Ruth 1 – God gaat altijd met je mee!

Mark Veurink
Mark Veurink
2 december 2012

Ruth 1 – God gaat altijd met je mee!

image_pdfimage_print

Gezinsdienst en Doop Norah Maaike Kloeze

Liturgie

Welkom
Eerste adventskaars aansteken plus gedichtje
Zingen
1. Groot en machtig is Hij (Opwekking 387)
2. God kent jou vanaf het begin (Opwekking voor kids 77)
3. Opwekking 643
Stil gebed
Votum en zegengroet
Zingen: ‘k Stel mijn vertrouwen Gez 168 – Opwekking 42
Bidden (Kyra Verbrugge)
Bijbellezing/toneelstukje: Ruth 1
Zingen Psalm 33:7 en 8
Preek
Projectlied Adventsproject eerste couplet plus refrein
Wet gezongen: Ken je Gods gebod, woorden een tot tien
Dopen Norah Kloeze
Dooplied opwekking 687
Bidden door ouderling van dienst Klaas Wiersma samen met Rients
Collecte
Zegenlied opwekking 710
Zegen
Amen amen

Preek: God gaat altijd met je mee

Introductie: verhuizen
(verhuisdoos laten zien)
Wie weet wat dit is?
(doorvragen totdat antwoord ‘verhuisdoos’ komt)
Ja, het is een verhuisdoos.
Zo’n doos kun je gebruiken als je gaat verhuizen.
Wie van jullie is er wel eens verhuisd?
(vingers opsteken)
Als je wel eens verhuisd bent, dan weet je dat verhuizen een heel gedoe is.
dia 1
Het oude huis moet helemaal leeggehaald worden.
dia 2
Alles moet in dozen: speelgoed, boeken, foto’s.
dia 3
Ik wordt daar altijd een beetje verdrietig van.
Het is dan zo leeg in huis.
dia 4
Gelukkig gaan je spullen mee naar het nieuwe huis.
Maar het past natuurlijk niet allemaal in de auto.
Dan moet je heel vaak heen en weer rijden.
Of het gaat met een grote vrachtwagen.
En dan woon je opeens in een nieuw huis.
Dat is wel leuk!
dia 5
Je krijgt een nieuwe kamer, maar natuurlijk wel met je eigen spulletjes.
Je woont in een nieuwe straat, en kunt nieuwe vriendjes krijgen.
En voor je het weet, ben je je oude huis vergeten.
1. Een verdrietige verhuizing
Het verhaal over Noömi en Ruth gaat ook over een verhuizing.
Het is niet zomaar een verhuizing.
dia 6
Ze verhuizen vanuit Moab naar Israël, naar de stad Bethlehem.
Ze gaan dus in een ander land wonen!
Dat is natuurlijk al best spannend.
Stel je voor dat je naar Duitsland zou verhuizen…
Maar voor Noömi is het niet zo heel gek:
zij kwam zelf uit Bethlehem, en verhuist nu weer naar haar eigen land.
Voor Ruth is het veel spannender, zij is nog nooit in Israël geweest.
Toch is dat niet het gekste van deze verhuizing.
Het gekke is dat Ruth en Noömi geen verhuisdozen hebben.
Oke, ik weet ook wel dat die toen nog niet uitgevonden waren, maar toch…
Zelfs al zouden er toen al verhuisdozen zijn,
dan hadden Ruth en Noömi niets om er in te doen!
Zij hebben echt geen grote verhuiswagen nodig,
ze hebben bijna niks.
En wat misschien nog wel gekker is:
als je verhuist, dan ga je altijd eerst een keer bij je nieuwe huis kijken.
Ruth en Noömi hebben niet eens een huis!
Ze moeten maar hopen dat ze ergens kunnen slapen als ze weer in Bethlehem zijn.
Tien jaar geleden is Noömi naar Moab verhuisd.
Dat leek toen slim, omdat in Bethlehem niet genoeg eten was.
Maar wat is dat toch tegengevallen!
dia 7
Toen ze naar Moab ging, had ze ook niet veel,
maar ze was tenminste nog getrouwd en had twee zonen.
Maar al snel was haar man overleden.
En een tijdje later waren ook haar zonen gestorven.
Noömi heeft helemaal niets meer,
alleen Orpa en Ruth, de vrouwen van haar zonen.
Noömi had zulke mooie plannen.
Ze wilde oud worden met haar man,
ze droomde van weer een eigen boerderij in Bethlehem,
en zag al helemaal voor zich hoe het was om oma te zijn.
Maar niets daarvan.
dia 8
Wat is het leven Noömi tegengevallen!
En ze geeft God de schuld:
“de HEER heeft zich tegen mij gekeerd.”
Ze is zelfs vergeten dat Orpa en Ruth ook verdrietig zijn.
Nee, een leuke verhuizing is het niet.
Voor Ruth is het nog moeilijker:
zij kent niemand in Bethlehem en ze hoort er niet bij.
Ze is een vrouw uit Moab, en in die tijd betekende dat dat ze bij de vijand hoorde.
Zouden de mensen in Bethlehem wel vriendelijk voor haar zijn?
En ook van Ruth was haar man overleden.
Haar familie blijft gewoon in Moab.
In Israël heeft Ruth helemaal niets.
Haar verhuizing is echt een sprong in het diepe.
Ze heeft geen idee hoe het zal gaan.
Maar ze wil heel graag met Noömi mee.

2. Ruth leert geloven
Waarom eigenlijk?
Waarom blijft Ruth niet lekker in haar eigen land?
Daar wonen haar vrienden ook.
En wie weet komt ze nog eens een leuke man tegen en kan ze nog trouwen.
Noömi snapt dat ook niet zo goed.
Het is voor Orpa en Ruth veel beter om in Moab te blijven.
Dus probeert ze hen over te halen om niet met haar mee te gaan.
‘Ga toch terug naar jullie eigen huis.
Misschien geef God jullie wel een nieuwe man hier!’
Maar Orpa en Ruth willen niet terug.
Noömi blijft aandringen:
‘Wat hebben jullie eraan om met mij, een verdrietig oude vrouw, mee te gaan?
Het is echt beter dat jullie hier blijven.’
dia 9
En Orpa besluit om dan maar in Moab te blijven.
Ruth niet.
Noömi kan praten wat ze wil,
maar Ruth heeft haar besluit genomen.
dia 10
Zij gaat met Noömi mee naar Israël.
‘Want,’ zegt Ruth tegen Noömi,
‘uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.’
Dit is heel bijzonder!
Ruth, een vrouw uit Moab met haar eigen goden,
wil bij Israël horen en de God van Israël gaan dienen.
Zoiets gebeurde bijna nooit.
Maar Ruth is zo onder de indruk van God, daar wil ze niet meer zonder!
‘Uw God is mijn God.’
Wauw!
Hoe komt Ruth aan zo’n geloof?
Ik denk dat het antwoord heel gemakkelijk is:
Ruth heeft leren geloven, eerst van haar man,
en daarna van Noömi.
Ruth is voor Noömi een soort dochter geworden.
Ruth zag dat Noömi een heel bijzondere God had,
en ze dacht: ‘daar wil ik ook bij horen.’
Hoe ga je geloven?
Meestal leer je dat van anderen.
dia 11
Wat is het mooi als je dat van je vader en moeder leert.
Als je van je ouders hoort wie Jezus is,
en dat je denkt ‘ja, ik wil bij Jezus horen.’
Dus, kinderen, kijk maar goed naar je ouders.
dia 12
Norah weet natuurlijk nog niet wie Jezus is.
Maar, Bert en Geeske, jullie mogen voor Norah een voorbeeld zijn.
Zoals Ruth leerde geloven van Noömi,
zo mogen jullie Norah leren dat Jezus van haar houdt.
dia 13
We hebben het daar met elkaar ook over gehad:
jullie willen Norah heel graag laten zien wie Jezus is.
Prachtig!
Want jullie God is ook Norahs God.
God zegt bij de doop dat Norah er ook bij hoort.
En wat is het mooi als Norah dan op een dag zegt:
‘jullie God is mijn God.’
Toch is het ook wel eng, je kinderen leren geloven.
Want dat is niet altijd gemakkelijk.
Gelukkig hangt het ook niet allemaal daar vanaf.
Kijk maar naar Noömi.
Is zij nou echt het meest inspirerende voorbeeld?
Ze denkt dat God niet meer van haar houdt,
dat God haar vijand is geworden.
Ze ziet het helemaal niet meer zitten.
Is dat nou het goede voorbeeld voor Ruth?
Ik denk het niet!
Nee, God zelf heeft Ruth overtuigd.
En wat gebeurt er dan?
Dan heeft Ruth meer vertrouwen op God dan Noömi.
Dan leert Noömi opeens van Ruth wat geloven is.
dia 14
Dus, grote mensen, kijk maar goed naar de kinderen.
En leer van hen hoe je van Jezus mag houden.
3. God gaat met ons mee
Ruth zegt tegen Noömi: uw God is mijn God.
En daarom durft Ruth die verhuizing aan.
Het is geen gemakkelijke verhuizing voor Ruth.
Ze gaat in een ander land wonen, het land van de vijand,
ze laat al haar vrienden achter,
ze moet een nieuwe taal gaan leren,
ze heeft geen geld, geen huis,
je zou zeggen: wat bezielt Ruth?
Het is heel vreemd dat Ruth met Noömi meegaat.
Noömi heeft gewoon gelijk: in Moab is ze beter af.
Maar Ruth wil daar niets van weten.
Ze heeft ontdekt wie God is.
Met God durft ze die verhuizing aan.
Zij weet dat God wel met haar mee gaat.
Dat het allemaal best spannend is voor Ruth,
dat maakt haar niet zoveel meer uit.
Ze weet niet hoe het zal zijn in Bethlehem.
Of de mensen daar haar accepteren,
of ze nieuwe vrienden krijgt
of er genoeg geld is voor eten.
Het is echt een sprong in het diepe.
Maar ze maakt zich er geen zorgen om,
want God zal wel voor haar zorgen.
Ook al heeft Ruth helemaal niets,
ze verwacht veel van God.
Je eigen leven kan ook best spannend zijn.
Misschien ga je wel verhuizen, en vind je dat eng.
Of ga je naar een nieuwe school.
Of is er iemand heel ziek.
Maar wat er ook gebeurt: God gaat met je mee.
En dan hoef je nergens bang voor te zijn.
Dat geldt ook voor Norah.
Ze is nu nog zo klein.
Maar hoe gaat het over 5 jaar met haar? En over 10 jaar?
Dat weten wij niet.
Maar God belooft dat hij met haar mee gaat!
dia 15
Vandaag is de eerste adventszondag.
Dat betekent dat het bijna kerst wordt.
Nog vier weken, en dan is het zo ver,
dan vieren we feest omdat Jezus is geboren.
In de weken daarvoor kijken we daarnaar uit.
Want Jezus maakt ons leven mooi.
We hopen dat Jezus snel terugkomt,
zodat we bij hem in de hemel mogen zijn.
Advent is God verwachten.
Het is een periode om tot rust te komen.
dia 16
Om even niet druk bezig te zijn met hoe je nu christen bent,
maar gewoon even stil te staan en omhoog te kijken.
Het is een periode om te vertrouwen dat God met je mee gaat.
Ook al weet je niet wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Ook al ben je misschien bang voor de toekomst.
Zelfs al zit je zo diep in de put als Noömi.
Ruth heeft ontdekt: als God maar meegaat,
dan durf ik alles aan.
Durf jij, net als Ruth, te vertrouwen
dat Jezus altijd met je meegaat?
Amen.