Matteüs 18:3 – Gods koninkrijk, je kunt het alleen ontvangen

Mark Veurink
Mark Veurink
13 januari 2013

Matteüs 18:3 – Gods koninkrijk, je kunt het alleen ontvangen

image_pdfimage_print

Liturgie

Zingen: GKB Gezang 149

Votum en vredegroet

Zingen: Psalm 33 : 1

Lezen van de wet

Zingen: Psalm 33 : 5 en 6

Gebed

Kinderen naar kinderclub

Lezen: Matteüs 18:1-14

Zingen: Opwekking 331

Preek over Matteüs 18:3

Zingen: Psalm 8 : 2, 3 en 4

Kinderen terug

Kinderlied: GKB Gezang 45 : 1 en 2

Gebed

Collecte

Zingen: GKB Gezang 145 : 1, 2, 3 en 4

Zegen

Introductie voor de schriftlezing

Voordat we gaan lezen uit de bijbel,

wil ik introduceren waar we de komende weken mee bezig gaan.

We zitten nu in de tijd tussen kerst en pasen,

en dat is een mooie tijd om stil te staan bij het leven van Jezus op aarde.

Dat wordt beschreven in de vier bijbelboeken die we de evangeliën noemen:

Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes.

De komende weken staan we stil bij Matteüs.

In dat bijbelboek gaat het steeds over het koninkrijk van God.

In Matteüs 4,17 staat dat het optreden van Jezus daarmee begon:

‘vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging.

“Kom tot inkeer”, zei hij, “want het koninkrijk van de hemel is nabij.”’

Ik heb eens even geteld, en in Matteüs gaat het bijna 50 keer over dat koninkrijk.

Het gaat dan over dat Jezus het koninkrijk verkondigt

en over het binnengaan in dat koninkrijk.

Dat is de kern van het onderwijs van Jezus.

Het is natuurlijk wat vaag, ‘het koninkrijk van God’.

Wat is dat koninkrijk?

Wanneer is dat koninkrijk er?

Wat merk ik van dat koninkrijk?

En wat betekent het voor mijn leven?

Daarom wil ik de komende weken stilstaan bij dat thema:

‘het koninkrijk van God’.

Vandaag doen we dat aan de hand van Matteüs 18.

Laten we uit dat hoofdstuk lezen, vers 1 tot 14.

Preek: Gods koninkrijk, je kunt het alleen ontvangen

Inleiding: kinderen

dia 1 – zwart

Is het leuk om kind te zijn?

Iedereen kan een antwoord geven op die vraag.

Of je bent kind, of je bent het geweest.

Ik hoor dus in die laatste categorie: ik ben geen kind meer.

Alhoewel…

Laten we daar voor het gemak toch maar even vanuit gaan.

dia 2 – Lego

Soms vind ik dat jammer.

Dan zou ik wel weer kind willen zijn.

Wat was dat heerlijk!

Ik zie mijzelf nog zo samen met een vriendje met Lego spelen.

Overal om ons heen lagen de blokjes.

We bouwden ‘Ter land, ter zee en in de lucht’ na.

Daar heb ik heel wat uurtjes in zitten.

Of een wedstrijdje wie de mooiste Lego-auto kon maken.

Maar dat moest natuurlijk wel eerlijk gaan,

dus daar hadden we ook wat op bedacht:

ik de rode en witte blokjes, hij de blauwe en gele.

Wat een geweldige wereld was dat!

Ik zou zo weer terug willen.

dia 3 – zwart

Maar ook als je niet met Lego speelt,

is het best leuk om kind te zijn.

Je hebt veel tijd om te spelen,

er wordt altijd voor je gekookt

en om geld hoef je je geen zorgen te maken.

Kind zijn, dat is zo gek nog niet.

Maar zou je altijd kind willen blijven?

Ik denk dat maar weinig kinderen dat zouden willen.

Ik moet even denken aan mijn neefje een paar jaar geleden.

Zodra hij mij in het oog kreeg, kwam hij op mij afgestormd:

‘oom Mark, oom Mark, ik ben geen dlie meer!’

Oke, ik zie jullie kijken…

Zelf dacht ik ook: waar heeft hij het over?!

Maar even later werd het duidelijk:

hij was geen drie meer, hij was vier geworden.

Iedereen moest dat weten.

Kinderen willen groot worden.

Ze kunnen dromen over later, als ze groot zijn.

Zelf had ik dat in ieder geval wel.

dia 4 – peuters

Soms is dat tot groot verdriet van hun ouders.

Peuters die zelf willen lopen, maar het schiet maar niet op.

Maar waag het niet ze in de wandelwagen te zetten…

Of als ze zelf willen eten,

waardoor de helft ergens op de vloer verdwijnt.

Want kinderen zijn nog niet groot.

Ze zijn nog niet zelfstandig.

‘Nog niet’, misschien is dat het wel vooral.

Vaak worden kinderen als ‘nog niet’ af gezien.

Ze moeten zich maar aanpassen aan de grote mensen,

en mogen vooral niet tot last zijn.

Hun tijd komt nog wel.

1.Stelling: wordt afhankelijk als een kind

dia 5 – word als een kind

Jezus denkt daar heel anders over.

Kom bij hem niet aanzetten met gemopper over kinderen!

Jezus doet precies het tegenovergestelde.

Hij roept een kind om bij hem en zijn leerlingen te komen,

en zegt dat de leerlingen zoals dat kind moeten worden.

Wat bedoelt Jezus daarmee?

Je zou kunnen denken aan dat kinderen vaak heel enthousiast zijn.

Grote mensen zouden wel eens wat enthousiaster mogen zijn.

Of aan dat kinderen gewoon eenvoudig geloven.

Grote mensen maken geloven vaak veel te ingewikkeld.

Ik denk dat grote mensen dat inderdaad van kinderen kunnen leren,

maar dat is niet waar Jezus het over heeft.

Hij zegt dat je jezelf moet vernederen en worden als een kind.

Worden als een kind is vernederend.

Om te worden als een kind, moet je jezelf kleinmaken.

Kinderen zijn geen belangrijke mensen.

Het zijn geen mensen tegen wie je opkijkt.

Kinderen zijn niet de mensen die je op de televisie ziet,

niet de bekende Nederlanders.

En het zijn al helemaal niet de mensen die ons land regeren.

Worden als een kind betekent dat je zegt:

‘ik ben niet belangrijk, God heeft mij echt niet nodig.

Maar ik heb God wel nodig!’

Want kinderen hebben anderen nodig.

Kinderen zijn afhankelijk.

Een kind van 5 redt het niet in deze wereld.

Neem alleen al eten.

Hoe zou een kind van 5 aan eten moeten komen, zonder geld?

Hoe zou hij moeten weten wat je wel en niet kunt eten?

En dat je sommige dingen eerst moet koken voordat je het kunt eten?

Alles wat kinderen hebben, hebben ze gekregen.

Hun bed, hun kleding, hun speelgoed, alles.

Kinderen zijn afhankelijk van wat anderen hen geven.

Kinderen ontvangen.

En zo is het dus ook met het koninkrijk van God.

Als je daar naar binnen wilt, moet je worden als een kind.

Het koninkrijk van God is namelijk niet iets dat je kunt verdienen.

Niet iets waar je je best voor kunt doen.

Je krijgt het, als cadeau.

Je bent afhankelijk van God.

Wil je in dat koninkrijk binnen gaan, dan moet je dat accepteren.

Moet je accepteren dat je het niet zelf voor elkaar kunt krijgen,

maar dat je helemaal overgeleverd bent aan God.

God wil zulke mensen bij zich hebben.

Die nederig zijn, en onbelangrijk.

Die achteraan staan, en toegeven dat ze afhankelijk zijn van God.

Mensen die het helemaal niet vanzelfsprekend vinden

dat ze erbij mogen horen.

Dan ben je geworden als een kind.

2.Doel: ingaan in koninkrijk van de hemel

dia 6 – koninkrijk van de hemel

Wie wordt als een kind zal het koninkrijk van de hemel binnengaan.

Dat is de boodschap van Jezus in één zin samengevat.

Het doel is dus het koninkrijk van de hemel.

Daar wil ik wat meer over zeggen.

Voordat we uit de bijbel gingen lezen,

gaf ik al aan dat dat in Matteüs een heel centraal thema is.

Laat ik wat uitleggen over dat koninkrijk.

Ik zeg er trouwens direct maar even bij dat dit niet het gemakkelijkste stukje van de preek is…

Het is een stukje achtergrondinformatie,

en in het vervolg van de preek hoop ik het weer wat praktischer te maken.

Matteüs noemt het koninkrijk van de hemel.

‘De hemel’, dat kan je doen denken aan de toekomst.

Het koninkrijk van de hemel is dan iets voor straks,

iets waar we nu nog niets aan hebben.

Dat is niet wat Matteüs bedoelt.

Soms heeft hij het ook over het koninkrijk van God.

Dat is voor hem precies hetzelfde.

In die tijd was ‘hemel’ gewoon een ander woord voor God.

Het laat wel zien dat het anders is dan aardse koninkrijken.

Op aarde geldt het recht van de sterkste.

Je kunt je opwerken en jezelf een mooi leven bezorgen.

En lukt dat niet, dan heb je pech.

In Gods koninkrijk gaat dat anders.

Daar geldt het recht van de zwakke.

Mensen die het niet gemaakt hebben,

mensen die op de achtergrond staan,

die roept God naar voren.

Voel je je te goed en belangrijk voor dat recht,

dan is dat koninkrijk niets voor jou.

Dat is wat over hoe dat koninkrijk er uit ziet.

Maar de meeste discussies worden gevoerd

over de vraag wanneer dat koninkrijk begint.

Is het iets voor nu, of voor de toekomst?

In Matteüs wordt steeds gezegd dat het koninkrijk dichtbij is.

Soms lijkt het er zelfs op dat het al begonnen is,

bijvoorbeeld in Matteüs 12,28 waar Jezus zegt:

‘Als ik door de Geest van God demonen uitdrijf,

dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.’

Ingaan in het koninkrijk van de hemel,

dat kan nu al!

Als je bij Jezus wilt horen,

als je klein wilt worden als een kind,

dan kun je nu al in dat koninkrijk binnengaan.

Dat je daar nog weinig van ziet,

dat hoort juist bij dat koninkrijk.

Het is het koninkrijk van zwakheid en nederigheid.

Het wordt zichtbaar als ook in jouw leven

het recht van de zwakke gaat gelden.

Maar het is niet het soort koninkrijk dat elke dag het nieuws haalt.

Het koninkrijk is er nu al, maar nog wel verstopt.

Je moet je klein maken om het te zien.

In de toekomst wordt het volop zichtbaar.

Als Jezus terugkomt, in volle glorie,

dan zie je ook het koninkrijk in volle glorie.

Weer terug naar de kern:

als Jezus zegt dat je moet worden als een kind om in te gaan in het koninkrijk,

dan kan dat dus nu al.

Dan vraagt dat nu al een verandering in je leven.

3.Tegenwerping: liever onafhankelijk

dia 7 – liever onafhankelijk

Dat is geen gemakkelijke verandering.

Worden als een kind…

Nederig en afhankelijk zijn…

Alles in onze samenleving schreeuwt dat je onafhankelijk moet zijn.

Op eigen benen kunnen staan, jezelf kunnen bedruipen,

dat is het hoogste ideaal.

Mensen die zichzelf niet kunnen redden,

worden met medelijden bekeken.

Zelf je leven indelen,

je eigen doelen waarmaken,

dat is de wereld waarin we leven.

Kinderen kunnen dat nog niet,

die zijn nu eenmaal afhankelijk.

Maar zelfs zij willen onafhankelijk zijn.

Groot worden en dingen zelf doen.

Ik ben niet meer afhankelijk van het openbaar vervoer,

maar de auto staat altijd voor mij klaar.

Ik geniet van die onafhankelijkheid.

En als je dan toch weer afhankelijk wordt,

dan is dat een enorme stap terug.

Als je niet meer kunt rijden, omdat je daar te oud voor bent.

Als je je eigen huis niet meer schoon kunt houden.

Als je nu naar de radio luistert, omdat je niet naar de kerk kunt komen.

Afhankelijk zijn van anderen, is erg onprettig.

Het is ook niet echt wat de discipelen van Jezus wilden horen.

Zij stellen hem de vraag:

‘wie is de grootste in het koninkrijk van de hemel.’

En dat is echt geen nieuwsgierige vraag.

Ze dromen er allemaal van om de grootste te zijn.

De vraag wordt gesteld door de leerlingen,

die het dichtst bij Jezus stonden.

Zij zetten zich volop voor hem in.

Daarvoor zullen ze toch wel beloond worden?

Als Jezus koning is, dan zullen zij wel de ministers worden.

Maar wie mag de minister-president zijn?

De leerlingen vinden zichzelf belangrijk.

Zij zijn volwassen, voorvechters van het koninkrijk van God.

Het antwoord van Jezus is schokkend.

Of eigenlijk is het geen antwoord.

Jezus zegt: ‘jullie stellen de verkeerde vraag.

Word als een kind, anders ga je het koninkrijk niet eens binnen.’

Met andere woorden:

‘maak je toch niet zo druk om je positie in het koninkrijk,

zorg eerst maar dat je er binnenkomt!’

De leerlingen worden hier flink op hun plek gezet.

‘Regeren in mijn koninkrijk? Vergeet het maar!

Ook jullie moeten daar gebracht worden, zoals een kind.’

In Gods koninkrijk is geen plaats voor onafhankelijkheid.

Je kunt er niets aan bijdragen.

Je kunt het alleen maar ontvangen.

Dat zet mij op mijn plek.

Als predikant ben ik niets belangrijker dan wie dan ook.

Ben ik net zo afhankelijk van Gods goedheid.

Moet ik kind worden.

Om in Gods koninkrijk binnen te gaan,

moet je je onafhankelijkheid opzij zetten.

4.Weerlegging: vrij in afhankelijkheid

dia 8 – liever afhankelijk

Een moeilijk verhaal dus.

Je moet jezelf opgeven om te worden als een kind.

Toch geloof ik dat het wel degelijk de moeite waard is.

Onafhankelijk zijn klinkt mooi, maar werkt het?

Zelfs als je het denkt te zijn,

kan er opeens wat gebeuren waardoor je wel afhankelijk bent.

Blijkt opeens weer dat je leven niet maakbaar is.

We kunnen wel onafhankelijk willen zijn,

maar daarmee zijn we het nog niet.

Ook aan onafhankelijkheid zitten best grote nadelen.

Als volwassene ben ik verantwoordelijk voor van alles.

Hoeveel mensen lopen er niet rond met een burn-out.

Soms wil ik wel weer kind zijn:

je hoeft je nergens zorgen over te maken.

Ik denk dat veel mensen helemaal niet zo onafhankelijk zijn.

Zelfs mensen die heel zelfstandig zijn, hebben liefde en waardering van anderen nodig.

Zijn dus afhankelijk van anderen.

Dat is niet iets om je voor te schamen, het maakt je juist tot echt mens.

De mens is door God gemaakt om relaties te hebben,

en daarin dus ook afhankelijk te zijn.

Afhankelijkheid is zo gek nog niet.

Van God al helemaal niet.

Mensen kunnen je laten vallen als een baksteen,

waardoor je vertrouwen beschaamd wordt.

Onafhankelijk beschermt je daar tegen.

Bij God is dat niet nodig.

Hij laat je niet vallen.

Ik ben blij dat ik van hem afhankelijk ben.

Dat ik niet zelf zijn koninkrijk kan brengen,

maar er alleen gebracht kan worden.

Anders zou ik er nooit komen.

Ik ben graag afhankelijk van een gulle God,

die met liefde uitdeelt aan wie wil ontvangen als een kind.

5.Gevolg: geringen opnemen

dia 9 – kinderen opnemen

Ontvangen, dat is waar het om gaat.

Als je beseft dat je in Gods koninkrijk niet belangrijk bent,

maar het moet ontvangen als een kind,

dan verandert dat ook iets in hoe je naar anderen kijkt.

Jezus heeft het over het opnemen van zulke kinderen.

Even later worden zij de ‘geringen’ genoemd.

Wie zulke mensen ontvangt, ontvangt Jezus.

Maar leg hen geen strobreed in de weg om bij Jezus te komen.

dia 10 – kinderen

Wat voor mensen zijn die geringen?

Het zijn de kinderen.

De kerk moet er alles aan doen om hen bij Jezus te brengen.

En als er dan toch jongeren zijn die tegen Jezus kiezen,

wat veel pijn doet, helemaal als het je eigen kinderen zijn,

laat dat dan zijn omdat ze Jezus niet willen.

Omdat zij beseffen dat ze zich moeten vernederen als een kind,

en daarvoor bedanken.

Maar laat het niet zijn omdat ze afknappen op de kerk.

Want dan geldt die waarschuwing van Jezus:

‘wie hen van de goede weg afbrengt,

kan maar beter met een molensteen om zijn nek in de diepte verdrinken.’

dia 11 – armoede

Bij ‘de geringen’ kun je ook denken

aan de mensen die het in deze wereld niet gemaakt hebben.

Het zijn de mensen die zich onbelangrijk voelen,

omdat de wereld hen wel kan missen.

Mensen die afhankelijk zijn

van de vrijgevigheid van hen die het beter hebben.

Als je oog zulke mensen ontwijkt,

dan is het beter om je oog uit te rukken.

dia 12 – zwarte schaap

‘De geringen’, dat zijn ook zij die niet goed christelijk zijn.

Jezus heeft het over de afgedwaalde schapen.

Het heeft de hoogste prioriteit om hen te vinden.

Zoek hen op, en laat niets in de weg staan voor de ontmoeting met Jezus.

Mensen die Jezus zoeken, maar afknappen op kerkelijke regeltjes,

dat mag niet!

Jezus is bij de geringen, bij de kinderen te vinden.

Wie hen ontvangt, ontvangt Jezus.

Ik merk zelf ook dat steeds als ik met deze geringen omga,

ik dichter bij Jezus kom.

Wie zelf als een kind is geworden,

kan zich nooit te belangrijk en druk voelen

om andere kinderen te ontvangen.

Zij zijn namelijk, net als jijzelf,

afhankelijk van Gods gulheid.

Slot: zoals Jezus

dia 13: Jezus werd kind

Jezus is te vinden bij de kinderen.

Sterker nog: hij werd een van hen.

Jezus werd zo’n kind, afhankelijk van anderen.

De God van de hemel maakte zich afhankelijk van mensen.

Hij voelde zich niet te druk, te belangrijk,

om mij als geringe op te zoeken.

Want hij is zelf ook een geringe geworden.

Bij hem is het goed om kind te zijn, als geen ander weet hij wat dat is.

Wat een geweldige God!

Amen.