Lucas 6:1-11 – Sabbatsrust – leespreek Tim Keller, door Dingeman van Wijnen

Gast
7 januari 2013

Lucas 6:1-11 – Sabbatsrust – leespreek Tim Keller, door Dingeman van Wijnen

image_pdfimage_print

Preek gelezen op 6 januari 2013 in Franeker

Eerder gehouden door ds. Tim Keller te New York op zondag 23 maart 2003

Vertaald en bewerkt door Dingeman van Wijnen.

 

LITURGIE:

 

Voorzang: Psalm 97:1

Stil gebed

Votum

Groet

Openingslied: Liedboek 144: 1, 3, 5, 7

Schuldbelijdenis & gebed om de opening van het Woord

Zingen Psalm 51:4

Kinderen naar club

Schriftlezing: Lukas 6: 1-11

Preek

Liedboek 448: 2 en 3

Kinderen terug, kinderlied gezang 168 ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God, in canon

Lezing van de Tien Geboden

Voorbede

Collecte

Slotzang: Psalm 90:8

Zegen

Amen

Geliefde gemeente,

 

Het nieuwe jaar is weer begonnen. Toch weer! We mogen weer aan het werk. Onze baan, onze taken in het gezin, in de kerk, onze vrijwilligersdingen. We mogen weer.

We moeten weer.

 

Komt er dan nooit een einde aan? Gaat het dan altijd maar door?

We hebben een paar dagen Kerstvakantie gehad – maar zijn we uitgerust het nieuwe jaar ingegaan?

 

In de Bijbel gaat het vaak over rust.

`Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u rust geven.`

Een mooie tekst voor op een tegeltje aan de muur.

Maar morgenochtend gaat de wekker weer.

 

We lezen Lukas 6:1-11

Jezus en de sabbat

 

1 Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan. 2 Enkele farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doet u iets dat op sabbat niet mag?’ 3 Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, 4 hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’ 5 En hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’

6 Op een andere sabbat ging hij naar de synagoge, waar hij onderricht gaf. Daar was ook iemand met een verschrompelde rechterhand. 7 De schriftgeleerden en de farizeeën letten op hem om te zien of hij op sabbat iemand zou genezen, want dan zouden ze hem op grond daarvan kunnen aanklagen. 8 Maar hij wist wat ze van plan waren en zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Sta op en kom in het midden staan.’ Dat deed de man. 9 Jezus zei tegen de farizeeën en schriftgeleerden: ‘Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, of men een leven mag redden of verloren laten gaan.’ 10 Nadat hij hen een voor een had aangekeken, zei hij tegen de man: ‘Strek uw hand uit.’ Dat deed hij en er kwam weer leven in zijn hand. 11 De schriftgeleerden en de farizeeën raakten bijna buiten zinnen en begonnen onderling te overleggen wat ze met Jezus zouden doen.

Jezus heeft het in zijn prediking hier op aarde over elk aspect van het leven. En dus ook over werken en rusten.

 

Werk. Dat betekent voor ons allemaal wat anders. Voor sommigen is werk iets moois en ze gaan graag naar hun werk. Anderen vinden het maar lastig, kunnen hun bed niet uitkomen.

 

En dan de zondag. Die vormt misschien nog wel het grootste probleem.

 

Sabbatsrust. Daar gaat de preek over:

 

SABBATSRUST

1. Waarom hebben we het nodig?

2. Hoe vinden we het?

3. Hoe doen we het?

 

De antwoorden op die vragen zijn allemaal in dit gedeelte uit Lukas te vinden.

 

Eerst maar de eerste verzen.

Ze mogen niet plukken. Oogsten was één van de 39 verboden dingen op de sabbat. Zo stond het in de Halacha, het grote regelboek van de joodse leiders. Keurig alle 39 opgesomd.

O, die regeltjes! Die Joden konden er wat van. We schudden ons wijze hoofd erover.

 

Maar dat doetJezus niet. Hij zegt niet: hou toch op met die sabbat! Dat is allemaal achterhaald. Nee, Hij zegt: ik ben Heer van de Sabbat. De sabbat gaat over mij!

 

Laten we als de meest overwerkte, altijd maar druk-druk-drukke samenleving maar niet neerbuigend doen over een oprechte poging om de sabbat te onderhouden, hoe overdreven ook. Want de Joden gingen er dan toch in elk geval voor, voor een echte rustdag.

 

Want hoe gaat het bij ons?

We werken ons een slag in de rondte. En na een week hard werken duiken we compleet uitgeteld het weekend in.

Maar dat is geen rusten. Rust nemen gaat niet vanzelf. Echt rust nemen, dat kun je niet zomaar. Het is heus geen kwestie van: als je moe bent stop je met werken en als je uitgerust bent begin je weer.

Nee, rusten is net zo goed werk!

 

Laten we eens kijken naar de problemen op dit gebied van de tijd waarin wij leven.

We zien vier dingen.

[a] Banen zijn onzeker.

Vroeger koos je een beroep en voor heel veel mensen gold dan: dat deed je dan rustig voor de rest van je leven. Je wist waar je aan toe was.

Maar nu is er voor heel veel mensen voortdurend twijfel.

Nog nooit zijn banen zo onzeker geweest als in onze tijd.

[b] De hoogstbetaalde mensen verdienen in onze tijd ongeveer 200x zoveel als de laagstbetaalden. Dat was vroeger 10 of 20x. Dat betekent: de bovenlaag werkt ontzettend hard, dat wordt van ze verlangd om dat hoge salaris te rechtvaardigen. Maar de onderlaag moet soms wel twee of drie banen nemen om rond te komen.

 

[c] Technologie: je kunt tegenwoordig overal werken, je bent overal bereikbaar. Maar dat wordt dan dus ook van ons verwacht. Bereikbaar zijn. Het werk gaat thuis door, je logt nog even in, of je bent oproepbaar.

 

[d] En tenslotte, een hele ingrijpende: de zin van je leven vond je vroeger in je gezin. Je baan was om dat gezin te onderhouden. Tegenwoordig is onze baan, ons werk de zin van ons bestaan. Daarin ligt onze identiteit. Dat is nooit zo geweest. Wij zijn de eerste samenleving in de geschiedenis van de mensheid waar het werk voor mensen het belangrijkste in hun leven is.

 

Dus a-c zorgen voor voortdurende onrust, en we smeken om rust.

Maar d: we hebben steeds minder ruimte om ons werk te laten rusten, want ons werk is ons leven.

 

Vroeger waren sabbat en zondag feestdagen. Door de week was je een beetje slaaf, zondag was het feest.

Een dag lang alles aan de kant.

 

Maar nu, in onze samenleving: we zijn nooit klaar. Omdat we ons in ons werk moeten bewijzen, blijft altijd dat eeuwige gevoel, dat het toch nog niet genoeg was, dat we nooit klaar zijn, dat dit nog moet en dat nog – we moeten onszelf steeds weer bewijzen.

 

Ook als we vrij hebben fluistert van binnen die stem die zegt: je werk is nog niet af, je hebt het toch niet goed gedaan.

 

Met rusten van je werk is het net als met onze slaap.

We hebben niet alleen maar slaap nodig, maar diepe slaap, REM-slaap. Anders helpt het niet.

 

Zo is het ook met ons werk: we moeten het helemaal loslaten. Anders is er geen ware geestelijke rust.

2. Hoe vinden we die rust?

 

Jezus zegt: Heb je niet gehoord van David?

Hij komt met het verhaal uit Samuel. Het eten van de toonbroden was verboden. Maar David at ze toch.

Wat betekent dat?

 

Hij zet de regel gewoon maar even aan de kant.

Hoe kan dat?

Nergens in de Bijbel worden geboden gewoon zo maar even aan de kant gezet. Je komt het echt niet tegen: Diefstal, och, je had even geld nodig… Of: overspel, ach, het was toch ook wel een erg mooie vrouw, vooruit maar, voor een keertje…

 

Maar die regel van de toonbroden wordt gewoon aan de kant geschoven.

En het sabbatsgebod wordt hier door Jezus gewoon aan de kant geschoven.

Wat betekent dat?

 

Blijkbaar zijn die geboden maar tijdelijk. Als het nieuwe komt gaan ze aan de kant.

Jezus zegt: IK ben Heer van de sabbat!

IK kan je die diepe rust geven. IK! Rust voor je ziel. IK ben de heer van de RUST.

We moeten bij Hem zijn.

En als we niet naar Hem gaan zullen we nooit rust vinden.

 

Laten we eens lezen in Genesis 1. Dat mooie refrein: zie het was zeer goed. En dan staat er: op de zevende dag rustte God. Hij rustte! Wat nu? Was God moe? Wat betekent dit?

 

Lees het nog eens, steeds na elke scheppingsdag: en zie, het was zeer goed. Ja, dit is goed! Goed gelukt. Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan.

En aan het eind zegt God dan nog eens: het is goed. Hij is volkomen tevreden. Er mankeert niets aan. Het is áf!

Dát is rust. Dat je dát kunt zeggen: ik ben klaar.

Als iets af is, wat kun je dan heerlijk zitten. Dat is rusten, als de klus geklaard is.

 

En lees dan verder in Hebreeën 4: Er wacht het volk van God dus nog steeds een sabbatsrust. En wie is binnengegaan in zijn rust, vindt rust na zijn werk zoals God na het zijne.

 

Christen worden, wat dat inhoudt kun je op allerlei manieren uitleggen.

Maar dit is wel een heel een bijzondere! Christen worden is: binnengaan in je rust, zoals God zelf rustte!

Als christen kun je net zo naar je werk kijken als God naar het zijne. Naar je leven kijken zoals God naar het zijne. Dat is wat!

In Christus kun je van je leven en van je werk zeggen: er mankeert niets meer aan. Ik hoef er niks meer aan te doen. Het is OK. Áf!

 

Maar dat is toch onzin? Dat is onmogelijk. Hoe kan dat?

 

Want ons werk maakt ons wél moe.

Niet eens het werk zelf. Maar dat we ons moeten bewijzen.

Gelovige mensen houden zich stipt aan de regels en bewijzen zo dat ze goed bezig zijn, en ze verzekeren zich zo van Gods zegen.

Ongelovige mensen werken net zo goed keihard, om te bewijzen dat ze iemand zijn, dat ze wat voorstellen.

Dát maakt ons moe.

En dat is nooit klaar. Het is nooit genoeg.

Wij kunnen dat nooit zeggen: het is OK.

 

Maar de Hebreeënbrief-schrijver zegt: in Christus kan het wel. Want Jezus zegt: Komt tot mij, allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u rust geven. Mijn juk is zacht en mijn last is licht.

 

Iedereen dient iemand. Iedereen zoekt ergens zijn identiteit. Maar als IK de zin van je leven ben, dan alleen vind je echt rust.

Dan is je leven af.

Hoe kan dat?

Kijk naar het laatste vers. Vers 11.

 

De farizeeën zijn woedend. Ik heb de sabbat bedacht, zegt Jezus. Hij zegt in feite, Ik ben God.

En wat doen ze: ze gaan Hem doden. Jezus, die hen rust kan schenken, ze ruimen Hem uit de weg!

 

En wat is de ironie: juist daardoor werd Hij Heer van de sabbat.

 

Kijk naar het kruis. Naar zijn onrust, hoe hij worstelt, het uitroept.

Jesaja 57:20:

“Maar de goddelozen blijven onrustig

als de zee, die nooit rust kent;

haar golven woelen vuil en modder op.”

Dat draagt Jezus aan het kruis.

II Cor 5:21. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.

 

Hij ondergaat die eindeloze onrust van óns leven. Die worsteling, die dodelijke vermoeidheid. Dat we het niet meer weten, dat we ons naar ons werk slepen, dat we misschien zelfs niet meer werken kunnen. Dat we alleen nog maar kunnen piekeren: waarom doe ik dit allemaal – voor God of voor mezelf. Al onze overspannenheid, al ons gepieker, al ons gepruts, die projecten die mislukken, die klussen die we niet binnenhalen, al onze ONRUST, die droeg Hij, daar aan het kruis.

Voor hen die zich van Hem afwenden (zegt Jesaja) is er geen rust.

Dat ervoer Hij.

En toen Hij klaar was riep Hij het uit: het is volbracht.

Ik heb het voor elkaar!

Af! Klaar!

Het is zeer goed!

 

Wat was volbracht?

Alles wat nodig was om ons geweten tot rust te brengen. Het strengste geweten, dat nooit, nooit tevreden is. Nooit genoeg.

Het is volbracht.

Voor de grootste perfectionist.

Voor wie het zelf niet meer weet. Hij deed het voor ons.

 

Hij leefde ons leven volmaakt. En Hij droeg onze schuld volmaakt.

En daarom kijkt God, als we Hem als Verlosser aanvaarden, nu tevreden naar ons leven.

Alsof, zoals de Catechismus zegt, we nooit zonde hadden gehad of gedaan. Nooit tekort waren geschoten.

 

Onze rust is niet in ons eigen werk maar in dat van Hem!

Als we Hem aanvaarden, rekent Hij onze zonden aan Hem toe. En zijn gerechtigheid is voor ons.

 

En nu is het goed!

Mijn geliefde kind.

 

In Jezus zegt God: het is volbracht. Je leven is goed.

 

3. Hoe doen we dit?

 

Als we dit allemaalniet snappen, en niet aanvaarden, dan zullen we nooit rust vinden. Dan helpen vakanties niets.

Maar als we het wel snappen, dan kunnen we vervolgens nadenken over de praktijk van onze zondagsrust.

 

En dan noemen we kort nog een aantal belangrijke punten.

 

Jezus geneest op de sabbat, maar zegt niet: weg ermee. Hij gebruikt de sabbat voor waar het bij de sabbat, en dus bij de zondag, om gaat: de dingen herstellen! Alles op zijn plaats zetten.

Hij geniet.

En Hij geneest.

 

Hij geeft ons de sabbat weer terug.

Maar het is niet zo, dat omdat die 3000 regeltjes allemaal niet meer gelden, dat het daarom makkelijker voor ons wordt. Het wordt alleen maar gevaarlijker: er zijn geen regels, dus we moeten zelf leren aanvoelen wat de Heer mooi vindt op zondag.

 

Ik geef een paar tips.

 

Allereerst twee basispunten, geen uiterlijke dingen, maar dingen die we van binnen moeten beseffen.

[1] Sabbat is bevrijding! Deuteronomium 15: Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte totdat de HEER, uw God, u bevrijdde. Daarom geef ik u vandaag dit gebod.

De wet is er om ons vrijheid te geven!

 

Dus als je niet kunt rusten, dan ben je een slaaf. Als je geen nee kunt zeggen, dan ben je een slaaf. Slaaf van je verwachtingen, van je plichten, van je klanten, van je onzekerheid, van je zelfverlossing, van je familie. Mijn waarde is niet mijn werk. Christus is mijn waarde. Vindt die vrijheid!

 

[2] Vertrouwen. Wij denken zo vaak dat wij het moeten doen. Maar jij bent God niet, Hij wel! De wereld draait niet door mij. Ik breng het geld niet in huis. Ik zorg niet voor succes op het werk, in het bedrijf. Ik ben God niet. God doet het. God zorgt! Ook als ik moet uitrusten werkt God wel door. Heb vertrouwen. Mijn bedrijf, mijn kerk, mijn kring, mijn school, mijn huishouden, mijn vrijwilligersproject draait niet door mij maar door Hem. Dus ik kan gewoon rust nemen.

 

En dan de praktische punten.

Dat zijn dingen die op zichzelf niet werken, als je uitgangspunten niet deugen: bevrijding en vertrouwen.

Maar als je leeft uit de bevrijding, leeft in vertrouwen, dan zijn hier nog wat praktische tips:

[1] Neem meer sabbatstijd. Ga er maar vanuit dat je waarschijnlijk ook op zondag toch teveel doorgaat met de dingen van doordeweek.

 

[2] Breng evenwicht aan in je zondagsbesteding:

-Geniet. Doe andere dingen dan anders. Geniet van Gods Schepping, voor jou gemaakt.

-Eredienst. Rusten is niet alleen plezier maken. Het is ook stil worden voor God. Hem aanbidden. En zo beseffen wie je zelf bent.

-En: niks doen. Het land kreeg vrijaf. Je oogstte wat er vanzelf opkwam. Doe ongeplande dingen. Laat het komen.

 

[3] Leg verantwoording af. Soms moet je wel eens een tijdje te hard werken in onze samenleving. Maar iemand moet tegen je kunnen zeggen: STOP. [Het verhaal van de schoteltjes, het trouwservies dat Kathy Keller aan gruzels sloeg, omdat Tim niet naar haar luisterde en maar doorging met werken.]

 

[4] Sabbat invoegen in je werk. Ook in je dagelijks werk rust inbouwen. In het OT moesten boeren de randen van de akkers laten staan. Laat dingen los. Niet als een gek werken en dan gauw even rusten. Misschien moet je wel iets van je carrière laten lopen. Laat dat maar aan God over.

 

[5] Gemeenschap. Bespreek vragen over de invulling van je werk met andere christenen die vergelijkbaar werk doen. Heb het erover en help elkaar.

 

Leef vanuit hoe God naar ons kijkt.

Laat Gods blik regeren in je leven.

Hij zegt: het is goed. Ik ben blij met je. Je hoeft je ook in 2013 niet te bewijzen. Doe rustig je werk, Hij zorgt voor je.

Hij geeft je rust.

 

AMEN