Marcus 16,19-20 – Jezus helpt vanuit de hemel

Hans Burger
Hans Burger
21 mei 2009

Marcus 16,19-20 – Jezus helpt vanuit de hemel

image_pdfimage_print

Hemelvaart

Alpha-dienst

Liturgie

  • Voorzang Opwekking 354
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Gez 101,1.3.4
  • Gebed
  • Schriftlezing: Marcus 16,9-20
  • Zingen: Ps 47,3.4
  • Tekst: Marcus 16,19-20
  • Kinderen
  • Preek
  • Zingen: Gez 68
  • Geloofsbelijdenis
  • Zingen LB 234
  • Gedicht gelezen door één van de Alpha-cursisten
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 111
  • Zegen

Opgevaren       

Opgevaren in een wolk

is Hij ten hemel ingegaan

Als pleiter voor het volk,

met wiens lot Hij was begaan.

Tot ons heeft Hij toen gezegd:

Breng de dwalenden terecht

Werpt Uw brood uit op het water

Uw loon dat vindt U later.

Zaai ‘t zaad in de morgenstond

en trek des avonds Uw hand niet af

Bewerk de akker, ploeg de grond

zaai wel koren en geef geen kaf.

Velen zijn toen heengegaan

Op straten en door stegen

Maar wie neemt nog zijn boodschap aan

Wie zit om Hem verlegen?

Heer, kom spoedig weer terug

De wereld kan ons zo benauwen

Kom in ons hart, en sla de brug.

Wil Uw tempel in ons bouwen!

Uit: M. Rink, Met lege handen

Opmerking: ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 16,19-20 – Jezus helpt vanuit de hemel

Beste Alpha-cursisten, gasten, gemeente van Jezus Christus

1. De Alpha-cursus is weer voorbij. Vorige week woensdag hebben jullie met elkaar een feestavond gehad. Jammer genoeg kon ik er niet bij zijn. Maar op de kerkenraad hebben we die woensdagavond van jullie toetje mee mogen genieten! Als ik op het toetje afga, hebben jullie een lekkere avond gehad.

Maar het gaat natuurlijk niet om het eten alleen. Ik heb een reactie mogen lezen van iemand die de cursus gevolgd heeft. Mooi om te lezen dat zij genoten heeft van de goede sfeer. Dat zij  antwoord gevonden heeft op bepaalde levensvragen en op vragen over het geloof zelf. Daar word ik blij van, als ik dat lees. We mogen God heel dankbaar zijn dat we steeds weer een Alpha-cursus kunnen organiseren.

En nu zit de cursus er weer op. Je bent een tijd intensief met elkaar opgetrokken, bezig geweest met waar het christelijk geloof over gaat. En nu?

Wat eigenlijk wel heel mooi is: deze Alpha-dienst valt samen met hemelvaart. We vieren vandaag het feest van Jezus die naar de hemel gegaan is. Ergens kun je hemelvaart wel vergelijken met het einde van een Alpha-cursus. Er zijn natuurlijk ook grote verschillen. Als je de Alpha-cursus hebt gedaan ben je nog niet één van die speciale groep van elf, die leerlingen van Jezus. Maar aan de andere kant: met hemelvaart kwam er voorgoed een einde aan de cursus die zij bij Jezus gevolgd hadden.

Geen tien avonden, maar drie jaar waren ze met Jezus opgetrokken. Ze hadden veel met hem meegemaakt. Vooral het einde was dramatisch: Jezus was gedood door de leiders van zijn eigen volk. Toen kwamen die mensen die zeiden dat Jezus uit de dood was opgestaan. Ze konden het niet geloven. En dan opeens, als ze samen met z’n elven aan het eten zijn, is Jezus er zelf. Moet je je eens voorstellen wat er toen met hen gebeurde. Opeens staat die dode Jezus daar – hij is niet dood! Maar dat betekende niet dat ze weer met Jezus zouden gaan rondtrekken. Jezus gaat naar de hemel.

Hoe zouden ze zich gevoeld hebben?

Wat zou er door jou heengaan als je het had zien gebeuren: de Heer Jezus wordt opgenomen in de hemel? Je staat met hem te praten, en dan zie je hem verdwijnen. In Handelingen, een ander bijbelboek, wordt ook over hemelvaart verteld. Daar staat: ze zien dat hij omhooggeheven wordt. Hij wordt meegenomen door een wolk. En ze zien hem niet meer. De cursusleider is voor altijd weg.

2. Dat is raar… Jezus is er weer, opgestaan uit de dood. Maar meteen daarna is hij ook weg.

Toch, als iemand weg gaat maakt het wel uit waar hij heen gaat. Het kan zijn dat je afscheid moet nemen van één van je volwassen kinderen. Dan maakt het verschil of dat bijvoorbeeld is omdat hij een wietplantage opgezet heeft, en gepakt is; of omdat hij voor ontwikkelingswerk naar het buitenland gaat. In beide gevallen zul je elkaar lange tijd niet meer zien. Maar in het ene geval is dat omdat hij achter de tralies verdwijnt. In het andere geval omdat hij iets goeds gaat doen voor anderen.

Waar gaat Jezus eigenlijk heen?

Hij gaat naar de hemel waar hij plaats neemt aan de rechterhand van God. Wat moet je je daarbij voorstellen? Iemand gaf bij de preekvoorbereiding aan: Dit roept verwarring op. Jezus gaat weg en blijkt toch aanwezig en nabij. Ik kan me die verwarring goed voorstellen, zeker als je niet weet wat daarmee bedoeld wordt: de rechterhand van God. Waar moet je dan aan denken?

De rechterhand van God is een ereplaats. Het is het hoogst denkbare erepodium. Jezus zit aan Gods rechterhand als beloning voor alles wat hij gedaan heeft. Hij heeft zijn missie volbracht. Dat hij daar zit is het bewijs ervan.

God heeft Jezus hoog verheven. Hij staat boven alles en iedereen. Dat is eervol. Het betekent ook dat Jezus macht krijgt. Want de rechterhand van God is Gods machtige hand. God regeert hemel en aarde. Hij heeft alle macht. En Jezus? Vanaf nu heet Jezus ‘heer’. Jezus krijgt een eretitel. Daarmee krijgt hij ook macht. Vanaf nu regeert Jezus hemel en aarde.

Dus waar gaat Jezus heen? Niet naar een gevangenis om daar achter de tralies te verdwijnen, waar hij voor niemand iets kan betekenen. Hij zit maar niet in het hoofdkantoor van een multinational, of in het regeringsgebouw van een wereldmacht. Hij zit naast God zelf. Dat is een plek waar hij geweldig veel goeds kan doen. Ook voor ons!

Hoe kan het dus dat Jezus weg gaat en toch zo nabij is? Dat komt door de plek waar hij zit. Bij de voorbereiding van deze preek heeft het veel van jullie, cursisten, geraakt. Jezus is weg en toch is hij er voor ons. Hij helpt je. Hij is heel nauw op ons betrokken. Wonderlijk mooi!

3. Hemelvaart is dus goed nieuws. Daarom zegt Jezus vlak voor zijn hemelvaart tegen de elf: nu moeten jullie de hele wereld rond. Maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend.

Wat is dan dat goede nieuws? Hoe kunnen gebeurtenissen van zo lang geleden nu nog steeds goed nieuws zijn? Ik zal proberen daar iets over te zeggen.

In het begin van Marcus wordt gezegd wat het goede nieuws is: het koninkrijk van God is nabij. Wat is dat koninkrijk van God?

Wat dat koninkrijk van God is, zie je in Marcus 16 aan hemelvaart en aan de tekenen die in vers 17-18 genoemd worden. Pak je Bijbel er maar even bij.

Het koninkrijk van God betekent dat God zijn vijanden heeft overwonnen. Die vijanden, dat zijn de duivel en zijn demonen. Vandaar dat christenen in de naam van Jezus demonen hebben mogen uitdrijven (vers 17). Die vijand, dat is ook de dood. Jezus is opgestaan uit de dood en heeft zo bewezen: ik heb de dood overwonnen. Die vijand, dat is ook de zonde. Zonde, dat is alle vuiligheid en puinzooi die tussen ons en God in staat. Jezus is gestorven voor onze zonde en heeft de zonde in zijn dood meegenomen en opgeruimd. Dus: in Jezus Christus heeft God zijn vijanden de doodsteek gegeven. Jezus is overwinnaar.

Het koninkrijk van God betekent ook dat God een koning aangesteld heeft. Wie is die koning? Vanaf hemelvaart is dat Jezus, de overwinnaar van Gods vijanden.

Het koninkrijk van God betekent verder dat alles wat Gods vijanden kapot gemaakt hebben, weer heel gaat worden. Denk maar aan ziekte in je leven: die gaat verdwijnen. Daarom hebben christenen zieken gezond mogen maken door ze de handen op te leggen (vers 18 eind). Gif en slangen hoeven niet meer dodelijk te zijn (vers 18 begin).

Het koninkrijk van God betekent tenslotte dat mensen elkaar weer begrijpen zullen. Zitten mensen niet vaak in hun eigen wereld? Begrijp jij de ander altijd? Ik spreek Nederlands, een ander chinees – en daar kan ik niks van maken. Gods koninkrijk gaat die taalgrenzen laten verdwijnen. Er komt vrede op aarde. Vandaar dat christenen in onbekende talen hebben mogen spreken, zodat grenzen verdwijnen (vers 17 eind).

Samengevat: wat is het goede nieuws?

a. Gods vijanden zijn overwonnen en Gods koning regeert over hemel en aarde.

b. Daardoor wordt door Jezus de relatie tussen God en mensen hersteld.

c. En daardoor zal alles op aarde weer goed worden: alles wat kapot gegaan is, zal weer heel worden, er komt straks vrede op aarde.

4. Maar is dat inmiddels geen oud nieuws? Het is al zo’n 2000 jaar geleden dat Jezus Christus is gestorven, opgestaan en naar de hemel gegaan.

Dat zou je misschien denken. Maar nog lang niet iedereen op aarde heeft door wat dat goede nieuws is. Terwijl het voor iedereen van belang is. Heb jij al door wat het voor jou betekent?

Kijk bijvoorbeeld naar die vijanden. Als jij in Jezus gelooft, belooft Jezus jou vrijheid van de machten van het kwaad. Als jij in Jezus gelooft, belooft Jezus jou dat je uit de dood op zult staan. Als jij in Jezus gelooft, belooft Jezus jou vergeving van zonden. En wat het mooiste is: daardoor wordt jou relatie met God weer hersteld. Jij mag bidden en weten dat God luistert. Zoals God luistert naar Jezus naast hem, zo luistert hij naar jou als jij bidt in de naam van Jezus. Stel nu dat jij op de Alpha-cursus daarvan iets ontdekt hebt? Dat is toch nieuws!

Jezus belooft zijn leerlingen: ik zal jullie helpen. En dat doet hij. Een van de vragen voor de preekvoorbereiding was: wat raakt je in deze tekst? Ik vond het heel mooi om te zien hoe veel Alpha-cursisten daar opschreven dat hemelvaart betekent: Jezus helpt vanuit de hemel. Jezus is altijd bij ons. Jezus geeft kracht. Jezus is vanuit de hemel heel nauw betrokken op ons. Juist vanuit de hemel kan hij dat doen!

Prachtig vind ik dat. Jezus is in de hemel. En van daaruit helpt hij. Hij is van alle tijden. Overal kan hij mensen helpen.

Misschien ben je wel bang dat je na deze Alpha-cursus in een gat valt. Dat had met de discipelen toch ook kunnen gebeuren? Maar Jezus heeft hen geholpen.

Zou hij ook jou en mij helpen? Misschien denk je wel: Zou Jezus oog voor mij hebben? Zou Jezus op mij betrokken zijn?

He, wat voor mensen denk je eigenlijk dat Jezus’ leerlingen waren? Eerder in Marcus 16 verwijt hij ze nog ongeloof en halsstarrigheid. Dat zijn stevige verwijten toch? Jezus helpt die ongelovige en halsstarrige leerlingen. Zou hij dan jou en mij niet helpen?

Je ziet de leerlingen veranderen. Ze gaan op weg. Vol geloof. Ze dragen het grote nieuws uit. En hun verkondiging wordt enorm krachtig.

Zo kan iedereen veranderen. Van een ongelovig en halsstarrig typje in iemand die vol geloof is en voor Jezus gaat. Als je niet in Jezus gelooft, dan hoef je niet op zijn hulp te rekenen. Want geloven is: zeggen Jezus ik verlang ernaar dat u mij helpt. Ik heb u nodig. Zonder u wordt het niets met mij. Niet geloven is: zeggen Heer, wat moet ik met u? Dan helpt hij je ook niet. Geloof daarom in Jezus!

5. Op één grote vraag ben ik nog niet ingegaan. Er staat in vers 20: Jezus zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen. Hebben jullie het wel eens gezien: demonen die uitgedreven worden, mensen die in nieuwe talen spreken, slangen oppakken, gif drinken zonder dat ze er last van hebben, zieken die gezond worden?

Waar zijn die tekenen? Waar mogen wij op rekenen? Ik heb er van de week weer over na zitten denken. Waarom gebeuren die tekenen niet allemaal in onze gemeente? Ik heb daar geen compleet antwoord op.

Wel wil ik wat dingen noemen die voor een antwoord van belang zijn.

a. In vers 17 staat letterlijk niet ‘de gelovigen zullen herkenbaar zijn aan deze tekenen’. Letterlijk staat er: ‘deze tekenen zullen de gelovigen volgen’. In onze vertaling lijkt het of alle gelovigen altijd en overal aan deze tekenen te herkennen zijn. Maar dat wordt niet beloofd. We kunnen er niet automatisch op rekenen. Zo kan het gaan, en in de tijd van de apostelen is het ook gebeurd. Ook nu gebeurd het nog: genezingen, demonen die uitgedreven worden.

b. De tekenen hebben een speciaal doel: kracht geven aan de verkondiging voor mensen die nog niet geloven. Die tekenen gebeuren niet voor de lol, als een stunt. Ze zijn een teken van iets anders – Gods rijk dat voor de deur staat. Om een missionair getuigenis te onderstrepen.

Blijft staan: vanuit de hemel helpt Jezus ons als we op weg gaan en het goede nieuws bekend maken.

Voor alle duidelijkheid: na een Alpha-cursus ben je nog geen apostel. Misschien ben je nog maar net over het geloof na aan het denken. Hemelvaart is dan vooral een uitnodiging en een bemoediging: Jezus wil ook jou helpen vanuit de hemel. Geloof in Jezus en ontdek verder wie Hij voor jou is!

Maar we zitten hier ook met elkaar als gemeente. Wij worden er als gemeente wel op uitgestuurd – om bijvoorbeeld een Alpha-cursus te geven, of een Emmaüs-cursus. Om gasten uit te nodigen voor onze kerkdiensten.

Jezus’ leerlingen waren ongelovig en halsstarrig. Dat kan ons dus ook overkomen. Hoe ongelovig, hoe halsstarrig ben jij? Als je er niet op uit trekt, zul je niet merken hoe Jezus je daarbij wil helpen. Terwijl je de hulp en de kracht van Jezus juist zult ervaren als je dat wel doet.

De kracht van Jezus ervaar ik vooral dan als ik aan anderen uitleg wat het goede nieuws inhoudt. Tijdens een preek, een gesprek, een catechisatie. Dan merk ik het vooral: Jezus helpt mij. En dat is ook precies wat hier staat: de Heer hielp hen daarbij – dat is bij het bekend maken van het goede nieuws.

Wil jij Gods kracht ervaren? Trek er vol geloof op uit, en maak het goede nieuws van Jezus Christus bekend! Wie weet wat je nog aan grote tekenen zult zien!