Romeinen 6,11 – Zie je wie je bent? Je leeft in Christus

Hans Burger
Hans Burger
28 augustus 2011

Romeinen 6,11 – Zie je wie je bent? Je leeft in Christus

image_pdfimage_print

Voorbereiding Heilig Avondmaal

Liturgie

Voorzang Gez 158
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 16,1.3.5
Gebed
Lezen uit de Bijbel: Romeinen 6,1-14
Zingen Gez 95,1.2.4 – Daar juicht een toon / Opw 575
Preek over Rom 6,11
Zingen Gez 163 – Ik bouw op U
Morgendienst:
Als wetslezing Rom 12, 1-2 en 9-21
Zingen Gez 79,4.5
Middagdienst:
Lezen gedeelte avondmaalsformulier
Geloofsbelijdenis
Zingen Gez 125,1.5.6 (of Gez 109,1.3.4)
Gebed
Collecte
Zingen Ps 146,1.3.8
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek heb ik een pp-presentatie gemaakt

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Romeinen 6,11 – Zie je wie je bent? Je leeft in Christus!

1. ‘Zo moet je ook jezelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God’.

Wie ziet zichzelf zo? [dia 2]

Wie vindt het lastig om dat vast te houden – jezelf zo te blijven zien?

Wat Paulus zegt: het is nogal wat – het is geweldig!

Ik geloof het – ik geloof dat Jezus bepaalt wie ik ben.  Dat ik in de strijd met de zonde in Hem sterk mag staan.

Maar het besef zakt ook weer weg. Het vasthouden – ik leef in Christus! Ik denk dat jullie allemaal herkennen: dat lukt lang niet altijd.

Hoe komt dat?

Het kan zijn dat je niet lekker in je vel zit. Wie bèn ik nu? Het lukt gewoon niet om dit te bedenken – ik ben een loser.

Misschien omdat je zondigt – met zonde worstelt, steeds weer dezelfde. En je denkt: God ziet me al weer komen. Kom ik weer vergeving vragen.

Of – Jezus speelt eigenlijk geen rol in je leven.

Ach ja – je kunt nog veel meer bedenken.

Het gaat goed. Je voelt je goed, je leven loopt lekker. Misschien ben je wel een hele goede christen. Ik ben blij met mezelf!

En voor je het weet – je vergeet Jezus, je gaat op je bek. Dat je alleen in Jezus Christus echt iemand bent, was je vergeten.

Je kunt je rot voelen, je kunt jezelf overschatten – en beide keren ben je het kwijt.

Herken je dat?

Het gevoel dat je het weer met jezelf moet doen?

Dat je weer je best gaat doen? Ik ga weer vechten met de zonde?

Of dat je zover helemaal niet komt?

Dat is wat de duivel wil.

Dat jij en ik vergeten hoe dichtbij Jezus is.

Dat jij en ik vergeten hoeveel God van ons houdt.

Dat jij en ik denken: zoals wij hier doormodderen, dat is het dan?

Dat we niet groot denken van God

Dat we niet echt veel van Hem verwachten.

En we doen het met onszelf. We proberen er zelf het beste van te maken. We leven misschien zo christelijk mogelijk. We doen ons best. En dat is toch prima?

Tja. Paulus weet hoe wij in elkaar zitten.

Hij schrijft het niet voor niets.

Daarom kijken we samen wat hij precies zegt.

Laten we weer proberen groot te denken van God. Groot te denken van wat Hij ons geeft.

Vraag het jezelf af op weg naar het avondmaal volgende week: hoe groot denk ik van God?

2. Allemaal hebben we wel eens van die momenten dat we ons leeg voelen. Alleen. Rot. Schuldig. Dat je er net zo lief even niet zou zijn.

En dan is er iemand die naar je lacht – een warme blik. Hé, ik hou van je! Een arm om je schouder. Misschien reageer je wat onhandig. Maar het doet je wel goed. [dia 3]

Wij leven in ons eigen wereldje. Zo groot of zo klein als dat is.

Soms heb je anderen nodig om je daaruit te trekken.

Iemand die dichtbij je komt.

Iemand die van je houdt!

Zo iemand is Jezus – en dan gaat het nog veel verder dan wij ooit zouden kunnen bedenken. Wie Jezus voor jou is – je zou het zelf nooit kunnen verzinnen.

Hij houdt van je.

Hij brengt je dichtbij God.

Op een heel bijzondere manier.

Eerlijk en bevrijdend.

Pijnlijk en confronterend.

Maar altijd zo dichtbij en zo liefdevol.

Dat Hij in je leven komt, dat maakt je iemand anders.

Door Hem word je eindelijk echt jezelf. Heerlijk!

Dat klinkt gek: iemand anders bepaalt wie jij bent – jouw identiteit.

Maar dat is wat Paulus zegt: [dia 4]
Jezus is gestorven om een eind te maken aan de zonde – de macht die tegen God in gaat. Vers 10.

Jezus is opgestaan – hij kan niet meer sterven, de dood heeft geen macht meer over Hem. Vers 9.

Nu leeft Hij voor God – niet zonder God, ver bij hem vandaan. Maar dichtbij God. Voor God! Vers 10.

En als je bij Jezus hoort, dan bepaalt dat verhaal over Jezus voortaan wie jij en ik zijn – iedereen die in Jezus gelooft.

Jezus bepaalt wie jij bent – we gaan zo wat beter kijken hoe Paulus dat uitwerkt.

Geloof jij dat? [dia 5]

Zou je het willen geloven?

Jezus bepaalt wie jij bent – je blijft natuurlijk jezelf – maar één heel belangrijk ding verandert: wie heeft het voor het zeggen in jouw leven? Niet het kwaad. Niet de zonde. Niet de dood. Niet het rotgevoel. Niet het alleen zijn. Waardeloos en zinloos. Schuldig.

Durf verder te kijken.

Durf groter te denken.

Durf het te geloven: ten diepste bepaalt Jezus wie ik ben – waardevol voor God.

Zo mag je jezelf zien – in Christus. Als jij bij Jezus hoort, dan bepaalt Hij wie jij bent.

Want Hij houdt van jou!

Hij gaf zichzelf voor jou!

Je bent in Hem – Hij is zo dichtbij!

Zo dichtbij als het water van de doop. Om jou.

Zo dichtbij als het brood van het avondmaal dat je eet.

In jou.

3. [dia 6] Wat Jezus heeft meegemaakt, dat bepaalt wie wij mogen zijn. Dan noemt Paulus vooral zijn sterven en zijn opstanding.

Eerst: Jezus is gestorven.

Nou en?

Nou, wij sterven met Hem;

- nou en?

Om dat uit te leggen, zegt Paulus twee dingen.

Aan de ene kant: [dia 7] als je dood bent, besta je niet meer. Jouw oude ik, dat is je slechte ik, die loser, die lafaard, die lomperik, daar wil je toch van af? Wie wil er niet zijn oude slechte ik kwijt?

Met Jezus sterven betekent: je oude ik gaat dood. Je oude ik word net als Jezus veroordeeld – zondaar, sterf aan het kruis! En daar ga je.

Je oude ik bestaat niet meer als je met Jezus gekruisigd bent.

Dat is de ene kant: die zondaar, waar je vanaf wilt, is er niet meer – dood.

En aan de andere kant gebruik hij het beeld van een slaaf. Een slaaf is niet vrij. Die moet doen wat hem gezegd wordt. [dia 8] Wij waren slaven van de zonde. We moesten zondigen – de zonde was onze baas. Maar een dode slaaf – daar kun je tegen schreeuwen, die kun je schoppen – een dode slaaf die kan niks meer. Eindelijk vrij. Wie dood is, die hoeft niks meer. Als je dood bent, dan  heeft de zonde bovendien haar doel bereikt – zonde wil onze dood. Nou, zover is het dus. Als je sterft met Jezus, dan ben je gestraft voor de zonde. De zonde heeft niets meer over jou te zeggen. Je bent niet meer verplicht om te zondigen.

Die dood van Jezus, dat is wat we vieren, elke keer met het avondmaal. Dat is onze bevrijding! Snap je het – Jezus’ dood maakt je los van ons oude bestaan, van de macht van de zonde!

Geloof jij dat? [dia 9]

Dat niet jouw lichaam bepaalt wie jij bent, waar de zonde nog in woont?

Maar dat Jezus bepaalt wie jij bent – vrij van de macht van de zonde?

Geldt dat ook voor mij?

Nou- het geldt voor iedereen die in Jezus Christus gedoopt is.

Luister maar: [dia 10]

3 Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? 4 We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven …

Gelovig kopje onder gaan in Jezus Christus, zoals in het doopwater.

Dat is begraven worden in Christus.

Dat is niet meer zelf bestaan.

4. Nou, leuk.

Ik ben dood.

Ik tel kennelijk niet mee.

Alles wat over mij te zeggen is, is kennelijk negatief.

Zondaar, rot op en sterf!

HO!

Jezus houdt van ons.

Hij is gestorven om een eind te maken aan de zonde, aan de rotzooi in deze wereld.

En Hij leeft.

Hij is opgestaan om alles nieuw te maken – Hij wil iets moois van jou maken!

[De doop laat zien: we zijn helemaal in Jezus ondergedompeld,

Het avondmaal laat zien: Jezus is voor ons gestorven, en Hij komt in ons.]

Hij is zo dichtbij.

Hij is om je heen.

Je denkt toch niet dat Jezus van je houdt – en jou dood laat?

Hij heeft juist de zonde en de dood voor ons overwonnen.

Denk je dat eens in – onvoorstelbaar grote woorden zijn dat.

De zonde en de dood zijn overwonnen.

Kijk wat Paulus dan zegt: [dia 11]

4 We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. 5 Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.

Dus: dat onvoorstelbare is ook voor jou en voor mij waar: wie in geloof kopje onder gegaan is in Jezus, die zal ook met Jezus leven. Die krijgt nieuw leven. Die krijgt opstanding uit de dood. Die mag weer met God leven – geen verre God. Maar je Vader, die het liefste wat Hij heeft, gaf voor jou – zijn eigen enige Zoon.

Die Zoon die stierf om een eind te maken aan de zonde. Die uit de dood is opgewekt. Die leeft voor God. Zo is het ook met ons.

Kijk maar wat Paulus zegt:[dia 12]

11 Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.

Wie jij bent, dat telt juist wel.

Jij als zondaar, die is er niet meer.

Maar jij als nieuwe mens in Christus, die mag nu gaan leven.

Maar waar zie ik dat dan?

Je ziet dit nog niet.

Je ziet een lichaam dat oud wordt, ziek, dood gaat.

Je voelt dat in je lichaam de zonde nog woont.

Je weet wie je bent, wat je gedaan hebt, waar je toe geneigd bent – jij en ik zijn Jezus niet.

Maar juist daarom zijn er doop en avondmaal.

Er is meer dan wat je op het eerste gezicht ziet.

Jezus is er.

Hij is om je heen!

Hij bepaalt wie ik ben – zijn geschiedenis, zijn sterven, zijn opstanding.

Zie je wie je bent? Je leeft in Christus!

5. Waarom zou Paulus dit eigenlijk schrijven?

Waarom vindt hij het nodig om dit ons voor te houden: Zo moet je jezelf zien, dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God?

Omdat het niet vanzelf spreekt!

Kijk hoe hij verder gaat: [dia 13]

12 Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten.

Wij leven nog in een sterfelijk bestaan. Wij hebben onze begeertes.

Wat is jouw lievelingszonde? Jouw zwakke plek?

Mopperen en klieren? Snel boos worden? Iemand terugpakken? Teveel snoepen of drinken? Porno op internet? Gokken of teveel geld uitgeven? Verslaafd aan werk of macht? Alleen gaan zitten, onbereikbaar voor anderen?

Weet jij het van jezelf?

En wanneer ben je daar kwetsbaar voor?

Paulus heeft het over ons ‘sterfelijke bestaan’.

Wat je elke dag ziet en waar we midden in zitten.

Precies dat sterfelijke bestaan maakt het moeilijk om het vast te houden: ik ben in Jezus Christus en ik leef voor God!

Je sterfelijk bestaan. Je lichaam en je gevoel kunnen je in de weg zitten. Door ziekte. Door ouderdom. Doordat je je down voelt. Je verveelt je of je zit niet lekker in je vel. Doordat iemand je boos maakt of kwetst.

En dan sta je zwak. Dan zijn daar, zegt Paulus, die begeerten.

En dan kun je twee kanten op.

Paulus zegt het zo: [dia 14]

13 Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar stel uzelf in dienst van God.

De makkelijkste kant is de kant van je begeerte.

Geef maar toe.

Doe het maar.

Gemeen zijn.

Je bezatten of volvreten.

Noem het maar op.

Dan dien je weer de zonde. Dan komt er onrecht.

Of je doet net als Jezus. Jezus leeft voor God. Dat is ook de oproep aan ons: stel jezelf in dienst van God!

Dan is er liefde. Vrede. Dan komt er recht. Dan komen we tot bloei.

Op die momenten komt het erop aan.

Juist als je je rot voelt, als je tegen je begeerte moet kiezen, juist dan is het moeilijk: geloven dat je niet hoeft te zondigen. Geloven dat je dood bent voor de zonde. Geloven dat je leeft in Christus Jezus.

Herken jij dat? Vast.

Zondigen voelt dan zo natuurlijk, makkelijker, lekkerder.

En natuurlijk, de zonde zit nog in ons bloed, zit nog in ons sterfelijke bestaan.

Misschien word je moedeloos – het lukt toch niet. Zondig maar weer.

6. Maar het is niet zo dat wij altijd wel weer moeten zondigen.

Juist dan is het belangrijk hoe je tegen jezelf aankijkt.

Kijk hoe Paulus verder gaat:

Eerst de keus, vers 13. En dan: [dia 15]

Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid.

Dat je vanuit Jezus naar jezelf kijkt – levend samen met Hem – dat maakt het verschil.

Voor mij is het zo: op de momenten van zwakte, van begeerte, vind ik het ’t moeilijkst om te bedenken: ik ben in Christus, ik hoef niet te zondigen, leef voor God.

Van Paulus leer ik hier: juist dan heb ik het nodig.

Want Jezus kan het verschil maken – Hij geeft mij wat ik nodig heb om niet te zondigen.

Door Hem kan ik voor God leven.

Leer het dus – zo naar jezelf kijken.

Wat tips: Hoe kun je dat leren? [dia 16]

1. Begin de dag er mee. [klik]

Leer bijvoorbeeld Romeinen 6,11 uit je hoofd en zeg het elke morgen tegen jezelf. Op de rand van je bed. Ik ben dood voor de zonde. Ik ben in Jezus Christus. Hij houdt van mij. Ik leef voor God.

Juist aan het begin van de dag – dan neem je het de rest van de dag mee.

2. Als je bijna meegenomen wordt door je begeerte, bid dan: [klik] Heilige Geest, help me het te bedenken: ik ben in Christus en ik hoef niet te zondigen. Leidt mij!

Ook als je niet wilt. Als je geen zin hebt om te bidden. Als je niet durft bidden.

De Heilige Geest kan jouw denken beïnvloeden. Jouw voelen. Voor jou op de rem trappen.

3. Leef samen met andere christenen en help elkaar. [klik]

Luister naar het evangelie – Jezus is je redder!

Vier het avondmaal – Jezus is voor jouw gestorven. Hij woont in je.

Zing samen, bid samen, neem elkaar mee.

Bemoedig elkaar en laat je bemoedigen: jij en ik, we zijn in Christus Jezus!

Zo maar denken we dat God ver weg is. [dia 17]

Ons leven wordt weer kil en koud.

En dan leven we zonder God – we zondigen weer.

Leer het anders te zien:

Ik ben dood voor de zonde, ik leef in Jezus Christus voor God.

Jezus is om mij heen. Ik ben in Hem.

God is zo dichtbij mij.

Liefdevol.

Krachtig.

In Hem ben ik sterk!

In Hem ben ik overwinnaar!

In Hem leef ik voor God!