Zondag 21 HC – Leven als gemeente – leven vanuit Jezus

Hans Burger
Hans Burger
4 oktober 2008

Zondag 21 HC – Leven als gemeente – leven vanuit Jezus

image_pdfimage_print
  • Voorzang Ps 124
  • Votum / groet
  • Zingen Gez 160
  • Wet
  • Zingen: Ps 19,3.5
  • Gebed
  • Lezen: Efeze 2
  • Zingen LB Gz 95.1.3
  • Tekst: HC Zondag 21
  • Preek
  • Zingen: Gez 119,1.2.3
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen LB Gez 429
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over zondag 21 HC – Leven als gemeente – leven vanuit Jezus

Gemeente van Jezus Christus, broers en zussen,

1. We zitten als gemeente in een turbulente periode. Er is veel gebeurd – de afgelopen jaren maar ook het afgelopen half jaar. Lastige dingen waar je moedeloos van kunt worden, en mooie dingen om enthousiast van te worden. Wie er woensdag anderhalve week geleden bij was kan meepraten over het eerste – je zou er de moed van verliezen. Maar wie er afgelopen woensdag bij was, kan meepraten over het tweede – bij meerdere broers en zussen heb ik tranen van verwondering en blijdschap gezien.

Die twee gemeentevergaderingen laten precies zien hoe ingewikkeld een kerk is. Met de apostolische geloofsbelijdenis belijden we: Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen. Maar wat is het ingewikkeld.

Waar denk jij aan bij de kerk?

De een denkt: Als er zo geruzied wordt, hoeft het voor mij niet meer. De ander: Als de boel op barsten staat en dan kom je er toch samen uit – dat bewijst dat God hier aan het werk is.

De een zegt: Die kerk – alleen maar gezeur en van God heb ik er nooit wat gemerkt. De ander zegt: Door hoe God werkt in mijn gemeente ben ik zo gegroeid in mij geloof.

De een komt in de kerkdiensten en dat is meer dan genoeg, de ander is steeds weer actief en doet overal aan mee.

Wat moet je met die kerk? Voor welke kant moet je kiezen: opdoeken die boel, of ik ga ervoor?

Waar kies jij voor: de gemeente valt tegen, dus weg ermee? Of de gemeente is onmisbaar, dus je inzetten voor de opbouw van de gemeente?

Uiteindelijk is dat de vraag: zeg je ja of nee tegen de apostolische geloofsbelijdenis? Daar wordt beleden: ‘Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen.’ Zeg je daar ja of nee tegen? Wat zegt de bijbel erover? Neem je serieus wat God daar tegen je zegt?

Ik wil jullie met deze preek helpen om daar voluit ‘ja’ tegen te zeggen. Ja, dat geloof ik.

En daarom wil ik vanuit zondag 21 en Efeze 2 met jullie terugblikken op wat er de afgelopen weken gebeurd is. Laten we daar eens naar kijken vanuit die geloofsbelijdenis – ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen.

2. Dan begint het bij Jezus Christus. Als je iets zinnigs wilt zeggen over de kerk, over onze gemeente, dan begint het bij onze Heer.

Kijk maar in Efeze 2, het slot. Daar wordt de kerk vergeleken met een tempel in aanbouw. En wat is de plek van Jezus Christus? Vers 20-22: Hij is de hoeksteen. Vanuit hem groeit het hele gebouw uit tot een tempel. Die tempel is gewijd aan Hem. En in Hem worden we samen opgebouwd.

Dat de gemeente er is, dat die groeit, opgebouwd wordt, aanwezig is in Franeker, dat is allemaal dankzij Jezus Christus. Daarom staat het ook in de Catechismus: Christus zelf vergadert, beschermt en onderhoudt zijn gemeente. Jezus is Heer van zijn kerk. Jezus regeert. Hij zorgt ervoor dat wij als gemeente ontstonden. Dat wij bestaan. Dat wij blijven bestaan.

En laten we welwezen: dat mogen we juist in deze dagen samen ervaren! Onze situatie zat muurvast. De boel stond letterlijk op barsten. Maar precies op tijd heeft Jezus Christus ons iemand gegeven die ons samen verder geholpen heeft. Ik heb het van allerlei gemeenteleden gehoord, en ik kan het zelf ook niet anders zien: Hier is een wonder gebeurt. Lieve mensen, broers en zussen, laat je daardoor bemoedigen. Je kunt Jezus Christus niet direct aan het werk zien. Maar soms zie je heel duidelijk het effect van wat Hij doet. Wij mogen dat nu zien. Geweldig!

Misschien moest het daarom anderhalve week geleden ook wel mis gaan. Misschien liet Hij ons wel vastlopen met elkaar. Zodat we niet op elkaar vertrouwen. Maar zodat het aan iedereen duidelijk zou zijn: deze gemeente bestaat alleen dankzij Jezus Christus. Kijk maar in vers 8. Het is niet dankzij uzelf, niemand kan zich hier op laten voorstaan.

Ik vertelde afgelopen week aan iemand wat er gebeurd was. Hij zei: ‘Ik schrijf dit ergens op in een ‘stille tijd’ schriftje of zo iets. Want zelfs zulke hoogtepunten vergeet je na een aantal jaren. En als je dan eens in nieuwe moeiten, een ‘droge woestijn’ komt dan kun je dit soort parels weer eens opduiken en komt de verwondering weer terug.’

Laat je bemoedigen door afgelopen woensdag. Onthoud wat er gebeurd is, zodat je er op terug kunt grijpen. En als je er niet was, vraag na wat er gebeurd is. Vertel het aan elkaar.

We zeggen niet voor niets ‘Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.’ Want Jezus Christus is er. Hij is de hoeksteen. Door Hem groeien we als gemeente uit tot een tempel. Een tempel die aan Hem gewijd is. Een tempel waar zijn Geest woont. Door Jezus kun je zeggen, ‘Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk.’ Want het is Jezus zelf die ons als gemeente bouwt.

3. En dus raakt dat 30 dagen project de kern – Leven vanuit Jezus. En dus wil de duivel niets liever dan dat tijdens zo’n project alles misgaat. Als wij ons richten op Jezus, dan verliest de duivel terrein. Dus doet hij niets liever dan ons afleiden. Het project laten mislukken. Heb jij het volgehouden, de afgelopen twee weken? Ben je nog steeds bij met lezen?

Geef niet op! Want dit project raakt de kern van ons gemeente-zijn. Kijk maar hoe de Catechismus het zegt in v/a 55: wat is de gemeenschap der heiligen?

Dat wij, gelovigen, samen en persoonlijk een mogen zijn met Jezus onze Heer. En dat wij zo delen in zijn schatten en gaven.

Of als je er naar kijkt vanuit Efeze 2. Het gaat erom dat wij verbonden zijn met Christus, vers 12. Wat dat inhoudt, wat dat uitwerkt? Let dan vooral op vers 5-10 – kijk maar mee. Vers 5: God heeft ons levend gemaakt samen met Jezus Christus. We zijn gered door genade. Wie we zijn door Gods genade, dat we leven – het is door Jezus. Vers 6: God heeft ons samen met Jezus een plaats gegeven in de hemelsferen, in Jezus Christus. Het eindstation van je leven, je plek in de hemel, het hangt van Jezus af. Vers 7: God is bezig ons te laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Jezus Christus. Vers 10: Wij zijn in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt. Wat je doet als christen, het is allemaal mogelijk in Christus. Beslissend is je eenheid met Jezus Christus.

En anders? Als je zonder Jezus zou zijn?

Kijk maar in het begin van Efeze 2, vers 1-3. Dan ben je dood door je misstappen. Dan ben je slaaf van de duivel en zijn geesten. Dan word je beheerst door je driften en begeertes, door je eigen egoïsme. Dan is God boos op je.

Of vers 12 het slot: dan leef je in een wereld zonder hoop en zonder God.

Een leven zonder Jezus, dat is hopeloos en godloos. En dus uitzichtloos. Je verdwijnt in de dood, God is boos op je en straft je.

Maar dankzij Jezus wordt alles anders. God heeft liefde voor ons opgevat. Hij houdt van ons. Door Jezus is er een nieuw begin. Onvoorstelbaar. Wonderlijk. Barmhartigheid en genade heet dat in Efeze 2. Wat dat is? Dat is vastlopen en dan toch verder mogen. Denk dan maar weer aan afgelopen woensdag. Aan mensen die de tranen in de ogen staan van verbazing. Mensen die zeggen ‘Hier gebeurt een wonder.’

4. In Efeze 2 wordt dat wonder verder beschreven. Lees vers 13-18 maar. Door het bloed van Jezus Christus worden muren afgebroken. Gescheiden werelden worden één. Mensen die op grote afstand staan, mogen dichtbij komen. De vijandschap wordt gedood. Jezus verkondigt vrede. In één Geest mogen we allemaal bij God de Vader komen.

En dat allemaal dankzij Jezus. Dankzij zijn bloed. Hij maakt twee werelden één. Zijn lichaam is de plek waar het allemaal gebeurt. Zijn lichaam aan het kruis, vers 16. In zijn lichaam heeft hij de vijandschap gedood. En dat werkt hier door. Als muren tussen mensen afgebroken worden, zijn ze weg. Dat betekent: God wil hier geven dat de vijandschap verdwijnt.

Dan gaat het over vergeving van zonden. Het gaat in de catechismus alleen over het herstel van de verhouding tussen mijzelf en God. Maar Efeze 2 laat zien dat het om meer gaat. Jezus Christus zorgt er ook voor dat gescheiden wereld van mensen bij elkaar komen. Dat vijandschap tussen mensen verdwijnt.

Zonde maakt gemeenschap kapot. Door zonde kom je alleen te staan en vereenzaam je. Tot je verlaten sterft. In je eentje crepeert in de hel.

Is dat wat jij wil?

Maar wat God in Jezus Christus wil is eenzame mensen bij elkaar brengen. Gemeenschap stichten. Relaties herstellen. Relaties met hemzelf. Maar ook relaties tussen mensen.

Wat God wil is wat hier afgelopen woensdagavond gebeurde: dat mensen schuld belijden. Elkaar met tranen in de ogen de hand schudden. Elkaar een knuffel geven. Verwonderd zeggen: Hier gebeurt een wonder.

Dat is de gemeenschap der heiligen. Verbondenheid met Christus. En zo met God en met elkaar. Omdat Jezus het geeft en mogelijk maakt.

Wij zijn onvolmaakte mensen. Wij maken fouten. Wij zondigen.

En dus zijn er twee mogelijkheden.

Of je zegt: de kerk valt tegen. Ik kap ermee. Je verbreekt de gemeenschap. Je komt apart te staan. Je gaat niet mee met Jezus Christus, die juist God en mensen bij elkaar wil brengen.

Of je zegt: Jezus Christus breekt muren af. Hij brengt ons weer bij God de Vader. Hij brengt mensen bij elkaar. Ik wil niet alleen staan. Ik wil samen met anderen in één Geest naar de Vader toe. Ik wil leven van vergeving. Ik wil het zelf leren: vergeven. Ik geloof in Jezus. Ik geloof daarom ook één heilige, algemene, christelijke kerk.

5. Wat kies jij?

Ik vergeef niet, ik kap ermee? Dan speel je met vuur. Als wij elkaar niet vergeven, waarom zou God ons dan vergeven? Als God mensen bij elkaar wil brengen als zijn kinderen, waarom zouden wij dan ruzie maken en uit elkaar gaan? Dan werk je tegen God in.

Of kies je om te zeggen: Ik geloof. Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk? Ik geloof dat deze club mensen die elke zondag in ‘De Voorhof’ bij elkaar komt een plek is waar Jezus Christus zelf aan het werk is door de Heilige Geest? Daar wil ik zijn. Daar wil ik leren elkaar te vergeven, zoals God ons vergeeft?

Lid zijn van de kerk vraagt om geloof.

Wat wil je zien? Mensen die tegenvallen? Of zie je dat Jezus Christus, ondanks mensen die tegenvallen, toch aan het werk is?

Als je echt gelooft in Jezus Christus zoals de bijbel ons dat leert, dan hoort de kerk erbij. Dan moet je lid zijn van een gemeente zoals de onze. En dat geloof in Jezus Christus maakt de kerk ook tot een steeds hechtere eenheid. Want als we allemaal geloven, zijn we allemaal vol verlangen gericht op Jezus Christus. Willen we allemaal leven vanuit Jezus. En hoe meer we dat willen, hoe meer we hem aan het werk zien. Hoe meer we zelf Hem volgen en elkaar vergeven. Hoe meer we werkelijk lichaam van Christus zijn waar alle vijandschap verdwijnt.

Vind je het onzin? Geloven kan ook wel buiten de kerk? Het wordt zo veel gezegd tegenwoordig.

Maar – kijk nog eens naar dat beeld waarmee Efeze 2 afsluit. De kerk is een tempel in aanbouw. Jezus is de hoeksteen. De apostelen en de profeten die de bijbel hebben geschreven zijn het fundament. En vanuit Jezus zelf groeit er een tempel, die bestaat uit allemaal gelovigen. Levende stenen. En in die tempel, daar woont God zelf door de Heilige Geest. Gods woord zegt dat de kerk erbij hoort. Weet jij het beter dan God?

Een gemeente is een huis in aanbouw. Jezus is hier aan het bouwen. Wij zijn de stenen.

Als je een huis aan het bouwen bent, heeft het dan zin om stenen ongebruikt te laten liggen? Kun je wonen tussen losse stenen die verspreid over een terrein liggen? Wat heb je aan stenen die apart blijven liggen?

Zo zegt de bijbel het hier. Een christen zonder gemeente is een losse steen. Die is geen onderdeel van de plek waar God wil wonen. Een christen zonder gemeente – dat slaat nergens op.

De kerk, een gemeente – het hoort bij het geloof in Jezus Christus.

6. En dus: christen zijn vraagt erom dat je je bij de kerk voegt. Dat je lid bent van een gemeente.

Want de Geest woont in de gemeente. De Heilige Geest werkt eerst en vooral in de gemeente. In de samenkomsten, daar regeert Jezus Christus door zijn Woord en Geest. Als je de samenkomsten niet bezoekt, dan maak je het Jezus Christus moeilijk de Heer van je leven zijn. Dan kan Hij je leven niet vormen.

En dus kun je niet maar van iedere club lid worden die zich kerk noemt. Niet iedere ‘gemeente’ is ook echt een gemeente van Jezus Christus. Hijzelf moet er centraal staan. Hij moet de hoeksteen zijn. Hij moet de bron van groei zijn. Zijn Geest moet er wonen. Zijn Woord moet er uitgedragen worden. Daar mogen we elkaar op blijven bevragen. Is Jezus onze hoeksteen? Wordt hier het goede nieuws van Jezus uitgedragen?

En tot slot: dan ben je verplicht om ook als levende steen mee te doen. Vers 10: de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt. De catechismus zegt dat je verplicht bent om je gaven voor de andere leden in te zetten. Dat is te beperkt, alleen naar binnen gericht.

Denk maar weer aan dat beeld van een tempel. Wij hebben nauwelijks tempels in Nederland. Oosterse godsdiensten hebben wel tempels.

Waar is een tempel voor?

Een tempel is een plek waar je naar toe gaat om je God te vereren. Door een tempel is God aanwezig. Bereikbaar.

We zijn niet alleen kerk voor onszelf.

We zijn kerk van Jezus Christus om hier in Franeker de tempel te zijn van de levende God. Als die tempels worden afgebroken, waar moeten Franekers dan naartoe als ze God zoeken? Hoe kunnen ze God hier vinden als wij de tent al ruziënd afbreken?

Dat kan toch niet! Laat de vergadering van afgelopen woensdag een nieuwe start zijn.

Dat wij samen leven vanuit Jezus.

Dat Hij onze hoeksteen is.

Dat wij allemaal vanuit Hem groeien

Dat wij de levende stenen zijn waardoor er hier een tempel gebouwd wordt.

Dat de Geest van God hier woont.

Dat Franekers hier aan de Voorstraat God kunnen vinden.

Dat wij inderdaad een voorhof zijn – van het heiligdom in de hemel.