Lucas 2:10 | Kerst: nooit meer bang!

Mark Veurink
Mark Veurink
25 december 2017

Lucas 2:10 | Kerst: nooit meer bang!

image_pdfimage_print

‘Wees niet bang,’ zegt de engel tegen de herders. Niet zo gek: God is een God om bang van te worden. Maar dat wil hij niet. Daarom komt hij naar ons toe als een ontwapenende baby. Wat een wonder!
Voor wie deze preek in een kerkdienst wil gebruiken: graag ontvang ik een melding op hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie
Vooraf: orgelmuziek
Zingen: Opwekking 525 : 1 en 3
LvK Gezang 139 : 1 en 3
Stil gebed
Votum en groet
Zingen: LvK Gezang 138 : 1, 2, 3 en 4 (1 en 4 samenzang, 2 en 3 door KR)
Filmpje: toen & nu
Zingen: Knoop het even in je oren
Ga je mee op zoek naar het koningskind
Gebed
Lezen: Lucas 2 : 1 – 20 (NBV)
Luisterlied: Mary did you know
Preek
Zingen: Opwekking 527
LvK Gezang 141 : 1 en 3
Filmpje: kerstpraatjes
Zingen: Stille nacht, heilige nacht (LvK 143 : 1, 2 en 3)
In een stalletje
Gebed
Mededelingen
Collecte met luisterlied
Zingen: LvK Gezang 135 : 1 en 3
Zegen
Zingen: Wonderbare raadsman
Ik wens jou

Kerst: nooit meer bang!

Inleiding
dia 1 – zwart
(Pan met knuffelslang neerzetten)
Zo, jullie zijn vast benieuwd naar wat hier in zit.
Ik zal het maar verklappen: ik heb een slang meegenomen.
Ik hoop dat er niemand bang voor slangen is…
Zijn hier ook van die echte helden die een slang wel durven te aaien?

Laten we eens kijken of mijn slang uit de pan wil komen.
(slang laten zien)
Dit is hem dus: mijn slang!
Voor deze slang is niemand bang, iedereen durft deze slang te aaien.
Je kunt er mee knuffelen, maar je kunt hem ook als sjaal om je nek doen.

Ik heb deze slang lang geleden gekregen omdat ik bang was voor slangen.
Vooral ’s avonds: ik was bang dat er een slang onder mijn bed zou liggen.
Totdat ik deze slang kreeg.
Deze slang mocht onder mijn bed, en ik was niet meer bang voor slangen,
want er lag al een andere slang onder mijn bed.
Ik kon weer lekker slapen.

dia 2 – bang
Waar ben jij bang voor, of waar was je bang voor?
Wie durft het te vertellen?

Je kunt voor heel verschillende dingen bang zijn.
Je kunt bang zijn voor slangen, of voor spinnen, of je hebt hoogtevrees.
Het kan ook dieper gaan:
dat je bang bent voor de toekomst, bang om er alleen voor te staan.
Maar het kan nóg dieper: dat je bang bent voor God.

dia 3 – Kerst: nooit meer bang
Daar gaat het vanmorgen over.
De engel zegt tegen de herders, Lucas 2:10:
‘jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws.
Het hele volk zal daar blij mee zijn.’
Vandaag vieren we het kerstfeest met als thema: nooit meer bang!

1. Bang voor God?
dia 4 – kampvuur
Het is een nacht als alle andere.
Even buiten Bethlehem brandt een groot kampvuur.
Het is van een groepje herders.
’s Middags, toen ze met de schapen op pad waren,
hadden ze hout verzameld voor het vuur.
Zo deden ze dat altijd, want vuur houdt je lekker warm
en zorgt ervoor dat de wilde dieren weg blijven.

Om de beurt mogen ze even slapen.
Een van de herders staat op wacht:
hij houdt in de gaten of alles goed gaat met de schapen.
De anderen liggen dicht bij het vuur
en hebben hun jassen als dekens over zich heen getrokken.

dia 5 – engel
Maar opeens staat er een engel.
De herder op wacht wil de anderen nog waarschuwen,
maar het heeft geen zin: ze zijn al wakker.
Ze schrikken zich rot en zijn bang!
Dat lijkt me niet zo gek!
De herders worden wakker van het felle licht,
en dat is een heel vervelende manier om wakker te worden.
Een paar jaar geleden lag ik ’s nachts heerlijk te slapen,
tot Hanneke per ongeluk het grote licht aandeed.
Ik was direct klaarwakker.
Maar dat is nog niet alles: in het licht zien de herders een engel!
Eerst denken ze dat het een droom is,
maar nee: er staat echt een engel.
Daar zou ik ook bang van worden!

De herders zijn bang voor de engel – da’s logisch!
Maar ze zijn niet alleen bang voor de engel.
Ze zijn ook bang voor God.
Het is niet zomaar een felle lamp die de herders wakker maakt:
het is het stralende licht van God!
De herders weten: ‘God is hier’, en daarom zijn ze zo bang.
Misschien vind je dat gek.
Waarom zou je bang zijn voor God?
God wil toch niet dat je bang voor hem bent?

dia 6 – zondeval
Nee: God vindt dat afschuwelijk!
Toch staat de bijbel vol met mensen die bang voor God zijn.
De allereerste mensen al, Adam en Eva.
In het begin waren ze helemaal niet bang:
ze vonden het juist fijn om bij God te zijn, daar genoten ze van.
Tot die ene dag…
Adam en Eva aten van de boom waarvan God had gezegd:
‘van deze boom mag je niet eten.’
Vanaf dat moment zijn Adam en Eva bang.
Ze weten dat ze iets verkeerds hebben gedaan,
en durven God niet meer te ontmoeten.
Als God ’s avonds naar hen op zoek gaat,
verstoppen ze zich voor God.
Zo bang zijn ze.

Dat gaat niet alleen over Adam en Eva:
het gaat ook over de herders, en over jou, en over mij.
God is, met een moeilijk woord, ‘heilig’.
Dat betekent dat God groot is, en goed, maar ook dat hij zonde haat.
Daarom zijn de herders bang voor God:
ze weten dat God te heilig is om te ontmoeten.
Het liefst zouden ze zich verstoppen.

2. Nooit meer bang
dia 7 – engel 2
Maar ja, waar moeten ze zich verstoppen?
Achter de schapen?!
Voor zo’n engel kun je je toch helemaal niet verstoppen?
Dat hoeft ook niet!
De engel zegt: ‘jullie hoeven niet bang te zijn.
Niet voor mij, ik doe jullie niets,
maar ook niet voor God: hij wil juist iets moois aan jullie vertellen.’

Weet je trouwens welke opdracht het vaakst in de bijbel staat?
‘Wees niet bang.’
God blijft het maar zeggen, en toch blijven mensen bang voor God.
De herders ook.
Die engel kan dat nou wel zeggen,
dat ze echt niet bang hoeven te zijn,
maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan…
Maar de engel gaat verder.
Hij vertelt de herders dat Jezus geboren is
en hoe ze Jezus kunnen vinden.

dia 8 – herders
Daar gaan de herders.
Ze laten de schapen achter, daar moet God maar even voor zorgen,
en ze gaan op zoek naar Jezus.
Wanneer ze Jezus gevonden hebben,
vergeten ze helemaal hoe bang ze waren.

Wie heeft er wel eens een baby vastgehouden?
Was je er bang voor?
Nee, voor baby’s hoef je niet bang te zijn.
Baby’s kunnen nog helemaal niks.
De herders worden er helemaal blij van.
‘Mag ik hem even vasthouden?’, vraagt een van de herders aan mama Maria.
Het mag.
De herder pakt Jezus uit zijn bedje, de voerbak, en knuffelt hem voorzichtig.
Baby Jezus wordt er helemaal rustig van, en de herder ook.
Met zijn kleine vingertjes prikt Jezus in de baard van de herder,
ze voelen zich bij elkaar helemaal op hun gemak.

Wat hier gebeurt is heel bijzonder!
Dit is niet zomaar een baby, dit is Jezus, de zoon van God.
God, waar de herders zo bang voor waren.
Maar voor een baby kun je gewoon niet bang zijn.
Een baby is ontwapenend.
Zó komt God naar ons toe.
Hij wordt een baby, zodat je gewoon niet meer bang voor hem kúnt zijn!
Want God wil niet dat we bang van hem worden!

En deze baby gaat ervoor zorgen
dat er geen enkele reden meer is om bang voor God te zijn.
De engel noemt Jezus de redder:
deze baby gaat alles tussen God en mensen goed maken,
zodat je je nooit meer voor God wilt verstoppen,
maar juist graag bij hem wilt zijn!

De herder heeft Jezus nog steeds in zijn armen.
Jezus is in slaap gevallen.
De herder aait het kleine hoofdje.
Hij kijkt nog eens goed.
‘Niet te geloven,’ denkt hij, ‘is deze baby de redder?!’
Niets wijst erop dat dit onschuldige, slapende mensje de Zoon van God is.
Maar de herders hebben Gods licht gezien, daarom geloven ze het.
Daarom zullen ze nooit meer bang zijn voor God.

3. Geef Jezus je angst
dia 9 – herders 2
Ook jij hoeft nooit meer bang te zijn.
Misschien ken je het liedje van Guus Meeuwis wel:
‘geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug,
geef mij nu de nacht, ik geef je de morgen terug.’
Dat zingt Jezus voor jou: ‘geef mij maar je angst.’

God wil niet dat je bang voor hem bent.
God heeft er genoeg van dat we bang voor hem zijn –
dat is de boodschap van kerst.
God doet alles zodat jij niet bang meer hoeft te zijn!
Ook niet als je weer iets stoms doet.
Als je je weer eens voor jezelf schaamt,
en je je het liefst voor God wilt verstoppen.
Het hoeft niet: geef Jezus je angst!
Denk aan die kleine baby in de armen van de herder:
voor God hoef je niet bang te zijn.

Maar daar hoort nog wel wat bij:
laat het een wonder blijven dat je niet bang hoeft te zijn!
Het is niet normaal dat God van je houdt, dat is een groot wonder!
God is geen lieve knuffelbeer, die alles wat jij doet prima vindt.
Nee: God is heilig, een God om bang van te worden!
Toch wil deze God bij jou zijn.
Wil hij dat je van hem geniet, in plaats van bang voor hem bent.
Daarom komt hij naar ons toe als een ontwapende baby.
Geef Jézus je angst.

Dat is kerst.
Je hoeft nooit meer bang te zijn.
Wat een wonder!
Amen.