Matteüs 20:15b – Gods koninkrijk, gulheid zonder grenzen

Mark Veurink
Mark Veurink
20 januari 2013

Matteüs 20:15b – Gods koninkrijk, gulheid zonder grenzen

image_pdfimage_print

Dit is een preek in het kader van ons jaarthema, ‘uitdelen van Gods liefde’. Hierbij is een Samen Groei-en, een blad met verwerkingsvragen, beschikbaar.

Liturgie

Zingen: LvK Lied 434 : 1 en 2 (Lof zij de Heer, de almachtige Koning)

Votum en vredegroet

Zingen: LvK Lied 434 : 3, 4 en 5

Gebed

Kinderen naar kinderclub

Lezen: Matteüs 20 : 1 – 16

Zingen: LvK Lied 70 : 1, 2, 4 en 5 (De laatsten worden de eersten)

Preek over Matteüs 20 : 15b

Zingen: Psalm 118 : 1, 8 en 10

Kinderen terug

Kinderlied:

Lezen van de wet

Zingen: Psalm 119 : 42 en 44

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 167 : 1, 2 en 3 (Samen in de naam van Jezus)

Zegen

Preek: Gods koninkrijk, gulheid zonder grenzen

dia 1 – zwart

Laat ik het gewoon maar eens zeggen:

God is een waardeloze econoom.

Nee, niet dat ik zo veel van economie weet,

ik moet het ook maar doen met mijn middelbare school kennis,

maar dit lijkt me gewoon duidelijk:

God is een waardeloze econoom.

God is zoals die landheer uit het verhaal van Jezus.

Een landheer die de economie om zeep helpt.

Wat hij doet, iedereen hetzelfde betalen,

of ze nu 12 uur in de brandende zon hebben gewerkt,

of heerlijk hebben uitgeslapen, een kroegje hebben bezocht,

en daarna nog een uurtje hebben bijgeklust,

dat kan hij echt maar een keer doen.

Stel je even voor:

je hebt een baan en je zet je er met hart en ziel voor in.

’s Morgens gaat je wekker al om 5:30,

maar zonder mopperen ga je naar je werk.

Het werk is zwaar, en aan het einde van de dag ben je gesloopt.

En dan haalt je baas het opeens in zijn hoofd

om een uur voor sluitingstijd nog iemand aan te nemen.

Alleen maar voor dat laatste uurtje.

Maar ja, die nieuweling weet natuurlijk niet wat er moet gebeuren,

dus jij moet hem maar even inwerken.

Samen doen jullie in dat laatste uur minder

dan je anders in je eentje had gedaan.

Ik kan me al voorstellen dat je je dan een beetje genept voelt.

Heeft je baas wel waardering voor jouw werk?

Ziet hij dan niet in dat hij het beter aan jou over kan laten?

Maar het wordt nog erger.

Voor dat ene uurtje ingewerkt worden,

krijgt die ander net zo veel als waar jij je de hele dag voor hebt ingezet.

Het is oneerlijk!

Wat doe je, als je zo’n baas hebt?

Ik wist het wel:

als het toch niet uitmaakt of ik de hele dag werk,

of pas halverwege de middag kom opdagen,

dan neem ik voortaan ook ’s morgens vrij.

Als iedereen hetzelfde verdient,

en het niet uitmaakt wat je daarvoor doet,

wie is er dan nog zo gek om hard te werken?

Laat anderen dat maar opknappen, jij krijgt je geld toch wel.

Je bent vast de enige niet die zo denkt.

Ik bedoel, we zijn allemaal mensen,

en allemaal vinden we het mooi om zo’n voordeeltje te krijgen.

Wie slooft zich nu uit, als het geld toch in je schoot wordt geworpen?

Zo werkt het in de economie.

De economie van Gods koninkrijk is heel anders.

Oneerlijk.

Gods gulheid kent geen grenzen.

1.Zet Gods goedheid kwaad bloed?

dia 2: zet Gods goedheid kwaad bloed?

Ik kan me die reactie van die mensen

die de hele dag in de wijngaard hebben gewerkt, goed voorstellen!

Wat een oneerlijke landheer is dat!

Ik zou ook mijn beklag doen.

Het is zo onrechtvaardig.

Ik houd daar gewoon een boos gevoel aan over.

En ik denk dat de meeste mensen dat wel met mij mee kunnen voelen.

Zo ga je niet met je personeel om.

Het gekke is dat als je die gelijkenis gaat toepassen,

het opeens veel minder schokkend wordt.

In de gelijkenis zijn drie hoofdpersonen:

de landheer, de eerste werkers en de laatste werkers.

Die landheer kun je vergelijken met God,

dus je houdt nog de eerste en laatste werkers over.

De vraag is dan nog: wie is wie?

dia 3: Joden en heidenen

Het bijbelboek Matteüs is in eerste instantie voor Joden geschreven.

Bij hen zal deze gelijkenis best hard zijn aangekomen.

Zij waren het uitverkoren volk van God,

zij verwachtten dat God een bijzondere positie voor hen in petto had.

Zij hoorden als eerste bij God, en wat hen betreft ook als enigen.

En wilde een buitenlander toch bij God horen,

dan moest hij zich maar in alles als een Jood gedragen.

Deze gelijkenis is voor hen shockerend.

God wil niet alleen Joden, maar ook heidenen in zijn koninkrijk verwelkomen.

Deze heidenen, zij zijn de laatsten uit de gelijkenis,

krijgen van God vervolgens ook nog precies hetzelfde.

Er is geen voorkeursbehandeling voor mensen uit het Joodse volk.

Sterker nog: de eersten worden de laatsten.

Ja, bij de Joden zet dit kwaad bloed.

De meesten van ons hebben geen Joods bloed,

en daarom mogen we blij zijn met dit verhaal.

Bij God sta je niet op een achterstand omdat je geen Jood bent.

dia 4: ervaren en nieuwe christenen

Maar toch…

Dan wordt de gelijkenis wel heel makkelijk.

Inmiddels zijn we een kleine 2000 jaar verder,

maar God is nog niet verandert.

Nog altijd wil hij met zijn liefde over grenzen heen.

Ook over de grenzen van de kerk.

De eersten van nu, dat zijn de mensen die al jaren bij de kerk horen.

Mensen zoals ik.

Terwijl de laatsten van nu

die mensen zijn die net tot geloof zijn gekomen.

God wil steeds nieuwe mensen erbij trekken.

Ik vind dat alleen maar mooi!

Het is toch fantastisch dat God zijn liefde steeds verder wil uitdelen?!

Het komt niet in mij op om daar boos over te worden,

terwijl ik die gelijkenis toch echt heel oneerlijk vind…

Zet het kwaad bloed dat God goed is?

Dat genade oneerlijk is?

Ik denk dat het helpt om eens wat beter naar die laatsten te kijken.

2.God is niet selectief

dia 5: niet selectief

Wie zijn zij, die werkers van het laatste uur?

Je kunt daar hele discussies over houden,

maar een ding is heel duidelijk:

het waren nou niet bepaald de beste werknemers.

Niemand wilde deze mensen in dienst nemen,

en dat zal wel een reden hebben.

Misschien waren ze onbetrouwbaar,

of misschien stonden ze bekend als mensen

die vinden dat je na elk kwartier werken drie kwartier pauze nodig hebt…

Volgens sommige mensen die er verstand van hebben,

kun je het verhaal zelfs zo opvatten

dat die laatsten er de rest van de dag helemaal niet hebben gestaan.

Ze hebben eerst lekker uitgeslapen,

en daarna wat rondgestruind in de stad,

in de hoop dat er ergens wat lol te beleven was met een opstandje ofzo…

Pas daarna zijn ze naar het marktplein gekomen.

Hoe je het verhaal ook uitlegt,

het is duidelijk dat die laatsten geen modelarbeiders waren.

Het was het soort mensen

waar elke werkgever met een grote boog omheen liep.

Net zoals die landheer is God niet selectief.

Hij zoekt niet de beste mensen uit.

Als je bij God wilt beginnen, dan kan dat, vandaag nog.

Bij God zijn geen sollicitatieprocedures waar je afgekeurd kunt worden.

God maakt geen onderscheid in aan wie hij zijn liefde wil uitdelen.

Dat is goed nieuws,

voor als je jezelf niet goed genoeg vindt voor God.

Als je jezelf ziet als zo’n laatste,

die een puinhoop van zijn leven heeft gemaakt.

God wil je in zijn koninkrijk verwelkomen,

en niet eens als tweederangs lid.

Als God deze laatsten wil ontvangen,

dan mogen christenen, dan mag de kerk niet achterblijven.

Natuurlijk, we zullen nooit zeggen dat mensen niet welkom zijn in de kerk.

Maar het kan wel in de lucht hangen:

mensen kunnen zich tweederangs voelen door onze houding.

Of mensen voelen zich juist bij ons thuis,

omdat we ons niet beter voelen.

Ik zou willen dat het anders was,

maar voor veel mensen is de drempel naar de kerk heel hoog.

De angst om te worden veroordeeld, speelt daarin een rol.

Laten we de laatsten ontvangen

met gastvrijheid, liefde en genade.

Zoals God hen ook het volle pond geeft.

Ik ga nog een stapje verder.

Gods liefde gaat over grenzen heen.

Met wie wil je Gods liefde delen?

Het is nog betrekkelijk gemakkelijk om het evangelie te delen

met mensen tussen wie je je thuis voelt.

Maar durf je zelf ook over grenzen heen,

door uit te delen aan mensen die je uit jezelf zou ontwijken?

3.God geeft ruimte voor de laatsten

dia 6: God geeft ruimte

In die gelijkenis mogen de laatsten van geluk spreken

dat ze toch nog in de wijngaard mogen werken.

Die landheer is gek, dat hij zulke mensen aanneemt.

Het zijn niet de beste mensen, die God erbij wil hebben.

Dat kan kwaad bloed zetten.

Er is nog iets anders.

Die laatste werknemers, worden niet opeens de beste werknemers.

In de gelijkenis staat niet wat ze moesten doen,

maar ik stel me zo voor dat ze druiven moesten plukken.

De andere werknemers hadden dat de hele dag al gedaan,

en hadden er zo handigheid in gekregen.

Die laatsten moeten het nog leren.

Het zal dus niet heel snel zijn gegaan.

Voor die landheer maakt het niet uit.

Hij gaat niet tellen hoe veel ze hebben geplukt,

dat ze voor hem hebben gewerkt, is genoeg.

Dit heeft te maken met verwachtingspatronen.

De landheer heeft geen grootse verwachtingen van die laatsten.

Zij zijn beginners in de wijngaard.

Ze hoeven hun achterstand in dat uurtje niet in te halen,

maar krijgen ruimte om rustig te leren.

Wat zijn de verwachtingen van de kerk

voor nieuwkomers in Gods koninkrijk?

Krijgen zij de tijd om te leren?

Laatsten hoeven zich niet als eersten te gaan gedragen.

Ik ben christelijk opgegroeid,

en daarom zijn voor mij allemaal dingen vanzelfsprekend.

Seks hoort in het huwelijk,

op zondag werk je niet (behalve in een paar uitzonderingssituaties),

je bent vriendelijk tegen anderen

en houdt je geld niet alleen voor jezelf.

Allemaal goede dingen, waar ik van harte achter sta.

Maar het zijn wel dingen die ik heb mogen leren.

En ook niet altijd vanzelf gaan.

Maar van nieuwe christenen kun je niet verwachten

dat ze opeens 25 jaar ervaring als christen hebben.

Het leren gaat door,

ook als ze ja tegen Jezus hebben gezegd.

dia 7 – Armstrong

Zelf kan ik best sceptisch zijn.

Bijvoorbeeld tegenover Lance Armstrong.

Hij heeft deze week bekend dat hij al zijn tourzeges heeft behaald met doping.

En opeens is hij een held omdat hij schuld heeft bekend.

Dan denk ik: dat deed hij ook alleen maar omdat hij er niet meer omheen kom.

Zo kun je ook tegenover nieuwe christenen staan.

Laat hun geloof zich eerst maar eens bewijzen.

Maar laat dat maar aan Gods genade over.

4.werken voor God als voorrecht

dia 8: werken voor God

Ja, maar…

God is toch duidelijk over hoe hij wil dat wij leven?

Dat geldt voor nieuwe christenen toch net zo goed als ervaren christenen?

Op zichzelf is dat waar.

Gods wetten gelden voor iedereen.

Maar dat is geen voorwaarde voor Gods liefde.

Kijk maar naar de reactie van de eersten uit de gelijkenis.

Zij zijn boos:

‘wij hebben de hele dag gewerkt onder de brandende zon.

We stinken naar zweet en zijn uitgeput.

We hebben ons volop voor u ingezet, en dat was hard werken.

Dat mag dan toch ook extra beloond worden?’

Zo kun je ook denken over het leven als christen.

Voor de duidelijkheid vergroot ik het even wat uit.

Christen zijn is even afzien,

maar je doet het voor een goed doel: je eeuwige heil.

Je hebt je volledig ingezet voor God,

voor zijn kerk en zijn koninkrijk,

altijd netjes gedaan wat God van je vroeg,

ook al had je daar soms helemaal geen zin in.

Je hebt hard voor God gewerkt, en dat mag beloond worden.

En dan wordt het die nieuwkomers zo gemakkelijk gemaakt?

Waar heb ik dan al die moeite nog voor gedaan?

‘Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?’,

is de vraag van de landheer aan de eersten.

Het zet inderdaad kwaad bloed als jij ergens hard voor hebt gewerkt,

en iemand anders krijgt datzelfde zonder er iets voor te doen.

dia 9: het is een voorrecht

Maar zo gaat het met het koninkrijk van God niet.

Het is niet zo dat je je nu moet inspannen

zodat je in de toekomst als beloning het eeuwig leven in Gods koninkrijk krijgt.

Nee, als je werkt in de wijngaard,

als je nu al leeft voor God,

dan is dat al een stukje van zijn koninkrijk.

Werken voor God is geen last,

waarvoor je een beloning verdient.

Werken voor God is al een beloning in zichzelf.

Al die jaren dat je als ervaren christen God kent,

al die jaren dat je voor hem hebt mogen leven,

al die jaren waarin je zijn liefde hebt uitgedeeld,

dat is geen last, maar een voorrecht!

Dat is Gods genade, waardoor je nu al in zijn koninkrijk mag werken.

Als je werken voor God inderdaad als genade ziet,

en niet als voorwaarde voor Gods liefde,

dan komt er ook ruimte om anderen,

die nog niet zo ver zijn als christen,

met open armen te ontvangen.

5.God prijzen om zijn goedheid

dia 10: spiegel

‘Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?’

In de gelijkenis wel.

De laatsten worden de eersten,

en de eersten de laatsten.

De eersten kunnen namelijk niet verkroppen dat de laatsten erbij komen.

Voor de eersten zijn de laatsten een confronterende spiegel.

Als je dat niet wilt zien, dan wordt je inderdaad boos.

Die laatsten zijn mensen die Gods liefde niet verdiend hebben.

God is niet selectief in het uitdelen van zijn liefde.

Maar dat geldt voor mij als eerste net zo goed.

Als God selectief zou zijn, dan had hij mij niet uitgekozen.

En alles waarin ik laat blijken dat ik Jezus volg,

dat komt alleen maar omdat God mij door zijn Geest heeft veranderd.

De laatsten zijn ook mensen die tekort schieten in christelijke levensstijl.

Maar daarin zijn ze ook niets anders dan ik.

Als je als eerste erkent dat je op de laatsten lijkt,

dan kun je ook niet meer boos zijn.

dia 11: Prijs God om zijn goedheid

In de gelijkenis krijgen de laatsten als eerste uitbetaald.

De landheer wil dat de eersten het zien.

Dat ze zien hoe groot zijn goedheid is.

En als ze dan beginnen te mopperen,

is hij daar verbijsterd over.

‘Hoe kan het toch dat jullie niet tevreden zijn?

Hebben jullie niet gezien hoe goed ik ben?’

Maar nee, ze dachten alleen aan hun eigen beloning.

De gelijkenis is gericht op de eersten

en heeft een open einde.

Blijven de eersten hangen in hun woede?

Dan zijn zij eersten die de laatsten worden.

Of zullen zij de landheer prijzen om zijn goedheid?

De gelijkenis is een uitnodiging.

Een uitnodiging aan mensen die op zoek zijn naar God:

‘kom gerust, je kunt niet te slecht voor God zijn.’

Maar ook een uitnodiging aan ervaren christenen:

‘prijs God, want zijn goedheid kent geen grenzen.’

God is gul, en dat is voor iedereen reden om blij te zijn.

De laatsten worden de eersten.

Dat zie je ook bij Jezus.

Hij was een laatste.

Iemand die door de godsdienstige leiders niet werd geaccepteerd.

Zoals we zometeen zingen: een steen die is afgekeurd voor de bouw.

Maar deze steen werd de hoeksteen voor Gods tempel.

God maakt het kleine groot.

Prijs hem om zijn goedheid.

Want zo is zijn koninkrijk.

Amen.