Romeinen 15:13-14 – De overvloed van Gods goedheid, help elkaar het aan de wereld te laten zien

Hans Burger
Hans Burger
29 juni 2014

Romeinen 15:13-14 – De overvloed van Gods goedheid, help elkaar het aan de wereld te laten zien

image_pdfimage_print

Goedheid is een vrucht van de Geest. We leven in een verwarrende wereld, waarin we die goedheid hard nodig hebben. Hoe word je in onze wereld een goed mens? Hoe groeit goedheid als vrucht van de Geest? In de Bijbel leren we Gods goedheid kennen als bron van die overvloed.

Voor preeklezers: wil je deze preek lezen, dan stel ik een mailtje op prijs: hansburger@filternet.nl. Bij de preek is ook een powerpointpresentatie beschikbaar.

Liturgie

Voorzang: Ps 103,1.3
Stil gebed
Gezongen votum: Sela (o.l.v. Vincent en Sandra)
Gezongen zegengroet: Sela (o.l.v. Vincent en Sandra)
Zingen: Gez 174,1.3 (Zo vriendelijk en veilig als het licht)
Gebed
Kinderen naar de kinderclub – net als wij hier beneden: vrucht van de Geest – goedheid.
Lezen uit de Bijbel:
- Hand 9,36-42
- Rom 15,7-21
Preek over Rom 15,13-14
Zingen: EL 150,1-3 (Ruis o godsstroom der genade)
Kinderen terug
Zingen: Liefde blijdschap vrede – Opwekking voor kids 70
Als wetslezing: Rom 12,9-21
Zingen: Opwekking 343 = EL 148 (Heilige Geest van God, vul opnieuw mijn hart)
Doop
- Zingen Gez 124,1
- Uuitleg over de doop
- Zingen Gez 124,2
- Doopvragen
- Zingen Gez 124,3
- Gebed
- Doop van Timoteüs Jan Veurink,
- Zingen Gez 124,4-5
- Oproep aan gemeente
- Uitreiking doopkaart door wijkouderling
Gebed – door ouderling van dienst
Collecte
Zingen LB 461,1.3.4.7
Zegen

De overvloed van Gods goedheid – help elkaar het aan de wereld te laten zien

1. Op tweede pinksterdag werd hij geboren – Timoteüs Jan Veurink. Op zich betekent die dag niet iets speciaals. Maar als je dat samen met zijn namen legt naast de tekst van vanmorgen: Timoteüs – eer aan God. Jan, naar opa Jan natuurlijk, maar ook van Johannes – God is genadig. Heidenen – Nederlanders – zegt Romeinen 15, mogen meedoen, Gods goede genade alle eer geven. Wat is er dan mooier dan hem als gebed mee te geven vanmorgen op zijn levensweg, zodat ook hij een heiden wordt die God eert: [dia 2]
‘Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.’

Toch was er een heel andere reden waarom ik deze tekst voor vanmorgen heb uitgekozen. Het project van de kinderclub gaat over ‘vrucht van de Geest’. Vanmorgen: goedheid.

[ ALTERNATIEF BEGIN VOOR BUITEN FRANEKER:
1. Wat een zomer was het dit jaar: ebola in Afrika, die raketten uit de Gazastrook en de aanvallen van Israël, MH17 met 298 mensen aan boord uit de lucht geschoten, Putin die in Oekraïene zit te wroeten en pro-russisch separatisten lijkt te helpen, en dan is er vast nog meer groot en klein leed.
En toch staan we vanmorgen stil bij Gods goedheid. Bij goedheid als vrucht van de Geest. Aan de ene kant is dat gewoon omdat dit nu eenmaal de laatste preek is die ik gemaakt heb, en hier in (…vul in…) nog niet heb gehouden. Maar toch gaat het dieper, het goede nieuws van Jezus gaat dieper. Jezus laat in een oneerlijke, kromme wereld zien dat God goed is. En dat die overvloedig goede God sterker is dan de slechtheid van mensen. En in die wereld blijven mensen nodig die dat geloven en dat laten zien. Dat is het enige waardoor er hoop is voor de wereld. God is een overvloedige bron van al het goede. Leef dat – wees goed, laat die vrucht van de Geest je leven vullen!
‘Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.’

Vanmorgen dus goedheid – Gods goedheid, goedheid als vrucht van de Geest.]

Wie is er ergens goed in [dia 3] – bijvoorbeeld, goed in voetballen, goed in zingen, goed in koken – bedenk maar iets? Waarin ben jij goed?

Als je ergens goed in bent, dan kun je iets goed.
Ergens goed in zijn, dat willen we allemaal wel – toch?

Maar wat betekent het, als je zelf goed bent. Een goed mens bent? Als je goed bent in goed zijn?

Daar zijn we niet altijd even dol op, volgens mij.
Als iemand een goedzak is; als iemand te goed voor deze wereld is; of goedig, een goeierd – dan ben je niet zo snugger, dom, gezapig. Zo had je al in de Middeleeuwen in de verhalen van Tijl Uilenspiegel [dia 4] de lamme goedzak. Goed – dat is net zoiets als braaf. Je loopt het risico gepest te worden, uitgebuit.

Niet dus – dat hebben wij ervan gemaakt. Wat is dat dan eigenlijk – goed zijn? [dia 5 – zwart] Niet ergens goed in zijn, maar zelf goed zijn? Een goed mens zijn? Niets dan het goede willen, zegt Paulus in vers 14. Dat is iets moois – maar wat precies? Dat is best lastig uit te leggen.

2. Gelukkig staan er prachtige verhalen in de Bijbel – en ze hebben voor de kinderclub een hele mooie uitgekozen. Het verhaal van Dorkas, uit Handelingen 9.

Dorkas was een goede vrouw. Misschien was ze best rijk, misschien wat minder. In elk geval: ze was gul. En ze deed gewoon ontzettend veel goede dingen.
Naaien – dat kon ze goed. [dia 6] En ze naaide veel, maar niet alleen voor zichzelf.
Wat ze maakte, gaf ze weg.
Had je geen geld voor nieuwe kleren? Je kon toen niet naar de kringloop of naar het Leger des Heils.
Dorkas hielp je! Reken maar dat dat bijzonder was. Dat waren ze niet gewend. Dorkas deed het omdat ze bij Jezus hoorde – ze had het van Jezus geleerd.
Ze gaf kleren, ze gaf geld, ze hielp mensen op allerlei manieren.
Het lijkt zelf wel, dat ze een hele groep vrouwen om zich heen verzameld had. Samen vormden ze een team. Samen hielpen ze mensen: arm, eenzaam, ziek.
Dat is het: goed zijn. Zoals Dorcas. Goed zijn voor anderen.

Maar dan: Dorkas wordt ziek. Eerst trekt ze zich er niks van aan. Ze werkt door, maar het gaat niet meer. [dia 7] Ze gaat snel achteruit – er was in Joppe geen modern ziekenhuis. En dan sterft ze!

Wat een verdriet! Zo’n mooi mens, en ze is er niet meer.

Petrus is in de buurt. Hij wordt erbij gehaald. Hij krijgt het hele verhaal te horen en gaat mee, naar Joppe. Ze brengen hem bij haar dode lichaam. Hij stuurt iedereen weg, hij wil alleen zijn. Dan bidt hij.
En dan zegt hij tegen het dode lichaam: Tabita, sta op.
Pardon? Dode lichamen zijn dood, toch?
Maar Dorkas doet haar ogen open, ze gaat zitten – ze leeft!

Een teken van Gods goedheid. Niet alleen mensen – God is goed.
God is goed – hij verlost Dorkas van de dood. Ze mag leven!

Veel mensen komen tot geloof – om beide dingen denk ik: de goedheid van Dorkas – en wat in haar leven zichtbaar wordt: de goedheid van God.

Zie je wat het is, goed zijn? [dia 8]
Goed zijn is goed zijn voor anderen – zodat die ander ook kan leven. Tot bloei komt. Mooi als jullie, Mark en Hanneke, zo voor Tim zijn. En Tim ook tot zo iemand uit mag groeien. Zodat God wordt geëerd.

Dat is goedheid als vrucht van de Geest.
Paulus sluit hier in Romeinen 15 een stuk af dat gaat over sterken en zwakken; over hoe je in de gemeente met elkaar om gaat. Elkaar zien, elkaar vasthouden, voor elkaar zorgen. Goed voor elkaar zijn. Mensen bij God brengen.
Dat is goedheid.

3. Hoe word je goed?
Niet goed ergens in – in naaien of zo, zoals Dorkas.
Maar zelf een goed mens?

Laten we eens in Romeinen 15 kijken, vers 13-14, de tekst voor vanmorgen. [dia 9]

Let eens op dat rode zinnetje:
‘ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niet dan het goede wilt’.
Het goede willen – dat gaat nog verder dan goed zijn voor anderen.
Het goede – dat is alles waardoor jij en ik, Gods wereld, alles, tot bloei komt.
Wie goed is, die wil het goede. Die wil dat het leven niet kapot gaat, maar vruchtbaar is. Mooi, dat je er blij van wordt.

Die twee verzen zijn twee overgangsverzen. Van een stuk over sterken en zwakken, tot en met vers 13. Naar een stuk waarin Paulus zijn brief gaat afronden, vanaf vers 14. Let dan op dat ‘inderdaad’. Paulus schakelt – maar er zit een verband tussen vers 13 en vers 14.

Ik denk dat je kunt zeggen: vers 13 heeft alles te maken met die vraag: hoe word je goed?
Het verhaal van Dorkas eindigde met Gods goedheid.
Paulus begint er mee. [dia 10] God, die hoop geeft, en die je vervult, helemaal vol maakt.

Let eens op wat Paulus zegt: Moge God, die ons hoop geeft, u geheel en al vervullen zodat uw hoop overvloedig zal zijn.
Wat een overvloed!

Ik kan me nog goed herinneren: vroeger bad ik vaak zinnen als ‘mogen we iets van uw goedheid zien’. ‘Mag er in ons iets van uw goedheid zichtbaar worden’. Een heel klein beetje maar. Zulke zinnen hoor ik wel vaker – jullie ook?
Tot het me op viel dat God een God is van overvloed – en veel geeft, niet maar een beetje. Als je bidt om een beetje, sta dan niet gek te kijken als je een beetje krijgt. Hoewel, God is een God van verrassingen, hij houdt niet op bij een beetje. Maar besef het: je mag bidden om veel – want God belooft veel.

Geheel en al vervuld worden.
Overvloed.

Kennen jullie zulke mensen, mensen die helemaal vol zijn van vreugde en vrede, mensen met een overvloedige hoop?

Ze zijn er – ik moet dan bijvoorbeeld denken aan Anne van der Bijl, de oprichter van Open Doors. [dia 11] Bij hem zie je het ook – als je zo bent, vol van God, van vreugde, vrede, van hoop, dan ben je een goed mens.

Tegelijk – als ik dat lees, dan roept dat bij mij verlangen wakker – zo te zijn. In een gemeenschap te leven waar we allemaal zo zijn. Wat een getuigenis gaat daarvan uit! Wat wordt God dan groot gemaakt en geëerd!

Lieve mensen: God is geen God van een beetje. God is een God van overvloed.
Bid daarom, verlang ernaar, vol te zijn van die overvloed!

Dat jullie kinderen mensen mogen worden van die overvloed! En dat jullie, Mark en Hanneke, zulke ouders voor hen mogen zijn!

4. Hoe word je goed? Van Gods overvloed – maar daar is meer over te zeggen. Waarop mag je hopen?

Ten eerste: je krijgt het in het geloof. [dia 12] Geloof – dat is verlangen, vertrouwen, biddende handen, open handen. Heer, hier ben ik. Ik verlang naar u en naar uw overvloed. Vul me! Laat het ook in mij overstromen naar anderen.
Geloof en hoop op God!

Ten tweede: je kunt helemaal vol worden van vreugde en vrede. [dia 13]
En denk nu niet: o, ik ben helemaal niet blij, ik heb geen vrede. Ga nu niet van jezelf balen, of jezelf op de kop geven. Het gaat nu even niet om waar je nu bent, maar waarnaar we op weg zijn.

Helemaal vol van vreugde en vrede.
Twee dingen die je nodig hebt om een goed mens te zijn.
Vreugde geeft ruimte. Wie blij is, heeft over en kan delen. Vreugde, een lach, vrolijkheid, het is aanstekelijk. Ik kan me goed herinneren dat ik met een vriend in Engeland stond te liften bij een rotonde. We stonden er al een tijdje. Maar we hadden plezier. We stonden ze zingen, te zwaaien, te lachen. En toen stopte er een auto. We stapten in. Het eerste wat de chauffeur zei was: ‘I couldn’t resist your smile’. Lachen is aanstekelijk.

Vrede geeft ook ruimte. Rust. Wie vrede heeft, is niet met zichzelf bezig. Waar vrede is, kunnen mensen tot bloei komen. Er is geen ruzie die kapot maakt. Mensen worden niet gekleineerd, maar groeien uit.

Het goede nieuws van Jezus roept vreugde en vrede wakker: Jezus leeft! De dood is overwonnen. Jezus is koning en Gods rijk komt! God vergeeft je zonde, hij adopteert je. God is je Vader. Je bent zijn geliefde kind. Alles wordt nieuw, ook de dingen die jij zelf kapot gemaakt hebben. Ook jij zelf – jij, een nieuwe schepping. En jij mag met God mee het leven mooier maken. God heeft vertrouwen in je, je mag zijn medewerker zijn!

Proef je het?
Daar word je blij van!
Vrede krijg je die alle verstand te boven gaat.

Ten derde: [dia 14] die overvloed krijg je door de kracht van de Heilige Geest. Kracht. Van binnen uit. Kracht die sterk maakt, die sterker is dan wat tegenwerkt. Levenskracht. Sterker dan de dood, want deze kracht maakte Jezus – en Dorkas – levend.

Vreugde – vrede – kracht – [dia 15] daardoor word je een goed mens.
Vreugde – vrede – kracht – wat wil een mens nog meer?

5. Nou – dat alles goed is.
Geen oorlog, geen ruzie, geen scheidingen, geen kanker, geen begrafenissen.
Net als bij Dorkas: altijd iemand als Petrus die langskomt als er een begrafenis is.
Geen zonde meer in jezelf.

Lieve mensen: dat is waarnaar we op weg zijn. God is [dia 16] een God van hoop.
Hoop erop – dat gaat gebeuren.

Nu is er nog veel wat niet klopt. Veel wat vrede en vreugde onderuit kan halen.
Je kunt ontmoedigd raken. Depri. Het lukt toch niet, het wordt toch niks.

Maar juist dan zijn die kracht van de Geest, die vreugde en vrede die horen bij het goede nieuws van Jezus zo belangrijk.

Ze zijn sterker dan tegenkrachten. Sterker dan je omstandigheden. Sterker dan de dood en de zonde en de duivel. En dus ook sterker dan ziekte, afbraak, ruzies, gemene mensen, pesterijen.

Dat is wat God ons belooft, vroeg of laat: een overvloed, een kracht, een vrede, een vreugde, die er zijn ook als het leven een kruis is. [dia 17] Want daar, waar geleden wordt, waar het kruis staat, daar is Jezus, de gekruisigde. Hij heeft geleden en gewonnen. En daarom: zijn vrede, zijn vreugde, de kracht van zijn Geest zijn sterker. Niet kapot te krijgen.

En juist als je doorgaat met Hem. Als je je de wereld in laat zenden. Als je van je vijanden houdt. Als je doorgaat met goed doen. Juist dan – juist dan ervaar je Gods kracht, Gods vrede, Gods vreugde.

Denk weer aan Anne van der Bijl. Juist doordat hij gevaarlijke dingen doet, Moslim-leiders in Palestina, Iran, Pakistan opzoekt. Juist daardoor blijkt de kracht en de overvloed van God.

[BUITEN FRANEKER: En let op: het gaat hier in Romeinen 15 over de heidenen die God gaan eren. Zo werkt Gods overvloed: door net als Jezus anderen te dienen – vers 8 – gaat Gods overvloed stromen. Dan is er kracht. Dan is vreugde en vrede – wat is het mooi om liefde door te geven! Dan komt een gemeente tot bloei. Sterken en zwakken stoten elkaar niet af, maar helpen elkaar. Maar dan worden wij ook een teken in deze wereld. Hier is vreugde, hier is vrede, hier is de kracht van de Geest. En het zet aan het denken. Meer mensen gaan God eren. Meer mensen doen mee. Meer mensenlevens een offer voor God worden, geheiligd door de Geest, vers 16.

Juist als je achter Jezus aan gaat, op de plaats van het lijden en het kruis, als je je de wereld in laat sturen, juist dan ervaar je Gods kracht, Gods overvloed van vrede en vreugde.]

6. Dan zijn we mensen waarvan Paulus zegt: [dia 18] mensen die niets dan het goede willen, die niet te weinig kennis hebben, en die elkaar terecht kunnen wijzen.

Daar zou nog veel over te zeggen zijn, ik beperk het nu even tot twee dingen.
Ten eerste: Christelijk leven begint met zonde en bekering. Maar daarna volgt groei, nieuw leven, heiliging. Wij denken vaak vooral na over het eerste. Dat is op zich terecht – we zien wat mis gaat en niet klopt. Maar het is fout, als je het tweede vergeet: [dia 19] wij worden mensen die niets dan het goede willen. Dat wil God ons geven!

Niets dan het goede willen – vind je dat braaf, beklemmend?
Probeer het anders te horen. Goed leven. Bloei. Een mooi en vruchtbaar leven. Dichtbij God, dichtbij Jezus, dichtbij mensen. Dat is mooi – een leven in de kracht van de Heilige Geest.

Ten tweede: dan helpen we elkaar. Schrik niet van het ‘terechtwijzen’. [dia 20] Wij mogen mensen worden die elkaar kunnen helpen om goed te zijn – te leven dichtbij God, dichtbij Jezus, dichtbij mensen. In de kracht van de Heilige Geest.
Vind je dat betuttelend, bevoogdend?
Probeer het anders te zien.

Wij weten van deze overvloed aan vreugde en vrede.
Wij kennen de kracht van de Geest.
Dat gunnen we elkaar.
Dat wil je als ouders je kinderen mee geven.

Help elkaar – als ouders, als jeugdleiders, als ouderlingen en diakenen, als kring.
Wijs Tim – en Daniël – de weg. [dia 21] De Weg, met een hoofdletter. Jezus is die weg.
En dat begint niet met vertellen wat iemand moet doen. Hoe je je moet gedragen. Met regeltjes en zo.
Het begint bij God: hier is de bron van vrede en vreugde. Hier is kracht van de Geest.
Bij Jezus Christus. [dia 22]
Bij dit water van de doop.

[BUITEN FRANEKER Geloof in hem, volg hem, hoop op hem!]