Zondag 32 HC – Nieuw leven in de kracht van Christus’ Geest

Hans Burger
Hans Burger
5 mei 2007

Zondag 32 HC – Nieuw leven in de kracht van Christus’ Geest

image_pdfimage_print

Liturgie

  • Voorzang: Ps 19,3.4
  • Votum / groet
  • Zingen: Ps 1
  • Gebed
  • Lezen: Rom 5,12-6,4
  • Zingen LB 87,1.5
  • Zondag 32
  • Preek
  • Zingen: LB 78,1.2.4
  • Geloofsbelijdenis Gez 179b (GK 4)
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen: Gez 161,1.3.4 (NG 82)

 

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.
- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt.
Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Zondag 32 HC:
Nieuw leven in de kracht van Christus’ Geest

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, broers en zussen

1. Genade is een risico. God neemt dat risico, maar je ziet ook steeds weer dat het mis gaat. Genade een risico?
Ja, God komt naar ons toe. Hij vergeeft onze zonden en laat ons overnieuw beginnen. God heeft ons lief en slaat de armen om ons heen, verloren dochters en zonen als we zijn. Hij bevrijdt ons leven uit de verslaving van de zonde. Maar steeds weer zie dat mensen hem niet begrijpen. Voor zondige mensen is er niets dat zo moeilijk te bevatten als die liefde van God, die wonderlijke genade. Straf, dat is helder. Ik hebt gezondigd en ik word gestraft. Onverschilligheid, dat snap ik. Ik heb je gekwetst en nu wil je mij niet meer zien, het kan je niet schelen wat er met mij gebeurt.
Maar liefde – hoe moet ik daar op reageren?
Steeds weer zie je dat je op twee manieren uit de bocht kunt vliegen.
De tweede komt verderop in de preek. De eerste dat is: God vergeeft onze zonde, dus het maakt niet uit wat ik doe.Deze reactie duikt steeds weer op. Of de angst voor deze reactie.
Je proeft het in de brief aan de Romeinen, in hoofdstuk 6. Daar komt de vraag twee keer terug. Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade te laten toenemen? Betekent dit nu dat we vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade leven?
Je proeft het in de Catechismus: Maakt deze leer de mensen niet zorgeloos en goddeloos? Waarom moeten we dan nog goede werken doen?
Je proeft het in onze tijd Dus God houdt van me. En ik kan altijd bij hem terugkomen. Hij vergeeft me altijd. Dus het maakt niet uit wat ik doe? Hij vindt het altijd goed, wat ik ook doe? Dus Hij heeft er wel begrip voor als ik mijn broer haat – dat is ook zo’n loser. En ik lijk niet echt op Jezus, maar ja, het zit ook niet in m’n karakter – dat weet God ook wel. En ik zou eigenlijk moeten ophouden mijn baas te bestelen, maar ja – God snapt toch dat die baas van me te dom is om op z’n eigen spullen te passen. En eigenlijk zou ik misschien ook wel …, maar ja, God vergeeft het gelukkig.
Genade is een risico. God neemt dat risico. Het risico dat mensen Gods liefde opvatten als verkapte onverschilligheid: God is genadig en vergeeft toch wel.

2. De vraag die je dan moet stellen is deze: waarom is God genadig? Waarom vergeeft Hij onze zonden? Waarom is Jezus Christus voor ons gestorven en opgestaan?
Vergeving van zonden, acceptatie in Christus, liefde van een wonderlijke Vader voor verloren zonen en dochters, het staat in een groter kader.
Het kader van een gevallen schepping, die kapot gaat door de zonde. En van een prachtige toekomst: de toekomst van Gods koninkrijk, de toekomst van een nieuwe schepping, waar de zonde weg is; waar wat kapot ging, genezen is.
Op weg naar die toekomst van Gods rijk was er één grote blokkade: onze zonde. Die zonde maakte Gods schepping kapot. Die zonde betekende een breuk in onze relatie met God. Die zonde maakte ons ongeschikt voor Gods koninkrijk. Die zonde, dat was het oude wat juist moest verdwijnen en wat niet past bij de nieuwe schepping.
Vandaar dan ook Jezus’ oproep aan het begin van zijn optreden: Kom tot inkeer, want het koninkrijk van God is nabij. Vandaar dan ook dat Jezus tegen Nicodemus zegt: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wie in zonde leeft en er geen moeite mee heeft om te blijven zondigen, die komt niet in Gods koninkrijk. Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspeligen, schandknapen en knapenschenders, dieven of geldwolven, dronkaards, lasteraars of uitbuiters: ze zullen volgens Paulus geen deel hebben aan het koninkrijk van God. En Johannes schrijft, dat wie zijn broeder of zuster haat, een moordenaar is, en een moordenaar heeft het eeuwig leven niet blijvend in zich.
Daarom ook de dood en de opstanding van Jezus: zij zijn er om het probleem van de zonde op te lossen.
God doet dat op een geweldige manier, onverwacht, volstrekt bijzonder, wonderlijk.
Maar zijn bedoeling is niet om ons nu maar weer lekker door te laten zondigen.
Die zonde is juist het probleem. Die zonde is een ziekte die genezen moet worden. Die zonde is een kwade macht die vernietigd moet worden. Die zonde schept afstand tussen ons en God, terwijl God ons juist dichtbij zich wil hebben. Die zonde maakt alles kapot, terwijl God alles heel wil maken.
Dus als je Gods genade begrijpt als een vrijbrief om lekker te blijven zondigen, dan maak je die genade helemaal los van het kader waarin die staat. Gods liefde is er niet om ons te laten zondigen. God liefde is juist dat Hij ons bevrijdt van zonde om ons in Gods koninkrijk te brengen.

3. Maar dan dreigt het tweede misverstand.
Je snapt: God verlost mij van mijn zonde. God heeft mij lief – onvoorstelbaar. Dan kan ik niet blijven zondigen. Dan mag ik niet onverschillig blijven. God heeft me zoveel gegeven, dan moet ik ook wat terugdoen. Stel je voor dat jij iemand helpt die werkeloos geworden is, in de schulden geraakt, dakloos, en je helpt hem weer om z’n leven op te pakken. Dan wil je toch ook merken dat hij er dankbaar voor is? Je wilt toch iets terugzien. God heeft iets gedaan, en nu zijn wij aan de beurt. Ik moet dit, ik moet dat, ik moet zus, ik moet zo – ik moet God toch laten zien dat ik echt waardeer wat Hij gedaan heeft. Het is alleen soms zo vermoeiend. Ik wil wel, maar het lukt me niet. Al snap ik het wel – ik moet God dankbaar zijn voor alles wat Hij geeft. Wat ben ik nou voor een christen? Ik bak er ook helemaal niks van.
Ook dat antwoord duikt steeds weer op.
Je proeft het in de Galaten-brief. Wij moeten de wet naleven, dan worden we als rechtvaardige aangenomen.
Je proeft het aan het eind van de Middeleeuwen. Hier reageert de HC op. Als wij maar hard ons best doen en met God meewerken, dan zullen we ook in Gods koninkrijk komen.
Je proeft het bij Gereformeerden die de drieslag ellende-verlossing-dankbaarheid goed in hun hoofd hebben zitten. God heeft ons verlost uit onze ellende, nu zijn wij aan de beurt. Wij moeten dankbaar zijn!
Wat dat betreft is de titel van het derde deel van de catechismus ongelukkig gekozen: ‘onze dankbaarheid’.Het is namelijk echt een misverstand dat God ons verlost heeft, en wij nu aan zet zouden zijn om iets terug te doen. Dat is een ketterij die het christelijk leven tot een vermoeiende en vreugdeloze bezigheid maakt. Als je niet oppast leidt het tot mensen die hun zonde kennen, zichzelf daarom haten, het anders zouden willen, maar er niet in slagen. En Gods liefde wordt om zeep geholpen. Want wanneer je er niet in slaagt om dankbaar te zijn, dan baal je van jezelf, en de gedachte dat God je liefheeft, is zomaar buiten beeld. En je ploetert maar door in je eentje. Hulpeloos maar schuldig.
Dankbaarheid is niet het kernwoord in het christelijk leven.

4. Dankbaarheid is belangrijk, maar het is – slechts – een vrucht van de Geest. Het is slechts een vrucht die in ons leven rijpt wanneer we verbonden zijn met Jezus Christus. Hij de ware wijnstok, wij de ranken.
Dat zie je als je zondag 32 goed leest: wij worden pas dankbare mensen wanneer Christus ons door de Heilige Geest vernieuwt, zodat we op Jezus Christus gaan lijken.
Als je wilt snappen hoe het NT over het christelijk leven spreekt, dan moet je die dankbaarheid even parkeren.
Het begint met iets anders. Het begint met het beeld van de ware wijnstok. De doorwerking van dat beeld proef je in zondag 32. Het gaat over vruchten. En vruchten komen er alleen als je verbonden bent met Jezus Christus zelf.
Of vanuit Romeinen bekeken: je leven als christen begint, als je deelt in de opstanding van Jezus Christus. Omdat Jezus Christus is opgestaan, omdat we in Hem gedoopt zijn, omdat we met Hem verbonden zijn, daarom leiden we nu al een nieuw leven.
Het zou ook veel te simpel zijn – eerst God, nu wij.
Het probleem van de zonde is daarvoor veel te ingrijpend. Ons hele bestaan is ontwricht door de zonde. Wij zijn kapotte mensen. We kunnen niet zeggen: en nu houden we op met zondigen. Wie zo dankbaar probeert te zijn, die loopt vast. Het lukt niet op eigen kracht.
En dat is dan niet een excuus om te zeggen: we zijn allemaal zondige mensen. Zo ben ik nu eenmaal. Ik ben een zondaar, geneigd tot elk kwaad.
Is Jezus daarvoor gekomen dan? Zodat wij kunnen zeggen: ach ja, we zijn allemaal zondig. We blijven zondaar tot onze dood toe. Daar verander je niets aan.
Nee dus. Zo is het niet. God accepteert je niet zoals je bent om maar zo te blijven. God accepteert ons in Christus. En dat ‘in Christus’ is heel belangrijk. God accepteert ons om ons vervolgens te laten leven in verbondenheid met Jezus Christus. God heeft ons oneindig lief om ons vervolgens door de Heilige Geest van binnenuit de veranderen.
Jezus Christus is gestorven en opgestaan, opdat wij met Hem zouden sterven en opstaan. Hij is voor onze zonden gestorven, opdat wij een nieuw leven zouden gaan leiden. Leef zo dan ook: een leven dat steeds meer vrij wordt van de zonde. Een leven dat past bij Gods koninkrijk.

5. Dat doet aan die liefde niets af. Die liefde hoeven wij niet te verdienen. Wij hoeven ook niet iets terug te doen. Het gaat juist om de doorwerking van die liefde. Want het is uit die liefde voor ons, voor zijn schepping dat God bezig is met een nieuwe schepping.
Een christelijk leven, een vernieuwd en veranderd leven, dat is een leven waarin je merkt dat God met je bezig is. Dat is een leven waarin je het effect van Gods genade aan den lijve – letterlijk aan den lijve – ervaart.
Want dat is toch je leven als christen. Paulus kan zeggen: niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij. Het gaat er immers om dat Jezus Christus gestalte in ons krijgt. Hij moet in ons zichtbaar worden. En als dat gebeurt, dan zie je God zelf aan het werk. Bid daarom de Heilige Geest om je te laten delen in Jezus Christus.
Neem nu de vrucht van de Geest. Dan zie je dat de Heilige Geest met je bezig is: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. En dat staat tegenover wat onze eigen wil voortbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen.
Als je merkt dat je in Jezus Christus gelooft, dan zie je daarin God zelf aan het werk. Dan zie je daarin de invloed van Gods eigen Geest die in onze harten woont. Als je merkt dat je leert liefhebben, misschien nog pril en heel in het klein maar toch, dan zie je daarin dat God zelf je leven aan het vormen is. Als je merkt dat Gods liefde je hart raakt en een diepe vrede in je hart geeft, dan is God met je bezig.
Dat is toch geweldig? Nergens wordt God zo tastbaar voor ons, als hier. Wie leeft in het spoor van Jezus Christus die mag God aan het werk zien. Wat dat betreft is het jammer dat de catechismus het heeft over vrucht van ons geloof en over zekerheid van ons geloof. Veel belangrijker is het om de vrucht van Christus in je leven te zien, de vrucht van de Heilige Geest. Dan mag je Gods goedheid proeven. Dan mag je ervaren hoe groot de kracht is van God, die doden levend maakt. Dan mag je zeker zijn van God – God die met jou aan het werk is. Prachtig om te zien. God die mensen verandert.

6. Tenslotte: let even op het slot van v/a 86. Onze belijdenisgeschriften stammen uit een tijd dat Europa een christelijk werelddeel was. Ze zijn daardoor jammer genoeg niet erg missionair gericht. Maar hier hebben we een van de weinige plaatsen in de belijdenis waar dat missionaire juist wel naar voren komt.
Immers, wat is het kader waarin ons christelijk leven staat?
Deze wereld is een gevallen wereld. Maar Gods rijk komt. En op weg naar Gods rijk ruimt God het grote obstakel voor dat rijk op: onze zonde. En op weg naar dat rijk worden zoveel mogelijk mensen uitgenodigd. Ga mee naar Gods koninkrijk, als het leven één feest wordt.
Daarom kwam Jezus Christus, om die boodschap van Gods rijk dat nabij is uit te dragen en werkelijkheid te maken.
En daarom worden wij door Jezus de wereld in gezonden: Gods rijk is dichtbij. Jezus Christus is de deur naar dat rijk. In Hem bestaat Gods nieuwe schepping. Via ons wil God weer anderen bereiken. Wij mogen Gods liefde tastbaar maken voor anderen om ons heen. Wij mogen iets laten zien van Jezus Christus. Wij mogen in onze omgeving verbazing wekken met het geheim van ons leven: de Heilige Geest.
Christen ben je niet zomaar. Christenen hebben een heel specifieke opdracht. Zoals Petrus schrijft: ‘Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.’
Waarvoor zijn wij nog op deze aarde?
Ons leven heeft een doel. We zijn hier maar niet om in het algemeen voor Gods eer te leven. Het is veel specifieker. Wij zijn Gods promotie-materiaal. Onze tevredenheid over God kan anderen ertoe bewegen over te stappen naar deze God, de enige God. Onze ervaringsverhalen kunnen anderen prikkelen en aan het denken zetten – zou die God van Jezus Christus dan toch echt wat voorstellen? En dan geldt: geen woorden maar daden. God verandert mensen? Laat maar zien hoe God jou verandert. God is liefde? Laat maar zien hoe jij van Hem leert om lief te hebben. God vergeeft zonden? Laat zien hoe de vrede van Christus in je hart woont en dat aan je leven rust geeft. God is een geweldige God? Laat zien hoe dankbaar je hem bent – leef een aan God gewijd leven!