Matt 5,48 – Het goede nieuws dat God onze Vader is

Hans Burger
Hans Burger
13 januari 2007

Matt 5,48 – Het goede nieuws dat God onze Vader is

image_pdfimage_print

Het goede nieuws van het koninkrijk (1)

Liturgie

  • Voorzang Ps 63,2
  • Votum / Groet
  • Zingen: Ps 103,1.3.5
  • Wet
  • Zingen: NG 62,3.4.7
  • Gebed
  • Schriftlezing - Matt 4,23-25- Matt 5,43-6,6
  • Zingen NG 20 (canon)
  • Tekst Matt 5,48
  • Preek
  • Zingen: Gez 35,1.2
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen LB 444,1.3
  • Zegen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Matt 5,48: Goed nieuws: God is onze Vader

Broers en zussen, gemeente van Jezus Christus,

1. Gemeente van Jezus Christus, dat zijn we. En dat is geweldig. Maar hoe blijven we dat ook?  En hoe doe je dat, gemeente van Jezus Christus zijn?

In de laatste twee nummers van De Voorbode heb ik twee artikeltjes geschreven onder te titel ‘gemeente zijn vanuit het evangelie’. We zijn gemeente van Jezus Christus dankzij het evangelie. Maar we blijven ook gemeente dankzij dat evangelie. En uit dat evangelie leren we hoe we gemeente kunnen zijn.

[Deel artikeltjes staat op internet, de www.voorhof.nl onder downloads / preekverwerking. Daar ook materiaal voor verwerking van preek in bijbelstudie of groeigroep]

Evangelie, dat is goed nieuws. Als ik vraag: wat is dat goede nieuws eigenlijk? Dan zullen er hier niet veel mensen zijn die zeggen ‘Geen idee’. Gelukkig niet, de meeste van ons weten waar het evangelie over gaat.

Toch is dat verraderlijk. Er zijn van die beslissingen in  je leven waar je achteraf heel blij mee bent. Zo ben ik nog altijd erg blij, dat ik ergens tijdens mijn studie theologie in Kampen besloten heb om ervan uit te gaan dat ik niet wist waar het evangelie over gaat. Als je denkt dat je weet wat het goede nieuws is, leef je er zomaar aan voorbij. Bovendien wil de duivel niets liever dan dat je doet alsof je weet wat het goede nieuws is, maar onder tussen zonder dat evangelie verder leeft. Daarom vind ik het enorm belangrijk om er steeds weer bij stil te staan: wat is het goede nieuws, waarvan wij leven?

Die vraag neem ik daarom de komende tijd als uitgangspunt voor mijn preken: wat is het goede nieuws?

En als we dan beginnen bij Jezus Christus, dan zie je dat ook hij goed nieuws verkondigde. Maar Matteüs karakteriseert dat goede nieuws op een manier die wij denk ik niet een twee drie zouden kiezen. Jezus verkondigt het goede nieuws van het koninkrijk. Waarom heeft Jezus het over het koninkrijk als hij het over evangelie heeft? In een serie van drie preken wil ik stilstaan bij dat goede nieuws van het koninkrijk.

Wat is dat goede nieuws van het koninkrijk? Het goede nieuws van het koninkrijk: dat is dat het lang verwachte rijk van God, het vrederijk, dichtbij is. Maar wat betekent dat concreet?

In deze preek wil ik stilstaan bij een aspect van dat koninkrijk. Ik weet niet of het een element is dat je snel aan het koninkrijk zou koppelen. Maar ik vind het wel een heel belangrijk element, en het is ook een heel centraal element. Het gaat namelijk over de koning van dat rijk, over God zelf.

God, de koning van dat rijk, is onze Vader. God onze Vader, het is zo bekend dat het misschien haast een cliché wordt. Maar cliché’s zeggen niets meer, en daarom is het belangrijk steeds weer te vragen: waarom is het goed nieuws dat God onze Vader is? En wat betekent dat goede nieuws voor ons, samen als gemeente?

Daarover gaat deze preek, de eerste in een serie over het goede nieuws van het koninkrijk: het goede nieuws van een vader die volmaakt is.

2. Is het goed nieuws dat God Vader is?

Dat Gods rijk zou komen, dat wisten ze in Israël en daar hoopten ze op. En Johannes  de Doper had  die hoop aangewakkerd: het koninkrijk van God is nabij. En dan komt Jezus, en ook hij verkondigt het goede nieuws dat het koninkrijk dichtbij is. Als onderdeel van die verkondiging, heeft hij het over God als over ‘jullie Vader’.

En dat was nieuw. In het OT komt het wel voor dat God Vader is. Niet omdat hij schepper is. Die gedachte leeft bij veel christenen, maar ten onrechte. God is geen Vader omdat hij schepper is. Dat is niet zo in het OT, en ook niet zo in het NT.

In het OT wordt God Vader van het volk Israël genoemd, omdat hij het volk uit Egypte heeft bevrijd. En God wordt de Vader genoemd van de koning, de zonen van David. Dus het Vader-zijn van God is in het OT een algemeen beeld dat betrekking heeft op het volk als geheel, of op één specifieke persoon: de koning.

Jezus doet iets nieuws. Hij spreekt God als ‘papa’ aan, met een directheid die zijn omgeving niet gewend was, haast oneerbiedig vond. En hij leert zijn leerlingen ook om net als hij ‘Vader’ tegen God te zeggen. ‘Jullie Vader’.

Het betekent dat wij veel dichterbij God mogen komen dan in het OT. De koning, die was zoon van God. Maar verder stonden de mensen redelijk ver van God af, al was Hij dan ook Vader van het volk. Er bleef een voorhangsel tussen God en het volk. Maar Jezus brengt ons dichtbij God.

Denk aan het koninkrijk der Nederlanden. Wie van jullie heeft de koningin wel eens gezien? Is er iemand die haar wel eens gesproken heeft? We hebben een koningin, en een koninklijke huis, dat uit maar 13 mensen bestaat. De koningin is voor gewone mensen onbereikbaar, laat staan dat je zo even bij haar binnen zou kunnen lopen. In het koninkrijk van God zou je nog veel meer afstand verwachten tot de koning. Dat is immers God in eigen persoon.

En wat zegt Jezus? Die God is jullie Vader. Dat wil zeggen: vergelijk jezelf met Willem Alexander, of Constantijn, of Friso. Christenen zijn in het koninkrijk van God kinderen van de koning. Je kunt zo even bij God binnen lopen.

Is dat niet oneerbiedig? Zou je dat durven geloven?

Jezus wil laten zien: deze God is niet een God waar je eerbiedig op een afstand moet blijven. Deze God is geen God om bang voor te zijn. In het koninkrijk van God betekent eerbied hebben voor God: eerbied hebben voor Gods beslissing dat wij Gods kinderen zijn die zo bij God binnen mogen lopen.

3. Onvoorstelbaar, wat Jezus ons laat zien. Onvoorstelbaar, een God die zo dichtbij komt. En hoe.

Want laten we wel wezen, vaders heb je in soorten en maten. Je hebt leuke vaders, en vaders die tegenvallen. God, de hemelse Vader is volmaakt.

We hebben allemaal de neiging om net zo met de hemelse Vader om te gaan als met onze aardse vader. Daarom is het altijd belangrijk om te zien op welke manier God Vader is. Als je in het NT kijkt, dan zie je dat bij Gods vaderschap een aantal dingen horen. Nabijheid, zodat wij altijd dichtbij onze Vader zijn. Zorg, zodat wij onbezorgd ons kunnen richten op zijn koninkrijk. Vergeving, denk aan de gelijkenis van de verloren zoon. En hier in Matteüs 5: liefde, zelfs voor vijanden.

God is de enige vader met een volmaakte liefde.

Denk je eens in hoe God is, als je hem ziet tegen de achtergrond van zijn schepping die hem de rug toegekeerd heeft. God heeft zich niet verongelijkt in een hoekje van het heelal teruggetrokken om daar te gaan zitten mokken of schelden. Hij stelt zich niet verongelijkt op als ons slachtoffer. Hij doet ook niet op een irritante manier zijn best om op te vallen, omdat hij zich genegeerd voelt. Hij verkrampt niet. Hij wacht niet af tot wij als eerste over de brug komen. Nee, hij blijft onbezorgd liefhebben. Hij blijft zichzelf geven. En hoe: hij geeft zijn Zoon, hij geeft zijn Geest. Hij draagt de pijn die het kost om te vergeven. Hij haalt geen oude koeien uit de sloot, maar doet de zonde helemaal weg. Hij houdt ons niet op een afstand, omdat er teveel gebeurt is. We mogen juist dichterbij komen dan ooit: Hij adopteert ons als zijn kinderen.

Dat is het goede nieuws van Gods koninkrijk: de koning van dat rijk, God zelf, is een Vader, die zelfs zijn vijanden lief heeft. Die zelfs ons liefheeft. Die volmaakt is.

Dat kun je je toch niet voorstellen? Zou zijn liefde nooit eens opraken? Heeft hij mij zo lief? Zou hij nooit eens zeggen: nu heb ik genoeg gedaan, nu moeten zij maar eens als eerste een stap zetten?

Jezus zegt: God laat zijn zon opgaan over goede en slechte mensen, hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. En Paulus zegt in Rom 5, een van de prachtigste stukken uit de bijbel vind ik, dat Jezus Christus voor ons gestorven is toen wij nog Gods vijanden waren. Dat is het grootste bewijs van Gods liefde, zelfs voor vijanden.

Dat is het goede nieuws van Gods koninkrijk: de hemelse Vader is volmaakt.

4. Het goede nieuws van het koninkrijk is ook dat wij, leerlingen van Jezus, Gods kinderen zijn. Dat komt hier direct in mee.

Als ik God Vader leer noemen, heeft dat direct consequenties voor mezelf. Als de koning van het koninkrijk, God, mijn Vader is, dan zijn wij lid van de koninklijke familie van het koninkrijk van de hemel.

Nu kun je meteen zeggen: adeldom verplicht. Als God volmaakt is, dan moeten wij ook volmaakt zijn. Zo zegt Jezus het toch ook? Denk aan die Belgische prins, prins Laurant. Een schandaal rond Marine-geld dat is gebruikt voor het opknappen van zijn villa brengt zomaar ook de Belgische koning Albert in diskrediet.

Allemaal waar. Maar je moet het niet te snel zeggen: wij moeten ook volmaakt zijn net als God.

Want onze zonde en Gods liefde, dat matcht niet zo goed. Onze zonde houdt niet zo van Gods liefde. Onze zonde snapt niets van Gods liefde. En door die zonde dringt het zomaar niet tot ons door, hoe volmaakt God ons lief heeft. En wat dat voor ons betekent.

En dan gaan we maar snel wat terugdoen, druk druk druk proberen volmaakt te zijn. Maar hoe lief God ons heeft, dat dringt niet tot ons door.Of we houden een diepe eerbied voor God, maar ook een beetje bang. En echt dichtbij durven we niet te komen. Er blijft angst. Bij de koningin loop je toch niet zomaar naar binnen? Voor gewone mensen heeft de koningin helemaal geen tijd. Mijn dagelijkse dingetjes interesseren de koningin niet. Maar hoe zit dat dan met Constantijn, of Friso?

Eerbied voor God is mooi. Maar het moet geen verkapte angst zijn. Het moet geen manier zijn om op een afstand te blijven staan Als God onze Vader is, dan zijn wij Gods kinderen. Lid van de koninklijke familie van het koninkrijk der hemelen. Wij, discipelen van Jezus, Gods Zoon. We mogen zomaar bij God binnen lopen. En we mogen alles bij God neer leggen.

Ik wens jullie toe dat jullie een diepe eerbied hebben voor die God, die ons zo nabij komt. Zo dichtbij. Een verwonderde liefde.

Want kinderen kunnen hun ouders ook schofferen. Kinderen kunnen een loopje met hun ouders nemen. Dat is ook een vorm waarin de zonde zich uit: dat we een loopje met God nemen. Je ouwe heer, ja, en dan je ouwe heer in de hemel, die je verder niet interesseert. Maar ik kan altijd bij hem terecht hoor.

Bedenk: het goede nieuws van het koninkrijk is dat wij Gods kinderen zijn.

5. Ho ho ho. Dat zeg je nu wel, maar zie je wel wat Jezus zegt? Het klinkt allemaal mooi en aardig tot nu toe, maar zo leuk is het niet. Jezus zegt: Wees volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. Wat is daar goed nieuws aan? Wees volmaakt? Is dit wel goed nieuws?

Laten we beginnen bij Matt 5,16. Jezus zegt daar: Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.Het gaat er dus om dat wat de kinderen doen, iets zegt over hun Vader. Als wij op God lijken door net zo te zijn als hij, zien mensen in ons iets van Gods volmaaktheid. Wij mogen op God gaan lijken.

Dan blijft nog de vraag of dat goed nieuws is. Is het wat, om op God te lijken? Zo Vader, zo dochter, zo zoon?

Dat hangt er van af, hoe het zover komt dat wij weer op God gaan lijken. Jezus zegt dat we volmaakt moeten zijn, we zijn het niet, hoe worden we volmaakt?

En dat heeft weer alles met het koninkrijk te maken. Het koninkrijk is dichtbij. En het koninkrijk is dichtbij omdat God dichtbij is. God de Vader is dichtbij ons, in zijn liefde. Want de deur naar God, dat is Jezus Christus zelf, samen met de Heilige Geest. God heeft ons lief, in Christus, in de Geest.

Jezus brengt het goede nieuws van het koninkrijk. Hij zegt ons dat God onze Vader is, we kinderen van God zijn, en geeft de opdracht om volmaakt te zijn. En hij is zelf de deur naar dat rijk. Hij brengt ons bij de Vader. Hij maakt ons kinderen van God. Het is zijn Geest die in ons woont, door wie we ‘papa’ zeggen tegen God en door wie we Gods kinderen zijn. Jezus Christus geeft ons zijn volmaaktheid, en het is de Geest die de vrucht van de volmaaktheid laat rijpen.

Erger je niet aan Jezus, aan zijn woorden, keer je niet van hem af. Als hij ons een opdracht geeft, dan houdt hij ons geen loodzwaar juk voor. Zijn last is licht. Hij zegt wees volmaakt, maar hij geeft ons die volmaaktheid ook. Hij geeft immers zichzelf, hij geeft zijn Geest. Hij is volmaakt, en zo maakt hij ons tot volmaakte mensen. Hij lijkt op zijn Vader, en hij zorgt er voor dat wij op Vader gaan lijken.

Zo kun je toch zeggen: het is goed nieuws. Goed nieuws dat God onze Vader is. Goed nieuws dat God volmaakt is, en zijn vijanden liefheeft. Goed nieuws, dat wij op onze Vader gaan lijken – zichtbaar volmaakte kinderen van God.

6. En hoe zijn we nu gemeente vanuit het goede nieuws van het koninkrijk, het goede nieuws dat God onze Vader is?

Zes dingen.

Het eerste en het belangrijkste is, dat we elkaar het goede nieuws voorhouden. Ik kan het hier nu tegen jullie zeggen, maar dat is te weinig. Zeg het tegen elkaar, tegen jezelf: God is onze Vader, hij is dichtbij, in Jezus Christus kunnen we zo bij God komen, als Heilige Geest woont God zelfs in ons. Ik ben Gods kind, lid van de koninklijke familie van het hemelrijk.

Het tweede heeft hier mee te maken: de bron voor ons gemeente-zijn ligt in God. Als we willen leren liefhebben, dan moeten we bij God de Vader zijn. Als we verlangen naar herstel van kapotte relaties, dan hebben we Jezus Christus nodig. Als we samen een gemeenschap willen zijn, dan kan dat niet zonder de gemeenschap van de Heilige Geest.

En daaruit volgt het derde: kijk vooral omhoog. Ik heb de indruk dat er nogal wat naar elkaar gekeken wordt. En dan zie je mooie dingen. Maar ook zijn er allerlei redenen om ontevreden te zijn, om je niet thuis te voelen, dingen die een gevoel van onbehagen oproepen. Als je dan God uit het oog verliest, kunnen we het wel shaken met elkaar. Kijk steeds weer naar God.

Als vierde: wat willen we elkaar voorhouden? Onvrede, onbehagen, boosheid, teleurstelling, roddels, wantrouwen? Ik wil een ander voorstel doen: probeer steeds weer om elkaar de ruimte van Gods vaderschap te laten voelen. Ik zeg niet dat wij onze vijanden meteen volmaakt moeten liefhebben – geef jezelf, net als God dat doet, de ruimte om daarin te groeien. Ook zelf hebben we die ruimte van Gods vaderschap nodig. Leef in die ruimte, zelf, en met elkaar.

Vijf: we houden met elkaar kerkdiensten. Laat hier een sfeer hangen van Gods vaderschap. We komen hier niet op audiëntie bij een koning die verder weinig tijd voor ons heeft. We komen inderdaad samen voor de troon van God, maar wel als leden van de koninklijke familie. Eerbied voor God is dan belangrijk, maar ook eerbied voor wat God geeft: met alles wat ons bezig houdt, mogen we zo bij hem binnen lopen, dichtbij komen, als zijn kinderen.

En zes: groei in Christus, houd niet op te streven naar volmaakte liefde.