Psalm 127 | Vrucht op je werk

Mark Veurink
Mark Veurink
8 maart 2017

Psalm 127 | Vrucht op je werk

image_pdfimage_print

Wat kunnen we druk zijn! Maar zonder Gods zegen is het zinloos gezwoeg. Psalm 127 leert van God vrucht op je werk te verwachten, en dan mag je gerust zijn.
Voor wie deze meditatie in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Bij deze meditatie is geen powerpoint beschikbaar.
Tijdens de dienst hebben 7 gemeenteleden iets verteld over hun eigen werk en daarbij een gebedspunt aangedragen.

Liturgie
Zingen: GKB Gezang 135 : 1 en 2
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Psalm 145 : 4 en 5
Gebed
Verhalen over werk – 1
Zingen: Psalm 104 : 4 en 8 (LvK=GKB)
Lezen: Psalm 127 : 1 – 5
Meditatie
Zingen: GKB Psalm 4 : 3
Verhalen over werk – 2
Zingen: LvK Gezang 48 : 5 en 9
Gebed
Collecte
Zingen: Opwekking 710
Zegen

Vrucht op je werk

1. Zinloos gezwoeg
Deze Psalm roept bij mij dubbele gevoelens op.
Het begin is prachtig, over de rol van God in wat wij doen,
maar de tweede helft, over de zegen van kinderen, vind ik moeilijk.
Niet iedereen kent die zegen.
Dan lijkt deze Psalm zout in de wonden te wrijven.
Vandaar mijn dubbele gevoel.
Dat wilde ik eerst benoemen, zodat we dat nu ook kunnen parkeren
en de Psalm zelf kunnen gaan verkennen.

Het is een herkenbare Psalm.
Neem nou deze uitspraak:
‘vergeefs is het dat je vroeg opstaat,
je laat te ruste legt, je aftobt voor wat brood.’
Vroeg opstaan: nu staat de een eerder op dan de ander,
wat voor de een vroeg opstaan is, is voor de ander al uitslapen,
maar je tijd is te kostbaar om in bed te blijven liggen.
Vroeg opstaan oogst in ieder geval bewondering.
We verwachten het ook van kinderen en jongeren,
ook al hebben onderzoeken aangetoond
dat jongeren beter presteren als ze wat langer uitslapen…
Vroeg opstaan is de norm.

Het zet ook direct de toon voor de rest van de dag.
‘Je aftobben voor wat brood’, noemt Psalm 127 het.
We zwoegen wat af!
Met werk, misschien in de bouw of in het bewaken van de veiligheid,
zoals in de Psalm.
Met het draaiend houden van het huishouden, het zorgen voor kinderen,
een pittige opleiding, iets betekenen voor de kerk en de samenleving.
Onze agenda’s staan vol, elke dag kent een strakke planning:
er is geen tijd te verliezen!
Het lijkt zelfs wel alsof je leven pas de moeite waard is, als je druk bent.
Want drukke mensen, dat zijn belangrijke mensen.
Druk zijn is de norm.
’s Avonds gaat dat gewoon door.
Psalm 127: ‘je legt je laat te ruste’.
Een 9 tot 5 mentaliteit, daar moeten we niets van hebben.

‘Vergeefs’ noemt Psalm 127 het.
Al die drukte, al dat gezwoeg.
Dingen die op zich goed zijn:
het is niet de bedoeling dat we de helft van ons leven in bed doorbrengen,
en de andere helft op de bank of in een luie stoel.
Maar waar doe je het voor?
Waarom beulen we onszelf zo af?
Voor een mooi huis, waar je nauwelijks te vinden bent?
Voor een vakantie ver weg, waar je tot rust moet komen?
Om te laten zien dat je succesvol bent?
Dat is volgens Psalm 127 vergeefse moeite!

2. Vrucht op je werk
Maar Psalm 127 is geen klaaglied over hoe zinloos ons bestaan is!
Je bent te beklagen als je zonder de Heer je werk doet.
Maar als hij erbij is, mag je vrucht zien op je werk!

‘Als de Heer het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers.’
Het werk van de bouwers is niet per definitie vergeefs:
dat is het pas als de Heer niet bouwt.
Daaruit spreekt afhankelijkheid:
wij kunnen nog zo zwoegen, maar zonder Gods zegen is het niets.
We leven niet van ons gezwoeg, onze drukte van vroeg tot laat,
maar van wat God geeft.
Als God zijn zegen geeft, dán is je werk vruchtbaar.
Daar bidden we vandaag om: dat ons werk vrucht mag dragen.
Zoals Jezus het zegt in Johannes 15:
‘Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.
Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen.
Maar zonder mij kun je niets doen.’

O ja, is dat zo?
Kunnen we zonder Jezus niets?
Storten onze huizen in elkaar als God ze niet heeft gebouwd?
Of is het dan tenminste zo dat christelijke bouwvakkers
betere huizen bouwen dan hun niet-christelijke collega’s?
Van een christelijke bouwer mag je kwaliteit verwachten, zeker,
maar niet-christenen leveren ook kwaliteit!
En andersom: christelijke stellen krijgen niet automatisch kinderen.
Welk verschil maakt die zegen van de Heer dan?

Misschien dat juist in dat deel over kinderen het antwoord wel te vinden is.
Bij kinderen als geschenk van God denken wij snel aan kleine kinderen.
Maar Psalm 127 gaat niet over kleine kinderen,
het gaat over kinderen ‘verwekt in je jeugd’.
De kinderen zijn volwassen geworden!
De zegen is niet zozeer dat je van kinderen kunt genieten,
maar dat kinderen je toekomst zijn.
In het oude Israël waren kinderen een verzekering voor je oude dag.
Kinderen zorgden ervoor dat je naam blijft voortbestaan.
Je kunt nog zo bouwen en zwoegen,
maar waar bouw je aan, als het na je dood weer verdwenen is?

Zijn de dingen die jij doet voor God?
Dan heeft het blijvende waarde.
Dan tob je je niet af voor schamel brood,
dan leef niet voor het leven van vandaag en morgen.
Dan mag je werk vrucht dragen: doet het ertoe voor God.
Martin Luther King zei:
‘als iemand geroepen is straten te vegen,
laat hem straten vegen zoals Michelangelo schilderde,
zoals Beethoven componeerde, of Shakespeare schreef.
Zo, dat de engelen hun werk onderbreken en zeggen:
zie hier een groot stratenveger!’
Straten vegen zonder God is vergeefs gezwoeg,
maar met God draagt het vrucht.

Jezus had geen kinderen.
Maar hij kende de zegen van Psalm 127.
Zijn werk heeft blijvende waarde, voor altijd!
Zijn werk was zeer vruchtbaar, ook al bleef hij kinderloos.
In Psalm 127 hangt het nog van kinderen af dat je naam blijft bestaan.
Door Jezus mag jij een naam bij God hebben, die blijft.
Hoef je niet te zwoegen, maar kun je vruchtbaar zijn.

3. Welterusten!
Het leven hangt niet af van ons gezwoeg.
En daarom: welterusten!
Nee, niet nu direct, wacht maar even tot je thuis bent,
maar dan: welterusten!

‘Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.’
Met dat vroege opstaan en laat naar bed gaan,
elk uur van de dag nuttig gebruiken,
zou je vergeten dat je mag slapen.
We zwoegen voor een gelukkig leven, maar vergeten het van God te verwachten.
Geef je God nog wel de kans je gelukkig te maken?
Of ben je zo druk met jezelf,
dat je geen tijd meer hebt om van God te ontvangen?
Ga toch slapen, laat het los, en kijk wat God geeft.
Je hoeft jezelf niet over de kop te werken!
Als wij slapen, kan God grote dingen doen.
Sterker nog: toen Jezus in het graf lag,
gaf God hem de overwinning, de vrucht op Jezus’ werk!

In een voetnoot staat dat je ook anders kunt vertalen:
‘hij schenkt zijn lieveling de slaap’.
Tussen die twee vertalingen hoef je niet te kiezen,
ze vullen elkaar aan.
Slaap is een zegen.
De verleiding om door te gaan is groot:
even dit afmaken, even daarop reageren.
Morgen is er weer een dag: laat de boel de boel, durf te slapen!

Psalm 127 is een pelgrimslied:
het werd gezongen op weg naar Jeruzalem,
om daar voor God feest te vieren.
De mensen lieten hun werk los, namen tijd voor het feest,
tijd die ze op zoveel andere manieren hadden kunnen besteden.
Als we bidden voor gewas en arbeid,
besef dan dat het leven meer is dan werken!

Ik sluit af met Psalm 127 uit de Psalmen voor Nu:
‘al werken mensen zich kapot –
wanneer de Heer het huis niet bouwt, komt het niet af.
Al waakt de wachter dag en nacht –
wanneer de Heer niet waakt, dan valt de stad.
Je slooft je uit van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
Je eet je zuurverdiende brood gehaast.
Gods vrienden krijgen liefde, brood en slaap.’
Amen.