Marcus 14,1-11 – Maak Jezus blij met jouw liefde

Hans Burger
Hans Burger
6 maart 2011

Marcus 14,1-11 – Maak Jezus blij met jouw liefde

image_pdfimage_print

Aangepaste dienst met medewerking van de Bliid Boadskip Sjongers uit Berlikum

Liturgie

Voorzang Gez 132 Dank u voor deze nieuwe morgen
Stil gebed
Votum
Zegengroet
Lied Gez 168 ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God
Wet
Lied Ps 84,1.2
Gebed
Bliid Boadskip Sjongers
Lezen uit de Bijbel Marcus 14,1-11
Preek over Marcus 14,1-11
Zingen Opw 462 – aan uw voeten Heer
Bliid Boadskip Sjongers
Gebed –
Collecte
Zingen Gez 111 Jezus leeft in eeuwigheid
Zegen
Bliid Boadskip Sjongers

Opmerking: Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: hansburger@filternet.nl

Preek over Marcus 14,1-11 – Maak Jezus blij met jouw liefde

1. Ik heb hier een fles. Hij ruikt. Wie wil even ruiken?

Ruikt-ie lekker?

[laten ruiken]

Wat zou jij zeggen? Als ik een grote fles parfum kocht voor Janneke. Mijn vrouw. En dan eentje die nog veel duurder is. En nog veel lekkerder.

En ik zou de dop er zo vanaf halen. [dop eraf]

En de hele fles helemaal over haar heen gooien – in een keer hele fles leeg?

Wat zou je dan zeggen?

Wat zouden jullie daarvan vinden?

[vragen]

Dat doe je natuurlijk niet! Jammer van die lekkere fles. Is-tie in één keer op!

En dat is toch ook helemaal niet lekker?

Veel te veel!

Dat ruikt toch ook veel te sterk!

Nou weet je?

Jezus is aan het eten.

Zat Jezus aan tafel?

Nee!

Hij lag op een bed te eten. Dat deden ze toen.

Heerlijk eten, ze hadden lekker gekookt.

En dan komt Maria er aan.

Met een fles hele dure parfum.

Wie van jullie heeft er zelf een fles parfum?

Daar ben je vast heel zuinig op – of niet?

Niet te veel gebruiken – een  beetje, dat is lekker. Maar teveel? Dan ruikt hele kerkzaal naar de parfum!

Kijk eens wat Maria doet!

Ze gaat naar Jezus toe.

Ze breekt de fles kapot – zo krak! De hals eraf.

En ze giet die hele fles leeg op Jezus. Op zijn hoofd. Op zijn voeten. Hij is helemaal leeg.

Overal ruik je het. Het hele huis ruikt naar parfum.

Ruik je het?

En moet je kijken. Maria pakt geen handdoek. Maria heeft lang haar. Met haar lange haar maakt ze zijn voeten droog!

Maria houdt van Jezus.

Maria houdt heel veel van Jezus!

Houden jullie van Jezus?

Dat wil ze laten zien.

Heel die parfumfles in één keer – hij is voor Jezus! Haar lieve Jezus!

2. Nou ja!

Wat vind je daarvan?

[reactie?]

En de mensen bij Maria?

Die vinden het maar gek.

Die kijken boos.

Die zeggen tegen elkaar: Moet je kijken! Die rare Maria. Dat doe je toch niet? Zo veel parfum in een keer. Hele dure parfum!

Weet je wat zo’n fles kost?

Een heel jaar hard werken!

Evenveel als een dure auto!

Je kunt het geld beter aan de arme mensen geven.

Dit is weggegooid geld.

Alles in één keer op!

Is ze gek geworden?

Zeg jij dat wel eens tegen iemand? He joh, jij doet gek! Jij bent raar!

Doe es gewoon!

Of zeggen mensen dat wel eens tegen jou? Wat doe jij nou? Doe niet zo raar! Ben je gek geworden! Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Misschien wil je wel zingen en klappen in de kerk.

Maar de mensen vinden het raar. Dus je doet het maar niet.

Misschien wil je wel je handen in de lucht steken.

Maar de mensen vinden het raar. Dus je doet het maar niet.

Stel je voor. Wat zouden de mensen zeggen?

Ik heb het allebei wel eens.

Soms denk ik ook: joh, doe niet overdreven. Doe es gewoon.

En dan denk ik afkeurend: Wat sta jij overdreven te zingen!

Soms denk ik ook: weet je, ik doe maar gewoon. Dan val ik niet op.

Dan zegt niemand: Jij bent raar!

Ik steek geen hand in de lucht als ik zing.

Straks wordt iemand er boos om.

Zo gaat dat.

Iemand is enthousiast.

Iemand is blij.

Iemand laat het ook zien.

Maar anderen vinden het gek.

Anderen zeggen: joh, dat hoort niet.

Doe eens gewoon.

En daarna?

Zou je dan nog durven?

Of ben je nu bang?

Ik doe wel gewoon…

Ik wil niet opvallen.

Maar dominee, het is toch ook gek?

Dat doe je toch niet?

Een hele fles dure parfum?

Daar ben je zuinig op.

Zoveel parfum in één keer, dat is toch niet lekker?

Het is veel te veel in een keer.

Jammer van de parfum!

En klappen; of je handen omhoog doen, in de lucht met zingen; dat doen wij toch niet? Het is toch ook raar?

Doe maar gewoon allemaal. Dat vind ik zelf ook fijn.

Wat moet ik anders doen?

Ik doe gewoon – jij doet gewoon – klaar.

Al die gekkigheid, al dat gedoe. Ik hou er niet van.

Dat vindt Jezus vast ook!

Jezus zorgt voor de armen.

Dat moeten wij doen.

Wees zuinig met geld. Dan kun je iets geven!

Jezus vindt al die gekkigheid vast ook maar raar.

Wat overdreven – zo is Jezus toch niet?

Jezus doet heus ook gewoon normaal.

3. Maar dan komt Jezus.

He, jullie maken haar bang!

Straks durft ze niet meer.

Laat haar met rust.

Ze doet iets goeds voor mij!

Hè?

Hoor ik dat goed?

Vindt Jezus het niet gek?

Zegt Jezus niet: Maria, doe niet zo raar!

Bewaar die parfum toch.

Wat doe je nou weer?

Nee.

Jezus ziet: Maria doet het voor mij.

Jezus zegt niet: Doe maar gek. Doe maar raar. Ga tekeer als een beest.

Jezus zegt: Maria doet iets goeds voor mij.

Jezus ziet: Maria houdt van mij.

Maria geeft mij alles wat ze heeft.

En dat maakt hem blij.

Dat is belangrijk: Maak Jezus blij met jouw liefde.

Niet wat de mensen vinden.

Misschien vinden de mensen jou raar.

Nou, dat is dan maar zo.

Maak Jezus blij met jouw liefde.

Hoor je dat Jezus dan zegt: jij doet iets goeds voor mij. Dat maakt mij blij!

Hoe maak jij Jezus blij?

Hoe laat jij zien: Ik hou van Jezus?

Laat het maar zien!

Ook al vinden de mensen het raar.

Zeg het ook zelf niet: ‘Jij bent raar! Doe niet zo gek.’

Maak een ander niet bang.

Maar is Jezus dan gek?

Zoveel parfum, dat wil je toch niet?

Zoveel parfum, dat stinkt!

Soms gebruikten ze vroeger wel zoveel parfum in één keer.

Bij een begrafenis.

Als er iemand gestorven is.

Dan deden ze heel veel parfum op het dode lichaam.

Anders rook het niet lekker meer.

Zeker als het heel warm is.

En in het land van Jezus is het heel warm.

Dus bij een begrafenis.

Dan gebruikten ze heel veel parfum.

Is Jezus dan gek?

Nee, Jezus weet: straks ga ik sterven.

Sterven voor jullie allemaal.

Sterven aan het kruis.

Dat weten jullie toch: Jezus is aan het kruis gestorven. Voor ons allemaal. En dan staat Hij op. Alles wordt nieuw.

Jezus weet: bijna ga ik sterven.

Dan word ik begraven.

Daarom: het is goed, al die parfum.

Voor straks.

Voor in mijn graf.

Maria doet iets goeds voor mij.

Maria houdt van mij.

Ze geeft alles wat ze heeft.

Maria die snapt het: Jezus gaat dood.

Daar is het goed voor, al die parfum.

4. Wat vinden jullie daarvan?

[reactie?]

Misschien vind je het gek.

Nu nog gekker dan eerst.

Wat een geklets.

Die Jezus is niet wijs.

Hij is nog niet dood – je begraaft hem nu toch niet?

Wat denkt die Jezus wel?

Dat Hij God is of zo?

Kom op Jezus, doe es normaal.

Is hij niet meer goed bij zijn hoofd?

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Ik geloof hem niet meer.

Ik hoor niet meer bij hem.

Dat denkt Judas.

Weg met die Jezus.

Weet je wat?

Ik ga hem verraden.

Misschien krijg ik dan geld!

Meer geld dan die parfum kost.

Straks word ik nog rijk.

Denk jij dat ook? Die Jezus is gek?

Judas was een leerling.

Hij kende Jezus heel goed.

Hij had alles gezien: de wonderen.

Hij had alles gehoord: de verhalen.

Het raakt hem niet meer.

Dat kan dus zo maar.

Je was een leerling. Maar je wilt hem niet meer.

Pas op! Verraad Jezus niet!

Of denk je iets anders?

Was ik maar zo als Maria.

Kon ik dat maar.

Alles geven wat ik had.

Maar ik durf niet.

Dan vinden de mensen me raar.

Ik kan het niet.

Mijn liefde is te klein.

Zo kan ik het nooit.

Maar Jezus is er toch?

Jezus is God.

Jezus ziet jou.
Hij ziet wat je doet.

En waarom.

En Hij houdt van jou.

Als Hij gaat sterven, dan is het voor jou.

Als Hij weer opstaat, dan is het voor jou.

Hij doet het uit liefde!

Hij maakt je vrij.

Vrij van de mensen.

Vrij van de trots. Ik wil bewondering.

Vrij van het bang zijn. Wat zouden ze zeggen?

Wat maakt het uit? Het gaat om wat Jezus zegt!

Hou zelf van Jezus.

Maak hem blij met je liefde.

Zoals jij bent.

Met alles wat jij hebt.

Geef Hem al je parfum – wat is dat voor jou?

Laat Hem lekker ruiken – hoe kun jij dat doen?

Laat het Hem zien: Heer, ik hou van u!

Geef Hem je geld.

Geef Hem je tijd.

Zing uit volle borst.

Praat over Hem.

Steek je handen in de lucht.

Doe mee met je kring.

Doe mee in de kerk.

Waar doe je het voor?

Toch niet voor jezelf?

Doe het voor Jezus – dan is het goed!