Genesis 1,31 – En God zag dat het zeer goed was

Hans Burger
Hans Burger
29 november 2009

Genesis 1,31 – En God zag dat het zeer goed was

image_pdfimage_print

Eerste zondag van de Adventstijd

Liturgie

Voorzang: Gez 132,1.2.6
Aansteken eerste adventskaars
Stil gebed
Votum / groet
Zingen: Ps 89,1.6
Wet
Zingen: Ps 78,1.2
Gebed
Lezen: Genesis 1
Zingen: Gez 1,1.6
Preek over Gen 1,31a
Zingen Gez 149
Kinderen
Zingen: Als God de hemel open doet: refrein 1 refrein (projectlied)
Doopsbediening:
Zingen: Gez 45,1
Lezen doopformulier III
Vragen
Gebed
Doop
Zingen: Opw 602=EL 501
Aanbieden doopkaart
Gebed
Gebed
Collecte
Zingen Gez 160
Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Genesis 1,31 – En God zag dat het zeer goed was

1. Een door God gegeven wonder – dat is hij. Of niet, Eddy en Nanda? Kyan, een kleine nieuwe schepping van God. Jullie vertelden hoe jullie van hem genieten. En hoe dankbaar jullie met hem zijn. Jullie weten dat het rond een bevalling niet allemaal vanzelf hoeft te gaan. Toen Romy geboren werd, waren jullie blij met haar. Toch, als je zelf niet lekker in je vel zit, dan gaat het niet vanzelf. Nu maken jullie het voor de tweede keer mee: God schept nieuw leven. Jullie liefde wordt gezegend met een tweede kind. En het gaat allemaal goed. Kyan is gezond, Nanda is gezond, Romy is blij met haar broertje. Heerlijk! Je hebt alle ruimte om je te verbazen: wat een wonder. Wat is God goed. Ik vind het mooi om te horen hoe jullie ervan genieten. En hoe jullie God dankbaar zijn. God, de schepper.

Dan komt het mooi uit dat we net vanmorgen terugkijken helemaal naar het begin van de wereld. Genesis 1: God heeft alles geschapen. Zoals Kyan een wonder van God is, zo is de hele wereld een wonder van God.

Dat doen we in het kader van het project waar de kinderclub vandaag aan begint. Wij doen vanmorgen mee. Het project hoort bij de Adventstijd. Dat zijn de vier weken voor kerst, het feest van Jezus’ geboorte. Het is de tijd van uitkijken naar de komst van Jezus Christus. Toeleven naar kerst, en naar het moment dat Jezus nog een keer komt, om alles nieuw te maken. Daarom staan hier vanmorgen vier Adventskaarsen. De eerste van de vier kaarsen brandt. Vandaag is het immers de eerste zondag van de Adventstijd.

Advent is: vooruitkijken. Vanmorgen kijken we eerst helemaal terug naar het begin van de wereld.

Is deze wereld er door puur toeval? Puur toevallig dat er een oerknal is geweest? Puur toevallig dat er een planeet is die wij aarde noemen waar het leven zich kan ontwikkelen. Puur toevallig dat in een lang proces van natuurlijke selectie leven zich steeds verder ontwikkeld heeft. Op die ene planeet in een heelal met een miljard planeten ontstaan dieren, die zich ontwikkelen tot mensen. Toevallig ontstaan, tot de zon opbrandt en alles weer verdwijnt. Kun jij dat geloven? Bij mij wil het er niet in.

De Bijbel vertelt ons iets anders. Er is een God die liefde is. Een God die zijn liefde graag wil delen met anderen. Een God die graag iets moois maakt. Die God heeft alles geschapen.

2. Genesis 1 vertelt over de schepping. Je hoort God spreken. Er moet licht komen. Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt. Er moet op aarde jong groen ontkiemen. Het water moet wemelen van levende wezens, vogels en vissen. Zo gaat het steeds. God zegt iets, en zo gebeurt het.

En elke keer als het klaar is, neemt God de tijd om te kijken. Je ziet hem wat op afstand staan als een kunstenaar. Wat heb ik gemaakt? Hoe ziet het er uit? Elke keer ziet God dat het goed is. Hij is trots op wat hij gemaakt heeft. Ja, zo is het goed. Hier ben ik blij mee.

Kijk je zo wel eens om je heen naar wat God heeft gemaakt?

Als er een baby geboren is, en je hebt ‘m in je armen. Je ziet de kleine handjes, alle vingertjes zitten er aan. Haartjes, een fijn gezichtje. Het ademt, het is warm, het is toch een wonder?

Ga zo ook eens buiten kijken. Doe je dat wel eens?

Kijken naar de sterren – in een donkere, heldere nacht. Als je zo die band van sterren langs de hemel ziet, de melkweg. En de verschillende sterrenbeelden: grote en de kleine beer, orion.

Kijk eens naar de lucht. Dan moet ik regelmatig denken aan een kunstenaar die met verf schildert op een doek. Wolken waar het licht van de zon doorheen speelt. Grijze wolken, witte wolken, blauwe lucht, rode wolken bij zonsondergang. Geweldig mooi!

Een slak met een mooi huisje. Een spin in zijn web, met prachtige dauwdruppels erop in de herfst. Een kip die kakelt en eieren legt. Vogels die zingen. Een bos, waar je heerlijk met je voeten door de herfstbladeren kunt lopen.

Geniet je er van? Zie je dat het een wonder is? Hoor je het God zeggen: ‘Ja, het is goed’? En zeg het tegen God: Dank u God, dat u het zo mooi gemaakt hebt!

Vanuit een open hemel werkt God aan een prachtige aarde. Een huis om in te wonen. Een huis – voor wie?

Voor ons – mensen.

Qua DNA materiaal mogen we dan dichtbij chimpansees staan – trouwens, als je naar ons DNA kijkt staan we ook dichtbij wormen. Maar als je naar God luistert, dan hoor je dat er iets is waarin mensen uniek zijn. ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt’.

Wij mensen lijken op God. Gemaakt om namens God voor de aarde te zorgen. Wij kunnen praten, denken, kiezen, van elkaar houden. En met ons is God extra blij.

Door heel Genesis 1 hoor je steeds weer ‘En God zag dat het goed was.’

Maar als de mens er is, staat er: ‘God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.’ Nu was het zeer goed.

Denk je dat eens in:

God wil graag dat wij er zijn.

Daarom maakt Hij ons.

Wij lijken op Hem.

Met ons is Hij extra blij.

3. Dus – we houden hier vanmorgen een dankdienst. Fijn dat Kyan geboren is. Een schepsel van God. Hij hoort bij God – hij hoort bij de gemeente. Wat een wonder.

Nee; dat is niet het hele verhaal.

Het is een wonder dat Kyan er is.

Maar vanmorgen gebeurt een nog groter wonder: Kyan wordt gedoopt.

Hoezo? Waarom is dat een groter wonder?

Ik zal proberen het uit te leggen.

Misschien dacht je zelf net ook wel: Het klinkt mooi wat die dominee zegt, maar zo mooi is het natuurlijk niet. De wereld is een chaos. De natuur is wreed. En mensen zijn hard voor elkaar. Vier een mooi feestje met elkaar vanmorgen, maar kom dan alsjeblieft weer terug uit je roze baby-wolk.

Laten we wel wezen: we weten allemaal dat er in deze wereld veel kapot is. Het eerste jaar na een geboorte kan zwaar zijn. Er zijn gebroken gezinnen. Het milieuprobleem is immens en onze wereld oneerlijk. Er zijn conflicten en oorlogen. Zelfs de Bijbel is er vol van.

Sterker nog: de Bijbel wijst met een beschuldigende vinger naar ons. Wij mensen. Geschapen door God zelf, om op God te lijken. Om namens God de aarde te besturen. Maar onze grote eerste fout was: tegen God ingaan – nota bene onze schepper. Hebben we er geen zooitje van gemaakt?

Er mag hier dan zo mooi staan: De hemel gaat open: het is zeer goed. Zo was het bij de schepping. Maar wij zeiden nee tegen God. En God deed de hemel dicht. Potdicht.

Als je dat weet, kun je dan snappen waarom de doop van Kyan een nog groter wonder is dan zijn geboorte? Ja echt, Kyans doop is een nog groter wonder dan zijn geboorte.

Wat betekent de doop?

Dat God de Vader tegen Kyan zegt: Kyan, ook al hoor jij bij die mensen die bij mij weggelopen zijn, ik laat het daar niet bij zitten. Ik doe de hemel open. Ik beloof je: Jij mag dankzij Jezus Christus opnieuw geboren worden – als mijn kind.

En dat Jezus Christus, onze Heer, tegen Kyan zegt: Kyan, jij hoort bij die oude schepping. Maar ik beloof dat je bij mij mag horen. Ik ben gestorven en opgestaan. Ik ben het begin van een nieuwe schepping. Jij mag bij die nieuwe schepping horen.

En de Heilige Geest zegt tegen Kyan: dat wat God de Vader en wat Jezus Christus tegen jou zeggen, ik beloof dat ik dat in jouw leven waar wil maken. Ik wil in je komen wonen. Ik wil jou van binnen uit nieuw maken. Je zult later wel merken hoe hard je dat nodig hebt.

Dat is pas een wonder!

De hemel was dicht.

Maar die hemel is weer open gegaan.

Er was een oude schepping – die was goed.

Nu komt er een vernieuwde schepping. Die is pas echt goed.

Geboren worden is een wonder.

Gedoopt worden is een nog groter wonder.

Dat mogen jullie vanmorgen vieren, Eddy en Nanda. Wij vieren het graag met jullie mee.

4. En nu? De dominee heeft verteld hoe het zit, en dan kunnen we weer verder?

Ik zou zeggen: nu is de vraag: hoe ga je verder?

Hoe kijk je naar jezelf? Wat denk je als je voor de spiegel staat? Zie je dan een pukkel, een haartje wat er niet hoort te zitten, een te mager lijf, een dikke buik? Sporen van zwangerschap?

Kijk eens naar je hand. Beweeg je vingers eens. Misschien heb je wel een wondje op je hand. Kijk eens hoe het aan het genezen is. Prachtig gemaakt!

Leer Kyan zo in de spiegel te kijken! Jij bent een schepsel van God! God wilde dat jij er zou zijn! Hij maakt geen fouten.

Maar kijk zo ook naar elkaar. Wat je ook kunt zeggen over mensen na de zondeval. De Bijbel blijft duidelijk: je mag elkaar niet doden, want alle mensen zijn naar Gods beeld geschapen. Kijk maar in Genesis 9,6.

Jezus wijst er bovendien op waar het God daarin ten diepste om gaat. ‘Nietsnut’, ‘Dwaas’ tegen een ander zeggen? Iemand de huid vol schelden? Je zult erdoor in het hellevuur belanden – zegt Jezus. Kijk maar in Matteüs 5,22.

Als ik een schepsel van God ben, en jij bent een schepsel van God, dan heeft dat gevolgen. Hoe kijk je naar elkaar? Hoe benader je elkaar? Bedenk het als je ruzie hebt of een hekel aan iemand hebt. Als opvoeden lastig is, als ouders en kinderen met elkaar botsen. Jij bent net zo goed een schepsel van God als ik. Als ik naar mezelf kijk: als ik me dat niet bewust bedenk, vergeet ik het. En dan ga ik anders met die ander om.

Kijk eens even wie er naast je zit. Geef elkaar de hand en begroet elkaar. En bedenk: die ander is door God geschapen, net als ik.

Tegelijk: God heeft alles goed geschapen, en met ons mensen erbij was het zeer goed. Maar: het bederf van het mooiste is het slechtste. Wat maken mensen elkaar kapot. Wat maken wij Gods wereld kapot.

Gelukkig is het de tijd van Advent. Advent betekent: God heeft ons niet losgelaten. Jezus is gekomen. En Jezus zal nog een keer komen. Daarom opnieuw: hoe ga je nu verder?

We mogen vol hoop en vol verlangen om ons heen kijken. Als God met ons is, als de hemel niet dicht blijft, als de hemel weer open gaat, dan wordt het weer goed. Want God is goed en machtig. God is met ons – Immanuël – dat betekent kerst. Dat betekent: hoop! Verlang naar Jezus! Alles wordt weer goed!

En dan als derde: dat nieuwe begin werkt door. Niet alleen straks, maar ook al hier en nu. Wie Jezus Christus volgt, wie gedoopt is, zoals Kyan, die weet: ik ben niet alleen Gods schepping. Door mijn eenheid met Jezus Christus hoor ik ook bij de nieuwe schepping. Ik – en ieder ander die Jezus volgt, gelooft, gedoopt is.

En dat betekent: er is hoop voor jou, voor mij. Als ik mezelf tegenval. Als ik anderen tegenval. Dat is niet het einde. We kunnen weer van harte zeggen: en God zag dat het zeer goed was – door onze eenheid met Jezus Christus.

Dus ook die ander die jou tegenvalt. Die ander die wel zegt in Jezus te geloven en die ook gedoopt is. Maar die soms zo irritant is. Waar je zo’n last van hebt. Ook die broer of zus in de gemeente hoort door eenheid met Christus bij de nieuwe schepping. Bekijk jezelf en elkaar met ogen van liefde! Want dat doet God ook.

En voor de laatste keer: hoe ga jij verder? Kun jij anders dan God prijzen?

Als je om je heen kijkt – hoe God alles gemaakt heeft.

Als je hoort hoe God in Jezus Christus naar ons toe komt en ons opzoekt.

Als je bedenkt dat wie één is met Jezus een nieuwe schepping is.

Alles wordt weer zeer goed!

Hoe groot is God voor mij!