Matteüs 27,37 – Is dat mijn koning?

Hans Burger
Hans Burger
5 april 2007

Matteüs 27,37 – Is dat mijn koning?

image_pdfimage_print

Goede vrijdag

Liturgie

Voorzang Psalm 72:7
Votum / groet
Zingen: Psalm 61: 1, 2, 3
Gebed
Schriftlezing: Matt 27,27-50
Stilte
Zingen Gez 89 (was GK 14): 1,2,3,4
Preek over Matt 27:37
LB 181, 2-5
Gebed
Avondmaalsviering:
Zingen LB 358,1
Formulier 4
Zingen LB 358,2.3
Gebed
Geloofsbelijdenis van Nicea
Zingen LB 358,4.5
Viering
LB 358,6
Dankgebed
Zingen Opwekking 545
Collecte
Zingen LB 294: 1,2 ,3, 6
Zegen

Opmerkingen:

- hierboven is de nummering van het nieuwe Gereformeerd kerkboek gevolgd.

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig:hansburger@filternet.nl

Preek over Matteüs 27,37 – is dat mijn koning?

1. Daar hangt hij dan – die koning. ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij’ had hij geroepen. In het begin had je nog wel eens gedacht dat hij wat was. Je had soms gedacht: zou hij inderdaad de messias zijn, de koning, de zoon van David? Bijzonder was hij beslist. Die genezing vergeet je nooit weer. Een man die niet kon lopen. Zo’n stinkende bedelaar – hij liep weer. Nee echt, het is geen grap – hij kon niet lopen, maar die Jezus trok hem overeind, en hij liep.

Maar nu wist je wel beter – wat een slapjanus. ‘Anderen heb je gered – kun je jezelf niet redden?’ Wat een messias… Je kunt jezelf ook overschatten. Natuurlijk, Jezus was bijzonder. Zo’n man als hij, die zie je niet elke dag. Hij zei mooie dingen. Hij had zieken genezen.

Maar het was hem in de bol geschoten. Zoon van God, wilde hij zijn. Wat een pretenties – op een ezeltje jezelf laten toejuichen alsof je de beloofde koning bent. Dat is vragen om moeilijkheden. Wat een zelfoverschatting, vind je niet?

Het is een mooie grap van de prefect – dat bordje op het kruis. ‘Jezus, de koning van de Joden’. Die Pilatus is trouwens ook een slapjanus, waait met alle winden mee. Je handen wassen in onschuld en dan toch die Jezus kruisigen als een politiek gevaar. Pilatus zag natuurlijk ook wel in dat die Jezus nooit echt gevaarlijk kon zijn. Maar juist daarom was dat bordje zo’n goeie grap ‘Jezus, de koning van de Joden.’ Net zoals die kroon van dorens.

Hé mooie koning, waar blijf je nou met al je verhalen over het koninkrijk van God? De mensen ergens lekker mee maken, mooie wonderen doen. Daar hang je nou. Kom maar van dat kruis af – dat zal nog es een mooi wonder zijn. Hoewel je gruwt van het gekreun, van de krampstuipen die door het naakte lijf trekken, moet je er toch om lachen. Een koning, een messias, een zoon van God – wat een grap.

Ja, je lacht. Maar volgens mij sta je je ook op te winden. Je maakt je kwaad op die Jezus, met z’n mooie praatjes. Zijn zelfoverschatting irriteert je. Natuurlijk, je bent te beschaafd om zelf met steentjes te gooien, zoals die jochies daar doen. Maar het klopt toch? Je staat je op te winden…

Daar hangt hij dan – een bespotte koning.

2. Een mislukte koning, die sterft als een slaaf.

Als er iets duidelijk was voor iedereen, Joden en Romeinen, dan was het dit: Jezus was als koning-in-spé volstrekt mislukt.

Ga maar na, wie werden er gekruisigd? Rovers, slaven die moeilijk gingen doen, opstandelingen. Mensen die een gevaar vormden voor de politieke orde, maar dan vooral arme sloebers, het gepeupel. Als je uit een belangrijke Romeinse familie kwam, zou je niet snel gekruisigd worden. Natuurlijk, het getuigt van lef als je probeerde je tegen de Romeinen te verzetten, koning wilde worden los van de keizer van Rome. Maar als je dan gekruisigd werd was het ook volstrekt helder: Rome maakt de dienst uit. Jezus werd ervan beschuldigd dat hij het volk in opstand wilde brengen. Pilatus was er niet echt van overtuigd, maar alla, een doodstraf meer of minder maakt niet uit. Deze ongevaarlijke man werd geëxecuteerd als opstandeling, als de volgende revolutionair die door armoede gedreven zich probeerde te verzetten tegen Rome’s oppermacht. Op een gruwelijke manier, de meest wrede vorm van doodstraf. Zo’n slavendood sterven – dan ben je als koning mislukt. Jezus is een mislukkeling.

Kun je dat wel zeggen – is dat niet oneerbiedig? Jezus wist toch dat hij zou sterven, hij was toch Gods Zoon, naar de aarde gestuurd om voor ons te sterven?

Zeg dat niet te snel. Vraag het een Israëliet die erbij was. Was Jezus de Zoon van God?Als er voor een Jood iets duidelijk was, dan was het dit: wie opgehangen wordt aan een kruis, die is geen Zoon van God. Als je daar hangt, dan ben je door God in steek gelaten. Dan ben je een gevloekte. Uitgekotst door de mensen, maar ook door God verworpen. Als je daar hangt, dan ben je in elk geval geen Messias. Als er iets absurd is, dan is het een gezalfde die tegelijk een vervloekte is.

Heel lang was het onduidelijk geweest – was Jezus nu iets, of niet? Was hij een profeet, of meer dan dat, misschien wel de beloofde Zoon van David, de Messias? Of was hij bezeten, een gek, een krankzinnige? Nu wist iedereen het: dit was een gestoorde godsdienstwaanzinnige. Denken dat je koning bent, zoon van God, messias, maar aan het kruis belanden – dan ben je als koning volstrekt mislukt.

3. Hier wordt zichtbaar dat we zo’n koning niet willen.

Joden, Romeinen, Grieken, Moslims, Nederlanders of wie ook maar – zo’n koning hoeven we niet. Iemand met zulke hoge pretenties, die zich zo te pakken laat nemen. Koning willen zijn, maar dan zonder enig verzet je laten arresteren – dan verdien je het om gekruisigd te worden. Een koning die zich laat arresteren, die met zich laat sollen, die niet wil dat anderen voor hem vechten – dat kan toch niets zijn?

Zo kijken mensen tegen Jezus aan. Wij willen een indrukwekkende koning. Wij willen een koning die in onze kaders past. Iemand die de wereld verbetert. We willen een sterke man, of iemand met een sociaal hart. Een politicus die de problemen aanpakt. Die al die slappe ambtenaren, managers, politici, en ministers in Den Haag eens laat zien dat het allemaal anders moet, beter kan.

Maar wil je een koning als Jezus? Jezus wijst niet naar de anderen, Jezus wijst naar jou en naar mij. Hij is geen koning bij wie ik in het gevlei kan komen, maar die door mijn pretenties heen prikt.

Een koning die de diepste problemen blootlegt en me met mezelf confronteert.Jezus belooft ons veiligheid, maar pakt ons onze afgoden af. Jezus laat zien dat God een liefdevolle Vader is, maar legt ook de vinger op ons wantrouwen. Wij vertrouwen God niet en kunnen ons niet aan hem overgeven. Wij willen best goed leven, maar volmaakte liefde… Hoe meer deze koning ons dicht op de huid komt te zitten, hoe feller ons verzet.

Wil je een koning als Jezus?

Wij zijn het kruis als een mooi symbool gaan zien. Maar hoor je er nog de aanklacht in – wij mensen hebben de koning van God gedood. Wij mensen – opstandelingen zijn we. Herken je dat?

Als het kruis iets laat zien, is het dat Jezus ons irriteert. Als het kruis iets laat zien is het dit: God is irritant. Gods koning willen we niet. Wij hebben hem gedood. Wat zijn wij voor mensen? Wat zit er diep in ons een minachting voor God. Wat kunnen we om ons heen gaan slaan wanneer we met onze diepste zwaktes geconfronteerd worden. De filosoof Nietzsche vertelde het verhaal over de dwaas die rondliep en riep: we hebben God gedood. Een christen weet dat Nietzsche ten diepte gelijk had: wij hebben Jezus gekruisigd. Wij wilden Gods koning niet. Wij hebben God gedood. Dit is onze zonde: dat we Jezus Christus niet wilden.

Het kruis laat zien, dat wij zo’n koning niet willen.

4. Terwijl hij een koning is die voor zijn onderdanen sterft. Jezus, de koning, de Messias, de Zoon van God – hij zelf is er ook nog.

Een koning? Een bespotte koning, een mislukte koning, een verworpen koning. Dat is hij. Dat wilde hij zijn. Een mislukkeling, slachtoffer van onrecht en pesterijen, een godslasteraar, een opstandeling, uitgekotst door de mensen, verlaten door God, een gevloekte.

In Hem werd God één van ons. Zo kwam God bij ons mensen – gepeste mensen, mislukte mensen, uitgekotste mensen. Mensen die lijden. Beschadigd, mislukt, vloekend, opstandig. Zondige mensen. Mensen onder een vloek.

Maar niet zomaar. God kwam in Christus niet bij ons om samen met ons onder te gaan in de dood. Jezus Christus kwam om echt onze koning te zijn. Een koning die naast zijn onderdanen komt staan. Een koning die ons bestaan draagt.

Een koning die ons op zijn rug neemt. Hij draagt ons allemaal op zijn rug. En dus staat hij helemaal onderop. In het diepste van de modder en ellende waar wij in zitten. Daar gaat hij staan. Daar tilt hij ons op. En vandaar neemt Hij ons mee. Weg uit die modder, die zooi van mislukking, weg uit de zonde. Hij draagt ons bestaan daar weg en brengt ons ergens anders. In het rijk van Gods vrede.

Jezus is de koning die ons in Gods koninkrijk brengt. Zijn dood vormt een dikke streep onder de inzet van zijn optreden: ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij’. Zijn dood laat ons zien wie we zijn: mislukte mensen, slaven van de zonde, zondaren op wie Gods vloek rust. Zijn dood is een aanklacht tegen onszelf: wij hebben hem gedood. Wij willen Gods rijk helemaal niet. We willen Gods koning niet. We willen God niet.

Hoor je dat in het kruis van Golgotha: Een aanklacht vanwege jouw onrecht, jouw opstand tegen God?Hoor je de oproep: kom tot inkeer?

Als je dat hoort, dan is het ook zijn kruis dat ons in het koninkrijk brengt. Alleen dankzij Jezus’ dood is het koninkrijk van de hemel ook werkelijk nabij. Alleen dankzij Jezus’ dood kunnen we gehoor geven aan Jezus’ oproep: kom tot inkeer, want het koninkrijk is nabij. Alleen omdat Jezus onze koning is, zijn we er diep van overtuigd dat we in Gods rijk zullen komen.

Geloof dat Jezus jouw koning is, die voor jou is gestorven en de losprijs voor je leven heeft betaald. Begin een nieuw leven omdat het koninkrijk nabij is.Geloof in Hem – de koning die ons brengt in Gods koninkrijk.