Openbaring 21,11 – Levende stenen-doorschijnend voor Gods glorie

Hans Burger
Hans Burger
5 september 2010

Openbaring 21,11 – Levende stenen-doorschijnend voor Gods glorie

image_pdfimage_print

Samen God eren (1)

Startzondag – voorbereiding heilig avondmaal

Start nieuwe kringen

Liturgie

Voorzang Gez 158
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen Ps 7,1.7
Gebed
Lezen:
- Openbaring 21,9-27
- Ezechiël 28,11-15
- Ex 28,15-21 en 29
Zingen: Gez 74,1.4.5
Preek over Openb 21,11
Zingen: Gez 70
Zelfbeproeving en wetslezing: voorbereiding op het Heilig Avondmaal
Toewijding aan elkaar – zingen: EL 213
Gebed
Collecte
Zingen Gez 71
Zegen

Opmerkingen:

- Bij deze preek is een powerpointpresentatie beschikbaar; en ook een samenvatting met verwerkingsvragen, kijk hier.

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Openbaring 21,11 – Levende stenen – doorschijnend voor Gods glorie

1. De eerste week school zit er weer op – voor de basisschool al weer de eerste twee. De kop is er af. Ook in de kerk beginnen we met een nieuw seizoen. Catechisaties – die beginnen over een week, deze week nog niet; club – gister een heerlijke startactiviteit, straks na de dienst foto’s; een nieuw jaarthema: ‘Samen God eren’; kerkenraad, huisbezoeken, Alpha-cursus, de Agrarische Dagen komen er al weer aan. En – niet te vergeten: nieuwe kringen. [dia 2]

Hier naast mij staan ze: de stenen neergezet volgens het logo van het vorige jaarthema – ‘levende stenen’. Met voor elke kring een steen. Als je er woensdag bij was heb je het al gezien. Anders kun je straks nog even komen kijken.

Levende stenen – die samen God eren.

Vandaag is het startzondag. Een nieuw begin.

Dat nieuwe begin maken we met God. En dat maken we voor God, om Hem groot te maken. Want het gaat om Hem!

We zijn op weg naar een moment dat God zelf een nieuwe start maakt. Als er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen. Als het nieuwe Jeruzalem uit de hemel naar beneden komt. Als God bij de mensen komt wonen. Geweldig! Dan hebben we een gezin, een kring, waar God zelf zichtbaar bij is!

Ja, die nieuwe start – die is er als Jezus terugkomt. En toch, die nieuwe start is al eerder begonnen. Met Pasen, toen Jezus opstond uit de dood. Met Pinksteren, toen de Heilige Geest kwam. En dus heeft Johannes’ visioen over dat nieuwe Jeruzalem ons iets te zeggen als wij vandaag beginnen met een nieuw seizoen. Als wij beginnen met kringen, die de namen dragen van edelstenen. Edelstenen die verwerkt zijn in de fundamenten van de muur van die stad van straks.

Die stad, dat is de bruid van Jezus Christus, het lam – kijk in vers 9. Die stad, dat zijn wij, de kerk van Christus. Die stad, dat is het bouwwerk dat God nu aan het bouwen is in de Heilige Geest. Overal waar levende stenen samen zich bij Jezus voegen. Als wij ons samen geven aan Hem, als levende stenen, dan ontstaat hier al iets van die nieuwe stad. Dan is hier al de hemel op aarde aan het neerdalen!

2. Zie je het voor je?

Johannes staat op een hoge berg, met prachtig uitzicht. Kijk, daar! Daar komt uit de hemel een metropool naar beneden. Geweldig groot. Een enorme vierkante stad. [dia 3] Kijk eens hoe groot hij zou zijn als de stad op de middellandse zee neer zou dalen. Het kaartje is niet zo mooi, maar duidelijk genoeg, denk ik. Het witte vierkant geeft de grenzen van de stad aan.

En de stad is net zo hoog – een kubus, een pyramide? Ik weet het niet. We zullen het later zelf wel zien, als we er bij zijn.

Maar waar het me nu vooral om gaat is vers 11: [dia 4]

De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis (waarschijnlijk diamant).

Zie je het voor je? Probeer het je voor te stellen. [dia 5] Veel mooier dan Parijs bij nacht. Parijs noemen ze wel de lichtstad. Overal flonkert licht in het donker. [dia 6] Nee, overal fonkelen diamanten, lijkt het wel. En dan is het niet maar de zon die erop schijnt. Stralende diamanten, waar een goddelijk licht doorheen schijnt. Hoe je je dat voor moet stellen? [dia 7] Ik weet het niet.

Maar het vooruitzicht is prachtig. De stad van mensen, de bruid van Jezus, de gemeente die af is, de nieuwe mensheid. En tegelijk de stad die helemaal doortrokken is van God. Doorschijnend voor God. Kristalhelder – en er doorheen schittert God – Gods glorie, Gods heerlijkheid.

De Bijbel zegt steeds dat Gods heerlijkheid, Gods lichtende glorie, onze glorie en onze heerlijkheid zal worden. Gods pracht en praal onze pracht en praal.

Denk aan dat mooie beeld in 2 Korinte 3; [dia 8] Mozes komt bij God en zijn gezicht gaat stralen doordat hij bij God is. Gods glorie straalt van hem af. Zo mogen wij Jezus in het gezicht kijken – door de Geest, door geloof. Wij mogen als het ware ook gaan stralen van Gods glorie. Hoe meer we hem weerkaatsen, hoe meer wij gaan stralen. Zoals het in vers 18 staat:

Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd.

Hier in Openbaring 21 komt het zo naar voren dat wij, dat die hele stad, doorschijnend is geworden voor Gods glorie. [dia 9]Als prachtige flonkerende diamanten die het licht van God alle kanten op kaatsen.

Hoe lijkt je dat? Verlang jij daarnaar?

Helemaal doortrokken, doorstraald worden door Gods glorie en heerlijkheid?

3. Johannes zien op allerlei manieren dat het een geweldig mooie stad is. Zo horen we over de fundamenten van edelsteen. 12 edelstenen. Vers 19 en 20: [dia 10]:

De grondstenen van de stadsmuur waren versierd met allerlei edelstenen. De eerste was van jaspis, de tweede van lazuur, de derde kornalijn, de vierde smaragd, de vijfde sardonyx, de zesde sarder, de zevende olivijn, de achtste aquamarijn, de negende topaas, de tiende turkoois, de elfde granaat en de twaalfde amethist.

Opnieuw om te laten zien: het wordt een prachtige stad. Op die prachtige stad mogen wij vooruitgrijpen. Daar mogen wij naar verlangen. Zo mogen we hier al samen gemeente zijn – in liefde en in één Geest verbonden. Daarom hebben we die stenen gekozen als namen voor de nieuwe kringen.

Wat betekenen de stenen?

Ze komen vaker in de Bijbel terug. Twee stukken hebben we gelezen. Zoals vaker, grijpt Openbaring terug op Ezechiël. Daar komen de stenen voor in Ezechiel 28. [dia 11] Gek genoeg zijn het daar de sieraden van de koning van Tyrus, zoiets als de hoer van Babylon uit het boek Openbaring. Die koning van Tyrus was voor zijn zondeval iemand van paradijselijke schoonheid. Hij leefde in de tuin van Eden. Als engel van God. Die edelstenen zijn een teken van zijn paradijselijke pracht.

Die schoonheid van die edelstenen is straks niet meer voor Tyrus, of voor Babel. Dan zal de bruid van het lam, Gods volk zelf, versierd zijn met die stenen. Die stenen laten zien: het paradijs is terug op aarde.

Ze herinneren ook aan het borstschild van de hogepriester. [dia 12] De hogepriester droeg hier voor zich een rechthoekige tas die bezet was met 12 edelstenen. Eén steen voor elke stam van Israël. Waarom was dat? Aäron kwam namens het volk bij God. En dan staat er in Exodus 28,29:

Zo draagt Aäron telkens als hij het heiligdom binnengaat, de namen van Israëls zonen op zijn hart, op de borsttas voor de orakelstenen, om de HEER steeds opnieuw aan hen te herinneren.’

Daar staan de stenen voor de 12 stammen van Israël. Hier in Openbaring dragen ze de namen van de 12 apostelen van Jezus Christus – samen het fundament van de kerk.

God had het voorspeld in Jesaja 54, 11-12: [dia 13]

Met fijne leem zal ik je stenen inleggen,

op saffier zal ik je grondvesten.

Ik maak je torens van robijn,

je poorten van beril,

je muren van kostbare edelstenen.

Johannes ziet het nu werkelijkheid worden.

4. Maar nu terug naar ons. Wij starten met een nieuw seizoen. Met nieuwe kringen, genoemd naar die 12 edelstenen. Aan het begin van dat nieuwe seizoen wil ik speciaal jullie aandacht vragen voor dat ene vers, vers 11 [dia 14]:

De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis (diamant).

Want dat vers houdt voor ons een bemoediging en een opdracht in. Eerst die bemoediging.

Want, nieuwe kringen… Het is wel een stap – toch? Nieuwe mensen leren kennen, bij mensen op een kring komen die je niet hebt uitgezocht, investeren in vertrouwen. Heb ik daar zin in? Heb ik daar de puf voor?

Misschien wel niet.

Maar dat is niet het laatste wat hierover te zeggen is.

Waarom is die bruid van Jezus zo mooi? Is dat haar eigen goddelijke pracht? Dat zou niet best zijn. Zie jij jezelf zo worden? Wij krijgen rimpels, grijze haren, worden kaal, onze gewrichten verslijten, onze huid wordt oud. Jeugdige frisheid verdwijnt. Schoonheid vergaat.

Nee, Gods schoonheid komt door ons heen stralen. Zoals een diamant waar zonlicht op valt. Ik vind dat een geweldig bemoedigende gedachte. Dat begint nu al. Want Paulus zegt als het over dat goddelijke licht gaat [dia 15]:

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.

Gods luister, dat is Gods kracht en macht. Gods goedheid en puurheid. Gods heilige liefde. Gods stralende licht.

Dat licht schijnt nu al, in ons hart. En ook al zijn we nog aarden potten en nog geen doorschijnende diamanten, nu al wordt Gods glorie hier zichtbaar. Door jou, als gelovige. Door iedereen die bij Jezus hoort.

Wat betekent dat – voor jou, als je weinig puf hebt voor een nieuwe kring?

Wij mogen – ook op de nieuwe kringen – doorschijnend worden voor God.

Dan schijnt Gods liefde door jou heen – het wordt jouw liefde.

Dan werkt Gods kracht in jou – het wordt jouw kracht.

Gods goedheid krijgt vorm in jou – het wordt jouw goedheid.

Gods licht zet jou in het licht – het wordt licht dat jij weer naar anderen uitstraalt.

Dat is altijd super om te bedenken. Zeker nu – als we beginnen met een nieuw seizoen en als we beginnen met nieuwe kringen.

Laat je bemoedigen: nu al schijnt er door ons heen een geweldige heerlijkheid, een geweldige kracht!

5. Het is ook een opdracht. [Dia 16]

Wanneer schittert een diamant?

Als er licht op valt, als de diamant puur is, en als de diamant schoon is.

Zo is het hier ook. Gods licht schijnt. Maar vang jij dat licht op? [klik]

Hoe vang je het licht van de zon op? Door naar de zon toe te gaan, buiten te zijn, uit de schaduw te komen.

Hoe vang je het licht van God op? Door naar God toe te gaan. Bij Hem te zijn. Na te denken over wat hij in de Bijbel zegt – zijn liefdesbrief. Laat zijn liefde binnen komen! Denk er over na. Neem het op in je hart. En kom uit de schaduw – de schaduw van je zonde. Van een leven zonder God.

Hoeveel tijd breng jij per dag door samen met God? Als dat helemaal niks is… Vergelijk dat maar met iemand die bruin wil worden in de zon, en constant in de schaduw zit. Dat werkt niet.

Vang het licht van Gods luister op!

En dan, de diamant moet puur zijn. Niet vermengd met ander gesteente. Helemaal licht doorlatend.

Zo kunnen wij ook zijn. Hoe word je dat? Het heeft alles te maken met je ego. [klik] Met het verschil tussen ootmoed en hoogmoed, zoals de Bijbel dat noemt. Wie trots is, hoogmoedig, arrogant – kijk mij eens! Wie altijd met zichzelf bezig is – bezorgd, angstig, – wat zullen de mensen van me denken? Hoe moet ik dit nu weer doen? Die houdt zijn eigen ego overeind. Mensen met een groot ego kunnen niet Gods licht doorlaten. Daar kan niks doorheen schijnen. Daarom moet je ego sterven met Christus. Laat jezelf los. Word ootmoedig. Klein, vol vertrouwen op God. Zonder grootspraak. Zonder pretenties. Zonder met je ellebogen te werken. Niet verkrampt. Maar open, ontvankelijk. En innerlijk vrij in Christus. Laat je ego los!

En tenslotte: schoon. Heilig. [klik]Niet door zonde besmet. Zonde is als vuil dat vlekken maakt op die diamant. Zonde – denk aan hebzucht. Leugens. Een koud hart. Niks met God hebben. Dat God je koud laat. Porno. Naar vrouwen kijken. Je bezatten en uit de band springen, zodat je niet meer weet wat je doet. Jaloezie. Geroddel. Vul maar in. Je wordt er vies van. Wie juist heilig is, die is schoon. Die wordt licht-doorlatend!

Maar: als je in de schaduw leeft, of een groot ego hebt, of je vies voelt, vol met vlekken – aarzel dan niet. Zoek het licht op van Gods liefde! Het mag en het kan nu nog – dankzij Jezus. In dat licht verdwijnt de schaduw. Sterft je ego. Wordt vuil en zonde weggedaan.

6. Of de kringen goed gaan draaien, heeft dus ook te maken met hoe jij en ik persoonlijk leven. Hoe wij gemeente zijn met elkaar, dat hangt af van onze bekering van zonde, van onze heiligheid. Hoe heiliger wij zijn, hoe mooier ons leven met de Heer is, hoe meer onze gemeente kan bloeien en groeien.

En tegelijk: die kringen zijn er juist ook voor bedoeld om elkaar daarbij te helpen. [dia 17]

In je eentje sneeuwt het gebed zo maar onder. Neem je geen tijd voor de Bijbel. Leef je op jezelf. Eenzaam.

Samen kom je tot bloei. Samen kun je bidden. Voor elkaar bidden ook – wat is het mooi als een ander voor je bidt. Samen kun je elkaar bemoedigen en stimuleren. Heerlijk, dat dat kan. Zo vond ik het vorige week, toen Anna gedoopt werd, heerlijk om hier zelf te zitten, aangesproken te worden.

Het wordt dan als het goed is een positieve spiraal: groeien in liefde, groeien in gebed, groeien in Gods woord, groeien als nieuwe mensen.

En dat is soms doorbijten. Natuurlijk.

Ik ben niet makkelijk. Ik ben een zondaar van mezelf.

Jij bent niet makkelijk. Jij bent ook een zondaar van jezelf.

15 soms lastige mensen bij elkaar – dat is een kring.

Maar het is Gods luister die over die 15 mensen heen schijnt.
En het is Gods eer dat die 15 mensen een gemeenschap vormen.

God stelt zijn liefde beschikbaar – hou van elkaar.

God stelt zijn vergeving beschikbaar – vergeef elkaar.

God stelt zijn kracht beschikbaar – zet je in en ga ervoor!

Leef zo dat je God eer bewijst – help elkaar daarin. Neem elkaar daarin mee.

En dan, als Gods glorie op ons, in ons, door ons heen schijnt, dan worden we zelf steeds meer een levend eerbewijs aan God. Een levend getuigenis: God is er. Hier in ons midden. Kijk maar hoe wij met elkaar omgaan. Kijk maar hoe hier mensen uitgroeien in Christus.

Een goed lopende kring, een bloeiende gemeente: het is een gevolg van Gods glorie die op ons schijnt. En daarom tegelijk een bewijs van Gods glorie. Een eerbewijs aan God!

Leef samen als levende stenen – dan doe je het: samen God eren!