Rechters 17-21 | Verlos ons van onszelf

Mark Veurink
Mark Veurink
17 juni 2018

Rechters 17-21 | Verlos ons van onszelf

image_pdfimage_print

Hoe ziet een wereld eruit waar God zich heeft teruggetrokken? Dat zie je in de laatste hoofdstukken van Rechters. Dan wordt duidelijk hoe diep het kwaad in iedereen zit. We moeten verlost worden, niet van omstandigheden of van andere mensen, maar van onszelf!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Psalm 137a : 1, 2, 3 en 4
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: Psalmen voor Nu 130
Gebed
Kinderen naar kinderclub
Lezen wet
Zingen: GKB Gezang 156 : 1, 2, 3 en 4
Lezen: Rechters 21 : 1 – 25
Zingen: GKB/NLB Psalm 12 : 1, 2 en 5
Preek over Rechters 17 – 21
Zingen: GKB Gezang 157
Kinderen terug
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 72 : 1, 2 en 10
Zegen

Verlos ons van onszelf

Inleiding
dia 1 – rommel
Wie wel eens bij ons thuis geweest is,
zal vast gemerkt hebben dat opruimen niet onze hobby is…
Als we van tevoren weten dat we gasten krijgen,
dan willen we de schijn nog wel eens hoog houden,
en alle troep uit het zicht schuiven.
Maar kom je onaangekondigd,
dan is de kans groot dat je struikelt over het speelgoed dat overal rondslingert.

Dat doen wij dus ook met enige regelmaat:
struikelen over het speelgoed…
Of er mijn teen aan stoten: au!
Als het mij overkomt, probeer ik altijd me niet te laten kennen,
en het te laten bij een welgemeend ‘au!’
Maar op zo’n moment laat ik me wel eens gaan.
‘Wie laat die troep hier dan ook rondslingeren!’
Natuurlijk, ik had beter uit mijn doppen moeten kijken,
het is gewoon mijn eigen schuld.
Maar ik probeer de schuld af te schuiven.

Daar zijn wij, mensen, meesters in.
Het is altijd de schuld van een ander.
Maar is dat nou wel zo eerlijk?
De laatste hoofdstukken van Rechters dagen je uit eens beter naar jezelf te kijken.
Het is makkelijk anderen overal de schuld van te geven,
maar zitten onze diepste problemen niet gewoon in onszelf?

dia 2 – verlos ons van onszelf
Het hele boek Rechters stemt niet vrolijk,
Israël doet maar wat, en op de leiders valt heel wat aan te merken.
Wie had gehoopt dat er dan toch in ieder geval een happy end zou volgen,
moet ik helaas teleurstellen:
Rechters eindigt nog lelijker dan het begon.
Het is een ontluisterend einde van het boek,
dat laat zien hoe alomtegenwoordig het kwaad is.
Vandaag kijken we naar deze hoofdstukken vanuit het thema:
verlos ons van onszelf.

1. Ieder eigen baas
dia 3 – ‘iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was’
We lazen, als laatste vers van de schriftlezing:
‘in die tijd was er geen koning in Israël;
iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.’
Dat zinnetje is het refrein van de slothoofdstukken van Rechters.

Ergens klinkt dat best aantrekkelijk.
Ik denk dat veel mensen ervoor zouden tekenen.
Niet doen wat je volgens anderen zou moeten doen,
maar het doen zoals je het zelf wilt doen: dat klinkt als vrijheid.
Je bent eigen baas,
je wordt niet beknot door allerlei geschreven dan wel ongeschreven regels.
Doe maar gewoon wat jou goed lijkt.
Zo wil de Nederlandse samenleving ook zijn:
jij mag je leven op jouw manier inrichten,
en anderen moeten dat maar gewoon respecteren.

Die vrijheid lijkt mij een groot goed,
maar in Rechters 17-21 zie je de andere kant.
De vrijheid slaat door, het is ieder voor zich,
en het wordt een afschuwelijk puinhoop.
Deze hoofdstukken vertellen wat er gebeurt
als iedereen eigen baas speelt en doet wat goed is in eigen ogen.
Dat wordt verteld in 2 verhalen,
die een beeld moeten geven van het leven in de tijd van de Rechters.
Die verhalen staan dan wel aan het einde van het boek,
maar waarschijnlijk zijn het parallelverhalen,
die zich gelijktijdig met de verhalen over de rechters afspelen.

dia 4 – wat er dan gebeurt: 2 verhalen (beeldjes)
Het eerste verhaal, Rechters 17-18,
werkt dat ‘ieder eigen baas’ vooral uit voor de godsdienst.
Het verhaal gaat over een zekere Micha
die de spaarrekening van zijn moeder geplunderd heeft.
Moeder weet niet dat zoonlief dit op zijn geweten heeft,
en vervloekt de dief.
Micha biecht het toch maar op,
en in plaats van dat hij de wind van voren krijgt,
krijgt hij van moeder een aai over zijn bol.
Samen laten ze er een godenbeeld van maken.

Het beeld komt terecht in het heiligdom van Micha,
die al langer werkt aan een collectie godenbeeldjes.
Het enige wat ontbreekt is een eigen priester.
Maar als een Leviet langskomt,
gaat ook die langgekoesterde wens van Micha in vervulling:
hij krijgt een privépriester.
Het geluk lacht Micha toe:
hij denkt dat hij met al zijn inspanningen God voor zich heeft gewonnen.

Maar dan komt de stam Dan op bezoek.
Ze beroven Micha, nemen het godenbeeld mee,
en doen de Leviet een aanbod dat hij niet kan weigeren.
De Leviet maakt een flinke carrièresprong en gaat mee met Dan.
De Danieten veroveren een stad,
overigens niet in het gebied dat God hen had toegewezen – ze doen maar wat –
en richten een nieuwe heiligdom in voor het beeld van Micha.

Dit verhaal laat vooral zien
hoe Israël totaal de weg kwijt is in hun dienst aan God.
Het volgende verhaal, in Rechters 19-21, maakt het nog veel bonter.
Dit is misschien wel het lelijkste bijbelverhaal dat er is.

dia 5 – (afbeelding weg)
Een Leviet heeft een ‘bijvrouw’.
Daar begint het al.
Over een vrouw wordt niet gesproken,
waarschijnlijk heeft hij alleen die bijvrouw.
Een vaker voorkomend trucje om wel de lusten,
maar niet de lasten van het huwelijk te hebben.
Hij had haar voor de seks, voor het huishouden en voor de status.
De bijvrouw krijgt genoeg van hem en slaat de deur achter zich dicht.
Ze trekt weer bij haar vader in.
Maar de Leviet gaat op reis om haar terug te halen.
Zijn plan slaagt: hij krijgt zijn eigendom – want zo ziet hij haar – weer mee.

Op de terugweg moeten ze ergens overnachten,
maar liever niet in Jebus: daar wonen Kanaänieten, dat is niet vertrouwd.
Ze lopen door naar Gibea, in handen van de Israëlieten uit de stam Benjamin.
Daar moeten ze toch een plekje kunnen vinden voor de nacht.
Dat valt tegen.
Niemand vangt hen op,
tot een oude man, die zelf ook geen Benjaminiet is,
hen uitnodigt bij hem te overnachten.
Dan weten de Benjaminieten de reizigers opeens wel te vinden:
ze kloppen aan en vragen naar de Leviet – ‘we willen hem nemen!’
Dat wordt de gastheer wat al te gortig,
in plaats daarvan stuurt hij zijn eigen dochter en de bijvrouw naar de mannen.
De bijvrouw wordt de hele nacht verkracht, tot ze er dood bij neervalt.

Ik vertel het nu in een paar zinnen,
maar wat een drama is dit!
Alles in mij verzet zich hier tegen.
Dit kán toch niet?!

Dat vinden de andere Israëlieten gelukkig ook,
en er wordt een strafexpeditie naar Benjamin gehouden.
Benjamin weigert de schuldigen uit te leveren,
waarop de rest van Israël Benjamin de oorlog verklaart.
De stam Benjamin wordt bijna uitgeroeid.
Even later komt Israël weer bij zinnen:
dit was misschien wat al te drastisch.
Daar lazen we over uit Rechters 21.
Een hele stad, Jabes, wordt door de Israëlieten uitgemoord,
om de laatste overgebleven Benjaminnieten van vrouwen te kunnen voorzien…

Is dit Israël? Is dit het volk van God?
Hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen?
Het doet sterk denken aan het bijbelverhaal van Lot in Sodom,
waar de inwoners van Sodom zich willen vergrijpen aan Lots gasten.
Dat wordt door heel de bijbel gezien als het toppunt van goddeloosheid,
maar nu gedragen Israëlieten zich al net zo…
En in plaats van de Kanaänieten uit het land te verdrijven,
roeien de stammen van Israël elkaar bijna uit…

dia 6 – vervreemdend, maar herkenbaar…
Die twee verhalen waar Rechters mee afsluit zijn heel vervreemdend.
Vooral dat afschuwelijke laatste verhaal.
Dat is zo weerzinwekkend!
Je snapt niet wat zo’n verhaal in de bijbel doet.
Aan de andere kant zijn deze verhalen maar wát herkenbaar!
Misschien staan ze daarom wel in de bijbel.
‘Ieder deed wat goed was in eigen ogen’ – zo leven wij toch?!
En zo’n puinhoop als in deze verhalen is het bij ons misschien niet,
maar nog altijd worden vrouwen verkracht en onderdrukt.
Nog altijd gebruiken mensen elkaar om hogerop te komen.
Nog altijd vergelden we kwaad met nog meer kwaad.
Het kwaad is overal!

2. Het kwaad in ons
dia 7 – het kwaad in ons
Maar wat moet je met deze verhalen?
Kunnen we er nog iets uit halen waar we wat mee kunnen?
Ik denk het wel: deze verhalen laten ons zien hoe diep het kwaad in ons zit.
Ik zou het wel zo willen zeggen:
in Rechters 17-21 krijg je een blik op de hel.
Hier zie je wat er gebeurt als God mensen aan zichzelf overlaat.
Dan krijgt het kwaad vrij spel.

dia 8 – 2 conclusies: 1. niemand is onschuldig
Uit die twee verhalen kun je in ieder geval 2 conclusies trekken.
Conclusie 1: niemand is onschuldig.
Wij houden van verhalen met een good guy en een bad guy.
Laat er in die enorme puinhoop toch tenminste een echte held zijn,
iemand op wie niets aan te merken valt,
die niet met het kwaad besmet is.
Maar in deze verhalen zoek je tevergeefs naar zo’n held.
Daarom lopen ze ook zo onbevredigend af.

In deze verhalen zijn álle hoofdpersonen slecht:
Micha – die geld steelt van zijn moeder en God probeert te manipuleren,
zijn moeder – die haar zoon niet aanpakt en meedoet in de beeldenverering,
de Leviet – die zijn roeping verkwanselt en zich als priester verhuurt,
de Danieten – die maar wat aanrommelen in plaats van God serieus te nemen.
In dit verhaal is geen enkele held te bekennen.
Voor het andere verhaal geld dat ook.
Bij de Leviet is dat wel heel duidelijk: hij geeft niets om zijn vrouw.
Maar óók die bijvrouw is geen held:
ze is haar man ontrouw,
slaapt met andere mannen die haar meer liefde geven.
Wat haar later overkomt is afschuwelijk,
en ik bedoel absoluut niet dat zij daar zelf schuldig aan is,
maar een held, dat is ze niet.
Haar vader ook niet: die heeft zijn dochter verkocht.
De oude gastheer lijkt nog het meest een held,
tot hij de vrouwen zijn huis uit stuurt.
Over de Benjaminnieten hoeven we het niet eens te hebben,
en de rest van Israël verergert het alleen maar.

Wat hier gebeurt, is dat God zich heeft teruggetrokken,
en nu pas goed duidelijk wordt hoe door en door verrot het systeem is,
hoe alomtegenwoordig het kwaad is.
Maar het kwaad zit niet alleen in het systeem, zit niet alleen in anderen:
het zit in iedereen.
In deze verhalen is er niemand die het kwaad slechts overkomt,
niemand die kan wijzen naar wat anderen allemaal fout doen,
zonder ook naar zichzelf te moeten wijzen.
En ik geloof dat dat een diepe waarheid onthult:
als God ons aan onszelf overlaat,
wordt duidelijk hoe diep het kwaad zich in ieder van ons genesteld heeft.
Het is de misschien wat omstreden, want onaangename, waarheid
uit Catechismus Zondag 3: ‘zijn wij zo verdorven
dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad?
Ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.’

dia 9 – 2. we straffen onszelf
Niemand is onschuldig – dat is 1.
Conclusie 2: we straffen onszelf.
God hoeft helemaal geen vijanden naar Israël te sturen
om hen te straffen voor hun goddeloosheid.
Nee: de Israëlieten straffen zichzelf wel!
Als God zich alleen maar terugtrekt, breekt de hel al los.

Ze proberen het wel, de boel leefbaar houden,
maar slaan de plank volledig mis.
Ze hebben wel door dat wat in Gibea gebeurd is écht niet kan,
maar met hun reactie maken ze het alleen maar erger.
Elk kwaad moet vergolden worden met een nog groter kwaad,
tot de burgers van Jabes, die zich wijselijk buiten dit verhaal hebben gehouden,
de rekening gepresenteerd krijgen: zij worden geofferd voor Israëls schuld.

Gods straf voor de Israëlieten is zo eenvoudig:
hij laat de Israëlieten hun gang gaan,
en ze maken er zelf een hel van.
En ik geloof dat ook dat nog altijd geldt:
als God ons aan ons lot overlaat,
als God zegt: ‘jullie zoeken het maar uit,
ik trek me terug en lees wel in de krant hoe jullie het er vanaf brengen’,
dan straffen we onszelf wel.

dia 10 – Jezus: de koning die ons kan verlossen
Daarom dat thema: ‘verlos ons van onszelf.’
Het slot van Rechters smeekt daarom.
Niet voor niets wordt 4 keer gezegd dat er geen koning was.
Alleen een koning, naar wie de mensen luisteren, kan de orde herstellen.
En dan blijkt in het vervolg van de bijbel dat ook koningen tegenvallen.
Er is er maar 1 die ons verlossen kan van de puinhoop van het leven,
die ons verlossen kan van onszelf: dat is Jezus.
In Johannes 3 staat dat God de wereld zo lief had dat hij zijn Zoon gaf.
Wat een wonder: hij had de wereld lief!
Déze wereld, waarin het kwaad zo diep genesteld zit.
God geeft zijn Zoon aan déze slechte mensen,
om ons te verlossen van onszelf!

3. Echt zo erg?
dia 11 – echt zo erg?
Dit is wel een beetje een doemverhaal.
Ik kan me voorstellen dat je je afvraagt:
‘is het echt zo slecht met ons gesteld?
Zit dat kwaad echt zo diep?
Als ik om me heen kijk, zie ik zeker slechte dingen,
maar ik zie ook veel goeds,
en al met al is Nederland best leefbaar.’
Is het wel echt zo erg?

dia 12 – de rechtsstaat als geschenk van God (rechter)
Wat helpt is dat wij, in tegenstelling tot Israël,
wél een koning hebben.
Daarmee bedoel ik niet eens zozeer koning Willem Alexander,
maar vooral dat Nederland een rechtsstaat is.
In Nederland functioneert een systeem waar wetten worden gemaakt
en ook worden gehandhaafd.
In Nederland hoef je geen eigen rechter te spelen, het is zelfs verboden,
omdat er rechters zijn met gezag.
Het ‘ieder doet wat goed is in eigen ogen’
is in Nederland ingeperkt: dat houdt het leefbaar.
Ik denk dat je daarom kunt zeggen dat zelfs niet-christelijke regeringen
iets van het gezag van God uitoefenen:
door hen heen zorgt God ervoor dat het leefbaar blijft.
God levert ons niet aan onszelf uit –
onze democratische rechtsstaat is echt een geschenk van God!

dia 13 – Jezus gaat verder: het hart ipv het gedrag
Tegelijk: een koning, of een regering, heeft maar beperkte macht.
Ze kunnen gedrag veranderen, door te straffen.
Daarmee kunnen ze het kwaad onderdrukken, reguleren.
We hebben geleerd ons te gedragen,
maar daarmee is het kwaad nog niet uit ons!
Daarom is Jezus de betere koning:
hij verandert niet alleen het gedrag.
Hij pakt het probleem bij de wortel aan:
het kwaad dat zo diep in ons zit.
Jezus doet wat geen koning kan: hij verandert het hart.
Hij zorgt ervoor dat we het kwaad niet alleen maar láten,
omdat het voor ons nadelige consequenties heeft,
maar dat we het kwaad ook háten.

4. Verlos ons van onszelf
dia 14 – verlos ons van onszelf!
Het kwaad zit diep in ons.
Rechters 17-21 daagt je uit om dat te erkennen.
Je kunt die verhalen heel makkelijk langs je heen laten gaan:
‘ach, moet je kijken, wat een bende.
Nee, gelukkig brengen wij het er heel wat beter vanaf.’
Maar dan heb je echt het punt gemist!
Kijk nou eens eerlijk naar jezelf.
Durf te zien hoe ook jij verstrikt zit in het kwaad.
Ik bén niet goed!
De wereld ís niet beter af met mij!
Natuurlijk, ik heb geleerd me te gedragen,
maar het kwaad zit er echt nog wel!

Daarom is ons gebed: verlos ons van onszelf!
Niet: verlos van onze omstandigheden.
Niet: verlos ons van anderen.
Maar: verlos ons van onszelf – want wij kúnnen het niet!

En wonder boven wonder: God doet het nog ook!
De bijbel eindigt niet met Rechters 21.
God gaat door, hij laat ons niet aan onszelf over.
Hij geeft zijn Zoon.
Laat hij je van jezelf verlossen –
en ontdek hoe Gods liefde de plek van het kwaad in jou inneemt!
Amen.