Marcus 14:53-15:47 | Vierluik: reacties rond het kruis

Mark Veurink
Mark Veurink
25 maart 2016

Marcus 14:53-15:47 | Vierluik: reacties rond het kruis

image_pdfimage_print

Tijdens zijn proces en kruisiging staat Jezus er alleen voor. Het Sanhedrin miskent hem. Petrus wil er voor Jezus zijn, maar ontkent hem als het er op aan komt. Pilatus is onverschillig. Maar als Jezus de laatste adem heeft uitgeblazen volgt de erkenning door een Romeins centurio.
Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: GKB Gezang 90 : 1
Gebed
Lezen: Marcus 14 : 53 – 65
Meditatie 1
Zingen: Psalm 64 : 2, 3 en 4
Lezen: Marcus 14 : 66 – 72
Meditatie 2
Zingen: Psalm 38 : 6 en 7
Lezen: Marcus 15 : 1 – 15
Meditatie 3
Zingen: LvK Lied 181 : 1, 2 en 4 (Frysk)
Lezen: Marcus 15 : 16 – 37
Doven Paaskaars
Lezen: Marcus 15 : 38 – 39
Meditatie 4
Zingen: LvK Lied 192 : 1, 3, 4 en 5
Lezen: Marcus 15 : 40 – 47
Zingen: Psalm 73 : 9 en 10
Gebed
Collecte
Zingen: LvK Lied 175 : 2 en 4
Zegen
Gesproken amen

Meditaties: Vierluik: reacties rond het kruis

Hogepriester: miskenning
Wat een schijnvertoning!
Het Sanhedrin valt hier door de mand.
Ooit bedoeld als een college van wijze mannen
om recht te spreken in ingewikkelde situaties.
Om zwakken en onschuldigen te beschermen tegen onrecht.
Maar moet je kijken…

Het Sanhedrin keert zich tegen Jezus.
Er is nog niet eens een aanklacht,
die proberen ze tijdens de zitting te vinden.
Stel je voor…
‘Je bent opgepakt en krijgt de doodstraf.
We moeten alleen nog even bedenken waarvoor.’
In een normale rechtbank heb je drie partijen:
de aanklager, de aangeklaagde met verdediging en een rechter.
Het Sanhedrin is aanklager en rechter tegelijk.
Een schijnvertoning.

Dit gerechtshof is zijn naam niet waard:
met recht heeft dit niets meer te maken.
Wat is dat voor rechtbank,
waar je na je doodsvonnis ook nog wordt bespuugd?
Zelfs op een voetbalveld gaat het er beschaafder aan toe…

Het komt ze goed uit dat Jezus bevestigend antwoordt op die vraag:
‘bent u de Messias, de Zoon van God?’
Nu hebben ze hem te pakken.
Godslastering wordt de aanklacht.
Daar staat al sinds Mozes de doodstraf op.
Voor de vorm scheurt de hogepriester zijn kleding,
maar iedereen is vooral opgelucht dat de weg nu vrij is om Jezus op te ruimen.

Dat Jezus zou kunnen zijn wie hij zegt dat hij is, het komt niet bij hen op.
Niet omdat ze het niet kunnen geloven.
Ze willen het niet geloven.
De hogepriester en zijn trawanten miskennen Jezus:
het is te gevaarlijk om Jezus te erkennen.
Voor de gevestigde orde is Jezus bedreigend.
Als je alles prima voor elkaar hebt,
als je kunt leven zoals je het zelf wilt,
waarom zou je dan Jezus nog serieus nemen?
Dan moet je op zijn manier leven…
Nee hoor, dan liever die miskenning.
Of wil jij Jezus wel serieus nemen?

Petrus: ontkenning
Na de miskenning in het Sanhedrin volgt de ontkenning door Petrus.
Petrus neemt Jezus wel serieus,
al ontgaat het hem nog wie Jezus nu echt is.
Petrus wil Jezus niet in de steek laten.
Eerder die avond was hij gevlucht,
toen de zwaarbewapende bende Jezus had gearresteerd.
Toen hij zichzelf eenmaal in veiligheid had gebracht, kwam hij weer bij zinnen.
Het kan niet waar zijn dat Jezus er helemaal alleen voorstaat.
Nee, Petrus zou niet weten wat hij nog voor Jezus zou kunnen doen,
maar hij kon toch ten minste in de buurt zijn,
om Jezus wat morele ondersteuning te verlenen.

Maar Petrus verkeert in diepe tweestrijd.
Aan de ene kant wil hij er nu zijn voor zijn vriend Jezus,
aan de andere kant wordt hij verlamd door angst.
De angst wint het.
Als de grond hem te heet onder de voeten wordt,
overschreeuwt de angst zijn nobele motieven:
‘nee, in Gods naam, ik ken die man niet!’
En zo staat Jezus er weer alleen voor…

Petrus en het Sanhedrin, het is een wereld van verschil.
Toch is er een grote overeenkomst: ze kiezen de makkelijke weg.
Het Sanhedrin door Jezus niet serieus te nemen.
Petrus door te ontkennen dat hij Jezus kent.
Weg van het gevaar!
Het komt even niet zo goed uit om Jezus te kennen.
Handig toch, als je Jezus gewoon even uit kunt zetten.
Ik ben wel christen, maar dit uurtje even niet…
Jezus moet maar even een oogje dichtknijpen.

Dat doet Jezus dus niet.
In de versie van Lucas staat dat Jezus Petrus aankijkt.
De haan kraait, en opeens dringt het tot Petrus door:
‘wat heb ik gedaan?!
Ik zou tot het uiterste voor Jezus gaan.
Al zou iedereen hem in de steek laten,
ik zou aan Jezus’ kant staan, tot het bittere eind.
Kijk mij nou.
Hoe kon ik zo diep zinken?
Ik word misselijk van mijzelf.
Mijn God, nee, ik ben geen haar beter dan Judas of het Sanhedrin.’

Pilatus: onverschillig
Als er één naam verbonden is aan het lijden van Jezus,
dan is het wel die van Pontius Pilatus.
Deze man heeft zelfs de Apostolische Geloofsbelijdenis gehaald:
‘die geleden heeft onder Pontius Pilatus’.
Pilatus had het lijden kunnen stoppen.
Hij deed het niet.
Want, net als het Sanhedrin en net als Petrus,
is Pilatus bezig zijn eigen hachje te redden.

Anders dan het Sanhedrin en Petrus
kan het Pilatus allemaal niet zoveel schelen: hij is onverschillig.
Dat kan nuttig zijn.
Als iemand van buiten meekijkt,
iemand die niet door alle emoties wordt meegesleept,
maar gewoon even zakelijk kan kijken.
Een beetje nuchterheid in dit proces zou welkom zijn.
Pilatus is de man die dat kan brengen.
De kritische buitenstaander die het Sanhedrin tot de orde moet roepen.

Even lijkt Pilatus die rol in te nemen.
Hij gaat in gesprek met Jezus.
Pilatus raakt overtuigd dat Jezus onschuldig is.
Hij doorgrondt het zaakje snel:
de Joodse hotemetoten zijn bang voor Jezus.
Dat is hun probleem, niet dat van Pilatus.

Maar Pilatus heeft een ander probleem: het volk.
Pilatus weet dat hij zich niet populair maakt als hij Jezus vrijspreekt.
Hij probeert er onderuit te komen,
maar het volk, onder invloed van het Sanhedrin, is duidelijk:
‘weg met hem, aan het kruis met hem!’

Dan keert Pilatus’ onverschilligheid zich tegen hem.
Hij hoeft niet zo nodig Jezus te beschermen.
Als het volk dit wil, moet het maar.
Pilatus tekent het doodsvonnis omdat hij de menigte tevreden wil stellen.
In plaats van zijn werk als onpartijdige buitenstaander te doen,
kiest Pilatus voor de makkelijke weg.
Hij heeft geen zin in opstootjes en de bijbehorende arrestaties.
Geef het volk zijn zin, en het zal rustig blijven.
Hij doet er nog een schepje bovenop en laat Jezus geselen:
dat zal het volk vast mooi vinden…

Zo laat Pilatus zich net zo goed meeslepen in de waan van de dag.
Het gaat hem niet om recht, maar om rust.
Wat doen wij?
Komen we op voor de rechten van onze medemens?
Of moet, boven alles, de rust worden bewaard?

Centurio: erkenning
Ze hadden al heel wat executies meegemaakt,
de Romeinse centurio en zijn soldaten.
Kruisigen was voor hen een routineklusje.
Ze hadden geleerd hard te zijn, zich af te sluiten voor de pijn.

Op het programma vandaag drie kruisigingen.
Niets bijzonders.
Maar om één van de gekruisigden hebben ze grote lol, een zekere Jezus.
Waarom deze man gekruisigd moet worden, snappen ze niet.
Normaal treft zware misdadigers dat lot,
een dorpsgek hebben ze nog niet eerder gekruisigd.
Want je bent toch niet helemaal goed bij je hoofd
als je je de ‘koning van de Joden’ laat noemen?
Dat die Joden dat ook nog de doodstraf waard vinden,
daar kunnen ze al helemaal niet bij.
Maar het zal hen een zorg zijn.
Lachen toch, is weer eens wat anders!

Hoe verder de dag vordert, hoe minder overtuigd de centurio is:
deze man heeft niets van een dorpsgek.
Hij begint zich steeds ongemakkelijker te voelen.
Als Jezus zijn laatste adem uitblaast,
dringt het met een schok tot hem door: hier is iets veel groters gaande!
Nog nooit heeft deze ervaren beul iemand zo zien sterven.
Hij had mensen woedend zien sterven.
Hij had mensen in paniek zien sterven.
Hij had mensen zien sterven die zich hadden afgesloten,
vastberaden om zichzelf niet voor gek te zetten,
en eigenlijk al van de wereld waren voor ze daadwerkelijk stierven.
Maar nooit zoals Jezus:
bij hem geen verzet, geen trots, maar vrede en liefde.
Het staat in zijn ogen.

‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.’
Het is waar Marcus zijn evangelie mee begint:
‘het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.’
Eindelijk is er iemand die het erkent.
Deze centurio, deze heiden, is de eerste.
Zelfs Jezus’ leerlingen hadden het nog niet begrepen.
Maar de geharde centurio is diep getroffen.
‘Deze mens was Gods Zoon.’
Een gevaarlijke uitspraak:
zulke titels zijn voorbehouden aan de keizer van Rome.
De centurio laat al zijn voorzichtigheid varen:
deze mens had nooit gekruisigd mogen worden.

De centurio heeft Gods liefde opgemerkt.
Daarom kan hij zijn schild van onverschilligheid laten zakken.
Als je instemt met deze Romein, dan hoef je jezelf niet te beschermen.
Jezus erkennen, het is gevaarlijk.
Maar laat je miskenning, ontkenning en onverschilligheid maar gaan.
Dan kan de wereld van Gods liefde voor je opengaan.