Romeinen 15,5-7 – Eensgezind God eren

Hans Burger
Hans Burger
9 januari 2011

Romeinen 15,5-7 – Eensgezind God eren

image_pdfimage_print

p>Preek over het jaarthema 2010-2011 ‘Samen God eren’ (5)

Liturgie

Voorzang Ps 18,1.5
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 18,14.15
Gebed
Schriftlezing
- Jesaja 66,18b-24
- Romeinen 15,1-13
Zingen: Ps 69,3.11
Preek over Romeinen 15,5-7
Zingen: Ps 117
Wet
Zingen Opwekking 378
(’s Middags:
Geloofsbelijdenis
Gez 165)
Gebed
Collecte
Zingen Gez 145
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een  ‘Samen GROEI-en’ (een samenvatting met verwerkingsvragen) beschikbaar;

- Ook heb ik een pp-presentatie bij deze preek gemaakt

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Romeinen 15,1-13 (vooral 5-7) – Eensgezind God eren

1. [Dia 2] Mensen verschillen. Met de een klikt het. Met de ander helemaal niet.

Wat doe je als je iemand leuk vindt?

Wat doe je als je iemand helemaal niet leuk vindt?

En als je iemand wel leuk vindt, maar hij doet nooit leuk terug?

[Kinderen vragen]

Nu is er met de kerk iets bijzonders aan de hand.

God heeft ons gemaakt. Hij vond ons prachtig mooi. Maar wij deden niet leuk terug.

Vanaf het begin ging het mis.

Steeds als God het weer probeerde, zeiden mensen: Nee, bedankt.

Toen werd het kerst. De Here Jezus kwam. Weet je wat er toen gebeurde? Jezus had het niet makkelijk.

Maar Jezus zei niet: weet je wat, nu ga ik doen wat ik leuk vindt. Nu ga ik eerst aan mezelf denken. Nee.

Uiteindelijk is Hij voor ons gestorven en heeft Hij ons met zijn dood bevrijd.

En daar zitten we dan bij elkaar. Jezus heeft ons uitgezocht. Allemaal verschillende mensen.

Soms gaat dat heel goed. Andere keren we zitten elkaar in de weg. Karakters botsen. We doen elkaar pijn. Blijven we elkaar opzoeken?

We verschillen. [Dia 3]Soms merk je dat – in een enquête over liturgie. Wat de een eerbiedig vindt, ervaart de ander als oneerbiedig, luidruchtig, of juist saai. Wat de één een mooi lied vindt, vindt de ander niet wat. De een wil meer Psalmen, de ander meer Opwekking. De een geniet van het orgel, de ander gruwt ervan. Doe mij maar een stevige band – terwijl de ander er koppijn van krijgt. De een zit vol na één kerkdienst en komt ’s middags niet. De ander wil graag twee keer maar voelt zich ontmoedigd, het is zo’n klein clubje. We organiseren bijzondere diensten – sommigen komen dan juist wel, anderen juist niet.

De kerkenraad vindt het belangrijk om met elkaar het gesprek over die verschillen te voeren. 2 februari is er daarvoor een eerste avond gepland – zet ‘m in je agenda!

Maar hoe gaan we dat gesprek voeren? Hoe belangrijk zijn die verschillen? Hoe gaan we met die verschillen om?

Paulus schrijft in Romeinen ook over zulke verschillen: vlees eten of niet? Geheelonthouder worden of niet? Feestdagen vieren of niet?

En dan heeft hij het ook over Gods eer. [Dia 4]

Als het lukt om op een goede manier in één gemeente met die verschillen om te gaan, dan eren we God.

Als dat niet lukt, als we elkaar kwijt raken, als de verschillen voor ons te groot zijn, dan is dat niet tot eer van God.

2. Wat doet Paulus dan? Hij laat het licht van God over die verschillen schijnen. God is er!

God, die de God is van liefde en van gemeenschap en van relaties. [dia 5]God, die relaties herstelt – een God van vergeving en verzoening. Hij is een God die gemeenschap sticht! God is liefde.

Paulus verwijst naar die God als onze bron. Hij bidt dat God uit zijn overvloed ons alles geeft om gemeenschap te zijn, met onze verschillen.

Kijk maar in vers 5 [dia 6]:

Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt.

God kan eensgezindheid geven. Hoe vaak sta je daar bij stil? Eensgezindheid ontstaat niet pas als wij er ons best voor doen, als het ons lukt om op een goede manier met de verschillen om te gaan, als wij een oplossing vinden.

Eensgezindheid – en dat is de eensgezindheid die Jezus Christus van ons vraagt, daarover straks – eensgezindheid is iets wat God geeft. Wonderlijk, maar waar.

God legt het klaar, wij mogen erin gaan staan.

God zorgt ervoor, wij mogen ons erin gaan bewegen.

Eensgezindheid begint daarom met gebed. ‘Moge God ons eensgezindheid geven.’

Hoe vaak bid jij om eensgezindheid – hier in ons midden?

Als je het echt niet eens bent met een ander. Als je baalt van een ander. Bid je dan dat God eensgezindheid geeft?

God geeft eensgezindheid – maar wordt het dan makkelijk? Dat dacht ik niet.

God is ook de God, zegt Paulus, die ons doet volharden. [dia 7]

Kennelijk is dat soms hard nodig. Volhouden, niet opgeven, blijven proberen, doorgaan. Mensen met botsende karakters zijn lastig voor elkaar. Verschillen zijn ingewikkeld. Er kunnen in het verleden dingen gebeurd zijn die echt pijn doen. En dat weet God. Hij kent ons toch? Paulus zegt, vers 4: daar gaat de Bijbel over, over tegenslag, over mensen die toch volhielden. Daarom is alles geschreven – opdat wij zouden volhouden. Hou vol als het moeilijk is!

En laat je troosten – God geeft ons troost [dia 8].

Laat jij je troosten door God?

Dat is niet zo makkelijk, dat gaat niet zomaar.

Ik merk het zelf: je zoekt je troost zomaar in iets anders – afleiding, een hulpverlener, presteren, alcohol, snoepen, jezelf bewijzen.

Maar put je troost uit wat God zegt in de Bijbel?

Lees de Bijbel – leer de Bijbel voor jezelf te lezen – merk dat God je wil troosten. Nieuwe kracht wil geven. De Bijbel staat vol prachtige beloftes!

3. En Paulus zet ons voor Jezus Christus. Laat Christus centraal staan in je omgang met verschillen. [dia 9]

Het gaat immers om ‘de eensgezindheid die Jezus Christus van ons vraagt’, zegt de NBV. Of zoals andere vertalingen het zeggen [klik]:

‘onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus’ (HSV)

‘de eensgezindheid, die u in Christus past’ (WV).

Eensgezindheid die heb je in soorten en maten.

Je kunt eensgezind zijn als hooligans die zin hebben in een partijtjes relschoppen.

Je kunt eensgezind zijn in een band die gaat voor snoeiharde rock, of eensgezind zijn op een oratorium-vereniging over hoe je de Messiah van Georg Friedrich Händel uit wilt voeren.

Hier is het Jezus Christus die ons bindt.

Niet onze smaak.

Niet onze subcultuurtjes – een jongerencultuur, een ouderencultuur, een kerkelijke nestgeur.

Jezus Christus bindt ons.

Wij komen hier, omdat we in Jezus geïnteresseerd zijn.

We zijn één gemeente, omdat Jezus Christus ons bij elkaar heeft gezet.

In Hem kunnen we alles vinden wat we nodig hebben.

Met dat ik dat zeg is dus ook meteen de vraag: zoeken we in Jezus Christus alles wat we nodig hebben – ook voor onze eensgezindheid? Ook al we verschillen of last van elkaar hebben?

Een van onze problemen is precies dat we dat zomaar weer vergeten. En dus – dat durf ik wel te zeggen – dat doen we te weinig.

In Jezus Christus vind je vergeving voor jouzelf en die ander.

In Jezus Christus vind je gemeenschap.

In Jezus Christus vind je de gedrevenheid van zijn liefde om elkaar te zoeken.

Het verlangen om het hart van de ander te bereiken.

Een voorbeeld: Hij zocht niet zijn eigen belang. Lees vers 3: De spot van mensen die niks met God hadden, richtte zich op Hem. En Hij ging door – voor ons.

Hij heeft ons aanvaard en is een dienaar geworden – vers 6 en 7.

Een leraar. Hij leert je wat belangrijk is en wat niet.

Wijsheid om het verschil te zien tussen wat er toe doet en wat niet.

Dat missen we allemaal.

Hij is niet voor niets onze redder en verlosser. Onze heiland – die ons geneest.

Lieve mensen: wij hebben Hem zo nodig!

Niet alleen zijn voorbeeld en zijn opdracht. Maar ook zijn Geest, zijn kracht, zijn liefde, zijn blijdschap, zijn vrede (lees vers 13).

Alleen in Hem vinden we elkaar!

In onze gedeelde liefde voor Jezus.

Zoek de eensgezindheid die je in Christus past!

4. En dat wil dus ook zeggen: zoek elkaar in Jezus Christus. Zoek elkaar, gericht op het eren van God.

Paulus schrijft, vers 7: [dia 10]

Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.

Aanvaarden, dat klinkt nog wat kil. In het grieks staat er een woord dat te maken heeft met in je gemeenschap opnemen. Je zou ook kunnen zeggen: verwelkom elkaar gastvrij.

Je kunt elkaar op verschillende manieren zoeken.

Je kunt het hebben over je verschil van mening, over verschillende keuzes, over dingen die gebeurd zijn. Maar het is veel belangrijker om daarin elkaar te zoeken op een dieper nivo: dat wat je in Christus bindt. Niet wij tegenover zij. Jullie dit, jullie dat, maar wij… Nee: fijn dat je er bent!

Paulus geeft een opdracht en dat is geen makkelijke opdracht. Maar het kan wel. Ik merk het in gesprekken op de kerkenraad. Soms zijn er momenten dat je tegen een verschil aanloopt, rond de invulling van kerkdiensten. En dan kan het heel emotioneel worden. Je voelt het botsen. Maar als je door niet voor blijft staan. Als je door die emoties heen, door de verschillen heen, de ander zoekt. Als je gelooft Christus heeft jou en mij aanvaardt. Als je God wilt eren door er samen uit te komen. Als je gaat voor hetzelfde: samen God eren. Dan kom je samen verder. En je sluit af met kringgebed – samen God zoeken. En je gaat met een goed gevoel naar huis.

En dan is – gek genoeg – in hoofdstuk 15 niemand meer zwak. In 14 gaat het over zwakken en sterken. Daar spreekt hij zwakken en sterken aan.

In 15,1 begint Paulus met ‘wij sterken’. Wij – wij zijn de sterken.

In 15,7 zegt Paulus: aanvaard elkaar.

Ben jij een christen? Ben jij in Christus? Heb jij de Heilige Geest gekregen?

Dan ben je sterk door de kracht van de Heilige Geest. Zoek je kracht in de Heilige Geest.

Laat niemand blijven denken: ik ben hier het slachtoffer.

Wees allemaal sterk in God, sterk in Christus, sterk door de Heilige Geest.

Durf jij dat?

Jezelf los te laten? Wat jij prettig vindt en belangrijk en mooi. Niet je eigen belang voorop.

Maak het de ander naar de zin – dat wil zeggen: zo dat het – vanuit Jezus Christus bezien – goed is en opbouwend voor die ander en voor de gemeente. En dus ook voor jouzelf.

Durf het aan – in vertrouwen op God. Laat jezelf los en richt je op het belang van de ander!

5. En blijf niet te lang hangen in onze interne discussies.

Want je merkt in hoofdstuk 15: Paulus wil niet blijven hangen in die interne kwesties. Wel of niet vegetariër zijn? Wel of geen alcohol? Wel of geen feestdagen?

Daar moeten we ons niet in verliezen. Zorg dat je het grote geheel in beeld hebt: God kijkt verder dan ons clubje. [dia 11] In hoofdstuk 15, 8 en verder gaat het niet meer over onze discussietjes. Het gaat om Gods plan. Denk aan wat we lazen uit Jesaja 66: alle volken samen, Joden en heidenen, eren God. Jezus is niet zomaar gekomen. Jezus verlangt er naar dat Joden en heidenen samen God loven en prijzen. God wil ons vullen met vreugde en vrede. God heeft een overvloed weg te geven – geloof, hoop en liefde!

Heet elkaar gastvrij welkom – waar gaat het dan eigenlijk over in vers 7?

Het gaat erom dat dat hier de sfeer is.

Warm.

Gastvrij.

Dat je hier binnenkomt en denkt – hé, hier wil ik terug komen. Dit voelt goed.

Dat je na gaat denken: wat hebben die mensen?

Dat je proeft: hé, deze overvloed, is dat de overvloed van God?

Het is leuk en zinvol om het over interne verschillen te hebben. Soms is het belangrijk om dat te doen. Maar vooral niet te lang.

Interne kwesties moet je bespreken, zodat ze geen energie meer vreten. Zodat we onze energie weer kunt besteden aan onze opdracht: het goede nieuws bekend maken. Wij zijn kerk om net als Jezus een dienaar te zijn van Joden en heidenen. Om aan de wereld te laten zien dat God trouw is en barmhartig. Om eraan bij te dragen dat heel de wereld God looft en prijst.

Het moet niet zo zijn dat onze jongeren denken: kerk, dat is discussiëren, dat is ruzie. Doe maar niet.

Het moet niet zo zijn dat onze gasten denken: die gemeente, dat lijkt even mooi. Maar als je er in zit, wat een geroddel, wat een gedoe.

Wees eensgezind en gastvrij, zodat onze eigen jongeren denken: hier heb ik God leren kennen. Hier zie ik wat God met mensen doet. Hier proef ik liefde. Al die mensen die zeggen dat God niet bestaat, of die denken dat Jezus Christus achterhaald is, ze vergissen zich! Kom maar kijken, in onze gemeente!

Wees eensgezind en gastvrij, zodat onze gasten proeven: hier gaan ze voor elkaar, ook als het lastig is. Hier laten ze je niet vallen, ook al ben ik niet de makkelijkste. Waar zie je dat nog in onze maatschappij? Dit zou wel eens echt van God kunnen komen.

6. En zo eert een eensgezinde gemeente God. [dia 12]

Wij leven in een maatschappij die je stimuleert om je eigen belang te dienen. Een maatschappij waarin gemeenschapszin en gastvrijheid onder druk staan.

Als wij niet ons eigen belang voorop stellen, maar groeien in gemeenschapszin en gastvrijheid, dan eren we God. Zo schrijft Paulus het, vers 7:

‘Aanvaard elkaar daarom ter ere van God’

Hoezo eren wij God door elkaar gastvrij te ontvangen?

Nou, als wij werkelijk open staan voor wat God geeft, dan groeit hier een sterke en gastvrije gemeenschap. Dan wordt hier meer en meer Gods liefde tastbaar. Dan ga je hier Gods heerlijkheid zien.

Maar let op: dan moeten wij niet onszelf eren. Wij, hier in ‘De Voorhof’, wij zijn een fijne gemeente. Wij hebben een mooi kerstdiner georganiseerd. Wij zijn goed bezig. Dat is een reëel gevaar.

Nee, doe het om God te eren. Het gaat erom dat wij God zichtbaar maken. Niet dat God ons groot maakt.

Wees een eensgezinde en gastvrije gemeenschap om God groot te maken. Het is niet onze kracht en onze liefde waardoor het goed gaat. Het is de liefde, de energie, de gemeenschap die God geeft – daardoor gaat het goed.

Ruzie, verdeeldheid, scheuringen, ze maken Gods grootheid onzichtbaar.

Maak Gods grootheid juist zichtbaar – door eensgezind te zijn. Hier in de gemeente. Samen met christenen om ons heen.

Dan kunnen we ook eensgezind God groot maken. [dia 13] In vers 6 zegt Paulus het zo:

Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus.

De ene keer met een Opwekkingslied, de andere keer met een Psalm. De ene keer met een band, de andere keer met orgel.

En vraag het je dan maar af: als ik niet in de kerk kom omdat er een bijzondere dienst is, wiens belang dien ik dan? Als ik vooral in de kerk kom als er een bijzondere dienst is, wiens belang dien ik dan? Als ik maar één keer per zondag kom, terwijl ik vroeger altijd twee keer ging, ben ik dan gegroeid in het eren van God of niet? Ik geeft daar geen antwoord op – dat mag je doen.

Daarbij geldt ook steeds deze vraag: Heb ik dan een goede reden om niet mee te doen aan het eensgezind God eren of niet?

Laten we samen komen om eensgezind God te eren.

Als wij eensgezind God eren, maken we Gods liefde zichtbaar in een wereld die God nog niet ziet. Dan zullen de mensen zien dat God bestaat en om ons geeft.