Psalm 22:26-27 | De tafel van leven

Mark Veurink
Mark Veurink
13 april 2017

Psalm 22:26-27 | De tafel van leven

image_pdfimage_print

Overdenking bij een avondmaalsviering op Witte Donderdag. In Psalm 22 wordt de tafel gedekt, een tafel van leven. Net als bij het avondmaal.
Voor wie deze overdenking in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com.

Liturgie
Zingen: Psalm 118 : 10 (GKB=LvK)
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 175 : 1 en 2
Gebed
Lezen: Matteüs 26 : 20 – 30
Zingen: LvK Gezang 364 : 1, 2 en 3
Lezen: Psalm 22 : 26 – 27
Overdenking
Luisterlied: Sela – Getsemane
Viering avondmaal (Dienstboek)
Zingen: Psalm 103 : 1, 4 en 9 (GKB=LvK)
Gebed
Collecte
Zingen: GKB Psalm 116 : 1a, 3v, 5m, 7v, 8m en 10a
Zegen

De tafel van leven

In Psalm 22 wordt de tafel gedekt: een tafel van leven.
Ook wij zitten vanavond aan tafel.
Niet helemaal letterlijk, maar toch!
Onze tafel is gedekt met brood en wijn,
om daarin Christus te ontvangen.
Ook een tafel van leven!

De sfeer in Psalm 22 is helemaal omgeslagen.
Aan het begin van de Psalm leek het ondenkbaar
dat het zou uitlopen op een feestmaaltijd.
De eerste helft van de Psalm is één grote klacht.
Maar dan komt het: ‘u hebt mij geantwoord’.
Afgelopen zondag stonden we er bij stil.
En dan wordt het feest!

‘Van u komt mijn lofzang.’
Een beetje merkwaardig om het zo te zeggen.
Je maakt er al snel van: ‘mijn lofzang is vóór u’.
Dat staat er dus niet: de lofzang komt ván God.
God heeft geantwoord, God heeft David nieuwe moed gegeven,
David durft God weer te vertrouwen,
en daarom verdient God de lof.
‘Van u komt mijn lofzang’:
‘God, u hebt mij geantwoord, en daarom geef ik u eer.
Dat hebt u verdiend!’

Hoe doe je dat dan?
Je kunt het tegen God zeggen, je kunt het zingen,
maar bij David is het meer.
‘Mijn geloften los ik in.’
Blijkbaar heeft David God iets beloofd,
dat als God hem zou antwoorden,
dat David dan iets voor God zou doen.
Denk aan een dankoffer – dat past ook goed in Psalm 22.
In Leviticus 7 kun je over zo’n dankoffer lezen.
Het bestaat uit een offerdier, bijvoorbeeld een lam, samen met broden.
Een deel daarvan wordt verbrand, en zo aan God aangeboden.
Maar er bleef ook over, om zelf van te eten.
Bij een dankoffer hoort een feestmaaltijd!
En daarom: ‘zij zullen eten en worden verzadigd’.

David eet niet in z’n eentje, het is geen snelle hap voor de tv.
David brengt zijn dankoffer ‘bij wie u vrezen’:
het is een offer in de kring van wie ontzag hebben voor God.
Zij mogen mee-eten van Davids dankoffer.

Davids offer heeft betekenis voor anderen:
zij mogen mee-eten van de offermaaltijd.
Net als wij vanavond mee mogen eten
van de offermaaltijd van Christus.
Onze tafel is niet gedekt met gebraden lamsvlees:
Christus zelf is het offerlam.
Door brood en wijn te ontvangen, krijgen we deel aan zijn offer.
Geen dankoffer, maar een verzoeningsoffer.
Jezus geeft zijn leven niet uit dankbaarheid,
maar om vrede te stichten tussen God en mens.
Juist dat offer geeft ons ook alle reden dankbaar te zijn.

In de Katholieke kerk wordt het avondmaal de ‘eucharistie’ genoemd.
Dat is Grieks voor ‘dankzegging’.
Het avondmaal is geen dankoffer,
met het offer van Jezus is het afgelopen met de offers.
Het is wel een maaltijd waar we dankbaar delen in het offer van Christus.
Juist aan de avondmaalstafel wordt duidelijk: Jezus deed het voor ons!
Het wordt persoonlijk: ík mag delen in de overwinning die Jezus behaald heeft.
Hij stierf daar aan het kruis niet voor niets, hij stierf voor mij.
Daarom zegt hij: ‘neem, eet, dit is mijn lichaam.’

Van die maaltijd wordt je pas echt verzadigd.
Jezus zegt, in Johannes 6:
‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald;
wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven.
En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’
De tafel is gedekt, het is een tafel van leven!

Maar voor wie is de tafel?
Wie zijn de tafelgenoten, die in het offer mogen delen?
‘De vernederden zullen eten’, zegt Psalm 22.
‘De vernederden’ – wie zijn dat?
Het is ook maar net hoe je het vertaalt.
Je kunt ook zeggen: ‘de armen’, of: ‘de zachtmoedigen’.
Dan doet het mij denken aan de zaligsprekingen in Matteüs 5:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’
Of, in de oude vertaling:
‘Zalig de armen van geest,
want hunner is het koninkrijk der hemelen.’

Als er iemand arm van geest en nederig van hart is,
dan is het Jezus wel!
Hij dekt de tafel voor mensen die hem willen volgen,
van hem willen leren nederig en zachtmoedig te zijn.
Die dan wel midden in de wereld staan,
maar weten dat hun schat in Gods koninkrijk is.
Die niet langer roemen in zichzelf, maar roemen in Christus Jezus.

David sluit af met een tafelwens:
‘voor altijd mogen jullie leven!’
Een wens als ‘leve de koning’: dan wens je de koning leven toe.
Zo’n wens is dit ook: David wenst zijn tafelgenoten leven voor altijd toe.
Precies waar het avondmaal op wijst.
Jezus zelf legt die verbinding:
er komt een dag dat hij met zijn tafelgenoten opnieuw wijn zal drinken
in het koninkrijk van zijn Vader.

Bij een feestelijke maaltijd hoort een toost.
‘Ik wil graag een toost uitbrengen op…’
Zo sluit David af:
‘laten we drinken op het leven voor altijd!’
Ook wij gaan zo drinken.
Laat het een toost zijn op het eeuwige leven!
Wij komen aan de tafel van leven.
Eet, drink, en leef in eeuwigheid!
Amen.