Matteüs 5,1-10 – Gelukkig in 2011: mensen vol van Christus

Hans Burger
Hans Burger
2 januari 2011

Matteüs 5,1-10 – Gelukkig in 2011: mensen vol van Christus

image_pdfimage_print

Eerste zondag in het nieuwe jaar

Liturgie

Voorzang: Gez 38,1,4
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Zingen: Ps 37,1.2
Elkaar Gods vrede toewensen voor 2011
Gebed
Bijbellezing: Matteüs 5,1-16
Zingen Ps 37,4.5.16
Preek over Matteüs 5,1-10
Zingen Ps 85,1.3.4
Kinderen terug uit de kinderclub
Lezen (als wetslezing): Matteus 5,17-26 en 38-48
Zingen: LB 473,1.5.7.10
Gebed
Collecte
Zingen: LB 252,1.2.4
Zegen

Opmerking:

Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl .

Preek over Matteüs 5,1-10 – Gelukkig in 2011: mensen vol van Christus

1. Wat verwacht je van 2011? Ik zou dat wel eens van wat kinderen willen horen.

[kinderen vragen]

Wat ga je in 2011 doen?

Wat gaat er in 2011 gebeuren?

Waar heb je zin in?

Waar zie je tegenop?

2. Wat zou 2011 voor jaar worden? Folle lok en seine foar 2011 – we wensen het elkaar toe. Geluk en zegen. Wat zou dat dit jaar concreet betekenen?

Jezus zegt: Gelukkig ben je als je mij volgt! Zalig als je leeft uit mijn volheid.

Ik vind het mooi om op de eerste zondag van het nieuwe jaar samen te luisteren naar wat Jezus zegt over zegen en geluk in het begin van de Bergrede. De zaligsprekingen. Als je met Jezus ogen kijkt naar geluk en zegen, wat is dan een mooi 2011?

Dan kunnen we daar onze goede voornemens op af stemmen.

Hoe lezen jullie eigenlijk de zaligsprekingen? Betrek je die op jezelf of niet?

Vind je dat raar – om zo te willen zijn? Arm van geest, treurend, zachtmoedig, met honger en dorst naar gerechtigheid, barmhartig, zuiver van hart, een vredestichter?

Het is een heel andere manier van leven dan je om ons heen ziet. Dat gaat meer zo:

Gelukkig wie hun kracht zoeken in zichzelf, want zij zullen de aarde veroveren.

Gelukkig de doelbewuste optimisten, want zij maken zich onafhankelijk van anderen

Gelukkig wie voor zichzelf gaan, want zij zullen hun eigen koninkrijk bouwen

Gelukkig wie de macht hebben, want zij zullen rijk worden

Gelukkig wie heldere grenzen trekken, want zij zullen respect afdwingen

Gelukkig wie altijd zichzelf zijn, want zij zullen het genot zien

Gelukkig wie zichzelf ontplooien, want zij komen tot hun recht

Gelukkig wie het slim spelen, want zij zullen de aarde veroveren

Om ons heen zien we mensen die het moeten doen met zichzelf. De zaligsprekingen tekenen iemand die Jezus volgt. Iemand met de gezindheid van Jezus. Iemand in wie Jezus zichtbaar wordt. Het zijn mensen die beseffen dat ze van genade leven. Mensen die van de volheid van Christus doortrokken zijn. Mensen die zo zijn, voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Verlang jij ernaar om zo te zijn?

2011 wordt een goed jaar, voor jou, voor onze gemeente, als je daarnaar verlangt, zo te leven.

3. Gelukkig die nederig van hart zijn, of, meer letterlijk: gelukkig die arm van geest zijn.

Arm van geest. Dan moet ik denken aan de kleine maar prachtige psalm 131.

HEER, niet trots is mijn hart,

niet hoogmoedig mijn blik,

ik zoek niet wat te groot is

voor mij en te hoog gegrepen.

Nee, ik ben stil geworden,

ik heb mijn ziel tot rust gebracht.

Als een kind op de arm van zijn moeder,

als een kind is mijn ziel in mij.

Israël, hoop op de HEER,

van nu tot in eeuwigheid.

Wie arm van geest is, die is niet rijk met zichzelf. Die zoekt het ook niet in zichzelf. Die weet: ik sta zelf met lege handen. Alles wat ik heb, is er door God ingelegd. Het is gekregen.

Het is wat vroeger ‘ootmoed’ heette. Het staat tegenover hoogmoed en trots. Maar het is wel positief – iets anders dan kleinmoedigheid – dat is negatief.

Wie arm van geest is, overschreeuwt zichzelf niet. Die hoeft zichzelf niet groot te houden. Die heeft niks te verbergen. Die heeft niks te verliezen. Want hij heeft niks.

Hij heeft alleen God.

Hij heeft alleen Gods genade, de volheid van Christus.

Daar hoopt hij op.

Maar waar blijf je dan? Dan raak je jezelf toch kwijt?

Ja, denk je dat? Ben je daar bang voor?

Dat is precies de leugen van satan, de angst van de zonde: ‘Als ik mezelf loslaat, raak ik mezelf kwijt. Als ik mezelf niet bescherm, doet niemand het.’

Leven met die leugen van satan, met die angst van de zonde, het maakt ten diepste eenzaam. Want ons hart gaat dicht. We sluiten ons af. We verstoppen onszelf onder een eeltlaag van hardheid, agressie, egoïsme en jaloezie. Een muur om ons hart – laat mij maar.

En de vrede van God kan niet in je hart komen. Dat herken je toch wel?

Jezus prikt door die eeltlaag heen. Hij wil die muur om ons hart weg hebben.

Jezus was anders. Hij zei: Ik kan niets doen uit mijzelf – Johannes 5,19 en 30. Hij was helemaal afhankelijk van God, zijn Vader. Maar hij raakte zichzelf niet kwijt. Hij wist zich diep geliefd door zijn Vader. Hij is één met zijn Vader. Hij is diep in God verworteld.

Jezus wil ons zijn gezindheid geven.

Mag hij jou bevrijden van zonde, van die angst en die kramp?

Zodat je eerlijk kunt zijn over je armoede? Je pijn, je schuld, je onrust, je leegte?

Hoe dieper verworteld in God, hoe armer van geest.

Hoe meer je van genade leeft, hoe armer van geest.

Gelukkig wie arm van geest zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4. Die basale houding, dat arm van geest zijn, dat werkt op allerlei manieren door. Zo volgt elke zaligspreking op de vorige. Vanuit een kern werkt Jezus het verder uit: wat betekent dit voor je houding, innerlijk en steeds verder naar buiten.

Tot in de confrontatie toe: vervolging, alleen omdat je goed doet; omdat je goed bent geworden.

Wie als mens arm van geest is, die ziet zijn zonde. Die ziet de zonde van de wereld. Dan zie je wat er kapot gaat. Door jou en mij. Door anderen. Bij jouzelf, bij anderen.

Wie arm van geest is, kan die anders dan treuren?

Arm van geest, dat is ook een verslagen hart en een onaanzienlijke geest, zegt Jesaja 57,15.

Verslagen.

Herken jij dat – armoede van geest, verslagenheid, treuren?

Of laat je dat niet meer toe?

Gelukkig ben je in 2011, als je dat kunt. Als je kunt roepen: Heer, ontferm u over mij. Ontferm u over onze wereld. We hebben u zo nodig! Troost ons, genees ons, herstel ons. Ook mij…

Gelukkig ben je, want je zult getroost worden.

Gelukkig zijn ook de zachtmoedigen.

Mozes was zachtmoedig (Num 12,3). En Jezus (Matt 11,29).

Niet echt watjes, maar leiders die helder konden zijn. Je kunt mensen zachtmoedig bestraffen, zegt de Bijbel (2 Tim 2,25).

Wat is het dan, zachtmoedigheid?

Wie zachtmoedig is, heeft geen kort lontje.

Wie zachtmoedig is, gaat niet voor zichzelf.

Wie zachtmoedig is, hoeft zichzelf of zijn eigen belangen niet te verdedigen.

Je bent niet hard voor anderen.

Je bent niet veroordelend.

Je bent mild.

Want je weet: ik ben zelf ook maar een bedelaar – arm van geest. En God zorgt voor me.

En gek genoeg: zachtmoedige mensen zijn niet de verliezers. Dat zou je wel denken: zij worden onder de voet gelopen, zij zijn de losers. Nee: zachtmoedigen zullen het land bezitten.

Ben jij zachtmoedig?

Bid dat in 2011 ook die vrucht van de Geest in jouw groeit.

Gelukkig zijn ook wie honger en dorst hebben naar gerechtigheid.

Honger en dorst, dat heb je als eerste voor jezelf. Ik heb honger, ik wil eten. Ik heb dorst, ik wil drinken. Wij hebben geen honger, leert Christi op school, wij hebben trek. Nou, hier mag je honger hebben, een intens verlangen naar gerechtigheid.

Wat dat is: gerechtigheid? Gerechtigheid is een woord dat heel veel omvat. Het gaat over wie je bent voor God – iemand die open en onschuldig voor God kan staan. Het gaat over hoe je leeft – eerlijk en recht door zee. Het gaat over hoe de wereld in elkaar zit – eerlijk en recht, niet krom en vol onrecht.

God is een God van gerechtigheid. Is Gods verlangen ook jouw verlangen? Mis jij de gerechtigheid? Zou je willen dat er meer gerechtigheid was?

God zal dat verlangen verzadigen – overal gerechtigheid. Diep in ons, onze leegte gevuld. En om ons heen, een eerlijke wereld vol van vrede.

En zo gaat het verder.

Barmhartig zijn zoals God barmhartig is. Medelijden hebben met wie in nood is.

Vergeven wie om vergeving vraagt.

Zuiver van hart zijn. Zonder verborgen agenda. Zonder onzuivere blik. Zonder dubbelhartigheid. Open, eerlijk, uit één stuk.

Vredestichters. Die lijken echt op God. God is een God van verzoening, een God die vrede sticht.

Vrede stichten, vanuit verdriet om een kapotte wereld.

Vanuit een zachtmoedige houding – niet veroordelend.

Vanuit een diep verlangen naar vrede en een eerlijke wereld.

Vanuit barmhartigheid.

Zonder verborgen agenda.

En zo op de God van vrede lijken – zichtbaar kind van God zijn.

5. Ik vind het prachtig mooi, de leerling van Jezus die Jezus tekent.

Je ziet iemand voor je die in een gevallen wereld God heeft leren kennen.

Je ziet iemand die verlangt naar Gods rijk.

Iemand die leeft vanuit dat verlangen.

Die net zo wil zijn als Jezus.

In een kapotte wereld zoeken wat goed is. Wat genezing brengt en herstel.

Wat kan ik daarnaar verlangen, om zo te zijn. En jullie?

Wat wordt het hier in de gemeente mooi, als we allemaal zo leven.

En wat is het lastig.

Als ik een idee heb. Ik vind het goed en belangrijk. Ik ben enthousiast. Maar anderen vinden het niks. Ik krijg ze niet mee. En ik merk dat ik boos word. Gekrenkte trots.

Als ik me erger. Als er iets afgesproken is wat ik onzin vind. Onterecht. Als ik de mensen die de afspraak verdedigen niet vertrouw, diep in mijn hart. En ik merk dat ik boos word.

Als ik een beetje oppervlakkig leven wel prima vind. Als ik me afsluit voor mijn pijn.

Voor mijn onrust wegloop. En me maar druk maak om van alles en nog wat. En mijn hart dicht doe.

Als ik iemand irritant vind. En om haar heen loop. En geen zin heb om het anders te doen. Nu even niet, zoek het zelf maar uit.

Als ik rijk wil zijn en me goed voel en zonder probleem over iemand heen kan walsen. Wie doet me wat?

Hoe hebben jullie dat?

Je leeft in een gevallen wereld.

Je was, of bent zelf een gevallen mens.

Tegelijk: Gods rijk komt. Je mag leven vanuit een intens verlangen naar Gods toekomst.

Waar richt jij je dan op: op onze kapotte wereld, of op Gods koninkrijk?

En als het tegenvalt. Wat gebeurt er dan?

Je kunt jezelf tegenvallen – dat overkomt mij nog wel eens.

Je kunt ook tegengewerkt worden.

Daar is Jezus helder over: lees vers 10:

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

En zo gaat het verder in 11-12.

Er is tegenwerking, tegenslag, er zijn tegenvallers.

God en zijn rijk, ze ontmoeten weerstand. Heftige weerstand. Als eerst in ons eigen hart. In het hart van alle mensen. Wereldwijd dus.

Wat voor weerstand ontmoet jij? Ontmoedigt het je?

En ken je de weerstand in je eigen hart? Als je de zaligsprekingen leest, wat zijn dan de momenten dat je denkt: dit is niet voor mij? Dit kan niet? Dit wil ik niet?

6. Maar toch zegt Jezus het: gelukkig als je zo bent, want dan is het koninkrijk van de hemel voor jou. Dit is de weg die Jezus wijst. De weg achter Jezus aan. De weg van het gelijk worden aan Jezus.

Het is niet voor niks dat Jezus ergens anders zegt, in Johannes 3,5:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.

Wie niet opnieuw geboren is, die lukt het niet.

Wie niet opnieuw geboren is, die ziet er misschien ook niks in.

Wie niet opnieuw geboren is, die wordt niet blijvend gelukkig en die zal het rijk van God niet zien.

In de zaligsprekingen wijst Jezus de weg aan mensen die opnieuw geboren zijn, uit water en Geest. Voor de tweede keer geboren, en nu als kinderen van God. Nu als burgers van het koninkrijk van de hemel.

Zij zijn Jezus’ leerlingen.

Zij zijn het zout van de aarde.

Zij zijn het licht van de wereld.

Zij zijn leerlingen van Jezus in een gevallen wereld.

Makkelijk is dat niet. Het is niet de weg van de minste weerstand.

Barmhartig zijn tussen onbarmhartige mensen? Waarom zou ik doen wat niemand anders doet?

Vredestichten? Waarom moet ik altijd degene zijn die de eerste stap zet? Niemand anders doet het?

Honger en dorst hebben naar gerechtigheid? Waarom zou ik mezelf vermoeien met onhaalbare idealen? Laat mij gewoon mezelf zijn.

Gelukkig ben je, als je niet de weg van de minste weerstand gaat.

Gelukkig ben je, als je achter Jezus aan gaat.

En weet dan: wie opnieuw geboren is, die heeft de Heilige Geest gekregen.

Als de Heilige Geest in je woont, dan woont Jezus Christus zelf in je. Dan kun je leven uit zijn volheid.

Jezus, die nederig van hart is. Arm van geest.

Jezus, die treurt om Jeruzalem.

Jezus, die zachtmoedig is.

Jezus, die honger en dorst heeft naar gerechtigheid.

Jezus, die barmhartig is.

Jezus, die zuiver van hart is.

Jezus, die vrede sticht.

Jezus, die vervolgd werd vanwege de gerechtigheid.

Gelukkig ben je in 2011 als je leeft in zijn kracht.

Gelukkig ben je in 2011 als je eerst God zoekt en Gods rijk en Gods gerechtigheid.

Gelukkig ben je in 2011 als Jezus in jou zichtbaar wordt!

Want voor zulke mensen is het koninkrijk van de hemel!