deze tempel, die ik voor mijn naam heb geheiligd.

Hoe zit het dan als wij ons niet houden aan Gods geboden? Als wij niet oprecht zijn? Als wij afgoden dienen… Je zei eerder in de preek: de apostelen leren ons: wees met heel je hart God oprecht toegewijd! Wat schiet je op met Jezus? [dia 18 – zwart]

Hoe was het bij Salomo?

God zei: ik wil bij jullie zijn in de tempel. Daar kom ik heel dichtbij, daar zijn mijn oren en mijn hart.

Maar er zijn twee voorwaarden.

De eerste is de koning – de koning moet God toegewijd zijn. Dan zorgt de koning – de leider – dat het volk bij God blijft.

En de tweede voorwaarde is het leven van het volk zelf: geen afgoden dienen, maar God gehoorzamen.

Aan beide voorwaarden is niet voldaan.

Maar Jezus zorgt ervoor dat aan beide voorwaarden wel voldaan wordt.

Hij is zelf de koning die helemaal God toegewijd is. Hij is zelf God. De eerste voorwaarde.

En de tweede: hij maakt zijn volk nieuw. Zodat heel het volk gaat leven als nieuwe mens.

Jezus – de nederige koning op een ezeltje uit Zacharia 9. [dia 19]

Oprecht, integer, toegankelijk.

De nederige baby in een voerbak in Bethlehem.

Hij nodigt jullie volgende week uit aan tafel: kom, wees welkom! Laat mij je helemaal nieuw maken – met heel je hart God oprecht toegewijd!

 

6. Kom naar Jezus en geloof in Hem!

Hij is de tempelbouwer – Hij is de hoeksteen van de tempel van de Heilige Geest. Jullie mogen die mensen zijn uit Zacharia 6,15: [dia 20]

Uit verre landen zullen mensen hierheen komen om te helpen bij de bouw van de tempel van de HEER.

Jij – steen in de tempel van de Heilige Geest – helemaal Hem toegewijd.

Jullie mogen de volken zijn die in vrede leven, zoals in Zacharia 9,10 staat: [dia 21]

Hij zal vrede stichten tussen de volken.

Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,

van de Rivier tot de einden der aarde.

In vrede leven, dichtbij God, dichtbij het hart van God. [dia 22 – zwart]

Dat wil je toch?

Daar verlang je toch naar?

Jouw hart dichtbij Gods hart?

Laat Jezus je helemaal nieuw maken!

Dat is nodig. Jezus zegt in Matteüs 5, de zaligsprekingen aan het begin van de bergrede, vers 3: [dia 23]

Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

En vers 8:

Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

Wees niet bang voor Jezus – macht corrumpeert hem niet.

Bij Hem is het veilig. Hij heeft alles voor je over gehad – zelfs zijn leven.

Hij kan je hart oprecht maken – nederig, zuiver.

Ga naar hem toe.

Ga zo volgende week avondmaal vieren.

Ook als je weet dat je niet oprecht bent – juist dan.

Met het gebed van Psalm 86,11 – in de HSV:[dia 24]

Leer mij, HEER, Uw weg,

ik zal in Uw waarheid wandelen,

maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen

Heer, U weet wie ik ben, hoe oprecht ik ben – of hoe onoprecht.

Ik ben soms zo dubbel, zo gespleten.

Laat het me zien, als zonde en afgoden mij kapot maken.

Vergeef me en maak me vrij!

Ik verlang ernaar: altijd met heel mijn hart u oprecht toegewijd te zijn!

Maak mijn hart één!

Laten we nu ook samen bidden voor en met elkaar – ik nodig je uit om van harte mee te bidden.

Heer, u doorgrond en kent ons.

U weet of wij oprecht zijn of niet.

Doorgrond ons, God, en ken ons hart.

Vergeef ons onze dubbelheid – wil ik wel of wil ik niet?

Vergeef ons als we de zonde soms zo lekker vinden.

Bevrijd ons als we verslaafd zijn.

Bevrijd ons van onze afgoden.

Koning Jezus, vredekoning, laat ons met u sterven en opstaan!

Maak onze harten één om Uw Naam te vrezen.

Mensen uit één stuk. Oprecht. Toegewijd aan u.

Amen




1 Koningen 18:16-39 – Themadienst: Heb ik een afgod?

Heb ik een afgod?

1.Afgoden? Niets voor mij!

dia 1 – zwart

‘Heb ik een afgod?’

Volgens mij zijn we vandaag snel klaar.

Natuurlijk heb je geen afgod.

Of is er hier iemand die bij dat bijbelverhaal dacht:

‘tsjonge, ik lijk wel op die Baälpriesters zeg!’

Nou? Iemand?

Ik zelf in ieder geval niet.

De hele morgen rond een altaar dansen en springen,

schreeuwen tot je geen stem meer over hebt,

het bloed over je lijf laten stromen,

allemaal om maar de aandacht van de goden te krijgen,

nee, dat is niets voor mij.

Het verhaal is een van mijn favoriete bijbelverhalen.

Het zit vol spanning en humor.

De dappere Elia staat in zijn eentje tegenover een enorme menigte.

In het hol van de leeuw.

Maar hij houdt zich niet in,

hij maakt de Baälpriesters volkomen belachelijk.

Maar terwijl het verhaal bij mij op de lachspieren werkt,

is het voor die mensen op de Karmel bittere ernst.

Je kunt er een speld horen vallen.

‘Waar is Baäl mee bezig?

Wanneer reageert hij nou eens?’

Nee, dit hele verhaal staat wel erg ver van onze wereld.

Hoe kunnen mensen zo’n Baäl serieus nemen?

Neem je jezelf dan nog wel serieus?

Het valt in dezelfde categorie als het uitvoeren van een ijsdans,

zodat die Elfstedentocht er toch nog komt.

En natuurlijk hopen we dat allemaal,

maar iedereen snapt dat rondjes dansen om een altaar

daar helemaal niets aan verandert.

Afgoden, dat is iets van vroeger.

Toen mensen nog geloofden in allerlei bovennatuurlijke machten.

Het is iets voor primitieve mensen,

niet voor beschaafde westerlingen van de 21e eeuw.

Afgoden, die hebben wij niet.

2.Afgoden geven je controle

dia 2 – wat zijn afgoden?

Nou ja, het is maar net wat je als afgod ziet.

In onze tijd zien afgoden er niet zo uit als Baäl.

Onze afgoden zijn geen bovennatuurlijke wezens

waar je altijd rekening mee moet houden.

Maar dat betekent nog niet dat wij geen afgoden hebben.

We hebben ze alleen wat anders aangekleed.

Laten we eens wat beter kijken naar die Baäl,

om erachter te komen wat afgoden nu eigenlijk zijn.

dia 3 – kaart Israël

Het verhaal speelt zich af in de 9e eeuw voor Christus.

Israël stelde toen niet zo veel voor.

Het was klein landje, omringd door andere landen.

Al die landen hadden ook weer hun eigen goden.

De koning van Israël, Achab, was getrouwd met Izebel.

Zij was een dochter van de koning van Sidon.

Toen zij met Achab trouwde, nam zij haar eigen god, Baäl, mee.

Zij wist Israël over te halen om voortaan ook Baäl te vereren.

dia 4 – vruchtbaarheid

Baäl was de god van de vruchtbaarheid.

Als je Baäl aan je kant wist te krijgen,

dan was je verzekerd van welvaart.

Dus zetten de Israëlieten alles op alles om Baäl inderdaad aan hun kant te krijgen.

Er worden offers gebracht, er worden priesters aangesteld.

Alles om die vruchtbaarheid van Baäl af te dwingen.

Baäl is dus een middel om een doel,

namelijk de vruchtbaarheid van het land, te bereiken.

Anders gezegd: Baäl is een manier om controle te hebben.

Als je zo’n god kunt beïnvloeden,

kun je het leven naar je eigen hand zetten.

dia 5 – controle houden

Dan hebben wij misschien geen goden meer zoals Baäl,

maar proberen je leven onder controle te houden,

dat komt mij in ieder geval al een stuk bekender voor.

Natuurlijk wil ik graag invloed hebben op hoe mijn leven verloopt.

Natuurlijk doe ik er alles aan om gelukkig te worden.

Afgoden, dat zijn al je manieren om het leven onder controle te houden.

Je kunt kiezen:

ga je voor God, of ga je voor de afgoden?

Elia dwingt het volk tot een keuze:

‘hoe lang blijven jullie nog op twee gedachten hinken?

Kies óf God, óf Baäl, maar niet beiden.’

Want controle hebben over je leven,

dat kan niet met God.

Kiezen voor God, is zeggen dat God alle macht heeft,

dat hij de controle over je leven heeft.

Kiezen voor God is afhankelijk worden van God.

De controle naar jezelf toetrekken is er dan niet meer bij.

De manieren om invloed te hebben op je eigen leven,

en dat zijn dus afgoden,

die moet je voor God aan de kant zetten.

Je hebt afgoden of je geeft je over aan God.

3.Onze afgoden en hun macht

dia 6 – onze afgoden

Afgoden hoeven dus niet perse bovennatuurlijke wezens te zijn

die je te vriend moet zien te houden.

Afgoden zijn alle manieren om je leven te beïnvloeden.

Ook in de 21e eeuw zijn er genoeg van die manieren.

In de quiz zijn er al veel genoemd.

Ik wil nu op drie van die afgoden wat dieper ingaan,

namelijk geld, relaties en, met een moeilijk woord, ‘moralisme’.

Wat dat is, daar kom ik zo op terug.

dia 7 – geld

Eerst geld en de economie.

Geld is een manier om je leven te beïnvloeden.

Dat geld niet gelukkig maakt, dat weet iedereen,

maar geen geld maakt wel ongelukkig.

Het lastige van geld als afgod,

is dat je goed en slecht met geld kunt omgaan.

Geld kan een afgod zijn, maar dat hoeft niet.

Kiezen voor God betekent niet dat je geen geld mag hebben.

Denk in ieder geval niet te gemakkelijk dat geld voor jou geen afgod is.

Onze hele samenleving is gericht op geld.

Zap wat rond op de TV,

en de kans is groot dat je de economische crisis tegenkomt.

Nederland raakt in paniek als er geldproblemen zijn.

Geld doet mij ook meer dan ik zou willen.

Geld is verleidelijk, en weggeven is moeilijk.

En zelfs al doet geld jou persoonlijk niet zo veel,

dan ben je nog steeds onderdeel van de kapitalistische westerse wereld.

Je kunt er helemaal niet aan ontsnappen dat geld je leven beïnvloed.

Het is niet eens mogelijk om een kop koffie te drinken,

zonder een koffieboer oneerlijk te behandelen.

Economie is een god.

Een god die we proberen te beïnvloeden.

‘We moeten Economie te vriend houden,

laten we maar zo veel mogelijk uitgeven, dan trekt hij wel weer bij.’

Of we kondigen een renteverlaging af.

dia 8 – aap

Een betrouwbare god is het trouwens niet.

Het verhaal van de beursgorilla vind ik daarin veelzeggend.

Een aap, met de naam Jacko, stelt al vanaf 2000 aandelenpakketen samen.

Bijna elk jaar verslaat hij de AEX-index.

Je kunt je geld dus maar beter door een aap laten beheren.

Vind ik een mooie knipoog van God…

dia 9 – relaties

Verder met de volgende afgod: relaties.

Want ook relaties kunnen een manier zijn om het leven te beïnvloeden.

Ook dit is een lastige afgod: relaties zijn niet altijd een afgod.

Sterker nog: God heeft de mens zelfs zo gemaakt.

Maar het kan zomaar worden dat

als je maar genoeg vrienden hebt, je gelukkig bent.

Wat anderen van je vinden, is enorm belangrijk voor je.

En natuurlijk probeer je dat te beïnvloeden.

Bijvoorbeeld door je uiterlijk en de manier waarop je je kleedt.

Je moet iedereen te vriend houden.

Ik herken deze afgod ook wel.

Ik wil het liefst met iedereen vrienden zijn.

En dat iedereen altijd positief over mij is.

Maar ook deze god is onbetrouwbaar.

Vriendschappen zijn niet zo maakbaar.

Er zijn altijd mensen die je laten vallen.

Hoe belangrijker het is wat anderen van je vinden,

hoe meer je door anderen beschadigd wordt.

dia 10 – moralisme

De laatste afgod die ik noem is ‘moralisme’.

Deze afgod lijkt verdacht veel op God zelf.

Je behandelt dan God als een afgod,

door te proberen God te beïnvloeden.

Je doet alles om bij God in de gunst te komen.

Je houdt je netjes aan alle geboden,

zodat God niets op je aan te merken kan hebben.

Je probeert God gunstig te stemmen, zodat hij je beloont.

Maar ook deze afgod is onbetrouwbaar.

Je leeft netjes volgens Gods regels, maar wordt toch ziek.

Als je dan God gaat verwijten

dat je toch wel beter verdiend hebt,

dan zou moralisme wel eens je afgod kunnen zijn.

Het is een heel verraderlijke afgod,

omdat je het vaak niet als afgod herkent.

4.Afgoden zijn verwoestend

Ik kan niet alle afgoden noemen die er voor moderne mensen zijn.

Ik hoop dat in ieder geval duidelijk is dat er genoeg zijn.

En ook dat het niet gek is om een afgod te hebben.

Iedereen is gevoelig voor sommige afgoden,

tegen afgoden kiezen is nog niet zo gemakkelijk.

dia 11 – in de macht van de goden

Alle afgoden die ik heb genoemd, waren onbetrouwbaar.

Je kunt de lijst verder uitbreiden,

maar het is niet moeilijk om ook van andere afgoden te laten zien

dat ze onbetrouwbaar zijn.

Je kunt die goden niet zo beïnvloeden als je zou willen.

Maar het ironische is: andersom gebeurt het wel!

Die goden kunnen jou in hun macht hebben.

Daarvoor gaan we weer even terug naar het bijbelverhaal.

De priesters proberen Baäl gunstig te stemmen,

maar dat wil niet zo vlotten.

Ze gaan steeds verder om zijn aandacht te trekken.

Eerst bidden ze, even later springen en dansen ze rond het altaar,

en dan trekken ze zelfs hun zwaarden om met bloed de aandacht te trekken.

dia 12 – marionetten

Baäl mag dan wel niet bestaan,

hij heeft wel een enorme macht over die priesters.

Kijk wat hij hen laat doen!

Hij laat hen dansen als marionetten,

hij laat hen zelfs bloeden.

Afgoden zijn verwoestend.

Ook onze afgoden.

Neem maar weer de economie.

Macht over de economie heb je niet,

maar de economie krijgt je zomaar in zijn macht.

Alles in Nederland wordt door de economie bepaald.

Steeds wordt gekeken wat de economische gevolgen ergens van zijn.

dia 13 – verwoestende macht

De macht van de economie is niet onschuldig.

Je gaat zomaar grenzen over om meer geld te krijgen.

Ten koste van anderen.

En als je in financiële problemen komt,

dan blijft er weinig meer over dan een zielig hoopje mens.

In de macht van de economie.

Je kunt ook in de macht van relaties komen.

Je doet alles om waardering te krijgen.

Maar je holt jezelf er alleen maar mee uit.

Wie je echt bent, dat mag niemand zien,

en dat maakt je eenzaam.

En elke keer dat iemand iets negatiefs over je zegt,

snijdt dat als een mes door je ziel.

Het is een verwoestende afgod.

Net zoals moralisme.

Je vraagt je dan steeds af of het voor God goed genoeg is.

Het moet altijd maar beter.

Genieten mag niet meer,

want je zou God toch mooi de indruk kunnen geven dat jouw leven te gemakkelijk is.

Je kunt alleen nog maar bang zijn voor God,

en staat er dus helemaal alleen voor.

Afgoden zijn verwoestend.

5.Beter af bij God

dia 14 – beter af bij God

Het klinkt leuk: je leven onder controle houden.

Er zijn allerlei manieren om dat te proberen.

Maar die goden zijn onbetrouwbaar en verwoesten zelfs je leven.

Het alternatief is God.

Hij is compleet tegenovergesteld aan de afgoden.

Afgoden hebben geen macht.

Het zijn niet meer dan maniertjes van mensen

om te proberen het leven te beïnvloeden.

Het zijn manieren die door mensen zijn bedacht.

dia 15 – God heeft alle macht

God spot er mee.

Als Israël de god van de vruchtbaarheid, Baäl, gaat dienen,

reageert God met een periode van grote droogte.

Drie jaar lang valt er geen druppel water.

Heerlijk, die humor van God.

Maar als hij het nu wel laat regenen,

gaat Baäl met de eer strijken.

Als het goed gaat met mensen,

denken ze al snel dat ze dat zelf hebben bereikt.

Je wordt dan bevestigd in je afgoden:

economie, relaties en moralisme hebben effect.

In dit verhaal kunnen de mensen er niet om heen.

Op de berg Karmel demonstreert hij dat hij alleen God is.

Elia hoeft God niet gunstig te stemmen,

na een kort gebed reageert God al.

Niet met water, maar met vuur uit de hemel.

Want alleen hij heeft macht.

Pas als dat duidelijk is, laat hij het ook weer regenen.

dia 16 – God maakt ontspannen

In tegenstelling tot de afgoden

is de macht van God niet verwoestend.

Afgoden maken je eenzaam en bang.

Voor Elia geldt dat niet.

In een tijd van grote droogte

laat hij 12 kruiken water rond het altaar gieten.

Het meest kostbare dat in Israël te vinden is,

verspilt hij op die berg.

Elia durft los te laten.

Hij trekt de controle niet naar zich toe,

maar maakt zich helemaal afhankelijk van God.

Als God wil dat er water komt, dan zal hij er wel voor zorgen.

God dienen is loslaten.

Je hoeft niet meer van alles te doen om het leven te beïnvloeden.

Je hoeft niet alles te doen om maar geld te krijgen,

want God zal je wel geven wat je nodig hebt.

Je hoeft niet alles te doen voor waardering,

want God waardeert jou al lang.

Je hoeft God niet tevreden te houden,

want hij is genadig.

Dat geeft zo veel rust, zo veel ontspannenheid.

Je wordt er een mooier mens van als je je afgoden loslaat.

Als je voor God gaat, in plaats van de afgoden, dan wordt je een relaxt mens.

dia 17 – God gaat tot het uiterste

Het mooiste van alles is dat God,

liever zichzelf dan jou verwoest.

Afgoden laten je bloeden, bij Baäl zelfs letterlijk.

Bij God is het precies andersom.

In Christus laat hij zichzelf verminken, stroomt zijn bloed, tot de dood.

Hij wil jou niet vernietigen,

en daarom laat hij zichzelf bloeden.

Voor deze God hoef je niet tot het uiterste te gaan,

hij gaat juist tot het uiterste voor jou.

God of de afgoden, een makkelijke keuze?

Als ik het zo op een rijtje zet, dan wel.

Maar in de praktijk is het veel lastiger.

Het is zo verleidelijk om controle over je leven te hebben.

Daar ben je echt niet zomaar van af.

Afgoden blijven altijd trekken.

Maar met Jezus aan je kant kun je tegen die afgoden vechten.

Hij wil voor je vechten, dat heeft hij laten zien aan het kruis.

Durf je de controle aan hem te geven?

Amen




1 Koningen 17,7-24 – Avondmaal: zorgt God voor je?

Viering Heilig Avondmaal
Derde adventszondag

Liturgie

  • Voorzang LB 120,1.4
  • Aansteken derde adventskaars
  • Stil gebed
  • Votum en zegengroet
  • Zingen: Ps 40,1.2.7
  • Gebed
  • Lezen: 1 Koningen 17,7-24
  • Preek
  • Zingen: Gezang 80
  • Kinderen
  • Projectlied vers 3 en refrein
  • Gebed
  • Wetslezing
  • Zingen Gez 125,1.2.4.6
  • Collecte
  • Lezing formulier V
  • Gebed
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen: Gez 108
  • Viering
  • Zingen Ps 89,1.7
  • Zingen Gez 79,5.6
  • Zegen

Opmerking:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

1 Koningen 17,7-24 – Avondmaal: zorgt God voor je?

1. Zorgt God voor je? Die vraag kan je zomaar overvallen. Dan vieren we hier avondmaal. We eten, we drinken, er klinken mooie woorden. Maar wat betekent dat morgen?

 

Stel, je krijgt opeens een bericht dat er iemand verongelukt is. Of dat je in een slepend conflict belandt. Of je zit werkeloos thuis en maar kunt niks vinden. Je gezondheid wil maar niet. Je bent eenzaam.

 

Hoe moet je dat dan zien, dat God voor je zorgt?

Wat betekent dan dit mooie avondmaal?

 

Het kerstproject gaat vanmorgen over 1 Koningen 17. Ik vond dat eigenlijk heel mooi passen bij het avondmaal, bij advent, en ook bij die vragen over Gods zorg: wat betekenen al die mooie woorden nu concreet?

 

Daarom leggen we op deze derde adventszondag deze geschiedenis over Elia naast het avondmaal.

 

Probeer dan even dit verhaal met frisse ogen te lezen. Want als wij zeggen: God zorgt voor ons, dan denken wij aan Nederland. Volle winkels, volle koelkasten, mooie keukens, brood met boter en beleg, allerlei soorten drinken, warm eten, ziekenhuizen, ambulances. Welvarend, rijk, zijn we hier – de meesten.

 

Kijk dan eens naar Elia. God zorgt voor hem, dat betekent: raven brengen hem droog brood, en rauw ongekruid vlees, en hij heeft water. Leven in een hutje of een grot in een beekdal, geen huis, geen magnetron, een vluchteling. God zorgt voor Elia. Hij heeft geen honger, maar verder is het bittere armoe – of niet?

 

De Bijbel zegt: Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. 1 Tim 6,8. Eten, een huis, kleren – als je dat hebt, dan zorgt God voor je.

Heb je dat door? Wij zijn zo verwend! Gewend aan luxe.

 

Hoe anders is het bij Elia…
2. Dan is het water op. Je hoort de beek niet meer kabbelen. Elia krijgt dorst.

 

En de HEER zegt: Ga naar een weduwe. Nou, dan weet Elia het wel. Een weduwe, dat wordt geen vetpot. Als wij haar zouden zien, zouden we schrikken. Versleten kleren. Mager.  Een hopeloze blik in haar ogen. Hout sprokkelen bij de poort. Zometeen gaat ze haar laatste meel opmaken, haar laatste olie. En dan: de hongerdood.

 

Is dat de zorg van God?  Moet die vrouw voor Elia gaan zorgen?

God zegt het – juist die vrouw zal Elia eten en drinken geven.

Zou jij het geloven?

 

Let op: zo is God. Hij gaat ervoor zorgen dat Elia kan blijven leven. Via deze straatarme hongerige weduwe. God zorgt op een manier dat je het niet verwacht. Heel anders dan wij in ons hoofd hebben.

Geloof jij dat God zo voor je zorgt?

 

Elia gelooft.

Moet je eens kijken hoe ver hij gaat.

Eerst vraagt hij om water.

Dan om een stuk brood.

En als ze nauwelijks meer meel en olie heeft, zegt hij: bak eerst maar wat voor mij. Daarna zal God ervoor zorgen dat je nog over hebt voor jezelf en je zoon.

 

Zou jij Elia geloven?

Het is goed met je!

 

Gek genoeg: de vrouw gelooft ook! Ze gehoorzaamt Elia.

Ze gaat bakken, meel en olie.

De voorraad maakt ze op voor Elia.

 

Voorraad op?
Het is goed met je!

Het meel is niet op. En de olie ook niet!

Er blijft meel. Er blijft olie.

Elke dag vers brood.

 

Geen magnetron. Geen mooie keuken. Geen keus uit vier soorten frisdrank. Geen broodbeleg.

Alleen water en brood.

Maar wel blijven leven – elke dag weer vers water en vers brood.

 

Als die vrouw niet geloofd had en daarnaar gehandeld had, gehoorzaam geweest was, had ze dit nooit meegemaakt. Dan was ze gestorven van honger.

 

Nu ze eerst Elia brood geeft en dan pas aan zichzelf denkt, merkt ze: God zorgt voor mij.

Zie je dat? Eerst geloven. Eerst gehoorzaam zijn in geloof. En dan pas ervaren: God zorgt voor mij.

 

Zo werkt God. Je zult pas merken dat God voor je zorgt als je met Hem mee gaat. Geloof. Doe wat Hij zegt. Zet gehoorzaam stappen in geloof.

Ga je je eigen gang? Hou je geen rekening met God?

Dan kan zo maar dat je niks van God merkt.

 

 

Wat merk Elia en die weduwe dan?

Ze merken: we worden in leven gehouden. Elia is veilig ondergedoken in het buitenland, ondanks politieberichten en zoekacties.

 

Zo zorgt God voor ons ook.

Misschien niet rijk en welvarend.

Mensen die bij de gekruisigde Jezus horen.

Mensen met soms een moeilijk leven.
Je ziet er niks bijzonders aan.

 

Maar je wordt in leven gehouden. Voor altijd.

Wonderlijk – met brood en wijn.

Door de dood van Jezus, Gods eigen Zoon. Jezus, die niet eerst aan zichzelf dacht. Maar zichzelf in de dood gaf voor ons.

Van binnen in je innerlijke mens word je vol van God. Van Gods liefde en genade.

 

 

3. Maar dan…

Stel je voor. Je viert hier aan tafel avondmaal. Je gaat naar buiten. Je valt in de gladheid. Je hoofd klapt ongelukkig op de stoep. Je bent niet op tijd weg, en daar lig je onder een auto.

God zorgt voor je?

Waar heb je het over?

 

Zo gaat het ook bij Elia en die weduwe. Elke dag vers brood.
Maar haar zoon wordt ziek. Zo ziek dat hij sterft.

Daar zit je dan mooi!

 

De vrouw snapt er niks van. Wat heb ik gedaan? Waarom moet dit mij gebeuren?

Waarom is God naar mij toe gekomen? Om mijn zonden te straffen?

 

Zo kan het gaan. Dat je dichtbij God leeft. Je merkt dat God voor je zorgt. Je bent Hem dankbaar. En dan opeens zo’n klap.

 

Ineens kan er een grote beproeving komen.

En de twijfel slaat toe.

God, wat wilt u? Wilt u me slaan? Wat is er?

 

Elia heeft geen antwoord. Het enige wat hij doet is de jongen meenemen. Hij legt de dode op zijn eigen bed. En hij bidt.

Heer, waarom?

Waarom nu juist de jongen van deze vrouw?

Waarom doodt u haar zoon?

 

Er zijn geen antwoorden.

Ze hebben gegeten. Gedronken.

God heeft het zelf op tafel klaargezet.

En dan dit – waarom Heer?

Er is alleen een gebed – Heer, mijn God, waarom?

 

Herken je dat?

Als jij getroffen wordt, bidt dan. En leg je waaroms bij God neer. Heer, mijn God, waarom?

 

En dan gebeurt het wonder. De dode staat op. De jongen leeft weer.

God zorgt voor haar – veel bijzonderder dan ze dacht.

Wat een God!

 

 

4. Maar wij: God zorgt voor ons, we eten, we drinken, als wij dan getroffen worden? Gebeurt er dan ook een wonder? Nee toch?

 

Heb je dan dus eigenlijk niks aan dit avondmaal?

Zijn het mooie woorden, God zorgt voor ons, tot Hij je in de steek laat?

 

Nee!

Zo is het niet!

 

Om twee redenen niet:

1: Hier wordt een dode weer levend gemaakt als Elia bidt. Waar doet je dat aan denken?

Het doet mij denken aan Pasen. En aan de belofte dat wij net als Jezus uit de dood op zullen staan. De graven zullen open gaan en de doden zullen weer leven. Hier op de begraafplaats in Franeker net zo goed als bij die weduwe in Sarefat.

 

Is dat een doekje voor het bloeden? Het duurt immers zo lang voor Jezus komt.

Zo kan het voelen – als een betekenisloze belofte.

Maar God komt maar één keer om in één klap alle doden levend te maken. Stel je eens voor hoe het dan is: niet maar één jongen weer levend. Maar duizenden, miljoenen graven die open gaan.

 

Die weduwe verlangde naar haar dode zoon. En die stond op.

Maria verlangde op goede vrijdag naar haar dode zoon. En die stond op.

Wij leven in de tijd van Advent. Verlangen wij naar Gods Zoon, die leeft?

Advent is: uitkijken naar Jezus die komt.

Hij komt om de doden weer levend te maken.

Er gaan dan geweldig veel grote wonderen gebeuren.

Hij laat ons niet vallen!

 

Bid – vraag dat Hij komt. Verlang daarnaar. Verlang naar Jezus, die voor ons zorgt!

 

En 2: Dat is niet alleen toekomstmuziek. Dan zou het inderdaad toch wel een beetje een doekje voor het bloeden zijn.

Maar we vieren steeds weer avondmaal. We eten brood en we drinken wijn.

En dat betekent wat! Op weg naar Jezus’ komst krijgen we meer dan genoeg om te leven.

De Heilige Geest is er al. In onze inwendige mens krijgen we al zoveel: genezing, vergeving, rust, vrede, blijdschap, nieuwe energie, onbezorgdheid, de vrucht van de Geest.

Er gebeuren wonderen. Ook vandaag.

Klein en onopvallend, zoals bij Elia. Kinderen in China. Hun ouders zitten in de gevangenis, omdat ze Jezus volgen. Ze zijn alleen thuis. Achter het huis is een beekje. Er zat nooit vis in die beek. Maar zolang hun ouders gevangen zitten, is er altijd vis. Elke dag weer. Zolang hun ouders gevangen zitten.

Dat is maar één voorbeeld. Er gebeuren ook vandaag wonderen, ook hier. Dat wij hier zijn als gemeente, dat is een wonder. En alleen hier in de gemeente al is zoveel te vertellen over hoe Gods kracht hier werkt.

 

Wie trots is, die ziet het niet. Die kijkt er overheen.

Wie nederig is en klein, die ziet het.

 

God is groot.

Hij doet wonderen.

En Jezus, Hij komt. De doden zullen opstaan, ook onze doden!