Matteüs 26:36-46 – Getsemane I: Jezus’ doodsangst om mijn zonde

Mark Veurink
Mark Veurink
3 maart 2013

Matteüs 26:36-46 – Getsemane I: Jezus’ doodsangst om mijn zonde

image_pdfimage_print

Liturgie

Zingen: GKB Gezang 89 : 1 (Jezus, leven van mijn leven)

Stil gebed

Votum en vredegroet

Zingen: Opwekking 407 (O, Heer mijn God)

Lezen wet

Zingen: LvK Lied 183 : 1, 3 en 7 (O hoofd vol bloed en wonden)

Gebed

Kinderen naar club

Lezen: Matteüs 26 : 36 – 46

Zingen: Psalm 75 : 1, 3 en 5

Preek

Luisterlied: Gethsemane door Kees Kraaijenoord

Kinderen terug

Kinderlied: GKB Gezang 4

Gebed

Collecte

Zingen: Psalm 23 : 1 en 3

Zegen

Preek: Jezus’ doodsangst om mijn zonde

Doodsangst

dia 1 – slang

Ik denk dat iedereen wel weet wat het is om bang te zijn.

Dat kan om de meest onbenullige dingen zijn.

Zo was ik vroeger bang dat er een slang onder mijn bed zat.

Grote onzin natuurlijk, ik fantaseerde gewoon te veel.

De oplossing was trouwens ook simpel:

mijn overoma maakte knuffelbeesten,

en ze had ook een slang gemaakt.

Die legde ik onder mijn bed, en dan kon ik rustig slapen.

dia 2 – hond

Om nog even in de beesten te blijven:

ik ben ook bang voor honden, vooral als ze speels zijn.

Als een hond op mij afstormt,

gaat mijn hart tekeer en begin ik te zweten.

dia 3 – zwart

Ach, om dit soort angsten kun je maar het beste lachen.

Er zijn heftigere dingen om bang voor te zijn.

Angst om alleen te zijn,

angst om wat anderen van je vinden,

angst dat iemand je geheim ontdekt,

angst om te sterven.

Het kan zelfs zijn dat je hele leven in het teken van angst staat.

Dat je steeds het gevoel hebt dat je keel wordt dichtgeknepen.

Dat je het niet aankunt.

dia 4 – Jezus’ doodsangst

In de olijfgaard Getsemane is Jezus bang.

Jezus staat doodsangsten uit.

Nog nooit is er iemand zo bang geweest als Jezus daar is,

en ook onze grootste angsten vallen hierbij in het niet.

dia 5 – Socrates

Is Jezus dan zo’n zwakkeling?

Ik bedoel, er zijn wel meer grootheden uit de geschiedenis

gewelddadig om het leven gekomen.

De Griekse filosoof Socrates is ter dood veroordeeld

en kreeg een beker vol gif om te drinken.

Maar hij dronk het dapper, alsof het limonade was.

dia 6 – graf

Jezus heeft ook wel het imago dat hij nergens bang voor is.

Niet bang om heilige huisjes van de Farizeeën omver te schoppen, in ieder geval.

Jezus slingert grove beledigingen naar hun hoofd,

hij zegt bijvoorbeeld dat ze op witgepleisterde graven lijken.

Ook al weet hij dat ze hem uit de weg willen ruimen.

Blijkbaar is Jezus niet bang aangelegd.

dia 7 – Jezus’ doodsangst

Maar in Getsemane is het een heel ander verhaal.

Die sterke Jezus, van wie vriend en vijand onder de indruk waren,

is doodsbenauwd.

Met lood in zijn schoenen gaat hij de olijfgaard binnen,

want hij weet wat er zal gebeuren.

Zijn drie beste vrienden neemt hij mee,

om hem te steunen.

Maar de vrienden vallen in slaap.

Op dit moment van onmenselijke angst staat Jezus er alleen voor.

Hij valt op zijn knieën.

En hij bidt, wanhopig:

‘Abba, Vader,

ik wil dit niet, ik durf het niet, ik kan het niet aan.

Ik ben bang, ik ben dodelijk bedroefd,

Heer, moet het echt?

Kan het echt niet anders?

Waarom God, waarom?

Alstublieft, laat deze beker aan mij voorbij gaan.

Ik smeek het u.’

De angst klemt zijn keel dicht,

tranen vloeien onophoudelijk,

zijn lichaam schokt.

Alsof zijn hart stilstaat.

Jezus is geen sterke held die zijn sterven dapper onder ogen ziet.

Dit is Jezus op zijn zwakst.

Jezus die worstelt, die zoekt naar manieren om er onderuit te komen.

Het is Jezus in doodsangst.

2.Angst voor Gods oordeel

dia 8 – om Gods oordeel

Maar waarom?

Waarom is Jezus zo extreem bang?

Waarom vraagt Jezus of de beker aan hem voorbij mag gaan,

en drinkt hij die beker niet dapper, als limonade?

Het punt is dat Jezus niet perse bang is voor zijn dood.

Hij is niet bang voor al die gruwelijke martelingen die hij zal ondergaan.

Hij is niet bang voor de spijkers door zijn polsen heen.

Hij is niet bang voor het geweld dat mensen tegen hem zullen gebruiken.

Jezus is bang voor God!

dia 9 – beker

Daarom heeft Jezus het ook over die beker.

Hij weet ook wel dat hij niet zal sterven door gif te drinken.

De beker die Jezus niet durft te drinken,

is niet een beker van wat mensen hem aan zullen doen.

Het is de beker van Gods woede.

De beker waarover we net hebben gezongen in Psalm 75:

God heeft een beker waaruit de goddelozen moeten drinken.

dia 10 – Jer 25

Op verschillende plaatsen in het O.T. komt deze beker terug.

In Jeremia 25,15-16 staat:

‘De Heer, de God van Israël, zei tegen mij:

“neem deze beker van mij aan en laat daaruit alle volken waarheen ik je zend

de wijn van mijn woede drinken.

Als ze die drinken, worden ze dronken van angst voor het zwaard dat ik op hen afstuur.”’

De beker waaruit Jezus moet drinken,

is de beker van Gods woede, van Gods oordeel.

dia 11 – Jes 51

Een ander voorbeeld is Jesaja 51,17:

‘De Heer heeft je laten drinken uit de beker van zijn toorn;

je hebt uit die kelk gedronken, de beker die je zo heeft bedwelmd

tot de bodem leeggedronken.’

Het gaat dus over de beker van Gods toorn.

dia 12 – angst voor de beker

Jezus is doodsbenauwd,

maar niet voor wat mensen hem zullen aandoen.

Hij weet dat hij wordt gearresteerd, een oneerlijk proces krijgt,

ter dood wordt veroordeeld en gekruisigd wordt.

Hij weet ook dat zijn vrienden hem in de steek zullen laten.

Maar dat zijn niet de dingen waar Jezus bang voor is.

Jezus is bang voor de beker van Gods toorn.

dia 13 – verlaten door God

Jezus krijgt de woede van God over zich heen.

En die woede is niet dat Jezus allemaal lichamelijk geweld te verduren krijgt.

Ja, dat hoort er ook bij.

Maar het belangrijkste is dat God zich terugtrekt van Jezus.

Dat God zegt: ‘ik wil niets meer met je te maken hebben,

ik ken je niet, verdwijn uit mijn ogen.’

Jezus wordt door God verlaten.

Dit is schokkend: God kan woest zijn.

En als God woedend is, berg je dan maar!

Als geen ander kent Jezus de Vader,

als geen ander kent hij de gevolgen van zijn woede.

Als geen ander weet hij dat dat met recht reden is om doodsbenauwd te zijn.

Als God zijn handen terugtrekt, blijft er dood en haat achter.

Wordt het leven een grote hel.

3.Om mijn zonde

dia 14 – woedend om mijn zonde

Jezus is dus bang om de woede van de Vader.

Een heel logische vervolgvraag is dan:

waarom is de Vader zo boos op Jezus?

Wat had Jezus misdaan?

Had hij God beledigd of bedrogen?

Nee, niet dus.

Jezus heeft niets misdaan.

Jezus is het probleem niet.

Wij zijn het probleem, ik ben het probleem.

De Vader is woedend op Jezus om mij, om mijn zonde.

dia 15 – schokkend

Voor christenen klinkt dat heel bekend.

‘Jezus is gestorven voor onze zonden.’

Maar het wordt zo gemakkelijk een leeg zinnetje.

Een zin die betekent dat God van je houdt.

Maar het schokkende hoor je niet meer.

Jezus is gestorven voor mijn zonden.

Dat betekent dat God woedend op mij was.

In mijn plaats heeft Jezus die woede gedragen.

En Jezus was er doodsbang voor!

Het is alsof hij in Getsemane bidt:

‘Vader, ik ben bang voor u,

ik ben bang voor uw woede om wat Mark Veurink gedaan heeft.

Heer, kan die beker aan mij voorbij gaan?’

En vul ook je eigen naam maar in.

Die doodsangst van Jezus in Getsemane,

die zet mij op mijn plek.

Het is niet zo dat ik best goed leef,

dat God tevreden over mij kan zijn.

Voor trots is geen plaats.

dia 16 – krul en kruis

Ik denk dat dit een van de moeilijkste stukjes van het christelijk geloof is.

Volgens mij kent iedereen wel de neiging om te denken dat het allemaal wel meevalt.

Hoezo ben ik zondig?

Ja, natuurlijk, ik maak wel eens fouten,

ik ben soms onvriendelijk en behandel mensen wel eens onrechtvaardig,

maar dat zijn uitzonderingen.

Gemiddeld genomen ben ik goed voor anderen.

Heb ik respect voor mensen en laat ze in hun waarde.

Hoezo ben ik slecht?

dia 17 – muurtje

Christenen hebben dit soort vragen net zo goed als niet-christenen.

Zo gek is dat niet.

Ik betrap mijzelf er ook op, dat ik wel tevreden ben over hoe ik leef.

Ik denk dat dat veel te maken heeft met dat we graag positief willen denken.

Wie wil nu van zichzelf zeggen dat hij slecht is?

En dan is zeggen nog heel gemakkelijk.

Maar wie wil nu elke dag de diepe pijn voelen van hoe slecht hij is?

Ik denk dat we onszelf daar gewoon tegen beschermen.

dia 18 – zonde en genade

Maar: als je niet zondig bent, heb je Jezus ook niet nodig.

Is genade grote onzin.

Zou Jezus in Getsemane niet zo bang hoeven te zijn.

dia 19 – zonde ontdekken door verdiepen in God

Hij is dat wel, want zonde is een groot probleem.

Ik wil twee dingen noemen die belangrijk zijn om je zonde te ontdekken.

Het eerste: verdiep je in wie God is en wie Jezus is.

Hoe meer je Jezus leert kennen, die het Licht is,

zie je ook hoe donker het in je eigen leven is.

God is perfect, volmaakt.

En hij wil dat wij perfect en volmaakt zijn.

Alles wat dat niet is, is zonde.

dia 20 – niet relativeren

Het tweede is wat concreter: relativeer niet.

Als ik op facebook zit te treuzelen

omdat ik geen zin heb om Hanneke te helpen met de afwas,

dan is dat zonde!

Dat iedereen dat soort dingen doet, dat maakt niet uit.

God wil niet dat je je netjes aan paar regels houdt,

hij wil dat je volledig toegewijd bent aan hem en aan je naaste.

Alles waarin die toewijding niet volledig is, is zonde.

God haat dat.

We zitten midden in de 40 dagen voor Pasen

en volgende week willen we het avondmaal vieren

Dat is een goede tijd om eens naar jezelf te kijken.

Om (weer) te ontdekken hoe zondig je bent.

Het kan helemaal geen kwaad om daar eens misselijk van te worden.

Om een klein beetje van die angst van Jezus te ervaren.

4.Te groot voor mij

dia 21 – te heftig

Ik zeg expres ‘een klein beetje van die angst’.

Want zo bang als Jezus was, dat kunnen wij niet meemaken.

Dat is te groot, te heftig.

Kijk maar naar de leerlingen.

Jezus heeft drie van zijn leerlingen,

zijn drie beste vrienden,

meegenomen, om samen met hem te bidden.

Nu Jezus zo angstig is, heeft hij de ondersteuning van zijn vrienden nodig.

Vrienden kunnen troost geven.

Vrienden kunnen ervoor zorgen dat je er niet alleen voor staat.

Kunnen een stukje van je angst dragen.

Die vrienden van Jezus dus niet.

Die vallen in slaap.

En dan kun je denken:

‘ach, het is laat op de avond, ze hebben die dag veel gedaan,

ze zijn gewoon moe.’

Maar de vrienden van Jezus, die waren wel wat gewend.

Ze waren vissers, en waren dus ook vaak ’s nachts aan het werk.

Echt geen mannen die in slaap vallen zodra het donker wordt.

dia 22 – slaap beschermt

Het probleem is iets anders.

Die vrienden van Jezus kunnen gewoon niet bevatten wat er gebeurt.

Die angst van Jezus is zo groot, daar kunnen ze helemaal niet in delen.

Jezus’ vrienden zijn zo verdrietig, dat ze in slaap vallen.

Dit kunnen ze gewoon niet aan.

De slaap beschermt hen tegen de heftige emoties.

Ik herken mijzelf er wel in.

Als ik goed stilsta bij de angst die Jezus ervaart,

als ik iets van die misselijkheid om mijn eigen zonde voel,

dan dwaal ik ook heel snel weer af.

Dat is zo heftig, dat ik mijzelf er onbewust tegen bescherm.

Wat daar in Getsemane gebeurt, is te groot voor mij.

Dus val ik ook in slaap.

Besef ik nauwelijks hoe hard Jezus hier vecht voor mij.

Want dat kan ik niet aan.

dia 23 – aansporing om te bidden

Jezus veroordeelt zijn vrienden niet.

Hij zegt niet:

‘Als zelfs jullie al niet met mij wakker kunnen blijven

om mij te helpen in mijn doodstrijd,

dan geef ik het op!

Voor mensen die zo ongeïnteresseerd met mijn angst omgaan,

wil ik mijn leven niet geven!’

Nee, Jezus gaat door.

En hij spoort zijn vrienden aan: blijf wakker en bid.

dia 24 – in plaats van te doen

Bidden, dat is wat de vrienden moeten doen.

En dat ligt ze niet zo goed.

Neem nou Petrus.

Nog op diezelfde avond had Petrus gezegd:

‘misschien zal iedereen u afvallen, maar ik nooit!

Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooit.’

Petrus wil graag vechten.

Petrus wil alles wel voor Jezus doen.

Maar hij gaat te snel.

Hij wil zijn vuisten gebruiken en voor Jezus opkomen.

Misschien wel om de pijn niet te hoeven voelen,

van dat Jezus zijn leven ook voor hem gaat geven.

Allerlei dingen doen voor God, voor de kerk,

dat kan zomaar een beschermingsmechanisme worden.

Ik ben ook zo iemand die niet stil kan zitten om eens uitgebreid na te denken.

Geef mij alsjeblieft wat te doen.

Een uur stille tijd nemen, ik zou het niet kunnen.

Na 10 minuten zit ik al te bedenken hoe ik die tijd nuttiger kan besteden.

Tot je laten doordringen hoe Jezus voor je vecht,

hoe groot zijn liefde wel niet moet zijn,

dat kan alleen door te bidden.

Te bidden om niet in slaap te vallen, niet af te dwalen.

Te bidden om niet te vluchten voor wat je eigenlijk niet wilt zien.

Alleen dan kun je iets beseffen van die pijn die Jezus ervaart om jouw zonde.

5.Beslissend moment

dia 25 – het beslissende moment

Jezus is doodsbenauwd.

Maar aan het einde is er wel wat veranderd.

Hij is kalm geworden, hij heeft vrede gevonden.

Als het zover is, zegt hij rustig:

‘laten we gaan, hij die mij uitlevert is al vlakbij.’

Er is geen spoor van verzet meer te vinden.

Wat is er gebeurd?

Het gebed van Jezus of de beker aan hem voorbij mag gaan,

is niet zozeer een vraag aan God,

maar veel meer een worsteling.

In theorie was het zelfs mogelijk dat Jezus zei:

‘Vader, dit is te zwaar voor mij, ik doe het niet.’

dia 26 – Jezus wint de strijd

Jezus ziet het niet zitten,

en de duivel probeert hem te verleiden.

Zoals de duivel al eerder heeft gedaan tijdens de verzoeking in de woestijn.

Jezus wordt aangevochten,

en daarom gaat hij in gesprek met zijn Vader.

Hij worstelt: ‘kan ik dit wel, wil ik dit wel?

Is het echt nodig?

Heb ik dit voor de mensheid over?’

Jezus is in gevecht,

en het is het beslissende gevecht.

Hier, in Getsemane, wordt de Jezus’ strijd voor ons gewonnen.

Natuurlijk, daarna gebeurt er nog van alles.

Jezus moet nog gekruisigd worden.

God zelf zal hem verlaten.

Maar in Getsemane wint Jezus al.

Zijn hart vindt rust in gesprek met de Vader.

Jezus besluit zich niet te verzetten.

Zijn hart vecht niet langer, maar laat het allemaal gebeuren.

Wat de Vader wil, dat moet gebeuren.

En daarmee gebruikt Jezus dezelfde woorden

als hij zijn leerlingen heeft leren bidden:

‘laat uw wil gedaan worden.’

In Getsemane kiest Jezus voor ons.

Heel zijn lichaam schreeuwt: doe het niet!

Maar Jezus weet dat er meer is.

Het gaat niet om zijn verlangen van dat moment.

Het is altijd zijn doel geweest om mensen te redden.

Dat doel kan hij niet aan de kant zetten.

De prijs is hoog, maar Jezus kijkt verder.

En zo is de hele mensheid die in slaap valt

overgeleverd aan hem die wel bidt.

Hij bidt of de beker aan hem voorbij mag gaan,

maar hij vindt kracht om die beker te drinken.

En dat geeft hoop.

dia 27 – de andere beker

Ik hoef die beker van Gods woede niet te drinken,

want er is een andere beker.

Over die beker zegt Jezus:

‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.’

Uit die beker mogen we volgende week samen drinken.

Jezus drinkt de beker van Gods woede tot de laatste druppel leeg.

Dat vieren we aan het avondmaal.

Want zo groot is zijn liefde.

Amen.