1 Johannes 4:7-8 | Talen van de liefde

Liefde heeft alles met God te maken. Maar elkaar liefhebben, hoe doe je dat eigenlijk? Daarbij kunnen de 5 talen van de liefde helpen. Om te leren liefde te geven in een taal die de ander begrijpt.
Deze preek is de eerste in het gemeenteproject Samen één.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Gospelkoor ‘In His Name’:
-‘Tijd’
-‘Prayer for the City’
Stil gebed
Votum en groet
Gospelkoor ‘In His Name’:
-‘Zo puur kan liefde zijn’
-‘To Him be Glory’
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: 1 Johannes 4 : 7 – 21
Zingen: LvK Psalm 25 : 3, 7 en 9
Preek over 1 Johannes 4 : 7 – 8
Gospelkoor ‘In His Name’
-‘Better than Life’
-‘Testify to Love’
Kinderen terug
Leefregels
Zingen: GKB Gezang 164 (canon, 3 groepen)
Gebed
Mededelingen
Collecte
Zingen: LvK Lied 481 : 1, 3 en 4
Gospelkoor ‘In His Name’: ‘Gebed om zegen’
Zegen

Talen van de liefde

Inleiding
dia 1 – omhelzing
Je kent ze vast wel:
van die mannen die elkaar als gorilla’s begroeten.
Eerst geven ze elkaar een harde dreun op de schouder,
om elkaar vervolgens zo stevig te omhelzen
dat de grote vraag is wie degene is die het eerste wordt platgedrukt…
Oké, ik overdrijf misschien een beetje,
maar ik bedoel dus de heel lichamelijke types.

Misschien ben je zelf wel zo iemand:
begroet je anderen het liefst met een knuffel,
in plaats van met zo’n afstandelijk handje.
Of je bent snel geneigd je arm om iemand heen te slaan.
Dat vind ik oprecht mooi.
Maar zelf doe ik het niet zo snel: ik vind dat verschrikkelijk moeilijk.
Ik en lichamelijkheid, dat is een lastige combinatie.

Ik noemde ze net gorilla’s.
Dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over hen…
Als iemand mij onverwachts een schouderklopje geeft,
dan schrik ik me rot!
Mijn instinct ziet dat als een aanval.
Voor mij voelt het al snel alsof een gorilla mij een dreun verkoopt.

dia 2 – duim
Hanneke weet daar ook van mee te praten…
Probeert ze me lief en teder aan te raken, verstijf ik omdat het kietelt…
Soms hoef je maar naar mij te wijzen of ik zit al tegen het plafond.
En dan heb je nog geluk dat ik niet in een of andere impuls van mij af mep.
Nee, als je mij een plezier wilt doen, geef me dan liever een compliment.
Daar heb ik veel meer mee.
Bij een schouderklop voel ik me al snel bedreigd,
al zijn er ook wel momenten dat ik het echt waardeer,
maar met een compliment voel ik me geliefd.

dia 3 – talen van de liefde
We maken vandaag een begin met ons gemeenteproject ‘Samen één’.
Het thema van deze week is ‘talen van de liefde’.
Want liefde geven en ontvangen,
daar hebben we allemaal zo onze voorkeuren in.
Hoe je met die verschillen elkaar kunt liefhebben,
daar gaat het vanmorgen over.

1. God en liefdestalen?
dia 4 – liefdestalen
Talen van de liefde dus.
Het zijn er vijf.
Twee hebben we inmiddels al gehad:
aanraking – dus een knuffel, schouderklopje, en dat soort dingen,
en woorden – een compliment, je liefde benoemen.
De andere drie zijn:
aandacht – dat je tijd met iemand doorbrengt,
of via een kaartje laat merken dat je aan iemand denkt,
cadeaus – of het nu een bosje bloemen is, een doos bonbons of een tablet,
en dienstbaarheid – een huis schoonmaken,
helpen laminaat leggen of een pannetje soep brengen.
Het idee achter die talen is dat iedereen voorkeurstalen heeft.
In mijn geval is ‘woorden’ een voorkeurstaal,
terwijl ik de taal van ‘aanraking’ niet zo goed spreek en versta.
In het projectboek worden die talen nog verder uitgewerkt,
dus dat ga ik nu niet over doen.
Lees het, of zoek op internet naar de 5 talen van de liefde,
bespreek het op je kring,
en ontdek welke liefdestalen bij jou passen.

dia 5 – wat heeft liefde met God te maken?
Dan gaan we nu een stapje verder.
We hebben uit Johannes gelezen: ‘laten wij elkaar liefhebben.’
Dat past mooi bij die talen van de liefde.
Maar ik neem aan dat je hier niet zit
voor een paar psychologische tips en trucs over liefde.
Wat hebben die talen van de liefde eigenlijk met God te maken?
Trouwens, ‘liefde’, is dat niet een uitgekauwd onderwerp?
‘Make love, not war’ – wie is het daar nou mee oneens?
Sting zong tijdens de koude oorlog dat de Russen ook van hun kinderen houden.
Als je het liedje niet kent: het heet Russians, zoek het maar eens op YouTube.
En in mijn eigen geliefde Drentse taal zingt Daniël Lohues:
‘en as de liefde mar blef winnen, komp ‘t allemaol wel goed.’
Niet jullie voorkeurstaal wellicht, maar je snapt het vast!

dia 6 – liefde begint bij God
Liefde en liefdestalen lijken een veilig onderwerp,
die niet zo gek veel met God te maken hebben.
Maar Johannes gaat verder:
‘laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort.’
Liefde is dus geen horizontaal, geen aards verhaal:
God is de oorsprong van de liefde.
En ja hoor, dan zegt Johannes zelfs: ‘God is liefde’.
Twee keer, in vers 8 en vers 16.
Hoezo heeft God niets met liefde en liefdestalen te maken?!
God ís liefde!

dia 7 – op zoek naar God
Dat deed me denken aan een aflevering van het EO-programma ‘op zoek naar God’,
van alweer een paar jaar geleden.
Onder andere judoka Dennis van der Geest ging op zoek naar God.
Op zijn zoektocht had hij een gesprek met Paul Young,
misschien ken je hem toevallig als schrijver van ‘de uitnodiging’.
Dennis vertelde dat hij het moeilijk vindt in God te geloven.
Paul stelde hem de vraag: ‘waar geloof je dan wel in?’
Dennis antwoorde: ‘ik geloof in de liefde.’
Waarop Paul zei: ‘waarom bid je dan niet tot de liefde?
Misschien wordt de liefde na verloop van tijd een persoon.’

dia 8 = dia 6
Fascinerend vind ik dat.
Ook spannend trouwens.
Kun je dat inderdaad zo zeggen?
God is liefde, dat is duidelijk, maar kun je het ook omdraaien: liefde is God?
Ik denk dat de crux zit in die wens die Paul uitspreekt:
dat de liefde voor Dennis een persoon mag worden.
Want liefde is geen denkbeeld, geen mooi maar abstract ideaal:
wat liefde is wordt heel concreet in Jezus.
God is de bron van alle liefde,
van alle échte liefde moet ik zeggen,
niet van het slappe aftreksel dat wij er nog wel eens van maken.
Als je dichter bij die liefde komt, dan kom je ook dichter bij God.
Liefde en liefdestalen, het heeft alles met God te maken:
God ís liefde.

2. Gevende liefde
dia 9 – gevende liefde
Dat betekent dat God je ook kan laten zien wat échte liefde is.
Wil je liefde leren, dan moet je bij God zijn!
En als je bij God in de leer gaat,
dan ontdek je dat echte liefde gevende liefde is.

dia 10 – Gods liefde is voor jou!
Ik had het al even over Sting,
met zijn Russen die ook van hun kinderen houden.
Dat vindt ik best een zinnige gedachte: iedereen kent liefde.
Ook de mensen die wij als een bedreiging zien:
die nemen ook bosjes bloemen mee,
delen complimenten uit,
begroeten hun geliefden met een knuffel, enzovoort.
Het zijn ook heel gewone mensen, en dat vind ik een bemoedigende gedachte.

Maar bij God gaat liefde nog veel verder!
God liefde beperkt zich niet tot een groepje gelijkgestemden.
Gods liefde gaat naar de mensen!
Mensen die maar al te vaak laten merken
dat ze helemaal niet op God zitten te wachten.
Daarom begint Johannes met ‘geliefde broeders en zusters’.
We zijn geliefd, jij bent geliefd door God!
En even later weer: ‘het wezenlijke van de liefde is dat God ons heeft liefgehad’.
Gods liefde is niet voor een beperkt groepje,
Gods liefde wil steeds verder naar buiten!

dia 11 – God geeft het beste cadeau
In die liefde gaat God heel ver.
Even in de liefdestaal van cadeaus.
Je hebt goedkope cadeaus en dure cadeaus.
Je hebt cadeaus die snel zijn gekocht,
maar ook cadeaus die heel zorgvuldig zijn uitgezocht.
Begrijp me niet verkeerd:
ook een snel gekocht en goedkoop bosje bloemen is heel waardevol!
Het gebaar op zich is al mooi.
Maar sommige cadeaus zijn extra bijzonder.
Zo is Gods liefde: zijn cadeau is het kostbaarste
en best uitgezochte cadeau dat je kunt bedenken:
‘God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden.’
Precies het cadeau dat wij nodig hebben.

dia 12 – in jouw taal
En in dat cadeau wordt duidelijk dat God onze taal spreekt.
Hij weet dat wij de taal van goddelijke liefde niet beheersen.
Daarom past God zich volledig aan ons aan:
hij is mens geworden om jou zijn liefde duidelijk te maken.
God gaat onze taal spreken.
Dát is echte liefde!
Echte liefde draait niet om jezelf, niet om je eigen behoeften, maar om de ander.
Daarvan is Jezus het ultieme bewijs:
God maakt zich klein, vernedert zich, laat zich afwijzen,
allemaal omdat hij jou op het oog heeft!
Liefde is geen kwestie van ontvangen, maar van geven.
Kijk maar naar Jezus!

3. Leer elkaars talen
dia 13 – leer elkaars talen
Liefde begint met Gods liefde voor ons.
Maar daar stopt Johannes niet.
‘Laten we elkaar liefhebben’, zegt hij.

dia 14 – sluit jij aan bij de taal van de ander?
Let op: dat gaat niet over dat jij meer liefde zou moeten krijgen.
Ik geloof direct dat dat zo is.
Dat we elkaar in de kerk veel te weinig liefde geven.
Ik ben ook zo iemand die soms vergeet even wat liefde te laten blijken…
Het is wel zeker je niet genoeg liefde krijgt.
Dat zeg ik trouwens niet om het goed te praten.
Maar je bent geliefde van God,
en daarmee krijg je meer liefde dan je ooit voor mogelijk houdt.
De vraag moet dan ook niet zijn of je wel genoeg liefde krijgt,
maar hoe je liefde geeft, zoals God jou liefde geeft.

Daar kunnen die liefdestalen goed bij helpen.
Natuurlijk is het interessant om er achter te komen
welke talen van de liefde goed bij jou passen.
Maar dat zit nog op de kant van liefde ontvangen.
De grote vraag is niet welke taal bij jou aansluit,
maar of je bij de taal van een ander aansluit!
Dát is die gevende liefde: de taal van de ander leren.
En ik geloof echt dat je kunt groeien
in de talen die niet je eerste voorkeur hebben.

dia 15 – dan leer je elkaar begrijpen
Als je elkaars talen leert, dan leer je elkaar begrijpen.
We zijn heel verschillende mensen.
Er zijn hier, hoop ik, mensen waar je wat mee hebt,
maar er zijn ongetwijfeld ook mensen waar het niet mee klikt.
Je vindt iemand saai, een chagrijn, veel te aanwezig, enzovoort.
Maar kan het ook zijn dat iemand zijn liefde gewoon op een andere manier laat zien?
Ook liefde voor God trouwens.
Wat voor de één diepe toewijding aan God is,
werkt voor een ander alleen maar vervreemdend.
Kunnen we dat van elkaar hebben?
Elkaars hierin waarderen,
het mooi vinden dat de ander iets van God ervaart
in iets waar jij niets mee hebt?
Liefdestalen kunnen helpen elkaar beter te begrijpen.
Om dieper af te steken dan wat uiterlijke verschillen,
maar om het te kunnen hebben over wat iemand beweegt.

dia 16 – dan leer je liefde te geven
Als je elkaars talen leert, dan leer je liefde te geven.
Misschien is jouw voorkeurstaal die van cadeautjes geven.
Strooi je overal met cadeautjes rond.
Maar misschien heeft die ander veel meer behoefte aan een knuffel.
Dan ervaart die ander jouw liefde veel meer.
De een heeft nu eenmaal meer behoefte aan een schouderklopje,
de ander meer aan een pan soep.
Ontdek de taal van de ander.
Dat is ook gewoon leuk:
om te zien hoe iets dat jij niet zo goed begrijpt, maar wel uit liefde hebt gedaan,
een ander blij kan maken!
Misschien heb je zelf niets met cadeautjes,
maar uit liefde voor een ander koop je ze wel,
en dan wordt het alleen maar meer gewaardeerd!
Of complimenten: misschien heb je er wel niets mee.
Vind je het gewoon niet zo nodig om alles wat goed is te benoemen.
Terwijl een ander het echt nodig heeft.
En zo moeilijk hoeft het niet te zijn:
gewoon iemand bedanken, zeggen dat je iets hebt gewaardeerd.
En als je kritiek ergens op hebt, noem dan ook iets positiefs:
anders wordt het gemopper van de zijlijn.

Die liefdestalen kunnen helpen om elkaar lief te hebben.
En dat is geen extraatje.
Christenen zonder liefde, dat is volgens Johannes onbestaanbaar.
Zonder liefde kunnen we de gemeente maar beter opdoeken.
Maar als we elkaar liefhebben, is God in ons.
Want de liefde komt uit God voort.
Amen.




1 Johannes 4,16 – Leren van Gods liefde – Samen GROEI-en bij preek ds. Groen




1 Johannes 2,12-14 – Hij is een God van jong en oud

Radiokerkdienst Zendtijd voor Kerken (20 juli radio 5)

Preekverwerking 01 Matt 20,28a 2007 03 18 (78.5 KiB)

Liturgie

  • Gezang 158
  • Votum en groet
  • Ps 118,1.5
  • Gebed
  • Schriftlezing: 1 Johannes 2,1-17
  • LB Gezang 397,1-4
  • Tekst: 1 Joh 2,12-14
  • Preek
  • Psalm 146,1.3.8
  • GK Geloofsbelijdenis
  • Opwekking 518
  • Gebed
  • Collecte
  • Gezang 166 Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

1. Zomer.

Vakantietijd.

Ik heb vrienden die hun vakantie gebruiken om een onbekend stuk wereld te bekijken. Ver weg. In Afrika, in Zuid-Amerika. Ze vliegen ergens naar toe, Lonely planet op zak. Dat is een reisgids. Zo trekken ze een paar weken rond met de rugzak op.

Zomer, vakantietijd: als je jong en sterk bent is dat de tijd van avontuur. Of tijd voor sport. Feestvieren en uitgaan.

Maar mijn oma, toen die nog leefde, had longemfyseem. De zomer was voor haar warmte en benauwdheid. Hopen dat het niet te warm zou worden. Rustig aan doen. Zitten. Een eenzame periode ook. Als iedereen op vakantie gaat, krijg je minder bezoek. Wel kaarten, maar je ziet minder mensen.

Zomer, vakantie tijd: het kan ook de tijd zijn dat je je overbodig voelt. Eenzaam.

Zo betekent de zomer voor iedereen weer wat anders. Voor u als luisteraar betekent de zomer wat anders dan voor mij. Of voor mijn dochter van 3. Zij gaat lekker buiten spelen. Mijn vrienden kiezen voor avontuur. Ik ga lekker naar een stacaravan op Terschelling met mijn gezin. En u? Gaat u op vakantie? Of zit dat er voor u niet meer in?

Zomer – voor iedereen betekent het wat anders.

Johannes schrijft niet over de zomer. Maar over God. Ook God betekent voor iedereen wat anders. En dat snapt Johannes. Je hebt kinderen, jongeren en ouderen. Maar aan elke groep heeft hij wat te zeggen. Iets wat past bij de fase waar ze in zitten.

Zo meteen wil ik graag met u nadenken over wat Johannes precies zegt. Alleen eerst ben ik eigenlijk best wel benieuwd wat God voor jullie, voor u betekent. Maar ja, terugpraten lukt niet bij een radio-uitzending. Weet u het zelf?

Wat de zomer voor je betekent, dat is best makkelijk om te zeggen – denk ik.

Maar God: wie is God voor u, voor jou?

Als je jong bent, in de kracht van je leven – of toen u jong was, vroeger:

Het heeft mij zelf best wel moeite gekost om te zeggen: ik heb God nodig. Alsof je er zelf niet uit komt. Is het geen zwaktebod, geloven in God?

Is God eigenlijk overbodig voor jou, of heb je Hem juist heel erg nodig?

En als je ouder bent, minder kunt. Misschien ben je je idealen wel kwijt. Teleurgesteld.

Is uw geloof in God gegroeid, verdiept? Of bent u ook in God teleurgesteld?

We kunnen het niet uitwisselen. Maar ik hoop dat u het wel weet, voor uzelf. Want dan kun je jezelf vergelijken met wat Johannes zegt. Tegen kinderen, tegen ouderen, en tegen jongeren. En ik hoop zo, dat u snapt wat Johannes wil laten zien. Hij is een God van jong en oud. Niet alleen voor kinderen, niet alleen voor ouderen. Nee, voor iedereen: voor kinderen, voor mensen die midden in het leven staan, en ook voor ouderen, als het avond wordt en je steeds minder kunt. Hij is een God van jong en oud.

2. Ik begin bij de kinderen. Dat doet Johannes ook. En het gekke is: Johannes zegt eigenlijk: wij zijn allemaal kinderen. Kinderen, zo noemt hij al zijn lezers. Hij is hun vader in het geloof. Ze zijn zijn eigen kinderen, zou je kunnen zeggen.

Maar ik moet er meer over zeggen. Want Johannes zegt ook: kinderen, jullie kennen de Vader. Daarom zijn we allemaal kinderen. Omdat God Vader is. Jullie kennen God als Vader, dat zegt Johannes.

Dat weet hij. Hij kent ze. Hij weet aan wie hij schrijft. Hij weet dat ze God hebben leren kennen als Vader.

Ik weet dat niet. Ik ken jullie, u, luisteraars thuis niet. Ik weet niet wat God voor jullie betekent.

En dat vind ik ook wel mooi. Ik mag het jullie als vraag voorleggen: Zijn jullie zonden je vergeven? Kent u God, en ken je God als Vader?

En als dat nu niet zo is? Dan heb je nog twee geweldige dingen te ontdekken. Zolang je leeft is het daarvoor niet te laat. Of je nu avontuurlijk en sportief bent, of in een bejaardenhuis zit.

Twee dingen: God wil je zonden vergeven om de naam van Jezus Christus. En je mag God leren kennen als je Vader. Beide horen bij het ABC van het christelijk geloof. Bij de eerste dingen die je leert als christen. Over beide wil ik iets zeggen.

Zonde – wat is dat? Zonde maakt je relatie met God kapot. Zonde, dat wil zeggen: niet op God vertrouwen, niet naar God luisteren, niet van God houden, doen wat God niet wil. Zonde maakt ook de schepping kapot. Zonde maakt mensen kapot. Zonde maakt jezelf kapot. De bijbel zegt: alle mensen leven in de zonde. Alle mensen – ook u thuis achter de radio. Allemaal zitten we vast in het moeras van de zonde. Voor ons allemaal geldt: je relatie met God is kapot gegaan.

Maar de bijbel zegt nog iets veel mooiers: God wil jou je zonde vergeven, in de naam van Jezus Christus.

En dan – dan kunnen we zelfs kinderen van God worden. En wordt Hij onze Vader.

Daarin staan we als mensen allemaal naast elkaar. Allemaal doen we er aan mee, dat onze wereld kapot gaat.

Maar Jezus Christus komt ook naar ons allemaal toe. En Hij geeft ons vergeving van zonden. Bevrijding uit het moeras. Een nieuwe wereld die weer heel is. Maar Hij wil ons ook bij God  brengen. Als zijn broers en zussen, als kinderen van God. En God? God, die we allemaal genegeerd hebben, links hebben laten liggen? God wil onze Vader zijn. Zo mogen we Hem leren kennen – als Vader.

Vader en kind – dan moet ik denken aan m’n zoontje van bijna anderhalf. Hij is bezig te leren lopen. Als ik thuis kom, de kamer inloop, dan komt hij naar me toe gekropen. Hij steekt z’n handen uit. Hij wil opgetild worden. Of hij wil dat ik hem een hand geef en dat we samen gaan lopen.

Bent u een kind? Zijn uw zonden u vergeven? Kent u God als Vader? Ik mag u hiermee bemoedigen. Er is vergeving. God wil uw Vader zijn. Voor iedereen die de naam van Jezus Christus aanneemt.

3. En dan de ouderen. Johannes zegt twee keer tegen de ouderen: U kent hem die er is vanaf het begin.

Dat vind ik mooi.

Waar denkt u aan bij ouder worden?

Ik moet dan denken aan iemand die na een paar jaar WAO nu 65+ is, en op een flatje woont. Ze had toekomstdromen, maar die zijn nooit werkelijkheid geworden. Lichamelijk komen er klachten, ze kan minder dan vroeger. En de wereld verandert. Met een computer kan ze niet overweg. En wat gebeurt er in de kerk? Jongeren gaan weg, de kerk verandert… Waar is God?

Bij ouder worden denk ik aan ontdekken dat je zelf niet uitkomt. Hulp nodig hebben. Je idealen van vroeger kwijt zijn geraakt. Merken dat je leeftijdsgenoten sterven. Merken dat je niet meer alle ontwikkelingen bij kunt houden.

En wat doet dat met je?

Word je karakter mooier bij het ouder worden? Milder, vriendelijker? Minder hoekig?

Of word je mopperig, een zuurpruim? Komen er juist scherpe lijnen in je gezicht te staan?

Kun je daartussen kiezen? Ja, dat kan. Dat kan als je serieus neemt wat Johannes speciaal tegen ouderen zegt. U kent Hem die er is vanaf het begin. Dat zegt hij tegen christenen. U kent God. Maar ook als u geen christen bent kunt u God nog leren kennen, God die er is vanaf het begin.

God is er.

Als je hulp nodig hebt. Zo komt God toch altijd al naar ons toe? Zonder mij kom je er niet uit. Ik moet je helpen. Dat was vroeger zo, dat is nog steeds zo. Als u lichamelijk minder wordt, merkt u wat wij allemaal moeten ontdekken: Zonder Gods hulp lukt het niet.

Als je je idealen en je toekomstdromen moest opgeven. God had ons toch al lang geleerd dat Hij alleen ons toekomst geeft? Uw leven heeft geen toekomst zonder God. Als u dat ontdekt bij het ouder worden, ontdekt u iets wat wij allemaal moeten ontdekken: zonder God hebben wij geen toekomst.

God was er altijd al. Hij is er ook nu, ook als u ouder wordt. Gelooft u dat?

Dan kunt u een wijze oudere worden. Iemand die jongeren iets mee te geven heeft. Mild en vriendelijk.

Maar ook voor wijze ouderen geldt: u kent Hem die er is vanaf het begin. Uw wijsheid is een geschenk. Uw kennis hebt u van God gekregen. Ontzag voor God, dat is het begin van de wijsheid.

Ouder worden, hoe doet u dat?

En nogmaals: als u bejaard bent maar geen christen – het is nooit te laat om God te leren kennen. Het is nooit te laat om kind van God te worden. Jezus Christus is het gezicht van God. In zijn naam is er vergeving van zonden. Door Hem wordt God onze Vader. Geloof in Jezus Christus!

En als u christen bent:

Laat God niet teleurgesteld los, raak niet verbitterd bij het ouder worden.

U kent God toch, die er vanaf het begin bij geweest is? Hij blijft bij u – tot in het eeuwige leven.

4. Als laatste noemt Johannes de jongeren.

Wat zegt Johannes tegen jongeren?

Hij zegt eerst: u hebt hem die het kwaad zelf is, overwonnen.

En daarna: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt het kwaad overwonnen.

Wat denkt u, zou Johannes dit bewust tegen jongeren zeggen?

Ik denk het wel. En ik vind het ook heel passend.

Jongeren blijven niet staan bij vergeving alleen. Ze kennen God als Vader. Maar ik zie ze voor me: jonge, enthousiaste christenen. Ze gaan voor Jezus. Ze willen de Heilige Geest graag in hun leven aan het werk zien. En ze zijn sterk. Ze hebben energie. Vol idealen.

Maar dan valt het soms zo tegen. Ik weet nog hoe ik zelf tegen mijn eigen grenzen op liep. Ik kon niet alles. Maar ik ken ook jongeren die balen van de kerk, van die ouderen die alles altijd zo gedaan hebben. Die oplopen tegen structuren. Voor je gevoel krijg je geen poot aan de grond. Je bent enthousiast, maar je kunt het niet kwijt.

En wat doe je dan?

Johannes wil je bemoedigen: Jullie hebben de duivel overwonnen. Jullie horen bij Jezus, en dus ben je sterker dan het kwaad. Ga niet bij de pakken neerzitten. Er komt tegenslag, maar wij zijn overwinnaars!

Johannes laat ook zien waar je moet zijn: bij God. Je bent nu misschien sterk en sportief. Maar echte kracht, waar vind je die?

Sterk word je, als het woord van God in je blijft.

Dat is ook belangrijk als je moedeloos wordt. Hoe houd ik het vol, een leven als christen? Ik ben nu al moedeloos, hoe houd ik het dan vol tot mijn 70e?

En dan zegt Johannes: Jullie zijn sterk, want het woord van God blijft in jullie. Let op hè, hij zegt niet: Zorg dat het woord van God in u blijft. Hij zegt: het woord van God blijft in u. Dat is zo. Daarin ligt je kracht, in het woord van God.

Ach, en dan staan jongeren en ouderen ook weer naast elkaar. Hoe voorkom je dat je moedeloos wordt, in het bejaardenhuis? Ook dan ligt hier je kracht: in het woord van God dat in je blijft.

Zomer is vakantietijd. De tijd dat de één geniet en de ander eenzaam achterblijft.

Bij God is het anders. Als je oud bent loop je tegen andere dingen aan dan als je jong bent. Als je oud bent heb je God op een andere manier nodig dan toen je jong was. Het mooie vind ik, dat God daar oog voor heeft. Hij is een God voor jong en oud. Of je nu jong of oud bent: God ziet je. God kent je. God heeft oog voor wat jij nodig hebt.

De zomer is de tijd dat de een geniet en de ander eenzaam achterblijft.

Bij God is het anders. God is er voor jong en oud. En tegenover God staan we uiteindelijk allemaal naast elkaar.

Zoek God, en leef heel dicht bij Hem!

Amen