Psalm 147 – Loof God en leef met God

Hans Burger
Hans Burger
3 november 2010

Psalm 147 – Loof God en leef met God

image_pdfimage_print

Dankuur voor gewas en arbeid

Liturgie

  • Voorzang Gez 172,1.4
  • Stil gebed
  • Votum
  • Zegengroet
  • Zingen E&R 362
  • Gebed
  • Zingen: Gez 141,1.3
  • Schriftlezing: Psalm 147
  • Zingen Ps 147,1.2
  • Preek over Psalm 147
  • Zingen Ps 147,3.6.7
  • Dankgebed omlijst met Gez 132
  • Gez 132,2
  • - namens kinderen en jongeren: Julia Kuijper
  • Gez 132,3
  • - namens 20-30ers: Bert Kloeze
  • Gez 132,4
  • - namens 40-50ers: Akkie Kok
  • Gez 132,5
  • - namens 60+-ers: Otto Jelsma
  • Gez 132,5
  • Collecte
  • Zingen LB 426,1.2.5
  • Zegen

Opmerking: Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Psalm 147 – Loof God en leef met God

1. Het is goed om voor God te zingen en Hem te danken. Het is heerlijk om Hem onze lof te zingen.

Ik hoorde een keer een interview met de Amerikaanse dominee John Piper. Hij vertelde toen waarvoor hij zijn gemeente zo dankbaar was: voor het samen God groot maken, op zondag in de kerkdienst. Dat samen God eren, dat deed hem steeds zo goed.

Herken je dat? Dat je daar zelf van opkikkert – God prijzen – aanbidden – bewonderen? Dat is toch zo?

Daarom is het fijn om hier samen God te danken. Jong en oud bij elkaar. Om het met elkaar hardop te zeggen: God, dank u wel. Vader, wat bent u wonderlijk mooi. Wat bent u bijzonder goed.

Ik denk dat je ook wel herkent: dat gaat niet vanzelf. Gek hè? Juist dat wat zo goed voor ons is, dat moeten we leren. Leren God complimenten te geven. Leren te zeggen: Vader, onvoorstelbaar wat u doet.

Daarom krijgen we dat in de Bijbel dat Psalmenboek. Om te gebruiken als je geen woorden hebt. Om het te leren zelf te zeggen. Voordat we gaan danken kijken we vanavond naar Psalm 147.

Ik doe het niet zo vaak, vanavond wil ik het wel doen: eerst laten zien hoe mooi deze psalm is opgebouwd. Misschien denk je daar niet zo snel aan bij bidden. Bij de vorm van een gebed staan we vaak niet stil.

Hier is dat duidelijk wel gebeurd. Kijk maar mee. De psalm begint en eindigt met: halleluja – dat wil zeggen, loof de Heer. Daartussen bestaat de psalm uit drie delen, drie strofen. Allemaal met dezelfde opbouw.

Strofe 1, vers 1 tot 6: eerst een oproep om God te loven – halleluja. Daarna allemaal redenen waarom we dat zouden doen. Redenen die te maken hebben met hoe God in zijn verbond met ons om gaat – vers 2, 3 en 5. En vers 4 – schuin gedrukt, en ingesprongen – redenen die te maken hebben met wat God in de natuur doet. En dan aan het eind een tegenstelling – vernederden tegenover goddelozen. Een tegenstelling waarin je proeft: je kunt God tegenover je vinden, of aan Gods kant staan.

Dan strofe 2, vers 7-11. Weer eerst die oproep om God te loven – hef een lied aan, zing voor de HEER. Dan weer allemaal redenen om dat te doen, vers 8 en 9. Hier allemaal dingen die te maken hebben met Gods werk in de natuur. En dan die tegenstelling: macht en techniek van mensen – tegenover de kracht van God.

Tot slot vers 12-20. Opnieuw een oproep – prijs, loof de HEER. Allemaal redenen om dat te doen. Dingen die te maken hebben met hoe God met mensen omgaat in het verbond – vers 13 en 14. En met Gods werk in de natuur – vers 15-18. Aan het eind dan vol verbazing de tegenstelling: aan Jacob heeft God zijn woorden gegeven, dat heeft Hij bij geen ander volk gedaan!

Kennelijk vindt God dat mooi – dat we als we bidden niet zo maar wat babbelen en praten, maar ook nadenken over de vorm.

2. Goed, genoeg daarover. Wat leren we hier tegen God te zeggen?

In de eerste strofe gaat het over het herstel en de genezing die God gegeven heeft na de ballingschap. Israël was in ballingschap gegaan, gedeporteerd naar verre landen. Maar wat een wonder: ze mochten weer terug naar hun land.

Zie je God in de natuur en bij zijn volk hetzelfde doen? Al die sterren, en al die mensen, Hij ziet en kent ze allemaal. Hij roept ze bij hun naam, brengt ze van ver weg weer terug. Wat er gezegd wordt over Gods werk in de natuur, vers 4, past op wat Hij met mensen doet. Ballingen weer terug brengen uit de verstrooiing.

Wat is Hij toch machtig. Wijs. Zou iemand zijn inzicht kunnen meten?

Hij bouwt Israël. Maar wat denk je? Zou het hier bij ons anders zijn?

Wie is het die beschadigde mensen kan genezen? Diepe wonden verzorgd?

Lieve mensen: God is er niet alleen om onze zonden te vergeven. Alsof je voor je pijn alleen naar het ziekenhuis kunt. Voor je psychische pijn naar een psycholoog. Ben je beschadigd in het leven, vermoeid en belast, vernederd?

Laat dan vers 3 tot je doordringen:

Hij geneest wie gebroken zijn

en verzorgt hun diepe wonden.

Hij kan meer dan een psycholoog of arts kan! En alles wat je via een arts of psychotherapeut krijgt, dat geeft God. God is de bron van genezing en herstel! Zoek je herstel bij Hem!

Wie moet hier ons als gemeente bouwen? Wie moet weggedwaalde mensen terughalen? Broers en zussen, het is de HEER die zijn gemeente bouwt. Dat kan ik niet, dat kan een kerkenraad niet, dat kunnen aanspreekpunten van kringen niet. Dat is de HEER!

Laten we Hem erom loven en danken – de God die ons bouwt, die ons geneest en verzorgt!

3. Dan de tweede strofe, over de zorg en kracht van de HEER.

Waar zie je die? Nou, kijk eens op tafel als je gaat eten. .

Al dat eten dat op tafel staat – brood gebakken van meel, melk van de koeien, eieren, aardappels, spagetti van graan gemaakt, groente, vlees van dieren – waar komt dat vandaan? Wie zorgt daarvoor?

Lees dan maar eens vers 8-9.

Zie je de wolken die langs de hemel gaan? Wolken vol regen, waardoor de aarde nat wordt? Waardoor het gras groeit? En waar de dieren weer van eten?

Wie zorgt daar voor?

Het is de HEER, onze God die dat doet.

Kijk eens hoe het gras groeit in het veld. Kijk naar de vogels in de lucht, die niet zaaien en oogsten. Onze hemelse Vader voedt ze.

Zie je dat?

Hef dan voor de HEER een hymne aan.

Zing voor onze God een lied.

En waarop vertrouw je dan?
Maak je je dan bezorgd? Vertrouw je dan op techniek? Of op legers, op de politiek?

Mensen, kijk naar de HEER: als Hij zo zorgt voor de vogels en voor het gras, eer Hem dan! Daar wordt – zie je dat, vers 11? – daar wordt de HEER blij van!

De HEER wordt niet blij van machtige mensen en grote legers en indrukwekkende techniek.

De HEER wordt er blij van als wij hopen op zijn liefde en trouw.

4. En dan de laatste strofe.

Speciaal gericht op Jeruzalem, op Sion – vers 12. Op Jacob, op Israël, vers 19. Als wij bij de Here Jezus horen, koning van Jeruzalem, gaat het ook over ons. Eten, vrede, veiligheid, alle zegen, alles wat we hebben – het komt van God.

Maar wat is het meest bijzondere wat Israël heeft gekregen?

Wat is het bijzondere wat wij hier samen horen?

Dat is het woord van God.

Wij leven van dat woord. Maar ook in de natuur zie je het indrukwekkende effect ervan.

Het is herfst. Het wordt straks winter. Bladeren vallen, het wordt kouder. Wie weet gaat het weer sneeuwen. Of word je ’s morgens wakker en zie je: alles is wit van rijp. Gure hagel, snijdende kou – waar komt het vandaan?

Ook van dat Woord van God. Het is indrukwekkend wat dat woord allemaal in gang zet.

Dat indrukwekkende, misschien soms ook wel huiveringwekkende woord van God – het kan ook een woord van oordeel zijn.

Wat een wonder dat God dat woord ook aan ons geeft! Proef je de verwondering in het slot? Waarom wij? Hier heeft God het gegeven – zijn evangelie, zijn woord waardoor wij leven voor altijd!

5. Loof Hem, de God van de natuur, de God van het verbond, de God van Jezus Christus!

Loof Hem, en leef met Hem.

Dat hoort bij elkaar. Elke strofe begint met een oproep om God te loven. Maar elke strofe eindigt met een tegenstelling:

Vernederde mensen worden opgericht, maar goddelozen worden neergedrukt, vers 6.

God wordt niet blij van paarden en soldaten, van macht en techniek. God wordt er blij van als wij Hem samen eren. Als wij verlangen naar zijn liefde, er naar uitkijken dat we zijn trouw weer mogen ervaren. Vers 10 en 11.

Hier heeft God zijn wetten en voorschriften, zijn evangelie gegeven. Nergens anders. Vers 20.

God loven, samen God eren, het kan niet zonder tegelijk gedreven te zijn door de liefde van Christus. God eren zonder nieuw leven, het is onmogelijk.

Leer het dus allebei uit deze psalm: loof God èn leef met God!