Psalm 56:4-5 | Voor niemand bang

Mark Veurink
Mark Veurink
27 mei 2018

Psalm 56:4-5 | Voor niemand bang

image_pdfimage_print

Ben je wel eens bang? Voor wat mensen van jou en van je geloof vinden? Psalm 56 is een gebed van David die in het nauw zit. Van hem kun je leren hoe je vrijmoedig christen kunt zijn, zelfs als de druk groot is je geloof voor jezelf te houden.
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Zingen: NLB Gezang 695 : 1, 2, 3, 4 en 5
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 67 : 1, 2 en 3
Gebed
Kinderen naar club
Lezen: Handelingen 4 : 1 – 31
Zingen: GKB/NLB Psalm 118 : 2, 3 en 5
Luisterlied: Psalmen voor Nu 56
Preek over Psalm 56 : 4 – 5
Zingen: Opwekking 717
Kinderen terug
Leefregels: Matteüs 6 : 1 – 6 en 16 – 18
Zingen: NLB Gezang 912 : 1, 2, 3, 4, 5 en 6
Gebed
Collecte
Zingen: NLB Psalm 146c : 1, 2 en 3
Zegen

Voor niemand bang

Inleiding
dia 1 – zwart
Het klinkt stoer en onverschrokken:
‘ik ben niet bang’, ‘angst ken ik niet.’
Dat lijkt mij iets voor superhelden,
niet voor gewone mensen.

dia 2- asterix en de noormannen
Ik moest in ieder geval direct denken
aan het stripboek ‘Asterix en de Noormannen’,
later verfilmd als ‘Asterix en de Vikingen.’
De Noormannen kennen geen angst.
En daarmee bedoel ik niet alleen dat ze nergens bang voor zijn,
ze hebben gewoon geen idee wat angst is.
Iedereen is altijd maar bang voor hen,
maar ze hebben geen idee hoe dat nou voelt: bang zijn.

Ik zou denken: wees blij,
het is echt geen pretje om bang te zijn,
maar daar denken die Noormannen anders over.
Zij hebben ergens opgevangen dat angst je vleugels geeft.
Dat lijkt ze wel wat!
Dus ze gaan op zoek naar iemand
die hen kan leren wat het is om bang te zijn.
Hoe dat afloopt, dat moet je zelf maar lezen.
Het gaat me nu even om die stoere, onverschrokken kerels,
die gewoon geen idee hebben wat het is om bang te zijn.

dia 3 – voor niemand bang
Ik ben niet zo’n held.
En jullie ook niet, vermoed ik.
Wat angst is, dat weten we allemaal.
Ook als het gaat om geloof zijn we vaak niet zo heldhaftig.
Ik zou in ieder geval wel een minder bange christen willen zijn,
die vrijmoedig voor zijn geloof uitkomt,
en die het oprecht geen moer kan schelen wat anderen daar van denken.
Maar daarvoor ben ik te gevoelig voor wat mensen van me vinden.

Vandaag gaat het over de vraag:
hoe kun je zo’n christen zonder angst worden?
Het antwoord op die vraag lezen we in Psalm 56:4-5:
‘In mijn bangste uur vertrouw ik op u.
Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?’
We duiken vandaag in dat antwoord met het thema: ‘voor niemand bang’,
en ik hoop dat dit antwoord jouw en mijn angst weg mag nemen!

1. Bedreiging
dia 4 – David: bedreigd door Saul en de Filistijnen
Psalm 56 is een Psalm van David, en David heeft alle reden om bang te zijn.
David is op de vlucht, voor koning Saul.
In de oorlogen met de Filistijnen heeft David zich bewezen als een held.
Nu is David de rijzende ster van Israël: de mensen lopen met hem weg.
Maar koning Saul kan het niet langer verdragen:
de mensen zouden hem, de koning, moeten bejubelen,
niet dat snotjong dat achter de schapen is weggetrokken!
Saul ziet David als grote concurrent,
iemand die hem nog eens van de troon zal stoten.
Saul zal pas gerust zijn als David dood is.
Als David dat beseft, als hij ontdekt dat het Saul menens is, slaat hij op de vlucht.

Zo belandt David in Gat, waar een zekere Achis de dienst uitmaakt.
Achis is één van de Filistijnse stadsvorsten.
Ja, een Filistijn.
In zijn loopbaan in Sauls leger
heeft David heel wat Filistijnen vernederd.
Je kunt je dus voorstellen dat David in Gat geen graag geziene gast is:
hij heeft zich bij Filistijnen vrij onmogelijk gemaakt.
Je zou je zelfs kunnen afvragen wat David daar te zoeken heeft:
je vlucht toch niet naar je grootste vijand?
Blijkbaar is het de veiligste plek die David kan bedenken,
maar gastvrij wordt hij er niet onthaald.
De Filistijnen grijpen hem – dit is hun kans om wraak te nemen!
Maar als David doet alsof hij kierewiet geworden is,
laten ze hem met rust.

Je kunt dit verhaal nalezen in 1 Samuël 21.
Dit verhaal staat op de achtergrond van Psalm 56.
David wordt bedreigd, van alle kanten.
Saul wil van hem af, de Filistijnen ook.

dia 5 – Petrus en Johannes: de eerste christenvervolging
Vandaag is het de zondag voor de vervolgde kerk.
Want wereldwijd worden christenen om hun geloof bedreigd.
Dat is niets nieuws.
Vorige week vierden we Pinksteren,
vierden we dat de Geest muren afbreekt,
zodat het goede nieuws van Jezus naar alle volken gaat.
Maar zodra dat gebeurt, zodra christenen over Jezus gaan vertellen,
roept het direct weerstand op.

In Handelingen 4 lees je het allereerste verhaal van christenvervolging.
Petrus en Johannes vertellen iedereen over Jezus,
maar dat wordt hen door de Joodse leiders niet in dank afgenomen.
Ze mogen zich voor de Joodse raad verantwoorden.
Maar voor ze die kans krijgen,
mogen ze eerst een nachtje in de gevangenis doorbrengen.
Met een beetje geluk, volgens de Joodse leiders dan,
zullen ze na die nacht braaf ja en amen zeggen op alles wat de leiders willen.
Bedenk dat de cel in die tijd nog veel minder een pretje was dan bij ons.
Geen keurige eenpersoonscellen met toilet en bed.
Nee, een muffe ondergrondse ruimte die je deelt met misdadigers en ongedierte,
je behoeftes doe je maar ergens in een hoekje,
en slapen kan op de harde grond.
Als je tenminste slapen kunt,
want de stank is niet harden en het is er vies warm.
Daar mogen Petrus en Johannes de nacht doorbrengen,
zodat ze het voortaan wel laten nog over die Jezus te beginnen.

dia 6 – Nederland: druk om geloof privé te houden (prive)
Dit soort dingen gebeurt nog altijd – maar niet in Nederland.
Toen ik vanochtend naar de kerk liep,
hoefde ik niet steeds over mijn schouder te kijken,
of in de spiegelende etalageruiten,
om te zien of ik door iemand gevolgd werd.

Toch hebben we, ook in Nederland, wel degelijk met druk te maken.
Er is sociale druk om je geloof vooral voor jezelf te houden.
Wat je gelooft is privé, iets voor achter de voordeur.
Prima als je gelooft, moet je zelf weten, maar val anderen er niet mee lastig.
Natuurlijk, die sociale druk is van een heel andere orde dan vervolging,
maar ook dit is een vorm van bedreiging:
als je je als christen niet aan deze ongeschreven regels wilt houden,
lig je er gewoon uit.
En het resultaat is uiteindelijk hetzelfde: we houden onze mond.
Want dat is het doel dat de vijand, de duivel, met christenvervolging heeft:
dat christenen hun geloof voor zichzelf houden.
Ook zonder fysieke bedreigingen
is de sociale druk al genoeg om ons koest te houden.
En dat terwijl na Pinksteren het goede nieuws van Jezus de wereld over moet!

2. Bang? Of toch niet?
dia 7 – de logische reactie: angst
Van al die bedreiging, van al die druk, wordt je bang.
Dat is de logische reactie.
David vraagt het zo mooi:
‘wat kan een sterveling, wat kan een mens mij aandoen?’
Nou, dan kan ik wel een paar dingen bedenken.
Mensen kunnen je pijn doen,
met hun vuisten, maar ook met hun woorden.
Mensen kunnen je in de steek laten en verraden.
Mensen kunnen de vreemdste dingen van je vinden.
Natuurlijk wordt je daar bang van!

David kan erover meepraten.
Al die dingen waar ik bang voor ben,
zijn voor David de dagelijkse realiteit.
En David doet ook niet alsof het niets voorstelt:
‘in mijn bangste uur vertrouw ik op u’.
‘Mijn bangste uur’: David is dus ook bang!
In de woorden van de Psalm voor Nu: ‘als ik bang ben.’
Christenen zijn geen Noormannen die geen idee hebben wat angst is.

dia 8 – niet bang voor mensen
Maar David gaat verder:
‘als ik bang ben, reken ik op u,
op God en op zijn Woord, op hem vertrouw ik.
Ik ben niet bang, wat kan een mens mij doen.’
Hoor je het? ‘Als ik bang ben… Ik ben niet bang!’
David is bang, maar toch ook niet.

De reden die David geeft: het zijn maar mensen.
Mensen kunnen dan wel heel bedreigend overkomen,
maar het gaat niet om mensen!
Jezus zegt dat ook, in Matteüs 10:
‘wees niet bang voor hen
die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden.
Wees liever bang voor hem die in staat is
én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.’
Net als David zegt Jezus: wees niet bang voor mensen.

Dat heeft Petrus zich goed in de oren geknoopt.
In Handelingen 4 is bij Petrus geen spoor van angst te bekennen.
Misschien wel omdat hij geleerd heeft
van toen hij bang was er voor uit te komen dat hij bij Jezus hoorde,
en daarom Jezus maar vervloekte.
Nu is van die Petrus niets meer over:
voor de Joodse raad staat een man die geen angst kent.
Het interesseert Petrus niets dat hij wordt aangeklaagd:
hij ziet dit als een kans de leiders over Jezus te vertellen,
en hén zelfs aan te klagen omdat ze Jezus afwijzen.
Je moet het maar durven!
Als Petrus en Johannes dan toch worden vrijgelaten,
maar wel een spreekverbod meekrijgen,
leggen ze dat naast zich neer met deze woorden:
‘kunnen wij het tegenover God verantwoorden
om wel naar u te luisteren en niet naar hem?’
Daar heb je hem weer:
het gaat niet om wat mensen van ons vinden,
het gaat om wat God van ons vindt.

Mensen kunnen van je vinden wat ze willen,
maar God heeft het laatste woord.
Daar is David, en ook Petrus, diep van doordrongen.
En God vergeet niet wat jij moet doormaken.
God vangt je tranen op in zijn kruik:
hij bewaart je verdriet, er wordt wat mee gedaan.
‘Staat het niet alles in uw boek?’ vraagt David.
Daarbij bedoelt hij in dit geval niet dat God alles bij voorbaat al weet,
maar dat God alles bijhoudt wat gebeurt, om eens recht te doen.
Daar bidt David om, met heftige woorden:
‘toon uw toorn, God, en sla dat volk neer.’
En David vertrouwt erop, zo sterk dat hij het opschrijft alsof het al is gebeurd:
‘als ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’

dia 9 – want God is voor ons
Het gaat niet om wat mensen vinden, maar wat God vindt.
Maar dat is op zich nog geen reden niet bang te zijn.
Want wat vindt God eigenlijk?
Is God niet ook een van de tegenstanders om bang van te worden?
Voor David is het geen vraag.
In alles wat hij meemaakt, waar al zijn zekerheden onderuit gehaald worden,
blijft een ding als een paal boven water staan: God staat mij terzijde.
Dát is het geheim van niet bang zijn, voor niemand niet.

Het doet denken aan Romeinen 8:
‘Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?
Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard,
maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven,
ons met hem niet alles schenken?’
Daar zie je ook direct dat het helemaal niet zo logisch is dat God vóór je is.
Daar heeft God een afschuwelijke prijs voor betaald.
Door Jezus mogen wij het David nazeggen: ‘God staat mij terzijde.’
Dat is niets minder dan een wonder!
Het is geen vanzelfsprekendheid dat God ons wel steunt:
God is een onverwachte medestander!
Jezus heeft het onmogelijke gedaan: door hem is God vóór ons.

Als je dát beseft, dan kun je zo’n christen zijn die niet bang is
voor wat anderen mensen van jou en jouw geloof vinden.
En dat is dan geen stoerdoenerij,
dat jij voor niets of niemand bang bent,
omdat jij overal boven staat, zoals die Noormannen die geen angst kennen.
Nee: het is omdat Gód overal boven staat.
Het gaat dan ook niet om jouw of mijn heldhaftigheid,
maar om die van God!

3. Focus op God
dia 10 – camera
Ik stelde aan het begin de vraag:
hoe kun je een christen zonder angst zijn?
Dat kun je als je niet bang bent voor mensen
omdat je weet dat God vóór ons is.

Dat is iets wat je zomaar weer vergeet.
Je bent druk met van alles,
je komt heel wat mensen tegen,
die dan ook weer van alles van je vinden,
of ze het nu tegen je zeggen of niet.
Wat mensen van je vinden, dat komt vanzelf wel binnen.
Maar om te ontdekken wat God van je vindt
-wat dus de sleutel is om niet bang te zijn-
moet je tijd nemen, moet je focussen.

Dat doe je bijvoorbeeld als je foto’s maakt.
Je hebt iets wat je op de foto wilt zetten,
bijvoorbeeld je hond – dat is dan het onderwerp,
en je hebt een achtergrond.
Het onderwerp en de achtergrond
krijg je niet tegelijkertijd scherp op de foto.
Net zoals wanneer je je hand op 10 centimeter van je gezicht houdt,
je niet tegelijkertijd je hand en alles wat daar achter is scherp kunt zien.
Dan moet je focussen: scherpstellen op het onderwerp,
dat waar je foto echt om gaat.
Ook als christen moet je focussen:
steeds weer scherpstellen op waar het wél om gaat – wat God vindt,
zodat wat mensen vinden niet meer is dan vage ruis op de achtergrond.

dia 11 – Bidden: hét recept tegen angst
David merkt ook dat als hij op God focust, zijn angst verdwijnt:
‘in het uur dat ik u aanroep, wijken mijn vijanden.’
Want als je God aanroept, leer je dat hij voor je is.
In Handelingen 4 zie je dat ook gebeuren.
Als Petrus en Johannes weer vrij zijn,
gaan ze samen met de andere leerlingen bidden.
Nadat ze hun verhaal hebben gedaan, roepen ze God aan.
In het hele bijbelboek Handelingen zie je steeds mensen bidden.
En heel bijzonder: dan bidden ze niet dat er een einde aan de vervolging komt,
maar ze bidden: ‘stel ons in staat vrijmoedig over uw boodschap te spreken.’
Door te blijven bidden kunnen ze zich eraan blijven vasthouden:
wij staan er niet alleen voor, God is met ons!

Dus wil je niet langer bang zijn?
Wil je vrijmoedig over je geloof kunnen praten?
Dan moeten we bidden!
Samen: in de kerkdienst, op de kring, in een gebedsgroep.
Maar ook alleen: op vaste momenten van de dag,
maar ook in de auto, in de trein, op de fiets, onder het stofzuigen –
voortdurend gefocust op God.
En dan mogen we bidden voor onszelf:
dat we niet vergeten dat God vóór ons is,
dat we niet bang zijn voor mensen,
en dat God laat zien met wie we het evangelie kunnen delen.
Maar ook bidden voor anderen,
en dan denk ik vandaag vooral aan die vervolgde kerk.

dia 12 – opwekking
Bidden, tijd met God, is noodzakelijk:
je focust op wat er echt toe doet.
Dus neem daar elke dag zo’n uur voor, of een half, of twee.
En soms misschien ook even wat meer.
Zelf was ik afgelopen week op een predikantencongres,
om elkaar te bemoedigen om op God gericht te blijven.
Velen van jullie waren vorige week op Opwekking,
wat je enorm kan helpen op God te focussen.
Maar een stilteweekend kan net zo goed zo’n vorm zijn
om buiten het drukke leven om
je eens extra op God te richten.

dia 13 – Psalm 56: op God vertrouw ik
Hoe je het ook doet: roep God aan!
En dan hoop ik dat je gaat merken dat je het David kunt nazeggen:
‘Op God vertrouw ik, angst ken ik niet!’
Amen.