Matteüs 14,25-33 – Geloven: zwemdiploma overbodig

Hans Burger
Hans Burger
1 februari 2009

Matteüs 14,25-33 – Geloven: zwemdiploma overbodig

image_pdfimage_print

Liturgie

Voorzang: Gez 132,1.4.5
Stil gebed
Votum / Groet
Zingen: Ps 93
Wet vanuit Romeinen 6,10-13
Zingen: Gez. 23
Gebed
Lezen: Matt 14,13-33
Zingen: Ps 89,4.5.6
Preek over Matt 14,25-33
Zingen: LB 477
Kinderen
Gebed
Collecte
Zingen: Ps 116,5.6.7
Zegen

Opmerkingen: – Ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl.

Preek over Matteüs 14,25-33 – Geloven: zwemdiploma overbodig

1. Heb je wel eens tegen de wind in geroeid?

Met mooi weer roeien is leuk. Jullie hebben het vast wel eens gedaan: een roeiboot huren en roeien maar. Alleen als je zo eens een dagje aan het roeien bent, en je moet nog een stuk tegen de wind in…

En als dat een forse tegenwind is en je moet nog een paar kilometers. Het kon behoorlijk waaien op het meer van Galilea. Ze zaten in een bootje van misschien acht meter lang. En dan roeien met vier of zes roeispanen, met elk één roeier, zonder motor Met z’n zessen tegen de wind in. En dan met z’n twaalven aan boord. Golven slaan over het boord heen. Water in de boot. Hozen jongens!

Het kan letterlijk stormen. Maar het kan ook figuurlijk stormen. Je hebt forse tegenwind. Je bokst tegen de golven op. En je komt niet verder. Het schiet niet op. Je wordt juist steeds teruggeworpen.

Herken je dat? Wanneer stormde het in jouw leven? Wat gebeurde er toen, of nu?

Het kan zijn dat je ouders gingen scheiden. Opeens zei een van hen: Ik houd ermee op. Ik wil scheiden. En jullie belandden in de chaos. Het huis werd verkocht en je ging verhuizen. Er werd ruzie gemaakt. Voor wie moest je kiezen? Je vader, je moeder? Je voelde je in de steek gelaten. Eenzaam.

Of opeens ging het niet goed met je kind. Je kind, van wie je zoveel houdt. En dat kan natuurlijk op allerlei manieren. Een plotselinge ziekte of een ongeluk. Opeens sta je in een ziekenhuis aan een bed. Bij een slapend lichaam. Tranen branden achter je ogen. Of er waren verkeerde vrienden. En het ging van kwaad tot erger. Van school getrapt. Ruzies thuis. Contact met de politie. Drugs. Je kind, van wie je zoveel houdt – het is onbereikbaar geworden. Je voelt je zo machteloos!

Stormt het in jouw leven? Nu, of een tijdje geleden?

Lees dan eens mee in dit verhaal uit de bijbel. Jezus’ leerlingen zitten in een open roeiboot. Die boot wordt geteisterd door de golven. En ze worstelen verder. Uren lang. Tot de nacht bijna voorbij is.

2. En dan gebeurt er iets raars.

Kijk – daar! Wat is dat? Over het water lopen? Dat kan niet! Een spook!

In die storm, met die grote golven, zien ze iemand over het water lopen. Hij heeft geen last van de storm, hij heeft geen last van de golven. Ondanks het geweld van de storm en de wilde golven loopt hij gewoon door. Van die storm en die golven raakten ze niet in paniek. Natuurgeweld maken ze wel vaker mee. Maar een spook!

Ze flippen, schreeuwen het uit van angst.

Maar dat spook praat. ‘Blijf kalm. Ik ben het, wees niet bang!’ Het is Jezus. Jezus loopt over het water. Hij heeft helemaal geen last van storm en golven. Zwemdiploma overbodig.

Jezus is er! Maar wat roept hij op? Paniek, angst.

De meesten van jullie hebben al vaak van Jezus gehoord, net zoals de discipelen. Maar soms zie je hem opeens heel scherp – misschien wel voor het eerst. Jezus – zo bent u!

Iemand vertelt je over Jezus. Een collega die helemaal vol is van Hem. Een klasgenoot die net de keus voor Jezus gemaakt heeft.

Of je leest over Hem. En opeens raakt het je.

Of je zit in de kerk. Maar die preek, die komt aan. En je merkt: ik neem Jezus niet serieus. Ik moet iets met Hem. Wat dan? Wat roept Jezus bij jou op?

Misschien ben je wel helemaal niet blij met Hem. Als ik Jezus ga volgen, wat gaat er dan allemaal in mijn leven veranderen? Word ik dan zo’n saaie christen, vervelend en serieus als een echte dominee? Of zo’n blij evangelische boekhandel-typje, met zo’n wolk van vriendelijkheid en lievige christelijke muziek om zich heen? Of je denkt: ik heb het hartstikke moeilijk, ik knok om te overleven, val me nu niet lastig met die Jezus. Daar staat m’n hoofd nu helemaal niet naar.

Maar misschien besef je ook wel: als ik Jezus echt serieus neem, dan moet ik radicaler zijn. Ophouden met dat halfslachtige gedoe. En dat durf ik niet. Wat zullen ze dan van me zeggen?

Het kan natuurlijk ook zijn dat je net als Petrus helemaal enthousiast bent. Ik ga voor Jezus. Heer, ik ben helemaal voor u. Als ik maar dicht bij u ben. Roep me Heer, ik ben bereid, ik kom.

Wat roept Jezus bij jou op?

3. Petrus is over zijn schrik heen. Hij zegt: Heer, als u het echt bent, dan wil ik over het water naar u toe komen. Als u het zegt, dan kan het!

En Jezus zegt: Kom, over de golven, door de storm.

En dan? Petrus geeft een geweldig voorbeeld van geloof. Hij klimt overboord. Hij zet zijn voet op het water. Hij gelooft dat het kan – lopen over het water. Zwemdiploma overbodig.

Ik vind dit zelf een heel mooi beeld voor je leven met Jezus. Of zonder Jezus.

Er kunnen allerlei momenten zijn dat Jezus je roept. Kom. En dan – ga je, net als Petrus?

Bijvoorbeeld: via via kom je in aanraking met Jezus Christus. Je leert meer over Hem. Je komt meer van Hem onder de indruk. Of je hebt jaren geleden met de kerk gebroken. Je bent op de kerk afgeknapt. Gekwetst, teleurgesteld – vul het zelf maar in. Maar Jezus laat je niet los. Wat je verleden ook is: steeds sterker dringt het tot je door: Jezus roept ook mij. Kom! Maar tegelijk denk je: Wat zullen mijn vrienden zeggen, die allemaal geen christen zijn? Wat doe je? Ga je, of schrik je terug?

Of je zit in een gemeente en je hebt het er moeilijk. Het stormt in je leven en niemand kijkt naar je om. Zo’n afknapper! Christenen, hypocriet zijn ze. Je voelt je zo alleen. Je bidt. Je smeekt dat de storm gaat liggen. Maar het enige antwoord dat Jezus geeft is: Blijf dicht bij mij. Ga door en vertrouw op mij.Doe je dat, breng je je teleurstelling en je verdriet bij Jezus? Of sluit je je voor Hem af?

Het kan ook zijn dat je een zwakke plek hebt. Zo’n lekkere, slechte gewoonte. Roddelen. Treiteren. Veel teveel snoepen en of je klemzuipen. Shoppen en teveel geld uitgeven. Porno kijken. Zonder zelfbeheersing, zonder soberheid, zonder maat te houden. Dan lees je in de bijbel, Romeinen 6,11-12:

Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten.

Jezus zegt: Kom!Wandel je over het water, kies je voor Jezus en tegen je begeerte, of hou je vast aan je lievelingszonde?

Neem een voorbeeld aan Petrus! Jezus zegt kom. Zwemdiploma overbodig. Petrus zet zijn voet op het water. Hij gelooft dat het kan – lopen over het water.

Dat is geloven.Jezus zegt: Het kan. Kom. Het is veilig. Jij vertrouwt Hem. Je gelooft wat Hij zegt. Je doet wat onmogelijk lijkt. Maar je weet: deze stap moet ik zetten.

4. En dan – daar ga je. Je zet een stap in geloof. Je gaat naar Jezus toe. Je doet wat Jezus je zegt. Je staat op het water.

Petrus, je loopt over het water! Zwemdiploma overbodig!

Ondanks de storm. Ondanks de golven.

Let daar op: Petrus mag over het water lopen, maar de storm en de golven blijven nog.

Bij ons gaat het niet anders: als je gelooft in Jezus, ga jij andere dingen doen. Je omstandigheden veranderen niet direct. De storm is niet weg – verleidingen, je omgeving, reacties van mensen, je gemeente, je thuis-situatie – vul maar in. De storm gaat niet liggen, maar jij krijgt in geloof de kracht om er op een andere manier mee om te gaan. Om te lopen over het water, als het ware.

Denk ook aan de voorbeelden van net.

Je besluit: ik trek me niks aan van mijn vrienden. Jezus is veel belangrijker voor mij. Jezus roept mij. Ik kom. Ik ga terug naar een gemeente. Iedereen mag het weten: ik wil weer bij Jezus horen.

En als je gemeente tegenvalt, teleurstelt. Je blijft doorgaan. Je huilt het uit in je gebed en legt je verdriet aan Jezus voor. Je merkt dat Christus’ Geest je troost en nieuwe kracht geeft. Je zoekt een zus in de gemeente op die je steunt en helpt. Met Jezus hou je vol.

En in je worsteling met zonde? Elke keer als je de begeerte op voelt komen bid je. Heilige Geest, help me om niet toe te geven maar nee te zeggen. Heer Jezus, help me om u te gehoorzamen. En je merkt dat je steeds vrijer wordt van je zonde. Je kunt nee zeggen en nee doen. De zonde is niet meer de baas!

Je loopt over het water. Maar dan? Waar let je dan op? Ben je gericht op Jezus, of op de storm en de golven?

Zou dat uitmaken?

Nou, kijk maar naar Petrus. Eerst is hij gericht op Jezus. Vol geloof stapt hij uit de boot. Vol vertrouwen loopt hij over het water. Petrus, je loopt over het water!

Petrus is verbijsterd. En Petrus ziet wat er gebeurt. De storm gaat tekeer en hij moet er doorheen. Door de golven is het lopen met hindernissen. Het is wel een erg ruige wind. Kan ik dit wel? Hij wordt bang. Zijn geloof wordt steeds kleiner.

Herkenbaar? Waar let jij op, op Jezus of op de golven? Je begint in geloof. En dan… Je gaat je zorgen maken, wordt bang. Je vergeet naar Jezus te kijken. Je bent niet meer helemaal op Hem gericht. En je zoekt naar houvast – hoe kijken de mensen naar me? Wat is normaal en wat niet? Trek ik het nog wel? En je geloof wordt steeds kleiner…

Petrus zoekt ook houvast, in de storm, terwijl hij op het water loopt.En er is geen houvast. Lopen op het water kan helemaal niet!! En Petrus vergeet het belangrijkste: Jezus is zijn houvast!!

En hij zinkt weg. Wat heb je dan aan een zwemdiploma? In de storm op een meer, honderden meters van de kant. De golven slaan over je heen. Dit wordt je einde, Petrus.

Petrus schreeuwt het uit: Heer, red me!

Wat roep jij als je bang bent, als je wegzinkt? Laat mij maar verdrinken – dit was het dan. Of schreeuw je naar Jezus Christus: Heer, red me!

5. En dan is Jezus er meteen.

Jezus was er vanaf het begin. Hij roept je: Kom! Hij zorgt ervoor dat het ook kan – zwemdiploma overbodig. Ook als je bang wordt, Hij is er.

Misschien heb je soms het gevoel dat je lang moet wachten. Soms duurt het ook lang voordat God helpt. Dat zie je in de bijbel steeds weer. Maar Jezus laat je niet verzuipen.Jezus is je houvast, zou hij je dan weg laten zinken in de storm?

Jezus grijpt Petrus vast, trekt hem overeind.Daar staat Petrus weer – in de storm, op de golven.

Opnieuw hè, zie je dat? De storm en de golven zijn er nog. De problemen zijn niet weg. Maar Petrus staat weer recht overeind.

Aan de hand van Jezus loopt hij mee terug naar de boot. Ze stappen in de boot, en de storm en de golven gaan liggen. Nu wel.

Jezus wil Petrus en ons leren wat geloven is.

Hij weet wie we zijn – jij en ik. Hij weet het wel – hij houdt toch van ons? Hij kent ons toch?

Storm en golven. Moeite en tegenslag. Ze trekken vaak veel meer aandacht dan Jezus Christus zelf. Ik heb dat wel, zo snel vergeet ik Jezus en zie ik vooral wat er anders zou moeten, wat tegenvalt, waar je van baalt. En dan wordt je geloof kleiner. Twijfel, angst, slaan toe. Herken je het? Ik wel.

Denk aan de voorbeelden van net: Je zet toch niet de stap naar een gemeente. Je worstelt in je eentje verder, laat Jezus en zijn kerk links liggen. Je geeft toch weer toe aan je begeerte en valt terug in zonde.

Maar weet je wat nu zo mooi is? Jezus Christus is er ook dan. Jij roept: Heer help me!

Tenminste: doe jij dat? Roep jij Hem erbij? Doe dat! Roep Hem!

Want kijk maar naar Petrus wat er dan gebeurt. Jezus redt.

En Jezus leert je een les: geloof nog meer. Weet je wat geloven is? Niet naar de storm, de problemen kijken, maar naar Jezus. Wie naar Jezus kijkt, die heeft geen zwemdiploma nodig. Die gaat over het water – bij wijze van spreken. Door de problemen heen.

Wie naar de storm kijkt en Jezus vergeet, die heeft ook geen zwemdiploma nodig. Die verdrinkt. Het is of geloven in Jezus, of verdrinken in de storm en de golven.

Geloof in Jezus. En aanbid Hem. Net als de discipelen. Doe je met ze mee?

Kniel voor Hem neer. Kijk vol aanbidding naar Hem op. Jezus Christus, u bent mijn Heer, de Zoon van God. U bent mijn redder. U laat mij niet los en bent er altijd Heer van de zee, de wind, de golven. U loopt er zo over heen. Als u het wilt wordt het rustig. Als u het wilt blijft het stormen maar kun je er wel door heen.

Lopen over het water. Zwemdiploma overbodig!

U laat mij niet los. U bent er altijd!

Wie is er zoals u?

Aanbid Jezus. Hij is het waard!