Lukas 2,1-20 – Wees blij met het goede nieuws, vertel het verder!

Hans Burger
Hans Burger
25 december 2011

Lukas 2,1-20 – Wees blij met het goede nieuws, vertel het verder!

image_pdfimage_print

Kerst

Gezinsdienst

Liturgie

Welkom

Kaars aansteken en gedichtje

Zingen:
-        LD 138 Komt allen tezamen
-        Midden in de winternacht
-        Luid klokje klingelingeling
-        Kom vier het feest met mij (Sela)

Stil gebed

Votum en zegengroet

Zingen: Opw 430 Heer, ik prijs uw grote naam

Gebed

Zingen: LD 135 Hoor, de englen zingen d’eer

Sketch

Bijbellezing: Lukas 2,1-20

Preek

Zingen: Projectlied

Geloofsbelijdenis (naar artikel 18 NGB, zie hieronder)

Zingen: Gez 85 Weet jij waarom Jezus hier op aarde kwam?

Gebed

Collecte – tijdens collecte: Magnificat: Met heel mijn ziel prijs ik de Heer (Sela)

Zingen: Gez 50 Ere zij God

ZegenOpmerking:

- Ik vind het prettig om het even van te voren te horen wanneer deze preek ergens in een kerkdienst gelezen wordt. In mijn mailbox past altijd nog wel een mailtje: >hansburger@filternet.nl

Wij geloven dat Jezus onze Redder en Immanuël is

Geloofsbelijdenis vanuit artikel 18 NGB

Met Kerst vieren we dat Jezus is geboren.

Dat is niet zomaar plotseling gebeurd.

God had het al honderden jaren eerder beloofd,

al in het paradijs, toen Adam en Eva in zonde waren gevallen.

In het hele Oude Testament kun je lezen

dat God belooft dat er een redder zal komen.

En met Kerst… dan gebeurt het ook echt!

God stuurt de Redder.

Dat is Jezus.

Gods Zoon was in de hemel bij God

en het was daar volmaakt voor Hem.

Maar hij is mens geworden, echt helemaal een mens.

Behalve de zonde natuurlijk;

want Jezus was geen zondig mens.

De Heilige Geest heeft ervoor gezorgd

dat Maria in verwachting raakte,

dat er een baby in haar buik groeide.

Jezus is niet de zoon van Jozef

of van een andere man

maar van God zelf.

Hoewel Jezus de Zoon van God is

en zonder zonde,

was hij toch echt een mens.

Met zijn lijf.

Met zijn verstand.

Met zijn gevoel.

Hij was echt een mens

om ook echt de mensen te kunnen redden.

De Zoon van God wilde mens worden

om de mensen te kunnen redden!

Zo is Jezus Immanuël

dat betekent: God met ons.

Dát geloven we met Kerst.

Preek over Lukas 2,1-20 – Wees blij met het goede nieuws, vertel het verder!

1

Heb jij wel eens een engel gezien?

Echt – een engel – zo’n fel witte hemelse soldaat?

Nou, ik wel.

En ik schrok ontzettend.

We waren met een paar herders. Het was nacht. Omstebeurt bleven we wakker. Op de schapen letten.

Ik was net een paar uur aan de beurt geweest.

Ik was wel moe – het was bijna tijd om één van m’n maten te wekken.

Zat bij een klein vuurtje – niet naar het vuur kijken natuurlijk, want dan zie je niks.

Nou, het was of ik recht in de zon keek.

Wat een licht.

Ik schrok – dat wil je niet weten.

Iedereen was meteen wakker – zoveel licht.

En geen schaap hoorde je mekkeren – allemaal waren ze stil.

Man, wat waren wij bang.

Ben jij wel eens bang?

Enorm geschrokken?

Dat je je armen voor je gezicht slaat?

Weg wilt kruipen?

Gaat liggen op de grond?

Zo weet je – je helemaal klein maken?

Dat je helemaal ligt te trillen?

Nou, zo lag ik op de grond. En de anderen ook.

Wat waren wij bang!

2.

Maar het was gek.

Er gebeurde niks.

D’r ging alleen iemand praten.

Geen bulderende stem.

Geen gemenerik.

Nee, het klonk wel vriendelijk.

He – wees niet bang!

Voorzichtig keek ik omhoog.

M’n ogen moesten even aan het licht wennen.

Maar toen – ik had nog nooit een engel gezien, maar ik wist het meteen: Dit is een engel van God.

Wow!

Heb jij wel eens een engel gezien? Een engel van God?

Vlakbij!

En hij zei tegen ons: ‘Wees niet bang!’

Weet je wat-ie verder zei?

Het was alsof hij vertelde dat er een nieuwe keizer kwam.

Ik weet nog goed dat ze in ons dorp kwamen vertellen dat keizer Augustus de nieuwe keizer werd. Er kwam een Romeinse soldaat. Hij blies op z’n trompet. Hij riep:

‘Groot nieuws! Laat iedereen er blij om zijn: Rome heeft een nieuwe keizer.

Gaius Julius Caesar Augustus

Hij is redder! Hij is heer!’

Precies zo ging het nu ook.

Die engel stond er net zo als die Romeinse soldaat.

‘Groot nieuws!

Heel het volk zal er blij mee zijn.

In de stad van David is geboren jullie redder, de gezalfde Heer.’

En toen?

Als ik het jullie vertel, dan lachen jullie me uit.

Maar hij zei het echt.

‘Hieraan kun je hem herkennen: jullie zullen een baby vinden, ingebakerd in doeken, en hij ligt in een voederbak.’

Een nieuwe koning in een voederbak?

Hij zei het echt!

Tijd om te lachen kregen we niet.

Het was of het ineens dag was – helemaal licht.

Niet één engel, geen twee, geen tien.

Nee, een heel leger van engelen.

Zo veel – o, wat was dat indrukwekkend.

Wat een licht, wat een geluid.

‘Eer aan God in de hoge hemel!’

‘Eer aan God in de hoge hemel!’

‘Vrede op aarde, vrede op aarde!’

Ik zal het nooit vergeten. Wat was dat mooi!

3.

En toen was het weer donker. Helemaal donker.

Alleen dat kleine vuurtje was er nog.

We keken elkaar aan. Wow! Lachten. Keken stomverbaasd.

Hier – bij ons, herders, midden in de nacht – helemaal buiten de dorpen, buiten de stad – hier komen engelen.

Om ons te vertellen… ons, herders… zwervers in het open veld!

Ja, wat had die engel eigenlijk precies gezegd?

Wat waren we allemaal benieuwd!

Zou het echt zo zijn?

Een nieuwe koning?

Een zoon van David – echt?

Zou het eindelijk zo ver zijn, dat we echt weer een eigen koning kregen?

Geen keizer uit Rome, zogenaamd als redder en heer?

Nee, een eigen koning, uit ons eigen koningshuis, een zoon van David?

De engel had het toch echt gezegd – het klonk niet als een grap.

Dat kan toch ook niet – zoveel engelen, dat is geen grap.

Dus ik zeg tegen m’n maten: ‘Jongens, ik ga kijken.’

‘Wat? Nu? Midden in de nacht? Helemaal in Bethlehem? En de schapen dan?

‘Ja natuurlijk ga ik kijken. Wat zei die engel? Je kunt ‘m herkennen: hij ligt in een voerbak. Dan moet je toch gaan kijken? Die mensen zijn vast de hele nacht wakker. Als we echt een eigen koning krijgen…; dat is belangrijker dan de schapen.’

Dus daar gingen we. Naar Bethlehem.

Het was nog wel een paar uur lopen.

Het werd al bijna licht toen we er waren.

O, wat waren wij benieuwd.

Zou het kloppen?

Ben jij wel eens echt nieuwsgierig?

Dat er iemand aan de deur is, en dat je wilt weten wie het is?

En dat je stiekem gaat kijken – ook al lig je al in bed?

Wie komt er op bezoek?

Nou, zo nieuwsgierig waren wij ook.

4

Maar hoe vind je een baby? Precies die baby?

Wat zou jij doen – kom je ’s nachts in Bethlehem. Huizen. Alles donker.

Allemaal mensen met dieren. Huizen met een aangebouwde stal.

Overal voerbakken natuurlijk.

Hoe vind je dan precies die ene voerbak met die ene baby?

Gelukkig is Bethlehem niet zo groot.

En in een paar huizen brandde een lampje. Het eerste huis? Dat was niks.

Maar het tweede huis – dat was raak.

D’r was een hele verbaasde man.

Een baby in een kribbe?

Hier?

Ja, dat klopt. Hoe weten jullie dat?

Wat? Echt – een engel? Heeft een engel tegen jullie gezegd dat … dat …

Kom, kom snel mee, naar Maria. Die moet ’t weten.

Wij mee naar binnen.

En toen – ik wist niet wat ik zag.

Het was echt zo!

Ja natuurlijk, dat had ik kunnen weten. Een engel liegt niet.

Maar toch, de tranen sprongen me in de ogen.

Nou, dat heb ik niet snel.

Echt, ik stond gewoon te janken.

Daar stond een voerbak – en in die voerbak lag een baby.

Het was echt zo!

We hebben een nieuwe koning – dit was mijn nieuwe koning – onze redder. Onze Heer!

Nou komt alles goed!

5

Die man en die vrouw, ze snapten er eerst niks van.

Wij komen daar binnen stampen.

Heb je net een kind – staat er opeens een groep wildvreemde herders naar je baby te kijken.

Gestuurd door een engel.

Eerst zei niemand wat.

Maar toen gingen ze vragen stellen.

Vooral die vrouw, die Maria, – ja weet je, zij was de moeder.

En wij gingen vertellen.

Ze was – hoe zal ik het zeggen.

Ook zij had de tranen in haar ogen.

Toen wij alles verteld hadden, snikte ze een paar keer.

‘Jozef, nu snap ik het. Jozef, nu snap ik het.’

Die stomme volkstelling.

Die nare reis naar Bethelem.

Die arme boel hier.

God heeft ons niet vergeten!

Jezus is de zoon van David.

De nieuwe koning.

Hij moet geboren worden in de stad van David!

En die voerbak? God heeft ons niet vergeten!

God wist het – van die voerbak. Het is zijn eigen Zoon!

De engel wist het – van die voerbak!

Hoor je het – Jozef: Hij is de nieuwe koning! Uit ons eigen koningshuis. Hij is de redder. Hij is de gezalfde Heer!

Jozef – God heeft ons niet vergeten. God is goed!

6.

Ja, mensen, God is goed.

Ik ben niet zo’n gelovig typje.

Laat mij maar buiten met m’n schapen.

Daar merk ik dat God voor me zorgt – God is echt een herder.

En verder – ik hou niet van naar de kerk gaan.

Maar dit zal ik nooit van m’n leven vergeten.

Toen ik het anderen vertelde? Ze keken me aan zo van – ben jij echt gezond?

Moet je nagaan!

Ik heb het zelf gezien – engelen.

En het was precies zoals de engel zei!

In een voerbak een baby.

De zoon van David in de stad van David. Onze nieuwe koning!

Onze redder. Onze Heer.

Nu komt alles goed met de hele wereld.

Want – dat zei Maria – dit is de Zoon van God. Hij is koning voor altijd.

O, wat waren wij blij. Gods Zoon is geboren!

En de ouders van de baby, Jozef en Maria, die waren ook blij.

Maar de anderen? Er kwamen ook wat andere mensen kijken.

En toen het licht werd, we weer terug naar de schapen gingen, toen kwamen we op straat ook mensen tegen – en we vertelden het natuurlijk1
Dat was zo gek – ze luisterden, ze keken heel verbaasd, maar, verder niks.

Geen reactie.

Alleen verbazing.

Wij kwamen vertellen wat we gehoord hadden. Natuurlijk moesten wij het vertellen.

Een nieuwe koning, een eigen koning – een redder, een gezalfde Heer.

God zelf komt ons bevrijden! Alles komt goed.

Jozef en Maria vonden het geweldig om te horen. En de rest niet.

Zo jammer was dat.

7.

En jullie?

Jullie vieren toch Kerst vandaag?

Wij waren de eersten die het vertelden.

Het is steeds verder doorverteld.

En zo hebben jullie ons verhaal ook gehoord.

Is het al lang geleden dat jij het voor het eerst hoorde – Jezus is geboren? Gods eigen Zoon – koning voor altijd.

Hoe blij ben jij er mee?

Of ben je helemaal niet blij?

He weet je, dit is breaking news – voorpaginanieuws.

God zorgt dat er vrede op aarde gaat komen! Overal op aarde echte vrede.

Hij doet wat Hij lang geleden al belooft heeft.

Ben jij net zoals wij, de herders?

Wij moesten het vertellen. Dolblij waren we.

En zingen – wat hebben wij een liederen voor God gezongen!

Natuurlijk: we moesten God wel eren. Zo’n geweldige God!

Ben jij zoals wij? Of … lijk je meer op die mensen toen – ze reageerden nauwelijks.

Blij waren ze zeker niet.

Het nieuws verder vertellen? Niks ervan.

Kom op hè. Vergeet het niet. Vertel het verder.

Dit is echt goed nieuws voor iedereen.

Jezus voelt zich voor niemand te goed. Hij lag in een voerbak, en de engel kwam bij herders, achteraf in het veld. Wie jij ook bent –dit is echt goed nieuws ook voor jou. En je mag het aan iedereen vertellen. Zelfs aan een herder!

Jezus is geboren!

God houdt van ons.

Vrede op aarde.

Eer aan God!