Lucas 2,1-7 – Aanbid die rare koning

Hans Burger
Hans Burger
24 december 2007

Lucas 2,1-7 – Aanbid die rare koning

image_pdfimage_print

Eerste kerstdag
Liturgie

 

  • Voorzang LB 138,1.2.4
  • Stil gebed
  • Votum / groet
  • Zingen: Gez 83
  • Gebed Stadsomroeper
  • Lezen: Lucas 2,1-20
  • Zingen: Gez 86 (NG 49),1.2.3
  • Preek
  • Zingen LB 139,1.3
  • Geloofsbelijdenis: Nicea
  • Zingen LB 134,1.2
  • Gebed
  • Collecte
  • Zingen Gez 50 (GK 11)
  • Ere zij God
  • Zegen

Opmerkingen:

- ik hoor het graag van te voren wanneer deze preek ergens gelezen wordt. Mijn mailbox is geduldig: hansburger@filternet.nl

- bij deze preek is een pp-presentatie beschikbaar

Preek over Lucas 2,1-7 – Aanbid die rare koning

Gemeente van Jezus Christus onze Heer, broers en zussen, gasten hier bij ons,

1. Vrolijk kerstfeest!

Jezus is geboren in Bethlehem. Alle reden om feest te vieren, vandaag. Onze redder is geboren. We hadden het er pas op onze groeigroep over wat Kerst betekent. Een paar antwoorden:

‘God komt in Jezus heel dichtbij ons. Hij lijkt soms ver weg, maar krijgt in Jezus een menselijk gezicht.’

‘God laat ons / mij niet in de steek. God wil iets met mensen te maken hebben’.

Geweldig!

Tegelijk is kerst ook een raar feest. Net zo raar als Jezus trouwens in heel zijn leven is. Net zo raar ook als God eigenlijk is.

De stadsomroeper vertelde hier net: Jezus is geboren. Hij is het licht van de wereld. En daarom staat hier voorin de kerk een verlichte wereldbol.

Maar hoe licht denk je dat het was, daar bij die kribbe in Bethlehem? ’s Nachts wordt hij daar geboren, bij een voederbak. Een armoedig gebeuren, ‘s nachts zonder elektriciteit, in het licht van een paar olielampjes. Stel je eens voor hoe donker dat is. Is hij het licht van de wereld?

Het heeft allemaal zo iets tegenstrijdigs.

God bij ons – een arm baby’tje in een voederbak

Een redder – maar zonder macht of geld

Een koning – maar zonder troon

Zoals ook het kerstfeest hier in het rijke westen een raar feest is. De decembermaand is de maand waarin we met elkaar zo’n beetje het meeste geld uitgeven. Kerst is het feest van gezelligheid, de kerstman, de kerstboom, en voor je oppast eet je je te pletter. ‘Kerstinkopen rijzen de pan uit’, schrijven de kranten op internet. Een kerstomzet die records breekt. 12,2 miljoen pintransacties in het weekend, verwachte omzet 700 à 850 miljoen euro. In een oneerlijke wereld vol armoede. Terwijl we het feest vieren van een arme baby in Bethlehem. Dat schrijnt – of niet eens meer?

Wat zegt onze manier van kerstvieren over Jezus Christus, of over God? Laat je door je manier van kerstvieren zien dat je begrepen hebt wie Jezus voor ons is? Of vier je kerst op een manier die helemaal niet bij Jezus past?

Laten we daarom eens kijken hoe God bezig is met het kerstfeest. Ik wil met jullie vier hoofdpersonen uit het kerstverhaal langslopen.

2. De eerste hoofdfiguur. Ze noemen hem zoon van god. Redder. Ze zeggen dat hij de gouden eeuw brengt. Hij is het meest perfecte dat de voorzienigheid geschapen heeft. Hij is gevuld met deugd om de mensheid wel te doen. Hij maakt een eind aan alle oorlogen en brengt vrede – een echte vredevorst dus. Hij overtreft alle verwachtingen. Zijn naam is goed nieuws.

Zo zagen zijn tijdgenoten hem.

Over wie gaat het nu? Over Jezus?

Nee, we hebben het over GAIVS IVLIVS CAESAR OCTAVIANVS, bekend geworden als ‘de verhevene’, oftewel Augustus. Ik heb niks aangedikt of overdreven. Zo zagen ze hem. Zo schreven ze over hem, je kunt het nu nog nalezen. Augustus, de verhevene. Keizer, de zoon van god, redder, heer.

Nou, zet die woorden over Augustus eens naast vers 11. Daar zegt de engel tegen de herders: Vandaag is voor jullie een redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Iedereen die in die tijd leefde, die voelde de botsing. Hier kom je op het terrein van de Romeinse keizer. Hier heeft iemand veel te hoge pretenties. Of die Jezus wordt overschat, of de keizer moet zijn pretenties opgeven. Je voelt het conflict opkomen tussen de keizer van Rome – leider van de wereldmacht bij uitstek – en die nieuwe Joodse Messias.

Nu was Augustus wel iemand om rekening mee te houden. Hij had zijn naam verdiend. Hij had wat gepresteerd. Hij was de eerste die alle macht in het Romeinse rijk naar zich toegetrokken had. Niet democratisch, maar als winnaar van een burgeroorlog. Hij had het als eerste voor elkaar gekregen dat er vrede was in de hele wereld. Een vredevorst, maar wel een dictator. Hij stond aan het hoofd van een supermacht. Hij trok ook aan de touwtjes in Judea en Galilea.

En hij had de macht om in heel de wereld op te laten schrijven wie er in zijn rijk wonen. Van iedereen moeten naam en persoonlijke gegevens geregistreerd worden. Ook Jozef en Maria moeten zich laten inschrijven. Augustus bepaalt, en het gebeurt. Augustus heeft een hoofdrol. Want Jozef en Maria gaan op reis, omdat Augustus, de verhevene het wil.

3. En ja, Jozef en Maria. Ze wonen ergens in een uithoek van het rijk van die grote Augustus. Een zwanger meisje en een timmerman. Hoe zit dat met haar? Is ze ongewenst zwanger? Er wordt over haar gepraat. Die Maria, wie had dat van haar verwacht? En Jozef gaat gewoon met haar verder. Is het nu zijn kind? Waarom trouwen ze dan niet gewoon? Of toch niet? Maar waarom laat hij haar dan niet gewoon zitten met dat kind?

Ze moeten op reis. Jozef komt uit Bethlehem. Daar moet hij zijn gezicht laten zien op het Romeinse administratiekantoor. Daar moet hij zich identificeren, en niemand kan dat in zijn plaats doen. Hij moet zelf langskomen. En dus gaan ze.

Wie ziet dat ze afstammen van de grote koning David? In Europa heb je het koningshuis van Albanië. Het huis van de Hohenzollern, de vroegere keizers van Duitsland. Het koningshuis van Griekenland. Koningen van Italië uit het huis van Savoye. Als ik vroeger bij mijn oma niet regelmatig het blad ‘Vorsten’ ingekeken had, weet ik niet of ik hier wel van geweten had. Romantiek en mooie kleren, veel meer is het niet meer. Zo had je ze in het Romeinse rijk ook bij bosjes. Oude koningshuizen zonder troon. Soms stelde het nog wat voor, soms was het armoe troef, zoals bij het koningshuis van David. Niet echt iets voor Augustus om van wakker te liggen.

Maar Maria heeft iets van Gabriël gehoord, dat allerlei oude verwachten weer springlevend heeft gemaakt. In Lucas 1,32 zegt Gabriël: God de Heer zal Jezus de troon van zijn vader David geven. Zij zijn een prins en prinses zonder troon. Uit een koningshuis dat aan lager wal is geraakt. Maar door Maria’s baby zal dat allemaal anders gaan worden. En nu wordt die baby misschien ook nog wel in Bethlehem geboren, de stad van David.

Wat zou er door hen heen gegaan zijn op weg naar Bethlehem? Het moet hen toch opgevallen zijn. Maria is zwanger van een koning. Hij zal de troon van David krijgen. En nu gaat hier die hoogzwangere Maria naar Bethlehem, de stad van David. Kan dat toeval zijn? Daar in Bethlehem zal volgens de profeet Micha de Messias geboren worden. De Joodse schriftgeleerden wisten het. Zouden zij het ook geweten hebben?

Zij zijn maar Jozef en Maria, prins en prinses zonder troon. Maar ze weten dat er meer is dan hun armoede – Gabriël had het Maria verteld.

4. Hoe belangrijk was die Augustus eigenlijk? Heeft hij hier wel een hoofdrol, of is het een bijrol?

Augustus moest er aan meewerken dat een erfgenaam van David geboren werd in de stad van David. Dat wil zeggen: hij zorgt er zelf voor dat een toekomstige tegenstander geboren wordt op familiegrond. En zo wordt die baby alleen maar een sterkere tegenstander. Geloofwaardiger voor zijn eigen achterban. Daar zie je iets van dat rare van kerst. Wat gebeurt er nu precies? Is Augustus de baas? Nee, God is hem de baas. God heeft hier de hoofdrol. Op de rol van God, de drie-enige letten we als derde.

In heel vers 1-7 wordt Gods naam niet genoemd. Maar je ziet hoe God op de achtergrond aanwezig is. Hij is druk met onze redding.

Vanuit de hemel stuurt de Vader zijn engelen naar Zacharias en naar Maria. En hij regelt het zo dat Jezus precies op de goede plek geboren wordt. Precies op het goede moment komt de opdracht van Augustus die Jozef en Maria naar Bethlehem brengt. Zelfs de Romeinse keizer wordt door God aangestuurd.

De Heilige Geest is druk bezig in Maria. Gabriël had tegen Maria gezegd dat ze zwanger zou worden door de Heilige Geest. Door de Geest is Jezus gegroeid in Maria’s baarmoeder. Zijn haartjes, zijn vingertjes, zijn lijf, een nieuwe mens zonder zonde.

En zo wordt Gods Zoon mens. God wordt mens in Jezus.

Vader, Zoon en Geest. Tegelijk zijn ze aan het werk voor ons! Om jullie hier te verlossen. Onopvallend en verborgen, maar o zo effectief.

Zo gaat het zo vaak. Er gebeuren dingen. Mensen zijn druk bezig en hebben de hoofdrol. God zie je niet, en zijn naam wordt niet genoemd. Maar tegelijk merk je dat God door alle dingen heen ergens naar toewerkt. Niet meteen, maar wel achteraf. Zulke verhalen zijn er genoeg. Mensen die in hun eigen leven Gods leiding ervaren hebben. Mensen die bij elkaar gebracht zijn op een wonderlijke manier. Je kent zelf vast ook wel zulke verhalen, uit je eigen leven of van anderen.

Onzichtbaar maar wel effectief werkt God door alles heen. Hij is bezig met zijn eigen plan, het plan van verlossing. Zo is het hier ook. Niet Augustus is de verhevene die alles regeert. God regeert alle dingen, ook Augustus. God, de drie-enige is hier de echte hoofdrolspeler.

5. En dan gebeurt het inderdaad. Jozef en Maria komen aan in Bethlehem. De prins en de prinses zonder troon, afstammelingen van dat koningshuis van David. Een koningshuis aan lager wal geraakt. De grote Romeinse keizer, Augustus, moet er aan meewerken dat zij hier nu zijn.

Ergens in een nacht in de zomer, als het ’s nachts mooi weer is en de schapen buiten zijn, krijgt Maria aan kind. De dieren zijn buiten, dus die voederbak is over. Het is armoe troef, maar ja, een voederbak is beter dan niets. En dus belandt de pasgeboren Jezus in die voederbak.

Jezus, die armoedige baby. Dat is de laatste hoofdrolspeler hier. Een rare koning. Niks stelt hij voor tegenover die grote Augustus. Waarom kiest God niet voor de makkelijke weg? Waarom wordt Jezus niet geboren in het paleis van Augustus – zoon van God, heer, redder? Dan had hij alles in de schoot geworpen gekregen: aanzien, publiciteit, macht, invloed. Dan had hij al die titels van Augustus kunnen erven: zoon van God, heer, redder, vredevorst. Waarom niet in Rome, in het centrum van de wereld? Wat stelt Bethlehem nu voor? Hoe kan het zo ooit wat worden met Gods reddingsplan?

Alles wat wij belangrijk vinden wordt hier aan de kant gezet. Bekendheid. Glamour. Macht. Rijkdom. Wapens. Communicatiemiddelen.

Deze Jezus zal redder zijn alleen door wie hij zelf is. Hij is God die mens geworden is. God die zo anders is dan Augustus, de dictator die vrede afdwingt. God zoekt ons op. Hij voelt zich niet te groot voor ons. Hij zoekt ons op waar we zijn. Arm, aan lager wal geraakt, vastgelopen. Ook al lijkt het vaak nog wat, van God uit bezien zijn we dat toch? Arme, zondige mensen.

Daar, van binnenuit wil hij ons verlossen. Door de Heilige Geest kan hij de nieuwe mens zijn. Hij kan als mens een nieuw leven leiden. Hij kan als mens de grote zoon van David worden. Hij kan de koning zijn die God altijd al wilde.

Jezus is God die mens geworden is. Zo, alleen door wie hij zelf is, is hij onze redder.

Deze Jezus, die armoedige baby is onze redder.

6. Aanbid die rare koning.

Kerst is een raar feest en Jezus is een rare koning. God heeft het laten gebeuren dat 2000 jaar later kerst een gezellig eetfestijn geworden is, een feest van een kerstman die ‘ho ho’ roept, van lichtjes en van avondkleding.

Zo is God altijd geweest. In het verborgen, en onopvallend gaat hij verder. Zo werkt hij aan zijn plan. Hij schreeuwt niet om aandacht. Maar Hij is wel een volhouder. Een betrouwbare rots waar je op kunt bouwen. Hij krijgt het voor elkaar: onze verlossing.

En dan houdt hij je een spiegel voor. Bij wie wil je horen? Wie aanbid je? Augustus en zijn soortgenoten, de verhevene? De machtige, succesvolle dictator, die zo van zichzelf onder de indruk is? Of Jezus Christus, betrouwbaar, niet te groot voor armen en verschoppelingen, bescheiden en nederig, liefdevol?

Wie je aanbid, dat blijkt bijvoorbeeld in hoe je kerst viert. Is dat het feest voor mensen die zich verheven voelen, van rijken die eten en drinken, van warmte en gezelligheid achter gesloten deuren? Het feest waar Jezus zelf niet meer welkom is? Te arm, te onbelangrijk? Denk aan die mail die hier in de gemeente rondgestuurd werd, misschien heb je ‘m wel gelezen.

Of is dat het feest waar Jezus Christus aanbeden wordt? Die kleine, armoedige baby, die rare koning? En Jezus’ lotgenoten, mogen die dan ook komen?

En bedenk dan wel: Augustus en zijn keizerrijk, die zijn er niet meer. Het Rome van Augustus is alleen nog in ruïnes terug te vinden.

Jezus Christus heeft een eeuwig koningschap gekregen. Zijn stad is in de hemel en daar staat die oude troon van David. Waarheid, goedheid, heiligheid, eerlijkheid, verlossing – ze hebben het gewonnen.

Realiseer je dat: Jezus’ geboorte laat zien wat uiteindelijk overblijven. Niet de macht van Augustus. Maar die rare koning, Jezus de gekruisigde. Aanbid Hem.

Kerst is een raar feest. Jezus is een rare koning. Een voederbak, een kruis, het is allemaal maar raar. God is een rare God. En dat is maar goed ook. Gods zwakheid is sterker dan onze macht. Gods dwaasheid is wijzer dan onze intelligentie. Dankzij al dat rare is Jezus Christus onze verlosser. Bij hem is het maar geen titel, zoals bij Augustus. Hij is echt onze verlosser.

Aanbid die rare koning!