Psalm 73 – Help, ik twijfel! Wat heb ik aan geloof?

Mark Veurink
Mark Veurink
28 juli 2013

Psalm 73 – Help, ik twijfel! Wat heb ik aan geloof?

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

Welkom

Zingen: Psalm 122 : 1, 2 en 3

Stil gebed

Votum en groet

Zingen: LvK Lied 460 : 1, 2 en 5

Gebed

Lezen van de wet

Zingen: Psalm 112 : 1 en 3

Lezen: Psalm 73

Zingen: LvK Lied 285 : 1 en 2

Preek

Zingen: LvK Lied 90 : 1, 2, 9 en 11

Gebed

Collecte

Zingen: Psalm 84 : 1, 5 en 6

Zegen

Preek: Help, ik twijfel! Wat heb ik aan geloof?

Inleiding: wat heb ik eraan?

dia 1 – zwart

‘Wat heb ik eraan?’

Die vraag wordt bijna overal gesteld.

Bij bijna elke keuze die je maakt, speelt het mee.

Want zo zitten we in elkaar:

we willen overal voordeel van hebben.

dia 2 – aardbeien

Reclamemakers stellen die vraag altijd:

wat hebben mensen eraan om ons product te kopen?

Laten we even proberen reclame te maken voor aardbeien.

Stel, je probeert aardbeien te verkopen,

hoe ga je dat doen?

Misschien ben je wel de goedkoopste.

Dan kun je op de markt schreeuwen:

‘rooie aardbeien, de allergoedkoopste, 500 gram voor een euro.’

Dat argument maakt meestal wel indruk,

want dan kunnen mensen hun geld ergens anders aan uitgeven.

Maar misschien zijn je aardbeien helemaal niet goedkoop,

maar zijn het wel heerlijke Nederlandse aardbeien,

in plaats van die waterige Spaanse dingen van je concurrent.

Dat voordeel moet je gebruiken,

dus je maakt reclame met dat jouw aardbeien de lekkerste zijn.

dia 3 – zwart

Waarom kopen mensen een vaatwasser?

Omdat ze dan geen afwas meer hoeven te doen.

Waarom rijden mensen in een zuinige auto?

Omdat ze dan geen wegenbelasting hoeven te betalen.

Waarom gaan mensen op vakantie?

Om uit te rusten of nieuwe dingen te zien.

En ga zo maar door:

we maken keuzes waar we wat aan hebben.

dia 4 – wat heb ik aan geloven?

Maar hoe zit dat nu met geloven?

Waarom zou je geloven in Jezus?

Wordt je daar beter van?

Het is heel moeilijk om je geloof vol te houden,

als je er eigenlijk niets aan hebt.

Als je weet waarvoor je het doet, ben je veel gemotiveerder.

Anderen zeggen: ‘waarom zou ik geloven?

Ik zie er het nut niet van in.

Fijn dat jij er wat aan hebt, houden zo,

maar ik heb het gewoon niet nodig.’

Het past heel goed bij onze tijd om te vragen wat je aan geloof hebt.

Het probleem is vaak helemaal niet of je kunt geloven,

maar of je wilt geloven.

Natuurlijk, niemand wil onzin geloven,

maar het is misschien nog wel belangrijker wat het praktisch voor je betekent.

Als je niets aan geloven hebt,

waarom zou je er dan tijd, geld en energie in stoppen?

Je zou toch wel gek zijn?

Geloven doe je niet voor niets.

Het is een goede vraag: ‘wat heb ik eraan?’

En ouder dan je zou denken.

In de Heidelbergse Catechismus, uit de 16e eeuw,

wordt die vraag al gesteld:

‘wat hebt u er nu aan, dat u dit alles gelooft?’

Maar de vraag is nog ouder.

In Psalm 73, die honderden jaren voor onze jaartelling geschreven is,

gaat het om precies dezelfde vraag:

wat heb ik eraan?

1.Geloven lijkt zinloos

dia 5 – zinloos

Het antwoord is nog niet zo makkelijk.

Probeer maar eens een kort en duidelijk antwoord te geven…

Ik vind dat in ieder geval moeilijk.

Kijk maar gewoon om je heen:

Zijn christenen rijker?

Ik dacht het niet.

Worden christenen niet geconfronteerd met kanker?

We weten wel beter.

Lachen christenen meer dan niet-christenen?

Volgens mij niet.

Het lijkt soms wel alsof geloven meer kost

dan dat het je oplevert.

Heeft het eigenlijk wel voordelen om christen te zijn?

Asaf, de dichter van Psalm 73, worstelt ermee.

Hij gelooft in God, maar het levert hem alleen maar nadelen op.

Het gaat zelfs zo ver dat Asaf bijna zijn geloof had opgegeven.

Waarom zou hij God nog dienen, als hij er niets beter van wordt?

dia 6 – vraagtekens

O ja, Asaf weet dat God goed is voor Israël.

Daar begint hij zijn lied mee.

Hij heeft het altijd zo geleerd:

wie God dient, zal zijn zegen ontvangen.

Maar dat is een mooi theorie,

in de praktijk ziet Asaf die zegen niet!

Is God wel echt goed, en moet je hem wel willen dienen?

Asaf heeft er zo zijn vraagtekens bij.

dia 7 – feestmaaltijd

Hij heeft ook ogen.

Hij ziet dat mensen die niet geloven gelukkiger zijn dan zij die wel geloven.

Zij hebben meer dan genoeg te eten,

ze hebben geen last van allerlei enge ziektes,

ze hebben een mooi leven.

Wij zouden zeggen: ze hebben het helemaal gemaakt.

Zo gedragen ze zich ook.

Ze hebben het goed, en iedereen mag dat zien.

Bescheidenheid? Niks voor hen!

En God al helemaal niet.

Wat zij hebben, daar heeft God helemaal niets mee te maken.

Zij geloven niet in de zegen van God.

God bemoeit zich al lang niet meer met mensen.

Zij geloven in hard werken.

Ze hebben God niet nodig om gelukkig te worden.

Asaf ziet het, en hij is jaloers.

Waarom loopt hun leven op rolletjes,

terwijl ze God belachelijk maken,

en is zijn eigen leven maar een puinhoop?

Misschien moet hij zijn geloof maar afzweren.

Het levert toch alleen maar ellende op.

Het werkt trouwens ook andersom:

als alles goed met je gaat, heb je het helemaal niet nodig om te geloven.

Als je genoeg te eten hebt, goede gezondheidszorg,

als je rechten goed beschermd worden

en je fijne vrienden hebt,

waarom heb je God dan nog nodig?

Hoe rijker je bent, hoe moeilijker het is om te geloven.

dia 8 – sloppenwijk

Bewoners van sloppenwijken, die hebben wat aan hun geloof.

Je ziet daar dat geloven een wereld van verschil maakt:

mensen komen van hun alcoholverslaving af,

er worden minder vrouwen verkracht en ze krijgen rechten,

en de aids-cijfers kelderen.

Dan doet geloof er echt toe.

Maar bij ons?

Dat lijkt vaak toch meer op die klacht van Asaf.

Of je geloof of niet, het maakt geen verschil.

Christenen zijn niet beter, niet rijker en niet gelukkiger.

Over het algemeen hebben christenen in Nederland het best goed,

maar wat God daarmee te maken heeft…

Geloven? Waarom zou je?!

2.Anders kijken

dia 9 – anders kijken

En dan kun je zeggen:

‘geloven, nee, niets voor mij.

O, Jezus heeft vast wel bestaan,

en hij heeft ongetwijfeld veel goeds gebracht,

maar voor mij heeft het geen nut.’

dia 10 – naar God

Asaf wil dat antwoord niet geven.

Hij zegt dat hij bijna de fout was ingegaan,

bijna had hij zijn geloof afgezworen.

Maar er is iets dat hem daarvan weerhoudt.

Zijn vragen houden hem niet van God weg,

hij gaat juist met zijn vragen naar God toe.

Opeens verandert de sfeer van de Psalm.

Asaf raakt diep onder de indruk van God

en vindt antwoord op zijn vragen.

Het antwoord is, kort gezegd:

kijk verder en kijk dieper.

dia 11 – verder kijken

Eerst dat ‘verder kijken’.

Dat is vaak moeilijk.

‘Ik leef vandaag, ik wil het vandaag goed hebben,

en morgen zien we wel weer verder.’

Zelf kan ik me bijvoorbeeld echt niet druk maken om mijn pensioen.

Dat duurt nog zo lang, dat komt dan wel.

Je hebt dat ook bij bijvoorbeeld leningen:

vandaag al die mooie nieuwe auto hebben,

en de betaling, dat komt over twee jaar wel.

Maar wat je aan het christelijk geloof hebt,

gaat veel verder dan vandaag.

Dat leert Asaf ook.

Hij denkt aan het einde van de goddelozen.

Ze hebben het nu misschien goed voor elkaar,

maar het loopt niet goed met hen af.

Dat lijkt misschien wel erg hard,

maar vergeet niet dat deze mensen niets met God te maken wilden hebben,

dat ze God zelfs belachelijk maakten.

Ze kiezen er zelf voor zonder God te leven,

en dus ook om zonder God te eindigen.

Maar leven met God gaat door.

Asaf ontdekt dat hij altijd bij God is.

‘Al vergaat mijn lichaam,

alles wat ik heb is God, nu en altijd.’

Later schrijft Paulus dat als Jezus niet is opgestaan,

geloven inderdaad zinloos is.

Maar Jezus is opgestaan, de dood is niet het einde,

God wil ons het eeuwige volmaakte leven geven.

dia 12 – dieper kijken

Het andere is ‘dieper kijken’.

Als je oppervlakkig kijkt, maakt geloven inderdaad geen verschil.

Christenen zijn niet rijker, gezonder of gelukkiger.

Maar zonder het christelijk geloof, zou Nederland er heel anders uit zien.

Asaf ontdekt: ‘naast u wens ik geen ander op aarde,

God, u bent alles wat ik heb.’

Onze rijkdom heeft alles met God te maken.

De moderne wetenschap is ontstaan door het christelijk geloof:

om Gods schepping te onderzoeken.

Onze gezondheidszorg is ondenkbaar zonder christelijk geloof:

het waren christenen die begonnen op deze manier naar anderen om te zien.

Nog zoiets: mensenrechten, liefde voor onbekenden.

Dat hebben we geleerd van Jezus.

God heeft alles gemaakt.

Ook ons verstand, waarmee we de wereld kunnen onderzoeken.

Zonder God zouden we niets hebben.

Geen wetenschap, geen gezondheidszorg, geen naastenliefde.

We zouden niet eens bestaan.

3.Heb ik daar echt wat aan?

dia 13 – heb ik daar echt wat aan?

Verder en dieper kijken dus:

er is meer dan het leven vandaag,

en het leven van vandaag is ondenkbaar zonder God.

Maar heb je daar echt wat aan?

dia 14 – wachten

Het klinkt een beetje als een doekje tegen het bloeden.

Het is nu even pittig, maar jouw tijd komt nog wel.

Is geloven in Jezus nu maar afzien om later beloond te worden?

Dat klinkt als een antwoord om mensen een beetje tevreden te houden.

Is dit antwoord niet te gemakkelijk?

Heb je nu ook nog wat aan je geloof?

Voor Asaf is het in ieder geval geen goedkoop antwoord.

Zijn worsteling met God is zo diep,

goedkope antwoorden zouden hem echt niet verder helpen.

Asaf krijgt er nieuwe hoop door: het komt goed.

De bijbel staat vol met zulke verhalen.

Verhalen over mensen die op God moesten wachten.

Mensen willen graag alles direct hebben.

I want it all and I want it now.

God werkt zo niet.

dia 15 – niet teruggetrokken

Maar maakt geloven voor vandaag ook nog verschil?

Oke, zonder God zou er dus geen wereld zijn,

zonder God zou mijn leven er heel anders uitzien,

dat zal wel waar zijn,

maar of je nu in hem gelooft of niet, dat maakt geen verschil.

God was nodig om Nederland te maken tot wat het nu is,

maar nu kunnen we het zelf wel.

Zou het echt zo zijn?

Kunnen we het zelf?

Of blijkt dat onze wereld instort?

Als Asaf zegt dat God alles voor hem is,

de rots van zijn bestaan,

dan bedoelt hij echt niet dat God de boel op gang heeft gebracht

maar zich nu heeft teruggetrokken.

Elke dag weer heeft Asaf God nodig.

dia 16 – niet snel tevreden

Misschien nemen we ook gewoon met te weinig genoegen.

Alsof we een mooi leven hebben

als we een mooi huis, een leuke baan, een fijne familie en een goede gezondheid hebben.

Maar God wil nog veel meer geven.

Jezus kwam naar onze wereld om ons het volmaakte te geven.

Hij wil je helpen om anderen lief te hebben.

Hij wil met je vechten tegen je verslaving

of tegen je jaloersheid.

Hij wil je vriendelijk en geduldig maken.

Dan heb je vandaag ook echt wel wat aan je geloof.

De vraag is alleen: wil je God daar toelaten?

4.Een relatie met God

dia 17 – relatie

Je kunt van alles antwoorden op de vraag wat je aan geloven hebt.

Maar welk antwoord je ook geeft,

geloven is geen rekensommetje.

Zo van: God, als ik voor u leef, dan moet u me er een paar dingen voor teruggeven.

Geloven is veel meer: het is een relatie met God.

Een relatie gaat veel verder dan het praktisch nut.

Het is prima om te vragen wat je aan geloven hebt,

maar dat is echt niet te vatten in een paar voordelen.

Geloven gaat niet om wat, maar om wie.

Niet om wát het je oplevert,

maar om met wíe je een relatie hebt.

Het gaat om God zelf!

dia 18 – huwelijk

Stel dat ik alleen maar getrouwd zou zijn

omdat het mij zo veel oplevert?

Als ik niet veel verder kom dan dat Hanneke lekker kookt,

zou ik toch een waardeloos huwelijk hebben?

Ik had dan beter een huishoudelijke hulp kunnen zoeken.

Een relatie is veel meer.

Luisteren, helpen, delen,

vaak heb je er niet zoveel aan.

Maar in een relatie gaat het om een persoon.

Om liefde.

Met God is het ook zo.

Het gaat niet om alle voordeeltjes die hij geeft.

Dat geeft trouwens ook ruimte om te twijfelen.

Juist als je een relatie hebt, kun je vragen stellen,

of zelfs kwaad worden op God.

Net als Asaf.

Hij dacht niets aan God te hebben,

maar ging met dat probleem wel naar God toe.

dia 19 – wie God is

En dan krijgt hij ook veel meer dan een antwoord.

Het belangrijkste is niet dat Asaf ontdekt wat hij aan God heeft.

Veel belangrijker is dat hij weer ontdekt wie God is

en hoe geweldig het is om een relatie met God te hebben.

Kijk maar mee:

vers 23: ‘nu weet ik mij altijd bij u’

vers 25: ‘naast u wens ik geen ander’

vers 28: ‘bij God te zijn, is mijn enig verlangen’.

dia 20 – rekenmachine

Zo’n relatie wil God ook met jou.

God heeft je gemaakt.

God wil je het volmaakte leven geven, omdat hij van je houdt.

God wil een relatie met je, en daar heeft hij alles voor over.

Gelukkig berekent God niet wat hij eraan heeft.

Hij geeft er zichzelf voor, zonder iets terug te verwachten.

Dat is het grote wonder van Jezus.

Zet je rekensommetjes maar opzij.

O ja, het is heel goed om te zoeken naar waarom je zou geloven.

Maar zoek het niet in gemakkelijke voordelen.

Dan doe je jezelf enorm tekort.

Kijk liever naar wie God is.

Geniet van God zelf,

geniet van Jezus’ liefde.

Een relatie met hem is veel beter dan welk voordeel ook.

Makkelijk is die relatie niet.

Daar gaan we volgende week mee verder:

God is zo ver weg, ik vind het zo moeilijk om hem te ervaren.

dia 21 – God geeft zichzelf

Maar neem vandaag dit mee:

wat heb je aan geloof?

God wil je het volmaakte leven geven,

hij wil je zelfs zichzelf geven.

Amen.