Openbaring 19,1-10 – Door het avondmaal: aanbidding, verlangen, gemeenschap

Hans Burger
Hans Burger
13 juni 2010

Openbaring 19,1-10 – Door het avondmaal: aanbidding, verlangen, gemeenschap

image_pdfimage_print

Viering Heilig Avondmaal

Liturgie

Voorzang LB 281,1.3.4
Stil gebed
Votum
Groet
Zingen: Ps 134
Wet
Zingen Ps 148,1.4.5
Gebed
Lezen: Openbaring 19,1-10
Preek over Openbaring 19,1-10
Zingen: Gez 70
Gebed
Collecte

Avondmaalsviering
Lezen formulier
Geloofsbelijdenis
Zingen Gez 126,1.5
Viering
Zingen Gez 71
Dankgebed
Zingen LB 114,2.3
Zegen

Opmerking: ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Openbaring 19,1-10 – Door het avondmaal: aanbidding, verlangen, gemeenschap

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Waar verlang jij naar?

Naar de bruiloft van het lam?

Dat verlangen kan zomaar wegzakken. Als je jong bent en aan een nieuwe opleiding gaat beginnen. Als je midden in het leven staat en geniet van allemaal mooie dingen. Als je kleinkinderen komen logeren. Het is hier toch prima?

De bruiloft van het lam, hij verdwijnt zomaar achter de horizon.

Net zoals God zomaar achter de horizon verdwijnt.

Daarom komen we elke zondag hier in de kerk.

Hier kunnen we weer gaan beseffen: samen met de mensen en de engelen in de hemel mogen we God aanbidden.

Daarom vieren we het avondmaal – we zouden het vaker moeten doen. Er staat hier voorin de kerk een gedekte tafel. Straks worden we uitgenodigd om het mee te vieren. Vanuit die viering zijn allerlei lijnen te trekken. Eén daarvan is de lijn naar de toekomst.

Als Jezus het avondmaal instelt, zegt Hij – kijk maar in Lucas 22:

‘Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’

En even later, bij de beker:

‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’

En Paulus zegt in 1 Korinte 11:

Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt.

We vieren avondmaal tot Jezus komt. Tot het avondmaal vervuld wordt in het koninkrijk van God.

We zijn op weg naar de komst van Jezus Christus; naar het koninkrijk van God, naar een geweldig feest: de bruiloft van het lam. Wij zien dat vaak als toekomstmuziek. Het ligt achter de horizon. Wij leven hier en nu.

Maar avondmaal vieren we opdat ons geloof versterkt wordt, en dat wil dus ook zeggen: om scherp in beeld te houden waarnaar we op weg zijn. Zo staan we bij het avondmaal vanmorgen stil bij Openbaring 19. Om die horizon weer open te breken. Om de aanbidding en het verlangen levend te houden. En om van daaruit samen een gemeenschap te zijn. Drie kernwoorden dus vanmorgen: aanbidding – verlangen – gemeenschap.

2. Aanbidding.

Hallelluja – dat komt uit het Hebreeuws. Loof de HEER: loof – hallelu – JHWH – ja.

God prijzen, loven, aanbidden?

Doe jij dat wel eens? Hoe vaak zeg je het zelf in je gebed: Heer, we prijzen u? We maken u groot? We bewonderen u? We aanbidden u vol eerbied?

In de muziek is het herontdekt: worship, aanbiddingsmuziek.

Tegelijk: onze samenkomsten heten ook niet voor niets eigenlijk ‘erediensten’. We komen hier om God te dienen, door hem te aanbidden, te eren. Wist je dat?

Het gaat hier om God.

De Paus, Paus Benedictus heeft een boek geschreven over Jezus. Daarin zegt hij: wat Jezus ons weer geeft, dat is God. Toen ik dat las vond ik het teleurstellend, is dat nu alles wat je kunt zeggen? Is dat het nu – Jezus brengt ons weer bij God?

Maar later dacht ik: zie je wel wat je eigenlijk doet? Ik vind het belangrijk dat ik verlost word, dat ik vrede krijg, dat ik bevestiging vind. Maar God, hoe belangrijk is die voor me? Stel je voor dat je een vriend hebt van wie je veel houd. Maar als je op bezoek komt, cadeaus geeft, heeft je vriend alleen oog voor de cadeaus en niet voor jou. Zo blijft het ikke ikke ikke – en God … kan stikke. God komt nog steeds niet in beeld. Wat is dat eigenlijk kwetsend voor God.

In hoeverre herken jij dat? Waarom ben jij christen? Voor jezelf, je eigen redding, dat jij kracht krijgt, dat jij in de hemel komt en vrede krijgt, dat jouw leven zinvol is?

Of is jouw geloof ook meteen de vervulling van het eerste gebod: God liefhebben met heel je hart, heel je verstand, al je kracht? Zo ziet Maarten Luther, een kerkvernieuwer uit de 16 eeuw het: wie gelooft, wie op God vertrouwt, vervult daarmee meteen het eerste gebod. Want God echt vertrouwen, dat kan niet zonder van Hem te houden.

En zo is het natuurlijk als het goed is. Geloven is natuurlijk geloven dat God redding geeft, dat Hij machtig is, dat Hij al het kwaad uit de wereld weg doet. En dan God zien als een machtige redder. En Hem daarom bewonderen. Blij zijn met Hem. Van Hem houden.

Kijk in Openbaring 19:

‘Halleluja! De redding, de eer en de macht zijn van onze God, want zijn vonnis is betrouwbaar en rechtvaardig. Hij heeft immers de grote hoer, die door haar ontucht de wereld in het verderf heeft gestort, veroordeeld en het bloed van zijn dienaren op haar gewroken.’

Wat we hier vieren, hier aan deze tafel. Dat is redding. Dat is dat de macht van het kwaad gebroken is. Dat alle slechtheid weggedaan wordt – uit ons leven, uit onze wereld. En dat God er weer is! Weer onze God!

Laat het avondmaal dus een reden zijn om God te loven. Te prijzen. Te aanbidden. Van Hem te houden met heel je hart, heel je verstand, en al je kracht!

3. Verlangen. Dat is het tweede woord.

Laten we wel zijn: God maakt het ons niet moeilijk, om van Hem te houden. Integendeel, Hij maakt het ons juist makkelijker – om echt van Hem te gaan houden. Kijk wat Hij ons allemaal geeft.

Kijk hoe Hij naar ons toekomt – in de persoon van Jezus Christus. Hij heeft alles voor ons over gehad – zichzelf, zijn eigen leven. Hij zoekt ons hart – Hij wil ons, als zijn lief, zijn vriendin, zijn vrouw, zijn bruid. In zijn liefde wil Hij eigenlijk maar één ding: dat er liefde brandt in ons hart. Verlangen naar Hem.

Wat brandt er in jouw hart?

Is dat verlangen naar Jezus – onze bruidegom?

Of brandt er iets anders? Verlangen naar macht, naar geld, naar wraak, naar … Ja, vul het maar in.

Of misschien helemaal niks – omdat je hart kil is, verveeld, verzuurd?

Stel je het eens voor – er staat een bruiloft gepland, kaarten zijn verstuurd, alles is georganiseerd, de bruidegom heeft een geweldige verrassing bedacht voor zijn bruid, en de bruid heeft geen zin meer.

Beste mensen – laten we avondmaal vieren – om het verlangen naar onze bruiloft levend te houden. Misschien betrap je jezelf wel op een koud hart. Kom dan hier aan tafel – een tafel van vergeving en vernieuwing. Kom met berouw en een gebed om vergeving in je hart – Heer, vergeef me mijn koude hart. En proef hier weer de liefde van God. Liefde waar je warm van wordt.

En kleed dan jezelf met zuiver stralend linnen – met goede daden. Laat je leven een uitdrukking zijn van verlangen naar de bruiloft van het lam. Een bruid in de laatste weken voor de bruiloft, die is druk met van alles. Laatste dingen regelen. Ceremoniemeesters spreken. Jurk passen. Afspraak maken bij de kapper. Zo leven – dat je nog mensen om je heen uitnodigt om mee te gaan. Dat je ruzies die er nog zijn bij legt. Dat je Jezus, de bruidegom, verrast met je liefde. Met liefde voor zijn gemeente.

Gebruik dit avondmaal om jezelf opnieuw te richten op de bruiloft, om te verlangen naar de bruiloft van het lam.

4. Aanbidding, verlangen. En gemeenschap. Dat is het derde woord. We gaan straks in de hemel dineren – het bruiloftsdiner. Dan wordt het leven een feest. Dan is er liefde – vrede – blijdschap – een geweldig feest!

Dat is wat we hier met elkaar delen – we zijn allemaal op weg naar hetzelfde diner. En we houden allemaal van dezelfde Heer. Daarom zijn we hier ook een gemeenschap – niet omdat we van orgelmuziek houden, of gehecht zijn aan bepaalde manier van zingen, of omdat we op dezelfde politieke partij gestemd hebben, of omdat we dezelfde hobby’s hebben, of omdat we even oud zijn.

Het avondmaal is een herinnering aan wat ons bindt. Wat ons tot een gemeenschap maakt.

Laat dat het ook zijn wat ons bindt: Jezus Christus. Dat gaat niet vanzelf. Soms maken ruzies het alleen maar ingewikkelder. Daarom begint het in de kerk met elkaar vergeven. Die kleren van zuiver stralend linnen, daar hoort ook bij: je broer of zus in de kerk vergeven. In liefde elkaar vasthouden. Samen een gemeenschap zijn.

Want zou dat niet Gods ideaal zijn: allemaal aan één tafel:

Joukje en Gerlean en Bram en Marry en Marion en Arie en Sjirk en Janke en Emil en Otto en Gea en Jitse en Margriet en Jan en Leo en Marc en Klaas en Tjibbele en Dingeman en Wieger en Herman en Sietske en Astrid en Kor en Jaquelien en Hemke en Erna en Jacoba en Sjanie en Watze en Petra en Evy en noem maar op – samen aan één tafel. God legt ons niets in de weg om zo nu al samen één te zijn – integendeel, dat is wat Hij wil. Samen één in aanbidding van God. Samen één in onze liefde voor Jezus Christus. Samen op het bruiloftsfeest van het lam – en daarom nu hier samen één in Christus.