Lucas 18:9-14 – Ik mag ook nooit wat, of toch wel?

Mark Veurink
Mark Veurink
29 september 2013

Lucas 18:9-14 – Ik mag ook nooit wat, of toch wel?

image_pdfimage_print

Voor preeklezers: ik hoor graag als mijn preek ergens gelezen wordt. Neem dan even contact met mij op: hmveurink@gmail.com. Dan stuur ik ook de bijbehorende powerpoint toe.

Liturgie

  • Opwekking 573 Heer U bent welkom
  • Opwekking 626 Prachtige God  (kunnen jullie deze ook in het Engels?)
  • Votum en zegen
  • Psalm 119 : 39, 40 en 42
  • Gebed
  • Opwekking 669 Adonai
  • Schriftlezing en preek
  • Opwekking 687 Heer wijs mij Uw weg
  • Geloofsbelijdenis
  • Opwekking 640 Mijn hulp is van U Heer
  • Dankgebed
  • Collecte
  • Opwekking 720 God maakt vrij

Ik mag ook nooit wat… of toch wel?

1. Christenen mogen nooit wat…
dia 1 – DWDD
Woensdagavond keek ik naar een uitzending van De Wereld Draait Door.
Daar waren een christelijke moeder, Hilligje, en haar zoon, Willem te gast.
Willem is getrouwd met een man.
Heeft iemand die uitzending toevallig ook gezien?

Ik werd er niet echt vrolijk van.
Het thema vanmiddag is ‘ik mag ook nooit wat…’
In deze uitzending werd dat nog eens bevestigd:
de kerk heeft allemaal regels waar je je aan moet houden.
Houd je je daar niet aan, dan kun je het wel schudden.

Willem woonde al een paar jaar samen met zijn vriend,
maar thuis durfde hij het niet te vertellen.
Hij zou zijn moeder, een diep gelovige vrouw,
daarmee zwaar in de problemen brengen
want volgens de kerk is homoseksualiteit zonde.
Dat kon hij zijn moeder niet aandoen.
Pas na drie jaar vertelt hij zijn verhaal.
Zijn moeder houdt van hem,
maar ze komt niet naar de bruiloft van haar eigen zoon.

In de uitzending wordt daar verontwaardigd op gereageerd:
‘je moest dus kiezen tussen je kerk en je zoon,
en je koos voor je kerk?!’
Ja, precies, dat deed ze.
Ze zou het nu anders doen.

In de kerk is geen plaats voor Willem,
en voor zijn moeder eigenlijk ook niet.
Gelukkig maakt zij wel onderscheid tussen de kerk en haar geloof,
wat veel voor haar betekent.
Ook al gaat ze niet meer naar de kerk, over God is ze duidelijk:
‘zo is God niet!’

dia 2 – verboden
Veel mensen denken daar anders over.
Je kunt maar beter niet in God geloven,
want dan heb je geen leven meer.
Christenen worden gezien als saaie en zure fatsoensrakkers,
mensen die voor alles wel een regeltje hebben.
Christenen zien er gewoon uit alsof ze het leven zwaar vinden.
Ze kunnen nooit eens ergens van genieten,
want ze zijn steeds bang om een regeltje te overtreden.

En zeg nou eens eerlijk, we hebben toch ook gewoon veel regels?
Je mag geen seks voor het huwelijk,
je mag op koopzondag niets kopen,
en in de kerk mag je alleen aan het avondmaal als je belijdenis hebt gedaan.
En ik denk dat iedereen met groot gemak nog meer regels kan bedenken.
Je mag ook nooit wat!

Je zou zomaar gaan denken dat het christelijk geloof
draait om de regeltjes.
Als je je maar aan de regeltjes houdt, ben je een goede christen.
Jezus zegt iets anders.
dia 3 – Lucas 18
Dat gaan we nu lezen: Lucas 18 vers 9 tot 14.

2. Alleen maar genade
dia 4 – Farizeeër
Jezus vertelt over twee mensen,
een Farizeeër en een tollenaar.
De Farizeeër is een keurige man.
Er wordt vaak negatief over Farizeeërs gedaan,
het wordt soms zelfs als scheldwoord gebruikt
maar Farizeeërs stonden goed bekend.

Een keurige man dus.
Iemand die zich aan alle regels houdt.
Sterker nog, hij gaat veel verder
dan wat God zelf van hem vraagt.
Elke week vast hij twee keer,
hij eet dan niet, hij drinkt niet, hij richt zich op God.
Elke week, terwijl het maar een keer per jaar hoefde.
Hij maakt zich er niet makkelijk vanaf.

Wat ook opvalt, is dat hij God daarvoor dankt.
Zijn gebed klinkt misschien arrogant,
maar als je kijkt wat er staat, is het ook best mooi!
‘God, ik wil u bedanken.
Dank u wel dat u mij helpt om me aan uw regels te houden.
Dat ik niet steel en geen overspel pleeg.
Dat ik anderen niet bedrieg.
Dank u wel dat u mij daar de kracht voor geeft.’
Je zou zeggen: zelfs God kan niets op deze man aan te merken hebben.

dia 5 – tollenaar
Nee, dan die tollenaar…
Een oplichter en een overloper.
Hij werkt voor de Romeinen, hij is een verrader, een NSB’er.
Hij perst mensen af, aan geld heeft hij geen gebrek.
In de bijbel wordt hij vaak in een adem genoemd met hoeren en zondaars.
Niet gek dus dat hij God bid om genade.
Ondertussen kijkt hij naar beneden,
hij schaamt zich eigenlijk voor zijn gebed.
Hoe durf je ook zo tot God te bidden
als je de volgende dag weer mensen staat af te persen?

De Farizeeër, die zich keurig aan de regels houdt
en de tollenaar, die je liever niet tegenkomt.
Maar dan krijgt het verhaal een schokkende wending:
niet de Farizeeër, maar de tollenaar is rechtvaardig in de ogen van God!
Ook al is de tollenaar slecht, ook al overtreed hij alle regels,
toch is God voor hem genadig!
Heel simpel, omdat hij God om vergeving vraagt.
Omdat hij heel goed weet dat hij bij God geen poot heeft om op te staan.
En daar eerlijk over is.

Die keurige Farizeeër daarentegen…
Hij vergeet dat hij geen haar beter is dan die tollenaar.
Dat zijn hart ook hele donkere plekken kent.
Hij is geen tollenaar, maar hij droomt wel van geld en macht.
Hij pleegt geen overspel,
maar kijkt wel net iets te lang in de richting van aantrekkelijke vrouwen.
Hij voelt zich beter dan anderen, hij minacht ze.
Hij bedankt God, dat God hem helpt om goed te leven,
maar hij is er ook trots op, en denkt dat God wel trots op hem zal zijn.

dia 6 – voor tollenaars
Ik weet niet op wie jij het meeste lijkt, op die Farizeeër of op die tollenaar.
Eigenlijk maakt dat ook helemaal niet uit!
Als je op die tollenaar lijkt, als je al die regels maar moeilijk vindt,
heeft Jezus een prachtige boodschap:
hoe slecht je ook bent, voor God mag je er zijn!
Je mag God, net zoals die tollenaar, vragen:
‘Heer, heb genade met mij, een zondaar.’
En dat heeft God!

dia 7 – voor Farizeeërs
En als je meer op die Farizeeër lijkt?
Zelf lijk ik daar meer op dan op die tollenaar.
Ik bedoel, ik ben niet roofzuchtig, onrechtvaardig of overspelig,
ik ben ook geen landverrader die anderen oplicht,
of iemand die er een sport van maakt alle regels te overtreden.
En dat is goed, Jezus zegt niet dat we op die tollenaar moeten lijken.

Maar het valt nog niet mee om een goede Farizeeër te zijn…
Want als je zoals die Farizeeër bent, alles precies goed voor God wilt doen,
kom je er ook steeds weer achter dat het net niet goed genoeg is.
Van de buitenkant ziet het er goed uit,
je bent vriendelijk, leeft netjes volgens de regels,
maar van binnen weet je wel beter: ik ben een slechte christen.
Je hebt last van een knagend schuldgevoel: het moet altijd weer beter.
Eigenlijk weet je helemaal niet zo zeker of je wel goed genoeg bent voor God.
Ik heb daar in ieder geval best een tijd last van gehad.
Natuurlijk wist ik wel dat God zonden vergeeft,
maar ik dacht dat ik daar niet goed genoeg voor was.
Dat ik voor God beter mijn best moest doen.

Zo’n Farizeeër heeft het misschien nog wel moeilijker dan die tollenaar.
Altijd maar dat schuldgevoel van binnen,
wat niemand mag weten, vooral God niet…
Jezus wil je dan leren: vertrouw toch niet op die regeltjes.
Je kunt Gods liefde niet verdienen, aan Gods maat kun je nooit voldoen.
Die tollenaar, die jij zo minacht, daar lijk jij op.
En doe maar net zo als die tollenaar: vraag God nederig om genade.
Hij zal het je geven!

dia 8 – moslima
Ik had eens een gesprek met een moslimmeisje.
Ze vond het interessant dat ik christen ben.
We kregen een gesprek over onze geloven,
en ze was nieuwsgierig aan welke regels christenen allemaal moeten voldoen.
Ik begon al bijna uit te leggen hoe christenen moeten leven.
Maar opeens bedacht ik: nee, het gaat bij christenen niet om de regels.
Dat is juist het grote verschil tussen het christelijk geloof en de islam.
Ik heb haar verteld over genade, dat God niet oordeelt over hoe goed je de regels doet,
maar dat je Jezus om genade mag vragen.
Je hoeft voor God niet aan voorwaarden te voldoen,
je hoeft niet goed te leven om Gods liefde te verdienen.
Of je nu Farizeeër bent en dol bent op regeltjes,
of dat je tollenaar bent en alle regels aan je laars lapt,
dat verandert niets aan Gods liefde voor jou!

3. Voorzichtig met regels
dia 9 – niet veroordelen
Wees alsjeblieft voorzichtig met regels!
Het gaat niet om regels, het gaat om Jezus.
Dat begint ermee dat je anderen niet veroordeelt.
Voor Willem, die met een man is getrouwd, was geen plaats in de kerk.
Voor zijn moeder, die van haar zoon houdt, ook niet.
Dat is verschrikkelijk.

Hoe goed regels ook kunnen zijn,
dat is nooit een reden om iemand die zich er niet aan houdt te veroordelen.
Jezus veroordeelt de tollenaar ook niet.
Want regels bepalen niet hoe God naar je kijkt.
Regels mogen nooit het zicht op God ontnemen.
En als we dat als kerk wel gedaan hebben,
als je door de kerk veroordeeld bent,
dan vraag ik jou en God om vergeving daarvoor.
Ook als niemand je met zoveel woorden heeft veroordeeld,
maar je wel voelt dat mensen, ikzelf net zo goed, dat doen

Mensen hebben vaak het beeld van christenen dat het om regels gaat.
Ik schaam me daarvoor.
Dan zorgen wij ervoor dat mensen niet bij God kunnen komen.
Ik ben blij dat Hilligje, de moeder van Willem,
ondanks de kerk God niet heeft kwijtgeraakt.
Dat zij heeft gezien: bij God gaat het niet om regeltjes.

Ik zou graag willen dat christenen bekend staan als genadige mensen.
Niet omdat ze alles goed vinden,
Jezus vond de tollenaar ook niet goed,
maar omdat ze weten dat ze zelf net zo goed van Gods genade afhankelijk zijn.

dia 10 – regels en genade
En dat is in Nederland behoorlijk bijzonder.
Nederland is echt het land van de regeltjes.
We hebben alles geregeld.
Probeer maar eens je huis te verbouwen…
Je moet dan een verbouwingsaanvraag doen,
dat wordt beoordeeld,
mensen kunnen bezwaar indienen,
en dan is er ook nog een welstandscommissie,
die kijkt of het wel mooi genoeg is…
Overal is in Nederland wel een regel voor.
En dan zeggen we vaak:
‘ach, regels zijn er toch om te overtreden?’

Het christelijk geloof is anders.
Geen oerwoud van regels.
Niemand is voor God goed genoeg.
Daar hoef je niet geheimzinnig over te doen.
Je mag gewoon zeggen:
‘God, ik heb het verprutst,
wees mij, zondaar, genadig.’
En geef die ruimte ook aan anderen.

4. Groeien achter Jezus aan
da 11 – groeien
Maar waarom schaffen we dan niet alle regels direct af?
Als het toch om genade en vergeving gaat,
waarom zijn er dan nog regels?

Er zijn in ieder geval twee soorten regels.
Je hebt regels voor het leven,
zoals regels over hoe je met je geld omgaat,
hoe je anderen behandelt,
over seksualiteit,
en ga zo maar door.
Je hebt ook kerkregels,
bijvoorbeeld over wie het avondmaal mogen vieren,
welke liederen er worden gezongen, enzovoort.

dia 12 – kerkregels
Ik wil het eerst over die tweede soort hebben: kerkregels.
In de bijbel zijn die niet rechtstreeks terug te vinden.
Waarom zouden we meer regels willen hebben dan de bijbel heeft?
Het antwoord is heel simpel:
als je samen kerk wilt zijn, moet je ook samen dingen afspreken.
Als alles op jouw manier moet gaan,
dan kan iedereen maar beter zijn eigen kerk beginnen…
Om een voorbeeld te geven:
persoonlijk vind ik dat kinderen aan het avondmaal mogen.
In de kerk hebben we afgesproken dat niet te doen.
Daar zijn ook redenen voor, die ik zelf niet heel overtuigend vind,
maar ik leg me er wel bij neer.
Niet alles kan op mijn manier.
Kerkregels zijn er niet om het elkaar moeilijk te maken,
maar over sommige dingen moeten gewoon afspraken worden gemaakt.

dia 13 – leefregels
Maar hoe zit het nu met die andere regels?
Die regels zijn er niet om iets bij God te verdienen.
God houdt van je, maar niet omdat jij zo goed bent.
Hij houdt van je omdat hij je heeft gemaakt.
Pas als je dat beseft, kun je de regels begrijpen.

Je kunt denken: als ik goed leef, houdt God van me.
Het is precies andersom:
God houdt van me, daarom wil ik dicht bij hem leven.
Als je ontdekt hoe groot Gods liefde is,
als je ontdekt dat je eigenlijk best veel op die tollenaar lijkt,
maar voor God niet met een schuldgevoel hoeft rond te lopen,
dan gaan er ook dingen veranderen in je leven.

Jezus wil je niet alleen vergeven,
hij wil je ook een mooi en goed leven geven.
Daarvoor zijn Jezus’ regels.
Niet om je het leven zuur te maken.
Niet om punten te scoren bij God.
Wel omdat je weet dat God het beste met je voorheeft,
en zijn regels je echte vrijheid bieden.
En de belangrijkste regel is liefde.
Jezus’ regels zijn niet om elkaar mee te beoordelen.
Ze helpen wel om te groeien in je geloof.
Om te zien hoe je met je hele leven God kunt dienen.
Jezus wil je daar, door zijn Heilige Geest, bij helpen.
En als je dat ziet mag je hem daar, net als die Farizeeër, voor danken.

Ik vat het nog een keer samen:
zoek eerst Jezus, laat zijn genade binnenkomen.
Dan hoef je niet bang te zijn dat je te slecht bent.
Hoef je anderen ook niet de maat te nemen.
Dan mag je op zoek gaan naar hoe je God met je hele leven kunt dienen,
maar nooit om Gods liefde te verdienen.